SCHWEINFURT.jpg

Schweinfurt 1943
“Speer heeft later gezegd dat hij ondanks de gruwelen van de bommenoorlog voor de bevolking al spoedig geen aanleiding meer had om al te zeer te vrezen voor de gevolgen [van de geallieerde bombardementen] voor de bewapeningsindustrie op de korte termijn … Veel meer verontrustte Speer in ieder geval de gedachte dat de Amerikaanse generale staven, die sinds kort bij de strijd betrokken warten, de luchtoorlog een nieuwe wending zouden geven door de aanvallen te richten op de weinige maar onontbeerlijke economische zenuwcentra, of, zoals hij in een aanschouwelijk beeld formuleerde, door het brongebied van de bewapening in plaats van de delta te treffen: de verwoesting van maar één van de vier of vijf voor de oorlog belangrijke productiesectoren zou niet te overziene consequenties hebben. Zijn zorg richtte zich naast de chemische industrie, de staalindustrie en de belangrijkste verkeersknooppunten, vooral op Schweinfurt waar bijna de helft van de Duitse kogellagerindustrie was geconcentreerd. Zijn herhaalde eisen om de fabrieken grondiger te beschermen hadden geen efect gesorteerd. Vooral Göring was door deze eisen gekwetst en had met zijn gebruikelijke arrongantie verzekerd dat zijn jagers de vijandelijke toestellen wel uit de lucht zouden vegen. Toen echter de achtste Amerikaanse Bommenwerpersvloot op 17 augustus 1943 Schweinfurt bombardeerde, stootte ze niet op noemenswaardige tegenstand, en de kogellagerindustrie daalde in één keer met bijna 40 %. Pas na de oorlog ontdekte Speer dat de geallieerde luchtmachtleiding de kans van slagen van een snelle tweede aanval weliswaar had onderkend, maar deze ondanks Harris'[Arthur “Bomber” Harris, commander-in-chief van RAF Bomber Command 1942-1945] protest niet had doorgezet. Wanneer men dat wel had gedaan en ook de overige kogellagerfabrieken had getroffen, zou volgens Speer de wapenproduktie ‘na vier maanden volledig tot stilstand zijn gekomen’ en was de oorlog voorbij geweest. Pas midden oktober verschenen de ‘vliegende forten’ weer boven Schweinfurt. Maar intussen had men ook hier de luchtafweer versterkt, zodat het boven de stad tot een van de meest dramatische luchtgevechten van de hele oorlog kwam. Aan de Duitse zijde werd deze slag gevoerd met een uiterste krachtsinspanning. De Amerikaanse formaties leden zulke zware verliezen dat Schweinfurt voor langere tijd van bombardementen verschoond bleef. Maar in plaats van zich op andere voor de oorlog belangrijke industrieën te richten, sloten de Amerikanen zich gedurende enige maanden aan bij de Britse stategie van de luchtoorlog tegen de burgerbevolking. Het duurde tot februari 1944 voor een nieuwe aanval op Schweinfurt volgde, waarbij de kogellagerfabrieken aldaar tezamen met die in Erkner, Bad Cannstadt, en Steyr met twee bombardementen in vier dagen grotendeels werden verwoest. Daarna ging het Combined Command opnieuw het toevalsprincipe hanteren, en begin april hielden de aanvallen op de intussen deels verplaatste kogellagerindustrie helemaal op. De kans op een voortijdige beëindiging van de oorlog was defintief verkeken.” (J. Fest, Speer, Architect van Hitler [Amsterdam 2004], p. 232-234)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *