Huiseigenaren te Dordrecht circa 1630

Bagijnhof

ORA Dordrecht inv. 1608, f. 26v: op 14 mei 1639 verkopen Philips Apersz. van Beverwijck en Thomas de With Nicolaesz., als vaders en regenten van het Gasthuis te Dordrecht, voor 3005 gl. aan dr. Daniël Jongtijs een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Pieter Pietersz. pompmaker en het huis, waarin Jan Romer woont. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2005 gl. Borgen: Cornelis van Bolenbeeck koopman en Jacob Havershoeck chirurgijn, burgers van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1610, f. 111v: op 20 juni 1644 verkoopt Daniël Jongtijs, wonende te Rotterdam, voor 2200 gl. aan Hendrick Baldero, wonende te Rotterdam, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Pieter Pietersz. loodgieter en dat van Wouter de Gelder.
Govert Flinck, portret van Daniël Joncktys, 1648 (?), Lakenhal Leiden

“Daniël Jonctys [Joncktys, Jongtijs; pseudoniem Syt Jonck]. Geboren te Dordrecht in oktober 1611, begraven te Rotterdam op 1 februari 1654. Zoon van Ewout Anthonisz Jonctys, hoedenkramer en hoedenstoffeerder te Dordrecht, en Jacomijntje Daniëlsdr van Nas uit Rotterdam. Gehuwd (ondertrouw te Rotterdam, voor de schepenen) op 20 april 1636 met Geertruyd Huyers [ook Heujers, Huibers, Huige, Hoversse, Havers], die haar pasgeboren kraamkind bij zich had. Na zijn overlijden hertrouwde zijn weduwe te Rotterdam op 6 oktober 1658 (gereformeerd) met Jean Huet, heer van Fiboutin, vaandrig (overleden 27 januari 1664); dat huwelijk bleef vermoedelijk kinderloos. Uit haar huwelijk met Daniël Jonctys werden in Dordrecht en Rotterdam tussen 1636 en 1651 tenminste tien kinderen geboren, die bijna allen jong overleden. Alleen van de oudste dochter Iacomijna (gedoopt te Rotterdam 1 september 1637) is nageslacht bekend uit het huwelijk dat zij in 1657 in de Waalse kerk te Rotterdam met Lambert Grommé sloot.

Daniël Jonctys was als geneesheer werkzaam in Dordrecht en Rotterdam. Na problemen met de Dordtse kerkenraad vestigde hij zich te Rotterdam, waar hij ook schepen werd. Hij kreeg vooral bekendheid door zijn erotische poëzie en door zijn vroege, invloedrijke pleidooien tegen het bijgeloof en het geloof in toverij en voor matiging in het gebruik van de pijnbank.

Na voltooiing van de Latijnse school te Dordrecht, onder andere onder Isaac Beeckman, werd hij op 6 mei 1630 ingeschreven in de filosofie en medicijnen aan de universiteit van Leiden, waar hij op 23 maart 1635 in de geneeskunde promoveerde. Na een grand tour door Frankrijk, Italië en Duitsland vestigde hij zich in 1636 als geneesheer te Dordrecht. Op 2 maart 1638 werd hij door de Dordtse Heren van het Gerecht aangesteld tot ‘extraordinaris doctor’ in de medicijnen op een jaarwedde van 72 gulden, ten behoeve van de armen ‘staende onder de bedieninge van de diaconie ende de Godtshuysen’. In een lijkdicht wordt hij later wel als ‘arts van de vrouwen’ gekenschetst. Jonctys was een bekwaam schrijver en een oorspronkelijk auteur, die inspeelde op actuele problemen, maar zich ook door het werk van voorgangers liet inspireren. Dat geldt in het bijzonder voor zijn liefdesgedichten in zijn populaire zangbundel Roseliins oochies (1639), gedicht op vooral Franse en Italiaanse melodieën, die een bewerking is van de Ocelli (Oogjes, 1579) van de Brugse dichter Janus Lernutius (1545-1619).

Samen met zijn Dordtse collega-medicus Johan van Beverwijck bejubelde hij in datzelfde jaar vlootvoogd Maarten Harpertsz Tromp die de slag bij Duins tegen de Spanjaarden had gewonnen; na diens dood in 1653 eerde hij hem nog eens met een uitvoerig lijkdicht. Ondanks de samenwerking met Van Beverwijck verzette hij zich enkele jaren later met zijn Der mannen opper-waerdigheyt beweert, tegens de vrouwelycke lofredenen van Dr. Joh. Van Beverwyck (1640?) tegen diens onkritische ophemeling van het vrouwelijk geslacht.

Jonctys was een verlichte geest die de ontwikkelingen in de wetenschap op de voet volgde en de maatschappij wilde veranderen. Hij omarmde al heel vroeg de nieuwe medische inzichten van William Harvey (1578-1657) over de bloedsomloop en de voortplanting. Hij is duurzaam bekend gebleven door twee baanbrekende geschriften die bij de gevestigde elites echter op veel kritiek stuitten en zijn loopbaan hebben beïnvloed. Al in 1638 publiceerde hij de Verhandeling der Toover-sieckten: met een geschil van de schoot en steeck-vrye, en wapensalve (1638), opgedragen aan burgemeester Cornelis van Beveren, in feite een vertaling en bewerking van een aantal studies van de Wittenbergse hoogleraar genees- en scheikunde Daniel Sennert (1572-1637). In de uitgave 1646 werd nog een verhandeling over Paracelsus toegevoegd. Als rationeel, cartesiaans denkend medicus bestreed Jonctys in dit boek allerlei vormen van magie en bijgeloof, inclusief het geloof dat wapenzalf kan beschermen tegen verwonding in de strijd, en de opvatting dat emotionele inbeeldingen van de moeder invloed hebben op de vorming van het nog ongeboren kind (het zogenaamde ‘verzien’). Hij stelde vast dat alle aan toverij, hekserij en magie toegeschreven verschijnselen aan natuurlijke oorzaken kunnen worden toegekend en dat zij duidelijk moeten worden onderscheiden van de bovennatuurlijke tussenkomst van de duivel, die alleen mogelijk is als God het toelaat.

Dit werk viel al niet goed in het calvinistische Dordrecht, waar de stellingen van de Utrechtse theoloog Gisbertus Voetius (1589-1676) over de innige samenhang tussen magie, toverij en duivelsgeloof nog onverkort opgeld deden. Kort daarop publiceerde Jonctys het satirische gedicht Hedens-daegse Venus en Minerva, of twistgesprek tusschen diezelfde (1641) waarin Venus, de godin van de liefde, tegenover Minerva, godin van de wijsheid en geleerdheid, wordt gesteld en de gebreken en ondeugden van allerlei geletterde en geleerde beroepen breed worden uitgemeten, waaronder het medisch beroep en het optreden van de artsen (‘een Artz, wiens zoete tong het zachte grauw bedriegt’). Een korte maar duidelijke sneer naar de gereformeerde theologen maakte voor de Dordtse kerkenraad de maat vol. Jonctys werd als ‘bitter satyrist’ en ‘pasquillschrijver’ van het Avondmaal uitgesloten totdat hij zich officieel zou hebben verontschuldigd. In de daarop volgende jaren beet de kerkenraad zich in haar halsstarrige afwijzing van Jonctys vast, mogelijk mede op aandrang van diens collega Van Beverwijck die zich door Jonctys’ bedekte toespelingen op zijn eerzucht geschoffeerd voelde. Toen hij in Dordrecht geen gehoor kreeg op zijn weerwoord (Apologie of gedrongen onschuld, 1642) verliet hij de stad op 1 mei 1642 om zich als geneesheer in het tolerantere Rotterdam te vestigen. Doordat hij daar al in 1636 met een poortersdochter was getrouwd, kon hij er in 1648 en 1649 in het college van schepenen van de stad Rotterdam worden gekozen. Ook werd hij in 1649 gildedeken van het nieuwe apothekersgilde, bestudeerde actief de lokale geschiedenis en inventariseerde als bibliothecaris de boekerij van de stad Rotterdam. Op 23 mei 1650 werd hij benoemd tot schepen van Schieland met een herbenoeming op 6 juni 1651. Naar verluidt kerkte hij in Rotterdam in de Engelse kerk. Het duurde nog zeven jaar voordat de onderhandelingen tussen de beide steden de Dordtse kerkenraad konden overhalen Jonctys van de censuur te ontslaan (8 oktober 1649), omdat hij in Rotterdam had aangegeven tot reconciliatie bereid te zijn.

Jonctys’ werk dat in zijn tijd de meeste invloed had, De pyn-bank wedersproken, en bematigt (1651), weerspiegelde mede zijn ervaringen als schepen in de plaatselijke rechtbank. Het is een bewerking van het allereerste pleidooi tegen de pijnbank, Tribunal reformatum (Hamburg 1624), door de remonstrantse predikant Johannes Grevius (1584-1622) uit Kleef. Jonctys vertaalde zijn bewerking zelf in het Latijn. Het boek vormde een nuttig traktaat in handen van regenten en gerechtsdienaren die de pijnbank wilden afschaffen maar geen Latijn konden lezen. Het is echter niet dit werk dat Jonctys als zijn magnum opus beschouwde, maar het 1576 bladzijden grote, onvoltooid gebleven Tooneel der jalouzijen. In de context van de maatschappelijke discussie over de plaats van de vrouw bood dit een omvangrijk panorama van gevallen van echtelijke jaloezie in de geschiedenis. Jonctys had er minstens dertien jaar aan gewerkt maar het werd eerst in 1666, twaalf jaar na zijn dood, door zijn uitgever Johannes Naeranus gepubliceerd.

Na Jonctys’ overlijden werd zijn medische bibliotheek op 13 augustus 1654 ten huize van zijn weduwe in de Westewagenstraat publiek geveild door de Rotterdamse boekhandelaar Arnoud Leers, die ook de catalogus ervan uitgaf: Catalogus variorum et insignium librorum, praecipueÌ medicorum Danielis Joncktijs, qui auctione publica venundabuntur […] aedibus defuncti viduae.” (www.regionaalarchiefdordrecht.nl)

ORA Dordrecht inv. 1606, f. 21: op 6 mei 1634 verkoopt Jan Henricxsz. van Westerhout, burger van Dordrecht, aan Casper Aelbertsz. van Solingen, wonende te Utrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Gerrit Goossensz. viskoper en dat van Wouter Meijs.

Boogjes

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 30: op 19 mrt. 1632 verkoopt Adriaen Vinck, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Pieter Pietersz., metselaar wonende te Steenbergen, voor 400 gl. aan Bastiaen Claesz., burger van Dordrecht, een huis bij de Vuilpoort aan de stadsvest omrent de Lotkenstoren [die stondtegenover de Suikerstraat], staande tussen het huis van Teunis Jansz. zeilmaker en de mouterij van de weduwe van Rogier Querijnen. Waarborg: Adriaen Vinck.

Botgensstraat

ORA Dordrecht inv. 1606, f. 11v: op 1 april 1634 verkopen Johan van Velthoven en Wouter Goossens, als erfgenamen van Cornelis Matthijsz. Emonts, voor 500 gl. aan jonkheer Gijsbrecht van Hardenbrouck, heer van Heerjansdam, een huis in de Botgensstraat, staande tussen het huis van Jan Burgers metselaar en dat van verkopers.

Buiten de Vuilpoort

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 14v: op 29 jan. 1630 verkoopt Jan Joosten, wonende inStrijen, als oudoom en voogd van Cornelis Pietersz., zoon van Pieter Witten en diens erfgenaam”onder beneficie van inventaris”, voor 1000 gl. aan Dirck Ariensz., bakker en burger van Dordrecht, een huis buiten de Vuilpoort, genaamd “den Cleijnen Engel”, staande tussen het huis “den Rooden Leeu” en het huis “den Grooten Engel”. [Zie Ons Voorgeslacht 2005, p. 355 e.v.]
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 20v: op 6 jan. 1632 verkoopt Floris Cornelisz. van de Heuvel, burger van Dordrecht, aan Willem van Oversteech een erf en loods buiten de Vuilpoort, staande en gelegen achter het huis van de verkoper. Waarborg: een huis buiten de Vuilpoort, staande buiten de Vuilpoorttussen het huis van de koper en dat van Oth Jansz. houtvletter.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 21: op 4 mei 1634 verkopen Arijen Aertsz. van de Merwede en Adriaen Spiering, als man van Aeltken Aertsdr., voor zichzelf en tevens vervangende Reijnier Aertsz. van de Merwede, wonende te Amsterdam, aan Lambert Henricxsz., hordenmaker en burger van Dordrecht een huis omtrent de Vuilpoort aan de stadsvest, staande tussen het huis van Schalck Joosten en dat van Gillis Henricxsz. Stierman.

Gravenstraat

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 15: op 18 nov. 1631 verkopen Willem Beauson, vaandrig van de compagnie van kapitein Willem Hercourt, garnizoen houdende te Geertruidenberg, en zijn vrouw Elisabeth Bochouts, voor 1500 gl. aan Arent Dircxsz., schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis met pakhuis daarnaast, staande in de Gravenstraat tussen het huis van de koper en dat van de erfgenamen van Cornelis Jansz. Honich. Waarborg: Hermen Jansz. Honich, burger van Dordrecht.

Groenmarkt
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 16v: op 14 febr. 1630 verkopen Gerrit Gijsbertsz. van Elteren en Joris Henricxsz. van Beber, voor zichzelf en Joris van Beber nog als procuratie hebbende van de erfgenamen van Jacob Henricxsz. van Beber en Cleijsken Claesdr., voor 2800 gl. aan Pompeus de Rovre, heer van Hardinxveld, een huis tegenover de Lombardbrug, staande tussen het huis van de koper en dat van Cornelis Ariensz. van Driel. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2200 gl. Borg: mr. Pieter de Rovre, baljuw van Zuid-Holland.
ORA Dordrecht inv. 1604, f 25v e.v.: op 15 mei 1630 verkoopt mr. Johan Oem Daniëlsz., als man van Aleda Welincx, voor 2600 gl. aan Barent Henricxsz., blauwverver en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het Claes Pietersz. en dat van Andries Reijersz. De koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 77 gl.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 3: op 28 aug. 1631 verkoopt Dirck Pijl, koopman en burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Cristoffel Lucas, kaaskoper en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, waar uithangt “de Drije Edamsche Casen”, staande tussen het huis van Adriaen de Jager apotheker en dat van de erfgenamen van Arijen Pietersz.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 31v: op 8 april 1632 verkoopt Willem Jansz. Wens, burger van Dordrecht, aan Cornelis Wens, burger van Dordrecht, een huis aan de Poortzijde, staande tussen het huis Scharlaken en het huis Blijenburch.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 11: op 21 okt. 1631 verkoopt Jan Jacobsz. Cotermans, burger van Dordrecht, aan Adriaen Cornelisz. Boone een jaarlijkse losrente van 150 gl., verzekerd op een brouwerij, mouterij en huis, genaamd “den Haen”, staande op de Groenmarkt tussen het huis van de erfgenamen van Adriaen Willemsz. Oudeman en dat van mr. Nicolaes Schavaar chrirurgijn.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 11 e.v.: op 22 okt. 1631 verklaart Franchoijs van Ackerlack schuldig te zijn aan Cleijs Woutersz. eem bedrag van 600 gl., verbindende een huis tegenover de Tol, staande tussen het huis van Johan Bordels en het huis, waar uithangt “den Reus”, met de huisjes daartoe behorende, staande in de Tolbrugstraat.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 32v: op 8 april 1632 verkoopt Willem Jansz. Wens, burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Cornelis Wens, burger van Dordrecht, een huis bij de kade aan de Poortzijde, staande tussen het huis “Scharlaken” en het huis “Blijenburch”.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 35 e.v.: op 3 mei 1632 verkoopt Jacob van de Corput, raad in het College ter Admirateit te Rotterdam, voor 3000 gl. aan Willem Reijersz., koekenbakker en burger van Dordrecht, een huis tegenover het Stadhuis, genaamd “het Rootlaecken”, staande tussen het huis van Aert Coenen koekenbakker en dat van Jan Govertsz. ijzerkoper. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl. In margine: Anneken Corsdr., weduwe van Willem Reijersz., verklaart op 15 juni 1639, dat de schuld volledig is betaald.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 20: op 3 mei 1634 verkoopt mr. Matthijs Berck, pensionaris en secretaris van Dordrecht, als curator over de boedel van Andries Vervorst, voor 4300 gl. aan Gillis Pietersz. Boedoncq een huis tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Catharina Jansdr., weduwe van Gijsbert Jacobsz. en dat van de erfgenamen van Andries Reijersz. boekbinder. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 2300 gl.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 22: op 9 mei 1634 verkoopt Jan Jacobsz. Cotermans, burger van Dordrecht, als weduwnaar van Tanneken Carels, voor 4000 gl. aan Ambrosius van Gerwen, wonende te Leiden, een huis op de Groenmarkt, genaamd “den Haen”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Arijen Willemsz. den Oudeman en dat van mr. Nicolaes Schavaar chirurgijn. Waarborgen: Michiel Jacobsz. Cotermans en Jacob Michielsz. Cotermans, brouwers en burger van Dordrecht.
Grotekerksbuurt
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 15v: op 11 febr. 1630 verkoopt Janneken Aertsdr. van Houwelingen, weduwe van Willem van Galen, aan Catarina van den Steen, weduwe van Johan de Lange, een jaarlijkse losrente van 18 gl. 15 st., verzekerd op een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Willem Sieren en dat van Lidewij Diters.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 19v: op 31 dec. 1631 verkoopt Adriaen Foppen, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Claes Aertsz. van de Hagen, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt op de hoek van de Pelserbrug, genaamd “den Clundert”, staande tussen het huis van Samuel Jansz. Noortsij en de Pelserbrug, “stuijtende” tegen het huis van de weduwe van Thonis Henricxsz. blauwverver, staande op de Pelserbrug. De koper is schuldig aan Sijgen Lambrechtsdr. een somma van 1400 gl.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 36v: op 10 mei 1632 verkoopt Elijsabeth Paulij, weduwe van Johan Pijl, voor 5000 gl. aan Pieter Sijmonsz. Crom, pondgaarder en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de erfgenamen van Arent Maertensz. en dat van de weduwe van Cornelis Goossensz.De koper is schuldig aan de verkoopster een somma van 3000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 9 v: op 16 mrt. 1634 verkoopt Pieter van Dijck, korenkoper en burger van Dordrecht,voor 3600 gl. aan Gerrit van Bollenbeeck, burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Schuitenmakersstraat, waar uithangt “de Drije Nobels”, staande tussen het huis van Willem Jansz. Wens en de Schuitenmakersstraat. Waarborg: Abraham Henricxsz. van Slingelant, achtraad van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 10: op 20 mrt. 1634 verkoopt Claes Aertsz. van der Hagen, bakker en burger van Dordrecht, aan Jan Palm Willemsz.,kaaskoper en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Pelserbrug, staande tussen het huis van Samuel Jansz. Noortsij en de Pelserbrug. Waarborg: Sijmon Cornelisz. de Vries, korenkoper en burger van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 11: op 27 mrt. 1634 verkoopt Huijbrecht Roosboom, klerk ter secretarie van Dordrecht, als curator van de boedel van Pieter van Zuijt en Theuntken Andriesdr., voor 2730 gl. aan Huijbrecht de Wijse, korenkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Arijensz. steenhouwer en dat van Janneken Barentsdr.
Hil
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 12: op 1 april 1634 verkoopt Aert Coenen, koekenbakker en burger van Dordrecht, voor 590 gl. aan Aert Ockersz., droogscheerder en burger van Dordrecht, een huis op de Hil, staande tussen het huis van mr. Jacob Centen scherprechter en dat van Maerten Pietersz. brouwer.
Hoge Nieuwstraat
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 16v e.v.: op 16 febr. 1630 verkoopt Herrij de For, burger van Dordrecht, aan Catarina Germeu, weduwe van Franchoijs de Meijer, een jaarlijkse losrente van 12 gl. 10 st., verzekerd op twee naast elkaar staande huizen op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Henrick Mol en dat van Andries van Vorst,en optwee woninkjes, dieachter die twee huizen staan. Gillis de For, zoon van Herrij de For, verklaart, dat hij het bedrag van 200 gl., waarmee de huizen waren belast, ontvangen te hebben ter voldoening van zijn huwelijksgoed, in overeenstemming met de overeenkomst, die gesloten is tussen zijn vader en de weesmeesters op 12 jan. 1629.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 17v: op26 nov. 1631verkopen Anthonij Repelaer Huijgensz. en Sijbert Leendertsz. van de Hatert, beiden voogden van de kinderen van wijlen Adriaen Repelaer Adriaensz., konvooimeester te Dordrecht, en voornoemde Repelaer als voogd van de minderjarige kinderen van Pieter van Etteren en nog als procuratie hebbende van Elisabeth en Helena van Etteren, meerderjarige kinderen van Pieter van Etteren, samen erfgenamen van Adriaen Anthonisz. Repelaer, voor 450 gl. aan Abraham van de Wercken, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Frans Baltensz. en dat van Maerten Cornelisz. De koper, geassisteerd met zijn vader Bastiaen Quirijnen, verklaart schuldig te zijn aan verkopers een bedrag van 250 gl. Borg: Bastiaen Quirijnen.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 22e.v.: op 17 jan. 1632 verkoopt Aechtgen Arijensdr., weduwe van kapitein Claes Arijensz. Monninck, geassisteerd metCornelis Fransz. en Frans Janssen, voor 2050 gl. aan Maerten Cornelisz. Verbrouck, luitenant van de gemenelandslegersloepen, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Pieter Niericxsz. en dat van de erfgenamen van Adriaen Repelaer, strekkende voor van de straat tot achter op de stadsvest. Waarborgen: Cornelis Fransz. en Frans Janssen. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 850 gl. Borg: Cors Claesz., kapitein van de gemenelandssloepen, en Rogier Cornelisz. schipper.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 33: op 27 april 1632 verkoopt Herman Claesz., schuitenvoerder en burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Frans Willemsz. van de Burch, zeilmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van verkoper en dat van Jan Conincx. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 600 gl.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 34 e.v.: op 1 mei 1632 verkoopt Blasius van Haerlem, als gemachtigde van de weesmeesters van Dordrecht, voor 1100 gl. aan Lijsbeth de Hessel, weduwe van Lijbert Tormon, een huis met twee kleine woninkjes, staande op de Hoge Nieuwstraat, waarvan de twee kleine huisjes achteruitkomen op de stadsvest, welke huizen zijn nagelaten door Henrick du For. Belenders: Henrick Mol en Andries van Vorst.
Houttuinen
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 7v: op 2 okt. 1631 verkoopt Cornelis Maes, burger van Dordrecht, voor 1400 gl. aan Frans Maertensz., hordenmaker en burger van Dordrecht, een huis tegenover Kraan Rodermond, staande tussen het huis van Abraham van Slingelant, achtraad van Dordrecht, en het Ammonitiehuis.
Kolfstraat

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 25: op 14 mei 1630 verkoopt Jan Jansz. Coninck, burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Jan Cornelisz., lijndraaier en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Cornelis Jacobsz. lijndraaier en dat van Hans Gevers. Waarborg: Pieter Gillisz. van Boedonck. De koper verkoopt aan de verkoper een jaarlijkse losrente van 25 gl. Borg: Sijmon Corstiaensz. glasmaker.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 31v: op 30 mei 1630 verkoopt Gerrit Jansz. van de Camp, burger van Dordrecht, aan Isaac en David Cotermans een jaarlijkse losrente van 12 gl. 10 st. op een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Dirck Willemsz. van Angeren en dat van Jacob Jansz. van Beverwijck.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 34: op 11 juni 1630 verkoopt Corstiaen Jansz., vogelkoper en burger van Dordrecht, voor 1024 gl. aan Jan Jansz. van Aecken, servetwerker en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Geerit Pietersz. en dat van de
weduwe van Jan Sijmonsz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 33: op 24 april 1632 verkoopt Hendrick Jacobsz., metselaar en burger van Dordrecht, aan Anna Jans een jaarlijkse losrente van 7 gl. op een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Aelbrecht Corstiaensz. en ’s herengracht.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 44 e.v.: op 5 juni 1632 verklaart Marijken Pieters, weduwe van Jan Sijmonsz. Boij, luitenant van de gemenelandssloepen, schuldig te zijn aan Maerten Pietersz., brouwer en burger van Dordrecht, een somma van 150 gl., verbindende een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Jacob Gerritsz. schilder en dat van Jan van Aecken.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 20v: op 4 mei 1634 verkoopt Jan Corsz., “flesbeslager” en burger van Dordrecht, aan Samuel Carelsz., kramer en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, strekkende voor van de straat tot aan de middengevel van dat huis en zekere achtergevel daaraan toebehoord hebbende, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Dircxsz. Claptas en het achterhuis, komende naast het verkochte huis. Waarborg: Gijsbert van Haerlem.
Kromme Elleboog
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 18v: op 29 april 1634 verkopen Abraham Quintijn, als man van Stijntgen Dirxsdr. Houbraken, Elisabeth Claesdr., weduwe van Willem Dircxsz. Houbraecken, en Mariken Dircxdr. Houbraken, allen voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van Abraham Momma, adelborst onder de compagnie van de heer Wits, als man van Lijsbeth Dircxsdr. Houbraken, volgens procuratie gepassseerd voor notaris G. Cooren te Amsterdam op 14 mrt. 1634, allen erfgenamen van Mariken Woutersdr., hun grootmoeder, voor 500 gl. aan Jacob Jansz. kuiper een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Jan Robbertsz. kalkmeter en dat van Henrick Pauwelsz. speldenmaker.
Nieuwstraat

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 6: op 16 nov. 1629 verkoopt Neeltgen Laurensdr., weduwe van mr. Wemmer Despinoij, geassisteerd met Pieter Hoochlander apotheker, haar schoonzoon, voor 700 gl. aan Lijsbeth Claesdr. Menten, weduwe van Jan Tricx, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het lege erf van Franchois Beens en het huis “den Jongen Salm”. Waarborg: Adriaen Claesz., marktschipper op Leiden en burger van Dordrecht.
Nieuwe Haven

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 12v: op 21 jan. 1630 verkoopt Margreta Schuijrmans, weduwe van Leonart Lucasz. mesmaker, voor 900 gl. aan Henrick Lambertsz., kalkmeter en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, genaamd “de Vergulde H”, staande tussen het huis van wijlen Dirck Gerritsz. van Ophemert en het huis van Wijnant Andriesz. kleermaker. Waarborg: mr. Arnoult Lenertsz. schoolmeester.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 21v e.v.: op 16 april 1630 verkoopt Jacob de Meijer zijdelakenkoper, als curator over de boedel van Dirck Gerritsz. van Ophemert, aan Damas Dircxsz. Claptas een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Adriaen ’t Hoof huistimmerman en dat van Henrick Crau kalkmeter. Claptas verkoopt aan Jacob van de Corput, lid van de Oudraad te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 37 gl. 10 st. op het voornoemde huis. Hij verbindt i.p.v. borg een huis on de Kolfstraat, genaamd “den Claptas”, staande tussen het huis van Corstiaen Jansz. en dat van Arijen den Wever. Claptas is wegens de koop van het huis op de Nieuwe Haven schuldig aan Jacob van de Corput. een somma van 300 gl.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 15 e.v.: op 19 nov. 1631 verklaart Marijken Willemsdr. Keijsers, weduwe van Cornelis Centen, burgeres van Dordrecht, geassisteerd met Job Gillisz. en Maerten Cornelsz., als haar “gekoren” voogden, verbonden te hebben voorde alimentatie van haar vier onmondige kinderen, genaamd Cent, Geertruijt, Willem en Cornelis Cornelisz., bij haar verwekt door Cornelis Centen, volgens testament gepasseerd voor notaris P. Vekemans op 24 mrt. 1621, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen de houttuin van Pieter Gijsbertsz. en Franchois Mariet nagelsmid.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 20v e.v.: op 8 jan. 1632 verkoopt Abraham Pietersz., hoedenmaker en burger van Dordrecht, aan Cornelis van Beveren, heer van Barendrecht en Schobbeland, een jaarlijkse losrente van 12 gl. 10 st., verzekerd op een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Cornelis Nellis en dat van Anneken Barents.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 24v: op 26 febr. 1632 verklaart Jacob Arijensz., timmerman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Mariken Jansdr. van Gesel, vrouw van Abraham Coopman, lid van de Oudraad, een somma van , verbindende een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Gerrit Thomasz. en de gang van de brouwerij “de Ouden Bock”.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 33v: op 27 april 1632 verkoopt Thielman Corstiaensz., burger van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Janneken Barents, de vrouw van Laurens Possiaen, een huis op de Nieuwe Haven met het achterhuis op de Hoge Nieuwstraat, het huis belend door het huis van Bastiaen de Coockster aan de ene zijdeen dat van Abraham Pietersz. hoedenmaker aan de andere, en het achterhuis staande tussen de loods van Nellis schipper en het huis van Bastiaen de Coockster. Waarborgen: Pauwels Gerritsz. drapenier en Jacob van Loon hoedenkramer, burgers van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 47 e.v.: op 30 juni 1632 verkoopt Lijntgen Adriaensdr., weduwe van Volpert van Asperen, voor 2200 gl. aan Nicolaes Colet, luitenant van de gemenelandsscheepsbrug en – ponten, een huis, tegenover de Grote Houten Brug op de Nieuwe Haven aan de waterzijde, staande tussen het huis van Govert Raessen Maasschipper en ’s herenstraat. Waarborgen: Jan Jansz. Coninck en Cornelis Willemsz. Wens, burgers van Dordrecht.

Nieuwe Werck

ORA Dordrecht inv. 1602, f. 1v e.v.: op 10 jan. 1626 verkoopt Jan Jansz. de Haen, pottenbakker en burger van Dordrecht, aan Luijtgen Ariens, jonge dochter, een jaarlijkse losrente van 30 gl. op de helft van een huis en pottenbakkerij op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Aert Hillen en dat van Guilliam van Norenburch.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 49v e.v.: op 9 juli 1632 verkoopt Willem Joppen, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Catrina Jansdr., weduwe van Melchior Dircxsz., een huis, genaamd “den Aembeelt”, met een loods achter op de plaats staande, alsmede een gang, die uitkomt op de Hoge Nieuwstraat, staande en gelegen op het Nieuwe Werck tussen het huis van Arnoult de Moor en de gang, die eertijds toebehoorde aan Claes Sijmonsz. Vaer. Waarborg: Pieter Schepens, notaris te Dordrecht. De koopster is schuldig aan verkoper wwn somma van 1500 gl. Borg: Aert Hillen, koopman en burger van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 37v: op 1 juli 1630 verkoopt Jan Hulsthout, voor zichzelf en tevens vervangende Hester Willemsdr., zijn schoonmoeder, en Lambert Hulsthout, zijn broer, voor 2550 gl. aan mr. Blasius Oem, licentiaat in de rechten te ‘s-Gravenhage, een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van kapitein Pieter van Allevrunden en het huis van de verkoper.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 40v e.v.: op 6 aug. 1630 verkoopt Janneken Cornelisdr., weduwe van Pieter Cornelisz. Slijp, geassisteerd met Dirck Cornelisz. timmerman, voor 1950 gl. aan Franchoijs Mariet, nagelmaker en burger van Dordrecht, een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Arnoult de Moor en dat van de weduwe van Cornelis Centen. Waarborg: Beniamijn Arijensz. Troost, hellebaardier van de schout van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 900 gl. In margine: Margriet Macque, weduwe van Franchoijs Mariet nagelsmid, toont op 5 juni 1657 aan, dat de schuld volledig is afgelost.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 41v: op 22 aug. 1630 verkopen Jan Jacobsz. plankdrager en zijn vrouw Hendricken Gerrits, inwoners van Dordrecht, aan Nicolaes Beverwijck een jaarlijkse losrente van 7 gl. 16 st. 4 penn. op een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Leendert Gerritsz. en dat van Willem Joppen.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 7: op 3 mrt. 1634 verkoopt Jan Henricxsz. Sampson, wonende te Delft, aan Willem Willemsz. van Goeree, koopman te Delft, een huis op de kade van het Nieuwe Werck, waarin tegenwoordig woont Pieterken Veris, zijn, verkopers, tante, van welk huis Pieterken en Grietgen Veris, zijn tantes, hun leven lang het vruchtgebruik hebben en aan hem na hun overlijden de eigendom toekomt, volgens het testament van zijn grootvader Sijmon Verisdd 1 mei 1630, staande naast het huis van GrietgenVeris.
Pelserstraat
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 1: op 10 jan. 1634 verkoopt Maijken Gijsbertsdr., weduwe van Arijen Hermensz. Brouwer, aan Abraham Coopman Jansz., schepen in wette van Dordrecht, een huis en mouterij, staande in de Pelserstraat tussen het huis van Cornelis Jansen houtwerker, waar uithangt “Hoboken”, en dat van Sijer Cornelisz. schipper, strekkende van de straat tot achter aan het erf van Goovert Rochusz. houtkoper. Waarborg: Abraham Hendricxsz. van Slingelant, achtraad van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoopster een somma van 1175 gl. Borg: Pieter Sijnonsz. Crom, pondgaarder en burger van Dordrecht.
Riedijk
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 30v: op 25 mei 1630 verkopen Huijbrecht van Eertwech passementwerker en zijn vrouw Catarina Nijs aan Johan Cools, achtraad van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 18 gl. 15 st. op een huis op de Riedijk, staande naast het hus van Abram Gerritsz. zwaardveger. Cornelis Claesz. de Waersman, smid en burger van Dordrecht, stelt zich borg voor Van Eertwech en zijn vrouw.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 32 e.v.: op 22 april 1632 verklaart Abraham Fransz. bakker “tot indemnite vande borchtochte”, die door Cornelis Fransz., Pieterken Fransdr., weduwe van Gijsbert Claesz., Teunis Adriaensz., als man van Neeltgen Fransdr., Sara Fransdr., weduwe van Joris Hendricxsz., en de voogden van de weeskinderen van Egbert Fransz. en LijntgenFransdr., is gepresteerdvoor Frans Egbertsz., resp. hun vader en schoonvader ten behoeve van Cornelis Jansz. azijnmaker voor een somma van 550 gl., te verbinden een 1/7 partin een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Jan Denijs kleermaker en de gang van Denijs van de Poel harnasmaker, alsmede de gereedschappen, die tot de bakkerij behoren, zoals die hun, comparanten, zijn aangekomen bij overlijden van Frans Herbertsz. [sic], hun vader.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 32v: op 24 april 1632 verkopen Hendrick Bosselaer en Jacob Goovert, als oudoom van de kinderen van Jan Bartholomeusz., aan Abraham Bartholomeusz. grutter, een huis omtrent de Nieuwpoort, staande tussen het huis van Carel van Aertrijck en dat van Jan Aertsz. bakker.
Steegoversloot
ORA Dordrecht inv. 1601, f. 84: op 2 jan. 1625 verkoopt Pauwels Eelbo, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan de Loutere de jonge volgens akte gepasseerd voor notaris J. van de Ketel te Amsterdam op 28 dec. 1624, voor 1000 gl. aan Laurens Koesert, wonende te Amsterdam, een derde part in een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe van dr. Persijn en dat van Willemina van Meusienbrouck.
ORA Dordrecht inv. 1601, f. 102: op 17 mei 1625 verkoopt Laurens Koesert, wonende te Amsterdam, voor 800 gl. aan Frans Baltensz,, burger van Dordrecht, een derde part in een huis in het Steegoversloot, genaamd “den Helm”, staande tussen het huis van de weduwe van dr. Persijn en dat van Willemina van Meusienbrouck.
ORA Dordrecht inv. 1602, f. 92: op 18 juni 1627 verkoopt Henrick van Born, deurwaarder van het Hof van Holland, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Dirck Bastiaens en dat van mr. Samuel, schoolmeester in het Heilige-Geesthuis. Waarborg: Bastiaen Quirijnen. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1420 gl. Borg: een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Aert Hermansz. Wor en dat van de comparant.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 32: op 4 juni 1630 verkoopt Henrick Pietersz. Starrenburch, lid van de Oudraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Lidewij Corstiaensdr., weduwe van Franchoijs van Percijn, doctor in de medicijnen, volgens procuratie gepasseerd voor notaris D. Eelbo te Dordrecht op 12 dec. 1629, voor 1800 gl. contant aan Arnoldus Cools, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, genaamd “den Swarten Arent”, staande tussen het huis van Abraham Jansz. kuiper en dat van de weduwe van Herrij Loge. Waarborgen: Henrick Pietersz. Starrenburch en Christiaen van Percijn, doctor in de medicijnen.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 1v e.v.: op 25 aug. 1631 verkopen mr. Cornelis van Beveren, heer van Strevelshoek, Gerrit de Pelgrum, schout van Breda, Pompeus de Rovere, heer van Hardinxveld, mr. Pieter de Rovre, baljuw van Zuid-Holland, en mr. Matthijs Berck, secretaris van Dordrecht, als voogden van de kinderen van wijlen Adriaen van Blijenburch, ridder, schout van Dordrecht, voor 6800 gl. aan Cornelis Vaens, korenkoper en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis, gekocht door Maximiliaen Milaen, en dat van Theunis Schut. Idem verkopen aan Maximiliaen Milaen een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Cornelis Vaens en dat van Nanning van Foreest. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1025 gl.
Tolbrugstraat Waterzijde
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 109: op 10 jan. 1636 verkoopt Isaac Jansz. Canijn, als boekhouder van de diaconie te Dordrecht, aan Jan Joosten van der Beeck, burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat aan de Poortzijde, staande tussen het huis van Jan Teller en dat van Neeltgen Schrevelsdr., weduwe van Dirck Kelderman. De koper is schuldig aan de diaconie een somma van 400 gl. Borg: Joost Lievensz. van der Beeck.
Torenstraat
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 21v: op 9 mei 1634 verkoopt Pieter Cornelisz. Bruijn, huistimmerman en burger van Dordrecht, aan Thonis Maertensz., karreman en burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Pleun Pietersz. en dat van de weduwe van Willem Sieren. Waarborg: Cornelis Arijensz. Hoijman, schipper en burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 500 gl. Borg: Leendert Arijensz. Bouff, burger van Dordrecht.
Varkenmarkt
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 10v: op 23 mrt. 1634 verkoopt Huijbrecht Roosboom, klerk ter secretarie van Dordrecht, als curator over de boedel van Gerrit Thomasz. schiptimmerman, aan Gerrit Pietersz. van Allevrunden een huis omtrent de paardenstal, staande tussen het huis van Jacob Adriaensz. timmerman en het erf achter het huis “de Azijnhof”, strekkende van ’s herenstraat tot aan de gevel van het eerste huisje in de gang. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1020 gl.
Visstraat
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 24v: op 8 mei 1630 verklaart Barent van Lubeeck, dat Sijbert van Welij en Geerit Ghoosensz. op 19 sept. 1621 voor hem borg geworden zijn ten behoeve van Johan Bom, brouwer in “het Vlies”, voor een bedrag van 600 gl., en dat hij daarvoor verbonden heeft een huis in de Visstraat. Van Lubeeck is met Digna de Bie, weduwe van Sijbert van Welij, overeengekomen, dat haar over twee jaar zal terugbetalen de helft van die 600 gl., welke 300 gl. Digna als weduwe van Sijbert van Welij,gehouden is te betalen wegens genoemde borgtocht. Van Lubeeck verbindt een huis op de Vismarkt, staande tussen het huis van de weduwe van Hermen Censen en dat van Dingna de Bije.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 18v: op 26 nov. 1631 verkoopt Mels Gijsbrechtsz., korenkoper en burger van Dordrecht, voor hemzelf en tevens vervangende zijn mede-erfgenamen van Anneken Melsen,1100 gl. aan Johan de With, ontvanger van de Grafelijkheidstol van Geervliet, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis, genaamd “de Zeehont”, en het huis, genaamd “den Bruijnvisch”. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 550 gl.
Voorstraat tussen Steegoversloot en Torenstraat

ORA Dordrecht inv. 1597, f. 117 e.v.: op 5 okt. 1620 verkoopt Cornelis Smits, schoolmeester te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Thomas Laurensz., predikant te Puttershoek, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis Gillis Gillisz. koperslager en de Houtsteiger, die men noemt de Jan Bouwenssteiger, met alle servituten etc., zoals hij, verkoper, het huis heeft gekocht van Henrick Gillisz. Stierman. Waarborg: Henrick Smits, burger van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 1v e.v.: op 1 sept. 1629 verkoopt notaris Sebastiaen van de Graeff, als curator van de boedel van Goossen Willemsz. metselaar, voor 2600 gl. aan Adriaen Cornelisz. Post, metselaar en burger van Dordrecht, een huis in de Houttuin, staande tussen het huis van Henrick Pietersz. Starrenburch, raad in wette van Dordrecht, en het huis van Joris Henricxsz. kleermaker. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1800 gl. Andries Adriaensz. de Post verklaart op 20 dec. 1644, dat de hypotheek volledig is afgelost.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 30: op 23 mei 1630 verklaren Isaac Canin en Willem Berrentsz., kooplieden en burgers van Dordrecht, dat zij afstand doen van het recht van servituut, dat zij hebben over het erf en de gang van het huis van Mailliaert van Belle, door hem gekocht van de weduwe van kapitein Adriaen Blom, waar uithangt “de Koevoet”, staande en gelegen in de Kannenkopersbuurt tussen het huis van de weduwe van Jacob de Kets en dat van Hans Woutersz.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 31: op 29 mei 1630 verkoopt Janneken Ottendr., de vrouw van Claes Cornelisz. blauwverver, als procuratie hebbende van haar man, aan Wouter Boucquet, als voogd van de weeskinderen van wijlen Maeijken Pietersdr., een jaarlijkse losrente van 25 gl. op een huis, genaamd “den Blaeuwen Haen”, staande omtrent de Boom tussen het huis van Bastiaen Aertsz. en dat van mr. Adriaen Coens.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 33: op 4 juni 1630 verkoopt Joost Joostensz., pasteibakker en burger van Dordrecht, voor 3600 gl. aan Cornelis van Woensel, apotheker en burger van Dordrecht, een huis bij de Kruiskapel, staande tussen het huis van Roeloff Dircxsz. van Deuren en dat van Anthonij de Sont. Waarborg: Henrick Henricxsz., bakker en burger van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 3v: op 4 sept. 1631 verkoopt Jan Bastiaensz., burger van Dordrecht, als gemachtigde van de weesmeesters van Dordrecht,aan Cornelis Fransz. van Kerckesant, bakker en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Munt, genaamd “den Cleijne Vergulde Kelck”, staande tussen het huis van Pieter Pietersz. Both loodgieter en de Appelsteiger. De koper is schuldig aan de voogden van de weeskinderen van Barent Gerritsz. Heclaer 650 gl. Borg: een huis in het Steegoversloot, genaamd “den Vergulden Ram”, staande tussen het huis van Pieter Gaduijts en dat van Aert Wesselsz.
ORA Dordrecht inv. 1605. f. 9v e.v.: op 20 okt. 1631 verkoopt Johan van Meeuwen, als procuratie hebbende van Maria Cornelisdr., weduwe van Gijsbert van Scharlaken, Machtelt van Scharlaecken, weduwe van Jacob van Meeuwen, voor zichzelf en tevens vervangende Johanna van Scharlaken, weduwe van Cornelis van Gesel, Maria Rijsers, weduwe van Pieter van Scharlaken, erfgenamen van Gijsbert van Scharlaken, die procuratie hebben van Aelbert Willemsz. slotenmaker, als man van Soetgen Jansdr., Maeijken Jansdr., jonge dochter en Jan Jansz., allen wonende te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris E. Cocq op 4 dec. 1625, voor 1700 gl. aan Govert Arijensz., beenhakker en burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] omtrent de Kruiskapel, genaamd “den Sabel”, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Maria van de Poel en dat van Andries Hermansz. boekverkoper.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 42v e.v.: op 4 juni 1632 verkopen Johan van de Honaert, als man van Haesken van de Meijde, voor zichzelf, en Dirck Pijl, als procuratie hebbende van Vastert Anthonisz. van Ardennen, als voogd over de kinderen van Cornelis van de Meijde, aan Lodewijck Lambertsz. [van de Heijden], kleermaker en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Munt, genaamd “den Blinden Esel”, staande tussen het huisje, dat staat naast het huis, genaamd “de Drije Mollen”, aan de ene zijde en het huis van de erfgenamen van Mariken Huijgen van Taets. Waarborg: Dirck Pijl. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1300 gl.
Voorstraat tussen Visstraat en Steegoversloot
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 8: op 17 dec. 1629 verkoopt Herman van Wijngaerden voor 3200 gl. aan Jan Jansz. Canijn, boekdrukker en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Visbrug, staande tussen het huis van Jan van Bijlaer en dat van Engeltgen Gijsbertsdr. Waarborgen: Cornelis Pietersz. Misveltshouff [Mispelshoef] en Henrick van Beaumont, houtkopers en burger van Dordrecht. Idem, f. 17: op 22 febr. 1630 verklaart Jan Jansz. Canijn, boekdrukker en burger van Dordrecht, wegens de koop van dit huis schuldig te zijn aan Jacob Stoop Dirksz. een somma van 2400 gl. Borgen: Franchoijs Boels en Sacharias Joachumsz., boekbinders en burgers van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 10: op 10 jan. 1630 verkoopt Mariken Daems Jansdr., de vrouwvan Evert Schrevelsz. van Eijssel, aan Josina Hagers, weduwe van Christoffel van Kampen, een jaarlijkse losrente van 66 gl. op de hoek van de Wijnbrug, genaamd “het Suijckerhuijs”.
ORA Dordrecht inv. 1604, f . 23 e.v.: op 7 mei 1630 verkoopt Willem Pietersz. Schaep, twijnder en burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Willem Claesz. Kilsdonck, beenhakker en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Augustijnenkerk, genaamd “het Blaeu Lam”, staande tussen het huis van Beatris van Wassenhoven en dat van Truijken Anthonisdr. Waarborgen: Henrick van Bladegom apotheker en Herman Jansz. Spaen. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag an 1624 gl. Borgen: Adriaen Belliaerts en Mattheeus van de Mijl, burgers van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 28v: op 18 mei 1630 verklaren Pieter Ariensz. van de Werff, als man van Anneken Lenertsdr. Stercken, Huijbert Jansz. van de Wetering, als man van Cornelia Lenertsdr. Stercken, en Arent Walen, lid van de Oudraad van Dordrecht, als voogd van Lijsbeth Lenertsdr. Stercken, allen kinderen van Lenert Stercken, dat zij de goederen, die Lenert Stercken heeft nagelaten onderling verdeeld hebben en dat daarbij aan Pieter Ariensz. van de Werff zijn toebedeeld twee naast elkaar staande huizen tegenover de Vriesestraat, staande tussen het huis van Samuel Barentsz. en dat van Jacob Blom.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 29: op 23 mei 1630 verkopen Evert Vervorst, als man van Neeltgen Dircxsdr., Rocus Rocusz. en Hester Evertsdr., weduwe van Aert Rocusz., voor zichzelf en Rocus Rocusz. nog als procuratie hebbende van Thomas Jansz., man van Machgelken Jansdr., volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. van Schoonhoven te Rotterdam op 16 mei 1630, aan Wouter Boucquet, als voogd van de weeskinderen van Jacob Claesz. Tack, een jaarlijkse losrente van 62 gl. 10 st. op een huis, dat staat tussen Mijnsherenherberg en het huis van Adriaentge Stevens.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 35: op 18 juni 1630 verkoopt Henrick Jansz. Put, burger van Dordrecht, voor 3150 gl. aan Maerten de Meij, kousenmaker en burger van Dordrecht, een huis op het Marktveld tegenover de Kolfstraat, staande tussen het huis van Corstiaen Leendertsz. zeemverkoper en het Marktveld. Waarborg: Gerrit Gerritsz. van Duijnen, burger van Dordrecht.
[NG trouwboek Dordrecht 14 mrt. 1621: Marten de Meij jong gezel van Middelburg kousenmaker wonende bij de Boom in de Gulde Persse en Ariaentgen Gerrit Crijnsdr. jonge dochter van Dordrecht wonende in het Heilige-Geesthuis in de Lindenstraat, getrouwd in de Augustijnenkerk op 30 mrt. 1621]
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 41: op 13 aug. 1630 verkoopt Herbert Jansz., inwoner van Gorinchem, als procuratie hebbende van Sijchgen Jansdr., weduwe van Jochum Aertsz. Colom, volgens procuratie gepasseerd op 12 aug. 1630 voor notaris Th. de Coninck te Gorinchem, voor 300 gl. aan Jacob Aertsz. Colom een achtste deel in een huis op het Marktveld, staande tussen het huis van Jacob de Meijer en dat van de erfgenamen van Dirck Claesz., strekkende voor van de straat tot achter aan de kaatsbaan,van welk huisde koper reeds een vierde en een achtste deel bezit, alsmede de helft van een rentebrief van 600 gl. ten laste van Joost de Doot en verzekerd op een huis in de Vriesestraat, waarvan de koper de wederhelft bezit.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 28 e.v.: op 19 febr. 1632 verklaart Adriaen Jansz. Sas, beenhakker te Gorinchem, schuldigte zijn aan de vaders van het Heilige-Geesthuis ter Nieuwerkerk, een somma van 452 gl, verbindende een huis omtrent de Visbrug, staande tussen het huis, genaamd “’t Spinnewiel” en het huis, genaamd “den Groenen Hoet”.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 49: op 7 juli 1632 verkopen Adriaen Cornelisz. Roch, Jan Arijensz.. Roch en Maijken Ariensdr., voor de ene helft, en Damis Verloff, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Jacob Kint, schermmeester te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. Wagensvelt te Rotterdam op 20 mei 1632, voor de andere helft, samen erfgenamen van Cornelis Claesz. de Heer en Lijntgen Jansdr., voor 3400 gl. aan Anthonij Jongtijs, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis van Cornelis Andriesz. en dat van David Decker. Waarborgen: Aert Cornelisz. beenhakker voor de helft van Arijen Cornelisz. Roch c.s. en David van Barnage voor de helft van Damis Verloff.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 47v: op 1 juli 1632 verkopen Evert Vervorst lakenkoper, voor de helft, en Rocus Rocusz. van de Crab zeilmaker en Thomas Jansz. schoenmaker, als man van Machtelt Jansdr., en Hester Evertsdr., weduwe van Aert Rocusz. van de Crab, samen erfgenamen van Adriaentgen Henricxsdr., voor de andere helft, aan Cornelia van Dilssen, weduwe van Willem Jacobsz., een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Pietersz. koekenbakker en de plaats van Mijnsherenherberg.

Voorstraat tussen Botgensstraat en Visstraat


ORA Dordrecht inv. 1604, f. 1: op 9 aug. 1629 verkoopt Emmerens van de Heuvel, echtgenote van Johannes Heijden “vierwercker”, als procuratie hebbende van haar man, gepasseerd op 25 juli 1629 voor notaris Philips Eduwaert te Sluis in Vlaanderen, voor 3200 gl. aan Jan Lenaertsz. van Aken, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Kleine Spuistraat, genaamd “de Grote Gapert”, staande tussen het huis van Cornelis Teunisz. en de Kleine Spuistraat. Waarborgen: notaris Sebastiaen van de Graeff en Anthonij van Biesheuvel, burger van Dordrecht. Compareert mede Folpert Crom, burger van Gorinchem, als testamentaire voogd van de kinderen van Emmerens van de Heuvel, bij haar verwekt door Henrick van Bier, en verklaart het huis te ontslaan van het recht van legaal hypotheek, dat de kinderen te pretenderen zouden mogen hebben ter voldoening van hun alimentatie. Crom stelt zich ook als contraborg voor Van de Graeff en Van Biesheuvel. De koper is schuldig aan Johannes Heijden een bedrag van 2600 gl. Borg: Maerten Pietersz., brouwer en burger van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 5v e.v.: op 14 nov. 1629 verkoopt Cornelis Matthijsz. Balen, zijdenlakenkoper en burger van Dordrecht, voor 5062 gl. 4 st. 4 p. aan Jan Joosten, zijdenlakenkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vismarkt, waar uithangt “Tilburch”, staande het huis van Herman Jansz. en het huis, genaamd “de Vijff Vilten”. Waarborg: Pieter Thonisz., leestmaker en burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 4062 gl. 4 st. 4 p.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 18: op 2 mrt. 1630 verklaart Thomas Jacobsz. Cottermans, lakenkoper en burger van Dordrecht, ten behoeve van Johan van der Mast, lid van de Oudraad te Dordrecht, als waarborg voor een stuk land van 10 morgen en 423 roeden in St.Anthoniepolder, welke hij heeft verkocht aan Van der Mast, verbonden te hebben een huis [in de Voorstraat] tegenover de Lombardbrug, staande tussen het huis van Gerrit Matthijsz. korenkoper en het Pickelstraatje [Haringstraat], en zulks slechts voor zodanige aanspraken, die zijn kinderen, door hem verwekt bij Maria Matthijsdr. wegens hun moederlijk erfdeel op voornoemde land te pretenderen zouden mogen hebben.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 9: op 10 okt. 1631 verkoopt Baerthout Gerritsz., burger van Dordrecht, voor 4200 gl. aan Isaac Houbraken, burger van Dordrecht, een huis achter het Stadhuis, genaamd “het Vliegende Hart”, staande tussen het huis van de weduwe van Pauwels Arijensz.en dat van Jan Jansz. van Dongen. Waarborg: Steven Aertsz. van Doorn, wijnkoper en burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2200 gl. Borg: Jan Houbraecken, burger van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 19: op 12 dec. 1631 verkopen Jan Pietersz. Cruijskercken en Maria Aertsdr., samen erfgenamen van Aert Gleijnen, aan Jan Gregoor, burger van Dordrecht, een huis achter het stadhuis, staande tussen het huis, dat toebehoort aan de stad Dordrecht, en dat van Willem Robbertsz. twijnder. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 750 gl.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 33v: op 28 april 1632 verkopen Cornelis Pietersz. van Vreedse en Gerrit Fransz. viskoper, burgers van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Jan Diricxsz. van Elbruch, kleermaker en burger van Dordrecht, een huis bij het Stadhuis, genaamd “de Buijs”, staande tussen het huis van Anthonij van Valckenburch brouwer en dat van Laurens Hendricxsz. de Leeuwe. Waarborgen: Schrevel enCornelis Evertsz., beiden viskopers en burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1000 gl. Borgen: Frans Dircxsz. Wijcken en Sijmon Woutersz. van Duijnen, burger van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 34v: op 3 mei 1632 verkoopt Corstiaen Meus, bode van Dordrecht op Den Haag, voor 2450 gl. aan Lijsbet de Bruijn, weduwe van Leendert Meesz., een huis, staande tussen de Botgenssteiger en het huis van Gerrit Cornelisz. Rodre. Waarborgen: Adriaen Jansz. metselaar en Aert Woutersz. metselaar, als procuratie hebbende van Wouter Aertsz., zijn vader. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1950 gl. Borgen: Mels Leendertsz. mandenmaker en Bartholomeus Leendertsz. twijnder, burgers van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 2v: op 12 jan. 1634 verkoopt Laurens van Valckenburch, viskoper en burger van Dordrecht, aan Hendrick van Valckenburch Anthonisz., zijn neef, een huis omtrent de Lombardbrug aan de Landzijde, staande tussen brouwerij “de Drije Lelije” en het huis van Hijronimus Terwe.
Voorstraat tussen Prinsenstraat en Botgensstraat
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 34v: op 18 juni 1630 verkoopt Adriaen Jacobsz. Witbols voor 1600 gl. aan Jan Dircxsz., olieslager en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort, waar uithangt “de Swaluwe”, staande tussen het huis van Catalina de la Rue en de Dolhuissteiger.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 38 e.v.: op 2 juli 1630 verkoopt Elias Evertsz., kleermaker en burger van Dordrecht, aan Jan Teunisz. een jaarlijkse losrente van 9 gl., verzekerd op een huis omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Barent Jansz. mandenmaker en het huis, waar uithangt “de Vijckorff”. Waarborg: een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Janneken Jans, weduwe van Cornelis Reijersz. en dat van Pieter Tonisz. leestmaker.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 42: op 25 mei 1632 verkoopt Willem Jacobsz. Bol, burger van Dordrecht, Jan Geemansz. [van Capelle], een huis bij de Vuilpoort, staande tussen het huis van Frans Geemansz. en dat van Aert Jansz. van de Aeck. De koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 100 gl.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 4v: op 18 febr. 1634 verkoopt mr. Matthijs Berck, secretaris van Dordrecht, als “sequestrerende” de goederen van Janneken Arijensdr., de vrouw van Jan Jansz. de Haen pottenbakker, aan Claes van Haudaen een huis omtrent de Vuilpoort aan de havenzijde, genaamd “den Cleijnen IJsserman”, staande tussen het huis van Thijs Crijnen en Lambert Hulsthout.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 4v: op 14 febr. 1634 verkoopt Aelbert Pietersz. van der Werff, voor zichzelf en tevens vervangende Adriaen Pietersz. van der Werff, als curators van de boedel van Elias Evertsz. en Joosken Pietersdr,, aan Adriaen Jansz. Swaen, kleermaker en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort aan de havenzijde, staande tussen het huis van Barent Jansz. mandenmaker en dat van Josina van der Hagen. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 475 gl. Borg: Pieter Hoochlander, apotheker en burger van Dordrecht.
Vriesestraat
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 18: op 29 april 1634 verkoopt mr. Jacob de With, schepen in wette van Dordrecht, als vader van het Oudemannenhuis ald., aan Jan Jansz. van Houten een huis in de Vriesestraat, staande tussen het Oudemannenhuis en het huis van de koper.
Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 18v e.v.: op 8 dec. 1631 verkopen David Thomasz., predikant te Spijkenisse, voor zichzelf en als testamentaire voogd van Guilliam Wagenaers, weeskind van wijlen Guilliam Wagenaers de oude, Johannes Wagenaer, Jacob Damasz. van de Poel, als man van Tanneken Wagenaers en Dionisius Emhart, als man van Maeijken Wagenaers, samen kinderen resp. kleinkinderen van Thomas Boon, voor 1600 gl. aan Samuel Berckenbosch, kruidenier en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwbrug, genaamd “den Wijnberch”, staande tussen het huis van Beatricx van Rijn en dat van Frans Matthijsz. kleermaker. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 872 gl. 10 st.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 12v: op 5 april 1634 verklaren Adolff Florisz. glasmaker, als man van Lijsbeth Jacobs Vinckendr., Janneken Jacobs Vinckendr., weduwe van Jacob Willemsz. schrijnwerker, en Catharina Jacobs Vinckendr., weduwe van Jan Jansz. Morlet, kinderen en erfgenamen van Jacob Vinck en Geertruijt Arijensdr., dat zij de goederen, die zijn nagelaten door hun ouders resp. schoonouders, onderling hebben verdeeld. Daarbij is aan Adolff toebedeeld een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Dirck de kleermaker en dat van de erfgenamen van Jan Jansz. Morlet.

Wijnstraat omtrent het Groothoofd
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 6v e.v.: op 22 nov. 1629 verklaren Lambert, Catarina, Maria en Mathijs Paes, kinderen en erfgenamen van Maria Cornelisdr., bij haar verwekt door wijlen Mathijs Paes de oude, bij de scheiding van de door haar nagelaten boedel aan Mathijs Paes is toebedeeld een huis, genaamd “den Toelast”, de daarbij horende “spijcker” *, staande bij het Groothoofd tussen het huis van de erfgenamen van Elants [sic] en het huis genaamd “den Lantscroon”, op voorwaarde, dat Mathijs aan zijn broer en zusters elk een bedrag van 1250 gl. zal betalen.
* ORA Dordrecht inv. 1604, f. 29 e.v.: op 23 mei 1630 verkoopt Mathijs Paes, burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Adriaentgen Pietersdr., weduwe van Bastiaen Lenertsz. visser een achterhuis of “spijcker”, staande achter het huis van de verkoper, genaamd “den Toelast”, uitkomende op de “mond” van de nieuw gegraven haven omtrent het Groothoofd, staande tussen het erf van het huis van de erfgenamen van mr. Adriaen van Moesienbroeck en de gang van het huis van de verkoper. Waarborgen: Willem Gijsbertsz. pondgaarder en Huijbert Adriaensz. Verveer, burgers van Dordrecht. De koopster is schuldig aan Agnieta Willemsdr. een somma van 1200 gl. Borgen: Pieter en Joris Bastiaensz. vissers.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 10v: op 10 jan. 1630 verkoopt Gillis van den Bossche, burger van Dordrecht, voor 2100 gl. aan dr. Johan van Beverwijck, lid van de Oudraad te Dordrecht, “het voorste” huis bij het Groothoofd, genaamd “Sint Eeuwout”,staande tussen het huis van de koper en dat van Pieter Jaspersz. Leijsten. Waarborg: Diderich Heuft, koopman en burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 900 gl.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 16v: op 26 nov. 1631 verkopen Anthonij Repelaer Huijgensz. en Sijbert Leendertsz. van de Hatert, beiden voogden van de kinderen van wijlen Adriaen Repelaer Adriaensz., konvooimeester te Dordrecht, en voornoemde Repelaer als voogd van de minderjarige kinderen van Pieter van Etteren en nog als procuratie hebbende van Elisabeth en Helena van Etteren, meerderjarige kinderen van Pieter van Etteren, samen erfgenamen van Adriaen Anthonisz. Repelaer, aan Sier Jacobsz., schipper en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Stoffel van Slingelant en het huis van de huisarmen.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 31: op 6 april 1632 verklaren Frans Jansz. de Bouff, als man van Hubertgen Ariens, en mr. Adriaen Plaetman, als man van Adriaentgen Ariens, dat bij de boedelscheiding van wijlen Marijke Sanders, weduwe van Adriaen Huberts, hun schoonmoeders moeder, aan Aechtge Ariens, weduwe van kapitein Claes Adriaens, volgens testament de 13 jan. 1626 is toegevallen een huis omtrent het Groothoofd, mits blijvende subject fideicommis en betalende aan de kinderen van Adriaentgen Ariens een somma van 700 gl.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 32: op 5 april 1632 verklaren Frans Jansz. de Bouff, als man van Hubertgen Ariensdr., en mr. Adriaen Plaetman, als man van Adriaentgen Ariensdr., dat het huis van wijlenMarijken Sanders, weduwe van Adriaen Hubertsz., hun schoonmoeders moeder, genaamd”’t Wapen van Monickendam”, staande omtrent het Groothoofd, bij kaveling in toegevallen aan Aechtgen Ariens, weduwe van kapitein Claes Adriaensz., mits daarop blijft rusten de fideïcommis van 740 gl. 10 st. ten behoeve van de kinderen van Adriaentgen Ariensdr., op voorwaarde dat Adriaentgen daarvan haar leven lang het vruchtgebruik zal houden, zoals is bepaald in het testament van Marijcken Sanders, gepasseerd op 13 jan. 1626.