Kardinaal-Infant Fernando van Oostenrijk, landvoogd van de Spaanse Nederlanden 1634-1641: “Henri de Bourbon, prins van Condé, belegerde [in 1636] Dole, de hoofdstad van Franche-Comté. Het doel van dit offensief was het blokkeren van de Spaanse Weg, zodat geen Spaanse en Italiaanse troepen meer van en naar de Zuidelijke Nederlanden zouden kunnen gaan. … In Henegouwen was de kardinaal-infant daarentegen in het offensief gegaan om de druk op Dole weg te nemen. De ruiteraanvoerder Jean de Werth en [Ottavio] Piccolomini deden in augustus 1636 met keizerlijke troepen een inval in Frankrijk en veroverden, na een beleg van negen dagen, de stad Corbie. De ruiters van Jean de Werth maakten de omgeving van Compiègne onveilig. De weg naar Parijs leek vrij en de val van de stad was te verwachten. Er ontstond paniek en het jaar van Corbie werd een begrip waaraan later met huiver werd teruggedacht. Toch zette de vijand, zoals ook in 1557 na de slag bij Saint-Quentin was gebeurd, zijn opmars niet voort. Parijs haalde opgelucht adem en Corbie kwam in november 1636 weer in Franse handen.” (C. M. Schulten, Met vliegende vaandels en slaande trom. Oorlog in de Lage Landen 1559-1659 [Amsterdam 2005], p. 211-212)
