Lesier

I. Augustijn Garlasz. Le Sijre (de le Sire, Lesier), “uijt s Gravenhage wonende in het Steegoversloot naast het Paternoster” (1610), weduwnaar van ‘s-Gravenhage, schilder, wonende in het Steegoversloot, (1631), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 aug. 1648 (een baar in het Steegoversloot voor Augustijn Lesier schilder),trouwde 1e NG Dordrecht 14 nov./12 dec. 1610 Anneken Claes Jacobsdr., gedoopt NG Dordrecht 28 okt. 1584,”van Dordrecht”, wonende in het Steegoversloot naast “het Paternoster” (1610), dochter van Claes Jacobsz., “glaesmaecker” te Dordrecht en Anneken Steven Cornelisdr. Augustijn trouwde 2e NG Dordrecht 29 juni/ 15 juli 1631 Claartken Bartholomeusdr. (van Eissel), weduwe van Henrick Jansz. timmerman, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 juni 1673 (een baar in de Kannekopersbuurt [Voorstraat] voor Claertie Bartelmeesdr. van Eissel, weduwe van Augustijn Lesier)

– NG trouwboek Dordrecht 29 april 1582: Claes Jacobsz. glasmakersgezel en Anneken Steven Cornelisdr. beiden van Dordrecht, getr. 13 mei 1582

– ca. 4/10 aug. 1587: verklaring door Claes Jacobsz., glaesmaecker, ongeveer 29 jaar oud, op verzoek van “de dekenen van de Schilders”. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 224v)

– 26 jan. 1591: verklaring door Claes Jacobsz., glaesmaker, 32 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 741, f. 191v)

– 1 sept. 1595: Jan Jansz. Cock metselaar verkoopt een huis in het Steegoversloot. Waarborg: Claes Jacobsz. glaesmaker. (ORA Dordrecht 743, f. 362)

– 13 jan. 1596: Aert Jansz. kuiper koopt een huis in de Vleeshouwersstraat. Borgen: Adriaen Jaspersz. metselaar en Claes Jacobsz. glaesmaker. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 25)

– 5 okt. 1596: Laurens Aertsz. passementwerker is 200 gl. schuldig aan Hans Jansz. ladenmaker. Borgen: Jan Jansz. Cock en Claes Jacobsz. glaesmaker. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 108)

– 27 april 1603: Willem Jansz. brandewijnman koopt een huis in het Steegoversloot. Borgen: Claes Jacobsz. glaesmaker en Pieter Fransz. schrijnwerker. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 236 e.v.)

– 20 april 1608: comp. voor schepenen van Dordrecht Claes Jacobsz., als voogd van Adriaen Adriaensz., zoon van wijlen Fransken Anthonisdr., mede-erfgenaam van wijlen Willem Anthonisz., in zijn leven wijnkoper te Dordrecht (ORA Dordrecht inv.749, f. 96)

– 19 mrt. 1618: Anneken Stevens, weduwe van Claes Jacobsz. glasmaker, cum tutore voor 1/4 part, Lijsbeth Claes, jonge dochter cum tutoreen Steven Claesz. [van Esch] glasmaeker, elk voor 1/3 part in 1/4 part, mitsgaders voornoemde Anneken Stevens als procuratie hebbende van Jan Andriesz., getrouwd met Truijcken Jacobsdr. en Andries Geeritsz., elk voor 1/4 part, volgens procuratie gepasseerd voor Dirck Jacobsz. Gommerbach, notaris te Schiedam, op 13 mrt. 1618, verkopen aan Augustijn Lesiere, schilder en burger van Dordrecht, de voorschreven drie1/4 parten en twee 1/3 parten in 1/4 part van een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Johannes Bocardius, predikant te Dordrecht en dat van Balten Willemsz. schrijnwerker, van welk huis 1/3 part in 1/4 part toebehoort aan Augustijn Lesiere zelf, als man en voogd van Annege Claesdr., zijn vrouw (ORA Dordrecht inv. 759, f. 19 e.v.)

– 1622 (Hoofdgeld Dordrecht anno 1622), f. 119v: Steegoversloot: Augustijn Lesier, zijn vrouw en vier kinderen – 4 ponden; 1 jongen – 20 stuivers (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974)

– 1626 (Kohier van de verponding Dordrecht anno 1626): Steegoversloot: Augustijn Lesier schilder – 2 ponden 2 st. 2 p. (Stadsachief Dordrecht inv. 3970)

– 28 jan. 1632: Augustijn de Lesiere, schilder en burger van Dordrecht, verkoopt aan Pieter Anthonisz. steenhouwer een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van ds. Johannis Bocardus en het huis van verkoper, voor 2200 gl. contant. Waarborgen: Pieter Nicasius en Steven Claesz., burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1605, f. 24)

– 3 mei 1664: Claertgen Bartholomeusdr., weduwe van Augustijn Lesier, verkoopt aan Adriana Maurits voor 900 gl. een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Johan Boccardus en dat van Anthonij Pietersz. Steenwijck. Waarborgen: Nicolaes Lesier en Maerten Sandersz. Borgemeester, marktschipper op ‘s-Hertogenbosch. (ORA Dordrecht inv. 784, f. 117)

Kinderen (ex 1):

a. Pouwel Lesire (Paulus Lesire), gedoopt NG Dordrecht mrt. 1612, overleden in of na 1654, kunstschilder, opgeleid in Dordrecht, werkte in Den Haag.

Paulus Lesire, zelfportret

Paulus Lesire, portret van een jonge vrouw (1639)

b. Claes (Nicolaes) Lesier, gedoopt NG Dordrecht april 1614,volgt II

c. Jacob Pierine, gedoopt NG Dordrecht jan. 1617

d. Jacob Rachel, gedoopt NG Dordrecht sept. 1618

e. Perijne, gedoopt NG Dordrecht okt. 1619

II. Nicolaes Lesire, gedoopt NG Dordrecht april 1614, “glaesmaecker”, kaarsenmaker,jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1636), kapitein van de burgerwacht (1674),koopman van zout (1678), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 juni 1681 (een baarop de hoek van het Weeshuisstraatje voor kapitein Nicklaes Lesier,trouwde NG Dordrecht 14/28 dec. 1636 Hester du Bois, “van Antwerpen”, weduwe van Jan Jansz. Leenput wonende op het Spui [Belgracht] (1636), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 sept. 1674 (een baar op de hoek van het Weeshuisstraatjevoor de vrouw van kapitein Nicklaes Lesier, twee maal luiden)

– 27 nov. 1649: Niclaes Lesier vermeld als “pachter van de wage van Staten- ende Stadtswegen over dese Stadt” (ONA Dordrecht inv. 88, f. 21)

– 7 mrt. 1659: comp. voor de Dordtse notaris J. Melanen een aantal zout- en korenverkopers, o.w. Nicolaes Lesiere, die ten behoeve van de pachters van de impost op het gemaal en de impost op het zout te Dordrecht en de drie omliggende eilanden getuigen, dat zij sedert de inundatie van de Alblasserwaard “haer attestanten respective neringen ende vertieringen merckelijcken sijn vermindert en verslecht”. Akte door Lesier ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 179, geen folionummers)

– 6 febr. 1674: kapitein Nicolaes Lesiere en Lodewijck van Loo, als voogden over de minderjarige kinderen en erfgenamen van wijlen Steven Claesz. van Esch, in zijn leven glaesmaker en burger van Dordrecht, verkopen aan Pieter Theunisz. van Bree, kuiper en burger van Dordrecht, een huisje in de Heer Heijmansuijsstraat, staande tussen het huis Cornelis de Vries en dat van Otto de Bruijn, voor een bedrag van 160 gl., gedeeltelijk betaald met contant geld en voor de rest door het overnemen van een jaarlijkse losrente van 6 gl.(ORA Dordrecht inv. 788, f. 83 e.v.)

– 26 aug. 1678: verklaring op verzoek van Jan Cloens, koopman en zoutzieder te Dordrecht, eigenaar van een zoutkeet, staande onder de heerlijkheid van de Mijl buiten de stad Dordrecht, door kapitein Nicolaes Lesier en Pieter van Cleverskercken, kooplieden van wit zout te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 239, f. 162 e.v.)

– 25 juni 1681: Nicolaes Lesier, oud-kapitein van de burgerij binnen Dordrecht, ziek in bed liggende, testeert voor de Dordtse notaris A. van Neten. Hij wil, dat zijn oudste zoon Dirck in mindering van zijn erfdeel zal worden aanbedeeld de eigendom van het huis, waarin de testateur woont, staande in het Weeshuisstraatje, met de winkel en het gereedschap voor het maken van kaarsen, voor een somma van 3000 gl. Hij legateert aan zijn dochter Anna Lesier, eveneens in mindering op haar erfdeel, he huis in de Wijngaardstraat voor de somma van 600 gl. (ONA Dordrecht inv. 168, f. 285 e.v.)

Kinderen:

a. Ernestine (Louijse Ernestine) Lezier, gedoopt NG Dordrecht 18 sept. 1637, trouwde NG Dordrecht 9 jan. 1678 Roelandt de Glede, slotenmaker, jongman van Dordrecht (1678)

b. Hendrick, gedoopt NG Dordrecht okt. 1639

c. Gerrit, gedoopt NG Dordrecht mei 1641

d. Anna Lesier, gedoopt NG Dordrecht juli 1642, trouwde NG Dordrecht 8/29 jan. 1662Willem van de Kievit, viskoper, jongman van Dordrechtwonende in de Spuistraat (1662)

– 28 jan. 1687: compareren Franchoijs de Mutsert en Cornelia van de Kievit, echtelieden wonende te Dordrecht, die verklaren ontvangen te hebben van Dirck Lesier en Maerten Sandersen, resp. hun oom en oudoom een bedrag van 1000 gl., “soo haer zaliger moeder Anna Lesier fideïcommis is gemaeckt bij den testamente [dd 12 dec. 1673]van voornoemde comparanten zaliger grootvader en grootmoeder Nicolaes Lesier en Hester de Bois”. (ONA Dordrecht 548)

Kinderen:

d-1. Cornelia van de Kievit, gedoopt NG Dordrecht 22 okt. 1666, trouwde NG Dordrecht 6okt. 1686 (ondertrouw) Franchoijs de Mutsert

d-2. Augustinus, gedoopt NG Dordrecht 8 mrt. 1672

e. Dirck Lesier, gedoopt NG Dordrecht 6 aug. 1645, volgt III

f. Isaac, gedoopt NG Dordrecht 16 sept. 1646

– 18 jan. 1663: Hendrick van den Banck, zilversmid en diamantslijper te Dordrecht, verklaart Isaak Lesier, de zoon van Nicolaes Lesier kaarsenmaker, te hebben aangenomen als leerjongen voor een periode van zes jaar. (ONA Dordrecht inv. 180, f. 283 e.v.)

III. Dirck Lesier, gedoopt NG Dordrecht 6 aug. 1645, jongman vanDordrecht (1682),kaarsenmaker, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 3 april 1693 (Dirck Lesier kaarsenmaker bij het Weeshuisstraatje), trouwde NG Dordrecht 16 aug. 1682 Cornelia van Eck, jonge dochter van Schoonhoven (1682), dochter van Johannes van Eck, meester-hoefsmid te Schoonhoven en NN, overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht 6 aug. 1727 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (graf 37 in de Nieuwkerk) 7 aug. 1727 (Cornelia van Eck op de hoek van het Weeshuisstraatje, laat kinderen na, met de “ordinare” koetsen [A. Nelemans, Hic conditur, De graven van de Nieuwkerk te Dordrecht (Amsterdam 2006), p. 107]). Zij trouwde 2e Gerecht Dordrecht21 mrt./11 april 1694 Cornelis van Castel, jongman van ‘s-Gravenhage (1694), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht 8 sept. 1731. Zij leefden gescheiden sinds ca. 1708.

– 27 jan. 1687: Dirck Lesier, koopman te Dordrecht, verklaart schuldig te zijn aan Adriaen Hechters, distelateur” te Dordrecht een bedrag van 400 gl. met een jaarlijkse interest van 4%. Borgen: zijn schoonvader Johannes van Eck, meester-hoefsmid te Schoonhoven en Roelant van Gleden, meester-slotenmaker te Dordrecht, zijn zwager. Akte door comparanten ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 548)

– 20 febr. 1687: testeren voor notaris F. Beudt te Dordrecht Dirck Lesier koopman en zijn vrouw Cornelia van Eck, burgers van Dordrecht, beiden gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. De langstlevende zal gehouden zijn dekinderen op te voeden, te onderhouden etc. en wanneer die kinderen gaan trouwen hun 100 gl. uit te keren. Akte door beiden ondertekend. Linksboven in de marge staat: “Exhibitum ter weescamere binnen Dordrecht op den 6en Junij 1693 in kennisse van mij. D. Haerlem.”

– 16 dec. 1694: Cornelis van Castel, glas- en kaarsenmaker en Cornelia van Eck, hij gezond, zij “sieckelijck in barensnoot te bedde liggende”, testeren. Hij benoemt haar tot universeel erfgenaam op voorwaarde, dat zij hun toekomstige kinderen zal onderhouden en opvoeden en hun bij hun huwelijk een somma van 100 gl. zal uitreiken, te versterven van het ene kind op het andere. Als zij de eerststervende is, benoemt zij haar kinderen, bij haar door haar eerste man verwekt, haar toekomstige kinderen en haar huidige man tot erfgenamen, ieder in een kindsgedeelte. Testateuren benoemen elkaar tot voogd over huneventuele kinderen en de testatrice stelt haar man en haar vader Jan van Eck aan tot voogden over haar voorkinderen. Akte door beiden ondertekend.(ONA Dordrecht inv. 555)

– 5 mei 1708: inventaris van de boedel en goederen van Cornelis van Castel en Cornelia van Eck, echtelieden, beschreven door notaris Johan van den Brande. De boedel bevat o.a. een huis en erf naast het Weeshuisstraatje,in welk huis de comparanten wonen en kredieten wegens geleverde kaarsen. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 736, f. 67-75)

– 27 mrt. 1710: acta van de kerkenraad van de NG gemeente te Dordrecht: “Cornelis van Kastel, die van sijn huijsvrouw is gesepareert, en onder geen goed gerugte, hebbende door een derde doen versoecken kerckelike attestatie. Is het geven daarvan uijtgestelt, tot dat selfs in persoon verschijne, en nader worde gehoord, om alsdan na bevind van saken daarontrent te disponeren.” (Stadsarchief Dordrecht, Archief 27)

Kinderen van DirckLesier en Cornelia van Eck:

a. Hester Lesier, gedoopt NG Dordrecht 5 juli 1683, ongehuwd, begravenDordrecht (Augustijnenkerk) 2 mrt. 1762 (Hester Lesier, ongehuwd,aan het Weeshuisstraatje, met de gewone koetsen, 3/4 uur luiden)

– 19 juni 1761: Hester Lezier, “bejaarde en ongehuwde dochter” wonende te Dordrecht, testeert voor notaris P. van Gelsdorp. Zij prelegateert aan haar nicht Cornelia Lezier, die bij haar in woont, al haar kleren, goud en zilver “ten lijve van haar testatrice … behoorende”. Tot universele erfgenamen van haar overige na te laten goederen benoemt zij de zes nagelaten kinderen van haar broer Johan Lezier, alsmede de nagelaten zoon en dochter van wijlen haar zuster Magdalena Lezier, in huwelijk verwekt door Pieter Bouman. Tot voogd over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Jan Baale, makelaar te Dordrecht.(ONA Dordrecht inv. 1040)

b. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 13 sept. 1684

c. Nicolaas, gedoopt NG Dordrecht 20 jan. 1686

d. Magdalena, gedoopt NG Dordrecht 20 juni 1687, trouwde Pieter Bouman

e. Dirrick, gedoopt NG Dordrecht 12 april 1689

f. Nicolaes, gedoopt NG Dordrecht 20 april 1690

g. Jan Lesier, gedoopt NG Dordrecht 24 febr. 1692, volgt IV

IV. Jan Lesier, gedoopt NG Dordrecht 24 febr. 1692, zilversmid, overleden Dordrecht 13 mei 1761,overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht 19 mei 1761 (impost 6 gl.),begraven Dordrecht (in de Augustijnenkerk) 20 mei 1761 (Jan Lesier op de Groenmarkt, laat kinderen na, één koets extra, schutters, één uur luiden), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 8/22 nov. 1716 Johanna de Jong, jonge dochter van Ooltgensplaat en daar wonende (1716), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht 19 mrt. 1728, begraven Dordrecht(in de Augustijnenkerk) 20 mrt. 1728 (Johanna de Jongh, huisvrouw van Johannes Lesier, tegenover het Stadhuis, met twee koetsen boven het getal, laat kinderen na).Jan Lesiertrouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 5/21 nov. 1728 Eva Heuvelcamp, jonge dochter van Besoijen en daar wonende (1728), begraven Dordrecht (in de Augustijnenkerk) 24 nov. 1778 (Eva Huefelkamp, weduwe van Jan Lesier, aan het Stadhuis, met twee koetsen extra, één uur luiden), dochter van Adriaan Heuvelkamp, predikant te Besoijen en Elisabeth van der Hoeven (zie ONA Dordrecht inv. 907, akte 28, dd 4 juli 1737 en ONA Dordrecht inv. 909, akte 6, dd 24 febr. 1742)

– 21 aug. 1717: Johan Lesier en Johanna de Jongh testeren voor de Dordtse notaris A. Cant. Testament op de langstlevende. De kinderen zullen bij mondigheid op eerder huwelijk een bedrag van 200 gl. ontvangen. Zij benoemen elkaar tot voogd. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 793, akte 89, f. 447 e.v.)

– 16/28 jan. 1718: Aart van der Hen[g]st, als erfgenaam van zijn overleden vrouw Margrita de Heer en zijn schoonzuster Agnita de Heer verkopen aan Johan Lesier, zilversmid te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van Daniël van Dorpen en dat van Johannes Hoogstraten, voor 855 gl. (ONA Dordrecht inv.794. akte 13, f. 49-59v, transportakte in ORA Dordrecht inv. 812, f. 10v en 11, dd 8 febr. 1718)

– 15 nov. 1725: Johannes Lesier, zilversmid te Dordrecht, verkoopt aan Heijltje van Eck, weduwe van Aert van der Straten, die verklaarde de koop te aanvaarden voor haar zoon Frans van der Straaten, een huis in de Voorstraat tegenover het Weeshuisstraatje, staande tussen het huis van Jan Hoogstraten en dat van de wduwe van Joris Verbeek, voor een bedrag van 1000 gl., te betalen met een schuldbrief. De verkoper mag tot 3 mei 1726 in het huis blijven wonen zonder huur te betalen. (ONA Dordrecht inv. 801, akte 87)

– 23 juni 1761: compareren voor notaris P. van Gelsdorp te Dordrecht Johan Baalen, makelaar, getrouwd met Maria Lezier, Maria Lezier zelf en Cornelia [Johanna]Lezier, meerderjarig en ongehuwd, allen wonende te Dordrecht. Zij verklaren, dat wijlen hun vader Johan Lezier in zijn testament op 16 febr. 1748 gepasseerd voor dezelfde notaris, de tweede en derde comparanten, voordochters van Johan Lezier uit zijn eerste huwelijk met Johanna de Jongh, heeft benoemd tot erfgenamen in hun “blote” legitieme portie “en ingevalle die dispositie mogte standgrijpen alsdan aan sijne twede huisvrouw Juffr. Eva Heuvelkamp heeft gemaakt … sodanige somma van penninge als de legitime portie van een sijner voorsz. voordogter zal komen te bedragen en voorts tot sijne renigerende universele erfgenamen [heeft] geïnstitueert sijne gezamentlijke kinderen [bij zijn tweede vrouw]”. Comparanten verklaren voorts, dat het genoemde testament door het overlijden van hun vader op 13 mei 1761 is bevestigd en dat zij de making van hun legitieme portie in dat testament verwerpen en genoegen nemen met de daaropvolgende dispositie. (ONA Dordrecht inv. 1040, akte 79)

ORA Dordrecht inv. 1670, f. 160: op 1 april 1779 verkopen Matthijs Sax, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Dirk Lesier, predikant te Alkmaar, Elisabet Lesier en Adriana Lesier, beiden meerderjarig en ongehuwd, wonende te Dordrecht, en Pieter van der Lee, als man van Johanna Lesier, en Johanna Lesier zelf, wonende te Kuik in het Land van Kuik, samen enige erfgenamen van Eva Heuvelkamp, weduwe van Johan Lesier, voor 3325 gl. aan Abraham Boet, loodgieter te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van mr. Martinus Boon en “het Roodhart”.

Cf. A. Nelemans, Sepulture ofte Graftboek van de Augustijnenkerck te Dordrecht (Sliedrecht 1998), p. 24:

“Graf 21 …Dit graft is verkoght aen Johannis Lesier en aen Hester Lesier syn suster den

12 april 1728. Verbo[e]ckt 1733.

19 mey 1761 op Juffrouw Eva Heuvelencamp, Weduwe Johan Lesier.

19 mey 1773 op Cornelia Johanna Lesier

22 July 1791 en 20 juni 1803 op de Heer Lesier Bal[e]n.”

Kinderen ex 1:

a. Dirk, gedoopt NG Dordrecht 17 sept. 1717

b. Maria Lesier, gedoopt NG Dordrecht 9 okt. 1718, begraven Dordrecht (in de Augustijnenkerk) 15 nov. 1803, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 25 jan. 1747Johan(nes) Balen, gedoopt NG Dordrecht 24 sept. 1710, makelaar te Dordrecht, begraven Dordrecht (in de Augustijnenkerk) 10 jan. 1778, zoon van Johannes Balen en Catharina de Klerck

Kinderen:

b-1. Lesier Balen, gedoopt NG Dordrecht 18 dec. 1750

b-2. Johanna Balen, gedoopt NG Dordrecht 13 mei 1753

b-3.Catharina Balen, gedoopt NG Dordrecht 10 dec. 1757

– 20 aug. 1791: comp. voor notaris A.A. van den Oever te Dordrecht Maria Lezier, weduwe van Johan Balen. Haar zusters zijn: Elizabeth Lezier, getrouwd met Adrianus Oosterhout, oud-burgemeesterwonende teSchoonhoven, Adriana Lezier, getrouwd met J.J. Holler, wonende te Nijmegen en Johanna Lezier, getrouwd met Pieter van der Lee, wonende te Cuijk bij Grave. (ONA Dordrecht inv. 1248, akte 156)

c. Dirk, gedoopt NG Dordrecht 25 aug. 1720

d. Cornelia Johanna Lesier, gedoopt NG Dordrecht 11 okt. 1722, begraven in de Augustijnenkerk op 11 mrt. 1791, trouwde Nicolaas van den Hespel, begraven in de Augustijnenkerk op 14 nov. 1775

– 20 nov. 1766: Nicolaas van den Hespel, mr. bakker en burger van Dordrecht, als man van Cornelia Johanna Lesier, verkoopt voor 2000 gl. aan Dionisius van Eijsden, beursmakelaar te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen het Weeshuisstraat en het huis van N. Hulstman. (ORA Dordrecht inv. 1665, f. 61v e.v.)

e. Dijna, gedoopt NG Dordrecht 28 mrt. 1724

Kinderen ex 2:

f. Elizabet, gedoopt NG Dordrecht 5 nov. 1728, begraven in de Augustijnenkerk op 3 dec. 1729

g. Dirk Lesier, gedoopt NG Dordrecht 17 nov. 1730, predikant te Kwadijk 1755-1764, predikant te Alkmaar 1764-1783, overleden Alkmaar 14 jan. 1783, trouwde NG Kwadijk 5/19 juni 1763 Wijnanda Pet

h.Elizabeth, gedoopt NG Dordrecht 22 febr. 1732, trouwde Adrianus Oosterhout (woonden in 1791 te Schoonhoven)

i. Adrianus, gedoopt NG Dordrecht 4 aug. 1733

j. Eva Catharina, gedoopt NG Dordrecht 5 nov. 1734, begraven in de Augustijnenkerk op 22 mrt. 1745

k. Hester, gedoopt NG Dordrecht 2 nov. 1735, begraven in de Augustijnenkerk op 3 febr. 1738

l. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 28 okt. 1736, trouwde J.J. Holler (woonden in 1791te Nijmegen)

m. Johanna, gedoopt NG Dordrecht 1 aug. 1738, trouwde Pieter van der Lee (woonden in 1791 te “Kuijk bij de Graav”)

n. Goverdina, gedoopt NG Dordrecht 18 nov. 1740, begraven in de Augustijnenkerk op 28 april 1741

o. Adrianus, gedoopt NG Dordrecht 14 febr. 1742, begraven in de Augustijnenkerk op 28 mrt. 1742

p. doodgeboren kind, begraven in de Augustijnenkerk op 14 jan. 1744