Harster_Wilhelm_l.jpg

dr. Wilhelm Harster, Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD in Nederland 1940-sept. 1943 “Ondanks ontlastende omstandigheden en aanhankelijkheidsverklaringen van loyaal ex-personeel bleef er genoeg over om Harster, de door Heydrich benoemde ‘Judenkommissar’, te dagen voor het Bijzonder Gerechtshof. Hij kon onder meer verantwoordelijk worden gehouden voor het oppakken en deporteren van joodse Nederlanders, de toestanden in Westerbork, de ernstige mishandelingen en mensonterende leefomstandigheden in het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort en de kwellende ‘Dauervernehmungen’ in de gevangenis van Scheveningen en op de burelen van de Aussenstellen van Sipo en SD (de Euterpestraat in Amsterdam was berucht). Zijn mensen arresteerden naar goeddunken, zetten hun slachtoffers in Schutzhaft (zonder aanklacht en voor onbepaalde tijd) en lieten hen vaak zonder vorm van proces ‘in Nacht und Nebel’ verdwijnen naar concentratiekampen als het beruchte Natzweiler in de Elzas. … Opvallend is … de snelheid waarmee dit proces tegen zo’n belangrijke verdachte werd gevoerd. Het duurde maar één zittingsdag (9 mrt. 1949). Getuigen werden niet gehoord. [Harster verklaarde tijdens het proces slechts zijn plicht gedaan te hebben, van het lot dat de weggevoerde joden in Auschwitz en Sobibor wachtte was hem niets bekend, hij hoorde er pas van na de capitulatie, toen hij in geallieerde gevangenschap was geraakt en ook van de situatie in kamp Amersfoort zei hij nooit iets geweten te hebben. Wat het in Schutzhaft nemen en vervolgens naar concentratiekampen afvoeren van Nederlanders betreft, voerde Harster aan dat dat niets abnormaals was geweest. Ook de geallieerden zouden personen, die zij gevaarlijk achtten, hebben geïnterneerd. Van dit laatste punt van de tenlastelegging werd Harster vrijgesproken. De procureur-fiscaal vorderde 15 jaar. Het hof vond twee weken later 12 jaar gevangenisstraf voldoende voor de door de verdachte verleende medewerking aan het deporteren van meer dan 100.000 joden uit bezet Nederland en de ‘ernstige plichtsverzaking’ ten opzichte van de misstanden in kamp Amersfoort.] In Nederland maakte het milde vonnis van Harster weinig emoties los. [Van de twaalf jaar werd het voorarrest, bijna twee jaar, afgetrokken. In de zomer van 1950 verminderde koningin Juliana zijn straf met een jaar. Na het uitzitten van acht jaar van zijn straf herkreeg Harster zijn vrijheid. Hij werd meteen de grens over gezet. In Duitsland werd hij Oberregierungsrat op de afdeling financiën van de deelstaatregering in Beieren. In 1967 stond hij opnieuw terecht, dit maal in München. Hij bekende nu dat hij bij het begin van de deportaties het gevoel had gehad dat ‘in ganzen Gesehen (…) die Leuten der Tod bestimmt’ waren. Na zijn overplaatsing naar Italië in 1943 had hij gehoord welk lot de joden in Polen hadden ondergaan of nog te wachten stond. Hij werd tot 15 jaar veroordeeld met aftrek van de tijd die hij in Nederland in de cel had doorgebracht. Harster kwam in aug. 1968 weer vrij, mede door toedoen van Simon Wiesenthal, die een goed woordje voor hem had gedaan, omdat hij, als een van de weinige nazi’s, ‘de waarheid had verteld’.]
(Th. Gerritse, De ploert Hanns Albin Rauter en de correcte ambtenaar Wilhelm Harster. De opmerkelijke rechtspleging tegen twee SS-kopstukken. [Soesterberg 2006], p. 30 e.v.)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *