F24D2CD7-9114-4C8D-B42C-C4E47B41305E.jpeg

Samson en de leeuw
Simson of Samson (Hebreeuws: שמשון, Sjimsjon, “zonnig” of “kleine zon”) was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel een rechter van Israël. Over hem wordt verteld in Rechters 13-16. Hij behoorde tot de stam Dan. Zijn vader heette Manoach.

In tegenstelling tot de andere rechters gaf hij niet zozeer leiding aan het volk Israël, maar voerde wel met de hulp van God strijd tegen de Filistijnen. Hij was vanaf zijn geboorte een Nazireeër en mocht zijn hoofdhaar niet afscheren. Aan zijn Nazireeërschap ontleende hij enorme fysieke kracht.

Simson werd verliefd op een Filistijns meisje in Timna. Onderweg naar zijn geliefde werd hij door een leeuw aangevallen, maar hij sloeg de leeuw dood. Toen hij later weer in Timna was geweest, ontdekte hij dat er een bijennest met honing in het kadaver was. Hij vertelde aan niemand dat hij een leeuw had gedood en waar hij de honing had gevonden.

Ondanks de protesten van zijn ouders (die liever zagen dat hij met een Israëlitisch meisje trouwde) trouwde hij met het meisje uit Timna. Tijdens de bruiloft gaf hij zijn vrienden een raadsel op dat verwees naar de leeuw. Als de vrienden de oplossing konden geven, zou hij ze elk een stel kleren geven.

Het raadsel is op rijm gesteld, in de NBV: “Het is sterk en het verslindt altijd, nu biedt het een maal van zoetigheid”.

De vrienden, die niets van de leeuw afwisten en het raadsel dus niet konden oplossen, ontfutselden hem de oplossing via Simsons vrouw. Simson ging daarop naar Asjkelon, sloeg dertig Filistijnen dood en gaf de kleren aan de vrienden die de oplossing van het raadsel hadden gegeven. Hij was over de afloop zo boos dat hij zijn bruid in de steek liet. (Wikipedia)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *