Braat

Met dank aan de heer H.M. Kuypers, die mij enkele van de hieronder geciteerde akten heeft aangereikt.

Geraadpleegde literatuur:

Onze Voorouders, deel II, Kwartierstaten en stamreeksen van leden van de afdeling Rijnland van de Nederlandse Genealogische Vereniging (Leiden 1992)

A. Stamreeks Braat

B. Kwartierstaat van de kinderen van Aelbert Sijmonsz. Braet en Mariken Dirck Franckendr.

A. Stamreeks.

I. vermoedelijk: Claes Jacobsz.Braet, geboren naar schatting ca. 1475, zoutkoper te Dordrecht, overleden in of na 1544, trouwde Adriana Jacopsdochter.

– 19 aug. 1544: Claes Braet zoutkoper verklaart, dat hij voor zichzelf en zijn vrouw “renoncheert ende te buijten gaet mids desen alle alzulke erffenisse ende successie van goede[re]n als hem comparant zoude moegen ancomen ende besterven bij dode van Geertgen Willem de Mansdochter de welke een suster[s] dochter is van Adriana Jacopsdochter zijn comparants echte huijsvrou”. Voorts verleent comparant machtiging aan de executeurs-testamentair van wijlen Claes de Man te Leiden, namelijk mr. Pieter Heij, mr. Aelbert Jansz., mr. Arien Meusz. en Lucas Jansz., om in zijn plaats te verkopen alle goederen, die de nicht van zijn vrouw zijn aangekomen door overlijden van haar oomClaes de Man “en de selve penninghen daer van comende weder te beleggen an lijfrenten soe haren goeden raedt gedragen zal”. (ORA Dordrecht inv. 694, f. 41)

– 4 nov. 1544: Claes Jacopsz. Braet zoutkoper, poorter van Dordrecht en zijn vrouw Adriana Jacopsdr. verklaren, dat Adriana’s zuster een dochter heeft, ongeveer 35 [?] jaar oud, genaamd Geertgen Willemsdr. de Man, die gehandicapt is en “haer sinnekens” niet machtig is, zodat zij een curator nodig heeft. Comparanten willen echter het curatorschap niet aanvaarden, omdat zij “oude luijden” zijn en hun nicht niet inDordrecht maarin Leiden woont. Zij verklaren afstand gedaan te hebben van hun aanspraken op Geertruijds nalatenschap. (ORA Dordrecht inv. 694, f. 57 e.v.)

Kind:

vermoedelijk :a. Jacob Claesz. Braet, volgt II

II. Jacob Claesz. Braet, geboren ca. 1501,(65 jaar in 1566),”zoutvoerder”,schipper, deken van het Sint Anna- of Grote Gilde binnen de Nieuwkerk te Dordrecht,overleden tussen 28 sept. 1571 en 11 jan. 1577, trouwde Jaepken Willemsdr., overleden vóór 8 aug. 1571

– 11 aug. 1546: mr. Adriaen Brouwer, priester en vicaris, verkoopt aan Willem Henricxsz. Vlaming schipper een huis staande achter in de Heer Heymansuysstraat tussen beide bruggen, belend aan de ene zijde door de “kameren” van Pieter Damasz. en aan de andere zijde door het huis van Arent heer Cornelisz. Borg: Jacop Claesz. Braet de oude. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 13 Vlaamse ponden. Borg: Jan Dircxsz. schuitenvoerder. (ORA Dordrecht inv. 1531 (nieuw), akten 111 en 112)

– 16 mei 1550: Jan Denisiusz. verklaart, dat zijn schoonvader Jacop Claesz. Braet hem betaald heeft van alzulke 300 Car. gl. als hij hem met Digna, zijn dochter, ten huwelijk beloofd had, te weten in geld 200 gl. en een rentebrief uit 1544 van 1 pond groten Vlaams jaarlijks, verzekerd op 2 morgen land in Nieuw-Lekkerland, waarvan het hoofdgeld een somma van 100 Car.gl. bedraagt. (ORA Dordrecht inv 697, f. 10)

– 16 mei 1550: Jacop Claesz. Braet “zoutvoerder” de oude transporteert aan zijn schoonzoon Jan Denisiusz. een rentebrief van 1 pond Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 1533 (nieuw), akte 12)

– 12 sept. 1552: verklaring door o.a. Jacop Claesz. Braet schipper, 51 jaar oud, deken van het Sint Anna-gilde ter Nieuwkerk. (ORA Dordrecht inv. 698, f. 120v)

-4 april 1554 (in margine: deze akte is niet gepasseerd): Willem Jacopsz. schipper, Cornelis Jacopsz., Jan Dionijsz., als man van Digna Jacopsdr., Steven Tonisz., als man van Marichen Jacopsdr., Jacop Claesz. [Braet], als vader van Matgen Jacopsdr. en Ariaentgen Jacopsdr., Adriaen Jansz., als vader van Jop en Willem Adriaensz., verwekt bij Neeltgen Willemsdr., Reijer van Nes, als man van Neeltgen Boijens, Jop Lenertsz. de sledenaar, als man van Soetgen Phillipsdr. en als voogd van Marichen Phillipsdr, Baertgen Adriaensdr., als moeder van Claes Joesten, Claertgen Joesten en Marigen en Neeltgen Joesten, samen vervangende Joest Adriaensz. portijer, “die impotent is”, allen erfgenamen mr. Adriaen Brouwer Cornelisz., in zijn leven pastoor van de Nieuwkerk te Dordrecht, verkopen, krachtens het testament van mr. Adriaen Brouwer, aan de kerkmeester van de Nieuwkerk een jaarlijkse losrente van 4 gl., verzekerd op een huis in de dwarsgang bij de Nieuwkerk, staande tussen het huis van mr. Arien Jaeger en dat van Heijnrick IJevensz. (ORA Dordrecht inv. 699, 102v e.v.)

– 24 april 1554: de in de voorgaande akte genoemde personen verkopen Arien Halling het voornoemde huis. Waarborgen: Jacop Claesz. voor zijn “klucht”, Jacop Bol voor de tweede “klucht”,en Jop Lenertsz.en Marichen Phillipsdr. en Baertgen [Adriaensdr.] voor de derde “klucht”. (ORA Dordrecht inv. 699, f. 109v en 110)

14 nov. 1561: Adriaen Pouwelsz., Dirck Pouwelsz. en Anthonis Pouwelsz., gebroeders wonende te Papendrecht, samen erfgenamen van wijlen Pouwels Claesz., hun vader, zijn overeengekomen met Jacob Claesz. Braet en Willem Fransz., als dekens van het Sint Anna-gilde of Grote Gilde binnen de Nieuwkerk te Dordrecht, dat van alzulke jaarlijkse “geamortiseerde” renten van drie Wilhelmus schilden jaarlijks als het gilde sprekende heeft op achtenhalve morgen land in Papendrecht aan de oostzijde, welke hun, comparanten, zijn aanbestorven bij overlijden van hun vader, zij beloven te betalen jaarlijks voor elk schild 33 stuivers in specie. (ORA Dordrecht inv. 703)

– 13 april 1562: verklaring door o.a. Jacob Claesz. Braet, 60 jaar oud, op verzoek van Willem van Wanraij, burger van Nijmegen. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 149)

– 3 juli 1562: Cornelis Nijssen verleent procuratie aan zijn oom Jacob Claesz. Braet. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 230)

– 24 sept. 1563: verklaring door Jacob Claesz. Braet, 60 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 704, f. 24v)

– 15 dec. 1564: verklaring door Jacob Claesz. Braet, ongeveer 61 jaar oud, op verzoek van Herber Adriaensz. alias den Ronden, zeilmaker en burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 725, f. 82v)

-5 juli 1566: verklaring op verzoek van Wouter Jansz. schipper door Jacob Claesz. Braet, 65 jaar oud, inwonende poorter van Dordrecht. Hij getuigt, dat ongeveer drie maanden eerder, vóór de ziekte van mr. Adriaen de Jaeger priester, hij in het klooster van de nonnen mr. Adriaen heeft ontmoet, die zeer boos was en zich erover beklaagde, dat Matgen Dirck Adriaensdr., de vrouw van Jan Claesz. de Jaeger, van hem een pond Vlaams meer vroeg”op elck jaer dan hij hemzelven ten huijse vande voorsz. Matgen inde cost besteet hadde”. Mr. Adriaen zei voorts tegen Braet: “Ick zalt haer wel verlerenende sal gaen toe en revoceren mijn oude codicille ende maecken dat de achtergelaten kinderen van Cornelis Claesz. [mr. Adriaens broer] … diep parten ende deelen zullen inde goede[re]n die ick achterlaten zal”. (ORA Dordrecht inv. 705, f. 181)

– 1568: Jacob Claesz. Braet, schipper en Adriaen Ariensz. “cooman”, als dekenen van het St. Anthonis-altaar in de Nieuwkerk, maken een inventaris “van seeckere perceelen van goederen, dewelcke totten selven altaer competerende is”, van rentebrieven, geld etc. en van ornamenten en misgewaden, die overgebleven zijn na de brand van de Nieuwkerk op 25 jan. 1568. (J.L. van Dalen, Geschiedenis van Dordrecht, deel II (Dordrecht 1936), p. 712)

Brand van de Nieuwkerk (1568) door Jan Doudijn

15 juni 1570: compareren voor schepenen van Dordrecht Claes Jacobsz. schipper, 22 jaar oud, Jaepken Jacobsdr., 19 jaar oud en Digna Jacobsdr., 16 jaar oud, allen nagelaten kinderen van Jacob Adriaensz. schipper, geassisteerd met hun oudoom Jacob Claesz. Braet, en verklaren door de executeurs-testamentair van hun ouders vergenoegd en betaald te zijn van de goederen, welke hun oudtante Marijken Gerritsdr. beheerd heeft en hun zijn nagelaten door hun vaderJacob Adriaensz. en hun moeder Truijken Pietersdr. De genoemde executeurs-testamentair hebben daarvan rekening gedaan in tegenwoordigheid van Jacob Claesz. [Braet] en Eeuwout Jansz. [Telder] (ORA Dordrecht inv. 709, akte 226)

– 8 aug. 1571: Jan Dionisiusz., als man van Digna Jacobsdr., transporteert aan Jasper [Casper] Pietersz. olieslager “alzulcke actie, recht ende toeseggen als hem comparant eenichsins is competerende op ende jegens Jacob Claesz. Braet, ter cause van de achtergelaten gueden van wijlen Jaepken Willemsdr. zaliger, zijn voorsz. huijsvrouwen moeder.” (ORA Dordrecht inv. 728, f.224v)

– 11 jan. 1577: op verzoek van de erfgenamen van Henrick Gijsbertsz. Monster verklaart Jacob Claes Ulricxsz., procureur voor het Gerecht van Dordrecht, ongeveer 39 jaaroud, dat voornoemde Henrick Monster bij hem in huis gewoond heeft en dat hij Henrick na het overlijden van Jacob Claesz. Braet gevraagd heeft, wat hij zou doen met het huis, waarin Jacob Claesz. Braet gestorven is, of hij zou verkopen of verhuren. Henrick heeft daarop geantwoord: “Ick soude deen helft wel moegen vercopen maer de penningen mosten geleijt zijn aen renten want ick nijet dan mijn lijfftocht daeraen en hebbe.” Toen de deposant hem daarop vroeg, of hij de helft van het huis zou willen verhuren, heeft Henrick gezegd, dat Marijcken Jacobsdr.wel zin had om het huis van hem te huren en bereid was daarvoor te betalen, zoals ook door haar man verklaard was. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 244v)

– 1580 (50e penning Dordrecht, f. 58v ): de erfgenamen van Jacob Claesz. Braet verhuren voor 60 gl. per jaar aan Cornelis Dircxsz. spelvercooper een huis in de Voorstraat bij de Heer Heymansuysstraat (belenders: Marijken Ariaensdr. en Jan Aertsz.)

– 13 nov. 1582: comp. Cornelis Jacobsz. brouwer, voor zichzelf en Marichgen Jacobsdr., weduwe van Steven Thonisz., erfgenamen van wijlen Jacob Claesz. Braet, voor de ene helft en Adriaen Louff, Willem Dionijsz., Cornelis Dionijsz. en Cornelis Pietersz., als man en voogd van Sijcken Dionijsdr. [kinderen van Dionijs Jansz. en Lijnken Nijssen] en Pieter Simonsz., voor zichzelf en vervangende Jaepgen Roocken, zijn halfzuster, allen erfgenamen van wijlen Lijsbeth Thonisdr. voor de andere helft. Comparanten verkopen aan mr. Jacob Robosch een huis in de Kannekopersbuurt [Voorstraat], staande tussen het huis van Jan Aertsz. en dat van Marijcken Adriaensdr. linnennaaister. Jacob Robosch is schuldig aan verkopers 756 Rijnse gl. voor de ene helft en een zelfde bedrag voor de andere helft.Borg: Laurens Robosch apotheker. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 401v e.v.)

– 1585: Adriaen Louff, als erfgenaam van Adriaen [sic]Claesz. Braet, krijgt een lijfrente van 31 sch. 10 d., jaarlijks verschijnende op 4 aug., betaald door de stad Dordrecht voor het jaar 1584. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2607, f. 54)

– 1586: Adriaen Louff, als erfgenaam van Jacob (Adriaen is doorgehaald) Claesz. Braet, ontvangt van de stad Dordrecht een lijfrente van 9 ponden 11 sch., over het jaar 1585 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3inv. 2608, f. 58v)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Cornelis Jacobsz. Braet, geboren ca. 1527,brouwer te Dordrecht,trouwde Cleijsgen Henricxsdr. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 143)

– 7 juni 1577: Cornelis Jacobsz. Braet, als man en voogd van Cleijsken Henricxdr., voor zichzelf en Anthoenis Anthoenisz. korenkoper, als man en voogd van Marijken Jansdr. voor zichzelf, hiertoe speciaal gemachtigd door Joest Alblas, ontvanger generaal van de geannoteerde goederen en middelen in het Land van Voorne en door Marinus Cornelisz., Willem Davidtsz., als man en voogd van Ariaentken Jansdr. enClaes Jansz. Cruijenier, als man en voogd van Neeltken Jansdr., allen erfgenamen van Jan Joesten en Margaretha Ariensdr., verkopen aan Gijsbrecht Helwichs een huis op de Riedijk, genaamd “die Zwaen”, staande tussen een erf, dat de stad toebehoort en het huis van comparanten. Waarborgen: Cornelis Jacobsz. Braet, Anthoenis Anthoenisz. en Claes Jansz. Koper is schuldig aan verkopers een somma van 1300 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 252 gl. Borg: Coenraed Helwichs kleermaker. Dezelfde verkoperstransporteren aan Baernt Thoenis een erf gelegen op de Riedijk tussen het huis van Lucas Herwardijn en het erf van comparanten. (ORA Dordrecht inv. 712, f. 98 en 98v)

– 5 mei 1578: Thonis Anthonisz., als man van Marichge Jansdr., Cornelis Jacobsz. Braet, als man van Cleijsgen Henricxdr., Niclaes Jansz. Cruijenier, als man van Neeltgen Jansdr. en Anthonis Anthonisz. nog als procuratie hebbende van mr. Joost Jansz. Alblas, de broer van zijn vrouw en Marinus Cornelisz., als man van Adriaenken Jansdr., verkopen aan Ghijsbrecht Helwich een huis op de Riedijk, staande tussen het huis “de Swaen” en het huis “’t Lam Godts”. Koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 1275 gl. (ORA Dordrecht inv. 734, f. 3)

– 1585: [Cornelis Jacobsz. Braet, als erfgenaam van] Jacob Braet “bij transporte” van mr. Joost van Alblas, als “actie hebbende van Adriaen Jobsz.”, ontvangt van de stad Dordrecht een lijfrente van 2 ponden jaarlijks, betaald voor het jaar 1584, bij kwitantie van Cornelis Jacobsz. Braet. (Stadsarchief Dordrecht inv. 2607, f. 54)

– 19 dec. 1587: verklaring door Cornelis Jacobsz. Braet, ongeveer 60 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 20)

b. Willem Jacobsz. Braet, geboren naar schatting ca. 1525, volgt III.

c. Marijken Jacobsdr., geboren ca. 1527, trouwde Steven Thonisz. schipper

– 16 okt. 1599: op verzoek van Machtelt, Thoentge, Baertge en Hillegont Wenssen Jansdochters verklaren Marijken Jacobsdr., weduwe van Steven Thonisz. schipper, 72 jaar oud en Machtelt Jacobsdr., weduwe van Claes Claesz. van Oudewaterolieslager, 65 jaar oud, dat zij zeer goed gekend hebben Cornelis Jansz. van Meegen, van Breda,de grootvader van de rekwiranten en dat hij bij zijn vrouw Wijffue Cornelisdr., van Dordrecht (die een dochter vaneen oudoom van hen, deposanten, was)slechts ééndochter verwekt heeft, genaamd Aerjaentgen van Meegen Cornelisdr., welke Aerjaentgen [die derhalve hun achternicht was]getrouwd is geweest met Jan WenssenJacopsz., van Dordrecht, die bij haar verwekt heeft de voornoemde rekwiranten, m.n. Machtelt Wenssen, weduwe van Thomas Thomasz., Thoentge Wenssen, de vrouw van Damas Jopsz. van Slingelant, secretaris van de Weeskamer te Dordrecht, Baertge Wenssen, weduwe van Adriaen Jacopsz., cipier van de Putocxtoren te Dordrecht, Hillegont Wenssen, die in Heusden getrouwd is, maar van wiens man zij de naam niet kennen en nog enkele kinderen, die reeds zijn overleden.Deposanten hebben altijd “familiaire omgang”met Cornelis van Megen en zijn dochter Aerjaentgen gehad, zoals dat onder bloedverwanten gebruikelijk is. (ORA Dordrechtinv. 897, geen folionrs.)

d. Digna Jacobsdr., trouwde naar schatting ca. 1550 Jan Denisiusz.

– 8 aug. 1571: Jan Dionijsz. transporteert aan Jacob Claesz. Braet en Cornelis Dionijsz. een waterbrief van 66 ponden 13 sch. 4 groten Vlaams, sprekende op Anthoenisz. Matheusz., binnenschipper en poorter van Goes. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 223v)

– 8 aug. 1571: Jan Dionijsz.verklaart, dat hij tot betaling van hetgeen hij schuldig is aan zijn crediteuren, m.n. Dirck de Leeuw, Herber Jansz. van Beaumont, Wouter Stevensz., Pieter van Dilsen, Henrick den Dorst, Thomas Jan Nobis, Lenard Poolvoet, en Goert van Brecht, aan hen getransporteerd heeft een huis in de Kannekopersbuurt, staande tussen het huis van de erfgenamen van wijlen Cornelis Roerom en dat van Cornelis Schot. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 224)

– 8 aug. 1571: Jan Dionisiusz., als man van Digna Jacobsdr., transporteert aan Jasper [Casper] Pietersz. olieslager “alzulcke actie, recht ende toeseggen als hem comparant eenichsins is competerende op ende jegens Jacob Claesz. Braet, ter cause van de achtergelaten gueden van wijlen Jaepken Willemsdr. zaliger, zijn voorsz. huijsvrouwen moeder.” (ORA Dordrecht inv. 728, f.224v)

e. Machtelt (Matgen) Jacob Claesdr. “de olieslaagster”, geboren ca. 1534 (ORA Dordrecht inv. 897, akte dd 16 okt. 1599), “van Dordrecht” (1575),trouwde 1e naar schatting ca. 1555 Adriaen Jansz. Louff, olieslager, overleden ca. 1560, 2e (vóór 28 sept. 1571) Caspar Pietersz. olieslager, 3e NG Dordrecht 14 mei 1575 Claes Claesz. (Vinck)van Ouwater, “van Oudewater” (1575), olieslager, overleden ca. 1583

– 19 juli 1560: Machtelt Jacobsdr., weduwe van Adriaen Jansz. Louf, is schuldig aan Adriaen van Mousienbrouck Govertsz., Gijsbrecht van Haerlem Jansz. en Sijmon van Cappel Jansz., als Heilige-Geestmeesters van de Nieuwkerk te Dordrecht, een somma van 138 gl. wegens de koop van een erf met twee kamertjes, staande achter in het Torenstraatje tussen het huis van Trijntge Neelmans en dat van Aeltge Foppens weduwe, strekkende voor van de straat tot achter op de gracht. (ORA Dordrecht inv. 722, akte 218)

– 14 nov. 1560: boedelscheiding van de goederen, nagelaten door Adriaen Jansz. Louff olieslager, door zijn weduwe Machtelt Jacob Claesdr. met haar gekoren voogd enerzijds en Loijken Adrijaensdr., ongeveer 16 jaar oud, voordochter van Adriaen Jansz. Louff, verwekt bij Anna Reijer de Jongendr., met haar gekoren voogd, Adrijaen Adrijaensz. Louff en Jan Gerritsz., als neven en naaste verwanten van vaderszijde van Annechgen Adrijaensdr., dochter van Adriaen Jansz. Louff, verwekt bij voornoemde Machtelt Jacob Claesdr., anderzijds. Tot de nalatenschap behoort o.a. een huis met een oliemolen en huisachter die oliemolen, met alles wat bij de oliemolen hoort, zoals paarden, tonnen, gereedschappen etc., staande op de Riedijk tussen het huis van Claes Joesten en dat Damas Theeusz., die bij de scheiding worden toebedeeld aan Machtelt. Laatstgenoemde zal aan Loijken vóór Bamisdag 1561 een bedrag van 50 gl. uitkeren,waarvoor Jacob Claesz. zich borg stelt. Machtelt zal tevens tot haren laste nemen eenlosrente van2 Vlaamse ponden, welke Adrijaen Jansz. Louff schuldig was aan het weeskind van Laurens Adrijaensz., door hem verwekt bij Marijchen Jansdr., Adrijaens zuster. (ORA Dordrecht inv. 702, f. 67)

– 28 sept. 1571: Caspar Pietersz. olieslager en zijn vrouw Machtelt Jacobsdr. zijn schuldig aan Janneken Cornelis Oemsdr., weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont brouwer, een somma van 11 ponden 15 schellingen Vlaams, die Janneken “te cort comen zal aen haere somme van LVIII ponden vijf scell. Vls. haer bij Jan Nijssen bekent sculdich te zijn” krachtens twee waterbrieven, elk inhoudende 400 gl., sprekende op Anthonis Merthensz. Brune, schipper van Reimerswaal. De comparanten beloven die 11 ponden 15 sch. aan Janneken Oems te betalen een jaar na het overlijden van Machtelts vader, Jacob Claesz. Braet, uit de goederen, die zij of hun kinderen van hem zullen erven. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 903)

– 1583: boedelscheiding van Claes Claesz. van Oudewater tussen zijn weduwe, Machtelt Jacobsdr., enerzijds en Siond Lus, als door het Gerecht van Dordrecht aangestelde voogd over de kinderen van Claes van Oudewater, m.n. Jan Claesz. en Thonis Claesz., verwekt bij zijn eerste vrouw, Janneken Jansdr. enJanneken en Jaepken Claesdr., verwekt bij zijn tweede vrouw, Machtelt Jacobsdr., anderzijds.Jan en Thonis Claesz. krijgen een rentebrief van 1100 schilden, sprekende op hun oom Adriaen Jansz., die in Polsbroek woont, “welcken brieff in den brant ende het innemen van Oudewater verbrant es.” Machtelt behoudt alle overige goederen, maar zal haar stiefzoonsnaast de rentebrief van 1100 schildennog een bedrag van 200 gl. uitkeren. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 299)

– 19 mrt. 1596: Machtelt Jacobsdr., weduwe van Claes Claesz. van Ouwater, is borg voor Willem Jaspersz. Osseweijer. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 43v)

Kinderen:

e-1. Annechgen Adriaensdr. Louff

f. Ariaentgen Jacobsdr.

III. Willem Jacobsz. Braet, geboren naar schatting ca. 1525, schipper (vermeld 1567), houthaker te Dordrecht(een houthaker is iemand die met een haak houtvlotten uit elkaar trekt, maar in dit verband vermoedelijk synoniem met houthandelaar), overleden tussen 1591 en 1594, trouwde naar schatting ca. 1555 (vóór 9 juni 1562) Joetken [Judith] Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1535,dochter van Cornelis Sijmonsz. en Aelbertken Sijmonsdr., herbergierster te Dordrecht

– 9 juni 1562: Aelbertken Sijmonsdr., weduwe van Cornelis Sijmonsz., voor de ene helft en Willem Jacobsz., als man en voogd van Joetken Cornelisdr., Adriaen Henricksz. Vlaminck, als man en voogd van Marijchen Cornelisdr. en Andries Joosten, als man en voogd van Lucia Cornelisdr., voor de andere helft, verkopen aan Seger Fransz. een huis genaamd “de Swaen”, staande buiten de Vuilpoort tussen het huis van Olivier van de Velden en dat van Cornelis Damen. Waarborg: Willem Cornelisz. Koper kent schuldig aan Aelbertken Sijmonsdr. wegens de koop van het voornoemde huis, een bedrag van 115 ponden groten Vlaams, te betalen met 20 ponden Vlaams alle jaren op meidag. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 203v-204v)

– 10 juli 1566: comp. Sijken Adriaensdr., weduwe van Aert Hermansz. Wor, voor de ene helft en Adriaen Halling, als voogd van de nagelaten weeskinderen van wijlen Aert Hermansz. Wor, m.n. Adriaen en Cornelis Aertsz. en Aelltgen en Annechen Aertsdr., voor de andere helft. Comparanten verkopen aan Aelbertken Sijmonsdr., weduwe van Cornelis Sijmonsz., een huis in de Breestraat, staande tussen het huis genaamd “de Baerse” en het huis van Jan Bouwensz. Waarborg: Jan Willemsz. hellebaardier. Koopster kent schuldig een somma van 220 gl. Borg: Willem Jacobsz. (ORA Dordrecht inv. 705, f. 189)

– 8 okt. 1566: Jan Bouwensz. korenmeter verkoopt aan Cornelis Willemsz. bakker een huis in de Breestraat, dat aan één zijde wordt belend door het huis van Aelbrechtken Sijmonsdr. (ORA Dordrecht inv. 706, f. 18v)

– 15 febr. 1567: op verzoek van Geleijn Cornelisz., wonende buiten de Vuilpoort, verklaren Corstiaen Willemsz., 44 jaar oud en Aelbertken Sijmonsdr., weduwe van Cornelis Sijmonsz., dat zij lange tijd, te weten Corstiaen 20 jaar en Aelbertken 25 jaar lang, herberg gehouden hebben. (ORA Dordrecht inv. 706, f. 132v)

– 1 juli 1572: Pieter Jansz. verkoopt een losrente, verzekerd op een huis in de Breestraat, dat aan één zijde belend wordt door het huis van Willem Jacobsz. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 70v)

– 22 mrt. 1575: Aelbertken Sijmonsdr., weduwe van Cornelis Sijmonsz., verkoopt aan Michiel Ariensz., nagelaten weeskind van wijlen Arien Michielsz. schipper,een losrente van 9 gl. jaarlijks, verzekerd op twee naast elkaar staandehuizen in de Cellebroersstraat [Dolhuisstraat], belend aan de ene zijde door het huis van Adriaen de Luetering en aan de andere zijde door het huis van Adriaen de Bel. (ORA Dordrecht inv. 710, f. 245)

– 28 juni 1577: Willem Jacobsz. Braet, “leverier van houte”,verkoopt aan Dirck Bastiaensz. en Quirijn Willemsz. een huis in de Breestraat, staande tussen het huis van Louff Aertsz. en dat van Pieter Jansz. kuiper. Koopsom niet vermeld. (ORA Dordrecht inv. 733, f. 58v)

– 29 aug. 1584: verklaring door o.a. Willem Jacobsz., 57 jaar oud, gezworen “levrier” of houthaker “deser Stede van den Luijcxen houte.” (ORA Dordrecht inv. 738, f. 17v)

– 6 aug. 1584: comp. Adriaen Henricxsz. Vlaminck, als man en voogd van Marijcken Cornelisdr., Jan Henricxsz,, wonende te Rotterdam, als man en voogd van Lucia Cornelisdr., Simon Willemsz. [Braet] schipper, voor zichzelf en vervangende Cornelis Willemsz., Roocxgen Willemsdr., Lijsgen Willemsdr., Claes Willemsz. en Marijcken Willemsdr., zijn zusters en broers, allen erfgenamen van wijlen Aelbert[ken] Sijmonsdr. en verklaren in die hoedanigheid verkocht te hebben aan Willem Jacobsz. Braet een huis in de Cellebroersstraat, staande tussen het huis van Andries Michielsz. bontwerker en het huis van Roocxgen Willemsdr., weduwe van Wouter Woutersz., niet meer belast dan met 3 Rijnse gl. jaarlijkse losrente. Koper kent schuldig aan verkopers 23 ponden 6 schellingen en 8 groten Vlaams, te betalen alle jaren op meidagen 4 ponden gr. Vls., hiervoor verbindende het voornoemde huis. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 616)

– 19 mei 1594: comp. Henrick Cornelisz., Arien Stevensz., Dingenken Jacobsdr., weduwe van Jan Nijs, Machtelt Jacobsdr. de olieslaagster, weduwe van Claes Claesz. van Ouwater, ieder van hen voor zichzelf en tevens vervangende de nagelaten weeskinderen van Willem Jacobsz. Braet, Neeltgen Joppen, jonge dochter, voor zichzelf en vervangende Adriaen Joppen, haar broer en Adriaentgen Joppen, haar zuster, Neeltgen Willemsdr., jonge dochter, voor zichzelf en vervangende Pieter Willemsz., haar broer en Neeltgen Joosten, weduwe van Jan Jansz. schipper, voor zichzelf en vervangende Claertgen Joosten, haar zuster, allen erfgenamen van mr. Arien Brouwer, in zijn leven pastoor van de Nieuwkerk te Dordrecht *en Willem de Jonge Willemsz., burgemeester en Govert van Beaumont Jansz., Heilige-Geestmeesters, van wege het nagelaten weeskind van Marijcken Philipsdr., uitlandig zijnde. Comparanten verkopen aan Adriaen van Hoogeveen brouwer 2/3 parten in twee huizen in de Heer Heymansuysstraat, staande tussen de brouwerij van de koper en het huis van Neel Molenaer. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 192v)

* Heer Adriaen Brouwer, pastoor van de Nieuwkerk in 1544. (A. Nelemans, Hic conditur. De graven van de Nieuwkerk te Dordrecht. [Amsterdam 2006], p. 331)

16 mei 1552: Arien Jansz. schipper verkoopt aan Thomas Gerritsz. schiptimmerman een losrente, verzekerd op een huis in de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Herman van Cuijlenborch en dat van mr. Arien Brouwer. Borg: Geertgen, weduwe van Jan Wijnesz. (ORA Dordrecht inv. 721, f. 135)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Sijmon Willemsz. Braet, geboren naar schatting ca. 1555, volgt IV

b. Roocksken Willemsdr. Braet, geboren naar schatting ca. 1556, trouwde 1e NG Dordrecht 5 okt. 1577, Wouter Woutersz. [hun zoon Wouter Woutersz. noemt zich Verbraeck (Onze Voorouders II, p. 57, kw. 513)], jongman van Vlissingen, huistimmerman, overleden te Dordrecht vóór 15 febr. 1605, 2e NG Dordrecht 8 okt. 1600 Pieter Stevensz., weduwnaar van Dordrecht, houthaker (1600)

Kinderen (ex 1):

b-1. Wouter Woutersz. (Verbraeck), geboren naar schatting ca. 1577, trouwde Ploentgen Pietersdr., mogelijk dochter van Pieter Stevensz. houthaker

– 10 dec. 1603: Wouter Woutersz., Steven Pietersz., Herman Jansz., Cornelis Willemsz. en Gijsbrecht Gerritsz., allen als voogden van het weeskind van Pieter Stevensz., verwekt bij Roecxken Willemsdr., transporteren een rentebrief. (ORA Dordrecht inv. 747

– 15 febr. 1605: Wouter Woutersz., voor zichzelf, als echtgenoot van Pleuntken Pietersdr., voor 2/4 parten en Herman Jansz., als man van Judith Woutersdr., voor 1/4 part, transporteren aan Cornelis [akte breekt hier af en is doorgehaald] (ORA Dordrecht inv. 748, f. 15v)

b-2. Judik Woutersdr., geboren Dordrecht 1578, van Dordrecht (1600), overleden na 6 mei 1649, trouwde 1e NG Dordrecht 5 nov. 1600 Herman Jansz., van Dordrecht (1600), 2e NG Zwijndrecht 8 juni 1608 Cornelis Jansz., jongman van Zwijndrecht (1608), bode van de dijkgraaf en heemraden van Zwijndrecht (sommige van zijn kinderen noemen zich De Bondt, anderen Boode, zoon Clement voert de naam Van Vliet) (Onze Voorouders II, p. 56 en 57, kw. 512 en 513)

Kind (ex 2):

b-3. NN, geboren ca. 1600, overleden na 10 dec. 1603

c. Cornelis Willemsz. Braet, geboren naar schatting ca. 1557, weduwnaar van Dordrecht, schipper,(1602) trouwde 1e NN, 2e NG Dordrecht 4/18 aug. 1602 Heijlten Jan Lenaertsdr., van Dordrecht, weduwe van Jan Jansz. [schipper] (1602)

Kinderen (ex 2, allen NG gedoopt te Dordrecht):

c-1. Willem Cornelisz. Braet, sept. 1603, jongman van Dordrecht, “levrier van den Luickschen Houthaeck” wonende bij de Vuilpoort (1637), trouwde NG Dordrecht 7/21 juni 1637 Geertruit Jansdr. (van Bijlevelt), jonge dochter van Breda, wonende achter het Stadhuis van Dordrecht (1637)

Kind:

c-1-1. Heijltgen (Helena) Willemsdr. Braet, gedoopt NG Dordrecht juni 1640, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Vuilpoort (1668) trouwde NG Dordrecht 15 jan. 1668 (ondertrouw)Nicolaes Braet, jongman van Dordrecht wonende bij de Beurs (1668)

c-2. Neelken (Cornelia) Cornelisdr. Braets, mrt. 1605, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1645),trouwde NG Dordrecht 9 april 1645 (otr.) Hendrik Hechtermans, voorlezer, weduwnaar van Breda, wonende bij de Vuilpoort te Dordrecht(1645)

Kind:

c-2-1. Cornelis Hechtermans, gedoopt NG Dordrecht okt. 1647

c-3. Judith Cornelisdr. Braet (Brantz), febr. 1607, van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1635), trouwde NG Dordrecht 25 mrt./10 april 1635 Hendrick Pietersz. van den Bosch, jongman van Nieuwkoop,zeilmaker (1635)

c-4. Jan, nov. 1611

c-5. NN, jan. 1613

d. Lijsbet Willemsdr., trouwde Hendrick Jansz.

e. Marijcke Willemsdr., overleden voor 31 okt. 1602, trouwde Cornelis Claesz.

f. Claes Willemsz. Braet

g. Jacomijntje Willemsdr., trouwde NG Dordrecht (otr.) 1 febr. 1585 Jan Melsz. van Cronenborch

IV. Sijmon Willemsz. Braet, geboren ca. 1555, schipper, overleden tussen 19 juli 1603 en 1 nov. 1603, trouwde naar schatting ca. 1578 Neeltgen Lambrechts/Lammens

– 3 juli 1584: Sijmon Willemsz. is met Claes Adriaensz., Cornelis Adriaensz. en Willem Adriaensz. borg voor Jacob Lambertsz. schipper, die aan Sier Adriaensz. schipper 428 gl. schuldig is wegens de koop van een huis in het Torenstraatje. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 579)

– 12 nov. 1588: verklaring op verzoek van Pieter Jansz., schipper en burger van Dordrecht, namens Willem Henricxsz., door Arien Willemsz. Bouff, ongeveer 35 jaar oud en Sijmon Willemsz., ongeveer 33 jaar oud, beiden schippers en burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 242)

– 1594 (verponding Dordrecht): Sijmon Willemsz. betaalt voor zijn huis in het Riedijkstraatje 2 ponden en 10 schellingen. (belenders: Willem Dirksz. en Pieter Ariaensz. Schoenneman) (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 111)

– 31 okt. 1602: compareren Sijmon Willemsz. Braet, Cornelis Willemsz. Braet, Pieter Stevensz., als echtgenoot van Rooxken Willemsdr., Henderick Jansz., als echtgenoot van Lijsbeth Willemsdr., allen ooms en naaste bloedverwanten van het weeskind van Marijken Willemsdr., bij haar verwekt door Cornelis Claesz. Zij verlenen procuratie aan Claes Willemsz. Braet, resp. hun broer en zwager, om uit hun naam de goederen van het voornoemde weeskindover te dragenaan de Weeskamer te Amsterdam, opdat die goederen door de Weesmeesters aldaarnaar behoren beheerdzullen worden. Getuigen: Herman Jenefaesz. en Jan Jaspersz. Coninck. (ONA Dordrecht inv. 4, f. 27)

– 19 juli 1603: Wouter Woutersz., getrouwd met Ploentgen Pijetersdr., Steven Pijetersz., en Herman Jansz., getrouwd met Judith Woutersdr., mitsgaders Gijsbert Gerritsz. en Simon Willemsz. Braet, als voogden van het weeskind van Pieter Stevensz. houtwerker, allen erfgenamen van Pijeter Stevensz., verkopen aan Michijel Cornelisz. timmerman een huis in de Grote Spuistraat. (ORA Dordrecht inv. 747)

– 1 nov. 1603 [deze akte is door een beschadiging gedeeltelijk onleesbaar]: Arent Dammert (…) van Abel van (…) van Eck, als man en voogd van (…) van Nispen, kinderen van wijlen Cornelis Gerritsz. van Nispen, verklaren verkocht te hebben aan de kinderen en erfgenamen van Sijmon Willemsz. Braet bepaalde rentebrieven van 2 ponden Vlaams, verleden door Jan Govertsz. speldenmaker op 9 juli 1596 en dat ter voldoening van zeker legaat, aan Sijmon gemaakt door Maria Cornelisdr., eertijds weduwe van Adriaan van Nispen [en later gehuwd met Adriaen Henricxsz. Vlaminck] (ORA Dordrecht inv. 747, f. 163)

– 28 april 1606: Gerrit van Nispen Cornelisz.verkoopt aan Jan Govertsz. de eigendom van een rentebrief van 36 gl. jaarlijks, verleden door Henrick Jansz. Put op 5 okt. 1605. Koper neemt hiervoor op zich aan de twee jongste kinderen van Sijmon Braet, m.n. Lambrecht en Aelbrecht Sijmonsz.Braet, te betalen een somma van 900 gl.met de verlopen interest vandien, welk bedrag Gerrit van Nispenverplicht is te voldoen aan genoemde kinderen op grond van het testament van Adriaen van Nispen Gerritsz., gepasseerd op 27 nov. 1599. In margine: comp. Jan Govertsz. ijzerkoper en verklaart de voornoemde schuld volledig te hebben voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 25 aug. 1612. (ORA Dordrecht inv. 748, f. 136v)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Cornelis Sijmonsz. Braet, geboren ca. 1579, schippersgezel van Dordrecht (1603),trouwde NG Dordrecht 23 febr.1603/13 april 1603 Machtelt Willem Adriaensdr., van Dordrecht (1603)

– 27 mrt. 1613: Cornelis Sijmonsz. Braet, schipper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Adriaen Theunisz. alias Dijenaer, schipper en burger van Dordrecht, een karveelschip, dat ligt in de haven voor de Heer Heymansuysstraat. Koper is schuldig een somma van 1100 gl., te betalen in jaarlijkse termijnen van 150 gl. Borgen: Claes Sijmonsz. Vaer schipper en Mathijs Jansz. huurvaarder, burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 11, f. 41)

– 3 dec. 1610: Huijbert Jansz. Poth schipper verkoopt aan Cornelis Sijmonsz., schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Heer Heymanssuysstraat, staande tussen het huis van Meijer van den Bosch en de tuin van Hendrick van Nispen Adriaensz. schepen in wette. Waarborg: Claes Govertsz. schipper. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 400 gl. Borg: Claes Sijmonsz. Braet. (ORA Dordrecht inv. 751, f. 136v)

– 31 dec. 1614: verklaring door o.a. Cornelis Sijmonsz. Braet, schipper en burger van Dordrecht, ongeveer 35 jaar oud, op verzoek van Dirick Diricksz. van Nattenhoven Maaschipper. (ONA Dordrecht inv. 11, f. 431v)

Kind:

a-1. Jacob Cornelisz. Braet, boekdrukker, van Dordrecht, wonende in de Breestraat (1641), trouwde NG Dordrecht 22 dec. 1641 Geertruijt Hendricksdr., weduwe van Pieter Cornelisz., van Dordrecht, wonende in de Breestraat (1641)

b. Claes Sijmonsz. Braet, geboren ca. 1582, volgt Va

c. Aelbert Sijmonsz. Braet, geboren naar schatting ca. 1585, volgt Vb

d. Lijsbet (Lijsken), gedoopt NG Dordrecht nov. 1586, overleden vóór 10 febr. 1605

e. Lambrecht Sijmonsz., geboren naar schatting ca. 1595, overleden na 28 april 1606

f. NN, gedoopt NG Dordrecht juli 1595

g. Judit Sijmonsdr. Braet, overleden vóór 10 febr. 1605

Va. Claes Simonsz. Braet, geboren ca. 1582, schipper te Dordrecht (1620, 1623), schipper van Dordrecht wonende in het Torenstraatje (1605),trouwde NG Dordrecht 30 jan./20 febr. 1605 Magdaleenken (Leenken, Lijnken) Cornelis Jacobsdr., geboren naar schatting ca. 1580, van Dordrecht (1605)

– 10 febr. 1605: Claes Sijmonsz. Braet verklaartontvangen te hebben uit handen van Gerrit Cornelisz van Nispen, als geinstitueerde erfgenaam vanwijlen Adriaen Gerritsz. van Nispen, zijn oom, een bedrag van300gl., welke door de voorn. Adriaen Gerritsz van Nispen gemaakt en gelegateerd zijn volgens testament van 27 nov. 1599, waarvan de voorn. Gerrit tot zijn comparants huwelijkse dag de rente betaald heeft “in conformite van der selven testament” en nog de somma van 150 gl. over zijn comparants portie in de somma van 600 gl.door de voorn. Adriaen van Nispen bij zijn testament gelegateerd aan Judit en Lijsbeth Sijmons, comparants overleden zusters, mitsgaders de interest vandien. (ORA Dordrecht inv.754, f. 3)

– 9 nov. 1615: Claes Sijmonsz. Braet, schipper te Dordrecht, verkoopt aan Cornelis Francken, burger van Dordrecht, 14 gl. jaarlijkse losrente, te betalen elk jaar op Baafmisdag (1 oktober), verzekerd op een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Hugo Repelaer en dat van Jan Cornelisz. (ORA Dordrecht inv. 756, f. 96v)

– 1620 (verponding Dordrecht): Claes Sijmonsz. schipper betaalt voor zijn huis in de Wijngaardstraat 37 schelllingen 6 duiten. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 121)

– 4 mrt. 1623: compareren Claes Sijmonsz. Braet, ongeveer 41 jaar oud, Claes Cornelisz., ongeveer 36 jaar oud, Henrick Jansz., ongeveer 44 jaar oud, schippers en burgers van Dordrecht en Adriaen Cornelisz., gildeknecht van het Grootschippersgilde te Dordrecht, ongeveer 52 jaar oud. Zij verklaren op verzoek van Steven Cornelisz., schipper van Gouda, dat Steven acht of negen jaar geleden van Cornelis Gerritsz., schiptimmerman en burger van Dordrecht, een smalschip heeft gekocht, dat toentertijd gevoerd werd door Pieter Willemsz. (ONA Dordrecht inv. 13, f. 405 e.v.)

– 1 okt. 1636: op verzoek van Henrick en Frans Jansz., schippers van Nijmegen, verklaart Jan Schotter, schipper wonende “in de Roer”, dat de rekwiranten en Claes Sijmonsz. Braet twee dagen tevoren onenigheid gehad hebben aangaande zeker schip, dat Braet zei van de vader der rekwiranten gekocht te hebben. (ORA Dordrecht inv. 908, f. 1)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

b-1. Peter, nov. 1605

b-2. NN, jan. 1608

b-3. Simon Claesz. Braet, geboren ca. 1608, volgt VI

b-4. NN, nov. 1610

b-5. Lijsken, jan. 1613

b-6. NN, juli 1614

b-7. NN, aug. 1615

b-8. Cornelia, sept. 1617

b-9. Johannes, okt. 1620

b-10. Adriaentken Claesdr. Braet, jan. 1623, jonge dochter van Dordrecht, wonende op Dwarskade (1650), trouwde NG Dordrecht 21 aug./6 sept. 1650 Geleijn Pietersz. Kool, jongman van Dordrecht, schipper, wonende op de Hopkade (1650)

b-11. Cornelia, dec. 1626

Vb. Aelbert Sijmonsz. Braet, geboren naar schatting ca. 1585,schipper van Dordrecht wonende op het Nieuwkerkhof (1612), overledenkort vóór 12 juli1625, trouwde NG Dordrecht 10 juni/8 juli 1612 Marijken Dirck Franckendr., geboren naar schatting ca. 1590,van Dordrecht, wonende in het Torenstraatje (1612), weduwevan Aelbert Sijmonsz. schipper wonende in de Torenstraat(1631),trouwde 2e NG Dordrecht 26 jan./11 febr. 1631 Mathijs Crijnsz. (Quirijnen) Nobel, schipper, weduwnaar van Dordrecht wonende bij deVuilpoort (1631) (NB: uit het tweede huwelijk geen kinderen), dochter van Dirck Francken en Dijnken (Dignelken, Dingna) Pieter Pietersdr.

– 21 juli 1612: Aelbert Sijmonsz. Braet, schipper en burger van Dordrecht, erfgenaam van Adriaen Geeritsz. van Nispen, verklaart volledig voldaan te zijn door Jan Govertsz., ijzerkoper te Dordrecht, van al hetgeen hem en zijn inmiddelsoverleden broer Lambrecht Sijmonsz. aanbestorven was door overlijden van Adriaen Geeritsz. van Nispen, zijn [oud-] oom. Voor de nakoming hiervan heeft Jan Govertsz. speciaal verbonden zijn huis, genaamd “het Hert”, staande tegenover het Stadhuis. (ORA Dordrecht inv. 854, f. 153)

– 25 sept. 1614: Adriaen Luenisz. huistimmerman, burger van Dordrecht, verkoopt aan Cornelis Francken, schipper en burger van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 21 gl., verzekerd op een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Aelbert Sijmonsz. en dat van Jan Cornelisz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 755, f. 87v)

– 18 mei 1616: Aelbrecht Sijmonsz. Braet, schipper en burger van Dordrecht, als mede-erfgenaam van Sijmon Willemsz. Braet, zijn vader, transporteert ten behoeve van de kinderen van Oth Willemsz. speldenmaker, verwekt bij Stijntgen Jansdr., zijn huidige vrouw, een rentebrief van 2 ponden Vlaams jaarlijks, verleden door Jan Govertsz. speldenmaker voor schepenen van Dordrecht op 9 juli 1596. (ORA Dordrecht inv. 855)

– 18 april 1619: Albrecht Sijmonsz. Braet, schipper en burger van Dordrecht, is waarborg voor Adriaen Willemsz., schipper en burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 760, f. 23 e.v.)

– 1620 (verponding Dordrecht): Aelbert Sijmonsz. schipper betaalt 3 ponden 15 schellingen voor zijn huis in de Torenstraat. (Belenders: Abraham Willemsz. metselaar en Ariaen Jansz. Prisener) (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 117v)

– 9 okt. 1621: Adriaen Repelaer Thonisz. en Pauwels Adriaensz., schepenen in wette en weesvaders te Dordrecht, voor zichzelf en in voornoemde hoedanigheid, verkopen voor 970 gl. aan Aelbrecht Sijmonsz. Braet, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Heer Heymanssuysstraat, staande tussen het huis van Cornelis Reijersz. twijnder en het erf van de weduwe van Adriaen van Nispen. (ORA Dordrecht inv. 762, f. 71v e.v.)

– 12 juli 1625: extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Aelbert Sijmonsz. Braet en zijn vrouw Marijken Dirksdr., gepasseerd ten overstaan van notaris G. de Jager te Dordrecht. Zij hebben in dat testament tot voogden aangesteld Claes Sijmonsz. Braet en Hendrick Willemsz. Breet [sic] en de Weeskamer uitgesloten van hun na te laten boedel. In margine: op 12 juli 1625 compareert Claes Sijmonsz. Braet en verklaart de voogdij te aanvaarden.(Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 45)

– 7 april 1639: testament van Mathijs Quirijnen Nobel schipper en zijn vrouw Marijken Dircken, burgers van Dordrecht. Hij benoemt tot erfgenamen zijn zuster Marijken Crijnen Nobel en de kinderen van zijn overleden broer Dirck Crijnen Nobel. Als zij als eerste overlijdt,laat zij haar goederen na aanhaar twee voordochters, met name Neeltgen en Dingentgen Aelbrechtsdrs., bij haar verwekt door Aelbert Sijmonsz. Braet, haar eerste man zaliger en haar huidige man Mathijs Crijnen, elk voor een gerecht 1/3 deel. Zij secluderen de Weeskamer. Geen voogden vermeld. (ONA Dordrecht inv. 59, f. 891 e.v.)

Kinderen:

a. Neeltgen Aelbrechtsdr. (Aelbert Sijmonsdr.), jonge dochter van Dordrecht wonende in het Torenstraatje (1634), weduwe wonende in het Torenstraatje (1642), trouwde 1e NG Dordrecht 3 dec. 1634 Abel Cornelisz. Ouboter, jongman van Dordrecht, schippersgast wonende in de Wijngaardstraat(1634), zoon van Cornelis Thonisz. Ouboter schipper en Neelken Pieter Cornelisdr.,2e NG Dordrecht 20 juli 1642 (ondertrouw) Nicolaes Catmans Jansz., jongman van Klundert, bakker wonende in de Kannenkopersbuurt [deel van de Voorstraat te Dordrecht] (1642)

Kind (ex 1):

a-1. Cornelis Abelsz. Ouboter, jongman van Dordrecht, wonende op de Nieuwe Haven (1656), bakker, schipper, trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 23 april/7 mei 1656 Cornelia van den Berch Adriaensdr., jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Vismarkt (1656)

– 17 jan. 1686: testament van Jasper van den Berch, burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij prelegateert aan Cornelis van den Berch, zoon van Abraham van den Berch, zijn overleden broer, een bedrag van 1000 gl., aan zijn neef Anthonij van den Berch, eveneens zoon van zijn broer Abraham, wonende te Delft, 1500 gl., aan Marija Ouboter, vrouw van Leendert Jacobsz. schiptimmerman en dochter van zijn zuster Cornelia van den Berch, 1500 gl., aan Cornelia Ouboter, eveneens dochter van zijn zuster Cornelia, 500 gl., aan Adriaen Ouboter, zoon van zijn zuster Cornelia, 1000 gl., en aan zijn dienstmaagd, Christijna Gijslem, mits zij bij zijn overlijden nog bij hem inwoont, een bedrag van 200 gl. en “eerlijcke” rouwkleren. De testateur legateert aan de weduwe van Cornelis Jansz. Neelneef, “op te Made”, vier obligaties van resp. 150, 50, 75 en 50 gl., met de daarop verlopen interesten. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn zuster Cornelia van den Berch en haar drie kinderen, Marija, Cornelia en Adriaen Outboter, elk voor een 1/4 part in de ene helft, en Cornelis Abrahamsz. van den Berch, Anthonij Abrahamsz. van den Berch en Anna Abrahamsdr. van den Berch, kinderen van zijn overleden broer Abraham, elk voor een 1/3 part in de wederhelft. Tot executeurs van zijn testament en voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn neef Isaack Canijn en zijn goede bekende mr. Hugo Baen, thesaurier van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 190, f. 371 e.v.)

-21 april 1697: Cornelis Ouboter, oud-schipper en burger van Dordrecht, ziek in bed liggende, passeert zijn testament ten overstaan van notaris J. Melanen te Dordrecht. Hij verklaart, dat hij nu ongeveer 2 1/2 jaar bij zijn schoonzoon en dochter, Herman Pelckman en Marija Ouboter, “inden kost gewoont heeft”, zonder hun daarvoor iets betaald te hebben. Hij wil derhalve, dat na zijn overlijden aan Pelckman en zijn vrouw uit zijn “gereedste” na te laten goederen de al betaalde en nog te betalen “mondkosten” vergoed zullen worden. Hij stelt zijn dochter Cornelia Ouboter, of bij vooroverlijden haar wettige kinderen, aan tot erfgenaam in slechts haar “blote” legitieme portie. Tot erfgenamen van al zijnoverige na te laten goederen benoemt hij zijn schoonzoon en dochter, Herman Pelckman en Marija Ouboter. Hij stelt Pelckman aan tot voogd over zijn onmondige erfgenamen. De testateur tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 194, f. 210 e.v.)

– 13 mei 1697: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Cornelis Ouboter, oud-schipper en burger van Dordrecht, overleden op 13 mei 1697, beschreven door notaris J. Melanen op verzoek van Cornelia Pelckman, echtgenote van Frans de Riedt, bierdrager, thans op zee varende, en Herman Pelckman, bierdrager en burger van Dordrecht, als man van Marija Ouboter, samen kinderen en erfgenamen van voornoemde Cornelis Ouboter.

Baten:

– een schepenenschuldbrief ten laste van Davidt Crena viskoper, verzekerd op een huis, vanouds genaamd “den Snuijter”, staande omtrent de Grote Vismarkt 800 gl.

– een notariële obligatie verleden door Frans Hamers, luitenant op de “uijtlegger” van de Lek, onder borgtocht van Willem de Ringh, op 25 nov. 1694 60 gl.

– contant geld 276 gl. 14 st. 8 penn.

– huisraad en kleren, waaronder een zwarte hoed, aangenomen door Pelckman “ende in plaets vandien aent soontgen een niewen hoet gecoft”, en een pruik

Lasten:

– Herman Pelckman en Marija Ouboter hebben tegoed over mondkosten, die zij voor de overledene gedurende 2 1/2 jaar (van nov. 1694 tot mei 1697) hebben voorgeschoten 250 gl.

– Cornelis Ouboter en zijn vrouw Cornelia van den Berch hebben in het testament, dat zij hebben gepasseerd voor stadhouder en heemraden van Krimpen aan de Lek, aan hun dochters Cornelia en Marija Ouboter gemaakt de “bloote legittima portie” in de nalatenschap van de eerstoverlijdende van hen, testateuren, welk testament door het overlijden van Cornelia van den Berch is bevestigd.

– Marija Ouboter en haar man hebben de doodschulden, de begrafeniskosten en het salaris van de notaris betaald.

Het totaal der baten bedraagt 1240 gl., het totaal der lasten 646 gl. 5 st. 8 penn., zodat er een bedrag van 593 gl. 14 st. 8 penn. overblijft [Cornelia komt daarvan toe 98 gl. 19 st. en Marija 494 gl. 15 st. 8 penn.].

Verdeling van nalatenschap:

De legitieme portie van Cornelia Ouboter in de nalatenschap van haar moeder bedraagt 116 gl. 13 st. Samen met de legitieme portie in de nagelaten goederen van haar vader (98 gl. 19 st.) maakt dat 215 gl. 12 st.

De legitieme portie van Marija Ouboter in de nalatenschap van haar moeder bedraagt eveneens 116 gl. 13 st., de erfportie van Marija Ouboter en haar man in de nalatenschap van haar vader bedraagt 494 gl. 15 st. 8 penn. Zij hebben tegoed wegens voorgeschoten mondkosten voor haar vader 250 gl. wegens de door hen betaalde doodschulden en begrafeniskosten 137 gl. 7 st. en wegens het salaris van notaris J. Melanen 25 gl. 12 st. In totaal hebben zij recht op 1024 gl. 7 st. 8 penn.

(ONA Dordrecht inv. 194, f. 231 e.v.)

Kinderen (allen NG doopt te Dordrecht):

a-1-1. Cornelia Ouboter, 11 juli 1658, trouwde Frans Jacobsz. de Riedt bierdrager

a-1-2. Marija Ouboter, 10 sept. 1660, trouwde 1e Leendert Jacobsz. van Bruijnis schiptimmernan, 2e Herman Pelckman bierdrager

a-1-3. Abel Ouboter, 1 juni 1667

a-1-4. Adriaen Ouboter, 9 juli 1670

b. Dingentgen Aelbrechtsdr. (Aelbertsdr.) Braet, “van Dordrecht”, wonende in het Torenstraatje (1637), trouwde NG Dordrecht 29 mrt. 1637 (ondertrouw) Willem Cornelisz. (van Dijck), jongman van Dordrecht, pompmaker wonende op de Nieuwe Haven (1637)

– 18 febr. 1695: compareren voor notaris A. Meijnaert Cornelis Ouboter zeilmaker, zoon van Digna Adriaensdr., bij haar verwekt door Pieter Ouboter, haar eerste man zaliger [Cornelis, zoon van Pieter Cornelisz. (Ouboter) en Dingentgen Ariens, gedoopt NG Dordrecht 21 aug. 1643], Abel [Abelsz.] Ouboter, als man van Catharina Verweijden, die weduwe was van Cornelis van Dijck, enige zoon en erfgenaam van Dingentien Aelbertsdr., bij haar verwekt door Willem Cornelisz. van Dijck en Aernout de Reo, koopman en garentwijnder, als man van Cornelia van Dijck, dochter “en nevens sr. Albertus van Dijck kinderen en erffgenaemen” van voornoemde Cornelis van Dijck, allen wonende te Dordrecht. Comparanten verklaren, dat Hadewij Jans, in haar leven weduwe van Bartholomeus Gillisz. van Oosterhout, in haar testament, dat zij op 8 febr. 1653 heeft gemaakt ten overstaan van notaris D. Eelbo te Dordrecht, voornoemde Digna Adriaensdr. en Dingentien Aelbertsdr. mede tot haar erfgenamen heeft benoemd onder last van fideï-commis op hun kinderen of bij vooroverlijden hun verdere nakomelingen. Bij de scheiding van Hadewij’s nalatenschap is aan Dingentien Aelbertsdr. o.a. toebedeeld een losrentebrief ten laste van de provincie Holland, gedateerd 5 dec. 1646 en inhoudende een somma van 1600 ponden van 40 groten het stuk. Die rentebrief is na het overlijden van Dingentien toegevallen aan Albertus van Dijck, aangezien zijn vader, Cornelis van Dijck, vóór hem is overleden. Albertus heeft de rentebrief inmiddels verkocht aan een niet met name genoemde persoonen comparanten stellen zich nu ten behoeve van die koper waarborg voor de overdracht ervan. (ONA Dordrecht inv. 263, f. 132 e.v.)

VI. Simon Claesz. Braet, geboren ca. 1608, jongman van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1638), schipper (1681), trouwde NG Dordrecht 21 nov. 1638/9 jan. 1639 Lijsbeth (Elisabeth)Corstiaen Simonsdr., van Dordrecht, wonende in de Gravenstraat (1638)

– 25 febr. 1662: Aert Boudewijnsz. Schoor, viskoper en burger van Dordrecht, als man van Susanneken de Groene, die eerder weduwe was van Willem Walen, verkoopt voor 2500 gl., met 2 gouden ducatons van elk 15 gl. en twee rosenobels van elk 11 gl. “tot een vereeringe voor de voorn. vercoopersse” aanSijmon Claesz. Braet, marktschipper van Dordrecht op Leiden, ten behoeve van degene, die hij als koper zal aanwijzen, een huis, genaamd “de Wildeman”, staande in de Wijnstraat omtrent de Wijnbrug, tussen het huis van Lambert Jonckhout en dat van Cornelis Vogel. (ORA Dordrecht inv. 180, f. 43 e.v.)

– 9 juni 1674: verklaring door o.a. Sijmon Claesz. Braet, deken van het Grootschippersgilde te Dordrecht, ongeveer 66 jaar oud. (ONA Dordrecht inv. 235, f. 182)

– 2 juli 1681: verklaring door Sijmon Claesz. Braet, schipper te Dordrecht, 73 jaar oud. (ONA Dordrecht inv. 242, f. 137)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Elizabet Braet, 1 nov. 1639, jonge dochter van Dordrecht wonende aan het Marktveld (1662), weduwe wonende bij de Beurs (1678), trouwde 1e NG Dordrecht 19 febr. 1662 (ondertrouw) Abraham de Wael, jongman van Dordrecht, waagmeester, wonende aan het Marktveld(1662),2e NG Dordrecht 9 jan. 1678 (ondertrouw) Boudewijn Volgraaf

– 14 aug. 1684: Boudewijn Volgraef, koolweger en burger van Dordrecht, beiden ziek te bed liggende, benoemen tot voogden over hun resp. onmondige voorkinderen en het minderjarig kind, dat zij bij elkaar hebben verwekt, de langstlevende van hen beiden, alsmede Isaack Wiltens en Johannes Dibbets, zijn schoonzoons, en Sijmon Claesz. Braet en Lijsbeth Sijmons van Middelharnis, haar ouders. (ONA Dordrecht inv. 190, f. 149 e.v.)

– 16 aug. 1684: Boudewijn Volgraeff, koolweger en burger van Dordrecht, prelegateert aan zijn drie jongste kinderen, Josijntgen, Jacobus en Sijmon Volgraeff, elk een bedrag van 300 gl., ter compensatie van hetgeen hij reeds aanzijn dochters Maeijken en Janneken Volgraeff gegeven heeft, toen zij ging trouwen. Aan zijn minderjarige zoon Willem Volgraeff prelegateert hij een somma van 100 gl. en aan Herman Volgraef, zijn getrouwde zoon, eveneens 100 gl. Zijn vrouw, Elisabeth Braet en zijn twee jongste voorkinderen zullen na zijn overlijdenin zijn huis mogen blijven wonen, totdat die kinderen mondig zijn geworden. Hij tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 190, f. 150 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 800, f. 10: op 7 mrt. 1697 verkopen Elisabet Braat, weduwe van Boudewijn Volgraaf, en Sander de Bondt als man van Hester Braat, voor 1000 gl. aan Lammert Beeker [?], burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, vanouds genaamd “het Vlesje”, staandenaast het huis van Frans de Bruijn.

b. Claes (Nicolaes) Sijmonsz. Braet, 30 jan. 1642, jongman van Dordrecht wonende bij de Beurs (1668)trouwde NG Dordrecht 15 jan. 1668 (ondertrouw) Heijltgen (Helena) Willemsdr. Braet, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Vuilpoort (1668)

Kind:

b-1. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht 15 nov. 1668

c. Sijmon, 20 juli 1643

d. Cornelis, 5 febr. 1646

e. Hester Braat, 9 mrt. 1648, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1668), trouwde NG Dordrecht 8/24 april 1668 Sander de Bont, gedoopt NG Dordrecht 21 mrt. 1646, banketbakker, jongman van Dordrecht, wonende in de Gravenstraat (1668), zoon van Willem Sanders (de Bont) en Jannitgen Jansdr. (van Esch)

– 28 mrt. 1697: Sander de Bond, als man van Hester Braet, en Elisabeth Braat, weduwe van Boudewijn Volgraaff, als daartoe gemachtigd door de Kamer Judicieel van Dordrecht op 20 dec. 1696, verkopen voor 200 gl. aan Jacobus van der Velden, apotheker te Dordrecht, een huis, staande buiten de Sluispoort op de Hoogt tussen het huis van de weduwe Cerpentier en de tuin van kapitein Simon Claasz. Braat. Beide comparanten in hun voornoemde hoedanigheid verkopen voor 200 gl. aan Poulus Debelecourt een tuintje buiten de stad op de Hoogt buiten de Sluispoort, liggende tussen het huisje van Simon Claasz. Braat en het huis van Maria Ariens. (ORA Dordrecht inv. 878, f. 47 e.v.)

f. Johannes, 18 febr. 1652

B. Kwartierstaat.

1a. Neeltgen Albrechtsdr.

1b. Dingentgen Albrechtsdr.

2. Aelbert (Albrecht Sijmonsz. Braet (Vb in de stamreeks), trouwde NG Dordrecht 8 juli 1612

3. Mariken Dirck Franckendr., geboren ca. 1587

4. Simon Willemsz. Braet, geboren naar schatting ca. 1555, trouwde naar schatting ca. 1578

5.Neeltgen Lambrechtsdr., geboren naar schatting ca. 1555

6. Dirck Francken (Vrancken), geboren ca. 1557, schippersgezel van Dordrecht (1580), schipper, overleden ca. 1592, trouwde NG Dordrecht 20 nov. 1580/1 jan. 1581 (getr. door ds. Servatius)

7. Dingna Pieter Pietersdr., van Papendrecht (1580), overleden na 11 sept. 1613 (vermoedelijk vóór 1619: zij komt niet in de verponding van Dordrechtanno 1619 voor)

– 18 juni 1587: Marijcken Pietersdr., weduwe van Jacob Pietersz. Vos, verkoopt aan Robert Colet zijdeverver een huis achter in het Steegoversloot over de brug, staande tussen het huis van Herman Walraven en dat van de weduwe van Aert Jansz. van de Graeff. Waarborgen: Dirck Francken schipper en Cornelis Francken. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1100 gl. Borgen: Dirck Melisz en Peter [?] Claesz. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 176)

– 8 juni 1588: verklaring op verzoek van Arien Cornelisz. Roerom, namens Dirck Lipsen te Londen, door Dirck Francke, schipper van Dordrecht, ongeveer 31 jaar oud en Cornelis Schrevelsz. schipper, ongeveer 27 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 154v)

– 23 juni 1592: Dingentgen Pietersdr., weduwe van Dirck Vrancken schipper, enerzijds en Cornelis Vrancken, als oom en bloedvoogd van de drie onmondige kinderen van Dirck Vrancken, m.n. Pietera Dircx, ongeveer 9 jaar oud, Margaretha Dircx, ongeveer 6 jaar oud en Marijken Dircx, ongeveer 4 jaar oud, anderzijds, sluiten een overeenkomst over de verdeling van de boedel van wijlen Dirck Francken. De weduwe behoudt alle goederen, in ruil waarvoor zij beloofd haar kinderen te onderhouden, op te voeden, te laten leren etc.tot hun achttiende jaar en hun dan elk een bedrag van 166 gl. en 14 st., ofwl in totaal 500 gl., uit te keren. Zij is tevens gehouden aan Cornelis Francken op Kerstmis eerstkomende ten behoeve van haar kinderen een bedrag van 150 gl. te voldoen “voor de cleederen van Dirck Francken. Voor de nakoming van de alimentatie verbindt zij een huis in het Tolbrugstraatje, staande tussen het huis van Willem Dircxsz. en dat van Cornelis Jansz. schipper. Borg voor de uitkering van voornoemde somma van 500 gl. is Jan Jaspersz., burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 742, f. 131 e.v.)

– 13 mei 1593: Willem Cornelisz., wonende in Delfshaven, voor de ene helft en Niclaes Jansz. van Nes schoenmaker, als voogd van de weeskinderen van wijlen Arien Ariensz. Wolffaerts, voor de andere helft, verkopen aan Pieter Cornelisz. Houtkens schipper een huis aan het Nieuwkerkhof, staande tussen het huis van Franck Caijen Cornelisz. en het huis, waar uithangt “Werewegen”. Waarborg: Niclaes van Nes. Koper verklaart verkocht te hebben aan Lijsgen Vrancken, grootmoeder van de weeskinderen van Dirck Francken schipper ten behoeve van die kinderen een jaarlijkse losrente van 2 ponden groten Vlaams, verzekerd op het voornoemde huis. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 57)

– 13 nov. 1595: Jacob Dircxsz. de Roth schipper verkoopt aan de weeskinderen van wijlen Dirck Francken schipper een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op een huis in het Torenstraatje, staande tussen het huis van Digna Pietersdr. en ’s herensteiger. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 10v)

– 10 dec. 1598: Trijntgen Thonisdr., weduwe van Cornelis Claesz. stoeldraaier, verkoopt aan de weeskinderen van Dirck Francken schipper een jaarlijkse losrente van 8 gl., verzekerd op een huisaan de Riedijk, staande tussen het huis genaamd “de Witte Roose” en het huis van Jan Cabbeliau. (ORA Dordrecht inv. 745, f .25v)

– 14 okt. 1599: Dingentken en Baeltken Cornelisdrs. verkopen aan Pieterken, Grijetken en Mariken Dircksdrs., onmondige weeskinderen van Dirck Francken een jaarlijkse losrente van 8 gl., verzekerd op een huis in het Riedijkstraatje, staande tussen de stadsgracht en het huis van Thonis Cornelisz. schipper. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 125 e.v.)

– 25 april 1610: Jan Cornelisz., marktschipper van Dordrecht op Delft, verkoopt aan Abraham Willemsz., metselaar en burger van Dordrecht, een huis in het Torenstraatje, staande tussen het huis van de weduwe van Dirick Francken en ’s herensteiger. (ORA Dordrecht inv. 751, f. 41v)

– 11 sept. 1613: Franchois Bollant, inwoner van “Somerdijck”, verkoopt aan Adriaen Teunisz., huistimmerman en burger van Dordrecht, voor 950 gl. een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Jan Cornelisz. bakker en dat van de weduwe van Dirck Francken. (ORA Dordrecht inv. 754, f. 97v)

Kinderen:

a. Pietera Dirksdr., geboren ca. 1583

b. Margaretha Dirksdr., geboren ca. 1586

c. Marijken Dirksdr., geboren ca. 1587 (= kwartier 3)

d. Marten, gedoopt NG Dordrecht 1588

e. NN, gedoopt NG Dordrecht 1591

8. Willem Jacobsz. Braet, geboren ca. 1525, schipper (vermeld 1567), mogelijk houthaker te Dordrecht, overleden ca. 1593, trouwde naar schatting ca. 1555

9. Joetken Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1535

– 5 mrt. 1567: Aelbertgen Simonsdr. verkoopt aan Aert Thoenisz. alias Buijs een huis in de Breestraat, staande tussen het huis genaamd “de Baers” en dat van Cornelis Willemsz. bakker. Waarborg: Willem Jacobsz. schipper. Koper is schuldig aan verkoopster een somma van 470 gl. Borgen: Anthoenis Adriaensz. kuiper enLenert Jansz. schipper. (ORA Dordrecht inv. 707, f. 132 v)

10. Lambert NN

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jacob Lambertsz. (Lambrechtsz.), geboren naar schatting ca. 1550,”van Dordrecht” (1575),schipper, trouwde NG Dordrecht april 1575 Lijsken Sieren, “van Dordrecht”, dochter van Sier Adriaensz.

– 6 juni 1591: Thonis Ghijsbrechtsz. schipper, burger van Dordrecht, stelt zich borg “ten eijnde het schip van Jacob Lambrechtsz., borger alhier, gelaeden met groot coelen, ende gedistineert op Antwerpen, binnen den tijt van zes weecken eerstcomende weder gebrocht ende gevoert sal werden binnen deser Stede.” (ORA Dordrecht inv. 719, f. 352v)

b. Neeltgen (= kwartier 5)

12. Franck (Vranck, Frans) Cornelisz., geboren ca. 1520,schipper te Dordrecht, overleden ca. 1581, trouwde naar schatting ca. 1550

13. Lijsbeth Jacobsdr. (Lijsgen Vrancken), geboren ca. 1528, overleden naar schatting ca. 1610 (tussen 9 jan. 1608 en 1 juni 1620)

– 12 aug. 1568: mr. Jan Willemsz. boogmaker verkoopt aan Frans Cornelisz. schipper een huis in het Riedijkstraatje “zoot tegenwoerdelijk staende is mette twee balcken inde muijer van Adriaen Laurensz. bakker hem comparant gegunt zijnde bij eenen Pieter Pietersz.backer”. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 32 pondenVlaams.(ORA Dordrecht inv. 708, f. 55)

– 17 jan. 1570: Nicolaes van den Burch Woutersz. verkoopt aan Franck Cornelisz. schipper een huis in het Torenstraatje, staande tussen het huis van Cornelis Adriaensz. Turfcloot en dat van Lijsbet Egberts. (ORA Dordrecht inv. 709, f. 26)

– 19 dec. 1570: Vranck Cornelisz. schipper verkoopt aan Job Adriaensz. schipper een jaarlijkse losrente van 2 Vlaamse ponden op een huis in de Torenstraat, genaamd “de Valck”, staande tussen het huis van Cornelis Adriaensz. Torfcloot en dat vanLijsbeth, de weduwe van Aert Slockspeck. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 488)

– 1 juni 1571: Arie Pietersz. schipper is schuldig aan Franck Cornelisz. schipper een bedrag van 36 ponden en 13 schellingen groten Vlaams wegens de koop van een huis in het Riedijkstraatje, staande tussen het lege erf van Cleijn Grietken en het huis van Jorden Dircxsz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 728, akte 642)

– 29 juli 1572: comp. voor schepenen van Dordrecht Vranck Cornelisz., schipper naast God op het schip “den Arent”, tegenwoordig liggende voor Dordrecht om “metten eersten bequamen wijnde die God verleenen zal” te reizen naar Rouen in Normandiëen daar zijn lading te lossen. Hij verklaart, dat hij van Euwout Adriaensz. van Dorst, poorter van Delft, 2440 “stoven ijsers” ontvangen heeft, samen bedragende 24 lasten, om die naar Rouen te vervoeren en daar te leveren aan voornoemde Euwout van Dorst of diens factoor Jaques Biliaert. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 84)

– 23 juni 1576: Thoentgen Cornelisdr., weduwe van Aert Thoenisz. Buijs kuiper, verkoopt aan Jan Danckartsz. metselaar een huis in de Breestraat, staande tussen het huisgenaamd “de Baers” en het huis van Cornelisde bakker. Waarborg: Franck Cornelisz. schipper. Koper is schuldig aan verkoopster een somma van 300 gl. Borg: Thonis Adriaensz. van Bree kuiper. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 144v)

– 24 aug. 1580: verklaring op verzoek van Frans Cornelisz schipper, 60 jaar oud, op verzoek van Joris Jansz., schipper te Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 736, akte 103)

– 23 jan. 1582: comp. Boudewijn Gijsbrechtsz. en Jan Claesz. Clouck, als man van Anthonia Gijsbrechtsdr. voor henzelf en samen vervangende Elisabeth Gijsbrechtsdr., allen erfgenamen van Gijsbrecht Jansz. Coninck, enerzijds en Lijsbeth Jacobsdr., weduwe van Franck Cornelisz. schipper enDirck Francken en Michijel Pietersz., als man van Centge Francken,voor zichzelf en samen vervangende Cornelis Francken en Adriaentge Francken, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Franck Cornelisz., met Cornelis Adriaensz. teerkoper, die mede-reder is geweest met Franck Cornelisz., anderzijds.Comparanten hebben een overeenkomst gesloten aangaande een geschil, dat gerezen is tussen Gijsbrecht Jansz. Coninck en Franck Cornelisz. over de “bevrachtingen van schepe, oplegginge, legdagen, costen van stijerman, bootsgesellen, verlett, verschoten penningen ende allen anderen ende aencleven vandien”. Zij hebben hierover geprocedeerd voor waterschepenen van Dordrecht, het Hof van Holland, de Grote Raad te Mechelen en elders. Boudewijn Gijsbrechtsz. en Jan Claesz. bekennen wegens het voornoemde accoord schuldig te zijn aan de weduwe van Franck Cornelisz. en haar kinderen voor 2/3 part en aan Cornelis Adriaensz. teerkoper voor 1/3 part een somma van 23 ponden Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 281-282)

– 6 okt. 1582: Hilleken Dircxdr., weduwe van Adriaen Adriaensz. Pet, verkoopt aan Lijsgen Jacobsdr., weduwe van Franck Cornelisz. schipper, een huis in het Torenstraatje van de Nieuwkerk, staande tussen het huis van Andries Waelen en het huis, dat toebehoord heeft aan Aert Joosten metselaar. Koopster kent schuldig aan verkoopster een bedrag van 24 ponden Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 391)

– 15 sept. 1583: Lijsge Jacobsdr., weduwe van Franck Cornelisz. schipper, verkoopt aan Geerit Aertsz. schipper een huis in het Torenstraatje, staande tussen het huis van Vastert Adriaensz. den Ram en dat van Lijsbet, weduwe van Aert Slonck Speck, Waarborg: Dirck Francken schipper. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 756 gl. (ORA Dordrecht inv. 715, f. 95)

– 16 juli 1584: verklaring door Lijsgen Jacobsdr., weduwe van Vranck Cornelisz., ongeveer 56 jaar oud, op verzoek van Seger Jansz. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 588)

– 8 sept. 1600: Ariaentken Corssendr., weduwe van Andrijes Adriaensz. Waelen, geassisteerd met haar zoon Pieter Andrijesz. Waelen, verkoopt voor 1200 gl. aan Claes Thijsz. schipper een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van verkoopster en dat van de weduwe van Franck Cornelisz. schipper. Waarborg: voornoemde Pieter Andrijesz. Waelen. Koper is schuldig een bedrag van 966 gl. Borgen: Dirck Ariensz. Wijcken, Jan Willem Jorisz. en Arien Joppen schoenmaker. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 211 e.v.)

– 16 april 1603: Lijsken Jacobsdr., weduwe van Frans Cornelisz. schipper, verkoopt aan Cornelis Jacobsz. schipper een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Andries Waelen en dat van Cleijs Tijsz. schipper. Koper kent schuldig aan verkoopster een somma van 432 gl. Borgen: Frans Jacobsz., Cornelis Jacobsz. en Willem Ariaensz. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 232v)

– 23 april 1603: Cornelis Jacobsz. verkoopt aan Lijsken Jacobsdr. 12 gl. jaarlijkse losrente op het bovengenoemde huis. In de marge van deze akte staat: comp. Mariken Dircxdr., weduwe van Aelbert Sijmonsz. Braet, houdster van deze brief en verklaart, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 3 nov. 1627. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 233)

– 9 okt. 1606: Elijsabeth Jacobsdr., weduwe van Franck Cornelisz. schipper, verkoopt aan Mariken Willemsdr., weduwe van Willem Cornelisz. schipper, een huis op de hoek van de Nieuwkerkstraat, staandetussen het huisvan Cornelis Thonisz. snijder en dat van Thonis Aertsz. Groothardt.(ORA Dordrecht inv. 748, f. 186v)

– 9 jan. 1608: Aert Hermansz. oudekleerkoper verkoopt aan Lijsbeth Jacobsdr. een jaarlijkse losrente van 2 ponden groten Vlaams, verzekerd op twee huizen in het Torenstraatje, staande tussen het huis van Jan Jorisz. metselaar en dat van de weduwe van Paulus de Kevi. In de marge van deze akte staat:comp. Aelbert Sijmonsz. Braet, als man en voogd van Mariken Dircken en in die hoedanigheid erfgenaam van Lijsbeth Jacobsdr., zijn vrouws grootmoeder en verklaart dat voornoemde schuld door Aert Hermansz. oudekleerkoper volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve op 1 juni 1620 geroyeerd. (ORA Dordrecht inv. 750, f. 64)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Dirck Francken (= kwartier 6), geboren ca. 1557

b. Cornelis Francken, schipper te Dordrecht, trouwde NN (mogelijk [ca. 1590]: Heijlken Adriaensdr.)

– 7 nov. 1596: Michiel Pietersz. schipper verkoopt aan Catharina van de Steene, weduwe van Jan de Lange, een jaarlijkse losrente van 8 gl., verzekerd op een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Dirck Jacobsz. de Veer en dat van Cornelis Francken schipper. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 115v)

– 9 juli 1597: Marijcken Jansdr., weduwe van Pieter Jansz. Potter, voor de ene helft en Cornelis van Bijwaert houtkoper, voor de andere helft, verkopen aan Centgen Franckendr., weduwe van Michiel Pietersz. Schout, voor 350 gl.een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Cornelis Francken schipper en dat Willem Ariensz. schipper. Waarborg: Jan Cornelisz. schoenmaker. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 181v)

– 6 juni 1615: Cornelis Francken, schipper en burger van Dordrecht, transporteert ten behoeve van het tuchthuis te Dordrecht een rentebrief van 6 gl. jaarlijks, verleden door Emmeken Dircxdr., vrouw van Jacob Willemsz. schipper, als procuratie hebbende van Heijltgen Cornelisdr., weduwe van Dirck Jacobsz. schipper, voor schepenen van Dordrecht op 12 aug. 1609, welke brief hem comparant is aangekomen door overlijden van Lijsbeth Jacobsdr., zijn moeder. (ORA Dordrecht inv. 855)

– 9 nov. 1615: Cornelis Francken, burger van Dordrecht, koopt van Claes Sijmonsz. Braet, schipper te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 14 gl., verzekerd op een huis in de Wijngaardstraat. (ORA Dordrecht inv. 756, f. 96v)

c. Centgen Francken, trouwde Michiel Pietersz. Schout

d. Adriaentge Francken

16. Jacob Claesz. Braet, geboren ca. 1501, overleden 1571/1577, trouwde

17. Jaepken Willemsdr., overleden vóór 8 aug. 1571

18. Cornelis Sijmonsz., geboren ca. 1508, overleden vóór 9 juni 1562, trouwde naar schatting ca. 1535

19. Aelbertken Sijmonsdr., geboren ca. 1517, waardin in een herberg buiten de Vuilpoort, overleden ca. 1583, trouwde 2e Jan Claesz. (overleden vóór 4 mei 1566), 3e (vóór 18 nov. 1570) Augustijn Huijbertsz., geboren ca. 1522, verver,proefmeester van het Verversgilde te Dordrecht (1583)

– 14 febr. 1544: Cornelis Sijmonsz. verkoopt aan Cornelis Willem Clemensz., burgemeester van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 9 gl., verzekerd op een huis buiten de Vuilpoort, genaamd “de Hollandse Tuin”, staande tussen het huis genaamd “Amsterdam” en het huis van Henrixgen Sijmonsdr. Borgen: Sijmon Sijmonsz. en Anna Jansdr., weduwe van Sijmon in den Arent, zijn moeder. (ORA Dordrecht 693, f. 93)

– 20 juli 1544: Barent van Oetmershem en Johan van Rolde, poorters van Groningen, verlenen procuratie aan Cornelis Hartman Zijmonsz. en Josep Gheritsz. procureur om levering te eisen van de goederen, die gekocht hebben van Herman Fleuyt. (ORA Dordrecht inv. 1530 (nieuw), akte 83)

– 29 nov. 1546: Cornelis Zimonsz. Hartman verkoopt aan Gerit Gijsbrechtsz. schiptimmerman de helft van twee huizen, genaamd “den Hollantschen Thuijn”, staande buiten de Vuilpoort tussen het huis “Amsterdam” en het huis van verkoper. Waarborgen: Jacob de Vries schoenmaker, Pieter Adriaensz. schipper en Herman Sijmonsz. Hartman. (ORA Dordrecht inv. 1531 (nieuw), akte 295)

– 29 nov. 1546: Jacop de Vries schoenmaker, Pieter Adriaensz. schipper en Herman Zijmonsz. Hartman stellen zich waarborg voor Cornelis Zijmonsz. Hartman, die aan Gerrit Cornelisz. kuiper een huis, genaamd “het Gulden Hoeft”verkocht heeft, dat staat op de hoek van de Pelserstraat. (ORA Dordrecht inv. 1531 (nieuw), akte 296)

– 29 nov. 1546: Cornelis Zijmonsz. Hartman verkoopt aan Lijsbeth Cornelisdr. een jaarlijkse losrente van 3 gl., en aan Gerit Tack Hubrechtsz. een jaarlijkse losrente van 9 gl., beideverzekerd op een huis buiten de Vuilpoort, genaamd “den Hollantschen Thuijn” [blijkbaar de wederhelft van de twee huizen, die hij op dezelfde dag verkocht heeft aan Gerit Gijsbrechtsz. (zie hierboven bij akte 295)], staande tussen het huis van Gerit Gijsbrechtsz. en het huis van Henrick Zimonsz. Borg: Simon Simonsz. (ORA Dordrecht inv. 1531 (nieuw), akten 297 en 298)

– 5 sept. 1550: op verzoek van Pieter Jansz. houtkoper verklaart Claes Geritsz. schipper, 50 jaar oud, dat hij ongeveer een jaar geleden met de rekwirant en Pieter Adriaensz. van Alkmaar is geweest ten huize van Cornelis Sijmonsz., waard in “de Gulden Swaen” buiten de Vuilpoort. (ORA Dordrecht inv. 696, f. 76v)

– 9 juni 1562: comp. Aelbertken Sijmonsdr., weduwe van Cornelis Sijmonsz., voor de ene helft en Willem Jacobsz. [Braet], als man en voogd van Joetken Cornelisdr, Adriaen Henricxsz. Vlaeminck, als man en voogd van Marijchen Cornelisdr. en Andries Joosten, als man en voogd van Lucia Cornelisdr., samen voor de andere helft. Comparanten verklaren verkocht te hebben aan Seger Fransz. een huis genaamd “de Swaen”, staande buiten de Vuilpoort tussen het huis van Olivier van de Velden en dat van Cornelis Damen. Waarborg: Willem Cornelisz. Koper kent schuldig aan Aelbertken Sijmonsdr. wegens koop van voornoemd huis een bedrag van 115 ponden groten Vlaams, te betalen met termijnen van 20 ponden Vlaams alle jaren op meidag. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 203v-204r)

– 10 juli 1566: comp. Sijken Adriaensdr., weduwe van Aert Hermansz. Wor, voor de ene helft en Adriaen Halling, als voogd van de nagelaten weeskinderen van wijlen Aert Hermansz. Wor, m.n. Adriaen en Cornelis Aertsz. en Aeltgen en Annechen Aertsdr., voor de andere helft. Comparanten verkopen aan Aelbertken Sijmonsdr., weduwe van Cornelis Sijmonsz., een huis in de Breestraat, staande tussen het huis genaamd “de Baerse” en het huis van Jan Bouwensz. Waarborg: Jan Willemsz. hellebaardier. Koopster kent schuldig een somma van 220 gl. Borg: Willem Jacobsz. (ORA Dordrecht inv. 705, f. 189)

– 5 mrt. 1567: Aelbertgen Simonsdr. verkoopt aan Aert Thoenisz. alias Buijs een huis in de Breestraat, staande tussen het huis genaamd “de Baers” en dat van Cornelis Willemsz. bakker. Waarborg: Willem Jacobsz. schipper. Koper is schuldig aan verkoopster een somma van 470 gl. Borgen: Anthoenis Adriaensz. kuiper enLenert Jansz. schipper. (ORA Dordrecht inv. 707, f. 132 v)

– 29 juli 1569: Augustijn Huijbrechtsz. verwer, inwonende poorter van Dordrecht, 48 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 139)

– 10 juli 1570: Lijsbet Andriesdr., weduwe van Jacob Dircxsz. schipper, enerzijds en Aelbertgen Sijmonsdr, weduwe van Cornelis Sijmonsz., anderzijds, zijn overeengekomen, dat de weduwe en de erfgenamen van Jacob Dircxsz. de gang achter het huis van Corstiaen Willemsz., die Lijsbet op 12 april 1567 van Aelbertgen heeft gekocht, niet zal mogen “betimmeren”, niettegenstaande het feit, dat in het koopcontract bepaald was, dat het betimmeren van de gang wel toegestaan was. (ORA Dordrecht inv. 709, f. 73)

– 28 sept. 1570: Aelbertgen Zijmonsdr. transporteert aan Grietgen Zijmonsdr., weduwe van Willem Cornelisz. coemen, een heemraadsrentebrief van 9 gl. jaarlijks, sprekende op Jan van Tol Florisz., haar aanbestorven door overlijden van Marijken Pietersdr., weduwe van Sijmon Sijmonsz. kuiper, haar moeder. (ORA Dordrecht inv. 709, f. 111v)

– 18 nov. 1570: Aelbertgen Simonsdr., vrouw van Augustijn Huijbrechtsz., 54 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 90)

– 3 dec. 1578: verklaring op verzoek van Willem Andriesz. door Aelbertgen Simonsdr., vrouw van Augustijn Hubertsz. verwer, ongeveer 60 jaar oud, en Marijken Adriaensdr., weduwe van Dirck Pietersz. schiptimmerman, ongeveer 60 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 713, f. 70v)

-9 juni 1579: verklaring door Augustijn Hubrechtsz., 52 jaar oud, inwonende poorter van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 713, f. 167)

– 5 jan. 1580: Aelbertken Sijmonsdr. transporteert aan Adriaen Henricxsz. Vlaeminck, oudraad in wette, haar schoonzoon en Lucia Cornelisdr., weduwe van Andries Joesten muntenaar, haar dochter, elk voor de helft, de eigendom van een rentebrief van 7 Rijnse gl. jaarlijks, die zij heeft geërfd van Maritge Pietersdr., weduwe van Sijmon Sijmonsz. kuiper, haar moeder. (ORA Dordrecht inv. 714, f. 1)

– 19 nov. 1582: Augustijn Huijbertsz., als man en voogd van Aelbertgen Sijmonsdr., verkoopt aan Wouter Woutersz. huistimmerman een huis en erf, met een kookhuisje en plaats “soo groot gelijck de oude heijning gestaen heeft”, staande en gelegenin de Cellebroersstraat tussen het huis van Adriaen Thoenisz. Leutering en het huis van comparant. Wouter Woutersz. kent schuldig aan verkoper een bedrag van 298 gl., te betalen alle jaren op Bamisdag (1 oktober) 6 ponden groten Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 404)

– 8 juli 1583: verklaring door Augustijn Huijbrechtsz., proefmeester van het Verversgilde te Dordrecht, 61 jaar oud,op verzoek van de dekens en proefmeesters van het Droogscheerdersgilde. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 128)

– 6 aug. 1584: de erfgenamen van Aelbert[ken] Sijmonsdr. verkopen aan Grietgen Sijmonsdr., weduwe van Willem Cornelisz. [coman] een gerecht 1/6 deel van een huis omtrent de Visbrug aan de poortzijde [Groenmarkt], genaamd “Ruwaen”, staande tussen het huis en de brouwerijgenaamd “de Sleutel” en het huis van Adriaen Thonisz. vleeshouwer. Simon Cornelisz. van Gesel verkoopt aan Grietgen Simonsdr., weduwe van Willem Cornelisz. coman, 1/12 part in het voornoemde huis. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 617-618)

Kinderen (ex 1, volgorde onzeker):

a. Joetken Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1535(= kwartier 9)

b. Marijcken Cornelisdr., geboren ca. 1539,trouwde Adriaen Henricxsz. Vlaeminck, geboren ca. 1519, oudraad in wette van Dordrecht (1580)

– 30 april 1568: verklaring door Marijcken Cornelisdr., vrouw van Adriaen Henricxsz. Vlaming, 29 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 14)

– 21 okt. 1570: verklaring door Adriaen Henricxsz. Vlaminck, 51 jaar, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 10)

c. Lucia Cornelisdr., trouwde 1e Andries Joosten muntenaar, overleden ca. 1582, 2e Jan Henricxsz. (woonde in 1584 te Rotterdam)

d. Sophia Cornelisdr.

36. Symon in den Arent, overleden vóór14 febr. 1544, trouwde

37. Anna Jansdr., overleden in of na 1544

– 14 febr. 1544: Cornelis Sijmonsz. verkoopt aan Cornelis Willem Clemensz., burgemeester van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 9 gl., verzekerd op een huis buiten de Vuilpoort, genaamd “de Hollandse Tuin”, staande tussen het huis genaamd “Amsterdam” en het huis van Henrixgen Sijmonsdr. Borgen: Sijmon Sijmonsz. en Anna Jansdr., weduwe van Sijmon in den Arent, zijn moeder. (ORA Dordrecht 693, f. 93)

38. Simon Simonsz., geboren naar schatting ca. 1485, kuiper te Dordrecht,overledentussen 16 nov. 1558 en12 sept. 1560, trouwde naar schatting ca. 1510

39. Marichgen Pietersdr., overledentussen 5 mei 1561 en4 mei 1566

– 1538: Sijmen in St. Joris buiten de Vuilpoort wordt lid van het Houtkopersgilde en betaalt daarvoor 7 Rijnse gl. (Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, f. 25v)

– 1 dec. 1552: Claes Baertoutsz. koolmeter verkoopt aan Sijmon Sijmonsz. kuiper, die voogd is van Jan Cornelisz. en Sijmon Cornelisz. van Gesel, een jaarlijkse losrente van 20 stuivers, verzekerd op een huis [bij de stadsvest], staande tussen het Pelserstraatje en het Stijn Thomasstraatje [Ruitenstraat], belend doorhet huis van Lijs Coppendullen aan de ene zijde en het huis van Pieter Boen aan de andere zijde. (ORA Dordrecht inv. 698, f. 150)

– 1555 (schoorsteen- en haardstedengeld Dordrecht): Sijmon Sijmonsz. betaalt 5 gl. voor zijn huis aan de Groenmarkt (bij de Tolbrugstraat Landzijde), belenders: Geertgen de uitdraagster en Gerrit Jansz. azijnbrouwer. (Stadsarchief Dordrecht nr 1, inv. 524, p. 24)

– 16 nov. 1558: Cornelis Evertsz., burger van Dordrecht, verkoopt aan Sijmon Sijmonsz. kuiper, als voogd van zijn dochters dochter, een jaarlijkse losrente van 3 ponden groten Vlaams, verzekerd op een huis in de Schrijversstraat naast het huis “de Grote Engel”, dat toebehoort aan Lijsken, de weduwe van Jan Pietersz. van Breen. (ORA Dordrecht inv. 701, f. 18v)

– 12 sept. 1560: Jan Cornelisz. transporteert een rentebrief aan Maritge Pietersdr., weduwe van Sijmon Sijmonsz. kuiper. (ORA Dordrecht inv. 722, akte 270)

– 21 sept. 1560: Jacob Willemsz., als man en voogd van Neeltgen Cornelisdr., transporteert aan Marijchgen Pietersdr., weduwe van Simon Simonsz. kuiper, de eigendom van een rentebrief van 6 gl. jaarlijks, die hem comparant is aanbestorven uit naam van zijn vrouw door overlijden van Jannechgen Cornelisdr. Mijnlieff, haar moeder zaliger. (ORA Dordrecht inv. 702, f. 16)

– 5 mei 1561: Aelbrecht Pietersz., gezworen bode van Dordrecht, verkoopt aan Marijken Pietersdr., weduwe van Sijmon Sijmonsz., een jaarlijkse losrente van 3 gl., verzekerd op een huis in de Breestraat, staande tussen het huis van Jacob den Hoijwaghen en dat van Dirck den Boer. (ORA Dordrecht inv. 702, f. 178v)

– 4 mei 1566: Claes Huijmansz., als man en voogd van Geertruijt Sijmonsdr., Willem Cornelisz. [coman], als man en voogd van Grietken Sijmonsdr., Aelbertken Sijmonsdr., weduwe van Jan Claesz., Pieter Sijmonsz., voor zichzelf en vervangende Marijchen Jansdr., onmondig weeskind van wijlen Jan Huijgensz., ieder voor 1/6 part en Jan Cornelisz. met Sijmon Cornelisz. [van Gesel], zijn broer, samen voor 1/6 part, allen erfgenamen van Marijchen Pietersdr., weduwe van Sijmon Sijmonsz., verkopen aan Danckert Jansz. metselaar drie huisjes, die naast elkaar staan onder één dak in de Kromme Elleboog tussen het huis van voornoemde Danckert Jansz. en dat van Jannechen Knollen. Koper kent schuldig aan verkopers een somma van 52 ponden groten Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 705, f. 113 e.v.)

– 26 aug. 1575: Geertruijt Simonsdr., weduwe van Cleijs Huijmansz., “als daer aen gecomen zijnde bij dode ende overlijden van Marichgen Pietersdr., haere moeder zaliger, zoe men ons seijt, voer haer selven ende voer haere kinderen”, transporteert aan de onmondige kinderen van Cornelis Danen Houtschoite de eigendom van een rentebrief van 6 gl. jaarlijks, sprekende op Steven Snouck Ariensz. Kent betaald. Promittit quitare. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 8)

– 1580 (50e penning Dordrecht): Tonis Ariaensz. huurt van de erfgenamen van Sijmon Sijmonsz. voor 50 gl. een huis aan de poortzijde bij de Visbrug [Groenmarkt], staande naast brouwerij “de Sleutel” Hij betaalt in de 50e penning een bedrag van 16 gl.

– 2 jan. 1591: comp. Truijken en Margaretha Sijmonsdr., mitsgaders Pieter Sijmonsz. korenkoper, als erfgenamen van wijlen Sijmon Sijmonsz., hun vader, elk voor 1/5 part, Jan en Simon Cornelisz. van Gesel, als erfgenamen van Ariaentje Sijmonsdr., hun moeder, mede voor 1/5 part en Arien Henricxsz. Vlaminck, oudraad van Dordrecht, als man en voogd van Maria Cornelisdr., vervangende Sophia Cornelisdr., zuster van zijn huisvrouw, Simon Willemsz., Cornelis Willemsz. en Claes Willemsz., mitsgaders Roecxken en Elisabeth Willemsdr., mitsgaders Willem Jacobsz. hun vader, vervangende en zich sterk makende voor Marijken Willemsdr., kinderen van Joetgen Cornelisdr., allen kinderen en kindskinderen van wijlen Aelbert[ken] Simonsdr., voor het laatste 1/5 part, als legatarissen en naaste verwanten van Maria Jansdr., weduwe van wijlen Jacob van Diemen de Jonge “ende hare kinderen ende dat van de voorsz. Maria Jansdochters moederszijde”. Comparanten verklaren, in voornoemde hoedanigheid, ontvangen te hebben uit handen van Jacob en Gijsbert van Diemen Cornelisz., Anthonis Jordensz., Hendrick van Slingelandt Sijmonsz. en Gerid Jansz. de Bruijn “van wegen haerluijder huijsvrouwen”, allen erfgenamen van voornoemde Maria Jansdr. en haar kinderen, een somma van 4000 gl. contant, ter voldoening van het legaat, dat hun bij testament door Maria Jansdr. in het laatst van haar levengelegateerd is. (ORA Dordrecht inv. 719, f. akte 1061)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Truijken (Geertruijt) Sijmonsdr., geboren ca. 1511, trouwde Claes Huijmansz. (Humansz.) wollewever

– 31 mrt. 1568: Claes Huijmansz, getrouwd met Gertruijt Zijmonsdr., als daaraan toebedeeld zijnde door overlijden van Zijmon Zijmonsz., haar vader, transporteert aan Grietgen Zijmonsdr., weduwe van Willem Cornelisz., een rentebrief van 2 ponden Vlaams jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 1)

– 4 okt. 1571: Claes Huijmansz., als man en voogd van Gertruijt Sijmonsdr., verkoopt aan Roelof Henricxsz. tingieter een rentebrief van 18 gl. jaarlijks, hem, comparant, aanbedeeld uit de nalatenschap van Sijmon Sijmonsz. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 915)

– 18 juli 1584: Truijken Simonsdr., weduwe van Claes Humansz. wollewever, ongeveer 73 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 715, f. 224)

b. Margaretha (Grietken) Sijmonsdr., overleden na 6 aug. 1584, trouwde Willem Cornelisz. coman

c. Simon Simonsz., kuiper, trouwde Anneken NN

– 18 sept. 1561: Adriaen Jacobsz. huistimmerman verkoopt aan Anneken, weduwe van Sijmon Sijmonsz. kuiper, 5 schellingen groten Vlaams jaarlijkse losrente op een huis in de Kolfstraat, staande tussen de stadsgracht en het ledig erf van Vingeroff de schipper. (ORA Dordrecht inv. 703, akte 67)

Kinderen (volgorde onzeker):

c-1. Truyken Simonsdr.

c-2. Margareths Simonsdr.

c-3. Pieter Simonsz., korenkoper te Dordrecht

– 18 mei 1583: Truyken Simonsdr., weduwe van Claes Huymansz., verkoopt met toestemming van Merchus Corstiaensz., als man en voogd van Lijntgen Claesdr. en “met Pieter Simonsz. als bij de voorsz. Truyken Simonsdr. als haeren neve daertoe gecommitteert ende versocht” aan Maerten Joostensz. stadsbode een huis in de Lombardstraat, staande tussen hethuis van Pieter Pietersz. lakenkoper en dat van de weduwe en erfgenamen van Cors Engelen. Waarborgen: Pieter Simonsz. en Marchus Corstiaensz. Koper kent schuldig aan verkoopster een bedrag van 938 gl. Borgen: Jacob Joosten linnenwever en Cornelis Fransz. schoenmaker. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 61 e.v.)

d. Aelbertken Sijmonsdr., geboren ca. 1516 (= kwartier 19)

e. Ariaentken Sijmonsdr., geboren naar schatting ca. 1520, overleden vóór 4 mei 1566,trouwde Cornelis Aertsz.van Gesel (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akten 87 en 88)

Kinderen (volgorde onzeker):

e-1. Aert Cornelisz. van Gesel, geboren naar schatting ca. 1545, overleden tussen ca. 1573 en 27 jan. 1580, trouwde naar schatting ca. 1565 Anna van Haerlem Ghijsbertsdr.

– 27 jan. 1580: boedelscheiding tussen Anna van Haerlem Ghijsbertsdr., weduwe van Aert Cornelisz. van Gesel, enerzijds, en Jan Cornelisz. van Gesel en Simon Cornelisz. van Gesel, als ooms en bloedvoogden van Cornelis van Gesel Aertsz., 7 jaar oud, Anneken van Gesel Aertsdr., 11 jaar oud, en Jacob van Gesel Aertsz., 9 jaar oud, weeskinderen van wijlen Aert Cornelisz. van Gesel, door hem verwekt bij Anna van Haerlem Ghijsbertsdr., anderzijds. De belooft haar kinderen een bedrag van 800 gl. uit te keren, wanneer zij twintig jaar worden of gaan trouwen, waarvan de helft in contant geld en de wederhelft in goederen en rentebrieven. Zij verbindt voor de nakoming hiervan het huis, waarin zij woont, met een tuin en een aantal huisjes, staande en gelegen aan de Landzijde [Voorstraat], strekkende “vuijten westen totten oesten” van ’s herenstraat tot de dwarsgang, belend aan de noordzijde door het huis van Willem Ingeenpas en aan de zuidzijde door het huis van de comparante op de hoek van de Mariënbornstraat, alsmede de plaats, die tegenover haar huis aan de haven ligt. (ORA Dordrecht inv. 1550 (nieuw), f. 13 e.v.)

Kinderen:

e-1-1. Anneken van Gesel Aertsdr., geboren ca. 1569

e-1-2. Jacob van Gesel Aertsz., geboren ca. 1571

e-1-3. Cornelis van Gesel Aertsz., geboren ca. 1573

e-2. Jan Cornelisz. van Gesel, geboren naar schatting ca. 1545

e-3. Simon Cornelisz. van Gesel, geboren ca. 1545, trouwde Elisabeth Thonisdr., dochter van Thonis Dircxsz., ijzerkoper te Dordrecht en NN (ORA Dordrecht inv. 736, f. 298v, akte dd 3 mrt. 1582)

– 22 aug. 1570: Sijmon Cornelisz. van Gesel, als daaraan gekomen zijnde door overlijden van Marijken Pietersdr., zijn “bestemoeder”, transporteert aan Grietgen Sijmonsdr., weduwe van Willem Cornelisz. coemen, een rentebrief van 9 Rijnse gl. jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 709, f. 92)

– 22 nov. 1584: op verzoek van Jaspar Cornelisz. verklaart Lijsbeth de Groot, weduwe van Dirck de Groot, 54 jaar oud, dat zij woont in het huis van de rekwirant en dat Simon Cornelisz. van Gesel dikwijls “ende tot diversche reijsen coompt ende gaet door den voorsz. huijse leechs lijffe ende daer nijet te doen hebbende, soe opten middach, als sij deposante over tafel is sittende als op andere tijden, ende dat den voorsz. Simon oock tot diversche tijden somtijts met sijn jonckwijff [= dienstmeid], knechts ende schippers over haer deposantes tafel is comende ende seggende dese ofte dijergelijcke woorden in substantie: Lijsbeth wat doet gij, eet gij wat en drinckt gij wijn ende en noot [= nodigt] gij mijn nijet [uit], moghen de wedue dus wijn drincken.” Deposante zegt hierop te hebben geantwoord: “Gaet gij thuijs, daer hebt gij genouch te eten, ick en schencke sulcken onbeleeffde volck nijet.” Simon zou toen gezegd hebben: “Ick mach hijer doen wat ick wil ende soe lange blijven alst mijn lust ende mach alhijer inden ganck gaen sitten schijten ende en vraget u nijet.” De attestante verklaart voorts, dat Simon nog onlangs achter in het huis een grote hoeveelheid azijn gebracht heeft, die hij daar zekere tijd heeft laten liggen, dat hij de potten die hem daarbij in de weg stondenweggeschopt heeft, dat hij soms zelf de deur opengedaan heeft, terwijl zij, deposante, ’s zondags in de kerk was, zonder dat zij daarvan op de hoogte was, dat hij haar eens bij de arm genomen heeft en tegen haar gezegd heeft: “Gaet van hier, gij en hebt hier nijet te doen, gij legt hier om een blanck thuijs” en dat hij via de gang door vreemde lieden goederen heeft laten brengen. (ORA Dordrecht inv. 716, f. 4 e.v.)

– 22 mei 1586: Sijmon Cornelisz. van Gesel, ongeveer 36 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 425)

f. Lijsken Sijmonsdr., trouwde Jan Hugesz.

– 17 aug. 1570: Pieter Sijmonsz. korenkoper transporteert aan Cornelis Willemsz., uit naam en van wege Marijken Jansdr., weeskind van wijlen Jan Hugensz., verwekt bij Lijsken Sijmonsdr., een rentebrief van 1 pond groten Vlaams jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 709, f. 92v)

Kind:

f-1. Marichgen Jansdr. , trouwde Jacob van Diemen de Jonge