Jeroen Bosch, de hooiwagen
Op het middenpaneel is te zien hoe – onder het alziend oog van een Christus als Man van Smarten – een hooiwagen wordt bestormd door een hysterische mensenmenigte, waarvan iedereen een beetje hooi probeert te bemachtigen. De kar wordt voortgetrokken door angstaanjagende demonen, terwijl de kar gevolgd wordt door een stoet hoogwaardigheidsbekleders, waaronder koningen, edelen en een paus. Op de voorgrond is te zien hoe het hooi in de zakken van monniken en kwakzalvers terechtkomt.
Uit verschillende laatmiddeleeuwse bronnen blijkt dat hooi geassocieerd werd met wereldse zaken, zoals bedrog, ijdelheid, materialisme en genotzucht. Hooi komt bijvoorbeeld voor in de spreekwoorden ‘iemands kaproen met hooi vullen’ (iemand bedriegen) en ‘de wereld is een hooistapel, en ieder neemt daarvan zoveel hij vatten kan’.[1] Ook komt het voor in formuleringen als ‘tis al hoy’ (het is allemaal hooi) en ‘alle vlees is hooi’, steeds verwijzend naar de vergankelijkheid van de mens. Deze uitdrukkingen zijn te herleiden tot de Bijbelpassage:
Aanhalingsteken openen
Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds.
Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des Heeren daarin blaast; voorwaar, het volk is gras.
Aanhalingsteken sluiten
— Jesaja, 40:6-7.
(Wikipedia)
