Schif

I. Lenart Schif, leefde mogelijk in Aken in de tweede helft van de zestiende eeuw, trouwde NN

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Pieter Lenartsz. Schif, volgt II

b. Jan Schif, wonende te Nijmegen

c. Anna Schif, overleden in Aken, trouwde Nicolaes Ammian

ONA Dordrecht inv. 62, f. 492: op 10 juli 1648 verlenen Servaes Willemsz. wieldraaier, als man van Trijntgen Schif, Hester Joppen , als vrouw van Pieter Schiff, die tegenwoordig in West-Indië verblijft, Frans van Eijsden viskoper, als man van Anneken Schif, Maijken Schif, weduwe van Hendrick Jansz. Wacker, en Leendert Schiff koffermaker, voor zichzelf en tevens vervangende hun overige broers en zusters, “representerende de stamme” van wijlen Pieter Schiff de oude, procuratie aan Jan Schiff, resp. hun zwager, oom en behuwd oom, die in Aken verblijft, om te helpen scheiden de boedel van wijlen Anna Schiff, weduwe van Nicolaes Ammian, overleden te Aken, resp. hun behuwd zuster, tante en behuwd tante.

d. Trijntgen Lenaertsdr. Schif, van Aken wonende in de Nieuwkerkstraat te Dordrecht (1610), trouwde NG Dordrecht 25 juli/8 aug. 1610 Servaes Willemsz., van Luik wonende mede in de Nieuwkerkstraat te Dordrecht (1610), wieldraaier

II. Pieter Lenaertsz. Schif, geboren naar schatting ca. 1575, waarschijnlijk in Aken, weduwnaar van Aken, verhuist ca. 1608 naar Dordrecht, wonende op de Nieuwe Haven te Dordrecht (1637), kruidenier, koffermaker, trouwde 1e Barbara (Beertgen) Lenaertsdr. van Nutt, 2e NG Dordrecht 4/18 jan. 1637 Ida Hendricxsdr. Havius, weduwe van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1637), trouwde 1e Bartholomeus Jansz. (Vincents), kleermaker

1626: Pieter Schiff van Aken in de 1000e penning (f. 48) aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl.

ONA Dordrecht inv. 33, f. 119: op 13 mei 1630 legt op verzoek van Herry Schul, Engels koopman te Londen, Pieter Schift, kruidenier en burger van Dordrecht, een verklaring af.

ONA Dordrecht inv. 58, f. 573: op 4 dec. 1634 testeren Pieter Schiff de oude en zijn vrouw Berbera van Nutt, zij ziek in bed liggende. Zij benoemen tot hun erfgenaam de langstlevende van beiden, op voorwaarde, dat die hun onmondige kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of totdat zij gaan trouwen. De langstlevende zal aan hun ongetrouwde kinderen bij hun huwelijk een bedrag van 200 gl. uitreiken en een bed met toebehoren, zoals hun beide getrouwde kinderen, Pieter en Anneken Schiff, ten tijde van hun huwelijk reeds van testateuren gekregen hebben. Tot voogden benoemen zij hun zoon Pieter Schiff en schoonzoon Frans Simonsz.

ONA Dordrecht inv. 59, f. 374v: op 28 dec. 1636 passeren Pieter Schijff de oude, weduwnaar, en Ida Havius Hendricxsdr.. weduwe van Bartholomeus Jansz. kleermaker, hun huwelijkse voorwaarden. Hij zal ten huwelijk inbrengen alle goederen, die hij op dat moment bezit. Zij zal niet meer inbrengen dan haar kleren en zullen haar goederen en de winsten, die zij staande huwelijk zal mogen verkrijgen “met haere winckel neeringe” blijven ten profijte van haar en haar voorkinderen. Niettemin zullen haar beide voorkinderen uit de winsten en goederen van Pieter Schijff onderhouden worden gedurende het leven van hun moeder. Als hij de eerststervende van hen beiden zal zijn, zal zij weer tot haar mogen nemen de goederen, die zij ten huwelijk heeft ingebracht, en daarenboven nog een somma van 400 gl. uit de gereedste goederen van Pieter Schiff. Als zij de eerststervende is zullen haar voorkinderen alle goederen, die zij heeft ingebracht, krijgen, alsmede haar winkel.

ONA Dordrecht inv. 60, f. 342v: op 12 juni 1641 verleent Ida Hendricx, weduwe van Bartholomeus Jansz. en moeder van haar twee onmondige kinderen, Joannes en Leonora Bartholomeus, wonende te Dordrecht, geassisteerd met haar huidige man Pieter Schijf de oude, procuratie aan Jan Schijff en Dirck de Man, beiden wonende te Nijmegen, om te transporteren aan Eher van Halonia een obligatie, die toekomt aan haar kinderen, ten laste van Elisabeth van Bronckhorst en Batenburg, vrouwe van Halonia.

1643: Pieter Schiff vertrekt naar Pernambuco in Brazilië, waar hij een suikerplantage en suikermolen bezit. Hij keert in 1654, nadat de Portugezen het noorden van Brazilië veroverd hebben, naar Nederland terug. Voor het verlies van de suikerplantage en – molen ontvangt hij van de Staten van Holland een vergoeding van 7863 gl. (Dordrecht Monumenteel, nr. 83, p. 5)

ONA Dordrecht inv. 62, f. 492: op 10 juli 1648 verlenen Servaes Willemsz. wieldraaier, als man van Trijntgen Schiff, Hester Joppen, de vrouw van Pieter Schiff, die tegenwoordig in West-Indië verblijft, tevens vervangende Frans van Eijsden viskoper, als man van Anneken Schif, Maijken Schif, weduwe van Hendrick Jansz. Wacker, en Leendert Schiff koffermaker, voor zichzelf en tevens vervangende hun overige broers en zusters, “representerende de stamme” van Pieter Schif de oude, procuratie aan Jan Schiff, resp. hun zwager, oom en aangetrouwde oom, die in Aken verblijft, om te trden in het sterfhuis van Anna Schiff, weduwe van Nicolaes Ammian, die is overleden in Aken, resp. hun schoonzuster, tante en aangetrouwde tante.

ONA Dordrecht inv. 65, f. 608: op 26 nov. 1659 testeren Josijntgen en Elisabeth van Hijngen, gezusters, ongehuwde bejaarde personen. Zij legateren aan de kinderen van Helena van Hijngen, hun broeders dochter, de vrouw van Leendert Schiff, onder hen allen een somma van 6000 gl., op voorwaarde, dat Helena daarvan haar leven lang het vruchtgebruik zal krijgen en dat zij de eigendom ervan zal krijgen, wanneer haar kinderen mondig zijn geworden of gaan trouwen. Tot erfgename van al hun overige goederen benoemen zij Helena van Hijngen of bij vooroverlijden haar kinderen.

ONA Dordrecht inv. 66, f. 441: op 25 juni 1667 testeert Ida Havius, laatst weduwe van Pieter Schiff, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan Ida Jansdr., weeskind van Johannes Bartholomeusz., haar zoon, bij haar verwekt door haar eerste man Bartholomeus Vincents, een bedrag van 250 gl. en 25 gl. voor het kopen van een rouwkleed. Tot erfgename van al haar overige goederen benoemt zij haar voordochter Leonora Bartholomeusdr., de vrouw van Pieter Gelsdorp, of bij vooroverlijden haar wettige nakomelingen. Tot voogd over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar neef Willem Havius, rentmeester wonende in ‘s-Gravenhage.

Kinderen:

a. Anna Pieters Schifsdr., geboren in Aken naar schatting ca. 1605, van Aken, woont op de Nieuwe Haven (1633), trouwde NG Dordrecht 6/28 mrt. 1633 Frans Sijnonsz. van Eijsden, jongman van Dordrecht, woont buiten de Spuipoort (1633), viskoper

ONA Dordrecht inv. 69, f. 109: op 7 juni 1650 testeren Frans Sijmonsz. van Eijsden viskoper en zijn vrouw Anneken Schijff, die ziek in bed ligt. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 25 gl. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. Als hij de langstlevende zal zijn, zal hij gehouden zijn aan de broers en zusters van de testatrice al haar kleren uit te reiken en onder hen allen een bedrag van 1200 gl., op voorwaarde, dat hij daarvan het vruchtgebruik zal hebben tot hij gaat hertrouwen of tot aan zijn overlijden. Als zij de langstlevende zal zijn, moet zij aan de verwanten van de testateur, t.w. zijn halfzuster Maijken Sijmonsdr. van Eijsden, de vrouw van Willem Jansz. schiptimmerman, en aan de kinderen van zijn overleden ooms Danckert Jansz. en Theunis Jansz. van Drongelen, en die van zijn overleden tante Reijnsborch [NN], bij haar verwekt door Lambert Maertensz. Proost, iedere staak een bedrag van 300 gl., dus samen 1200 gl., uitkeren, waarvan zij, testatrice, het vruchtgebruik zal behouden totdat zij gaat hertrouwen of tot aan haar overlijden.

b. Berber Schiff Pietersdr., geboren te Aken ca. 1605, van Aken wonende in ‘s-Hertogenbosch (1637), overleden 10 okt. 1677 (72 jaar oud, zerk in de Grote Kerk, [W. Nijman, Hier leyt begraven. Grafzerken in de Grote Kerk te Dordrecht [Dordrecht z.j.], p. 66) trouwde Dordrecht 22 febr. 1637 (procl. te Den Bosch) Coenraet Hartlofsz. van Schellebeeck, jongman van Ervervelt [= Elberfeld bij Wuppertal] wonende in ‘s-Hertogenbosch (1637), harnasmaker, ijzerkoper, overleden Dordrecht 4 dec. 1675 (69 jaar oud, zerk in de Grote Kerk [W. Nijman, Hier leyt begraven. Grafzerken in de Grote Kerk te Dordrecht [Dordrecht z.j.], p. 66)

De grafzerk van Coenraet van Schellebeeck en Berbera Schiff in de Grote Kerk te Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 67, f. 155: huwelijkse voorwaarden dd 18 febr. 1637 van Coenraet Hartlofsz., jongman, geassisteerd met zijn oom Coenraet Damisz., enerzijds, en Berbera Schijff, jonge dochter, geassisteerd met haar vader Pieter Lenartsz. Schijff en haar broer Pieter Pietersz. Schijff, anderzijds. Zij brengen in de goederen, die zij op dat moment bezitten. De

ONA Dordrecht inv. 63, f. 95v: op 23 april 1650 testeren Coenraet van Schellebeeck ijzerkoper en zijn vrouw Barbra Schijff, burgers van Dordrecht. Zij benoemen tot hun erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of totdat zij gaan trouwen en hun bij het bereken van hun mondigheid onder hen allen een bedrag van 1000 gl. uit te keren en wanneer zij gaan trouwen nog eens een bedrag van 500 gl. Als hun kinderen allen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, is de langstlevende van hen testateuren gehouden aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende onder hen allen een somma van 1000 gl. uit te keren.

c. Pieter Schiff de jonge, geboren ca. 1605, koopman, kruidenier te Dordrecht, verblijft in 1647 in Brazilië, trouwde NG Dordrecht 15 dec. 1624 Hester Joppen (Schot)

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 36v: op 20 sept. 1628 verkopen Jan Cornelisz. Schots, voor een vijfde part in de helft, Pieter Schiff de jonge, als man van Hester Joppen Schots, voor een tiende part in de helft, en Arijen en Daniël Diemersz., elk voor een derde part in een vijfde part in de helft, aan Barent Jansz. Herding de helft van een huis in de Kannenkopersbuurt, staande naast het huis van Reijnier Hars. De koper bezit reeds een tiende part in de helft van het huis.

ONA Dordrecht inv. 56. f. 754: op 5 nov. 1629 testeert Neeltgen Joppen, weduwe van Barent Jansz. Hardinck, twijnder, burgeres van Dordrecht, ziek in het kinderbed liggende. Zij begeert, dat alle goederen, waarin zij, testatrice, wegens het overlijden van haar oom Willem Sieren “verstorven” is en die “op haer erven ende devolueren moeten”, na het overlijden van Neeltgen Hendricx, de weduwe van haar oom, die genoemde goederen haar leven lang in vruchtgebruik heeft, toekomen zullen aan haar zuster Hester Joppen of bij vooroverlijden de kinderen van haar zuster. Die goederen moeten tijdens de onmondigheid van de kinderen beheerd worden door haar zwager Pieter Schijff.

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 74: op 13 mrt. 1631 verkopen Isaac Adriaensz. kuiper en Jacob Adriaensz. huistimmerman, burgers van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Willemsz., als man van Brechtgen Adriaensdr., Geertruijt en Janneken Adriaensdr., en nog als ooms en voogden van de weeskinderen van Mariken Adriaensdr., resp, hun zwager en zusters, allen kinderen en kleinkinderen van Grietgen Hermansdr., aan Pieter Schiff, kruidenier en burger van Dordrecht, met een loods ernaast, staande op de Varkenmarkt, strekkende voor van de straat tot aan het huis van de weduwe van Jan van Hingen en staande tussen het huis, genaamd “’t Moriaenshooft”, en dat van de verkopers. De koper is schuldig aan de erfgenamen van Grietgen Hermansdr. Borgen: Pieter Schiff de oude en Servaes Leendertsz., burgers van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 59, f. 749: op 26 sept. 1638 leggen op verzoek van Cornelis Jansz. alias Ké, voerman te Papendrecht, Maerten Joosten van Duijnen, werkbaas, ongeveer 45 jaar oud, en Peeter Schijff de jonge, koopman, ongeveer 33 jaar oud, een verklaring. af

ORA Dordrecht inv. 1608, f. 45v: op 30 juni 1639 verkoopt Anneken Arijensdr., geassisteerd met haar broer Jacob Arijensz. huistimmerman, aan Pieter Schiff de jonge, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de koper en de gang van Allert van Rijn. De koper is schuldig aan Hendrick Huijbertz. een somma van 650 gl. Borg: Frans Sijmonsz., burger van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 60, f. 705: op 30 dec. 1642 verleent Pieter Schijff, koopman en burger van Dordrecht, als executeur-testamentair van Bartholomeus Pelsser, procuratie aan Jacob van Bronckhorst en Pieter Wilemsz., kooplieden te Amsterdam, om te verkopen een huisje in de Anjeliersstraat te Amsterdam, dat is nagelaten door Bartholomeus Pelsser.

ORA Dordrecht inv. 1612, f. 56v: op 14 nov. 1647 verkoopt Hester Joppen, de vrouw van Pieter Schiff koopman, die in Brazilië verblijft, als procuratie hebbende van haar man volgens akte gepasseerd ten overstaan van notaris D. Dontreleau te Reciff d’Olinda op 30 april 1647, aan Hendrick Hendricxsz. Dolen brouwersgast een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Gravenstraat, staande tussen het huis van de verkoopster en de gang van Allert van Rhijn. De koper is schuldig aan de verkoopster een somma van 740 gl. Borg: Sijmon Cornelisz. de Vries, brouwer en burger van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 134, f. 221: op 18 juni 1655 verleent Pieter Schiff, koopman en burger van Dordrecht, procuratie aan zijn vrouw Hester Joppen en zijn broer Isaack Schiff, wonende te Amterdam, om de erfgenamen van Gerrart Sandbergen er toe te bewegen om voor commissarissen [te Amsterdam?] te “assopiëren” “soodanige pretensiën ende differenten als tusschen hem comparanten ende den boedel van Bartholomeus Pelser noch vvtstaende zijn”.

ONA Dordrecht inv. 185, f. 436: op 16 nov. 1675 verlenen Andries van Enckele, als man van Pieternella Schiff, en Johannes Vernimmen, als man van Anneken Schiff, beiden wonende te Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Pieter Schiff en Hester Joppen Schodt, machtiging aan Dionisius Smack, als man van Marija Schiff, hun zwager, om te innen van de bewindhebbers van de WIC (kamer Amsterdam) of van hun boekhouder “soodanigen uijtdeelinge jegens een percento, ofte soo veel meer of minder, als geresolveert is te doen uijtte penningen geprocedeert sijnde van t’ vercofte zout gecomen vande Croon van Poortugael in minderinge vande thijen mael hondert duijsent gulden d’welcke de gemelte Croon van Poortugael in conformité vant XXV. articul van seecker Tractaat van dato den lesten Julij anno 1664 gehouden is te voldoen aende [bewindhebbers van de WIC] mitsgaders aen verscheijde ingesetenen vandien, ende dat van alsulcken somme van [78.763 gl. 4 st.] als den voornoemden Pieter Schiff haer comparanten schoonvader zaliger aen behoorlijcke documenten overgelevert hem deuchdelijck te competeren”.

ONA Dordrecht inv. 189, akte 132: op 25 mei 1683 verklaren Andries van Enckele, wonende “int Suijthollant” [bedoeld is misschien “het Zuidland”], weduwnaar van Pieternella Schiff, Johannes Vernimmen, burger van Dordrecht, als man van Anna Schiff, en Dionijs Smack, weduwnaar Marija Schiff, allen erfgenamen van Pieter Schiff en Hester Joppen, de ouders van hun echtgenotes, dat zij de goederen, die door hun schoonouders zijn nagelaten onderling hebben verdeeld. Daarbij is aan Dionijs Smack toebedeeld het grote huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de weduwe van Lambrecht Crul, genaamd “het Moriaenshooft”, en het hierna te noemen huis, [in welk grote huis] de erflaters gewoond hebben en overleden zijn. Aan Johan Vernimmen is toegevallen het kleine huis op de Varkenmarkt, staande tussen het voornoemde grote huis en het huis van Samuel Thooft houtkoper. Andries van Enckele is daarvoor gecompenseerd met een in deze akte niet vermeld bedrag in contant geld en andere goederen. Johan Vernimmen [sic] neemt het grote huis aan voor 2025 gl. en het kleine huis voor 1240 gl. (ONA Dordrecht inv. 189, resp. f. 193 en f. 199, akten dd 11 jan. 1683).

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

c-1. Petronella Schiff, okt. 1625, trouwde Andries van Enckele

c-2. Barbara, jan. 1631

c-3. Willemina, mei 1633

c-4. Job, jan. 1636

c-5. Maria Schiff, jan. 1640, trouwde Dionijs Smack

c-6. Anna Schiff, geboren naar schatting ca. 1640, trouwde 26 juli 1671 Johannes Vernimmen, mr. schoenmaker

ONA Dordrecht inv. 183, f. 180: op 17 febr. 1671 verhuurt Pieter Schiff, koopman en burger van Dordrecht, voor 106 gl. per jaar aan Johannes Vernimmen, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de verhuurder en dat van Hendrick Hendricksz. Dole. De huurder zal ook mogen gebruiken het pothuis, dat voor op de stoep van het huis staat.

ONA Dordrecht inv. 184, f. 113: op 14 juni 1672 testeren Johannes Vernimmen, mr. schoenmaker, en zijn vrouw Anna Schiff, burgers van Dordrecht. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of tot zij gaan trouwen, en hun dan onder hen allen een bedrag van 400 gl. uit te keren. Als de eerstoverlijdende van hen beiden zonder kinderen na te laten komt te overlijden, of als hun kinderen voor hun mondigheid of huwelijk zullen sterven, is de langstlevende gehouden aan de erfgenamen ab intestato van de eerstoverlijdende een bedrag van 200 gl. uit te keren. Als de testatrice de eerststervende zal zijn moet haar man aan haar moeder, Hester Joppen Schodt, een gelijk bedrag van 200 gl. uitkeren.

ONA Dordrecht inv. 190, f. 355: op 3 dec. 1685 testeren Johannes Vernimmen, mr. schoenmaker, en zijn vrouw Anna Schift, burgers van Dordrecht, hij gezond, zij ziek in bed liggende. Tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden. Voorwaarde hierbij is, dat de langstlevende gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of totdat ze gaan trouwen en dan onder hen allen een bedrag van 1000 gl. zal uitkeren, alsmede twee paar slaaplakens, twee paar fluwijnen, twee tafelakens en een dozijn servetten. Aan Pieter Vernimmen, hun zoon, legateren zij twee gouden knoopjes voor zijn mouwen. Aan Marija Vernimmen, hun oudste dochtertje, legateren zij het zilveren hoofdijzertje van de testatrice met gouden kapstukjes en bellen. Aan Hester Vernimmen, hun jongste dochtertje, legateren zij het gouden diamanten ringetje en de gouden haarnaald van de testatrice.

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 80: op 22 jan. 1692 verkoopt Anna Schift, weduwe van Jan Vernimme, schoenmaker en burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Dirck van der Haack, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis achter het Nieuwkerkhof, staande naast de oliemolen van de weduwe van Johannes van Wageningen.

ONA Dordrecht inv. 194, f. 48: op 18 april 1696 benoemt Anna Schiff, weduwe van Johannes Vernimmen, burgeres van Dordrecht, ziek te bed liggende, tot voogden over haar drie minderjarige kinderen en overige minderjarige erfgenamen Cornelis van Ghijbelandt en Abel de Vries, haar aangetrouwde neven.

c-7. Cornelia, 5 febr. 1643

d. Lenaert Schif, gedoopt NG Dordrecht juni 1608, volgt III

e. Johannes, gedoopt NG Dordrecht juni 1610

f. Maria Schiff, gedoopt NG Dordrecht juli 1612, trouwde NG Dordrecht 9 mei 1638 Hendrick Jansz. (de) Wacker, overleden ca. 1648, trouwde 2e mr. Anthonij Struijs, chirurgijn

ONA Dordrecht inv. 68, f. 360: op 3 mrt. 1647 testeren Hendrick de Wacker, viskoper, ziek in bed liggende, en zijn vrouw Maijken Schiff. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 50 gl. Tot erfgenaam stellen zij aan de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en als zij gaan trouwen onder hen allen een bedrag van 2000 gl. uit te keren. Tot voogden over hun minderjarige kinderen stellen zij aan de langstlevende van hen beiden, alsmede zijn vader Jan Helgersz. Wacker en haar zwager Frans van Eijsden.

ONA Dordrecht inv. 62, f. 688: op 28 jan. 1649 testeert Jan Helligersz. Wacker, voormalig viskoper en burger van Dordrecht. Hij benoemt tot erfgenamen zijn zoon Jan Jansz. Wacker of bij vooroverlijden zijn kinderen, de beide kinderen van zijn overleden zoon Hendrick Jansz. Wacker , door hem verwekt bij Maijken Schiff, en zijn dochters Cornelia en Tanneken Jans. Laatstgenoemden benoemt hij tot zijn erfgenamen alleen in het vruchtgebruik van de door hen te erven goederen, waarvan de eigendom zal toekomen aan hun kinderen.

ONA Dordrecht inv. 88, f. 183: op 22 juli 1649 maken Anthonij Struijs, jongman, chirurgijn, en Maeijken Schiff, weduwe van Hendrick de Wacker, huwelijkse voorwaarden. Zij zullen ten huwelijk inbrengen alle goederen, die zij op dat moment bezitten. De langstlevende van hen beiden zal uit de goederen van de eerststervende een bedrag van 1500 gl. ontvangen.

ONA Dordrecht inv. 90, f. 598: op 24 juni 1652 testeren Anthonij Struijs chirurgijn en Maria Schiff, zijn vrouw, burgers van Dordrecht. Als hij de eerststervende is, benoemt hij zij zijn vrouw tot erfgename van al zijn na te laten goederen, op voorwaarde, dat zij hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of totdat zij gaan trouwen en hun dan onder hen allen een bedrag van 1000 gl. zal uitkeren. Als hij zonder kinderen komt te overlijden, of als die kinderen vóór hun mondigheid of huwelijk zullen sterven, moet zij aan zijn erfgenamen ab intestato een bedrag van 500 gl. uitkeren. Als zij de eerststervende zal zijn, benoemt zij haar man, alsmede haar voor- en nakinderen tot haar erfgenamen. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot voogd over hun minderjarige erfgenamen.

ONA Dordrecht inv. 197, f. 577: scheiding dd 6 juni 1671 tussen Pieter de Wacker, voor zichzelf en als voogd over Hendrickxen en Johannes Struijs, zijn minderjarige zuster en broer, Huijbert Melanen, als man van Machtelt de Wacker, en Johan Segersz. Niftrick, als medevoogd van Hendrickxen en Johannes Struijs, kinderen en erfgenamen van Marija Schiff, laatst weduwe van mr. Anthonij Struijs. Voor de erfenis van Machtelt de Wacker, Hendricxken Struijs en Johannes Struijs is aangenomen een huis op de Varkenmarkt, staande tussen de straat en het huis van de erfgenamen van Jan Anthonisz. van Deijl, voor 3000 gl. Als het huis bij de verkoping meer of minder zal opbrengen, zullen de gezamenlijke erfgenamen het meerdere elk voor een vierde deel ontvangen of het tekort voor een vierde deel betalen. Het huis is nog onverkocht en blijft zo lang eigendom van de twee nakinderen. Idem een huis aan het einde van de Gravenstraat op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Jan Gront en dat van Adriaen Adriaensz., welk huis is verkocht aan Govert A. Maes bakker voor 1925 gl. op 1 mei 1671. Ten behoeve van de kinderen is aangenomen voor 494 gl. 17 st. de opbrengst van het chirurgijnsgereedschap en een partij bonen, samen voor 527 gl. 17 st. Pieter de Wacker ontvangt van enige “jaerclanten” en van het huis en de schuur in Oude Tonge een somma van 118 gl. Na aftrek van de lasten van de boedel, die 1216 gl. 17 st. bedragen, resteert 4354 gl. Pieter de Wacker moet ontvangen 479 gl. 7 st. Machtelt de Wacker moet ontvangen 1466 gl. 10 st., Huijbert Melanen, als man van Machtelt de Wacker moet ontvangen 1466 gl. 3 st., Hendricxken Struijs moet ontvangen 1762 gl. 10 st. en Johannes Struijs 1862 gl. 10 st.

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 109v: op 11 juni 1671 verkoopt Pieter de Wacker, koopman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en als voogd over de onmondige weeskinderen van mr. Anthonij Struijs en Marijken Schift, en nog als procuratie hebbende van Jan Segertsz. Nistrick, wonende te Gorinchem, medevoogd over die weeskinderen, en Huijbert Melanen, koopman en burger van Dordrecht, als man van Machtelt de Wacker, voor 1925 gl. aan Govert Ariensz. Maes, bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Adriaen Adriaensz. Huijser en dat van Jan Gront.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 29v: op 17 juni 1677 verkopen Pieter de Wacker, Huijbert Melanen, als man van Machtelt de Wacker, en Geerit van Ven, als man van Hendrixken Struijs, allen kinderen en erfgenamen van Maria Schiff, laatst weduwe van mr. Anthonij Struijs, voor 1825 gl. aan Dionijs Smack, bode van Dordrecht op Zeeland, een huis op de hoek van de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Geerit Goosensz. en ’s herenstraat.

Kinderen:

Ex 1:

f-1. Johannes, gedoopt NG Dordrecht mei 1639

f-2. Pieter de Wacker, gedoopt NG Dordrecht nov. 1640

f-3. Machtelt de Wacker, gedoopt NG Dordrecht 9 dec. 1644, trouwde Huijbert Melanen

Ex 2:

f-4. Hendrixken Struijs, trouwde Geerit van Ven

f-5. Johannes Struijs

g. Catarina, gedoopt NG Dordrecht sept. 1619

h. Isaack Schiff, gedoopt NG Dordrecht nov. 1623, van Dordrecht wonende in de Warmoesstraat te Amsterdam (1651), wijnkoper, begraven Amsterdam 16 dec. 1667 (Isack Schiff, komende van de Oudezijds Achterburgwal), trouwde Amsterdam 19 okt. 1651 (de bruidegom is 26, jaar, de bruid 23 jaar, hun ouders leven niet meer, de bruid geassisteerd met haar broer Hendrik Doncker en haar voogd Evert Meijndersz.) Vroutie Donckers, van Amsterdam wonende aan de Nieuwbrug (1651)

Kinderen (allen NG gedoopt te Amsterdam):

h-1. Berber, 14 mei 1652

h-2. Gertruijt, 7 mei 1654

h-3. Barbara, 27 mei 1663

h-4. Pieter, 20 april 1664

III. Lenardt Schiff, gedoopt NG Dordrecht juni 1608, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1644), koffermaker, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 april 1704 (Leendert Schift, op de Varkenmarkt, trouwde NG Dordrecht 29 mei/14 juni 1644 Helena van Hingen, geboren naar schatting ca. 1620, jonge dochter van Amsterdam wonende in de Gravenstraat te Dordrecht (1644), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 20 mrt. 1706 (Helena van Hinge, weduwe van Leonard Schifft, op de Varkenmarkt), dochter van Leendert van Hingen en Maeijken Douwens.

ONA Dordrecht inv. 84, f. 280: op 6 febr. 1645 testeren Leendert Schiff en zijn vrouw Helena van Hingen, burgers van Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. Die langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of totdat zijn gaan trouwen. Als hij de langstlevende is, zal hij hun kinderen bij mondigheid of huwelijk onder hen allen een bedrag van 150 gl. uitkeren en als zij de langstlevende zal zij hun een bedrag van 400 gl. uitreiken. .

ONA Dordrecht inv. 95, f. 286: op 20 febr. 1660 testeert Maeijken Douwens, laatst weduwe van Leendert van Hingen en eerder weduwe van Jan Jansz. Poth, ziek in bed liggende. Zij bevestigt het contract, dat zij heeft gemaakt op 1 april 1660 met Leendert Schiff, de man van haar dochter Helena van Hingen. Zij wenst, dat Helena na haar overlijden zal behouden alle huisraad en roerende goederen, die zij nalaten zal, alsmede al haar kleren en juwelen, en dat ter compensatie van een bedrag van 800 gl., dat zij haar voordochter Geertruijt Jansdr. Poth ten huwelijk heeft gegeven. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar dochter Helena van Hingen of bij vooroverlijden diens kinderen , voor de helft, en Aernout Ubbingh, weeskind van Geertruijt Jansdr. Poth, haar overleden voordochter, bij haar verwekt door Hessel Ubbingh, koopman te Rotterdam, voor de wederhelft. Tot voogd over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar schoonzoon Leendert Schiff.

ONA Dordrecht inv. 197, f. 737: inventaris dd 26 nov. 1663 en volgende dagen van de goederen, die zijn nagelaten door Maijken Douwens, laatst weduwe van Leendert van Hingen, beschreven door notaris J. Melanen ten overstaan van Leendert Schiff, als man van Helena van Hingen, dochter van Leendert van Hingen en Maijken Douwens, zowel voor hemzelf en als voogd, samen met notaris Johannes Melanen, over Arnoult Ubbingh, zoon van wijlen Geertruijt Jansdr. Poth, voordochter van Maijken Douwens. Tot de boedel behoren:

de helft van een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Willem Sandersz. papierwerker en dat van Jan Schul schoenmaker, met een vrije doorgang in de gang van Alard van Rhijn op de Nieuwe Haven, in welk huis voornoemde personen gewoond hebben en zijn overleden, en waarvan de wederhelft toebehoort aan Josijna van Hingen. De wijnkelder onder dit huis is verhuurd aan Pieter Gelsdorp wijnkoper voor 40 gl. per jaar.

een huisje in de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Cornelis Jansz. van de Proef en dat van de weduwe van mr. Corstiaen Weijts. Het is verhuurd aan Aelbert Gabriëlsz. voor 10 st. per week.

een huis in de Vrankenstraat, zijnde het tweede huis van de Mariënbornstraat, staande tussen het hoekhuis en dat van Joris Jansz. Het is verhuurd aan Hermen Jansz. Verckeschouwer voor 15 st. per week.

een huis achter in de Mariënbornstraat, staande naast de gracht.

een huis in de Oudemanhuisstraat, staande tussen het huis van Frans Nijsse schuitenvoerder en gang en poort van de buren. Het is verhuurd aan Janneken [NN] voor 11 st. per week.

een huis met een vrije gang en twee woningen erachter, staande in de Raamstraat tussen het huis van Cornelis Koukool en dat van de kinderen en erfgenamen van Aelbert Pietersz. van der Wurff. Het voorste huis is verhuurd aan Cornelis Severijnsz. voor 16 st. per week. De voorste woning in de gang is verhuurd aan Jan Jansz. metselaar voor 10 st. per week en de achterste woning in de gang heeft leeg gestaan en is opnieuw verhuurd aan Geertruijt [NN] voor 10 st. per week.

een huisje in de Raamstraat, staande tussen het huis van Pieter Jansz. zeilmaker en dat van Johannes Evertse. Het is verhuurd aan Jan Stevensz. voor 12 st. per week.

een huisje op de Geer bij de Hil tegenover de pomp, het tweede huisje aldaar, verhuurd aan Hendrick Hendricksz. voor 10 st. per week.

drie naast elkaar staande huisjes op de Hil, met een tuin of plaats en een vrij gang met een poort om in te gaan, verhuurd in vier partijen. De voorste woning in het poortje is verhuurd aan Marij Maertens voor 8 st. per week. De tweede woning is verhuurd aan Maurits Damen voor 10 st. per week. Maurits heeft hiervoor voor de overledene gewerkt en iets verdiend. De eerste woning op de plaats is verhuurd aan Arien Jansz. soldaat voor 10 st. per week. De achterste woning aldaar is verhuurd aan Reijnier Janse voor 10 st. per week.

contant geld: 637 gl. 6 st.

wordt aangenomen, dat de overledene, toen hij in Pruisen is geweest “hijer vooren graenen heeft overgenomen”

obligaties en enige uitstaande schulden.

Lasten van de boedel (o.a.):

Aan Leendert Schiff, man van Helena van Hingen, komt toe als het vaderlijk erfdeel van zijn vrouw een somma van 3000 gl., alsmede 5 jaar en 6 maanden interest hiervan, nl. 660 gl.

Leendert Schiff heeft voorgeschoten aan doodschulden en onkosten van de begrafenis van Maeijke Douwens:

aan Johannes van der Mildt voor de doodkist, baar en stokken 20 gl. 5 st.

aan Frans Cornelisz. Mol, koster van de Grote Kerk, voor het pondgraf en twee maal luiden 35 gl. 12 st.

voor het gebruik van het doodkleed, dat over de kist gelegen heeft en het brengen van de baar 2 gl. 3 st.

aan de bidders, die bij de begrafenis van Maijken Douwens gebeden hebben 9 gl 9 st.

aan de buren van de Gravenstraat voor het dragen van de overledene 15 gl. 15 st.

aan het Tappersgilde voor het aanwezig zijn bij de begrafenis en aan de gildeknecht 8 gl. 2 st.

aan Grietgen Schouten voor het afleggen en kisten van de overledene 4 gl. 10 st.

De overledene was in 1000e penning gesteld op 3 gl. jaarlijks en in de 200e penning op 15 gl. jaarlijks. De twee huisjes op de Drappierskade aan de stadsvest zijn in de verponding gesteld op 12 gl. 10 st.

ONA Dordrecht inv. 97, f. 5: voorwaarden dd 14 jan. 1664 waarop de meerderjarige erfgenamen en de voogden van de minderjarige erfgenamen van Maeijcken Douwens, weduwe van Leendert van Hingen, en Josijna van Hingen, ongehuwde persoon, willen verkopen een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Willem Sanders en dat van Jan Schul schoenmaker. Op 17 jan. 1664 komen Leendert Schiff, als man Helena van Hingen, enerzijds en Johannes Melanen, als testamentaire voogd van Aernout Ubbingh, kleinkind van Maeijken Douwens, anderzijds overeen, dat Leendert Schiff de helft van het huis zal behouden voor 1612 gl.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 112: op 1 mei 1664 verkopen dezelfde verkopers voor 350 gl. aan Gooswinus de Bruijn twee huisjes, staande aan de opgang van de stadsvest bij de Drappierskade, staande samen onder één dak tegen het huis van Dirck de Veer.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 112v: op 1 mei 1664 verkopen Leendert Schift, als man van Helena van Ingen, voor zichzelf en als voogd van Arnoult Ubbing, zoon van Geertruijt Jansz. Poth, en Johannes Melanen als medevoogd van Arnoult Ubbing en executeur-testamentair van Mariken Douwens, laatst weduwe van Leendert van Hingen, hun moeder resp. grootmoeder, voor 830 gl. aan Gooswinus de Bruijn een huis in de Raamstraat met een vrije gang en twee huisjes erachter, staande tussen het huis van Cornelis Koucool en dat van de kinderen en erfgenamen van Aelbert Pietersz.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 120: op 6 mei 1664 verkopen de in voorgaande akte vermelde personen aan Maeijken Arijens en Lijsbet Dircxdr., bejaarde ongehuwde personen, voor 300 gl. een huis in de Vrankenstraat, staande naast het huis van Joris Janssen, en aan dezelfde kopers voor 500 gl. een huis achter in de Mariënbornstraat, staande naast de gracht.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 121: op 6 mei 1664 verkopen dezelfde verkopers voor 345 gl. aan Maijke Arijens, weduwe van Arijen Gijsbertsz., een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Daniël de Meijeren dat van Anthonij van Valckenburch.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 121: op 6 mei 1664 verkopen dezelfde verkopers voor 280 gl. aan Lijsbet Reijers, weduwe van Pieter Jacobsz. van Wesel een huis in de Oudemanhuisstraat, staande tussen het huis van Frans Nijssen schuitenvoerder en de gang en poort van de buurt, en aan Lijsbet Reijerts voor 575 gl. een huis met een tuin ervoor, hebbende een poort op de Hil “om door te gaan”.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 125: op 8 mei 1664 verkopen dezelfde verkopers voor 300 gl. aan Pieter Hendriksz. Evenwel, varend gezel en burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwkerkstraat, staande naast het huis van Cornelis Proeffbier.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 141: op 26 juni 1664 verkopen dezelfde verkopers voor 240 gl. aan Aert Cornelisz., droogscheerder en burger van Dordrecht, een huis in de Raamstraat, staande tussen het huis van Pieter Jansz. zeilmaker en dat van Johannes Evertsz.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 141v: op 26 juni 1664 verkopen dezelfde verkopers voor 105 gl. aan Jan Jansz. van Evelingen, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huisje op de Geer bij de Hil tegenover de pomp, die op de vest staat, zijnde het tweede huisje aldaar.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 143: op 2 juli 1664 verkoopt notaris Govert de With, als door het Gerecht van Dordrecht gemachtigd tot de “reddinge” van de boedel van Grietge Claes, voor zoveel aangaat de kinderen van Claesgen Cornelisdr. Schott en Crijn Gijsbertsz. Blanckert, als man van Anneken Cornelisdr. Schott, voor zichzelf en tevens vervangende de kinderen van wijlen Abraham Jansz. van Duijnen, kind en kindskinderen en erfgenamen ab intestato van Grietge Claes, laatst weduwe van Cornelis Schott, voor 300 gl. aan Leendert Schiff, burger van Dordrecht, een huis in het ’s Heer Boeijenstraatje, staande tussen het huisje, dat is aangenomen door Johannes van Westerbrugge en het erf of de tuin van de koper.

ORA Dordrecht inv. 1621, f. 70v: op 30 jan. 1666 verkoopt Leendert Schift, als man van Helena van Ingen, burger van Dordrecht, voor 320 gl. aan Hendrick Dircxz., timmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Margreta Dircxdr., weduwe van Johan Cools, en dat van Hendrick Jansz. Claaermaecker.

ORA Dordrecht inv. 1621, f. 82: op 24 april 1666 verkoopt Leendert Schift, burger van Dordrecht, voor 150 gl. aan de diaconie van Dordrecht een huis in de Loverstraat, staande tussen het huis van Rochus Pluijm en dat van Gillis Hendriksz. de Heer.

ORA Dordrecht inv. 1621, f. 97: op 28 sept. 1666 verkoopt Leendert Schift, burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Josijna Mercus, ongehuwde persoon, een huis in de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Michiel de Bruijn en dat van de weduwe van Hermen Lambertsz.

ONA Dordrecht inv. 182, f. 308: op 12 juli 1669 verklaren Pieter de Wacker en Pieter [van] Schellebeeck, kooplieden en burgers van Dordrecht, op verzoek van Leendert Schift, burger van Dordrecht, als man van Helena Leendertsdr. van Hingen, dat zij lange tijd gekend hebben Josijna van Hingen, de tante van vaderszijde van Schifts vrouw, die in juni 1665 te Dordrecht is overleden en in de Grote Kerk is begraven, dat Schifts vrouw een broeders dochter is van Josijna van Hingen, zonder dat er van de broers en zusters van Josijna of van de kinderen van haar broers of zusters iemand in leven is, noch ten tijde van haar overlijden in leven was, zodat Schifts vrouw de enige erfgename ab intestato van Josijna van Hingen is.

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 121: op 5 sept. 1669 verkoopt Leendert Schift, burger van Dordrecht, aan Eemont Hendricxx, zakkendrager en burger van Dordrecht, een huis in de Stoofstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan Jansz. korenmeter.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 5: op 20 febr. 1685 verkoopt Leendert Schiff, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Maerten Vermeulen, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwe Breestraat, staande tussen het huis van de weduwe van Packe Torsijn en dat van Jan Cornelisz. van de Grient. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 800 gl.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 106v: op 7 juli 1688 verkoopt Leendert Schiff, burger van Dordrecht, als man van Helena van Hingen, enige erfgenaam van haar oom Servaas van Hingen, voor 500 gl. aan Geerit Vermeulen, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van [NN] Voet bakker en dat van Daniël van den Dorpel.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 116v: op 22 sept. 1690 verkoopt Leendert Schift, burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Marcus Ariensz. van der Boot en Jop Manesz. Vrijbergen, viskopers en burgers van Dordrecht, vier naast elkaar staande woninkjes in de gang omtrent de Stoofstraat.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 116: op 16 april 1698 verkoopt Leendert Schift, burger van Dordrecht, voor 210 gl. aan Dingena Joghemsdr., weduwe van Jan Luijkasz. van Volkom, een huis tegenover het Pompstraatje, staande tussen het huis van Pieter Govertsz. en dat van Rijnier Willemsz.

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 3: op 10 jan. 1705 verkopen Lijsbeth Schift, weduwe van Kornelis Nering, Cornelis van Gijbeland, koopman te Dordrecht, als man van Margrita Schift, en Leenard Oudland, zoon van Jasper Oudland en diens overleden vrouw Berbera Schift, allen kinderen en kleinkind van Leendert Schift, voor zichzelf en tevens vervangende Helena van Hingen, weduwe van Leendert Schift, voor 1200 gl. aan Johan van Heijcoop een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Gerrard Vingerhoet.

ORA Dordrecht inv. 1641, 129v: op 22 juli 1706 verkopen Cornelis van Gijbeland, als man van Margrita Schift, en Leendert Oudtlandt, voor zichzelf en tevens vervangende Lijsbet Schift, weduwe van Cornelis Nering, allen erfgenamen van Helena van Hingen, weduwe van Leendert Schift, voor 100 gl. aan Arij van Hoogstraten, burger van Dordrecht, een huisje op de Hil, staande tussen het huis van de weduwe van Gerrit Josse en de tuin van de koper.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 12: op 10 mrt. 1711 verkopen Cornelis van Gijbeland, koopman te Dordrecht, Jan Nering en Cornelis van Hombroek, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Nering, Hendrik Nering en Berbera Nering, kinderen van wijlen Cornelis Nering en Elisabeth Schift, samen erfgenamen van Helena van Hingen, weduwe van Leendert Schift, voor 470 gl. aan Aalbert Jonkhout, burger van Dordrecht, een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Michiel Bommelaar en dat van Cornelis de Bell, alsmede drie huisjes, staande in de gang komende in de Vriesestraat. Aan Abraham Kamerling, schoenmaker en burger van Dordrecht, verkopen zij voor 165 gl. een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen de huizen van juffrouw De Rouw, en aan Jacob Michielse, burger van Dordrecht, voor 160 gl. een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van de stadhouder Kleijn en dat van juffrouw De Rouw. Dezelfde verkopers verkopen voor 560 gl. aan Jan van de Bergh, burger van Dordrecht, een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Maij de uitdraagster en dat van Jacob Flockon, alsmede een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Abel de Vries en dat van de verkopers. Aan Cornelis van Nievervaart verkopen zij voor 190 gl. een huis op de Gevulde Gracht, staande tussen het huis van de bleker Vermeer en dat van juffrouw Laurentius. Aan Johannes van Immerseel verkopen zij voor 350 gl. een huis op de Lindegracht, staande tussen de huizen van de verkopers. Voorts voor 220 gl. aan Govert van Well mr. schrijnwerker een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van de verkopers en dat van Wessel van Doll, aan Klaas van Halen, mazelaar en burger van Dordrecht, voor 100 gl. aan huis in de Mariënbornstraat, staande tussen de tweede gracht en dat van de weduwe Raats, en aan Gerrit Franckot, kuiper en burger van Dordrecht, voor 240 gl. twee huizen in de Mariënbornstraat, staande tussen de Vrankenstraat en de gracht.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 15v: op 10 mrt. 1711 verkopen Cornelis van Gijbeland, koopman te Dordrecht, Jan Nering en Cornelis van Hombroek, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Cornelis en Hendrik Nering, en Helena en Berbera Nering, kinderen van wijlen Cornelis Nering en Elisabet Schift, erfgenamen van Helena van Hingen en Leendert Schift, voor 130 gl. aan Servaas Der Nede, korenmeter en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen de huizen van Jan Jansz.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Pieter, 28 april 1645

b. Lijsbeth, 29 juli 1646

c. Berber Schiff, aug. 1647, trouwde Jasper Oudland

d. Lijsbet Schiff, 26 dec. 1649, trouwde NG Dordrecht 20 april 1703 Cornelis Nering

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 6: op 7 febr. 1703 verkopen Abraham en Joachim Targier en Angeneesie Rijmen, weduwe van Bartholomeus Targier, als mede-erfgenamen of legatarissen van Willem van Blijenberg, voor 400 gl. aan Lijsbeth Schiff, weduwe van Cornelis Neringh, burger van Dordrecht, een huis in de Pelserstraat, staande naast het huis van de koopster, vanouds genaamd “de Drie Lijtse Kazen”.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 49: op 18 sept. 1703 verkoopt Ceumertje Abrams, weduwe van Gerrard Brumme, wonende te Dordrecht, voor 425 gl. aan Lijsbet Schift, weduwe van Cornelis Nering, een huis in de Wijngaardstraat omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tusssen het huis van de erfgenamen van Ariaantje Hegters en dat van de weduwe van Francois Beudt.

ORA Dordrecht inv. 1644A:, f. 37: op 10 mei 1712 verkopen Jan Nering, als procuratie hebbende van Cornelis en Hendrik Nering, Cornelis van Hombroek, als man van Magdalena Nering, en Helena en Berbera Nering, kinderen en erfgenamen van Cornelis Nering en Elisabeth Schift, aan Pieter Dormaal, burger van Dordrecht, een huisje in de Pelserstraat, staande tussen “sijn Compt. principael” en het huis van de erfgenamen van de weduwe Van Sittert.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 93: op 23 mei 1716 verkoopt Johan Nering, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Cornelis van Hombroek, als man van Machteltie Nering , Pieter Vernimme, als man van Helena Nering, Cornelis en Hendrik Nering en Pieter van Gelder, als man van Berber Nering, allen kinderen en erfgenamen van Elisabeth Schift, weduwe van Cornelis Nering, voor 1300 gl. aan Diderick van Stock, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van Jan Prinse en dat van Arij Plomp.

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 46: op 29 juli 1723 verkopen Hendrik Nering, koopman te Dordrecht, zoon en mede-erfgenaam voor een zesde part van zijn moeder Elizabeth Schift, weduwe van Cornelis Nering, voor zichzelf en procuratie hebbende van Johan en Cornelis Nering, en Cornelis van Hombroek, als man van Machteld Nering, Pieter Vernimme, als man van Helena Nering, en Pieter van Gelder, als erfgenaam van zijn overleden vrouw Barbara Nering, allen kooplieden te Dordrecht en voor een zesde part erfgenaam van hun moeder Elizabet Schift, weduwe van Cornelis Nering, voor 1000 gl. aan Teunis Corbell, burger van Dordrecht, een huis bestaande uit twee woningen, staande in de Tolbrugstraat Waterzijde tussen het huis van Kooijmans en dat van Rinkhuijsen. Dezelfde verkopers verkopen voor 345 gl. aan Andries Wiemans, wonende bij het Stadhuis, een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Thomas Hegters en dat van de weduwe van Gillis Beudt. Tevens verkopen zij voor 310 gl. aan Anthonij den Broeder, koolmeter wonende in de Vriesestraat, een huis in de Pelserstraat, staande tussen het pakhuis van Pieter Dormal en dat van Pieter Storm.

e. Margriet Schift, 7 sept. 1651, volgt IV

f. Josijntje, 9 mei 1653

g. Pieter, 8 dec. 1656

h. Maria, 18 febr. 1658

IV. Margriet Schift, gedoopt NG Dordrecht 7 sept. 1651, trouwde NG Dordrecht 12 mrt. 1679 Cornelis van Gijbelandt

Kinderen (o.a.):

a. Helena, gedoopt NG Dordrecht 30 juli 1686

b. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht 22 juni 1689

c. Leonardus van Gijbelandt, gedoopt NG Dordrecht 5 juli 1692, jongman van Dordrecht wonende op de Varkenmarkt (1714), weduwnaar van Dordrecht (1731), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 21 okt./7 nov. 1714 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Cornelis van Gijbeland, de bruid heeft schriftelijk consent van haar grootmoeder Theodora Sonnemans, weduwe van Johan Hallincq) Theodora Walop,geboren naar schatting ca. 1695, jonge dochter van Gouda wonende bij de Beurs te Dordrecht (1714), dochter van Maarten Walop, brouwer in “het Ossenhooft” te Gouda, en Hester Rottermond, 2e Gerecht/NG Dordrecht 21 april/ 6 mei 1731 (de bruid geassisteerd met haar vader David van der Kloet) Cornelia van der Kloet, gedoopt NG Dordrecht 20 juli 1700, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1731), dochter van David van der Kloet en Neeltje Dura

Kinderen:

Ex 1:

a. Hester, gedoopt NG Dordrecht 23 sept. 1716

b. Margrita, gedoopt NG Dordrecht 22 okt. 1718

ex 2:

c. Margarita, gedoopt NG Dordrecht 26 juni 1731

d. Cornelis van Gijbeland, gedoopt NG Dordrecht 4 sept. 1734, jongman van Dordrecht wonende op de Boom (1768), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 jan./11 febr. 1768 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder, de bruid heeft bewijs aan haar kinderen gedaan volgens akte gepasseerd voor notaris P. van Gelsdorp te Dordrecht op 9 jan. 1768) Pieternella van Bree, weduwe van Dordrecht wonende in de Kannenkopersbuurt (1768), trouwde 1e Jan van de Visser

e. David, gedoopt NG Dordrecht 13 juni 1736