L. Alma Tadema, Lesbia
“Musje, schatje van mijn meisje,
met wie zij gewend is te spelen, die zij vaak op schoot houdt,
aan wie zij gewend is haar vingertopje te geven om naar te pikken
en bij wie zij gewend is felle beten op te wekken,
wanneer mijn stralend verlangen
zin heeft in ik weet niet wat voor lieve spelletjes,
ik denk om haar verdriet te troosten,
wanneer de laaiende hartstocht tot rust komt,
kon ik maar met jou spelen zoals zij zelf
en de sombere zorgen van mijn hart verlichten!” (Catullus, Carmen II)
