Schul

I. Willem Gerritsz. Schul, van Zutphen (1575), trouwde Maricken Cornelisdr., van Dordrecht (1575), weduwe van Dordrecht (1587), trouwde 2e NG Dordrecht 12/26 juli 1587 Jacob Willemsz. schoenmaker, van Dordrecht (1587)

Kind:

a. Gerrit Schul, gedoopt NG Dordrecht 10 dec. 1579, volgt II

II. Gerrit Schul, gedoopt NG Dordrecht 10 dec. 1579, trouwde Belike Schul

Kinderen:

a. Elisabeth Gerritsdr. Schul, jonge dochter van Tiel (1617), trouwde NG Dordrecht 18 juni 1617 (ondertrouw, procl. Tiel) Genefaes (Jervaes)Jansz. Francken, jongman van Tiel (1617)

ONA Dordrecht inv. 60, f. 419: op 7 okt. 1641 testeren Jervaes Vrancken, koopman te Dordrecht, en diens vrouw Elisabeth Schul Gerritsdr. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 150 gl. Tot erfgenamen van al hun overige na te laten goederen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun ongetrouwde kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan uit te reiken hetgeen zij ook aan hun gehuwde dochter bij haar huwelijk hebben gegeven. Als de langstevende van hen beiden gaat hertrouwen moet hij of zij afstand doen van de helft van hetgeen er in de gemeenschappelijke boedel zal zijn.

ONA Dordrecht inv. 65, f. 232: op 24 aug. 1657 testeren Jervaes Vrancken, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Elisabeth Schul Gerritsdr., burgers van Dordrecht. Zij bevestigen hun testament, dat zij gepasseerd hebben ten overstaan van notaris D. Eelbo te Dordrecht op 7 okt. 1641, voor zover niet strijdig met het hierna volgende. Zij prelegateren aan Belicken Vrancken, de vrouw van Jacob Sam, alle kleren van de testatrice en die van haar overleden dochter Elisabeth Vrancken, mits de zoons van de testatrice of hun nakomelingen elk zullen ontvangen een somma van 100 Rijksdaalders. Zij prelegateren aan hun jongste zoon Jervaes Vrancken een bedrag van 1000 Rijksdaalders. Zij wensen, dat hun nog ongetrouwde zoons Gerrardt en Jervaes Vrancken daarenboven, wanneer zij gaan trouwen, elk zullen ontvangen zodanige somma geld en andere “toebate” van kleding, lijnwaat, bedden en andere meubelen, als hun overige kinderen bij hun huwelijk gekregen hebben.

ONA Dordrecht inv. 65, f. 254: op 7 sept. 1657 testeren Jervaes Vrancken, koopman, en zijn vrouw Elisabeth Schul Gerritsdr. Zij bevestigen hun eerdere testamenten, voor zover die niet strijdig zijn met het hierna volgende. Als enkele van hun kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk en zonder kinderen na te laten, zullen de goederen, die zij van de testateuren zullen erven, toekomen aan hun overige kinderen, welke goederen dan moeten blijven “inde linie en bloede van daer die selve gecomen en verstorven” zijn, op voorwaarde, dat hun overige kinderen die goederen niet zullen vervreemden.

Kinderen (volgorde onzeker):

a-1. Beliken Vrancken, gedoopt NG Dordrecht sept. 1622, trouwde Jacob Sam

a-2. Gerrardt Vrancken

a-3. Jervaes Vrancken

a-4. Elisabeth Vrancken

b. Steven Gerritsz. Schul, gedoopt Dordrecht febr. 1620, volgt III

III. Steven Gerritsz. Schul, gedoopt Dordrecht febr. 1620, Rijnse wijnkoopman te Dordrecht, overleden 5 mrt. 1660 (zerk), trouwde Willemken Albertsdr. van Buijtendijck

De grafzerk van Steven Schul in de Grote Kerk van Dordrecht (foto: André den Haan.

2 april 1655: Arnoult Mathisius, raad in de Kamer van Justitie te Vianen, transporteert, als gemachtigd zijn de door die Kamer tot het transporteren van de goederen van wijlen Cornelis Alewijn, in zijn leven raad in genoemde Kamer, aan Steven Schul, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Kraan, genaamd “den Blaeuwen Steenen Gevel”, staande tussen het huis van de heer van Barendrecht en dat van Pieter Beijen. (ORA Dordrecht inv. 1616. f. 16)

Het huis “de Blauwe Gevel” in de Wijnstraat, nr. 121A (foto: Loes van Zanten)

20 sept. 1661: Coenraet Damisz. van der Linden, koopman en burger van Dordrecht, geeft te kennen, dat hij eigenaar is van een huis met twee pakhuizen daarnaast, staande op de Nieuwe Haven [Kuipershaven] op de hoek van het Schrijversstraatje, tussen dat straatje en het erf van het huis van de weduwe van Steven Schul. Laatstgenoemde laat naast het huis van de suppliant op het lege erf van haar huis, genaamd”de Blauwe Stenen Gevel”, dat achter uitkomt op de Nieuwe Haven, een nieuw huis bouwen, met boven een woonhuis en onder een wijnkelder “ende werde het voorn. woonhuijs gemaeckt, omme met een trap van buijten op te gaen, ende is de deure of poorte daermede men inden voorsz. huijse gaen sal gestelt nevens ende aende … sijdelmuijre van sijns vertoonders [Van der Lindens] huijs ende nevens sijn vertoonders comptoir, ende is de voorsz. weduwe van Steven Schul alle haere timmeragie maeckende … omme den trap daermede men op de boven wooninge gaen sal , te doen maecken om van buijte op te gaen, ende soude dan het bordis ofte den opganck ende de plaetse daermede men inden voorsz. huijse soude gaen comen nevens sijns vertoonders comptoir, ’t welck seer grote onrusten hem vertoonder soude comen te geven. Soude oock de voorsz. trap benemen alle het vuijt en insichte van sijn vertoonders woonhuijs als mede sijne twee packhuijsen, die door gemelten trap seer verduijstert soude staen, ende vande voor bij gaende luijden comende vande Verckenmardt [Varkenmarkt] Gravenstraet Hooge Nieustraet etc. niet connen werden gesien, alsmede soude men als men soude staen op de stoep van des vertoonders huijs, jegens den voorn. trap sien, die het vorder vuijtsicht soude stuijten”, wat tot gevolg zal hebben,dat zijn huis en pakhuizen aanzienlijk in waarde zullen dalen. Van der Linden verzoekt de regeerders van Dordrecht de weduwe Schul te verbieden de trap buiten de gevel van haar nieuwe huis te laten zetten en hem daarmee het uitzicht van zijn huis te benemen. Het gerecht van Dordrecht staan hem zijn verzoek toe. (ORA Dordrecht inv. 65, f. 1 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Belia, 23 mrt. 1646

b. Gerrit Schul, okt. 1647, volgt IV

c. Albert, jan. 1649

d. Gijsbert, 2 mrt. 1650

e. Johannes, 24 dec. 1653

f. Cornelia, 11 febr. 1656

g. Stephanus, 21 juni 1658

h. Magdalena, 7 mei 1660

IV. Gerhard (Gerrit) Schul, gedoopt NG Dordrecht okt. 1647, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1675),koopman te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 3/19 nov.1675 Catharina Crul, gedoopt NG Dordrecht 18 febr. 1647, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Varkenmarkt (1675), dochter van Lambert Crul en Agnietjen Selderbeeckx

1 mei 1701: Gerard Schul, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Willemina van Buijtendijck, weduwe van Steven Schul, koopman te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. Cretser in Den Haag op 10 jan. 1701, verkoopt voor 5000 gl. aan de erfgenamen van mr. Mijndert van Segwaart, in zijn leven regerende en presiderende burgemeester van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de kraan, vanouds genaamd “de Blauwe Gevel”, staande tussen het huis van Cornelis de Bood, heer van Giessenburg, en dat van mr. Pieter Nolthenus. (ORA Dordrecht inv. 803, f. 39v e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Johanna, 26 dec. 1676

b. Wilhelmina Schul, 11 april 1678, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Haven (1715), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15/29 sept. 1715 (de bruide heeft schriftelijk consent van haar vader Gerard Schul) Jan van Helmond, weduwnaar van Doesburg wonende op de Hil (1715)

Kinderen:

b-1. Johanna Catharina, gedoopt NG Dordrecht 22 sept. 1716

b-2. Willemina, gedoopt NG Dordrecht 2 april 1718

b-3. Hendrick, gedoopt NG Dordrecht 21 nov. 1719

c. Stephanus, 27 dec. 1679

d. Lambertus, 22 nov. 1683

e. Agneta, 3 mrt. 1687