{Op vrijdag 23 mrt. 1962] vloog Kennedy naar Californië.] Het weekend bracht hij met Dave Powers in Palm Springs door in het luxueuze huis van de Republikeinse zanger Bing Crosby. Ze waren van plan geweest op het landgoed van Frank Sinatra te logeren, maar op aanraden van Bobby Kennedy had hij dat bezoek afgezegd. RFK was sinds eind februari op de hoogte van Hoovers inlichtingen over [Judith]Campbell en de maffia en ook van het feit dat Sinatra, een goede vriend van [Sam] Giancana, haar had omschreven als iemand ‘die het in het oosten met John Kennedy hield’. Sinatra’s relatie met de Kennedy’s was gespannen geweest sinds Jackie zich fel tegen diens betrokkenheid bij presidentiële campagne [in 1960] had verzet. Op instigatie van [Peter] Lawford was de zanger als impressario van het inaugurele gala opgetreden, maar Sinatra was volgens [Sinatra’s dochter Tina] …, beledigd dat hij Jack in het Witte Huis ‘slechts éénmaal te spreken had gekregen’. De reden was, schreef Tina, dat haar vader ‘een bladzijde in de geschiedenis belichaamde die [de Kennedy’s] liever zouden hebben uitgewist’. Tijdens de campagne was Sinatra volgens Tina opgetreden als tussenpersoon Joe Kennedy [de vader van de toekomstige president] en [maffiabaas] Giancana: Joe had Giancana nodig gehad om de steun van ‘door de maffia geïnfiltreerde vakbonden’ voor de voorverkiezing in West-Virginia te verkrijgen, maar omdat de Ambassadeur het zich niet kon veroorloven de maffiabaas zelf te benaderen, had hij Sinatra gevraagd dat namens hem te doen. (S. Bedell Smith, Stijl en Macht [Utrecht 2005], p. 269-270)
