Loches juli 2010 Logis Royal (foto: Barbara Luedecke)
“Van Tours trok het hof [van Karel VII van Frankrijk in juni 1429], nu vergezeld door Jeanne [d’Arc] naar Loches en daar werden de gesprekken over de politiek weer opgevat. Jeanne werd steeds ongeduldiger, omdat het voor haar duidelijk was wat er verder moest gebeuren. Het tweede deel van haar opdracht moest nu worden uitgevoerd; ze moest de Koning voor zijn kroning naar Reims brengen. Ten slotte kon ze het gedraal niet langer verdragen. [Jean, bastaard van Orléans, graaf van] Dunois vertelt wat er gebeurde: “De Koning was in zijn privévertrek [in het Logis Royal] … en mijnheer Christophe de Harcourt, de bisschop van Castres [Gérard Machet], die toen biechtvader van de Koning was en mijnheer van Treves, die voorheen kanselier van Frankrijk geweest was, waren bij hem. Voordat zij de kamer binnenging, klopte de Maagd [Jeanne] op de deur en toen zij binnentrad, viel zij onmiddellijk op de knieën,kuste de voeten van de Koning en sprak: Edele Dauphin, overlegt u toch niet zo lang en breedvoerig, maar ga zo snel mogelijk mee om waardig gekroond te worden.’ … Toen betrok mijnheer Christophe de Harcourt haar in het gesprek en vroeg of haar Raadgever haar dat gezegd had. Zij antwoordde bevestigend en zei dat ze in dit opzicht dringend gemaand werd. Vervolgens zei Christophe tegen Jeanne: ‘Wilt u ons, hier voor de Koning staand, niet eens vertellen wat uw Raadgever doet als hij tegen u spreekt?’ Blozend antwoordde zij: ‘Ik begrijp heel goed wat u wilt weten en ik zal het u graag vertellen.’ Toen zei de Koning tegen haar: ‘Jeanne, vertel hem alsjeblieft wat hij weten wil, in aanwezigheid van ons allen.’ En ze zei tegen de Koning dat ze het zou doen en sprak de volgende woorden, of woorden die ermee overeenkwamen: dat ze zich, als er iets niet goed ging omdat zij het niet aan haar wilden overlaten om de raad op te volgen die haar door God gegeven werd, in haar eentje terugtrok en tot God bad en Hem haar beklag deed dat de personen met wie ze sprak haar niet een, twee, drie geloofden. En als ze tot God gebeden had, hoorde ze een stem die tegen haar zei: ‘Ga, kind van God, ga, ga!. Ga en ik zal je helpen.’ En als ze die stem hoorde, voelde ze een grote blijdschap en wenste wel dat ze zich altijd zo zou voelen. En wat meer is, toen ze op deze wijze de woorden van haar stemmen herhaalde, werd zij aangegrepen door een wonderlijke vervoering en sloeg haar ogen ten hemel.” De scene moet hebben plaatsgevonden in het privévertrek achter de grote zaal van het Koninklijk Verblijf in Loches … [O]fschoon het Koninklijk Verblijf … sinds de tijd van Karel VII veranderd en uitgebreid is, is de kamer waarin het gesprek plaatsvond, evenals de grote zaal, nog steeds grotendeels intact. … Uiteindelijk werd besloten dat de Koning naar Reims zou gaan zoals Jeanne vroeg, maar dat eerst een paar plaatsen langs de Loire, die nog in Engelse handen waren, moesten worden veroverd.” (E. Lucie-Smith, Jeanne d’Arc [Amsterdam etc. 1978], p. 125-126)
