Stadhouder-koning Willem III (1650-1702) “De Leidse historicus Roorda heeft Willem een ‘raadselachtige man’ genoemd. Dat is een juiste karakterisering aangezien Willem een uiterst gesloten, weinig spontane en terughoudende persoon was, die zijn ware gevoelens slechts aan een heel kleine kring van intimi openbaarde. … Dit gevoelloos ogende en weinig toegankelijke karakter maakte hem in de ogen van buitenstaanders tot een koude kikker. Het tegendeel was echter waar. De prins was in wezen een gevoelig, emotioneel mens, die er echter alles aan deed zijn gevoelens verborgen te houden. … Over de vraag of Willem III homoseksueel was, is al veel geschreven. Noordam, die in zijn studie over de geschiedenis van de homoseksualiteit in Nederland een apart hoofdstuk aan Willem III heeft gewijd, wijst erop, dat de term homoseksualiteit pas in de negentiende eeuw is ontstaan. Hij reserveert deze term voor mensen die zich bewust zijn van hun homoseksualiteit of uit wier gedrag blijkt dat ze een homoseksuele identiteit bezitten. Noordam gebruikt de term sodomiet om aan te geven dat iemand homoseksuele handelingen verricht. … In het leven van Willem onderscheidt Noordam drie levensfasen waarin de prins steeds verder opschoof in de richting van een homoseksueel in de twintigste-eeuwse betekenis, al moet hij toegeven, dat het absolute bewijs ontbreekt. Aanvankelijk was ik niet overtuigd van het feit, dat Willem III homoseksuele betrekkingen heeft onderhouden. Ik deelde het standpunt van Baxter, die beweert, dat Willem III het zo druk had met andere werkzaamheden dat hij geen tijd had voor seksuele relaties. Toch had ik al in 1988 bij de uitgave van een verslag over de tocht van Willem III naar Engeland van 1670-1671 … een citaat daaruit gebruikt om Willems geringe belangstelling voor vrouwen aan de orde te stellen. Iedereen was te spreken over de prins behalve ‘de Engelsche Dames omdat hij niet wercks genoegh van haer en maeckte.’ Deze mening werd meer dan 25 jaar later nog eens bevestigd door Liselotte van de Palts, een achternicht van Willem III. In een brief van 26 aug. 1696 schreef ze, dat Willem III nauwelijks aandacht aan vrouwen besteedde en bijzonder weinig met hen op had. Volgens Noordam is het opvallend dat Willem III en Mary Stuart II geen kinderen kregen en dat Willem III, voor zover bekend, ook geen bastaarden verwekte. … Pas in 1689 kwamen de geruchten over sodomie op gang in Engeland. Daarvoor, in 1682, werd Willem III zo vaak bezocht door een zekere ritmeester van Dorp, dat Huygens jr., de secretaris van Willem III, twee keer bij Baarsenburg, de kamerdienaar, informeerde naar het doel van deze bezoeken. Baarsenburg had zich op de vlakte gehouden, maar wel gezegd, dat de bezoeken al enige tijd onregelmatig plaatsvonden en soms een half uur duurden. De verdenking dat de koning sodomie pleegde, groeide in de jaren ’90. Mij lijkt het inmiddels waarschijnlijk, dat Willem III homoseksuele relaties had, maar dat hij die activiteit goed verborgen wist te houden. Dat is niet zo vreemd bij een man die de karaktertrek ‘fort dissimulé’ bezat.” (Wout Troost, Stadhouder-koning Willem III, een politieke biografie [Hilversum 2001], p. 35-37) [Opvallend is tevens het tamelijk grote aantal ‘sodomieten’ in Willems directe familie: Henry Darnley, zijn betovergrootvader, Jacobus I van Engeland en Schotland, zijn overgrootvader, Karel I van Engeland en Schotland, zijn grootvader en Philips van Orléans, zijn moeders neef. (ABdH)]
