Abraham Bloemaert, Landschap met de profeet Elia, raven brengen de profeet vlees en brood (ca. 1615),Hermitage Amsterdam 23 okt. 2017
Elia of Elias (Hebreeuws: אֵלִיָּהוּ, ’elijjāhû of verkort אֵלִיָּה, ’elijjāh, “(Mijn) God is JH(WH)”[1][2]; Oudgrieks: Ἠλείας, Èleias; Arabisch: إلياس, Ilyās) was volgens de traditie van de Hebreeuwse Bijbel een van de belangrijke profeten. De profeet Elia trad tijdens de regering van de koningen Achab (870-851 v.Chr.) en Achazja (851-850 v.Chr.) in het tweede kwart van de 9e eeuw v.Chr. in het noordelijke koninkrijk Israël op.
Elia was afkomstig uit Tisbe in de streek Gilead en had daarom de bijnaam “de Tisbiet”.[3] Het formule-achtige gebruik van deze bijnaam kan op tegenstand duiden tegen de uit de periferie van het noordelijke rijk stammende Elia vanwege zijn weerstand tegen de inspanningen van de Omrische koningen om de door Omri (881-870 v.Chr.) gestichte hoofdstad Samaria tot politiek, cultureel en religieus centrum uit te bouwen en van daar uit het land op absolutistische manier te willen leiden.
Zijn optreden wordt geplaatst in de periode waarin de Israëlieten ook goden zoals Baäl en Ašerah waren gaan aanbidden.
Hij ging naar koning Achab en kondigde een grote droogte aan. Toen niemand zich bekeerde, verborg hij zich bij de beek Cherith, waar hij elke ochtend en avond door raven werd gevoed. (Wikipedia)
