(Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975)
Dordrecht had in deze tijd ruim 18.000 inwoners [W. Frijhoff e.a. (red.) Geschiedenis van Dordrecht van 1572 tot 1813 (Hilversum 1988), p. 77].
De 1000e penning van 1626 bevat naar schatting 1700 a 1800 inschrijvingen, waarvan sommige meerdere personen betreffen: het totale aantal belastingplichtigen zal ongeveer 2000 personen bedragen hebben, ofwel ruim 10 procent van de totale bevolking.
Met een geschat vermogen van 325.000 gulden was Arent Maertensz., ambachtsheer van Oost-Barendrecht en Zwijndrecht en stichter van de Arend Maartenshof in Dordrecht, verreweg de rijkste inwoner van de Merwestad. (Zie f. 10v.) *
* Ter vergelijking: in 1631 waren de vijf rijkste inwoners van Amsterdam:
(de erven van) Jacob Poppen 500.000 gl.
Guillermo Bartholotti 400.000 gl. 
Guillermo Bartolotti, door David Bailly
Balthasar Coymans 400.000 gl.
Adriaen Pietersz. Rap 354.000 gl.
Dirk Alewijn 325.000 gl.
(J. I. Israel, De Republiek 1477-1806 [Franeker 2001], p. 383)
1 pond = 1 gulden = 20 stuivers
nihil habet = bezit niets
Romeinse cijfers zijn omgezet naar arabische cijfersen het pondteken is vervangen door het woord pond of ponden
Aanvullende gegevens en toevoegingen staan tussen rechte haken.
De 1000e penning van Dordrecht (1626)
(Bron: SA Dordrecht, Stadsarchief Dordrecht nr. 3 (1572-1795), inv. 3975, f. 1-137v)
Geraadpleegde literatuur:
M. van Baarsel, Van Aardappelmarkt tot Zwijndrechts Veerhoofd. De straatnamen van de historische binnenstad van Dordrecht. (Hilversum 1992)
M. Balen, Beschryvinge van Dordrecht (Dordrecht 1677)
J.L. van Dalen, Geschiedenis van Dordrecht, 2 delen(Dordrecht 1931/1936)
H. A. van Duijnen, C. Esseboom, I. Dewald (red.), Water wordt een feest zodra het bij de brouwer is geweest. Dordtse brouwerijen door de eeuwen heen. (hieronder aangehaald als Jaarboek Oud-Dordrecht 2007) (Dordrecht 2007)
C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena, 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003) (Dordrecht 2003)
W. Frijhoff e.a. (red.) Geschiedenis van Dordrecht van 1572 tot 1813 (Hilversum 1988)
C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht (Zaltbommel 1974)
J. van de Maas, Het huis “De Gulden Os” (overdruk van twee artikelen in de Dordrechtsche Courant van 4 en 11 sept. 1920 [Bibliotheek RA Dordrecht, cat.nr. 10.186])
A. Nelemans, Sepulture ofte Graftboeck van de Augustijnenkerck te Dordrecht (Sliedrecht 1998)
A. Nelemans, Hic conditur. De graven van de Nieuwkerk te Dordrecht. (Amsterdam 2006) [Hierna aan te halen als Hic Conditur.]
L. Panhuysen, De ware vrijheid: de levens van Johan en Cornelis de Witt (Amsterdam 2007)
Teerste quartier beginnende vande Groote Kerck inde Voorstraet [Grotekerksbuurt] tot aende Vischbrugge ende soo voort wederom aen d’andere zijde tot aende Groote Kerck, ende voorts opde Nieuwe Haven.

f. 1
In den eersten.
De weduwe van Jacob Frans Wittens 36 ponden
[Jacob de Witt Fransz., geboren 3 jan. 1548, burgemeester van Dordrecht (1601, 1602, 1615, 1616, 1619, 1620), overleden 14 dec. 1621, zoon van Frans de Wit Cornelisz. en Liduwi van Beveren Pietersdr., trouwde ca. 1574 Elisabeth Heijmans Andriesdr., overleden 1632, “woonden in’t Aal-oude Huys Cruyssenborch”. (Balen, o.c., deel II, p. 1330)
Kinderen (Balen, o.c., deel II, p. 1330 e.v.):
a. Frans de Witt Jacobsz., overleden 8 nov. 1610, trouwde Margrieta Rutgers Wijnandsdr., overleden 31 juni 1636
b. Lidia de Witt, trouwde Cornelis Ruijsch Nicolaasz. (zie hieronder)
c. Aletta de Witt, overleden 11 sept. 1607, trouwde 1e okt. 1597 Isaak van de Corput Henriksz., predikant te Breda, 2e 27 april 1603 Balthasar Lidius Martinusz., predikant te Dordrecht, overleden 20 jan. 1629
Kinderen:
ex 1:
c-1. Abrahamus van den Corput Isaaksz., predikant te Giessen-Nieuwkerk
ex 2:
c-2. ds. Isaak Lidius, geboren 1604
c-3. ds. Martinus Lidius, predikant te Breda
d. Sara de Witt, geboren 1591, overleden 1653, trouwde 5 april 1615 Jacob Focanus, geboren 1584, predikant te Vucht
e. Maria de Witt, OSP, trouwde Johan Nijssen, burgemeester van Dordrecht
f. Johanna de Witt, OSP, trouwde Daniël de la Vigne, predikant van de Waalse gemeente te Dordrecht
g. mr. Andries de Witt, OSP
h. Cornelia de Witt Jacobsdr., OSP 1654, trouwde NG Dordrecht 19 nov./10 dec. 1628 Thomas Boudicius (Boudicx), predikant in de Lindt en Heeroudelandsambacht, “wonende in’t Huys vanouds genoemd Cruijssenborg”. (Balen, o.c., deel II, p. 1332)
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 79 e.v.: op 25 jan. 1632 verklaren Lidia de With Jacobsdr., weduwe van Cornelis Ruijsch, ds. Thomas Boudicx, predikant, als man van Cornelia de With Jacobsdr., ds. Jacobus Vocanus, predikant te Bleskensgraaf, als man van Sara de With Jacobsdr., ds. Abrahamus van de Corput, predikant, en ds. Isaacus Lidius, predikant, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer ds. Martinus Lidius, predikant, en Jacob Stoop, achtraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Andries de With, raad van het Hof van Holland, als voogd over de vier kinderen van Frans Jacobsz. Wittensz., allen kinderen, kleinkinderen en mede-erfgenamen van Jacob Frans Wittensz. en Elsken Andriesdr., dat zij de goederen, die dat echtpaar heeft nagelaten, onderling verdeeld hebben. Daarbij is aan ds. Thomas Boudicx toegevallen een huis en houttuin, staande en liggende bij de Grote Kerk tussen het huis van Mattheus Rees aan de ene zijde en het huis, genaamd”de Vlas[s]ack” en het huis van Franchoijs Sijmonsz. in de Velde.
ORA Dordrecht inv. 787, f. 62: op 20 nov. 1670 verkoopt Damas van Slingeland Jansz., voor zichzelf voor 1/9 part, en tevens als procuratie hebbende van mr. Govert van Slingelandt Baerthoutsz., secretaris van de Raad van State, Jacobmina Vaens, eerder weduwe en erfgename van Sijmon van Slingelant en thans echtgenote van Johan van Lith, koopman te Dordrecht, voor 1/9 part, en Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant, oudraad te Dordrecht, voor 6/9 parten, allen erfgenamen van wijlen ds. Tomas Bodicius [Thomas Boudicxius], predikant te Grote Lindt, voor 7250 gl. aan Rochus Rees, houtkoper, een huis omtrent de Grote Kerk naast het huis “de Vlaszack”, staande tegenover de Pelserbrug, met de houttuin, daartoe behorende, uitkomende op de Nieuwe Haven, en de kade en overige toebehoren.]
De weduwe van Cornelis Ruijsch 12 ponden
[Cornelis Ruijsch Claesz. (Nikolaesz.), van Maastricht (1595), brouwer, weduwnaar van Maastricht (1606), trouwde 1e NG Dordrecht 17 sept./15 okt.1595 Lisbeth Bouwensdr. de Koninck, van Dordrecht (1595), 2e NG Dordrecht 2 april/7 mei 1606 Liedewij (Lidia) de Witt Jacobsdr., van Dordrecht (1606), dochter van Jacob de Witt Fransz. en Elisabeth Heijmans Andriesdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1331)
ONA Dordrecht inv. 11, f. 583: op 24 sept. 1615 testeren Cornelis Ruijsch Nicolaesz., koopman van wijnen en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Lidewij de Wit Jacobsdr. Zij herroepen hun huwelijkse voorwaarden. Als hij als eerste van hen beiden komt te overlijden, zal zij als prelaat krijgen het beste bed met toebehoren en een somma van 800 gl., en zullen alle overige goederen voor de ene helft komen aan zijn vrouw en de andere helft aan zijn kinderen. Als al die kinderen voor hun huwelijk of andere “geapprobeerde” staat komen te overlijden, zal de testatrice uit zijn goederen ontvangen een somma van 1500 gl. en zijn overige goederen zullen dan komen aan zijn erfgenamen ab intestato, behalve zijn neef Nicolaes Ruijsch, die hij van zijn nalatenschap uitsluit. Als zij de eerststervende is, wenst zij dat haar man in het bezit zal blijven van alle goederen, die zij dan zullen bezitten met uitzondering van haar kleren, juwelen en kleinodieën, waarvan zij wenst, dat die verkocht zullen worden en waarvan de opbrengst door de hierna te noemen voogden belegd zal moeten worden ten behoeve van haar kinderen, aan wie zij bovendien een bedrag van 1600 gl. legateert. De testateur zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot zij 21 jaar zijn geworden, of tot wanneer zij gaan trouwen. Als die kinderen echter voordien komen te overlijden, zullen de opbrengst van haar kleren etc. en het legaat van 1600 gl. komen aan haar erfgenamen ab intestato. Tot voogden over hun minderjarige erfgenamen benoemen de testateuren de langstlevende van hen beiden en namens hem mr. Coenraet Ruijsch en Pieter Slingerburch en namens haar Jacob Frans Wittensz., haar vader, mr. Andries de Wit en mr. Franchois van der Burch.]
Jan Leendertsz. int Vlashuijs 6 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3979 (200e penning van Dordrecht anno 1652), f. 1: Joost Jacobsz. van Houck int Vlashuijs betaalt 10 ponden]
f. 1v
De weduwe van Rogier Quirijnen [van de Wercken, schipper, koopman] 36 ponden
[I. Quirijn Zieren, geboren naar schatting ca. 1530, overleden voor 6 aug. 1607, trouwde naar schatting ca. 1555 Catilina Ockersdr.
ONA Dordrecht inv. 4, f. 264: op 6 aug. 1607 testeert Catilina Ockersdr., weduwe van Quirijn Zieren. Zij legateert aan de huisarmen te Dordrecht een somma van 25 gl. en aan de andere armen van Dordrecht eveneens 25 gl. Zij prelegateert aan haar beide ongehuwde dochters Marijken en Magdaleenken het huis, waarin zij en haar dochters wonen, met alle huisraad, inboedel, goud, zilver, linnen en wol, uitgezonderd haar kleren en juwelen. Zij prelegateert bovendien aan haar beide dochters elk een bedrag van 4000 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij de kinderen van haar overleden zoon Cornelis Quirijnen voor een zesde part en haar overige kinderen Rogier, Bastiaen, Apollonia, Maria en Magdalena Quirijnen of bij vooroverlijden hun nakomelingen, elk voor een zesde part. Voorwaarde daarbij is, dat zij, behalve Marijken en Magdalena, daarvan alleen het vruchtgebruik zullen hebben. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar zoons Rogier en Bastiaen Quirijnen en haar schoonzoon Francois Snoeck Geraerts.
Kinderen (volgorde willekeurig):
a. Marijken Quirijnen, ongehuwd
b. Magdaleenken Quirijnen, ongehuwd
c. Cornelis Quirijnen van de Wercken, geboren naar schatting ca. 1565, overleden voor 6 aug. 1607, trouwde NN
ONA Dordrecht inv. 60, f. 587: op 21 juni 1642 comp. Maria van de Wercken, weduwe van Hermanus Cochelijnus, wonende te Leiden, Abraham van de Wercken en Ocker van de Wercken, wonende te Dordrecht. Zij verklaren, dat tussen hen nog onverdeeld is gebleven drie vierde parten van een huis, genaamd “den Kleinen Beijtel”, staande [in de Wijnstraat] tegenover de Schrijversstraat tussen het huis van Johan Willemsz. van Liesvelt en dat van Wijnant Jansz. Houtouw kleermaker, welk huis hun is aangekomen bij overlijden van hun vader Cornelis Quirijnen van de Wercken. Maria en Ocker hebben hun aandeel in het huis overgedragen aan hun broer Abraham.
Kinderen:
c-1. Maria van de Wercken, trouwde Hermanus Cochelijnus
c-2. Abraham van de Wercken
c-3. Ocker van de Wercken, geboren ca. 1600, zilversmid
ONA Dordrecht inv. 77, f. 119v: verklaring dd 2 okt. 1639 door o.a. Ocker van de Wercken, zilversmid, ongeveer 39 jaar oud.
d. Rogier Quirijnen, geboren ca. 1557, volgt II
e. Sebastiaen Quirijnen, zie hieronder bij f. 28
f. Apollonia Quirijnen, geboren naar schatting ca. 1558, van Dordrecht (1586), trouwde NG Dordrecht 16 nov./dec. [zonder dagnummer] 1586 Frans Gerritsz. Snouck, van Dordrecht (1586), lakenkoper
II. Rogier Quirijnen van de Wercken, geboren ca. 1557, korenkoper, overleden tussen 24 juli 1624 en 14 nov. 1626, trouwde Janneken Claesdr.
NG trouwboek Dordrecht 11 jan. 1587: Rogijer Karijnen en Jennicken Claes Jansdr, beiden van Dordrecht, getrouwd 25 jan. 1587
ORA Dordrecht inv. 718, f. 282: op 22 aug. 1589 verkoopt Rogier Quirijnen aan mr. Pieter Pietersz. een jaarlijkse landcijns van 12 stuivers, verzekerd op een huis, “weesende twee woninghen” in de Grotekerksbuurt aan de Poortzijde, staande tussen het huis van de erfgenamen van wijlen Lijsgen van Muilwijck en dat van Jacques Halewijn. Rogier Quirijnen heeft dat huis gekocht van mr. Pieter Pietersz. “mette lasten” van 26 Rijnse gl. 5 st. jaarlijkse losrente “den penning sesthijen”.
ORA Dordrecht inv. 745, f. 123: op 21 okt. 1599 verklaart Jan Jansz. van Burick de oude zich te “constitueren contreborge ten behouve van Rogijer Quijrijnen voor alsulcken borgtocht bedraegende ter somma van zes hondert dertich k[arolus]guldens met de intereste vandien volgende d’obligatie als hij Rogijer Quijrijnen ten behouve van Thonis Thonisz. backer zal. voor Jan Jansz. Caesman den Jongen sijns comparants soo[n] gedaen ende gepresteert heeft”, daarvoor verbindende zijn huis omtrent de Visbrug, staande tussen het huis genaamd “de Bijbel” en het huis van Reijnijer de kousmaker.
ONA Dordrecht inv. 20, f. 6: verklaring dd 3 jan. 1614 door Rogier Quirijnen, wonende te Dordrecht, 57 jaar oud.
ORA Dordrecht inv. 1600, f. 58v: op 29 aug. 1623 verkoopt Pieter Ros, steenhouwer en burger van Dordrecht, aan Rogier Quirijnen, koopman en burger van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 18 gl. en 15 st., verzekerd op een huis achter in de Nieuwkerkstraat.
ORA Dordrecht inv. 1601, f. 59v: op 24 juli 1624 verkoopt Marijcken Aerts, weduwe van Huijbrecht Cornelisz., aan Rogier Crijnen, een jaarlijkse losrente van 8 gl. en 15 st., verzekerd op een huis in de Nieuwe Breestraat.
ORA Dordrecht inv. 766, f. 51: op 14 nov. 1626 verkoopt Grietken Cornelisdr., weduwe van Dirck Jansz., aan Janneken Claesdr., weduwe van Rogier Quirijnen, een jaarlijkse losrente van 10 gl., verzekerd op een huis in de Pelserstraat, staande tussen het huis van Jan Lauwerensz. en de brouwerij “het Rijpland”.
ONA Dordrecht inv. 8, f. 175 e.v.: op 13 juli 1628 compareert voor een Dordtse notaris Janneken Claesdr., weduwe van Rogier Quirijnen van de Wercken. Zij bevestigt de testamentaire dispositie, die zij met haar man., Rogier Quijrijnen, heeft gepassseerd op 21 april 1623 voor notaris J.P. Vekemans te Dordrecht, waarop zij echter de volgende de wijzigingen wil aanbrengen. In plaats van de helft van de somma van 250 gl., die zij met haar man gelegateerd heeft aan de huisarmen van de diaconie te Dordrecht, wil zij nu slechts een somma van 62 gl. legateren, aan de Heilige Geest ter Groter Kerk in plaats van de helft van 150 gl. slechts 37 gl. en aan het Weeshuis te Dordrecht in plaats van de helft van 150 gl. eveneens slechts 37 gl. Voorts wil zij, dat, in het geval haar dochter Magdalena Rogiers voor haar man Frans Symonsz. Indervelde komt te overlijden, laatstgenoemde tot aan zijn overlijden of tot wanneer hij gaat hertrouwen het vruchtgebruik zal hebben van de goederen, die zij, testatrice, bij haar vorige testamentaire dispositie dd 21 april 1623 onder bepaling van fideï-commis heeft vermaakt, namelijk de gerechte helft van haar goederen. Zij geeft haar dochter Magdalena de vrije beschikking over de wederhelft van die goederen, zijnde de legitieme en de trebellianique portie. Tenslotte wenst de testatrice, dat haar broer Cornelis Claesz. en de broer van haar overleden man, Sebastiaen Quirijnen, er zorg voor zullen dragen, dat de door haar na te laten goederen en die van haar man, op welke de bepaling van fideï-commis betrekking heeft, naar behoren beheerd worden, zonder evenwel, dat zij zich hebben te bemoeien met de opvoeding van de kinderen van haar dochter, Magdalena Rogiers, welke voorbehouden zal zijn aan degenen, die Magdalena en haar man als voogden over de kinderen zullen aanstellen. Getuigen: mr. Viglius Oom, licentiaat in de rechten en advocaat en diens zoon Maerten Oom. Testatrice tekent met haar naam.
ONA Dordrecht inv. 179, f. 669: op 11 aug. 1661 verklaren Willem Pietersz. van Bergen en Hans Wagens, kooplieden en burgers van Dordrecht, op verzoek van Quirinus Inder Velden, wonende onder Hulsterambacht, dat zij zeer goed gekend hebben Rogier Quirijnen van de Wercken, koopman te Dordrecht, en dat hij heeft nagelaten drie dochters, m.n. Marija Rogiersdr. van de Wercken, non in het klooster St. Geertruijt te ‘s-Hertogenbosch en daar overleden, Catharijna Rogiersdr. van de Wercken, “geestelijcke dochter”, die te Antwerpen is overleden, en Magdaleena Rogiersdr. van de Wercken, die getrouwd is geweest met Franchois Inder Velden, koopman te Dordrecht, beiden aldaar overleden. De attestanten verklaren voorts, dat Franchois Inder Velden en Magdalena Rogiersdr. van de Wercken hebben nagelaten zes kinderen, t.w. Sijmon, Quirinus, Rogier, Johannes, Nicolaes en Anna Inder Velden, die erfgenamen ab intestato zijn geworden van Rogier Quirijnen van de Wercken.
Kinderen:
a. Marija Rogiersdr. van de Wercken, non te ‘s-Hertogenbosch
b. Catharijna Rogiersdr. van de Wercken, “geestelijke dochter”, overleden te Antwerpen
c. Magdalena Rogiersdr. van de Wercken, trouwde Gerecht Dordrecht 4/29 mei 1622 Franchois Indervelde, koopman te Dordrecht
Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 4 mei 1622: aangetekend Franchoijs in der Velde jongman geassisteerd met Cornelis Jansz. zijn oom en Magdalena Rogiers [van de Wercken] jonge dochter geassisteerd met Janneken Claesdr. haar moeder en met schriftelijk consent van haar vader Rogier Quirijnen, getrouwd 29 mei 1622
Gildenarchieven Dordrecht inv. 8, 3 april 1631: als gildebroeder in het Houtkopersgilde opgenomen Franscoijs Simonsz. in der Velden, heeft zes kinderen, t.w. Simon, Corijn, Rogier, Johannes, Nicolaes en Anna in der Velden, betaalt 7 1/2 gl.
ONA Dordrecht inv. 179, f. 669 e.v.; op 11 aug. 1661 verklaren Willem Pietersz. van Bergen en Hans Wagens, kooplieden en burgers van Dordrecht, op verzoek van Quirinus Indervelden, wonende onder Hulsterambacht, dat zij zeer goed gekend hebben Rogier Quirinusz. van de Wercken, koopman te Dordrecht, die heeft nagelaten drie dochters, t.w. Marija, non in het klooster van St. Geertruijt te Den Bosch en daar overleden, Catharijna, geestelijke dochter, overleden te Antwerpen, en Magdhaleena Rogiers van de Wercken, die getrouwd was met Franchoijs Indervelden, koopman te Dordrecht, beiden aldaar overleden. Franchoijs en Magdalena hebben zes kinderen nagelaten, nl. Sijmon, Quirinus, Rogier, Johannes, Nicolaes en Anna Indervelde, die de enige erfgenamen ab intestato van Rogier Quirijnen van de Wercken zijn.]
Abraham Quirijnen, seijt woont tot Sevenberge 2 ponden
Pieter Sijmonsz. Crom 6 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 27 mrt. 1616 Pieter Simensz. Crom lakenbereider en Ermgert Jan Jansdr., beiden van Dordrecht, getr. 12 april 1616
Jan Adriaenssen steenhouder 2 ponden
Lijsbet Gerritsdr. 3 ponden
f. 2
Jan Henricxsz. [van Slingelant] laeckencooper
[NG trouwboek Dordrecht 4 nov. 1607: Jan Henricxsz. van Slingelant lakenkoper en Adriana van den Broeck Melchiorsdr., beiden van Dordrecht, getrouwd op 25 nov. 1607
{ORA Dordrecht inv. 1594, f. 76 e.v.: op 14 aug. 1617 verklaren Sijmon Woutersz. van Duijnen, Janneken Woutersdr. van Duijnen, Aeltgen Woutersdr. van Duijnen, en Jacob Stoop, als administrateur van de goederen van Abraham Jansz. van Duijnen, zoon van wijlen Jan Woutersz. van Duijnen, samen vervangende Clara Woutersdr. van Duijnen, allen kinderen resp. kleinkind en erfgenamen van Wouter Jansz. van Duijnen en Neeltgen Jans, dat bij de boedelscheiding van hun ouders resp. grootouders aan Abraham Woutersz. van Duijnen is toebedeeld een huis, genaamd “Loosduijnen”, staande omtrent de Grote Kerk tussen het huis van Jan Henricxsz. van Slingeland en Jacob Jacobsz. timmerman. Abraham Woutersz. van Duijnen is schuldig aan Cornelis Adriaensz., burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 764, f. 33: op 16 mei 1623 verkoopt Elizabet Willemsdr., weduwe van Abraham Woutersz. van Duijnen voor 4000 gl. aan Willem Jansz. Wens, steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Henricxsz. van Slingelant en dat van Jaecques Bornwater. Waarborg: Herman Dircxsz. van Wijngaerden. Koper is schuldig aan verkoopster een jaarlijkse losrente van 31 gl. 5 st. Koper is tevens schuldig aan Maria Boucquet, weduwe van Daniël Oems, een somma van 3000 gl. Borg: Dirck Joosten, molensteenhouwer en burger van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1603, f. 71v: op 17 mei 1629 verkoopt Jan Henricxsz. van Slingelant, burger van Dordrecht, aan Pieter van Dijck, burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Willem Jansz. Wens en de Schuitenmakersstraat. Het huis heeft zijn hele muur tot aan het huis van Pieter van Diemen kuiper. Waarborgen: Melchior van den Brouck en Abraham van Slingelant, burgers van Dordrecht.]
Jaecques Jaecquesz. timmerman 6 ponden
Jacob Dionijsz. [Bisschop] cleermaker 2 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 14 aug. 1616: Jacob Dionijsiusz. kleermaker van Dordrecht wonende tegenover het huis van Dibbetius en Anna van Beveren jonge dochter van Utrecht, per schrijven van daar, 10 sept. 1616 bescheid gegeven om te Utrecht te trouwen.
De naam Bisschop wordt vermeld bij de doop van zoon Joannes (NG doopregister Dordrecht juni 1618).]
Pieter Jacobsz. van Wesel [pondgaarder] 4 ponden
[ORA Dordrecht inv. 766, f. 99: op 27 juli 1627 verkoopt Gerard Walen, burger van Dordrecht, aan Pieter Jacobsz. van Wesel, pondgaarder en burger van Dordrecht, een half huis, erf en mouterij, staande en gelegen op de hoek van de Oudemannenstraat tussen het huis van Willem Jansz. kleermaker en voornoemde straat. De koper verkoopt met toestemming van de verkoper aan Margreta van Beverwijck een jaarlijkse losrente van 37 gl. 10 st., verzekerd op het door hem gekochte huis, erf en mouterij.
ORA Dordrecht inv. 769, f. 77: op 13 jan. 1633 verkoopt Pieter Jacobsz. van Wesel, pondgaarder en burger van Dordrecht, aan Govert Rocusz. van Wesel en Cornelis Evertsz. van Eijssel viskoper, burgers van Dordrecht, een oliemolen met een huisje daarnaast, staande achter aan ’s herenvest tussen het huis van Gerrit Walburch, genaamd “het Houten Been” en het huis van Adriaentgen Arijensdr.]
Jan Baltensz. schoenmaker, nihil habet 1 pond
f. 2v
Michiel Laurentsz. coperslager 2 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 10 pril 1605 Michiel Lauwrensz. koperslager van Dordrecht en Jennicken Jacob Jansdr., getr. 1 mei 1605
28 aug. 1609: Michiel Laurensz. koperslager, burger van Dordrecht, koopt een huis tegenover de “Ouden Mannen Steijgert”, genaamd “den Engel”, waarin hij tegenwoordig woont, staande tussen het huis van de weduwe van Coen Joosten en een huis, dat toebehoort aan de stad Dordrecht. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 346)
ORA Dordrecht inv. 764, f. 84v e.v.: op 27 nov. 1623 verkopen Cornelis van Teresteijn heer Adriaensz. burgemeester en Jacob Anthonisz., oudraad van Dordrecht, als regenten van het Oudemannen- en vrouwenhuis te Dordrecht, voor 170 gl. aan Michiel Laurensz. koperslager een erf gelegen achter het huis van de koper tussen ’s herenstraat en het huis van Joost Henricxsz. fabriekmeester, met aan de noordzijde de gevel van het Oudemannenhuis, nu gekocht door Fictor Jansz. Bleijnckvliet, welke gevel de koper “ten halven” zal mogen gebruiken. De koper verkoopt aan de verkopers een jaarlijkse losrente van 10 gl. 18 st. en 12 penn., verzekerd op een huis en het voornoemde erf, staande en gelegen bij de Grote Kerk tussen het huis van Joost Hendricxsz. fabriekmeester en het huis van Maijken Teunis.]
Joost Henricxsz. [van Gouthoeven] fabrijcqmeester [stadsarchitect] 14 ponden
[Joost Hendriksz. van Gouthoeven, geboren ca. 1572, fabriekmeester van Dordrecht, trouwde ca. 20 okt. 1608 (huw. voorwaarden] Angnieta Cocx. Nicolaesdr.
ORA Dordrecht inv. 1599, f. 6: op 31 jan. 1622 verkopen Pompeus de Rovre schout, Cornelis Adriaensz. Teresteijn burgemeester en Johan Berck eerste raadpensionaris, als kerkmeesters van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Frans Wittensz. en Willem van Beveren, oud-burgemeesters, hun mede-kerkmeesters, krachtens de koopceel van 6 nov. 1611 en de daarop volgende toestemming van de Kamer Juditieel van Dordrecht dd 12 april 1612, voor 3800 gl. aan Joost Hendricksz., fabrieksmeester van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk tegenover de Manhuissteiger, staande tussen het huis van Michiel Laurensz. koperslager ten dele aan de westzijde en dat van de erfgenamen van Arent van Woerden aan de oostzijde, met het achterhuis, staande tussen het huis van burgemeester Cornelis Frans Wittensz. en het Oudemannenhuis.
ONA Dordrecht inv. 61, f. 722: testament dd 3 mei 1646 van Joost van Gouthouven Hendricksz., voormalig fabriekmeester van Dordrecht, en van zijn vrouw Angnieta Cocx Nicolaesdr. Zij legateren aan hun dienstmaagd Lijsbeth Gillisdr. een jaarlijkse lijfrente van 10 gl. Tot erfgenaam van de eerststervende benoemen zij de langstlevende van hen beiden. Zij hebben hun jongste zoon Nicolaes van Gouthouven toen hij ging trouwen met Cornelia de Gelder Woutersdr. “eerlijck … vvtgesedt” en hem een zeker bedrag in geld uitgereikt. De langstlevende van hen beiden is derhalve gehouden hun oudste zoon mr. Hendrick van Gouthouven, als hij gaat trouwen, “eerlijck vvt te setten” en hem dan een aantal rentebrieven en obligaties te geven. Na overlijden van de langstlevende van de testateuren moet zoon Hendrick of bij vooroverlijden zijn nakomelingen aanbedeeld worden aan een stuk leenland in Bleskensgraaf, groot 12 morgen, een boomgaard in Zwijndrecht, het recht, dat zij testateuren hebben op landerijen in De Lindt en Ridderkerk, een rentebrief van 4000 gl., een lijfrente, staande op zijn naam, van 100 gl. jaarlijks, en al zijn boeken. Hun jongste zoon Nicolaes zal in mindering van zijn erfenis na overlijden van de langstlevende van de testateuren aanbedeeld worden aan land in Snelrewaard buiten Oudewater, groot zeven morgen, het land genaamd ” de Ommeloop”, gelegen aan de Burgwal buiten Oudewater, een obligatie van 3200 gl., een obligatie van 200 gl. en een lijfrentebrief van 100 gl., staande op zijn naam. Tot erfgenamen van al de overige Doo de langstlevende van hen, testateuren, na te laten goederen benoemen zij hun zoons of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Het huis, waarin zij, testateuren, wonende, staande omtrent de Grote Kerk, zullen hun zoons niet mogen verkopen, belasten etc., maar zullen daarvan alleen het vruchtgebruik genieten. De eigendom ervan zal toekomen aan hun kinderen of verdere nakomelingen. Als hun zoon echter zonder kinderen na te laten komen te overlijden, of wanneer hun kinderen zullen overlijden voor hun mondigheid “ofte sonder valide gedisponeert te hebben”, moet de helft van de voornoemde “vaste ende subject goederen” voor de helft komen aan hun schoondochter Cornelia de Gelder, de vrouw van hun jongste zoon, en de wederhelft aan de erfgenamen ab intestato van de testateuren.
ONA Dordrecht inv. 43, f. 50v: op 19 mei 1646 leggen Joost Henricxsz. van Goudthoven, fabriekmeester, 74 jaar oud, en Samuel Barentsz. van der Heijden, kapitein van de burgerij, beiden te Dordrecht, op verzoek van Johan van der Loo, zoon van Dirck Potter van der Loo, een verklaring af.
ONA Dordrecht inv. 62, f. 230: op 16 sept. 1647 testeren Joost van Gouthoeve Hendricksz., voormalig fabriekmeester van Dordrecht, en zijn vrouw Angnieta Cocx Nicolaesdr., hij gezond en zij ziek in bed liggende. Zij herroepen hun huwelijkse voorwaarden van 20 okt. 1608 en legateren aan hun dienstmeid Lijsbeth Gillisdr. een lijfrente van 10 gl. jaarlijks. Zij benoemen tot hun erfgenaam de langstlevende van het beiden. Toen hun jongste zoon, Nicolaes van Gouthoeven, ging trouwen met Cornelia van Gelder Woutersdr., hebben zij hem “eerlijck … vvtgesedt” en hem een zekere somma geld gegeven. Ter compensatie daarvan zal de langstlevende gehouden zijn hun oudste zoon, mr. Hendrick van Gouthoeven, als hij gaat trouwen, eveneens “eerlijck” uit te zetten en hem dan een aantal rentebrieven en obligaties te geven. Als hij niet gaat trouwen, krijgt hij bij het overlijden van de langstlevende van de testateuren alleen voornoemde rentebrieven en obligaties.
ONA Dordrecht inv. 64, f. 282: op 6 nov. 1652 testeert Agneta Cocx, weduwe van Joost van Gouthoeven, fabriekmeester van Dordrecht. Zij wenst, dat alle goederen, zowel leen- als alluviale goederen, daaronder begrepen ongeveer 12 morgen leenland, genaamd de Gouthoeff, gelegen in Bleskensgraaf, verdeeld moeten worden onder de twee nagelaten zoons van haar overleden jongste zoon Nicolaes van Gouthoeven, genaamd Joost en Wouter van Gouthoeven, met dien verstande, dat indien de oudste van hen het leen de Gouthoeff of andere leengoederen of erfpachtlanden alleen mocht willen hebben, de jongste zoon “daer en tegens weder sal moeten werden begroot met andere goederen”. De testatrice benoemt haar kleinzoons tot haar enige erfgenamen, op voorwaarde, dat hun moeder Cornelia van Gelder uit de inkomsten, die zij zullen erven van haar, testatrice, en bovendien uit de inkomsten uit het land in Ridderkerk, voor hun onderhoud zal krijgen voor elk van hen een somma van 200 gl. jaarlijks, totdat zij mondig worden of gaan trouwen. Zij legateert aan Cornelia de Gelder de meubelen, huisraad en inboedel, waarvan zij later een opgave zal maken. Zij legateert aan haar dienstmaagd een lijfrente van 10 gl. jaarlijks. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Cornelis Gerritsz. Schuijt, haar zwager, mr. Francois van Bom en Wouter de Gelder.
ONA Dordrecht inv. 66, f. 162: op 6 aug. 1661 bevestigt Angneta Cocx, weduwe van Joost van Gouthoeven, haar testament van 6 nov. 1652, met uitzondering van de navolgende bepalingen. Als beide zoons van haar overleden zoon Nicolaes van Gouthoeven, verwekt bij Cornelia de Gelder, komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, legateert zij aan de zoon van haar zuster, Gijsbert van Praet, burgemeester van Oudewater, een somma van 5000 gl., aan diens broer Nicolaes van Praet 100 gl., aan haar nichten Berbera en Maijken Vlijm elk 100 gl. en aan haar neef Gijsbert Schijft 100 gl., of bij vooroverlijden aan hun nakomelingen. Zij wenst, dat haar schoondochter, Cornelia de Gelder, na haar overlijden haar huis en pakhuis, dat erachter staat, “in tochte” zal bewonen, welk huis door haar, testatrice, bewoond wordt, staande [in de Grotekerksbuurt] omtrent de Oudemannnensteiger, zonder dat Cornelia daarvoor huur moet betalen en totdat het moment, waarop haar beide zoons mondig zijn geworden of gaan trouwen. Als Cornelia echter gaat hertrouwen, moet zij aan huur een bedrag van 100 gl. betalen. Zij zal ook de goederen van haar beide kinderen moeten beheren en tot medevoogden over hen aanstellen zodanige bekwame personen, als haar goeddunken zal.
Kinderen:
a. mr. Hendrick van Goudthoeven, geboren naar schatting ca. 1615
b. Nicolaes van Goudthoeven, geboren naar schatting ca. 1620, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1644), trouwde NG Dordrecht 25 dec. 1644/17 jan. 1645 Cornelia de Gelder, gedoopt NG Dordrecht nov. 1624, jonge dochter van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1644), trouwde 2e ds. Marcus van Es, predikant te Gorinchem, dochter van Wouter de Gelder en Agata Palm.
ONA Dordrecht inv. 330, f. 70: huwelijkse voorwaarden dd 16 april 1666 tussen ds. Marcus van Es, predikant te Gorinchem, weduwnaar, enerzijds en Cornelia de Gelder, weduwe van Nicolaes van Goudthoeven, geassisteerd met Agata Palm, weduwe van Wouter de Gelder en Abraham de Gelder, resp. haar moeder en broer, anderzijds.
Kinderen:
b-1. Joost van Goudthoeven, gedoopt NG Dordrecht 15 juni 1648
b-2. Wouter van Goudthoeven, gedoopt NG Dordrecht 10 jan.. 1652
De drije dochters ende soon van Arent van Woerden daer voocht van is Hendrick van Born 15 ponden
Jacob Jacobsz. van Wesel 6 ponden
Cornelia de With weduwe van Amelius van Hoogenveen 40 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 18 sept. 1605 (ondertrouw): Aemylius van Hoogeveen Geritsz. van Leiden en Cornelia de Witt Cornelisdr. van Dordrecht, door schrijven van Den Haag, na de 3e proclamatie bescheid gegeven om in Den Haag te trouwen.
Zij is begraven in de St. Catharinakapel van de Grote Kerk: “jofr. Cornelia de Wit weduwe van wylen de Heer Amelis van Hoogeveen in syn leven Borgemr. en tresaurier der stadt Leyden en ontfanger van de gemeene Middelen van Leyden en Rynlant sterft den 23 Martij ao. 1641 (J.L. van Dalen, De Groote Kerk te Dordrecht [Dordrecht 1927], p. 84)]

Het “stamhuis van de De Witten” in de Grotekerksbuurt (foto A.B. den Haan, juli 2008)

Gedenksteen in het bovengenoemde huis.
[“Het pand Grotekerksbuurt 21/23, het derde huis van het Manhuisstraatje, is het aloude stamhuis van de familie De Witt. In de gevel is een eenvoudige, onopvallende gedenksteen aangebracht. Sedert 1519, toen Cornelis Wittenzoon lid van het houtkopersgilde werd, waren de De Witten houtkopers … Reeds in 1552 (andere bescheiden zijn er niet) woonde Frans Corneliszn. de Witt, houtkoper, in het huis. Het pand had een grote diepte en de houterven erachter liepen door tot de Houttuinen, terwijl ook het daartegenover gelegen erf tot de kade van de Nieuwe Haven ertoe behoorde. Uit de erfenis van Frans Cornelisz. de Witt kwam het familiehuis vóór 1580 aan zijn zoon Cornelis Fransz. de Witt, de grootvader, en vervolgens aan mr. Jacob de Witt, de vader van de gebroeders de Witt. Mr. Jacob de Witt had in 1633 het naastgelegen pand, namelijk het tweede huis van de Manhuisstraat af, tussen het huis van koper en Joost Hendrickszn. van Gouthoeven, erbij gekocht. Uit diens nalatenschap werden beide huizen in 1683 verkocht na meer dan een eeuw aan de familie De Witt te hebben toebehoord. Zoals reeds gezegd liepen de panden door tot de Houttuinen. Aan die zijde van het erf was eveneens een huis gebouwd [later afgebroken] en daarin woonde mr. Jacob de Witt na de dood van zijn vader, in 1622. Daar woonde hij volgens de belastingregisters ook in 1623, 1626, ja zelfs nog in 1633. Daar moeten dus ook zijn beide zoons, Cornelis en Johan de Witt, in 1623 en 1625 geboren zijn. Het pand aan de Grotekerksbuurt werd in 1623 bewoond door Joost de Witt, in 1626 door Cornelia de Witt, terwijl het in 1633 door Jacob de Witt verhuurd werd aan dominee Nicolaes Colvius. … Men moet dus wel een beetje reserve nemen als men zegt, dat het pand Grotekerksbuurt 21/23 het geboortehuis van mr. Johan de Witt is. Men mag aannemen dat hij binnen de muren van het tegenwoordige gebouw niet geboren is, omdat zijn vader er niet woonde … ” (Lips, deel I, p. 127-128)
ORA Dordrecht inv. 769, f. 96v: op 30 mei 1633 verkopen mr. Franchoijs van Born, advocaat voor het Hof van Holland, zowel voor zichzelf en als last en procuratie hebbende van Sara en Cornelia van Born, zijn zusters, samen kinderen en universele erfgenamen van Arent Claesz. van Born en Cornelia de Bulere, volgens de procuratie daarvan gepasseerd voor notaris D.S. Coplaer op 30 mei 1633, voor 2700 gl. contant aan mr. Jacob de With, ontvanger van de gemene middelen, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van koper en dat van Joost Henricxsz. van Gouthouven, fabriekmeester [stadsarchitect] van Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 189, f. 160 e.v.: voorwaarden, waarop Willem Hooft, secretaris van de stad Amsterdam, als echtgenoot van Marija de Witt, die mede-erfgename is van Jacob de Witt, oud-burgemeester en rekenmeester, op 8 dec. 1682 wil laten veilen een ” groot, schoon en wel doortimmert” huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van verkoper en het huis van kapitein Wouter van Gouthoeven, verdeeld zijnde in drie woningen, die elk apart verhuurd worden, uitkomende met een brede gang in de Houttuinen aan de Nieuwe Haven. De voorste woning wordt bewoond door de pensionaris mr. Nicolaes Vivien en het middelste huis is verhuurd aan de vrouwe van Alblasserdam, strekkende tot de gevel en plaats van het achterste huis. Het grote “achter salet” met het secreet en de kamers en zoldering daarboven zullen deel blijven uitmaken van het achterste huis. Het pand wordt op 10 dec. 1682 voor 8650 gl. verkocht aan mr. Nicolaes Vivien.]
f. 3
Johan van Diemen 16 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1602, f. 35: op 9 juli 1626 verkoopt Pauwels de Coninck, als curator van de boedel van zijn vader, wijlen Cornelis Melsz. Coninck, aan Jan van Diemen een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Gijsbert de Jager en dat van de erfgenamen van Cornelis Frans Wittensz. De koper verkoopt aan de drie voorkinderen van Cornelis Melsz. Coninck, door hem verwekt bij zijn eerste vrouw, Catharina Adriaensdr., een jaarlijkse losrente van 50 gl. en is schuldig aan Ermken Jansdr. een somma van 1900 gl., verbindende het voornoemde huis.]
Gijsbert de Jager procureur 6 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 19 mrt. 1606 Gijsbrecht de Jager Geritsz. procureur en Maeijcken Sillenich [Vissenich] Lauwerentsdr., beiden van Dordrecht, getr. 9 april 1606]
Pieter van Beveren uijt de Achte 28 ponden
[ONA Dordrecht inv. 25, f. 169: verklaring dd 23 juni 1620 door Pieter van Beveren, koopman en burger van Dordrecht, 44 jaar oud.
ORA Dordrecht inv. 1596, f. 76: op 26 juli 1619 verkoopt Franchois Cornelisz. van Beaumont, burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Elisabeth van Beveren en Pieter van Beveren Jacobsz. een huis, genaamd “den Passer”, staande omtrent de Grote Kerk tussen het huis van Sijmon Sijmonsz. van Gesel en dat van Henrick Claesz. van Besoijen. Waarborg: Jan Jansz. Coopman, burger van Dordrecht.]
Reijnsburch van der Goes 12 ponden
[Reijnsburg van der Goes, gedoopt NG Dordrecht aug. 1606, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1631), begraven Leiden (Pieterskerk) 9 april 1655 (de vrouw van professor Gool, bij het Prinsehof), dochter van Matheus Andriesz. van der Goes en Alijt Jacobsdr. van Beveren, trouwde NG Dordrecht 20 april/13 mei 1631 (procl. Leiden) Jacob Gool (Golius), jongman van ‘s-Gravenhage (1631), professor aan de Universiteit van Leiden (1631), rector magnificus van de Leidse Universiteit (1642)
Zijn belangrijkste werk is het Lexicon Arabico-Latinum, (Leiden, 1653), dat, gebaseerd op de Sihah van Al-Jauhari, pas opgevolgd werd door het werk van Freytag. Onder zijn eerdere werk zaten edities van verschillende Arabische teksten (Proverbia quaedam Alis, imperatoris Muslemici, et Carmen Tograipoetae doctissimi, necnon dissertatio quaedam Aben Synae, 1629; and Ahmedis Arabsiadae vitae et rerum gestarum Timuri, gui vulgo Tamer, lanes dicitur, historia, 1636). In 1656 publiceerde hij een nieuwe editie, met aanzienlijke aanvullingen, van het Grammatica Arabica van Erpenius. (Wikipedia)

Jacobus Gool
ORA Dordrecht inv. 773, f. 85: op 28 juli 1642 verkoopt Adriaen van de Graeff, notaris en procureur, als procuratie hebbende van Jacob Gool, rector magnificus van de Universiteit te Leiden, als man van Rheijnsburch van der Goes, enige erfgename van Pieter van Beveren, volgens procuratie op 17 mei 1642 gepasseerd voor notaris W. van Vredenburch te Leiden, voor 1500 gl. aan mr. Jacob van Beveren, heer van Zwijndrecht, dijkgraaf van de Alblasserwaard, lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van de weduwe van Johannes Dibbets en dat van Gijsbert de Jager.
ORA Dordrecht inv. 1610, f. 95v: op 11 mei 1644 verkoopt Jacob Gool, professor aan de universiteit te Leiden, als man van Reijnsburch van der Goes, voor 2000 gl. aan Margreta Jansdr., weduwe van Gerrit Houben van Eijsden, een huis omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Jan Jansz. Schilthouwer zeilmaker en dat van Pieter Damasz. Korff.
Kinderen:
a. mr. Theodorus Gool, gedoopt NG Leiden (Pieterskerk) 17 mrt. 1632 (getuigen: Jacob van der Goes, Pieter van Beveren, Sophia van Leuningen), schout van Leiden
b. Alitha (Alida) Gool, gedoopt NG Leiden (Hooglandse Kerk) 26 juli 1633 (getuigen: Carel van der Goes, Ewout Brant, Alitha van Barendrecht, Maria van der Goes), trouwde Pieter van Wouw
c. Anna, gedoopt NG Leiden (Pieterskerk) 29 febr. 1636 (getuigen: Adriaen van der Mijl, Abraham van Beveren, Catharina van der Burch)
d. Dirck, gedoopt NG Leiden (Hoogl. Kerk) 5 juli 1637 (getuigen: Dirick Gool, Aernoud van Goes, Willem Paets, Elisabeth van Helsdingen)
e. Mattheus Gool, gedoopt NG Leiden (Pieterskerk) 25 febr. 1639 (getuigen: Pieter de Rovue, Lazarus van Zoust, Adriana van Blyenburgh, Adriaen van der Goes), raadsheer in het Hof van Holland
f. Adriaen, gedoopt NG Leiden (Pieterskerk) 19 aug. 1644 (getuigen: Jacob van der Goes, Jacob van Beveren, Agneta van Couckelbergh, Catharina van der Meulen)]
De heer Cornelis van Beveren Jacobsz. 88 ponden

Cornelis van Beveren Jacobsz. (foto: Regionaal Archief Dordrecht)
[Cornelis van Beveren Jacobsz., geboren Dordrecht 16 aug. 1568, begraven Dordrecht 23 juli 1641, zoon van Jacob van Beveren Pietersz. en Reijnsburg van Driel, trouwde NG Dordrecht 17 mei/7 juni 1598 Alida Arend Maertensdr, van Barendrecht, dochter van Arend Maertensz., ambachtsheer van Oost-Barendrecht en Zwijndrecht en Kristina van Dijk]

Familiewapen Van Beveren (detail van de epitaaf van Pompejus de Rovere in de Grote Kerk)

Alida Arend Maertensdr. van Barendrecht (foto: Regionaal Archief Dordrecht)
Ongedateerde akte (ca. 1634?): dijkgraven en heemraden van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, voor zichzelf en tevens voor de ingelanden aldaar en Cornelis van Beveren, ambachtsheer van Oost-Barendrecht, oud-burgemeester van Dordrecht, als nomine uxoris erfgenaam van Arent Maertensz., ambachtsheer van Oost-Barendrecht, zijn schoonvader, verlenen procuratie aan Willem van Ravesteijn, procureur voor het Hof van Holland en de Hoge Raad, om te procederen tegen een ieder en in het bijzonder tegen Peter van Duvelant, heer van Rhoon en Pendrecht. (ONA Dordrecht inv. 36, f. 5)
Kinderen:
a. Abraham van Beveren, geboren 1604, heer van Oost- en West-Barendrecht, schout van Dordrecht 1631-1643, burgemeester van Dordrecht 1643, 1644, 1660, OSP, liet het huis “de Onbeschaamde” in de Wijnstraat te Dordrecht bouwen, overleden Den Haag 25 aug. 1663. Hij trouwde 1e 1629 Susanna de Velare, overleden ca. 1630, 2e Elisabeth Ruijsch (Ruijssen), dochter van Koenraad Ruijsch, Ridder, burgemeester van Dordrecht (1653- 1654) en Maria van Beveren Willemsdr. (M. Balen, De beschryvinge van de stad Dordrecht [Dordrecht 1677], p. 974)

Abraham van Beveren (foto: Regionaal Archief Dordrecht)
Zijn erfgenamen worden in de navolgende akte vermeld:
Op 30 nov. 1697 compareren voor schepenen van Dordrecht Nicolaas van der Dussen, heer van Zouteveen, als man van Lidia van Beveren, voor zichzelf en tevens vervangende de kinderen en erfgenamen van wijlen Alida van Beveren, samen “repesenterende de staack” van Jacob van Beveren, in zijn leven heer van Zwijndrecht, Jacob Paats, veertigraad te Leiden, voor zichzelf en tevens vervangende Jacob Gool, baljuw van het Land van Blois etc., als man van Elisabeth Paats, Casper van Kinschot, raadsheer in de Raad van Brabant, als man van Catharina van Leijden van Leeuwen, en ook nog vervangende de verdere kinderen en erfgenamen van Alida Paats, samen “representerende de staack” van Rinsburgh de Beveren, en tenslotte Pompeus de Rovere, heer van Hardinxveld en baljuw van Zuid-Holland, en Cornelis de Rovere, heer van West-Barendrecht en presiderende burgemeester van Dordrecht, voor zichzelf en vervangende de kinderen en erfgenamen van wijlen Sophia de Beveren, vrouwe van Hardinxveld, allen erfgenamen van Abraham van Beveren, in zijn leven heer van Oost- en West-Barendrecht. Zij verkopen voor 9225 gl. aan Cornelis de Boot, heer van Bingerskercke, Lodijck, Cadzand, Giessenburg etc., de helft van een huis, tuin, koetshuis en stalling daarachter, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnkraan tussen het huis, dat bewoond wordt door Johan Aartsz. de Gelder, en het huis van Pieter Kant, uitkomende op de Nieuwe Haven, in welk huis de heer en vrouwe van Barendrecht gewoond hebben en waarin de vrouwe van Barendrecht overleden is. De wederhelft behoort toe aan de erfgenamen van voornoemde vrouwe van Barendrecht, in wiens nalatenschap deze wederhelft is toebedeeld aan de koper nomine uxoris, als mede-erfgenaam van de vrouwe van Barendrecht. ORA Dordrecht inv. 800, f. 89v e.v.)
b. Reinsburg van Beveren, geboren Dordrecht 1608, jonge dochter van Dordrecht (1630), trouwde NG Dordrecht 27 okt./12 nov.1630 (NG Leiden 15 okt. 1630) mr. Willem Paets, geboren Leiden 1596, doctor in de beide rechten, schepen van Leiden (1630), burgemeester van Leiden, overleden Leiden 2 okt. 1669, zoon van Jacob Cornelisz. Paets en Lidewij Muijs van Holij, hij trouwde 1e Rotterdam 20 jan. 1621 Maria Heerman

Willem Paets, door A. Hanneman
Kind:
b-1. Alida Paets, geboren Leiden 1 juni 1635, overleden ald. op 4 mrt. 1673, trouwde ‘s-Gravenhage 18 okt. 1654 Diederik baron van Leijden, heer van Leeuwen, geboren Brielle 6 dec. 1628, burgemeester van Leiden, overleden in 1682, zoon van Pieter van Leijden en Maria de Moucheron

Diederik van Leijden van Leeuwen (in 1663)
c. Sophia van Beveren, gedoopt NG Dordrecht jan. 1611, was voogdes van het door haar grootvader van moederszijde gestichte Arent Maertenshof en Moeder van het Weeshuis te Dordrecht (1675), zij verdronk in 1682 “in de vijver op de Hofstede”. (De Nederlandsche Leeuw 1944 kolom 132) en werd op 14 mrt. 1682 begraven. De inschrijving in het begraafboek van de Grote Kerk luidt: 14 maart 1682 is begonnen te luiden, den 15e een swarte baer gebracht over de Wijnbrugh voor mevrou Sophia de Beveren vrouwe van Hardincxvelt, weduwe van wijle den Ed. heer Pieter de Roover Baelliuwe van Zuit-Hollandt ende oudtraet deser stede, voor het blasoen met de kast 60 gulde, twintichmael luiens, de late boeten [d.w.z. wegens het ’s avonds begraven] 12 gulden. Zij trouwde NG Dordrecht 12 juni/11 juli 1633 mr. Pieter de Rovere, gedoopt NG Dordrecht nov. 1602, heer van Hardinxveld, baljuw van Zuid-Holland, overleden Dordrecht 17 sept. 1652
d. Jacob van Beveren, heer van Zwijndrecht, geboren Dordrecht 27 juni 1612, schepen, schout en burgemeester van Dordrecht, overleden ald. 30 jan. 1676, trouwde 9 juni 1637 Johanna de Witt, geboren Dordrecht 30 jan. 1617, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 april 1692 (een baar voor Johanna de Witt, vrouwe van Zwijndrecht, weduwe van Jacop van Beveren, burgemeester en kerkmeester), dochter van Jacob de Witt en Anna van de Corput

Jacob van Beveren (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

Johanna de Witt (foto: Regionaal Archief Dordrecht)
Kinderen (o.a):
d-1. Lidia van Beveren, geboren Dordrecht 13 juli 1640, van Dordrecht en daar wonende (1662), overleden Dordrecht 11 nov. 1680, trouwde NG/Dordrecht 22 jan.7 febr. 1662 Cornelis Pompe van Meerdervoort, van Dordrecht en daar wonende (1662)
d-2. Alida van Beveren, geboren Dordrecht 26 okt. 1647, jonge dochter van Dordrecht (1665), overleden Delft 7 sept. 1702, trouwde NG/Dordrecht 24 mei/8 juni 1665 (proclamatie te Delft) Nicolaas van der Dussen, jongman van Delft en daar wonende (1665)]
Johannes Debets Predicant 7 ponden
[Johannes Debets (Dibbetius) Hendricksz., geboren Duisburg 1567, van Duisburg in het Land van Kleef (1602), predikant te Dordrecht 1597-1620, overleden ald. 1626, trouwde NG Dordrecht 12 mei 1602 (ondertrouw, door schrijven van Arnhem, 2 juni 1602 bescheid gegeven om in Arnhem te trouwen) Fransken van Dans Jansdr., van Arnhem (1602)

Johannes Dibbetius, portret met 8-regelig vers, door Hendrick Dethier. (foto: Regionaal Archief Dordrecht)
ORA Dordrecht inv. 1601, f. 51v: op 13 juni 1624 verkoopt Jan Pietersz. Veeckemans, notaris te Dordrecht, als curator van de boedel van Hendrick Nicolaesz. van Besoijen, aan Johannes Debets, predikant te Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, genaamd “den Molensteen”, staande tussen het huis van Cornelis van Beveren en dat van Pieter van Beveren.
Kinderen (o.a.):
a. dr. Adam Dibbetius, gedoopt NG Dordrecht dec. 1613
ORA Dordrecht inv. 1612, f. 18 e.v.: op 14 mei 1647 verkoopt Adriana de Beveren, vrouwe van Meerdervoort en het Cortambacht van Zwijndrecht, aan dr. Adam Dibbits, achtraad van Dordrecht, een huis tussen de Visbrug en de Tolbrug, genaamd “den Dolphijn en Brunswijck”, strekkende van de Voorstraat tot op de haven, aan de rechterzijde van voren belend door het huis van Adriaen Vinck de oude en van achteren door het huis van Helman van de Heuvel plateelbakker en aan de linkerzijde van voren en van achteren door het huis van mr. Dirck Berck.]
D’ongehouden soon van mr. Johan Boelen 110 ponden
[ONA Dordrecht inv. 17, f. 4v: op 1 jan. 1614 verklaart Herman Halling, licentiaat in beide rechten, wonende te Dordrecht, dat hij in het testament van Johan Boelen, advocaat voor het Hof van Holland in Den Haag, samen met Henrick Voets en Henrick Franssen is aangesteld als voogd over Boelens onmondige kinderen, door hem verwekt bij Catharina Paulij, “ende gemerckt den selven sterffhuijse tegenwoordich hoochnodich dient gereddert, soo est nochtans sulcx dat hij comparant mits sijne tegenwoordige siekte daartoe nijet wel en can vaceren”. Derhalve benoemt hij in zijn plaats mr. Rochus van den Honaert.
ONA Dordrecht inv. 20, f. 437: op 23 dec. 1614 verleent Cornelia Gijsbertsdr. van Haerlem, weduwe van Jan Geeritsz. in den Engel, geassisteerd met haar zoon Jan Jansz. van den Engel, achtraad van Dordrecht, procuratie aan Aert Mathijsz. Hoppel, schout van Heinenoord, om ten overstaan van het gerecht van Heinenoord te transporteren aan Henrick Voets, koopman wonende te Haarlem, mr. Herman Halling, advocaat en schepen in wette van Dordrecht, en Henrick Franssen, koopman wonende te Amsterdam, als voogden over de kinderen van wijlen mr. Johan Boelen, ten behoeve van die kinderen, 5 morgen 1 hond land aan de Westdijk in de polder van Heinenoord, eertijds genaamd “de Hooge Weerde”.
ONA Dordrecht inv. 11, f. 466v: op 9 mrt. 1615 verleent jonkheer Jacob de Jonge van Baerdtwijck, wonende op het huis te Harmelen in het Sticht van Utrecht, procuratie aan Lucas Pietersz. de Wit, wonende te Dordrecht, om te compareren voor het gerecht van Oud-Beijerland en daar te “constitueren” ten behoeve van Hendrick Voets, koopman te Haarlem, mr. Herman Hallinck, schepen in wette van Dordrecht, en Hendrick Breedehooff, koopman te Amsterdam, als testamentaire voogden van de weeskinderen van wijlen mr. Jan Boelen, door hem verwekt bij Chaterina Pauli, een jaarlijkse losrente van 75 gl., verzekerd op een derde part in twee “derdendelen” van 37 morgen land met het huis, dat erop staat, gelegen in Oud-Beijerland, waarvan bruiker is Bastiaen Oolen en hem, comparant, is aangekomen bij overlijden van Jasparina van Drinckwaert, zijn moeder.
ORA Dordrecht inv. 1600, f. 59v: op 7 sept. 1623 verkoopt Blasius van Haarlem, klerk van de Weeskamer te Dordrecht, als procuratie hebbende van Pleun Adriaensz. de Wit en diens vrouw Jacobmina Baerthoutsdr., aan mr. Herman Halling, schepen in wette van Dordrecht, als oom en voogd van de kinderen van wijlen mr. Johan Boelen, een jaarlijkse losrente van 46 gl. 17 st. en 8 penn., verzekerd op een huis achter het stadhuis [in de Voorstraat], staande tussen het huis van Pauwels Adriaensz., schepen in wette van Dordrecht, en dat van Jan van Dongen.]
De heer mr. Herman Halling Outraet 50 ponden
[Mr. Herman Hallincq Jansz., rekenmeester in de Rekenkamer van Holland, Heiligegeestmeester ter Groter Kerk, burgemeester van Dordrecht 1628, 1633, 1637, trouwde 13 mrt. 1612 Anna de Jonge Willemsdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1082)
ORA Dordrecht inv. 1590, f. 47 e.v.: op 6 mei 1613 verkopen mr. Francois van der Burch, Abraham van Leeuwen, als man van Sophia van der Burch, en Philips Apersz., als man van Engeltgen van der Burch, voor 3050 gl. aan Herman Hallingh, een huis, vanouds genaamd “het St. Jacobshuijs”, staande in de Grotekerksbuurt, met nog een klein huis achter het grote huis, belend ten oosten door de gang van de verkopers, ten westen door het huis van Cornelis van Beverwijck en ten noorden door zeker portaal of gang, die de verkopers voor zichzelf behouden. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1850 gl.]
Louijs Saulmon, is vertrokken 20 ponden
[Louijs Saulmon, koopman te Dordrecht, krijgt op 10 sept. 1632 van de Staten Generaal octrooi op molens om koren te malen, lakens te vollen en water te lichten.
Op 21 april 1636 draagt Louijs Saulmon, wonende te Utrecht, de gerechtheid van een volmolen te Dordrecht over aan Jean Jarde, wonende te Dordrecht. (www.de-wit.net)
ORA Dordrecht inv. 1603, f. 73v: op 29 mei 1629 verkoopt Maricken Damis, vrouw van Evert Schrevelsz. van Eijssel, aan Louijs Saulmon en Jaecques Canioncle een tuin met de daarop staande beteling, bepoting, bomen en planten, liggende achter in de Kolfstraat tussen de tuin van Jaecques Canioncle end de erven van de huizen in de Stoofstraat.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 82v: op 19 febr. 1633 verkoopt mr. Jacob van Dijck, licentiaat in de rechten, als procuratie hebbende van Louijs Saulmon, voor 300 gl. aan Adriaen Willemsz. Baenwijck, viskoper en burger van Dordrecht, een erf achter het huis van de koper, dat staat in de Stoofstraat, strekkende van de gracht tot aan de stijl, staande in de helft van de muur van het huis van Cornelis Roelantsz. Schou, in welk huis nu woont Wouter Jacobsz. de knoopmaker. Bij de koop is inbegrepen al hetgeen, dat op het erf staat, met uitzondering van alles wat tot de molen behoort, die Saulmon erop heeft laten zetten.]
f. 3v
Jan Willemsz. moutmaker 2 ponden
De weduwe van Dirck Jansz. Constabel 1 pond
Mr. Gerrit Schaep 120 ponden

Gerard Schaep, kopie naar D. Mytens I
[Gerard Schaep, geboren Amsterdam 1599, vestigde zich ca. 1624 in Dordrecht, vroedschap en schepen ald., vertrok ca. 1629 weer naar Amsterdam, vroedschap en schepen ald., ambassadeur in Engeland, overleden 1654, zoon van Pieter Schaep en Margaretha Hallingh, trouwde NG Dordrecht 1/17 okt. 1623 Johanna de Visschere (Van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden)
NG trouwboek Dordrecht 1 okt. 1623: mr. Geraert Schaep jong gezel geboren te Amsterdam en Johanna Visschers Johansdr. jonge dochter van Zevenbergen wonende te Dordrecht, getrouwd op 17 okt. 1623
ORA Dordrecht inv. 765, f. 41: op 7 mei 1624 verkoopt mr. Mathijs Berck, licentiaat in de rechten, secretaris van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vader Johan Berck, ridder, ambassadeur van de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden bij de Republiek Venetië, schepen in wette van Dordrecht, als man en voogd van Maria Buijsen, voor 10.000 gl. aan mr. Gerardt Schaep, licentiaat in de rechten, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Johan Govertsz. van Beaumont en dat van de weduwe van Dierick Jansz. Constabel, met een mouterij, het huisje, waarin de moutmaker woont, en de tuin en het erf daarachter en alle bijbehorende “gerechtigdheden”, zoals uitgangen ter weerszijden van het huis van mr. Herman Halling en achter door de houttuin van Dierick Pietersz. van de Honaert, alsmede “gotieren, waterloopen” etc.
ORA Dordrecht inv. 767, f. 30v e.v.: op 7 juli 1628 verkoopt Geertruijt Pauli, weduwe van Jan van Beaumont Govertsz., aan Jan Lambertsz. Heijmans schoolmeester een huis tegenover de Lombardbrug, staande tussen het huis van Pompeus de Rovre, baljuw van Zuid-Holland en het huis van mr. Gerard Schaep, schepen van Dordrecht. Waarborg: mr. Gerard Schaep. De koper is met goedkeuring van de verkoopster schuldig aan mr. Gerard Schaep een somma van 1600 gl. Borgen: Willem Dingmansz. van Bergen en Goovert Jansz. Heijmans.
ORA Dordrecht inv. 767, f. 66v e.v.: op 21 april 1629 verkoopt mr. Gerrit Schaep, licentiaat in de rechten, aan Maria Buijsen, weduwe van Johan Berck, ridder, in zijn leven ambassadeur van de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden bij de Republiek Venetië, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Lambertsz. schoolmeester en de weduwe van Dirck Jansz. Constapel. Koopster is schuldig aan verkoper een bedrag van 10.000 gl.
Kinderen:
a. Pieter, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1627
b. Cornelia Schaep, gedoopt NG Dordrecht mei 1628, trouwde Willem de Bevere Cornelisz., heer van West-IJsselmonde, raad en rentmeester- generaal van Zuid-Holland.]
De weduwe van joncheer Diarrangieres [Harraugiere, d’Heraugieren] 50 ponden
[ONA Dordrecht inv. 55, f. 44: op 28 dec. 1618 compareert voor notaris A. Cloots jonkheer Maurits d’Herangieren, tegenwoordig verblijf houdende te Dordrecht. Hij transporteert aan mr. Johan van de Wolde, licentiaat in de rechten, “alsulcken recht actie ende toeseggen als hem comparant es competerende op” Bastiaen Cornelisz., zijn pachter van de “Hooge Heuvelen”, gelegen “inden Werckhoven” in het Sticht Utrecht, nl. een jaar pacht, vervallen op St. Maarten 1618, bedragende 240 gl. en een jaar pacht van 320 gl., te verschijnen op St. Maarten 1619.
Maurits de Heraugiere trouwde met Johanna van Sijpesteijn. Hij was de zoon van Charles de Heraugiere, die in 1590 Breda innam. (NNWB)]
De heer Pompeus de Rovre schout der stadt Dordrecht ende bailliu van Suijthollant 120 ponden
f. 4
De weduwe van Jacob Henricxsz. kleermaker 2 ponden
De erfgenamen van Cornelis Joppen [Loijcx] wagenmaker 5 ponden
[11 okt. 1658: Adriana Cornelisdr. Loijcx, bejaarde vrouw, en Adriaen van Drijel, apotheker, Aert van Drijel, kuiper, en Cornelia van Drijel, meerderjarige dochter, kinderen van wijlen Cornelia Cornelisz. Loijcx, bij haar verwekt door Cornelis van Drijel, samen erfgenamen ab intestato van Cornelis Joppen Loijcx, resp. hun vader en grootvader van moederszijde, verlenen procuratie aan J. Schoormans, notaris te Dordrecht, om te verkopen een huis, staande tegenover de Lombardbrug tussen Adriaen van Dorsten en Franchoijs de Roovre. Adriana Cornelisdr. Loijcx en Cornelia van Drijel verlenen tevens procuratie aan notaris Schoormans om te vorderen van Marinus van der Lisse en Arent Dichter, als executeurs-testamentair van Marichien Joppen Loijcx, weduwe van Franchoijs Rochusz. van Wesel, resp. hun tante en oudtante, hetgeen hun nog toekomt van de door haar nagelaten goederen. (ONA Dordrecht inv. 178) Het huis aan de Groenmarkt wordt op 29 jan. 1659 voor 2720 gl. verkocht aan Jan Huijbertsz. Neeff. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 28 e.v.)]
Cornelis Adriaensz. van Driel 3 ponden
Cornelis Adriaensz. laeckencooper 15 ponden
Adriaen Cornelisz. van Dorpen 27 ponden
De heer Sijmon Govertsz. van Beaumont Raet 20 ponden
[Sijmon van Beaumont Govertsz., jongman van Dordrecht (1620), burgemeester van Dordrecht, zoon van Govert van Beaumont en Reijnsburg van Slingeland (Balen, o.c., p. 932), trouwde NG Dordrecht 18 okt./8 nov. 1620 (per schrijven van Delft) Hester Jansdr. van Dijck, geboren ca. 1603 (Weeskamer Delft inv. 72.347, f. 193, akte dd 20 dec. 1614), dochter van Jan Claesz., bostelkoper [bostel = overblijfsel na bierbereiding] te Delft, en Haesgen Huijgen (ONA Delft inv. 161.1766, f. 330, akte dd 19 okt. 1614)
ONA Dordrecht inv. 83, f. 105: op 12 okt. 1641 verleent Hester van Dijck, weduwe van Sijmon van Beaumont, burgemeester van Dordrecht, als erfgename van Haesgen Huijgen en Huijchie Huijgen, resp. haar moeder en tante, procuratie aan haar zwager Gijsbrecht van Beaumont, koopman en burger van Dordrecht, om voor schepenen van Delft over te dragen [naam van de koper niet vermeld] een huis in Delft, staande bij de Haagpoort, “met Culck belent”.
ONA Dordrecht inv. 83, f. 129: op 20 nov. 1641 verleent Hester Jansdr. van Dijck, weduwe van Sijmon van Beaumont, burgemeester van Dordrecht, procuratie aan haar zwager Ghijsbrecht van Beaumont, koopman en burger van Dordrecht, om voor de weeskamer van Delft te verklaren, dat zij volledig voldaan is van een somma van 1200 gl., welke wijlen Haesgen Huijgen, haar moeder, over haar vaders erfenis “ter voorsz. weeskamer heeft geregistreert ende bewesen”.
ONA Dordrecht inv. 83, f. 290: op 25 juli 1642 testeert Sara van Dijck, ongehuwd persoon wonende te Dordrecht. Zij maakt aan haar zuster Hester van Dijck, weduwe van Sijmon van Beaumont, of bij vooroverlijden haar nakomelingen, een rentebrief van 1000 gl. kapitaal, aan haar geprelegateerd door haar tante Huijchien Huijgen, vier morgen zaailand in Niemansgors in Klaaswaal, een somma van 1500 gl., te voldoen met obligaties of rentebrieven, al haar potpenningen, gouden en zilveren sieraden, zilverwerk, kleren van linnen, wol of zijde, en al haar huisraad, die zich bevindt in het huis van haar zuster, maar met uitzondering van haar rentebrieven en obligaties, die zij nalaat aan haar erfgenamen ab intestato. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Michiel Feltrum, gecommitteerde raad ter admiraliteit te Rotterdam, en Dierick Berck, secretaris van de weeskamer te Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 84, f. 5: op 12 jan. 1644 testeert Hester van Dijck, weduwe van Sijmon van Beaumont, burgemeester van Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij benoemt tot erfgenamen haar kinderen of hun nakomelingen. Als zijn komt te overlijden voor haar kinderen mondig zijn geworden of zijn gaan trouwen, mag geen van haar roerende goederen, huisraad, zilverwerk, potpenningen, juwelen etc. verkocht worden. Tot voogden benoemt zij mr. Abraham van Beveren, burgemeester van Dordrecht, heer van Barendrecht, en notaris Johan Schoormans.
ONA Dordrecht inv. 84, f. 155: op 23 aug. 1644 verklaren Hester van Dijck, weduwe van burgemeester Sijmon van Beaumont, en Sara van Dijck, “bejaerde” ongehuwde persoon, als erfgenamen van Haesgen Huijgen en Huijchgen Huijgen, resp. hun moeder en tante, dat aan Gijsbrecht van Beaumont, als man van Elisabeth van Dijck, hun zuster, overgeleverd zijn in de erfenis van zijn vrouw uit de boedel, die is nagelaten door hun moeder en tante, twee rentebrieven en een obligatie.
ONA Dordrecht inv. 91, f. 630: op 23 juni 1654 verleent Sara van Dijck, “bejaarde” ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, procuratie aan Damas van Slingelandt Baerthoutsz., haar neef, om “waer te nemen haer comparantes saecke ende pretentie … op ende jegens den boedel” van wijlen Simon van Beaumont, burgemeester van Dordrecht, haar zwager, alsmede om tegen de kinderen en erfgenamen van Sijmon van Beaumont “te sustineren ende debatteren”.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Reijmborch (Reijnsburch) van Beaumont Simonsdr., nov. 1621, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1654), trouwde NG Dordrecht 18 jan./3 febr. 1654 (proclamatie Bilt) Jacob Tentenier, weduwnaar van Utrecht wonende op De Bilt (1654)
ONA Dordrecht inv. 91, f. 333: verklaring dd 22 sept. 1653 door Reijnsborch van Beaumont, 31 jaar oud, op verzoek van Jan Arijensz. Ooms, brouwer en burger van Dordrecht. Zij verklaart, dat tijdens het leven van haar vader altijd “affschepinge” gedaan is van het bier uit de brouwerij “de Vijer Aijmijnskinderen” “over ’t erf daerachter sijnde”.
b. Johannes, mrt. 1623
c. Govaert, juni 1624
d. Marten, mei 1625
e. Joanna, okt. 1627
f. Hugo, sept. 1628
g. Simon, sept. 1629]
f. 4v
Adriaen Henricxsz. laeckencooper 6 ponden
Jan Govertsz. ijsercooper 24 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 136: op 28 april 1606 verkoopt Gerrit van Nispen Cornelisz. aan Jan Govertsz. smid een huis, genaamd “het Groot Hert”, met het huisje dat aan de oostzijde ernaast staat, staande tegenover het stadhuis tussen het huis van Henrick de Velaere en dat van Henrick Jansz. Put. Waarborg: Anthonis van Haerlem Gijsbrechtsz.]
Henricxken Gabriëls 1 pond
Henrick Jansz. Put, insolvent 6 ponden
[ONA Dordrecht inv. 16, f. 71: huwelijkse voorwaarden dd 17 mei 1623 tussen Henrick Put, lakenkoper en burger van Dordrecht, weduwnaar van Anneken Davitsdr, en Jacomijntgen Dircxdr., weduwe van Gillis Gerritsz., burgemeester van de Klundert.]
Henrick Jansz. van Loon, is vertrokken naar Breda 8 ponden
f. 5
De weduwe van Claes Thonisz. meecooper, is vertrokken naar Middelharnis 42 ponden
Willem Reijers couckebacker 4 ponden
Franchoijs Boels 4 ponden
Aert Coenen cruijdenier 1 pond
Leendert Pietersz. van Dijck 2 ponden
[I. Lenaert Pietersz. van Dijck, jong gezel van Dordrecht (1620), wijnkoper, trouwde NG Dordrecht 9/31 aug. 1620 (per schrijven van Gorinchem) Hilleken (Hillegont) Mattheus, jonge dochter van Schelluinen, wonende te Gorinchem (1620)
2 dec. 1692: Nicolaes Maes, wonende te Amsterdam, verkoopt voor 2200 gl. aan Beatrix, Sara en Helena van Dijck, bejaarde ongehuwde dochters, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de kinderen van Jacob Holaert en het huis van de verkoper. (ORA Dordrecht inv. 797 (oud), f. 142v
Kinderen (o.a.)
a. Beatrijs van Dijck
b. Sara van Dijck
c. Abraham van Dijck, geboren naar schatting ca. 1635, kunstschilder, leerling van Rembrandt van Rijn, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 aug. 1680 (een zwarte baar in het Steegoversloot tegenover de poort van het Hof voor Abram van Dijk, ongehuwd, drie maal
luiden)

Abraham van Dijck, portret van een meisje
d. Helena van Dijck
e. Hugo van Dijck, gedoopt NG Dordrecht juni 1640, volgt II
II. Hugo van Dijck. gedoopt NG Dordrecht juni 1640, jongman wonende in de Kannenkopersbuurt (1660), notaris te Dordrecht (geadmitteerd 19 aug. 1660), trouwde NG Dordrecht 12/28 sept. 1660 Adriana van Ravesteijn, gedoopt NG Dordrecht juni 1640, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1660), dochter van mr. Aernoudt van Ravesteijn en Monica Jacobsdr. van der Eijk
Kind
a. Mondina van Dijck, gedoopt NG Dordrecht 5 mrt. 1663, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1680), trouwde NG Dordrecht 28 april/14 mei 1680 Johannes Maes, jongman van Dordrecht wonende bij de Nieuwkerkstraat (1680), koopman]
f. 5v
Jan Jansz. Coninck [viskoper] 20 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 27 juni 1604: Jan Jansz. Coninck viskoper en Mariken Jan Jansdr., beiden van Dordrecht, wonende bij Jan Jaspersz., zijn vader, in “den Seebot”, getr. op 11 juli 1604]
Adriaen Cornelisz. bakker 6 ponden in toecomende te houden jegens 3 Carolus gl. alsoo hij zijn zoon Cornelis Ariens backer uijtghehuwelickt heeft
Cornelis Adriaensz. bakker 1 pond
Adriaen Willemsz. cooperslager met sijn kinderen 3 ponden
De erfgenamen van mr. Dierck chirurgijn 4 ponden
f. 6
Emer Emertsz. beenhacker 2 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 13 juli 1614: Emer Emersz. beenhouwer en Bastiaenken Adriaen Cornelisdr., beiden van Dordrecht, getr. op 10 aug. 1614.
ORA Dordrecht inv. 1607, f. 94v: op 29 juli 1638 verklaart Bastiaenken Arijensdr., weduwe van Emer Emersz. beenhakker schuldig te zijn aan Marijcken Cornelisdr. een somma van 400 gl., verbindende een huis staande tussen de Vleeshouwersstraat en het huis van Arijen Willemsz. koperslager.]
Lambert Hulsthout laeckencooper 27 ponden
[Lambrecht, zoon van Lambrecht Hulsthout de oude en Lijsbet Bramaker, gedoopt NG Dordrecht juni 1597, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 okt. 1667 (een zwarte baar naast de Munt voor Lambert Hulsthoudt, twee maal luiden).
NG trouwboek Dordrecht 11 nov. 1618: Lambert Hulshout de jonge jong gezel wonende bij zijn vader en Mariken van Balen Martensdr. wonende naast de Munt beiden van Dordrecht, getrouwd op 2 dec. 1618.
NG trouwboek Dordrecht 13 mrt. 1622: Lambrecht Hulshout de jonge pletsverkoper weduwnaar van Dordrecht en Helena Veraack Jansdr. van Dordrecht getrouwd op 3 april 1622.
NG trouwboek Dordrecht 12 dec. 1632: (ondertrouw, per schrijven van Bommel) Lambrecht Hulshout weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug en Margrieta van Haren jonge dochter van Zaltbommel en daar wonende.
NG trouwboek Dordrecht 12 aug. 1646: Lambrecht Hulsthout de jonge weduwnaar wonende naast de Munt en Maria Stoop weduwe van Jeremias van der Heijden wonende naast het stadhuis beiden van Dordrecht, getrouwd op 28 aug. 1646
NG trouwboek Dordrecht 19 aug. 1657: Lambrecht Hulsthout weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Munt en Elisabeth van Machere van Middelburg weduwe van Dirck Jacobsz. van Griet wonende bij Mijnsherenherberg, getrouwd in St. Anthoniepoleder op 2 sept. 1657
ONA Dordrecht inv. 57, f. 431: op 1 mei 1631 verklaart Lambrecht Hulshout de jonge, koopman en burger van Dordrecht, dat hij volgens het testament, dat hij samen met zijn inmiddels overleden vrouw Helena Verraeck Jansdr. ten overstaan van notaris A. Cop op 21 mei 1625 heeft gemaakt, als de langstlevende van hen beiden gehouden is aan hun kinderen, m.n. Joannes en Pieter Hulshout, als zij mondig zijn geworden, als hun moederlijke goederen uit te keren samen een somma van 1500 gl. en dat bovenop het onderhoud etc. van zijn beide kinderen. Uit ” vaderlijcke lieffde” wil hij hun nog eens een somma van 500 gl. uitkeren, als zij mondig worden of gaan trouwen. Wanneer zij gaan trouwen, zal hij hun uitzetten “gecleet ende gereet naar sijn staet” of hun elk in plaats daarvan nog eens een somma van 500 gl. uitreiken. Als hij voor zijn kinderen komt te overlijden, zullen zij beiden als hun moederlijke goederen uit de gemeenschappelijke boedel ontvangen een somma van 3000 gl. Als beide kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, zal hetgeen hiervoor aan hen gelegateerd is, weer toekomen aan hem, comparant, zonder dat de erfgenamen ab intestato daarvan iets zullen mogen opeisen.
ONA Dordrecht inv. 72, f. 203v: op 30 dec. 1633 leggen Arent Waelen en Lambrecht Hulshout de oud, lakenkopers en dekens van het Lakenkopersgilde te Dordrecht, op verzoek van Aert Michielsz. de Hulter, als procuratie hebbende van Pouwels Wijnantsz., lakenkoper te ‘s-Hertogenbosch, c.s. een verklaring af. Zij getuigen, “dat dagelijks … binnen Dordrecht werden geveild ende bij de laeckencoopers gecocht verscheijden soo inlantsche als uijtlantsche laeckenen buijten de laeckenhalle deser Stede, ende sonder dat [de] selve alvoorens ter halle zijn gebracht, mits dat deselve werden gemeten bijden geswooren meter”, die daarvoor van de lakenkopers ontvangt twee stuivers van ieder stuk laken.
ONA Dordrecht inv. 58, f. 484: op 2 aug. 1634 testeert Marguarita van Haren, de vrouw van Lambrecht Hulsthout de jonge lakenkoper. Zij herroept al haar vorige testamenten, codicillen etc. Tot erfgenamen benoemt zij de kinderen, die zij zal nalaten. Indien zij zonder kinderen na te laten komt te overlijden of indien die kinderen voor hun mondigheid of huwelijk zullen overlijden, benoemt zij tot haar erfgenamen haar verwanten van vaders- en moederszijde, op voorwaarde, dat die erfgenamen aan haar man zullen uitreiken haar juwelen, kleinodiën en “properheden”, die hij haar bij het aangaan van hun huwelijk als morgengift heeft geschonken. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar man en haar broer Jacob van Haren.
ONA Dordrecht inv. 59, f. 596: op 17 dec. 1637 testeert Marguarita van Haren van Zaltbommel, de vrouw van Lambrecht Hulshout de jonge. Zij herroept eerdere testamenten e.d. Zij legateert aan haar man alle huisraad, meubelen, inboedel, kleren, juwelen, zilverwerk en al hetgeen zij bij het aangaan van hun huwelijk ingebracht heeft, op voorwaarde, dat hij na haar overlijden aan hun kinderen een somma van 1000 gl. zal uitkeren. Tot erfgenamen van alle overige goederen, nl. huis, hof, boomgaard, hop, bos en zaailand, die haar aanbestorven zijn bij overlijden van haar vader, Nicolaes van Haren, gelegen in Zuilichem omtrent Zaltbommel en een somma van 1000 gl., benoemt zij haar kinderen. Haar man zal van die goederen het vruchtgebruik hebben, totdat haar kinderen de mondigheid hebben bereikt of tot zij gaan trouwen. Haar man zal hun kinderen onderhouden etc. tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan uitzetten ”naer zijn discretie”. Als haar kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, zal haar man de voornoemde 1000 gl. in eigendom behouden, alsmede 15 hont bos en zaailand, die zij heeft liggen in het Gericht van Bruechem in de St. Antoniusstraat. Wat haar overige na te laten goederen betreft, wil zij, dat die na haar overlijden komen aan haar broer Jacob van Haren. Hij zal daarvan evenwel alleen het vruchtgebruik hebben en de eigendom ervan zal na zijn overlijden komen aan zijn kinderen of bij ontbreken daarvan of bij vooroverlijden van die kinderen aan haar erfgenamen ab intestato van moederszijde. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar man en haar neef Govert van Aldenhove en als toeziend voogd haar broer Jacob van Haren.
ONA Dordrecht inv. 61, f. 406v: op 7 mei 1645 verklaren Lambrecht Hulsthout de oude, lakenkoper en burger van Dordrecht, als man van Jacomijntgen Jansdr., dochter van Jan Cornelisz. vleeshouwer, enerzijds en Jacob Arijensz., zoon en mede-erfgenaam van Adriaen Lenertsz., wonende op Maasdam, anderzijds, dat zijn gemeen hebben liggen zeker stuk weiland, genaamd “Dockercamp”, liggende in de ambachtsheerlijkheid Maasdam, groot ongeveer 5 morgen 56 roeden 8 voeten, welk land zij nu gegrondkaveld hebben. Aangezien Jacob daarbij meer land is toebedeeld dan Lambrecht, zal hij aan Lambrecht een somma van 300 gl. betalen.
ONA Dordrecht inv. 61, f. 454: op 4 juli 1645 verleent Lambrecht Hulsthout de oude, als vader van zijn onmondige erfgenamen en kinderen, door hem verwekt bij Elisabeth Braemaecker, procuratie aan Gerrit de Roodere, procureur voor het Provinciale Hof en de Hoge Raad van Holland, om hem te vertegenwoordigen in alle zaken, die hij voor het Hof en de Raad heeft uitstaan of nog krijgen zal, in het bijzonder contra Damas Henloo, lakenkoper in de Klundert.
ONA Dordrecht inv. 61, f. 710v: op 21 april 1646 verlenen Lambrecht Hulsthout de oude, Lambrecht Hulsthout de jonge, Coenraet Hars, voor zichzelf en tevens vervangende Jacob Nering, Hendrick Bos, namens zijn moeder Judith Bramakers, en Paulus Gerritsz. drappier, voor zichzelf en tevens vervangende Hermanus Botbergen, allen kooplieden en winkeliers te Dordrecht, procuratie aan Jan Pauwelsen, drappier en burger van Dordrecht, om in te vorderen hetgeen de “geabandonneerde” van Samuel Thomasz. Ottenbij, die gewoond heeft in Somerdijck, aan hen schuldig is wegens geleverde “koopmanschappen” en winkelwaren, nl. aan Lambrecht Hulsthout de oude een somma van 200 gl. en aan Lambrecht Hulsthout de jonge 147 gl.
ONA Dordrecht inv. 69, f. 272: op 15 mrt. 1653 testeert Maria Stoop, de vrouw van Lambrecht Hulsthout, koopman te Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij legateert aan haar man het eiken linnenkastje, dat in het voorhuis staat. Aan Catharina Hulsthout, de voordochter van haar man, legateert zij een gouden haar naald en een neusdoek, aan Maria Stoop, Cornelia Stoop, Nicolaes Stoop en Henrica Stoop, allen getrouwde kinderen van haar broer Jacob Stoop, legateert zij een paar brede slaaplakens, aan Catharina Stoop een oude zilveren rijksdaalder en aan Abraham Stoop een gouden robijnringetje, beiden eveneens kinderen van broer Jacob Stoop. Zij legateert aan Wijnant van Nieuwstadt, de zoon van haar zuster, de beste diamanten ring, gekomen van haar eerste man, en aan zijn broer Dirck van Nieuwstadt een gouden kettinkje. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zuster Cornelia Stoop, weduwe van Pieter van Nieuwstadt, of bij vooroverlijden haar zoons Wijnant en Dirck van Nieuwstadt of hun nakomelingen.
ONA Dordrecht inv. 64, f. 490: op 20 juli 1653 testeert Lambrecht Hulsthout de jonge, koopman en burger van Dordrecht. Hij herroept al zijn eerdere testamenten en prelegateert aan zijn twee jongste dochters Catharijna en Petronella Hulsthout, door hem verwekt bij Marguarita van Haren, zijn derde, inmiddels overleden vrouw, samen een somma van 2000 gl. Als zij zonder kinderen na te laten komen te overlijden, zal die 2000 gl. toekomen aan zijn overige kinderen of nakomelingen. Hij prelegateert aan zijn zoon Pieter Hulsthout, verwekt bij zijn tweede vrouw Helena Verraeck Jansdr., boven zijn moederlijke goederen een bedrag van 1500 gl. In al zijn overige na te laten goederen benoemt hij tot erfgenamen Elisabeth Hulsthout, de vrouw van Anthonij van Meningh, Maerten Hulsthout, verwekt bij zijn eerste vrouw, Maijken van Balen, Pieter Hulsthout, Catharina Hulsthout en Petronella Hulsthout, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Tot voogden over zijn onmondige kinderen benoemt hij zijn broer Johan Hulsthout en zijn aangetrouwde neef Dirck van Herwijnen.
ONA Dordrecht inv. 48, f. 125: op 23 sept. 1656 testeert Lambert Hulsthout, lakenkoper en burger van Dordrecht. Hij verklaart “de moederlijke goederen van Pieter Hulsthout sijnen soon t’samen in alles te begrooten tot een somma van [3000] gul. … daarmede ook cesseeren zal eenige voorgaende belooffde uijtsettinge”. Hij begroot de moederlijke goederen van zijn dochter Catharijna Hulsthout op een somma van 2000 gl., welke bij het testament van haar moeder niet meer is geweest dan 1000 gl., evenals hij de moederlijke goederen van zijn dochter Petronella Hulsthout begroot op een somma van 3000 gl., die bij het testament van haar moeder niet meer is geweest dan 1000 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn vijf kinderen, m.n. Elisabeth, Maerten, Pieter, Catharijna en Petronella Hulsthout. Voorwaarde daarbij is, dat zijn kinderen van de helft van hun te erven goederen niet meer zullen hebben dan het vruchtgebruik en dat de eigendom van die helft zal toekomen aan hun kinderen. Indien Catharijna en Petronella zonder kinderen na te laten komen te overlijden, zullen hun moederlijke goederen vererven op de verwanten van hun vader en niet die van hun moeder of iemand anders. Tot voogden en executeurs van zijn testament benoemt de testateur zijn broer Jan Hulsthout en zijn neef Dirck van Herwijnen.
ONA Dordrecht inv. 66, f. 85: op 20 okt. 1660 testeert Lambrecht Hulsthout, koopman en burger van Dordrecht. Hij herroept eerdere testamenten en bevestigt de huwelijkse voorwaarden, die hij heeft gemaakt met zijn vrouw Elisabeth van Machele. Hij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een somma van 500 gl. Hij prelegateert aan zijn zoon Pieter Hulsthout of bij diens vooroverlijden zijn nakomelingen zijn kleren en wapens, alsmede de portretten van hem, testateur, en zijn moeder, geschilderd door Cuijp [sic], en het huis, waarin hij, testateur, woont, staande [in de Voorstraat] tussen de Munt van Holland en het huis van Thomas Fransen lakenbereider, op voorwaarde, dat zijn zoon of diens nakomelingen het huis niet zullen verkopen of vervreemden binnen 25 jaar na zijn, testateurs, overlijden. Hij legateert aan Lambrecht Hulsthout de jonge, de zoon van Pieter, een lakenraam buiten de St. Jorispoort, mits hij of zij gehouden zijn de erfpachten en andere lasten ervan te betalen. Als zijn kleinzoon komt te overlijden voor zijn mondigheid of huwelijk, moet het lakenraam of bij verkoping de opbrengst ervan komen aan de overige kinderen van Pieter Hulsthout. De testateur prelegateert aan zijn dochter Petronella wegens haar moederlijke goederen een somma van 4000 gl. en daarenboven een huis, hof, boomgaard, hop-, bos- en weiland en zaailanden, gelegen in Zuilichem bij Zaltbommel, gekomen van haar grootvader Nicolaes van Haeren, alsmede een huis, staande voor het Bagijnhof, bewoond door kapitein-luitenant Johan Maurice de Castilleios, op voorwaarde, dat zij ervan alleen het vruchtgebruik zal hebben. Hij prelegateert aan de kinderen van zijn dochter Elisabeth Hulsthout het huis, genaamd “den Goutwagen”, staande op de Groenmarkt, en een somma van 1500 gl. ” omme daer mede d’selve huijsinge te verbeteren ende vernieuwen indien zeer verout ende reparatie nootich heeft”, alsmede een huis voor het Bagijnhof, naast het huis, dat hij heeft geprelagateerd aan Petronella, op voorwaarde, dat het huis niet verkocht of vervreemd zal worden binnen 20 jaar na zijn overlijden. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn kinderen Pieter, Elisabeth en Petronella Hulsthout of bij vooroverlijden hun kinderen, op voorwaarde, dat “soo veel vaste brieven [en dergelijke] … onder handen vande voogden sullen moeten verblijven waervvt … zijn huijsvrouw haere jaerlijkse beloofde douarie … alle jaeren sal connen becomen ende ontfangen”. Hij stelt tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen aan zijn zoon Pieter Hulsthout en zijn aangetrouwde neef Dirck van Herwijnen.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
Ex 1:
a. Elisabeth Hulsthout, aug. 1619, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Visbrug (1646), weduwe van Dordrecht wonende aan de Grote Kerk (1660), trouwde 1e NG Dordrecht 13/29 mei 1646 Anthonij Dirksz. van Menningh, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1646), 2e NG Dordrecht/St. Anthoniepolder 25 april/9 mei 1660 Adriaen Verheij, jongman van Dordrecht wonende aan de Grote Kerk (1660))
b. Marten Hulsthout, febr. 1621
Ex 2:
c. Pieter Hulsthout, aug. 1627, jongman van Dordrecht wonende naast de Munt (1657), trouwde NG Dordrecht 17 juni 1657 (op 5 juli 1657 bescheid gegeven om in Middelburg te trouwen) Elisabeth Robberts, weduwe van Dordrecht wonende in Middelburg (1657), trouwde 1e Pieter Nachtegael
ONA Dordrecht inv. 62, f. 764: op 2 april 1649 testeert Pieter Hulsthout, jongman, maar oud genoeg om te mogen testeren, ziek in bed liggende. Hij benoemt tot zijn erfgenaam zijn vader Lambrecht Hulsthout de jonge.
d. Johannes Hulsthout, geboren naar schatting ca. 1630, jong overleden
Ex 3:
e. Catrijntje Hulsthout, jan. 1635, jong overleden (tussen 23 sept. 1656 en 20 okt. 1660)
f. Pieternella Hulshout, 20 juli 1645]
Claes Janssen Bolenbeek [kousenmaker] 30 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 30 okt. 1588: Claes Jansz. Bolenbeeck kousenmaker van Breda en Susannicken Joeris Petersdr. van Gent, getr. 13 nov. 1588,
NG trouwboek Dordrecht 28 sept. 1614: Claes Jansz. weduwnaar lakenkoper van Breda en Aeltken Fijnemans Jansdr. van Dordrecht, getrouwd 19 okt. 1614
ONA Dordrecht inv. 60, f. 153: op 10 aug. 1640 testeren Nicolaes Jansz. van Bolenbeeck, koopman en burger van Dordrecht, [ziek] in een stoel zittende, en zijn vrouw Aeltgen Fijnemans. Hij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie een bedrag van 100 gl. Hij wil, dat zijn vrouw uit de gemeenschappelijke boedel een bedrag van 600 gl. zal krijgen, alsmede al haar kleren, juwelen, zilverwerk, het eiken buffet in de voorkamer en een kindsgedeelte in alle overige goederen. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn kinderen en kindskinderen. De dochter van zijn dochter, Machelt Fijnemans, zal zich echter moeten tevreden stellen met een somma van 600 gl., waarvan zij alleen het vruchtgebruik zal hebben en de eigendom ervan naar haar kinderen zal gaan. De testateur wil voorts, dat de weeskinderen van zijn overleden dochter Magdalena van Bolenbeeck, bij haar verwekt door Reijnier Fijnemans, niet zullen delen in de door hem, testateur, na te laten meubelen, huisraad, inboedel, lijnwaat en ongemunt zilverwerk, maar dat zij alleen recht zullen hebben op hun aandeel in de overige goederen. De testateur prelegateert aan Susanna en Johannes Fijnemans elk een zilveren schaal “tot een gedagtenisse”. Hij wenst, dat zijn kinderen van de goederen, die zij van hem zullen erven, ten behoeve van hun kinderen, voor een bedrag van 1500 gl., niets zullen verkopen of vervreemden. Zij zullen daarvan alleen het vruchtgebruik genieten tot hun kinderen mondig worden of gaan trouwen. Zijn zoon Gerrard van Bolenbeeck zal op het huis, waarin hij woont en dat eigendom van de testateur is, aan zijn kinderen een bedrag van 1500 gl. moeten “bewijsen”. De testateur wenst, dat zijn dochter Susanna van Bolenbeeck, als vrouw van Dionisius van der Dack, op haar erfportie aangekaveld zal worden het huis, waarin de testateur woont, genaamd “’t Vergulde Brantijser”, mits zij daarvoor in de gemeenschappelijke boedel inbrengt een somma van 4300 gl. Als de testatrice voor de testateur komt te overlijden, legateert zij aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een somma van 100 gl. Tot erfgenaam van al haar overige goederen benoemt zij haar man, op voorwaarde, dat hij aan haar erfgenamen ab intestato zal uitreiken al haar kleren, juwelen, zilverwerk en een bedrag van 600 gl. De testateur benoemt tot executeurs van zijn testament en voogden over zijn minderjarige erfgenamen Jan Claesz. van Bolenbeeck, Cornelis Claesz. van Bolenbeeck, Jan Evertsz. van Schaermont en Gerrard Maes.
Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 232: op 22 mei 1642 comp. voor een Dordtse notaris Aeltgen Fijneman, weduwe van Nicolaes Jansz. Bolenbeeck, geassisteerd met haar broer Reijnier Fijneman, die tevens vervangt zijn meerderjarige kinderen, Cornelis van Bolenbeeck, Anthoni Jonctijs, als man van Maria van Bolenbeeck, Dionijs van der Dack, als man van Susanna van Bolenbeeck, Cornelis van Bolenbeeck, Johan Evertsz. en Dionijs van der Dack nog als voogden van de kinderen van wijlen Jan Claesz. van Bolenbeeck, door hem verwekt bij zijn vrouw Anneken Jansdr. Coninck, die mede compareert en haar meerderjarige kinderen vervangt, en Cornelis van Bolenbeeck, Johan Evertsz. en Dionijs van der Dack tevens als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Magdalena van Bolenbeeck, bij haar verwekt door Reijnier Fijneman, allen erfgenamen van Nicolaes Jansz. van Bolenbeeck. De comparanten verklaren “elcx met sijne aengecavelde partijen hen wel te vergenoegen ende voor gecontenteert te houden”
ONA Dordrecht inv. 90, f. 344: op 7 nov. 1651 testeert Aeltgen Fijnemans, weduwe van Claes Jansz. van Bollenbeeck , wonende te Dordrecht. Zij legateert aan Anneken Jans, weduwe van Jan Claesz. van Bollenbeeck, een bedrag van 200 gl., aan Susanna van Bollenbeeck, de vrouw van Dionisius van der Dack, 200 gl., aan Margareta Herman Claesdr. [dochter van Herman Claesz. en Elisabeth Fijnemans *] 500 gl., aan Johannes Guilliaume, zoon van Guilliaume Hermansz., 50 gl., aan Willem Reiniersz., zoon van Reijnier Hermans 100 gl., aan Govert Herman Claesz. het vruchtgebruik van 500 gl., waarvan ” het capitael … aende [hierna te noemen] erfgenamen [zal] blijven”, en aan hem tevens het vruchtgebruik van 300 gl., die na zijn overlijden zal verdeeld worden onder de na te noemen erfgenamen en hun nakomelingen en onder Margareta Herman Claesdr. en de kinderen van wijlen Catharina Herman Claesdr., aan de kinderen van Catharina Herman Claesdr. 200 gl., aan Aelbert Herman Claesdr. 300 gl., aan Reijnier de Fijneman, haar broer, of bij vooroverlijden zijn kinderen 800 gl. en haar inboedel, welke zij “bij inventaris onder haer eijgen hant sal stellen”, aan de kinderen van wijlen Govert de Fijneman, haar broer, 800 gl., aan de NG huisarmen te Dordrecht 200 gl. en aan Anneken Pieters waster, wonende in de Vriesestraat 25 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij Geerit Willemsz. Maes en [zijn vrouw] IJda Herman Claesdr. of de langstlevende van hen beiden en bij vooroverlijden hun nakomelingen. Als executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Geerit Willemsz. Maes of bij vooroverlijden diens oudste zoon Abraham Maes.
Kinderen van Claes Jansz. van Bolenbeeck en Susannicken Joeris Petersdr. :
a. Jan Claesz. van Bolenbeeck, gedoopt NG Dordrecht okt. 1589, trouwde Anneken Janssdr. Coninck
Kind:
a-1. Jan van Bolenbeeck, gedoopt NG Dordrecht okt. 1619
ONA Dordrecht inv. 61, f. 2v: op 22 jan. 1644 verklaart Jan van Bolenbeeck, zoon van wijlen Jan Claesz. van Bolenbeeck, wonende te Dordrecht, dat hij van zijn oom en voogd Cornelis van Bolenbeeck, ten overstaan van zijn mede-voogd en aangetrouwde oom Johan Evertsz., ontvangen heeft een somma van 1182 gl. 14 st., welke hij geërfd heeft van zijn grootvader Nicolaes Jansz. van Bolenbeeck.
b. Magdalena van Bolenbeeck Claesdr., gedoopt NG Dordrecht aug. 1591, van Dordrecht (1617), trouwde NG Dordrecht 11 juni/2 juli 1617 (proclamatie in de Waalse Kerk) Reijnier Fijneman, van Dordrecht (1617), houtkoper
ONA Dordrecht inv. 28, f. 303: op 29 nov. 1624 verklaren Reijnier Fijneman, weduwnaar van Magdalena van Bolenbeecq Nicolaesdr., enerzijds en Nicolaas Jansz. van Bolenbeecq lakenkoper, als grootvader en testamentaire voogd van de kinderen van Reijnier Fijneman en Magdalena Claesdr., anderzijds, dat zij zijn overeengekomen, dat Fijneman i.p.v. de twee maal 200 gl. nu gehouden zal zijn aan zijn kinderen te geven een somma van 600 gl.
c. Joris, gedoopt NG Dordrecht april 1594
d. Maeijcken van Bolenbeeck Claesdr., gedoopt NG Dordrecht juli 1596, jonge dochter van Dordrecht wonende in “’t Brantijser” bij de Visbrug (1629), trouwde NG Dordrecht 22 juli/7 aug. 1629 Anthonij Jonctijs Euwoutsz., jongman van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1629)
e. Cornelis Claesz. van Bolenbeeck, geboren naar schatting ca. 1597
f. Gerrard van Bolenbeeck, geboren naar schatting ca. 1598, trouwde Maria Geerartsdr.
Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 258: extract van het testament van Geerardt van Bolenbeeck koopman en zijn vrouw Maria Geerartsdr., gepasseerd op 15 juni 1633 ten overstaan van notaris D.S. Coplaer te Dordrecht. De testateur heeft tot voogden benoemd zijn vader Nicolaes Jansz. van Bolenbeeck en zijn goede bekende Cornelis Roelantsz. Schou. Gecollationeerd op 24 nov. 1643.
g. Susanna van Bolenbeeck, geboren naar schatting ca. 1600, trouwde NG Dordrecht 3 dec. 1634 Dionisius van der Dack]
De weduwe van Evert Henricxsz. [Hermansz.] cousmaker 2 ponden
Juffr. Lucretia Ooms 25 ponden
[ONA Dordrecht inv. 55, f 535: op 16 sept. 1626 maakt Lucretia Ooms, weduwe van Cornelis van Scharlaecken, burgeres van Dordrecht, haar testament. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie van Dordrecht een bedrag van 200 gl. en aan haar dienstmaagd Janneken Lamberts een gelijk bedrag van 200 gl. Aan haar beide dochters Machtelt en Jannette van Scharlaecken prelegateert zij haar meubelen, inboedel, ongemunt verguld en zilverwerk, kleren, juwelen, kleinodiën en zilverwerk en aan de kinderen van haar overleden zoon Pieter van Scharlaecken een somma van 600 gl. In al haar overige na te laten goederen benoemt zij tot erfgenamen haar dochters Machtelt en Jannette van Scharlaecken, of bij vooroverlijden hun nakomelingen, alsmede de kinderen van Pieter van Scharlaecken, op voorwaarde, dat de goederen, die de kinderen van Pieter van haar zullen erven, zullen blijven “subject fideï-commis” tot zij gaan trouwen. Als die kinderen voordien komen te overlijden, zullen die goederen komen aan de erfgenamen ab intestato van haar, testatrice. Als haar dochters voor haar komen te overlijden, zullen de goederen, die hun kinderen van haar erven, blijven “subject fideï-commis”, evenzo als dat bepaald is ten aanzien van de kinderen van haar zoon. Tot voogden benoemt zijn Johannes Bocardus en Simon van Beaumont Govertsz. Als die voogden weigeren de voogdij te aanvaarden of voor haar, testatrice, zullen overlijden, mogen haar dochters, samen of de langstlevende van hen beiden, nieuwe voogden aanstellen.]
f. 6v
De weduwe van Jacob van Meeuwen 30 ponden
[Jacob van Meeuwen Johansz., raad in wette 1624, gecommitteerde ten beleide 1625, overleden 29 aug. 1625, trouwde 6 mei 1601 Machteld van Scharlaken, overleden 13 mei 1638 (Balen, o.c., deel II, p. 1128). Hij werd in 1612 eigenaar van het huis “de Gulden Os” aan de Groenmarkt, dat voordien eigendom geweest was van zijn schoonmoeder, Lucretia Ooms, en haar kinderen. (Van de Maas, o.c., p. 13)

Het huis “de Gulden Osch” aan de Groenmarkt (foto: A.B. den Haan, okt. 2011)
I. Pieter van Scharlaken Gerardsz.., trouwde 17 april 1510 Petronella Dew Gijsbertsdr., overleden 19 mrt. 1557
Kinderen:
a. Willem
b. Maria
c. Kornelia
d. Kornelis van Scharlaken Pietersz., trouwde Kornelia van Stapel (overleden zonder nakomelingen)
e. Gerard, volgt IIa
f. Elisabeth
g. Gijsbert, volgt IIb
h. Pieter van Scharlaken, trouwde Maria Huybrecht Stouten (overleden zonder nakomelingen)
i. Elisabeth van Scharlaken, trouwde 1e Johan van Polanen, 2e Pieter van Teylingen
j. Alid vanScharlaken, trouwde Jan van der Steen, “te Antwerpen”
IIa. Gerard van Scharlaken Pietersz., trouwde Margareta Heymans Jansdr.
Kinderen:
a. Jan van Scharlaken , trouwde Susanna Laurensdr. (overleden zonder nakomelingen)
b. Pieter van Scharlaken, trouwde Geertruyd Hallincg Okkersdr.
c. Elisabeth van Scharlaken, trouwde Frans van Bonkelwaard
Kind:
c-1. Gerard van Bonkelwaard Fransz.
d. Janneken van Scharlaken, trouwde Jan de Backere Gijsbertsz.
Kind:
d-1. Gijsbert de Backere Jansz.
IIb. Gijsbert van Scharlaken Pietersz., trouwde Adriana van Slingeland Jan Pieter Henriksdr.
Kinderen:
a. Janneken van Scharlaken, trouwde Francoijs Coulhijs, van Antwerpen (overleden zonder nakomelingen)
b. Kornelis, volgt III
c. Jan van Scharlaken, geestelijke te Antwerpen
d. Adriana van Scharlaken, overleden tussen 13 febr. 1617 en 17 aug. 1617, trouwde Thomas de Witt Willemsz., schepen en oudraad van Dordrecht
ONA Dordrecht inv. 22, f. 57: op 13 febr. 1617 verleent Adriana van Scharlaken, wonende te Dordrecht, weduwe van Tomas Willemsz. de Wit, gecommitteerde raad van de Staten van Holland, procuratie aan haar neef Gijsbert van Scharlaken, koopman van greinen, om voor haar te verkopen 2 morgen 23 roeden 8 voeten en 7 duim zaailand in Nieuw-Cromstrijen.
ONA Dordrecht inv. 14, f. 481: op 17 aug. 1626 comp. Simon van Beaumont, raad in wette van Dordrecht, als testamentaire voogd van de onmondige erfgenamen van Adriana van Scharlaken, Machtelt van Scharlaken, weduwe van Jacob van Meuwen, Johanna van Scharlaken, weduwe van Cornelis van Gesel, en Jacob van de Corput, als stiefvader van Dirick van der Beurcht Cornelisz. Zij verkopen voor 9600 gl. aan Pieter Bartholomeusz., wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tegenover de Lombardbrug, genaamd “den Grooten Meulensteen”, belend door brouwerij “de Croon”, toebehorende aan Cornelis Cornelisz. van Cleff, de Pickelstraat [Haringstraat] en het huis, dat toebehoord heeft aan Jan Jansz. bierdrager, aan de ene zijde, en het huis van de weduwe van Jan Hermansz. kruidenier en de Lombardstraat aan de andere zijde, alsmede vier woninkjes in de Pickelstraat en een schuur in de Breestraat, zoals dat alles toebehoord heeft aan Adriana van Scharlaken. Bij de koop is niet inbegrepen het huis in de Lombardstraat, staande tegen het lege erf van het verkochte huis aan de ene zijde en naast het huis van Laurens Jansz. smid aan de andere zijde.
e. Mr. Pieter van Scharlaken
f. Jakobmina van Scharlaken, trouwde Nikolaas van Honkoop Matthijsz, tresorier te Gorinchem
g. Maria van Scharlaken, overleden te Mechelen
h. Klara van Scharlaken, ongehuwd
i. Josina van Scharlaken, trouwde Emanuel van den Burch, “te Delft”
j. Gijsbert, overleden 15 april 1553
k. Gerard, overleden 7 sept. 1556
l. Pieter, overleden 19 aug. 1557
m. Gijsbert, overleden 15 aug. 1557
III. Kornelis van Scharlaken Gijsbertsz., schepen van Dordrecht, baljuw en dijkgraaf van het Land van Strien, trouwde 1574 Lucretia Oem (Luijtgart Jacobsdr. Ooms), dochter van Jakob Oem Jakobsz. en Magteld Heerman
ONA Dordrecht inv. 16, f. 327: op 5 dec. 1612 comp. Adriana van Scharlaken, weduwe van Thomas Willemsz. de With, Gijsbert van Scharlaken en Jacob van Meeuwen, als man van Machtelt van Scharlaken, allen wonende te Dordrecht, Gijsbert van Scharlaken en Jacob van Meeuwen tevens vervangende hun broers en zwager en Emanuel Cornelisz. van der Burch, wonende te Delft, Anna van Housen, wonende te Antwerpen, en de erfgenamen van Claes Tijssen van Honcoop. Comp. tevens Nicolaes de Bruijn, wonende te Dordrecht, als man van de weduwe van Johan van Polanen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Dirk Claesz. van Seventer lakenkoper, voogd van de onmondige kinderen van Johan van Polanen. De comparanten verklaren procuratie te verlenen aan mr. Adriaen Dircxsz. de Jonge den diens zoon Jan Adriaensz. de Jonge, procureurs voor het Hof en Leenhof van Holland, om voor die hoven en andere gerechtshoven hun zaken te verdedigen.
ONA Dordrecht inv. 55, f 535: op 16 sept. 1626 maakt Lucretia Ooms, weduwe van Cornelis van Scharlaecken, burgeres van Dordrecht, haar testament. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie van Dordrecht een bedrag van 200 gl. en aan haar dienstmaagd Janneken Lamberts een gelijk bedrag van 200 gl. Aan haar beide dochters Machtelt en Jannette van Scharlaecken prelegateert zij haar meubelen, inboedel, ongemunt verguld en zilverwerk, kleren, juwelen, kleinodiën en zilverwerk en aan de kinderen van haar overleden zoon Pieter van Scharlaecken een somma van 600 gl. In al haar overige na te laten goederen benoemt zij tot erfgenamen haar dochters Machtelt en Jannette van Scharlaecken, of bij vooroverlijden hun nakomelingen, alsmede de kinderen van Pieter van Scharlaecken, op voorwaarde, dat de goederen, die de kinderen van Pieter van haar zullen erven, zullen blijven “subject fideï-commis” tot zij gaan trouwen. Als die kinderen voordien komen te overlijden, zullen die goederen komen aan de erfgenamen ab intestato van haar, testatrice. Als haar dochters voor haar komen te overlijden, zullen de goederen, die hun kinderen van haar erven, blijven “subject fideï-commis”, evenzo als dat bepaald is ten aanzien van de kinderen van haar zoon. Tot voogden benoemt zijn Johannes Bocardus en Simon van Beaumont Govertsz. Als die voogden weigeren de voogdij te aanvaarden of voor haar, testatrice, zullen overlijden, mogen haar dochters, samen of de langstlevende van hen beiden, nieuwe voogden aanstellen.
Kinderen:
a. Machteld van Scharlaken, geboren naar schatting ca. 1575, trouwde 6 mei 1601 Jakob van Mewen Jakobsz.
b. Gijsbert van Scharlaken, trouwde Maria Cornelis
ONA Dordrecht inv. 55, f. 637v: op 8 jan. 1627 comp. Maria Cornelis, weduwe van Ghijsbert van Scharlaken, Machtelt van Scharlaken, weduwe van Jacob van Meuwen, Johanna van Scharlaken, weduwe van Cornelis van Gesel, Maria Rijsers, weduwe van Petrus van Scharlaken, allen erfgenamen van voorn. Ghijsbrecht van Scharlaken, alsmede Aert Jansz. van Nes, beenhakker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Aelbert Willemsz., slotenmaker, als man van Soetgen Jansdr., Maijken Jansdr., ongehwde persoon, en Jan Janssen, wonende te Amsterdam, gepasseerd voor notaris E. Cocq op 4 dec. 1625. De comparanten verkopen aan Govert Adriaensz., beenhakker en burger van Dordrecht, een huis bij de Kruiskapel [Voorstraat, schuin tegenover de Nieuwbrug], genaamd “den Sabel”, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Maria van der Poel en dat van Andries Hermansz. boekverkoper. De koper betaalt 1950 gl.
c. Johanna van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 14 jan. 1580, trouwde Kornelis [Simonsz.] van Gesel (Geselius), predikant te Rotterdam, later te Edam
[Cf. ORA Dordrecht inv. 764, f. 7 e.v., transportakte dd 31 jan. 1623: Anthoni van Gesel, Simon van Ghesel, Pieter de Wit, als man van zijn [niet met naam en toenaam genoemde] vrouw [nl. Judith Simonsdr. van Gesel], voor zichzelf en Anthoni en Simon van Gesel nog als voogden over de minderjarige kinderen van Elizabet van Gesel, bij haar verwekt door mr. Barthout van Ackerlack, alsmede over de minderjarige kinderen van Cornelis van Gesel, door hem verwekt bij Janneken van Scharlaecken, verkopen aan Pieter Wiericx, burger van Dordrecht, een erfje, gelegen achter diens huis, dat staat op de Nieuwe Haven in de Hoge Nieuwstraat tussen het huis van Claes Ariensz. en dat van Wouter Bastiaensz., strekkende van het kookhuisje, dat staat achter het genoemde huis, tot achter aan ’s herenveste toe.
ORA Dordrecht inv. 764, f. 8v e.v., transportakte dd 31 jan. 1623: dezelfde comparanten verkopen aan Claes Ariensz., burger van Dordrecht, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Pieter Wiericx en dat van de erfgenamen van Adriaen Repelaer Thonisz., en strekkende voor van ’s herenstraat tot achter aan de stadsvest toe. Koper is schuldig aan Jan Jansz. koopman een bedrag van 800 gl. Borgen: Jan Pietersz. Ramp en Michiel Anthonisz. van Middelhoven, houtkopers en burgers van Dordrecht.]
Kinderen:
c-1. Lucretia van Gesel
c-2. Adriana van Gesel, trouwde ds. Franciscus Dibbetius, predikant te Arnhem
c-3. Catherijna (Catalijna) van Gesel Cornelisdr., van Rotterdam, wonende in de Wijnstraat te Dordrecht (1630), trouwde NG Dordrecht 8 sept./1 okt. 1630 (procl. te Culemborg en Everdingen) ds. Adrianus de Man, jongman van Culemborg, predikant te Everdingen (1630)
– 2 sept. 1670: Lucretia de Man en Johanna de Man, meerderjarige, ongehuwde personen, en ds. Theodorus Ab Eerst, predikant te Oudewater, als man van Elisabeth de Man, samen kinderen van Catherijna van Gesel en erfgenamen van Johanna van Scharlaecken, weduwe van Cornelis van Gesel, hun grootmoeder van moederszijde, en tevens erfgenamen van hun tante Lucretia van Gesel, verlenen procuratie aan hun neef Jacob Casteleijn, koopman te Rotterdam, om te compareren voor de Kamer Rotterdam van de VOC en daar op naam van ds Franciscus Dibbetius, predikant te Arnhem, als echtgenoot van Adriana van Gesel, mede-erfgename van Johanna van Scharlaecken en Lucretia van Gesel (zonder dat er nog andere erfgenamen van laatstgenoemden in leven zijn), over te boeken een actie van 300 gl. kapitaal, die stond op naam van wijlen Johanna van Scharlaecken. (ONA Dordrecht inv. 183, f. 117 e.v.)
Kinderen:
c-3-1. Lucretia de Man
c-3-2. Johanna de Man
c-3-3. Elisabeth de Man, trouwde ds. Theodorus Ab Eerst, predikant te Oudewater
d. Jakob van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 3 aug. 1581, zonder nakomelingen overleden voor 16 okt. 1617
ONA Dordrecht inv. 22, f. 341: op 16 okt. 1617 verleent Gijsbert van Scharlaken, kapitein van de burgerwacht en koopman te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer en zusters, erfgenamen ab intestato van Jacob van Scharlaken, opperkoopman op het schip “Hollandia”, uitgevaren met de vloot van admiraal Steven van der Haegen, procuratie aan Ephraim Lemmens, boekhouder van de VOC te Amsterdam, om te ontvangen van Jan Diricxsz. van Dordrecht een somma van 100 gl., van Jacob Marcusz., ziekentrooster, 46 gl., van Hans Rutenburch, kwartiermeester, 20 realen van achten in specie, allen uitgevaren op het schip “Hollandia” , van Lambert Plaijsant van Luik, uitgevaren op het schip “Gouda”, 56 gl. ,van Sijmon Claesz. van Gesell Mikhout, uitgevaren als schieman op het schip “China” en daarna schipper op het jacht “Delft”, 80 stukken van achten van 47 stuivers het stuk, van Claes Outsiers, smid van Acxwick, 127 gl. 10 st. en van Pieter Bowet, opperkoopman op het schip “Amsterdam”, 192 gl.
ONA Dordrecht inv. 24, f. 328: op 17 aug. 1619 verlenen Gijsbert van Scharlaken, koopman en burger van Dordrecht, en Pieter van Scharlaken, predikant te Strijen, erfgenamen van hun broer Jacob van Scharlaken, voor zichzelf en tevens vervangende Jacob van Meeuwen, als man van Machtelt van Scharlaken, Jannette van Scharlaken, weduwe van Cornelis van Gesel, predikant te Rotterdam en Edam en Jan van Scharlaken, gevangene in de Manijltjes [?], samen mede-erfgenamen van Jacob van Scharlaken, procuratie aan Gijsbert Trijsens, notaris te Middelburg, om in ontvangst te nemen hetgeen wijlen Pieter Bahuet aan hen schuldig over de koop van een gouden “crits” [kris], door hem te Banda gekocht uit het sterfhuis van Jacob van Scharlaken.
e. mr. Pieter van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 10 mei 1583, licentiaat in beide rechten en vervolgens in de theologie, predikant te Strijen en Papendrecht, overleden voor 16 sept. 1626, trouwde Maria Rijsers, dochter van Cornelis Rijser en Maria van Beveren Cornelisdr.
Kind:
e-1. Alida Pietersdr. van Scharlaken, geboren ca. 1616, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1636), trouwde NG Dordrecht 16 mrt./8 april 1636 Reijnier Strick, geboren ca. 1600, jongman van IJsselstein, wonende te Amsterdam (1636), koopman

Paulus Lesire, portret van Alida van Scharlaken
Paulus Lesire, portret van Reijnier Strick
ONA Dordrecht inv. 67, f. 89: op 14 mrt. 1636 passeren huwelijkse voorwaarden Reijnier Stricke, jongman, koopman te Amsterdam, geassisteerd met Jan Gerritsz. Maijen, zijn neef, en Gerrit Rosenboom, secretaris van Amsterdam, enerzijds, en Alida van Scharlaken, geassisteerd met Maria Rijsers, weduwe van Petrus van Scharlaken, haar moeder, en mr. Cornelis van Beveren Willemsz., heer van Strevelshoek en West-IJsselmonde, oud-burgemeester van Dordrecht, haar bloed- en testamentaire voogd, anderzijds.
ONA Amsterdam inv. 1624, f. 185: verklaring dd 27 sept. 1639 door Reinier Stricke, burger van Dordrecht, 39 jaar oud.
e-2. Jacob, gedoopt NG Dordrecht april 1621
f. Michiel van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 20 sept. 1584, ongehuwd overleden op 28 febr. 1601
g. Jan van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 17 aug. 1586, ongehuwd overleden
h. Tielman van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 1 mei 1588, overleden op 28 febr. 1595
(Balen, o.c., deel II, p. 1213-1216)
ORA Dordrecht inv. 746, f. 227 e.v.: op 5 april 1603 compareren Cornelis Spotten Pietersz., als mede-erfgenaam van Cornelia Stapels enerzijds en Adriana van Scharlaecken, weduwe van Thomas de With Willemsz., Pieter Geeritsz. van Scharlaecken voor zichzelf en tevens vervangende Jan Geeritsz. van Scharlaecken, Frans van Bonckelwaert, weduwnaar van Lijsbet Geeritsz. van Scharlaecken, voor zichzelf en vervangende zijn kinderen, door hem bij zijn overleden vrouw verwekt, Jan Ghijsbertsz. als man en voogd van Janneken Geeritsz. van Scharlaecken, Nicolaes van Honcop Mathijsz. als echtgenoot van Jacobmina van Scharlaecken, voor zichzelf en van wege zijn kinderen, door hem bij genoemde Jacobmina verwekt, en tevens vervangende Emanuel van de Borch, als man en voogd van Josina van Scharlaecken, Ghijsbert van Scharlaecken en Jacob van Meuwen als man en voogd van Machtelt van Scharlaecken, voor zichzelf en vervangende hun moeder en andere zusters en broeder, Baelken Cornelisdr., weduwe van Jan van Polaenen, voor zichzelf en haar kinderen, geassisteerd met Dirick Claesz. van Sevener, als haar gekoren voogd, en Anna van Steen, weduwe van Casper van Longe, geassisteerd met haar gekoren voogd, allen erfgenamen van Cornelis Pietersz. van Scharlaecken en diens vrouw Cornelia Stapels. Comparanten verklaren, dat door Cornelis Pietersz. van Scharlaeckenen Cornelis Spotten “proces geïnstitueert es geweest ende naer des voornoemde Cornelis van Schaerlaeckens overlijden bij de voorsz. Spotten alleen vervolcht es tegens de erffgenaemen van Aelwijn Aelwijnsz. zaliger om seeckere rente van hondert [karolus]guldens siaers spreeckende op de stadt van Bergen opten Zoom” en dat zij nu overeengekomen zijn “dat den voorsz. Spotten alleen tot sijnen pericule sal vervolgen ’t voorsz. proces met conditie soo hij quaeme te triumpheren dat tselve alleen sall comen tot sijnen proffijte, ende soo hij quame te succumberen dat hij alleen sal draegen, de costen ende schaeden van de processe”. Spotten verbindt voor de nakoming daarvan zijn huis in de Lombardstraat, staande op de hoek van de Breestraat en naast het huis van de weduwe van Jan van Polaenen.]
De weduwe van Johan de With Wilmsz. 20 ponden
[Jacobmina van Baresteijn, geboren 13 juli 1572, overleden 11 jan. 1656, dochter van Jan van Baresteijn Bartholomeusz. en Jacokmina Louff, trouwde 18 febr. 1590 Johan de Wit Willemsz., ontvanger generaal van de Tol van Geervliet in Dordrecht 1613-1625, overleden 15 dec. 1625. (Balen, o.c., deel II, p. 1306)
ORA Dordrecht inv. 1598, f. 115: op 26 nov. 1619 verkoopt Pieter Cornelisz. Swanenburch, koopman en burger van Dordrecht, voor 5200 gl. aan Johan de With Willemsz., oud-thesaurier en schepen in wette van Dordrecht, een huis in het opgaan van de Visbrug, genaamd “den IJseren Man”, staande tussen het huis van Jopke Sijmons en de haven. Waarborg: Alewijn Pietersz., ontvanger van de gemene middelen en schepen in wette van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 3700 gl. Borg: zijn zoon Johan de With Jansz.
ONA Dordrecht inv. 60, f. 813: op 9 juni 1643 testeert Emerentia Ambrosiusdr., weduwe van Pieter Cornelisz. Swanenburch, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan Jacobmijna Jansdr., weduwe van Johan Willemsz. de With, of bij vooroverlijden haar dochter Maria de With een somma van 300 gl.]
Arent Halling 8 ponden
Jan Jansz. wielmaker 2 ponden
f. 7
Cornelis Roelantsz. Schou 100 ponden
[ONA Dordrecht inv. 58, f. 127: op 1 juni 1633 leggen Hendricxe Jansdr., Elisabeth Dircxdr., Aechtgen Jorisdr., Elisabeth Jansdr. en Anneken Gerritsdr., allen ongehuwde dienstmaagden, wonende ” ten huijse ende inde gebuijrte” van Cornelis Schouw in Dordrecht, alsmede Aechtgen Jansdr., die werkt op de hofstede van de heer Schouw, gelegen buiten de Spuipoort, op verzoek van Maerten Theunisz., bouwknecht op genoemde hofstede, een verklaring af.
ONA Dordrecht inv. 58, f. 356: op 16 mrt. 1634 verleent Ocker Baen, koopman en burger te Dordrecht, zo voor zichzelf als tevens vervangende zijn zwager Cornelis Schouw, procuratie aan Govert Jacobsz., mandenmaker en burger van Zierikzee.]
De weduwe van Cornelis Cornelisz. inde Bellen 8 ponden
Dirck van Slingelant appoteecquer 6 ponden
Gijsbert Jacobsz. dekencooper 3 ponden
Joost Jansz. cruijdenier ende sijn suster 8 ponden
De weduwe van Andries Reijersz. bouckbinder 2 ponden
f. 7v
Hendrick van de Lidt twinder 3 ponden
Claes Pietersz. zijdecramer 8 ponden
Bartholomeus Hendricxsz. 3 ponden
Jacob Govertsz. smith, nihil habet 2 ponden
[ORA Dordrecht inv. 764: op 10 febr. 1623 verklaart Jacob Govertsz., burger van Dordrecht, tot “verzekering” van de borgtocht ter somma van 1600 gl., die Cornelis Roelantsz. voor hem gepresteerd heeft ten behoeve van Grietken Cornelisdr., verbonden te hebben een huis omtrent het Stadhuis, staande tussen het huis van Bartholomeus Henricxsz. en dat van Jan Claesz. van Bolenbeeck]
Govert Jansz. wagenmaker, nihil habet 3 ponden
f. 8
Jan Claesz. laeckencooper 4 ponden
De weduwe van Dirck Gerbrantsz. Stoop, obijt nijet naerlatende 3 ponden
[Dirk Gerbrantsz. Stoop (1552-1616) trouwde 1e Maria de Wit Fransdr., trouwde 2e Hendrikske Jacobsdr. Tiongen. (Zie Balen, o.c., deel II, p. 1245-1246.)]
Jeremias Lauwerensz. procureur 2 ponden
Abel Jacobsz. meelcooper 5 ponden
Jacob Geubels maeldenier 3 ponden
f. 8v
Jannegien Cnollen 1 pond
De erfgenamen van Joris de Gelder, obijt sonder verder verhael naer te laeten 10 ponden
[11 jan. 1623: Adriaen Cornelisz. Roch, burger van Dordrecht, is schuldig aan Johannes van de Noortsij 200 gl. wegens geleende penningen, verbindende een huis bij de Lombardbrug, staande tussen het huis van Willem Bilaert en dat van Joris de Gelder. (ORA Dordrecht inv. 764, f. 3)]
Willem van Bijlaert 10 ponden
[Willem van Bijlaert Gerritsz., van Dordrecht (1613),koopman en juwelier, trouwde NG Dordrecht 16 juni 1613 Maria van Nispen Hendriksdr., van Dordrecht (1613)
Kinderen:
a. Maria, gedoopt NG Dordrecht okt. 1623]
David Adriaensz. glaesmaecker 1 pond
Hans Robbertsz. pontgaerder 7 ponden
f. 9
Adriaen Cornelisz. Boonen 20 ponden
Jan Pietersz. Vekemans 1 pond
Willem Sieren pontgaerder 18 ponden
Machtel Henricxdr. 4 ponden
Mels Gijsbertsz. coorncooper 18 ponden
[Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): op 28 mei 1620 zijn aangetekend de trouwbeloften tussen Mels Gijsbertsz. jongman burger van Dordrecht geassisteerd met Arien Cornelisz. en Anneken Dircxdr. jonge dochter wonende te Dordrecht geassisteerd met Grietken Mels vrouw van voornoemde Arien Cornelisz.
Mels Gijsbertsz., geboren ca. 1595, was vanaf 8 aug. 1632 (bevestigd Pinksteren 1635), oudste van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht. Hij overleed op 19 juni 1648.
– 28 febr. 1624: Adriaen Cornelisz. Boene, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt voor 4200 gl., aan Mels Gijsbertsz., koopman en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “de Roggeblom”, staande omtrent de Grote Kerk [in de Grotekerksbuurt] tussen het huis van Joost Daniëlsz. kleermaker en dat van Lievinus Nering. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 3500 gl. In margine: op 27 april 1635 compareert Mels Gijsbertsz. en verklaart, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd. (ORA Dordrecht inv. 765, f. 8 e.v.)
– 2 juli 1647: testeren voor notaris J. Schoormans te Dordrecht Mels Gijsbertsz., koopman en burger van Dordrecht en zijn vrouw Anneken Dircxdr., beiden gezond. Zij legateren aan het Weeshuis te Dordrecht een bedrag van 100 gl. en aan de Armen van de diaconie van de Nederduits Gereformeerde gemeente te Dordrecht eveneens 100 gl. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. De langstlevende van hen beiden is gehouden hun gezamenlijke kinderen te onderhouden, alimenteren, te laten leren etc. en die kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk, mits dat huwelijk met toestemming van de langstlevende wordt gesloten, “vuijt [te] setten in cleedinge, reedinge ende anders, mitsgaders soo veele in penn[ingen] daeraen off mede [te] geven, sulcx den langstlevenden goetvinden ende gelieven sal”. Als de langstlevende gaat hertrouwen, zal hij of zij uit de gemeenschappelijke boedel slechts een legaat krijgen, nl. het huis, waarin zij, testateuren, wonen, staande omtrent de Grote Kerk [Grotekerksbuurt] aan de havenzijde, welk huis is genaamd “de Rogge bloemen ende St. Jacob”, voorts alle meubels, huisraad en ongemunt goud en zilver, [welke zich in dat huis bevinden] en een boomgaard of tuin, liggende buiten de Spuipoort aan het einde van de straatweg. Indien de langstlevende gaat hertrouwen, zullen de goederen, die hij of zij op dat moment bezit, voor de ene helft aan de langstlevende zelf en voor de andere helft aan hun kinderen toekomen. In dat geval zal de langstlevende ook verder ontheven zijn van de verplichting tot onderhoud, alimentatie etc. van de kinderen, welke dan vervolgens bekostigd zullen worden uit de helft van de nalatenschap, die toekomt aan de kinderen. Testateuren benoemen elkaar tot voogd. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 86, f. 205v e.v.)
– 20 juni 1648: een baar voor Mels Gijsbertsz. korenkoper bij de Grote Kerk (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)
– 3 sept. 1648: in het weesboek ingeschreven een extract van het testament van Mels Gijsbertsz. en zijn vrouw Anneken Dircksdr., gepasseerd op 2 juli 1647 voor notaris J. Schoormans te Dordrecht. (Weeskamer Dordrecht inv. 21, f. 47v)
– 29 jan. 1649: Anneken Dircxdr., weduwe van Mels Gijsbrechtsz., in zijn leven koopman te Dordrecht, verleent procuratie aan Mattijs Dircxsz. van Gent, notaris en procureur te Heusden, om te vorderen van Geertruijt van Beurderen, weduwe van Barent Willemsz. van de Guldenhoeck, wonende te Heusden, al hetgeen zij aan comparante schuldig is. Getuigen: Gijsbert Melsz. van Eegt en Johannes Melanen. (ONA Dordrecht inv. 88, f. 29)
– 3 nov. 1649: een baar voor de weduwe van Mels Gijsbertsz. korenkoper op de hoek van de Oudemanhuissteiger omtrent de Grote Kerk (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)
– 6 april 1650: Jop Huijbrechtsz. Ackerman koopman machtigt Johannes Boenes te Dordrecht, “zwager” [schoonzoon] van wijlen Mels Gijsbertsz., om eigendom te eisen van land, dat hij met Mels Gijsbertsz. heeft gekocht van Jan Willemsz., koopman wonende in De Doel. Het land is gelegen onder Calloo, St. Anna, Kieldrecht en Beveren.(ONA Rotterdam inv. 311, akte 266)
Bij zijn vrouw Anna Dircxdr. had Mels Gijsbertsz.de volgende kinderen (volgorde onzeker):
a. Gijsberto Mels, geboren Dordrecht 1622, koopman en commissaris van de Admiraliteit van Amsterdam in Spanje.
b. Anna Mels, trouwde Dordrecht (Doopsgezind) 25 okt. 1648 Jan Jacobsz. Boenes
c. Elisabeth Mels, trouwde Pieter de Ruijsschen
d. Barbara Mels, trouwde Paulus Maeshouck
e. Dirck Mels, jongman wonende te Amsterdam (1664), trouwde Rotterdam (Stadstrouw) 22 mrt./16 april 1664 Martha (Matta) van de Vult, geboren vermoedelijk in Rotterdam naar schatting ca. 1640, jonge dochter wonende te Rotterdam (1664), dochter van Cornelis Harmensz. van der Vult en Catharina van Hoorn
– 21 mrt. 1664: huwelijkse voorwaarden tussen Dirck Mels, geassisteerd met zijn zwagers Johan Boenes, Pieter de Ruijsscher en Paulus Maeshoeck, enerzijds en Matta van der Vult, minderjarige dochter, geassisteerd met Catharina van Hoorn, vrouw van Pieter Punt, haar moeder, Dirck van der Veen, raad en vroedschap van Rotterdam, haar zwager, Pieter van der Vult, haar broer en Adriaen Paets en Harman Cock, haar neven en voogden, anderzijds. (ONA Rotterdam inv. 919, akte 38)
f. Adriaen Mels, brouwer in “het Witte Ancker” te Dordrecht, trouwde Helena Deijlmans
g. Johanna Mels
h. Margaretha Mels, dichteres en musicienne, ongehuwd overleden Dordrecht juli 1682 in brouwerij “Den Witten Ancker” in de Voorstraat (bij de Lombardstraat)
(E. Groenenboom-Draai, Margaretha Mels, “Tweede Parel” van Dordrecht (1), in Oud-Dordrecht 2008, nr. 2, p. 86 e.v.)]
f. 9v
Arijen Jansz. 3 ponden
Liedewij Cornelis weduwe van Wouter Ditert 80 ponden
[Hoofdgeld Dordrecht anno 1622 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974), f. 8: Lidewij Diters -34 ponden.
ONA Dordrecht inv. 67, f. 23: testament dd 19 aug. 1634 van Liedewij Cornelisdr., weduwe van Wouter Jansz. van Dijter, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 200 gl., aan het weeshuis te Dordrecht 300 gl. en aan het Vrouwenhuis ald. 200 gl. Zij legateert aan Geertgen Joppen 150 gl. en aan haar dienstbode, die bij haar overlijden nog bij haar inwoont 350 gl. Aan Job van Slingeland Dammasz., haar neef of bij zijn vooroverlijden aan zijn zusters legateert zij een somma van 2000 gl. en het huis aan de havenzijde in de Grotekerksbuurt, waarin zijn woont, aan Adriana van Slingelandt Damasdr. of bij haar vooroverlijden aan haar zusters, Elisabeth en Cornelia van Slingelandt Dammasdrs. of de langstlevende van hen beiden 400 gl. en haar beste “bouratten” huik, aan Geertruijdt van Beaumondt Govertsdr, de vrouw van Barthout van Slingelandt, haar neef, haar “bouratten vlieger met fluwijne bonte opslagen”, aan haar neef Jan Adriaensz. Vervooren 100 gl., aan Adriana Vervooren, haar nicht, 200 gl., aan Dammas van Slingelandt, haar neef, 100 gl., aan Grietgen Willems, binnenmoeder van het weeshuis te Dordrecht, 100 gl., en aan Pieter Jansz., wonende te Noordwijk, zoon van Claertgen Michielsdr., haar overleden tante, 21.000 gl. aan rentebrieven ten laste van de stad Delft, van welke rentebrieven Pieter alleen het vruchtgebruik zal hebben en waarvan de eigendom na zijn overlijden zal toekomen aan zijn zoon Jan Pietersz., die van genoemd bedrag slechts voor 5000 gl. het vrije gebruik zal hebben en van de overige 16.000 gl. het vruchtgebruik, welk bedrag na zijn overlijden zal toekomen aan zijn kinderen of bij ontbreken daarvan aan de hierna te noemen erfgenamen. Zijn vrouw zal dan van 1000 gl. het jaarlijkse vruchtgebruik hebben. Aan de kinderen van wijlen Mariken Simonsdr., bij haar verwekt door Jan Doncker, legateert de testatrice 10.000 gl. aan rentebrieven ten laste van de stad Delft, aan Hillegondt Simonsdr., dochter van Simon Corstiaens, 5000 gl. aan rentebrieven ten laste van de stad Delft, waarvan zij alleen het vruchtgebruik zal krijgen en die na haar kinderloos overlijden of bij vooroverlijden zullen toekomen aan Reijer Corstiaensz., aan Aechtgen Adriaensdr., dochter van Adriaen Corstiaensz., 5000 gl. aan rentebrieven ten laste van de stad Delft, aan Abraham Dircxsz., wonende te Delft, zoon van Dirck Engbrechtsz., 5000 gl. aan rentebrieven ten laste van de stad Delft, waarvan hij alleen het vruchtgebruik zal hebben en die, indien hij kinderloos komt te overlijden, zullen toekomen aan Cornelis Dircxsz. en zijn zuster Adriana Dircxsdr., elk voor de helft, aan Adriana Dircxsdr. nog 5000 gl. aan rentebrieven ten laste van de stad Delft, aan de drie nagelaten kinderen van Aechtgen Simonsdr., haar nicht, bij haar verwekt door Cornelis Ghijsbertsz., genaamd Ghijsbrecht, Simon en Trijntgen Cornelis, 20.000 gl. aan obligaties op het gemeneland van Holland, aan Trijntgen Cornelisdr., die bij haar inwoont, een rentebrief van 36 gl. 12 st. 8 penn. jaarlijks, en aan notaris Johan van Slingelandt een rentebrief van 727 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen stelt zij aan haar neef Reijer Corstiaensz., zoon van Corstiaen Engebrechtsz., en haar neef Cornelis Dircxsz., zoon van Dirck Engebrechtsz. Als executeurs-testamentair benoemt zij haar neven Cornelis van Beveren Jacobsz., heer van Barendrecht, en Job Dammasz. van Slingelandt.
Weeskamer Dordrecht inv. 464: op 1 sept. 1646 comp. voor schout en schepenen van Westmaas Dirck Crijnen van der Tass, schepen in wette van Westmaas, als procuratie hebbende van Vrederick van Cooltwijck, raad en schepen van Delft, die schuldig is aan Vincent de Knuit, wonende te Delft, als echtgenoot van Janneken Reijersdr. van Outhouck en in die hoedanigheid mede-erfgenaam van wijlen Lidia Diters, een somma van 3605 gl. wegens de koop van 5 morgen 65 roeden zaailand in het Nieuwe Land van Westmaas.]
De weduwe van Joost de With 15 ponden
Victor [Jansz.] van Blinckvliet 10 ponden
f. 10
De weduwe van mr. Johan van de Wolde 60 ponden
Cornelis Jansz. Molder 2 ponden
Jan Diercxsz. Constabel 1 pond
Joost Daniëlsz. cleermaker 1 pond
Lieven Nering coorncooper 8 ponden
De weduwe van Jaecques Nauwaerts 4 ponden
f. 10v
De weduwe van Cornelis Goossensz. vischcooper 5 ponden
Willem Jansz. cleermaker 1 pond
[ONA Dordrecht inv. 14, f. 280 e.v.: op 15 nov. 1626 testeert Rutgeert Schoemans, jongman van Ratingen, bakker wonende te Dordrecht, “wat sieckelijk inden lichame”. Hij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht 100 gl., aan zijn broer Jan Schoemans al zijn kleren en “al sijn geweer”, aan Willem Jansz. van Ratingen, kleermaker te Dordrecht, twee rosenobels, aan Oloff Willemsz., bakker te Dordrecht, één rosenobel, vier “bakkers schortekleden” en al “sijn sacke [zaken] tot het voors. backersampt behoorende”, en aan Thomas Govertsz. Coemen, bij wie hij inwoont, zijn bed met enig beddegoed. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn broer Jan Schoemans en zijn zuster Fijken Schoemans. Hij tekent met zijn naam.
ONA Dordrecht inv. 38, f. 415, akte dd 16 okt. 1636: Willem Jansz., kleermaker wonende in de Grotekerksbuurt, maakt zijn testament. Hij legateert aan zijn knecht Herman Koenen* een bedrag van 25 gl. en aan David Vereel kleermaker eveneens 25 gl.
* ONA Dordrecht inv. 56, f. 432 e.v.: testament dd 27 juni 1628 van Nelleken Gerritsdr., weduwe van Willem Pietersz., wonende te Streefkerk. Getuige: Herman Coenraets, kleermaker en burger van Dordrecht. (Hij tekent met zijn naam).]
De heer Johan Pijl Jansz. 40 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 16: in de verponding van 1620 betaalt Jan Pijl 20 ponden voor zijn huis in de Grotekerksbuurt.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 36v e.v.: op 10 mei 1632 verkoopt Elijsabeth Paulij, weduwe van Johan Pijl, voor 5000 gl. aan Pieter Sijmonsz. Crom, pondgaarder en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de erfgenamen van Arent Maertensz. en dat van de weduwe van Cornelis Goossensz. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 3000 gl.]
De ambachtsheer Arent Maertensz. 325 ponden

Arend Maartensz. in 1627 (foto: RA Dordrecht)
[Arend Maartensz., geboren ca. 1555, zoon van een priester en zijn bijzit, gewettigd door de Staten van Holland op 3 jan. 1596, weduwnaar van Dordrecht (1618), stichtte in 1624 de Arend Maartenshof, ambachtsheer van Oost-Barendrecht en Schobbelandsambacht (Zwijndrecht), schepen van Dordrecht, overleden in 1629, trouwde 1e Kristina van Dijk (Corsken Geeritsdr.), geboren ca. 1545, overleden na 18 juli 1600 , 2e NG Dordrecht 8 juli 1618 (ondertrouw, per schrijven van Den Haag) Hortensia Swerius (Sweerts), jonge dochter wonende in ‘s-Gravenhage (1618), begraven Dordrecht maart 1621 (SA Dordrecht, archief 28, inv. 1696, f. 27v: drie maal luiden over de vrouw van de heer ambachtsheer Aert Maertensz. – 12 gl.), 3e NG Dordrecht 7/30 mei 1623 Clementia van Beaumont, vrouwe van De Lind, dochter van Adriaen van Beaumont en Alette van Beveren. Zij overleed kinderloos. (Balen, o.c., deel II, p. 930; Lips, o.c., p. 472 e.v.; NNBW [internet])

De bovengevels van het huis van Arend Maartensz. in de Grote Kerksbuurt, genaamd “Den Salamander”. Het werd samengevoegd met het huis “Den Spiegel”, links op de foto. Hierdoor ontstond er een groot dubbel woonhuis, waar hij tot zijn dood zou blijven wonen. Beide gevels werden gesloopt in 1871. (Tekening van J. Rutten uit 1871 in de Beeldbank van het Regionaal Archief Dordrecht.)

Gevelsteen van het huis “Den Salamander” met het jaartal 1576. (Beeldbank van het RAD.)
“Het eigendom van de heerlijkheid Schobbelands-Ambacht verwierf hij op 14 okt. 1603 op niet zo’n fraaie manier. In 1599 overleed de Dordtse burgemeester Adriaan van Blijenburgh, heer van Schobbelands-Ambacht. Zijn weduwe Alijdt Wijntgis raakte hierna diep in de schulden. Op onderpand van haar huisraad leende ze geld bij de Dordtse Bank van Lening, waar Arend een van de grootse aandeelhouders van was. Hierdoor had hij goed zicht op het wel en wee van de clientele van de bank. De weduwe Van Blijenburgh had meer geld nodig om het hoofd boven water te houden. Ze sloot bij bij Arend privé een lening af van 1150,00 gulden, in die tijd een bedrag waar je een behoorlijk huis voor kon kopen. De lening moest al na een halfjaar worden terugbetaald, inclusief een rente van 6,25 procent. … [Arend] had zijn zinnen gezet op de van haar man geërfde ambachtsheerlijkheid Schobbelands-Ambacht, dat als onderpand voor de lening diende. De weduwe Van Blijenburgh restte een halfjaar later dan ook geen andere keus dan afstand te doen van het ambacht ten behoeve van de inhalige geldschieter.” (Dordrecht Monumenteel nr. 89, p. 20-21)

Hortensia Sweerts

Clementia van Beaumont
Arend Maartensz. werd door de kerkenraad van de NG gemeente te Dordrecht gecensureerd wegens het verstrekken van leningen tegen woekerrente. (Zie pagina Acta Dordrecht 1600-1670 van deze website.)
Uit het eerste huwelijk had Arend Maartensz. een dochter, Alida Arent Maertensdr. van Barendrecht, geboren naar schatting ca. 1580 (jongste kind geboren in 1622), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 nov. 1638 (een baar voor mevrouw van Barendrecht, is vrij van kerkenrecht). Zij trouwde NG Dordrecht 17 mei/7 juni 1598 (beiden van Dordrecht) Cornelis van Beveren Jacobsz.

Alida van Barendrecht, de dochter van Arent Maertensz. (foto: Erfgoedcentrum DiEP)
ORA Dordrecht, inv. 738, f. 236v: verklaring dd 14 sept. 1585 op verzoek van Janneken Cornelisdr. door Arent Maertensz., ongeveer 30 jaar oud. Hij verklaart “bij sijnen eede int stuck van sijnder offitie gedaen”, dat ongeveer vier maanden tevoren bij hem is gekomen “opt comptoir vande Rentmeester van Suijthollant” Marijcken Fransdr., weduwe van Jan Cornelisz. Pourdoos, “seggende… hoe dat ten selvendage van wegen Janneken Cornelisdr. Jan de Pourdoes suster seeckere insinuatie was gedaen bij eenen colfdrager van Suijthollant aen haer persoene ten eijnde sij soude compareren voorde vierschare van Suijthollant omme te aenhooren alsulcken eijsch ende conclusie als men ten daege durende jegens haer soude willen nemen.”
ORA Dordrecht, inv. 741, f. 183v: op 25 febr. 1591 transporteert Dirck Gerbrantsz. Stoop aan Arent Maertensz., als voogd van Willem Cornelisz., nagelaten weeskind van Cornelis Ariensz. stadsbode, een rentebrief van 4 gl. jaarlijks, verleden door Joost Adriaensz. van Schoonhoven op 28 april 1541
ORA Dordecht inv. 897: op 18 juli 1600 legt Aernt Maertensz., 45 jaar oud, een verklaring af ten behoeve van Hans Segersz. brouwer, die procuratie heeft van zijn schoonvader, Hans van der Spijckt.
ORA Dordrecht inv. 897: op 18 juli 1600 legt Corsken Geeritsdr., vrouw van Arnt Maertensz., 55 jaar oud, een verklaring af op verzoek van dezelfde rekwirant.
– 19 febr. 1603: een leen te Zwijndrecht (één zestiende deel van het ambacht Zwijndrecht) verpand voor Arnout Maartensz., koopman te Dordrecht, voor 1150 gl. en voor Gerard Neuye, koopman te Dordrecht, voor 786 gl. wegens koop van wijn door Jacob Meerhout, procureur voor Aleid Wijntges, weduwe. (Ons Voorgeslacht 1987, p. 71-72)
– 14 okt. 1603: Arnout Maartensz., secretaris van de tresorier te Dordrecht, beleend met het hierboven genoemde leen bij overdracht door Paulus Stolck, burger van Leiden, en Bartholomeus Lantinge voor Aleid Wijntjes, weduwe. (Ons Voorgeslacht 1987, p. 71-72)
– 12 dec. 1629: Cornelis van Beveren Jacobsz., dijkgraaf van de Alblasserwaard, beleend met het voornoemde leen voor Aleid Arnoutsdr., zijn vrouw, bij overlijden van Arnout Maartensz., haar vader. (Ons Voorgeslacht 1987, p. 71-72)
– 24 okt. 1641: Jacob van Beveren, dijkgraaf van de Alblasserwaard, beleend met het voornoemde leen, bij overlijden van Aleid Arnoutsdr. en Cornelis van Beveren, oud-burgemeester van Dordrecht, zijn ouders. (Ons Voorgeslacht 1987, p. 71-72)
ORA Dordrecht inv. 899 (geen folionrs.): op 14 nov. 1603 legt Aernt Maertensz., secretaris van de thesaurie te Dordrecht, een verklaring af t.b.v. Maeijken de Clerck, weduwe van Melchior Blommert.
SA Dordrecht, archief 128, inv. 35, akte dd 3 juli 1604: “Wij … schepenen in Dordrecht oirconden ende kennen dat voor ons quam Elbert Pijetersz. Caen, borger tot Amsterdam ende bekende vercocht te hebben Arent Maertensz., secretaris van de Camere ende Thesaurie deser Stede, een geheel huijs ende erffve met allen sijnen toebehooren, genaempt den Salemander, hebbende voor twee gevels, staende ende gelegen ontrent de Groote Kerck aende havenzijde binnen deser Stede tusschen Laurens de Gelder maeckelaers huijs aen d’een zijde ende den huijse van Assuerus van Blocklandt aen d’andere zijde, met alsulcke vrijdommen ende servituijten van muijren ende anders als d’oude brijeven daervan zijnde tselve vermelden ende uijtwijsen ende volgens de scheijtbrijeff tusschen hem comparant ende Cornelis van Blocklandt gemaeckt in date den XIIe Meij anno [1601], den voorsz. Arent Maertensz. overgelevert. Ende bekende daervan betaelt te sijn den eersten penninck metten laetsten … [Het huis etc.] nijet belast zijnde soo hij comparant verclaerde met renthen nochte lantchijns.”
SA Dordrecht, archief 128, 25 okt. 1604: Aernt Maertensz., burger van Dordrecht, verklaart schuldig te zijn aan Pieter Pietersz. Can [koopman van zijden lakens wonende in “de Gulden Lavoor”] te Amsterdam de somma van 3000 gl. “ende dat uijt saecke ende in reste vande cooppenningen” van het huis, waarin hij, Aernt Maertensz., woont, door hem gekocht van Elbert Pietersz. Arent Maertensz.. zal de schuld voldoen aan Cans broer, voornoemde Pieter Pietersz. Can, met jaarlijkse termijnen van 600 gl.
SA Dordrecht, archief 128, inv. 35 akte dd 13 juni 1607: “Wij … schepenen in Dordrecht oirconden ende kennen dat Aernt Maertensz. Ambachtsheer van Schobbelantsambacht verboden heeft met allen recht int jaergedinghe, dat men besat den XIIIen dach Junij int jaer Ons Heeren [1607], dat geheel huijs ende erve met allen sijnen toebehooren daer de brieve off inhouden die deursteecken sijn met desen brieve. Voorts kennen wij dat ElbertPietersz. Caen vuijt desen geheelen huijse ende erve met allen sijnen toebehooren voorsz. met eenen vareeban [= vredeban] gebannen is ende Aernt Maertensz. voornoemt daer weder in met allen recht.”
SA Dordrecht, archief 128, inv. 37, akte dd 13 juli 1609: “Opte questiën ende geschillen geresen tusschen Arent Maertensz. ambachtsheer van Schobbelantsambacht ter eenre ende Johan Pijl ter andere zijden, beroerende de bancke staende tusschen beijde henluijder erve, wijen de selve is competerende, hebben Cornelis Cornelisz. Backer, Adriaen Cornelisz. Thooft, Cornelis Jansz. van Nes ende Herman Aertsz. Wor, geswooren reetreckers binnen Dordrecht … verclaert … dat het hooftstuck vande banck jegenwoordich staende partijen tsaemen is toebehoorende ende soo wanneer ijemant van beijde partijen de bancke sullen comen te veranderen, sullen partijen alsdan elck een banck setten opt gescheij van henluijder erven, welck gescheij is opten eg van het hol vant borduijr naerde Groote Kerck toe …[w.g.] W. van den Brouck”.
Na het overlijden van Arent Maertensz. (1629), bleef zijn weduwe Clementia van Beaumont in het huis “de Salamander” in de Grotekerksbuurt wonen. In 1650 werd het door de erfgenamen van Cornelis van Beveren, echtgenoot van Arents enige dochter Alida, verkocht aan Isaack van den Biesheuvel.
SA Dordrecht, archief 128, inv. 41, akte dd 13 jan. 1650: Voorwaarden, waarop de erfgenamen van wijlen Cornelis van Beveren, heer van Barendrecht, oud-burgemeester van Dordrecht, van mening zijn in het openbaar te verkopen het huis genaamd “de Salmander”, staande [in de Grotekerksbuurt] tegenover de Schuitenmakersstraat tussen het huis van Pieter Sijmonsz. Crom en het huis van Hendrick van Bijgaerden [schoolmeester]. Men zal het huis verkopen met alle vrijdommen, servituten en gerechtigdheden en al hetgeen daarin aard- en nagelvast is, behalve de tapijten. De koper moet tenminste 1/3 deel van de koopsom contant betalen bij de overdracht en de rest mag hij betalen in twee jaarlijkse termijnen met een interest van 5 % per jaar. De koper moet voor deze schuld één of meer personen als borg stellen. Op alle voornoemde voorwaarden is het huis ingezet door Maerten van der Nath, burger van Dordrecht, voor 5650 gl. In het openbaar gemijnd door Isaack van den Biesheuvel voor 6250 gl.
SA Dordrecht, archief 128, inv. 42, akte dd 1 mei 1650: Verponding, volgens het Redres Generael, vervallen op 1 mei 1650. “Juffr. Clementia van Beaumont sal terstont betalen de somme van [24 ponden] daer [zij door de Staten van Holland] ten behouve van den selven Lande by het redres van de Verpondinge over de Stadt Dordrecht op gestelt is, over des selfs huys, staende by de Groote Kerck … De boven geschreven somme van [24 ponden] bekenne ick ondergeschreven ontfangen te hebben door handen van d’heer van Hardinsvelt [Pieter de Rovere heer van Hardinxveld, gehuwd met een kleindochter van Arent Maertensz.: zie de pagina “Pompejus de Rovere” van deze website]”, w.g. J. de Vries [ontvanger van de verponding].
ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 146v: op 10 mei 1606 verkoopt Arent Maertensz. aan Herman Rutgersz. een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen de Mannensteiger en het huis van Cornelis Goossensz. viskoper. Waarborg: Cornelis van Beveren Jacobsz., raad in wette van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl. Borgen: Jacob Thonisz. en Jan Willemsz. de With brouwer.
ORA Dordrecht 1601, f. 43: op 13 mei 1624 verkopen Heijndrick Cornelisz. Camp, Aert Jansz. Halling, als man van Aefken Cornelisdr. Camp, en Cornelis Fransz. Rotteval, als man van IJeffken Cornelisdr. Camp, allen erfgenamen van Cornelis Heijndricxsz. Camp, hun vader resp. schoonvader, aan Arent Maertensz., ambachtsheer van Barendrecht en Schobbelantsambacht genaamd Zwijndrecht, een leeg erf en tuin, genaamd “Jerusalemsvelt”, gelegen aan ’s herenvest, strekkende van de Nieuwstraat tot de Kolfstraat en wederom van ’s herenvest tot aan het erf van Heijndrick Cornelisz. Camp, zijnde een leen van het Huis van Holland.
Op dit erf stichtte Arent Maertensz. in 1624 een hof. “Het bestaat uit 38 woningen gebouwd in een rechthoek met vier blinde muren, rondom een tuin met bomen, bleekveld en waterput.” Het zandstenen poortje, vermoedelijk het werk van de beeldhouwer Gillis Huppe, draagt het opschrift “Naeckt kom ick, naeckt scheyde ick” en de spreuk “Vita Vapor” (het leven is een damp). … De stichter verkreeg tot encouragement van zijn voorgenomen werk, vrijdom van de 40e penning van het gekochte erf, en van de impost van “de grove waren, alleen tot opmaekinge van’t voorsegde Godshuijs te gebruijcken”. Met de gemeente sloot hij kort daarop een overeenkomst, waarin hij beloofde binnen 4 of 5 jaar een som van f. 23.097:12 te beleggen. In hetzelfde jaar nog stortte hij de f. 13.497: 12 en het volgende nog f. 9.600 tot steun van behoeftige studenten in de theologie.” (Dordrecht Monumenteel, nr. 68, juli 2018, p. 5 e.v.)
ORA Dordrecht inv. 10, f. 20: op 19 dec. 1625 benoemt de Oudraad van Dordrecht mr. Sebastiaen Francken tot klerk van de Thesaurie en tot administrateur van de penningen van de Oorlogszaken, in plaats van Arend Maertensz., ambachtsheer van Barendrecht, “also hij hem door sijnen hoogen ouderdom vande voors. functien was excuserende”, op voorwaarde, dat, zolang Francken de genoemde functies zal uitoefenen, hij niet gekwalificeerd zal zijn om tot lid van de Magistraat benoemd te worden.
Idem: op 19 dec. 1625 wordt Arend Maertensz. “als ordinaris gecommitteerde ten beleijde deser stede saecken gestelt sijn leven lang geduurende … ter oorsaecke van sijne meriten over sijnen langen welgetrouwe diensten in qualiteijt als clerck, ende anders in’t comptoir vande Thesaurie mitsgrs. omme sijne sonderlinge genegenthijd, ende affectie tot deser stede welvaert, ende welstand derselver finantien”.
ORA Dordrecht inv. 10, f. 37 e.v.: op 7 febr. 1626 kiest het Gerecht van Dordrecht tot bewindhebbers van de WIC Johan van der Mast Hermansz., schepen in wette, en Arend Maertensz. ambachtsheer van Oost-Barendrecht.
ONA Dordrecht inv. 71, f. 19 e.v.: verklaring dd 4 jan. 1630 door Ingen Adriaensz., wonende aan de Reedijk, op verzoek van Clementia van Beaumont, ambachtsvrouw van de Lindt, weduwe van Arent Maertensz., ambachtsheer van Barendrecht.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 202 e.v.: op 4 mrt. 1630 testeert Clementia van Beaumont Adriaensdr., ambachtsvrouwe van de Kleine Lindt, weduwe van Arend Maertensz., ambachtsheer van Oost-Barendrecht en Schobbelandtsambacht. Zij herroept haar eerdere testament, gepasseerd voor notaris H. van Naerden Jansz. te Dordrecht op 8 jan. 1625. Zij legateert o.a. aan de 38 oude vrouwen “wonende int gebouwe [Arend Maartenshof] dat den voorsz. haeren overleden man zaliger ten dienste, behouve ende gebruijck van de voorseijde oude vrouwen in sijnen leven heeft doen maecken tusschen de St. Joris- ende de Mennebrugspoorten binnen desen stede, ende waer van den eersten steen is geleijt op [28 okt. 1624]” elk een schelling of 8 stuivers per week en op de hoogtijdagen van Pasen en Kerstmis dubbel geld.]

Gevelsteen van de Arend Maartenshof met de wapens van de naamgever en diens tweede vrouw (www.gevelstenen.net)

Regentenkamer van de Arend Maartenshof
Wouter de Gelder 3 ponden
[Wouter de Gelder, zoon van Laurens Cornelisz. de Gelder, en Neeltje Simon Claesdr. van der Mijl, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1597
NG trouwboek Dordrecht 12 nov. 1623: Wouter de Gelder Laurentsz. jong gezel wonende bij heer Arien Martensz. en Aechte van Palm Abrahamsdr. wonende op de hoek van de Pelserbrug, beiden van Dordrecht, getr. 5 dec. 1623
ONA Dordrecht inv. 57, f. 635v: op 12 febr. 1632 verleent Wouter de Gelder, secretaris en ontvanger van de krijgsraad en rentmeester te Dordrecht, procuratie aan Bastiaen Coenen om te kavelen, ten overstaan en met goedkeuring van Johannes Corcelis, met Filiberto Vernattij, ridder en edelman extraordinaris van de privékamer van de koning van Groot-Britannië, honderd akkers of gemeten land, als hij, comparant, in gemeenschappelijk bezit heeft met Vernattij, liggende in de ” dijckagie” van Hatfield Chase ” inde vierde cavel van de partije landen van Dordrecht”, en mede procuratie om te aanvaarden zijn, comparants, aandeel van alle paarden, beesten, wagens en landbouwgereedschappen, die bij genoemde landerijen behoren, alsmede het huisje en huisraad, waarin heeft gewoond Ghijsbert Elants, en al het zaad en overige vruchten, die nog op die landerijen te velde staan.
ORA Dordrecht inv. 774, f. 34: op 30 mei 1643 verkoopt Wouter de Gelder aan Hendrick Jansz. van Bijgaert [van Bijgaerden], schoolmeester en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Jan Boschman en dat van wijlen Arent Maertensz., heer van Barendrecht.
ORA Dordrecht inv. 61, f. 201v e.v. rekest dd 31 juli 1652: Hendrick van Bijgaerden, schoolmeester te Dordrecht, wonende bij de Grote Kerk tegenover de Schuitenmakersstraat, tussen het huis van Isaack van den Biesheuvel en het huis genaamd “den Witten Arent”, verzoekt de regeerders van de stad Dordrecht om een werfje, dat achter zijn huis ligt en wat vervallen is, te mogen repareren, zodat hij dat weer kan gebruiken. Het Gerecht van Dordrecht ordonneert Van Bijgaerden, dat hij “sijn werck sal intrecken drie voeten”.]
Gerrit Jansz. pontgaerder 1 pond
[ORA Dordrecht inv. 1604, f. 26v e.v.: op 15 mei 1630 verkoopt Gijsbrecht van Haerlem, burger van Dordrecht, voor 2600 gl. aan Jan Dircxsz. Boschman, bakker en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Wouter de Gelder en dat van Pieter Jaspersz. Bengelroe. Waarborg: Anthonis Jansz. van Beaumont. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1500 gl. Borgen: Dirck Gerritsz. visser en Adriaen Marcelisz. pondgaarder, burgers van Dordrecht.]
Pieter Jaspersz. [Bengelroe] backer 12 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 12 sept. 1610: Pieter Jaspersz. Bengelroij bakker weduwnaar wonende bij de Grote Kerk in “de Werelt opt Eijndt” en Anneken Lenaert Jansdr. wonende in hetzelfde huis, beiden van Dordrecht, getrouwd 26 sept. 1610]
f. 11
Adriaen Marcelisz. backer 4 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 16 e.v.: Adriaen Marchellisz. pondgaarder “eijgen” betaalt in de verponding van 1633 10 gl. 10 st. Belenders: Pieter Jaspersz. Bengelroe en Samuel Jansz. bakker.]
Samuel Jansz. backer 3 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 27 sept. 1609: Samuel Jansz. bakker van de Noortzij wonende te Dordrecht voor in de Vriesestraat in “de Spaerpot” en Geertruijt Jan Aertsdr. wonende in de Botgensstraat, beiden van Dordrecht]
Claes Aertsz. backer 2 ponden
Frans Reijersz. 4 ponden
De weduwe van Theunis Henricxsz. twijnder 4 ponden
f. 11v
Adriaen Rochusz. Back wagenmaker 2 ponden
Wilm Ghijsbertsz. pontgaerder 3 ponden
Opde Nieu Haven
Dirck Joosten steenhouder 2 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 24 juni 1618: Dirck Joosten weduwnaar molensteenhouwer van Nedermennich in Duitsland wonende op het hoekje van de Grote Kerk en Aeltken Joosten Driessendr. van Tiel wonende bij Dirck Joosten, getrouwd op 10 juli 1618
ORA Dordrecht inv. 764, f. 33: op 16 mei 1623 verkoopt Elizabet Willemsdr., weduwe van Abraham Woutersz. van Duijnen voor 4000 gl. aan Willem Jansz. Wens, steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Henricxsz. van Slingelant en dat van Jaecques Bornwater. Waarborg: Herman Dircxsz. van Wijngaerden. Koper is schuldig aan verkoopster een jaarlijkse losrente van 31 gl. 5 st. Koper is tevens schuldig aan Maria Boucquet, weduwe van Daniël Oems, een somma van 3000 gl. Borg: Dirck Joosten, molensteenhouwer en burger van Dordrecht.
Kinderen:
a. Neeltken (Cornelia) Dirck Joostensdr. van Mennich (van Meeningen), gedoopt NG Dordrecht dec. 1622, van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1640), trouwde NG Dordrecht 24 juni/10 juli 1640 Willem Wens Cornelisz., jongman van Dordrecht wonende aan het Marktveld (1640)
b. Anthoni Dircxsz.. van Meninge (van Mennick], jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1646), trouwde NG Dordrecht 13/29 mei 1646 Elisabeth Hulshout jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Visbrug (1646)]
Abraham Henricxsz. van Slingelant 8 ponden
Frans Maertensz. hordemaker 1 pond

De Houttuinen (aug. 2011)
f. 12
De weduwe van Corstiaen Govertsz. houtcooper 12 ponden
De erfgenamen van Antonis van Haerlem 18 ponden
De weduwe van Cornelis de With 4 ponden
De weduwe van Franchoijs Clements [houtkoper] 15 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 3 april 1583: Frans Clementsz. van Rijssel en Claesken Ghijsbrechtsdr. van Dordrecht weduwe van Frans Rochusz., getrouwd op 10 mei 1583
ONA Dordrecht inv. 22, f. 185: op 12 juni 1617 verleent Claesien van Haerlem Gijsbertsdr., weduwe van Franchoijs Clements, houtkoper te Dordrecht, procuratie aan Pieter Rees, koopman wonende te Middelburg, om ten behoeve van Boudewijn van der Goes te transporteren de helft van zekere “etdijck” en schor, liggende aan Aerntdijck, strekkende van het huis op het Gadt van de Middelburgse haven benoorden de heerweg van Laurens Pieter Claeszoons huis.]
Mathijs Rees 8 ponden
[I. Mattheus Rees Gillisz., trouwde NG Dordrecht 8 sept. 1596 Cornelia van Wesel Fransdr., begraven Dordrecht 28 mei 1644 (Balen, o.c., deel II, p. 1277)

Mattheus Rees
Kinderen (o.a.):
a. Rochus Rees, geboren ca. 1619 (3 jaar in 1622), volgt II
II. Rochus Rees, geboren ca. 1619 (3 jaar in 1622), jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1652), houtkoper, trouwde NG Dordrecht 21 jan./4 febr. 1652 Elisabeth Ooms Adriaensdr., jonge dochter van Dordrecht wonende bij het stadhuis (1652)
ORA Dordrecht inv. 787, f. 62: op 20 nov. 1670 verkoopt Damas van Slingeland Jansz., voor zichzelf voor 1/9 part, en tevens als procuratie hebbende van mr. Govert van Slingelandt Baerthoutsz., secretaris van de Raad van State, Jacobmina Vaens, eerder weduwe en erfgename van Sijmon van Slingelant en thans echtgenote van Johan van Lith, koopman te Dordrecht, voor 1/9 part, en Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant, oudraad te Dordrecht, voor 6/9 parten, allen erfgenamen van wijlen ds. Tomas Bodicius [Thomas Boudicxius], predikant te Grote Lindt, voor 7250 gl. aan Rochus Rees, houtkoper, een huis omtrent de Grote Kerk naast het huis “de Vlaszack”, staande tegenover de Pelserbrug, met de houttuin, daartoe behorende, uitkomende op de Nieuwe Haven, alsmede de kade en overige toebehoren.
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 47 e.v.: op 4 febr. 1701 comp. voor notaris J. de Bets te Dordrecht, Elisabeth Ooms, weduwe van Rochus Rees, wonende te Dordrecht, die verklaart, dat zij aan haar dochters Elisabeth en Maria Rees, elk voor de helft, al geruime tijd geleden in volle eigendom heeft overgedragen twee huizen, resp. genaamd “Groot Kruijssenburgh” en “Klein Kruijssenburgh”, staande omtrent de Grote Kerk, het ene strekkende van de straat, genaamd Grotekerksbuurt, af, en het ander voor van het plein van het kerkhof van de Grote Kerk af, en beide met de erven en kaden tot aan de stadshaven, inclusief alle bijbehorende pakhuizen, erven, loodsen, kaden etc., en dat alles ter voldoening van hetgeen haar dochters tegoed hadden van hun vaderlijk erfdeel en huwelijksgoed, en ter compensatie van hetgeen de andere kinderen van de comparante gekregen hebben, inzonderheid het pakhuis met houttuin, erf en kade, staande en gelegen op de hoek van de Schuitenmakersstraat, in de wandeling “het Cromhout” genaamd, en tot “egalisatie” van hetgeen Mattheus Rees, de zoon van de comparante zal krijgen ingevolge de akte, die daarvan is gepasseerd op 13 aug. 1699 ten overstaan van notaris C. van Aansurgh te Dordrecht. De comparante verklaart daarmee met haar dochter Elisabeth Rees en haar man Pieter van Dorsten, en haar dochter Maria Rees en haar man Johan Rees “geliquideert ende effen te zijn”. Mocht later, buiten verwachting evenwel, blijken, dat zij haar dochters hiermee niettemin te kort heeft gedaan, dan zal zij dat met hen vereffenen.
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 79v e.v.: op 31 okt. 1701 verkopen Elisabeth Ooms, weduwe van Rochus Rees, Pieter van Dorsten, als man van Elisabeth Rees, en Johan Roels, als echtgenoot van Maria Rees, aan equipagemeester Govert van Wesel, veertigraad en koopman te Dordrecht, 1e voor 11.000 gl. een huis aan het kerkhof van de Grote Kerk, staande achter het huis, genaamd “de Oude Lommert”, in welk huis Gillis Rees woont, met loods, houttuin en kade, 2e voor 6000 gl. een huis, genaamd “Klein Cruissenberg”, staande aan het kerkhof van de Grote Kerk, strekkende van voren van het plein van het kerkhof tot achter aan de kade, en 3e voor 1600 gl. een huis genaamd “Groot Kruijssenberg” of “d’Oude Lombaert”, staande in de Grotekerksbuurt bij de Grote Kerk tussen ’s herenstraat en het huis van Pieter van Vianen grutter, strekkende voor van de straat tot achter aan het huis, waarin Gillis Rees woont. De drie huizen zijn “in plaats van waarborge gelevert bij willich decreet deser stad”.

Rochus Rees, 3 jaar oud (in 1622).
Kinderen (o.a.):
a. Mattheus Rees, gedoopt NG Dordrecht 20 juni 1653, volgt III
III. Mattheus Rees, gedoopt NG Dordrecht 20 juni 1653, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1674), houtkoper, trouwde NG Dordrecht 14 okt. 1674 (ondertrouw, getrouwd in de Grote Kerk op 1 nov. 1674) Petronella Backus Jansdr., geboren ca. 1655, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1674)
ORA Dordrecht inv. 1629, f. 53v e.v.: op 23 nov. 1683 verkoopt Cornelis van Someren, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Mattheus Rees, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven in de Houttuinen, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan van Cappel, als man van de weduwe van Jan Dircxsz. Claer.
ORA Dordrecht inv. 1637, f. 93, akte dd 14 aug. 1699: ingevolge de akte, die op 13 aug. 1699 is gepasseerd ten overstaan van notaris C. van Aansurgh te Dordrecht, blijkt, dat aan Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, uit de boedel van zijn vader o.a. is toebedeeld een pakhuis en kade “daarvoor regt doorgaande” tot op de haven, staande en gelegen tussen de Catarijnepoort en het huis van de erfgenamen van Van der Pijpen, alsmede een derde part in een pakhuis, houttuin en kade, staande op de hoek van de Schuitenmakersstraat, in de wandeling “het Cromhout” genaamd.
ORA Dordrecht inv. 1640, f. 47 e.v.: op 5 sept. 1703 verkoopt Rochus Rees, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vader, Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Jacob de Witt, koopman te Dordrecht, een huis met houttuin en kade voor de deur, strekkende voor tot aan de haven, staande en gelegen in de Houttuinen tussen het huis van Johannes de Heer en dat van Anthonij de Vos. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1500 gl.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Rochus Rees, 15 jan. 1676
b. Jielis (Gillis) Rees, 5 juli 1686]
f. 12v
Michiel Antonisz. houtcooper 24 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 20 mrt. 1622: Laurentius Buijtendijck Hendricxsz. jong gezel van Utrecht wonende tegenover Mijnsherenherberg en Margareta van Middelhoven Michielsdr. wonende op de Nieuwe Haven in “den Noortschen Boer”, procl. te Utrecht, getrouwd op 10 april 1622
ORA Dordrecht inv. 779, f. 66 e.v.: op 16 dec. 1653 verkoopt Michiel Anthonisz. van Middelhoven, zoon en erfgenaam van Anthonij Michielsz. van Middelhoven, aan Jerefaes Francken, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de “Nieugegraven Haven”, staande tussen het huis van Hans Boor en de toren van de heer Van Slingelant, “treckende het water met eene pompe uijt den put van de huijse van Hans Boor”. Waarborg: Johannes Bosch, burger van Dordrecht.]
De weduwe van Sijmon van Gelder 2 ponden
[Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 4 e.v.: op 2 maart 1625 extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Sijmon de Gelder, pondgaarder en burger van Dordrecht, gepasseerd op 30 dec. 1624 voor notaris G. de Jager. Hij heeft tot voogden over zijn kinderen benoemd Frans Rocusz., Frans Govertsz. van de Velde en Wouter de Gelder. (zie ook hieronder bij f. 130)]
De weduwe van Daniël Oom [houtkoper] 36 ponden
[Daniël Oem Johansz., geboren ca. 1574, overleden in 1618. Hij trouwde in 1603 met Maria Bouquet. Zie Balen, o.c., deel II, p. 179.
ONA Dordrecht inv. 10, f. 1058 (oud): verklaring dd 28 juni 1612 door Michiel Anthonisz., ongeveer 42 jaar oud, Andries van Vorst, ongeveer 42 jaar, Daniël Oom, ongeveer 38 jaar, Herman Oom Jansz., ongeveer 35 jaar, en Matthijs van Nederhoven, ongeveer 33 jaar, allen houtkopers en burgers van Dordrecht.]
Inde Schuijtmakersstraet
Adriaen Joppen 4 ponden
Steven Cornelisz. inden Arent 2 ponden
f. 13
Antonis Michielsz. houtcooper 30 ponden
Cornelis Pietersz. [van Mispelshoef] houtcooper 10 ponden
[Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, f. 79v: op 20 jan. 1614 is gildebroeder van het Dordtse St. Nicolaas – of Houtkopersgilde geworden Cornelis Pietersz. van Mispeltshoeck [van Mispelshoef], is getrouwd met de dochter van een gildebroeder en heeft betaald een halve gulden.]
De weduwe van Willem Bongert 5 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1596, f. 12 e.v.: op 10 febr. 1620 verkopen Willem Bongaert, achtraad van Dordrecht, Hermen Bongaert, Arent Bongaert, Anneken Bongaert en Neelken Bongaert, weduwe van Maerten Sijmonsz. schoenmaker, Pauwels Warijn, doctor in de medicijnen, als man van Anthonia Bongaert, Cornelis Sijmonsz., predikant in Niervaart, als mede-erfgenaam en executeur-testamentair van zijn broer Maerten Sijmonsz., en als administrateur van de goederen van de weeskinderen vanJan Bongaert, houtkoper en burger van Dordrecht, samen kinderen en erfgenamen van voornoemde Johan [Jan] Bongaert, voor 2700 gl. aan Cornelis Pietersz. [Mispelshoeff], houtkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, genaamd “den Mastboom”, met een leeg erf daartegenover liggende, staande en liggende tussen de gang van het Oudemannenhuis en de houttuin van Cornelis Claesz. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 2700 gl. Borg: Jacob Coenen lakenkoper.]

Schuitenmakersstraat (sept. 2014)
De heer mr. Jacob de With schepen 36 ponden
[Jacob de Witt, burgemeester van Dordrecht, trouwde 9 okt. 1616 met Anna van de Corput. Zij waren de ouders van Johan de Witt, raadpensionaris van Holland en Cornelis de Witt, ruwaard van Putten, beiden in Den Haag vermoord op 20 aug. 1672.
Zie Balen, o.c., deel II, p. 1323-1324
“Over de geboorteplaats van Johan de Witt is heel wat strijd geweest. Men heeft namelijk in het doopboek van de [Nederduits Gereformeerde] kerk vergeten de doop van de latere raadpensionaris in te schrijven. Het doopboek werd echter in die tijd zeer slecht bijgehouden, de gehele maand november 1632 ontbreekt zelfs. … Twijfel behoeft er geenszins te bestaan. In alle andere bronnen, onder andere bij Balen, Wicquevoort, De Thou, enzovoort, wordt Dordrecht als geboorteplaats genoemd. De meeste waarde heeft evenwel de getuigenis van De Witts oudste dochter, Anna, in 1673. Zij zegt namelijk, dat haar vader geboren is te Dordrecht op 24 september 1625 na de middag tussen één en twee uren en gedoopt op 5 okt. 1625 …” (Lips, o.c., p. 131)
Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, f. 75: op 22 mei 1608 is gildebroeder van het Dordtse St. Nicolaas – of Houtkopersgilde geworden Jacob de With Cornelisz., hij is zoon van een gildebroeder en nog ongehuwd, heeft betaald een halve gulden.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3979 (200e penning van Dordrecht anno 1652), f. 3: oud-burgemeester Jacob de With betaalt 360 ponden.
In het voorjaar van 1650 beraamde stadhouder Willem II een staatsgreep. De Vrede van Munster (1648) en de afdanking der troepen, die daar uit voortvloeide, waren hem een doorn in het oog. Daar kwam nog bij dat hij nul op het rekest kreeg, toen hij in 1649, na de onthoofding van zijn Engelse schoonvader Karel I, aandrong op een militaire interventie ten gunste van de Stuarts.De ‘bezending’ langs de Hollandse steden was voor de stadhouder op een fiasco uitgelopen. Hij kwam tot de conclusie, dat alleen een greep naar de macht het voor hem en zijn dynastieke belangen ongunstige tij kon doen keren. “De eerste klap was een daalder waard, daarom zou hij eerst een aantal van de leidende regenten gevangennemen. Op het lijstje dat hij opstelde, kwamen vier Amsterdamse burgemeesters voor, onder wie Andries en Cornelis Bicker. Uit Dordrecht had hij Cornelis van Beveren, heer van Strevelshoek, genomineerd. … In de ochtend van 30 juli 1650 was Jacob [de Witt] goed en wel door zijn knecht gekleed, toen rond achten de hellebaardier van de prins zich meldde bij het Logement van de Heren van Dordrecht [De Witt was in Den Haag, omdat hij zitting had in een commissie die zich boog over de uitvoering van de bezuinigingen op het leger.] Die vroeg beleefd of Jacob over een halfuur bij de prins wilde verschijnen. … Stipt halfnegen diende Jacob zich aan bij het Stadhouderlijke Kwartier op het Binnenhof, alwaar niet de prins hem ontving maar Kuik van Meteren, luitenant-kolonel van ’s prinsens lijfwacht. Van Meteren zei dat hij bevel had hem gevangen te nemen. Jacob werd naar de bovenkamer van het Hof van Holland gebracht en verbleef daar twee dagen, zonder iets te weten te komen. Vijf andere regenten ondergingen hetzelfde lot [de burgemeester en pensionaris van Haarlem, de burgemeester van Delft en de pensionarissen van Hoorn en Medemblik.] … Er zat niet één Amsterdammer tussen, ook Cornelis van Beveren ontbrak. Willem had de personen uitgekozen die toevallig voorhanden waren, maar die hij niettemin identificeerde met de recalcitrante steden van Holland. Hij nam Jacob de Witt diens scherpe weerwoord op de eerste dag van de bezending kwalijk. … [Op 2 aug. 1650 werden de gevangenen overgebracht naar slot Loevestein, dat staat aan de Waal tegenover Woudrichem. Zij werden weer vrijgelaten (19 aug.), toen de Staten van Holland zich naar de Staten-Generaal begaven om daar voor de prins te capituleren. Zij gaven te kennen zich neer te leggen bij de militaire begroting die was vastgesteld op 15 juli 1650. De Witt deed officieel afstand van zijn zetel in de Dordtse Oudraad en verloor ook het lidmaatschap van de Gecommiteerde Raden. Willems geplande aanslag op Amsterdam mislukte door een toevallige samenloop van omstandigheden en enkele maanden daarna (6 nov. 1650) stierf hij aan de kinderpokken, nauwelijks 24 jaar oud. Hij liet een weduwe na, die zwanger was van de kort daarop geboren prins Willem III. De regenten hadden spoedig de teugels van de macht, die hun even dreigden ontnomen te worden, weer stevig in handen. Jacob de Witt, een van de voormannen van wat de ‘Loevensteinse factie’ ging heten, werd door de Oudraad in vrijwel al zijn functies hersteld.” (Panhuysen, o.c., p. 96-108)]


Jacob de With en Anna van de Corput

Het familiewapen van het geslacht De Witt (detail grafzerk van Ocker Gevaerts in de Grote Kerk), door Matthijs Balen beschreven als “een Groen Veld, beladen met een Haas, Hasewind, en een Brack, van eene grootte, alle van Zilver”.

Het monument voor Johan en Cornelis de Witt op de Visbrug (april 2012).
De heer Philips Apersz. van Beverwijck 18 ponden
[In de 200e penning van 1638 werd hij opnieuw aangeslagen voor een vermogen van 18.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 10).Zie ook genealogie Van den Brande I op deze website.]
Henrick Claesz. 4 ponden
D’ongehoude kinderen van Claes Henricxsz., niet gebleven 5 ponden
f. 13v
Frans Govertsz. van de Velde 8 ponden
[ORA Dordrecht inv. 754, f. 46 e.v.: op 6 mei 1613 verkoopt Francois Govertsz. van der Velde, houtkoper te Dordrecht, aan Philips Apersz. [van Beverwijck] en Abraham van Leeuwen 50 gl. jaarlijkse losrente, verzekerd op een huis, houttuin en leeg erf op de Nieuwe Haven, waar tegenwoordig uithangt “de Drie Lammeren”, staande en gelegen tussen de houttuin en ten dele het huis van Dirck Pietersz. van den Honaert ten oosten en de houttuin en het huis van Jacob Hendricxsz. in Rurmonde ten westen.]
Hendrick van Beaumont [houtkoper] 10 ponden
[ORA Dordrecht inv. 76, f. 50v e.v.: op 2 sept. 1624 verkoopt Dirck Pietersz. van den Honaert, raad in wette van Dordrecht, aan Hendrick van Beaumont, houtkoper en burger van Dordrecht, voor 5800 gl. een huis en houttuin, genaamd “Capraven” [Kaprave = dakspar], staande op de Nieuwe Haven tussen de gang van de brouwerij “de Vijer Heemskinderen” en het huis en de houttuin van Frans Govertsz. van de Velde, inclusief de plaats tegenover de houttuin gelegen tot aan de haven toe, zoals het door de verkoper is gekocht van Phillips Apersz. met alle gerechtigheden, die het huis en de houttuin hebben t.b.v. het huis van Pompeus de Roovre, schout van Dordrecht, het huis van mr. Gerart Schaep, licentiaat in de rechten, en andere huizen. Waarborg: Thomas Pietersz. van de Honaert, oudraad van Dordrecht. Koper kent schuldig aan verkoper een bedrag van 3800 gl. Borg: Jacob Coenen.]
De weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont 25 ponden
[Jan Govertsz. van Beaumont, trouwde Adriana van Bladegem, dochter van Tielman van Bladegem en Elisabeth Corstiaensdr. van Moermont
ONA Dordrecht inv. 14, f. 29v: op 17 mrt. 1624 testeren Elisabeth van Beaumont, Berbera van Beaumont en Maria van Beaumont, ongehuwde personen. Als een van hen of zij samen komen te overlijden zonder kinderen na te laten, benoemen zijn hun moeder Adriana van Bladegem, weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont, tot hun erfgenaam. Hun moeder zal dan gehouden zijn hun broers en zusters of bij vooroverlijden hun nakomelingen een bedrag van 6 gl. uit te keren.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970 (verponding van 1626): de weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont betaalt 22 ponden voor haar huis op de Nieuwe Haven (“is bij mijn Ed. heeren geremitteert den 6 Martij 1630”), belenders: Jan Ariensz. metselaar en de Vleeshouwersstraat.
ONA Dordrecht inv. 179, f. 663: op 9 aug. 1661 comp. Berbera van Beaumont, Marija van Beaumont, weduwe van Cornelis Dionijsz., en Johannes van Woensel, als man van Geertruit van Beaumont, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis de Beveren, als man van Adriana van Wouw, samen erfgenamen van Adriana van Bladegom, weduwe van Jan van Beaumont, en van Geerit van Bladegom en Hendrick van Bladegom, resp. hun moeder en ooms, die kinderen en erfgenamen waren van Elisabeth Corstiaens, enerzijds en Catharijna Bor, weduwe en erfgename van kapitein Willem Pietersz. Schaep, geassisteerd met Henricus van Rhenen, predikant te Jutphaas, haar zoon, anderzijds, De comparanten verklaren, dat tussen hen geschil was ontstaan over de eigendom van de helft van een huis, genaamd “het Claverbladt”, staande op de Nieuwe Haven, welk huis is nagelaten door Geertruijdt Willems. Geertruida heeft het vruchtgebruik ervan gemaakt aan Willem Pietersz. Schaep en de eigendom bij zijn overlijden aan zijn kinderen. Als Willem zou overlijden zonder kinderen na te laten zou de eigendom van het huis komen aan Elisabeth Corstiaens, de grootmoeder van de eerstgenoemde comparanten. Om nu verdere problemen te voorkomen zijn de comparanten overeengekomen, dat de eerstgenoemde comparanten de helft van het huis zullen behouden en dat zij aan Catharina Bor zullen uitkeren een somma van 100 gl. “tot een recognitie”.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Geertruijd van Beaumont, juni 1596, trouwde Johannes van Woensel
b. Elisabeth van Beaumont, febr. 1602
c. Berbera van Beaumont, juni 1605
d. Maria van Beaumont Jansdr., dec. 1606, van Dordrecht (1628), trouwde NG Dordrecht 30 juli/20 aug. 1628 (door schrijven van de Waalse kerk) Cornelis Dionijsz., weduwnaar van Dordrecht (1628), trouwde 1e Marguarita van Nispen Hendricxsdr.
e. Abraham, dec. 1610
Adriaen Cornelisz. Cruijskercken 5 ponden
[ORA Dordrecht inv. 767, f. 67: op 14 jan. 1627 verkopen Johan Berck, secretaris van de Weeskamer, oudraad en vader van het Weeshuis te Dordrecht, voor zichzelf en vervangende de overige vaders van het Weeshuis, voor de ene helft en Adriaen Cornelisz. Cruijskercken, houtkoper en burger van Dordrecht, als bloedvoogd van Hercules Ottensz., zoon van Oth Herculesz., voor de andere helft, aan Gerrit Willemsz., bierdrager en burger van Dordrecht, een huis in de Raamstraat, staande tussen het huis van Crijn Segersz. slijkwerker en dat van Willem Pietersz. Waarborg: Adriaen Cornelisz. Cruijskercken voor de helft. Berck verbindt in plaats van een waarborg alle goederen van het Weeshuis. Koper is schuldig aan de vaders van het Weeshuis een bedrag van 657 gl. Borgen: Pieter Robbertsz. en Hendrick Woutersz., bierdragers te Dordrecht.
200e penning Dordrecht anno 1638: de weduwe van Adriaen Cornelisz. Cruijskercken aangeslagen voor een vermogen van 5000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 10)]
Inde Vleeshoudersstraet
Pieter Evertsz. waechknecht 1 pond
f. 14
Pieterken Wilmsdr. wollenaijster, obijt nijets naerlatende 1 pond
Aelbert Janssen [Redervelt] backer 2 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 11 okt. 1609: “sijn opt schrijven van SGravenhage aengaende de drie vvtroepingen getrouwt Albrecht Jansz. ende Elizabeth Jeremiasdr.
ONA Dordrecht inv. , 1 mei 1640: boedelscheiding tussen Jan Aelbertsz. Redervelt, Jeremias Aelbertsz. Redervelt en de voogden van Abraham Aelbertsz. Redervelt (genaamd Andries Jeremiasz. en Coenraet Damasz. [van der Linden]), kinderen van Aelbert Jansz. Redervelt en Elisabeth Jeremiasdr., beiden zaliger. Jan Aelbertsz. krijgt het huis, waarin zijn ouders zijn overleden, staande in de Vleeshouwersstraat tussen het huis van Jan Govertsz. ijzerkoper en dat van Aert Coenen van Isenbroeck koekenbakker. Jan zal aan zijn broers daarvoor elk een bedrag van 1300 gl. betalen.]
Pieter IJmants cramer 6 ponden
Aen d’ander zijde
De weduwe van Jan van Elmpt 2 ponden
f. 14v
Mr. Jacob [de Haen] chirurgijn 4 ponden
[Verponding Dordrecht anno 1619 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968), f. 26v: mr. Jacob chirurgijn, in de Vleeshouwersstraat – 9 ponden
Hoofdgeld Dordrecht anno 1622 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974), f. 16v: mr. Jacob de Haen chirurgijn, zijn vrouw en één knecht – 5 ponden.
ORA Dordrecht inv. 781, f. 21 e.v.: op 26 april 1657 verkopen Johannes Heemstede, predikant in de heerlijkheid Rhoon, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Francijntge de Vrient, weduwe van Allart de Vrient, wonende te Leiden, en Gerrebrant van Santen, wonende te Leiden, voor zichzelf en vervangende zijn zuster, Dingena van Santen, samen erfgenamen van mr. Jacob de Haen en Janneken Goossens, aan Johannes Heijdelblock, chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, genaamd “St. Joris”, staande tussen het huis van voornoemde erfgenamen, waarin nu woont Nijs Willemsz. schipper, en het huis van Lowijs Lowijs. Koper is schuldig aan verkopers 1000 gl.]
Pieter Janssen glaesmaker 2 ponden [zie Genealogische Sprokkels s.v. Pieter Jansz. glasmaker]
Guillaum Anoset [koopman] 1 pond
[Verponding Dordrecht anno 1619 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968), f. 26v: Guillaume Anose “coemen”, in de Vleeshouwersstraat – 30 sch.
Hoofdgeld Dordrecht anno 1622 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974), f. 16v: Guilliam Hennoset, zijn vrouw en één kind – 4 ponden.]
Bastiaen Coenen backer 1 pond
Daniël Wilmsz. schiptimmerman 1 pond
f. 15
Staes Staesz. backer 2 ponden
Henrick Jansz. timmerman, nihil habet 1 pond
Inde Hooge Nieustraet
Andries van Vorst houtcooper, nihil habet 20 ponden
De weduwe van Arent Bongert [koopman] 2 ponden
[Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 4 e.v.: op 1 mrt. 1625 extract ingeschreven van het testament van Arent Bongert, koopman en burger van Dordrecht, ziek in bed liggende, en zijn vrouw Janneken de Boijs Jansdr., gepasseerd voor notaris J. van der Heijden op 20 febr. 1624. Zij hebben de langstlevende van hen beiden tot hun erfgenaam benoemd. De langstlevende zal gehouden zijn aan de naaste verwanten van de eerstoverlijdende een bedrag van 100 gl. uit te keren.]
f. 15v
Pieter Oliviersz., nihil habet 2 ponden
[20 jan. 1626: Pieter Oliviers, kettingmaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Geurt Faesz. van Elslo een huis op het Nieuwe Werck, staande omtrent de Houten Brug tussen het huis van Folpert Reijersz. en dat van Leendert Gerritsz. zoutmeter.]
De weduwe van Lenaert Sijmonsz. van de Hatert met haer zoon 25 ponden
[200e penning Dordrecht anno 1638: de weduwe van Leendert Sijbertsz. [sic] van de Hatert op de Hoge Nieuwstraat aangeslagen voor een vermogen van 15.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 11
17 jan. 1641: Govert Pietersz. Nierharen, wijnkoper en burger van Dordrecht, als man van Lijsbeth Cornelis Pietersdr., verkoopt aan Pieter Fransz., steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, zijnde het hoekhuis aan de Blauwpoort, staande tussen ’s herenstraat en het huis van de weduwe van de thesaurier Leonart Sijbertsz. van de Hatert. Het huis is belast met een recognitie van 2 gl. jaarlijks, die de stad Dordrecht wegens het pothuis sprekende heeft. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1200 gl. (ORA 800, f. 2 e.v.)]
Aen d’ander zijde
Gillis Janssen [houtkoper] met sijn vrouwen weeskint 40 ponden
[I. Gillis Jansz. van der Hulck, weduwnaar van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werk bij de Blauwpoort (1624), houtkoper, trouwde 1e NN, 2e NG Dordrecht 28 juli/11 aug. 1624 Geertruijd Leendert Sijbertsdr. van de Hatert, van Dordrecht (1616), weduwe van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werk bij de Blauwpoort (1624), trouwde 1e NG Dordrecht 22 mei/19 juni 1616 Wouter Martensz. de Boefkens, dochter van Lenard van den Hatert Sijbertsz. en Anthonia Roerom Adriaensdr. (zie ook hieronder bij f. 127v en Balen, o.c., p. 1211 e.v. )
ONA Dordrecht inv. 62, f. 729: op 8 mrt. 1649 testeert Geertruijt van den Hatert Lendertsdr., weduwe van Gillis Jansz. van de Hulck, houtkoper en burger van Dordrecht. Zij benoemt tot erfgenamen haar acht kinderen, bij haar verwekt door Gillis Jansz. van de Hulck, of bij vooroverlijden hun nakomelingen en drie kinderen van haar overleden voordochter Clara de Boefkens, bij haar verwekt door Cornelis block. Zij prelegateert aan haar minderjarige kinderen elk een uitkering van 150 gl. jaarlijks, totdat zij de mondigheid bereiken of gaan trouwen. Als de kinderen van Clara voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, moet hun erfportie vererven op de overige kinderen of nakomelingen van de testatrice. Zij wenst, dat het huis, dat haar man heeft laten bouwen, waarin zij woont en dat staat bij de Blauwpoort, na haar overlijden niet verkocht wordt dan voor een door haar later te bepalen prijs. Tot voogd over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar broer Sijbert Lenertsz. van de Hatert, koopman te Dordrecht. Zij verleent machtiging aan haar oudste zoons Johannes en Leendert Gillisz. van de Hatert om samen met de voogd de uitstaande schulden in te vorderen.
ONA Dordrecht inv. 115, f. 65 e.v.: op 2 maart 1654 compareren voor notaris J. Reijns Geertruij van den Hatert, weduwe van Gillis Jansz. van der Hulck en Maerten Gillisz. van der Pijpen, beiden wonende te Dordrecht. Zij verkopen aan Neeltgen Jansdr., weduwe van Jacob Pietersz., wonende buiten de stad Dordrecht in het Wilgenbos, een windwipvolmolen [genaamd “het Varken”], staande buiten de stad aan de Noordendijk, met een huis en toebehoren, zowel gereedschap, hout- en ijzerwerk, als alle “volaerdeturff” en het schuitje, dat bij de molen hoort, voor 4000 gl., waarvan 1000 gl. contant en de rest af te lossen met jaarlijkse termijnen van 1000 gl. Borgen: Vechter Jacobsz., Cornelis Jacobsz. en Jan Jacobsz.
ONA Dordrecht inv. 65, f. 159: op 6 juni 1657 testeert Geertruijt van den Hatert Lenaertsdr., laatst weduwe van Gillis Jansz. van der Hulck, houtkoper te Dordrecht. Zij prelegateert aan haar zoon Lenaert van der Hulck een bedrag van 4000 [?, moeilijk leesbaar] gl., en aan haar dochters Adriana en Geertruijt van der Hulck al de kleren van haarzelf en die van haar moeder. Zij heeft haar twee dochters Catharina van der Hulck, de vrouw van Joannes de Moor, en Marguarita van der Hulck, de vrouw van Francois van de Graeff, toen zij gingen trouwen, “uitgezet” in feesten, kleding etc., elk voor 3000 gl. en hun bovendien elk een bedrag van 5000 gl. ten huwelijk gegeven. Derhalve zal zij haar ongetrouwde kinderen bij het aangaan van hun huwelijk eveneens 8000 gl. geven. Haar kinderen en kleinkinderen, die nog ongetrouwd zijn en jonger dan 25 jaar oud, zullen elk een jaarlijkse uitkering van 150 gl. ontvangen tot zij 25 jaar worden of gaan trouwen. De testatrice wenst, dat het huis, waarin zij woont, staande bij de Blauwpoort na haar overlijden voor 100 gl. per jaar door een van haar getrouwde of meerderjarige kinderen bewoond zal worden tot het moment, waarop het huis verkocht wordt. Zij wil, dat na haar overlijden al haar na te laten goederen “nevens het genoten houwelijcx goed van haere twee alreeds getrouwde kinderen … alsamen gebracht werden sal onder eender massa”, en dat de helft daarvan zal komen aan haar nakinderen, zodanig dat haar dan nog ongehuwde kinderen als huwelijksgoed zullen ontvangen een somma van 8000 gl. De wederhelft ervan moet dan komen aan haar nakinderen en de drie kinderen van haar voordochter wijlen Clara de Boefkens. Tot voogden en executeurs-testamentair benoemt zij haar zoons Joannes en Lenaert van der Hulck en haar broer Sijbert Lenaertsz. van den Hatert.
– 29 mrt. 1659: overeenkomst tussen Maria van Bercheijck, weduwe van Aert Michielsz. de Hulter, als eigenares van het huis “den Haes”, staande in de Kannenkopersbuurt, en Johannes van der Hulck, als gemachtigde van zijn moeder Geertruijt [Leendertsdr.] van den Hatert, weduwe van [Gillis Jansz.] van der Hulck, als eigenares van het huis, dat staat naast het huis “den Haes”. De overeenkomst betreft de zijmuur tussen beide huizen. (Dordrecht Monumenteel nr. 58, jan. 2016, p. 33 [internet])
Kinderen:
Kind van Wouter de Boefkens en Geertruij van de Hatert
a. Clara de Boefkens, gedoopt NG Dordrecht aug. 1621, trouwde 5 juli 1637 Cornelis Blok, burgemeester van Geertruidenberg
Kind :
a-1. Digna Blok, gedoopt NG Dordrecht 15 mrt. 1643, trouwde Hendrik van Dortmont
Kinderen:
a-1-1. Johanna Clara van Dortmont
a-1-2. Geertruijd Justina van Dortmont
a-1-3. Baldina Cornelia van Dortmont
Kinderen van Gillis van der Hulck en Geertruijd van de Hatert (o.a.):
a. Joannes van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht febr. 1623, ongehuwd, burgemeester van de gemeente te Dordrecht 1676, overleden 1 aug. 1676
ONA Dordrecht inv. 47, f. 100: op 21 sept. 1654 verklaart Lambert Lambinon, ca. 56 jaar oud, op verzoek van Johannes van der Hulck houtkoper, dat hij 12 of 13 dagen eerder is geweest op de begrafenis van Steven Fransz. Roos, en dat hij toen “bij de persoon van Jacob Rens ondersocht heeft in wat manijere dattet krackeel ende gevecht ontstaen was tusschen de requirant ende Pieter Arijensz. van der Werff, daarop … Jacob Rens seijde dat sij beijde ende oock hij getuijge tsamen inde camer off keucken om laeg inde doele taback hadden sitten drincken ende dat sij beijde vuijt gingen nae boven in de ganck, aldaer hij getuijge volgde ende doen sach … dat sij aen malcanderen handtsgemeen waren sonder daer van ijet meer te weten, daer op hij getuijge doen noch vraechde … soo hoor ick dan dat sij al aen malcanderen waeren doen gij inde gangh quaemt, seijde … Rens doen wederomme Jae sij waeren doen al aen malcanderen ende doen schoot ick toe om haer te scheijden ende scheijde haer oock”.
b. Leendert van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht dec. 1626, ongehuwd
c. Adriaen van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht okt. 1628, vermoedelijk jong overleden
d. Catharina van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht sept. 1629, trouwde Johannes de Moor Aarnoudsz., vroedschap en schepen van Hoorn
e. Adriana van der Hulck Gillisdr., geboren naar schatting ca. 1630, volgt IIa
f. Margreta van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht febr. 1631, volgt IIb
g. Cornelis van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht okt. 1633, ongehuwd
h. Jilis van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht juli 1635, vermoedelijk jong overleden
i. Geertruijt van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht juni 1642, jonge dochter wonende bij de Blauwpoort (1667), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 aug. 1732 (Geertruij van der Hulck, weduwe van Hendrk Franke, met 9 koetsen extra, laat geen kinderen na, de hoogste boete), trouwde NG Dordrecht 25 dec. 1667/8 jan. 1668 Hendrick Francken Genefaesz., weduwnaar wonende in het Steegoversloot (1667), koopman
ONA Dordrecht inv. 65, f. 423: op 12 juni 1658 testeert Geertruijt van de Hulck, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan de kinderen van haar halfzuster, wijlen Clara de Boefkens, bij haar verwekt door Cornelis Block, samen een somma van 300 gl. Tot erfgenamen van haar overige na te laten goederen benoemt zij haar broers Joannes, Leendert en Cornelis van de Hulck en haar zusters Catharijna, Marguarita en Adriana van de Hulck, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Voorwaarde daarbij is dat Cornelis, Catharijna en Marguarita van de door hen te erven goederen alleen het vruchtgebruik zullen hebben . Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar broers Joannes en Leonart van de Hulck en haar oom Sijbert Lenaertsz. van de Hatert.
IIa. Adriana van der Hulck Gillisdr., geboren naar schatting ca. 1630, trouwde NG Dordrecht 14 sept. 1659 Gerard Francken Genefaesz.
ONA Dordrecht inv. 65, f. 41: op 12 juni 1658 testeert Adriana van de Hulck, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht. Als zij ongehuwd komt te overlijden, legateert zij aan de kinderen van haar halfzuster, wijlen Clara de Boefkens, bij haar verwekt door Cornelis Block, samen een somma van 300 gl. Tot erfgenamen van haar overige na te laten goederen benoemt zij haar broers Joannes, Leendert en Cornelis van de Hulck en haar zusters Catharijna, Marguarita en Geertruijt van de Hulck, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Voorwaarde daarbij is dat Cornelis, Catharijna en Marguarita van de door hen te erven goederen alleen het vruchtgebruik zullen hebben. Tot executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar broers Joannes en Leonart van de Hulck en haar oom Sijbert Lenaertsz. van de Hatert.
Kinderen:
a. Elisabeth Francken, gedoopt NG Dordrecht 11 febr. 1661, volgt III
b. Geertruid Franken Gerardsdr., gedoopt NG Dordrecht 19 aug. 1672, jonge dochter van Dordrecht en daar wonende (1693), trouwde Gerecht/NG Dordrecht/Overschie 19 april 1693 (de bruidegom geassisteerd met mr. Willem Brandwijk vrijheer van Blokland, oud-burgemeester van Dordrecht en dijkgraaf van de Alblasserwaard, zijn oom, en de bruid met Adriana van der Hulck, weduwe van Gerard Francken, burgemeester van Dordrecht, haar moeder) mr. Pieter Brandwijk van Blokland, gedoopt NG Dordrecht 2 aug. 1665, jongman van Dordrecht en daar wonende (1693), dijkgraaf van Oud-Beijerland, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 juli 1751 (mr. Pieter Brandwijk van Blokland, in de Wijnstraat, laat kinderen na, dijkgraaf van Oud-Beijerland, met een wapenbord, grote boete, 9 koetsen extra), zoon van mr. Pieter Brandwijk van Blokland, burgemeester van Dordrecht, en Maria Strick van Scharlaken (zie genealogie Brandwijk van Blokland op deze website).
IIb. Margreta van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht febr. 1631, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Blauwpoort (1650), trouwde 19 juni/5 juli 1650 Francois van de Graef Sebastiaensz., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1627, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1650), koopman, postmeester te Dordrecht 1676, 1677, zoon van Sebastiaen van de Graef en Agneta Bacx
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Agneta van de Graaff, 24 jan. 1652, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Blauwpoort (1674), trouwde NG Dordrecht 8/24 juli 1674 Cornelis van Helmont, jongman van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1674), koopman
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht)
a-1. Gillis, 22 mrt. 1676
b-2. Margreta, 12 nov. 1683
b-3. Francois, 23 mei 1686
b. Gillis, 7 mrt. 1653
c. Theuntjen (Anthonia) van de Graeff, 4 mei 1654, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1677),trouwde NG Dordrecht 20 juni 1677 (ondertrouw) Simon de Vries de jonge, gedoopt NG Dordrecht 7 nov. 1653,jongman wonende in de Wijnstraat (1677), zoon van Anthonij de Vries en Johanna van Feltrum
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
c-1. Johanna, 21 sept. 1679
c-2. Margrieta, 1 mei 1680
c-2. Anthoni de Vries, 8 febr. 1682
c-4. Simon Adriaan de Vries, 25 mrt. 1686
d. Bastiaen, 6 sept. 1655
e. Clara van de Graeff Francoisdr., 4dec. 1656, jonge dochter van Dordrecht (1688), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 mei 1743 (Clara van de Graaf, weduwe van Govert van Wesel, raad en vroedschap van Dordrecht, laat kinderen na, 9 koetsen extra, een wapen voorgedragen),trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 19 dec. 1688/3 jan. 1689Govert van Wesel, weduwnaar van Dordrecht (1688), koopman en equipagemeester
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
e-1. Rochus, 26 aug. 1689
e-2. Clara Margrieta,23 mei 1691
e-3. Anthonia, 21 febr. 1693
e-4. Geertruij, 29 okt. 1695
e-5. Maria, 26 dec. 1696
f. Adriaen, 13 juli 1659
g. Jacob, 5 aug. 1661
III. Elisabeth Francken Gerardsdr., gedoopt NG Dordrecht 11 febr. 1661, jonge dochter van Dordrecht (1680), trouwde 1e NG Dordrecht 13/29 okt. 1680 Mattheus (Matthijs Abram) van der Burgh Johansz., jongman van Dordrecht (1680),2e Mattheus van de Broucke
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
Ex 1:
a. Johan van der Burgh, 8 aug. 1681
b. Gerard, 7 aug. 1682
c. Willem, 17 sept. 1683
d. Margaretha van der Burgh, 17 sept. 1683, trouwde Theodorus Bernardus van der Steegen Brucking.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 103 e.v.: op 14 april 1733 verkoopt mr. Johan van den Brouck, achtraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Theodorus Bernhardus van der Steegen, genaamd Bruckingh, inwoner van Dordrecht, als man van Margarita van der Burgh, voor 3720 gl. aan Adriaan Papegaaij, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, strekkende voor van de straat tot achter tegen het Stek en staande tussen het huis van mr. Nicolaas Stoop en dat van Willem Zaijmans.
e. Johan, 27 okt. 1684
f. Adriana, 11 okt. 1686
g. Johanna Elisabeth, 18 mrt. 1688
h. Geertruij, 9 mei 1689
i. Johan, 20 dec. 1690]
Jacob Joosten, nihil habet 2 ponden
Pieter Boije 4 ponden
[21 jan. 1606: scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door wijlen Jan Thonisz. Bosch en zijn vrouw Neeltgen Maertensdr., tussen Jan Joosten schiptimmerman voor zichzelf, enerzijds, en Jan Jansz. de Haen, als weduwnaar van Alit Jansdr. [Bosch], voor zichzelf en tevens als vader en voogd van Anneken Jansdr., verwekt bij Alit Jansdr. Bosch, enbovendien als testamentaire voogd, naast Jan Corsse glasmaker, die mede compareert, van Engel Aertsz. Vaeck, zoon van Aert Jansz. Vaeck en Alit Jansdr. Bosch, anderzijds.
20 mei 1621: Engel Aertsz. Vaeck, voor zichzelf en namens de overige erfgenamen van Jan Jansz. Bosch, verkoopt aan Pieter Boijen een huis op de Nieuwe Haven, staande bij de Blauwpoort tussen het huis van Gillis Jansz. houtkoper en dat van Staes Jacobsz. (Achter de Blauwpoort nr. 6, p. 15 [internet])
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 10 sept. 1641: een baar voor Pieter Boije, een pondgraf, in de Tolbrugstraat Waterzijde.]
f. 16
Hermen Cleijsz. schuijtenaer 3 ponden
Herman Janssen de Haen[schiptimmerman] 3 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 16 april 1606: Herman Jansz. schiptimmerman en Agneta Cornelis Floerisdr., beiden van Dordrecht, getrouwd in de Grote Kerk op 7 mei 1606
Agniete, dochter van Cornelis Florisz. en Janneken Alberts, gedoopt NG Dordrecht febr. 1588
ORA Dordrecht inv. 754, f. 66 e.v.: op 4 juni 1613 verkoopt mr. Herman Halling aan Herman Jansz. de Haen een erf met een loods daarop staande, gelegen op het Nieuwe Werck tussen het huis van Cornelis Tielen en het huis van Herbert Jacobsz. hordenmaker, “[zo]als tvoorsz. erfue bij den Gerechte deser stede vercocht is volgens den brieve daer van zijnde”, voor 1771 gl. Waarborg: Dirck Pietersz. van de Honaert. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 1187 gl. en 10 st. Borgen: Jan Ariensz. de Haen, burger van Dordrecht en Cornelis Florisz. van den Heuvel. De koper verlijdt tevens aan Maria de Jonge, jonge dochter, een jaarlijkse losrente van 24 gl. en 10 st., verzekerd op het voornoemde erf.
ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 10v: op 4 april 1626 verkoopt Herman Jansz. de Haen, schiptimmerman en burger van Dordrecht, aan Maricken Bastiaensdr. van de Wercke, jonge dochter, een jaarlijkse losrente van 18 gl., verzekerd op een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Hermen de hordenmaker en dat van de weduwe van Cornelis Centen.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 8 e.v.: op 24 dec. 1629 verklaart Jan Samuelsz., als procuratie hebbende van Herman Jansz. de Haen schiptimmerman, zijn oom, dat hij t.b.v. Samuel Barentsz. en Jan Maertensz., resp. zijn, comparants, vader en oom, wegens zodanige somma van 600 gl., die zijn vader enoom hebben geleend aan Herman Jansz. de Haen, verbonden te hebben het huis van Herman Jansz. de Haen op de Nieuwe Haven, staande op de Hoge Nieuwstraat, uitkomende op de Nieuwe Haven en staande tussen het huis van Matgen Schoncken en dat van Herber Jacobsz.
ORA Dordrecht inv. 768, f. 27: op 16 mei 1630 verkoopt Samuel Barentsz., burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Herman Jansz. de Haen, timmerman van “de gemeenelants scheepsbrugge”, blijkens procuratie gepasseerd voor een niet met name vermelde notaris te Emmerich op 30 april 1630, aan Pieter Gijsbertsz., timmerman en burger van Dordrecht, een huis, loods en erf daarnaast gelegen, staande ophet Nieuwe Wercktussen het huis van de weduwe van Cornelis Centen aan de ene zijde en het huis van Metgen Schoncken, mitsgaders het huis en erf van Herber Jacobsz. hordenmaker aan de andere zijde, voor een somma van 2200 gl. Waarborgen: Samuel Barentsz. in zijn privé en Jan Maertensz., wonende in Den Briel.]
Metken Schoncken 2 ponden
[ORA Dordrecht inv. 752, f. 149: op 3 okt. 1611 verkoopt Cornelis Cornelisz. Backer huistimmerman aan Metgen Segersdr. een huis met een gang daarnaast, samen breed 8 hond voeten, staande en gelegenin de Hoge Nieuwstraat op het Nieuwe Werk tegenover het “Bourgoens Cruijs”, belend het huis van Leendert Gerritsz. arbeider bij de straat aan de ene zijde enhet huisvan de kinderen en erfgenamen van burgemeester Willem de Jong aan de andere zijde. Waarborg: Adriaen Huijbrechtsz., marktschipper van Dordrecht op Rotterdam.]
Leendert Gerritsz. Coomen 1 pond
Opde Cade aende Blaeupoort beginnende
Cors Claesz. Capiteijn 4 ponden
[Zie kwartierstaat Van Hartigsveld op deze website.]
f. 16v
D’erffgenamen van Michiel Conincx 2 ponden
Aert Sonnemans 4 ponden
De weduwe van Cornelis Centen schipper,nihil habet 1 pond
Nicolaes Boumans
De weduwe van Zeger de Moor met haer soon 14 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1596, f. 11v: op 15 febr. 1620 verkoopt Jan Joosten, vleeshouwer en burger van Dordrecht, aan Lijdewij Jansdr., weduwe van IJsbrant Sas, een jaarlijkse losrente van 37 gl. 10 st., verzekerd op een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Bastiaenken Jans, weduwe van Seger de Moor, en de loods van de erfgenamen van Claes Sijmonsz. Vaer.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 49 e.v.: op 9 juli 1632 verkoopt Willem Joppen, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Catrina Jansdr., weduwe van Melchior Dircxsz. , een huis, genaamd”den Aembeelt”,met eenloods achter op de plaats staande, alsmede een gang, die uitkomt in de Hoge Nieuwstraat, staande en gelegen op het Nieuwe Werck tussen het huis van Arnoult de Moor en de gang, die eertijds toebehoorde aan Claes Sijmonsz. Vaer. Waarborg: Pieter Schepens, notaris te Dordrecht. De koopster is schuldig aan de verkoper een somma van 1500 gl. Borg: Aert Hillen, koopman en burger van Dordrecht.]
f. 17
Dionijs de Hasque 8 ponden
Folpert Reijersz. van Asperen 8 ponden
[Folpert Reijersz. van Asperen, geboren naar schatting ca. 1570, waarschijnlijk in Gorinchem, Commissaris van de Recherche te Rotterdam, zoon van Reijer van Asperen Geritsz., brouwer te Gorinchem, en NN, trouwde NG Dordrecht 2/16 april 1595 Lijnken (Lijntje) Adriaensdr. (Ons Voorgeslacht 2006, p. 76]
Somma van’t eerste quartier 2413 gl. 10 st.
f. 17v
Tweede quartier beginnende vande Vischbrug tot aende Gravestraet endesoo voort aende d’ander zijde tot wederom aende Vischbrug
Michiel [Jacobsz.] Cotermans brouwer[in “het Hert”] 100 ponden
[ORA Dordrecht inv. 899: op 28 sept. 1605 legt Michiel Cotermans, brouwer in “het Hert”, burger van Dordrecht, 37 jaar oud, een verklaring af ten verzoeke van Boudewijn Coninck Gijsbertsz., schepen in wette van Dordrecht.]
Abraham van Asch 3 ponden
Cornelis Matthijssen Balen 12 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 6v: op 20 febr. 1626 verkoopt Casper Beeck Pietersz., als procuratie hebbende van Sara Beijen, weduwe van Carel Carelsz. loodgieter, nu getrouwd met Seger van Achtevelt, procureur voor het Hof van Holland, aan Cornelis Matthijsz. Baelen, zijdelakenkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Visbrug, staande tussen het huis “de Jhesus” en het huis “de Gouden Reael”. Waarborgen: Jaecques Leveque en Pieter Willemsz. Schepens, notaris te Dordrecht. De koper is schuldig aan de minderjarige kinderen van Carel Carelsz. loodgieter, verwekt bij Metken Cornelis, een somma van 4000 gl. Borg: Jeronimus Terwen, koopman en burger van Dordrecht.
200e penning Dordrecht anno 1638: Cornelis Mathijsz. Balen 60 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 12v)]
Pieter Dircxsz. [Codde, Codeus] twijnder 4 ponden
[200e penning Dordrecht anno 1638: Pieter Dircxsz. Codde twijnder 20 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 12v)
f. 18
Anthonij Repelaer brouwer buijtendien onder de heeren Achte 27 ponden
[Anthonis Repelaer, geboren Dordrecht dec. 1591, brouwer, schepen, raad en burgemeester (1642-1644) van Dordrecht, overleden Dordrecht 21 okt. 1652, zoon van Hugo Repelaer, brouwer in “de Sleutel”en Margaretha Jansdr. Brouwer,trouwde NG Dordrecht 7 febr. 1616 Emerentia van Driel, geboren Dordrecht 19 dec. 1598, overleden Dordrecht 19 mei 1660, dochter van Johan Dirksz. van Driel, brouwer in “de Ruijt”en Lucia (Sijtgen) Goossensdr.Schilperoort. (Zie kwartierstaat Van Schothorst (internet), kwartier 11094, sub b-1.) Anthonij Repelaer werd in de 200e penning van 1638 eveneens aangeslagen voor een vermogen van 27.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 13)
Kinderen (o.a.):
a. Lucia Repelaer, gedoopt NG Dordrecht febr. 1623, trouwde NG Dordrecht 30 aug. 1648 Walterus (Gualtherus, Wouter) Johansz., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1618, zoon van Johan Cools en Margriet Dirrickx
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a-1. Jan Cools, 18 juni 1651
a-2. Anthonia Cools, 24 nov. 1652, trouwde NG Dordrecht 24 dec. 1680 Cornelis van Beveren Cornelisz.
a-3. Walteria Cools, 27 febr. 1654, trouwde NG Dordrecht 12 febr. 1673 Diederick Bressij
b. Margareta Repelaer, gedoopt NG Dordrecht mei 1634, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1661),trouwde NG Dordrecht 6 nov. 1661 (ondertrouw) Paulus Eelbo, koopman te Dordrecht]

Anthonis Repelaer, door Jacob Gerritsz. Cuyp (1647)

Emerentia van Driel door Jacob Gerritsz. Cuyp (foto H.A. van Duinen; publicatie alleen toegestaanmet voorafgaande toestemming van de maker)
Claes Aertsz 8 ponden
Adriaen Vinck 8 ponden
De weduwe van d’heer Thesaurier Pompen als boelhouster 150 ponden

De grafzerk van Michiel Pompe van Meerdervoort in de Grote Kerk.
[Michiel Pompe, heer van Meerdervoort, geboren ca. 1578,was van 1623 tot 1625 thesaurier van de stad Dordrecht. Hij overleed op 27 aug. 1625. Zijn weduwe was Maria Sasbout Matthysdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1184), die trouwde 2e Cornelis van Alderwerelt.
ORA Dordrecht inv. 899: verklaring dd 1 juli 1605 op verzoekvan Ooloff Bankens twijnverkoper door Michiel Pompe, 27 jaar oud en Willem Pietersz., eveneens 27 jaar oud, burgers van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1587, f. 97 e.v.: op 24 juli 1610 verkoopt Abel Willemsz., burger van Dordrecht, koopman te Dordrecht, aan Michiel Pompe, koopman te Dordrecht, de helft van twee huizen, genaamd “Bruijnswijck” en “den Dolphijn”, aan hem nagelaten door Neeltgen Abelsdr., staande op de Groenmarkt tussen het huis van Nicolaes Jansz. Cruijdenier en dat van de weduwe en kinderen van Adriaen Adriaensz. Vinck de oude, met een pakhuis en erf erachter, uitkomende op de straat aan de Nieuwe Haven.
De zoon van genoemd echtpaar, Michiel Pompe, heer van Meerdervoort, schildknaap (1613-1639) en diens vrouw Adriana van Beveren Cornelisdr. waren de stichters van de Meerdervoortskapel in de Grote Kerk. (J.L. van Dalen, De Groote Kerk te Dordrecht (Dordrecht 1927), p. 100 e.v.

De Meerdervoortskapel in de Grote Kerk
Michiel Pompe van Meerdervoort en Alida van Beveren hadden twee zoons: Michiel Pompe van Meerdervoort (1638-1653) en Cornelis Pompe van Meedervoort (1639-1680).

Michiel(links) enCornelis Pompe van Meerdervoort (midden) met hunhuisleraar en een knecht,ca. 1650 geschilderd door Aelbert Cuijp.]
Jan Gijsbertsz. wijncooper 1 pond
f. 18 v
Jacob Henricxsz. appelcooper 1 pond
D’heer Cornelis Nicolaesz. schepen ende thesaurier 30 ponden
De weduwe ende erffgenaemen van Frans van Bonckelwaert, insolvent 20 ponden
[Francoijs van Bonckelwaert Adriaensz., geboren ca. 1555, weduwnaar van Dordrecht (1603), trouwde 1e naar schatting ca. 1580 Lijsbeth van Scharlaken Gerritsdr., 2e NG Dordrecht 28 sept./10 okt. 1603 Catelijne (Lijntgen) Woutersdr., weduwe van Antwerpen (1603), overleden ca. 1627, trouwde 1e Anthoni Henricxsz. (Vogelesangh)
ORA Dordrecht inv. 746, f. 227 e.v.: op 5 april 1603 compareren Cornelis Spotten Pietersz., als mede-erfgenaam van Cornelia Stapels enerzijds en Adriana van Scharlaecken, weduwe van Thomas de With Willemsz., Pieter Geeritsz. van Scharlaecken voor zichzelf en tevens vervangende Jan Geeritsz. van Scharlaecken, Frans van Bonckelwaert, weduwnaar van Lijsbet Geeritsz. van Scharlaecken, voor zichzelf en vervangende zijn kinderen, door hem bij zijn overleden vrouw verwekt, Jan Ghijsbertsz. als man en voogd van Janneken Geeritsz. van Scharlaecken, Nicolaes van Honcop Mathijsz. als echtgenoot van Jacobmina van Scharlaecken, voor zichzelf en van wege zijn kinderen, door hem bij genoemde Jacobmina verwekt, en tevens vervangende Emanuel van de Borch, als man en voogd van Josina van Scharlaecken, Ghijsbert van Scharlaecken en Jacob van Meuwen als man en voogd van Machtelt van Scharlaecken, voor zichzelf en vervangende hun moeder en andere zusters en broeder, Baelken Cornelisdr., weduwe van Jan van Polaenen, voor zichzelf en haar kinderen, geassisteerd met Dirick Claesz. van Sevener, als haar gekoren voogd, en Anna van Steen, weduwe van Casper van Longe, geassisteerd met haar gekoren voogd, allen erfgenamen van Cornelis Pietersz. van Scharlaecken en diens vrouw Cornelia Stapels. Comparanten verklaren, dat door Cornelis Pietersz. van Scharlaeckenen Cornelis Spotten “proces geïnstitueert es geweest ende naer des voornoemde Cornelis van Schaerlaeckens overlijden bij de voorsz. Spotten alleen vervolcht es tegens de erffgenaemen van Aelwijn Aelwijnsz. zaliger om seeckere rente van hondert [karolus]guldens siaers spreeckende op de stadt van Bergen opten Zoom” en dat zij nu overeengekomen zijn “dat den voorsz. Spotten alleen tot sijnen pericule sal vervolgen ’t voorsz. proces met conditie soo hij quaeme te triumpheren dat tselve alleen sall comen tot sijnen proffijte, ende soo hij quame te succumberen dat hij alleen sal draegen, de costen ende schaeden van de processe”. Spotten verbindt voor de nakoming daarvan zijn huis in de Lombardstraat, staande op de hoek van de Breestraat en naast het huis van de weduwe van Jan van Polaenen.
26 aug. 1615: verklaring door Franchoijs van Bonckelwaert, 60 jaar oud en Willem Jansz. Bijl, 54 jaar oud, beiden wonende te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 17, f. 236)
Weeskamer Dordrecht inv. 18, f. 5v: op 16 mrt. 1628 gecollationeerd het testament, dat Lijntgen Woutersdr., weduwe van Frans van Bonckelwaert op 18 nov. 1627 heeft gepasseerd ten overstaan van notaris J. Vekemans te Dordrecht. Zij heeft daarin tot voogden benoemd haar zoon Guiljam Vogelzang, bij haar verwekt door Anthonij Vogelesangh, en Geridt van Bonckelwaert, de zoon van haar tweede man.
Kinderen:
Ex !:
a. Gerrit van Bonckelwaert
b. Janneken van Bonckelwaert, trouwde Jan de Backere Gijsbertsz.
Ex 2:
c. Elisabeth , gedoopt NG Dordrecht april 1606
d. Wouter, gedoopt NG Dordrecht mei 1607
e. Lijncken, gedoopt NG Dordrecht juli 1607
f. Aelken, gedoopt NG Dordrecht dec. 1610
g. NN, gedoopt NG Dordrecht dec. 1612]
Guilliam Antonisz. 2 ponden
Willem Aertsz. Brantwijck 45 ponden
[Willem Aertsz. Brantwijck korenkoper was getrouwd met Geertruijt Pieterdr. Caseler. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 346)
200e penning Dordrecht anno 1638: Willem Aertsz. Brantwijck 225 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 13)
Zie ook de genealogie Brandwijk (van Blokland) op deze website.]
Adriaen Willemsz. beenhacker 30 ponden
f. 19
Jan Jacobsz. Cotermans 30 ponden

Joachim Wtewael, de Groentevrouw (Centraal Museum Utrecht)
Ocker Brantwijck 12 ponden
[200e penning Dordrecht anno 1638: Ocker Brantwijck 60 ponden(Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 13)
Pieter van Deuren 16 ponden
Dirck Gerritsz. coomen 2 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 10: op 17 mrt. 1626 verkoopt Marijcken Geeritsdr. van Ophemert, ongehuwde persoon, aan haar broer, Dirck Gerritsz. van Ophemert, de helft van een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van mr. Cornelis van Beveren, rentmeester-generaal van Zuid-Holland, en het huis “de Rooden Schilt”.]
D’heer mr. Cornelis van Beveren Borgemeester Rentmeester Generael van Zuijthollant 60 ponden

Gegraveerd portret van Cornelis Willemsz van Beveren door J. Suyderhoef uit Matthijs Balen, Beschrijvinge der stad Dordrecht, 1677, met drieregelig vers (foto: Regionaal Archief Dordrecht).
Juffr. Lievina Verbooms 60 ponden
D’heer mr. Digman de Vries Outraet 40 ponden
f. 19v
De weduwe van Cornelis Jansz. Mes 12 ponden
Jan Bordels met zijn kinderen 60 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 28 juli 1622: Johan Bordels weduwnaar en Elisabet Pauli dochter van Johan Pauli in zijn leven raad en meester van de rekeningen van Holland, per schrijven van [ds.] Lavigne]
Herbert van Diemen 15 ponden
[ONA Dordrecht inv. 3, f. 421: op 30 mrt. 1606 stelt Jacob van Diemen, oud-burgemeester van ’s herenwege van Dordrecht, ziek in bed liggende, tot voogden over zijn minderjarige kinderen en over zijn zoon Herbert van Diemen aan Johan Bordels, zijn schoonzoon, Huijch Repelaar brouwer en Jan van Diemen Gijsbertsz., zijn neef.]
Franchoijs van Ackerlack 16 ponden
Barent Gerritsz. met zijn dochter 45 ponden
[Barent Gerritsz., geboren naar schatting ca. 1550, overleden tussen 12 april 1627 en 3 juli 1631 (ONA Dordrecht inv. 57, f. 493v), (trouwde NG Dordrecht jan. 1575 Marike Adriaensdr.?)
ONA Dordrecht inv. 56, f. 65v: op 12 april 1627 testeert Berrent Gerritsz., burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 100 gl. en aan het weeshuis van Dordrecht eveneens 100 gl. Tot erfgenaam benoemt hij zijn enige dochter Elisabeth Barents, weduwe van Hans Gevaertsz. de jonge.
Kind:
a. Elisabeth Barentsdr., geboren naar schatting ca. 1580, van Dordrecht (1600), trouwde NG Dordrecht 30 jan./26 febr. 1600 Hans Gevaerts Jansz. de jonge, geboren te Nuijs (1600)
ONA Dordrecht inv. 62, f. 880: op 23 juli 1649 comp. Johan Gevaerts, Cornelia Gevaerts, Beatricx Gevaerts en Petronella Gevaerts, ongehuwde “dochteren”, voor zichzelf en tevens vervangende Pieter de Langhe, koopman te Rotterdam, als man van Maria Gevaerts, hun zuster, allen kinderen en erfgenamen van Elisabeth Barentsdr., weduwe van Hans Gevaerts de jonge, die de enige dochter en erfgename was van Barent Gerritsz. Zij verlenen procuratie aan Louis Victors, koopmansbode van Amsterdam op Dordrecht, om te transporteren aan Jacob Reepmaker, koopman te Amsterdam, een somma van 300 gl.
ONA Dordrecht inv. 62, f. 905: op 4 aug. 1649 verklaren Boudewijn Taeijaert, circa 70 jaar oud, Crispijn van Outgaerden, ongeveer 52 jaar oud, kooplieden te Dordrecht, en Daniël Eelbo, notaris te Dordrecht, dat zij zeer goed gekend hebben wijlen Barent Gerritsz., burger van Dordrecht, die alleen een dochter, genaamd Elisabeth Barents, heeft nagelaten, weduwe van Hans Gevaerts de jonge, welke Elisabeth op haar beurt heeft nagelaten een zoon en vier dochters, genaamd Johan, Cornelia, Beatricx, Petronella en Maria Gevaerts, welke laatstgenoemde getrouwd is met Pieter de Langhe, wonende te Rotterdam. De getuigen geven voor reden van wetenschap, dat zij lange tijd in de buurt van genoemde personen gewoond hebben.
ONA Dordrecht inv. 62, f. 1063v: op 4 jan. 1650 verlenen Johan Gevaerts, kapitein Willem van Santen, als man van Beatricx Gevaerts, Cornelia Gevaerts en Petronella Gevaerts, ongehuwde “dochteren”, voor zichzelf en tevens vervangende Pieter de Lange, koopman te Rotterdam, als man van Maria Gevaerts, procuratie aan Herman Theunisz. Blijcker, koopman te Amsterdam, om in ontvangst te nemen van de bewindhebbers van de VOC (kamer Amsterdam) een “vvtgifte van twintich ten hondert in gelde” en dat over een aandeel van 900 gl.
Kinderen:
a-1. Cornelia Gevaerts, geboren naar schatting ca. 1601
a-2. Beatricx Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht juli 1605, van Dordrecht wonende op het Marktveld (1649), trouwde NG Dordrecht 7/23 nov. 1649 kapitein Willem van Santen, weduwnaar wonende op de Nieuwe Haven (1649)
a-3. Johan Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht gedoopt nov. 1608
a-4. Willem, gedoopt NG Dordrecht juli 1611, vermoedelijk jong overleden
a-5. Petronella Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1613
a-6. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht jan. 1616, vermoedelijk jong overleden
a-7. Maria Gevaerts Hansdr., gedoopt NG Dordrecht okt. 1617, van Dordrecht wonende op het Marktveld (1644), trouwde NG Dordrecht 23 okt. 1644 (ondertrouw, procl. te Rotterdam) Pieter Adriaensz. de Langhe, weduwnaar van Rotterdam en daar wonende (1644), koopman te Rotterdam]
f. 20
Boudewijn Zegersz. Taijaert [koopman] 9 ponden
[Boudewijn Zegersz. Taijaert, geboren ca. 1579 (ONA Dordrecht inv. 62, f. 905, akte dd 4 aug. 1649), Zie ook de pagina doopsgezinde huwelijken op deze website, bij 1603]
D’heer Thomas Pietersz. van den Honaert Outraet 20 ponden
[I. Thomas Pietersz. van den Honaert (van den Honert), van Dordrecht (1593), schepen van Dordrecht, commies-stapelier van het gemenelandsmagazijn te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 april 1644 (een baar op het Marktveld voor Thomas Pietersz. van den Honaert, anderhalf graf), trouwde 14//30 nov. 1593 Margareta Joost Pietersdr. van der Loo, van Loon bij Breda (1593)
Kinderen:
a. Helena (Heijlken) van den Honert, gedoopt NG Dordrecht okt. 1594, van Dordrecht (1619), weduwe van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1637), trouwde 1e NG Dordrecht 24 nov. 1619 (ondertrouw, “bij authorizatie van den magistraet” van Dordrecht, bescheid gegeven om in Zwijndrecht te trouwen op 8 dec. 1619) Arnoud de Vries, geboren naar schatting ca. 1590, van Dordrecht (1619), kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, zoon van Cornelis Willemsz. de Vries en Levina Dingemans, 2e NG Dordrecht 13/29 dec. 1637 Cornelis van Esch Samuelsz., weduwnaar van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1637), trouwde 1e Josijna de Carpentier
ONA Dordrecht inv. 59, f. 660: op 4 mei 1638 testeert Helena van den Honaert Thomasdr., de vrouw van Cornelis van Esch, “commis ten comptoire” van Zuid-Holland in Dordrecht, ziek in bed liggende. Tot haar erfgenamen benoemt zij haar voorkinderen, bij haar verwekt door kapitein Arnoldus de Vries. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar man Cornelis van Esch, haar vader Thomas van den Honaert en haar broer Pieter van den Honaert.
Kinderen (ex 1)
a-1. Thomas, gedoopt NG Dordrecht juli 1620
a-2. Lievina, gedoopt NG Dordrecht jan. 1624
a-3. Margareta, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1626
a-4. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht mei 1632
b. Maria van den Honert, gedoopt NG Dordrecht mei 1598, ongehuwd
c. Emerentia van de Honaert, gedoopt NG Dordrecht okt. 1605, ongehuwd
ONA Dordrecht inv. 62, f. 322: op 20 dec. 1647 testeren Maria en Emerentia van den Honaert, ongehuwde personen, wonende te Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Hetgeen de langstlevende zal nalaten moet komen aan de kinderen en nakomelingen van wijlen Pieter van den Honaert, hun broer, de kinderen en nakomelingen van hun zuster Helena van de Honaert, de vrouw van Cornelis van Esch, en de kinderen en nakomelingen van Geertruijt van den Honaert, bij haar verwekt door Blasius van Haerlem. Tot voogden over hun minderjarige erfgenamen stellen zij aan hun zwagers Cornelis van Esch en Blasius van Haerlem.
d. Geertruijd van den Honaert, geboren naar schatting ca. 1606, van Dordrecht (1629), trouwde NG Dordrecht 14 jan./6 febr. 1629 Blasius van Haarlem Blasiusz. de jonge, weduwnaar van Dordrecht (1629), penningmeester van Bonaventura
Kinderen:
d-1. Jannette, gedoopt NG Dordrecht mei 1631
d-2. Margriet, gedoopt NG Dordrecht aug. 1632
d-3. Blasius, gedoopt NG Dordrecht sept. 1633
d-4. Josijna, gedoopt NG Dordrecht nov. 1636
e. Pieter van den Honert, gedoopt NG Dordrecht 12 mei 1608, volgt II
II. Pieter van den Honert, gedoopt NG Dordrecht 12 mei 1608, jongman van Dordrecht wonende omtrent de Tolbrug (1640), raad in wette van Dordrecht, commies-stapelier, trouwde NG 14 okt. 1640 Margarita Bordels, gedoopt NG Dordrecht mei 1609, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Tolbrug (1640), weduwe van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1653), trouwde 2e NG Dordrecht 19 okt./4 nov. 1653 Cornelis van Esch, weduwnaar van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1653),dochter van Jan Bordels en Rochia van Diemen
ONA Dordrecht inv. 69, f. 275: op 24 okt. 1653 comp. Marguarita Bordels, weduwe van Pieter van den Honaert, geassisteerd met Cornelis van Esch, magistraat van Dordrecht, “daer mede d’voorsz. comparante tegenwoordich is staende in belofte van houwelijcke”. Zij toont het testament, dat zij met haar eerste man heeft gepasseerd voor notaris D. Eelbo op 14 aug. 1641, waarbij zij, als zij de langstlevende zou zijn, gehouden is aan haar kinderen, m.n. Marguarita, 12 jaar oud, Sophia, 11 jaar oud, Thomas, 10 jaar oud, en Geertruijt van den Honaert, 9 jaar oud, “eerlijck” te onderhouden tot zij mondig zijn geworden of gaan trouwen, en hen bij hun huwelijk naar haar discretie “uit te zetten in feesten en kleding” en hun dan samen een somma van 3000 gl. te geven. Aangezien haar financiële positie sedertdien aanmerkelijk is verbeterd, wil zij nu aan haar kinderen elk een bedrag van 10.000 gl. schenken als zij mondig worden of gaan trouwen. Daarbij zal dan inbegrepen hetgeen zij gehouden is aan haar kinderen te geven bij wijze van “uitzetting van feesten en kleding” bij het aangaan van hun huwelijk. Als haar kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, zal die somma van 10.000 gl. weer komen aan haar, comparante, zonder dat de naaste verwanten van vaderswege van de kinderen “daer van eenich genot ofte voordeel sullen comen te genieten”.
ONA Dordrecht inv. 185, f. 45 e.v.: op 30 april 1674 testeert Margrita Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan haar dienstmaagd Trijntgen Corsen een bedrag van 200 gl. en een fatsoenlijk rouwkleed, aan haar dienstmaagd Lijsbeth Franckot een bedrag van 100 gl. en een fatsoenlijk rouwkleed, aan Grietgen Schouten, die op de Arend Maartenshof in Dordrecht woont, haar leven lang een jaarlijkse uitkering van 30 gl., aan Johanna Dibbets, oudste dochter van haar dochter Sophija van den Honaert, of bij vooroverlijden aan de andere dochters van Sophia, haar “paerlen bracelet om den hand”, en aan Geertruijt van den Honaert, de vrouw van dr. Willem Bollaert, haar parelsnoer om de hals, voor 700 gl., op voorwaarde dat haar dochter Sophija van den Honaert of bij vooroverlijden haar kinderen en de kinderen van haar overleden dochter Margrieta van den Honaert uit haar nalatenschap ieder een somma van 700 gl. zullen ontvangen. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar dochters Sophija en Geertruijt en de vier kinderen van haar overleden dochter Margrieta. Tot executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar schoonzoons ds. Franciscus Dibbetius en dr. Willem Bollaert. Zij sluit haar derde schoonzoon, Jacob van Neurenberch, uit van het beheer van haar nalatenschap.
ONA Dordrecht inv. 188, f 334: op 24 mei 1681 testeert Margrieta Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, redelijk gezond zijnde. Zij legateert aan Elisabeth Franckot, haar dienstmaagd, als die bij haar overlijden nog bij haar inwoont, een bedrag van 200 gl. en een fatsoenlijk rouwkleed, aan Grietgen Schouten, wonende op de Arend Maartenshof een uitkering van 30 gl. per jaar, aan Johanna Dibbets, de oudste dochter van Sophia van den Honaert, haar dochter, of bij vooroverlijden aan een andere dochter van Sophia, haar paarlen “bracelet … om de handt”, en aan Geertruijt van den Honaert, de vrouw van burgemeester Willem Bollaert, haar parelsnoer om de hals, voor 700 gl. Voorwaarde daarbij is, dat Sophia of bij vooroverlijden haar kinderen en de kinderen van Margrieta van de Honaert, haar, testatrice’s, overleden dochter, elk in contant geld zullen krijgen een somma van 700 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij voornoemde Sophia van den Honaert, Geertruijt van den Honaert en de kinderen van wijlen Margrieta van den Honaert. Petrus Stricken, de zoon van Margrieta van den Honaert, zal van zijn erfportie alleen het vruchtgebruik krijgen. De eigendom ervan zal na zijn overlijden komen aan zijn kinderen of bij ontbreken daarvan aan zijn halfbroer en halfzuster. De twee overige kinderen van Margrieta, Johan en Elisabeth van Neurenburch zullen voor hun 25e jaar of huwelijk niet mogen “disponeren” van de goederen, die zij zullen erven van de testatrice en van hun halfbroer, Petrus Stricken. Tot executeurs van haar testament en voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt de testatrice haar schoonzoons ds. Franciscus Dibbetius en burgemeester Willem Bollaert.
ONA Dordrecht inv. 189, f. 174 e.v.: voorwaarden, waarop ds. Franciscus Dibbetius, als man van Sophia van den Honert, en burgemeester Willem Bollaert, als man van Geertruijt van den Honert, voor zichzelf en als executeurs-testamentair en voogden over de twee onmondige kinderen van wijlen Margrieta van den Honert, “ten overstaan van” mr. Pieter Stricken van Scharlaecken, samen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Margrieta Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, willen verkopen een hofstede, bestaande uit een groot huis, bouwhuis, schuur, wagenhuis, berging, keet, boomgaard, tuin, een “heerlijcke plantagie van ype boomen” en 19 morgen 172 roeden wei- en zaailand, staande en gelegen in Nieuw-Bonaventura onder ‘s-Gravendeel, belend: oost de Strijense dijk, west de kruisweg, noord de Langen dam, zuid de woning van Mattheus Havermaet, welke verpacht is aan Pieter Pietersz. Verkerck.
Op 21 dec. 1682 komen de voornoemde comparanten overeen, dat de heer Bollaert en ds. Dibbetius de hofstede met toebehoren zullen aanvaarden op de erfportie van hun echtgenotes voor 360 gl. de morgen.
Kinderen:
a. Margarita van den Honert, gedoopt NG Dordrecht aug. 1641, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1660), weduwe van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1668), trouwde 1e NG Dordrecht 29 febr./16 mrt. 1660 (procl. in de Waalse kerk) Johannes Strick(en) van Scharlaecken, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1660), koopman, 2e NG Dordrecht 7/23 okt. 1668 Jacob van Neurenburg Johansz., jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1668), koopman
ONA Dordrecht inv. 193, f. 236 e.v.: op 13 okt. 1694 verklaren Johan van Neurenberch en Elisabeth van Neurenberch, wonende te Dordrecht, kinderen van wijlen Margrieta van den Honaert, laatst weduwe van Jacob van Neurenberch, lid van de Oudraad van Dordrecht, die van de Staten van Holland op 19 april 1694 brieven van veniam aetatis verkregen hebben, dat Sophia van den Honaert, weduwe van ds. Franciscus Dibbetius, en Geertruijt van den Honaert, eerder weduwe van burgemeester Willem Bollaert en laatst weduwe van kapitein Anthonij van de Perre, hun tantes van moederszijde, zijnde de heer Bollaert en ds. Dibbetius gewezen voogden over de onmondige kinderen van hun grootmoeder van moederszijde Margrita Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, en ds. Dibbetius alleen voogd wegens de goederen, die zij geërfd hebben van Margrieta van den Honaert, hun moeder, en van Alida Stricken, hun halfzuster, rekening gedaan hebben van al hetgeen hun aanbestorven is van hun voornoemde moeder, grootmoeder en halfzuster.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
Ex 1:
a-1. mr. Pieter (Petrus) Stricken van Scharlaecken, 26 okt. 1660, jongman van Dordrecht (1682), trouwde NG Rotterdam 24 mei/8 juni 1682 Maria Bisschop, jonge dochter van Rotterdam wonende in de Wijnstraat (1682)
ONA Dordrecht inv. 193, f. 362: op 6 sept. 1695 verklaart mr. Pieter Stricken van Scharlaecken, wonende in Voorburg bij ‘s-Gravenhage, dat hij als mede-erfgenaam van zijn moeder Margrieta van den Honert en van zijn grootmoeder van moederszijde Margrieta Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, krachtens een “mandement van arrest mette clausule van Edicte”, die hem is verleend op 26 nov. 1688 door het Hof van Holland contra ds. Franciscus Dibbets en Geertruijd van den Honert, weduwe van burgemeester Willem Bollaert, zijn aangetrouwde ooms een gewezen voogden, op 1 mrt. 1689 heeft doen dagvaarden voor het Hof van Holland ds. Franciscus Dibbets, ten einde die hem zou afleggen rekening van zijn moederlijke en grootmoederlijke goederen, en dat hij op 9 mrt. 1689 ten overstaan van de schepenen van ‘s-Gravendeel van Geertruijd van den Honert in arrest heeft doen nemen een stuk land van 8 morgen, liggende onder ‘s-Gravendeel. Aangezien hij inmiddels van zijn ooms heeft “ontfangen alle behoorlijcke satisfactie ende contentement soo verclaerde hij mits desen van de voorsz. citatie gerenunchieert ende t’ voorsz. arrest ontslagen te hebben mitsgaders oock van de proceduren dewelcke voorden … Hove van Hollandt daarover sijn geresulteert … t’ eenemail te desisteren”.
a-2. Alijda Stricken, 12 nov. 1661, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 aug. 1679 (een zwarte baar tegenover de Beurs voor Alida Stricke, ongehuwde persoon, vier maal luiden, “een wapen sijnde een ruijt”)
a-3. Reinier, 24 okt. 1664
Ex 2:
a-4. Joannes van Neurenberg, 13 sept. 1669
a-5. Elisabeth van Neurenberg, 10 juli 1671
a-6. Margarita, 3 mrt. 1673
b. Sophia van den Honert, gedoopt NG Dordrecht aug. 1642, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1658), begraven Tholen 26 april 1707, trouwde NG 17 nov. 1658 (ondertrouw, procl. in Tholen) ds. Franciscus Dibbets, weduwnaar van Dordrecht (1658), predikant te Tholen
c. Thomas van den Honert, gedoopt NG Dordrecht 23 aug. 1643
ONA Dordrecht inv. 329, f. 48: op 7 mrt. 1665 testeert Thomas van den Honaert, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht. Hij legateert aan Hans Smits, notaris te Dordrecht, of bij vooroverlijden zijn kinderen een bedrag van 1000 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen, benoemt hij zijn zuster Sophia van den Honaert, de vrouw van Franciscus Dibbetius, predikant in Tholen, of bij vooroverlijden haar kinderen, Geertruijd van den Honaert, zijn zuster, en de kinderen van Margarita van den Honaert, de vrouw van Johan Stricke, zijn zuster. Voorwaarde daarbij is, dat zijn moeder Margarita Bordels, weduwe van Cornelis van Esch, gedurende haar leven, het vruchtgebruik van die goederen zal hebben. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn zwagers Johan Stricke en ds. Franciscus Dibbetius.
d. Geertruijdt van den Honert, gedoopt NG Dordrecht okt. 1644, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1665), weduwe wonende te Tholen (1687), trouwde 1e NG Dordrecht 29 mrt./14 april 1665 (procl. te Tholen) dr. Willem Bollaert, gedoopt NG Bergen op Zoom 19 okt. 1629, jongman van Bergen op Zoom (1665), doctor in de medicijnen, schepen en thesaurier van Tholen, burgemeester, zoon van Cornelis Bollaert en Petronella van Oosten, 2e NG Hulst 19 juli 1687 (ondertrouwd te Tholen door ds. Franciscus Dibbets, 3 aug. 1687 attestatie gegeven om in Koudekerke te trouwen, daar getrouwd) kapitein Anthonij van der Perre, weduwnaar wonende te Hulst (1687)
Kind (ex 1):
d-1. Margaretha Bollaert, gedoopt NG Tholen 14 dec. 1668, trouwde 1e Tholen 25 mei 1698 Willem Frederik van Lichtenbergh, 2e Tholen 7 april 1709 Jacobus van Vrijberghe]
Gerrit Gerritsz. [Walborch] brouwer 7 ponden
[14 okt. 1617: Herman Heerman, weduwnaar van Cornelia van Slingelant Sijmonsdr., Sijmon van Beaumondt, eerste raadpensionaris van Middelburg en Anthoni van Beaumondt, koopman te Amsterdam, ook namens Cornelis Heerman, verkopen voor 14.250 gl. aan Geerit Geeritsz. Walburch, brouwer en burger van Dordrecht, een huis, brouwerij, en “huijsinge”, uitkomende in het Tolbrugstraatje, met mouterij, molen, stookhoek, bierkelders, een erf achter de Waag “ende voorts het geheele erfve soo breet ende lang ’t selve es, streckende van voor van de straete tot achter op de Nieuwehaven toe”. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 88) De koper is schuldig aan verkopers een somma van 10.000 gl. Borgen: Willem Pietersz. ziekenbezoeker en Anthonij Jansz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 1594, f. 91 e.v.)
ORA Dordrecht inv. 761, f. 54 e.v., akte dd 7 aug. 1621: Jacob de Wit, wonende te Dordrecht, verkoopt aan Hans van de Water, brouwer te Dordrecht, een brouwerij en mouterij, genaamd “den Ouden Gecroonden Bock”, meteen huisje achter het huis van Boudewijn Segersz. Taijert, staande op het Marktveld tussen de brouwerij van Geerard Geerardsz.Walborch en het huis van Jan Pietersz. Waarborgen: Jan Bom van Craenenborch brouwer en Anthonij van Valckenborch zijdenlakenkoper, burgers van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 8371 gl. Borgen: Abraham van de Water kruidenier en Geerard Houben, burgers van Dordrecht.
NG trouwboek Dordrecht 15 mei 1622: Jan Gerartsz. Walburgh jong gezel van Dordrecht wonende bij zijn vader brouwer in “den Bock” en Willemijntgen van Heec Jan Matthijsdr. jonge dochter van Dordrecht getrouwd op 31 mei 1622
27 juli 1624: Geerit Walburch, brouwer in “den Bock” op het Marktveld, verkoopt aan Balten Baltensz. van Horick azijnmaker een leeg erf, gelegen achter het huis en erf van de verkoper en uitkomende op de Nieuwe Haven, tussen het huis van Joris Wernaertsz. brandewijnmaker en het huis van de koper, strekkende van ’s herenstraat tot de paardenstal van de brouwerij. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 88)
20 jan. 1627: Gerrit Gerritsz. Houben, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan Cornelisz. molenaar, burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Tolbrugstraat, genaamd “den Gecroonden Bock”, staande tussen het huis van Barent Gerritsz. en dat van Gerrit Walburch. Koper is schuldig aan de voogden van het weeskind van wijlen Roelant Eeckholt [Susanna Eeckholt] 2000 gl. en aan Willem Sieren pondgaarder 700 gl. (ORA Dordrecht inv. 766, f. 68v e.v.)
4 mei 1644: Gijsbertgen Jans, weduwe van Geerit Geeritsz. Walburch, brouwer verkoopt aan Adriaen Blanckert en Marcus van Dijk, samen voor de ene helft en Cornelis van den Hoogenboom voor de andere helft, een huis op het Marktveld en een brouwerij eneen huis in de Tolbrugstraat, waar uithangt “den Trommel”. Borgen: Jan Geeritsz. Walburch en Jan Gijsbertsz. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 88-89)]
De weduwe van Cornelis Goversz. van Beaumont 40 ponden
Willem Jansz. Wens 4 ponden
Adriana van Blijenborch 6 ponden
f. 20v
Jacob ende Maria van der Goes, Jacob is doot over 2 jaeren ende heeft geen billet dese reijs gehadt 4 ponden [8 ponden doorgehaald]
De weduwe ende kinderen van Cornelis van Gesel 15 ponden
Floris Jacobsz. schrijnwercker 1 pond
Dirck van de Wal 4 ponden
De dochters van Thomas Geurtsz. 4 ponden
f. 21
Cornelis Woutersz. 6 ponden
Antonij van Gesel 18 ponden
D’heer Arent Walen Outraet 6 ponden
Anneken de Bramaker 1 pond
De weduwe van Cornelis Oom met haer kinderen 6 ponden
Jan van Slingerlant 18 ponden
f. 21v
Mr. Willem Boucquet 26 ponden
De voordochter vande voorsz. Boucquet 5 ponden
Warnaert Thielmansz. 2 ponden
Barent Janssen cuijper, niet quotisabel 2 ponden
Ida Walen 2 ponden
f. 22
Jan Matthijssen schoenmaker 1 pond
Sijbert Roerom [koopman] 10 ponden
[Sijbert Roerom Cornelisz., geboren naar schatting ca. 1592, van Dordrecht (1614), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de nieuwe kraan (1620), wijnkuiper, koopman, zoon van Cornelis Roerom en Elisabeth Wor Cornelisdr. (Balen, o.c., p. 1208), trouwde 1e NG Dordrecht 9/25 febr. 1614 Maeijken Seraerts Nicolaesdr., van Dordrecht (1614), 2e NG Dordrecht 2/18 aug. 1620 Geertruijd van Liesveld Willemsdr., weduwe van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1620), trouwde 1e Jan van Honthorst wijnkoper
ONA Dordrecht inv. 11, f. 432: op 2 jan. 1615 testeren Sibrecht Cornelisz. Roerom, koopman en burger van Dordrecht,en zijn vrouw Maria Nicolaesdr. Tzerrarts, inwoners van Dordrecht. Zij legateren aan de huisarmen van Dordrecht een somma van 200 gl. Tot erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot zij twintig jaar zijn geworden en hun bij het aangaan van hun huwelijk aan beiden een somma van 1000 gl. uit te keren. Als hij zonder kinderen na te laten komt te overlijden, zal de testatrice gehouden zijn aan zijn naaste verwanten ab intestato een bepaald bedrag uit te keren, nl. aan zijn verwanten van vaderszijde t.w. Elisabeth, Teuntgen en Neeltken Roeroms 6 gl., aan zijn tante Volcxken 6 gl.,, aan de kinderen van Jan Leenders 6 gl., en aan zijn verwanten van moederszijde, nl. zijn oom Reijer 18 gl., aan zijn tante Bastiaenken 18 gl. en aan zijn tante Maria de bakster 6 gl. Als de testatrice zal eerste komt te overlijden moet de testateur aan haar vader of bij vooroverlijden haar broers en zusters uitkeren een bedrag van 300 gl. en haar kleren, met uitzondering van haar juwelen en kleinodiën en de “kinder luer corff”, die haar man zal mogen houden. Tot voogden benoemen zij de langstlevende van hen beiden, haar vader Nicolaes Tzerrarts en Wouter Maertensz. de Bouffkens.
ORA Dordrecht inv. 1594, f. 83v: op 24 sept. 1617 verklaart Roelandt Eecholt, als medevoogd van de weeskinderen van wijlen Nicolaes Tseraets, schuldig te zijn aan Marijgen Cornelisdr. een somma van 2800 gl., gevende als onderpand een schepenenschuldbrief van 2800 gl., verleden door Sijbert Cornelisz. Roerom. Roerom stelt als borg een huis tegenover de Wijnkoperskapel, genaamd “Groot Vranckrijck”, staande tussen het huis van Sijmon Wael en dat van Jacob Trip, koopman en burgervan Dordrecht.]
Jacob Trip coopman 45 ponden
[Jacob Trip, broer van Elias Trip, trouwde in 1603 met Margaretha de Geer. Beiden zijn geschilderd door Rembrandt van Rijn]

Rembrandt, Jacob Trip

Rembrandt, Margaretha de Geer
Warnaert Adriaensz. bode 8 ponden
Sijbert Janssen schoenmaker 2 ponden
D’heer mr. Coenraet Ruijsch Outraet 50 ponden
[Coenraet Ruijsch, op 19 april 1649 door Ferdinand III van Oostenrijk, keizer van het Heilige Roomse Rijk tot ridder verheven, rentmeester van de prins van Oranje, burgemeester van Dordrecht 1653 en 1654, trouwde Maria van Beveren Willemsdr., geboren 1585, dochter van Willem van Beveren Cornelisz. en Emerentia van den Eynde
ORA Dordrecht inv. 1594, f. 112 e.v. (akte niet gepasseerd): op 2 nov. 1617 verkoopt mr. Coenraet Ruijsch, licentiaat in de rechten, lid van de Oudraad van Dordrecht, aan mr. Herman Halling, licentiaat in de rechten, lid van de Oudraad van Dordrecht, de helft van zijn helft in de landen, gorsen en slikken, welke hij, Ruijsch, in de heerlijkheid van de Merwede in gemeenschappelijk bezit heeft samen met de erfgenamen van Boudewijn de Coninck, groot ca. 25 morgen”, “mette ratie portie vant huijs ende aencleven vandien daerop staende”, zoals wijlen Nicolaes Ruijsch, verkopers vader, het samen met Boudewijn de Coninck van de heer van de Merwede in eeuwige erfpacht gehad heeft. Het land etc. wordt ten westen belend door de gorsen en bedijkte landen van mr. Justinus de Beijer, nu eigendom van Michiel Pompen, ten noorden “den diepe”, ten oosten de gorsen enlanden van Dubbeldam, gescheiden van de heerlijkheid van de Merwede “mette paije van Billersteech”, en ten zuiden de gorsen van Dubbeldam.
ORA Dordrecht inv. 1603, f. 49v: op 28 dec. 1628 verkoopt Jan Matthijsz. Balen, brouwer en burger van Dordrecht, aan mr. Coenraet Ruijsch, raad in het College ter Admiraliteit te Rotterdam, een huis in het Aert Loijenstraatje [’s Heer Boeijenstraat], staande tussen het erf van Abraham Coterman en dat van de koper.
ONA Dordrecht inv. 58, f. 26: op 26 jan. 1633 benoemt Maria van Beveren Willemsdr., vrouw van mr. Coenraet Ruijsch, tot voogden over haar minderjarige kinderen aan haar man en haar broers mr. Cornelis van Beveren en Carel van Beveren.
Kinderen (o.a.):
a. Emerentia Ruijsch, gedoopt NG Dordrecht okt. 1614, van Dordrecht en daar wonende (1641), trouwde NG Dordrecht 15 sept./29 okt. 1641 (procl. te Philippine)jonker Matthijs Droste (Drost, Drossaert), kapitein in garnizoen te Philippine, weduwnaar (1641), kolonel van een regiment voetknechten in dienst van de Republiek, gouverneur van Heusden
Kinderen:
a-1. Coenraad Droste, gedoopt NG Dordrecht aug. 1642, overleden ca. 1734
a-2. Emerentia Droste, trouwde Johan van Meeuwen [zie Stamboom Van Meeuwen op deze website]
a-3. Elisabeth Droste, trouwde Adriaen van Blijenburg
a-4. Johanna Droste, trouwde Severijn Paludaan, overleden ca. 1700
– 14 mrt. 1698: Severijn Paludan beleend met “die alinge graefschap, heerlickheyt ende landt van Daelhem [Dalem], neffens ofte binnen den lande van Arckel bij den stadt Gorinchem gelegen”
– 5 april 1700: Maria Hansdr. Paludan, erfgename van haar broer, Severijn Paludan, met voornoemd leen beleend
– 1 jan. 1701: Albertus le Grand als gevolmachtigde van de erfgenamen van Johanna Droste, in haar leven echtgenote van Severijn Paludan, ook van Maria Hansdr. Paludan en andere erfgenamen van Severijn Paludan, draagt het leen over aan Cornelis de Jonge van Ellemeet. (mr. J.J. Baron Sloet en dr. J.S. van Veen, Register op de leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Leenen buiten Gelderland. [Arnhem 1912], p. 63-64)
a-5. Maria Heusdina Droste, trouwde NG Dubbeldam 9 dec. 1691jonkheer Charles Loncque
b. mr. Nicolaas Ruijsch, raadpensionaris van Dordrecht 1640-1670, trouwde Maria Paats
c. Lucretia Ruijsch, trouwde mr. Johan Berck, pensionaris en secretaris van Dordrecht.
(Balen, o.c., deel II, p. 960 e.v.)
ORA Dordrecht inv. 908, f. 6: op 11 dec. 1636 verklaart Frans Alewijnsz. wijnkoper, 76 jaar oud, op verzoek van Jan Matthijsz. Balen, burger van Dordrecht, dat het huisje in het Cerboijenstraatje [Ciborie- of ’s Heer Boeijenstraat *], staande achter het huis van mr. Coenraet Ruijsch, oudraad van Dordrecht, altijd toebehoord heeft aan de eigenaar van het huis, dat nu eigendom is van mr. Ruijsch en eertijds van Willem Anthonisz. wijnkuiper.
ORA Dordrecht inv. 909, akte dd 12 sept. 1643: op verzoek vanJacob Trip, koopman te Dordrecht, verklaart mr. Coenraet Ruijsch, oudraad van Dordrecht, dat zijn ouders zaliger eigenaars zijn geweest van het huis, dat vanouds is genaamd “Cerboijen”, staande tegenover de Wijnkoperskapel, welk huis nu eigendom is vande rekwirant.Ruijsch heeft zijn ouders meermalen horen zeggen, dat er tussen hen en Herman Cleijn, inmiddels eveneens overleden, een overeenkomst is gesloten, die inhield, dat Herman Cleijn achter door het erf van het huis “Cerboije” een vrije doorgang zou hebben naar het Cerborijstraatje, in ruil waarvoor Nicolaes Ruijsch, deposants vader,water zou mogenhalen uitde put op het erf van Herman Cleijn.
* De ’s Heer Boeijenstraat (ook: Serborie- of Ciboriestraat) was vroeger een smal straatje tussen Wijnstraat en Varkenmarkt, vermoedelijk genoemd naar het reeds in 1507 huis “Cerboyen”, dat op de westelijke hoek met de Wijnstraat stond. “Dat het een onaanzienlijk straatje was, spreekt uit de naam ‘Schijtstraetken’. Het werd ook Rozemarijnstraat genoemd, wat misschien een ironische tegenhanger van Schijtstraatje was. (Van Baarsel, o.c., p. 49-50)
f. 22v
Jan Balen brouwer met zijn weeskinderen 12 ponden
[ONA Dordrecht inv. 24, f. 428 e.v.: op 24 nov. 1619 verkopen Johanette Andriesdr., weduwe van Cornelis Jansz. Both, dijkgraaf van de Alblasserwaard en mr. Franchoijs van der Burch, gecommitteerde Raad van Holland en West-Friesland, als man en voogd van Dingna de Both Cornelisdr., aan Johan Mathijsz. Balen, een huis, brouwerij en mouterij, waar tegenwoordig uithangt “den Osch”, staande tegenover de Kleine Kraansteiger [Wijnstraat bij het ’s Heerboeijenstraatje] tussen het huis van Dammis Woutersz. van de Sandeling en dat van Frans Evertsz. wijnkoper, voor 8000 gl.
ONA Dordrecht inv. 25, f. 21 e.v.: op 29 jan. 1620 testeren Jan Matthijsz. Balen, brouwer in “de Osch” en zijn vrouw Elijsabeth Carelsdr. [van Bokstaal]. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, die gehouden zal zijn hun kinderen een somma van 2000 gl. uit te keren.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974 (hoofdgeld Dordrecht 1622). f. 29: Jan Balen, brouwer, zijn vrouw en kinderen (7 ponden), “de suster” (2 ponden), 3 knechts (3 ponden)en een dienstmaagd (20 stuivers), op 28 juli 1623 ontvangen 13 ponden (= 13 gl.)
ORA Dordrecht inv. 767, f. 42: op 13 okt. 1628 verkoopt Jan Mathijsz. Balen, brouwer en burger van Dordrecht, aan Abraham Cotermans een huis, brouwerij, rosmolen en alle bedsteden, die in het huis staan,met alle overige toebehoren en gereedschappen, maarmet uitzondering van de brandewijnketels. De brouwerij is genaamd “de Osch” en staat tegenover de Kleine Kraan [in de Wijnstraat bij het ’s Heer Boeijenstraatje] tussen het huis van mr. Coenraet Ruijs en dat van Evert Willemsz. Prins. Het huis enbrouwerijetc. zijn belast met een rentebriefvan 4000 gl., die de erfgenamen van Cornelis Jansz. Both daar op sprekende hebben en die koper te zijnen laste neemt.
ORA Dordrecht inv. 770, f. 95v: op 8 sept. 1635 verklaart Cornelis Matthijsz. Balen, zijdelakenverkoper en burger van Dordrecht, dat hij zich borg stelt voor het huis, de brouwerij, de mouterij ende rosmolen, staande tegenover deKleine Kraan, genaamd “den Hengst”, staande tussen het huis van mr. Coenraet Ruijsch, oudraad van Dordrecht, en het huis van Evert Willemsz. Prins, welk huis, brouwerij etc. Jan Mattijsz. Balen aan Abraham Cotermans brouwer heeft verkocht op 13 okt. 1628.]
Jan van Bijlaert 12 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1601, f. 102: op 15 mei 1625 verkoopt Warnart Arentsz., bode op Amsterdam, voor 3000 gl. aan Jan van Bilaer, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Evert Willemsz. Prins en dat van Jan Matthijsz. Balen, De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl.]
Evert Willemsz. Prins wijncooper 32 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1602, f. 96v: op 7 juli 1627 verkoopt Jan van Bijlaer, koopman en burger van Dordrecht, aan Evert Willemsz. Prins, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnkoperskapel, staande tussen het huis van de koper en de brouwerij “de Gecroonden Os”. Waarborgen: Warnaert Arijensz., bode op Amsterdam, en Boudewijn Zegersz. Taijaert, koopman, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan Warnaert Arijensz, bode op Amsterdam, een somma van 1872 gl. Borgen: Michiel Feltrum, achtraad, en Hendrick Maertensz. de Boeffkens, burger van Dordrecht.]
Abraham van der Mijl [predikant] 34 ponden
[ds. Abraham van der Mijl, geboren ’s Heerenberg 13 febr. 1563, predikant te Vlissingen en Papendrecht, dichter en prozaschrijver, verdacht van arminianisme, ambteloos te Dordrecht sedert 1619 (www.dbnl.nl), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 mrt. 1637 (een baar voor de heer Van der Mijl bij de Gravenstraat, een graf gekocht), trouwde Agneta van Duijnen
ONA Dordrecht inv. 179, f. 275 e.v.: op 28 febr. 1670 verklaren op verzoek van Maurits Herman Ripperda, heer te Vorde etc., ds. Andreas Colvius, predikant van de Waalse gemeente in Dordrecht, als man van Anna van der Mijl, en Cristina van der Mijl, “bejaerde persoon”, samen kinderen en mede-erfgenamen van ds. Abraham van der Mijl, dat uit het staatboek van de middelen en goederen van ds. Van der Mijl, hun schoonvader resp. vader, is genomen een uittreksel, waaruit blijk, dat in 1621 door Van der Mijl is gehypothekeerd een bedrag van 6000 gl. aan “Baron van Elderen Renede Renesse” op een stuk land, genaamd Oud- en Nieuw-Engeland, liggende in Heenvliet, welke hypotheek op 10 juni 1623 door baron Van Elderen is afgelost. De comparenten geven derhalve hun toestemming, dat de betreffende hypotheekbrief ten overstaan van de Leenkamer van de Grafelijkheid van Holland, waar het genoemde stuk land in leen wordt gehouden, wordt geroyeerd.
Kinderen:
a. Dingna (Digna) van der Mijle, geboren naar schatting ca. 1605, jonge dochter van Vlissingen wonende bij haar vader ds. Abrahamus Mylius (1626), trouwde NG Dordrecht 8/24 febr. 1626 Aernoud de Moor, koopman van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werck (1626)
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a-1. Zegher, dec. 1626
a-2. Christina, sept. 1629
a-3. Maria, febr. 1631
a-4. Johannes, mei 1634
a-5. Abraham, okt. 1639
b. Anna van der Mijl Abrahamsdr., geboren naar schatting ca. 1610, van Vlissingen wonende te Dordrecht (1630), trouwde NG Dordrecht 3/19 mrt. 1630 ds. Andreas Colvius, jongman van Dordrecht, predikant in de Waalse gemeente van Dordrecht (1630)
Andreas Colvius (noemde zich Kolf/Colvius naar zijn grootmoeder Alid Kolff), geboren te Dordrecht ca. 1594, predikant te Rijsoord (1619), hofprediker van de ridder Johan Berck 1620-1623,predikant in de Waalse gemeentevan Dordrecht1629-1666 (emer.), overleden 1 juli 1671, zoon van Nicolaas Heymans en Maria van Slingeland (Van Dalen, o.c., deel II, p. 797-798, Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme [internet])

Ds. Andreas Colvius, portret door Salomon Savery, naar Aelbert Cuyp (1646)
ORA Dordrecht inv. 1610, f. 18 e.v.: op 1 mei 1643 verkopen ds. Franciscus Rijsbergen en ds. Theodorus Rijsbergen, voor zichzelf en tevens vervangende hun zuster Adriana Rijsbergen, aan ds. Andreas Colvius, predikant in de Waalse gemeente van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis Pieter Theunisz. leestmaker en dat van Cornelis de With.
ONA Dordrecht inv. 183, f. 161 e.v.: op 30 dec. 1670 testeert ds. Andreas Colvius, predikant in de Waals gemeente van Dordrecht, redelijk gezond zijnde. Hij prelegateert aan zijn zoon ds. Nicolaes Colvius, Waals predikant te Amsterdam, al zijn manuscripten, een vergulde zilveren kop met deksel en een bedrag van 600 gl., aan zijn dochter Angnieta Colvius, de vrouw van ds. Jacobus Roelandus, een huis in de Nieuwstraat, waarin hij, testateur, woont, staande tussen het huis van het weeskind van Dirck de Sont en dat van Nicolaes de Vries boekdrukker. Hij legateert aan de huisarmen van de Waalse diaconie een bedrag van 100 gl., aan Lijdia Huijsers, zijn dienstmaagd, die bij hem inwoont, eveneens 100 gl., aan zijn nicht Maria Abrahamsdr. van der Mijl 12 gl., aan Maria van Immerseel, zijn gewezen dienstmaagd, 12 gl. en aan Catharijna Pieters, zijn dienstmaagd, 12 gl.
Kinderen:
b-1. Catharina, gedoopt NG Dordrecht juli 1632, vermoedelijk jong overleden.
b-2. ds. Nicolaes Colvius, gedoopt NG Dordrecht febr. 1634, Waals predikant te Dordrecht en Amsterdam, overleden 1717

ds. Nicolaes Colvius
b-3. Agnieta Colvius, gedoopt NG Dordrecht 4 mei 1637, trouwde ds. Jacobus Roelandus (Rolandus)
c. Christina van der Mijl, ongehuwd
ONA Dordrecht inv. 177, f. 316 e.v.: op 30 sept. 1655 testeert Christina van der Mijl, oude ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht. Zij wenst, dat “haer een eerlijcke begraefnisse sal werden aengedaen ende dat haer doot lichaem op een swarte baer gedragen en mette groote kerck overluijt sal werden”. Prelegaten voor haar broer Davidt van der Mijl, zijn dochtertje Angnieta, en haar zuster Anna van der Mijl. Zij legateert aan haar neef ds. Nicolaes Colvius o.a. de portretten van haar ouders. Legaten voorhaar nicht Angnieta Abrahamsdr. van der Mijl, haar nicht Marija Abrahamsdr. van der Mijl, Angnieta Davidsdr. van der Mijl, haar neef Abraham van der Mijl Abramsz., Emmerensie van der Mijl Abrahamsdr., haar neef Abraham Davidsz. van der Mijl en aan Jochum Davidsz. van der Mijl. Aan de dochters van haar overleden broer Abraham van der Mijl en de dochters van haar broer David van der Mijl legateert zij al haar kleren, en aan de kinderen van Abraham van der Mijl en David van der Mijl, haar broers, al haar huisraad en roerende goederen. Aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht legateert zij 80 gl., aan de huisarmen van de Waalse gemeente te Dordrecht 20 gl., aan Abraham de Moor 200 gl., en aan de kinderen van haar broer Abraham van der Mijl 1400 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zuster Anna van der Mijl, haar broer David van der Mijl, of bij vooroverlijden hun kinderen. David zal van de door hem te erven goederen alleen het vruchtgebruik hebben. Tot executeurs-testamentair en voogden stelt zij aan Davidt van der Mijl, haar broer, en ds. Andreas Colvius, haar zwager, of bij zijn vooroverlijden haar neef ds. Nicolaes Colvius.
ONA Dordrecht inv. 178, f. 202 e.v.: op 13 okt. 1657 testeert Christina van der Mijl, ongehuwde persoon wonende te Dordrecht. Zij herroept haar eerdere testament, gepasseerd voor notaris J. Melanen te Dordrecht op 30 sept. 1655. Zij prelegateert aan de kinderen en kindskinderen van haar overleden broer Abraham van der Mijleen bedrag van 50 gl., aan de kinderen en kindskinderen van haar nog in leven zijnde broer Davidt van der Mijl eveneens 50 gl. en aan Angenieta Davits van der Mijl haar bed en toebehoren. De testarice legateert aan haar neef ds. Nicolaes Colvius de portretten van haar ouders, en aan Abraham de Moor, haar neef, een somma van 200 gl. “tot een gedachtenisse”. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Anna van der Mijl, haar zuster, of bij vooroverlijden haar kinderen of kindskinderen, voor een derde part, de kinderen of kindskinderen van haar broer Abraham van der Mijl, voor het tweede derde part, en de kinderen of kindskinderen van haar broer Davidt van der Mijl, voor het laatste derde part, van welke goederen Davidt en zijn vrouw, Cleijsken Claesdr., het vruchtgebruik zal hebben. Dat alles met uitsluiting, om gewichtige redenen de testatrice daartoe moverende, van haar zuster Dingna van der Mijl en haar nakomelingen. Tot voogd benoemt zij haar neef ds. Nicolaes Colvius.
d. Abraham van der Mijl, overleden vóór 13 okt. 1657
e. Samuel, gedoopt NG Dordrecht april 1611
f. Anthoni, mei 1613
g. David van der Mijl, trouwde Cleijsken Claesdr.
h. Agnietken, mei 1618
i. Judith, mrt. 1620]
De weduwe van Jacob van Casteren [wijnkoper] 80 ponden
[Jacob van Casteren, geboren ca. 1558 (ONA Dordrecht inv. 11. f. 672v, akte dd 21 mrt. 1616), trouwde naar schatting ca. 1597 Elisabeth Fransdr., geboren te Keulen ca. 1576, vermoedelijk overleden tussen 19 dec. 1652 en 3 mrt. 1654 (ONA Dordrecht inv. 91, f. 500v, akte dd 3 mrt. 1654)
ONA Dordrecht inv. 11, f. 85v: op 28 mei 1613 comp. Jacob van Casteren, koopman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Franchois van Casteren, volgens procuratie, gepasseerd voor notaris Claes Cornelisz. in Oud-Beijerland op 24 febr. 1613, tevens namens Hendrick van Casteren, zoon van wijlen Jacob van Casteren, Hendrick, Gilliam en Gerard, zoons van wijlen Goijart Gijsselen, verwekt bij zijn vrouw Weijndelken, dochter van wijlen Jacob van Casteren, Marcelis van Casteren, Hendrick van Casteren, Jan Gijsselen en Guilliam Vos, als voogden van de onmondige kinderen van Goijart Gijsselen en diens vrouw Wendelken [van Casteren], Hendrijck Cuijsten, zoon van wijlen Ghijsbrecht Kuijsten en diens vrouw Zusanna, dochter van wijlen Jacob van Casteren, Daniël van Hamel, als man van Gertruijt Kuijsten, voor zichzelf en namens de overige kinderen van Gijsbrecht Kuijsten en Zusanna van Casteren, in gevolge van een procuratie, gepasseerd voor schepenen van ‘s-Hertogenbosch op 17 dec. 1612. De comparant verleent procuratie aan Adriaen de Jonge Diricxsz., procureur voor het Hof van Holland, om voor hem, comparant, voor een vijfde part, voor zijn broer Francois van Casteren voor een vijfde part, en voor alle overige genoemde personen voor drie vijfde parten “te vervolgen de betalinge … van alsulcke schulden”, die aan hem en alle overige genoemde personen wegens het sterfhuis van Wendelken,, weduwe van Jacob van Casteren, resp. hun moeder en grootmoeder, schuldig is de weduwe van jonkheer Giellis Scellart, ambachtsheer te Steewijck. In de marge van deze akte staat: “dese procuratie gecasseert” en vervangen [door de hierna volgende akte].
ONA Dordrecht inv. 11, f. 89v: op 29 mei 1613 comp. Jacob van Casteren, koopman en burger van Dordrecht, en Franchois van Casteren, zijn broer, koopman wonende te Oud-Beijerland, voor zichzelf en vervangende Daniël van Hamel en de overige erfgenamen van Jacob van Casteren en Wendelken Spijkers, hun ouders. Zij verlenen procuratie aan Adriaen de Jonge Diricxsz., procureur voor het Hof van Holland, om te ” procederen tot Recouvrement” van alle goederen, die hun ouders hebben nagelaten, “mitsgaders alle ’t gene voor datum deser tegens Pieter Thomasz. van Stabrenbroeck gedaan ende behandelt is ende noch sall werden”.
ONA Dordrecht inv. 91, f. 500v: op 19 dec. 1652 maakt Elisabeth Fransdr., weduwe van Jacob van Casteren, geboren te Keulen, 76 jaar oud, haar testament. Zij benoemt tot haar erfgenamen de drie kinderen van haar overleden dochter Jacomijna van Casteren, bij haar verwekt door Sebastiaen Francken. Zij legateert aan het jongste kind, Roeloff Francken, “ten aensien van sijnne lamme hant en arm”, een somma van 6700 gl. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie van Dordrecht een bedrag van 600 gl. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Jacop Hendrijcsz. van Casteren, de zoon van haar zwager, Dirck van Cattenberch, zijn zwager, wonende te ‘s-Hertogenbosch, en haar neef Cornelis Evertsz. van Eijssel, wonende te Dordrecht. Onder aan deze akte staat: “alsof cosijn Cattenberch is onlancx overleden soo stel ick [testatrice] weder in sijn plaets cosijn Aerth Michielsen de Hultere als medevoogt”.
Kinderen:
a. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht dec. 1597
b. Jacomijna, gedoopt NG Dordrecht april 1600, trouwde Sebastiaen Francken (zie hieronder bij f. 45v)
f. 23
Ruth Mathijsz. [Cool ] cleermaker 4 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 9 aug. 1626: Ruth Matthijsz. Cool kleermaker uit Gelderland weduwnaar en Bartge Jans weduwe van Willem Pietersz. ziekenbezoeker van Nijmegen beiden wonende te Dordrecht, getrouwd op 30 aug. 1626
Dordrecht inv. 908: verklaring dd 22 mrt. 1638 op verzoek van Jan Mom kuiper door Rut Matthijsz. kleermaker, 62 jaar oud en Jan Gijsbertsz. wijnkoper, 62 jaar oud.
ORA Dordrecht inv. 779, f. 4v: op 9 jan. 1653 verklaart Ruth Mathijsz. kleermaker schuldig te zijn aan Lijsbeth Cornelis een bedrag van 300 gl., daarvoor verbindende twee huizen, het ene staande bij de Nieuwbrug tussen het huis van de weduwe van Jacob van Casteren en de Gravenstraat en het andere in de Nieuwe Breestraat tussen het huis van Gerrit Fransz. en dat van Laurens van Duijnen.
ONA Dordrecht inv. 178, f. 346: op 18 juni 1658 verleent Sijchien Rutten Cool, weduwe van Jan Henckel, enige dochter en erfgename van wijlen Ruth Matthijsz. Cool, procuratie aan Johan Schoormans, notaris te Dordrecht, om aan Pieter van Consten, bakker en burger van Dordrecht, te transporteren een huis in de Wijnstraat op de hoek van de Gravenstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van juffrouw Van Casteren en de Gravenstraat.]
Aen d’andere zijde
De kinderen van Jan van Leeuwen,sijn absent in Spaengien 4 ponden
Frans Gerritsz. zedelaeckencooper 5 ponden
De weduwe van Coenraet van Dortmont 8 ponden
Jacobmina de With 6 ponden
f. 23v
Franchoijs de Meer 20 ponden
Frans Willemsz. 24 ponden
De weduwe van Aert Adriaensz. Brantwijck 40 ponden
Michiel Feltrum [koopman] 16 ponden
[I. Michiel Aertsz. (Adriaensz.) Feltrum, van Dordrecht (1590), zeilmaker, trouwde NG Dordrecht 6 mei 1590 (ondertrouw) Aachten Jansdr. de Boeffkens van Dordrecht (1590)
ONA Dordrecht inv. 4, f. 246: op 30 sept. 1606 comp. Maerten Cornelisz. de Bouffkens, als oom en in het testament van Aechgen Jansdr. aangestelde voogd, Aert Cornelisz. Cool, als in het testament van Grietgen Laurensdr., de moeder van Aechgen Jansdr., aangestelde voogd, en Evert Willemsz. Prins, als oom van Jacobmijntgen Machiels en Machiel Feltrum, onmondige kinderen van Aechgen Jansdr., bij haar verwekt door Michiel Aertsz. Feltrum. Zij verklaren, dat zij door Baen Cornelisz., korenkoper en burger van Dordrecht, weduwnaar van Aechtgen Jansdr., voldaan en betaald te zijn van een somma van 350 gl.
Kinderen:
a. Jacobmijntgen Feltrum Michielsdr., geboren naar schatting ca. 1590, van Dordrecht (1613), trouwde NG Dordrecht/de Klundert 11 aug./1 sept. 1613 (procl. in de Klundert) Cornelis Simensz., van Dordrecht (1613). predikant in de Klundert
b. Machiel Feltrum, volgt II
II. Michiel Feltrum, jongman van Dordrecht (1624), wijnkoper, trouwde NG Dordrecht 7 april 1624 Johanna van Beaumont, geboren naar schatting ca. 1600, van Dordrecht (1624), begraven Dordrecht 25 okt. 1652, dochter van Govert van Beaumont en Reijnsburg van Slingelandt
ONA Dordrecht inv. 71, f. 1: op 22 sept. 1629 verleent Michiel Feltrum, burger van Dordrecht, koopman van wijnen, voor zichzelf en als naaste bloedvoogd van de onmondige kinderen van wijlen Jacobmijna Feltrum, zijn zuster, resp. kinderen en kleinkinderen van Michiel Aertsz. Feltrum en Aechtgen Jansdr. de Bouffkens, procuratie aan Jacob van den Ancker, procureur voor het Hof van Holland, om hem te vertegenwoordigen in alle processen, die hij nog hangende heeft voor het Hof van Holland of die hij nog zal krijgen.
ORA Dordrecht inv. 1620, f. 15 e.v.: op 27 mrt. 1663 verklaart mr. Michiel van Feltrum, koopman te Dordrecht, schuldig te zijn aan Raphel Bressij, Engels koopman te Dordrecht, een bedrag van 6000 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Blasius van Haerlem de jonge en dat van de erfgenamen van Willem van de Broeck, alsmede twee pakhuizen en een woonhuis, staande op de Nieuwe Haven achter het huis in de Wijnstraat en naast het huis “Londen”, welke panden bewoond en gebruikt worden door Raphel Bressij, mr. Johan Smith, Thomas Keth en de weduwe en kinderen van Pieter Jaspersz. Leijsten.]
Pieter Beije
[ONA Dordrecht inv. 57, f. 700: verklaring dd 18 april 1632 door o.a. Pieter Beijer, wijnkoper en burger van Dordrecht, ongeveer 29 jaar oud.]
Reijnier Fijneman [houtkoper] 4 ponden
[Zie ook hierboven bij Claes Jansz. Bolenbeeck (f. 6).
I. Jan Fijneman, houtkoper, overleden tussen 1 juli 1595 en 27 jan. 1605, trouwde Machtelt Westermans
ORA Dordrecht inv. 1579, f. 351v: op 1 juli 1595 verkoopt Johan Fineman houtkoper aan Dirck Hendricxsz. hordenmaker de helft van een leeg erf alsmede een ander erf, beiden liggende op het Nieuwe Werk, het laatstgenoemde erf tussen het huis van Dirck Jansz. timmerman aan de westzijde en het erf van de koper aan de andere zijde. De koper is schuldig wegens de koop van de helft van het ene erf en het andere erf een somma van 1250 gl.
ORA Dordrecht inv. 1589, f. 8v: op 27 jan. 1605 verkoopt Machtelt Westermans, weduwe van Jan Fijneman, aan Daniël Daniëlsz. en Geerit Mathijsz., als executeurs-testamentair van Marigen Hermansdr., een jaarlijkse losrente van 70 gl., verzekerd op een huis op het Nieuwe Werk, staande tussen het huis van Henrick Vervorst en het erf van de verkoopster.
Kinderen (volgorde onzeker):
a. Lijsbeth Jansdr. Fijneman, geboren naar schatting ca. 1570,van Roermond (1588), trouwde NG Dordrecht 13 nov./17 nov. 1588 Herman Claesz., van Ravesteijn
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a-1. IJda Herman Claesdr., 24 nov. 1592, van Dordrecht (1619), trouwde NG Dordrecht 24 nov./15 dec. 1619 Gerrit Willemsz. Maes., jongman van Ravesteijn, wonende bij Gisbrecht Lenardsz. schoenmaker bij de Grote Kerk (1619)
a- 2. NN, aug. 1594
a-3. NN, mrt. 1596
a–4. Willem Hermansz., aug. 1599
a-5. Margrieta Hermans Claesdr., dec. 1602
ONA Dordrecht inv. 231, f. 281: op 29 nov. 1669 verlenen Machtelt van Ammersom, bejaarde ongehuwde persoon, wonende in Nijmegen, kapitein Johannes van Ravesteijn, Gerrit Maes, als man van IJda Hermansdr. van Ravesteijn, burgers van Dordrecht, Aelbert Hermansz. van Ravesteijn, wonende in de Meierij van ‘s-Hertogenbosch, samen, “benevens de twee susters van de eerste comparante”, erfgenamen van Margaretha Hermansdr. van Ravesteijn, die is overleden te Nijmegen, procuratie aan Johan Aertsz., schepen in wette aldaar, om te transporteren voor schepenen van Nijmegen aan de kinderen en erfgenamen van de ontvanger Benjamin Singeldonck een rentebrief van 16 gl. jaarlijks, welke de comparanten is aangekomen bij overlijden van Margaretha Hermansdr. van Ravesteijn.
a-6. Reijnier Hermansz., mei 1604
a-7. Joannes Hermansz., nov. 1606
a-8. Hermannus, april 1608
a-9. Govert Herman Claesz., juni 1611
a-10. Catharina Herman Claesdr.
a-11. Aelbert Herman Claesz.
b. Aeltgen Fijnemans, geboren naar schatting ca. 1580, van Dordrecht (1614), trouwde NG Dordrecht 28 sept./19 okt. 1614 Claes Jansz. van Bolenbeeck [zie hierboven bij f. 6]
ONA Dordrecht inv. 90, f. 344: op 7 nov. 1651 testeert Aeltgen Fijnemans, weduwe van Claes Jansz. van Bollenbeeck , wonende te Dordrecht. Zij legateert aan Anneken Jans, weduwe van Jan Claesz. van Bollenbeeck, een bedrag van 200 gl., aan Susanna van Bollenbeeck, de vrouw van Dionisius van der Dack, 200 gl., aan Margareta Herman Claesdr. [dochter van Herman Claesz. en Elisabeth Fijnemans] 500 gl., aan Johannes Guilliaume, zoon van Guilliaume Hermansz., 50 gl., aan Willem Reiniersz., zoon van Reijnier Hermans 100 gl., aan Govert Herman Claesz. het vruchtgebruik van 500 gl., waarvan ” het capitael … aende [hierna te noemen] erfgenamen [zal] blijven”, en aan hem tevens het vruchtgebruik van 300 gl., die na zijn overlijden zal verdeeld worden onder de na te noemen erfgenamen en hun nakomelingen en onder Margareta Herman Claesdr. en de kinderen van wijlen Catharina Herman Claesdr., aan de kinderen van Catharina Herman Claesdr. 200 gl., aan Aelbert Herman Claesdr. 300 gl., aan Reijnier de Fijneman, haar broer, of bij vooroverlijden zijn kinderen 800 gl. en haar inboedel, welke zij “bij inventaris onder haer eijgen hant sal stellen”, aan de kinderen van wijlen Govert de Fijneman, haar broer, 800 gl., aan de NG huisarmen te Dordrecht 200 gl. en aan Anneken Pieters waster, wonende in de Vriesestraat, 25 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij Geerit Willemsz. Maes en [zijn vrouw] IJda Herman Claesdr. of de langstlevende van hen beiden en bij vooroverlijden hun nakomelingen. Als executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Geerit Willemsz. Maes of bij vooroverlijden diens oudste zoon Abraham Maes.
ONA Dordrecht inv. 92, f. 143: op 10 sept. 1654 testeert Aeltgen Fijnemans, weduwe van Claes Jansz. van Bolenbeeck , wonende te Dordrecht. Zij legateert aan Susanna van Bollenbeeck, de vrouw van Dionisius van der Dack 200 gl., aan Margaretha Herman Claesdr. 500 gl., aan Johannes Guilliaume, zoon van Guilliaume Hermansz. 25 gl., aan Willem Reiniersz., zoon van Reijnier Hermansz. 25 gl., aan Govert Herman Claesz. het vruchtgebruik van een somma van 350 gl. en het vruchtgebruik van een somma van 450 gl., aan de kinderen van wijlen Catharina Herman Claesdr. 150 gl., aan Aelbrecht Herman Claesz. 300 gl., aan Reijnier de Fijneman, haar broer, of bij vooroverlijden zijn kinderen, 700 gl. en zekere nader door te beschrijven inboedel, aan de kinderen van wijlen Govert de Fijneman, haar broer, 1100 gl., aan de NG huisarmen van Dordrecht 200 gl. en aan Anneken Pieters waster in de Vriesestraat 25 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij Geerit Willemsz. Maes en [diens vrouw] IJda Herman Claesdr., of de langstlevende van hen beiden en bij vooroverlijden hun kinderen. Tot executeur van haar testament en voogd over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Geerit Willemsz.. Maes of bij vooroverlijden zij oudste zoon Abraham Maes.
c. Reijnier Fijneman, geboren naar schatting ca. 1585,, volgt II
d. Govert Fijneman
II. Reijnier Fijneman, geboren naar schatting ca. 1585, van Dordrecht (1617), weduwnaar (1626), weduwnaar van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1645), houtkoper, trouwde 1e NG Dordrecht 11 juni/2 juli 1617 (proclamatie in de Waalse Kerk) Magdalena van Bolenbeeck Claesdr., gedoopt NG Dordrecht aug. 1591, van Dordrecht (1617), dochter van Claes Jansz. Bolenbeeck en Susanneken Jorisdr., trouwde 2e NG Dordrecht 29 mrt./21 april 1626 (per schrijven van De Lavigne) Elisabeth Rijcke Maertensdr., van Dordrecht (1626), trouwde 3e NG Dordrecht 24 sept. 1645 (per schrijven van de Waalse kerk) Anneken Wilms (Guiliaume), weduwe van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1645), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 sept. 1668 (een baar voor het Bagijnhof voor Anneken Willems de weduwe van Reijnier Fijneman), trouwde 1e Jan Struijs
ONA Dordrecht inv. 28, f. 303: op 29 nov. 1624 comp. Reijnier Fijneman, weduwnaar van Magdalena van Bolenbeecq Nijclaesdr., enerzijds en Nijcolaes Jansz. van Bolebeeccq lakenkoper, als grootvader van de drie onmondige kinderen van Magdalena Claesdr., bij haar verwekt door Reijnier Fijneman, anderzijds. Zij zijn overeengekomen, dat Reijnier Fijneman zijn kinderen in plaats van de twee maal 200 gl., die vermeld staan in zeker testament, hun nu zal geven een somma van 600 gl.
ONA Dordrecht inv. 59, f. 1047v: op 3 dec. 1639 legt Machiel Jacobsz. Cotermans, gewezen brouwer en burger van Dordrecht, circa 72 jaar oud, op verzoek van Reijnier de Fijneman, burger van Dordrecht, een verklaring af. hij getuigt, dat hij dertig jaar lang gekend heeft Gerrit Pietersz., korenmeter en laatst provenier van het Oudemannenhuis in Dordrecht, waar Gerrit ongeveer een maand eerder is overleden. De getuige heeft Gerrit Pietersz. ongeveer anderhalf jaar eerder gevraagd of hij geen verwanten had en wie na zijn dood zijn goederen zou erven. Gerrit heeft daarop geantwoord, “dat hij anders geene vrunden of erfgenamen was kennende als Reijnier Fijneman, denoterende den requirant”.
Weeskamer Dordrecht inv. 23, f. 247: summiere staat en inventaris dd 8 april 1658 van de boedel, die is nagelaten door Reijnier de Fineman, houtkoper en burger van Dordrecht:
Baten:
– alle meubelen zijn aangenomen door Johannes de Fineman en Jacob Nieuwenhuijse, als man van Machtelt de Fineman, bij taxatie door de vrouw van Abraham van Diepenbeeck, uitdraagster, voor 128 gl., 19 st.
– obligaties, schepenenbrieven en contant geld
– Reijnier de Fineman heeft zijn innocente dochter Susanna de Fineman onderhouden “in cost ende creëren … daer voor den selven heeft genoten de vruchten ofte interesten van sijne … dochters goederen ter weeskamer berustende”: 55 gl. 1 st. 8 penn.
– Susanna de Fineman komt nog toe een lijfrente van 50 gl. jaarlijks: memorie
Somma van de baten: 1428 gl. 19 st.
Lasten:
– de weesmeesters, gehoord hebbende de weduwe van Reijnier de Fineman, en ingezien hebbende de huwelijkse voorwaarden, ook mede gehoord hebbende de kinderen van Reijnier de Fineman, verklaren, dat de weduwe toekomt een somma van 300 gl. in geld of of obligaties, dat zij mag behouden al haar meubelen en kleren, en dat ten aanzien van haar verkochte en “vermiste” meubelen haar toekomt een bedrag van 72 gl.
– doodschulden en begrafeniskosten, door Johannes de Fineman en Jacob Nieuwenhuijse betaald, bedragen 145 gl. 10 st.
– diverse kleinere posten
Totale lasten bedragen 752 gl. 12 st. 8 penn., afgetrokken van de baten resteert 676 gl. 6 st. 8 penn., die verdeeld onder de drie kinderen bedraagt voor elk 225 gl. 8 st. 13 1/3 penn.
De administrateur Dirck van Herwijnen ontvangt 200 gl.
Op 18 april 1658 verklaart Anneken Wilms, weduwe van Reijnier de Fineman, geassisteerd met haar broer mr. Gijsbert Onder de Linde, ontvangen te hebben een bedrag van 372 gl., nl. 300 gl., die door haar bij het aangaan van het huwelijk zijn ingebracht, en 72 gl. wegens verkochte en “vermiste” meubelen.
Kinderen:
a. Machtelt Fijneman, geboren ca. 1618, weduwe van Dordrecht en daar wonende (1637), trouwde 1e NG Dordrecht/Onderschie 26 april/17 mei 1637 (per schrijven van Amsterdam) Ambrosius Rogier van Mechelen, weduwnaar te Amsterdam (1637), 2e ca. 1655 Jacob Nieuwehuijse
NG trouwboek Amsterdam 18 april 1637 (de geboden gaan mede te Dordrecht): Ambrosius Rogier van Mechelen [hij tekent met “Ambrosius Rogerius Arents Pennequin”] tabaksverkoper 29 jaar oud, geen ouders meer hebbende, wonende op het “Uijterse” Veer, en Machtelt Fijnemans van Dordrecht, 19 jaar oud, vertonende akte van haar vaders consent, wonende te Dordrecht
b. Aalke, gedoopt NG Dordrecht juni 1621, overleden voor 8 april 1658
c. Johannes Fijneman, gedoopt NG Dordrecht jan. 1624, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1645), trouwde NG Dordrecht 22 jan./12 febr. 1645 Aerjaentje Jansdr. van der Hope, jonge dochter van Breda wonende omtrent de Grote Kerk (1626)
ONA Dordrecht inv. 64, f. 108v: op 1 april 1652 verklaart Jan de Fijneman, twijnder en burger van Dordrecht, wegens huishuur schuldig te zijn aan Pieter Wilmaer, kuiper en burger van Dordrecht, een bedrag van 177 gl. en 8 st., verbindende hetgeen hij zal komen te erven van zijn vader Reijnier de Fijneman, zijn tante Aeltgen Fijneman, weduwe van Claes Jansz. van Bolenbeeck, of iemand anders.
d. Susanna Fijneman, innocent, geboren naar schatting ca. 1625, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 nov. 1675 (een baar voor Susanna Fineman, “tot” Pouwels Jansz. Hulstman)]
Mr. Dirck van de Borcht 6 ponden
D’heer Jacob van de Corput Outraet 24 ponden
[Jacob van de Corput Hendriksz., geboren 1 mrt. 1574, uit de Palts (1602), weduwnaar geboren in de Palts (1606), schutmeester van de schutterij van de Kloveniers (ONA Dordrecht inv. 90, f. 547v, akte dd 4 mei 1652), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 febr. 1658 (twee maal luiden over Jacob van de Corput), zoon van Hendrik van de Corput, predikant te Hochum in de Palts, Frankenthal en Dordrecht (Wikipedia) en van Adrienne van Aerts (alias van Bregt), Jacob trouwde 1e NG Dordrecht 27 jan./9 febr. 1602 Judith Ruijs Claesdr., van Dordrecht (1602), 2e NG Dordrecht 21 mei/6 juni 1606 Judith Berck Dirksdr, van Dordrecht (1601, 1606), trouwde 1e NG Dordrecht 14 jan./13 febr. 1601 Cornelis van de Burcht Immanuelsz., van Delft (1601)
ONA Dordrecht inv. 55, f. 304v: op 28 nov. 1625 comp. jonkheer Johan van de Werve, heer van Urk en Emmeloord, jonkheer Boudewijn van Bekesteijn, voor zichzelf en tevens vervangende de vrouwe van Giessenburg en de overige erfgenamen van wijlen mr. Boudewijn van Drenckwaert, burgemeester van Dordrecht en rentmeester van Zuid-Holland, en Adriaen van Beaumont, als rentmeester van jonkheer Charles van Bruxelles, heer van Grangrein, namens zijn zoon Jacob van Bruxelles, door hem verwekt bij Catharina de Jonge, samen voor de helft, en Maerten van Blocklandt, grote waarsman van het Land van Arkel, Simon van Beaumon, raad in wette van Dordrecht, beiden als testamentaire voogden over de boedel van Adriana van Scharlaken, Jacob van de Corput, lid van de Oudraad van Dordrecht, als stiefvader van Dirck van de Burcht, voor een vierde part, en Herman Gotschalcxse, equipagemeester van de WIC, voor zichzelf en tevens vervangende Anthonij Willemsz. en zijn broers en zusters, als erfgenamen van hun vader Willem Jan Vrancken, samen voor het resterende vierde part. De comparant verklaren, dat zij hebben “gesmalcavelt” in twee delen de 9e kavel hoofdland, gelegen aan de oost- en westzijde van de haven van Klaaswaal, groot 71 morgen 10 roeden, en de 4e kavel volgerland, groot 26 morgen 500 roeden, gelegen in de nieuwe “dijckagie” van Groot Cromstrijen. Het hoofdland ten westen van de haven is toegevallen bij blinde loting aan Maerten van Blocklandt c.s. en het hoofdland ten oosten van de haven met de rest van het volgerland aan Johan van de Werve c.s.
ONA Dordrecht inv. 14, f. 481: op 17 aug. 1626 comp. Simon van Beaumont, raad in wette van Dordrecht, als testamentaire voogd van de onmondige erfgenamen van Adriana van Scharlaken, Machtelt van Scharlaken, weduwe van Jacob van Meuwen, Johanna van Scharlaken, weduwe van Cornelis van Gesel, en Jacob van de Corput, lid van de Oudraad van Dordrecht, als stiefvader vader van Dirick van der Beurcht Cornelisz. Zij verkopen voor 9600 gl. aan Pieter Bartholomeusz., wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tegenover de Lombardbrug, genaamd “den Grooten Meulensteen”, belend door brouwerij “de Croon”, toebehorende aan Cornelis Cornelisz. van Cleff, de Pickelstraat [Haringstraat] en het huis, dat toebehoord heeft aan Jan Jansz. bierdrager, aan de ene zijde, en het huis van de weduwe van Jan Hermansz. kruidenier en de Lombardstraat aan de andere zijde, alsmede vier woninkjes in de Pickelstraat en een schuur in de Breestraat, zoals dat alles toebehoord heeft aan Adriana van Scharlaken. Bij de koop is niet inbegrepen het huis in de Lombardstraat, staande tegen het lege erf van het verkochte huis aan de ene zijde en naast het huis van Laurens Jansz. smid aan de andere zijde.
ONA Dordrecht inv. 71, f. 170: op 9 nov. 1631 verkoopt Jacob van de Corput, raad ter admiraliteit te Rotterdam, voor 3195 gl. aan Willem Reijersz., koekenbakker en burger van Dordrecht, een huis tegenover het stadhuis, genaamd “het Rootlaecken”, staande tussen het huis van Aert Coenen koekenbakker en dat van Jan Govertsz. ijzerkoper.
ONA Dordrecht inv. 81, f. 135: op 15 jan. 1638 comp. o.a. Jacob van de Corput, namens zijn stiefdochter, juffrouw Van de Burch. Hij verleent procuratie aan Johan Pietersz. Veeckemans, procureur van de Kamer Juditieel van Dordrecht, om namens hem te vervolgen het proces, dat vanwege de crediteuren van Claes Pietersz. van Ree tegen de erfgenamen van Cornelis Claesz. van Ree is hangende voor de Kamer Juditieel.
ONA Dordrecht inv. 59, f. 1001: op 8 sept. 1639 testeren Jacob van de Corput, lid van de Oudraad van Dordrecht, en zijn vrouw Judith Bercxdr. Tot erfgenaam benoemen zij de langstlevende van beiden, mits dat die langstlevende alle schulden zal voldoen “buijten laste van henlieden kinderen”, met uitzondering van de rouwkleren, die de kinderen zelf moeten betalen. Bovendien zal de langstlevende gehouden zijn elk van hun kinderen, m.n. Johan, Emerentia en Henrick van de Corput, of hun nakomelingen uit te reiken de goederen, die staan beschreven in zeker handschrift, dat door testateuren is ondertekend. “Met dien verstande soo iemand van henlieden … kinderen daer van in cas van houwelijck of andersins sal oft sullen sijn voldaen, ofte de weerde der selven goederen bijt leven van hen comparanten sal oft sullen ontfangen … hebben dat ’t selve kindt oft kinderen ofte derselver wettige descendenten in sulcken gevalle niet meer vanden langstlevende sal oft sullen hebben te vorderen … dan inden selfden staet gespecificeert … is staende”.
ONA Dordrecht inv. 85, f. 10: op 25 jan. 1646 verklaren Jacob van de Corput, als man van Judith Berck, Johan en Geridt Berck, voor zichzelf en tevens vervangende Jacob van der Goes, als man van Emmerentia Berck, mede-erfgenamen van Hubrecht Berck ridder, benoemd bij diens testament gepasseerd voor notaris A. van de Graef op 17 mei 1645, dat Matthijs Berck, hun broer resp. zwager, weigert aan hen, comparanten, te leveren een inventaris van de boedel, die is nagelaten door Hubrecht Berck.
ONA Dordrecht inv. 94, f. 66: op 7 juni 1657 testeert Jacob van de Corput, lid van de Oudraad te Dordrecht. Hij bevestigt het testament, dat hij heeft gemaakt met zijn vrouw zaliger [geen datum vermeld]. Hij legateert aan het kind van Fijken Jansdr., genaamd Maijken, een somma van 6000 gl. aan obligaties ten laste van het gemeneland van Holland en een “eerlijck” rouwkleed voor zondag en doordeweeks. Als Maijken komt te overlijden zonder kinderen na te laten, moeten de obligaties komen aan testateurs erfgenamen ab intestato. Hij legateert aan het weeshuis en de NG huisarmen van Dordrecht elk 100 gl., bovenop de 300 gl. die hij in het voornoemde testament heeft gemaakt. Aan Elsken Jans, zijn dienstmaagd, als die tot zijn overlijden nog bij hem blijft, maakt hij 100 gl., bovenop de 300 gl. die hij in zijn voornoemde testament aan haar heeft gelegateerd. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen stelt hij aan Franchoijs van den Born, raad ordinaris in de Hoge Raad in Holland, zijn schoonzoon, en Johan Halling, baljuw van de Merwede, zijn aangetrouwde neef.
ONA Dordrecht inv. 91, f. 543: verklaring dd 14 april 1654 door o.a. Jacob van de Corput, ongeveer 69 jaar oud.
Kinderen (o.a.; ex 2; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Henric van de Corput, mrt. 1608
b. mr. Joannes van de Corput, okt. 1609, jongman van Dordrecht wonende bij de IJzeren Waag (1636), licentiaat in de rechten, trouwde NG Dordrecht 25 mei/10 juni mei 1636 Cornelia Boschman, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de IJzeren Waag (1636), weduwe van Dordrecht wonende in de Hofstraat (1658), trouwde 2e NG Dordrecht 14/30 juli 1658 Albert Cuijp, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwbrug (1658)
Kinderen:
b-1. Jacob, gedoopt NG Dordrecht okt. 1638
b-2. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 8 jan. 1646
c. Adriaentken, jan. 1611
d. Abraham, juni 1612
e. Emerentia van de Corput, nov. 1613, jonge dochter van Dordrecht wonende naast de Waag (1638), trouwde NG Dordrecht 30 mei 1638 (ondertrouw, procl. in Den Haag) mr. Franchoijs van den Born, van Dordrecht wonende in ‘s-Gravenhage (1638), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Munt (1649), advocaat voor het Hof van Holland, doctor in de rechten, trouwde 2e NG Dordrecht 12 sept./5 okt. 1649 Aletta van Hoogeveen, jonge dochter van Leiden wonende op de Nieuwe Haven (1649)
f. NN, mei 1615]
f. 24
Henrick Cornelis Boudewijns 4 ponden
De weduwe van Lowijs de Geer met haer dochter 35 ponden
[200e penning Dordrecht anno 1638: de weduwe van Louijs de Geer 175 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 18)]
Matheus Bordels
Wouter Cornelisz. mercktschipper 8 ponden
Cornelis Willemsz. Wens 2 ponden
f. 24v
Barent van Lubecq, nihil habet 3 ponden
De weduwe van Jan Govertsz. stadthouder 6 ponden
Wouter Pietersz. asijnmaker 2 ponden
Henrick van Bladegom met zijn broeder 8 ponden
Jasper Troijen den Ouden 12 ponden
[Jasper Troijen de oude, trouwde NN
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 20v e.v.: op 11 april 1630 verklaren Jasper Troijen, Margreta Troijen, weduwe van Jan Baltensz., geassisteerd met Steven Baltensz., Jasper Goris en Lijsbeth Goris, geassisteerd met Jasper Goris, haar broer, kinderen van Hans Goris en Maria Troijen, allen kinderen en kindskinderen van wijlen Jasper Troijen de oude, dat bij de scheiding van de goederen, die door Jasper Troijen zijn nagelaten, aan Jasper en Lijsbeth Goris is toegevallen een huis omtrent de Wijnbrug, genaamd “den Gulden Griffioen”, staande tussen het huis van Henrick van Bladegom en dat van de erfgenamen van Arent Dammert.
Kinderen (volgorde onzeker):
a. Jasper Troijen de jonge, trouwde Josijntgen Hubrecht Adriaensdr.
NG trouwboek Dordrecht 3 febr. 1608: Jasper Troijen Jaspersz. van Antwerpen en Josijntgen Hubrecht Adriaensdr. van Dordrecht, getrouwd op 24 febr. 1608
b. Margreta Troijen, trouwde Jan Baltensz.
c. Maria Troijen, trouwde Hans Goris
Kinderen:
c-1. Jasper Goris
c-2. Lijsbeth Goris]
f. 25
De weduwe van Arent Dammert 60 ponden
[Arent Dammert Ariaensz., van Dordrecht (1585), schepen in wette van Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 22 dec. 1585/5 jan. 1586 Diricxken Jop Nijssendr., van Dordrecht (1585)
ORA Dordrecht inv. 1597, f. 17v: op 19 april 1621 verkoopt Anthoni van Ghesel koopman en burger van Dordrecht, voor 4500 gl. aan de weduwe en erfgenamen van Arent Dammert, schepen in wette van Dordrecht, een huis, genaamd “Middelborch”, staande aan de Poortzijde [Wijnstraat] omtrent de Wijnbrug aan de havenzijde tussen het huis van Jaspar Troijen de oude en dat van Cornelis Melsbakker. Waarborgen: Jan Cornelisz. van Ghesel en Simon van Ghesel de jonge, brouwer in “’t Cleverblat”, burgers van Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 59, f. 1064: op 21 okt. 1639 verleent Dirck Dammert, schepen in wette van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zuster Cornelia Dammerts, weduwe van Samuel Everwijn, beiden erfgenamen ab intestato van Maria en Sophia Dammerts, hun tantes van vaderszijde, procuratie aan Adriaen Pietersz. de Goede, notaris te Brielle, om te verkopen twee huizen, staande naast elkaar aan het zuideinde van Brielle, genaamd “de Drije Coningen”, en om te vorderen hetgeen men hem en zijn zuster schuldig is in Brielle, Oudenhoorn en Nieuwenhoorn, Rockanje, Helvoet en elders.
Kinderen (o.a.; volgorde onzeker):
a. Dirck Dammert, schepen in wette van Dordrecht
b. Maria Arent Dammert (zie hieronder bij f. 111v)
c. Sophia Arent Dammert (zie hieronder bij f. 111v)
d. Cornelia Dammert, trouwde 18 juli 1627 Samuel Everwijn]
De weduwe van Cornelis Mels backer 2 ponden
Bartholomeus Gillis caescooper 10 ponden
Jan Jacobs cramer 1 pond
De weduwe van Gerrit le Bruijn, insolvent 6 ponden
f. 25v
Gerrit van Bonckelwaert 12 ponden
[Gerrit Fransz. van Bonckelwaert, geboren naar schatting ca. 1580, van Dordrecht (1606), zoon van Francois van Bonckelwaert en Lijsbet van Scharlaken Gerritsdr., trouwde NG Dordrecht 19 nov./10 dec. 1606 Catelijne Francoijs Wolfaertsdr., van Dordrecht (1606)
Kinderen:
a. Francoijs van Bonckelwaert Gerritsz., geboren naar schatting ca. 1608, jongman van Dordrecht wonende bij de Waag (1632), trouwde NG Dordrecht 23 mei/8 juni 1632 (procl. te Rotterdam) Antonetta de Wit Jansdr., jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1632)
b. Arien, gedoopt NG Dordrecht jan. 1610
c. Jacob, gedoopt NG Dordrecht dec. 1614
d. Dirck van Bonckelwaert, geboren naar schatting ca. 1615
ONA Dordrecht inv. 58, f. 522: op 28 sept. 1634 testeert Dirck van Bonckelwaert, jongman, geboren te Dordrecht, “geresolveert wesende voor eenigen tijdt lanck te reijsen ende residentie te houden” buiten Nederland, en “considerende de menichfuldige periculen [aan welke] hij op sijne voorgenomen reijse onderworpen is”. Hij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 50 gl. Tot erfgenamen van zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn vader Gerrit van Bonckelwaert voor de ene helft en zijn broer Francoijs van Bonckelwaert of zijn nakomelingen voor de wederhelft.
e. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht nov. 1621]
De weduwe van Jan Adriaens coorncooper 18 ponden
Johan Geijen den Jongen 12 ponden
Jan de Theer 6 ponden
Laurens Adriaens appoteecquer 3 ponden
f. 26
De weduwe van Baeckemans 2 ponden
Christoffel Lucas caescooper 1 pond
Maria Rommers 36 ponden
Opte Tollebrugge
Adriaen Aerts tinnegieter 2 ponden
Jan Wierts, Damis Jaspers ende Huijbrecht Aerts 3 ponden
f. 26v
Gillis Gillis coperslager 6 ponden
[28 jan. 1628: Gillis Gillisz., koperslager en burger van Dordrecht, verkoopt voor 4000 gl. aan Jan Houbraecken, koperslager en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Tolbrug, staande tussen het huis van de erfgenamen van Cornelis Jansz. Mesian en de Tolbrug, strekkende van voren van de straat tot achter met een kelder aan de bovenkant tot op de haven en aan de onderkant tot aan de zijmuur van het huis van Huijbrecht Aertsz. Waarborg: Jacob de Meijer, zijdenlakenkoper en burger van Dordrecht (ORA Dordrecht inv. 1604, f. 14)]
Jan Houbraecken 4 ponden [zie genealogie Houbraken op deze website]
Cornelis Adriaens caescooper 3 ponden [doorgehaald: “15 ponden” en “staet maer volgens billet op 3 ponden”]
Bartholomeus Tresiers 6 ponden
Adriaen de Jong appoteecquer 10 ponden
f. 27
Jan Adriaens caescooper 3 ponden
Hendrick Mol appoteecquer 3 ponden
Cornelis Damman backer 1 pond
Abraham Leenderts wielmaker 1 pond
Philips Terwe 4 ponden
f. 27v
Abraham Bosch 4 ponden
Gerrit Gerrits coperslager 1 pond
Joost Lievens craenkint 2 ponden
Thomas Cornelis wielmaker 10 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1597, f. 6 e.v.: op 28 jan. 1621 verkoopt Neeltgen Willemsdr., weduwe van Aernt Cornelisz. wielmaker, geassisteerd met notaris Henrick van Naerden, voor 4400 gl. aan Thomas Cornelisz., ijzerkramer en wielmaker, een huis op de Groenmarkt, genaamd “den Houtwagen”, staande tussen het huis van Machtelt Willems, weduwe van Willem Adriaensz. beenhakker, en dat van Joost Lievensz. kraankind. Waarborg: notaris Henrick van Naerden. De koper is schuldig aan de verkoopster een somma van 3200 gl. Borg: Gillis Pietersz. kaaskoper.]
De weduwe van Willem Adriaens beenhacker met haer kinderen 8 ponden
f. 28
Balten Jacobs [kousenmaker] 4 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 24 dec. 1606: Balten Jacobsz. kousenmaker van Antwerpen en Josijnten Cornelis Jansdr. van Dordrecht, getr. op 9 jan. 1607]
Willem Bos laeckencooper, heeft niet 4 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 17 juli 1616 (ondertrouw): Willem Bosch jong gezel en Maria Michielsdr. Middelhoven beiden van Dordrecht
ORA Dordrecht inv. 765, f. 60 e.v.: op 26 juli 1624 verkopen de erfgenamen van wijlen Elijsabeth Pietersdr. aan Willem Bos, lakenkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Nicolaes Jansz. Raijen en dat van Balten Jacobsz. kousmaker. Koper kent schuldig aan Hendrick Jansz. van Naerden, notaris te Dordrecht, een bedrag van 1600 gl. en aan Dirck Adriaensz. Fluwelen een somma van 700 gl. Hij verkoopt aan Pieter Robbert een jaarlijkse losrente van 37 gl., verzekerd op het genoemde huis.
ONA Dordrecht inv. 73, f. 90 e.v.: Magdalena Bosch, weduwe van Johan Bosch, wonende te Dordrecht, verklaart, dat zij haar zoon Willem Bosch, in zijn leven lakenkoper te Dordrecht, een bedrag van 1500 gl. heeft geleend, boven hetgeen hij, evenals haar andere twee zoons [Hendrick en Abraham Bosch], bij het aangaan van zijn huwelijk heeft gehad, van welk geleend geld zij nooit een stuiver heeft teruggekregen.]
Claes Janssen Raijen 12 ponden
[ORA Dordrecht inv. 761, f. 100v: op 4 aug. 1620 comp. Pieterken Aelbrechtsdr., jonge dochter, voor haarzelf en procuratie hebbende van Mariken Rutten, weduwe van Aelbrecht Aelbrechtsz. kraankind. Zij zijn schuldig aan Nicolaes Jansz. Raije, burger van Dordrecht, een bedrag van 200 gl., daarvoor verbindende een huis, staande tegenover brouwerij “de Valck”, tussen het huis, waarin Henrick Roelen woont en het huis van Joost Joostens tingieter.]
Reijnier de Vries cousmaker 3 ponden
Bastiaen Quirijnen 26 ponden
[Bastiaen Quirijnen van de Wercken, geboren naar schatting ca. 1560, trouwde NN
ORA Dordrecht inv. 1601, f. 133v: op 17 nov. 1625 verkopen Evert Willemsz. Prins, Pieter Cornelisz. Swanenberch en Jacob Stoop, als curators van de boedel van Gerrit Helling, voor 5500 gl. aan Bastiaen Quirijnen een huis bij de Wijnkoperskapel, staande tussen het huis van Wouter Cornelisz. van der Neth en dat van Gijsbert van Haerlem. De koper is schuldig aan de verkopers een bedrag van 3520 gl. Borg: Rogier Quirijnen.
ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 21v: op 25 mei 1626 verkoopt Bastiaen Quijrijnen, burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Jan Dionijsz. en dat van Maijken Henricx, weduwe van Gerrit Cornelisz. kaaskoper. Waarborg: Frans Snoeck lakenkoper. De koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 125 gl., verzekerd op het gekochte huis. Borgen: Jan Jansz. Coninck en Gerrit Fransz. van Bonckelwaert.
ONA Dordrecht inv. 8, f. 175 e.v.: op 13 juli 1628 compareert voor een Dordtse notaris Janneken Claesdr., weduwe van Rogier Quirijnen van de Wercken. Zij bevestigt de testamentaire dispositie, die zij met haar man, Rogier Quijrijnen, heeft gepassseerd op 21 april 1623 voor notaris J.P. Vekemans te Dordrecht, waarop zij echter de volgende de wijzigingen wil aanbrengen. In plaats van de helft van de somma van 250 gl., die zij met haar man gelegateerd heeft aan de huisarmen van de diaconie te Dordrecht, wil zij nu slechts een somma van 62 gl. legateren, aan de Heilige Geest ter Groter Kerk in plaats van de helft van 150 gl. slechts 37 gl. en aan het Weeshuis te Dordrecht in plaats van de helft van 150 gl. eveneens slechts 37 gl. Voorts wil zij, dat, in het geval haar dochter Magdalena Rogiers voor haar man Frans Symonsz. Indervelde komt te overlijden, laatstgenoemde tot aan zijn overlijden of tot wanneer hij gaat hertrouwen het vruchtgebruik zal hebben van de goederen, die zij, testatrice, bij haar vorige testamentaire dispositie dd 21 april 1623 onder bepaling van fideï-commis heeft vermaakt, namelijk de gerechte helft van haar goederen. Zij geeft haar dochter Magdalena de vrije beschikking over de wederhelft van die goederen, zijnde de legitieme en de trebellianique portie. Tenslotte wenst de testatrice, dat haar broer Cornelis Claesz. en de broer van haar overleden man, Sebastiaen Quirijnen, er zorg voor zullen dragen, dat de door haar na te laten goederen en die van haar man, op welke de bepaling van fideï-commis betrekking heeft, naar behoren beheerd worden, zonder evenwel, dat zij zich hebben te bemoeien met de opvoeding van de kinderen van haar dochter, Magdalena Rogiers, welke voorbehouden zal zijn aan degenen, die Magdalena en haar man als voogden over de kinderen zullen aanstellen. Getuigen: mr. Viglius Oom, licentiaat in de rechten en advocaat en diens zoon Maerten Oom. Testatrice tekent met haar naam.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 98: op 25 juni 1631 verkoopt Bastiaen Quirijnen, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Sijmon Warnier, zilversmid en burger van Dordrecht, een huis op Sint Joost [Aardappelmarkt], staande tussen het huis van de erfgenamen van Joost de Doot en dat van Jan Jacobsz. Sam.
Kind:
a. Abraham Bastiaensz. van de Wercken
ONA Dordrecht inv. 61, f. 687: op 26 mrt. 1646 testeert Abraham van de Wercken Bastiaensz., jongman, burger van Dordrecht, tamelijk gezond. Hij benoemt tot erfgenaam zijn vader Bastiaen Quirijnen van de Wercken, met dien verstande, dat na zijn vaders dood uit diens na te laten goederen zullen worden uitgekeerd de navolgende legaten: aan Maria Coenen van Streeflandt, de vrouw van Hendrick Wens, de nicht van moederszijde van de testateur 4000 gl., aan de kinderen en nakomelingen van zijn overleden nicht Janneken Joosten, bij haar verwekt door Gillis Pietersz. Boedonck, onder hen allen een somma van 2000 gl., aan Pieter Block wijnkoper en zijn zusters of hun nakomelingen samen 1000 gl., aan Jan de Wael en zijn vrouw Belijcken Arijensdr., wonende te Dordrecht, samen of de langstlevende van hen beiden, het vruchtgebruik van een somma van 2000 gl., waarvan de eigendom na hun dood zal komen aan de halfzuster van Belijcken, Maria Claes, of bij vooroverlijden haar nakomelingen, aan de kinderen van wijlen Gerard Jansz. de Haen of hun nakomelingen samen 2000 gl., aangezien die kinderen wonen en onderhouden worden in het weeshuis van Dordrecht, wil de testateur dat die 2000 gl. ten behoeve van die kinderen belegd worden, totdat zij mondig worden of gaan trouwen. Hij aan Maria Jansdr., de vrouw van Gerrit van Steijn, wonende te Gorinchem, het vruchtgebruik van een somma van 2000 gl., na haar dood te komen aan haar zuster en broer “van halven bedde”, die wonen in Gorinchem, of bij hun vooroverlijden aan hun nakomelingen. Hij legateertaan Grietgen [NN], de vrouw van Jan Willemsz. de Raedt, wonende te Rotterdam, of bij vooroverlijden hun nakomelingen een bedrag van 2000 gl., aan Pieter de Cuijper, die twee maal in Ooost-Indïe is geweest en die in Rotterdam woont, of aan zijn nakomelingen, aan Anneken de Vijmen, dienstmaagd van zijn vader, 100 gl. Hij legateert na het overlijden van zijn vader “tot bewooninge van arme persoonen ende familie” een gang met vijf huisjes, namelijk voor een huisje en achter vier huisjes, staande in de Vriesestraat, vanouds genaamd Pimpelgang, met nog 1000 gl., met de opbrengsten waarvan de huisjes onderhouden en gerepareerd moeten worden. Als een van zijn verwanten tot armoede zal vervallen, moet hij of zij “totte bewooning van voorsz. huijskens voor vremden althoos geprefereert wesen”. “Ghifters ende opsienders vande selve huijskens” zullen na zijn overlijden en dat van zijn vader zijn zijn nichten Maria Snoecken Fransdr. en Maria Koenen van Streeflandt en na hun overlijden de oudste en bekwaamste van zijn verwanten. Indien niemand van hen bekwaam daartoe zal zijn, zal het vergeven en het toezicht van de huisjes toevallen aan de consistorie of de kerkenraad van Dordrecht.]
f. 28v
De weduwe van Gerrit Cornelis caescooper 6 ponden
Salomon Janssen cleermaker 3 ponden
Frederick Mulder, insolvent 4 ponden
De weduwe van mr. Wemmer [Despinoij] apoteecquer 10 ponden
[ONA Dordrecht inv. 16, f. 37: huwelijkse voorwaarden dd 8 aug. 1619 tussen Paulus Simonsz., weduwnaar van Marguarita van de Velde, chirurgijn wonende te Middelburg, en Elisabeth Despinoij, jonge dochter, geassisteerd met Wemmer Pietersz. Despinoij en Neeltgen Kegelaers Laurensdr., haar ouders, wonende in Dordrecht.]
De weduwe van Claes Adriaens caescooper 2 ponden
f. 29
Aert Cornelis beenhacker 12 ponden
Jacob Janssen 6 ponden
Hans du Bois cousmaecker 8 ponden
De weduwe van Mathijs Cornelis [Balen] sijdelaeckencooper met haer kinderen 50 ponden
Op de Nieu Haven beginnende op den houck van Vleeschouderstraet
Mr. Adriaen chirurgijn 1 pond
f. 29v
Jacob Fransz int Molenijser 2 ponden
Cornelis Gerritsz schiptimmerman 4 ponden
Michiel Cornelis timmerman 3 ponden
T weeskint van Jacob Gerritsz van den Heuvel 12 ponden
D’vrouwen moeder van Jacob Gerritsz van den Heuvel 4 ponden
f. 30
Helman Gerritsz 3 ponden
Jan Janssen timmerman 3 ponden
De weduwe van mr. Pieter van Schaerlaecken 3 ponden
[ORA Dordrecht inv. 765, f. 63: op 20 aug. 1624 verkoopt mr. Daniël Waterrijck, Franse schoolmeester te Dordrecht, aan Jan Jansz. een jaarlijkse losrente van 25 gl., verzekerd op een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van mr. Pieter van Scharlaecken predikant en brouwerij “‘t Haentgen”.]
Leendert van Mastricht 4 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding van Dordrecht anno 1633), f. 32: in de Tolbrugstraat – de weduwe van Leendert van Mastricht.]
Jacob Adriaensz. timmerman 1 pond
f. 30v
Jan Janssen houfsmith, insolvent 5 ponden
Aen de Houte Brugge [de Lange Houten Brug over de Nieuwe Haven bevond zich op dezelfde plaats waar nu de Lange IJzeren Brug ligt. (Van Baarsel, o.c., p. 69-70)]

De Nieuwe Haven met in het midden de Lange Houten Brug. Ten noorden daarvan de straat, die nu Nieuwe Haven heet en ten noorden daarvan de Hoge Nieuwstraat. (Kaart van J. Blaeu uit 1649)
Cornelis Willems blockmaecker 4 ponden
Jan Jacobs backer 1 pond
Willem Thonisz Verelst 16 ponden
Dirck Cronenborch 1 pond
[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 19 e.v.: op 14 mei 1626 verkoopt Anneken Jans, weduwe van Dirck van Cronenborch, aan Joachim Adriaensz., smid en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Willem Thonisz. Verelst en dat van de weduwe van Hendrick Hage. Waarborg: Thomas Henricxsz. Lambo. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 200 gl. Borgen: Jasper Claesz. smid en Jan van der Straten.]
f. 31
Jan van der Straten [biersteker] 2 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1604, f. 7v: op 11 dec. 1629 verklaart Jan van der Straten, biersteker en burger van Dordrecht, wegens leverantie van bier schuldig te zijn aan Alewijn van der Woert, brouwer in Geertruidenberg, een somma van 1000 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven, genaamd “Maeseijck”, strekkende voor van de straat tot achter op de haven en staande tussen het huis van Henrick schipper [sic] en dat van Adriaen Repelaer, raad in wette van Dordrecht.]
D’heer Adriaen Repelaer Raet 36 ponden
T weeskint van Goossen Jansz Boschman 21 ponden
Pieter Mathijsz 15 ponden
Janneken Cops 2 ponden
f. 31v
Thonis Blonck [schipper] 1 pond
[ORA Dordrecht inv. 1591, f. 34v e.v.: op 21 mrt. 1614 verklaart Thonis Cornelisz. Blonck, schipper en burger van Dordrecht, dat hij tot “verzekering” van de borgtocht, die zijn schoonvader, Mathijs Pietersz., kaaskoper en burger van Dordrecht, voor hem gedaan heeft, alsmede voor hetgeen hij zijn schoonvader schuldig is, verbonden te hebben een derde part van een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Floris Cornelisz. brandewijnmaker en de gang, die toebehoort aan de brouwer in “het Haentgen”, een vierde part van een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis “de Paeu” en het huis “de Lantscroon”, en nog een zesde part van in totaal 11 1/2 morgen land in Barendrecht en de vrijdom van IJsselmonde, hem, Blonck, aangekomen bij overlijden van zijn schoonmoeder.]
Thonis Damasz schipper, nihil habet 2 ponden
De weduwe van Wouter Rochusz 2 ponden
Willem Mathijsz, nihil habet 6 ponden
De weduwe van Cornelis Floris brandewijnman, insolvent 4 ponden
[ORA Dordrecht inv. 769, f. 110: op 3 sept. 1633 verkoopt Jan Matthijsz. van Balen aan Cornelis Matthijsz. Balen een huis op de Nieuwe Haven, genaamd “Jerusalem”, staande tussen het huis van Huijbrecht van Hocht en dat van Willem Mathijsz. Kent betaald, promittit quitare. Niet belast.]
f. 32
Embrecht van Hocht 22 ponden 10 s.
[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 29: op 21 april 1616 verklaart Hubrecht van Hocht, koopman en burger van Dordrecht, als man van Petronella Werckmans, dochter en mede-erfgename voor een vijfde deel van Otto Werckmans, wijnkoper en burger van Dordrecht, dat hij tot onderpand gesteld heeft twee naast elkaar staande huizen op de Nieuwe Haven, belend door het huis van Cornelis Florisz. brandewijnmaker en dat van Arij Geeritsz. kuiper.]
In de Tollebrugstraet [Waterzijde]
De weduwe van Willem Fransz 1 pond
Gerrit Houben, nihil habet 3 ponden
Thomas Gerritsz schiptimmerman 3 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1605, f. 109: op 15 aug. 1633 verklaart Thomas Gerritsz. schiptimmerman schuldig te zijn aan Anneken Jansdr. een somma van 500 gl., verbindende een huis in de Tolbrugstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Dirck Kelderman en dat van Jan Teller.]
Gerrit Thonisz schiptimmerman 1 pond
f. 32v
Gerrit Gerritsz [Cuyp] glaesmaker 1 pond
[“Vermoedelijk afkomstig uit Venlo en aldaar geboren. Als glazenmaker, glasschilder, grof- en fijnschilder sinds 19 januari 1585 lid van het Sint-Lucasgilde te Dordrecht. Op 15 mei 1644 begraven in de Grote Kerk te Dordrecht. Eerste huwelijk met Geerten Matthijsdr., weduwe van Bernaert Pelgrims, op 3 februari 1585. Geerten stierf in 1601”. Hij trouwde 2e 30 juni 1602 EverijnkenAlbertsdr., weduwe van Herman Janse hellebaardier, overleden 22 april 1622, 3e 3 juli 1623 Haesgen Henrick Lauwerensdr., wonende in de Grote Spuistraat, begraven juli 1624 in de Augustijnenkerk te Dordrecht, 4e 3 dec. 1624 Aegken Ariaens, weduwe van Jan Pietersz. Blom schipper, begraven dec. 1624 in de Grote Kerk van Dordrecht, 5e nov. 1625 Anneken Tielmansdr. van Bracht, weduwe van Gerrit Stoffels
Kinderen ex 1 (o.a.):
1. Maritke Gerritsdr., gedoopt NG Dordrecht 1 dec. 1585, tr. NG Zwijndrecht 28 okt. 1612 Pieter Willemsz. kleermaker
2. Abraham Gerritsz. Cuyp, vermoedelijk gedoopt NG Dordrecht 16 febr. 1588, glazenmaker/glasschilder, overleden vóór 15 juni 1631, trouwde 1e 12 juni 1612 Janneken Tonis Janssensdr., 2e 26 dec. 1627 Neeltgen Cornelisdr. (Beut), weduwe van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1631),tr. 1e Leenaert Adriaensz. schipper, tr. 3e NG Dordrecht15/29 juni 1631 Hessel Turcks, jongman van Bolsward, pottenbakker wonende op de Nieuwe Haven te Dordrecht (1631)
– 11 okt. 1612: “is in’t glasmakersgilde gecomen Abraham Geritsz. voor 10 st. alsoo hij een gildtbroers soon is en sonder kinderen”. (Oud-Dordrecht2004, nr. 3, p. 17)
– 3 okt. 1619: Abraham Gerritsz. glaesmaecker koopt van Lambert Cornelisz. Post metselaar een huis, staande [aan het Vlak op het Nieuwe Werk] tussen het huis van Maerten van Baelen en dat van Anthoni Lam. Koper betaalde met een schuldbrief van 450 gl. Borg: zijn vader Gerrit Gerritsz. Cuijp. (Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 19)
– 30 juni 1651: Neeltie Cornelis, weduwe van Abraham Gerritsz. Cuijp, verkoopt aan Anna van Lantschot een jaarlijkse losrente van 10 gl. op een huis op het Nieuwe Werk, staande tussen het huis vanArijen van Houven en dat van Sijmon Corstiaensz. schuitenvoerder. (ORA Dordrecht inv.778, f. 49)
3. Jacob Gerritsz. Cuyp, gedoopt NG Dordrecht dec. 1594, van Dordrecht wonende op de hoek van de Schrijversstraat (1618),kunstschilder, wonende overleden in 1651 (na 17 juni) of 1652, trouwde NG Dordrecht 28 okt./13 nov. 1618 (procl. in de Waalse kerk) Aertken Cornelisdr. van Cooten, van Utrecht wonende bij Goossen van Veersen (1618)
– 1620: Jacob Gerritsz. schilder, aan de kade bij de Blauwpoort “den houck omme”, betaalt 9 ponden in de verponding. In 1620 woonde Cuijp in het huis “de Cleijne Nagtegael”, het westelijke gedeelte van het tegenwoordige pand Nieuwe Haven 23-24. Hij verhuisde in 1622/1623 naar het huis “Samson” aan de Nieuwbrug. (Zie hieronder f. 79.) (Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 20-21)
– 17 juni 1651: Willem Andriesz., kleermaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jacob Gerritsz. Cuijp een jaarlijkse losrente van 15 gl. op een huis aan de Vogelmarkt tussen Claes Jansz. Raijen en Leendert Abrahams. (ORA 778, f. 44)
Kind:
3-a. Aelbert Jacobsz. Cuyp, geboren Dordrecht okt. 1620 (vermoedelijk in het huis “de Cleijne Nachtegael” aan de Nieuwe Haven [Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 20]), kunstschilder, diaken, ouderling, regent van het Heilig Geest- en Pesthuis ter Grooter Kerk, lid van de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, woonde sinds 1663 in een huis in de Wijnstraat bij de Wijnkoperskapel, begraven Dordrecht 15 nov. 1691 (in de Augustijnenkerk, als er al een zerk heeft bestaan, is die niet bewaard gebleven), trouwde 1658 Cornelia Boschman, weduwe van Johan van den Corput, lid van de Oudraad te Dordrecht, overleden in 1689
Zie ook Dordrecht Monumenteel nr. 77 (jan. 2021), p. 49 e.v.

Aelbert Cuijp, zelfportret
– 29 april 1659: Aelbert Cuijp, enige zoon en erfgenaam van wijlen Jacob Cuijp, verkoopt aan Joris Houbraecken, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug [het huis, dat hij van zijn ouders heeft geërfd], staande op de hoek van de trap, tussen die trap of steiger en het huis van Goossen de Bruijn. Koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 120 gl. (ORA Dordrecht inv. 782, f. 17 e.v.)
Kind:
3-a-1. Arendina Cuijp, gedoopt NG Dordrecht 10 dec. 1659, jonge dochter van Dordrecht (1690), trouwde NG Dordrecht 19 nov. 1690 (ondertrouw) Pieter Onderwater, weduwnaar van Maria van den Brandelaer, van Amsterdam (1690), brouwer te Dordrecht (vermeld 1691)
– 15 dec. 1691: mr. Adriaen van Nispen, advocaat voor het Hof van Holland, als man van Adriana van de Corput, en Pieter Onderwater, brouwer te Dordrecht, als man van Arendina Cuijp, beiden dochters van wijlen Cornelia Boschman, eerst weduwe van mr. Johan van de Corput, lid van de Oudraad te Dordrecht, en laatst echtgenote van wijlen Aelbert Cuijp, verkopen voor 525 gl. aan Adriaen van Wageningen, burger van Dordrecht, een tuin met tuinhuis, staande en gelegen op stadsgrond aan de westzijde van het Matena’s paadje tussen het huis van Van Malsen en de tuin van de weduwe Gelsdorp. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 400 gl. (ORA Dordrecht inv. 877, f. 91 e.v.)
Kinderen ex 2 (o.a.):
4. Gerrit Gerritsz. Cuyp, vermoedelijk gedoopt NG Dordrecht april/mei 1603, glazenmaker en schilder, secretaris van het polderbestuur van St. Anthoniepolder (vanaf 1644), begraven Dordrecht 2 nov. 1651, trouwde Bellijntje Tielmans Pleunisdr. van Bracht.
5. Benjamin Gerritsz. Cuyp, gedoopt NG Dordrecht dec. 1612, kunstschilder, overleden op 28 dec. 1652, ongehuwd.
(W. Veerman e.a., Aelbert Cuyp en zijn familie, schilders te Dordrecht [Dordrecht 1977], passim.)]
Opt Nieuwerck op de Hoogenieustraet
Dirck Hooft coopman 60 ponden
[Diederick Hoeufft, geboren Aken 1571, kwam einde 1601 van Luik naar Dordrecht, overleden ald. op 9 jan. 1634, zoon van Johan Hoeufft, houthandelaar te Luik en Catharina van Wessem, trouwde Maaseyck (huw. voorw. 5 okt.) 1596 Anna Luls, geboren Londen 17 april 1578, overleden Dordrecht na 7 okt. 1655, dochter van Mattheus Luls en Johanna van Hove. (bron: www.genwiki.nl)

Jacob Gerritsz. Cuijp, portret van Anna Luls
ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 170v: op 7 juli 1606 verkoopt Sophia Manternach Claesdr., geassisteerd met Cornelis Molen Adriaensz., burgemeester van het Gerecht te Dordrecht, aan Dirck Thooft, koopman te Dordrecht, een tuin en erf met een huis en “getimmer” daarop staande, zijnde drie erven, elk anderhalve roede breed en zes roeden acht voeten lang, gelegen op het Nieuwe Werck tussen het erf of de tuin van de weduwe van Cornelis Aertsz. timmerman en Corstiaen Bouwensz. Waarborg: Cornelis Molen Adriaensz.
In een pand aan de Wolwevershaven, thans nr. 44, werd in 1614 door Diederick Hoeufft een koperhuis gesticht. “Hoeufft was een van de vele protestantse vluchtelingen uit Limburg. Eerst had hij enkele jaren in Aken vertoefd en daar kennis gemaakt met de inheemse koperindustrie. Toen hij zich later in Dordrecht gevestigd had, richtte hij een fabriek op voor het gieten van koperen voorwerpen en het maken van geslagen koperen huishoudelijke artikelen. Deze fabriek kreeg de naam van “Het Koperhuis”. De stad gaf aan de stichter de grond in eeuwige huur, terwijl de arbeiders, die vrijwel zonder uitzondering uit Aken afkomstig waren, vrijdom van tocht en wacht kregen. Hoeufft werkte een tijd lang met Joris Houbraecken [zie f. 51] als compagnon, doch de samenwerking vlotte op den duur niet en nadat zij eerst het Koperhuis in tweeën gedeeld hadden, werd later Hoefft weer alleen eigenaar. Zijn erfgenamen verkochten het pand aan Dirck Aeldertsen de Veer, die het fraaie pand liet bouwen, dat [dateert van 1658 en]… wordt toegeschreven aan bouwmeester Pieter Post, die ook het huis “de Onbeschaamde” en misschien ook “het Bever-Schaep” ontwierp. (Lips, o.c., deel I, p. 224-225; zie ook Frijhoff, o.c., p. 42-43)
– 1622: hoofdgeld Dordrecht: Wolwevershaven, in het Koperhuis 9 knechten, 15 ponden (www.dordtenazoeker.nl, wijk 3, nr. 177)
– 20 nov. 1627: het Gerecht, de Oudraad en de Goede Lieden van de Achten van Dordrecht geven, ter bevordering van de nijverheid in de stad, vergunning aan Dirck Heuft en zijn compagnons, om “sijne gietwercken, meulenwercken, draetwercken, slaen van ketels, Schotse pannen, ende alles wes daer van dependeert, daer toe gebruijckende hamers, blaesbakken, ende wes daer toe is gerequireert, als sijnde een hantwerck nieuw hier in de Stad gepractiseert, vrij ongemolesteert, ende sonder contradictie van eenige gilden … [te] mogen gebruijcken, ende exerceren, ende willende hen luijden, noch daer en boven beneficieren,… octroijeren [zij] bij desen hunne arbeijders tot het voors. werck gebruijckt werdende vrijdommen van alle tochten, ende wachten, Bevelende alle capiteijnen, ende officieren van de wachten hen dese … gunste ende exemptie te laeten genieten”. (ORA Dordrecht inv. 10, f. 111v e.v.)
– 12 okt. 1632: Jan en Ysaack Houbraecken, erfgenamen “onder benefitie van inventaris” van hun vader zaliger, Joris Houbraecken, verkopen voor 640 gl. aan Dirck Heuft, koopman en burger van Dordrecht, een huis met ovens, staande op het Nieuwe Werk aan de vest tussen het ovenhuis van Heuft en het huis van Jan Jansz. de Haen. (ORA Dordrecht inv. 769, f. 64v)
– 1638: de weduwe van Dirck Hooft in de Hoge Nieuwstraat aangeslagen voor een vermogen van 60.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 23v)
ORA Dordrecht inv. 1618 (nieuw), f. 142 e.v.: op 10 nov. 1661 verkopen mr. Johan de Vallee, als man van Maria Hoeufft, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Matthijs en Diederich Hoeuft en Thomas Cletcher, als man van Anna Hoeuft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Martin Beeckman in Den Haag op 10 mei 1659, en tevens procuratie hebbende van Johan Hoeuft, Andries Manichet, als man van Elisabet Hoeuft, en Catarina en Sara Hoeuft, voor zichzelf en tevens vervangende Gabriel de Paulmier van St. Andree, als man van Barbera Hoeuft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Gerrit Houtman te Utrecht op 7 aug. 1660, allen erfgenamen van Diederich Hoeuft, voor 6000 gl. aan Dierick Allertsz. de Veer, twee naast elkaar staande huizen op de Nieuwe Haven, vanouds genaamd “het Cooperhuijs”, belast met een rente van 15 gl. jaarlijks en een rente van 10 gl. jaarlijks, die de stad Dordrecht erop sprekende heeft, welke renten Isaac van de Mal, als procuratie hebbende van Dirck Allertsz. de Veer, verklaart te zijnen laste te nemen. Van de Mal verklaart, dat de koper schuldig is aan verkopers een somma van 5000 gl.
Kinderen:
a. Johan Hoeuft, geboren 1601
b.Mattheus Hoeuft, gedoopt NG Dordrecht mei 1606
c. Anna Hoeufft, gedoop NG Dordrecht nov. 1608, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1642), overleden in 1654, trouwde Den Haag (Kloosterkerk)/NG Dordrecht 23 mrt./16 april 1642 Thomas Cletcher, geboren ca. 1598, weduwnaar van ‘s-Gravenhage, wonende ald. (1642), zilversmid en juwelier, burgemeester van Den Haag 1652-1657, overleden Amersfoort 2 juni 1666, trouwde 1e 1625 Anna Ghijsberti, 2e 1639 Adriana van der Willigen, zoon van Thomas Cletcher en Tanneken van Breen.

Thomas Cletcher
d. Dirck Hoeuft, gedoopt NG Dordrecht juli 1611
e. Elisabeth Hoeuft, gedoopt NG Dordrecht dec. 1616, trouwde Andries Manichet
f. Maria Hoeft, gedoopt NG Dordrecht mei 1619, trouwde Johan de Vallee
g. Sara Hoeuft, gedoopt NG Dordrecht sept. 1623
Zie ook: http://tacotichelaar.nl/wordpress/jean-hoeufft/]
Matthijs de Lares 6 ponden
[Matthijs de Laresse, trouwde Catharina Mibais (Mubais, Hibays)
Kinderen (o.a.):
a. commandeur Hubrecht de Laresse, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1622 [zie Lantarengeld Dordrecht ca. 1693 op deze website]
Thomas Boudicx 3 ponden
De schoonzuster van Thomas Boudicx 2 ponden
f. 33
Daniël de Meester predicant 7 ponden
[Daniël Demetrius Andriesz. (de Meester), van Groote- en Kleine Lindt, beroepen juni 1609, overleden 28 aug. 1627]
De weduwe van Cors van Attenhoven 3 ponden
Laurens Posson 8 ponden
Michiel Henricxs tijckwercker 1 pond
Aen de haven
Jacob Sonnemans [houtkoper] 50 ponden
[Jacob Sonneman, geboren ca. 1566 trouwde ca. 1595 Elisabeth van Nederhoven
ONA Dordrecht inv. 4, f. 188: verklaring dd 10 sept. 1605 door o.a. Jacob Sonneman, houtkoper te Dordrecht, 39 jaar oud, op verzoek van Hans Wagens, koopman te Dordrecht.
13 juli 1616: Jacob Sonnemans, burger van Dordrecht, stelt zich borg voor zijn vader, Maertijn Sonnemans, voor de eventuele lasten, die zullen vallen op 7 morgen land, gelegen onder de karspel van Elst in de Over-Betuwe omtrent Nijmegen, welk land op 3 april 1613 door Maertijn Sonnemans is verkocht aan Cristina Bruijn, weduwe van Jacob Termaeten, burger van Arnhem, verbindende een huis op de Nieuwe Haven tegenover de Houten Brug, staande tussen het erf van Jona Rochet en ’s herenstraat. (ORA Dordrecht inv. 1593, f.. 68v e.v.)
21 mei 1638: mr. Herman Halling, schepen in wette van Dordrecht, vervangende Jacob van de Graeff, wonende te Delft, voor 1/3 part, en Govert Sonnemaens, als procuratie hebbende van Jacob Sonnemaens, heer van Rijsoord, voor 2/3 parten, verkopen aan Lambert Lambi[n]on, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de weduwe van Piron Lambinon en dat van Grietge Veris. De koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 675 gl. (ORA Dordrecht inv. 7, f. 76v e.v.)]
f. 33v
Geerloff Fransz 2 ponden
Aert Hillen [schipper] 8 ponden
[Aert Hillen, een Maasschipper afkomstig uit Wessem in Limburg, was van 1619 tot 1658 eigenaar van “’t Huys te Hemert” aan de Nieuwe Haven, dat tegenwoordig aan de rechterzijde belend wordt door Museum Simon van Gijn. (Oud-Dordrecht, 2003, nr. 1, p. 41-42)
ONA Dordrecht inv. 134, f. 442: testament van Ida van de Camp, de weduwe van Arent Hillen, burgeres van Dordrecht.]
Jan Janssen [de Haen] pottebacker, nihil habet 4 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1602, f. 1v e.v.: op 7 jan. 1626 verkoopt Jan Jansz. de Haen, pottenbakker en burger van Dordrecht, aan Luijtgen [Lijntgen] Ariens, jonge dochter, een jaarlijkse losrente van 30 gl., verzekerd op de helft in een huis en pottenbakkerij, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van Aert Hillen en dat Guilliam van Norenburch.
ORA Dordrecht inv. 1603, f. 63 e.v.: op 13 mrt. 1629 verklaart Jan Jansz. de Haen, pottenbakker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Lijntgen Arijensdr. een somma van 1300 gl., verbindende een huis en pottenbakkerij op de Nieuwe Haven, staande tussen het Koperhuis van Dirck Heuft en de stadsvest.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 4v: op 10 febr. 1634 verkoopt mr. Matthijs Berck, secretaris van Dordrecht, als “sequestrerende” de goederen van Janneken Arijensdr., weduwe van Jan Jansz. de Haen pottenbakker, aan Claes van Houdaen, een huis omtrent de Vuilpoort, genaamd “den Cleijnen IJserman”, staande tussen het huis van Thijs Crijnenen dat van Lambert Hulsthout.]
De weduwe van Cornelis Jacobs pottebacker, nihil habet 3 ponden
Guilliam van Norenburch [Willem van Neurenberg] 20 ponden
[Zie ook Genealogie Van Neurenburg op deze website.
ORA Dordrecht inv. 1597, f. 14 e.v.: op 31 mrt. 1621 verkopen Carel Merchenier, als man van Maria van Neurenburch, en Pieter Adriaensz. van Delft, als man van Anneken van Neurenburch, voor 2400 gl. aan Guillaume van Neurenburch, koopman en burger van Dordrecht, hun zwager, elk een vijfde part in een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Jan Jansz. pottenbakker en dat van Frans Lebuwijnsz. steenhouwer.]
f. 34
Ghilbert Henricxs 4 ponden
De weduwe van Roloff Fransz 1 pond
Piron Lambinon 1 pond 10 s.
[Een oorspronkelijk uit Luik afkomstige handelaar in ijzer. (Frijhoff, o.c., p. 42)
– 12 okt 1610: Piron Lambinon koopman koopt voor 3600 gl. een huis op het Nieuwe Werk, waar tegenwoordig uithangt “Venlo”, staande tussen ’s herendwarsstraat en het huis van Matthijs Volgraven, met alle vrijdommen, zoals de verkoper het huis op 30 april 1608 van Mathijs Vulgraven gekocht heeft. (ORA Dordrecht inv. 751, f. 118)
Hij is overleden ca. 1636: hij benoemde in zijn testament tot voogden over zijn onmondige erfgenamen Salomon Specx, koopman te Luik, en Louijs de Geer en Johan de Thier, kooplieden te Dordrecht. (Weeskamer Dordrecht inv. 19, f. 33, extract dd 13 mrt. 1636.)]
Bastiaen Woutersz schipper 2 ponden
[Zie Kwartierstaat Van Hartigsveld op deze website.]
Cornelis Florisz Nellis, is nijet quotisabel 10 ponden
[29 mrt. 1588: Cornelis Florisz. schipper verkoopt aan Adriaen Cornelisz. Roerom de helft van de “zijdelmuere” van zijn huis en de grond, waarop die muur staat, liggende naast het erf van Adriaen Cornelisz. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 79v)
ORA Dordrecht inv. 1593, f. 6 e.v.: op 29 jan. 1616 verkoopt Cornelis Florisz. Nellis, schipper en burger van Dordrecht, voor 900 gl. aan Herman Bongert, koopman en burger van Dordrecht, een huis op het Nieuwe Werck, strekkende van de straat tot achter op de stadsvest,staande tussen het huis van de koper en het erf en de huisjes, die toebehoren aan Jan Sandra, koopman wonendete Amsterdam. Waarborg: Corstiaen Stevensz. schiptimmerman. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 600 gl.]
f. 34v
Corstiaen Stevensz.[Cramerheijn] 6 ponden
Gerrit Vogel 4 ponden
Geurt Geurtsz [van Tricht] 10 ponden
Arent Janssen Vogel 6 ponden
De weduwe van Sip Severijnsz 8 ponden
T tweede quartier somma 2287 gl.
f. 35
Derde quartier van Gravestraet tot aent Groote Hooft ende van daer wederom tot aende zelve straete
Hendrick van Dilsen 20 ponden
Heijltge Zegers 2 ponden
Pieter de Carpentier 12 ponden
[ONA Dordrecht inv. 91, f. 543: verklaring dd 14 april 1654 door o.a. Pieter de Carpentier, circa 62 jaar oud.]
Antonis Anthonisz schrijnwercker 4 ponden
[ORA Dordrecht inv. 754, f. 61v e.v.: op 25 mei 1613 verkopen Franchoijs van Bonckelwaert en Engeltgen Gijsbrechts, weduwe van Rocus Jansz., geassisteerd met Gijsbrecht Roockusz., haar zoon, aan Anthoni Anthonisz. schrijnwerker een huis genaamd “het Paradijs”, staande omtrent de Nieuwbrug aan de poortzijde [Wijnstraat] tussen het huis genaamd “Beaumont”, toebehorende aan verkopers en het huis van de erfgenamen van Henrick Hiesvelt. Waarborgen: Geerit Geeritsz. Walborch brouwer en Jan Jansz. Slijp, burgers van Dordrecht. Koper kent schuldig aan verkopers een somma van 2024 gl. Borgen: Cornelis Florisz. en Cornelis Francken, burgers van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 41v: op 23 aug. 1630 verklaart Anthonis Anthoniz., schrijnwerker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jacob Jacobsz. een bedrag van 400 gl., verbindende een huis omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Cornelis Mathijsz. en dat van de erfgenamen van Ossenburch.
ONA Dordrecht inv. 57, f. 875v: op 14 dec. 1632 compareert Anthonis Anthonisz. schijnwerker, als echtgenoot van Maria Claphouwers, die eerder gehuwd was met Joos Boots, in zijn leven inwoner van Antwerpen.]
f. 35v
Ocker Cornelis van de Wercken, is vertrocken 5 ponden
Adriana Anthonisdr. 3 ponden
Elisabeth Willems weduwe van Abraham Wouters[van Duijnen] 1 pond
[ORA Dordrecht inv. 764, f. 33: op 16 mei 1623 verkoopt Elizabet Willemsdr., weduwe van Abraham Woutersz. van Duijnen voor 4000 gl. aan Willem Jansz. Wens, steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Henricxsz. van Slingelant en dat van Jaecques Bornwater. Waarborg: Herman Dircxsz. van Wijngaerden. Koper is schuldig aan verkoopster een jaarlijkse losrente van 31 gl. 5 st. Koper is tevens schuldig aan Maria Boucquet, weduwe van Daniël Oems, een somma van 3000 gl. Borg: Dirck Joosten, molensteenhouwer en burger van Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 55, f. 84v: op 14 dec. 1624 verkoopt Elisabeth Willemsdr., weduwe van Abraham Woutersz. van Duijnen, steenhouwer en burger van Dordrecht, voor 1350 gl. aan Gerrit Pietersz., kleermaker en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Roeloff Dircxsz. van Deuren en dat van Lodewijck Pietersz. kleermaker.]
Oth Janssen tinnegieter 1 pond
Jaecques Braem 6 ponden
f. 36
Aen dander zijde
Jan Janssen Morlet schoenmaker 10 ponden
De weduwe van Jan van Cuijckhoven 12 ponden
Maria Rijsers 7 ponden
Cornelis Dircxsz Praem 35 ponden
[Cornelis Dircxsz. Praem, van Dordrecht (1589), weduwnaar van Dordrecht (1605), overleden tussen 15 mrt. 1623 en 30 jan. 1629, trouwde 1e NG Dordrecht 18 juni/2 juli 1589 Aachten van Beemondt Willemsdr, weduwe van Dordrecht (1589), trouwde 1e Jacob Govaertsz. van Eijck, Cornelis trouwde 2e NG Dordrecht 11 sept. 1605 (ondertrouw, per schrijven van Brielle, bescheid gegeven om ald. te trouwen op 27 sept. 1605) Maria Arent Dammersdr., weduwe van Dordrecht wonende in Brielle (1605), trouwde 1e Mathijs Geritsz. Rijsbergen
ONA Dordrecht inv. 13, f. 408: op 15 mrt. 1623 testeert Cornelis Dircxsz. Praem. Hij bevestigt de huwelijkse voorwaarden, die hij met zijn vrouw Maria Dammert Arentsdr. heeft gepasseerd ook 3 sept. 1605, alsmede het codicil, dat zij hebben gepasseerd voor notaris H. Balis op 18 juli 1620. Hij legateert aan de huisarmen van Dordrecht een somma van 120 gl., aan zijn neef Adriaen Praem, die hij verder uitsluit van zijn nalatenschap, een gouden rijder van 11 gl. en 6 st., en aan zijn vrouw een somma van 1000 gl., al hun huisraad, al haar spaar- of potpenningen van goud en zilver, al haar juwelen en kleinodiën, haar kleren, en al het ongemunt en verguld zilverwerk. Tot erfgenamen van al zij overige na te laten goederen benoemt hij zijn verwanten ab intestato, met uitzondering van zijn neef Adriaen Praem.
ONA Dordrecht inv. 14, f. 344: op 30 jan. 1629 testeren Maria Arent Dammersdr., weduwe van Cornelis Dircxksz. Praem, en Sophia Arent Dammersdr., ongehuwde persoon, zusters wonende te Dordrecht, Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 100 gl. en aan het weeshuis van Dordrecht 200 gl. Tot hun erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende van beiden een somma van 200 gl. uit te keren. Gedaan ten huize van Maria Dammers, staande in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 645: op 1 mei 1629 verklaart Maria Dammert, weduwe van Cornelis Dircxsz. Praem, dat ongeveer twee jaar eerder kwestie is ontstaan aangaande de “geute”, liggende tussen haar huis, genaamd “de Drije Coningen”, staande in Brielle in het Zuideinde en het huis van Jan Theunisz. houtkoper, waar uithangt “het Vergulden Hecken”. De comparante verklaart, dat zij op haar kosten de “geute” voortaan zal onderhouden.
Cornelis Rijser wijncooper 4 ponden
[Cornelis Cornelisz. Rijser(s), wijnkoper van Dordrecht, zoon van Cornelis Laureijsz. Rijser en Maria Cornelisdr. van Beveren, trouwde NG Dordrecht 1 okt. 1617 (per schrijven van Den Haag, getrouwd na het derde gebod in Den Haag) Maria [van] Strijen Claesdr., van de Westmaas, wonende in Den Haag. Haar vader, Nicolaes (Claes) Adriaensz. van Strijen, was o.a. schout en dijkgraaf van Westmaas. Cornelis’ moeder was de dochter van de eerste hervormde burgemeester van Dordrecht, Cornelis Pietersz. van Beveren. (R. Kappers en K.J. Slijkerman, Van Strijen. De polderpatriciërstak in de Hoeksche Waard van een uit Leiden afkomstig geslacht. [Schoonhoven/Rotterdam 1984], p. 39-41; Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 66-67.
10 jan. 1623: Jacob de Witte, wonende te Dordrecht, verkoopt voor 4000 gl. aan Cornelis Rijser, koopman en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwbrug aan de Poortzijde [Wijnstraat], staande tussen het huis van Cornelis Dircxsz. Praem en dat van Geerit Neuij. Waarborg: Johan Bom van Cranenborch, brouwer en burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper 3500 gl. Borg: Jan van Cuijckhoven, koopman en burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 764, f. 1 e.v.)]
f. 36v
Jan van Dalen 8 ponden
Pauwels Elbo notaris 4 ponden
Jasper Troijen den Jongen 1 pond
[NG trouwboek Dordrecht 28 aug. 1616: Jasper Troijen boekverkoper weduwnaar van Mechelen en Lijsbet Sculpers van Gent weduwe van mr. Pieter Rogiers, getrouwd op 25 sept. 1616]
Jan Jacobsz van Vlijmen, woont t’Sevenbergen 2 ponden
De weduwe van Dirck Pion met haeren zoon 30 ponden
f. 37
De weduwe van Willem Stoffelsz 9 ponden
Hans Vaens backer 25 ponden
[Hans Vaens Jansz., van Antwerpen (1595), bakker, en Elisabeth Cornelis Cornelisdr., van Dordrecht (1595)
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Willem, febr. 1597
b. Pauls, sept. 1599
c. Cornelis Vaens, jan. 1601, zie de pagina Lantaarngeld op deze website (f. 84)
d. Heijltgen, febr. 1603]
Gijsbert van Haerlem 20 ponden
[Gijsbert van Haerlem Rochusz., geboren ca. 1579, trouwde 1e Liedewij van Diemen, 2e Anna Paiguijet, trouwde 1e Jan Sijbertsz. Wor
ONA Dordrecht inv. 24, f. 390: verklaring dd 27 okt. 1619 door Gijsbert van Haerlem Rochusz., 40 jaar oud, wonende te Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 93v: op 3 nov. 1624 testeren Ghijsbert van Haerlem en zijn vrouw Liedewij van Diemen, wonende te Dordrecht, beiden ziek te bed liggende. Hij legateert aan de armen te Dordrecht een somma van 200 gl., aan Anthonij van Beaumont, zijn zwager zij “caffe fluwelen” kleren en aan Cornelis Melchiorsz. Coninck, zijn zwager, al zijn hemden en kragen. Zij legateert aan haar dochter Cornelia van Haerlem haar diamanten ring en vergulde ketting en al het zilver “tot haeren lijve behoirende”. In alle overige goederen, die zij zullen nalaten, benoemen zij tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden, mits dat hij of zij gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden etc. tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan een behoorlijke uitzet te geven en daarenboven elk een somma van 2000 gl. Tot voogden benoemen zij naast de langstlevende van hen beiden Jan van Haerlem en Cornelis van Diemen, resp. hun broer en zwager, en Herman Oem Jansz., hun neef.
9 jan. 1627: comp. Ghijsbert van Haerlem, koopman en burger van Dordrecht, weduwnaar van Lidewij van Diemen, enerzijds en Anna Paignijet [Panij], weduwe van Jan Sijbertsz. Wor, geassisteerd met haar tante Alidt van Beverwijck Dircksdr., weduwe van Dominicus Boot, anderzijds, om huwelijkse voorwaarden te maken. (ONA Dordrecht inv. 16, f. 127)
26 mei 1646: Johan van Galen, secretaris van de Lopikerwaard, als man van Liedewijna van Haerlem, en Arent Dichter, als man van Anthonetta van Haerlem *, voor zichzelf en tevens vervangende Anna Panij, weduwe van Gijsbert van Haerlem, en Cornelia van Haerlem, resp. hun behuwd moeder en zuster, alsmede Johan van Haerlem, oudraad van Dordrecht, als voogd van de onmondige zoon van Gijsbert van Haerlem, verkopen aan Marcelis de Haen, burger van Dordrecht, een huis, bestaande uit twee gevels, staande [in de Wijnstraat] tegenover de Schrijversstraat tussen het huis van verkopers en dat van Cornelis Vaens. Koper is schuldig aan Marchelis Anthonisz. een somma van 2800 gl. In de marge van deze akte staat: ” [Op 27 mei 1649] Compareerde voor d’heer Mr. Cornelis van de Loo schepen in Dordrecht Marcelis Anthonisz. ende verclaerde dat alsoo Marcelis de Haen een gedeelte vande huijse int witte geroert, te weten den gevel aende sijde vande huijse van de heere Thesaurier Corn. Vaens vercocht ende opgedragen heeft aen … Jacob Beeck, derhalven tselve hypotheecq bijden voors. Beeck gecocht te ontslaen vande verbintenisse inden selven brieve geroert … “(ORA 775, f. 112 e.v.)
* Anthonetta van Haerlem, geboren Dordrecht naar schatting ca. 1610, dochter van Gijsbert van Haerlem Rochusz. en Liduwi van Diemen Gijsbertsdr. (M. Balen, Beschryvinge der Stad Dordrecht [Dordrecht 1677], deel II, p. 1076), trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 12/28 aug. 1638 Arnoult Dichter(s), jongman van Luik, zoon van Nicolaes Dichter(s) en NN]
Jan van Haerlem 5 ponden
Cornelis van Diemen 6 ponden
f. 37v
Pieter Willemsz wijncooper 4 ponden
Willem Beeck [wijnkoper] 40 ponden
[Willem Beeck, geboren ca. 1582, van Dordrecht (1609), koopman van Rijnse wijnen, overleden tussen 7 aug. 1638 en 20 jan. 1639 (ONA Dordrecht inv. 59, f. 714v en 835v), zoon van Caspar Beeck en Martha Engelbrecht, trouwde NG Dordrecht 18 okt. 1609 (ondertrouw, per schrijven van Amsterdam) Anneke Martensdr. Hoefijser, van Amsterdam (1609), OSP, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 juni 1674 (twee maal luiden over Anna Houffijser weduwe van Willem Beeck, is in de Augustijnenkerk begraven), dochter van Marten Jansz. Hoefijser en Catharijna Thijmonsdr.
NG trouwboek Amsterdam 12 okt. 1609: Willem Beeck van Dordrecht koopman van Rijnse wijnen 27 jaar oud wonende te Dordrecht geassisteerd met Caspar Beeck en Martha Engelbrecht zijn ouders en Anneken Houfijsers Martensdr. 16 jaar oud wonende in “de convoij” geassisteerd met Marten Jansz. Houffijser en Trijntgen Tijmonsdr. haar ouders.
ONA Dordrecht inv. 11, f. 741: verklaring dd 27 juli 1616 door Caspar Beeck, ongeveer 80 jaar oud, en Willem Beeck, 33 jaar oud, vader en zoon, kooplieden en burgers van Dordrecht, op verzoek van Pieter Beeck, burger van Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 12, f. 257v: op 11 juni 1618 kopen Willem Beeck wijnkoper en Hendrick Wijnantsz. metselaar, burgers van Dordrecht, elk voor de helft de huizen van Cornelis Alberts. waagknecht en Andries Jansz. “grachtdieper”, staande in de Mariënbornstraat tussen de gracht en het huis van Hendrick Wijnants.
ONA Dordrecht inv. 12, f. 468: op 29 aug. 1619 verklaren Caspar en Willem Beeck, vader en zoon, kooplieden van wijnen, burgers van Dordrecht, dat zij gedurende enige jaren in compagnie met Pieter van de Cruise hebben gehandeld in Rijnse wijnen, elk voor een derde part, en dat na het overlijden van Pieter van de Cruijce de compagnie is “gescheiden ende gesepareert”.
ONA Dordrecht inv. 12, f. 590: op 24 juni 1620 transporteert Willem Beeck, koopman van wijnen en burger van Dordrecht, als man van Anna Hoefijzers, aan zijn zwager Pieter Houffijser, ontvanger-generaal van de konvooien te Amsterdam, zijn portie in een aandeel in de VOC, welke hem aangekomen is bij overlijden van Anneken Cornelis, weduwe van Arnoldus Cornelis, predikant te Delft, de tante van zijn vrouw.
ONA Dordrecht inv. 59, f. 714v: op 7 aug. 1638 verleent Willem Beeck, koopman van Rijnse wijnen, als man van Anna Houffijser, dochter en erfgenamen van Maerten Jansz. Houffijser en Catharina Thijmonsdr., procuratie aan Hendrick Jansz., beeldhouwer te Amsterdam, en diens vrouw Aeltgen Sanders, om te vorderen van Hendrick Jacobsz. Hoochcamer of diens vader Jacob Pietersz. Hoochcamer als borg een somma van 4500 gl.
ONA Dordrecht inv. 60, f. 491: op 12 jan. 1642 verklaart Anna Hoeffijser, weduwe van Willem Beeck, dat zij vernomen heeft, dat de curators namens de crediteuren van haar broer Pieter Hoeffijser, gewezen ontvanger van de konvooien en licenten te Amsterdam, buiten haar kennis te koop gezet hebben het huis, dat is nagelaten door haar moeder Catharina Thijmensz. van Opmes, weduwe van Martinus Jansz. Hoeffijser, staande op de Zeedijk tegenover het kantoor van konvooien en licenten, verhuurd aan Hendrick Sticke. De comparante verleent procuratie aan Laurentius Lambertius, notaris te Amsterdam, om genoemde curators “gerechtelijk te doen interdiceren”, dat zij haar aandeel in het huis niet mogen verkopen.
ONA Dordrecht inv. 64, f. 284: op 3 jan. 1654 maakt Anna Houffijser, weduwe van Willem Beeck, koopman van Rijnse wijnen, burgeres van Dordrecht, haar testament. Zij herroept het testament, dat zij op 28 jan. 1653 gepasseerd heeft voor notaris D. Eelbo te Dordrecht. Tot haar erfgenamen benoemt zij de twee dochters van wijlen Jannetta Hoeffijser, dochter van haar broer wijlen Pieter Hoeffijser, ontvanger van de konvooien en licenten te Amsterdam, bij haar verwekt door Mauritius Bacx, ritmeester in Nederlandse dienst, genaamd Anna Catharijna Bacx en Geertruijt Bacx, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Indien een van haar beide erfgenamen komt te overlijden voor mondigheid of huwelijk, benoemt zij tot mede-erfgenaam hun broer Johan Bacx of bij vooroverlijden zijn nakomelingen. Indien echter al haar voornoemde erfgenamen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, benoemt zij tot haar erfgenamen de nakomelingen van Thimon Corten, Martinus Corten, Jacobus Corten en Isaack Corten, de zoons van haar zuster Bartha Hoeffijser, bij haar verwekt door wijlen Jan Corten. “Ende int regart van haere schilderijen, als oordelende d’ selve van importantie, ende bij oude experte vermaerde meesters gedaan te zijn, daervan sal de vercoopinge geschieden ende gedaen moeten werden met voorgaende affixie van billietten soo binnen dese als andere nabuijrige steden te affigeren, daer des van noode … werden zal, opdat d’selve daerdeur des te beter tot haere weerde vercocht … soude mogen werden”. Tot executeurs van haar testament stelt zij aan mr. Johan Moens, raadpensionaris van Rotterdam, Henricus Diabeticus, predikant te Dordrecht, Jean Jarde en Johan van Woensel, resp. haar neef en goede vrienden.
ONA Dordrecht inv. 65, f. 610: op 28 nov. 1659 testeert Anna Hoeffijser, weduwe van Willem Beeck, koopman van Rijnse wijnen, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan Selijken Dircxdr., haar dienstmaagd, als die bij haar overlijden nog bij haar inwoont, een obligatie van 600 gl. Tot haar erfgenamen benoemt zij de nakomelingen van Hendrick Hoeffijser, de zoon van haar overleden broer Pieter Hoeffijser, voor de eerste staak. Hendrick zal van de goederen, die zij aan zijn nakomelingen nalaat het vruchtgebruik hebben. Voor de tweede staak benoemt zij tot haar erfgename Geertruijt Bacx, dochter van haar overleden zuster Jannetta Hoeffijser, dochter van haar broer Pieter Hoeffijser, bij haar verwekt door Mauritius Bacx, ritmeester in het Nederlandse leger, op voorwaarde, dat uit de goederen, die Geertruijt van haar zal erven, aan haar zuster Anna Catharijna Bacx of haar nakomelinge zodanige somma zal uitreiken, als zij, testatrice schriftelijk zal verklaren. Zij benoemt tot erfgenamen voor de derde en vierde staak resp. de zoons van haar zuster [Bartha Hoeffijser], genaamd Isaack en Thijmon Corten, op voorwaarde, dat Thijmon van de door hem te erven goederen alleen het vruchtgebruik zal hebben en dat de eigendom ervan na zijn dood zal komen aan zijn nakomelingen. Zij benoemt de kinderen van wijlen Jacobus Corten tot erfgenamen voor de vijfde staak en de kinderen van Martinus Corten voor de zesde staak, op voorwaarde, dat Martinus van de goederen, die zij van haar zullen erven, het vruchtgebruik krijgt. Indien Martinus Corten voor zijn vrouw komt te overlijden, zal zij het vruchtgebruik krijgen van de goederen, die haar kinderen van de testatrice zullen erven, tot het moment, waarop zij gaat hertrouwen of anders tot haar overlijden, zoals ook de weduwe van Jacobus Corten het vruchtgebruik zal hebben van hetgeen haar kinderen van de testatrice zullen erven. Evenals de kinderen van Jacobus zullen haar overige erfgenamen ook moeten delen in de erfenis van haar overleden broer Dirck Hoeffijser. Van die goederen zal de weduwe van Jacobus, Anna van Hoorn, ook het vruchtgebruik hebben. Tot executeurs van haar testament benoemt zij Hermanus Dibbetius, predikant te Dordrecht, en haar neef Isaac Corten. De goederen, die zij nalaat aan haar minderjarige erfgenamen en die “met tochte beswaert” zijn, zullen beheerd moeten worden door de weesmeesters te Amsterdam, aangezien de meeste van haar erfgenamen in die stad wonen.]
Mr. Johan van Teijlingen 2 ponden
Jan van der Plancken 5 ponden
Corstiaen Coenraets wijncooper 2 ponden
f. 38
Hans Coperts coopman 80 ponden
De weduwe van Staes Reijniersz 3 ponden
[NG trouwboek 24 april 1594: Staes Reijniersz. wijnkuipersgezel van Ameroijen bij Bommel en Gritten [Grietgen] Evert Heijndricxdr. van Dordrecht getrouwd op 10 mei 1594]
Gerrit Thijns met zijn moeder en zuster 60 ponden
[Gerrit Gerritsz. Thiens, van Aken (1616), weduwnaar van Aken (1621), trouwde 1e NG Dordrecht 22 mei/3 juni 1616 (door schrijven van Daniel de la Vigne) Anna Cornput Hendricxsdr., van Dordrecht (1616), 2e NG Dordrecht 25 april 1621 (door schrijven van La Vigne) Barbara Blommers, weduwe van Maaseik (1621), trouwde 1e Adriaen van Berckel
ONA Dordrecht inv. 56, f. 275: op 29 nov. 1627 verlenen Diderich Heufft, voor een achtste part, en Gerart Thiens voor twee achtste parten, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Marcellis Thiens, voor een half achtste part, beiden kooplieden en burgers van Dordrecht, procuratie aan Anthonij Monier, wonende te Stockholm, samen met Samuel Blommaert, voor een half achtste part, Anthonij Monier zelf voor een achtste part en Abraham Melis en Abraham Weerden, elk voor anderhalf achtste part, hun resp. aandelen in de koperwerken te Nacken bij Stockholm, om bekend te maken aan de koning van Zweden en zijn rijksraden “dat bij d’ aflijvicheijt van d’een of d’ander de voorsz. constituanten hare erven, ofte actie hebbende daer inne mogen geërfd ende bekent wesen”.
Kinderen:
Ex 1:
a. Gerart, gedoopt NG Dordrecht febr. 1618
b. Hijlwich, gedoopt NG Dordrecht juni 1619
Ex 2:
c. Geraert. gedoopt NG Dordrecht febr. 1622
d. Johanna en Johannes, gedoopt NG Dordrecht febr. 1625
e. Samuel, gedoopt NG Dordrecht juni 1629]
Dr. Beverwijck 15 ponden
[Johan van Beverwijck, geboren Dordrecht 17 nov. 1594, overleden ald. 19 jan. 1647, zoon van Bartholomeus Beverwijk Dirksz. en Maria Boot van Wezel. Promoveerde als doctor in de medicijnen te Padua op 30 mei 1616, vestigde zich ca. 1618 als arts te Dordrecht, op 8 nov. 1625 benoemd tot stadsmedicus, was schepen en veertigraad van Dordrecht. Auteur van o.a.: Kort bericht om de pest te voorkomen (Dordrecht 1636), Schat der Gesontheijt (Dordrecht 1636), Het begin van Hollandt in Dordrecht (Dordrecht 1640), Heil-konste (1645). Zie ook Balen, o.c. deel II, p. 982-983.
Doctor Jan Beverwijck betaalde in de verponding van 1620 voor zijn huis in de Wijnstraat 16 ponden en 6 sch. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 59
–8 nov. 1625: de Oudraad van Dordrecht benoemt met eenparigheid van stemmen tot stadsdoctor Johannes van Beverwijck, als opvolger van de overleden stadsmedicus dr. Jordaen Foreest. Dr. Cornelis van Someren heeft na het overlijden van dr. Foreest in zijn ééntje de plaats van beide stadsdoctoren waargenomen. (ORA Dordrecht inv. 10, f. 29)
NG trouwboek Dordrecht 24 mrt. 1620: Johannes van Beverwijck doctor in de medicijnen van Dordrecht en Anna van Duverden van Voort van Amersfoort, door schrijven van Amersfoort, proclamatio in Gallico templo
ONA Dordrecht inv. 16, f. 91: op 20 aug. 1624 overhandigt Johan van Beverwijck, doctor in de medicijnen te Dordrecht, aan Daniël Eelbo, notaris te Dordrecht, het besloten testament van zijn overleden echtgenote Anna van Duverden [van Voort], gepasseerd voor notaris H. van Naerden op 14 okt. 1619. Het testament wordt geopend en voorgelezen ten huize van Van Beverwijk in aanwezigheid van Dirck en Willem van Duverden van Voort, Johan Saell vvtten Engh, oud-burgemeester van Amersfoort, Odilia van Duverden van Voort, resp. de broers, zuster en zwager van Anna van Duverden, alsmede van Daniël de la Vigne, predikant van de Waalse gemeente te Dordrecht, Philips Apersz. van Beverwijk en mr. Maximiliaen Bouman stadschirurgijn. Het testament luidt als volgt: Anna van Duverden, echtgenote van Johan van Beverwijk, benoemt hem, als zij zonder kinderen komt na te laten, tot haar enige erfgenaam.
Hij trouwde 2e 2 dec. 1626 Elisabeth de Backer, dochter van Willem de Backer, thesaurier van Zierikzee, en Jacobmina de Witte (Gens Nostra 1968, p. 300)
Zie ook Dordrecht Monumenteel nr. 77 (jan. 2021), p. 8 e.v.
Ex 2:
a. Maria van Beverwijck, gedoopt NG Dordrecht 11 mrt. 1642, begraven Dordrecht 3 dec. 1687, trouwde NG Dordrecht 20 aug. 1659 Blasius van Haerlem, gedoopt NG Dordrecht, begraven Dordrecht 1 jan. 1672, zoon van Blasius van Haerlem en Geertruid van den Honaert]

Dr. Johan van Beverwijck
Truijcken Bouwens weduwe van Hendrick Stierman 9 ponden
f. 38v
Adriaen Claesz Jager 1 pond
De weduwe van Willem Joosten van der Loo [wijnkoper] 80 ponden
[Willem Joosten van der Loo, jong gezel van Geertruidenberg (1588) trouwde NG Dordrecht 25 sept./9 okt. 1588 Maria Cornelisdr. Moelen (Molens), van Dordrecht (1588)
ONA Dordrecht inv. 55, f. 56v: op 10 okt. 1624 verlenen Maria Molens, weduwe van Willem van der Loo, wonende te Dordrecht, geassisteerd met haar zoon mr. Adrianus van der Loo, licentiaat in de rechten, en Pieter Rijckers, beitelschipper en burger van Nijmegen, procuratie aan Frederick de Man, procureur te Culemborg, om te vorderen van de boedel van Henrick Spoor en zijn vrouw, gewoond hebbende te Culemborg, hetgeen die boedel schuldig is aan comparanten wegens leverantie van wijn.
ONA Dordrecht inv. 56, f. 45: op 15 mrt. 1627 verleent Maria Meulens, weduwe van Willem van Loo, wonende te Dordrecht, geassisteerd met Pieter Brantwijck, heer van Blocklandt, haar zwager, procuratie aan Willem Dircxsz. Romeijn, wonende in Heinenoord, om te transporteren aan Haecht Jans, weduwe van Arijen Willemsz. Best, haar, comparanten, huis, berging, schuur en erf, staande en gelegen in het Noordse Zomerland.
ONA Dordrecht inv. 56, f. 575v: op 11 jan. 1629 verleent Maria Meulen, weduwe van Willem van der Loo, geassisteerd met mr. Cornelis van der Loo, haar zoon, procuratie aan Jan Kuijsten, koopman te Amsterdam, om in ontvangst te nemen van de bewindhebbers van de VOC (kamer Amsterdam) de uitgifte van “XXV ten honderd” over een bedrag van 400 Vlaamse ponden.]
Joost van Selen Jacobsz 4 ponden
Gillis Pietersz Tiong 8 ponden
D’heer Franchoijs Alewijnsz 25 ponden
Bastiaen Manternach met sijn susters 12 ponden
f. 39
Leendert Franssen backer, nihil habet 1 pond
Hans van Limborch 16 ponden
Dierck Pijl [koopman] 46 ponden
[Dirck Pijl Gijsbrechtsz., van Schoonhoven wonende ald, (1617), koopman, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 aug. 1647 (een baar voor Dirck Pijl omtrent brouwerij “de Beer”, twee maal luiden), trouwde NG Dordrecht 21 mei/13 juni 1617 (procl. Schoonhoven) Catharina Claes Jansdr., van Dordrecht (1617)
ONA Dordrecht inv. 16, f. 186: op 15 aug. 1629 testeren Dirck Pijl Ghijsbertsz, koopman en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Catharina Nicolaesdr. Zij benoemen tot hun erfgenaam de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat de kleren, juwelen en kleinodiën van de eerststervende zullen toekomen aan hun kinderen.
ONA Dordrecht inv. 57, f. 513: testament van Machtelt Fredericxsdr., weduwe van Hendrick van Naerden Jansz., notaris te Dordrecht, gepasseerd op 7 aug. 1631. Zij benoemt tot executeur-testamentair Dirck Pijl Ghijsbertsz., haar neef, die voor “sijne moijte” uit de boedel zal krijgen een zilveren schaal of 10 Vlaamse ponden in geld.
ONA Dordrecht inv. 67, f. 95: op 16 mei 1636 testeren Dirck Pijl, koopman, en zijn vrouw Catharina Nicolai, burgers van Dordrecht, zij ziek in bed liggende. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 100 gl. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, op voorwaarde, dat die langstlevende hun kinderen “eerlijck” zal onderhouden tot mondigheid of huwelijk. Als de langstlevende gaat hertrouwen, moet hij of zij afstand doen ten behoeve van de kinderen van de helft van de boedel. De langstlevende zal dan uit de helft van de gemeenschappelijke boedel ontvangen een kindsgedeelte, alsmede alle inboedel, huisraad, zilverwerk en juwelen, met uitzondering van gemunt zilver en goud, mits hij of zij in de boedel zal inbrengen een somma van 3000 gl. Tot voogden benoemen zij de langstlevende van beiden en Adriaen Joosten Pijl, schepen en vroedschap van Gorinchem, zijn neef, en Cornelis Nicolai, thesaurier van Dordrecht, haar broer.
ONA Dordrecht inv. 39, f. 232: op 22 febr. 1639 verklaart Dirck Pijll, koopman en burger van Dordrecht, dat hij met toestemming van Arien Bastiaensz., wonende onder Ooltgensplaat, en Cornelis Ariensz. Binck, wonende in Mijnsheerenland van Moerkerken, aan Willem van Overstege, raad in wette van Dordrecht, heeft overgedragen een huis, staande op de Westdijk in Mijnsheerenland. Het huis is eerder eigendom geweest van Cornelis Binck, die het gekocht heeft van Arien Bastiaensz, die het op zijn beurt weer gekocht heeft van wijlen Nijclaes Jansz. kruidenier, zonder dat genoemde personen “oijt opdracht hebben gehad”, dan wel, dat hij, comparant als mede-erfgenaam nomine uxoris van Nijclaes Jansz. van de kooppenningen van het huis is betaald.
ONA Dordrecht inv. 60, f. 35: op 10 mrt. 1640 legateert Machtelt Fredericxsdr. van der Hoeven, weduwe van Hendrick van Naerden, notaris te Dordrecht, aan haar neef Dirck Pijll of bij vooroverlijden zijn nakomelingen een bedrag van 1000 gl.
Weeskamer Dordrecht inv. 21, f. 33v: extract uit het testament van Dirck Pijl dd 29 dec. 1645. Hij heeft tot executeurs-testamentair en voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemd zijn oudste zoon Gijsbert Pijl, Adriaen Joosten Pijl, thesaurier van Gorinchem, en mr. Hermanus van der Hagen, bewindhebber van de WIC te Dordrecht, zijn beide neven.
ONA Dordrecht inv. 62, f. 769: op 7 april 1649 verklaart Machtelt Fredericxdr. van den Hoeven, weduwe van Hendrick van Naerden, notaris te Dordrecht, dat zij teniet doet het aandeel van Herbert Pijll en zijn nakomelingen in het legaat, dat zij heeft gemaakt aan de nakomelingen van haar overleden neef Dirck Pijll en dat dat aandeel zal toekomen aan zijn broers en zusters of hun nakomelingen.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Gijsbrecht Pijl, april 1618
b. Cornelia, sept. 1619
c. Herbert Pijl Dirkcsz., dec. 1625, jongman van Dordrecht wonende tegenover de Nieuwbrug (1648), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 febr. 1654 (een baar voor Herbert Pijl omtrent de dijk), trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 25 okt./8 nov. 1648 Tanneken Schut Gerritsdr., van Dordrecht wonende in de Houttuin (1648)
Weeskamer Dordrecht inv. 28, f. 202v: op 4 mrt. 1688 testeert Tanneken Schut, weduwe van Herbert Pijl, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan Beatris Cleermont, “haer oude vrundinne bij den anderen woonachtig” een somma van 50 gl. met een stuk katoenen lijnwaat, aan haar zuster Petronella Schut, weduwe van Gerrit Sweers, wonende te Lillo, 200 gl. met een gouden dukaton, een zilveren haarijzer met gouden stukken, en aan haar kinderen onder han allen 800 gl., aan Petronella’s oudste dochter, genaamd Machtelt Sweers, het zilverwerk op zijde, nl. drie kettingen, een schaartje en een kussentje aan een koker, aan Maria Schut, weduwe van de majoor constabel, wonende op de Noordschans, 100 gl., een gouden dukaton, een testament en een psalmboek met een zilveren ketting eraan, een gouden “houprinck”, en aan haar enige dochter 500 gl. in geld, aan haar halfzuster Elisabeth Schut, de vrouw van Dirck van Lingen, commies in de Klundert, 100 gl. en gouden dukaton, en aan haar kinderen onder hen allen 600 gl., aan Pieter Schut, getrouwde zoon van haar overleden broer Sijbert Schut, 100 gl., aan de vijf overige kinderen van Sijbert Schut ieder 50 gl., en aan Anthonij Schut, de enige zoon van haar overleden broer Jacob Schut, door hem verwekt bij Metgen Bastiaens, 400 gl. Als de legatarissen voor de testatrice komen te overlijden zullen hun resp. legaten gaan hun kinderen. Tot erfgenaam van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Jacoba Hoinck, dochter van haar overleden zuster Jennneken Schut en vrouw van Govert Scheij, of bij vooroverlijden haar nakomelingen. Tot executeur-testamentair benoemt zij Elias van den Brouck, bij wie zij inwoont, of bij vooroverlijden zijn zoon Mattheus van den Brouck.
Kind:
c-1. Dirck Pijl, gedoopt NG Dordrecht 30 aug. 1651
ONA Dordrecht inv. 296, f. 40: op 7 nov. 1665 benoemt Dirck Pijl, jongman wonende te Dordrecht, tot zijn erfgenaam zijn moeder Tanneken Schut, op voorwaarde, dat zij zal uitreiken aan zijn erfgenamen ab intestato van vaderszijde een bedrag van 2 Vlaamse ponden.
d. Margareta, aug. 1627
e. Catharina, febr. 1632
f. Dirck, febr. 1634
g. Cristina, mei 1635]
De weduwe van Gijsbert van Schaerlaecken 28 ponden
Jan Elberts wijncuijper, is vertrocken 2 ponden
f. 39v
Jan Janssen coopman 12 ponden
De weduwe van Henrick Rijcken, insolvent 4 ponden
Gerrit Mauritsz tinnegieter, nihil habet 1 pond
Corstiaen Hermans hopcooper 8 ponden
Lijsbeth Jans 4 ponden
De weduwe van Cornelis Dieratsen 26 ponden
f. 40
Cornelis Adriaens Treurniet 2 ponden
[Cornelis Adriaensz. Treurniet, trouwde Marijken Willemsdr.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 112: op 26 febr. 1636 verkoopt mr. Dirck Berck, secretaris van de Weeskamer van Dordrecht, als gemachtigde van de weesmeesters van Dordrecht, aan Cornelis Adriaensz. Treurniet, postmeester van Dordrecht op Keulen, Luik en Aken, een huis in het opgaan van de Boom aan de waterzijde, staande tussen het huis van [NN] van Eijck zaliger en dat van Walterus Levesque. Waarborgen: de weesmeesters van de Weeskamer te Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 68, f. 140: op 8 mrt. 1644 testeren Cornelis Adriaensz. Treurniet postmeester en zijn vrouw Marijken Willemsdr., hij gezond, zij ziek in bed liggende. Zij legateren aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht een bedrag van 15 gl. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot hun erfgenaam, voor zolang die langstlevende ongetrouwd zal blijven. Aangezien zij hun drie dochters bij hun huwelijk “uitgezet” hebben in feest, kleding etc., wensen zij dat datgene aan hen aangerekend zal worden als voldoening van hun legitieme portie. Als de testatrice de eerststervende van hen beiden is, legateert zijn aan hun dochters al haar kleren van linnen en wol en het zilverwerk ” tot haren lijve behorende”. Indien de langstlevende van beiden gaat hertrouwen, moet hij of zij afstand doen t.b.v. hun kinderen van de helft van hun gemeenschappelijke boedel.
ONA Dordrecht inv. 68, f. 339: op 30 okt. 1646 testeert Cornelis Adriaensz. Treurniet, postmeester en burger van Dordrecht, ziek bij de haard zittende. Hij legateert aan het Heiligegeesthuis ter Nieuwkerk een bedrag van 15 gl., aan zijn dienstmaagden Neeltgen Cornelis en Belijken Thijssen elk 25 gl. en aan Jasper Spriet, zijn zwager, zijn beste rouwmantel. Aangezien hij zijn drie kinderen bij hun huwelijk ” eerlijcken vvtgesedt” heeft, wenst hij, dat al datgene aan één van die kinderen aangerekend zal worden ter voldoening van hun moederlijke goederen. In al zijn overige na te laten goederen benoemt hij tot erfgenamen zijn beide dochters Maijken en Elisabeth Cornelis, alsmede de kinderen van zijn dochter Hendricxken Cornelis, echtgenote van Pieter Loijmans boekverkoper, op voorwaarde, dat Hendricxken van de goederen, die haar kinderen van hem zullen erven, haar leven lang het jaarlijkse vruchtgebruik zal hebben. De testateur wenst voorts, dat Elisabeth Treurniet, of haar man Cornelis van Slingelandt, voor 3600 gl. zal aannemen het huis, waarin hij, testateur, woont, staande op de Boom. Tot executeurs-testamentair benoemt hij Machiel Feltrum en notaris Daniël Eelbo.
Kinderen (volgorde onzeker):
a. Elisabeth Treurniet(s) Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1615, van Dordrecht wonende op de Boom (1639), trouwde NG Dordrecht 3/19 juli 1639 Cornelis van Slingelandt Sijbertsz., jongman van Dordrecht, wonende aan het Groothoofd (1639), wijnverlater, postmeester te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 jan. 1674 (een baar [in de Voorstraat] bij de Mariënbornstraat voor postmeester Cornelis van Slingelant)
kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a-1. Sijbert, 1 okt. 1640
a-2. Adriaen van Slingelandt,geboren naar schatting ca. 1640, jongman van Dordrecht wonende in de Houttuin (1667), postmeester te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 5/21 juni Johanna van der Linden, gedoopt NG Dordrecht 29 mrt. 1650 [zie genealogie Van der Linden op deze website]
a-3. Maria van Slingelandt, geboren naar schatting ca. 1640, trouwde mr. Thomas de Vries, advocaat voor de Hoven van Justitie in Holland
a-3. Christina, 18 april 1646
a-4. Cornelis, 16 juli 1653
a-5. Willem van Slingelandt, 14 okt. 1654
b. Henrica (Hendricksje) Treurniet Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1620, van Dordrecht wonende op de Boom (1640), trouwde NG Dordrecht 2/12 dec. 1640 Pieter Loijmans, weduwnaar van Dordrecht wonende in de Kannekopersbuurt (1640), boekverkoper te Dordrecht, trouwde 1e NG Dordrecht 14 juni 1626 (ondertrouw) Janneken Willemsdr. van Dalen
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
b-1. Arien, 1 sept. 1641
b-2. Maria Loijmans, 23 mrt. 1643, trouwde Cornelis Turckens
b-3. Treurniet Loijmans, 13 nov. 1644
c. Maria Treurniet, trouwde Blasius van Haerlem de oude]
Jaepken Stevens 2 ponden
Stoffel Cornelis inde Paeu 3 ponden
Maerten van Tholl 2 ponden
Jan Brouwer Cornelisz 4 ponden
f. 40v
De weduwe van Jan Elantsz 10 ponden
Grietken Loije 16 ponden
Jan Joosten bouckbinder 1 pond
Willem van Bergen schipper 1 pond
[ORA Dordrecht inv. 1596, f. 11: op 7 febr. 1618 verkopen Johannes Gijsius, predikant te Streefkerk, voor zichzelf en tevens vervangende zijn “swaeger” Jan Gillis van der Horst,Jacob Ariensz., huistimmerman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer en zusters, Cornelis Willemsz. blokmaker, voor zichzelf, en Jacob Ariensz. huistimmerman en Cornelis Willemsz. blokmaker nog als bloedvoogden van de weeskinderen van Marijcken Willemsdr., verwekt door Daniël Willemsz., allen erfgenamen van Arien Cornelisz. Pecklap, voor 1685 gl. aan Willem Dingmansz. van Bergen, burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis genaamd “Hemert” en het huis waar uithangt “Nijmegen”. Waarborg: Cornelis Willemsz. blokmaker. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1085 gl. Borg: Cornelis Willemsz. blokmaker.]
Henrick Jansse backer en sijn zoon, stont maer12 ponden [“13 ponden” doorgehaald]
f. 41
De weduwe van Maerten van Balen 8 ponden
Cornelis Franssen schipper 1 pond
Reijer Geerbrants backer 1 pond
[NG trouwboek Dordrecht 19 dec. 1610: Reijer Geerbrantsz. bakker wonende in de Nieuwstraat en Neeltgen Jacobsdr. weduwe van Arien Vastersz., beiden van Dordrecht, wonende in “de Leijhamer” bij de Boom, getrouwd 16 jan. 1611]
Aen d’ander zijde
Wouter Vassen 3 ponden
De weduwe van Adriaen Huijbertsz in den Monnick 2 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1605, f. 31: op 5 april 1632 verklaren Frans Jansz. de Bouff, als man van Hubertgen Ariensdr., en mr. Adriaen Plaetman, als man van Adriaentgen Ariensdr., dat het huis, dat is nagelaten door Marijken Sanders, weduwe van Adriaen Huberts, hun schoonmoeder, genaamd “’t Wapen van Monickendam”, bij kaveling is toegevallen aan Aechtge Ariensdr., weduwe van kapitein Claes Adriaensz., op voorwaarde, dat Adriaentgen Ariensdr. haar leven lang er het vruchtgebruik van zal hebben, zoals bepaald in het testament van Marijcken Sanders, gepasseerd op 13 jan. 1626.
NG trouwboek Dordrecht 20 juli 1603: Frans Jansz. schipper weduwnaar en Huberten Adriaen Hubrechtsdr., beiden van Dordrecht, getrouwd op 5 sept. 1603]
f. 41v
Willem Molen Philipsz 8 ponden
Dirck Jacobs zeijlmaker 8 ponden
[ONA Dordrecht inv. 57, f. 428v: op 28 mrt. 1631 comp. Dirck Jacobsz., zeilmaker en burger van Dordrecht. Hij verklaart, dat hij met Janneken Crijnen Louf, zijn inmiddels overleden vrouw, op 3 okt. 1620 voor notaris H. Balis een testament heeft gemaakt, waarin zij elkaar tot erfgenaam hebben benoemd, mits hij of zij aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende van hen beiden zou uitkeren een somma van 2000 gl. Hij verklaart voorts, dat hun boedel toen “soo sterck ende suffisant niet en is geweest als tegenwoordich. Hij wenst, dat na zijn dood al zijn na te laten goederen verdeeld zullen worden tussen zijn erfgenamen en de erfgenamen ab intestato van zijn overleden vrouw. Zijn erfgenamen zullen daarbij zijn kleren krijgen en de zusters van zijn vrouw en hun kinderen al haar kleren, juwelen en zilverwerk. Daarmee zal de voornoemde uitkering van 2000 gl. teniet zijn gedaan. De erfgenamen ab intestato van zijn vrouw moeten na zijn overlijden aan mr. Blasius van Haerlem een bedrag van 200 gl. uitkeren. Mariche Crijnen Louf, weduwe van Apert Arijensz. Saijer, Willem Jacobsz. Bol, als man van Angnietgen Crijnen Louff [zie hieronder bij f. 127], en Dirck van Slingelangdt, als voogd van zijn zoon Jan van Slingelandt, door hem verwekt bij Dingna Crijnen Louff [schoonzuster en zwagers van Dirck Jacobsz.], allen erfgenamen ab intestato van Janneken Crijnen Louff, doen afstand van hun aanspraak op voornoemde 2000 gl., op voorwaarde, dat hiermee vernietigd zal zijn het fideï-commis van de goederen, die zijn gekomen uit de boedel van Reijer Bastiaensz., waarvan de overleden vrouw van de comparant het vruchtgebruik heeft gehad, en op voorwaarde, dat de jaarlijkse uitkering van 66 gl. 13 st. 5 penn., welke de comparant was gehouden uit te keren aan zijn neef Willem Adriaensz. van der Burch na zijn, comparants, overlijden zal uitgereikt worden door zijn erfgenamen en de erfgenamen ab intestato van zijn vrouw, elk voor de helft.]
De erffgenamen van Adriaen Huijbrechtsz 10 ponden
Jan Blom hopcooper 7 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1596, f. 128v: op 1 nov. 1620 verkoopt Reijnier Adriaensz., brouwer en burger van Dordrecht, voor 2900 gl. aan Jan Blom, burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, genaamd “Gorinchem”, staande naast het huis van Adriaen Huijbertsz. Waarborgen: mr. Jacob van der Eijck, licentiaat in de rechten en secretaris van de Vierschaar van Zuid-Holland, en Wouter Vastersz. De koper is schuldig aan Magdalena Crijnen, burgeres van Dordrecht, een somma van 1900 gl. Borg: Frans Lebuijnsz., steenhouwer en burger van Dordrecht.]
f. 42
De weduwe van Jan Matthijsz ende haeren swager 8 ponden
Hendrick van Rietbeeck bode1 pond
[ORA Dordrecht inv. 764, f. 19 e.v.: op 31 jan. 1623 verkopen Pieter Schepen, notaris te Dordrecht, als curator over de boedel van Pieter van Beamont en als administrateur van de goederen van Jacob van Beaumont en het weeskind van Alidt van Beaumont, bij haar verwekt door Dirck Jansz. van Hoorn, en Anthonis van Schulenborch, als man van Anna van Beaumont, voor zichzelf en tevens vervangende Jan van Beaumont en Clementia van Beaumont, allen erfgenamen van wijlen Adriaen van Beaumont, resp. hun vader en grootvader, aan Hendrick van Rijbeeck een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Oloff Boudewijnen en de Grafelijkheidstol. Koper is schuldig aan Willem Digmansz. schipper een bedrag van 744 gl. Borgen: Jan Mercusz. schrijnwerker en Damas van Riebeeck, burgers van Dordrecht.]
Leon Crasbeeck maijor 13 ponden
Gijsbert Pieters cleermaker 2 ponden
Mr. Adriaen van Meusienbrouck 24 ponden
[ONA Dordrecht inv. 2, f. 1: op 2 jan. 1602 vervoegt Hubrecht Balis, notaris te Dordrecht, zich samen met Adriaenken Adriaensdr., ongehuwde dochter van mr. Adriaen van Moesienbrouck, aan het sterfhuis van Hubrecht Zieren en zijn erfgenamen ab intestato, en heeft hen verboden de boedel van Hubrecht Zieren te “roeren” voor en aleer God beschikt heeft over Adriaenken Adriaensdr., die ziek in bed ligt.
ONA Dordrecht inv. 2, f. 6: op 8, 9 en 10 jan. 1602 heeft Hubrecht Balis, notaris te Dordrecht, zich op verzoek van Dierick Jansz., koopman van wollen lakens te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Adriaen van Moesienbroeck, als erfgenaam van Adriaenken Adriaensdr., vervoegd achter aan de Vest in het sterfhuis en heeft daar inventaris gemaakt van de goederen, die zij nagelaten heeft, o.a. het huis en de hof daaraan liggende oostwaarts aan de Stadsvest, in welk huis Adriaenken is overleden.
ONA Dordrecht inv. 10, f. 1238: op 19 dec. 1612 belooft Jan Benninck, wonende te Mijnsheerenland, te betalen interest de penning 16 aan Evert Willemsz. Prins, voor zichzelf en vanwege zijn mede-erfgenamen van Jan Cornelisz. de Bofkens en aan mr. Adriaen van Meusienbrouck, voor zichzelf en vanwege zijn mede-erfgenamen van Adriaen van Meusienbrouck Govertsz., zodanig aandeel als hun toekomt in de penningen, die hij hun schuldig is wegens de koop van een hofstede van Claes Jansz. Vinck.
ONA Dordrecht inv. 11, f. 287v: op 4 mrt. 1614 verklaart Cornelis van Hemelsvelt, dat zijn neef mr. Adriaen van Moesienbrouck, voor hem opgenomen heeft een somma van 600 gl., waarvoor hij, Van Hemelsvelt, verbonden heeft zijn aandeel in de nalatenschap van wijlen Adriaen van Moesienbrouck Govertsz. en van Godefroij en Herman van Moesienbrouck, resp. zijn overgrootvader en oudooms, alsmede zijn landerijen in Oudenbosch.
f. 42v
De suster van den voorn. Meusienbrouck 18 ponden
Catharina Nieustadt 4 ponden
Wijnant Janssen cleermaker 1 pond
D’erffgenamen van Maria Paets 20 ponden
Bartholomeus Dammasz schipper 3 ponden
f. 43
Maria van Wesel weduwe van Bartholomeus Dircxs [van Beverwijck] 24 ponden
[Bartholomeus Dirksz. van Beverwijck, trouwde Maria van Wesel
ONA Dordrecht inv. 16, f. 105: op 27 aug. 1625 testeert Maria van Wesel, weduwe van Bartholomeus Dirksz. van Beverwijck, wonende te Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij bevestigt het testament en het codicil, dat zij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris D. Eelbo, resp. op 24 jan. 1625 en 11 aug. 1625. Om haar oudste zoon doctor Johannes van Beverwijck en haar oudste dochter Dorothea van Beverwijck “in redelijckheijt te begrooten tegens de prelegaten die zij haere andere kinderen” in haar voorgaande testament en codicil heeft gemaakt, prelegateert zij aan hen een somma van 600 gl.
Kinderen:
a. dr. Johan van Beverwijck, zie hierboven f. 38)
b. Dominicus van Beverwijck
ONA Dordrecht inv. 16, f. 229: op 30 juni 1631 testeert Dominicus van Beverwijck, ongehuwde persoon, geboren te Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij benoemt tot erfgenaam zijn moeder Maria van Wesel, weduwe van Bartholomeus Dirksz. van Beverwijck, op voorwaarde, dat zij aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 100 gl. zal uitkeren.
c. Dorothea van Beverwijck Bartholomeusdr., van Dordrecht (1624), trouwde NG Dordrecht 26 mei/11 juni 1624 Adriaen de Jonge Eeuwoutsz., weduwnaar van Hoorn (1624)]
Goossen van Versen [koopman] 16 ponden
[Goossen van Veerssen, geboren naar schatting ca. 1560, koopman, overleden ca. 1630, trouwde NN
ONA Dordrecht, inv. 55, f. 507: op 31 juli 1626 verleent Gooswijn van Verssen, koopman en burger van Dordrecht, als grootvader en voogd van de twee onmondige kinderen van Hendrick Hoefslager, koopman te Amsterdam, door hem verwekt aan Anna van Verssen, beiden overleden, procuratie aan Jacob van Beeck en Dirck van Wisselt, kooplieden en burgers van Amsterdam, om te vorderen hetgeen men de kinderen in Amsterdam of elders schuldig mag zijn.
Weeskamer Dordrecht inv. 18, f. 153v: op 30 juni 1631 gecollationeerd het testament van Goossen van Verssen, gepasseerd voor notaris J. Veekemans te Dordrecht op 29 aug. 1629, waarin hij tot voogd over zijn minderjarige erfgenamen heeft benoemd Wouter de Gelder, zijn goede bekende.
Kinderen:
a. Anna Goossensdr. van Veerssen, geboren naar schatting ca. 1590, van Venlo wonende te Dordrecht (1612), trouwde Amsterdam 10 febr. 1612 (ondertrouw) Hendrick Hoefslager Korstiaensz., van Dordrecht wonende op de Nieuwezijds Achterburgwal te Amsterdam (1612)
Kinderen:
a-1. Gosuinus Hoefslager, jongman van Amsterdam wonende omtrent de Nieuwbrug (1643), weduwnaar van Amsterdam wonende te Dordrecht (1655), lid van de Oudraad van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 nov. 1690 (een maal luiden over Gosuinus Hoeffslager, oud-schepen, is in de Augustijnenkerk begraven), trouwde 1e NG Dordrecht 22 mrt./14 april 1643 Maria de Wit, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Vuilpoort (1643), 2e NG Amsterdam 11 mrt. 1655 (ondertrouw) Agnes Schellinger, van Amsterdam wonende op de Koningsgracht (1655), trouwde 1e Abram van de Burgh
a-2. Emmerentia (Armgard) Hoefslager, geboren Amsterdam 13 jan. 1614, van Amsterdam wonende aan het Groothoofd te Dordrecht (1631), overleden Amsterdam 22 april 1673, trouwde NG Dordrecht 2/25 nov. 1631 Louis Trip, gedoopt NG Dordrecht 11 mei 1605, van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1631), burgemeester van Amsterdam, wapenhandelaar, bewindhebber van de VOC, stichter van het Trippenhuis te Amsterdam, begraven Amsterdam (Westerkerk) 20 juli 1684, zoon van Jacob Trip en Margareta de Geer (greetsgenealogie.nl)]

Louis Trip, door Ferdinand Bol
De weeskinderen van Houffslager, seggen betalen tot Amsterdam, moeten betalen 10 ponden
De weduwe van Wouter van Gouthoven met haer kinderen 22 ponden
[Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): getrouwd op 11 mei 1614 Waltherus van Gouthouven geassisteerd met Arent Woutersz. van Gouthouven zijn vader en Maria van Beaumont Cornelisdr. [sic: moet zijn Jansdr.] geassisteerd met Neeltgen Gheens haar moeder (register is beschadigd)]
Elisabeth Cornelis seijlmaeckster 3 ponden
f. 43v
Clara Wouters [Houwelinc] weduwe van Balten [Balthasar(Simonsz.)] Walen 7 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 3 febr. 1608: Balten Walen Simonsz. wijnkoper weduwnaar en Claerken Houwelinx Woutersdr., beiden van Dordrecht, getr. 24 febr. 1608]
Abraham Struijs [koopman] 15 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 44: op 17 mei 1616 verkoopt Henrick Brouwer, burger van Dordrecht, voor 4100 gl. aan Abraham Struijs, koopman en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Jacob Anthonisz. wijnkoper en dat van de weduwe van Wouter Cornelisz., met alle gerechtigheden en servituten, die Anthonis den Elinck tijdens zijn leven bezeten heeft. Waarborg: Jan Dircxsz. Verkerck. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2900 gl.
ONA Dordrecht inv. 39, f. 388: op 22 febr. 1640 verleent Abraham Struijs, ” gaande voor politijcque Raed na Brasil”, procuratie aan Pieter Jaspersz. Leijsten, koopman en burger van Dordrecht, om te verkopen het huis, waarin hij, comparant, woont, staande in de buurt van het Groothoofd tussen het huis van Claes Crull en het huis “’t Ossenhooft”, en tevens om in ontvangst te nemen het maandelijkse tractement, dat hij bij de WIC als politieke raad zal verdienen.]
Thomas de With 10 ponden
Aert Janssen 2 ponden
De weduwe van Cornelis Struijs 8 ponden
f. 44
Willem van Burick wijncooper 32 ponden
Abraham Bijben [koopman] 36 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 42 e.v.: op 14 mei 1616 verkoopt Sijmon van der Stel, wijnkoper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Pouwels van Asperen, lid van de Hoge Raad, voor 6200 gl. aan Abraham Bijben, koopman van “bombasijden” en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, genaamd “den IJseren Hoet”, staande tussen de erfgenamen van Arent Beijen en dat van Herman Christiaensz., met alle gerechtigheden en servituten zoals Matthijs van Nederhoven die tijdens zijn leven bezeten heeft. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 4238 gl.
ORA Dordrecht inv. 1593 f. 119: op 11 dec. 1616 verklaren Abraham Bijben, koopman en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Geertruijt Thombech, dat zij “tot voldoeninge … van alsulcke somme van penningen”, als aan Jacob Romberch, Geertruijts voorzoon, bij haar verwekt door Pieter Romberch, haar eerste man zaliger, wegens zijn vaderlijk erfdeel toekomt, waarvan Abraham Bijben voor een deel het beheer heeft, verbonden te hebben een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Arent Beijen en dat van Herman Corstiaensz. hopkoper.
ONA Dordrecht inv. 26, f. 83: op 13 febr. 1621 verklaart Abraham Bijben, koopman en burger van Dordrecht, 45 jaar oud, op verzoek van Anthonij de Haplare, koopman te Dordrecht, dat hij, getuige, voor ongeveer drie jaar gehuurd heeft de kelder onder het achterdeel van het huis, genaamd ” den Keulsche Kraen”, toebehorende aan de kinderen van wijlen juffrouw. Backle, weduwe van Arent Beij.
ORA Dordrecht inv. 767, f. 18 e.v.: op 11 mei 1628 verkoopt Abraham Bijben, koopman te Dordrecht, aan Michiel Feltrum, achtraad van Dordrecht, een huis genaamd “den IJseren Hoet”, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Willem van de Brouck en dat van Gerrit Vijerboom, strekkende voor van ’s herenstraat af tot achter aan de stadshaven. Waarborg: Jacob Ranbruch, voor zichzelf en procuratie hebbende van Henrick Bijben. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 3800 gl. Borgen: Sijmon van Beaumont Govertsz., burgemeester van Dordrecht en Evert Willemsz. Prins, wijnkoper en burger van Dordrecht. In margine: schuldbrief geroyeerd op 13 febr. 1640.]
Gillis van den Bossche 12 ponden
[10 jan. 1630: Gillis van den Bossche, burger van Dordrecht, verkoopt voor 2100 gl., waarvan 1200 gl. contant, aan dr. Johan van Beverwijck, oudraad van Dordrecht, een huis genaamd “Sint Eeuwout”, het “voorste huijs” bij het Groothoofd, staande tussen het huis van koper en het huis van Pieter Jaspersz. Leijsten. Waarborg: Diderich Heuft, koopman en burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 900 gl. (ORA Dordrecht inv. 768, f. 10v)
6 okt. 1660: Elisabeth de Backere, weduwe van dr. Johan van Beverwijck, wonende te Werkendam, verleent procuratie aan haar “behuwt soone” Blasius van Haerlem de Jonge, om te verkopen een huis omtrent het Groothoofd, staande tegenover de Arijen Joppensteiger tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Michiel van Feltrum en dat van Anthonij de Vries brouwer. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 437 e.v.)]
Anthonij Jaspersz. Kint [koopman, handelaar in stenen kannen] 30 ponden
[Anthonij Jaspersz. Kindt, overleden kort voor 27 mei 1627, trouwde Sara Struijs Pietersdr.
Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 237v: extract van het testament, dat Anthonij Jaspersz. Kindt heeft gepasseerd voor notaris H. van Naerden op 6 sept. 1616, waarin hij zijn vrouw Sara Struijs Pietersdr. heeft benoemd tot zijn erfgenaam. Gecollationeerd op 27 mei 1627.
ONA Dordrecht inv. 56, f. 502: op 28 aug. 1634 comp. Pieter Jaspersz. Leijsten, koopman en handelaar in stenen kannen en burger van Dordrecht, en Sara Struijs Pietersdr., weduwe en erfgename van Anthonij Jaspersz. Kindt, koopman en handelaar in stenen kannen, “samen gedaen hebbende in compagnie”, de weduwe geassisteerd met haar voornoemde zwager. zij verklaren elk voor de helft getransporteerd te hebben aan hun neef Pieter Leijsten, koopman te Londen, alzulke penningen als Jan Koppens en Jasper Koppens, burgers van Duinkerken, aan hen schuldig zijn wegens leverantie van stenen kannen en glazen.
ONA Dordrecht inv. 59, f. 36: op 29 febr. 1636 testeert Sara Struijs Pietersdr., weduwe van Anthonij Jaspersz. Kindt, wonende te Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht 300 gl., aan haar nicht Elisabeth Leijsten, dochter van haar zuster Geertruijt Struijs 4000 gl. aan rentebrieven of obligaties, twee zilveren schalen, haar beste bed met toebehoren, de helft van al haar lijnwaat, gesneden en ongesneden, aan Sara Leijsten 4000 gl. en de helft van haar lijnwaat, twee zilveren schalen, en het volgende beste bed met toebehoren, aan haar neef Anthonij Leijsten 6000 gl., en een gouden potpenning, aan Geertruijt Leijsten 3000 gl., aan Agatha Leijsten 3000 gl. aan rentebrieven of obligaties, aan de vijf voornoemde kinderen [van haar zuster] al haar ongemunt en gemaakt goud en zilver, verguld zilverwerk, juwelen en kleinodiën, aan haar neef Adriaen Embrechts een “tapijt” deken, twee zilveren bierbekers, en een vergulde druifkop, aan Geertruijt Reijnaerts in Amsterdam 200 gl., aan Anthonij Jeremias 200 gl., aan Anthonij Kindt in Brussel 100 gl., aan Anthonij Verbrackel 100 gl., aan haar dienstmeid Marie een boratten rok met vier koorden, een zilveren onderriem met een meskoker en een zilveren ketting erin, en aan Adriaentgen Thomasdr. een zilveren sleutelriem en een van haar rokken. De testatrice wenst, dat, als een van de genoemde kinderen van haar zuster komt te overlijden voor mondigheid of huwelijk, al hetgeen zij aan hem of haar gelegateerd heeft zal komen op hun andere volle broer en zusters. Tot erfgenaam van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zuster Geertruijt Struijs of bij vooroverlijden haar kinderen. Tot voogd stelt zij aan de vader van de kinderen hun vader Pieter Jaspersz. Leijsten en hun moeder Geertruijt Struijs. ]
Pieter Jasperssen [Leijsten, koopman, handelaar in stenen kannen] 40 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 24 mei 1615: Pieter Leisten Jaspersz. jongman van Keulen en Geertruijd Struijs Pietersdr. van Dordrecht, getrouwd op 9 juni 1615
12 sept. 1625: vermeld wordt Pieter Jaspartsz. Lijsten, koopman te Dordrecht (ONA Dordrecht inv. 14, f. 387)
1 nov. 1653: Pieter Jaspersz. Leijsten, koopman en burger van Dordrecht, is schuldig aan Maria Pietersdr. een somma van 7000 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, uitkomende op de haven, staande tussen het huis van de weduwe van dr. Johan van Beverwijck en brouwerij “de Swaen”. (ORA Dordrecht inv. 1615, f. 62 e.v.)
27 jan. 1634: Abraham Struijs verkoopt voor 1600 gl. aan Pieter Jaspersz. Leijsten koopman drie naast elkaar staande huisjes op de Gevolde Gracht.
1659: de curatoren van de desolate boedel van Pieter Jaspersz. van Leijsten transporteren aan Anthonij de Vries het huis “Londen”, staande in de Wijnstraat tussen het huis van de weduwe van dr. Johan van Beverwijck en het pakhuis “Sint Ewout” aan de ene zijde en de brouwerij [“den Beer”] van koper aan de andere zijde. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 80)
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Walburch, febr. 1617
b. Elisabeth Leijsten, okt. 1619
c. Sara Leijsten, okt. 1620
d. Eva, dec. 1624
e. Anthoni Leijsten, mei 1628
f. Geertruid Leijsten, dec. 1629
g. Pieter, sept. 1631
h. Agata Leijsten, april 1633
i. Walbrecht, dec. 1636]
f. 44v
Eeuwout Schut brouwer met zijn vrouwen kinderen 20 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 10 juni 1618: Eewout Aertsz. Schut en Elske [Willemsdr.] van Liesvelt weduwe van Hendrick Franszen brouwer, beiden van Dordrecht, getrouwd 1 juli 1618
Eeuwout Aertsz. Schut (geboren 1580, overleden in of na 1651) was, vermoedelijk vanaf zijn huwelijk met Elske van Liesvelt, weduwe van brouwer Hendrick Franssen, brouwer in “den Beer” in de Wijnstraat, staande bij het Groothoofd tegenover de Hoppenbrouwsteiger. (Ons Voorgeslacht sept. 2015, p. 366 e.v.)
– 1635: Eeuwout Aertsz. Schut draagt over aan Josijna Maes, weduwe van Bitter van Reydt, de halve muur tussen brouwerij “den Beer” en het huis “Groot Groene Poort”, thans genaamd “de Vergulden Ancker”.
In 1651 verkocht Schut de brouwerij aan Sijmon de Vries, brouwer in “het Hardt” en Anthonij de Vries. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 80)
7 febr. 1615: Eeuwoudt Schut brouwer verkoopt voor 11.450 gl.aan Sijmon de Vries, brouwer in “’t Hardt”, en Anthonij de Vries een huis, brouwerij en mouterij, genaamd “den Ouden Beer”, staande omtrent het Groothoofd, strekkende voor van de Wijnstraat tot achter op de Nieuwe Haven, belend door het huis van Pieter Jaspersz. Leijsten aan de ene en dat van Hendrick van Reth (van Reit) aan de andere zijde. (Ons Voorgeslacht sept. 2015, p. 367)
ORA Dordrecht inv. 778: op 21 mrt. 1651 verkoopt Eeuwout Schut, brouwer te Dordrecht aan Sijmon Cornelisz. de Vries en Anthonij Sijmonsz. de Vries, brouwers te Dordrecht, een huis, brouwerij en mouterij, vanouds genaamd “den Ouden Beer”, staande in de Wijnstraat, strekkende voor van ’s herenstraat tot achter op de haven, belend door het huis van Pieter Jaspersz. van Leijsten aan de ene zijde en dat van Hendrick van Reet aan de andere zijde. Waarborgen: Aert Eeuwoutsz. Schut, wijnkoper te Rotterdam en Arent Hendricxsz. Schouttet, wijnkoper te Dordrecht.]
Hans Michiels 3 ponden
Bitter van Ree [van Reijdt] 8 ponden
[Bitter van Reijt, geboren ca. 1577, jong gezel van Wesel wonende te Dordrecht (1605), trouwde NG Dordrecht 9 okt. 1605 (per schrijven van Rotterdam, 30 okt. 1605 bescheid gegeven naar Rotterdam) Josijnken Maes Henricksdr., van Turnhout, wonende te Rotterdam (1605)
ONA Dordrecht inv. 15, f. 107: op 10 mrt. 1612 leggen Evert Henddricxsz., ca. 53 jaar oud, en Bitter van Rijdt, ca. 35 jaar oud, wijnkopers en burgers van Dordrecht, een verklaring af.
ORA Dordrecht inv. 1597, f. 28: op 13 mei 1621 verkopen Floris Pietersz. huistimmerman, als man van Marijcken Cornelisdr., Adriaen Lucasz. bakker, als man van Anneken Cornelisdr., Henrick Jansz. zwaardveger, als man van Cornelia Cornelisdr., en Cornelis Cornelisz., voor zichzelf en tevens vervangende Geertruijt Cornelisdr. en Jacob Cornelisz., hun zuster en broer, allen kinderen van wijlen Cornelis Thielen, voor 3400 gl. aan Bitter van Rhee, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, genaamd “de Groene Poort”, staande tussen het huis van Herman van de Wolde en dat van Euwout Schut, brouwer in “de Beer”. De koper is schuldig aan [naam niet vermeld] een somma van 1660 gl. Borg: Henrick Pietersz. Sterrenborch.
ORA Dordrecht inv. 1613, f. 24: op 7 mei 1649 verklaren Hendrick van Reet, Dionijs van der Poel, als man van Anna van Reet, en Geertruijt van Reet,”bejaerde ongehuwde dochter”, kinderen en erfgenamen van Josina Maes, weduwe van Bitter van Reet, dat zij de goederen, die hun moeder heeft nagelaten, onderling hebben verdeeld en dat daarbij aan Hendrick van Reet is toebedeeld een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Eeuwout Schut en dat van Arent Schouttete.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. NN, sept. 1606
b. Geertruijdt van Reijt, okt. 1608
c. NN, dec. 1610
d. Johannes, juni 1612
e. Anna van Reijt, juli 1614, van Dordrecht wonende omtrent het Groothoofd (1640),trouwde NG Dordrecht 22 juli/6 aug. 1640 Dionijs van der Poel, van Dordrecht wonende op de Riedijk (1640) wijnkoper
f. Henrijck van Reijt, mrt. 1616, trouwde Maria van Riebeek]
De weduwe van Hermen van der Wolde 15 ponden
[Herman van de Wolden betaalde in de verponding van 1620 voor zijn huis in de Wijnstraat 21 ponden en 6 sch. (Stadsarchief Dordrecht inv. 3969, f. 59)]
De erffgenamen van Damis Barthoutsz van Zandeling, voor 2/3, de rest betaald tot Schiedam, moet betalen ’t regt 40 ponden]
f. 45
Johannes Bocardus 80 ponden
[Johannes Bocardus, geboren 1578, overleden 22 juni 1645, NG predikant achtereenvolgens te Kage (1608), Dordrecht (1609), Hendrik-Ido-Ambacht (1620) en Dubbeldam. Nadat hij te Hendrik-Ido-Ambacht werd beroepen, bleef hij in Dordrecht wonen. (internet: NNBW)
– 1 okt. 1633: Pieter Anthonisz., steenhouwer en burger van Dordrecht, verkoopt voor 2370 gl. aan Johannes Bocardus, predikant [te Dubbeldam], een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en het huis van Augustijn Lesier, met nog een erfje, waarop een huisje staat, gelegen achter het voornoemde huis en het huis van Lesier, ten dele strekkende van het huis van de koper en ten dele aan het huis van Pieter Jaspersz. Leijsten. De verkoper draagt tevens over aan de koper de eigendom van een gang tussen het huis van verkoper en het huis van Pieter Jaspersz., uitkomende in de Augustijnenkamp. (ORA Dordrecht inv. f. 116 e.v.)]
D’heer Pieter Brantwijck heere van Blocklant outraet 40 ponden
[Pieter Aertsz. Brantwijck betaalde in de verponding van 1620 voor zijn huis in de Wijnstraat 25 ponden. (Stadsarchief Dordrecht nr 3, inv. 3969, f. 59). In de verponding van 1626 wordt de naam van dit huis vermeld: Pieter Brantwijck heer van Blokland “inden Druijff”. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970, f. 46)]
D’heer Pensionaris [Jacob] Cats 150 ponden
[De dichter/politicus/jurist Jacob Cats was pensionaris van Dordrecht van 1623 tot 1636, als opvolger van Johan Berck, die in 1622 als ambassadeur van de Republiek naar Venetië was vertrokken. Cats legde op 13 april 1623 in handen van de schout de eed af. Als pensionaris van Dordrecht ontving hij een jaartractement van 1600 ponden (= gulden), aanzienlijk meer dus dan de ongeveer 900 ponden, die hij als pensionaris van Middelburg had verdiend. (H. Smilde, Jacob Cats in Dordrecht. Leven en werken gedurende de jaren 1623-1636 [Groningen-Batavia, 1938], p. 11 en 13)
Hij bewoonde in 1626 een huis in de Wijnstraat, waarvoor hij in de verponding van dat jaar 56 ponden 13 sch. 6 d. betaalde. Belenders: de weduwe van Adriaen Augustijnsz. (10 ponden) en Pieter Slingerberch (30 ponden) (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970, f. 46v). In 1633 huurde hij van een zekere Vervorst een huis in de Hoge Nieuwstraat, waarvoor hij in verponding 18 ponden betaalde. Belenders: de luitenant van de compagnie van de heer van Bleskensgraaf, die huurde van Gillis Stierman en kapitein Willem Willemsz. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 [verponding Dordrecht 1633], f . 42) Uit een akte in ORA Dordrecht blijkt, dat de eigenaar van het huis Andries Vervorst (of Van Vorst: zie f. 15) heette. (ORA Dordrecht inv. 769, f. 122v, akte dd 9 nov. 1633.]

Jacob Cats

Cats bood in 1655 het stadsbestuur van Dordrecht een gesigneerd exemplaar van zijn verzameld werk aan. (SA Dordrecht, Archiefbibliotheek)
Pieter Slingerborgh, nihil habet 6 ponden [“15 ponden” en “werdt bevonden niet hooger quotiseert sijn als tegenVI [ponden]” doorgehaald]
Aert Stappers 2 ponden
[Aert Stappers koekenbakker (Stadsarchief Dordrecht nr.3, inv. 3970 [verponding Dordrecht 1626], f. 46v
ORA Dordrecht inv. 1594, f. 41: op 9 mei 1617 verkoopt Aert Mennesz. Veer, busmaker en burger van Dordrecht, [getrouwd met Deliana Rochusdr. Praem, dochter van Rochus Cornelisz. Praem en Aelken Cornelis], voor 2800 gl. aan Aert Stapperts, koekenbakker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, waar uithangt “de Stadt van Haerlem”, staande tussen het huis van Evert Henricxsz. wijnkoopman en de Schrijversstraat. Waarborgen: Rochus Praem Cornelisz. en Willem Bosschaert Lodewijcxsz., burgers van Dordrecht.]
De weduwe van Hermen Gruijser, is vertrocken 5 ponden
[ONA Dordrecht inv. 16, f. 85: huwelijkse voorwaarden dd 10 juni 1624 tussen Herman Gruijsen, jongman, geassisteerd met Dirck Heufft, koopman en burger van Dordrecht en Geertruijt Manternach, jonge dochter, geassisteerd met haar oom Sebastiaen Manternach, haar grootmoeder Joanna de Neij, weduwe van Loijs de Geer, haar oom en voogd Elijas Trip en haar oom van moederszijde Bartholomeus Grouwels.]
Pieter Beijen [wijnkoper] 6 ponden
[Genealogie:
I. Arent (Aernout) Beijen, koopman in Dordrecht, trouwde Susanna Boele (Baclé)
ORA Dordrecht inv. 1602, f. 49: op 13 okt. 1626 verkopen Pieter Beijen, koopman van wijnen te Dordrecht, en Jaecques Levescque, koopman, als man van Janneken Beijen, voor zichzelf en als vader en voogd van zijn kinderen, door hem verwekt bij Janneken Beijen, samen tevens vervangende Jan Pisset, koopman te Rotterdam, als man van Maria Beijen, en Sara Beijen, Jaecques Levesque tevens vervangende Sijbert Roerom, samen voogden over Susanna Eeckholt, dochter van Cornelia Beijen, allen erfgenamen van Arent Beijen, koopman te Dordrecht, aan Willem van den Brouck, koopman van wijnen en burger van Dordrecht, een huis genaamd “de Ceulse Craen”, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Abraham Bijben en een huis, dat toebehoort aan de stad Dordrecht.
Kinderen:
a. Philips. gedoopt NG Dordrecht 18 juli 1586
b. Johanna (Janneken) Beijen, gedoopt NG Dordrecht nov. 1588, trouwde Jaecques Levesque, koopman te Dordrecht
c. Maria Beijen, gedoopt NG Dordrecht okt. 1590, trouwde Jan Pisset, koopman te Rotterdam
d. Cornelia Beijen, trouwde Roelant Eeckholt
e. Pieter Beijen, volgt II
f. Sara Beijen, trouwde Carel Carelsz., loodgieter
II. Pieter Beijen, geboren naar schatting ca. 1595, wijnkoper trouwde 1e in 1624 Catharina Cops Jansdr., 2e in 1632 Janneken Minnesangh
NG trouwboek Dordrecht 8 sept. 1624: Pieter Beijen Arentsz. wijnkoper jong gezel en Catharina Cops Jansdr. beiden van Dordrecht, zij wonende bij Herman Minnesanck [cf. f. 68 hieronder], getrouwd op 24 sept. 1624.
NG trouwboek Dordrecht 29 febr. 1632: Pieter Beijen wijnkoper wonende bij de Kraan [in de Wijnstraat] en Janneken Minnesangh jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kannenkopersbuurt, getrouwd op 16 mrt. 1632
Pieter Beijen wijnkoper (Stadsarchief Dordrecht nr.3, inv. 3970 [verponding Dordrecht 1626], f. 46v
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 11v: op 17 jan. 1630 verkoopt Jacob Stoop, als curator van de boedel van wijlen Evert Henricxsz., voor 2600 gl. aan Pieter Beijen, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Anthonij de Hooch, burgemeester van Gorinchem, en dat van Aert Stappaerts. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl. Borg: Jaecques Levesque, burger van Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 140, f. 289 e.v.: op 27 mei 1661 verklaart Johan van der Sprangh, kapitein van de nachtwacht te Haarlem, weduwnaar en erfgenaam van Susanna Beijen, dat hem met zijn zwagers en schoonzusters, kinderen en erfgenamen van wijlen Pieter Beijen, koopman te Dordrecht, aangekomen is 1/6 part in een huis in de Wijnstraat, staande tegenover de Kraan[steiger] tussen het huis van de weduwe van Steven Schul en dat van Jan Joosten Vijleboort, in welk huis zijn schoonvader, Pieter Beijen, overleden is. De comparant is genegen zijn 1/6 part over te dragen aan zijn zwager, Aernout Beijen, koopman te Dordrecht, “omme alsoo t voorsz. huijs zoo veel mogelijcken is te houden … onder het geslacht van de voorn. Pieter Beijen za. volgens desselfs vvtterste wille ende begeerte”. Hij is voor zijn 1/6 part en het daartoe behorende huisje, dat uitkomt in de Schrijversstraat, door zijn zwager volledig betaald en voldaan.
Kinderen:
Ex 1:
a. Susanneken Beijen, gedoopt NG Dordrecht aug. 1627, trouwde Johan van der Sprangh
Ex 2:
b. Geertruij, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1633
c. Catelijna, gedoopt NG Dordrecht mei 1634]
f. 45v
Jan Weller wijncooper 10 ponden
Willemina van Meusienbrouck en haer soon 25 ponden
[ORA Dordrecht, inv. 764, 39v e.v.: op 2 juni 1623 mr. Gerardt van Buijtenwech, licentiaat in de rechten, als vader en voogd van zijn onmondige dochter, verkoopt voor 4036 gl. aan Willemina van Meusienbrouck, weduwe van Pieter Aelwijns, de helft van een huis [in de Wijnstraat], genaamd “den Blauwen Gevel”, staande aan de noordzijde tegenover de Costverlorenskraan, strekkende van voren tot achteren “bijden haeve muer, inde Nieuhaven”, tussen het huis genaamd “Duijsburch”, eertijds toegekomen hebbende aanschout Johan van Drenckwaert en het huis “den Grooten Davidt”, toebehorende aan Roedolff Francken, schepen in wette. De koopster, die geassisteerd wordt door haar zoon, mr. Cornelis Aelwijns, licentiaat in de rechten en advocaat voor het Hof van Holland, verklaart schuldig te zijn aan mr. Geerard van Buijtenwech, een somma van 3033 gl.]
D’heer Roeloff Francken outraet 50 ponden
[Roelof Francken Dirksz., burgemeester, schepen van Dordrecht, vader van het Wees- en Leprooshuis ald., overleden 19 april 1643, trouwde NG Dordrecht 1590 Elisabeth van Weresteijn, overleden 13 dec. 1639

De zerk van Roelof Francken en Elisabeth van Werestein (foto: RA Dordrecht)
Roeloff Francken wijnkoper (Stadsarchief Dordrecht nr.3, inv. 3970 [verponding Dordrecht 1626], f. 47]
Kinderen (o.a., volgorde onzeker, cf. ORA Dordrecht inv. 777, f. 145v e.v.)
a. Margreta Francken, gedoopt NG Dordrecht okt. 1592, trouwde David van Bernage
b. Johannette Francken, trouwde Adriaen van Beaumont
c. Geertruijd Francken, trouwde Johan van Haerlem
d. Sebastiaen Francken, gedoopt NG Dordrecht 27 mei 1597, van Dordrecht, doctor in de rechten, wonende bij zijn vader (1626), raadsheer in het Hof van Holland, lid van de Confrerie Rijnse wijnkopers (1630), schepen van Dordrecht (1633,1637), trouwde NG Dordrecht 30 aug./22 sept. 1626 Jacomijna van Kasteren Jacopsdr., van Dordrecht, wonende bij haar moeder (1626)

Zeegezicht met het gezin van Sebastiaen Francken en Jacomijna van Casteren, op het strand van Scheveningen, door Pieter Codde
ORA Dordrecht inv. 10, f. 20: op 19 dec. 1625 benoemt de Oudraad van Dordrecht mr. Sebastiaen Francken tot klerk van de Thesaurie en tot administrateur van de penningen van de Oorlogszaken, in plaats van Arend Maertensz., ambachtsheer van Barendrecht, “also hij hem door sijnen hoogen ouderdom vande voors. functien was excuserende”, op voorwaarde, dat, zolang Francken de genoemde functies zal uitoefenen, hij niet gekwalificeerd zal zijn om tot lid van de Magistraat benoemd te worden.
ONA Dordrecht inv. 97, f. 61: op 18 aug. 1664 comp. Elisabeth Sebastiaensdr. Francken, weduwe van Philippus Deodatus en Roeloff Sebastiaensz. Francken, wonende te Dordrecht, kinderen en erfgenamen van mr. Sebastiaen Francken, raad ordinairs in het Hof van Holland, mede erfgenamen van Elisabeth Fransdr., weduwe van Elisabeth Fransdr., weduwe van Jacob van Casteren, hun grootmoeder van moederszijde, die mede-erfgename is geweest van haar zoon Cornelis van Casteren. De comparanten verlenen procuratie aan hun broer mr. Jacob Sebastiaensz. Francken om voor hen te verkopen een aandeel in de WIC (Kamer Amsterdam), staande op naam van raadsheer mr. Sebastiaen Francken, Jacob Sebastiaensz., Lijsbeth Sebastiaensdr., Roelof Sebastians., de weduwe van Jacob van Casteren, en de erfgenamen van Cornelis van Casteren, alsmede een aandeel van 2200 gl. in de Kamer van de Mase te Dordrecht, staande op naam van Jacob Sebastiaensz. en een aandeel van 900 gl. in de Kamer van de Mase te Dordrecht, staande op naam van de erfgenamen van Cornelis van Casteren.
Kinderen (o.a.):
d-1. mr. Jacob Francken, gedoopt NG Dordrecht sept. 1627
d-2. Elisabeth Francken, gedoopt NG Dordrecht dec. 1629, trouwde 1e 1654 ds. Philippus Deodatus (Diodati), 2e 1668 Thomas Rijckers
NG trouwboek Dordrecht 8 mrt. 1654: ds. Philippus Deodatus predikant in de Franse kerk te Leiden jongman van Géneve en Elisabeth Francken heer Sebastiaensdr. jonge dochter van Dordrecht wonende in ‘s-Gravenhage, procl. te Leiden en Den Haag, getr. Dordrecht 7 april 1654
NG trouwboek Dordrecht8 april 1668: Thomas Rijckers koopman jongman van Roeroort en Elysabeth Francken weduwe van ds. Philippus Diodati wonende bij de Gravenstraat, getrouwd op 1 mei 1668
ONA Dordrecht inv. 187, f. 189 e.v., inventaris dd 12 sept. 1678, opgemaakt door notaris J. Melanen te Dordrecht, van de goederen, die in gemeenschappelijk bezit zijn geweest van kapitein Thomas Rijckers en Elisabeth Francken, zijn vrouw zaliger, op verzoek en ten overstaan van kapitein Thomas Rijckers, mr. Philippus Diodathij, zoon van Elisabeth Francken, en Roeloff Francken, als testamentaire voogd over haar minderjarige kinderen.
Tot de boedel behoren o.a.:
– de helft van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Allart van Rhijn en het hierna te noemen huis, in welke woning Elisabeth Francken is overleden en waarvan de wederhelft heeft toebehoord aan Roeloff Francken
– de helft van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het hierboven genoemde huis en de Gravenstraat, welk huis is verhuurd aan Johannes Dier schoenmaker voor 140 gl. per jaar
– de helft van een huis in de Gravenstraat, staande tussen de “camer vant voorsz. Groothuijs” en het huis van Roeloff Francken, welk huis is verhuurd aan Marija van Wingerden voor 90 gl. per jaar
– een derde part in een woning met 7 1/2 morgen land, zowel boomgaard, tuin, als moesland, gelegen tussen de “Geest- ende Thollebregge” in het ambacht Voorburg bij ‘s-Gravenhage, naast de vaart van Delft naar Den Haag en de hofstede van de heer Lodesteijn. Met Dirck Francken is overeengekomen, dat hij de tuin en boomgaard met het eerste stuk land van [grootte niet vermeld] zal onderhouden en de vruchten daarvan zal verkopen, voor een periode van twee jaar, ingaande op St.Petri ad Cathedram 1677, mits hij daarvan zal genieten een somma van 235 gl. jaarlijks en een derde van de opbrengst der verkochte vruchten. Het moesland is in gedeelten verhuurd aan resp. Geerit Halverhout, Jan Leenderts en Leendert Quirincx
– een vogelkooi, bestaande uit tien pijpen met een kooihuis in de heerlijkheid Craeijesteijn onder Sliedrecht, door verscheidene personen aan Thomas Rijckers verpacht
– Roeloff Francken is aan de boedel schuldig een somma van 4333 gl. 4 st. 3 penn. “over verschene montcosten van hem ende sijn dienaer” en wegens gedane reparatie aan de huizen in Dordrecht en de woningen tuin te Voorburg.
NG trouwboek Dordrecht 17 mrt. 1680: Johan Diodati koopman jongman van Leiden en Aldegonda Trouwers jonge dochter van Middelburg wonende in de Nieuwstraat, procl. in de Franse kerk te Dordrecht en te ‘s-Gravenhage.

Drie kinderen van Sebastiaen Francken, door Jacob Gerritsz. Cuijp (1635) (vermoedelijk Cornelia, Elisabeth en Jacob Francken)
d-3. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht sept. 1633
d-4. Roelof Francken, gedoopt NG Dordrecht sept. 1635
– 12 mei 1663: Roeloff Francken, jongman wonende te Dordrecht, maakt zijn testament. Hij benoemt tot erfgenaam zijn zuster Elisabeth Francke, weduwe van Philippe Deodatij, of bij vooroverlijden haar kinderen. Voorwaarde daarbij is, dat zijn zuster of haar kinderen ieder jaar aan zijn broer mr. Jacob Francken zal uitkeren een somma van 500 gl., alsmede een bedrag van 300 gl. jaarlijks voor een lijfrente. Als de kinderen van zijn zuster komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, zullen de goederen, die zijn van hem zullen erven, komen aan zij erfgenamen ab intestato van vaders- en moederszijde. Hij legateert aan de armen van de NG diaconie van Dordrecht een bedrag van 300 gl. Tot voogden stelt hij aan zijn aangetrouwde oom Johan van Haerlem en zijn neef Jacob van Casteren, oud-president van ‘s-Hertogenbosch of bij vooroverlijden degenen, die zijn zuster als voogden over haar kinderen heeft benoemd. (ONA Dordrecht inv. 96, f. 360v)
– 8 aug. 1682: Roeloff Francken, burger van Dordrecht, zittende “aen een quaet been” op een stoel, testeert ten overstaan van notaris J. Melanen. Hij legateert aan zijn neef Philippus Diodathi het portret van zijn, testateurs broer, mr. Jacob Francken, met een schilderij van een zeestrandje, waarin testateurs ouders en familie staan afgebeeld, en een schilderijtje met “naeckte beeldekens” van Poelenburch [van Cornelis van Poelenburgh (1594-1667) zijn enkele landschappen met naakte figuren bekend, zie afbeelding hieronder]. Voorwaarde is dat Philippus hiervoor aan de na te laten boedel een somma van 500 gl. betaalt. Aan zijn neef Johan Diodathi legateert de testateur de portretten van zijn vader en moeder zaliger en van zijn grootvader Francken en grootmoeder Van Casteren, aan zijn nichten Jacobmina, Agatha en Anna Rijckers legateert hij al zijn huislinnen, een kastje van cederhout en enkele gesneden Cupidootjes, aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht een bedrag van 600 gl., aan het dochtertje van Johan Diodathi, genaamd Marija Elisabeth, wiens peetvader hij is, een pillegift van 200 gl., aan zijn zwager, kapitein Thomas Rijckers, zijn zakhorloge met een gouden “casse”, en aan Jenneken, de dienstmaagd van zijn hospita, juffrouw Van Braemen, een rouwkleed, met één van de bedden en een hoofdkussen en oorkussen, die zich bevindenop de tuin in Voorburg. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn neven mr. Philippus, Johan en Roeloff Diodathi en zijn nichten Jacobmina, Agatha en Anna Rijckers, de nagelaten kinderen van zijn overleden zuster Elisabeth Francken, elk van hen in een zesde deel, op voorwaarde evenwel, dat Roeloff Francken van zijn erfdeel alleen het vruchtgebruik zal mogen genieten, waarvan de eigendom na diens overlijden zal toekomen aan zijn eventuele kinderen of bij ontbreken daarvan aan de overige erfgenamen van de testateur. Voorwaarde is ook, dat Johan Diodathi uit het erfdeel van Roeloff Diodathi na het overlijden van de testateur een somma van 3000 gl. zal ontvangen. Tot voogden benoemt hij Johan Diodathi en Thomas Rijckers. (ONA Dordrecht inv. 189, akte 52)

Cornelis van Poelenburgh, Landschap met Diana en Callisto
– 7 okt. 1685: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Roeloff Francken, overleden te Dordrecht. Tot de boedel behoren o.a.:
– een hofstede of woning “ende huijs van plaisance”, met ongeveer 8 morgen tuin, boomgaard en warmoesland, gelegen in het ambacht Voorburg op de Burcht omtrent ‘s-Gravenhage aan de Delftse Vaart. De tuin en de boomgaard heeft Roeloff Francken door Dirck Francken tuinman “als bedrijff selfs doen cultiveren”. Het warmoesland is verpacht.
– een schepenenschuldbrief van 300 gl., die is verleden door Wijnant Jansz. van Houten kleermaker en is verzekerd op een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Kraan en het huis van de weduwe van Hendrick Rietbeeck
– een landschap van Jan van Goijen
– een groot schilderij “van den Moorman” [of Meerman?] door Aelbrecht [Albert] Cuijp
– schilderij van Albert Cuijp, zijnde een landschap met een sater en een vluchtende nimf
– een landschap van Jan van Goijen
– een stukje met naakte “beeldekens”van N. Poelenburch met een rood zijden gordijntje ervoor.
(ONA Dordrecht)
d-4. Jacomina, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1636]
T’weeskind van Roelant Eeckholt 20 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 6 sept. 1609 (ondertrouw) Roelant Eeckholt wijnkoper weduwnaar van Warmoeskerken in Bergsland en Cornelia Beijen Arentsdr. van Antwerpen.
ORA Dordrecht inv. 1597, f. 8v e.v., akte dd 20 febr. 1621: vermeld worden Anthonij la Place, koopman te Dordrecht, Roelant Eeckholt, getrouwd met Cornelia Beijen, Jaecques Levesque, getrouw met Janneken Beijen, beiden erfgenamen van Aernt Beijen.
NG trouwboek Dordrecht 12 sept. 1621 (ondertrouw): Roelant Eeckhout wijnkoper weduwnaar van Warmoeskercken wonende te Dordrecht en Maria van der Hagen van Keulen weduwe van Aert Theunisz. van Gameren hopkoper.
ORA Dordrecht inv. 765 (oud), f. 75 e.v.: op 8 nov. 1624 verklaart Huijbrecht Roosboom, klerk ter secretarie van Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Gillisz. van der Horst, wijnkoper en burger van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Christiaen van de Graeff op 7 nov. 1624, schuldig te zijn aan Susanna Eeckholt, nagelaten weeskind van Roelant Eeckholt, een bedrag van 543 gl. 12 st. wegens de leverantie van wijnen, voor de aflossing daarvan verbindende een huis in het opgaan van de Boom, staande tussen het huis van Sijmon Warnier zilversmid en dat van Bartholomeus Reijniers.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 53v: op 2 noc. 1634 verkoopt Johan van Raesvelt, als man van Susanna Eijckholt, aan Magdalena Stokmans, weduwe van Isaack Willemsz. van de Voort, een huis in de Wijnstraat, vanouds genaamd “het Wapen van Vranckrijk”, met een vrije uitgang naar de haven, staande tussen het huis van Roelof Francken en dat van de koopster. Waarborg: Pieter Beijen, wijnkoper en burger van Dordrecht.
D’erffgenamen van de weduwe van Hendrick Wouters cleermaker 5 ponden
Evert Henricxs [wijnkuiper] 12 ponden
f. 46
Lodewijck van der Stel 8 ponden
Noch een soon van Sijmon van der Stel, is in Oost Indien, te maenen Le Res als voocht 7 ponden
Thomas Teller [brouwer] 25 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1595, f. 67: op 22 aug. 1618 verkoopt Janneken Claesdr., ongehuwde persoon, geassisteerd met haar oom Jan Segersz., voor 900 gl. aan Thomas Teller en Carel Bordels een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Grietken Pietersdr. en het huis van de weduwe van Jan Philipsz.
ORA Dordrecht inv. 765, f. 85 e.v.: Thomas Taijller, brouwer en burger van Dordrecht, verkoopt op 6 jan. 1625 aan Hans Vaens, bakker en burger van Dordrecht, een huis met de mouterij daartoe behorende, staande in de Schrijversstraat tussen de “looge” van het huis van Slingerburch en de poort van de erfgenamen van wijlen Willem van Drenckwaert. Waarborgen: Pieter Slingerburch wijnkoper en Jan Tailler zilversmid, beiden burgers van Dordrecht. Koper kent schuldig een bedrag van 3000 gl. Borg: Cornelis Evertsz., koopman en burger van Dordrecht. Op 24 nov. 1628 verklaart Elijsabeth Cornelisdr., weduwe van Hans Vaens, dat de schuld volledig is voldaan.
ORA Dordrecht inv. 765, f. 85v e.v.: op 6 jan. 1625 verklaren Thomas Teller en Pieter Slingerburch, burgers van Dordrecht, dat zij van Lidewij Cornelisdr., weduwe van Wouter Diter Jansz., voor de ene helft en van Franchoijs van Hoochstraeten, voor zichzelf en procuratie hebbende van Willem Claesz. van Nes en Jacob Cornelisz. van Hoogewegen, voor 1/5 part, Meijnsken Philipsdr., Willem Philipsz. Molen en zich sterk makende voor Lijntken Willemsdr., weduwe van Damis Philipsz. en nog procuratie hebbende van Maria Hoijncx, weduwe van Willem de Jonge, voor 1/5 part,Pieter Aelbrechtsz. en voornoemde Willem Molen, Meijnsken Philipsdr. en Lijntken Willemsdr., samen voor 1/5 part, Aert Hermansz. Wor, als man van Elisabeth Heijthoven, voor 1/5 part enOtto Werckman, als vader en voogd van zijn kinderen, verwekt bij Cornelia Molen, voor 1/5 part in de andere helft, gekocht hebben en op naam van Thomas Teller op 18 dec. 1608 hebben laten transporteren een huis en mouterij met drie huisjes daarachter staande, eertijds toebehoord hebbende aan Cornelis Moelen, staande in de Wijnstraat tussen het huis van de erfgenamen van Boudewijn van Drenckwaert en de Schrijversstraat, welk huisetc. zij sindsdien in gemeenschappelijke eigendom gehad hebben. Zij zijn overeengekomen, dat aan Pieter van Slingerburch wordt toebedeeld het huis in de Wijnstraat tot aan de gevel van de mouterij en aan Teller de mouterij met alle toebehoren en de drie huisjes daarachter, op voorwaarde, dat Slingerburch aan Teller een somma van 950 gl. zal uitkeren.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 40 e.v: op 2 aug. 1630 verkopen Johan Tailler Thomasz. en Johan Tailler Jansz., als executeurs-testamentair van Thomas Tailler, brouwer en burger van Dordrecht, voor 550 gl. aan Gerrit Fransz., burger van Dordrecht, een vrije visstal op de Grote Vismarkt.
ONA Dordrecht inv. 62, f. 314: op 5 dec. 1647 verkoopt Adriaen de Wit, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van de erfgenamen van Thomas Tailler en zijn vrouw Maria van Noord, voor 1050 gl. aan Hendrick Luijcasz., trompetter op de toren van het stadhuis van Dordrecht, een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Joris Hendricxsz. Tavernier en dat van Jan Fransz. Facxman schipper.]
Franchoijs van Casteren 21 ponden
[Francois van Casteren, geboren ca. 1569, koopman, trouwde Cleijsken Hendriksdr. van der Eijck
Franchois van Casteren kocht in 1619 het huis “Beverenburch” van de erfgenamen van Barbara de Baliochij, weduwe van Pieter van Beeck, ambachtsheer van Cromstrijen. Na het overlijden van Van Casteren, [in 1635] …, werd zijn weduwe, Cleysken Hendricksdr., eigenaresse van “Beverenburch” (tot 1643). (Oud-Dordrecht 2007, nr. 3, p. 14-15)]

Het huis “Beverenburch” in de Wijnstraat (middelste huis). (foto: wikipedia)
ONA Dordrecht inv. 55, f. 417: op 25 april 1626 verklaart Francois van Casteren, burger van Dordrecht, dat Hendrick Schalcxen van jongs af aan ongeveer “ses ’t halff ” jaar op zijn volmolen in Beijerland, eerst als knecht en later als meester-knecht heeft gewerkt.
ONA Dordrecht inv. 55, f. 621: op 24 dec. 1626 verklaren Francois van Casteren, 57 jaar oud, en Wernaert Ariensz. van Huttenis, 47 jaar oud, burgers van Dordrecht, op verzoek van Jan Govertsz. van Blaerten, wonende bij Eindhoven, dat Bartholomeus Peetersz. en Jenneken Peetersdr., broer en zuster, wonende te Dordrecht, kinderen en erfgenamen zijn van Peeter Serves. en Bartholomea van Amerongen en beiden zijn geboren in ‘s-Hertogenbosch.
ONA Dordrecht inv. 58, f. 609v: op 31 jan. 1635 testeren Francois van Casteren en zijn vrouw Cleijsgen Hendricxdr., burgers van Dordrecht, hij ziek in bed liggende. Zij legateren aan de huisarmen van de NG diaconie van Dordrecht een somma van 50 gl. Tot erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, zolang die niet gaat hertrouwen. Voorwaarde daarbij is, dat die langstlevende hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. Als de kinderen gaan trouwen, moet de langstlevende hun dan een uitzet geven en een bedrag van 1200 gl. uitkeren, zoals ook hun overleden zoon van hen heeft gekregen. Als de langstlevende gaat hertrouwen, moet hij of zij t.b.v. hun kinderen afstand doen van de helft van hun gemeenschappelijke boedel. Tot voogden benoemen zij de langstlevende, Hendrick van Casteren, zijn in ‘s-Hertogenbosch wonende broer, alsmede mr. Cornelis van Beveren, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, en mr. Sebastiaen Francken, schepen in wette van Dordrecht, hun resp. neven.
ONA Dordrecht inv. 80, f. 293: op 21 aug. 1636 verklaren Adriana en Maria van Casteren, meerderjarige ongehuwde personen, dochters van wijlen Francois van Casteren, dat Samuel Mercelisz. Berckenbosch schadeloos houden van een borgtocht, die zij op 30 juli 1636 hebben gepresteerd voor hun moeder Cleijsken van der Eijck, voor de “waernisse ende alle naermaninge”, van een huis met een kaatsbaan erachter, staande in de Tolbrugstraat Landzijde tussen het huis van hun moeder en dat van Teunis Jansz Stoel, welk huis en kaatsbaan door Berckenbosch op genoemde datum is overgedragen aan de tollenaar Johan de Witt Jansz. krachtens een procuratie gepasseerd door hun moeder op 10 juli 1636.
ONA Dordrecht inv. 81, f. 60: op 20 juni 1637 verlenen Cleijsken van Eijck Henricxdr., weduwe van Francois van Casteren, en Adriana en Maria van Casteren, voor zichzelf en tevens vervangende hun minderjarige dochter resp. zuster Alidt Fransdr., en Bastiaen Francken als voogd van hun minderjarige zuster, procuratie aan Jacob Herweijer, wonende onder Beijerland, om voor schout en gerecht van Nieuw-Beijerland te transporteren aan Herman Thielmansz. t.b.v. mer Johan Lemmens een hofstede met 25 morgen en ettelijke roeden land, staande en gelegen in Nieuw-Beijerland, hun aangekomen bij overlijden van Maria Backx.
Kinderen:
a. Adriana van Casteren, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1649), trouwde NG Dordrecht 17 okt./2 nov. 1649 Cornelis Evertsz. van Eijssel, weduwnaar van Dordrecht wonende aan de Tolbrug (1628), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Pelserburg (1649), koopman, trouwde 2e (?) NG Dordrecht 2/16 juli 1628 Jenneken Jansdr. van Aertrijck, jonge dochter van Breda wonende bij de Vuilpoort tegenover “het Klaverblad” (1628)
ONA Dordrecht inv. 16, f. 119: op 24 juni 1626 testeert Jenneken Jansdr. van Eertrijck, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht. Zij benoemt tot haar erfgenaam haar moeder Josijna Hagens of bij vooroverlijden haar kinderen, op voorwaarde, dat zij aan de huisarmen van Dordrecht een bedrag van 50 gl. zal uitkeren, aan het weeshuis te Dordrecht 50 gl. en aan haar erfgenamen ab intestato van vaderszijde onder hen allen eveneens 50 gl.
ONA Dordrecht inv. 90, f. 368: op 14 dec. 1651 testeert Adriana van Casteren [Francoisdr.], de vrouw van Cornelis Evertsz. van Eijssel. Zij legateert aan haar man een parelsnoer. Als zij geen kinderen zal nalaten of als haar kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, benoemt zij tot erfgename de dochter van haar zuster, Anna Maria de Namur, en als die komt te overlijden zonder kinderen na te laten, moeten al haar goederen vererven aan de nakomelingen van haar oom wijlen mr. Jacob van der Eijck voor de helft en aan haar erfgenamen ab intestato van vaderszijde voor de andere helft. Die laatsten zullen gehouden zijn aan haar man of aan zijn nakomelingen een somma van 1000 gl. uit te reiken en aan het kind van Willem van de Roer en Catharina van der Eijck, haar nicht, genaamd Jacob van de Roer een bedrag van 100 gl. Tot voogden benoemt de testatrice haar man Cornelis Evertsz. van Eijssel en haar neef Jacob van Casteren, wonende te ‘s-Hertogenbosch.
b. Maria van Casteren, trouwde Jehan de Namur
c. Alidt van Casteren, geboren ca. 1615]
D’heer Willem van Beveren outburgemeester 70 ponden
Mr. Johan van de Graeff [Franse schoolmeester, in het huis “De Drie Coningen”] 4 ponden
[14 mrt. 1612: Sijmon Muijs, burger van Dordrecht, verkoopt voor 1200 gl. aan Cornelis Thonisz., kuiper en burger van Dordrecht, een huisje op de Nieuwe Haven, staande achter het huis genaamd “de Drie Coningen” [in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug], toebehorende aan Sijmon Muijs, tussen het erf van Willem van Beveren en dat van Pauwels Weijts. Het huisje en erf zijn 45 stadsvoeten en 8 1/2 duim lang, elke voet is 12 duimen lang. Waarborgen: dr. Arent Muijs van Holij, baljuw van Zuid-Holland en Jan de Vries. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 800 gl.. te betalen met jaarlijkse termijnen van 120 gl. Borg: Sijmon Cornelisz. van Gesel, oudraad in wette van Dordrecht voor de ene helft en Pieter Jansz. houthaker voor de andere helft. (ORA Dordrecht inv. 753, f. 24v)
Johan van de Graeff hield school te Dordrecht van 1605 tot 1643, aanvankelijk op de Groenmarkt (in “de Twijnmolen”) en later in de Wijnstraat (in “de Drie Coningen” tegenover de Nieuwbrug). “In het laatstgenoemde pand huisvestte hij ook tientallen kostleerlingen.” (C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena. 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003), [Dordrecht 2003], p. 162)
ONA Dordrecht inv. 16, f. 190: op 3 okt. 1629 verklaart Jan van de Graeff, Franse schoolmeester te Dordrecht, dat hij in het testament, dat hij samen met zijn vrouw Madalena Salomonsdr. Waterijck heeft gepasseerd voor notaris P. Eelbo op 25 juni 1613 door haar is benoemd tot haar universele erfgenaam, met de verplichting om hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk, hen dan “uit te zetten” en hun daarenboven onder hen allen een somma van 300 gl. uit te reiken. Hij legateert aan zijn kinderen als zij gaan trouwen een somma van 300 gl.
13 nov. 1643: Mr. Johan van der Graeff, “fransois schoolmeester”, verkoopt aan Damas Verlou, koopman, een achterhuis “ofte spijcker”, met het daarbij horende erf, strekkende van “den Egh af van het coockhuijs” van het huis van verkoper, vanouds genaamd “De Drije Coningen” [aan de Wijnstraat] omtrent de Nieuwbrug. Achter gaat het erf door tot het erf van het huis van Cornelis Theunisz. kuiper en dan voorts met een vrije gang tot op de Nieuwe Haven [Kuipershaven] toe. (Oud-Dordrecht 2010, nr. 3, p. 92, noot 1)]
f. 45v
De weduwe van Pauwels Weijts, nihil habet 2 ponden
[Pauwels Weyts de Oude, kunstschilder, geboren te Brugge, overleden te Dordrecht in 1618, zoon van Franchoys Weyts en NN, kwam in 1585 als weduwnaar met vier kinderen naar Dordrecht, trouwde 2e NG Dordrecht 14/28 april 1585 Truycken Cornelis Mertensdr., van Antwerpen (Geertruyd Cornelisdr. van Davendonck), geboren ca. 1567, overleden vóór dec. 1631. Hij trad in 1588 toe tot het St. Lucasgilde, waarvan hij later meermalen deken of boekhouder was. Hij woonde in het huis “de Vier Winden” in de Wijnstraat tegenover herberg “de Pauw”, later in “de Clock” tegenover de Nieuwbrug, terwijl hij het eerste huis verhuurde aan Pieter de Vos. “Veel schilderwerk is van Pouwels Weyts niet bekend.” (Nieuw Nederlandsch Biographisch Woordenboek, deel IV, kolom 1449-1450). NNBW vermeldt ten onrechte, dat het schilderij, voorstellende een zitting vande Nationale Synode, uit 1621, van de hand van Pauwels Weijts de Oude is. Dit is onmogelijk, daar hij reeds in 1618 overleed. Het werk is waarschijnlijk geschilderd door zijn zoon Pauwels Weijts de Jonge, die daarvoor van het stadsbestuur van Dordrecht 84 ponden ontving.
ONA Dordrecht inv. 11, f. 213v: op 12 nov. 1613 verklaren Pauwels Weijts en Jan Tzeerarts, beiden schilders wonende te Dordrecht,, op verzoek van Jacob Antheunisz., wijnkoper en burger van Dordrecht, dat zij in zijn huis gezien hebben drie schilderijen, t.w. twee “Jeronimussen” [St. Hiëronymus, een van de kerkvaders van het Christendom, overleden in 420] en een “Mariabeeldt”, waarvan zij menen, dat die samen 118 gl. waard zijn, nl. de ene “Jeronimus” 60 gl., de andere 50 gl. en het “Mariabeeldt” 8 gl.
ONA Dordrecht inv. 12, f. 296 e.v.: op 21 sept. 1618 testeren Pouwels Weijts schilder en zijn vrouw Geertruijt Cornelisdr., hij ziek en zij gezond. Zij legateren aan de huisarmen van de diaconie te Dordrecht 6 gl. Als hij de eerststervende is, legateert hij aan zijn vrouw het huis, waarin zij wonen, staandevoor de Nieuwbrug, waar uithangt “de Vier Winden”, belend door het huis van Jan Brouwer aan de ene zijde en het huis “de Drie Coningen” aan de andere zijde en voorts al het goud en zilver, gemunt en ongemunt, al haar kleren enlijfsieraden. Al zijn overige na telaten goederen zullen voor de ene helft toekomen aan zijn vrouw en voor de andere helft aan zijn voor- en nakinderen, op grond van het feit, dat “alle de goederen in haeren testateuren gemeijnen boedel jegenwoordich zijnde van haer testatrice zijde zijn gecomen en weijnige ofte egeenen conquesten staende haerlieden beijde houwelijk gevallen zijn” en om andere redenen hem, testateur, moverende. Voorwaarde is evenwel, dat de testatrice hun gezamenlijke kinderen zal alimenteren tot hun mondigheid of huwelijk. Als zij de eerstoverlijdende is, legateert zij aan haar kinderen al haar kleren en lijfsieraden en aan haar man het vruchtgebruik van al haar overige na te laten goederen, tot hij gaat hertrouwen of anders tot zijn overlijden, mits hij hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. Na het overlijden van de testateur zullen hun kinderen hetvoornoemde huis krijgen en al het goud en zilver. In al haar overige na te laten goederen benoemt de testatrice tot erfgenamen hun gezamenlijke kinderen voor de ene helft en Jacobmijna Weijts, voordochter van de testateur, voor de andere helft. Zij benoemen elkaar tot voogd. Getuigen: Nicolaes Antora van Antwerpen, schilder en Daniël Paulij, inwoner van Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 12, f. 615v: op 3 aug. 1620 verkoopt Guillaume van den Berghe, waard in “St. Joris”, aan Geertruij van Davendonck, weduwe van Pauwels Weijts, de helft van een muur, staande tussen tussen het huis “St. Joris” en het huis “de Vier Winden”, welk laatstgenoemde huis toebehoort aan Geertruij van Davendonck.
ONA Dordrecht inv. 13, f. 1v: verklaring dd 4 jan. 1621 door Geertruijt van Davendonck, weduwe van Pauwels Weijts, 54 jaar oud, wonende in het achterhuis van “de Vier Winden” bij de Nieuwbrug, Hendrick Claesz. zijdenlakenkoper, 33 jaar oud, wonende in het huis “de Vier Winden”, en Hendrick Matthijsz. klapperman, 40 jaar oud, wonende te Dordrecht, op verzoek van Aelbrecht de Vrede, kleermakersknecht te Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 104: op 8 aug. 1625 testeert Geertruij van Davendonck, weduwe van Paulus Weijts de oude. Zij wenst, dat haar na te laten goederen na haar dood verdeeld worden onder haar kinderen en kindskinderen ab intestato.
ORA Dordrecht inv. 766, f. 67 e.v.: op 14 jan. 1627 verklaart Geertruijt van Bavendoncq [sic], weduwe van Pauwels Weijts de Oude, dat “vermogens zekere appostille gestelt in margine van zekere requeste bij haer comparante aende Camere Justitie[e]l deser Stede gepresenteert”, gedateerd 7 jan. 1627, in het Weeshuis van Dordrecht opgenomen zijn twee kinderen, genaamd Geertruijt en Catalina Jansdr., dochters van wijlen Catalina Weijts en kleinkinderen van de comparante. Zij is aan hetWeeshuis schuldig een bedrag van 300 gl. wegens de alimentatie van de kinderen door de vaders van het Weeshuis, welke 300 gl. na het overlijden van de comparante voldaan zullen worden uit haar “gereetste” na te laten goederen, “tsij de voorsz. kinderen tot haer comparantes sterfdach in levenden lijve zijn dan niet”. Als onderpand verbindt zij haar huis omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis “Sint Joris” en het huis “de Drije Coningen”.
ORA Dordrecht inv. 769, f. 53: op 22 juli 1632 verkoopt Blasius van Haerlem, als gemachtigde van de Weesmeesters van Dordrecht, aan Pieter Vos, kramer en burger van Dordrecht, een huis, dat toebehoort aan de erfgenamen van Geertruijt van Bavendoncq [sic], weduwe van Pauwels Weijts, staandetegenover de Nieuwbrug tussen het huis van mr. Johan van de Graeff en het huis “Sint Joris”.
Kinderen:
Ex 1:
a. Jacobmijntgen Weijts, trouwde Pieter Dauxi, kousenmaker te Brugge
ONA Dordrecht inv. 12, f. 339v e.v.: op 27 nov. 1618 verklaart Pieter Daux, kousenmaker te Brugge, als man van Jacobmijntgen Weijts, dat hij volkomen betaald en voldaan is door Gertruijt Cornelisdr. van Davendonck, weduwe van Pouwels Weijts, zijn schoonvader zaliger, van hetgeen zijn vrouw geërfd heeft van Pouwels Weijts en diens eerste vrouw, haar vader en moeder zaliger. Getuigen: Joos Jansz., kleermaker en burger van Dordrecht en Herman Meijnertsz., schilder van Hoorn, wonende te Dordrecht.
Ex 2:
b. Pouwels Weijts, schilder wonende te Dordrecht (1618), trouwde NG Dordrecht 18 nov. 1618 (ondertrouw; door schrijven van Delft) Fijken Jansdr., jonge dochter, wonende te Delft (1618)
c. Gerrart Weijts (vermeld ONA Dordrecht inv. 11, f. 655v)
d. Catalina Weijts]
Guilliam van de Berch [in het huis “Sint Joris”] 9 ponden
[ONA Dordrecht inv. 12, f. 526: op 7 jan. 1620 verkoopt Maria van Wels, weduwe van Johan Brouwer, gecommitteerde raad in het Collegie ter Admiraliteit te Rotterdam, voor 8000 gl. aan Guillam van den Berghe, wonende te Schoonhoven, een huis tegovenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Pauwels Weijts, genaamd “de Vier Winden”, en het huis van Hans Gevaerts de jonge.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 70: op 29 april 1623 testeren Guilliaume van den Berch, waard in “St. Joris”, en Marijken Adriaensdr. van Rutevelt, hij ziek, zij gezond. Zij herroepen het testament, dat zij hebben gepasseerd voor notaris G. Fockestar [plaats niet vermeld] op 4 okt. 1617. De testateur verklaart, dat hij zijn voorzoons Andries Willemsz. en Adriaen Willemsz. en zijn voordochter Jacomina Willemsdr. “meer als ten vollen” voldaan heeft van hun moederlijke goederen, alsmede aanzienlijke kosten heeft gehad om hen tot hun mondigheid of huwelijk te onderhouden en “eerlijck vuijt te setten”. Hij wenst, dat die kosten in mindering gebracht worden aan hun vaderlijke goederen. Hij legateert aan Adriaen Willemsz. en de kinderen van Andries Willemsz. en die van Jacomina Willemsdr. elk 200 gl. of samen 600 gl. Tot erfgenamen benoemt hij de kinderen, door hem verwekt bij Marijken Adriaensdr., zijn huidige echtgenote, genaamd Adriana, Geraert, Maria, Willemina, Adriaen, Aleijd en Cornelis. Zijn vrouw zal van de goederen, die zij komen te erven haar leven lang het vruchtgebruik hebben, op voorwaarde, dat zij hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. De testatrice benoemt tot erfgenaam haar man Guilliaume van den Berch, op voorwaarde, dat hij hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan zal uitkeren een bedrag van 200 gl. “boven een eerlijcke vuijtsettinge”. Als voogd over hun minderjarige erfgenamen stellen zij aan de langstlevende van hen beiden.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 256: huwelijkse voorwaarden dd 1 april 1632 tussen Willem Jansz. Wens, geassisteerd met Cornelis Wens, zijn zoon, en Maria Adriaensdr. van Rutevelt, weduwe van Guilliam van de Berghem geassisteerd met Simon Pouwelsz. van Granaten.]
T weeskint van Cornelis van Casteren 20 ponden
Jan Franssen cleermaker 3 ponden
Pieter de Witt vuijten achte 20 ponden
[Pieter de With in Allemaengien (Stadsarchief Dordrecht nr.3, inv. 3970 [verponding Dordrecht 1626], f. 47v]
Thomas Turquet [Trucquet] taeffelhouder, betaelt tot Schoonhoven 100 ponden
[ORA Dordrecht inv. 749, f. 46v e.v.: op 13 juli 1607 verkopen Aernt Maertensz., ambachtsheer van Schobbelantsambacht en Jan Govertsz. van de Haghe aan Gabriël Vernat en Thomas Truket, tafelhouders van de Bank van Lening te Dordrecht, de helft van een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat] vóór de Nieuwbrug, waar tegenwoordig de Lombard of “Taeffele van Leening” gehouden wordt, staande tussen het huis van Wouter van Craeijesteijn, heer van Wulven en het huis genaamd “Allemangie”, waarvan de wederhelft toebehoort aan Casper Beeck wijnkoopman en dat verkopers gekocht hebben bij decreet van de stad Dordrecht. Thomas Truket voor zichzelf , Jan Boonbrouwer en Jan Govertsz. van Beaumont als procuratie hebbende van Gabriël Vernat, tafelhouder te Dordrecht, zijn schuldig aan Aernt Maertensz. een bedrag van 2900 gl. Op 26 nov. 1613 toont Thomas Turcquet( sic) aan, dat de schuld volledig is voldaan en wordt de schuldbrief geroyeerd.
Hoofdgeld Dordrecht anno 1622 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974), f. 52v: Thomas Turquet tafelhouder – 35 ponden, vijf dienstboden van Thomas Trucquet – 5 ponden, 7 aug. 1625 ontvangen voor 5 knechten van Thomas Trucquet – 5 ponden.
In de huizen Roodenburch en ’t Schaeck – in 1594 samengevoegd tot één huis (thans Wijnstraat 153) – was sinds datzelfde jaar een Bank van Lening (“Lombert”) gevestigd. Thomas Turcquet was daar sinds ca. 1607 “tafelhouder”. In 1617 kreeg hij (samen met Gabriël Vernat) van het stadsbestuur voor 4800 ponden het octrooi van de lommerd, dat na 1619 zou worden verlengd tot 1639. Het gebouw (waar thans het pand Wijnstraat 129/131 staat) brandde in 1879 af. (Oud-Dordrecht 2006, nr. 1, p. 36-37; C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 48).
Thomas Trucquet tafelhouder wordt in 1621 vermeld als eigenaar van graf nr. 81 in de Augustijnenkerk te Dordrecht. Zijn niet met naam en toenaam aangeduide vrouw werd daarin begraven op 1 jan. 1623 en hijzelf in okt. 1626. (Nelemans, o.c., p. 68)
ORA Dordrecht inv. 1602, f. 102v: op 3 sept. 1627 comp. Philibert Vernat, ridder, voor zichzelf, Barneij Reijms, als man van Anna Vernat, voor zichzelf, jonkheer Gabriel Vernat en Pieter Vernat, voor zichzelf, Johan en Jacob van Cranenborch, die samen met Philibert Vernat en Barneij Reijms executeurs-testamentair zijn van Gabriel Vernat, die in zijn leven gewoond heeft te Delft, en tevens als voogden van de onmondige kinderen van Gabriel Vernat, allen kinderen en erfgenamen van Gabriel Vernat. De comparanten verklaren, dat “sij … inde qualiteijt als vooren tegenwoordich waren ende voor desen geweest hadden in … compagnie inde taeffele van leeninge [te Dordrecht] … met Thomas Turcquet zaliger ende nu met sijnne erfgenamen ende niet vorder haer geraden vinden omme inde gemeenschap vandien mette erfgenamen vande voorn. Turcquet te continueren”. Zij zijn derhalve overeengekomen met Sara Turcquet, dochter en enige erfgename van Thomas Turcquet, geassisteerd met Jasper Baron als haar “gekoren” voogd en als moeder en voogdes van Maria, Johannes, Thomas en Nicolaes van Mercken, haar kinderen, bij haar verwekt door Nicolaes van Mercken, die inmiddels overleden is, ten behoeve van die kinderen, dat zij behouden zal de helft van een huis omtrent de Nieuwbrug in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van oud-burgemeester Wouter van Craeijesteijn en het huis ” Cleijn Aelmaengien”. De comparanten verklaren eveneens, dat zij met Sara Turquet, de weduwe Van Mercken, overeengekomen zij, dat zij alleen behouden zal de inkomsten van de Tafel van Lening, zoals Vervat en Turquet die in bezit gehad hebben volgens octrooi aan hen verleend door het bestuur van de stad Dordrecht op 10 nov. 1617. Voorwaarde daarbij is, dat zij te haren laste zal nemen alle kosten en schaden “tsij bij forme van panden die niet wel beleent waren”, als gevolg van brand, de kosten aan de ” cassiers dienaars” en alle overige kosten.]
De weduwe van Jacob van Casteren 40 ponden
D’heer dr. Michiel van Craeijsteijn schepen 50 ponden
[Zoon van Wouter van Oudshoorn, heer van Craeijesteijn en Wulven (Wouter van Craeijesteijn), burgemeester van Dordrecht en Lidia van Beveren Michielsdr. Michiel erfde bij het overlijden van zijn vader in 1624 het huis “Henegouwen” in de Wijnstraat, op de hoek van de Gravenstraat. (Oud-Dordrecht 2006, nr. 2, p. 38-39)
ONA Dordrecht inv. 16, f. 97: op 10 juni 1625 testeert Michiel van Craijesteijn, heer van Craijesteijn. Hij wenst, dat zijn goederen, zowel lenen als allodiale goederen, [na zijn dood] verdeeld zullen worden onder zijn zusters en hun kinderen, mits dat de portie, die zal komen aan het kind van zijn zuster Diliana van Craijesteijn, bij haar verwekt door zijn zwager Laurens van Landschodt, genaamd Wouter van Landschodt, na zijn overlijden zonder kinderen na te laten zal vereven op zijn, testateurs, overige zusters of hun kinderen. Hij legateert aan zijn zuster Adriana van Craijesteijn of bij vooroverlijden haar kinderen de beide heerlijkheden Craijesteijn, het ene gelegen in Sliedrecht en het ander in Bergambacht onder Schoonhoven, hem verleend bij octrooi van de Staten van Holland op 25 mrt. 1625 en het Hof van Utrecht op 10 mei 1625. Hij legateert aan de huisarmen van Dordrecht een bedrag van 800 gl. ,aan zijn dienstmaagd Meijntgen Winten, als die nog bij hem woont, 100 gl. en aan zijn knecht Johannes de Milij 50 gl. en een behoorlijk rouwkleed. Tot executeurs van zijn testament benoemt hij zijn zwagers Bartholomeus van Segwaert, Jan van Landschodt en Andries Boccaert [getrouwd met Machtelt van Craeijesteijn].
NG trouwboek Dordrecht 30 mei 1621: Andries Bocard koopman wonende te Middelburg en Machteldis van Crayesteijn dochter van Wouter heer van Wulven en Craeyesteijn van Dordrecht, procl. te Middelburg, getrouwd op 22 juni 1621]
D’heer mr. Bartholomeus van Segwaert outraet 19 ponden
[Bartholomeus van Segwaert, trouwde NG Dordrecht 12 mei 1613 Adriana van Craeijesteijn
f. 47
Op de Nieu Haven aende Tollebrugstraet [Waterzijde] beginnende
Jan Aerts pompmaker 1 pond
Jasper Claesz smith 6 ponden
Roeloff Adriaens brandewijnman 1 pond
Thomas de Wael 4 ponden
Arijen Cornelis soone van Thomas de Wael 1 pond
f. 47v
Cornelis Aerts pompmaker 1 pond
Stoffel Baltens backer 4 ponden
Aen d’ander zijde
Adriaen Janssen backer 3 ponden
Balten Baltensz cruijdenier 2 ponden
De weduwe van Cornelis Schoth 1 pond
f. 48
Pieter Schiff van Aecken 2 ponden
1620 (verpondingsregister Dordrecht): in het Seborijstraatje [’s Heer Boeijenstraat]: Ariaen Apersz.’ weduwe – 11 ponden 5 sch. (ontvangen 3 aug. 1621), belenders: Pieter Schiff van Aken en Michiel Pauwelsz. in den Moriaen (Stadsarchief Dordrecht inv. 3, inv. 3969, f. 70)
– ORA Dordrecht inv. 1604, f. 39v: op 25 juli 1630 verkopen Anneken Cornelisdr., de vrouw van kapitein Pieter Pietersz. van Allevrunden, als procuratie hebbende van haar man, voor de ene helft, en Adolff Florisz. glasmaker, als vader en Daniël Eelbo als voogd van Cornelis Adolffsz., de zoon van wijlen Neeltgen Cornelisdr., voor 1750 gl. aan Pieter Schiff koffermaker een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de weduwe van Cornelis Schots en de gang van het huis van wijlen Cornelis Ruijsch. Waarborg: Grietgen Claes, weduwe van Cornelis Cornelisz. Schots. De koper is schuldig aan kapitein Van Allevrunden een somma van 725 gl. (borg: Servaes Willemsz., burger van Dordrecht) en aan Cornelis Adolffsz. een gelijk bedrag van 725 gl.
– 13 mrt. 1631: Isaac Adriaensz. kuiper en Jacob Adriaensz. huistimmerman, burgers van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Willemsz., als man van Brechtgen Adriaensdr., en Geertruijt en Janneken Adriaensdr., en nog als ooms en voogden van de weeskinderen van Mariken Adriaensdr., resp. hun zwager en zusters, allen kinderen en kleinkinderen van Grietken Hermansdr., verkopen voor 1800 gl. aan Pieter Schiff, kruidenier en burger van Dordrecht, een huis met een daarnaast staande loods op de Varkenmarkt, strekkende voor van ’s herenstraat tot aan het huis van de weduwe van Jan van Hingen, staande tussen het huis genaamd “het Moriaenshooft” en het huis van de verkopers. De koper is schuldig aan de erfgenamen van Grietgen Hermansdr. een somma van 1000 gl. Borgen: Pieter Schiff de Oude en Servaes Leendertsz., burgers van Dordrecht. De koper verkoopt aan Cornelis Willemsz., Geertruijt Adriaensdr., Janneken Adriaensdr. en de weeskinderen van Mariken Adriaensdr. een jaarlijkse losrente van 25 gl. Borgen: Pieter Schiff de Oude en Servaes Leendertsz. In margine: comp. Dionijs Smack namens de weduwe van Pieter Schiff en toont de originele brief. Hij verklaart de schuld volledig te hebben afgelost, hetgeen ook blijkt uit een kwitantie, die is gedateerd 7 mei 1672 en ondertekend door Catarina van der Heijden, de vrouw van Aper van den Brande. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 3 nov. 1672. (ORA Dordrecht inv. 768, f. 74 e.v.)]
De weduwe van Adriaen Apersz [Grietken Hermansdr.], obijt ende is verdeijlt buijte de Stadt 4 ponden
[14 mei 1598: Adriaen Cornelisz schipper als man en voogd van Marijcken Apersdr., voor zichzelf en zich sterk makende voor Brechtgen Aertsdr. [sic], zijn vrouws zuster, verkoopt aan Grietgen Hermansdr., weduwe van Adriaen Apersz., 2/3 delen van een huis, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van Huijbert Balis en het erf van koopster. Aan koopster komt het resterende 1/3 deel van het door haar gekochte huis toe. Zij kent schuldig aan verkoper een somma van 533 gl. 6 st. en 20 penn., te betalen met 83 gl. 6 st.. en 5 penn. alle jaren op meidag. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 265v)
1620 (verpondingsregister Dordrecht): in het Seborijstraatje [’s Heer Boeijenstraat]: Ariaen Apersz.’ weduwe – 11 ponden 5 sch. (ontvangen 3 aug. 1621), belenders: Pieter Schiff van Aken en Michiel Pauwelsz. in den Moriaen (Stadsarchief Dordrecht inv. 3, inv. 3969, f. 70)]
De weduwe van Michiel Pauwelsz [in den Moriaen] 2 ponden

Moriaen, gevelversiering in Tiel (foto: detielenaar.nl)
In de Gravestraet
De weduwe van Jan van Ingen [Jan van Hingen/van Engen, wijnkoper] 2 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1596, f. 127v e.v.: op 1 nov. 1620 verkoopt Jan Corsse de oude, burger van Dordrecht, aan Jan van Ingen, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Boudewijn Sijbertsz. en dat van Abraham Hermansz. kleermaker. Waarborg: Sebastiaen van de Graeff, notaris te Dordrecht. De koper is schuldig aan Gerardt Vedder, ijzerkramer en burger van Dordrecht, een somma van 2100 gl. Borg: Willem Bongaert, achtraad van Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 108: op 5 sept. 1625 testeren Jan van Engen, wijnkoper, ziek in bed liggende, en Cornelia Wijnantsdr., zijn vrouw, burgers van Dordrecht. Zij legateren aan hun resp. moeders elk een somma van 200 gl. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat de helft van hun na te laten goederen zal komen aan de erfgenamen ab intestato van de testateur en de andere helft aan de erfgenamen ab intestato van de testatrice.
Verponding Dordrecht 1626: de weduwe van Jan van Ingen betaalt 15 ponden voor haar huis in de Gravenstraat, belenders: Abraham Hermansz. kleermaker en Carel Bordels (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970, f. 53v)
Verponding Dordrecht 1633: de weduwe van Jan van Ingen betaalt 15 ponden voor haar huis in de Gravenstraat, belenders: Jan Pietersz. pontgast, die huurt van Abraham Hermansz. kleermaker, en Jan Pietersz. Roijen.]
Carel Bordels, insolvent 8 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1604, f. 31v: op 4 juni 1630 verkoopt Jan Pietersz. Vekemans, notaris te Dordrecht, als curator van de boedel van wijlen Carel Bordels, voor 2988 gl. aan Jan Pietersz. Roijen, koopman wonende te Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, genaamd “de Clock”, staande tussen het huis van Jan Elbertsz. en dat van de weduwe van Jan van Hingen. De koper is schuldig aan Jan Daniëlsz. een bedrag van 1988 gl. Borgen: Melchior van de Broeck, lid van de Oudraad van Dordrecht, en Andries Vervorst, burger van Dordrecht.]
f. 48v
De weduwe van Matheus van de Brouck den Jongen, insolvent 4 ponden
[Matheus van den Brouck, overleden ca. 1624, trouwde Catharina Hubrechtsdr.
ONA Dordrecht inv. 12, f. 655v: op 27 nov. 1620 testeert Catharina Hubrechtsdr., weduwe van Matheus van den Broucke de jonge, koopman en burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Tot erfgenaam benoemt zij haar man, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan een bedrag van 400 gl. uit te keren. Als de kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, zullen hun erfgenamen ab intestato slechts een somma van 400 gl. ontvangen. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar man en haar zwager Isack Sanders.
Kinderen:
a. Elias, gedoopt NG Dordrecht mei 1617
b. Matheus, gedoopt NG Dordrecht mei 1620
c. Sophia, gedoopt NG Dordrecht nov. 1621
d. Huijbrecht, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1624]
Mr. Isaac chirurgijn 2 ponden
De weduwe van Pieter Adriaens 2 ponden
Aen d’ander zijde
Pieter Bartholomeus wijncooper 27 ponden
[Pieter Bartholomeusz., van Duijsburg (1598), weduwnaar van Duijsberg (1607), wijnkuiper, wijnkoper, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 nov. 1639 (een baar voor Pieter Bartholomeusz. wijnkoper, in de “Grauwe Straat” [= Gravenstraat]) trouwde 1e NG Dordrecht 26 juli/9 aug. 1598 Mariken Jan van der Haertsdr., van Dordrecht (1598), 2e NG Dordrecht 18 mrt./17 april 1607 Mensken Willem Meulensdr., van Dordrecht (1607), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 febr. 1637 (een baar voor de vrouw van Pieter Bartholomeusz. wijnkoper, in de “Grauwe Straat”)
ONA Dordrecht inv. 14, f. 481: op 17 aug. 1617 comp. Simon van Beaumont, raad in wette van Dordrecht, als testamentaire voogd van de onmondige erfgenamen van Adriana van Scharlaken, Machtelt van Scharlaken, weduwe van Jacob van Meuwen, Johanna van Scharlaken, weduwe van Cornelis van Gesel, en Jacob van de Corput, als schoonvader van Dirick van der Beurcht Cornelisz. Zij verkopen voor 9600 gl. aan Pieter Bartholomeusz., wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tegenover de Lombardbrug, genaamd “den Grooten Meulensteen”, belend door brouwerij “de Croon”, toebehorende aan Cornelis Cornelisz. van Cleff, de Pickelstraat [Haringstraat] en het huis, dat toebehoord heeft aan Jan Jansz. bierdrager, aan de ene zijde, en het huis van de weduwe van Jan Hermansz. kruidenier en de Lombardstraat aan de andere zijde, alsmede vier woninkjes in de Pickelstraat en een schuur in de Breestraat, zoals dat alles toebehoord heeft aan Adriana van Scharlaken. Bij de koop is niet inbegrepen het huis in de Lombardstraat, staande tegen het lege erf van het verkochte huis aan de ene zijde en naast het huis van Laurens Jansz. smid aan de andere zijde.
ONA Dordrecht inv. 57, 700: op 18 april 1632 verklaren Jacques Levecque, circa 50 jaar oud, en Pieter Beijen, circa 29 jaar oud, wijnkopers en burgers op verzoek van Pieter Bartholomeusz., wijnkoper en burger van Dordrecht, dat zij in januari 1632 van de rekwirant gekocht hebben 15 pijpen “verdroncken” en bedorven Franse wijn, namelijk 12 pijpen voor 42 gl. het vat en drie pijpen voor 32 gl. het vat.
ONA Dordrecht inv. 58, f. 303v: op 27 jan. 1634 verklaren Pieter Bartholomeusz. en Dirick Schijvelberch, kooplieden en burgers van Dordrecht, dat van Katwijk in Dordrecht zijn aangekomen 37 pijpen Franse wijn en twee okshoofden brandewijn, gekomen van Nantes in Frankrijk in het schip “de Liefde”, gevoerd door schipper Gerrit Aelbertsz. Poij van Amsterdam, welk schip is gestrand omtrent Katwijk. De vaten zij uit het water gevist of komen aandrijven en bevonden is, dat zij “ganch waren met zeewater vermengt”.
ONA Dordrecht inv. 61, f. 716v: op 24 april 1646 verklaren Dirck Schijvelberch, als man van Maria Pietersdr., en Roeloff Bremken, weduwnaar van Catharina Pietersdr., kooplieden en burgers van Dordrecht, kinderen en enige erfgenamen van Pieter Bartholomeusz., wijnkoper en burger van Dordrecht, dat zij de nalatenschap van hun schoonvader onderling verdeeld hebben. Daarbij is aan Dirck Schijvelberch aanbedeeld een aandeel van 1000 gl. in de WIC (kamer Amsterdam), staande op naam van Pieter Bartholomeusz., en aan Roeloff Bremken andere goederen uit de nalatenschap. Schijvelberch verleent procuratie aan Daniël Lestevenon, koopman en burger van Amsterdam, om van de bewindhebbers van de WIC (kamer Amsterdam) in ontvangst te nemen een “vvtgifte” van 6 % van genoemd aandeel, welke is uitgedeeld op 1 aug. 1643.
Kinderen:
a. Mariken Pietersdr. (van Pesen), gedoopt NG Dordrecht febr. 1609, trouwde NG Dordrecht 13/29 sept. 1626 Dirck Schijvelberch, wijnkoper (zie genealogie Schijvelberg op deze website)
ONA Dordrecht inv. 62, f. 465: op 26 mei 1648 testeert Elisabeth Meulens Willemsdr., weduwe van Cornelis Aertsz. Waterman, burgeres van Dordrecht. Zij benoemt tot haar erfgenaam Meijnsken van Angeren, dochter van haar enige dochter Machtelt Cornelisdr., bij haar verwekt door Adriaen Dircxsz. van Angeren. Als haar kleindochter komt te overlijden zonder kinderen na te laten, moeten de goederen, die zij van de testatrice zou erven, komen aan de kinderen en nakomelingen van haar zusters dochter Maria Pietersdr. van Pesen, de vrouw van Dirck Schijvelberch. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar schoonzoon Adriaen Dircxsz. van Angeren en Dirck Schijvelberch, haar aangetrouwde neef.
b. Catharina Pieter Bartholomeusdr., mogelijk gedoopt NG Dordrecht juni 1610, van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werk (1640), trouwde NG Dordrecht 28 okt./20 nov. 1640 Roeloff Bremken, jongman van Wesel wonende op het Nieuwe Werk (1640)]
Aper Ariensz 1 pond
f. 49
Pieter Aelberts smith 1 pond
Hendrick van Naerden notaris 16 ponden
[ONA Dordrecht inv. 16, f. 35: testament dd 18 okt. 1618 van Henrick van Naerden, notaris te Dordrecht, en zijn vrouw Machtelt van der Houven Fredericxsdr. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Hij wil, dat, als hij de eerststervende zal zijn, na het overlijden van zijn vrouw aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht uitgekeerd zal worden een somma van 3000 gl. Als zij de eerststervende zal zijn, moet na het overlijden van haar man aan haar zuster Judith van der Houven Fredericxdr. of bij haar vooroverlijden aan Jan Aertsz. en Anna Aertsdr., de kinderen van haar overleden zuster Mariken van der Houven Fredericxdr. of bij hun overlijden aan hun kinderen en kleinkinderen een bedrag van 7000 gl. uitgekeerd worden, op voorwaarde, dat uit die 7000 gl. een somma van 600 gl. betaald zal worden aan de huisarmen van de NG diaconie van Dordrecht. De testatrice wil, dat de goederen, die Jan Aertsz. en Anna Aertsdr. van haar zullen erven, zullen blijven “subject restitutie” en dat Judith ervan het vruchtgebruik zal hebben of bij haar vooroverlijden Jan Aertsz. en Anna Aertsdr. ervan het vruchtgebruik zullen hebben of bij hun vooroverlijden hun nakomelingen. Als er geen nakomelingen zullen zijn, moeten die goederen komen aan de huisarmen te Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 81: op 24 april 1624 testeert Machtelt van der Houven Fredericxsdr., de vrouw van Henrick van Naerden, notaris te Dordrecht. Als zij voor haar man komt te overlijden, benoemt zij hem tot haar enige erfgenaam, op voorwaarde, dat hij aan haar nicht Elisabeth Vinck Lucasdr. al haar kleren zal overhandigen. Na het overlijden van haar man zal aan Elisabeth betaald moeten worden een somma van 10.000 gl. Elisabeth Vinck zal dan gehouden zijn aan de kinderen van Anna Aertsdr. jaarlijks een somma van 200 gl. uit te keren. Als die kinderen voordat zij gaan trouwen komen te overlijden, zal dat bedrag bedrag weer komen aan Elisabeth Vinck of haar nakomelingen. De testatrice legateert aan haar nicht Mariken Stevensdr., wonende in Delft, een somma van 200 gl. en aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht, een gelijke somma van 200 gl., en aan haar nicht Hadewij Aertsdr. een lijfrente van 200 gl., welke drie legaten door Elisabeth Vinck na het overlijden van de man van de testatrice betaald zullen moeten worden. Als haar man voor haar, testatrice, zal overlijden, benoemt zij tot erfgename Elisabeth Vinck, mits zij voornoemde legaten uit hetgeen zij van de testatrice komt te erven zal voldoen. Zij wil, dat de helft van de door Elisabeth te erven goederen zal blijven “subject fideïcommis”, dat zij ervan alleen het vruchtgebruik zal hebben en dat de helft van die goederen na het overlijden van Elisabeth zal komen aan haar nakomelingen of bij ontbreken daarvan aan de nakomelingen van Anna Aertsz. of bij gebreke daarvan aan de erfgenamen ab intestato van de testatrice. Tot voogden over Elisabeth Vinck benoemt zij Cornelis Vermeij Herbertsz. en Dirck Pijl, haar neven.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 125: op 23 okt. 1626 testeert Hendrick van Naerden, notaris te Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een bedrag van 300 gl., en benoemt tot zijn enige erfgename zijn vrouw Machtelt van der Hoeven.
ONA Dordrecht inv. 58, f. 108: op 13 mei 1633 testeert Machtelt Fredericxdr. van der Hoeven, weduwe van Hendrick van Naerden Jansz., notaris te Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 1000 gl., aan Haddewij Aertsdr., haar nicht, wonende in het Heilige-Geesthuis te Dordrecht, 2400 gl., aan Jan Cingel en zijn vrouw Anna Aertsdr.,haar nicht, wonende te Dordrecht, aan Jan Aertsz. de Bommelaer, haar neef, 1200 gl., aan de kinderen van Jaepken Fransdr., bij haar verwekt door Jan Hallinck lakenbereider, onder hen allen 600 gl., aan Maijken Stevensdr., haar nicht, 400 gl., aan de twee zoons van haar neef Joos Hendricksz. van Gouthouve, elk 150 gl. “tot een silvere schael”, aan Catharina Woutersdr. 500 gl., aan haar dienstmaagd, als die bij haar overlijden nog bij haar inwoont, 25 gl., en aan de “gemeene gebuijren”, op voorwaarde, dat die gehouden zullen zijn haar, testatrice, “eerlijcken ter eerden te dragen”, 25 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar nicht Elisabeth Lucasdr., de vrouw van Aert Michielsz. de Hultere, of bij vooroverlijden haar kinderen. Van de huizen en de rentebrieven, die zij nalaten zal, wenst zij, dat haar erfgenamen ervan alleen het vruchtgebruik zullen hebben. Als Elisabeth Lucasdr. zonder kinderen na te laten komt te overlijden, of wanneer haar kinderen voor hun mondigheid of huwelijk zullen sterven, zullen voornoemde huizen en rentebrieven komen aan de nakomelingen van Anna Aertsdr., bij haar verwekt door Jan Singel, aan de nakomelingen van Jan Aertsz. en aan Hadewij Aertsdr., elk voor een derde deel. Tot executeurs-testamentair benoemt de testatrice Aert Michielsz. de Hultere, haar aangetrouwde neef, en Dirck Pijll, haar neef, aan wie zij als vergoeding voor hun te verrichten moeite zij een bedrag van 500 gl. legateert.
ONA Dordrecht inv. 62, f. 769: op 7 april 1649 verklaart Machtelt Fredericxdr. van den Hoeven, weduwe van Hendrick van Naerden, notaris te Dordrecht, dat zij teniet doet het aandeel van Herbert Pijll en zijn nakomelingen in het legaat, dat zij heeft gemaakt aan de nakomelingen van haar overleden neef Dirck Pijll en dat dat aandeel zal toekomen aan zijn broers en zusters of hun nakomelingen. Zij vernietigt eveneens hetgeen zij gelegateerd heeft aan Janneken Jans en haar kinderen en aan Anna Aerts, haar nicht. Het legaat van Janneken moet komen aan haar overige erfgenamen en het legaat van Anna Aerts moet komen aan Hadewij Aerts, “als willende d’selve Anna Aertsdr. geensins meer vermits haer faute ende misbruijck voor hare nicht ofte verwantschap houden”.]
Jan van Wetten wijncooper, nihil habet 3 ponden
De weduwe van Maerten Rijcken, insolvent 2 ponden
Jan Boonen, nihil habet 3 ponden
f. 49v
Opten Nieuwen Opslach [de kade aan de noordwestzijde van de Wolwevershaven. (Van Baarsel, o.c., p. 127)]
Jan Goossens van Cuijlenborch [schipper], vertrocken insolvent 5 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 14: op 14 febr. 1626 verkoopt Johan Goossensz. van Cuijlenborch is schuldig aan Gillis Gillisz., koperslager en burger van Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende twee naast elkaar staande huizen voor St. Joost, belend door het huis van de erfgenamen van Gijsbert Joosten de Doot aan de ene zijde en ’s herenstraat aan de andere.
Idem, f. 23v: op 28 mei 1626 verklaart Jan Goossensz. van Culenborch, schipper en burger van Dordrecht, tot “naerder versekeringe” van een obligatie van 900 gl. ten behoeve van Arijen Bastiaensz., huistimmerman te Nijmegen, en van een olbigatie van 300 gl. ten behoeve van Wouter Jansz. Keeskes te Tiel, te verbinden een huis op de hoek van St. Joost, staande tussen zijn, comparants, huis en ’s herenstraat.]
Idem, f. 25: op 6 juni 1626 verkoopt Jan Goossensz. van Cuijlenburch, schipper en burger van Dordrecht,aan Marijcken Thonis een jaarlijkse losrente van 18 gl. en 15 st., verzekerd op een huis voor St. Joost, staande tussen zijn, comparants, huis en dat van de erfgenamen van Gijsbert Joosten de Doot.]
De weduwe van Bastiaen Cornelisz, nihil habet 2 ponden
Hermen van Wijngaerden 4 ponden
Cornelis Thonis cuijper 1 pond
T’huijs van Lens Hermansz. [van Elsloo, Maasschipper] 2 ponden
[Lens Hermansz. van Elsloo, trouwde 1e Mariken Dirxdr., 2e Janneken Pietersdr.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 106: op 30 aug. 1625 testeert Lens Hermansz. van Elsloo, burger te Bommel, ziek in een stoel zittende. Hij prelegateert aan zijn jongste dochter Susanneken, ongeveer 13 jaar oud, een bedrag van 300 gl., aan zijn dochter Heiltgen, ongeveer 15 jaar oud, een bedrag van 600 gl., en aan zijn dochter Jenneken, ongeveer 17 jaar oud, een bedrag van 400 gl., en dat in plaats van hun alimentatie, die hem is opgedragen in het testament van zijn overleden vrouw Mariken Dircken, gepasseerd voor notaris D. Eelbo in Dordrecht op 23 aug. 1625. Hij prelegateert aan zijn drie jongste dochters de kleren en het zilverwerk van zijn overleden vrouw. Hij prelegateert aan zijn jongste zoon Herman Lensen en zijn dochter Aeltgen alle kleren, die toebehoord hebben aan zijn overleden zoon Dirck Lensen, met dien verstande, dat “de belastinge van de selve cleederen van wegen sekere wedding”, bedragende ongeveer 80 rijksdaalders, betaald moeten worden uit de gemeenschappelijke boedel. Hij prelegateert aan zij beide zoons Lens en Herman zijn kleren, aan zijn getrouwde dochter Maijken een dubbele dukaat van 17 gl. “tot een gedachtenisse” van haar moeder en “tot een gedachtenisse” van hem eveneens een dubbele dukaat, en aan zijn getrouwde dochter Anneken “tot een gedachtenisse” van haar vader en moeder twee dubbele dukaten. Hij prelegateert aan zijn zoon Lens een bedrag van 400 gl. en aan zijn zoon Herman een bedrag van 100 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn acht kinderen of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Zijn ongehuwde kinderen zullen elk krijgen hetgeen zijn getrouwde kinderen hebben gekregen en daarenboven een somma van 400 gl. Tot voogden over zijn onmondige kinderen benoemt hij zijn broer Herman Ghijsen en Pieter Mathijsz., koopman en burger van Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 151: op 17 okt. 1627 maken Lens Hermansz. van Elsloo, geassisteerd met zijn broer Herman Ghijsen, enerzijds, en Janneken Pietersdr., geassisteerd met Hendrick van Steenes, Pieter Slingberch en Jan Arijensz., resp. haar zwager, oom en neef, anderzijds, hun huwelijkse voorwaarden.
Kinderen:
a. Dirck Lensen
b. Herman Lensen
c. Lens Lensen
d. Maijken Lensen
e. Aeltgen Lensen
f. Anneken Lensen, gedoopt NG Dordrecht mei 1602
g. Jenneken Lensen, geboren ca. 1608
h. Heiltgen Lensen. gedoopt NG Dordrecht okt. 1609
i. Susanna Lensen, gedoopt NG Dordrecht aug. 1612]
f. 50
In de Schrijverstraet
Jan Calcker schipper 1 pond
De weduwe van Henrick Claesz 3 ponden
Henrick Cock, insolvent 5 ponden
Maerten Cornelis schipper, nihil habet 1 pond
Aernoult Cools 21 ponden
[ONA Dordrecht inv. 26, f. 75: op 8 febr. 1621 verklaart Arnoldus Cools, wonende te Dordrecht, 31 jaar oud, op verzoek van Anthonij de la Place, koopman ten burger van Dordrecht, dat hij, getuige, al negen jaar woont in het achterste deel van het huis “de Keulsche Kraen”, staande bij het Groothoofd, van welk huis het voorste deel bewoond wordt door de rekwirant.]
Noch als erffgenaem van sijn huijsvrouwen moeder 8 ponden (t’samen 29 ponden)
f. 50v
Lijntgen Cornelisdr. 3 ponden
Lambert Paets 6 ponden
[ONA Dordrecht inv. 16, f. 89: op 13 juni 1624 verklaart Marijke Cornelisdr., weduwe van Matthijs Paes, burgeres van Dordrecht, geassisteerd met Lambrecht Paes, haar zoon, geschonken te hebben aan Matthijs Luens, olieslager te Eijsden, haar neef, een derde part in een huis, staande op de “groot gracht” te Maastricht, genaamd “de Hollantsen Thuijn”, staande tussen het huis van Jan van Cam en dat van Jan van Eijck kleermaker.]
Wouter Bastiaens schipper 2 ponden
Capiteijn Claes 2 ponden
Wouter Gerrits Coomen 1 pond
f. 51
Grietken Hermans 4 ponden
Opde Cade van’t Nieuwerck
Johan de With tollenaer[“wijncooper” is doorgehaald] 10 ponden
Joris Houbraecken 4 ponden [zie genealogie Houbraken op deze website]
Cornelis van Nes 14 ponden
Opden Boom over de Haven
De weduwe van Gerrit Stouten,is overleden insolvent 2 ponden
f. 51v
Cornelis Aerts Lonnevaerder 3 ponden
De weduwe van Cornelis Schoth 1 pond
Somma van het derde quartier:2113 ponden
f. 52
Vierde quartier beginnende inden Houthuijn [de Oude Houttuin= Voorstraat tussen Nieuwkerkstraaten Riedijk (Van Baarsel, o.c., p. 55)], ende vandaer voorts naer den Rietdijck aen wederzijde
Jacob de Kets Lonnevaerder 4 ponden
[Een kind van Jacob de Kets werd begraven in graf 77 in de Nieuwkerk te Dordrecht in juni 1619. Jacob de Kets werd in hetzelfde graf begraven in sept. 1626. (Hic conditur, p. 82)] Graf 77 wordt in 1690 beschreven als een ongemetseld graf met een zerk van Jan Jacobsz. de Kets, “hoort nu toe Annigje de Kets, wed. van Jan Pieterse Sneuw”. De zerk draagt het opschrift “Hier leyt begraven Jan Jacobs de Kets schipper hij sterf 1603.” De auteur van het boek Hic conditur, de heer A. Nelemans, heeft ontdekt, dat de grafzerk in de jaren 1980 is verwijderd en in 1994 is geplaatst in de Schrijverskapel van de Augustijnenkerk, omdat men toen niet meer wist, dat de steen uit de Nieuwkerk afkomstig was. (Hic conditur, p. 182-183.)]
De weduwe van Cornelis Willems houtcooper, is niet te geven 2 ponden
Jan Aerts Hallinck 1 pond
Catharina van Esch 6 ponden
f. 52v
Aert Jansse laeckencooper 15 ponden
Frans de Kets Lonnevaerder 5 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1594, f. 77: op 14 aug. 1617 verkopen Cornelis Willemsz., houtkoper en burger van Dordrecht, als man van Marijgen Jans, eerder gehuwd met Jacob Henricxsz. schiptimmerman, Jan Jansz. de Haen pottenbakker, voor zichzelf en als voogd van de kinderen van wijlen Henricxken Jacobsdr. en tevens vervangende Lambert Leendertsz. schuitenmaker en Henrick Jacobsz., zijn medevoogden, voor 1500 gl. aan Meeus Reijniersz.. schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Jan Woutersz. bakker en dat van de erfgenamen van Marijgen van der Lindt. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 900 gl. Borg: Marijgen Jacobs, weduwe van Jacob Pieters.
ORA Dordrecht inv. 1596, f. 3 e.v.: op 16 jan. 1620 verkoopt Sara Jacobsdr. de Vos, als procuratie hebbende van haar man Bartholomeus Reijniersz. Londenvaarder, voor 2000 gl. aan Frans Jansz. de Kets Londenvaarder, burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin tegenover de [Nieuw]Kerkstraat, staande tussen het huis vande erfgenamen van Mariken van de Lint en dat van de weduwe van Jan Woutersz. bakker. Waarborgen: Nicolaes Aertsz. en Carel Chieraet, burgers van Dordrecht.]
Frans Baltens bouckebinder, nota int billlet stont 10 ponden
D’erffgenamen van Jan Wouters backer 4 ponden
Jan Oom houtcooper 10 ponden
f. 53
De nicht van Gerrit Vedder 22 ponden
[ORA Dordrecht inv. 897, akte dd 24 aug. 1600: verklaring door o.a. Geerit Veder, ijzerkramer, ongeveer 32 jaar oud
ORA Dordrecht inv. 1593, f. 91v: op 28 sept. 1616 verkoopt Abraham Huijbrechtsz. blauwverver, voor 1550 gl. aan Gerrit Vedder, een huis bij het Stadhuis, staande tegenover de Vleeshouwersstraat tussen het huis van Claes Pietersz. en dat van Andries Reijersz. Waarborgen: Gielis de Pré en Henrick Barentsz., burgers van Dordrecht.]
Jan Claesse Jager schipper 4 ponden
Maerten Henricxecleermaker 1 pond
De weduwe van Hans Boussen [van Bouijssel] scheijmaker 1 pond
[ORA Dordrecht inv. 1589, f. 51v: op 10 mei 1612 verkopen Dirck Jansz., Jan Claesz. Jager en Jan Huijgen van de Crab voor 2400 gl. aan Jan van Bousel scheimaker een huis in de Houttuin, staande tussen het huis “het Blaeu Lam” en het huis van Jan Willemsz. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 1600 gl.
ORA Dordrecht inv. 765, f. 61, akte dd 6 juli 1624: Maerten Henricxsz. kleermaker koopt een huis op de Boom, aan één zijde belend door het huis van Hans van Bouijssel scheijdemaker]
Bastiaen Aerts [van Houwelingen] munter 1 pond
[ORA Dordrecht inv. 753, f. 103: op8 sept. 1612 verkoopt Hendrik Pietersz. Starrenborch aan Bastiaen Aertsz. muntenaar een huis en erf in de Oude Houttuin omtrent de Boom, belend door het huis van Geerit Gijsbertsz., waar uithangt “Delft”]
f. 53v
Gerrit Ghijsberts [van Elten]backer 6 ponden
[I. Ghijsbrecht Gerijtsz., geboren naar schatting ca. 1555, kleermakersgezel van Nederwormpter [bij Elten in Duitsland ?] (1582), kleermaker, deken van het St. Jans (kleermakers)- gilde te Dordrecht (1616), overleden ca. 1617, trouwde 1e NG Dordrecht 11/29 nov. 1582 (sponsus zal bescheiden bekomen van zijn moeders consent) Mariken Claes Jansdr., van Dordrecht (1582), overleden in of na 1587, hij trouwde2e Pieterken Pietersdr., overleden vóór 5 juli 1618
– 19 mei 1611: het huis van de erfgenamen van Adriaentgen Aertsdr., laatst weduwe van Willem Vinck, staande in de Grotekerksbuurt bij het Manhuisstraatje, wordt aan één zijde belend door het huis van Gijsbrecht Geeritsz. kleermaker. (ORA Dordrecht inv. 752, f. 82)
– 24 nov. 1616: Gijsbrecht Geeritsz. e.a., als dekens van het St. Jansgilde te Dordrecht, verkopen een huis. (ORA Dordrecht inv. 756, f. 90)
– 5 juli 1618: comp. Geerit Gijsbertsz. bakker, burger van Dordrecht, als mede-erfgenaam van Gijsbert Geeritsz. kleermaker, zijn vader zaliger, voor zichzelf en procuratie hebbende van zijn broer Niclaes Gijsbertsz. , wonende in Den Haag en zijn overigemede-erfgenamen, volgens procuratie gepasseerd op 7 nov. 1617 voor notaris Pieter de Hantschoewercker te Den Haag, voor de ene helft en Henrick van Naerden, notaris en procureur te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Adriaensz. bakker, wonende te Geertruidenberg, als man en voogd van Maeijcken Adriaensdr., Cornelis Cornelisz., wonende “ten Houte”, voor zichzelf en Adriana Beniamijnsdr., Henrick van Lunenborch , soldaat onder de compagnie van kapitein Uldrick, in garnizoen liggende te Breda,, als man en voogd van Susanna Beniamijnsdr., genoemde Cornelis Cornelisz. als oom en genoemde Henrick van Lunenborch als behuwd zwager tevens vervangende Maeijcken en Frans Beniamijnskinderen, dochter en zoon van Heijlken Cornelisdr., Pieter Willemsz. Visser, wonende te “Drummelen”, voor zichzelf en als voogd van de nagelaten weeskinderen van wijlen Jaecques de Bode, van wie moeder was Heijltken Adriaensdr. en in die hoedanigheid erfgenamen van wijlen Pieterken Pietersdr., hun tante resp. oudtante, weduwe van Gijsbert Geeritsz., blijkens procuratie gepasseerd voor notaris Laurens van den Kieboom te Geertruidenberg op 5 mrt. 1618, voor de andere helft. Comparanten transporteren aan Herman Dirksz. uit Wijngaarden een huis in de Voorstraat, staande omtrent de Vismarkt tussen het huis van Sijbert van Welij en dat van Engelken Gijsbertsdr., weduwe van Rochus Jansz. afslager. Koper kent schuldig aan Marijcken Cornelisdr. wegens de koop van dit huis een bedrag van 3260 gl. Borgen: Melchior van den Brouck, schepen in wette van Dordrecht en Cornelis Pietersz. Mispelshouff, houtkoper te Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 759, f. 56 e.v.)
– 5 juli 1618: Geerit Gijsbertsz. en Henrick van Naerdenverkopen aan Janneken Aertsdr. van de Corput, weduwe van Wouter Cools, een huis bij de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jacob Jacobsz. en dat van de erfgenamen van Willem Vinck bakker, voor een bedrag van 1760 gl. (ORA Dordrecht inv. 759, f. 57)
– 31 dec. 1618: Nicolaes Gijsbertsz. en Geerit Gijsbertsz. bakker, burgers van Dordrecht, kinderen en erfgenamen van wijlen Gijsbrecht Geeritsz., voor de ene helft en Hendrick van Naerden, notaris en procureur te Dordrecht, als procuratie hebbende van de erfgenamen van wijlen Pietertgen Pietersdr., huisvrouw van Gijsbrecht Geeritsz., volgens procuratie gepasseerd voor notarisLaurens van den Kieboom te Geertruidenberg op 5 mrt. 1618, voor de andere helft, transporteren aan Jan Cornelisz. molenaar, burger van Dordrecht een korenwindmolen, genaamd “de Buijserinne”, staande buiten de Spuipoort[sic *]. De grond, waarop de molen staat,behoort toe aan de stad Dordrecht. Waarborg: voor de ene helft: Hendrick Jansz. van Naerden. In plaats van waarborg voor de andere helft verbindt Geerit Gijsbertsz. zijn huis op de hoek van de Boom.Koper kent met consent van Nicolaes enGeerit Gijsbersz. schuldig aan Johan Berck, substituut-secretaris van Dordrecht,een somma van 1017 gl. en aan Hendrick van Naerden eveneens een somma van 1017 gl. Borgen: voor de ene helft Nicolaes en Geerit Gijsbertsz.en voor de andere helft Jacob Carelsz., molenaar op “de Wolff” in Amsterdam en Adriaen de Cater, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 759, f. 101 e.v.)
* Deze molen stond buiten de Sluispoort aan de Molendijk (Sluisweg) in de buurt van het huidige Geldeloze Pad. Vermoedelijkomdat de Sluispoort pas kort tevoren was gebouwd of nog in aanbouw was (zie Van der Stede Muere, Jaarboek 2000 van de Vereniging Oud-Dordrecht, p. 44), wordtin deze akte nog als plaatsaanduidingde dichtstbijzijnde poort gebruikt, nl. de iets verder naar het oosten gelegen Spuipoort. “De Buijserinne” staat afgebeeld op de kaarten van Symon en Cornelis Jansz. uit 1592 en dievan Blaeu uit 1649. (W. van Wijk e.a., Dordt in de kaart gekeken [Zwolle 1995], p. 92 en 105.)
Kinderen (ex 1, allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Gerit, 11 dec. 1582,volgt II
b. Claes (Niclaes) Gijsbertsz., april 1585, woonde in 1618 in Den Haag, overleden na 1618
c. Gerijtken, april 1587, overleden vóór 5 juli 1618
II. Gerrit Gysbrechtsz. (van Elten), gedoopt NG Dordrecht 11 dec. 1582, “van Dordrecht” (1610), overleden tussen 9 mrt. 1631 en 6 sept. 1632, trouwdeNG Dordrecht 25 april/9 mei 1610, Machtelt Thomas Cornelisdr., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1591, “van Dordrecht” (1610), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 jan. 1664 (een baar bij de Boom voor Machtelt Cornelisdr., weduwe van Geerit Thomassen [sic] van Elte bakker, één maal luiden), dochter van Thomas Cornelisz. en Jenneken Adriaen Laurentsdr.]
Opten Boom
D’erffgenamen van Adriaen Leenderts Lonnevaerder nihil habet
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 95v: de weduwe van AdriaenLeendertsz. Londenvaarder, eigen, 8 ponden 10 sch.]
Willem van Celen twijnder, insolvent 20 ponden
[ORA Dordrecht inv. 38v: op 28 sept. 1628 verkoopt Willem van Zelen, burger van Dordrecht, aan Cornelis van Peursum een losrente van 40 gl., gehypothekeerd op een huis op de hoek van de Boom, staande tussen het huis van Gillis Langle en de monding van de haven.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 96v: Abraham Fransz. tapper, huurt van de kinderen van Willem van Zeelen, 15 ponden]
Gillis Langle 4 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 97: Gillis Langle “toebackverkoper”, eigen – 15 ponden]
Sijmon Warnier silversmith 1 pond
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 97: Sijmon Warnier zilversmid, eigen, 13 ponden 10 sch.]
f. 54
Franck Schoormans,nihil habet 1 pond
Jan Gillisse Verhorst 6 ponden
[I. Matthijs Mattheeusz., geboren ca. 1532, brouwer, overleden na 2 jan. 1597
ORA Dordrecht inv. 1578, f. 56v e.v., akte dd 9 mei 1592: Matthijs Matheeusz. brouwer is borg voor Jan Cornelisz., kapitein van en burgervendel, die een huis op de Riedijk koopt, genaamd “de Swaen”.
ORA Dordrecht inv. 1578, f. 105v e.v., verklaring dd 7 juli 1592 op verzoek van de burgemeester en thesaurier van Dordrecht door o.a. Mathijs Matheeusz. brouwer, ongeveer 60 jaar oud, burger van Dordrecht.
1594: Mathijs Matheusz. brouwer betaalt in de verponding voor zijn huis in de Voorstraat bij de Kruiskapel 37 gl. Belenders: Floris Ariaensz. inden Salm en Michiel Mathijsz. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 93v)
ORA Dordrecht inv. 1580, f. 66, akte dd 30 mei 1596: Matthijs Matheeusz. brouwer is Heilige-Geestmeester te Nieuwerkerk.
ORA Dordrecht inv. 1580, 129: op 2 jan. 1597 verkoopt Aernt Jansz. kleermaker een losrente aan Matthijs Matheeusz. brouwer.
Zoon:
II. Michiel Matthijsz. (Thijsz.), geboren naar schatting ca. 1560, van Dordrecht (1592), brouwer, overleden tussen 1594 en 5 febr. 1603, trouwde NG Dordrecht Trijntgen Jacobsdr. (Katharina Jacob Jansdr.), van Dordrecht (1592)
1594: MichielMathijsz. betaalt in de verponding voor zijn huis in de Voorstraat bij de Kruiskapel 15 gl. Belenders: Mathijs Matheeusz. brouwer en Cornelis Adriaensz. kruidenier.(Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 93v)
ORA Dordrecht inv. 1582, f. 210 e.v.: op 5 febr. 1603 verklaart Magdaleentgen Claesdr., weduwe van Geurt Geeritsz., schuldig te zijn aan Trijntgen Jacobsdr., weduwe van Michiel Thijsz., 170 gl., verbindende een huis op het Groothoofd, staande tussen het huis van Herri Loge in “Londen” en dat van Lambert Ariaensz. bakker.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Neelken, dec. 1592
b. Jacob, juni 1594
c. Maeijken Michielsdr. trouwde NG Dordrecht 28 april 1613 Jan Gillisz. van der Horst
Jan Gillisz. van der Horst, wijnkoper en burger van Dordrecht (ORA Dordrecht inv.765, f. 75, akte dd 8 nov. 1624)
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 97: Jan Jacobsz. wijnkoper, huurt van Jan Gillisz. Verhorst, 12 ponden 10 sch.]
c. Petronella Michiel Matthijsdr., geboren naar schatting ca. 1595, volgt III
III. Petronella Michiel Matthijsdr., geboren naar schatting ca. 1595, trouwde NG Dordrecht 1617 ds. Johannes Gijsius, predikant te Streefkerk, trouwde 1e NN, 3e Maria Cool
Kinderen:
a. Johannes Gijsius, gedoopt NG Streefkerk 16 juni 1619 (getuigen: Jan Gillisz. van der Horst, Francina Hacke)
b. Sara Gijsius, gedoopt NG Streefkerk 29 nov. 1620 (getuigen: Jan Gillisz. van der Horst, Cornelia Koils), trouwde Arijen Arijensz. Brantwijck
c. Jacobus Gijsius
d. Abigail Gijsius, gedoopt NG Streefkerk 26 febr. 1623 (getuigen: ds. Johannes Bocardus, Maritge Michiels), trouwde 1e NG Dordrecht 6 aug. 1651 Gijsbert den Dekker, 2e Nicolaas Coesveld)
e. Franchina Gijsius, trouwde Johannes de Vries]
Walterus Levesque 7 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 97: Waltherus Lavecq, eigen, 13 ponden 10 sch.]
Weduwe [sic] met haer drie dochters, is nijet ten besten soo Kools seijt 10 ponden
Pieter Pieters brandewijnman 1 pond
f. 54v
Mr. Adriaen Plaetman 8 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 97v: het huis van mr. Adriaen Plaetman operateur, staat leeg, 13 ponden 10 sch.
ORA Dordrecht inv. 1608, f. 108 e.v.: op 8 juni 1640 verkoopt Adriana Adriaensdr., de vrouw van mr. Adriaen Plaetman, breuksnijder [chirurgijn] en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van haar man, aan Johannes Warnier, zilversmid en burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Thonis Philips en dat van Adam Leenderts. Zij stelt als waarborg een huis op de Boom, staande tussen het huis van Ocker Banen en het huis “de Rooden Leeuw”. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1200 gl. Borg: Abraham Fonck, zilversmid en burger van Dordrecht.]
Job Huijberts ende Huijbert Cornelis 15 ponden
Jan Dircxe Verkerck 25 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98: de weduwe van Jan Diricxsz. Verkerck, eigen, 20 ponden]
Henrick Cornelisse brouwer 8 ponden
Thomas Willems hopcooper 12 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98: Thomas Willemsz. van Orten, eigen, 16 ponden 15 sch.]
f. 55
De weduwe van Cornelis Banen 20 ponden
Ocker Cornelisz. Banen, te sien naer sijn billet 30 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 1 juli 1618 [ondertrouw]: Ocker Baen Cornelisz. en Cornelia Repelaers Huijgensdr., beiden van Dordrecht
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98: Ocker Baen, eigen, 20 ponden]
Baerthout van Slingelandt 15 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98: Baerthout van Slingelant, met pakhuis “ofte spijcker”, 21 ponden 5 sch.]
T weeskint vande dochter van Henrick Sijmonsz. van Slingelant 50 ponden
Jacob Pieters seijlmaecker 2 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98v: Jacob Pietersz. zeilmaker, eigen, 13 ponden, 15 sch.
De vrouw van Jacob Pietersz. Costerus, zeilmaker in “de Drie Zeylmakers” bij het Nieuwpoortje, genaamd Cornelia Jan Coenraadsdr. beviel omstreeks 9 juni 1621 van een vierling, drie meisjes en een jongen. Eén kind stierf kort na de bevalling, de andere drie werden “met Groote Staci en Plechtelikheyd” gedoopt in de Augustijnenkerk. (M. Balen) De kinderen, inclusief de overleden Elizabet, werden door een onbekende schilder vereeuwigd op een olieverfpaneel, dat thans (2018) in het Hof van Holland hangt. (AD Drechtsteden 3 jan. 2018, p. 12)]

De Dordtse Vierling
f. 55v
De weduwe van Abraham Wouters schoenmaecker 5 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98v: de weduwe van Abraham Woutersz. schoenmaker, eigen, 21 ponden 5 sch.]
Arent Praem 14 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98v: Arent Praem lakenkoper, eigen, 21 ponden 5 sch.]
Pieter Pieters Boer 3 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98v: Pieter Pietersz. Boer, eigen, 15 ponden]
De weduwe van Jan Wouters 1 pond
D’heer Thomas Cornelis outraet 6 ponden
Mathijs Dircxe oude cleercooper 2 ponden
f. 56
Jan Carel lademaecker 6 ponden
Ghijsbert Bastiaensse 8 ponden
Maerten Adriaens laeckenbereijder 1 pond
Frans Jans stoeldraeijer 6 ponden
Leendert Rogier, insolvent 1 pond
f. 56v
Henrick Schouten swaertveger 8 ponden [geboren ca. 1557 (ONA Dordrecht inv. 55, f. 181v, attestatie dd 29 mei 1625)]
Barent Gerrits in de Son 3 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 100v: de weduwe van Barent Woutersz. in de Son, eigen, 13 ponden 2 sch. 6 d.]
Jan van Campen busmaecker 2 ponden
Coenraet Dammas [van der Linde] harnasmaker 4 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 100v: Coenraet Damasz. harnasmaker, eigen, 10 ponden 17 sch. 6 d. (zie Genealogie Van der Linden op deze website).]
Aert Cornelisse Dansser, obijt insolvent 2 ponden
[Weeskamer Dordrecht inv. 438: Inventaris van de goederen nagelaten door Aert Cornelisz. Danser schipper en zijn vrouw Marijken Cornelisdr., beschreven door Blasius van Haerlem, klerk van de Weeskamer, ten overstaan van de kinderen van voornoemd echtpaar, m.n. Pieter Aertsz. Danser, die inmiddels is getrouwd, Aeltge Aertsdr. Danser en het jongste kind Hilleken Aertsdr. Danser, geassisteerd met hun ooms en tantes, op 14 en 15 nov. 1625. De tantes zijn Aeltgen Cornelisdr., weduwe van Dirck Huijbertsz. en Pieterken Ariens, vrouw van Thijs Cornelisz. Danser. Tot de boedel behoort een huis op de Riedijk, genaamd “de Wilde Zee”, staande tussen het huis van de weduwe van mr. Hendrick Bierkercke en het huis van Hendrick de Wael, genaamd “de Twee Duijffkens”, belast met een hypotheek van 600 gl. Het wordt op 17 jan. 1626 verkocht aan Jonas Philipsz. harnasmaker voor 2000 gl., waarvan 1200 gl. contant. Verder zijn er twee kromstevenschuiten van resp. 12 en 6 lasten, waarvan het laatste wordt aangenomen door Pieter Aertsz. Danser voor 600 gl.
ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 19 e.v.: op 19 mei 1626 transporteert Blasius van Haerlem de jonge, als gemachtigde van de weesmeesters van Dordrecht, aan Jonas Philpsz. harnasmaker een huis op de Riedijk, staande tussen het huis “de Twee Duijffkens” en het huis “den Dubbelden Arent”. De koper is schuldig aan de kinderen van Aert Cornelisz. Danser een somma van 800 gl.]
f. 57
De vierwercker in de Arent, is vertrocken naer Engelandt 12 ponden [inschrijving doorgehaald, maar later weer bijgeschreven, “vertrocken naer Engelandt” heeft misschien betrekking op een andere persoon]
[Vuurwerker: iemand die munitie vervaardigt of gereedmaakt.
De genoemde “vierwercker” is misschien Christoffel Wittinger, die in 1623 als zodanig wordt vermeld. Hij verhuurde zijn huis in 1633 aan Joost Bisbinck, die eveneens vuurwerker was.
[NG trouwboek Dordrecht 10 sept. 1623: Christoffel Wittinger jongman vierwercker wonende te Breda en Cornelia Reijniers weduwe van mr. Henric, kapitein van de Canoniers, wonende te Dordrecht, door schrijven van Breda
NG trouwboek Dordrecht 6 febr. 1622: Joost Bisbinck Barentszoon canonier uit het graafschap Lippe [doorgehaald: liggende in garnizoen binnen Bommel] en Neelke Gerrit Jansdr., van Dordrecht wonende in “de Roskam” op de Riedijk, getr. 8 mrt. 1622
Uit dit huwelijk:
a. Barend Bisbinck, geboren naar schatting ca. 1630, jongman van Dordrecht, schilder wonende op de Boom (1654,) kunstschilder, leerling van Jan Both, trouwde NG Dordrecht 13/29 dec.1654 Maria van Diemen, jonge dochter wonende bij het Groothoofd (1654)
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 101v: mr. Joost Bisbinck vierwerker, huurt van mr. Cristoffel Wittinger, betaalt 14 ponden.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978 (200e penning Dordrecht 1638), f. 54v: mr. Joost Bisbinck vuurwerker in het Steegoversloot aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl. en mr. Frederick Bisbinck eveneens voor een vermogen van 4000 gl.]
Gillis Steens spiesmaecker 8 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 102: Gielis Steens, eigen, betaalt 15 ponden]
De weduwe van Willem Dircxe van Angeren 1 pond
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 102: Thonis Jacobsz. kleermaker huurt van de weduwe van Willem van Angeren, betaalt 8 ponden 10 schellingen]
Jan Schooneman schipper 2 ponden
f. 57v
De weduwe van Pieter Manderstons 1 pond
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 102: de weduwe van Pieter Manderston, eigen, betaalt 16 ponden]
De weduwe van Damas Marchelisse 2 ponden
Govert Willems [Bijl] waert in de Engel 3 ponden
[16 juni 1627: Jacob Cornelisz. Cuijper, schipper, ongeveer 36 jaar oud en Mariken Adriaensdr., vrouw van Jan Joppen schipper, ongeveer 41 jaar oud, wonende te Dordrecht, leggen op verzoek van Janneken Mercelis, laatst weduwe van Govert Willemsz. Bijl, in zijn leven waard in “de Engel” bij de Riedijkspoort, een verklaring af. Zij getuigen, dat zij omstreeks Vastenavond twee jaar tevoren zijn geweest in “de Engel”, waar toen mede aanwezig waren Govert Willemsz. Bijl, zijn vrouw, de rekwirante en Willem Jansz. Bijl, Goverts vader. Zij hebben toen gehoord, dat Govert tegen zijn vader zei: “Vader ick hebbe verstaen dat U jegen diversche persoonen gesegt hebt dat ick U wel vijffthien hondert guldens soude schuldich zijn, is suclx waer.” Waarop Willem antwoordde, dat hij dat nooit gezegd had “ofte dat het qualijck was verstaen”. (ONA Dordrecht inv. 14, f. 529.]
Aen d’ander zijde
Isbrant Gerrits, woont tot Rotterdam 3 ponden
Davidt Davids 1 pond
f. 58
De weduwe van Jan Jansse brouwersknecht, nihil habet 1 pond
Thonis Aerts Groen 2 ponden
Wouter Cornelisse backer 3 ponden
Jan Blandeauw, nihil habet 2 ponden [Jan Blandeau later opnieuw ingeschreven, maar weer doorgehaald met de toevoeging “ïnsolvent”]
[NG trouwboek Dordrecht 25 april 1604: Jan Blandauw Fransman “knopmaker” weduwnaar en Lisbeth Jacob Laurentsdr. van Dordrecht wonende op de Nieuwe Gracht tegenover de “Besiet U Selven”, getrouwd op 16 mei 1604
ORA Dordrecht inv. 766, f. 68; op 19 jan. 1627 comp. Catharina Gooswijn, echtgenote van Hubrecht Bordels, geassisteerd met haar man. Zij stelt zich borg voor Jan Blandaeu, burger van Dordrecht.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 102: Jan Blandeau, eigen, betaalt 18 ponden]
De weduwe ende erffgenamen van Pieter Leenderts cruijdenier, obijt, insolvent 1 pond
[ORA Dordrecht inv. 1594, f. 79v: op 7 aug. 1617 verkoopt Pieter Leendertsz. Wietemans, pletsverkoper en burger van Dordrecht, aan de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 8 gl. 4 st., verzekerd op een huis op de Riedijk, genaamd “de Gulden Kettingh”, staande tussen het huis van Willem Jaspersz. Kels en dat van Jan Blandeau.]
f. 58v
Henrick van de Steen wijncooper 3 ponden
De dochter van Pieter Thonisse 2 ponden
Dionijs Mattheeus [van de Poele] harnasmaker 7 ponden [geboren ca. 1580 (ONA Dordrecht inv. 55, f. 181v, attestatie dd 29 mei 1625)
ORA Dordrecht inv. 1598, f. 66: op 18 sept. 1621 verklaart Dionijs van de Poel, “harnasslager” te Dordrecht, schuldig te zijn aan mr. Adriaen van Meusijenbrouck, licentiaat in de rechten en advocaat te Dordrecht, voor hemzelf en namens zijn mede-erfgenamen van Adriaen van Moeijsijenbroeck Govertsz., zijn grootvader, een somma van 2650 gl. wegens de koop van het huis, genaamd “den Groenen Schilt” [op de Riedijk], dat op diezelfde dag door Daniël Coenraedtsz. aan hem is overgedragen. Borgen: Hendrick Otten en Reverdt Jaspersz.
ORA Dordrecht inv. 1601, f. 92v: op 4 mrt. 1625 verkoopt Dionijs van de Poel, harnasmaker en burger van Dordrecht, voor 1850 gl. aan Pieter de Groot, bosmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van de erfgenamen van Philips Roeloffs en dat van de erfgenamen van Cornelis Buijs. In plaats van waarborg verbindt de verkoper een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Sander Hermen Jenefaesz. en dat van Elmert Godel Engelsman. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1550 gl. Borg: Gijsbert Corstiaensz.]
Sander Hermansse 4 ponden
Willem van der Elst 4 ponden
[De verponding van Dordrecht uit 1633 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 125) vermeldt de oliemolen van Willem van der Elst (in de Torentraat, eigen, belender: de weduwe van Michiel Spranger)]
f. 59
Jan Hermans van Essen [ziekenbezoeker] 1 pond
Elmer Godel [zwaardveger] 2 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 28 juni 1620: Elmer Godeel, Engelsman zwaarveger jong gezel wonende in “de Roos” op de Riedijk en Maijken Tonisdr., van Gouda weduwe van Willem Willemsz. lademaker wonende in “de Roos”, procl. te Amsterdam, getrouwd in Zwijndrecht op 2 aug. 1620.
ORA Dordrecht inv. 1601, f. 82v: op 16 dec. 1624 verkopen Adriaen Gerritsz., Marijcken Gerritsdr. en Joost Bisbinck, als man van Neeltgen Gerritsdr., voor zichzelf en tevens vervangende Lambert Gerritsz., kinderen en erfgenamen van Geraerdt Janssen en Marijcken Joosten, voor 1800 gl. aan Elmar Godel, zwaardveger en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Abraham Dircxsz. en dat van Aelken Buijsen, weduwe van Cornelis Buijs. De koper is schuldig aan de verkopers en bedrag van 1800 gl., verbindende het voornoemde huis, alsmede een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Arijen Govertsz. en het huis, waar uithangt “de Luijpert”.]
Neeltgen Joosten caescoopster 8 ponden
Lambrecht, Adriaen ende Mariken Gerrits 3 ponden
Jacob Cornelis timmerman 4 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 13 mrt. 1605: Jacob Cornelisz. huistimmerman weduwnaar wonende op de Riedijk bij Jeremias Reijns en Adriaenken Aert (Jacobsdr.) weduwe van Jacob Cornelisz. metselaar, beiden van Dordrecht, getr. 27 mrt. 1605.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, f. 96v en 97: Jacob Cornelisz. timmerman betaalt in de verponding van 1619 voor zijn huis op de Riedijk 8 ponden 10 sch. Belenders: de Kapel van de Schippers en Joris Jansz. schipper.]
f. 59v
Joris Jansse caeijwercker 1 pond
Abraham Gerrits swaertveger 3 ponden
Cornelis Cornelisse backer 13 ponden
Jan Matheus meester seijlmaker 1 pond
Carel van Aertrijck brouwer [in “de Hoorn” op de Riedijk] 6 ponden
[ONA Dordrecht inv. 7, f. 234: verklaring dd 2 febr. 1616 door o.a. Carel van Aertrijck, brouwer, 50 jaar oud.]
f. 60
Abel van Nispen 9 ponden
Abraham Bartholomeus couckebacker 3 ponden
Willem Louff couckebacker 3 ponden
Jacob Aerts corencooper 6 ponden
Matheus Cornelis backer 6 ponden
f. 60v
Govert Sijmons schoenmaecker 5 ponden
De weduwe van Adriaen Jansse Comen 2 ponden
Adriaen Gerrits van Eijck 5 ponden
Willem Bosschaert 12 ponden
[Willem Bosschaert betaalt in de verponding van 1633 voor zijn huis in de Voorstraat 25 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 107v)
Jacob van Landen 4 ponden
f. 61
Herman Thielmans laeckencooper 4 ponden
Maeijken Meeus, is doot en de erffgen. nijet quotisabel 1 pond 10 s.
D’erffgenamen in Pauwesteijn 5 ponden
[Het huis “Pauwesteijn” stond in de Oude Houttuin, d.i. de Voorstraat tussen Riedijk en Nieuwkerkstraat.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 94v: (verponding van 1594; Oude Houttuin) de erfgenamen in “Pauwesteijn”, “ende verhuijrt Claes Jansz. de Haen den wijnckel”, betalen 22 ponden en 10 s. Belenders: Rochus Praem en Jan Claesz. (huurt van Pauwesteijn).
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 99v: (verponding van 1620; Oude Houttuin) de erfgenamen in “Pauwesteijn” betalen 22 ponden en 10 s. Belender: de weduwe van Rocus Praem.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 107v: (verponding van 1633; Oude Houttuin) Herman Thielemansz. lakenkoper huurt een huis van de erfgenamen van Pauwesteijn en betaalt 22 ponden en 10 s.
ORA Dordrecht inv. 771, f. 31 e.v.: op 8 aug. 1637 verkopen Catharina Arijensdr., weduwe van Franchoijs van der Velde, voor de helft, David Leschevijn, munter te Middelburg en zijn vrouw Adriaentken Jansdr., voor 1/4/ part en Heijltgen Gerritsdr. [Stouten], weduwe van Claes Jansz. Pauwesteijn, voor 1/4 part aan Herman Thielmansz. lakenkoper een huis in de [Oude] Houttuin, genaamd “Groot Pauwesteijn”, aan één zijde belend door het huis van Willem Bosschaert. Comparanten verkopen tevens aan Abraham Claesz. de Haen het daarnaast staande huis “Klein Pauwesteijn”, aan de andere zijde belend door het huis “de Drie Oranje Appelen”. Waarborgen (voor verkopers): Govert Rocusz. van Wesel houtkoper en Mathijs van de Velde voor de ene helft en Gerrit Aertsz. Schut kuiper voor de andere helft.
I. Jan Claesz. Pauwesteijn, overleden vóór 21 mrt. 1617, trouwde Lijntgen Schrijver Henricxdr.
ORA Dordrecht inv. 758, f. 24v: op 21 mrt. 1617 verklaart Adriaen Carelsz., schipper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Lijntgen Schrijver Henricxsdr., weduwe van Jan Claesz. Paeuwesteijn, een bedrag van 242 gl., gehypothekeerd op een huis in de Torenstraat.
Uit dit huwelijk (vermoedelijk):
II. Claes Jansz. Pauwesteijn, geboren naar schatting 1590, overleden tussen ca. 1630 en 8 aug. 1637, trouwde naar schatting ca. 1615 Heijltien Gerritsdr. Stouten
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Heijlken, okt. 1619
b. Jan, juli 1621
c. Grietken, dec. 1626
d. Catelijntien, mei 1630]
Walraven Claessen 4 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 95: Hans van Nimegen in de 3 Oranien Appelen betaalt in de verponding van 1594 voor zijn huis in de Oude Houttuin 30 ponden. Belenders: Jan Claesz. (huurt van Pauwesteijn) en Sijmon Wiltens coomen.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3966, f. 94: Jan Ariaensz. in de 3 Oranien [Appelen] betaalt in de verponding van 1606 voor zijn huis in de Oude Houttuin 30 ponden. Belenders: Bastiaen Aertsz. koekenbakker en Jan Ariaensz. de jonge Leutering.
ORA Dordrecht inv. 749 f. 34 e.v.: op 22 mei 1607 verbindt Jan Ariensz. van Gilsen, burger van Dordrecht, als onderpand zijn huis “de Drije Oraengien Appelen”, staande tussen het huis genaamd “den Ossenhuijt” en het huis genaamd “Pauwesteijn”.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 99 e.v.: Walraven Claesz. in de 3 Oranien Appelen betaalt in de verponding van 1619 voor zijn huis in de Voorstraat (Oude Houttuin) 24 ponden en 10 s. Belenders: Gijsbert Geridsz. wielmaker en Jan Ariaensz. Loteringh.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 107v: Walraven Claesz. betaalt in de verponding van 1633 voor zijn huis in de Voorstraat (Oude Houttuin) 24 ponden.
ORA Dordrecht inv. 771, f. 7v: op 4 mrt. 1637 verkoopt Walraven Claesz., burger van Dordrecht, aan Gerrit Noeij wijnkoper een jaarlijkse losrente van 25 gl., verzekerd op een huis in de [Oude] Houttuin, genaamd “de Drie Oranje Appelen”, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Arijensz. Leutering en dat van Abraham Claesz. de Haen.]
De weduwe van Jan Adriaens Leutering 35 ponden
[De weduwe van Jan Ariensz. Leutering betaalt in de verponding van 1633 voor haar huis in de Voorstraat 21 ponden. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 107v)]
f. 61v
De weduwe van Herman Oom 30 ponden
[Herman Oem Hermansz., geboren ca. 1562, overleden in 1623, trouwde in 1595 met Katharina Boucquet Jansdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1178)
Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, Kath.) 11 juni 1595 getrouwd Herman Oom Hermansz. jong gezel en Catrina Boucket jonge dochter geassisteerd met haar vader en haar tante Maria Willemsdr. Boucquet.
ONA Dordrecht inv. 4, f. 45: verklaring dd 8 jan. 1603 door dr. Arent Muijs van Holij, baljuw van Zuid-Holland, en Hermen Oem Hermansz., 41 jaar oud, op verzoek van Engeltken van de Lindt, eerder weduwe van Dammis Mes en nu vrouw van dr. Johan van Brouckhuijsen. Zij verklaren, dat Engeltken omtrent twee jaar tevoren van Gouda is komen wonen bij haar zusters, “wetende … besocht van een swaer accident in haer hooft, door de continuele en geduijrige pijnen van welck accident [zij] … soo miserabel elendich ende cativich is datse haer gesicht ende gehoor soo seer heeft verlooren datse geheel blint ende somwijlen doof is ende doorgaens heel hardt hoorende is soo datse continuelijck haer camer ende meestal het bedde moet houden”. De getuigen geven voor redenen van wetenschap, dat zij buren zijn van de zusters van Engeltken en dat zij haar nooit uit hebben zien gaan, dat haar zuster Marijken van de Linde het hen verscheidene malen heeft verteld en dat de buren en andere personen, die Engeltken “in haere sieckte gewoon sijn te besoucken” het dagelijks hebben gehoord. ]
Johan van de Steen 10 ponden
Gerrit Nuij 20 ponden
Belia Geijen 12 ponden
D’heer Hugo Muijs van Holij oud borgemeester 100 ponden
Aert Hermans oudecleercooper 1 pond
f. 62
Henrick Gerrits Vermeij 3 ponden
Cornelis van Bijwaert 25 ponden
Aen de Vest op den Riedijck
Carel Chiraet 2 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1594, f. 42 e.v.: op 10 mei 1617 verkopen Floris Pietersz. huistimmerman, als man van Marijcken Cornelisdr., Adriaen Lucasz. bakker, als man van Anneken Cornelisdr., voor zichzelf en tevens vervangende Geertruijt Cornelisdr. en Cornelia Cornelisdr., allen kinderen en erfgenamen van Cornelis Thielen, voor 760 gl. aan Carel Siraets, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Riedijk aan de stadsvest, staande tussen het huis van Lauwerens Jansz. schipper en het poortje van Gillis Bouwensz.
ORA Dordrecht inv. 1594, f. 109: op 22 nov. 1617 verkoopt Charles Chieraet, burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Johan Swijting, adelborst in de compagnie van kapitein Thibault, garnizoen houdende te Dordrecht, een huis op de Bleijenhoek, staande tussen het huis van Jan Thonisz. leemplakker en dat van Neveling [sic] arbeider aan de straat. De koper is schuldig aan de verkoper 500 gl. In margine: op 2 aug. 1641 verklaart Jan Chieraet, erfgenaam van Carel Chieraet, zijn oom, dat hij niet weet of deze schuldbrief, die verloren is gegaan, geheel afbetaald is, en dat hij derhalve het huis ontslaat van genoemde hypotheek.
ORA Dordrecht inv. 764, f.: op 10 febr. 1623 verkoopt Blasius van Haerlem, klerk van de Weeskamer te Dordrecht, als gemachtigde van de Weesmeesters, aan Carel Cherer, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Riedijk aan ’s herenvest, staande tussen het sluisje en het huis van de koper.
ORA Dordrecht inv. 765, f. 113: op 16 juni 1625 verkopen de erfgenamen van Willem Pietersz. aan Carel Cheraet een huis op de Riedijk, genaamd “het Poortken”, staande tussen het huis van Frans Egbertsz. bakker en dat van de weduwe van Arent Henriksz.]
Laurens Jansse [schipper], nihil habet 2 ponden
Int Rietdijckstraetken
De weduwe van Jan Joppen uijt Papendrecht 1 pond
f. 62v
In de Thorestraet
Bruijn Meijnderts 2 ponden
Sijer Jacobs 3 ponden
Wouter Wouters corencoopers weduwe, insolvent 2 ponden
Frans Jansse schipper
[NG trouwboek Dordrecht 20 juli 1603: Frans Jansz. schipper weduwnaar en Huberten Adriaen Hubrechtsdr., beiden van Dordrecht, getrouwd op 5 sept. 1603
Frans, zoon van Jan Fransz. en Jannicken Sanders, gedoopt NG Dordrecht febr. 1580
ORA Dordrecht inv. 1602, f. 89v: op 10 juni 1627 verkoopt Frans Jansz., schipper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Janneken Sanders, weduwe van Jan Fransz., aan de erfgenamen van Cornelis Francken een jaarlijkse losrente van 12 gl. 10 st. op een huis in het Torenstraatje, staande tussen de oliemolen van de erfgenamen van Pieter Aelbertsz. en de dwarsgang, die loopt naar de gracht.
ORA Dordrecht inv. 1603, f. 14v: op 1 mei 1628 verkoopt Jacob Stoop, als administrateur van de boedel van wijlen Jan Arijensz. van Geer, gezworen koopmansbode op Luik, aan Frans Jansz., schipper en burger van Dordrecht, een huis bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Henrick Jansz. Both bakker en dat van Coenraet Woutersz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 606 gl. Borgen: mr. Adriaen Plaetman “breucksnijder” [chirurgijn] en Arijen Jacobsz. Wijcken, burgers van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 31: op 5 april 1632 verklaren Frans Jansz. de Bouff, als man van Hubertgen Ariensdr., en mr. Adriaen Plaetman, als man van Adriaentgen Ariensdr., dat het huis, dat is nagelaten door Marijken Sanders, weduwe van Adriaen Huberts, hun schoonmoeder, genaamd “’t Wapen van Monickendam”, bij kaveling is toegevallen aan Aechtge Ariensdr., weduwe van kapitein Claes Adriaensz., op voorwaarde, dat Adriaentgen Ariensdr. haar leven lang er het vruchtgebruik van zal hebben, zoals bepaald is in het testament van Marijcken Sanders, gepasseerd op 13 jan. 1626.
ORA Dordrecht inv. 1607, f. 1: op 3 jan. 1637 verkoopt Frans Jansz., schipper en burger van Dordrecht, aan Dirck van Slingelant, apotheker en burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen de oliemolen van notaris Willem van der Elst en de gang van de het huis genaamd “’t Houffijser”. De verkoper stelt als waarborg: een huis bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Henrick Jansz. Both en dat van Koen Woutersz. van der Neth.]
De weduwe van Aelbert Sijmons [Braet] 1 pond
[Zie genealogie Braat op deze website.]
f. 63
Adriaen Jansse pachter 2 ponden
Jan Cornelisse backer 5 ponden
Huijch Cornelis [van den Endt] cleermaker 2 ponden
[Huijch Cornelisz. van der Endt, kleermaker, trouwde Katalina Petersdr. de Hooch
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Cornelis, mei 1601
b. Catrina, dec. 1602
c. Annen, juli 1605
d. Jan Huijgen van der Endt, jan. 1611, trouwde NG Dordrecht 25 mrt. 1635 Janneken Adriaensdr. van Leeuwen
Kinderen:
d-1. Hillegondt van der Endt, gedoopt NG Dordrecht dec. 1637, trouwde Gillis Wilmart
d-2. Maijcken, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1639
e. Tanneken, april 1614
f. Adriaen, april 1617]
Lambrecht Buijs laeckencooper 3 ponden
Aen de ander zijde
Pieter Cornelisse timmerman
f. 63v
Huijbert Thijsse schipper, nijet quotisabel 1 pond
Leendert Jacobs schipper, nihil habet 1 pond
De weduwe van Jan Fransse, insolvent 1 pond
Thonis de Ronden schipper 1 pond
In de Wijngaertstraet
Cornelis Thonis Oudeboter 1 pond
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968 (verponding Dordrecht 1619), f. 121: Cornelis Thonisz. Ouboter betaalt 3 gl. 15 st. voor zijn huis in de Wijngaardstraat. Belenders: de erfgenamen van Claes Jacobsz. en Willem Ariaensz. schipper.
ONA Dordrecht inv. 12, f. 386v: op 8 mrt. 1619 verkoopt Adriaen Willemsz., schipper en burger van Dordrecht aan Cornelis Thonisz., schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Willem Adriaensz. en dat van Grietgen Teeuwen. Koper is schuldig aan verkoper 1010 gl., te betalen met 150 gl. op meidag 1619 en voorts 100 gl. ieder jaar op meidag. Gepasseerd in aanwezigheid van Pauwels Eelbo, notaris te Dordrecht en Frans Jansz. en Albert Sijmonsz. Braet, schippers en burgers van Dordrecht, als getuigen. Transportakte gepasseerd voor schepenen van Dordrecht op 18 april 1619 (ORA Dordrecht inv. 760, f. 23 e.v.). Koopsom is 1010 gl. Waarborg voor verkoper: Albrecht Sijmonsz. Braet, schipper en burger van Dordrecht. Koper is schuldig 860 gl.Borgen: Jan Ariensz. timmerman en Frans Jansz. schipper, burgers van Dordrecht.]
f. 64
Michiel Pieters schipper 1 pond
In de Nieukerckstraet
Sweer Jansse smith 2 ponden
Opt Nieukerckhoff
Pouwels Luijcas thuijnman 2 ponden

De Nieuwkerk (bij het Nieuwkerksplein)
T vierde quartier bedraacht ter somme van 818 ponden
f. 64v
Vijffde Quartier beginnende opten houck van de Houtsteijger in de Cannecoopersbuijrt [Voorstraat tussen Nieuwbrug en Nieuwkerkstraat (Van Baarsel, o.c., p. 58)] tot in de Houttuijn aen weder zijde
Marchelis Berckenbosch bode 1 pond
IJsaack de Coninck goudtsmith 4 ponden
Jan Thonisse Verelst 6 ponden
Herman Gerrits bandeliermaker 1 pond
Jan Jansse van Halteren 1 pond
[ORA Dordrecht inv. 765, f. 100: op 12 mei 1625 verkoopt mr. Thomas Laurens, inwoner van Leiden, aan Jan Jansz. van Halteren, burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Isaac de Coninck en de Houtsteiger, voor een bedrag van 2500 gl. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 200 gl. In margine: Jan Jansz. van Halteren toont op 23 juli 1638 de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is betaald.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht anno 1633), f. 90: Voorstraat bij de Nieuwbrug – Jan Jansz. van Halteren (eigen)- 16 ponden en 5 stuivers.
Hij was een zoon van Hans van Halteren en Annicken Lambrechtsdr. (Herings) en werd na het overlijden van zijn vader gedoopt (NG Dordrecht april 1588).
NG trouwboek Dordrecht 6/27 nov. 1583: Hans van Halteren van Bergen op Zoom en Annicken Lambrechtsdr. van ‘s-Hertogenbosch.]
f. 65
Pieter Wissels 3 ponden
Davidt Jansse wijncooper 10 ponden
Claes Schelling 1 pond
Willem van Beaumont 7 ponden
Dr. Cornelis van Someren 18 ponden
[NG trouwboek 1 okt. 1617: Cornelis van Someren ordinaris doctor in de medicijnen der stad Dordrecht en Anna Blocken Adriaensdr. van de Westmaas, per schrijven van Westmaas, getrouwd 28 okt. 1618 [sic]
Anna Blocken, geboren naar schatting ca. 1595 vermoedelijk te Westmaas, dochter van Adriaen Bastiaensz. Blocken Margrieta Anthonisdr., dochter van Anthonis Cleijsz. Spruijt en Hilleken Jacobsdr. (welke laatstgenoemde eerder gehuwd was met Jacob Dirksz.)
ORA Westmaas inv. 1: op 23 juni 1616 de 30e penning ontvangen over de landerijen, die zijn geërfd door het laatste overlevende kind (van de drie nagelaten kinderen) van wijlen Adriaen Bastiaensz. Block en diens eveneens overleden vrouw Margareta Anthonisdr., t.w. 2 1/2 morgen in het Oudeland van Strijen, getaxeerd te Strijen op 15 juni 1615 op 350 gl. de morgen, 5 morgen land in de 9e kavel van Nieuw-Beijerland, getaxeerd aldaar op 12 juli 1616 [sic: moet zijn 1615] op 2000 gl. in totaal, en 4 1/2 morgen in het Oude Moenickelant, getaxeerd te Westmaas op 23 juni 1616 op 1125 gl. in totaal.
ONA Dordrecht inv. 22, f. 316: op 5 okt. 1617 compareren Jacob Claesz. Lem, wonende in Mijnsheerenland van Moerkerken en Dirck Lenertsz. [Cappendijck], wonende op Dubbeldam. Zij verklaren op verzoek van Job van Beaumont Jansz., burger en inwoner van Dordrecht, dat zij op maandag laatstleden geweest zijn in Westmaas ten huize van Hilleken Jacobsdr., hun grootmoeder, en haar toen hebben horen zeggen, dat zij graag zou willen, dat de nicht van de comparanten, Anneken Blocken, zou trouwen met Job van Beaumont Jansz. “ende dat sij tselve liever soude sien van den requirant als met den persoon van Cornelis van Someren”. De deposanten verklaren voorts, dat zij elk een zusterszoon zijn van de moeder van Annecken Blocken. Zij stemmen toe in het huwelijk van Annecken met Job van Beaumont, maar zijn tegen een huwelijk met Van Someren.
ONA Dordrecht inv. 22, f. 318: op 5 okt. 1617 compareren Arien Claesz. en Claes Claesz. Lem, wonende in Strijen, Cornelis Lenertsz. [Cappendijck], wonende op Dubbeldam, allen “moeijen kinderen” van moederszijde van Anneken Blocken, Pieter Tomisz. Hoogewerff, wonende in Beijerland, als behuwd neef van moederszijde van Anneken Blocken en Arien Jansz. [Spruijt], als man van Anneken Jacobsdr., wonende in de Group, als behuwd oom van Anneken Blocken, zijnde zijn echtgenote een zuster van de moeder van Anneken Blocken. De comparanten verklaren op verzoek van Job van Beaumont Jansz. goed te weten, dat de rekwirant “grooten toeganck tot dvoorsz. Anneken Blocken heeft gehadt, mitsgaders dat sijluijden oock int huwelijck van de voorsz. Anneken Blocken met den requirant bewilligen ende volcomelijck consenteren bij desen, sonder eenigsints te advoijeren den voortganck vande geboden, veel min het huwelijck met den persoon van dr. Cornelis van Someren, als sulcx sijnde tegen haren wille ende vuijterste begeerte.”
ORA Dordrecht inv. 68, f. 29, rekest dd20 sept. 1670: “Geeft … te kennen Anna Blocke weduwe van de heer Cornelis van Someren in sijn leven uijtten Outraet ende Thesaurier deser Stede, hoe dat U Ed. Achtb. [burgemeester en regeerders van de stad Dordrecht] naer het overlijden van … haeren man goetgevonden hebben hebben haer suppliante te begunstigen met de Concherge vanden Stadthuijse alhier, waermede deselve nu soo verre gecomen is, dat sij alle haere kinderen gealimenteert ende tot hunnen meerderjaricheijt gebracht heeft ende sulcx dat sij supplte. als nu alleen wesende ende tot hoogen ouderdom gecomen is, naer overleggen van haere saecken goetgevonden heeft met permissie van U Ed. Agtb. de bedieninge vande voors. Concherge te verlaten … Stond voor apostille: fiat ut petitum.”
Kinderen van dr. Cornelis van Someren en Anna Blocken (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Margaretha, febr. 1619
b. Margareta, okt. 1620
c.mr. Johan van Soomeren,geboren 3 juli 1622, gedoopt juli 1622, griffier van de Chambre de mi partie [een in Dordrecht vergaderende commissie van Nederlandse en Spaanse diplomaten, die onderhandelden over kwesties, die voortvloeiden uithet Verdrag van Munster van 1648], o.a. waterschepen te Dordrecht (1647), hoogdijkheemraad van Oud-Beijerland “wegens de Group” (1650), raadpensionaris van de stad Nijmegen (1655), griffier van de Chambre mi partie (1666) (Balen, o.c., deel II, p. 1241)]
ONA Dordrecht inv. 47, f. 109: op 11 okt. 1654 verklaart Bastiaen Jacobsz., wonende op de hofstede van de advocaat mr. Johan van Someren onder de jurisdictie van De Group, dat hij voor zeven achtereenvolgende jaren van Anna Blocke, weduwe van Cornelis van Someren, thesaurier van Dordrecht, heeft overgenomen de bruikweer van 16 morgen 4 hont land, zowel wei- als zaailand, waarvan eigenaars zijn de kinderen van de heer Brusellis zaliger. Bastiaen Jacobsz. zal Anna Blocke daarvoor 750 gl. betalen. Jacob Jacobsz., wonende te Dubbeldam, stelt zich borg voor de comparant.
d. dr. Adriaen van Someren Cornelisz., geboren 16 nov. 1624, gedoopt nov. 1624, van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1652), doctor ordinaris in de medicijnen van de stad Dordrecht (1652), overleden 19 mei 1663, trouwde NG Dordrecht 12/28 mei 1652 met Klara Mispelshoeff Kornelisdr., jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Nieuwe Haven (1652), dochter van Cornelis Pietersz. Mispelshoeff, houtkoper te Dordrecht (zie f. 13).
Kind:
d-1. Kornelis van Someren Adriaensz., geboren 2 juni 1654 (Balen, o.c., deel II, p. 1240).]
e. Cornelis van Someren, geboren 23 febr. 1627, gedoopt mrt. 1627, notaris en procureur te Dordrecht, waarsman van den Lande van Strijen, overleden 19 febr. 1673 (Balen, o.c., deel II, p. 1240)]
f. Antonij van Someren, geboren 1 febr. 1629, gedoopt febr. 1629, schepen van Hulst en Hulsterambacht (1657), ongehuwd overleden in 1672 (Balen, o.c., deel II, p. 1240), overleden in Oost-Indië.
ONA Dordrecht inv. 176, f. 291 e.v.: op 3 maart 1661 testeert voor notaris E. Vinck Anthonij van Someren, jongman, op zijn vertrek staande om met het schip “de Beurs van Amsterdam” naar Oost-Indië te varen. Hij vermaakt aan zijn moeder Anna Blocke het vruchtgebruik van de helft van zijn na te laten goederen. De wederhelft daarvan legateert hij aan o.a. de kinderen van Johan van der Hal, verwekt bij Margriet van Someren.
ONA Dordrecht inv. 413, akte dd 4 dec. 1673: de erfgenamen van Anthonij van Someren, overleden op het eiland Dingdingh in Oost-Indië, verlenen procuratie aan P. van Leeuwen, notaris te Batavia, om te vorderen alle goederen, die Anthonij heeft nagelaten, van degenen onder wie die goederen berusten.
g. Willem van Someren, geboren 22 jan. 1631, gedoopt febr. 1631, kapitein-luitenant van een compagnie Guardes van de Keurvorst van Brandenburg (1657) (Balen, o.c., deel II, p. 1240-1241).]
h. Margrieta van Someren,geboren 6 jan. 1633, gedoopt febr. 1633, trouwdeJohan van Hal (Balen, o.c., deel II, p. 1241 vermeldt alleen: “Joffr. Margareta van Someren, Heeren Kornelisdochter, geboren den 6. Februarij 1633, overleden.”)
i. Lidia van Someren, geboren 15 juni 1635, gedoopt juni 1635, trouwde in 1655 met Johan Boon (Boonen), luitenant van een compagnie infanterie ten dienste van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hij stierf op 15 mrt. 1671, “nalatende kinderen”. (Balen, o.c., deel II, p. 1241). Lidia van Someren, weduwe wonende bij de Grote Kerk, trouwde 2e NG Dordrecht/Bleskensgraaf 20 juli/2 aug. 1681 Johan van Bijwaart, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1681), notaris te Dordrecht
NG trouwboek Dordrecht 26 sept. 1655: Joannes Boonen jongman wonende omtrent de Vuilpoort en Lijdia van Someren heer Cornelisdr. wonende op de Nieuwe Haven, beiden van Dordrecht, getrouwd 17 okt. 1655 (Cf. Acta van de NG Kerkenraad van Dordrechtvan 4 aug. 1656 [SA Dordrecht, archief 27 inv. 7, f. 2v]: “Ds. Dibbetius heeft gerapporteert, dat Sijne Edelheid met mijnheer Coopman hadde geweest bij Boone, de man vande dochter van d’Heer Someren, ende dat deselve klagende over het onlijdelick tractement ten huijse van zijn schoonmoeder, hadde henselven verclaert, bereijdt te sijn tot een behoorlijcke bijwooninghe, bij sijn huijsvrouw voornoemt, bij aldien die door goede tusschenspraeck conde te wege gebracht werden.”)
j. Jacob van Someren, geboren 18 aug. 1636, gedoopt aug. 1636, trouwde 22 sept. 1669 Katharina Taghoen, weduwe eerst van Johan van Valkenburg, professor in de medicijnen te Leidenen ten tweede van Salomon van Delmanhorst (Balen, o.c., deel II, p. 1241).]
k. Pieter (Petrus) van Someren, geboren 13 jan. 1642, gedoopt 22 jan. 1622, trouwde Anna de Rouw (Balen, o.c., deel II, p. 1241).]
f. 65v
[ORA Dordrecht inv. 1601, f. 49v e.v.: op 6 juni 1624 verklaren Hermen Godschalcxsz., Frans Aertsz., Sebastiaen Aertsz. en Willem Aertsz., voor zichzelf en de laatste drie genoemden tevens vervangende hun zuster, Janneken Aertsdr., samen erfgenamen ex testamento van Aeltken van Beaumont, de vrouw van Hermen Godschalcxsz. en moeder van de vier voornoemde kinderen, dat zij de goederen, die Aeltken heeft nagelaten hebben verdeeld, waarbij aan Willem o.a. is toegevallen een huis in de Kannenkopersbuurt, genaamd “’t Joppenvat”, staande tussen het huis van dr. Cornelis van Someren en dat van Jan Henricxsz. Bot. Willem is schuldig aan Hermen een somma van 2520 gl. en aan zijn broers en zuster een bedrag van 1680 gl.]
De weduwe van Jan Henricxe Bodt backer 3 ponden
Hans Verhage verwer 1 pond
De weduwe van Barent Marcusse goutsmit 4 ponden
Aert Schut brouwer 40 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1607, f. 4 e.v.: op 28 jan. 1637 verkoopt Arent Schut, brouwer en burger van Dordrecht, aan David Decker, burger van Dordrecht, een huis en brouwerij, genaamd “den Gecroonden Dissel”, staande in de Kannenkopersbuurt tussen het huis van de verkoper en dat van de kinderen en erfgenamen van Barent Marcusse, alsmede zijn, verkopers, aandeel in een windkorenmolen, staande op het Nieuwe Werck. Waarborgen: Eeuwout Aertsz. Schut brouwer en Johannes Prins, koopman, beiden burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 8700 gl. Borgen: Mels Gijsbertsz. korenkoper en Adriaen Jansz. Oems, burgers van Dordrecht. In margine: Aelbert van Hoogeveen toont op 30 nov. 1648 de originele brief met kwitantie, waaruit blijkt, dat de schuld volledig is voldaan.]
Herman Jacobs cleermaker 1 pond
[ORA Dordrecht inv. 1603, f. 31: op 10 juli 1628 verkoopt Marinus van de Lisse, deurwaarder van de “Comptoire” van domeinen van Zuid-Holland, als procuratie hebbende van Venditius Riccen, rekenmeester van de Grafelijkheid van Holland, als man van Helena Cool, en mr. Fredrick Riccen, als man van Catharina van Muijlwijck, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. Vosmere in Den Haag op 27 mei 1625, aan Hermen Jacobsz., kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Houttuin tegenover “de Cleijne Swaen”, staande tussen het huis van Aert Schut brouwer en dat van Henrick Pietersz. Starrenburch.]
f. 66
Adriaen Cornelisse metselaer 1 pond
Aelbrecht Leenderts 6 ponden
Joris Hendrickse cleermaker 1 pond
Mr. Abraham chirurgijn 1 pond
Mr. Viglius Ooms advocaat 18 ponden
[Mr. Viglius Oem, doctor in de beide rechten, trouwde Josina Meysters Maartensdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1178).
Zoon:
Martinus Oom, jongman geboren te Utrecht (1629), trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, Kath.) 23 aug./11 sept. 1629 (de bruidegom geassisteerd met mr. Viglius Oom, zijn vader, en de bruid met haar oom en voogd Herman Oom) Margrieta Boucquet, jonge dochter van Dordrecht (1629)]
f. 66v
De weduwe van Joost van der Elst met haer zoon 9 ponden
Jan Vogel, nihil habet 2 ponden
De weduwe van Gerit van Nispen, vermindert op 6 ponden 6 ponden [“9 ponden” doorgehaald]
Willem Barendts wijncooper 2 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 25v: op 6 juni 1626 verkoopt Jan Jarde, burger van Dordrecht, aan Willem Barentsz., wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, genaamd “de Stadt Camerick”, staande tussen het huis van Isaack Canijn en dat van de weduwe van mr. Willem Smits. Verkoper stelt geen waarborg. De koper is schuldig aan verkoper 2600 gl. Borgen: Barent Jansz. en Isaack Jansz. Caning.]
Gerrit Dircxe Lonnevaerder 5 ponden
D’heer Johan van der Mast Hermans schepenen [sic] 70 ponden
f. 67
Jonge dochters Repelaers 45 ponden
[Agatha Repelaer en Adriana Repelaer, dochters van Hugo Repelaer, brouwer in “de Sleutel” en Margaretha Jansdr. Brouwer. Hun zuster Johanna Repelaer trouwde met Johan van der Mast Hermansz (f. 66v). Zie Kwartierstaat Van Schothorst (internet), kw. 11094.]
De weduwe van Aert Cool 8 ponden
De weduwe van Adriaen Repelaer, betaelt tot Schoonhoven 8 ponden
Jan Wouters scheijmaecker 3 ponden
Aen d’ander zijde
Isaac Caning hopcooper 22 ponden
f. 67v
De weduwe van Hugo van Berckel blauverwer 2 ponden
Matheeus van de Brouck [koopman] 8 ponden
[Matheus van den Broeck, geboren ca. 1566, trouwde NN
ONA Dordrecht inv. 12, f. 22v: verklaring dd 17 febr. 1617 door Matheus van den Broek, koopman en burger van Dordrecht, 51 jaar oud.
ONA Dordrecht inv. 12, f. 284v: op 6 aug. 1618 verklaren Matheus van den Brouck, koopman en burger van Dordrecht, en Jaspart Baron, kassier van de Tafel van Lening te Dordrecht, dat zij tot een overeenkomst zijn gekomen aangaande het huwelijksgoed en geld, dat Van den Brouck aan Baron en wijlen zijn dochter Janneken van den Brouck heeft beloofd, alsmede betreffende zulke “actie” als Van den Brouck en zijn vrouw toekomt krachtens het testament dat Baron en zijn vrouw, Janneken van den Brouck hebben gepasseerd voor notaris P. Eelbo op 7 sept. 1617, aangezien het kind van Baron en zijn vrouw binnen een jaar na haar geboorte is gestorven. Beiden verklaren hiervan volledig voldaan en betaald te zijn.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 133: huwelijkse voorwaarden dd 21 mrt. 1627 tussen Bartholomeus van den Broucke, jongman, geassisteerd met zijn vader Matheus van den Broucke, en Catharina de Hooch, jonge dochter, geassisteerd met haar oom en voogd Adriaen Antheunisz. en haar zwager Aelbrecht van Jonckholt.
Kinderen;
a. Janneken van den Brouck, trouwde NG Dordrecht 26 febr. 1617 Jasper Baron, kassier van de Tafel van Lening te Dordrecht
Kind:
a-1. Catharina, gedoopt NG Dordrecht dec. 1617
b. Bartolomeus van den Brouck, trouwde Catharina de Hooch
c. Matheus van de Brouck de jonge, trouwde Catharina Hubrechtsdr.: zie f. 48v]
Jan Aertsse silversmith 3 ponden
Jan Adriaensse Vervoren 1 pond
De weduwe van Cornelis Adriaens Vervoren 1 pond
f. 68
De weduwe van Joachum Aertsse schrijnwercker 2 ponden
Maria van Wissel 22 ponden
Jeremias Reijns 1 pond
De weduwe van Henrick Jobs van Slingelandt 30 ponden
Herman Minnesang wijncooper 9 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 10 juli 1618: Herman Minnesanck weduwnaar wijnkoper van Wesel wonende in de [Oude] Houttuin bij de Mariënbornstraat en Mariken Jans van Dordrecht weduwe van Jan Kop wijnkoper wonende in den Roomer]
D’erffgenamen van sijn huijsvrou zaliger 4 ponden
f. 68v
Gillis Pieters caescooper 22 ponden
Pieter Vinck laeckencooper 15 ponden
Claes Adriaens backer 3 ponden
Jan Bres sijn huijsvrou 2 ponden
D’heer Adriaen Hoogeveen 22 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 110: in de verponding van 1633 betaalt Adriaen van Hoogeveen voor zijn huis in de Voorstraat 50 ponden, belenders: Cornelis Fransz. van Bredenhoff, die huurt van Van Hoogeveen (betaalt 21-10) en kapitein Frans Jansz.]
Frans Jansse capteijn [“twinder” doorgehaald] 30 ponden
f. 69
Herman Oom Jans houtcooper 60 ponden
[Herman Oem Jansz., overleden 20 aug. 1634, trouwde 1 mei 1605 Kornelia Anthonis Jordensdr. de Zee, overleden 7 juni 1645. (Balen, o.c., deel II, p. 1180)]
Cornelis Dionijs wijncooper, te sien quitantie 20 ponden
[Cornelis Dionijsz., weduwnaar van Dordrecht (1628), trouwde 1e Marguarita van Nispen Hendriksdr., 2e NG Dordrecht 30 juli/20 aug. 1628 ( door schrijven van de Waalse kerk) Maria van Beaumont Jansdr., van Dordrecht (1628)
ONA Dordrecht inv. 13, f. 269: op 19 juni 1622 testeren Cornelis Denijsz., koopman van wijnen en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Marguarita van Nispen Hendricksdr., hij ziek in bed liggende, zij gezond. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 100 gl. Tot erfgenaam van al hun overige na te laten goederen benoemen zij de langstlevende van hen beiden. Die langstlevende zal gehouden zijn hun dochter Digna te onderhouden tot zij 22 jaar is geworden of tot zij gaat trouwen en haar dan uit te zetten in “feeste ende cleedinge” en bovendien een somma van 3000 gl. uit te reiken. Als hun dochter voordien komt te overlijden, moet de langstlevende aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende onder hen allen een bedrag van 1500 gl. uitreiken. Tot voogden over hun dochter stellen zij aan zijn broer Johan Denijsse en haar zwager Willem van Bijlaert.
Kind (ex 1):
a. Digna, geboren naar schatting ca. 1620]
Jouffrou Pas 8 ponden
Jouffrou van der Heijden Maria [sic] 30 ponden
Abraham Rutgers 5 ponden
f. 69v
Guilliam van Oversteech 14 ponden
Govert Adriaens vleijshouder 1 pond
[ORA Dordrecht inv. 1597, f. 4: op 19 jan. 1621 verkoopt Pieter Nicasius, wijnkoper en burger van Dordrecht, voor 180 gl. aan Govert Ariensz., vleeshouwer en burger van Dordrecht, de helft van een erf, liggende achter het huis van de verkoper omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Jacob Jaspersz. en dat van Marijcken de Vries, op welk erf door de koper inmiddels is gebouwd, strekkende voor van de Weeshuisstraat tot aan de Zakkendragersstraat. De wederhelft is door verkoper voor 100 gl. verkocht aan Jan Anthonisz. Verelst, burger van Dordrecht. Waarborg: Hubrecht van Sevender.]
Jan Jacobs wijncooper 3 ponden
De twee dochters van Jan Nijssen [“nae billiet te sien” doorgehaald] 16 ponden
Jacob Beeck wijncooper 20 ponden
[Jacob Beeck, trouwde NG Dordrecht 10 mei 1598 Anneken Cornelisdr.
ONA Dordrecht inv. 43, f. 3: op 4 jan. 1646 verklaren Balten Baltensz. Salibosch zilversmid en Huijbert Willemsz., Abraham Sijeren, Balten Aertsz., Aert Sijmonsz, Claes Aertsz. en Jacob Wiilemsz., schippers en burgers van Dordrecht, op verzoek van Jacob Beeck, burger van Dordrecht, dat zij ongeveer 8 dagen tevoren in de herberg “den Houthaeck” gehoord hebben, dat Cornelis Geeritsz. Romp aan Beeck voor 1200 gl. verkocht heeft zijn schip en het keukengerei, maar met uitzondering van zijn plunje en bultzak.
Kinderen (o.a.):
a. Antheunis (Anthonij) Beeck gedoopt NG Dordrecht dec. 1599
b. Cornelis Beeck, gedoopt NG Dordrecht juli 1606
ONA Dordrecht inv. 16, f. 165: op 10 mrt. 1628 testeert Cornelis Beeck Jacobsz., ongehuwd, burger van Dordrecht. Hij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een bedrag van 50 gl., aan Mariche Aerts, zijn vaders dienstmaagd, een bedrag van 24 gl. en aan zijn vader Jacob Beeck 200 Vlaamse ponden. Voorwaarde bij dat laatste is, dat als zijn vader gaat hertrouwen en uit dat tweede huwelijk kinderen geboren worden, zijn vader van die 200 Vlaamse ponden alleen het vruchtgebruik zal krijgen, en dat na zijn overlijden dat geld zal komen aan testateurs broer Anthonij Beeck of bij vooroverlijden diens nakomelingen. In alle overige door hem na te laten goederen benoemt hij tot zijn erfgenaam zijn broer Anthonij Beeck of bij vooroverlijden diens nakomelingen.
c. Govaert, gedoopt NG Dordrecht mei 1614]
f. 70
Berckhuijsius schoolmeester 2 ponden
[Vermoedelijk Johannes Berckhuijsen, die in 1626 werd aangesteld tot schrijfmeester aan de Latijnse school te Dordrecht en tot 1646 als zodanig in dienst bleef. (C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena, 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003), Dordrecht 2003, p. 136 en 148)]
Staes Jacobs lijndraijer 5 ponden