Everwijn

Literatuur:

A. Balm-Kok, Het patriciërshuis van ouds genaamd “de Groene Weijde”, Voorstraat 178, Dordrecht (Dordrecht 2013)

A. Nelemans, Sepulture ofte Graftboeck van de Augustijnenkerck te Dordrecht (Sliedrecht 1998)

I. ds. Samuel Everwijn, geboren Middelburg in 1601, van Middelburg (1627), studeerde theologie te Leiden (ing. 10 okt. 1619), predikant te Gouda,beroepen te Dordrecht sept. 1626,overleden in 1631, zoon van Charles Everwijn en Susanna l’ Oiseleur de Villers (Wijsselleur), trouwde NG Dordrecht (procl. te Gouda) 18 juli/3 aug.1627 Cornelia Dammert Arnoutsdr., van Dordrecht (1627) (NNBW [internet])

ORA Dordrecht inv. 1602, f. 112 e.v.: op 3 nov. 1627 verkopen Dirck Dammert, raad in wette van Dordrecht, en ds. Samuel Everwijn, predikant te Dordrecht, als man van Cornelia Dammerts, voor zichzelf en tevens vervangende Arent Dammert, hun broer resp. zwager, aan Damas Verlouff, kruidenier en burger van Dordrecht, een huis omtrent een Vuilpoort, genaamd “den Witten Eenhoorn”, staande tussen het huis van de weduwe van Antonis Block en dat van Sijmon Jansz. Fallo.

ONA Dordrecht inv. 56, f. 692v: op 7 juli 1629 verleent Samuel Everwijn, predikant te Dordrecht, procuratie aan Susanna Wijsselleur, weduwe van Charles Everwijn, zijn moeder, om in ontvangst te nemen te nemen het transport als door zijn moeder krachtens zekere procuratie, die op haar voor schepenen van Tiel op 22 juni 1629 gepasseerd is door Gerrardt Bel, landschrijver van het ambt Maas en Waal, als man van Johanna Turcqueau, voor zichzelf en namens Susanna en Anna Turcqueau, erfgenamen van de goederen nagelaten door Marta Wisselleur, weduwe van Gilbert de Alart, die voor bewindhebbers van de WIC te Middelburg aan hen getransporteerd zal worden, nl. een vijfde partie in een aandeel, die hen is aanbestoreven bij overlijden van Marta Wisselleur.

ORA Dordrecht inv. 1608, f. 98v: op 22 mei 1640 verkoopt Cornelia Dammert, weduwe van ds. Samuel Everwijn, predikant te Dordrecht, aan Anneken Aertsdr., de vrouw van Gillis Pietersz. Boedonck, een huis omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis van Jasper Gorisz. en dat de weduwe van Cornelis Melsz. bakker. Waarborg: Dirck Dammert, lid van de Oudraad van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1613, f. 139v: op 29 aug. 1650 verkoopt Jan Fransz. van der Fijt, kleermaker en burger van Dordrecht, aan Dirck Dammert en Cornelia Dammerts, weduwe van ds. Samuel Everwijn, een huis [in de Wijnstraat], genaamd “de Drije Coningen”, staande tussen het huis van de heer Dammert en dat van Pieter Vos. Waarborgen: Cornelis de Later, als procuratie hebbende van Willem Beijer, Franse schoolmeester in Mijnsheerenland, en Meijndert Willemsz., kleermaker en burger van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 66, f. 2: op 20 dec. 1659 testeren Dirick Dammart Arentsz., oud-magistraat te Dordrecht, en zijn vrouw Wilhelmina de Bevere Willemsdr. Hij benoemt tot zijn erfgenamen de kinderen van zijn overleden zuster, m.n. mr. Samuel Everwijn en Dorothea Everwijn.

Kinderen:

a. Dorothea Everwijn, gedoopt NG Dordrecht mei 1628

b. Carel Everwijn, gedoopt NG Dordrecht sept. 1629

c. mr. Samuel Everwijn, gedoopt NG Dordrecht aug. 1631, volgt II

II. mr. Samuel Everwijn, gedoopt NG Dordrecht aug.1631, studeerde rechten,burgemeester van Dordrecht (1675-1676, 1686-1687, 1692), overleden Dordrecht 23 febr. 1694, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 1 mrt. 1694, trouwde NG Dordrecht 20 juli 1664 metCornelia de Roovere, geboren naar schatting ca. 1643 (geen doop gevonden), overlijden aangegeven gaarder Dordrecht 17 okt. 1727 (impost 30 gl.), begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 18 okt. 1727 (vrouwe Cornelia de Roovere, vrouwe van Brandwijk, Gijbeland, etc., weduwe van burgemeester Samuel Everwijn, laat kinderen na, met negen koetsen boven het getal) (NNBW [internet])

– 3 jan. 1671: Samuel Everwijn, lid van de Oudraad van Dordrecht, en zijn vrouw Cornelia de Rovre, maken hun testament. Hij legateert aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht een bedrag van 1000 gl., aan de huisarmen van de Waalse gemeente aldaar eveneens 1000 gl., en aan het weeshuis ten behoeve van de arme wezen 1000 gl. De testatrice legateert aan NG huisarmen een bedrag van 1000 gl. De testateuren legateren aan de langstlevende van hen beiden het vruchtgebruik van hun overige na te laten goederen tot het moment, waarop hij of zij gaat hertrouwen of anders zijn of haar leven lang gedurende. De eigendom van die goederen zal dan komen aan hun kinderen. De langstlevende van hen beiden zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. Indien die langstlevende gaat hertrouwen voordat hun kinderen mondig zijn of gaan trouwen, zal het vruchtgebruik ophouden te bestaan. De oom van de testateur, Dirck Dammert, heeft gekocht een hofstede in het Land van Altena, groot 35 morgen 200 roeden leenland, waarvan de testateuren wensen, dat die hofstede beschouwd zal worden als erfgoed, dat de testateur is aangekomen, maar niet gerekend zal worden tot de winsten, die tijdens hun huwelijk zijn gevallen. De testateur wenst dat, als hun kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden zonder hun testament te hebben gemaakt, alle goederen, die hij hun nagelaten zou hebben, zulle komen aan zijn vrouw. Als de testatrice komt te overlijden voor haar man, zonder kinderen na te laten, zullen de winsten, die tijdens hun huwelijk gevallen zijn, alsmede huisraad, meubelen en inboedel aan haar man toekomen, mits hij aan haar broers en zusters zal uitreiken al haar kleren, juwelen en zilverwerk. Het vruchtgebruik van al haar overige goederen zal dan komen aan haar man en de eigendom ervan aan haar erfgenamen ab intestato. Als hij na haar komt te overlijden zonder kinderen na te laten, laat hij al zijn goederen na aan zijn erfgenamen ab intestato van vaderszijde, ongeacht of zij van “hele” of “halve bedde” zullen zijn. Hij legateert in dat laatste geval aan de erfgenamen ab intestato van zijn vrouw al zijn huisraad, meubelen en inboedel. Zij benoemen tot voogd de langstlevende van hen beiden en twee bekwame personen, die aan de langstlevende niet verwant mogen zijn in de vierde graad. (ONA Dordrecht inv. 152, f. 7)

– 18 april 1702: Jacob Hoeufft, burgemeester van Dordrecht, als man van Sophia Everwijn, mr. Pieter Everwijn, heer van Gijbeland, oudraad en secretaris van Dordrecht, en mr. Samuel Everwijn, schepen in wette van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende hun overige broers en zusters, verlenen procuratie aan [naam niet vermeld] om te transporteren aan de heer Hoste het zesde part, die hun toekomt als erfgenamen van mr. Samuel Everwijn in twee hofsteden met landerijen, bossen en heiden, gelegen in Bonheijde, Schriek en Grootloo in Brabant, “gecomen uijtten hoofde van juffr. Margrieta Wagewijns”, waarvan zij de koopsom reeds ontvangen hebben. (ONA Dordrecht inv. 729, f. 33)

– 5 mei 1716: Cornelia de Roovere, vrouwe van Brandwijk, weduwe van mr. Samuel Everwijn, burgemeester van Dordrecht en heer van Brandwijk en Gijbeland, verkoopt voor 1800 gl. aan Hendrik Kievit, mr. draaier en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat recht tegenover het huis van verkoopster, staande tussen het huis van de weduwe Prinse en het huis van de erfgenamen van juffr. Kuijkhoven. (ORA Dordrecht inv. 1646, f. 81)

– 18 aug. 1756: mr. Pieter Hoeuft, oudraad van Dordrecht, Hendrik Onderwater, heer van Puttershoek, oudraad en hoofdofficier van Dordrecht, Bartholomeus van de Sandheuvel en Hugo Repelaer, tevens vervangende mr. Adriaan Stoop, heer van Brandwijk en Gijbeland etc., en Samuel Onderwater, beiden oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en geautoriseerd zijnde door de overige erfgenamen van Cornelia de Roovere, in haar leven weduwe van mr. Samuel Everwijn, vrouwe van Brandwijk en Gijbeland etc., verkopen voor 5300 gl. aan de stad Dordrecht een huis in de Wijnstraat, staande schuin tegenover de Nieuwbrug tussen het huis van Cornelis de Witt en dat van de weduwe van Andries Cant. (ORA Dordrecht inv. 825, f. 219v e.v.)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. mr.Pieter Everwijn, heer van Gijbeland, 14 aug. 1665, overleden Dordrecht 15 sept. 1723, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 22 sept. 1723 (mr. Pieter Everwijn, heer van Gijbeland, met drie paar slepen, een wapenbord voorgedragen), trouwde Anna Catharina de Roovere, geboren 18 juli 1668, overleden 2 okt. 1699, dochter van Francois de Roovere en Machlina van Mewen

– 27 mei 1706: mr. Pompejus de Roovere, raadsheer in de Hoge Raad van Holland en Zeeland, verkoopt voor 9000 gl. aan mr. Pieter Everwijn, heer van Gijbeland, lid van de Oudraad en secretaris van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Lombardbrug, staande tussen het huis van de verkoper en dat van mr. Anthonij Vivien, heer van Beuvignij, achtraad van Dordrecht, alsmede een koetshuis daaraan behorende, staande op de Varkenmarkt tussen de uitgang van het huis van de heer van Bleskensgraaf en het huis van … [sic] mr. kuiper. (ORA Dordrecht inv. 1641, f. 114)

– 27 mei 1712: mr. Pompeus de Roovere, raadsheer in de Hoge Raad van Holland en Zeeland, verkoopt voor 1000 gl. aan mr. Pieter Everwijn, heer van Gijbeland, lid van de Oudraad en secretaris van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Lombardbrug, staande tussen het huis van de koper en dat van Pieter van Dorst. (ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 44)

Kinderen:

a-1. Francoise Machlina Everwijn, gedoopt NG Dordrecht 27 sept. 1692, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 april 1726Hendrik van den Santheuvel

a-2. Samuel Everwijn, gedoopt NG Dordrecht 22 sept. 1694, jong overleden

b. Sophia Everwijn, 26 okt. 1668,trouwde Gerecht/NGDordrecht 6/20 juni 1694 (de bruidegom geassisteerd metDiederick Hoeuft,heer van Fontaine Peureuse, de bruid met Cornelia de Rovere, weduwe van Samuel Everwijn, burgemeester van Dordrecht, haar moeder, en Pieter Everwijn van Brandwijk, heer van Gijbeland, lid van de Oudraad en secretaris vanDordrecht, haar broer) mr. Jacob Hoeuft, geboren Rotterdam 8 jan. 1660, lid van de Oudraad te Dordrecht, domheer van de dom te Utrecht, bewindhebber van de WIC ter kamer op de Maze (1694),burgemeester van Dordrecht, overleden Dordrecht 26 juli 1717, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 31 juli 1717 (burgemeester Hoeufft begraven, drie slepen, een wapenbord, de late boete)

– 3 aug. 1717: comp. voor A. Blankert, notaris te Dordrecht, Sophia Everwijn, weduwe van Jacob Hoeufft, en toont het besloten testament, dat zij heeft gepasseerd met haar man op 27 april 1704 voor notaris A. Hagoort, notaris te Dordrecht. Het testament wordt geopend in aanwezigheid van Diderik Hoeufft, heer van Fontaine Pereuse, en Pieter Everwijn, oudraden van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 732, f. 53)

– 25 juni 1722: mr. Willem Vermeij, schout van Emmenes, als procuratie hebbende van Reijnout Gerrard van Tuijl van Serooskerken, heer van Zuijlen, raad ter vergadering van de Staten van Utrecht, als man van Isabella Agneta Hoeufft, Jean Antoine Daverhout, heer van Geuncourt, als man van Anna Jacoba Hoeufft, Agnes Hoeufft, en nog als procuratie hebbende van de Momboirkamer van de stad Utrecht, als voogden over Diderik van Lockhorst, onmondige zoon van Vincent Maximilaan van Lockhorst, heer van Terweer Maassen, door hem verwekt bij Maria Catarina Hoeufft, kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Diderik Hoeufft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Woertman te Utrecht op 2 mei 1722, verkoopt voor 2000 gl. aan Sophia Everwijn, weduwe van mr. Jacob Hoeufft, burgemeester van Dordrecht, de helft in een huis op de Groenmarkt, bewoond wordende door de koopster, staande naast het huis van burgemeester Repelaar, alsmede de helft van een stal en koetshuis met twee kamers daarboven en de hooizolder en kelder daaronder, waarvan de wederhelft aan de koopster toebehoort, komende recht achter het voornoemde huis. (ORA Dordrecht inv. 1649, f. 162v)

– 30 nov. 1723: Sophia Everwijn, weduwe van mr. Jacob Hoeufft, burgemeester van Dordrecht, als moeder en voogdes van haar minderjarige kinderen, bij haar door Jacob Hoeufft verwekt, voor de ene helft, en nog als procuratie hebbende van Reijnout Gerrard van Tuijl van Serooskerken, heer van Zuijlen, als man van Isabella Agnita Hoeufft , Jean Antoni de Overhoult, heer van Guignicourt, als man van Anna Jacoba Hoeufft, Matthias Lammert Singendonck, heer van Geldersmerke, als man van Agnes Hoeufft, kinderen en voor 3/4 parten erfgenamen van Diderik Hoeufft, heer van Fontaine Pereuse, die voor de helft eigenaar is geweest van het hierna te melden huis, volgens procuratie gepasseerd voor W. Verweij, notaris van het Hof van Utrecht, en nog als geautoriseerd zijnde door de Momboirkamer der Stad Utrecht op 15 nov. 1723, als voogden over Diderik van Lokhorst, enige zoon van Maria Catarina Hoeufft, en alzo voor een vierde part erfgenaam van voornoemde Diderik Hoeufft, verkopen voor 600 gl.aan Hendrik Hooijman, koopman te Dordrecht, een huis met drie kelders, en vijf pakzolders, “en sulx den gront met het geheele gebouw daar op betimmert, doorgaande van de Varkenmarkt tot aan de brandgevel van de hooizolders van voornoemde mevrouw Hoeufft, staande op de Varkenmarkt tussen het koetshuis van mevrouw Hoeufft en de gemeenschappelijke gang naast het huis van dr. Schenkels. (ORA Dordrecht inv. 1650, f. 71)

c. Cornelia, 30 juni 1670

d. Cornelia Dorothea, 17 aug. 1678

e. Alida Everwijn, 17 okt. 1672, jonge dochter van Dordrecht (1709), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 jan./3 febr. 1709 (de bruidegom geassisteerd met zijn broers Bartholomeus van den Santheuvel en Anthonij van den Santheuvel, de bruid met haar moeder Cornelia de Roovere, weduwe van Samuel Everwijn, heer van Brandwijk en Gijbeland, burgemeester van Dordrecht, Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld, haar oom van moederszijde, en mr. Pieter Everwijn, heer Gijbeland, haar broer) Adriaen van den Santheuvel Hendriksz., jongman van Dordrecht (1709),

Kind:

e-1. Cornelia van den Sandheuvel, gedoopt NG Dordrecht 16 april 1710, jonge dochter van Dordrecht (1729) trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 13 jan./2 febr. 1729 (de bruidegom geassisteerd met zijn zuster, Margrita Hallincg, en zijn neef en voogd Adriaen Hallincg, regerend burgemeester en lid van de Oudraad van Dordrecht, de bruid met haar ouders, Adriaen van den Santheuvel, baljuw van de Merwede, en Alida Everwijn)Johan Herman Hallincg, gedoopt NG Dordrecht 3 jan. 1706, jongman van Dordrecht (1729), raad en vroedschap van Dordrecht, baljuw van Zuid-Holland, heemraad van de Alblasserwaard, begraven in het familiegraf in de Nieuwkerk op 16 april 1753 (laat geen kinderen na, een wapen voorgedragen, tien koetsen boven het “ordinair” getal [Nelemans, o.c., p. 145], 2e 10 nov. 1754mr. Samuel Onderwater, schepen in wette en lid van de Oudraad.

ORA Dordrecht inv. 1662, f. 92 e.v.: op 18 april 1758 verkoopt Gerard Kelderman, stadhouder van de hoofdofficier van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Samuel Onderwater, schepen in wette en lid van de Oudraad van Dordrecht, als man van Cornelia van den Sandheuvel, eerder weduwe en erfgename van mr. Johan Herman Hallincg, lid van de Oudraad van Dordrecht, voor 5580 gl. aan Jacob van Wageningen, arts te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Cornelia Everwijn, weduwe van Ocker Repelaer, en dat van Cornelia Vivien.

Cornelia van den Santheuvel, Hallinghs weduwe, hertrouwde op 10 nov. 1754 met de weduwnaar mr. Samuel Onderwater. Zij overleed op 29 mei 1773. In hun testament van 7 april 1751 hadden Johan Herman Hallingh en zijn vrouw tot erfgenamen vande langstlevende van hen beiden benoemd de kinderen van Boudewijn Onderwater en Susanna Everwijn voor de ene helft en de kinderen van Samuel Everwijn en Maria Onderwater voor de andere helft. Het huis in de Voorstraat werd door de erfgenamen op 13 en 17 juli 1773 publiekelijk geveild. Het wordt danbeschreven als een”extraordinaris, groot, nieuwgebouwt en wel-doortimmert dubbelt huijs”, met daarin “behangen kamers, behalve de kabinetten en kleinere appartementen”, met een mooie tuin, een stal voor 4 paarden en koetshuis daarachter, uitkomende in de Doelstraat, belend (in de Voorstraat) door het huis van Arnoldus Adrianus van Tets, raad en schepen van Dordrecht, en de weduwe De Koning aan de ene zijde en het huis van de verkopers aan de andere zijde.Dat laatste huis werd op genoemde datum eveneens te koop aangeboden en was aan de andere zijde belend door het huis van de erfgenamen van de heer Van der Wall. Beide panden werden op de veiling niet verkocht. “De Groene Weijde” werd vervolgens voor een somma van23.538 gl. en 18 st.dooréén der erfgenamen op zijnerfportie aangenomen, nl. mr. Hendrik Onderwater Hendriksz., een kleinzoon van Boudewijn OnderwaterenSusanna Everwijn.De nieuwe eigenaar was op 7 april 1771 in ondertrouw gegaanmet Sophia Adriana Hoeufft, de dochter van Pieter Hoeufften Adriana van den Brouke. (Balm, De Groene Weijde, p. 16 e.v.)]

f. Susanna Everwijn, 17 nov. 1673, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 13 dec. 1755 (laat kinderen na, negen koetsen extra, hoogste boete, een wapenbord, in de Gravestraat), trouwde 29 jan./14 febr. 1702 (de bruidegom geassisteerd met zijn ouders, Hendrick Onderwater en Johanna Hallincg, heer en vrouwe van Puttershoek, de bruid met haar moeder, Cornelia de Roovere, weduwe van Samuel Everwijn, heer van Brandwijk en Gijbeland, en haar oom Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld) Boudewijn Onderwater, vrijheer van Papendrecht en Matena, heer van Puttershoek, geboren 23 jan. 1673, gedoopt NG Dordrecht 30 jan. 1673, begraven in de Augustijnenkerk van Dordrecht op 31 dec. 1742 (10 koetsen boven het getal, een wapenbord, de grote boete, laat kinderen na)

g. Samuel Everwijn, 8 febr. 1675, jongman van Dordrecht (1716), studeerde rechten in Leiden, oudraad en schepen in wette van Dordrecht, overleden 7 nov. 1730, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15/31 mrt. 1716 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder, Cornelia de Roovere, weduwe van Samuel Everwijn, en zijn oom, Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld, de bruid met haar moeder, Johanna Hallincg, weduwe van mr. Hendrik Onderwater, heer van Puttershoek en haar oom, mr. Johan Hallincg, burgemeester van Dordrecht) Maria Onderwater Hendriksdr., gedoopt NG Dordrecht 1678, van Dordrecht (1716), overleden 3 mei 1745, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 10 mei 1745 (laat kinderen na, negen koetsen boven het getal, een wapen voorgedragen, de grote boete), dochter van Hendrik Onderwater en Johanna Hallincg

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 94v: op 24 dec. 1697 verkoopt Samuel Everwijn van Brandwijk Samuelsz., als rentmeester van de kerken te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Michiel van der Monde een huis omtrent de Grote Kerk, toebehoord hebbende aan de kerkelijke goederen, staande tussen de erfgenamen van juffrouw Wens en ’s herenstraat.

– 14 mrt. 1720: Cornelia Droste, douairiere De Raadt, vrijvrouwe van Giessenburg en Giessen Nieuwkerk, verkoopt voor 14.867 gl. 12 st. 8 penn. aan mr. Samuel Everwijn, lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis met tuin erachter, alsmede een stal, koetshuis en remise voor diverse koetsen, “hebbende deselve stallinge en koetshuijs boven mede diversche kamers en vertrecken mitsgaders een tuijn daar agter, komende tegens het eerstgemelte huijs, ofte well desselfs tuijn”, staande in de Wijnstraat tegenover de Kraan bij de Schrijversstraat, staande tussen het huis van mr. Bartholmeus van Segwaert, lid van de Oudraadte Dordrecht, en het huis van Pieter Cant, koopman te Dordrecht, strekkende van voren van de straat af en uitkomende met de stal en het koetshuis achter op de Nieuwe Haven [Kuipershaven] (ORA Dordrecht inv. 1649, f. 10v)

– 4 nov. 1728: mr. Samuel Everwijn, heer van Brandwijk en Gijbeland, lid van de Oudraad van Dordrecht, als echtgenoot van Marija Onderwater, dochter en mede-erfgename van de heer en vrouwe van Puttershoek, en tevens vervangende de overige erfgenamen van de heer en vrouwe van Puttershoek, verkoopt voor 1250 gl. aan Margarita Plucque, weduwe van Corstiaen Backus, koopman teDordrecht, een grote mouterij met een pakhuis daarnaast en nog een huis ernaast, staande in de Botgensstraat, strekkende van de brug of de gracht tot aan de Vest, tegen het erf van brouwerij “de Bel”. (ORA Dordrecht inv. 1651, f. 170v)

Kinderen:

g-1. Cornelia Everwijn, gedoopt NG Dordrecht 20 jan. 1717, jonge dochter van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1746), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16 sept./1 okt. 1746 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Susanna Everwijn, weduwe van mr. Boudewijn Onderwater, de geboden gaan in Gorinchem, waar de bruidegom in garnizoen is) Boudewijn Onderwater, jongman van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1746), luitenant-generaal en kolonel van een regiment infanterie in Nederlandse dienst (vermeld 1769)

ORA Dordrecht inv, 1666, f. 42v: op 20 juni 1769 verkoopt mr. Adriaan Stoop, heer van Brandwijk en Gijbeland, voor 12.000 gl. aan Boudewijn Onderwater, luitenant-generaal en kolonel van een regiment infanterie in Nederlandse dienst, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van de weduwe van mr. Jacob Roest en het volgende koetshuis, een koetshuis, staande tussen het voorgaande huis en het pakhuis van juffr. In de Betou, en een stal tussen het pakhuis van Johan Stephan Rueb en het huis van Jan van der Linden van Slingeland.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

g-2-1. Samuel, 7 aug. 1748

g-2-2. Maria, 26 nov. 1749

g-2-3. Cornelia, 10 mrt. 1753

g-2-4. Johanna, 5 juni 1754

g-2-5. Adriaan Everwijn Onderwater, 28 aug. 1761, “bezitter”, weduwnaar geboren te Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1805), lid van de Raad van Dordrecht, overleden Dordrecht 13 dec. 1817 (Wijnstraat B:178 en 161), trouwde 1e Eva Susanna Valckenier, trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 22 mrt./7 april 1805 (de bruidegom heeft geen kinderen, de bruid geassisteerd met Hester Crena, weduwe van Arnold van Poelien, haar moeder) Geertruida van Poelien, overleden Dordrecht 14 april 1846 (Wijnstraat B:161), wonende bij de Grote Kerk (1805), dochter van Arnold van Poelien en Hester Crena

Zie verder de genealogie Van Poelien op deze website.

g-2-6. Boudewijn, 14 juli 1764

g-4. Samuel Everwijn, gedoopt NG Dordrecht 12 nov. 1724, mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, woonde na 1720 in het huis “de Onbeschaamde” in de Wijnstraat, ongehuwd, overleden2 juni 1746 (NNBW [internet])

g-2. Johanna Everwijn, gedoopt NG Dordrecht 20 juni 1720, overleden op 20 febr. 1791

h. Arnoldina, 22 jan. 1676

i. Margarita, 23 april 1677

j. Maria, 16 nov. 1678

k. mr. Pompeus Everwijn, 10 april 1680, ongehuwd, overleden 16 jan. 1747

Weeskamer Dordrecht inv. 35, f. 161: op 20 mrt. 1747 extract ingeschreven van het testament van mr. Pompejus Everwijn, dat hij heeft verleden voor notaris P van Well te Dordrecht op 22 okt. 1746 en waarin hij tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen heeft aangesteld Hendrik Onderwater en Pieter Hoeuft. “Nota sijn geen weesen”.

l. Charlotte, 25 jan. 1683

m. Jacob, 12 febr. 1685

n. Elisabeth, 18 febr. 1686

o. Diederick Everwijn, 20 juni 1687, ongehuwd, overleden 1734

Weeskamer Dordrecht inv. 34, f. 191: op 6 sept. 1734 extract ingeschreven van het testament van Dierck Everwijn, “sijnde beslooten”, dat hij heeft gepasseerd voor notaris A. Cant op 17 sept. 1734, waarin hij zijn broer Pompejus Everwijn tot erfgenaam heeft benoemd. de supercessie is gepasseerd voor notaris J. Panneboeter te Zwijndrecht op 24 mrt. 1717.