Transport- en hypotheekakten Dordrecht 1600-1699

Diverse transport-, huur-en hypotheekakten uit het Oud Rechterlijken Oud Notarieel Archief van Dordrecht(deel II: 1600-1700)

ORA Dordrecht inv. 746, f. 178 e.v.: op 11 nov. 1602 verkopen mr. Niclaes Barthoutsz. en Geerit Jobpen, als erfgenamen van Barthout Barthoutsz., mitsgaders Bartholomeus Willemsz. en Adriaen Apersz. [bakker], als man en voogd van Claerken Willemsdr. en als actie hebbende van Schrevel Willemsz., zijn zwager, Arent Andriesz. voor zichzelf en vervangende Aelken en Mariken Andriesdochters, kinderen van wijlen Aeffken Willemsdr., voor zichzelf en samen vervangende Willem Jacobsz., zoon van wijlen Jacob Willemsz., allen erfgenamen van wijlen Catharina Willemsdr., die huisvrouw was van Barthout Barthoutsz., aan Jacob Moleschot, koopman te Dordrecht, een huisomtrent de Vriesestraat, staande tussen de Vriesestraat en het huis toebehorende aan Marijken de pasteibakster, voor een bedrag van 3100 gl., waarvan 800 gl. contant. Waarborgen: mr. Niclaes Barthoutsz. en Geerit Jobpen. Jacob Moleschot kent schuldig aan verkopers een bedrag van 2300 gl. te betalen met 36 ponden alle jaren op Bamisdag. Borg: Pieter Hagens. Koper kent schuldig aan Bartholomeus Willemsz. wegens koop van de helft vanhet voornoemde huis een somma van 1150 gl. te betalen met 18 ponden Vlaams alle jaren op Bamisdag. In margine: comp. Adriaen Apersz. bakker voor zichzelf en van wege Bartholomeus Willemsz. tingieter, mitsgaders uit naam van alle anderehouders van deze schuldbrief en verklaart, dat de schuld volledig is afbetaald. Derhalve geroyeerd op 17 juli 1614.

[NG trouwboek Dordrecht 8 april 1582: Adriaen Apersz. bakker en Claerken Willem Ockersdr.., beiden van Dordrecht (getrouwd 22 april 1582). ONA Dordrecht inv. 1, f. 2 e.v.: op 14 aug. 1589 verklaart Adriaen Apersz. bakker, ongeveer 33 jaar oud en wonende te Dordrecht, op verzoek van Cornelis Cornelisz. molenaar, dat hij in 1586 voor 6 maanden en wel tussen 1 april en eind september pachter is geweest van de impost van de hoornbeesten, bezaaide landen, het gemaal en de bieracciijns over het dorp Alblasserdam, samen met de rekwirant, mr. Gillis Verkerck en Dirck Meeusz. molenaar.]

ORA Dordrecht inv. 746, f. 212: op 15 febr. 1603 verkoopt Engelken Pietersdr., weduwe van Jacob Ariaensz. glasmaker aan Pieter Jansz., van “Erff” in het Land van Gulik, voor 250 gl. een huis op de hoek van de Raamstraat, staande op de Hil tussen het huis van Sijken Nijssen en de Raamstraat. Waarborgen: Pieter Willemsz. en Pieter Jansz. boormaker.

ORA Dordrecht inv. 747, f. 22v: op 20 mei 1603 verkoopt Reijer Woutersz., als oom en voogd van de kinderen van Trijntien Pijetersdr., bij haarverwekt door Pijeter Woutersz., aan Cornelis Woutersz. schipper een huis in de Heer Heijmansuijsstraat landzijde, staandetegenover de dwarsgang van de Vrankenstraat, tussen het huis van Jacob Ariensz. en dat van de weduwe van Pijeter Pijetersz.

ORA Dordrecht inv. 747, f. 31v: op 2 juli 1603 verkoopt Lijsken Pijeters, weduwe van Balthen Mathijsz., voor 600 gl. aan haar zoon Pijeter Jansz. een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Michijel Pouwelsz. en dat van Andrijes Cornelisz. kleermaker.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 16v: op 19 febr. 1605 verkoopt Barent Hermansz. van Meurs, scherprechter van Dordrecht, aan Jan Jansz., ’s herendienaar te Dordrecht, een huis op de Hil, staande tussen het huis van Geertgen Adriaensdr., weduwe van Adriaen Jansz. bakker en dat van Willem Thomasz. arbeider. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 450 gl.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 18 e.v.: op 25 febr. 1605 verkoopt Pieter Mathijsz., koopman en burger van Dordrecht, aan Mariken en Dircxken Henricxsz., gezusters, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis “den Bijbel” en het huis van Pietergen Jansdr., weduwe van Adriaen Joosten munter. De koopsom bedraagt 2550 gl., waarvan de koopsters 600 gl. in contant geld hebben betaald en de rest zullen aflossen in termijnen.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 84v e.v., akte dd 2 sept. 1605: Arien Jacobsz., Heijltgen Jacobsdr., Leendert Jacobsz. en Neeltgen Jacobsdr., geassisteerd met Arien Jacobsz., haar broer, verkopen aan Jan Govertsz. van Beaumont en Aert Anthonisz. van Ghammeren een jaarlijkse losrente van 4 Vlaamse ponden, verzekerd op een huis in de Vriesestraat, genaamd de Potterije, staande tussen het huis van Jan Leendertsz. de jonge en Jan Leendertsz. de oude en het huis van Cornelis de zakkendrager, met een woning daarachter staande. Deze huizen zijn de comparanten aangekomen bij de verdeling van de nalatenschap van hun ouders, volgens de vertichting daarvan zijnde, gepasseerd voor schout en gerecht van Dubbeldam op 4 febr. 1605.

ORA Dordrecht inv. 748, 191v, 30 nov. 1606: Thobias Ariensz. leertouwer, burger van Dordrecht, verkoopt Bartholomeus Bartholomeusz. slootmaecker een jaarlijkse losrente van 10 gl., verzekerd op een huis genaamd de Zampson, staande in de Vriesestraat tussen het huis van Herman Corstiaensz. en dat van Anneken Pietersdr.

ORA Dordrecht inv. 750, f. 151: op 1 okt. 1609 verkoopt Anthonis Lauwerensz. Valckenburch aan Evert Schrevelsz. een huis aan de Vismarkt, staande tussen het huis van koper, genaamd de Steur en het huis van Willem Adriaensz. bakker, genaamd de Meerminne

ORA Dordrecht inv. 750, f. 151v: op 5 okt. 1609 verkoopt Nicolaes Jansz. Cruijenier, schepen in wette van Dordrecht, aan Jacob Molenschoth lakenkoper een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van verkoper en dat van Pieter de kleermaker. Waarborg: Anthoni Anthonisz. Elinck, schepen in wette van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 751, f. 7 e.v., 18 jan 1610: vermeld wordt het huis (en erf) genaamd Ronsevael bij de Nieuwbrug, staandenaast het huis van Pieter Beeck genaamd den Beverenburgh “ofte den witten gevel” en het huis van Johan de Prins nu genaamd het Wapen van Vranckrijck en eertijds de Cleijne Davidt, strekkende voor van de straat af tot achter aan de gemeenschappelijke heining, staande “tot separatie” van het voornoemde erf en de “spijckers” [pakhuizen] van Huijbrecht Bordels en de erfgenamen van Willem Stoffelsz.

ORA Dordrecht inv. 751, f.69, 29 mei 1610: Thonis Willemsz. wijnkoper, geassisteerd met Quintijn Pietersz. van der Velde bakker, verkoopt aan Cornelis Aertsz. van Gesel de helft van een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Johan van Cruijskercken lakenkoper en het huis toebehorende aan de erfgenamen van Jacob van Diemen, genaamd de Gouden Leeuw, staande tegenover de Tolbrug aan de poortzijde. Waarborg: Quintijn Pietersz. van der Velde bakker.

ORA Dordrecht inv. 751, f. 128v: op 17 nov. 1610 compareren Adriaen Repelaer Anthonisz., schepen in wette enHugo Repelaer Anthonisz., voor henzelf en als ooms en bloedvoogden van de nagelaten weeskinderen van Catharina Repelaer Anthonisdr., verwekt door Cornelis Jansz. [Boom], azijnmaker,als actie en transport hebbende van Frans Anthonisz [wijnkoper, getrouwd met Marijcke Anthonisdr. Repelaer], samen voor de ene helft en Quintijn Pietersz. van der Velde en Pieter Aelbertsz. hoedenmaker, voor henzelf en vervangende Janneken Meeusdr., weduwe van Hans Wilder, Aeltgen Meeusdr., weduwe van Fredrik van Dousburgh en de nagelaten kinderen van Willem Meeusz., voor de andere helft, allen erfgenamen van wijlen Thonis Willemsz., in zijn leven koopman van wijnen te Dordrecht. Comparanten verkopen aan Geerit Veder een huis etc. bij de Tolbrug aan de landzijde, waar uithangt “Gulick”, staande tussen het huis van Jan de Braemaker lakenkoper en het huis van Gillis van Luffelen. Waarborgen: de voornoemde comparanten, elk voor hun helft.[Thonis Willemsz. was waarschijnlijk een broer van Bartholomeus Willemsz., de vader van Annicken Meeusdr., getrouwd met Pieter Albrechtsz. hoedenmaker, Jannicken Meeusdr., getrouwd met Jan (Hans) Gasparsz.van Wilderen, Willem Meeusz. “hoeijmaecker”, Heilten (Aelken, Alidt) Meeusdr., getrouwd met Frederick Hendricxsz. van Doesburg fluwelenkoordenwerker en Cathalina Meeusdr., getrouwd met Quintijn Pietersz. van der Velde bakker. Thonis Willemsz. was gehuwd geweest met Aechge Anthonisdr. Repelaer, overleden vóór 25 jan. 1597, dochter van Anthonis Repelaer en Helena Cornelisdr. (van Stralen) (Zie ook D. G. van Epen, Het geslacht Repelaer. Genealogie met biographische aanteekeningen (‘s-Gravenhage 1911), p. 4-5 enKwartierstaatVanSchothorst (internet).]

ORA Dordrecht inv. 751, f. 54: op 10 mei 1610 verkoopt Geerit Stouten, schipper te Dordrecht, aan Thomas Jacobsz. Cotermans een huis in de Heer Heijmansuijsstraat, staande tussen het huis van Cornelis Jansz. Waterhoen en dat van Aert Adriaensz. Witstock alias Borstelmaker, belast met een jaarlijkse rente van 6 gl. Waarborg: Pieter Mathijsz. kaaskoper.

ORA Dordrecht inv. 751, f. 54: op 10 mei 1610 verkoopt Thomas Jacobsz. Cotermans aan GeeritStouten een huisin de Wijnstraat, staandeop de hoek van de Mattensteiger tussen het huis van Hillegont van Kempen en genoemde steiger, belast met 200 gl. kapitaal. Waarborg: Geerit Mathijsz. korenkoper. Stouten is hiervoor schuldig aan Cotermans een bedrag van 974 gl., te betalen de eerste negen jaarmet 100 gl. jaarlijks, vervolgens 24 gl. en tenslotte 150 gl., daarvoor verbindende het voornoemde huis. Borg: Pieter Mathijsz. kaaskoper

ORA Dordrecht inv. 752, f. 98v e.v.: op 14 juni 1611 verkoopt Thomas Jacobsz. Cotermans, burger van Dordrecht, aan Joost Diricxsz. spelmaker, burger van Dordrecht, een huis in de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Cornelis Waterhoen en dat van Aernt de Borstelmaker. Waarborg: Jacob Thomasz. Cotermans. Koper kent schuldig aan verkoper 700 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 120 gl., daarvoor verbindende het voornoemde huis. Borg: Sander Reijniersz. schilder.

ORA Dordrecht inv. 752, f. 159v en 160r: op 27 okt. 1611 compareert Jan Bouwensz. Wolff, schipper en burger van Dordrecht, en verkoopt aan Cornelis Cornelisz., pasteibakker en Danckert Jansz., metselaar, burgers van Dordrecht, 1/3 part van een huis etc. in het Willem Oskensstraatje [Weeshuisstraat], staande tussen het Weeshuis en hethuis van Jan Thielmansz. koekenbakker, niet belast. Kopers kennen schuldig 112 gl., te betalen 56 gl. ieder jaar op Baefmisdag.

ORA Dordrecht inv. 752, f. 187 e.v.: op 13 dec. 1611 verkopen Dircksken Jansdr., weduwe van Boudewijn Coninck Gijsbrechtsz., in zijn leven schepen in wette van Dordrecht en Engeltgen Ghijsbrechtsdr., weduwe van Rochus Jansz., aan Pieter Leijniers van Maastricht, burger van Dordrecht, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Otto Jansz. houtvletter en dat van Henrick Halewijn kuiper. Waarborgen: Jan Jansz. Coninck voor Engeltgen en Gijsbrecht de Coninck brouwer voor Dircksken. Verkoper kent schuldig aan verkopers een bedrag van 1450 gl. Borg: Cornelis Adriaensz. Teresteijn, raad in wette te Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 753, f. 30v: op 4 april 1612 verkoopt Neeltgen Gijsbrechts, weduwe van Jan Geeritsz., geassisteerd met haar zoon Jan Jansz., aan Adriaen Jansz. Mes een jaarlijkse losrentevan 100 gl., verzekerd op een huis, genaamd de Engel, staande in de straat tegenover de opslag bij de Tolbrugstraat tussen het huis van Jan de Braemaecker en dat vanCornelis Adriaensz. blauwverver.

ORA Dordrecht inv. 753, f. 103: op 8 sept. 1612 verkoopt Hendrik Pietersz. Starrenborch aan Bastiaen Aertsz. [van Houwelingen] muntenaar een huis in de Oude Houttuin [Voorstraat bij de Riedijk] omtrent de Boom, belend door het huis van Geerit Gijsbertsz. [van Elten], waar uithangt “Delft”.

ORA Dordrecht inv. 753, f. 109v: op 21 sept. 1612 verkopen Sijmon Adriaensz. blokmaker en Thuenis Thuenisz., schipper, burgers van Dordrecht, aan Pieter Cornelisz. van Diemen een huis in de Schuitenmakersstraat, staande achter [sic] het huis van Adriaen Henricksz. van Slingelant lakenkoper en het huis van Wouter Jansz. van Duijnen steenhouwer.

ORA Dordrecht inv. 753, f. 131: op 22 nov. 1612 verkoopt Willem Joppen vleeshouwer, burger van Dordrecht, aan Carel Carelsz. loodgieter een huis en stal, genaamd “de Ploech” en staande tegenover de Visbrug aan de Poortzijde [Groenmarkt] tussen het huis van Marijcken Jansdr. in den Jhesus en het huis “de Gouden Reael”. Het huis heeft achter een vrije uitgang naar de Nieuwe Haven, “soo wijt ende breet den selven jegenwoordich affgeheijnt is, soe verre de molen van de brouwereije van den Slotel [de Sleutel] betimmert staet, ende vandaer vorders totte Nieuwe Haven uijtcomende.” Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 5000 gl. Borgen: Adriaen Meusz. en Cornelis Jansz. tingieter.

ORA Dordrecht inv. 754, f. 67: op 4 juni 1613 verkoopt Maeijcken Jansdr., weduwe van Hans van Schaeijenborch, geassisteerd met Jan van Leeuwen, koopman en burger van Dordrecht, aan Jan Turcx, kuiper en burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Bastiaen van Dilssen bakker en het huis van Henrick Robbertsz., ordinaris koopmansbode op Nijmegen. Waarborg: Jan van Leeuwen. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 1925 gl., te betalen met 200 gl. jaarlijks op Bamisdag. Borg: Arien Apersz. bakker.

ORA Dordrecht inv. 758, f. 57v: op 14 juni 1617 verkoopt Ygen Jacobsdr. aan Huijbert Thijsz., schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat omtrent het huis waar uithangt Oijevaer, staande tussen het huis van Cornelis Aertsz. waterman en dat van de weduwe van Anthonij Leijniers.

ORA Dordrecht inv. 759, f. 83v: op 22 okt. 1618 comp. Hubrecht Bordels, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Mariken Jaspersdr., weduwe van Abraham Baltensz., wonende te Gorinchem, blijkens procuratie gepasseerd voor Jasper Jansz. van Peursum, notaris te Gorinchem, op 25 okt.[sic] 1618, mitsgaders Anneken Scheij, weduwe van Isaack Baltensz. met haar gekoren voogd in deze. Zij transporteren aan Pieter Aertsz. molenaar een huis, erf en toebehoren achter het Bagijnhof genaamd den Grooten Raempt. Waarborgen: Hubrecht Bordels en Jan van Dongen.

ORA Dordrecht inv. 760, f. 100: op 14 okt. 1619 verkoopt Marinus Augustijnsz., burger van Dordrecht, aan Jacob Marcelisz., schipper van Dordrecht, voor 150 gl. een huisje, staande achter verkopers huis op de Riedijk, genaamd “de Duijffkens”,tussen het erf van Aert den Danser en het huis van Herman Jaspersz. pondgaarder. Waarborg: Sander Hermansz., burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 760, f. 100v: op 15 okt. 1619 verkoopt Gillis du Pre, burger van Dordrecht, voor 650 gl. aan Herman Centen, linnenwever en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Mariënbornstraat, staande naast het huis van Jan Botlant. Waarborg: willig decreet dezer stede.Koper verkoopt in mindering van de koopsom aan verkoper een jaarlijkse losrente van 25 gl. en 6 st. Borgen: Jan Jansz. bleker en Gijsbert Jansz.

ORA Dordrecht inv. 761, f. 7 e.v.: op 28 jan. 1620 verklaart Jan Geeraertsz. Tilking, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Maria Boucquet, weduwe van Daniël Oom, een jaarlijkse rente van 50 gl. “voor ende om de somme van duijsent gulden”, door hem van Maria Boucquet geleend, verzekerd op een huis genaamd de Verkeerde Werelt, waarin comparant woont, staande op de Vogelmarkt [Groenmarkt] bij de Tolbrug, tussen het huis van Huibert van Zevender en dat van Dirck Pijl.

ORA Dordrecht inv. 761, f. 108: op 4 sept. 1620 verklaart mr. Viglius Oom, licentiaat in de rechten en advocaat, burger van Dordrecht, zich borg te stellen voor de onbekende lasten, die zouden mogen komen op het huis in de Gravenstraat, dat Nicolaes Buijs op 18 jan. 1619 heeft verkocht aan Mattheus Bordels.

ORA Dordrecht inv. 763, f. 12v: op 9 mrt. 1622 verklaart Jan Jansz. hoefsmid schudig te zijn aan Grietgen Cornelisdr. een bedrag van 250 gl., daarvoor verbindende een huis op de Nieuwe Haven [Varkenmarkt], staande op de hoek van de Tolbrugstraat tussen die straat en het huis van Leendert van Maestricht kleermaker.

ORA Dordrecht inv. 763, f. 26v: op 26 april 1622 verkoopt Pieter Willemsz. Schepens, notaris en procureur te Dordrecht, als curator van de boedel van Elsken Borgersdr., weduwe van Hans Fredericxsz., burger van Dordrecht, aan Lenert van Maestricht [kleermaker],burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen Lenert Lucasz. messenmaker en Jan Jansz. smid.

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding van Dordrecht anno 1633), f. 32: in de Tolbrugstraat – de weduwe van Leendert van Mastricht (belender: Gillis Cornelisz.[de Valee] nagelmaker)]

ORA Dordrecht inv. 764, f.,: op 8 juni 1623 verkoopt Willem Adriaensz. van de Burcht aan zijn schoonvader, Leonard Ketting, een huis in de Voorstraat, staande in tegenover de Wijnbrug op de hoek van de Nieuwstraat, waar uithangt d’Arcke van Noach, welk huis de verkoper heeft geërfd van zijn ouders zaliger. Het wordt aan de ene zijde belend door het huis van Ghijsbert Back aan de voorkant en dat van Pieter Verhagen aan de achterkant en aan de anderezijde door de Nieuwstraat. Het huis wordt gehuurd en bewoond door Coenraet Woutersz. van de Net.

[NG trouwboek Dordrecht 31 mrt. 1619: Willem Adriaensz. van de Burcht jongman wonende te Dordrecht en Sophia Kettings jonge dochter wonende in ‘s-Gravenhage, door schrijven van Den Haag]

ORA Dordrecht inv. 764, f.,: op 16 aug. 1623 verkopen Maeijcken, Anneken en Machtelt Thonisdrs., jonge dochters aan Grietken Cornelisdr. een jaarlijkse losrente van 56 gl., verzekerd op een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob Frans Wittensz. en het huis van de weduwe van Lenert Sibertsz. van den Hatert.

ORA Dordrecht inv. 764, f. 89: op 12 dec. 1623 comp. Hubrecht Bordels, koopman te Dordrecht en verkoopt aan de Vaders van het Oude Mannenhuis de somma van 25 jaarlijkse losrente, verzekerd op zijn huis in de Gravenstraat genaamd de Blauwe Leeuw, staande tussen het huis van de weduwe van Adriaen Apersz. en dat van Tanneken Mathijs, te betalen jaarlijks op 12 december, het huis zijnde niet meer belast dan met een rente van 25 gl. jaarlijks die het Oude Mannenhuis daarop sprekende heeft.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 4: op 2 febr. 1624 verkoopt Anthonij van Gesel, burger van Dordrecht, aan Michiel Cornelisz., timmerman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Gijsbert van Haerlem en het erf van Michiel Cotermans brouwer. Waarborg: Pieter de Wit, koopman van wijnen, en Sijmon van Gesel brouwer, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 8v e.v.: op 1 mrt. 1624 verklaart Gerrit Pietersz. Walen, korenkoper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Anneken Cornelisdr. van der Eijck, een somma van 250 gl. verbindende de helft van een huis en mouterij op de hoek van de Oudemannenstraat. Borg: zijn broer Abram Walen.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 9v: op 7 mrt. 1624 verkoopt Gielis Heijndricxsz. Stierman, burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Dirck Adriaensz. Fluweelen, schipper en burger van Dordrecht, een huis buiten de Vuilpoort aan de landzijde, staandenaast het huis van Gerrit Dircxsz. Croeff. Waarborg: Arij Cornelisz. Cruijskercken. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2100 gl.Borg: Balten Jacobsz. kousenmaker.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 10 e.v.: op 7 mrt. 1624 verkoopt Michiel Pompe, thesaurier van de reparaties, als gemachtigde van de bestuurders van Dordrecht, aan Nicolaes Pauwelsz. Cramerheijn, zeilmaker en burger van Dordrecht, een erf buiten de Vuilpoort, zijnde het tweede erf aan de Gevangentoren naar de steiger toe, liggende tussen het eerste erf aan de Gevangentoren, dat is gekocht door Pieter Hermansz. bakker, en de steiger. De koper is schuldig aan de stad Dordrecht een somma van 1050 gl.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. : op 5 april 1624 verkoopt Jan Pietersz. Veeckemans, als curator over de boedel van Adriaen Zieren, brouwer in “’t Schip”, voor 5100 gl. aan Anthonij van Valckenborch zijdenlakenkoper, drie huizen of woningen met de daartoe behorende brouwerij “’t Schip”, staande buiten de Vuilpoort tussen het huis “de Swaen” en het huis “de Drie Cooningen”.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 35: op 6 april 1624 verkoopt Franchois Mickholt. wonende in”de Cleutgaert”, voor 2500 gl. aan Alidt van Beverwijck, laatst weduwe van Domilius Boot, in zijn leven baljuw en dijkgraaf van “Sijp”, een huis in de Oude Houttuin [Voorstraat], genaamd”den Berch Tabor”, staande tussen het huis van de weduwe van Gerrit van Nispen en dat van Gerrit Cornelisz. Londenvaarder. Waarborg: Thomas Jacobsz. Cotermans, lakenkoper en burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 765, f. 80: op 26 nov. 1624 verkoopt de curator over de goederen van Pieter Henricxsz. aan Cornelis Evertsz. huidenvetter [leerlooier], voor de ene helft en ten behoeve van Batken Adriaens, Jacob Pieters en Jan Thonisz., voor de andere helft, een huis en vethuis [leerlooierij] in de Raamstraat, staande tussen de tuin en het erf van Cornelis Evertsz. en het huis, dat aan Elsken Henricxdr. is gelegateerd door haar vader zaliger, “haar leven lang gedurende”, en de “stalling” van Machtelt Adriaensdr.

ORA Dordrecht inv. 765, f. 82v: op 16 dec. 1624 verkopen Adriaen Gerrits, Marijcken Gerrits en Joost Bisbinck, als echtgenoot van Neeltgen Gerritsdr., voor zichzelf en vervangende Lambert Gerrits, allen kinderen van Gerraerdt Jansz. en Marijcken Joosten, aan Elmar Godel zwaardveger een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Abraham Dircxsz. en dat van Aelken Buijsen, weduwe van Cornelis Buijs.

ORA Dordrecht inv. 765, f. 100; op 10 mei 1625 verkoopt Thomas Laurens, inwoner van Leiden, aan Jan Jansz. van Halteren, burger van Dordrecht, een huis in de Kannekopersbuurt [Voorstraat noord], staande tussen het huis van Isaac de Coninck en de Houtsteiger. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl. In margine: compareerde Jan Jansz. van Halteren en toonde de originele brief met kwitantie. Schuldbrief geroyeerd op 23 juli 1638.

ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 4v: op 7 febr. 1626 verkopen Joost Joostensz. Brouwers, burger van Dordrecht, voor een vierde part, en Adriaentgen Thielmans, weduwe van Abram Gerritsz., voor zichzelf en namens haar onmondige kinderen voor een vierde part, samen erfgenamen van Frans Joosten Brouwers, alsmede Blasius van Haerlem de jonge namens de minderjarige erfgenamen van Janneken Dionijsdr., weduwe van Frans Joosten Brouwers, voor de helft, aan Jacob Willemsz., slijkwerker en burger van Dordrecht, een huis achter in het Steegoversloot, staande tussen de erfgenamen van Rochus Joosten en dat van de erfgenamen van mr. Hendrick Speuij. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 500 gl. Borgen: Lambert Jansz. slijkwerker en Casper Jansz. bleker.

ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 5v: op 12 febr. 1626 verkoopt Cornelis Vierling, als man van Cathalina Hettings en als testamentaire voogd van Adriaentgen Adriaens, kinderen en erfgenamen van Stijnken Thonis, aan Balten Cornelisz. van Alblas, geelgieter en burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Blasius van Haerlem de jonge en de gang, die toebehoort aan mevrouw van Heerjansdam c.s. De koper is schuldig aan Adriaentgen Adriaens een som van 705 gl. Borg: Cornelis Adriaensz. Roodere. In margine: op 20 mrt. 1628 verklaren Cornelis Vierling, als man van Catalina Hettings, en Jan Huijbertsz. Pot, als man van Adriaentgen Adriaens, dat de schuld volledig is voldaan.

ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 6: op 16 febr. 1626 verkoopt mr. Digman de Vries, weesmeester van Dordrecht, namens de oudste kinderen van Jorden Jansz. kalkmeter en [NN] Hermansdr., voor de ene helft, en tevens als vader van het weeshuis van Dordrecht, voor de drie jongste kinderen van genoemd echtpaar, voor de andere helft, aan Jacob Jacobsz. de Grand, burger van Dordrecht, een huis in de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van de weduwe van Arijen de Vroesen en dat van Sijmon Teunisz. bakker.

ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 6v: op 18 febr. 1626 verkoopt Jan Jansz. van Wijck aan Adriaen Adriaensz. Thooft, huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis “den Bijerboom” enhet huis vanCornelis Hendricxsz. Dieuwertge Thonis, weduwe van Willem Fransz. Halling, verbindt als waarborg haar huis in de Tolbrugstraat, staande tussen de weduwe van Adriaen de Oijevaer en dat van Johan Bordels.De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1500 gl. Borg: Jasper Claesz., smid en burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 766, f. 6v e.v.: op 20 febr. 1626 comp. Sara Beijen, weduwe van Carel Carelsz. loodgieter, nu getrouwd met Seger van Achtevelt, procureur voor het Hof van Holland. Zij verkoopt aan Cornelis Matthijsz. Baelen, zijdenlakenkoper en burger van Dordrecht, een huis bij de Visbrug, staande tussen het huis genaamd den Jhesus en het huis genaamd den Gouden Reaal. Waarborgen: Jaecques Levecque en Pieter Willemsz. Schepens, notaris en procureur te Dordrecht. Koper kent schuldig aan de minderjarige kinderen van Carel Carelsz. loodgieter, verwekt bij Metken Cornelisdr., de somma van 4000 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 400 gl.. Borg: Jeronimus Terwen, koopman en burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 8v: op 4 mrt. 1626 verkopen Jacob Vincentsz., als man Lijsbeth Barentsdr., Teunis Ariensz., als man van Anneken Barentsdr., Catalijn en Franchijna Barentsdr., beiden ongehuwd, allen erfgenamen van Barent Hermansz., aan Margrita Du Pre een huisachter in de Vriesestraat aan de stadsvest, genaamd “Dubbeldam”, staande tussen het huis van de weduwe van Hans Bosch en dat van Cornelis Ariensz. timmerman. Verkoper stellen als waarborg een huis op de Hil, staande tussen het huis van Jan Pietersz. en dat van Hans Ariensz.

ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 10v: op 28 mrt. 1626 verkopen Pieterken Andries, weduwe van Tijs Huijsers, voor de ene helft, en Tanneken Jansdr., weduwe van Willem Jansz. Leempoel, voor de andere helft, resp. tante en nicht en erfgenamen van Andries Jansz., aan Maerten Jansz. Kan, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan Otten kleermaker en dat van de weduwe van Dirck Henricxsz. De koper is schuldig aan Frans Snouck lakenkoper een somma van 342 gl.

ORA Dordrecht inv. 766, f. 12v: op 18 april 1626 verkoopt Jacob Arijensz. timmerman, burger van Dordrecht, aan Sijmon Cornelisz. de Vries, burger van Dordrecht, een huis met het daartoe behorende achterhuis, staande [in de Voorstraat] bij de Vuilpoort. Het voorhuis staat tussen de huizen van Cornelis Sijmonsz. de Vries en Aelbert Pietersz. schiptimmerman en het achterhuis tussen de huizen van Gillis Henricxsz.”stierman” en Aert Reijniersz. bakker. Waarborg: Cornelis Willemsz. blokmaker.

ORA Dordrecht inv. 766, f. 19v: op 19 mei 1626 verkoopt Henrick Jansz., huikmaker en burger van Dordrecht, als erfgenaam van Mels Geevertsz. kleermaker en Machtelt Vincents, aan Jan Jansz. van Beeck, kapitein des armes onder de compagnie van de heer Wits een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Gijsbert Haring en dat de weduwe van Maerten van Balen. De verkoper stelt als waarborg een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Jan Bonten en dat van Hendrick Jansz. schrijnwerker. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 750 gl. Borg: Jacob van Rees stadsbode.

ORA Dordrecht inv. 766, f. 21: op 25 mei 1626 verkoopt Jacob Stoop Dircxsz., als gemachtigde van de weesmeesters van Dordrecht, aan Blasius van Haerlem de jonge een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Balten Cornelisz. van Alblas en het huis of “verwerije” van Hugo van Berckel.

ORA Dordrecht inv. 766, f. 36v: op 20 juli 1626 verkoopt Carel Ciraet, burger van Dordrecht, aan Andries Jansz. de Bruijn een huis omtrent de Riedijk, staande tussen het huis van de weduwe van Lucas Aertsz. en de achtergevel van het huis de Valck. Kent betaald. Promittit quitare.

ORA Dordrecht inv. 766, f. 41 e.v.: op 13 aug. 1626 verkoopt Carel Chieraet, burger van Dordrecht, aan Dionijs van der Poel, harnasmaker en burger van Dordrecht, zes huisjes, loodsen, een tuin en erf, staande en gelegen op de Riedijk in het gangetje aldaar. Waarborg: Cornelis Floris [“Nellis” is doorgehaald]. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 900 gl., waarvoor koper aan verkoper leveren zal harnassen en wapens, goed koopmans- en leverbaar goed, “daer niet op te seggen valt.”

ORA Dordrecht inv. 766, f. 47v: op 2 okt. 1626 verkopen Melchior van de Broeck, schepen in wette te Dordrecht enDingman Beens, beiden geordonneerde voogden van de weeskinderen van Cornelis Jansz. van Breda en zich sterk makende voor Franchoijs Beens, mede voogd van voornoemde kinderen, aan Jeronimus Terwen, koopman en burger van Dordrecht, een huis, waar uithangt den Witten Engel, staande achter het stadhuis tussen het huis van Jan Jansz. van Dongen en Henrick van Valckenberch. Waarborgen: Melchior van de Broeck en Dingman Beens, vervangende Franchoijs Beens. Kent betaald.Promittit quitare.

ORA Dordrecht inv. 766, f. 50 e.v.: op 17 okt. 1626 comp. Tanneken van de Kemel, weduwe van Johan Cabbeliau cum tutore en Honas [sic]Cabelliau, haar zwager, wonende te Rotterdam. Zij verkopen aan Sebilla Verbeeck, weduwe van Hendrick Terwen, een huis omtrent de Munt [Voorstraat] genaamd Out Ceulen, staande tussen het huis van Franchoijs Fransz. Bredehoff en het huis van koopster, strekkende van voren van ’s herenstraat tot achter aan de Doelen. Koopster verkoopt aan verkoopster 5 gl. jaarlijkse losrente, verzekerd op het voornoemde huis. In margine: rentebrief geroyeerd op 30 jan. 1627.

ORA Dordrecht inv. 766, f. 77v: op 29 april 1627 bekent Abraham Jansz. Bonten bleker schuldig te zijn aan Cornelis Pietersz., bleker te Heusden, een somma van 1700 gl. wegens koop van een blekerij buiten de Spuipoort met opstal van een huis, “plantagie” en andere toebehoren, gelegen tussen de blekerij van Jan Janssen de Bock en die van Dirck Henricx, daarvoor verbindende voornoemde blekerij etc. Borgen: Jan Carelsz. Bonten, Andries Arijensz. schout van Dubbeldam en Jan Pietersz. Vekemans, blijkens procuratie gepasseerd voor notaris Jan van Slingelandt op 21 april 1627.

Gevelsteen (tentoonstellingsruimte De Waag in Dordrecht) (www.gevelstenen.net)

ORA Dordrecht inv. 766, f. 80 e.v.: op 3 mei 1627 bekent Neeltgen Willemsdr., vrouw van Cornelis Pietersz. bleker, burger van Heusden, procuratie hebbende van haar man, gepasseerd op 17 april 1627 voor notaris Jan van Heemskerck te Heusden, schuldig te zijn aan Abraham Boquet, burger van Dordrecht, een somma van 1500 gl. wegens geleende penningen, waarvoor zij als onderpand stelt een schepenenbrief verleden door Abraham Jansz. Bonten bleker onder borgtocht van Jan Carelsz. Bonten en Andries Adriaensz., schout van Dubbeldam, inhoudende 1700 gl. kapitaal, sprekende op een blekerij met toebehoren buiten de Spuipoort, gedateerd 29 april 1627.

ORA Dordrecht inv. 767, f. 69v: op 8 mei 1629 verkoopt Aeltgen Jansdr., weduwe van Jan Jaspersz. Coninck, geassisteerd met Jan Jansz. Coninck, aan Willem Jansz. Bijl een huis in de Visstraat, genaamd de Zeehont, staande tussen het huis van de weduwe van Huijch Cornelisz. Nout en hethuis van [naam niet vermeld]. Waarborg: Jan Jansz. Coninck. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 3970 gl.

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 73 e.v.: op 29 mei 1629 verkopen Samuel van Baseroij, als man van Grietgen La Croij, Sander La Croij, Maeijken en Janneken La Croij, beiden ongehuwde personen, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer Pieter La Croij, allen kinderen en erfgenamen van Pieter La Croij de oude, aan Aelbert Janssen, knoopmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, genaamd “de Keern”, staande tussen het huis van Frans Geemansz. bakker en dat van Aert Joosten Verstappen. Waarborg: Warnaert Schrijvers, schilder en burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 768, f. 56: op 5 nov. 1630 comp. Claes Dircxsz. hellebaardier, Abraham Dircxsz., Isaack Dircksz., Willem Aertsz., getrouwd met Lijsbeth Dircx, voor zichzelf en vervangende Theunis Dircxsz., Neeltge Dircx, weduwe van Jacob de Vos, Willem Willemsz. bakker, als man van Sara Dircx en de nagelaten kinderen van Henrick Spel, resp. hun broer, zusters en zwagers, samen erfgenamen Dirck Anthonisz. Zij verkopen aan Jan Cornelisz. Coemen een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Willem Aertsz. metselaar en het huis, dat eertijds toebehoorde aan Jan Gillisz. oudschoenenmaker.

ORA Dordrecht inv. 768, f. 57: op 12 nov. 1630 verkoopt Jeremias van der Heijden, notaris en procureur, als procuratie hebbende van Johan Duijck, heer van Outcarspel, nomine uxoris erfgenaam van raadpensionaris [Anthonie]Duijck [raadpensionaris van Holland 1621-1629], blijkens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris Cornelis Vosmer op 9 okt. 1630, aan Jochum Fransz. Moets, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Bleijenhoek, staande tussen het huis van koper en het huis van Serge Siviton.

ORA Dordrecht inv. 1605 (nieuw), f. 8v e.v, akte dd10 okt. 1631: Jaques Henricxsz. Terwe, wonende te Utrecht, verkoopt voor 3000 gl. Jan Machielsz. bakker, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Visbrug, genaamd “den Groenen Hoet”, staande tussen hethuis van Cornelis Schouw en dat van de erfgenamen van de weduwe van Pieter Zegersz. beenhakker. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2000 gl.

ORA Dordrecht inv. 769, f. 52v: op 21 juli 1632 comp. Pieter Quintijnsz. van de Velde en bekent schuldig te zijn aan Johan Woutersz. een somma van 400 gl., te betalen over een jaar met 7% interest, daarvoor verbindende twee gehele huizen, erven en toebehoren, het eerste in de Oude Breestraat, tussen het huis van Marijcken Gillisdr. en het Loverstraatje en het tweede in de Vriesestraat, tussen het huis van Sijmon [sic] en hethuis van [niet vermeld]. Borg: Quintijn Pietersz. van de Velde, burger van Dordrecht. (In margine: schuldbrief geroyeerd op 2 sept. 1634.)

ORA Dordrecht inv. 769, f. 110: op 3 sept. 1633 transporteert Jan Matthijsz. Balen aan Cornelis Matthijsz. Balen een huis met toebehoren op de Nieuwe Haven genaamd Jerusalem, staandetussen het huis van Huijbrecht van Hocht en het huis van Willem Mathijsz. Kent betaald, promittit quitare, niet belast.

ORA Dordrecht inv. 770, f. 38v (om 345 gl. contant): op 19 juli 1634 comp. Bartholomeus Quintijnsz. van de Velde, als last hebbende van Franciscus van Tangeren, “operateur”, als man en voogd van Catharina Quintijnsdr.van de Velde, blijkens procuratie op 22 mrt. 1633gepasseerd voor notaris Sylvester Adriaensz., residerende op Zwijndrecht en verkoopt aan Jan Jansz., leertouwer en burger van Dordrecht een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Claes Thonisz. en dat van de weduwe van Leendert den Tuinman. Waarborgen: de comparent zelf en Quintijn Pietersz. van de Velde.

ORA Dordrecht inv. 770, f. 75 e.v.: op 28 april 1635 verkoopt Jan Willemsz. Bijl, zoon en enige erfgenaam van Willem Jansz. Bijl, aan Lowijs Moleschot, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Johan de With en dat van de weduwe van Huijch Cornelisz. Nout.

ORA Dordrecht inv. 770, f. 82 e.v.: op 16 mei 1635 verkoopt Adriaentgen Ockersdr. Nout, weduwe van Huijch Cornelisz. Nout viskoper, cum tutore aan Gerrit Sijmonsz. van Duijnen, viskoper te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis de Zeehond en het huis genaamd het Cromhout.

[Verponding Dordrecht anno 1633, f. 292: Thonis Pauwelsz. kanonier huurt van de weduwe van Huijch Cornelisz. Nout [belenders: de weduwe van Frans Rutten (het Cromhout) en Willem Jansz. Bijl (de Zeehond).

ONA Dordrecht inv. 86, f. 194, akte dd 21 juni 1647: Geeraerdt van Duijnen verhuurt aan Christoffel Bordels een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Wouter de Gelder, genaamd de Zeehond en het huis genaamd het Cromhout.]

ORA Dordrecht inv. 771, f. 42: op 17 nov. 1637 verkoopt Cornelis Evertsz. van Eijssel viskoper aan Geerit Goossensz. Ham viskoper een huis voor in de Visstraat, staande tussenhuis van koper en dat van Gerrit van Duijnen.

Jacob Gerritsz.Cuyp, Vismarkt (1627).

ORA Dordrecht inv 772, f. 51v e.v., 4 aug. 1638: Johan Bouquet, Maria Boucquet en de voogden van Arnoldus Boucquet verkopen aan mr. Pieter de Rovere, baljuw van Zuid-Holland een huis en toebehoren bij de IJzeren Waag [Wijnstraat tegenover de Wijnkoperskapel], staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan van Slingeland en dat van [niet vermeld], voor 5000 gl.

ORA Dordrecht inv. 772, f. 17v (om 1200 gl.): op 7 mei 1639 comp. Pieter en Bartholomeus Quijntijnsz. van de Velde en Franchoijs van Tangeren, als getrouwd hebbende Catarina Quijntijnsdr. van de Velde en verkopen aan Jan Danckertsz. van Drongelen, pasteibakker te Dordrecht, domum cum suis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Henrick Willemsz. Pastraet bierdrager en en dat vanLeendert Gillisz. huistimmerman, met nog een woninkje achter het huis van Pastraet, uitkomende in het Loverstraatje. Koper verkoopt aan Pieter Quijntijnsz. van de Velde 25 gl. 15 st. 10 penn. jaarlijkse losrente, daarvoor verbindende het voornoemde huis.

ORA Dordrecht inv. 772, f. 135: op 24 nov. 1640 verkoopt Leendert Arijensz. Spruijt, wonende op Dubbeldam, aan Abraham Lambertsz., burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat poortzijde, waar tegenwoordig uithangt ’t Endt vande Weerelt, staande tussen het huis van Gerrit van Duijnen viskoper en het huis van de erfgenamen van Thomas Teller. Waarborg: Cornelis Lenaertsz. Cappendijck, wonende buiten de Spuipoort.

ORA Dordrecht inv. 774, f. 9: (“om 500 gl.”) op 18 mrt. 1643 verkoopt Janneken Hectors, weduwe van Jan Cornelisz. bakker, cum tutore, aan Matthijs Engelbert, boekverkoper te Dordrecht, een huis in de Heer Matthijsstraat [Kolfstraat]. Waarborg: Leendert Jansz. bakker, burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 774, f. 33v: op 30 mei 1643 verkoopt kapitein Lowijs Molenschoth, burger van Dordrecht, aan Wouter de Gelder, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, genaamd de Zeehond, staande tussen het huis van Gerrit Sijmonsz. van Duijnen en dat van Johan de Wit, waar uithangt het Vergulde Vlies.

ORA Dordrecht inv. 774, f. 58v en 59r: op 3 okt.1643 verkoopt Cornelis van Beveren, ridder, heer van Strevelshoek en West-IJsselmonde, oud-burgemeester van Dordrecht, aan Christoffel Bordels, wijnroeier te Dordrecht, een huis, erf en toebehoren op de Nieuwe Haven [Varkenmarkt], genaamd de Croon, beginnende voor aan de straat van de Nieuwe Haven en strekkende tot aan het erf van mr. Nicolaes Schavart, tussen het erf van verkoper en het erf of gang van brouwerij het Haentje. Koper bekent schuldig te zijn aan verkoper 300 gl. met een jaarlijkse interest van 5 %, daarvoor verbindende het voornoemde huis, erf en toebehoren. In margine: op 15 okt. 1659 comp. Arijen van der Reijt uit naam van Joost Dircxz., getrouwd met de weduwe van Cristoffel Bordels en toonde de originele brief, waarbij bleek, dat de schuld volledigbetaald was.

ORA Dordrecht inv. 775, f. 42v: op 24 juni 1645 verkoopt Jan Cornelisz. Vijgeboom, burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Willem Jansz. van Ratingen, burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Lombardbrug, staande tussen de brug en het huis van Willem Joosten tingieter. Waarborg: Huijbert Roosboom, als last en procuratie hebbende van Pieter Hoochlander apotheker.

ORA Dordrecht inv. 775, f. 72: op 9 nov. 1645 verkoopt Jan Jansz. Dammerij, leertouwer en burger van Dordrecht, aan Hendrick Dircxsz., huistimmerman en burger van Dordrecht, voor 600 gl. een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van verkoper en dat Willem Aertsz. Jongbloet metselaar.

ORA Dordrecht inv. 775, f. 92v en 93: op 24 febr. 1646 verkopen Jan Joppen en Arnout Lacroij, als man en voogd van Dingenken Joppen aan Claes Willemsz., burger van Dordrecht, een huis in de Raamstraat, staande tussen het huis van Jan [“Lambert” is doorgehaald]Sebens schoenmaker en dat van Michiel Jacobsz. leertouwer.

ORA Dordrecht inv. 775, f. 106v: op 7 mei 1646 verkoopt Lowijs Moleschot, burger van Dordrecht, aan Cornelis Evertsz. van Eijssel, burger van Dordrecht, 1/4 part in een huis, zijnde een zouthuis, staande in de Visstraat tussen het huis, waar uithangt het Vlies en het huis van Gerrit Goessensz.

ORA Dordrecht inv. 775, f. 121 e.v.: op 20 juni 1646 verkoopt Baerthout Mesian, burger van Dordrecht, aan Genefaes Hermans, beenhakker en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Steegoversloot, genaamd den Coninck van Vranckrijck, staande tussen het huis van Jacob Gabriëlsz. le Blom en het huis van Geerit Henricxsz. Waarborg: Jan Ariensz. Mesian, burger van Dordrecht. Koper verkoopt aan Gijsbert van Dalen ten behoeve van de drie kinderen van verkoper, verwekt bij wijlen Geertruijt Corstiaensdr., zijn overleden vrouw, een jaarlijkse losrente van 55 gl., verzekerd op het voornoemde huis. Borg: Arijen Jansz., beenhakker en burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 775, f. 123: op 25 juni 1646 verkoopt schepen Johan van Beverwijck, als Vader van het Weeshuis te Dordrecht, aan mr. Lucas van der Staf, chirurgijn en burger van Dordrecht, een leeg erf in de Mariënbornstraat, liggende achter het huis, dat toebehoord heeft aan Elant Cornelisz. metselaar, strekkende achter van de “gemeene ganck” tot tegen het voornoemde huis.

ORA Dordrecht inv. 775, f. 147: op 21 nov. 1646 verkoopt Jannette du Bois, vrouw van Willem van Meroijen, tevoren weduwe van Gerrit [Goossensz.] van Colster, aan Stoffel Bordels een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van kapitein Gerrit van Duijnen en het huis van de weduwe van Jan van Piggelen. Waarborgen: Gijsbert van Dalen en Lambert Lambinon. Koper kent schuldig aan verkoopster een somma van 2000 gl., te betalen met 300 gl. jaarlijks en een interest van 5 % per jaar. Borgen: Jan Michielsz. Deijlman brouwer en Jacob de Moor biersteker, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 779, f. 81v e.v.: op 21 febr. 1654 verkoopt Maria Gosi, weduwe van Pieter Barthoutsz. van Esch aan Ysaeck Maertensz. van de Brande, burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van ds. Gosuinus Buijtendijck en dat van Arijen Stevensz. Scheij. Kent betaald, promittit quitare. Het huis is niet anders belast dan met 700 gl. kapitaal en de pandponden,welke koper belooft over te nemen. Waarborg: Steven Arijensz. Scheij.

ORA Dordrecht inv. 780, f. 83: op 3 febr. 1656 verkopen Damas Jansz. en Samuel Joosten Buijser, getrouwd geweest met Adriaentgen Fransdr., aan Aert Pietersz. Dammen, linnenwever te Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Leendert van Hingen en dat van Elisabeth Adriaensdr.

ORA Dordrecht inv. 780, f. 116: op 10 juni 1656 verkoopt Egbert Egbertsz., stratenmaker, als echtgenoot van Lijsbeth Cornelis, eerder weduwe van Jacob Evertsz. metselaar, aan Beliken Reijniersdr., weduwe van Boudewijn Wijnantsz. [van Sevenom] een huis aan ’s herenvest omtrent de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van Andries de Terri en dat van Helena Absouw. Waarborg: Grietgen Cornelisdr., weduwe van Jan Aertsz. Notemans, burgeres van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 784, f. 26v e.v.: op 2 juni 1665 verkoopt Jan van Halteren, burger van Dordrecht, aan Pieter Boeijman, hoedenmaker en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Houtsteiger, genaamd de Harde Bollen, staande tussen het huis van de weduwe van Lambert Schot en de Houtsteiger. De koper is schuldig aan verkoper 1575 gl.

ORA Dordrecht inv. 784, f. 41v e.v.: op 12 aug. 1665 verklaart Dirck Tegelberch, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Maurice de Castiliers,voormalig kapitein-luitenant, een bedrag van 400 gl., daarvoor verbindende een huis in de Grotekerksbuurt, genaamd de Drije Vergulde Kelcken, staande tussen het huis van Leendert van Sorgen en dat van Maerten Romeijn. Compareert mede Adriaen van Reijt, als procuratie hebbende van Berbera Tegelberch, bejaarde ongehuwde dochter, Abraham Tegelberch, Adriaen Beeldemaecker en Franchois van Dorsten en verklaart, dat de constituanten zich borg stellen voor Dirck Tegelberch, resp. hun vader en schoonvader.

ONA Dordrecht inv 331, akte dd 10 aug. 1667: Cornelis Hendriksz. van Blae, burger van Dordrecht, verkooptaan Govert Schoen de helft van een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Lijsbeth Pieters, de weduwe van Damis de scheijmaecker en het Sint-Laurensstraatje.

ORA Dordrecht inv. 786, f. 90: op 11 mrt. 1669 verkopen Corstiaen van de Graef Spaanse-stoelmaker, Gerrit Henricxsz. Hollant korenmeter, getrouwd met Dircxken Corstiaensdr., Jan Schut meester schoenmaker, getrouwd met Adriaentgen Aerts en Dionysius van der Dack, getrouwd met Grietgen Aerts, kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van wijlen Adriaentgen Aerts, weduwe van Corstiaen Theunisz., voor 1000 gl. aan Johan van der Linden, meester timmerman en burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Jan Melsze en de poort van het Heilige-Geesthuis ter Groter Kerk.

ORA Dordrecht inv. 786, f. 132v: op 12 nov. 1669 verkoopt Sijmon Onder de Linde, boekdrukker en burger van Dordrecht, aan Isaac van den Brande, timmerman en burger van Dordrecht, een huis met de woninkjes in zekere gang daarachter, staande in de Nieuwstraat en genaamd de Schenckkan, tussen het huis van Aert Evertsz. Troost en dat van de erfgenamen van Staes van Wageningen, voor 500 gl., deels in contant geld en deels met het overnemen van een schuldbrief van 300 gl. kapitaal.

ORA Dordrecht inv. 787, f. 34: op 10 juni 1670 verkopen de weduwe en erfgenamen van Geerit Maertensz. Clomp aan Jacob van der Hoeve, kuiper te Dordrecht, een huis in de Grote Spuistraat, staande tussen het huis van Jan Ariensz. van Amersfoort en dat van Dirck Bastiaensz. Koper kent schuldig aan Berbera Jans, weduwe van Geerit Maertensz. Clomp, een somma van 600 gl., te betalen over een jaar enmet een interest van 4%.

ORA Dordrecht inv. 787, f. 46 e.v.: op 30 juli 1670 verkoopt Beatrix [Beata] de Haen, weduwe en boedelhoudster van Johannes van der Net, enige erfgenaam van Dirck van der Net, drie huisjes in het Loverstraatje

ORA Dordrecht inv. 787, f. 96v: op 12 mei 1671 verkoopt Nicolaes Pluijm, binnenvaderin het Gasthuis, aan Jan Jansz. van der Wiel, burger van Dordrecht, een huis aan het einde van het Bagijnhof aan ’s heren veste, belend de vest aan de ene zijde en het huis van Cornelis Sandersz. Keijser aan de andere zijde, voor 60 gl. contant.

ORA Dordrecht inv. 787, f. 121v: op 24 aug. 1671 verkoopt Adriaen Cornelisz. de Veer, bakker te Dordrecht, als executeur-testamentair van wijlen Louijsken Jacobs, weduwe van Cornelis Willemsz. Brevoort, aan Jan Adamsz., meester huistimmerman te Dordrecht, een huis achter in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Ot Jansz. de Veer en de huisjes van verkoper, voor 2000 gl., betaald deelsmet contant geld en deels door het overnemen van een schuldbrief van 1000 gl. kapitaal,die Sijmon Cornelisz. de Vries daarop sprekende heeft. Verkoper verklaart zich “in zijn privé” voor de leverantie waarborg te stellen.

ORA Dordrecht inv. 788, f. 98: op 23 mei 1674 verkoopt Adriana Cop, weduwe van Jan Jarde, burgeres van Dordrecht, voor 200 gl. contant aan Salomon Lodewijksz., burger van Dordrecht, een tuintje of erf, gelegen in de Harnasmakersgang op de Riedijk, vanouds genaamd Lauw Schottentuin, “komende nevens zekere loods die koper daarbij staande heeft”.

28 sept. 1674: Leonart van Dongen, luitenant van een compagnie voetknechten in dienst van de Republiek, verhuurt aan Huijbert de Saer, brouwer en koopman te Dordrecht, zekere brouwerij, staande buiten de Vuilpoort, mitsgaders het achterste gedeelte van het volgende woonhuis daarnaast op de hoek van de Adriaenstraat, genaamd de Posthoorn, voor acht jaar voor 352 gl. 10 st. per jaar. Bij de huur is inbegrepen het gebruik van de mouterij, brouwketels, kuip en koelbakken. (ONA Dordrecht inv. 235, f. 257 e.v.)

26 mrt. 1676: Israël Couvin, schilder en burger van Dordrecht, is schuldig aan Cornelis van Rijnen, mede burger van Dordrecht, een bedrag van 200 gl., verbindende het huis waarin hij woont, staande in de Doelstraat tussen het huis van Jacobus van Driel en dat van Jacobus van der Mandelen. (ORA Dordrecht inv. 789, f. 85)

ORA Dordrecht inv. 790, f. 5 e.v.: op 25 febr. 1677 bekent Janneken van der Thuijnen, als last en procuratie hebbende van Maria van Elten, weduwe van mr. Hendrick van der Thuijnen, in die hoedanigheid schuldig te zijn aan Cornelis Nicolaes, burger van Dordrecht, een bedrag 350 gl., ter zake van een obligatie, die Arijen Jansz. Visser, inwoner van Sliedrecht, op 5 jan. 1677 ten overstaan van notaris A. van Neten heeft verleden ten behoeve van voornoemde Cornelis Nicolaes. Comparante belooft de schuld aan Nicolaes te voldaan met 50 gl. per jaar, daarvoor verbindende een huis op de Boom. Schuldbrief geroyeerd op 21 mei 1682.

ORA Dordrecht inv. 790, 121 e.v.: op 15 dec. 1678 verkoopt notaris Huijbrecht van der Hoop, als procuratie hebbende van Levina van Lith, weduwe Johannes van Bergen en dochter en mede-erfgename van Hendrick van Lith de oude, voor 1500 gl. aan haar broer Hendrick van Lith, de helft van een huis in de Grotekerksbuurt op de hoek van de Lombardbrug, genaamd “den Oliphant”, staande tussen de Lombardbrug en het huis van Claes de Meijer, waarvan de wederhelft toebehoort aan de koper.

ORA Dordrecht inv. 791, f. 30v e.v.: op 8 mei 1679 verkoopt Andries Kellenaer, scherprechter te Emmerik, weduwnaar van Ida van Anholt, dochter van mr. Willem van Anholt, in zijn leven scherprechter te Dordrecht, voor 300 gl. aan Herman Raeckmans, burger van Dordrecht, een huis op de Hil, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Gregoor en dat van de kinderen van Wouter van Gouthoeven, hem, comparant, aangekomen door overlijden van Willem van Anholt, zijn schoonvader. Waarborgen: Abraham Cools organist en Benedictus Kellenaer scherprechter te Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 791, f. 68, akte dd 24 okt. 1679: Catharina Jacobsdr. van de Moessel, weduwe van mr. Willem Cristiaensz. van Anholt, in zijn leven ledenzetter te Dordrecht, is schuldig aan Cathalijntge Hendricx Mimans, dochter van Anna de Bisschop, een bedrag van 150 gl., dat aan Cathalijntge is gelegateerd door haar grootvader Philips de Bisschop, in zijn leven ontvanger “van den appel” te Dordrecht, volgens een codicil gepasseerd voor notaris A. van Neten op 10 juli 1679. Catharina Jacobsdr. verbindt voor de nakoming hiervan een huis op de Boom, staande tussen het huis van Joost Joostensz. van Cappel en dat van Jan Willemsz. van Bergen.

ORA Dordrecht inv. 791, f. 91 e.v.: op 24 jan. 1680 compareren Aert Pietersz. Danser, Neeltgen Pietersdr. Danser, bejaarde ongehuwde dochter, Arijen Pietersz. Verdu, getrouwd met Sijchien Pietersdr. Danser en Servaes Aernoutsz. van Groenewegen, getrouwd met Machtelt Pietersdr. Danser, allen kinderen en erfgenamen van Pieter Aertsz. Danser, voor henzelf en als voogden over Dionijs en Pieter Arijensz., kinderen van Arijen Denisz. van Dongen enMaeijke Pietersdr. Danser, mitsgaders Damas van Slingelandt, als rentmeester van het Weeshuis te Dordrecht en van wege de Vaders en Regenten van het Weeshuis, waar Adriaentge Ariensdr., mede een dochter van Arijen Denisz. van Dongen en Maeijke Pietersdr. Danser, wordt onderhouden. Comparanten verklaren, dat na boedelscheiding aan Aert Pietersz. Danser is toebedeeld de eigendom van een huis, waar uithangt “de Veerschuit van Rotterdam”, staande op de Nieuwendijk omtrent de Riedijk, tussen het huis van de weduwe van Salomo Lodewijcxs en het huis van hun vader en dat aan Servaes Aernoutsz. van Groenwegen is toebedeeld het andere huis, dat door hun vader is nagelaten, eveneens staande op de Nieuwendijk naast het voornoemde huis en het huis van Laurens Pieters, waarvoor zij en de overige erfgenamen gecompenseerd zijn met andere goederen uit de nalatenschap van hun vader.

ORA Dordrecht inv. 792, f. 53v e.v.: op 11 sept. 1681 verkopen Arijen Bossij, mr.-huistimmerman wonende in Den Haag, Catharina Bossij, weduwe van Johannes Knars, Geertruijd de Ruijt, weduwe van Johannes Bossij, allen kinderen van Dievertje van de Maerel, die een volle zuster was van Elisabeth van de Maerel, en Abraham Klampert, als man van Maria van de Maerel, samen erfgenamen van voornoemde Elisabeth van de Maerel, in haar leven weduwe van Jan Paijen, fijnschilder en burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Matthijs Paijen, fijnschilder en burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Lambert Jacobsz. Cuijper en dat van Thomas Jansz. Kannee.

[Zie: Angenetha Balm-Kok, ‘Het geboortehuis van Reinier Goudsbergen’, in: tijdschrift Oud-Dordrecht 26 (2008), nr 3, p 78].

ONA Dordrecht inv. 260 (notaris A. Meijnaert), f. 131: op 2 okt. 1684 verkoopt Thomas Hendrixsz. Wettingh, meester-kuiper en burger van Dordrecht, aan Ludolff van Hattem, loodgieter en burger van Dordrecht, een huisin de Voorstraat, staandetegenover de Munt tussen het huis van ds. Henricus Francken en dat van de weduwe Stoop. De koopsom bedraagt 1400 gl. van 40 groten Vlaams het stuk. Akte door beiden ondertekend.

ORA Dordrecht inv. 793, f. 114 e.v.: op 31 okt. 1684 verkoopt Sijmon de Vries, veertigraad van Dordrecht en brouwer in “het Roode Hardt”, aan kapitein Thomas Rijckers, brouwer in “het Witte Hart”, en diens vrouw Beatrix van Eijssel, die eerder weduwe was van Cornelis de Vries, de broer van verkoper, ieder de helft in de helft van brouwerij “het Witte Hart”, staande [aan de Groenmarkt]tegenover de Visbrug en strekkende van voren uit de straat tot achter op de Varkenmarkt, belend aan de ene zijde door het huis van Catharina van Beverwijck, weduwe van burgemeester Johan van Mewen en aan de andere zijde door het huis van Reijnier Duijser loodgieter, voorts de helft in de helft van een huis, staande als voren, tussen het huis van Reijnier Duijser en dat van de kinderen enerfgenamen van Pieter Dircxz. Codees, en tenslotte de helft in de helft van een mouterij en huis in de Grote Spuistraat, staande op de hoek van de Oude Breestraat, van welke drie genoemde panden aan Beatrix van Eijssel de wederhelft toebehoort. De totale koopsom bedraagt 17.000 gl. Kopers zijn schuldig aan verkoper een somma 8500 gl. De schuld wordt voldaan en de betreffendehypotheekbrief geroyeerd op 25 okt. 1685.

ORA Dordrecht inv. 793, f. 118v e.v.: op 25 nov. 1684 verkoopt Johan Ooms, veertigraad en gewezen brouwer te Dordrecht, aan Sijmon de Vries Sijmonsz., veertigraad en burger van Dordrecht, een huis en brouwerij genaamd “het Rode Hart”, voorheen “de Vier Aiminskinderen”, met een klein huisje voor aan de straat, direct naast die brouwerij gelegen, staande [aan de Groenmarkt] tegenover het Stadhuis tussen het huis van Adriaen van Dorsten en dat van Nicolaes de Meijer koperslager. De brouwerij komt aan de achterzijde met een gang uit in de Houttuinen of Nieuwe Haven. De koopsom bedraagt 22.500 gl. Bij de koop zijn inbegrepen al het vaatwerk en de losse en andere goederen, die tot de brouwerij behoren, alsmede de roerende goederen, welke door schepenen van Dordrecht zijn getaxeerd op 5512 gl.

ORA Dordrecht inv. 794, f. 17: op 8 mei 1685 verkoopt Catharina de Both, weduwe van de [kunst-]schilder Reijnier Couvijn, burger van Dordrecht, aan Gillis van Ooth, burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan Muijs en dat van de weduwe van Herman Nijssen, voor 900 gl.

ORA Dordrecht inv. 794, f. 19: op 9 mei 1685 verkoopt Jan Francken, “ijsertelder” te Dordrecht, aan Vester [Sylvester] Mol, arbeider te Dordrecht, een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Rochus Rees en dat van Pieter … [sic] schuitenvoerder, voor 500 gl. contant.

ORA Dordrecht inv. 795, f. 127 e.v.: op 3 nov. 1688 verklaart Eva Ros, weduwe van Corstiaen van Daelen, koolweger en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan ds. Henricus Francken, predikant te Dordrecht, een somma van 750 gl., verbindende een huis in de Heer Heymansuysstraat.

ORA Dordrecht inv. 795, 128: op 4 nov. 1688 verkoopt Jan Tromp, mr. smid en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Poulus Pietersz. schiptimmerman, voor 1150 gl. aan Jacobus de Bruijn een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van de verkoper en dat van de weduwe van Herri Pietersz.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 8: op 22 febr. 1691 verkopen Arent Kuijter en Bartholomeus van der Star, als echtgenoot van Elsje Kuijter, beiden burgers van Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Jacob Jansz. Kuijter voor 350 gl.aan Matthijs van Wangh, meester kleermaker en burger van Dordrecht een huis op de Riedijk, staande voor bij het Hoefijzerpoortje tussen het huis van Thomas Hendriksz. Wittingh en dat van Herman Coomans.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 92r en v: op 22 mrt. 1692 transporteert Andries Kool, winkelier te Dordrecht, aan Lambert Vogels, leertouwer te Dordrecht, een huis, erf en toebehoren in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van de weduwe van Lambert Bovij en dat van Jan Hermansz., voor 250 gl. contant

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 23v e.v.: op 7 mei 1693 verkopen Dirck Clootwijck, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Stephanus de la Tombe, weduwnaar van Catarina van Clootwijck, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen van St. Michiel in Putten (Middelharnis) op 4 mei 1693, en Aart Bane van Clootwijck, samen kinderen en erfgenamen van Adriaen van Clootwijck en Pauline Bane, voor 825 gl. aan Johannes Gijsbertsz. van Rossum, wonende in Rotterdam, een huis en kelder daarnaast onder de Wijnbrug, staande op de Wijnbrug, waar uithangt “het Beleg van Alckmaer”, “onder speciale conditien, te weten, het voorste huijs van outs genaemt Schiedam, zoodanigh ’t selve tegenwoordigh bewoont wert, wel verstaende dat den gevel, comende tusschen ’t voorn, huijs en dat van ’t huijs Alckmaer, sal dienen tot gebruijck van beijde de huijsen”.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 147: op 18 sept. 1694 verkooptMaria Haguet, weduwe van Cornelis van der Spoor, in zijn leven burger van Dordrecht aan Francina van Esch, vrouw van Dirck Monsieur, tegenwoordig zijn affaires doende in Oost-Indië, een huis, erf en toebehoren op de Vogelmarkt [= Groenmarkt], staande tussen het huis van Anthonij Repelaer en dat van de weduwe en erfgenamen van schout Leendert Vinck, voor 1800 gl., zowel contant als met het overnemen van een schepenenschuldbrief van 1700 gl. kapitaal, die Cornelia van Bergen op het huis sprekende heeft.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 1v e.v.: op 11 jan. 1695 verklaart Joris Claesz. van Bellen,gewezen mr. kleermaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Laurens de Jongh, arts te Dordrecht, een somma van 900 gl., hem, Van Bellen, verstrekt “tottet coopen van sijn cost desselfs leven lanck geduerende in het oude manhuijs” te Dordrecht, verbindende zijn huis bij de Grote Vismarkt, waar uithangt “den Witte Hasewint”, staande aan de havenzijde tussen het huis, dat is nagelaten door de weduwe van Gijsbert Onder de Linde en dat van mr. Johannes Croes chirurgijn.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 3: op 18 jan. 1695 verkoopt Bartholomeus van der Hoeven, burger van Dordrecht, voor 80 gl. aan Claas Claasz. Neve, schuitenvoerder en burger van Dordrecht, een huis op de Walevest, staande tussen het huis van de heer ontvanger De Bruijn en het huisje van Andries Poulusse.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 5v: op 28 jan. 1695 verkoopt Jesijntje Merkens, weduwe van Hermanus van Dorsten, huistimmerman en burger van Dordrecht, voor 171 gl. aan Dirck van Doorn mr. huistimmerman een huis in de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Johannes van Wageningen en dat van de kinderen Van Hal.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 51v e.v.: op 29 juni 1695 verkoopt Pieter van Lier, viskoper en burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Wouter Paeke, maselaar en burger van Dordrecht, een huisje op de stadsvest tussen de Dolhuisstraat en Ruitenstraat, staande tussen het huis van kapitein Jan Boon en de erfgenamen van juffrouw Braats. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 100 gl.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 52v e.v.: op 2 juli 1695 verklaart Metje Cornelisdr. van der Proeff, weduwe van Jan Ariensz. Hoevenaar, schuldig te zijn aan Pieter van Lier, viskoper en burger van Dordrecht, een somma van 125 gl., verbindende een huisje in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Cornelis van der Proeff en dat van Lijntje Jacobs.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 57v: op 9 juli 1695 verkoopt Henderick Scheij, burger van Dordrecht, aan Steven Steen, viskoper en burger van Dordrecht, voor 400 gl.twee naast elkaar staande huizen in het Loverstraatje, staande tussen het huis van Jacobus van der Werff en dat van Willem Schadee.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 62v: op 28 juli 1695 verkopen Arijen Dura mr. timmerman en Claas Joosten van Tienen mr. timmerman, burgers van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Claas Jansz. van der Hoeck, schiptimmerman en burger van Dordrecht, de “Schotsen Tuijn” [de Schotsentuin, vernoemd naar Laurens Jansz. Schot, kapitein van een oorlogsschip, verbond tot 1970 de Pompstraat met de Riedijk en had een vertakking, die uitkwam in de Bleijenhoek] bestaande uit negen woninkjes, staande omtrent de Riedijk, strekkende tot aan de sluis en belend aan de andere zijde door het huis van Van Wessum.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 66: op 9 aug. 1695 verkoopt Steven Machielsz., brouwersgast en burger van Dordrecht, voor 250 gl. aan Matthijs van Doorn, viskoper en burger van Dordrecht, een huis op de Hil, staande tussen het huis van Adriaan Vervoorn en de brandgang.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 68: op 6 sept. 1695 verkoopt kapitein Jeremias van der Monden, burger van Dordrecht, voor 153 gl. aan Mattheus Sonnemans, muntmeester van de Munt van Holland, een huis in het Maselaarsstraatje, staande tussen het huis van de koper en dat van de weduwe van Cornelis Cuijper.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 76v: op 1 okt. 1695 verklaart Arij Sandersz. van der Boeff, bierdrager en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Pieter van Lier, viskoper en burger van Dordrecht, een bedrag van 150 gl., verbindende een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Johannes Stabroeck en dat van Grietje … [sic].

ORA Dordrecht inv. 799, f. 78v: op 16 okt. 1695 verkoopt Rochus Jansz. van Groeningen, burger van Dordrecht, voor 1150 gl. aan Matthijs Huijbertsz. van der Sande, marktschipper van Dordrecht op Breda, een huis in de Grotekerksbuurt, vanouds genaamd “Blenckvliet”, staande tusseneen huis van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht en het huis van de weduwe Van der Geest.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 149: op 28 juni 1696 verkoopt Adriaen Roels, koopman te Dordrecht, aan Jan Roels, mede koopman aldaar, voor 300 gl.een vierde deel van een runmolen, staande op het einde van het eiland buiten de Kalkhaven.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 149v e.v: op 30 juni 1696 verkopen Gijsbert de Jager en Jan de Bedts, notarissen te Dordrecht, en Rochus van de Krab, die door het Gerecht van Dordrecht zijn aangesteld tot curatoren over de insolvente boedel van Pieter van Gutgens volgens besluit dd 20 aug. 1695, voor 8825 gl. aan Henricus Francken, predikant te Dordrecht, en diens zoon, mr. Gerard Francken, advocaat voor het Hof van Holland, een nieuw gebouwd, sterk en welgelegen blok pakhuizen, bestaande uit vier pakhuizen, waarvan er één is “geapproprieert” tot een woonhuis, en een trasmolen, staande op het nieuwe eiland, anders genaamd de Kalkhaven, tussen het stadserf en het huis van Sijmon van Driell. De koopsom is gebracht in consignatie van de stad Dordrecht door Gerard Francken onder secretaris De Witt.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 153: op 10 juli 1696 verkoopt Johannes Cantius, predikant te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Johannes Vianen, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Lange Houten Brug, van achteren uitkomende tegen het huis van Hopman, in welk huis de koper thans woont. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1400 gl.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 154 e.v.: op 11 juli 1696 verklaart Aelbert Matthijsz., wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan mr. Johan Halling, lid van de Oudraad en advocaat te Dordrecht, een somma van 3000 gl. Comp. mede Matthijs Albertsz., die verklaart zich borg te stellen voor deze schuld, verbindende een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van kapitein Adriaan van der Werff en het huis van de tweede comparant.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 154 e.v.: op 12 juli 1696 verkoopt Lijntje Jansdr. Duijn, als procuratie hebbende van haar man, Heijmen Jansz. Boogert, schipper op het jacht “de Haas” te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris F. de Caesteker op 8 febr. 1696, voor 470 gl. aan kapitein Johannes van Limborgh een huis in de Steenstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Lodewijck van Loo en dat van verkoopster. Comparante verkoopt tevens voor 470 gl. aan Adriaan Cocq, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Steenstraat, staandetussen het huis van Willem Vermeulen en dat van verkoopster.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 158 e.v.: op 21 juli 1696 verkopen Pieter Muijs en Adriaan Hagoort, notarissen te Dordrecht, als curatoren van de insolvente boedel van Jacob van Dalen, burger van Dordrecht, tevens vervangende hun mede-curator Johan van der Hoop, voor 3100 gl. aan laatstgenoemde “in sijn privee” het huis genaamd “de Colff”, thans een herberg,staande in de Kolfstraat omtrent de Beurs [Voorstraat] tussenhet huis van kapitein Damis Hooghlander en dat van Dirk Stoop, met de tuin, die er achter ligt. Dezelfde verkopers in hun voornoemde hoedanigheid verkopen voor 775 gl. aan de meerderjarige kinderen en de voogden van de minderjarige kinderen van Jacob van Dalen een pakhuis op de Stadsvest achter de Botgensstraat. Jeremias en Maeijcken van Dalen, meerderjarige kinderen van Jacob vna Dalen, alsmede Philips van Hoogstraten en Gelijn Cloot, als voogden van de minderjarige kinderen, verklaren, dat zij te hunnen laste nemende resterende800 gl. in een schuldbrief van 1200 gl., op 7 mei 1687 verleden door Pieter Verpoorten koekenbakker, en voor zoveel die 1200 gl. aangaat door Jacob van Dalen op 22 sept. 1691 als koper van het voornoemde pakhuis in mindering van de kooppenningen ook te zijnen laste behouden.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 169r en v: op 8 sept. 1696 verkoopt Cornelis Buijs, bierdrager te Dordrecht, aan Lammert Vogels, leertouwer te Dordrecht, een huis en erf in de Kromme Elleboog, tussen het huis van Michiel van Aansorgen en het huis van Jenneken Jansz., betaald meteen somma van 600 gl., “soo in contanten als dat den cooper, hier mede compareerende, verclaarde tot sijnen laste is nemende een schepenen schultbrief van hondert gul., die Hendrick van Aansorgen op’t selve huijs te pretenderen heeft” en nog een schepenenschuldbrief van 300 gl., die Jan Jansz. Crullaert op het huis sprekende heeft.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 176v: op 4 okt. 1696 verkopen Arie Govertsz. Schermer en Willem de Focker, wonende te Heusden, als erfgenamen van Anthonij de Focker, die is overleden te Heusden, aan Rijnier Raats, tavernier en burger van Dordrecht, een derde part van een huis bij het Groothoofd, staande tegen de stadsmuur tussen het huis van de weduwe Mouthaen en dat van Kaetje Gielen Cumsius, welk huis is verhuurd aan Jan van Eijsden.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 179: op 17 okt. 1696 verklaart Arij Pietersz., burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Govert de Nijsse, viskoper en burger van Dordrecht, een somma van 200 gl., verbindende een huis op de Riedijk, staande tussen de Riedijkspoort en het huis van Mouthaan.

ORA Dordrecht inv. 869, f. 38v: op 8 juni 1697 comp. Severijn van Bragt, koopman te Dordrecht, als last en procuratie hebbende van Godefridus Schalcken en verklaarde verkocht te hebben aan Pieter Willemsz. Roobol, “warmoesier” binnen Dordrecht, zekere tuin of beterschap van erve, gelegen op grond van de [heerlijkheid van de] Merwede buiten Dordrecht in het “Peronnepaetje” tussen de kruisweg van de Vriesepoort en de kruisweg van de Sint Jorispoort, belend door de tuin van Paulus van Hoven en de tuin van Sander de Bond, voor 500 gl. contant. [Verkoper is ongetwijfeld de vermaarde Dordtse schilder Godfried Schalken.]

Zelfportret van Godfried Schalken (1643-1706).

ORA Dordrecht inv. 1636 (nieuw), f. 123 e.v.: op3 mei 1698 verkoopt Athonij van der Flonck, mr. timmerman en burger van Dordrecht, voor 1680 gl. aan Mauris Boucquet mr. chirurgijn een huis in de Voorstraat omtrent de Vismarkt, staande tegenover brouwerij “het Vlies” tussen het huis van de kinderen van Nicolaes Leemans zilversmid en dat van Dirck van den Berg. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1636 (nieuw), f. 124: op 6 mei 1698 verkoopt Nikolaas Rijckaert, apotheker te Dordrecht, voor 1700 gl. aan Govert van Wesell, veertigraad van Dordrecht, een huis recht tegenover de Lombardbrug, staande tussen brouwerij “den Ancker” en de Lombardstraat.

ORA Dordrecht inv. 1636 (nieuw), f. 126v e.v.: op 6 mei 1698 verkoopt Jan van den Brandelaar, thesaurier van Dordrecht, voor 2200 gl. aan Hendrick van den Wijngaert, burger van Dordrecht, een huis omtrent Kraan Roodermont, staande naast het huis van Wessel de Ruijter.

ORA Dordrecht inv. 1636 (nieuw), f. 130 e.v.: op 7 mei 1698 verkoopt Bartholomeus van der Kemp, burger van Dordrecht, als testamentaire voogd over de kinderen van Heijltje van der Kemp, samen erfgenamen van Johannes van der Kemp, de vader van de comparant, voor 1625 gl. aan Rochus Jansz. van Groeningen, burger van Dordrecht, een huis op de Tolbrug aan de Landzijde tegenover de Beurs, staande tussen het huis van Sebastiaen van Wageningen horlogemaker en het huis van de koper.

ORA Dordrecht inv. 801, f. 29r en v: op 19 mrt. 1699 comp. Bastiaan en Maeijcke van Dalen, meerderjarige kinderen van Jacob van Dalen en Susanna van der Meer, mitsgaders Philips van Hoogstraten en Geleijn Cloot, kooplieden te Dordrecht, als gestelde voogden over de minderjarige kinderen van voornoemde Jacob van Dalen en Susanna van der Meer. Zij verklaren publiekelijk te hebben verkocht en bij deze te transporteren aan Lammert Vogels een huis en erf in de Nieuwstraat, belend door het huis van Sandifort aan de ene en dat van Van der Straten aan de andere zijde, betaald met 640 gl. contant.

ORA Dordrecht inv. 869, f. 56 v: op 8 sept. 1699 verkopen Arij Willemsz. Roobol, Pieter Willemsz. Roobol, Abraham Pietersz. Doura, getrouwd met Pietertje Willemsdr. Roobol en Claas Henricxsz. Blanckert, getrouwd met Cornelia Willemsdr. Roobol, kinderen en erfgenamen van Willem Ariensz. Roobol, in zijn leven burger en bouwman buiten Dordrecht, aan hun broer Jacobus Willemsz. Roobol, tuinman en burger van Dordrecht, een huis buiten de Vriesepoort, staande op grond van de [heerlijkheid van de] Merwede aan de Hoogendijk tussen de weide van de heer Zantheuvel en het huis van de heer Van der Kesel, voor 700 gl. contant.