Grafmonument Willem Joseph van Ghent in de Domkerk te Utrecht
“Mei 1667 deed Van Ghent uiteindelijk alsnog mee aan de zo lang voorbereide Tocht naar Chatham, het succes waarvan voornamelijk zijn verdienste was. Met als vlaggenschip eerst de zware Dolphijn en daarna het fregat Agatha (kapitein was Hendrik Vollenhove) en aan boord gedeputeerde Cornelis de Witt voor het politieke toezicht, voerde hij vanaf 21 juni 1667 met lichtere schepen de aanval uit op de Engelse vloot, door geldgebrek opgelegd in de dokken aan de Medway. Drie van de zwaarste linieschepen werden neergebrand; de HMS Royal Charles als trofee meegenomen. Dit was de grootste maritieme overwinning die Nederland ooit tegen Engeland zou boeken en de zwaarste maritieme nederlaag die de Britten in hun geschiedenis zouden lijden. Van Ghent kreeg van de Staten-Generaal een gouden herdenkingsbeker die echter in de late 18e eeuw verloren zou gaan: de toenmalige eigenaar trapte uit woede de beker kapot toen hij een heffing moest betalen over gouden voorwerpen.
Onmiddellijk nadat hij de Royal Charles bij het Goereese Gat had afgeleverd, vertrok Van Ghent meteen weer op de Dolphijn naar de Shetlandeilanden om de retourvloot uit Indië van Joan van Dam te escorteren. Zijn viceadmiraal was Johan de Liefde; zijn schout-bij-nacht Hendrik Brunsveld. Hij moest zo mogelijk een haven daar veroveren, maar daar zag hij vanaf. Op 25 oktober, de Vrede van Breda al getekend, keerde hij terug op de rede van Texel samen met de Oost-Indiëvaarders.”(Wikipedia)
