Prins Bernhard en Sefton Delmer: “Een dag vóór de verjaardag van de koningin, op 29 april 1956, lunchte een oude vriend van prins Bernhard, de Britse journalist Sefton Delmer, op Paleis Soestdijk … Prins Bernhard zelf noemde deze lunch de eerste weer normale familiebijeenkomst in tijden. Direct na afloop nam hij Delmer echter mee naar zijn studeerkamer en bracht hem uitgebreid op de hoogte van binnen Soestdijk gerezen conflicten. Hij moest maar eens gaan praten met professor J. Waterink (hoogleraar pedagogiek aan de Vrije Universiteit …, die het koninklijk gezin had geadviseerd bij de opvoeding en schoolkeuze van de prinsessen). Delmer bezocht niet alleen Waterink, maar had ook een gesprek met Greet Hofmans en Kaiser [vertrouwensman van Hofmans en organisator van de Oude Loo-bijeenkomsten]. Al op 4 mei had hij een artikel klaar liggen. … Op 8 mei [1956] had Beyen [minister van Buitenlandse Zaken] – intussen door [premier] Drees, of door Tellegen [directeur van het kabinet der Koningin], of wellicht door beiden op de hoogte gebracht van Delmers activiteiten – een gesprek met de prins. Deze zegde hem toe dat hij met Delmer in de komende dagen zou spreken, hij had hem toch al uitgenodigd de van 11 tot 13 mei te Kopenhagen te houden Bilderberg-conferentie bij te wonen. Beyen en Delmer hadden vervolgens op 14 mei, direct na afloop van de conferentie, een gesprek, waarin Beyen erin slaagde Delmer te overreden de publicatie van het artikel uit te stellen. Intussen had ook de Nederlandse ambassadeur in Londen, Stikker, de eigenaar van [Delmers krant] de Daily Express, Lord Beaverbrook, verzocht eventueel het bedoelde artikel niet te publiceren. Beyen zond direct een verslag van zijn gesprek met Delmer aan Drees. … Het artikel [zo meldde Beyen] ging uitsluitend over ‘mej. Hofman’, de om haar gegroepeerde ‘believers’ en hun invloed op de koningin. … Beyen vervolgde: “Delmer acht de publicatie van belang, omdat hij, afgezien van de news-value, in de invloed van de Hofman-clique een gevaar ziet. Deze clique heeft een stijgende tendens om zich op politiek terrein te begeven en dreigt, bewust of onbewust, onder communistische invloed te komen. Het is beter, volgens Delmer, niet langer verstoppertje te spelen. Publicatie zal de Regering gelegenheid geven eindelijk in deze zaak in te grijpen. De Prins, met wie Delmer sedert 1929 bevriend is, heeft zich niet met de zaak bemoeid en is in geen enkel opzicht in Delmer’s onderzoekingen betrokken geweest.” … Op 20 mei liet Delmer Beyen weten dat zijn hoofdredacteur akkoord was gegaan ’to hold up publication for the time being’. (H. Daalder, Drees en Soestdijk [Amersfoort 2006], p. 82-86)
