Ambon-Fort-Amsterdam1.jpg

Fort Amsterdam op Ambon. Gerard Demmer was van 1642 tot 1647 gouverneur van Ambon. “[Hij] stak niet onder stoelen of banken dat ’s Compagnies welvaren mede afhing van de handhaving van de christelijke godsdienst … Juist ten tijde van gouverneur Demmer zette het gouvernement zich dan ook bijzonder actief in om de traditionele religie uiterlijk te verbieden via directe vernietiging van offerhuisjes, verboden op beeldencultus, en via een herstructurering van het lokale bestuur en rechtspraak … Demmer beschouwde de “abandonnering” van “duivelshuisjes” en “relekwieën” als voorwaarde voor invoering van het christendom.” (G. J. Schutte [red.], Het Indisch Sion: de Gereformeerde Kerk onder de Verenigde Oost-Indische Compagnie [Hilversum 2002], p. 134)
Demmer testeerde op 28 april 1662 ten overstaan van notaris Gerrit Meijer, notaris te Amsterdam: Testament van Gerardt Demmer, wonende te Amsterdam, ziek in bed liggende. Hij bevestigt het testament, dat hij met zijn inmiddels overleden vrouw voor notaris Jacob van Swieten heeft gepasseerd op 20 aug. 1655, voor zover niet strijdig met het hierna volgende. Hij legateert aan de diakenen van de Nederduits Gereformeerde gemeente van Amsterdam ten behoeve van de arme lidmaten een bedrag van 1000 Rijksdaalders, en aan de Armen in Neves in de heerlijkheid Hardenberg, gelegen in het Land van Berg, zijn geboorteplaats, 400 Rijksdaalders. Voorts prelegateert hij aan zijn dochter Maria Demmer, getrouwd met Isack Vervelen, om redenen hem daartoe moverende, een bedrag van 5000 Carolusguldens, alsmede het schilderij van het huis van Nassau, “gekomen” van de vader van Isack Vervelen, en aan Cattarina Demmer, zijn jongste dochter, alle parels, diamanten en andere gesteenten, die zich bevinden zo in als uit de gouden lijfsieraden van testateurs vrouw zaliger. Hij legateert Hendrick Oterzlo, wonende te Meurs, zijn “cousijn” [neef], 1000 Carl.gl., uit te keren binnen een jaar na het overlijden van de testateur, aan Gerardus Oterslo, diens zoon, over wie de testateur peter staat, 1000 gl., uit te reiken door de na te noemen voogden en executeurs-testamentair gedurende zes jaar na het overlijden van de testateur, elk jaar een zesde part, aan Maria en Feijtgen Oterslo, twee van de dochters van Hendrick Oterslo, elk 1000 gl., uit te keren als zij mondig worden of gaan trouwen, aan de kinderen van wijlen Pieter Boere, wonende te Keulen, 2000 gl., en aan Bencq Monsou [of Mousou?] 1000 gl. uit te keren 6 jaar na overlijden van de testateur. Tot executeurs-tetamentair en voogden benoemt hij Arent Muijkens, Jan van Tijlingen, en zijn schoonzoon Isack Vervelen. Gedaan ten huize van de testateur, staande bij de Keizersgracht, met als getuigen Pieter Francois en Hans Bontemantel. Testateur tekent met zijn naam.
Demmer overleed tussen 28 april 1662 en 14 juni 1662. Hij was getrouwd met Catharina Jans en had de volgende kinderen:
a. Johannes Demmer, geboren ca. 1641,vertrok in 1668 naar Oost-Indië, vermoedelijk daar overleden vóór 7 mei 1670
b. Gerardus Demmer, geboren ca. 1648
c. Samuël Demmer, geboren ca. 1649
d. Catharina Demmer, geboren ca. 1650 (Vriendelijke mededeling van mevr. B. Luedecke in Ratingen.)
ONA Amsterdam: op 24 nov. 1654 compareert voor notaris Gerrit Steeman te Amsterdam Gerrard Demmer, gewezen Raad van Indië, gouverneur van Ambon en commandeur van de Oostindische retourvloot, die in 1653 in de Nederlanden is gearriveerd. De comparante verklaart, dat hij uit de bijzondere affectie, die hij toedraagt aan de zoon van zijn zuster, Hendrick Jaspersz. Oterslo, en uit andere overwegingen, hem daartoe moverende, aan zijn neef heeft geschonken als donatie inter vivos het huis, genaamd “den Dam ende Oort”, met het daarbij horende brouwhuis, staande in het dorp Nevee beneden het kerkhof in de heerlijkheid Hardenberg, inclusief de ertoe behorende landerijen en erven, die hem, Demmer, “erfelijck toebehorende zijn”. Voorwaarde is evenwel, dat zijn neef die goederen niet zal verkopen of vervreemden, tenzij uit hoogste noodzaak en mits hij geen andere goederen bezit om zich in dat geval mee te behelpen. De comparant wenst namelijk, dat in het andere geval genoemde goederen zullen vererven op zijn wettige kinderen en verdere nakomelingen. Conditie is ook, dat zijn “bestorven” zwager, Johannes Clemensz. van Langenberg, die bewoner en gebruiker van het huis etc. is, het zal mogen blijven bewonen en gebruiken, zonder ervoor iets te moeten betalen, voor een periode van twee jaar, ingegaan op 1 juni 1654 en aflopend op 1 juni 1656, op welke dag hij het zal moeten afstaan aan Hendrick Jaspersz. Oterslo. Comparant belooft aan iemand procuratie te verlenen om ten overstaan van het Gerecht van Hardenberg de genoemde donatie te vernieuwen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *