SAM_4543.JPG

De epitaaf van Joris van Egmond in de Domkerk van Utrecht:

Tussen twee pijlers van het koor, in het zuidoostelijke vak van de sluiting, staat de cenotaaf van bisschop joris van egmond († 1559), die in het klooster van Saint-Amand in Frankrijk, waarvan hij abt geweest was, overleed en begraven, maar wiens hart in de Dom bijgezet werd.

afbeeldingen. Kopergravure (ca 1700) in engelen, Grafs en Wapenen 1, blz. 50 =+ Catal. top. atlas suppl. nr. 857; tekening door a. van cuylenburg in O.I. inkt (1849) = Catal. top. atlas nr. 624; litho (1857) door j. van liefland in Utrechts Oudheid = Catal. top. atlas nr. 626.

Het monument, waarvan de ornamentiek gepolychromeerd is, rust op een hoge sokkel en bestaat uit een zwart marmeren geprofileerde plaat, waarop vier korte pijlers een dubbele zwart marmeren zerk dragen (afb. 348). Daarboven verheft zich op twee rood marmeren pijlers een zandstenen boog, waarover zich een forse kroonlijst profileert. De pijlers onder de boog zijn aan hun front- en achterzijden als pilasters behandeld en aan de kant van het koor versierd met arabesken, waarin maskers en grotesken in vegetale ornamenten opgenomen zijn en waarin bovendien een schildje met het jaartal 1549 voorkomt. Aan de kant van de kooromgang vertonen de pilasters een ander motief: van onder naar boven een herm, een sater, een tempeltje en een vaas. De binnenwelving van de boog is behandeld als een gecassetteerd tongewelf, waarin wapenschilden zijn aangebracht en langs de randen, in kleine rechthoekige velden, vijfpuntige sterren. De sluitsteen in het midden toont het opschrift exerce pietatem, de lijfspreuk van de bisschop. Ook in elk van de vier boogzwikken is in een medaillon een wapenschild gebeeldhouwd. De archivolten zijn versierd met concentrische parellijsten en een rondstaaf, onderbroken door telkens twee parels (een astragaal). De kroonlijst is versierd met reliëfs, voorstellend toegewende vogels of griffioenen te wz. van drievoetige korven met vruchten (verscheidene van deze reliëfs zijn verdwenen).

De beeltenis van de bisschop zou zich, in knielende houding en gericht naar het Sacramentshuis, onder de boog bevonden hebben en is, naar buchel verzekert, ‘furore plebeo dejecta’. De veronderstelling is geopperd, dat tussen de sokkel en de dubbele zerk in een schrijn het hart van de bisschop geplaatst was (van rooijen).

De buitenkant van de twee pijlers is, nauwelijks zichtbaar doordat de pijlers van het koor vrijwel onmiddellijk aansluiten, versierd met twee zones van nissen met een bekroning in de vorm van een schelp. Op de vergulde binnenkant van de pijlers is in Romeinse kapitalen een opschrift aangebracht, weergevende de fundatiebrief waarbij de bisschop een mis ter ere van het heilig Sacrament instelt die ten eeuwigen dage voor zijn zielerust gelezen moest worden.

Bij van rooijen de volledige tekst, evenals in gen. herald. gedw. waar tevens de geslachten genoemd worden welker wapens afgebeeld zijn.
Het monument is in 1908 gerestaureerd met behulp van een tekening, toen in het bezit van f.j. nieuwenhuis. De kroonlijst was geheel verdwenen (vgl. de litho en de beschrijving in j. van liefland, Utrechts Oudheid in afbeelding en beschrijving, Utrecht 1857, blz. 125-129), van het gebeeldhouwde fries daaronder waren slechts enkele fragmenten over, die los op het monument lagen; ook van de hieronder geplaatste geprofileerde lijst ontbraken reeds stukken. De achterzijde was dichtgemetseld geweest en witgeschilderd, blijkens de tekening van het Domkoor door Pieter Saenredam (afb. 325).
+ litteratuur. heda hist. ep.; bat. sacr. 1, 246; buchel traj. bat. 174; gen. herald. gedw. 213; a. van rooijen, George van Egmond’s oorkonde in de Utrechtse dom. Een eeuwgetijde, in arch. aartsb. utr. 1900, blz. 97-119. (www.dbnl.org)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *