Lot en zijn dochters, geschilderd door Hendrik Goltzius in 1616
(Zie Genesis 19, 30-38: “Lot verliet echter Soar en vestigde zich met zijn beide dochters in de bergen, omdat hij niet in Soar durfde blijven. Hij ging wonen in een grot, samen met zijn beide dochters. Nu zei de oudste tot de jongste: ‘Vader wordt oud, en er is geen man in het land die bij ons kan komen zoals dat overal elders gebeurt. Kom, wij laten vader wijn drinken en gaan bij hem liggen, in de hoop dat wij van hem kinderen krijgen.’ Zij lieten dus hun vader die nacht wijn drinken, en de oudste ging bij haar vader liggen; hij merkte niets, noch toen zij kwam liggen, noch toen zij weer opstond. De volgende morgen zei de oudste tot de jongste: ‘De afgelopen nacht heb ik bij vader gelegen. Wij zullen hem ook vannacht weer wijn laten drinken, dan kun jij bij hem gaan liggen, in de hoop dat wij van hem kinderen krijgen.’ Ook die nacht lieten zij hun vader wijn drinken, en nu ging de jongste bij hem liggen; hij merkte niets, noch toen zij kwam liggen, noch toen zij weer opstond. Zo werden de beide dochters van Lot zwanger van hun vader.” (Hun zonen werden de stamvaders van de Moabieten en de Ammonieten.)
