Prins_Bernhard.jpg

Prins Bernhard in 1944 (Wikipedia)
In De Telegraaf van 22 jan. 1977 publiceerde journalist Henk de Mari, naar aanleiding van de zaak-Menten, een artikel, waarin Jeanette Kamphorst, oud-verzetsstrijdster (in de illegaliteit bekend als De Zwarte Panter), die op Mallorca woonde, een hoofdrol speelde. “Zij wist alles van de ‘stadhoudersbrief’. Kamphorst had namelijk “een origineel van die brief en twee vrienden in Holland … hebben een kopie.” De brief was volgens de Zwarte Panter gedateerd op 24 april 1942. Ze weigerde echter hem te laten zien. Ook Menten had van die brief geweten, zo zei ze. Kamphorst blijkt nóg een verrassing in petto te hebben: prins Bernhard had na zijn huwelijk met prinses Juliana (7 januari 1937) 100.000 Rijksmarken ontvangen van het Reichssicherheitshauptambt voor het verstrekken van inlichtingen. Als bewijs had de Zwarte Panter De Mari een proces-verbaal overhandigd waarop hij, eenmaal terug in Nederland, kon voortborduren. … [Kamphorst vertelde De Mari ook dat Leonie Brandt “op eigen houtje” alle grote Duitse boeven had verhoord: Schöngarth, de vrienden van Menten, Lages, Rühl en Viebahn. Brandt] [Zij] “had van een gevangenisdirecteur een secretaresse gekregen, een veroordeeld meisje. Zij heette Lientje T. en zij was secretaresse van Willy Lages geweest, had gevrejen met een andere mof en [was] door de beruchte Sikkel in de doodstraftang genomen. Ze kreeg ten slotte 15 jaar en zat er 5 van uit.” [Kamphorst had bij een inbraak allerlei processen-verbaal gestolen. Ze] beschikte over een proces-verbaal van het verhoor van Lientje T., waarin deze het verhaal over het verhoor van Schöngarth uit de doeken doet. Het proces-verbaal was opgemaakt nadat Lientje had geklaagd dat ze niet alles had mogen uittikken wat Lages en Schöngarth hadden verteld: zoals het verhaal van de stadhoudersbrief en de 100.000 Rijksmarken die aan … [prins Bernhard] zouden zijn betaald. …[Kamphorst] vertelde echter niet hoe ze aan dé brief was gekomen. [De Mari vermeldt niet of hij haar daar ook naar heeft gevraagd.] … Terug van Mallorca spoorde [De Mari] Lientje T. op in Brabant, waar ze inmiddels was getrouwd met “een niet onbekende Nederlander”. … [De Mari vroeg haar of het waar was wat Kamphorst had verteld. Zij antwoordde:] “Ik zou graag zeggen dat het niet waar is, omdat ik hier niets meer mee te maken wil hebben. Maar het is wél waar. Ik heb Lages en Schöngarth of Lages óf Schöngarth dat indertijd over prins Bernhard horen zeggen tegen Leonie [Brandt, een “medewerkster” van het Bureau Nationale Veiligheid]. En dergelijke verklaringen mocht ik nooit uittikken. Daar heb ik me inderdaad over beklaagd.” [Op 29 dec. 1978 publiceerde Jan Pijper in Nieuwe Revue nieuwe onthullingen: hij had twee mensen gevonden die het bestaan van de stadhoudersbrief bevestigden. Eén van beiden wilde anoniem blijven, maar de ander, Gerard van Reede, naar eigen zeggen voormalig Duits-Britse dubbelspion, wilde wel praten. Vaststond in ieder geval dat hij contacten had gehad met hoge SD’ers.] Pijper was inmiddels bij de Zwarte Panter op Mallorca geweest. Ze had Pijper verteld dat Van Reede de stadshoudersbrief kende en hem zelf in handen had gehad. Hoe de brief in Nederland was terechtgekomen en waar hij zich bevond, wilde ze niet zeggen. Ze wilde wel kwijt dat hij met de hand was geschreven en door Bernhard was ondertekend. De brief was door nog iemand anders ondertekend, wiens of wier naam ze eveneens weigerde te noemen. Kamphorst vertelde ook dat er kopieën van bestonden, onder andere bij de Britse Secret Intelligence Service. Die dienst had haar verboden tot publicatie over te gaan. Net als Van Reede zou ze voor de Britten hebben gewerkt, met wie zij nog steeds contacten zou onderhouden. Van Reede ondertekende echter op 7 dec. 1978, dus nog vóór de publicatie in Nieuwe Revue, een verklaring, waarin werd gesteld dat de brieven, die in het bezit van Kamphorst waren en waarin onder meer gesproken werd over prins Bernhard, “vals” zijn. Zij vormen een onderdeel van een Abwehrplan waarin mij een taak was toegedacht. Ik heb echter nimmer mijn deel ten uitvoer gebracht. De brieven zijn destijds door de Abwehr ontworpen en uitgevoerd.” … De Telegraaf heeft Jeanette Kamphorst later driekwart miljoen gulden voor de brief geboden, maar ze bleef weigeren. … [In 2003] heeft zich opnieuw een getuige gemeld, zij het niet publiekelijk. Deze heeft inmiddels in een door hem ondertekende verklaring vastgelegd dat de ‘stadhoudersbrief’ bestaat. Hij beweert hem met eigen ogen te hebben gezien en stelt ook te weten waar hij wordt bewaard. Onderzoek zou hebben uitgewezen dat de brief niet is vervalst. Interessant is dat deze getuige gezien zijn positie en contacten in ieder geval de mogelijkheid heeft gehad om tot de plaats waar de stadhoudersbrief (eventueel) in kopie zou kunnen worden bewaard door te dringen. Dat deze getuige de monarchie een meer dan warm hart toedraagt, lijkt reden om zijn verklaring niet zonder meer naar de prullebak te verwijzen. … “(G. Aalders, Leonie. Het intrigerende leven van een Nederlandse dubbelspionne [Amsterdam 2003, p. 301 e.v.)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *