De oude stad van Luxemburg met een deel van de kazematten.
“In 1867 waagde Napoleon [III] een nieuwe poging om het strategisch belangrijke Luxemburg te kopen. Willem [III, koning van Nederland en groothertog van Luxemburg] had daar nu wel oren naar. Boze tongen beweerden, dat er dan tevens een regeling zou worden getroffen voor ’s konings schulden bij Franse speelbanken en er werd ook gesproken over de zeer aanzienlijke financiële verplichtingen, die kroonprins Willem … in Parijs, waar hij graag kwam, had opgebouwd. In theorie waren dat geen Nederlandse staatszaken. Maar dat was theorie. Bovendien gebruikte koning Willem de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken om in Parijs – in het geheim, maar wat was geheim? – over de verkoop van Luxemburg te onderhandelen. … Uiteindelijk werd de knoop in Berlijn krachtig doorgehakt: de Pruisische gezant in Den Haag maakte duidelijk, dat Pruisen Nederland zou aanvallen indien Willem Luxemburg aan Frankrijk verkocht. Toen staakte de koning-groothertog ijlings de onderhandelingen en had Napoleon III een diplomatieke nederlaag geleden. Dat was dan ook Bismarcks bedoeling geweest. Tegelijk meende hij eventuele Oranjeboosheid over deze gang van zaken te kalmeren met een duidelijke verklaring dat Limburg [tot dan toe lid van de Duitse Bond] geheel vrij van Duitsland was. Zo kwam ons land in 1867 aan een elfde provincie …” (J.G. Kikkert, Koning Willem III)
