Eelbo

I. Pauwels (Paulus)Eelbo, geboren naar schatting ca. 1580, commies van wegede provincie Zeeland op het comptoir van de licenten te Dordrecht, notaris ald., woonde vermoedelijk eerst in Middelburg en vestigde zich in of vóór 1607 te Dordrecht,overleden tussen 1626 en 1636,trouwde naar schatting ca. 1605 Dingna Oillarts Adriaensdr.

21 dec. 1607: “Pauls Eelbo Commijs van wegen die van Seelant op de licenten is met advijs van de schoolversoorgers geadmitteert om te mogen schole houden van rekenen chijfferen boeckhouden”. (Erfgoedcentrum DiEP, archief 98, inv. 1)

1626: Pauwels Elbo, notaris in de Wijnstraat, aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl. (1000e penning Dordrecht f. 36v)

26 aug. 1636: compareren voor notaris D.S. Coplaer te Dordrecht een aantal personen, allen crediteuren van de boedel van Adriaen Repelaer Adriaensz., in zijn leven konvooimeester van de licenten te Dordrecht, “als mede ondergeslagen hebbende de goederen van zijnen vader Adriaen Anthonisz. Repelaer”. De comparanten verklaren, dat zij elk voor zichzelf uit handen van Barthout van Slingelandt, lid van de Oudraad te Dordrecht, als administrateur van de boedel van Adriaen Repelaer Adraensz.,ontvangen hebben hetgeen hij aan hen schuldig was. Daniël Eelbo, notaris te Dordrecht, voor zichzelf en namens zijn moeder en zusters, als erfgenamen van Pauwels Eelbo, heeft ontvangen een somma van 196 gl. 10 st. wegens verdiend salaris. (ONA Dordrecht inv. 75, f. 78v e.v.)

10 febr. 1642: testament van Dingna Oillarts Adriaensdr., weduwe van Paulus Eelbo, commies van wege de provincie Zeeland op het comptoir van de licenten te Dordrecht. Zij prelegateert aan haar drie nog ongehuwde dochters, Angneta, Maria en Adriaena Eelbo, “soo voor haer cleedinge als uijtsettinge”, elk een bedrag van 1000 gl., en daarenboven nog de huisraad, meubels, inboedel, ongemunt zilver, porselein, en contant geld,die bij haar overlijden in haar boedel bevonden zullen worden, alsmede al haar kleren, juwelen en zilverwerk. Aan haar [getrouwde] dochter Elisabeth Eelbo, scheldt zij een bedrag van 400 gl. kwijt, welke zij aan haar geleend heeft, met alle bij haar overlijdennog onbetaalde interesten. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zes kinderen. (ONA Dordrecht inv. 79, f. 148v e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Daniël Eelbo, geboren naar schatting ca. 1605, vermoedelijk in Middelburg, volgt II

b. Elisabeth Eelbo

c. Angneta Eelbo

d. Maria Eelbo

e. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 1608, jong overleden

f. Adriana Eelbo, gedoopt NG Dordrecht 1610

g. NN (dochter)

II. Daniël Eelbo Pauwelsz., geboren te Middelburg naar schatting ca. 1605, jongman van Middelburg wonende in de Wijnstraat te Dordrecht, commies van de licenten van de provincie Zeeland (1634), notaris te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 sept. 1667 (twee maal luiden over de heer commies Daniël Eelbo tegenover de Nieuwbrug), trouwde NG/Waals Geref. Dordrecht27 aug./10 sept. 1634 (proclam. apud Gallos), Geertruijt van Deuren Roelofsdr., gedoopt NG Dordrecht nov. 1608, van Dordrecht, wonende bij de Nieuwbrug (1634), dochter van Roelof Dircksz. van Deuren (van Dueren) en Elisabeth van Wesselt (van Wisselt)

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 19v: op 12 mei 1670 verkoopt Hendricus Francken, predikant te Dordrecht, als man van Catharina van Esch, eerder weduwe vanPaulus de Moor, voor 4200 gl. aan Geertruijt van Deuren, weduwe van Daniël Eelbo, een huis in de Voorstraat omtrent de Munt, staande tussen het huis van Roelant Teerlingh en dat van de erfgenamen van Cornelis Fransz. van Carkisant.

ORA Dordrecht inv. 238, f. 188: op 27 mei 1677 testeert Beatricx de Hulter, weduwe van Govert van der Velde, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan Geertruijt van Deuren, weduwe van Daniël Eelbo, haar tante, en bij vooroverlijden de naaste verwanten ab intestato van haar tante een bedrag van 1000 gl.. Zij legateert aan Margareta Repelaer, de vrouw van Paul Eelbo, haar bijbel met gouden sloten, op één van de sloten waarvan haar naam staat gegraveerd, en aan Margareta Eelbo, dochter van Paul Eelbo, het parelsnoer om haar hals van drie strengen dik. Tot erfgenaam van al haar overige goederen benoemt zijn haar zoon Francois van der Velde. Als haar zoon komt te overlijden voor hij gaat trouwen of voordat hij 24 jaar is geworden, benoemt tot tot erfgenaam van al haar overige goederen haar broer Roeloff de Hulter, koopman te Amsterdam. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Roeloff de Hulter, Isaack van den Biesheuvel en mr. Roeloff Eelbo, haar neven.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 22: op 19 april 1679 verkoopt Hendrick de Vos, ordinaris reetrekker te Dordrecht, als man van Dina van Hooghstraeten, mede-erfgename van Samuel van Hoogstraeten [kunstschilder], en tevens als executeur-testamentair van Samuel van Hoogstraeten en diens vrouw Sara Balen, en zich sterk makende voor de overige erfgenamen en de mede-executeur van dit echtpaar, voor 2000 gl. aan Geertruijt van Deuren, weduwe van Daniël Eelbo, een huis voor in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de erfgenamen van juffrouw Van den Honert en het huis van de glasmaker Steven van Esch.

ORA Dordrecht inv. 793, f. 95: op 27 juni 1684 verkoopt Roeloff Eelbo, advocaat wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Geertruij van Deuren, weduwe van DaniëlEelbo, voor 3800 gl. aan Jacob van Wel, winkelier en burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Dirck Hendricxsz. Mutsaert en dat van de weduwe van Jan Otten van Asperen. De koper is schuldig aan verkoopster een bedrag van 3800 gl. In margine: op 2 mei 1744 verklaart P. Eelbo, dat hij van Hendrik van Ardenne ontvangen heeft een somma van 1000 gl. met 40 gl. over een jaar interest, waarmee de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief geroyeerd op 3 mei 1754 (sic).

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Elisabeth, 1634, jong overleden

b. Elisabeth Eelbo, 1636, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug (1665), trouwde NG Dordrecht 1/17 febr. 1665 (proclam. te Amsterdam) Johan Tradel, jongman van Amsterdam wonende te Dordrecht, koopman (1665)

c. Paulus Eelbo, 1638, volgt IIIa

d. Roelof Eelbo, 1645 volgt IIIb

IIIa. Paulus Eelbo, gedoopt NG Dordrecht 1638, jongman van Dordrecht wonende tegenover de Wijnbrug, koopman (1661), trouwde NG Dordrecht 6 nov. 1661 (ondertrouw) Margaretha Repelaer, gedoopt NG Dordrecht mei 1634, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1661), dochter van Anthonis Huigensz. Repelaer en Emerentia van Driel

ONA Dordrecht inv. 244, f. 56 e.v.: op 23 april 1685 verklaart Paul Eelbo, koopman te Dordrecht, dat hij gekocht heeft van Cornelis Bastiaensz. Spruijt, die gewoond heeft in Pendrecht, enige roerende goederen, waaronder vier werkpaarden, waarna een zekere Pier Slooff, wonende onder Rhoon, “op eene malitieuse wijse, en seer sinisterlijck sich heeft weten meester te maecken, van twee der voors. paerden, de weduwe van … Cornelis Spruijt wijs maeckende dat hij de selve paerden, voor haer ofte wel den eijgenaer van dien ter goeden prijse wiste te vercoopen, ende off wel de selve weduwe van tbedroch gewaerschuwt sijnde de geseijde twee nu al vervoerde paerden in Roon dede arresteren, dat … Pier Slooff sich niet ontsien heeft daer uijtte arrest stoutmoedelijck te ontvrijden en de selve paerden elders te vervoeren sonder oijt daer van eenige verantwoordinge, veel min betalinge te doen”.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 119v: op 17 april 1696 verkopen Paul Eelbo, koopman te Dordrecht, en mr. Roeloff Eelbo, regerende burgemeester van Dordrecht, voor 2200 gl. aan Adriaan Hoffman, koopman te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de erfgenamen van kapitein Du Massain en dat van de weduwe van Steven van Es

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Anthonij, 1662

b. Daniël Eelbo, gedoopt NG Dordrecht 14 nov. 1663, burgemeester van Dordrecht 1702-1703, 1708-1709, 1713-1714, 1718-1719, 1722-1723, ongehuwd overleden Dordrecht 2 nov. 1729

c. en d. Roelof en Johan, 1665

e. Roelof, 1668

f. Johan Eelbo, 1669, jongman wonende te Amsterdam (1701), ontvanger van de Grafelijkheidstol te Gorinchem (vermeld 1732, 1742, 1743),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 13 nov. 1701 (volgens attestatie van ondertrouw van Amsterdam) Maria Margaretha Karsseboom, jonge dochter wonende te Amsterdam (1701), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 jan. 1739 (Marija Margareta Karsseboom, echtgenote van Johan Eelbo, in de Wijnstraat bij het Stadhuis, met 10 koetsen extra, de hoogste boete, laat kinderen na)

ORA Dordrecht inv. 820, f. 106v e.v.: op 19 mei 1742 comp. Adriaan van de Kieboom, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Jacob Stoop, regerende burgemeester van Dordrecht, voor de ene helft, en Adriaan Braats, heer van Geervliet, Simonshaven, Biert etc., lid van de Oudraad te Dordrecht, als enige “usufructuaris erffgenaam” van zijn overleden vrouw, Catharina Johanna van den Santheuvel, alsmede Hendrik van den Santheuvel, oud-burgemeester van Dordrecht, mr. Abraham van den Santheuvel, lid van de Oudraad te Dordrecht, Emmerentia en Hendrica Sophia van den Santheuvel, beiden meerderjarige, ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, samen met Bartholomeus van den Santheuvel, koopman te Amsterdam, kinderen en erfgenamen van wijlen Hendrica Stoop, in haar leven weduwe van Bartholomeus van den Santheuvel, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor de andere helft, tevens vervangende voornoemde Bartholomeus van den Santheuvel, volgens procuratie gepasseerd voor notaris H. van Wetten te Dordrecht op 17 mei 1742. Genoemde erfgenamen verkopen voor 7000 gl. aan Johan Eelbo, ontvanger van de Grafelijkheidstol te Gorinchem, twee naast elkaar staande huizen in de Wijnstraat tegenover het Stadhuis, staande tussen het huis van Johan Lesier en dat van Jan Goset.

Kinderen:

f-1. Margareta Eelbo, geboren ca. 1701, jonge dochter geboren en wonende te Dordrecht (1732), overleden Den Haag 31 okt. 1762, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 25 jan. 1732 (ondertrouw, de bruidegom geassisteerd met zijn broer Mattheus Hoeufft, majoor van het regiment karabiniers van Van der Gronde, en de bruid met haar ouders Johan Eelbo,ontvanger van de Grafelijkheidtol te Gorinchem, enMargareta Karsseboom,de geboden gaan te ‘s-Gravenhage, getrouwd in de Waalse kerk te Dordrecht op 10 febr. 1732) Leonardus Hoeufft, gedoopt NG Den Haag 9april 1697,jongman geboren en wonende in Den Haag (1732), 1742 ritmeester van de gardes van Holland, 1747 kolonel-commandant van de gardes van Holland, 2 juli 1747 gewond in de slag bijLafelt (slag om Maastricht),1748 generaal-majoor van de cavalerie, 1766 luitenant-generaal van de cavalerie, president van de Hoge Krijgsraad der Verenigde Nederlanden, erfde van zijn broer de heerlijkheden Oyen, Onsenoord en Nieuwkuik, begraven Den Haag (Grote Kerk) 25 juli 1772, zoon van Mattheeus Hoeufft Sr., heer van Oyen, Onsenoord en Nieuwkuik, en Constance Theodora Doublet, vrouwe van St. Annaland (NNBW)

– 14 april 1759: Ewout Bosveld, majoor van de stad Dordrecht, als procuratie hebbende van Margareta Eelbo, echtgenote van Leonardus Hoeufft, generaal-majoor van cavalerie in Nederlandse dienst, als enige en universele erfgename van haar broer, mr. Richard Paulus Eelbo, in zijn leven lid van de Oudraad en secretaris van Dordrecht, verkoopt

1.aan de stad Dordrecht voor 1552 gl. 17 st. 8 penn. (incl. rantsoen) een huis genaamd “’t Roode Hart” met een kleiner huis daarnaast, staande in de Wijnstraat [Groenmarkt] tegenover het stadhuis tussen het huis van Johan Lesier en dat van de erfgenamen van juffrouw Van Dorssen,

2. aan Mattheus van Meteren, koopman te Dordrecht, voor 902 gl. (incl. rantsoen)een koetshuis en paardenstal, staande in de Wijnstraat [Groenmarkt] schuin tegenover het stadhuis tussen het huis van Jacob de Jongh en dat van Jan Goset, en

3: (op 18 april 1759) aan mr. Martinus Boon, schout en secretaris van Dubbeldam, voor 6662 gl. 10 st. (incl. rantsoen) een huis met een grote tuin daarachter, staande en liggende in de Wijnstraat [Groenmarkt] tegenover het stadhuis, en het huis daarnaast. Het eerstgenoemde (grote) huis wordt belend door het huis van Johan Lesier en het andere door het huis van Jan Goset.

(ORA Dordrecht inv. 826, f. 163 e.v.)

Kinderen:

f-1-1. Constantia Maria Hoeufft,gedoopt NG Dordrecht 19 jan. 1733

f-1-2. Jean Philippe Hoeufft van Oyen, geboren Dordrecht 15 aug. 1734, gedoopt NG Dordrecht 20 aug. 1734

f-1-3. Mattheus Theodorus Hoefft, geboren Dordrecht 24 febr. 1737

f-2. mr. Richard Paulus Eelbo, geboren Amsterdam 23 aug. 1707, postmeester (vanaf 1722), lid van de Oudraad (1732) en veertig (1736) te Dordrecht, raad, vroedschap en secretaris van Dordrecht (1759), ongehuwd en kinderloos overleden ald. 12 jan. 1759 , begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 jan. 1759 (mr. Richard Poulus Eelbo, raad en vroedschap en secretaris van Dordrecht, in de Wijnstraat, ongehuwd gestorven, met 10 koetsen boven het ordinaris getal, de hoogste boete)

(NB: met hem stierf het Dordtse tak van het geslacht Eelbo in mannelijke lijn uit)

– 12 aug. 1722: na het overlijden van oud-burgemeester Ernest de Beveren, heer van West-IJsselmonde, is het ambt van postmeester te Dordrecht vacant geworden. Het Gerecht, de Thesauriers en de Goede Luiden van de Achten benoemen tot zijn opvolger Richard Poulus Eelbo. De presiderende burgemeester Daniël Eelbo, oomvan Richard Poulus Eelbo,vraagt het Gerecht, de Thesauriers en de Goede Luiden van de Achten “of [zij] … dheer Johan Eelbo, als vader van de gemelte Richard Poulus Eelbo, niet souden gelieven te qualificeren om d’Emolumenten en proffijte vande voorsz. bedieninge provenierende in sijn familie sodanigh emploij te geven als meergemelte heer Johan Eelbo gedurende sijn leven sall goetvinden en oordeelen te behooren.” Verzoek wordt toegestaan. (ORA Dordrecht inv. 16)

– 15 mrt. 1746: mr. Casper Balthasar Doll van Ourijk, schepen in wette en lid van de Oudraad in Dordrecht, verkoopt voor 1200 gl. aan mr. Richard Paulus Eelbo, lid van de Oudraad en secretaris van Dordrecht, een koetshuis en paardenstal met een pakhuis erachter, staande in de Wijnstraat omtrent het stadhuis tussen het huis van Johannes Gouset en dat van Jacob de Jongh.

g. Geertruijt Eelbo, 1671

h. Hugo Eelbo, 1672, volgt IVa

i. Margareta, 1675

j. Emmerentia Eelbo, geboren naar schatting ca. 1680

– 17 juli 1731: Emmerentia en Geertruijt Eelbo, bejaarde ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en als erfgenamen van hun broer Daniël Eelbo, burgemeester van Dordrecht, mede-erfgenamen van Theodorus de Haeze, raad ordinaris van Nederlands-Indië en president van het het college van weesmeesters te Batavia, die aldaar is overleden, verlenen procuratie aan hun broer Johan Eelbo, wonende te Dordrecht, mede-erfgenaam van Theodorus de Haeze, om te vorderen van de weesmeesters te Middelburg hetgeen hun is aanbestorven bij overlijden van Theodorus de Haeze. (ONA Dordrecht inv. 764, f. 295)

– 26 febr. 1743: Pieter van Well, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan Eelbo, ontvanger van de Grafelijkheidstol te Gorinchem etc., en van mr. Hugo Eelbo, regerende burgemeester en oudraad van Dordrecht, enige nagelaten broers en erfgenamen van Emmerentia Eelbo, gewoonde hebbende en overleden te Dordrecht, verkoopt voor 6355 gl. (incl. rantsoen) aan mr. Pieter Brandwijk van Blokland, lid van het College van Mannen van Veertigen te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent het Steegoversloot, hebbende aan de achterzijde een vrije uitgang in het Steegoversloot, belend van voren door het huis van Gerrit Schroot en het huis, dat op die zelfde dag wordt verkocht aan Adriaan de Bruijn. De verkoper, in de zelfde hoedanigheid, verkoopt voor 1250 gl. 10 st. (incl. rantsoen) aan Adriaan de Bruijn een huis in de Voorstraat omtrent het Steegoversloot, staande tussen het voorgaande huis en dat van Cornelis en Josina de Vos. (ORA Dordrecht inv. 151v e.v.)

IIIb. mr. Roelof Eelbo, gedoopt NG Dordrecht 1645, jongman van Dordrecht (1674), advocaat te Dordrecht (1684), burgemeester van Dordrecht 1693-1697, 1699 en 1704,trouwde NG Dordrecht 14/30 okt. 1674 (per schrijven van de Waalse kerk) Margareta de Sondt, jonge dochter van Dordrecht (1674), gedoopt NG Dordrecht 26 jan. 1657, dochter van Pieter (Anthonisz.) de Sondt en Margarita Trip,trouwde 2e Dordrecht 30 dec. 1696 (getrouwd te Amsterdam in de Franse kerk 17 jan. 1697) Margaretha Trip, weduwe van Matthias Trip

ONA Dordrecht inv. 244, f. 149: op 7 febr. 1686 benoemt Roeloff Eelbo, achtraad te Dordrecht, tot voogden over zijn minderjarige kinderen zijn broer Paul Eelbo en zijn zwagers Johan van Neurenbergh en Jonas de Jongh.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 14v e.v: op 11 april 1697 verkoopt Johan van Neurenbergh, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 3000 gl. aan mr. Roeloff Eelbo, regerende burgemeester te Dordrecht en bewindhebber van de VOC (kamer Amsterdam), een huis in de Voorstraat schuin tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van de verkoper en dat van de koper.

Kinderen (ex 1, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Daniël Eelbo, 1675

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 35v: op 15 juni 1723 verkoopt Ewout Bosvelt, majoor van Dordrecht, als procuratie hebbende van Daniël Eelbo Roelofsz., wonende te Woerden, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. Cantier te Rotterdam op 17 mei 1723, voor 3000 gl. aan mr. Pieter Eelbo, secretaris, Roeloff Eelbo, regerende burgemeester te Dordrecht, en Anthonij Eelbo, koopman te Rotterdam, broers van Daniël Eelbo, een vijfde part in een huis met stal en koetshuis in de Voorstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen de stal in de Doelstraat en de daarnaast staande wijnkelders en korenzolders en twee kleine huisjes, allen staande in het Zakkendragersstraatje.

b. Margarita, 1677

c. Pieter Eelbo, 1680, volgt IVb

d. mr. Roelof Eelbo, gedoopt NG Dordrecht 16 sept. 1682, jongman geboren te Dordrecht (1731), lid van de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden 1727, burgemeester van Dordrecht, 1723, 1728-1729, door zijn huwelijk heer van Molenaarsgraaf, Steenhuyzen, Giessen, Uitwijk etc., overleden 13 jan. 1738, trouwdeGerecht/NG Dordrecht2 febr. 1731 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw te Rotterdam dd 1 febr. 1731, 18 febr. 1731 attestatie gegeven, getrouwd NG Rotterdam 4/20 1731)Johanna Jacoba du Bois,jonge dochter van Rotterdam, wonende aan de Leuvehaven (1706), weduwe van mr. Adriaan Boon (1731), trouwde 1e NG/Stadstrouw Rotterdam 28 nov./17 dec. 1706 mr. Adriaen Boon, jongman van Rotterdam, wonende in de Hoogstraat (1706)

De regenten van het Nieuw-Armhuis te Dordrecht anno 1732 (de staande man zou Roelof Eelbo Roelofsz. zijn)

– 27 jan. 1739: Ewout Bosveld, majoor van de stad Dordrecht, als procuratie hebbende van Jacoba du Bois, vrouwe van Molenaarsgraaf etc., weduwe en enige erfgename van Roeloff Eelbo, in zijn leven oud-burgemeester en raad van Dordrecht, en van Anthonij Eelbo, wonende op zijn buitenplaats omtrent Wassenaar, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C.A. Cantier te Rotterdam op 22 jan. 1739, verkoopt voor 10.000 gl. contant aan mr. Pieter Eelbo, raad en regerende burgemeester van Dordrecht, twee derde parten in een huis met koetshuis, stal en zolders daarachter, staande op de Voorstraat bij de Nieuwbrug tussen het huis van jonkvrouw Margareta Johanna Hallincq en dat van Jacob van der Camp, en nog twee pakhuizen met zolders en twee kelders daaronder en twee kleine woonhuisjes naast één van beide pakhuizen, staande in het Mazelaars- of Zakkendragersstraatje, waarvan het resterende 1/3 part toekomt aan de koper. (ORA Dordrecht inv. 819, f. 90v)

e. Anthonij Eelbo, 1684, koopman te Rotterdam (1723),woonde in 1743 op een buitenplaats bij Wassenaar

IVa. mr.Hugo Eelbo, geboren 24 sept. 1672, jongman van Dordrecht (1703), vele malen burgemeester van Dordrecht tussen 1710 en 1746, overleden 2 okt. 1755, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 9/23 dec. 1703 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Paul Eelbo, de bruid met Hester Braats, weduwe Oudeman) Rossetta Oudeman, jonge dochter van Dordrecht (1703), dochter van Willem Oudeman en Hester Braats

Kind:

a. Margareta Eelbo, gedoopt NG Dordrecht 13 okt. 1704, trouwde Hendrik Braets

ONA Dordrecht inv. 764, f. 297: op 17 juli 1731 verlenen Hendrik Braets, schepen in wette van Dordrecht, en zijn vrouw Margarita Eelbo, die een erfgename is van Theodorus de Haeze, raad ordinaris van Nederlands-Indië en president van het het college van weesmeesters te Batavia, die aldaar is overleden, verlenen procuratie aan hun oom Johan Eelbo, wonende te Dordrecht, mede-erfgenaam van Theodorus de Haeze, om te vorderen van de weesmeesters te Middelburg hetgeen Margarita Eelbo is aanbestorven bij overlijden van Theodorus de Haeze.

Margareta Eelbo

ONA Dordrecht inv. 764, f. 297: op 17 juli 1731 verlenen Hendrik Braets, schepen in wette van Dordrecht, als man van Margarita Eelbo, die een erfgename is van Theodorus de Haeze, raad ordinaris van Nederlands-Indië en president van de weesmeesters

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 96 e.v.: op 21 sept. 1745 verkoopt Margareta Eelbo, weduwe van Hendrik Braats, heer van Spijkenisse, Hekelingen, Vriesland, Nieuw-Beijerland etc., lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 2720 gl. aan Adriaan Kersse, koopman te Dordrecht, een pakhuis op de Kalkhaven, genaamd “den Teruw Acker”, staande tussen het huis en pakhuis van de koper en het huis van Barth van Moerkerken.

ORA Dordrecht inv. 1664, f. 190v e.v.: op 9 mei 1765 verkoopt Margareta Eelbo, weduwe van mr. Hendrik Braats, lid van de Oudraad van Dordrecht, voor 1870 gl. aan Jacoba Oudman, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Fredrik Oudman en dat van Adriaan van Vliet.

IVb. mr. Pieter Eelbo, gedoopt NG Dordrecht 18 febr. 1680, jongman van Dordrecht (1705), vele malen burgemeester van Dordrecht tussen 1731 en 1747, overleden 4 sept. 1747, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1/17 nov. 1705 (de bruidegom geassisteerd met zijn stiefmoeder Margarita Trip, weduwe van mr. Roeloff Eelbo,en zijn broer Daniël Eelbo, de bruid met haar zuster Catharina Heerings)Helena Herinx (Heerings), gedoopt NG Dordrecht 4 aug. 1670, jonge dochter van Dordrecht (1705), dochter van Hendrick Herinx en Adriana de Haen

– 5 jan. 1747: mr. Pieter Eelbo, oud-burgemeester van Dordrecht, verkoopt aan Arnold van Poeljen de jonge, koopman te Dordrecht, voor 515 gl. een pakhuis in het Manhuisstraatje, staande tussen de stal en het koetshuis van mr. Johan Herman Hallincq en het huis van Daniël de Heer.

– 2 sept. 1755: notaris Pieter van Well, als procuratie hebbende van Jacob van de Wall, predikant te Dordrecht, als man van Margareta Elisabeth Eelbo, en Adriana Geertruijd Eelbo, weduwe van Diderik van den Santheuvel, oudraad van Dordrecht, kinderen en erfgenamen van mr. Pieter Eelbo, in zijn leven oud-burgemeester van Dordrecht, verkoopt voor 3126 gl. 5 st. (incl. rantsoen) aan Paulus Haver, wonende te Rotterdam een huis in de Grotekerksbuurt tegenover de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Catharina Mauritz, echtgenote van Pieter van Boven, en het huis van John Jacson. (ORA Dordrecht inv. 825, f. 134 e.v.)

Kinderen:

a. Margrieta Elisabeth Eelbo, gedoopt NG Dordrecht 1706, trouwde NG Dubbeldam 13 aug. 1736 ds. Jacob van de Wall, geboren Hanau 24 febr. 1693, predikant te Linschoten (vanaf 1722), vervolgens te Dordrecht (vanaf 1728), overleden Dordrecht 8 okt. 1759, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 okt. 1759 (Jacob van de Wall, predikant te Dordrecht, met 10 koetsen extra, de hoogste boete, laat kinderen na),zoon van Hermannus van de Wall

b. Adriana Geertruijd Eelbo, gedoopt NG Dordrecht 1709, jonge dochter van Dordrecht (1739), trouwde Gerecht/NG 6/25 aug. 1739 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Hendrik van den Santheuvel Anthonisz., lid van de Oudraad te Dordrecht, en de bruid met haar ouders Pieter Eelbo, president burgemeester van Dordrecht, en Helena Herinx) Diderik van den Santheuvel, gedoopt NG Dordrecht 19 mrt. 1703, weduwnaar van Dordrecht (1739), thesaurier van Dordrecht, zoon van Antonie van den Santheuvel en Helena Beljaarts