De nakomelingen van Willem Aertsz. van Liesveld

I. Willem Aertszvan Liesveld, geb.circa 1555, volgens Balen (Beschrijvinge van de stad Dordrecht)raad 1594, 1595 en schepen 1598, 1599, 1603, 1606, 1607 van Dordrecht,eigenaar van een papiermolen op het Nieuwe Werk te Dordrecht 1596-1610,overl.tussen 28 juni 1610 en5 juni 1612, otr. (1)Dordrecht11 december 1580, tr.Dordrechtfebruari1581Liesbeth JansdrKelfkens (Kelffken),geb.Nijmegencirca 1560, overl.voor 1590, dr. vanJanKelfkens,wijnkoper te Dordrecht, enBeelken Hermansdr.Coppen, otr. (2)12, tr.Dordrecht30 januari 1592Stijntgenvan Berc,van Nijmegen.

ORA Dordrecht inv. 1587, f. 90: op 28 juni 1610 verkoopt Hendrick Pietersz. Starrenborch, als voogd van de weeskinderen van wijlen Cornelis Adriaensz. twijnder, tevens vervangende zijn medevoogd, Willem van Liesvelt Aertsz., geassisteerd met Anthonis Hendricksz., de stiefvader van voornoemde kinderen, voor 775 gl. aan Hendrick Jansz. een huis in de Vriesestraat, staande tussen de Ploegkapel en het huis van Frans Geij. De koper is schuldig aan de weeskinderen een somma van 419 gl. Borg: Hendrick Barentsz. blauwverver.

Archief Dordrecht 32 collectie van eigendomspapieren, 75-1 : Bekendmaking van burgemeesters en schepenen betreffende de verkoop door de erfgenamen van Willem Aertsz. van Liesvelt aan wijnkoper Jan van Wetten voor 900 gulden, 5 juni 1612 van een huis naast het huis de Ceulse Dom

ORA Dordrecht inv. 1590, f. 37: op 22 april 1613 verkoopt Jacob Stoop, als curator van de boedel van Willem van Liesvelt, aan Johan van Wetten, koopman en burger van Dordrecht, een huis achter in de Gravenstraat, staande tussen het huis, genaamd “den Ceulschen Dom”, en het huis van Hendrick van Naerden. De koper is schuldig aan Jacop Stoop Dircxsz. “in zijn privé” een somma van 1025 gl. Borgen: Herman Claesz. van Ravesteijn houtkoper en mr. Johan van de Graeff, burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1555, akte 329: op 20 mrt. 1590 verkopen Beeltgen Coppen Hermansdr., weduwe van Jan Calffkens de oude, met toestemming van Jan Calffkens de jonge, predikant te Meerkerk in het Land van Vianen, Goossen Calffkens, Margarita Calffkens, weduwe van Thielman van Beeck, Rutger van Doesborch, als man van Agnes Calffkens, Barendt Clippelhout, als man van Geertruijdt Calffkens, en Christina Calffkens, samen vervangende Pieter Calffkens, jong gezel wonende te Rotterdam, allen erfgenamen van Jan Calffkens de oude, aan Willem van Lijesveldt Aertsz., echtgenoot van Elizabeth Jansdr. Calffkens, een huis op de Nieuwe Haven omtrent St. Joost, staande tussen het huis van Cornelis Aertsz. huistimmerman en dat van Beeltgen Coppen. Het huis wordt bewoond door Barendt Clippelhout. De koper is schuldig aan Beeltgen Coppen een somma van 706 gl.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 182v e.v.: op 9 mei 1594 verkopen Beeltgen Calffkens, weduwe van Jan Calffkens, Willem van Liesvelt, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Rutger van Doesburch, zijn zwager, mr. Jan Calffkens, predikant te Langerak, Barent Clippelhout, burger te Wesel, en diens vrouw Geertgen Calffkens, voornoemde Liesvelt en Beeltgen Calffkens tevens vervangende Grietgen Calffkens, weduwe van Thielman van Berck [sic], en Goossen Calffkens en Pieter Calffkens voor zichzelf, aan Arent Cock, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, tussen het huis van Willem van Liesvelt en dat van de weduwe De Doot. De koper is schuldig aan Beeltgen Calffkens een somma van 1100 gl.

Uit het eerste huwelijk o.a.:

1.Elskenvan Liesvelt,ged.NG Dordrecht21 april 1583.otr 1. Dordrecht 12 aug 1607 (als Heesken) metHendrik Frans(Scouteten), brouwer in “De Beer” in de Wijnstraat; otr. 2. Dordrecht 10 juni, tr. ald. 1 juli 1618Ewout Aertszn Schut, van wie kinderen.

NG trouwboek Dordrecht 10 juni 1618: Eewout Aertsz. Schut en Elske [Willemsdr.]vanLiesvelt,weduwe van Hendrick Franszen brouwer, beiden van Dordrecht, getrouwd 1 juli 1618

Eeuwout Aertsz. Schut (geboren 1580, overleden in of na1651)was, vermoedelijk vanaf zijn huwelijk met Elske vanLiesvelt, weduwe van brouwer Hendrick Franssen,brouwer in “den Beer” in de Wijnstraat, staande bij het Groothoofd tegenover de Hoppenbrouwsteiger. (Ons Voorgeslacht sept. 2015, p. 366 e.v.)

– 1635: Eeuwout Aertsz. Schut draagt over aan Josijna Maes, weduwe van Bitter van Reydt, de halve muur tussen brouwerij “den Beer” en het huis “Groot Groene Poort”, thans genaamd “de Vergulden Ancker”.

In 1651 verkocht Schut de brouwerij aan Sijmon de Vries, brouwer in “het Hardt” en Anthonij de Vries. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 80)

7 febr. 1615: Eeuwoudt Schut brouwer verkoopt voor 11.450 gl.aan Sijmon de Vries, brouwer in “’t Hardt”, en Anthonij de Vries een huis, brouwerij en mouterij, genaamd “den Ouden Beer”, staande omtrent het Groothoofd, strekkende voor van de Wijnstraat tot achter op de Nieuwe Haven, belend door het huis van Pieter Jaspersz. Leijsten aan de ene en dat van Hendrick van Reth (van Reit) aan de andere zijde. (Ons Voorgeslacht sept. 2015, p. 367)

ORA Dordrecht inv. 778: op 21 mrt. 1651 verkoopt Eeuwout Schut, brouwer te Dordrecht aan Sijmon Cornelisz. de Vries en Anthonij Sijmonsz. de Vries, brouwers te Dordrecht, een huis, brouwerij en mouterij, vanouds genaamd “den Ouden Beer”, staande in de Wijnstraat, strekkende voor van ’s herenstraat tot achter op de haven, belend door het huis van Pieter Jaspersz. van Leijsten aan de ene zijde en dat van Hendrick van Reet aan de andere zijde. Waarborgen: Aert Eeuwoutsz. Schut, wijnkoper te Rotterdam en Arent Hendricxsz. Schouttet, wijnkoper te Dordrecht.

2.Cornelia Willemsvan Liesvelt,geboren naar schatting ca. 1585, overleden Leiden sept. 1663, tr.naar schatting ca. 1610 HarmenPies/Piso,geboren 1581 te Kranenburg/Kleef, organist, luitspeler, overleden Leiden 18 juli 1645

Kinderen:

2-a. dr. Willem Piso, geboren Leiden 1611, medicinae doctor, wonende op de Keizersgracht (1648), lijfarts van graaf Johan Willem van Nassau-Siegen, overleden Amsterdam 28 nov. 1678, trouwde Amsterdam 30 juni 1648 (de bruidegom nog een moeder hebbende, de bruid geen vader hebbende, geassisteerd met haar petemoei de weduwe Cluijt) Constantia Spranger(s), van Amsterdam wonende op de Oudezijds Achterburgwal (1648)

Kind:

2-a-1. Maria Piso, gedoopt NG Amsterdam 11 dec. 1650, van Amsterdam wonende op de Keizersgracht (1679), trouwde Amsterdam 20 sept. 1679 (de bruidegom geassisteerd met burgemeester Munter, zijn vader, de bruid met haar moeder Constantia Spranger) mr. Cornelis Munter, van Amsterdam wonende op de Herengracht (1679), secretaris van Amsterdam.

Willem Piso (1611-1678)

Willem Piso in 1662, doorJan de Baen. Wassenaar, Privécollectie

Historia Naturalis Brasiliae – Guilherme Piso

BiografieBewerken

Willem Pies werd geboren in Leiden als zoon vanorganisten luitspeler Hermann Pies uit Kleve en Cornelia van Liesvelt, woonachtig opRapenburg. Zijn vader had aanvankelijk ook een aantal jaren geneeskunde gestudeerd, maar er de brui aangegeven toen hij een aanstelling kreeg in deHooglandse Kerk. Als 12-jarige liet Willem zich inschrijven aan deuniversiteit van Leiden.[1]Hij vertrok naarCaenin Normandië, waar hij in 1633 afstudeerde. Pies had zijn merkwaardige naam inmiddelsgelatiniseerdtot Piso(n), iets wat in de 17e eeuw erg gebruikelijk was.

Toen deWest-Indische Compagniehem een positie alslijfartsvanJohan Maurits van Nassau-Siegenaanbood, nadat Wilhelm van Milaenen was overleden, vertrok hij in 1637 alsnog naarNederlands-Brazilië. Daar ontmoette hij de groep van 64 (?) wetenschappers, zoalsJohannes de Laet, de cartograafJohannes Vingboons, domineeFranciscus Planteen kunstenaars , waaronderFrans Post,Albert Eckhout,Zacharias Wagener,Pieter Post, tuinlieden, onderwijzers, schoenmakers en boeren. Zeven jaar later kwam hij terug uitRecife, tegelijkertijd met de gouverneur-generaal, die moeilijkheden had gekregen met de heren XIX.

Piso woonde aanvankelijk in Leiden, waar hij zich opnieuw inschreef, maar nadat zijn vader was overleden, kwam hij op aanraden vanBarlaeusnaar Amsterdam. In 1648 publiceerde hij zijn werk en trouwde hij met Constantia Spranger, de dochter van een aanzienlijk koopman opArchangelsken tien jaar lang bewindhebber van de WIC.[2]Het echtpaar kreeg drie kinderen, twee stierven op jonge leeftijd.

Inhoudsopgave

Zijn aandeel in deHistoria Naturalis Brasiliae, de eerste vier boeken, genaamdDe Medicina Brasiliensibevat beschrijvingen van de belangrijkste ziekten, zoalsoogziekten, endysenterie. Daarnaast beschreef hijgiffenen heilzame planten in Brazilië.[3]Sommige planten zijn lange tijd in de geneeskunde gebruikt, zoals deIpecacuanha-worteltegen buikloop, maar inmiddels verboden. Als eerste behandelde hij de kindersterfte onder kolonisten, beschreefsyfilisen behandelde uitvoerig hetpanacee, “[zo]dat zijn navolgers vrijwel niets eraan konden toevoegen.”[4]Hij beschreef ook dieren zoals de krabAratus pisoniidie later naar hem vernoemd is.

In 1658 publiceerde Willem Piso een tweede editie van de “Historia” onder de titelDe Indiae Utriusque re naturali et medica.[5]Piso is doorCarl Linnaeusbeschuldigd vanplagiaatomdat de voorpagina van het boek enkel zijn eigen naam bevatte en niet die van medeauteurGeorg Markgraf, die acht boeken over de aardrijkskunde, de natuurlijke historie en de sterrenkunde schreef. De aantijgingen zijn niet geheel terecht, want Piso maakte duidelijk in het voorwoord dat hij bij Markgraf in de schuld stond, die reeds in 1644 in Angola was overleden. Op de uitgave van 1648 is op de voorpagina helemaal geen naam vermeld.

Piso werd benoemd tot inspecteur van het Collegium Medicum (1655-1670) en werkte als zodanig samen metFrançois de Vicq. Hij was bevriend metSimon van Hoorn. In 1666 verkocht Piso al de juridische boeken van zijn zwager Mattheus Spranger. Piso, woonachtig op deKeizersgracht, is begraven in de tegenoverliggendeWesterkerk. Zijn dochter Maria trouwde in 1679 met burgemeesterCornelis Munter.

In 1883 publiceerdeBarend Joseph StokviszijnDiscours d’ouverture, een historische studie over Jacob de Bondt en Willem Piso. In 1960 is een planetoïde naar hem genoemd. (Wikipedia)

2-b. Maria Piso, geboren naar schatting ca. 1620, jonge dochter van Leiden wonende in de Nieuwsteeg (1643), weduwe wonende op het Steenschuur (1662),trouwde 1e NG Leiden 23 juli 1643 (ondertrouw; de bruidegom geassisteerd met zijn vader Pieter Dircxsz. van Leeuwen, wonende in de Nieuwsteeg, de bruid met haar moeder Cornelia van Lijsvelt, wonende in de Nieuwsteeg) Wilhelmus van Leeuwen, van Leiden wonende in de Nieuwsteeg (1643), 2e NG Leiden/Zoeterwoude 29 juni/18 juli 1662 (de bruidegom geassisteerd met Arent Claesz. Schipperheijn, zijn neef, wonende op de Oude Rijn, de bruid met haar schoonzuster Constancia Pies, wonende te Amsterdam) Melchior van Hersbeeck, jongman van Amsterdam wonende op het Steenschuur (1662), koopman

3.Adriaentgenvan Liesvelt, ged.NG Dordrecht maart 1587.

4. Maria Willemsdr. van Liesvelt, geboren ca. 1590, trouwde NG Dordrecht 1 april 1611 Cornelis Everts

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 4: op 24 jan. 1643 verkopen Willem Cornelisz. huidenkoper, Johan Blom, als man van Barbara Cornelisdr., kinderen van wijlen Cornelis Evertsz. en Maria van Liesvelt, alsmede Johan Willemsz. van Liesvelt en Cornelis Vaens, als testamentaire voogden van de onmondige kinderen van Cornelis Evertsz. en Maria van Liesvelt, voor 1400 gl. aan Jochem Cornelisz. van de Biese, hoedenkramer en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Botgensstraat, staande tussen het huis van Cornelis Joosten tingieter en dat van de erfgenamen van Tanneken Thonisdr. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 900 gl.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

4-a. BarbaraCornelisdr. Evertsz., april 1613, trouwde Johan Blom

4-b. WillemCornelisz. Everts, aug. 1615

4-c. Johannes Everts, febr. 1619

4-d. Eduwaert, dec. 1621

4-e. Mariken, sept. 1623

4-f. Adriaenken Everts, febr. 1625, trouwde Gerrit Ruwel

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 129: op 13 mei 1664 verkoopt Jan Jansz. van Evelingen, burger van Dordrecht, aanGerrit Ruel, burger van Dordrecht, een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Pieter Dierte en dat van Roelant de kromhoutwerker.

4-g. Cornelia, juni 1627

Uit het tweede huwelijk van Willem Aertsz. van Liesvelt:

5.Mariavan Liesvelt,geb.circa 1595,jonge dochter van Dordrecht (1620), trouwde NG Dordrecht 7/30 juni 1620 Guilliam Wagenaers, weduwnaar van Antwerpen (1620), overleden vóór 8 dec. 1631

ORA Dordrecht inv. 1587, f. 58: op 13 mei 1610 verkoopt Jan Hendricxsz., oudeklerenkoper en burger van Dordrecht, aan Guilliam Wagenaer een huis, dat vanouds is genaamd “den Valck” en waar tegenwoordig uithangt “de Drije Schoppen”, staande bij de Tolbrug aan de Landzijde tussen het huis van Pieter Dircxsz. Clootwijck en dat van Aernolt Servaesz. Waarborg: Cornelis Claesz. de Heer viskoper. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 3250 gl. Borg: Geerit Imber, koopman te Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 18v: op 8 dec. 1631 verkopen David Thomasz., predikant te Spijkenisse, voor zichzelf en als testamentaire voogd over Guilliam Wagenaers, weeskind van wijlen Guilliam Wagenaers de oude, Johannes Wagenaers, Jacob Damasz. van de Poel, als man van Tanneken Wagenaers, en Dionisius Emhart, als man van Maeijken Wagenaers, samen kind en kleinkinderen van wijlen Thomas Boon, voor 1600 gl. aan Samuel Berckenbosch, kruidenier en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwbrug, genaamd “den Wijnberch”, staande tussen het huis van Beatricx van Rijn en dat van Frans Matthijsz. kleermaker. De koper is schuldig aan de verkopers een bedrag van 872 gl.

Kind:

5-a. Johanna Wagenaers, geboren ca. 1620, ongehuwd,overleden vóór 23 nov. 1665

ONA Dordrecht inv. 196, f. 536 e.v.: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Johanna Wagenaers, beschreven door notaris J. Melanen te Dordrecht op 23 nov. 1665. Na aftrek van de lasten resteert een somma van 2845 gl. De naaste verwanten en erfgenamen ab intestato van vaderszijde van de overledene komt toe een somma van 1422 gl .10 st., welke verdeeld moet worden in twee delen, t.w. voor de vijf kinderen van wijlen Johannes Wagenaers een bedrag van 711 gl. 5 st. en voor de drie kinderen vanJanneken Wagenaers, bij haar verwekt door wijlen Jacob Damisz. van der Poel, een bedrag van 711 gl. 5 st. De naaste verwanten en erfgenamen ab intestato van moederszijde van Johanna Wagenaers komt toe een bedrag van 1422 gl. 10 st., welke verdeeld moet worden in twee helften, nl. de eerste helft voor de twee kinderen van Jan Willemsz. van Liesvelt, de zes kinderen van Geertruijt van Liesvelt en de dochter van Lijesvelt van Liesvelt, zijnde de kinderen van de oom en tante “van helen bedde” van Johanna Wagenaers, ofwel elk een derde part van 711 gl. 5 st., d.w.z. 237 gl. 1 st. 8 penn. De andere helft moet verdeeld in drie parten, t.w. voor voornoemde personen drie vijfde parten, voor de twee kinderen van Maeijken van Liesvelt een vijfde part en voor de twee kinderen van Cornelia van Liesvelt een vijfde part.(Een vijfdepart van 711 gl. 5 st. beloopt142 gl. 5 st.)

Op 28 nov. 1665 verklaren Cornelis Wagenaers, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Marija Wagenaers, zijn zuster, Coenraet van Hassel, als man van Cathelijna Henckelius, Philips de Graeff, als man van Anneken Wagenaers, voor zichzelf en namens Guilliam Wagenaers, zijn zwager, die in het buitenland verblijft, Marija van de Poel, weduwe van Mattheus van Tricht, dezelfde Cornelis Wagenaers als procuratie hebbende van Damis van de Poel, en Jannetta Wagenaers, samen naaste verwanten en erfgenamen ab intestato van vaderszijde van Johanna Wagenaers, hun tante, voor en ene helft, en Coenraet van Ceulen, als man van Cornelia van Liesvelt, Lijsbeth van Liesvelt, Abraham Heijblom, als man vanErmken op de Camp, dochter van Lijsbeth van Liesvelt, Abraham Huttenus, als man van Geertruij Roerom, Matthijs van Nieuvelt, als man van Cornelia van Liesvelt, voor zichzelf en namens Willem, Marija, Gouda en Lijsbeth Roerom, kinderen van wijlen Geertruijt van Liesvelt, en Abraham Huttenus nog als procuratie hebbende van dr. Willem Pieso en Marija Pieso, kinderen van wijlen Cornelia van Liesvelt, Johannes Everts en Geerit Ruwel, als man van Adriana Everts, kinderen van Maeijken van Liesvelt, samen naaste verwanten en erfgenamen ab intestato van moederszijde van Johanna Wagenaers, voor de andere helft, dat zij hiermee gescheiden hebben de nagelaten goederen van Johanna Wagenaers, resp. hun tante en nicht.

6. Geertruijt van Liesvelt, weduwe van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug(1620)trouwde 1e Jan van Homhorst, wijnkoper, 2e NG Dordrecht 2/18 aug. 1620 Sibert Cornelisz. Roerom, weduwnaar van Dordrecht wonende bij “de Nieuwe Croen” (1620), trouwde 1e Maria Seraets Nicolaesdr., zoon van Cornelis Sibertsz. Roerom en Elisabeth Cornelisdr. Wor

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 83v: op 24 sept. 1617 verklaart Roelandt Eecholt, als medevoogd van de weeskinderen van wijlen Nicolaes Tseraets, schuldig te zijn aan Marijgen Cornelisdr. een somma van 2800 gl., gevende als onderpand een schepenenschuldbrief van 2800 gl., verleden door Sijbert Cornelisz. Roerom. Roerom stelt als borg een huis tegenover de Wijnkoperskapel, genaamd “Groot Vranckrijck”, staande tussen het huis van Sijmon Wael en dat van Jacob Trip, koopman en burgervan Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 51v: op 28 mei 1618 [sic] verkoopt Roelandt Eecholt, als medevoogd van de weeskinderen van wijlen Nicolaes Seraets, aan Sijbert Cornelisz. Roerom, burger van Dordrecht, een huis, staande [in de Wijnstraat] schuin tegenover de Gravenstraat tussen het huis van Steven Geeritsz. en het huis waar uithangt “den Lintenaer”.

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 51v: op 28 mei 1618 verkopen Roelandt Eckholt en Sijbert Cornelisz. Roerom, als voogden over de weeskinderen van wijlen Nicolaes Tseraets, voor 3111 gl. aan Johan van Oldenborch, verver en burger van Dordrecht, een huis en ververij, staande voor het Bagijnhof tussen het huis van mr. Jasper van Hartsvelt en dat van Bastiaen van Soelen. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1599, f. 91v: op 21 nov. 1622 verkoopt Sibrecht Cornelisz. Roerom, koopman en burger van Dordrecht, voor 4800 gl. aan Franchoijs de Meijer, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Frans Willemsz. en dat van Jan Jacobsz. van Ravesteijn. Waarborgen: Cornelis Everts huidenvetter en Guiilliam Wagenaers, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 2800 gl.

Kinderen (o.a.; ex 2; allen NG gedoopt te Dordrecht: onderstaande gegevens, 6a t/m 6g, zijn ontleend aan Balen, o.c., p. 1208 e.v.):

6-a. Maria Roerom, trouwde Jacob Sam Jacobsz.

ONA Dordrecht inv. 253, f. 148: op 22 aug. 1671 passeren Jacob Sam, koopman te Dordrecht, weduwnaar, en Maria Roerom, jonge dochter, wonende te Dordrecht, geassisteerd met haar zwager Mathijs van Nieuvelt, hun huw. voorwaarden.

6-b. Willem Roerom

6-c. Elisabeth Roerom, mei 1630

6d. Geertruijd Roerom, febr. 1632

6-e. Geertruijd Roerom, nov. 1633, trouwde Abraham Warnardsz. Huttenus

ONA Dordrecht inv. 248, f. 358: op 21 nov. 1665 testeren Abraham Huttenus, apotheker, en zijn vrouw Geertruijt Roerom, wonende te Dordrecht. Hij benoemt tot zijn enige enige erfgename zijn vrouw, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan samen een bedrag van 1600 gl. uit te keren. Als hij komt te overlijden zonder kinderen na te laten, is zij verplicht aan zijn verwanten samen een bedrag van 600 gl. uit te keren, nl. aan de kinderen van Pieter Huttenus 400 gl. en aan de kinderen van zijn zuster Maria Huttenus 200 gl. Hij wil niet, dat zijn verdere broers en zusters iets van hem zullen erven. De testatrice laat aan haar man na het vruchtgebruik van haar goederen, waarvan haar kinderen de eigendom zullen erven, op voorwaarde, dat haar man hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan samen een bedrag van 2000 gl. zal uitkeren. Als zij zonder kinderen na te laten komt te overlijden,zal hij het vruchtgebruik behouden van voornoemde 2000 gl. en zal hij gehouden zijn haar zusters haar kleren en juwelen uit te reiken, zonder dat Willem Roerom of diens kinderen en de kinderen van haar halfzuster Margarieta Roerom iets van haar zullen mogen erven. Zij benoemen de langstlevende van hen bieden tot voogd over hun minderjarige erfgenamen.

6-f. Gouda Roerom

6-g. Cornelia Roerom, trouwde Matthijs van Nieuvelt, schout en secretaris van Acquoij

ONA Dordrecht inv. 248, f. 335: op 11 okt. 1665 testeren Mathijs van Nievelt, koopman, en zijn vrouw Cornelia Roerom, wonende te Dordrecht, hij gezond, zij ziek zijnde. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd de langstlevende van hen beiden, mits hij of zij hun kinderen zullen onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. Als hij de langstlevende is, moet hij hun kinderen een somma van 1000 gl. uitkeren. Als zij de eerststervende is en zonder kinderen na te laten komt te overlijden, moet hij aan haar zusters “van helen bedde” een somma van 2000 gl. uitreiken, waarvan hij zijn leven lang het vruchtgebruik zal genieten. Als hij echter gaat hertrouwen, moet hij de helft van dat bedrag aan haar zusters “van helen bedde” of hun nakomelingen uitkeren en zal hij van de wederhelft ervan het vruchtgebruik behouden, zonder dat Willem Roerom of zijn nakomelingen of die van Margareta Roerom, haar halfzuster, iets van haar zal mogen erven. Als de testateur vóór de testatrice komt te overlijden, blijft zij gehouden aan hun kinderen, wanneer zijn mondig worden of gaan trouwen, boven de voornoemde alimentatie een bedrag van 300 gl. uit te keren. Als hij komt te overlijden zonder kinderen na te laten of als hun kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, zal die verplichting ophouden te bestaan.

7.Arentvan Liesvelt, ged. NGDordrecht april 1594,wijnverlater te Dordrecht 1618 samen met Gerrit Otsen, otr.Amsterdam11 okt. 1619Aaltje Alderiks.

8.Liesbethvan Liesvelt, ged.NG Dordrecht februari 1596,tr. Dordrecht 1 febr. 1626Frans Op de Camp.

Kind:

8-a. Ermken op de Camp, trouwde Abraham Heijblom

ORA Dordrecht 1624, f. 34v: op 25 juli 1672 verkopen Cornelis Dermoeijen en Adriaen den Broeder, burgers van Dordrecht, als voogden over de weeskinderen van wijlen Willem Pasman en Anneken Henricxsz., voor 2600 gl. aan Abraham Heijblom, apotheker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Aelbert Cuijp en de Hengstensteiger.

9.NN, gedoopt NG Dordrecht febr. 1601

10.Joannesvan Liesvelt, geb.Dordrechtapril 1604, volgt II

11. Anna van Liesvelt, gedoopt NG Dordrechtsept. 1610

II. Joannes Willemsz. van Liesvelt, gedoopt NG Dordrecht april 1604, trouwde NG Dordrecht 25 juli 1628 Cornelia Mijs

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 114v: op 4 juli 1682 verkopen kapitein Coenraet van Ceulen, burger van Dordrecht, als man van Cornelia van Liesvelt, en Elisabeth van Liesvelt, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Isaak van Hommerigh, haar man, volgens procuratie gepasseerd voor notaris P. de Witt te Amsterdam op 1 juli 1682, samen kinderen en erfgenamen van Jan Willemsz. van Liesvelt, voor 2020 gl. aan Vaster de Ram, burger van Dordrecht, een pakhuis aan de Nieuwe Haven, staande tussen de paardenstal van de vrouwe van Barendrecht en het pakhuis van de koper.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Willem en Cornelis, juli 1628

b. Cornelia van Liesvelt, dec. 1631, trouwde Coenraet van Ceulen, wijnkoper

ONA Dordrecht inv. 245, f. 5: op 13 sept. 1658 testeren Coenraet van Ceulen, wijnkoper en burger van Dordrecht, en zijn vrou Cornelia van Liesvelt. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat die langstlevende hun kinderen zal onderhouden tot aan hun mondigheid of huwelijk en hun onder hen allen dan een bedrag van 1000 gl. zal uitkeren. Als zij de eerstoverlijdende van hen beiden is zonder kinderen na te laten, moet hij aan haar zuster Elisabeth van Liesvelt al haar kleren uitreiken. Indien de langstlevende van hen zonder kinderen na te laten komt te overlijden, zal Elisabeth al hun na te laten goederen erven, maar als de langstlevende komt te overlijden en kinderen uit een tweede huwelijk zal nalaten, zal Elisabeth slechts een bedrag van 2000 gl. erven.

ORA Dordrecht inv. 1619, f, 4 (aangevuld met gegevens uitORA Dordrecht,f. 136v, akte dd 5 okt. 1661): op 1 febr. 1661 verkoopt Coenraet van Ceulen, als man van Cornelia Jansdr. van Liesvelt, aan Johan Palm en dr. Johan de Jong, als voogden van de kinderen van wijlen Isaac Nachtegael, een losrente van 50 gl. jaarlijks, verzekerd op de helft van een huis in de Wijnstraat [tegenover de Schrijversstraat], staande tussen het huis van Jan Joosten [Villeboort]bakker [en dat van Joost Hendricxsz.], alsmedeop de helft van een pakhuis op de Nieuwe Haven, staande tussen het pakhuis van Pieter de Carpentier en de stal van Abraham van Beveren,heer van Barendrecht, burgemeester van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 247, f. 392: op 22 aug. 1663 verklaart Berber Woutersdr., de vrouw van Pieter Poulusz., tuinder wonende buiten de St. Jorispoort, op verzoek van Coenraet van Ceulen en diens vrouw Cornelia van Liesvelt, dat een dag eerder bij haar in huis geweest is Cornelia van Liesvelt en dat ook voor haar deur stond Susanna Jans, de vrouw van Jan van Maestrig, “de welcke seer hevich ende met groote scheltwoorden tegen … Cornelia van Liesvelt uijtvoer … [zij deposante door haar dochter naar voren geroepen, daar hoorde, dat] Susanna Jans met seer groote boosheijt tegen … Cornelia van Liesevelt uijtvoer seggende … ghij sijt een hoer een allemanshoer een dieffachtige hoer dicke soch dicke papsoch als ghij comt sterven sult ghij meenen salich te sijn maer u sal inden hel branden sijt ghij soo een joffrou gaet ghij met sulcken huijck ter kercke ick sall maecken dat ghij wel vande taeffel des heeren blijven sult jou … volbast ende meer andere vuijle schelt woorden meer, dreijgende de selve te slaen. Waer over … Cornelia van Liesvelt … seijde wat al meer kunt ghij dat alles bewijsen. Daer op … Susanna Jans met schelden ende qualijck spreecken voort voer”. De getuige heeft niet gehoord, dat Cornelia van Liesvelt Susanna Jans of haar man kwalijk bejegende of uitschold.

ONA Dordrecht inv. 247, f. 393: op 22 aug. 1663 verklaart Evert Kelderman, koopman te Dordrecht, op verzoek van Coenraet van Keulen en diens echtgenote Cornelia van Liesvelt, dat hij op 21 aug. is gegaan buiten de St. Jorispoort, waar hem ontmoette Dionijs van der Kesel, die op zijn verzoek meeging naar zijn tuin, liggende in de laan op de gewezen “dulweij” [?] tegenover de tuin van de rekwiranten. Komende in die laan hebben zij gezien, dat voor de tuin van de rekwiranten stonden Cornelia van Liesvelt en Susanna Jans, de vrouw van Jan van Maestricht, “de welcke eenige woorden tegen malcanderen hadde, over het nemen van eenden uijt des reqts. thuijn, seggende … Susanna Jasn jegens … Cornelia van Liesvelt soo ghij dat secht soo segh ick dat ghij een hoer seijt … waerop … Cornelia van Liesvelt … seijde ick hebbe niet geseijt dat ghij de eenden genomen hebt, grijpende … van der Kesel bij sijn mou seggende vrunden draecht daer kennis aff dat ick soo gescholden wert. Daerop … Susanna Jans weder seijde Ja soo ghij secht dat ick de eenden gestolen heb soo segh ick dat ghij een hoer seijt”.

ONA Dordrecht inv. 249, f. 157: voorwaarden, waarop Coenraet van Ceulen, als daartoe procuratie hebbende, wil verkopen een zeeschip, zijnde een kits. groot omtrent 26 lasten, met zijn opstaand rondhout, liggende in de stadsgracht aan ’s landswerf. Op 13 aug. 1666 verkocht voor 150 gl. aan Jan Jansz. van Doelinge.

ONA Dordrecht inv. 256, f. 158: op 16 dec. 1676 verleent Coenraet van Keulen, koopman te Dordrecht, procuratie aan Lucas Galpijn, koopman te Amsterdam, om met Van Keulens mede-erfgenamen over te gaan tot scheiding van de nalatenschap van zijn vader Jacob Adriaensz. van Keulen, koopman te Amsterdam, en om samen met zijn broer Adriaen van Keulen “daer over te mogen accorderen”.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 56v e.v.: op 1 dec. 1685 verkoopt Francois Francken, koopman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Coenraet van Ceulen, voor 1800 gl. aan Lambert van Bree, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande recht tegenover de Schrijversstraat tussen het huis van Maeijken Joosten en dat van Joost Jansz. Filleboort. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 450 gl.

c. Willem, 4 mei 1637

d. Gouken, nov. 1638

e. Elizabet van Liesvelt, dec. 1639, weduwe van Dordrecht wonende op de Prinsengracht te Amsterdam (1677) trouwde1e Reijnier van Ceulen, 2e Amsterdam/Amstelveen 3/19 dec. 1677Isaack van Hommerich, weduwnaar van Dordrecht wonende in de Nes te Amsterdam(1677), koopman, trouwde 1e Margrita van Londen

ONA Dordrecht inv. 247, f. 106: op 10 juni 1662 verleent Elisabeth van Liesvelt, voor zichzelf en tevens vervangende Coenraet van Keulen, echtgenoot van Cornelia van Liesvelt, samen kinderen en erfgenamen van Jan Willemsz. van Liesvelt en Cornelia Mijs, procuratie aan de heer Baersenborch, rentmeester te Willemstad, om te vorderen uit de boedel van Geerit Ariensz. Bronckhorst, die is overleden te Willemstad, een bedrag van 131 gl. 13 st. en 8 penn., die zij tegoed hebben wegens leverantie van wijn.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 29v: op 2 juli 1683 verkopen Isaack van Hommerich, koopman te Amsterdam, en zijn vrouw, Elisabet van Lisvelt, als dochter en mede-erfgename van Cornelia Meijs, weduwe van Jan Willemsz. van Lisvelt, voor 855 gl. aan Franchois Francken, koopman te Dordrecht, de helft van een huis in de Wijnstraat omtrent de Schrijversstraat, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Jan Joosten Filleboort en dat van Maeijken Joosten.