polbat101christmas.jpg

Leden van Reserve Politie Bataljon 101 van de Ordnungspolizei
“Met een totaal aantal slachtoffers van [42.000] joden in het district Lublin overtrof [operatie] Erntefest [nov. 1943] zelfs de beruchte slachting van Babi Jar buiten Kiev [meer dan 33.000 slachtoffers]. Het is alleen overtroffen door de slachting die in oktober 1941 door Roemenen was aangericht onder meer dan [50.000] joden uit Odessa. Erntefest was het hoogtepunt van [Reichsführer SS] Himmlers kruistocht tegen het Poolse jodendom. Naarmate de moordcampagne in de loop van 1942 in betekenis toenam was Himmler lastiggevallen door klachten van industriële en militaire leiders wegens het weghalen van joodse arbeiders die van wezenlijke betekenis voor de oorlogvoering waren. Vanwege dergelijke klachten, die hij als zuiver aanstellerij beschouwde, stemde hij erin toe enkele joodse arbeiders te ontzien, op voorwaarde dat ze werden ondergebracht in kampen en getto’s die volledig onder controle van de SS vielen. [In het district Lublin waren medio 1943 alleen nog ongeveer 45.000 Arbeitsjuden (mannen en vrouwen) in leven, die waren ondergebracht in de werkkampen waarover Odilo Globocnik regeerde.] Tegen de herfst van 1943 waren Himmler twee dingen duidelijk geworden. In de eerste plaats zouden de Arbeitsjuden in de kampen gedood moeten worden, wilde hij zijn missie vervullen. Ten tweede was er in de afgelopen maanden verzet gerezen onder de joden in [Warschau, Treblinka, Bialystok en Sobibor], zodra de joden daar inzagen dat ze niet meer op overleving mochten hopen. … Himmler mocht niet verwachten dat hij de werkkampen in Lublin geleidelijk of een voor een kon liquideren zonder te stuiten op verder, uit wanhoop geboren verzet van joodse zijde. De gevangenen in de werkkampen van Lublin moesten daarom overrompeld worden en bij één massale operatie gedood worden. Daarom had men Aktion Erntefest bedacht. … Leden van reserve-politiebataljon 101 hebben aan vrijwel alle fasen van het bloedbad van Erntefest in Lublin deelgenomen. [Bij de liquidatie van het grote werkkamp in Poniatowa, ten zuidwesten van Lublin, op 4 nov. ’43, waren de mannen van bataljon 101] hetzij tussen de uitkleedbarakken en de zigzag-graven [zigzagvormige loopgraven, ongeveer 3 meter breed en 3 tot 4 meter diep] op de executieplaats gestationeerd, hetzij op de executieplaats zelf. Ze vormden het menselijk kordon waartussen de [14.000] Arbeitsjuden van Poniatowa, spiernaakt en met de handen in de nek, naar de dood liepen terwijl de luidsprekers opnieuw luide muziek lieten horen in een vergeefse poging het lawaai van het schieten te overstemmen. Martin Detmold [pseudoniem] was de getuige die het dichtst bij was geweest: ‘Ikzelf en mijn groep stonden op wacht vlak voor het graf [d.w.z. de zigzagvormige loopgraven]… SD-mannen die aan de rand van de loopgraven stonden, dreven de joden [nadat die zich in barakken uitgekleed hadden en hun bezittingen afgedragen hadden] voort naar de executieplaatsen, waar andere SD-mannen met machinepistolen schoten vanaf de rand van de loopgraaf. … Deze aangelegenheid was de gruwelijkste die ik ooit van mijn leven had gezien, want ik kon vaak zien dat de joden, nadat een salvo was afgegeven, alleen maar gewond waren en dat ze, voor zover ze nog leefden, min of meer levend begraven werden onder de lijken van degenen die later werden doodgeschoten, zonder dat de gewonden een zogeheten genadeschot kregen. …'” (Ch. R. Browning, Doodgewone Mannen. Een vergeten hoofdstuk uit de jodenvervolging [Amsterdam 1993], p. 170 e.v.)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *