Beljaerts

I. Cornelis Cornelisz. Belgiaerts Cornelisz., geboren naar schatting ca. 1560, brouwer te Dordrecht(tenminste vanaf 1590), brouwerin “de Bel” (brouwerij in de Kleine Spuistraat, doorlopend tot in de Voorstraat, waar nu ongeveer Bahlman is), [Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 83-84], weduwnaar van Breda (1594), trouwde 1e NN, 2e NG Dordrecht 10 juli/21 aug. 1594*Neelken van de Corput Cornelisdr., geboren ca. 1560,van de Lage Zwaluwe (1594), overleden in of na 1633

* In de marge van de trouwinschrijving staat: “Opgehouden eer de geboden gegaen sijn bij Mariken Jans inde Lantskroone maer heeft daer nae noch voortganc gehat, bescheet gegeven om tot Arnheijm te trouwen den 27 Julij 1594”. Op 7 aug. 1594 werd de huwelijksinschrijving opnieuw in het Dordtse trouwboek opgetekend met de aantekening, dat het paar op 21 aug. 1594 te Dordrecht is getrouwd.

ORA Dordrecht inv. 897: op 20 dec. 1600 legt Neeltken Cornelisdr., vrouw van Cornelis Beljaerts, brouwer in “de Bel”, ongeveer 40 jaaroud, een verklaring af opverzoek van Jenrij [sic] Jansz. kleermaker.

1606: Cornelis van Bel brouwer betaalt in de verponding 50 ponden voor zijn huis in de Voorstraat. Belenders: Jan Willemsz. de Wit brouwer en Dirck Jacobsz. Absou [brouwer] (verponding Dordrecht 1606, f. 201 e.v.)

15 aug. 1611: Cornelis Beljaert, brouwer in “de Bel”, inwoner van Dordrecht, verleent procuratie aan Joost Pietersz., secretaris van Puttershoek, om te innen wat men hem daar en elders schuldig is. (ONA Dordrecht inv. 17, f. 233 e.v.)

1626: “de weduwe van Cornelis Belliaert ende haren zoon” worden aangeslagen voor een vermogen van 20.000 gl. (1000e penning Dordrecht, f. 115v)

Kinderen (o.a.):

II. Cornelis Cornelisz. Beljaert, geboren naar schatting ca. 1595, jong gezel van Dordrecht, wonende in de brouwerij “de Belle” (1620), brouwer, [weduwnaar] van Dordrechtwonende in “de Belle” (1627), trouwde 1e NG Dordrecht Barbara Braejmakers Jansdr., jonge dochter van Brussel (1620), 2e NG Dordrecht 1/17 aug. 1627 Heijltge (Helena) Absouw Dirckxdr., gedoopt NG Dordrecht juli 1607, van Dordrecht, wonende in “de Engel” (1627), dochter van Dirck Jacobsz. Absouw, brouwer in “de Engel” (brouwerij in de Voorstraat tussen de Kleine Spuistraat en de Botgensstraat) en Neelken Pieters

– 12 nov. 1652: Pieter van der Werff, als man van GeertruijtAbsouw en Cornelis Belliaert, namens zijn moeder, Helena Absouw, weduwe van Cornelis Belliaert, voor zichzelf en vervangende Hendrick Absouw en Franchois Rees, echtgenoot van Maria Absouw, hun zwagersresp. ooms, samen erfgenamen van Dirck Absouw, verkopen aan Dirck Damasz. Claptas een huis in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van de verkopers en’s herengracht. Koper is schuldig aan de erfgenamen van Dirck Absou een bedrag van 400 gl. Borg: Damas Dircxsz. Claptas, burger van Dordrecht.(ORA Dordrecht inv. 778, f. 146v)]

– 12 mei 1659: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Helena Absouw, weduwe van Cornelis Belliaerts, beschreven door notaris J. Melanen, op verzoek van Cornelis Belliaerts, brouwer in “de Bel” en Cornelis de Vries, echtgenoot van Elisabeth Belliaerts, kinderen en erfgenamen van Helena Absouw, op 12 mei 1659 en enige volgende dagen.

Tot de boedel behoren o.a.:

– een huis aan ’s herenveste omtrent de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van Hendrick Absouw en dat van Pauwels Hendricxsz. houtzager, welk huis bij de scheiding van de boedel, die is nagelaten door Dirck Absouw, is toegevallen aan Helena Absouw volgens de akte daarvan zijnde, gedateerd 3 febr. 1656. Dit huis is verhuurd aan Jan Lauwen kuiper;

– 6 morgen zaailand in het Oudeland van Dubbeldam aan de Spuiweg, belend aan één zijde door de landerijen van de van de kinderen van wijlen jonkheer Aelbrecht van den Eijnden;

– een vierde part in een windkorenmolen met woonhuis, staande buiten de Spuipoort, waarvan de rest toebehoort aan de overige erfgenamen van Dirck Absouw;

– een groot schilderij, zijnde een boerenkermis van Drooghsloot, getaxeerd op 36 gl.;

– een groot landschap van Knipbergen, getaxeerd op 30 gl. 10 st.;

– een “Batalie” van Tegelberg, getaxeerd op 6 gl. 10 st., en

– een landschapje van de Hulst, getaxeerd op 7 gl.

(ONA Dordrecht inv. 195, f. 255 e.v.)

Kinderen (ex 2, o.a.)

a. Cornelis Beljaerts de Jonge, gedoopt NG Dordrecht sept. 1629, volgt III

b. Elijsabeth Beljaerts, gedoopt NG Dordrecht febr. 1633, trouwde Cornelis de Vries

III. Cornelis Beljaert(s) de Jonge, gedoopt NG Dordrecht 1629, jongman van Dordrecht, brouwer in “de Bel”, wonende bij de Botgensstraat (1655), trouwde NG Dordrecht 26 sept./12 okt. 1655 Beatrix van Haerlem Johansdr., jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Wijnbrug (1655)

– 20 juli 1653: compareert voor schepenen van Dordrecht Cornelis Belliaert de Oude, als testamentaire voogd over de kleinkinderen en enige erfgenamen van wijlen Cornelia van de Corputh, weduwe van Cornelis Beljaerdt, m.n. Cornelis en Elijsabeth Beljaerts. Hij verklaart, dat hij als voogd van Elijsabeth Beljaerts met Cornelis Beljaerdts de Jonge de goederen, dielaatstgenoemden in gemeenschappelijk bezit hebben gehad, heeft gescheiden. Daarbij is aan Cornelis Beljaerdts de Jonge toegevallen een huis, brouwerij, mouterij, rosmolen en andere toebehoren, strekkende voor van ’s herenstraat tot aan de stadsvest, genaamd “de Belle”, staande [in de Voorstraat] omtrent de Botgensstraat tussen het huis van Hendrick Absouw en dat van Gerrit van IJsden, voor een somma van 14.000 gl., waarvoorde comparant t.b.v. Elijsabeth Beljaerts een gelijk bedrag heeft ontvangen in obligaties en andere goederen. (ORA Dordrecht inv. 779, f. 45v e.v.)

ONA Dordrecht inv. 138, f. 518: op 15 dec. 1656 testeren Cornelis Belliaerts, brouwer in “de Bel” te Dordrecht, en zijn vrouw Beatricx van Haerlem, hij ziek in bed liggende, zij gezond. Zij legateren aan de NG huisarmen een bedrag van 200 gl. Tot erfgenamen van de langstlevende van hen beiden benoemen zij hun kinderen, op voorwaarde, dat die langstlevende uit de opbrengsten van de goederen, die hun kinderen van hen zullen erven, die kinderen zal onderhouden tot mondigheid of huwelijk. Als hij zonder kinderen na te laten komt te overlijden, benoemt hij zijn echtgenote tot erfgenaam van zijn goederen, op voorwaarde, dat zijn vrouw aan de kinderen van zijn zuster Elisabeth Belliaerts zal uitkeren een somma van 4000 gl. Als zij de eerststervende is zonder kinderen na te laten, benoemt zij tot erfgenamen van de goederen, die haar kinderen van haar zouden hebben geërfd, haar naast verwanten en erfgenamen ab intestato, op voorwaarde, dat haar man zijn leven lang het vruchtgebruik ervan zal hebben. Tot voogden benoemen zij de langstlevende van hen beiden, alsmede Johan van Haerlem, Hendrick Absou en Francois Rees, resp. haar vader en hun ooms.

– 5 mei 1674: Josina van Hoorn, weduwe van Jacobus Terwe, burgeres van Dordrecht, verkoopt voor 1250 gl. aan Cornelis Beljaerts, schepen in wette van Dordrecht, de melioratie van een tuin en tuinhuisje, staande en gelegen buiten de Spuipoort aan de straatweg op stadsgrond, belend door de tuin van Daniël van IJsenbroeck aan de ene zijde en de tuin van de kinderen en erfgenamen van Pieter de Sont. (ORA Dordrecht inv. 1748, f. 15)

– 11 mei 1678: Beatris van Haerlem, weduwe van Cornelis Beljaerts, verkoopt voor 925 gl. aan Ruth de Ridder een tuin met tuinhuisjes, waarvan de grond toekomt aan de stad Dordrecht, gelegen buiten de Spuipoort aan de kruisweg, tussen de tuin van Johan van Norenburgh nomine uxoris en de tuin van Daniël van Isenbroeck. (ORA Dordrecht inv. 1748, f. 52v)

– 4 nov. 1679: Lodewijck Tarwe, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Joos Outerman en Jaques Verdonck, blijkens procuratie gepasseerd van notaris Z. van der Heijden te Den Haag op 30 okt. 1679, verkoopt voor 800 gl. aan Beatrix van Haerlem, weduwe van Cornelis Beljaert, lid van de Oudraad te Dordrecht, een loods en azijnplaats in Kleine Spuistraat, staande tussen de gracht en de woning van juffrouw Van Hoogeveen. (ORA Dordrecht inv. 1627, f. 70)

– 31 juli 1691: mr. Johan Halling, oudraad van Dordrecht, als man van Elisabeth Beljaert en als procuratie hebbende van Isaack Bernards, als man van Cornelia Beljaert, Antonij van de Santheuvel, als man van Helena Beljaert, en mr. Ernest de Beveren, heer van West-IJsselmonde, als man van Geertruijt Beljaert, allen kinderen en erfgenamen van Beatris van Haerlem, weduwe van Cornelis Beljaerts, oudraad van Dordrecht, verkopen voor 420 gl. aan Jan Lambertsz. de Bruijn, burger van Dordrecht, een huis in de Botgensstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter Govertsz. en dat van Jan van Evelingen. (ORA Dordrecht inv. 797, f. 47v e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Cornelis, 1655

b. Cornelia Beljaert, 1656, overleden in jan. 1734,trouwde Isaack Bernaerts, brouwer in”de Bel”, overleden in jan. 1700

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 9 jan. 1734: Cornelia Beljaarts, weduwe van Isack Barnaarts, met 10 koetsen extra, een wapenbord, de hoogste boete, laat geen kinderen na.

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 184v e.v.: op 1 juni 1734 compareren voor schepenen van Dordrecht mr. Johan Herman Hallincg, baljuw van Zuid-Holland en lid van de Oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en same met Hendrik van den Santheuvel Anthonisz. procuratie hebbende van zijn zuster, Margarita Johanna Hallincg, beiden kinderen van wijlen mr. Johan Hallincg, burgemeester van Dordrecht en baljuw van Zuid-Holland, en Elisabeth Beljaerts, samen voor een derde part, voornoemde Hendrik van den Santheuvel, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor zichzelf en samen met Johan Herman Hallincg procuratie hebbende van Bartholomeus van den Santheuvel en mr. Adriaan van den Santheuvel Anthonisz., advocaat voor de resp. Hoven van Justitie in de provincie Holland, en nog van voornoemde mr. Adriaan van den Santheuvel, “bij substitutie” namens zijn broer, Johan van den Santheuvel Anthonisz., kapitein in het Nederlandse leger, garnizoen hebbende in Grave, en van Johanna en Emmerentia van den Santheuvel Anthonisdr., en voornoemde Hendrik van den Santheuvel tevens vervangende zijn in het buitenland verblijvende broer, Diderik van den Santheuvel Anthonisz., alsmede Albertus van Nievelt, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Elisabeth Hartel, weduwe van kapitein Cornelis van den Santheuvel Antonisz., als moeder en voogdes van haar twee, door hem verwekte kinderen, allen tezamen kinderen en kindskinderen van wijlen Anthonij van den Santheuvel, in zijn leven lid van de Oudraad van Dordrecht, en Helena Beljaerts, samen voor het tweede derde part, en voornoemde Johan Herman Hallincg en Hendrik van den Santheuvel Anthonis, als procuratie hebbende van Govert van Slingeland, heer van de Lind en ontvanger-generaal van de provincie Holland, wonende te Den Haag, als vader en testamentaire voogd van zijn dochter, Susanna van Slingeland, vrouwe van West-IJsselmonde, door hem verwekt bij Ernestina de Bevere, die inmiddels is overleden, dochter van Ernest de Bevere, heer van West-IJsselmonde en burgemeester van Dordrecht, en Geertruijd Beljaerts, voor het resterende derde part, allen erfgenamen van Cornelia Beljaerts, weduwe van Isaeck Bernarts, De comparanten verkopen voor 5100 gl. (en een rantsoen van ca. 35 gl.) aan Bartholomeus van den Santheuvel, achtraad van Dordrecht, mr. Adriaan van den Santheuvel, Johanna van den Santheuvel en Emmerentia van den Santheuvel, elk voor een vierde part, een woonhuis en een brouwerij daarachter, genaamd “de Bel”, met twee koetshuizen, een stal, rosmolen, azijnplaats, mouterij en verdere toebehoren, staande in de Voorstraat omtrent de Botgensstraat tussen het huis, dat bewoond wordt door Jacob van de Graaff, schout van Dordrecht, en het huis van Smits [sic], strekkende voor van de straat tot achter aan de stadsvest. Aangezien de kopers mede-erfgenamen voor een achtste part in een derde part zijn, wordt van de koopsom (plus rantsoen) een bedrag van 855 gl. 17 st. aftrokken, zodat voor hen overblijft te betalen een somma van 4279 gl. 8 st

b. Roelof, 1658

c. Helena, 1662, jong overleden

d. Elisabeth Beljaert, 1664, jonge dochter van Dordrecht, wonende aan de Vuilpoort (1686), trouwde NG Dordrecht 28 juli/13 aug. 1686 mr. Johan Hallingh, jongman van Dordrechtwonende bij de Grote Kerk (1686)

e. Helena Beljaerd, 1664, jonge dochter van Dordrechtwonende in de Voorstraat (1683), trouwde NG Dordrecht 14/30 mrt. 1683 Anthonis Hendriksz.van den Santheuvel, jongman van Dordrecht wonende in de Voorstraat (1683)

f. Geertruijd Beljaerts, 1666, jonge dochter van Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 5 mrt. 1690 (ondertrouw) mr. Ernest de Beveren, gedoopt NG Dordrecht 20 febr. 1660, jongman van Dordrecht (1690), heer van West-IJsselmonde, lid van de Rekenkamer van Holland 1692-1694, burgemeester van Dordrecht 1704, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 aug. 1722 (mr. Ernest de Beveren, het huis metrouw behangen, een wapenbord, drie paar slepen),zoon van Cornelis de Beveren en Adriana van Wouw

(Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel III [Leiden 1914], kolom 110)

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 101: op 27 mei 1704 verkoopt Jan van Wetten, pondgaarder te Dordrecht, als man van Elisabeth van de Graaff, enige erfgename van Huijbert van de Graaff, lid van de Oudraad en postmeester van Dordrecht, voor 8000 gl. aan mr. Ernest de Beveren, heer van IJsselmonde, regerende burgemeester van Dordrecht, een huis met een wijnkelder, staande op de Engelenburgerkade tussen het huis van Hendrick van Beest en het pakhuis van de erfgenamen van burgemeester Norenburg.

Ernestus de Beveren, ongeveer 25 jaar oud (1685), door Aert de Gelder (Rijksmuseum Amsterdam)

Kinderen:

f-1. Adriana Cornelia de Beveren, gedoopt NG Dordrecht 12 jan. 1691

f-2. Ernestina Geertruijda de Beveren, vrouwe vanDe Lindt,gedoopt NG Dordrecht 5 april 1697, jonge dochter geboren te Dordrecht (1719), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/20 nov. 1719 (de bruidegom geassisteerd met Simon van Slingelandt, secretaris van de Raad van State, zijn vader, en de bruid met Ernest de Bevere, heer van West-IJsselmonde, oud-burgemeester van Dordrecht, haar vader; de geboden gaan te’s-Gravenhage) Govert van Slingelandt, jongman geboren te ‘s-Gravenhage (1719)

f-3. Cornelis de Beveren, gedoopt NG Dordrecht 27 juni 1699

g. Cornelis, 1668