De nakomelingen van Laurens Adriaensz.

I. Laurens Adriaensz., geboren ca. 1521, schiptimmerman te Dordrecht,overleden te Dordrecht in 1572 of 1573

Hij trouwde ca. 1540

Anneken Adriaensdr., geboren naar schatting ca. 1520,overleden ca. 1585, zij trouwde 2e ca. 21 febr. 1575 (huwelijkse voorwaarden) Thonis (Anthonis)Pouwelsz. (Cramerheijn), geboren ca. 1520,schiptimmerman te Dordrecht, overleden ca. 1582(vóór 12 sept. 1582)

ORA Dordrecht inv. 1534 (nieuw), akte 57: op 3 juni 1551 verkoopt Jan Reijersz. aan Lauris Ariensz. schiptimmerman een erf achter het huis van Adriaen Hugen, staande in de Vleeshouwersstraat, “teynde die heyninge zoe dat nu beheynt staet”, tussen het huis van de koper en dat van Willemgen Henricxdr.

ORA Dordrecht inv. 703, f. 12v e.v., 3 sept. 1561: Laurens Adriaensz. schiptimmerman heeft een huis in de Vleeshouwersstraatverkocht aan Gillis Marcelisz. Koper transporteert in mindering van de kooppenningen aan Laurens Adriaensz. een rentebrief van 6 gl. jaarlijks, sprekende op Corstiaen Spruijt Adriaensz. in Strijen en verzekerd op een stuk land in Strijen van 2 morgen en 3 hont.

ORA Dordrecht inv. 703, f. 233, 7 juli 1562: Laurens Adriaensz. en Adriaen Adriaensz., als voogden van de nagelaten weeskinderen van Claes Adriaensz., verkopen aan Pieter Henricxsz. schipper een huis in de Vlamingstaat [Ruitenstraat], staande tussen het huis van Willem Jansz. de Wit en het huis van Marijcken Yen.

ORA Dordrecht inv. 728, f. 322v, 3 maart 1572: verklaring door Laurens Adriaensz. schiptimmerman, 51 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 729, f. 303v, 3 juli 1573: Annechen Adriaensdr., weduwe van Laurens Adriaensz. schiptimmerman, constituit haar dochter Annechen Laurensdr. ad recipienda debita.

ORA Dordrecht inv. 733, f. 139, 9 nov. 1577: Anneken Adriaensdr., weduwe van Laurens Adriaensz. met haar gekoren voogd en Adriaen Lauwen schiptimmerman, voor zichzelf en vervangende zijn broer en zusters, verkopen aan Geerit Cornelisz. de helft van een erf in de Vleeshouwersstraat, belend door het huis van Claes Jansz. aan de ene zijde en dat van Neeltgen Adriaensdr., de weduwe van Cornelis Maij Doenen, aan de andere zijde.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 384v e.v., 12 sept. 1582 (roerende de dood van Anthonis Pouwelsz. schiptimmerman): comp. Anneken Adriaensdr., weduwe van Anthonis Pouwelsz. schiptimmerman, met haar gekoren voogd enerzijds en Cornelis Jansz. schiptimmerman en mr. Eeuwout Aertsz. als naaste bloedvoogden van Claes Pouwelsz., Mathijs Geritsz., als man van Borchgen Thonisdr., moeder van Claes Pouwelsz., onmondig weeskind van wijlen Pouwels Thonisz. en Huijbert Jong Adriaensz. als grootvader van Marijcken Waelwijchsdr. en Pouwels Waelwijchsz., verwekt bij Jaepgen Huijbertsdr. en Adriaen Laurensz. bakker als man van voornoemde Jaepgen Huijbertsdr. en als “mede toesiender” van voornoemde kinderen en erfgenamen van Thonis Pouwelsz. Comparanten zijn tot een overeenkomst gekomen betreffende de verdeling van de boedel,die is nagelaten door Thonis Pouwelsz. Aan zijn weduwe, Anneken Adriaensdr.,zijn toebedeeld alle goederen, die zij bij haar huwelijk met Thonis Pouwelsz. heeft ingebracht, volgens de huwelijkse voorwaarden gepasseerd op 21 febr. 1575, voorts 1/5 part in een huis met de werf daarachter, staande en gelegen in de Vleeshouwersstraat, inclusief1/4 part in de rente van 8 1/2 Rijnse guldens, waarmee het huis is belast,een bedrag van 100 ponden groten Vlaams, die haar bij de huwelijkse voorwaarden zijn beloofd uit de gereedste goederen van haar overleden man en tenslotte een aantal obligaties en waterbrieven. Dat allesop voorwaarde, dat zij op zichneemt alle uitschulden van de nalatenschap te betalen. Waartegen Claes Pouwelsz. voor de ene helft en Marijcken en Pouwels Waelwijchs voor de andere helft zijn aanbedeeld 3/4 parten van het voornoemde huis in de Vleeshouwersstraaten het weeskind van Pouwels Thonisz. en de twee kinderen van Waelwijch Tonisz.de helftvan een huis in de Pelserstraat, waarvan de andere helft toekomt aan Adriaen Lauwen bakker. Jan Waelen, de natuurlijke zoon van Wael[wijch] Tonisz. krijgt een bepaald bedrag uitgekeerd.

ORA Dordrecht inv. 737, f. 359, 4 febr. 1584: Anneken Ariensdr., weduwe van Thonis Pouwelsz. schiptimmerman, koopt van Augustijn Boucquet Claesz. een losrente, verzekerd op een huis in de Kannekopersbuurt [Voorstraat]

ORA Dordrecht inv. 737, f. 437, 12 april 1584: Peter Claesz. schipper verkoopt aan Andries Pietersz. smid een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Cornelis Maij Doenen en dat van Anneken Adriaensdr., de weduwe van Anthonis Cramerheijn. Waarborg: Adriaen Thonisz. kuiper. Koper is schuldig een bedrag van 456 gl. Borgen: Pieter Pietersz. Spinoij smid en Heijltgen Cornelisdr., weduwe van Matheus Willemsz. schipper.

ORA Dordrecht inv. 715, f. 202v: op 15 mei 1584 compareren voor schepenen van Dordrecht Jan van Nuijssenborch, als van wege zijn vrouw, Emmeken Jansdr. [Both], voogd over de drie weeskinderen van wijlen Truijken Jansdr., zijn vrouws zusters, verwekt door wijlen Adriaen Laurensz. schiptimmerman, Thonis Adriaensz. Vlaming, als man van Anneken Laurensdr., Cornelis Pouwelsz. bakker, als man Elisabeth Laurensdr., Jaepken Hubertsdr., weduwe van Adriaen Laurensz. bakker, voor zichzelf en als moeder en voogdes van haar kinderen, verwekt door Adriaen Laurensz. bakker, en zij, comparanten, tevens vervangende Pieter Mol van Venlo, als man van Adriana Laurensdr., Willem Jansz. schipper uit Brielle, als man van Aeltgen Laurensdr., en Marijken Adriaensdr. uit de Plaat [Ooltgensplaat], nagelaten weeskind van Marijke Laurensdr., allen erfgenamen van wijlen Laurens Adriaensz. en Anneken Adriaensdr.

De comparanten verkopen

1. aan Gijsbert Lenertsz. schipper een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Gerit Cornelisz. stoeldraaier en dat van Neeltgen Pijetersdr. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 787 Rijnse gl. van 20 stuivers het stuk. Borg: Pijeter Jansz. molenaar. (In margine: Nota: deze overdracht is gepasseerd alleen door Cornelis Pouwelsz. bakker, vervangende Pieter Mol en Jan van Nuijssenborch, als van wege hun echtgenotes voogden over de weeskinderen van wijlen Adriaen Laurensz. schiptimmerman, “nijet teghenstaende alle de erffgenamen daerinne geroert staen”.).

2. aan Cornelis Pouwelsz. bakker, als man van Lijsbeth Laurensdr., als mede-erfgename van Laurens Adriaensz. en Anneke Ariensdr., een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van A[n]drijes Pietersz. smid en dat van de weduwe van Dirck Tin schiptimmerman. De koper is schuldig aan de verkopers 606 Rijnse gl. Borg: mr. Pijeter Pijetersz.

3. aan Schilman Dircxsz. huistimmerman een huis in de Botgensstraat, staande tussen Jeutgen Spaens huis en dat van Thonis Aertsz. Cool. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 246 Rijnse gl. Borg: Nijs Jansz. schipper.

4. aan Pieter Mol van Venlo, als man van Ariaentgen Laurensdr., mede-erfgename van Laurens Adriaensz. en Anneke Ariensdr., een huis genaamd “Der Veere”, staande achter op de Nieuwe Haven tussen het huis van Gerit Jansz. de Heer en dat van Niclaes Jansz. brouwer. op 16 juli 1584 verklaart de koper schuldig te zijn verkopers een somma van 1200 gl. Borg: mr. Pijeter Pijetersz. (In margine: hiervan zijn gemaakt twee schuldbrieven, de ene van 1071 gl. 8 st. 10 p. ten behoeve van voornoemde erfgenamen en de andere van 214 gl. 5 st. 11 p. ten behoeve van Thonis de Vlaming alleen.

ORA Dordrecht inv. 738, f. 7: op 20 aug. 1584 comp. Eewout Aertsz., voor zichzelf en vervangende Mathijs Geeritsz., uit naam van het weeskind van Pouwels Thonisz., Dirck Huijbertsz., als gemachtigde van de voogden over de weeskinderen van Walich Thonisz., Pieter den Ronden, als man van Aerjaentgen Laurensdr. en vervangende Thonis Adriaensz. schipper, als man en voogd van Anneken Laurensdr., samen vervangende Willem Jansz., wonende in Brielle, als man van Aeltgen Laurensdr., mitsgaders de weeskinderen van Adriaen Lauwen vaandrig, door hem verwekt bij Truijchgen Jansdr. en de weeskinderen van Adriaen Laurensz. bakker, verwekt bij Jaepgen Huijbertsdr. Comparanten verkopen aan Cornelis Pouwelsz. bakker een erf achter de scheepstimmerwerf, toebehoord hebbende aan wijlen Thonis Pouwelsz., “daer de loots op plach te staen wijnckelhaecxgewijs van de westen houck van Cornelis Pouwelsz. huijs aff tot Cornelis Aertszoons erffue toe”, op voorwaarde, dat Govert Adriaensz. van Beaumont zijn behoorlijke doorgang over het verkocht erf zal houden, dat koper geen varkens op het erf zal houdenen alleen met toestemming van verkopers een doorgang over hun erf zal hebben.

Kinderen van Laurens Adriaensz. en Anneken Adriaensdr. (volgorde onzeker):

a. Adriaentje Laurensdr., volgt IIa

b. Anneken Laurensdr., trouwde NG Dordrecht juli 1574 (beiden van Dordrecht)Thonis (Thomas) Adriaensz. (Vlaming) schipper

c. Adriaen Lauwen, volgt IIb

d. Adriaen Laurensz. (de jonge), volgt IIc

e. Aeltgen Laurensdr., trouwde (vóór 20 aug. 1584) Willem Jansz., schipper wonende in Brielle (1584)

f. Elisabeth Laurensdr., volgt IId

g. MarijkenLaurensdr, trouwde Arien Lenertsz.

Uit dit huwelijk:

g-1.Ariaentgen Ariensdr.

ORA Dordrecht inv. 733, f. 207: op 23 febr. 1578transporteert Jan Roeloffsz. van Bommel aan Arien Laurensz. schiptimmerman, als oom en voogd van Ariaentgen Ariensdr., het kind van zijn zuster Marijken Laurensdr., bij haar verwekt door Arien Lenertsz., de eigendom van een obligatie, sprekende op Hillegont Pietersdr., waardin in “de Engel” te Gorinchem, spruitende uit de koop van een “stuck wijns”.

IIa. Adriana Laurensdr., trouwde Pieter Mol van Venlo,

ORA Dordrecht inv. 743, f. 61v e.v., 18 mei 1593: Lenert Mol, voor zichzelf en Jan van Waersum, als man van Marijken Pieter Molsdr., beiden erfgenamen van Pieter Mol en Adriana Laurensdr., hun ouders, verkopen aan Mathijs Pietersz. een huis, erf, loods en andere toebehoren op de Nieuwe Haven, waar uithangt “de Stede van der Veere”, staande en gelegen tussen het huis van Geridt Jan Sijbertsz. houtkoper en de gang van koper, zoals dat alles eigendom geweest is van Adriaentgen Laurensdr. in het laatst van haar leven. Waarborgen: Arien Claesz. korenkoper en Geridt Mathijsz. brilmaker. Koper is schuldig aan verkopers een somma van 2000 gl. Borgen: Cornelis Florisz. brandewijnman en Dirck Dircxsz. coeijman.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Lenert Mol

b. Marijken Pieter Molsdr., trouwde Jan van Waersum

IIb. Adriaen Lauwen (Laurensz.), geboren ca. 1541,schiptimmerman, houthaker (1577), overleden tussen12 mei 1582en 12 mei 1584trouwde naar schattingca. 1565Truichje (Geertruijt) Jansdr. Both, dochter van Jan Adriaensz. Both (zoon van Adriaen Adriaensz. Both de oude) en Marichen Jan Wijnantsdr.

ORA Dordrecht inv. 727, f. 86v en 87: op 10 mei 1569 verkoopt Cornelis Ariensz. schipper aan Adriaen Lauwen schiptimmerman een huis en erf in de Vleeshouwersstraat, staande en gelegen tussen het huis van Gerrit de Stoeldraijer en dat van Willem de Weduwe. Koper kent schuldig aan verkoper 363 gl. en 10 st., te betalen met 50 gl. alle jaren op meidag . Borg: Lauwerens Ariensz.

ORA Dordrecht inv. 729, f. 111: op 2 sept. 1572 compareren Andries Waelen en Adriaen Laurensz. schiptimmerman, beiden poorters van Dordrecht en verklaren bij ede, dat zij samen sprekende hebben op Loenis Paerdebeet, wonende te Vlissingen, een waterbrief, waarvan nog resteert te betalen 33 ponden en 6 schellingen.

ORA Dordrecht inv. 730, f. 11 e.v.: op24 sept. 1573 comparerenJan Jansz. Both voor zichzelf,Vincent Claesz., als man en voogd van Dircxken Jansdr. en Arien Lauwen, als man en voogd van Truijchen Jansdr.en transporteren aan de weeskinderen van Arien Ariensz. Both de jonge de eigendom van een rentebrief van 2 ponden jaarlijks, die zij, comparanten, geërfd hebben van hun moeder resp. schoonmoeder wijlen Marichen Jan Wijnantsdr. (Mariken Jan Wijnantsdr., weduwe van Jan Adriaensz. Both, wordt vermeld in een akte dd 8 april 1562 in ORA Dordrecht inv. 723, f. 101)

ORA Dordrecht inv. 731, f. 123: op 8 febr. 1574 compareren Aerjaentgen Adriaensdr., weduwe van Geerit Claesz., Emmeken Jacobsdr., Adriaen Henricxsz., Adriaen Laurensz. schiptimmerman, als man en voogd van Truijchgen Jansdr., Henrick Pietersz., als man en voogd van Neeltgen Ariensdr. en Jaepgen Willemsdr., voor zichzelf, allen naaste verwanten van Arien Ariensz. de oude Both. Comparanten verklaren dat zij “approberen en van waarde houden” de procuratie, die Adriaen Adriaensz. de oudeBoth, hun vader resp. “bestevader” gepasseerd heeft op Adriaen Dircksz. Droochgen om hetgeen anderen hem schuldigwaren te innen en te ontvangen.

ORA Dordrecht inv. 731, f. 229v: op 8 juli 1575 compareren Adriaen Dircxsz. Droochgen, als man en voogd van Burchgen Ariensdr. en Aerjaentgen Ariensdr. [Both, weduwe van Gerrit Claesz.: cf. ORA Dordrecht inv. 704, f. 276, akte dd 15 jan. 1565], Emmeken Jacobsdr. met haar gekoren voogd, voor zichzelfen vervangende haar zusters en broeders, Adriaen Lauwen als man en voogd van Truijchgen Jansdr., Henrick Pietersz., als man en voogd van Neeltgen Ariensdr. en Jaepgen Willemsdr. met haar gekoren voogd, allen erfgenamen van wijlen Arien Ariensz. Both de oude, samen vervangende Jan Henricxsz. van de Graeff, voor hemzelf en nog vervangende zijn broers en zusters. Comparanten verklaren verkocht te hebben aan Jan Dircxsz. van Aelst alias Vliegenthert 17 akkers griendingen of 12 roeden buitendijks land, gelegen omtrent de Steene Camer in het Volgerland van het Molenambacht, dat zij geërfd hebben van voornoemde Arien Ariensz. Both de oude. Waarborg is Adriaen Dircxsz. [Droochgen], die daarvoor speciaal verbindt een huis, erf en toebehoren, staande bij de Grote Kerk van Dordrecht, in welk huis Arien den Both gestorven is.

ORA Dordrecht inv. 712, f. 113v: op 3 juni 1577 verklaart Adriaen Lauwen, 36 jaar oud, houthaker van de “Weselschen houte” te Dordrecht, dat hij met anderen geweest is op een vlot Wesels hout, liggende op het “slijck” buiten de Vuilpoort van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 712, f. 146: op 17 aug. 1577 verklaart Jan Jansz. waard in “het Moriaanshoofd” te Dordrecht, 35 jaar oud, dat “onlancx geleden … hij getujge comende van t Nieuwe Werck omtrent den timmerwerff van Adriaen Lauwen schiptimmerman ende hem aenspreeckende zeijde hij getuijge tegens den selven Adriaen Lauwen ‘Arien hoe seijt het water …’ (denoterende ’t waeter in de Nieuwe Haven, daerop den selven Adriaen Lauwen seijde ‘est nijet waer ick wilde dat den verwer aen den Noort woonde, hij verderft al ’t water van de haven ende ’t water achter mijn moeder is soo leelijck dat sij daer nijet vuijt coecken mach”.

ORA Dordrecht inv. 733, f. 201 e.v.: op 6 febr. 1578 compareren Adriaen Dircxsz. Droochgen, als man en voogd van Burchgen Adriaensdr., Ariaentgen Adriaensdr. [Both], weduwe van Geerit Claesz., met haar gekoren voogd, Adriaen Lauwen, als man en voogd van Truijchgen Jansdr. en nog vervangende de zusters van zijn vrouw, Henrick Pietersz., als man en voogd van Neeltgen Adriaensdr. en nog vervangende Cornelis Adriaensz., zijn vrouws broer en hun andere zusters en Jaepgen Willemsdr., voor zichzelf met haar gekoren voogd en voornoemde comparanten samen nog vervangende de kinderen van Henrick Adriaensz. Both, allen erfgenamen van Adriaen Adriaensz. Both de oude. Zij verklaren aan Mels Cornelisz. schipper verkocht te hebben een huis, erf en toebehoren, staande en gelegen voor in de Spuistraat tussen het huis van Jan Joosten en dat van de weduwe en erfgenamen van Thonis Huijgen. Mels Cornelisz. kent schuldig aan verkopers een somma van 235 gl.

ORA Dordrecht inv. 735, f. 36v e.v.: op 23 maart 1579 compareren Adriaen Lauwen schiptimmerman, als man en voogd van Truijchgen Jansdr., voor zichzelf en vervangende Vincent Claesz., als man en voogd van Dircxgen Jansdr., mitsgaders Aert Jansz., als man en voogd van Janneken Jansdr., Cornelis Dircxsz., als man en voogd van Geertgen Jansdr., Cornelis Adriaensz. zeilmaker, voor zichzelf en vervangende Marijcken en Roocxken Adriaensdochters, zijn zusters, Henrick Pietersz. Vuijthouck, als man en voogd van Neeltgen Adriaensdr., voor zichzelf , Mels Cornelisz. schipper, als man en voogd van Marijcken Cornelisdr., en Henrick Wolvertsz., als man en voogd van Marijcken Cornelisdr.,allen erfgenamen van wijlen Grietgen en Baertgen Jan Wijnantsdochters. Zij verlenen procuratie aan Geerit Anthonisz., hun mede-erfgenaam, om voor schout en gerecht van de Korendijk [Goudswaard] aan Jan van Nuijsssenborch Willemsz.te transporteren 6 morgen land, aldaar gelegen, waar bruiker van is Pieter Adriaensz. Bestevaeder. Comparantenhebben ditland zij geërfd van voornoemde Grietgen en Baertgen Jan Wijnantsdochters.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 159: op 29 april 1581 compareren Jan van Nuijssenborch Willemsz., als man en voogd van Emmeken Jansdr. en Adriaen Laurensz., als man en voogd van Truijchgen Jansdr. Zij verkopen aan Willem Willemsz. hellebaardier een huis en erf, staande en gelegen omtrent de Grote Kerk van Dordrecht, tussen het huis van Willem Stoop Dircxsz. burgemeester en dat van Truijchgen Ghijsbertsdr., weduwe van Jacob van Bemont, niet meer belast dan met 2 ponden Hollands jaarlijkse landcijns. Koper kent schuldig aan verkopers 320 Rijnse guldens.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 201v: op 27 juni 1581 verkoopt Marijcken Cornelisdr., weduwe van Lenert Quirijnen, aan Adriaen Laurensz. schiptimmerman, anderhalf erf van de voorste erven gelegen op het Nieuwe Werk te Dordrecht, tussen het erf van voornoemde Adriaen Laurensz. en het erf van Jan Huijgen koekenbakker. Waarborg: Cornelis Thomasz. bakker. Adriaen Laurens kent schuldig aan verkoopster 44 ponden groten Vlaams. Borg (voor koper): Arien Lauwen bakker, zijn broer.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 323v, akte dd 2 mei 1582: Adriaen Lauwen schiptimmerman en Adriaen Lauwen bakker borgen voor Aert Geeritsz.

ORA Dordrecht inv. 737, f. 507: op 12 mei 1584 compareert Jacob van Meeuwen, als man en voogd van Grietgen Evertsdr. en transporteert aan Laurens Adriaensz., Abraham Adriaensz. en Janneken Adriaensdr., weeskinderen van wijlen Adriaen Lauwerensz., schiptimmerman, door hem verwekt bij Geertruijt Jansdr., de eigendom van een rentebrief van 9 schilden van 14 stuivers het stuk jaarlijks, verleden door Jacob Jacobsz. en gepasseerd voor schout en heemraden van Wijngaarden op 11 nov. 1531, aan hem comparant ten huwelijk gegeven.

ORA Dordrecht inv. 739, f. 275v: op 15 april 1588 verkoopt Jan Dirxsz. schiptimmerman aan de weeskinderen van Adriaen Lauwen, verwekt bij Truijchgen Jansdr., drie Rijnse gl. jaarlijkse losrente, verzekerd op een huis, erf en toebehoren in de Vleeshouwersstraat.

ORA Dordrecht inv. 719, f. 330r en 330v: op 2 mei 1591 compareren Thomas Cornelisz., als man en voogd van Janneken Ariensdr., Laurens Ariensz., geassisteerd met zijn oom Jan van Nuijssenborch [Willemsz.] en diezelfde Nuijssenborch nog als voogd van Abraham Ariensz., allen kinderen en erfgenamen van Arien Lauwen schiptimmerman. Zij verkopen aan Cornelis Florisz. schipper een erf met de loodsen daarop staande, gelegen op het Nieuwe Werk, tussen het erf van de weduwe van Jan Hugensz. koekenbakker en het erf van verkopers, gekocht door Corstiaen Stevensz.. Koper kent schuldig aan Thomas Cornelisz. bakker, als man en voogd van Janneken Ariensdr., een somma van 366 gl., te betalen met 100 gl. alle jaren op meidag. Voornoemde kopers verkopen op dezelfde dag aan Corstiaen Stevensz. [Cramerheijn] schiptimmerman een ledig erf op het Nieuwe Werk, gelegen tussen het erf van de weduwe van Cornelis Joosten [Doot] en het voornoemde, aan Cornelis Florisz. verkochte erf met loodsen. Koper kent schuldig aan Laurens Ariensz. en Abraham Ariensz., kinderen en erfgenamen van Arien Lauwen, een somma van 733 gl., te betalen met 100 gl. alle jaren op meidag.

ORA Dordrecht inv. 741, f. 282v: verklaring dd 22 juli 1591 op verzoek van Gerichgen Michielsdr., weduwe van Cornelis Joosten Doot, door Joost Willemsz. metselaar. Hij verklaart, dat hij 12 of 13 dagen geleden op verzoek van Cornelis Joosten Doot zaliger heeft laten maken een muur, staande tussen het erf van rekwirante en dat van Adriaen Laeuwen schiptimmerman, “streckende van de smede aff tot boven toe.”

Kinderen van Adriaen Lauwen en Truichje Jansdr. Both (volgorde onzeker):

a. Janneken Adriaen Laurensdr., volgt IIIa.

b.Laurens Adriaensz., volgt IIIb

c. Abraham Adriaensz.

IIc. Adriaen Lauwen, bakker te Dordrecht, trouwde Jaepken Hubertsdr., weduwe van Wael Thonisz.

ORA Dordrecht inv. 717, f. 286v: op 22 dec. 1587 transporteert Osier Damasz., als vader en voogd van Adriaen Zieren, als actie hebbende van Jacob Balthensz., aan Jaepken Hubertsdr., weduwe van Adriaen Lauwen, ten behoeve van haar kinderen, verwekt door Wael Thonisz., met name Maarchgen Walendr. en Pouwel Walensz., een rentebrief van 4 gl. jaarlijks, verleden op 5 jul 1543.

IId. Elisabeth Laurensz., trouwde naar schatting ca. 1580 Cornelis Pauwelsz. bakker, overleden in of na 1599, zoon van Pauwels Adriaensz. bakker en Machtelt Bouwensdr. en halfbroer van Thomas Cornelisz. bakker (zie bij IIIa)

ORA Dordrecht inv. 738, f. 7: op 20 aug. 1584 koopt Cornelis Pauwelsz. bakker een erf bij de Vleeshouwersstraat.

ORA Dordrecht inv. 721, f. 199 e.v., 23 nov. 1552: Machtelt Bouwensdr., eerder gehuwd met wijlen Pouwels Adriaensz. bakker, enerzijds en Cornelis Adriaensz., als oom en voogd van Adriaen, Bouwen en Cornelis Pouwelsz., onmondige kinderen van Machtelt Bouwensdr., bij haar verwekt door Pouwels Adriaensz., anderzijds, zijn tot een accoord gekomen betreffende de verdeling van de nalatenschap van Pouwels Adriaensz. De weduwe zal de hele boedel behouden in ruil voor de verplichting haar kinderen te onderhouden en alimenteren tot hun zeventiende jaar en hun dan 1/3 deel van een bedrag van 100 gl. uit te reiken.

ORA Dordrecht inv. 718, f. 197, 30 jan. 1589: Andries Pietersz. smid verkoopt aan Maerten Cornelisz. smid een huis in het Vleeshouwersstraatje aan de Poortzijde, aan één zijde belend door het huis van Cornelis Pouwelsz. bakker.

ORA Dordrecht inv. 743, f. 29, 29 april 1593: Cornelis Pauwelsz. verkoopt aan Jan Gijsbertsz. bakker een huis met de daarachter liggende gang in de Vleeshouwersstraat, genaamd “de Gulden Backoven”, staande tussen het huis van Claes Joosten schrijnwerker en dat van Maerten Cornelisz. smid. Waarborg: Adriaen Adriaensz. bakker.

ORA Dordrecht inv. 743, f. 164 en 177v: op 2 mei 1594 koopt Cornelis Pauwelsz. van de erfgenamen van Matgen, weduwe van Jan Claesz. de Jager, een huis in de Houttuin [Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat], staande tussen het huis van Jan Willemsz. [schipper]en dat van Gerit Aertsz. bakker. Op 14 mei 1594 verkoopt hij aan zijn broer Adriaen Pauwelsz. bakker een jaarlijkse losrente van 9 gl. en aan Willem Jansz., zijn zwager, een dito losrente, beide verzekerd op dit huis.

ORA Dordrecht inv. 744, f. 122: op 10 nov. 1596 verkoopt Cornelis Pauwelsz. aan zijn zwager Willem Jansz., schipper in Brielle, aan zijn [half]broer Thomas Cornelisz. bakker en aan Arien Pauwelsz. bakker een jaarlijkse losrente van resp. 9, 6 en 9gl., verzekerd op het bovengenoemde huis in de Houttuin.

ORA Dordrecht inv. 745, f. 103v: op 20 aug. 1599 verkoopt Cornelis Pauwelsz. voor 1160 gl.aan Jan Claesz. Jager, Elijsabeth Jans en Jan Huijgen een huis in de Houttuin aan de Landzijde, staande tussen het huis van Gerrit Aertsz. bakker en dat van Jan Willemsz. schipper.Waarborgen: Adriaen Pauwelsz. bakker en Thomas Cornelisz. bakker.

Kinderen:

a. Maricken, gedoopt NG Dordrecht 13 nov. 1580

b. mogelijk:Neeltgen Cornelis Pauwelsdr., geboren naar schatting ca. 1585, trouwde Frans Fransz. Dermoeijen

c. Laurens, gedoopt NG Dordrecht 31 juli 1586

d. Pauwels, gedoopt NG Dordrecht 1 aug. 1592 (naam van de moeder niet vermeld)

IIIa.Janneken Adriaen Laurensdr., geboren ca. 1567, “van Dordrecht” (1590), trouwde NG Dordrecht 1/17 juli 1590 Thomas Cornelisz., bakker van Dordrecht (1590), deken van het bakkersgilde (1619),zoon van Cornelis Thomasz., bakker te Dordrecht en Machtelt Bouwensdr.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

– 17 dec. 1587: compareren Thomas Cornelisz., 20 jaar en Marichgen Cornelisdr., 29 jaar oud, beiden kinderen van Cornelis Thomasz. bakker, verwekt bij Machtelt Bouwensdr., en verklaren volkomen voldaan te zijn bij handen van hun vader Cornelis Thomasz. van de goederen, die hun zijn aanbestorven door overlijden van hun moeder Machtelt Bouwensdr. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 17)

– 28 dec. 1598: Cornelis Thomasz. bakker verkoopt aan zijn zoon Thomas Cornelisz. voor 1900 gl. een huis, staande omtrent de Nieuwpoort [op de Riedijk] tussen het huis van Frans Penter en het huis van de weduwe van Arien Pietersz., schout te Dubbeldam. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 28)

– 3 mei 1619: Lambrecht Cornelisz. Post, metselaar te Drodrecht, verkoopt aan Frans Geemansz., Thomas Cornelisz. en Willem Ariensz., dekenen van het bakkersgilde te Dordrecht, 18 gl. 15 st. jaarlijkse losrente, verzekerd op een huis aan de Nieuwe Haven. (ORA Dordrecht inv. 760, f. 30)

a. Machtelt Thomas Cornelisdr., mrt. 1591, volgt IVa

b. Geertruijd, nov. 1592

c. Ariaen, nov. 1600

d. Lisbeth, mei 1603

e. Adriaentgen, jan. 1606

IIIb. Laurens Adriaensz., geboren naar schatting ca. 1570, jong gezel (1596), bakker te Dordrecht, overleden ca. 1609 (vóór 17 jan. 1610), trouwde 1e NG Dordrecht 28 april/12 mei 1596 Maricken Jan Willemsdr., van Dordrecht (1596), 2e NG Dordrecht 7 aug. 1605 Geertruid Anthonisdr.

IVa. Machtelt Thomas Cornelisdr., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1591, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 jan. 1664 (een baar bij de Boom voor Machtelt Thomas weduwe van Geerit Thomassen [sic] van Elte bakker, één maalluiden)trouwde NG Dordrecht 25 april/9 mei 1610 Gerrit Gijsbrechtsz. (van Elten), bakker van Dordrecht (1610), overleden tussen 9 mrt. 1631 en 6 sept. 1632

– 4 aug. 1661: Machtelt Thomasdr., weduwe van Gerrit Ghijsbertsz. van Elten, gezond zijnde, maakt ten overstaan van notaris A. van Neten te Dordrechthaar testament.Zij verklaart “hoe dat zij tot verlossinge en vrijmakinge uitte Turxe slavernije van Gerart van der Staff sone van haer zaliger dochter Janneke van Elten verstreckt ende betaelt heeft soodanige drije hondert Car. gul. als bij seecker contract gepasseert voor mij voorsz. notario … op den VIIe februarij 1659 den selven toegevoegt over sijn portie erfenisse van Ghijsbert van Elten zijnen oom en harer comparantes sone respective zaliger, verclaerde vordre den selven Gerrit van der Staff [of zijn wettige nakomelingen] … geïnstitueert te hebben en te institueren bij desen alleenlijck in de somma van ses hondert Car. gul., gelijck zij testatrice oock institueerd bij desen Elisabeth van der Staff suster van de voorsz. Gerartt van der Staff [ofhaar wettige nakomelingen] … in de somma van seven hondert Car. gul. mitsgaders eene silveren beker, twee lepels en een kelcxken, item [een gouden ring, een slaaplaken, twee paar lakens, vijf tafellakens en een dozijn servetten] omme sulcx bij de voorn. Elisabeth van derStaff genoten te werden boven d’somma van drije hondert Car. gul. die d’selve mede competeert over de erfenisse van den voornoemde haar oom Ghijsbert van Elten zaliger … Verclaerde sij testatrice in den eijgendom van alle en iegelijcke haere verdere goederen … tot hare wettiche ende universele ergenamen geïnstitueert te hebben … haer dochter Maeijken van Elten, weduwe van wijlen mr. Hendrick van der Thuijnen [of haar wettige nakomelingen]”. Zij benoemt tot administrateurs over de goederen van Gerrit van der Staff gedurende zijn absentie en de goederen van Elisabeth van der Staff gedurende haar minderjarigheid Govert van der Staff en Polites Wassenburch, vader en oom van voornoemde kinderen. (ONA Dordrecht inv. 140, f. 386 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. NN, jan. 1611, vermoedelijk jong overleden

b. Janneke Gerritsdr. van Elten, dec. 1613, volgt Va.

c. Gisbert, okt. 1615, jong overleden

d. Maike Gerritsdr. van Elten, dec. 1616, volgt Vb

e. Claeisken, nov. 1618, jong overleden

f. Cornelis, okt. 1620, vermoedelijk jong overleden

g. Gijsbrecht van Elten, nov. 1623, kinderloos overleden vóór 29 april 1656

h. Claesken, dec. 1626, vermoedelijk jong overleden

i. Theunis, nov. 1627, vermoedelijk jong overleden

j. Cornelia, okt. 1628, vermoedelijk jong overleden

Va. Janneken Gerritsdr. van Elten, gedoopt NG Dordrecht dec. 1613, “van Dordrecht” wonende bij de Boom (1635), trouwde NG Dordrecht 20 mei 1635 (ondertrouw) Govert Pietersz. van der Staf, gedoopt NG Dordrecht okt. 1613, koekenbakker van Dordrecht wonende op de Nieuwe Gracht (1635), zoon van Cornelis Pietersz. en Lijsbeth Jans

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Gerrit van der Staff, mrt. 1636verbleef ca. 1659-1661 in “Turkse” (vermoedelijk Barbarijse) gevangenschap.

b. Pieterenelleke, mrt. 1637

c. Maria, okt. 1638

d. Elisabeth (Lijsbeth)van der Staff, okt. 1639

Vb. Maike Gerritsdr. van Elten, gedoopt NG Dordrecht dec. 1616, jonge dochter van Dordrechtwonende bij de Boom(1639), overleden na 24 febr. 1681, trouwde NG Dordrecht 9/23 okt. 1639 mr. Hendrick Thomasz. van der Tuijnen, geboren teDordrecht naar schatting ca. 1618, jongman van Dordrecht, chirurgijn van commandeur Willem Willemsen wonende in het Steegoversloot (1639), stadschirurgijn te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 febr. 1661 (een baar voor Hendrick van der Thuijne chirurgijn, bij de Boom), zoon van Thomas Gerritsz. (van der Tuijnen), chirurgijnsgezel (vermeld 1604), chirurgijn te Dordrecht en van Maricken Jan Ottendr.

– 19 juli 1674: Maria van Elten, weduwe van mr. Hendrick van der Tuijnen chirurgijn, is schuldig aan Jan Adriaensz., burger van Dordrecht, een somma van 400 gl., daarvoor verbindende een huis in de Voorstraat omtrent de Boom, staande tussen het huis van Hendrik Jansz. Mes schipper en dat van de kinderen en erfgenamen van Govert van Wetten. Schuldbrief geroyeerd op 21 mei 1682. (ORA Dordrecht inv. 788, f. 113v)

– 24 febr. 1681: testament van Maijken van Elteren [sic], weduwe van mr. Henrick van der Thuijnen, stadschirurgijn te Dordrecht, ziek in bed liggende, gepasseerd voor notaris A. van Neten. (ONA Dordrecht inv. 168)

Kinderen:

a. Gerrit, 16 dec. 1643

b. Joannes, 15 de. 1645

c. Maria van der Tuijnen, 20 febr. 1648, wonende bij de Boom (1671), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 14 april 1712 (Marija van der Tuijnen, weduwe van Adriaen de Veer, in de Mariënbornstraat), trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 1/15 mrt. 1671 Adriaen de Veer, gedoopt NG Dordrecht 6 jan. 1648, bakker te Dordrecht, overleden tussen 5 febr. 1702 en 14 april 1712,zoon van Arien Cornelisz. de Veer, bakker te Dordrecht en Aeltgen Cornelisdr. de Haen

– 5 febr. 1702: Adriaen de Veer getuige bij het huwelijk van zijn zoon Hendrik de Veer met Anna van Esch (Trouwboek Gerecht Dordrecht)

– 15 april 1712: overlijden ingeschreven in het dodenregister van de Weeskamervan Marij van der Tuijne, weduwe in de Mariënbornstraat, sine bonis volgens verklaring van haar dochter Magteltie van der Veer (Weeskamer Dordrecht inv. 112, f. 144)

d. Janette (Janneken) van der Tuijnen, 21 mrt. 1650

– 9 jan. 1662: de weduwe en erfgenamen van mr. Henrijck van der Tuijnen zijn eigenaren van een tuin, die wordt belend door een tuin aan de Noordendijk. (ONA Dordrecht inv. 50, f. 3v)

– 25 febr. 1677: comp. Janneken van der Thuijnen, als last en procuratie hebbende van Maria van Elten, weduwe van mr. Hendrick van der Thuijnen en bekent in die hoedanigheid schuldig te zijn aan Cornelis Nicolaes, burger van Dordrecht 350 gl., spruitende ter zake van een obligatie, welke Arijen Jansz. Visser in Sliedrecht op 5 jan. 1677 t.b.v. Cornelis Nicolaes voor notaris A. van Neten te Dordrecht heeft verleden, belovende zij comparante conform voornoemde procuratie die somma van 350 gl. te voldoen met jaarlijkse termijnen van 50 gl., daarvoor verbindende een huisomtrent de Boom. Schuldbrief geroyeerd op 21 mei 1682. (ORA Dordrecht inv. 790, f. 5 e.v.)

e. Geertruijt, 30 sept. 1653

f. Machteld, 11 juli 1657

g. Geertruijd, 30 mrt. 1660