Kwartierstaat Van Erff (Van Erven)

Geraadpleegde literatuur:

M. Balen, Beschrijvinghe der stad Dordrecht (Dordrecht 1677)

E. van Heijningen en C. Sigmond, De huizen Roodenburch en Henegouwen (2),in:Oud Dordrecht 2006, nr. 2, p. 33 e.v.

1. Maaijke van Erven, gedoopt NG Dordrecht 20 dec. 1760

2. Gijsbert van Erff, gedoopt NG Dordrecht 21 mrt. 1724 (buitenechtelijk), jongman van Dordrecht wonende in de Oude Breestraat (1745), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 juli/15 aug. 1745 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Marijke Lamberts, vrouw van Thomas van Diepenbrugge, de bruid met haar moeder Willempie Donk weduwe van Cornelis van Westervoort)

3. Magtelt van Westervoort, gedoopt NG Dordrecht 31 dec. 1723, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwendijk (1745), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 april 1784 (Maggeltje van Westervoort, huisvrouw van Gijs van Erfen, in de Breestraat, laat kinderen na)

ORA Dordrecht inv. 1669, f. 118v: op 24 de. 1776 verkoopt Pieter van Stralen, korenmeter te Dordrecht, als procuratie hebbende van Anna van Aken, weduwe van Huijbert van der Schulp, wonende te Dordrecht, voor 425 gl. aan Gijsbert van Erff, wonende te Dordrecht, een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Cornelis van der Werff en dat van [NN] Kuijpers.

4. Gijsbert van Erff, gedoopt NG Dordrecht 16 mrt. 1699, jongman geboren en wonende te Dordrecht (1729), weduwnaar van Dordrecht wonende op de Vest aan de Kleine Spuistraat (1745), kuiper (vermeld 1745), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 17 april 1756 (Gijsbert van Erf in de Kleine Spuistraat, laat kinderen na, “beste graft”),trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 7 mei 1729 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw van Maasdam dd 6 mei 1729) Dirksje Weijers jonge dochter wonende te Maasdam (1729), 2e Gerecht/NG Dordrecht 2/19 sept. 1745 (de bruid geassisteerd met haar stiefmoeder Pieternella Wor, laatst weduwe van Jan van der Staff ) Berbera van de Graaff, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Hoogt (1745)

– 9 mei 1727: Albertus van Nievelt, notaris te Dordrecht, als gemachtigd door de Kamer Judicieel van Dordrecht tot het verkopen van het na te noemen effect, dat is nagelaten door Christiaan Bergers, hospes in “’t Prinsen Hoff” buiten de Sluispoort, verkoopt voor 380 gl. aan Gijsbert van Erff, burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huisjes in de Bakstraat buiten de Sluispoort. [Belenders niet vemeld.]

– 20 sept. 1729: Gijsbert van Erff, burger van Dordrecht, verkoopt voor 280 gl. aan Matthijs de Montee, maselaar en burger van Dordrecht, twee huisjes met de gang ertussen, staande buiten de Sluispoort in de Bakstraat tussen het huis van Pieter van Heel en dat van Marcelis [NN] (ORA Dordrecht inv. 1754, f. 37v)

– 12 okt 1745: Isaaq Spaen, koopman van Dordrecht, alsprocuratie hebbende van Susanna Terwen, weduwe van Jacob Braats, wonende te Dordrecht, volgens akte gepasseerd ten overstaan van not. Pieter van Well te Dordrecht op 8 okt. 1745, verkoopt aan Gijsbert van Erff, kuiper te Dordrecht, een huis in de Kleine Spuistraat, staande met het achterste gedeelte tussen het huis van Cornelis van Nispen en dat van Johannes van Eijl, voor 250 gl. contant. (ONA Dordrecht inv. 821, f. 105v e.v.)

– 10 jan. 1747: testeren Gijsbert van Erff en Berbera van de Graaff, echtelieden wonende te Dordrecht. De testateur benoemt tot zijn universele erfgenamen zijn vijf voorkinderen. t.w. Cent, Aaltje, Trijntje, Gerrit en Huijbert van Erff en zijn voornoemde vrouw voor een kindsgedeelte. De testatrice benoemt haar man tot universeel erfgenaam. De testateur benoemt zijn broer Pieter van Erff, wonende te Dordrecht, tot voogd over zijn minderjarige kinderen. Hij tekent, zij zet een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 928, f. 13 e.v.)

– 11 mei 1756: extract van het bovenstaande testament ingeschreven in het weesboek, met de aantekening “Willem van Hiesvelt verklaart de voogdij aan te nemen in plaats van Pieter van Erff. (Weeskamer Dordrecht inv. 35, f. 310)

– 11 juli 1758: Berbera van de Graaff, weduwe en voor een kindsgedeelte erfgenaam van wijlen haar man Gijsbert van Erff en derhalve voor7/12 delen eigenares van het na te noemen huis, Cent van Erff voor zichzelf en in dezevervangende zijn zuster Aaltje van Erff, beiden meerderjarig en ongehuwd enWillem van Hiesvelt, door het Gerecht van Dordrecht op 11 mei 1756 aangesteld tot voogd over de minderjarige kinderen van Gijsbert van Erff, t.w. Trijntje en Huijbert van Erff, samen met hun broer Gerret van Erff, die ab intestato is overleden, erfgenamen van hun vader Gijsbert van Erff en dientengevolge voor 5/12 delen eigenaren van het hierna te vermelden huis, verkopen aan Willem van Eijl, burger van Dordrecht, een huis in de Kleine Spuistraat, met het achterste deel belend aan het huis van Cornelis van Nispen aan de ene zijdeen het huis van koper aan de andere zijde, voor 184 gl 10 st. contant. (ORA Dordrecht inv. 826, f. 116v e.v.)

Gijsbert van Erff hadeen buitenechtelijke verhouding met

5. Marike Lammers (Lamberts), gedoopt NG Dordrecht 5 jan. 1705, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Breestraat (1735),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8/24 juli 1735 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Marijke van Trigt, weduwe van Tomas van Diepenbruggeen de bruid met haar moeder Grietje de Ruijter, weduwe van Lambert Aelbertsz.) Thomas van Diepenbrugge jongman van Dordrecht wonende in de Breestraat (1735)

6. Cornelis van Westervoort, gedoopt NG Dordrecht 2 april 1701, jongman van Dordrecht wonende bij de Riedijk (1722), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 3 april/3 mei 1722 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Annetje de Vries weduwe van Gerrit van Westervoort, de bruid met haar zuster Caetje Donk, vrouw van Aert van der Mijl)

7. Willemijntie (Willempie) Donk, gedoopt NG Dordrecht 30 mrt. 1693, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Torenstraatje (1722)

8. Cent Hubertsz. Erff, jongman van Dordrecht, kuipersgast wonende in de Botgensstraat (1688),weduwnaar van Dordrecht (1707), kuiper in brouwerij “de Bel” (vermeld 1725, 1729), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 12 nov. 1729 (Sent van Erf, kuiper in “de Bel”, in de Grote Spuistraat, laat kinderen na), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 19 juni/3 juli 1707 (de bruid geassisteerd met haar zuster Anna van der Beeck en met mondeling consent van haar vader) Lena (Helena) van der Beeck, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Lombardstraat (1707), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 13 jan. 1730 (Leena van der Beek, weduwe van Sent van Erf, in de Raamstraat, laat geen kinderen na, graf aan het klokhuis),1eNG Dordrecht 15/29 febr. 1688

9. Trijntje Gijsbertsdr. (Wels,Welst), gedoopt NG Dordrecht 15 febr. 1669, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Oude Breestraat (1688), overleden vóór 19 juni 1707

– 20 jan. 1725: testament van Cent Huijbertsz. van Erff, kuiper in brouwerij “de Bell” en zijn vrouw Lena van der Beeck, inwoners van Dordrecht, gepasseerd voor notaris J. Beudt. De testateur benoemt tot erfgenamen zijn vier voorkinderen, genaamd Geertruijd, Huijbert, Geijsbert en Pieter van Erff, in een eerder huwelijk door hem verwekt bij Trijnte [sic] Wels, elk “in hunne bloote ende simpele legitime portie” en zijn vrouw Helena van der Beeck in een gerecht kindsgedeelte. Tot erfgename van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij Aletta van Erff,dochter uit zijn tweede huwelijk. De testatrice benoemt tot universeel erfgenaam haar dochter Aletta van Erff, op voorwaarde dat haar man, Cent van Erff, zijn leven lang het vruchtgebruik van de door Aletta te erven goederen zal hebben. Zij benoemen elkaar tot voogd over hun minderjarige erfgenamen en als medevoogd hun zwager Jacob Mouthaan, burger van Dordrecht. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 887, akte 7)

Kinderen (ex 1):

a. Huijbert van Erff, trouwde Anna van Tongerloo

– 21 sept. 1743: testament van Huijbert van Erff, “aen een accedent onpasselijk”zijnde en Anna van Tongerloo, echtelieden wonende te Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot universeel erfgenaam. De langstlevende zal gehouden zijn hun beide dochters te alimenteren tot zij mondig zijn of gaan trouwen en hun dan een bedrag van 100 gl. uit te keren. Zij stellen de langstlevende van hen beidenaan tot voogd en benoemen tot medevoogden Nicolaes van Tongerloo, vader van de testatrice en Nicolaas Wels, oom van de testateur. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 785, akte 23)

b. Gijsbert van Erff (= kwartier 4)

10. Lambert Aelbertsz. Vijffhoeck, gedoopt NG Dordrecht 31 jan. 1678, jongman van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1700), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12/26 sept. 1700 (de bruidegom geassisteerd met zijn moederMarijcken Lambertsdr. Rammon, de bruid met haar moeder Sara Jans)

11. Grietje Willemsdr. de Ruijter, gedoopt NG Dordrecht 11 april 1670,jonge dochter van Dordrecht wonende in de Raamstraat (1700)

12. Gerrit Jansz. (van Westervoort), jongman van Dordrecht (1694),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14 febr./1 mrt. 1694 (de bruidegom geassisteerd met Frans Gerritsz. van Westervoort, zijn oom, de bruid met haar moederAnnetie van der Linden, zijn getrouwd in de Augustijnenkerk)

13. Anna Aertsdr. de Vries, gedoopt NG Dordrecht 1671, jonge dochter van Dordrecht (1694)

14. Willem Donck (Donckkan), jongman van Maastricht,opperman wonende in Heer Heymansuysstraat (1665), weduwnaar van Heusden [sic], tuinman (1684), hovenier wonende in de Heer Heymansuysstraat(1685), zwavelstokmaker (vermeld 1686), trouwde 1e NG Dordrecht 12/24 april 1665 (getrouwd met consent van de burgemeester) Catelijntje Jans, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Heer Heymansuysstraat (1665), 2e Maria Mansveld,begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 7 mrt. 1684 (de vrouw van Willem Donckan tuinman in de Heer Heymansuysstraat tegenover de Vrankenstraat), trouwde 3e NG Dordrecht 9/24 dec. 1685

15. Macheltie Sijmons, gedoopt NG Dordrecht 8 juni 1658, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Wilgenbos (1685)

– 2 jan. 1674: attestatie voor Willem Dunkaen en zijn vrouw Margriet Mansveld, wonende buiten de St. Jorispoort, vertrokken naar Heusden (DTB NGDordrecht)

– 26 dec. 1679: gedoopt Abraham, zoon van Willem … en Grietje … [sic] (NG doopboek Heusden)

– 2 aug. 1684: begraveneen kind van Willem Donckan, tuinman in de Heer Heymansuystraat (Begraafboek Nieuwkerk Dordrecht)

– 30 dec. 1686: begraven een kind van Willem Donckan, zwavelstokmaker in de Heer Heymansuysstraat (begraafboek Nieuwkerk Dordrecht)

– 3 sept. 1688: begraven een kind van Willem Donkandt in de Heer Heymanssuysstraat (begraafboek Nieuwkerk Dordrecht)

16. Huijbert Mathijsz. van Herft (van Herps, van Erf), jongman van Maastricht, brouwersgast wonende bij de Lombardbrug (1660), trouwde NG Dordrecht/Hendrik-Ido-Ambacht 25 april/9 mei 1660

17. Marijke Centen, geboren naar schatting ca. 1635, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Oude Breestraat (1660)

– 21 juni 1678: begraven een kind van Huijbert Mattijsz. opperbrouwer in de Botgensstraat (Begraafboek Grote KerkDordrecht)

– 7 juli 1690: een baar in de Botgensstraat voor de dochter van Huijbert van Erf opperbrouwer in brouwerij “den Ancker” (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

18. Gijsbert Jacobsz. Wels, gedoopt NG Dordrecht jan. 1635, viskoper,overleden ca. 1690, trouwde ca. 1660

19. Geertje (Geertruij) Paulusdr. (van der Eng), geboren naar schatting ca. 1635, overleden vóór 4 mei 1693

– 14 juli 1671: Gijsbert Jacobsz. Wels en Dirk van de Graeff, als behuwd ooms en voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Trijntgen Claes, weduwe van Claes Paulusz. van der Engh, verkopen voor 1730 gl. aan Hester van der Meer, weduwe van Richard Otleij, een huis in de Vriesestraat, staande tussen de rosmolen en het huis van Esaijas Segersz.(ORA Dordrecht inv. 787, f. 117v)

– 9 jan. 1687: Jacobus van der Linde, burger van Dordrecht, verkoopt voor 600 gl. aan Gijsbert Jacobsz. Wels, burger van Dordrecht, een visstal op de Grote Vismarkt. De koper is schuldig aan Niesken Jacobsdr. Wels een bedrag van 600 gl. (ORA Dordrecht inv. 877, f. 1 e.v.)

– 4 mei 1693: Vincent Timp, burger van Amsterdam, en Adriaen Hagoort, notaris te Dordrecht, als curators van de insolvente en “geabandonneerden” boedel van wijlen Gijsbert Jacobsz. Wels en Geertje Paulus, in hun leven echtelieden wonende te Dordrecht, verkopen aan Huijbert van Heijst, binnenvader in het Krankzinnigenhuis te Dordrecht, voor 1100 gl. een visstal op de Grote Vismarkt. (ORA Dordrecht inv. 877, f. 115)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Floria, 11 juli 1661

b. Florijntje, 17 jan. 1663

c. Trijntge, 22 mei 1664

d. Jacob, 30 nov. 1667

e. Trijntge, 15 febr. 1669 (= kwartier 9)

f. Claes (Nicolaas) Wels, 9 mrt. 1671

20. Aelbert Woutersz. (Vijffhoeck), jongman van Doesburg, sergeant onder kapitein Philippus de Sintemant, wonende op de Varkenmarkt(1675)trouwde NG Dordrecht/Hendrik-Ido-Ambacht 30 juni 1675 (op last van de burgemeester getrouwd op 30 juni 1675 in Hendrik-Ido-Ambacht)

21. Marijtje Lambertsdr. (Rammon), van Dordrecht, wonende op de Varkenmarkt (1675) [NB: bij de doop van haar zoon Wilhelmus (NG Dordrecht 14 juli 1687) heet zij Marijtje Lambertsdr. Borgers.]

– 8 juni 1675: Anthonij Nihot koolmeter, Leendert Ariensz. Heijmans, waagknecht in de IJzerwaag te Dordrecht, Pieter van Werff bakker en Jan Robbertsz. kleermaker, burgers van Dordrecht, allen naasteburenen overburen van Lambert Jansz. Rammon en Geertruijt de Vallee, echtelieden en burgers van Dordrecht, verklaren op verzoek van Rammon en zijn vrouw, dat zij hun dochter, Maria Lambertsdr. Rammon, van jongs af aan gekend hebben “ende bevonden dat zij haer in alles heeft gedragen en gecomporteert als een deuchtsame, eerbare vroue en wel geschickte dochter toestaet en behoort te doen.” (ONA Dordrecht inv. 236, f. 211)

22. Willem Jacobsz. (de Ruijter), gedoopt NG Dordrecht sept. 1632, jongman van Dordrecht, arbeider aan de straat wonende in de Stoofstraat (1656), trouwde NG Dordrecht 2/17 april 1656

23. Sara Jans, geboren naar schatting ca. 1630,jonge dochter van Dordrecht wonende in de Stoofstraat (1656)

24. Jan Gerritsz.

26. Aert Cornelisz. de Vries, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1632,jongman van Dordrecht, “plaetdrucker” wonende in de Kolfstraat (1654), later (ca. 1660) plaatdrukker te Amsterdam, trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 19 april/3 mei 1654

27. Anneke Gerritsdr. (van der Linden), jonge dochter van Dordrecht wonende op de Boom (1654), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 24 mei 1708 (Annige Geerits, de vrouw van Aerdt de Vries, in de Torenstraat)

– 5 aug.1657: verklaring door o.a. Aert Cornelisz., plaatdrukker, ongeveer 25 jaar oud, op verzoek van Johannes van den Berch, soldaat liggende in garnizoen te Dordrecht, man van Maria Aerts, die een dochter isvan Aert Jansz. en een zuster van Jannetjen Aerts. Hij tekent metzijn naam. (ONA Dordrecht inv. 136, f. 269 e.v.)

– 1660: “In 1660 verklaarden de twee Amsterdamse plaatdrukkers Aert Cornelisz de Vries en Jacob Balast alsmede de drukkersknecht Jan van Leeuwen op verzoek van de boekdrukker Jan Jacobsz Schipper dat Jacobus Saverij te Dordrecht twee boeken, geschreven door Jacob Cats, had gedrukt en uitgegeven terwijl Schipper daarvan het privilege had. Aert de Vries werkte als plaatdrukker voor Jacobus Saverij en Jacob Balast werkte bij de Vries in de winkel.”

(Hans Bauer, Savery, een familiegeschiedenis van kunstenaars van Kortrijkse oorsprong (Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk. Handelingen Nieuwe Reeks LXXVII [2012]), p. 56)

30. Simon Trossijn (Touchain, Toussain), geboren naar schatting ca. 1630, jongman van Dordrecht, twijnderwonende in de Augustijnenkamp (1656), trouwde NG Dordrecht/Zwijndrecht 16/30 juli 1656

31. Ariaentgen Dircks, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1629, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat (1656)

Kinderen (o.a.):

a. Trossijn (Tossen) Sijmonsz., gedoopt NG Dordrecht 10 jan. 1657,jongman van Dordrecht, droogscheerder wonende in de Kromme Elleboog (1685), trouwde NG Dordrecht 23 sept./22 okt. 1685 Catelijn Lowijs jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kromme Elleboog (1685)

b. Machteld Sijmonsdr., gedoopt NG Dordrecht 8 juni 1658(= kwartier 15)

36. Jacob Jansz. van Wels, geboren naar schatting ca. 1595, “glaesmaker” van Dordrecht, wonende bij de Vismarkt in de “Paelinck”,(1618),”glaesschrijver”, weduwnaar van Dordrecht (1628), trouwde NG Dordrecht 28okt./11 nov. 1618 Teunken Pieter Jacopsdr., van Dordrecht, wonende bijAdriaen Reijersz. “glaesmaker”,trouwde 2eNG Dordrecht 2 april 1628 (ondertrouw, door schrijven van Delft, bescheid gegeven om in Papendrecht te trouwen op 21 april 1628)

37. Flora Claes, jonge dochter wonende te Delft (1628)

– 1619 (verponding van Dordrecht): Jacob Jansz. “glaesmaker” in de Breestraat, betaalt 7 ponden 10 sch. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968)

Kind (ex 1):

a. Jan Jacobsz. van Wels, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1619, “glaesmaker” (vermeld 1645), trouwde Geertruijt Willemsdr. (Verbrugge), weduwe van Dordrecht,wonende in de Kolfstraat (1654), die trouwde 2e NG Dordrecht 1/22 nov. 1654 Pieter Reijniersz.”stierman”, jongman van Dordrechtwonende in de Vriesestraat (1654)

– 17 juli 1645: verklaring door Jan Jacobsz. Wels “glaesmaker”, Grietgen Damisdr., vrouw van Hendrick Jansz. sledenaar, Annichgen Huijgen, vrouw van Jan Jansz. metselaar, Maeijken Aertsdr., vrouw van Willem Weijersz. bierdrager, Cornelia Reijniersdr., vrouw van Pieter van Dijck twijnder en Geertruijt Willemsdr., vrouw van voornoemde Jan Jacobsz. Wels, op verzoek van Laurens Thijsz., lintwerker en burger van Dordrecht.Eerstgenoemde tekent met “Jan Jacobsen van Wels”. (ONA Dordrecht inv. 84, f. 392 e.v.)

38. Pauwels Abrahamsz. (van der Ingh), kleermaker te Dordrecht (1656), vermoedelijk begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 febr. 1667 (een baar in de Mariënbornstraat voor Pouwels Abramsz. “die den omgangh vande bos hadt”), trouwde

39. Trijntje Claesdr.

– 28 sept. 1647: Pouwels Abrahamsz. van der Ingh getuige bij het passeren van het testament van Mercelis Craffert, zijn goede bekende. Hij tekent met “Paulus Abrahems”. (ONA Dordrecht inv. 86, f. 289)

– 4 okt. 1647: begraven een kind onder de arm van Pouwels Abramsz. in de Raamstraat (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

– 17 febr. 1656: een kinderbaar voor Pouwels Abramsz. de kleermaker in de Visstraat (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Claes Pauwelsz. van der Engh, trouwde Ariaentje Ariens

– 14 juli 1671: Gijsbert Jacobsz. Wels en Dirk van de Graeff, als behuwd ooms en voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Trijntgen Claes [sic], weduwe van Claes Paulusz. van der Engh, verkopen voor 1730 gl. aan Hester van der Meer, weduwe van Richard Otleij, een huis in de Vriesestraat, staande tussen de rosmolen en het huis van Esaijas Segersz. (ORA Dordrecht inv. 787, f. 117v)

b. Maeijcke Pauwelsdr. van der Ingh, geboren naar schatting ca. 1635, van Aalburg, wonende in de Visstraat te Dordrecht(1661), trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 2/23 jan. 1661 (procl. te Den Haag, in margine: “geen getuijgenis te geven tot trouwen, voor datse inde kerck[enrae]t zijn bestraft, factum den 22 jan. 1661”) Dirck Dircksz. van de Graeff, kleermaker van ‘s-Gravenhage, wonende ald. (1661)

Kinderen (o.a.):

b-1. Dircxken, gedoopt NG Dordrecht 6 aug. 1660

c. Geertje (= kwartier 19)

d. Heiltje, gedoopt NG Dordrecht nov. 1641

e. Abraham en Isaack, gedoopt NG Dordrecht 21 dec. 1642

f. Abraham, gedoopt NG Dordrecht3 febr. 1647

42. Lambert Jansz. Ramon, jongmangeborenteLuik, “marinier” [zeeman] (1652),huurvaarder (1661), Maasschipper (1683), koolweger (1686), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 16 mrt. 1686 (een baar op de Varkenmarkt naast de [stads-]paardenstal voor Lambert Rom [sic] een koolweger), trouwde Waals Geref. Dordrecht 21 juli 1652

43. Geertruijt Gillisdr. (Jelisdr., Julin) de Valee, geboren naar schatting ca. 1635, jonge dochter van Dordrecht (1652)

– 5 sept. 1659: begraven een kind onder de arm van Lambert Rumon [sic] op de Nieuwe Haven op de Dwarskaai (Begraafboek Grote Kerk Dordrecht).

– 19 mrt. 1661 en 4 april 1661: verklaringen door resp. Lambert Jansz. Rammon, huurvaarder en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Geertruijt Gillis, op verzoek van Anneken Jacobs, de vrouw van Stoffel Weijts, burger van Dordrecht. Ramon tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 293, f. 158 e.v.)

– 18 mrt. 1664: begraven een kind onder de arm van Lammert Ramon in de Tolbrugstraat (Begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

– 18 sept. 1680: verklaring door o.a. Annetje de Valee, vrouw van Geert van der Mijl, Geertruij de Valee, vrouw van Lambert Rammoe, en Petronella de Valee, vrouw van Johannes Cruijs, allen burgeressen van Dordrecht, op verzoek van Jannetje Glaudij, dochter van Glaudij Toussijnsse en Marij Jans, wonende te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 484)

– 10 dec. 1683: begraven een kind van Lambert Ramon Maasschipper op de Nieuwe Haven (Begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

– 29 aug. 1684: compareert voor notaris J. Melanen Lambert Rammon, koolweger en burger van Dordrecht, die verklaart schuldig te zijn aan Beata de Haen, laatst weduwe van mr. Sijmon van Leeuwen en aan de weeskinderen van Matthijs Helmich van Alsem, haar tweede man, een bedrag van 300 gl. (boven de 90 gl., die door Beata de Haen aan hem zijn “geremitteerd”), spruitende ter zake van verlopen huurpenningen van een huis aan de Nieuwe Haven, door Rammon van de weduwe Van Leeuwen gehuurd tot 1 nov. 1684, te voldoen in jaarlijkse termijnen van 10 gl. Mocht Rammon onderwijl het ambt van koolweger overdoen aan iemand anders, dan belooft hij met de penningen, die hij daarvoor zal ontvangen, het restant van deze schuld te voldoen enhet geld niet voor iets anders aan te wenden. Hij tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 190, f. 157 e.v.)

44. Jacob Hendricksz. (den Jongen Ruijter), gedooptNG Dordrecht aug. 1608,jongman van Dordrecht, plankdrager, wonende in de Kromme Elleboog (1627), kromhoutwerker (vermeld 1633), overleden tussen 14 dec. 1633en 18 dec. 1636, trouwde NG Dordrecht 14 febr./2 mrt. 1627

45. Lijntgen Aert Hendricksdr. (Jongbloet), gedoopt NG Dordrecht april 1608, van Dordrecht,wonende in de Kromme Elleboog in het derde huis van de dwarsgang (1627), overleden ca. 1635

– 7 juni 1653: Arijen Willemsz. Baenwijck, als echtgenoot van Jacobmina van Guchten, eerder weduwe van Willem Aertsz. Jongbloet,en Willem Hendricksz. Ruijter, als voogd over de nagelaten zoon van Jacob Hendriczsz. de Ruijter, voor zichzelf en samen vervangende Aert Jacobsz. Ruijter, verkopen aan Jan Willemsz., leertouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Elsken Cornelisdr., weduwe van Willem Hermansz. en dat van Casper Claesz. De koper is schuldig aan Jacobmina van Guchten 700 gl. Borg: Huijbert Crijnen de Bruijn, metselaar en burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 779, f. 35 e.v.)

– 23 jan. 1658: Sara Hendricxdr., als procuratie hebbende van Willem Jacobsz., arbeider aan de straat, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. van Neten, verklaart, dat Willem aan Dircxken Jansdr., “bejaerde” ongehuwde vrouw, wegens geleende penningen schuldig is een bedrag van 300 gl., daarvoor verbindende een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Hendrick [NN] huistimmerman en dat van de erfgenamen van Cornelis Cornelisz. touwer. Grietgen Willemsdr., weduwe van Jacob Hendricxz. Ruijter [sic], stelt zich borg voor Willem Jacobsz. Zij verbindt een huis in de Stoofstraat, staande tussen het huis van Cornelis Thonisz. zandman en dat van Adriaen Willemsz. Baenwijck. Op 12 nov. 1687 comp. Sara Jansdr., weduwe van Aert [Jacobsz.] Ruijter en toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd. (ORA Dordrecht inv. 781, f. 84v)

Kinderen:

a. Aert Jacobsz. Ruijter, gedoopt NG Dordrecht aug. 1629, arbeider aan de straat, trouwde NG Dordrecht 5 okt. 1649 Sara Jansdr.

b. Willem Jacobsz. Ruijter, gedoopt NG Dordrecht sept. 1632

52. Cornelis Willemsz. (de Vries), geboren naar schatting ca. 1600, jong gezel van Dordrecht, kousenmaker,wonende in de Mariënbornstraat inhet midden (1622), weduwnaar van Dordrecht, wonende in de Doelstraat (1634), trouwde 2e NG Dordrecht/Zwijndrecht (op verzoek van ds. Henricus Dibbetius te Dordrecht getrouwd in Zwijndrecht op 12 febr. 1634) 22 jan./12 febr. 1634 Adriaentgen Sijmons van Doesburch, van Dordrecht, wonende in de Spuistraat , 1e NG Dordrecht 1/22 mei 1622

53. Anneken Aert Aertsdr., geboren naar schattingca. 1595,van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk naast Marcelis de bakker (1622), overleden ca. 1633

– 1622 (hoofdgeld Dordrecht): Cornelis Willemsz. de Vrijes en zijn vrouw, wonen in de Doelstraat, betalen 2 ponden. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974, f. 107v)

– 28 okt. 1625: Cornelis Willemsz. de Vries kousenmaker is getuige bij het passeren van het testament van Abraham Fransz. broodbakker en diens vrouw Maijken Jansdr. van der Laen. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 11, f. 400)

– 1633 (verponding Dordrecht): Cornelis de Vries huurt van de weduwe van Willem Thonisz. Verelst een huis “achter het Weeshuis”, staande tussen “den Doel” en het huis, dat Engel Jansz. kleermaker huurt van dezelfde weduwe. Hij betaalt in de verponding 6 ponden 15 schellingen. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 156v e.v.)

Kinderen:

Ex 1:

a. Aert, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1632

Ex 2:

b. Simon, gedoopt NG Dordrecht juli 1634

60. Toussain Toussainsz., gedoopt NG Dordrecht nov. 1605, jong gezel van Dordrecht, schoenmaker wonende in de Kleine Spuistraat bij zijn moeder Maeijken Aertsdr. (1625), koolweger/koolmeter, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 20 aug. 1659 (een baar in de Augustijnenkamp voor Tosijn Tosijnse koolweger), trouwde NG Dordrecht 23 febr. 1625 (ondertrouw)

61. Janneken Glaude Jansdr. (Glaude Laurensen), geboren naar schatting ca. 1600, van Dordrecht, wonende bij de Spuistraat bij Mariken Toussain (1625)

– 15 nov. 1650: Tossain Tossainsz., koolmeter en burger van Dordrecht, verklaart, dat hij Aeltgen Leendertsdr., weduwe van zijn neef Wouter Jansz., wonende te Leiden, ontslagen heeft van hetgeen hij, Tossain, als mede-erfgenaam ab intestato van Wouter Jansz. “opte voorn. wedue soude mogen hebben connen pretenderen”. Hij tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 89, f. 406)

Kinderen (o.a.):

a. Gelaude (Glaude) Toussain, jongman van Dordrecht, twijnder wonende in de Augustijnenkamp (1651), koolmeter (1659), trouwde NG Dordrecht 23 april/7 mei 1651 Marij Peem, jonge dochter van Aken, wonende in de Nieuwe Breestraat (1651)

– 28 okt. 1659: comp. voor notarisG. de Jager jr. Glaudi Toussaint, koolmeter en burger van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 119, f. 487)

b. Sijmon Toussain (= kwartier 30)

c. NN, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 12 febr. 1647 (een kinderbaar “tot” Torsijn Torsijnse koolmeter in de Augustijnenkamp)

62. Dirck Cornelisz. Pot, jongman van Dubbeldam, schippersgezel wonende te Dubbeldam (1628), trouwde NG Dordrecht 20 febr. 1628

63. Machtelt Adriaen Jansdr., van Papendrecht wonende te Dordrecht aan de Vest bij de Riedijk (1628)

Kinderen:

a. Ariaentien, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1629

b. Dirck, gedoopt NG Dordrecht mei 1631

72. Jan van Wels Jansz. (de jonge), geboren naar schatting ca. 1570, viskoper van Dordrecht (1594), trouwde NG Dordrecht 11 sept./2 okt. 1594

73. Anthonetta (Toentgen) Gijsbrecht Jansdr. van Engel, geboren naar schatting ca. 1570,van Dordrecht (1594)

– 30 okt. 1599: Jan van Wels de jonge verkoopt aan Jan Woutersz. bakker een vrije visstal op de Grote Vismarkt. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 129v)

– 7 nov. 1613: Jan van Wels Jansz. de jonge verklaart, ter zake van “t collecteren van de pacht bij Jacob Ariensz. binnen Schiedam gepacht soo van t gemael als van den bier imposten … bij affreeckeninghe tusschen hem comparant en den selven Jacob Arijensz. gelooffden”, schuldig te zijn een somma van 914 gl. Borgen: Maria van Welsse, weduwe van Johan Brouwers Arentsz., in zijn leven raad ter Admiraliteit te Rotterdam, Abraham Govertsz. koekenbakker, Arien Jansz. Blom Londenvaarder en Jan van Wels de oude. Laatstgenoemde verbindt hiervoor zijn huis [in de Voorstraat] omtrent de Vismarkt, genaamd “de Grooten Palinck”, staande tusseneen huis, dat ook zijn eigendom isenhet huisvan Anthonij van Valckenburg. (ORA Dordrecht inv. 754, f. 118v e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jacob Jansz. van Wels, geboren naar schatting ca. 1595

b. Dircxken van Wels Jansdr., geboren naar schatting ca. 1600, jonge dochter van Dordrecht, wonende naast de bruidegom [in de Voorstraat bij de Vismarkt] (1620), trouwde NG Dordrecht 12 jan. 1620 (ondertrouw) Laurens van Valckenburgh, weduwnaar van Dordrecht, wonende bij zijn broer Antonij van Valckenburgh (1620)

86. Gillis (Jelis) Cornelisz. (de Valé), geboren naar schatting ca. 1595, nagelmaker (1633), spijkermaker (1649), koolweger (1651), smid (1652), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 mei 1652 (een baar voor Jelis Cornelisz. smid in de Tolbrugstraat Waterzijde), trouwde naar schatting ca. 1620

87. Maria Hendricxdr.

– 1633 (verponding Dordrecht): Gillis Cornelisz. nagelmaker in de Tolbrugstraat – eigen – 6 ponden 5 sch., belenders: de weduwe van Leendert van Mastricht en Pieter Fransz. passementwerker. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 32)

– 8 sept. 1645: Gillis Cornelisz. spijkermaker, burger van Dordrecht en Willem Weijers, koopman te Dordrecht, zijn overeengekomen, dat Gillis aan Weijers de somma van 862 gl., die hij nog aan hem schuldig is wegens de leverantie van ijzeren spijkerroeden, zal aflossen met jaarlijkse termijnen van 50 gl. Gillis verbindt voor de nakoming daarvan zijn huis, waar uithangt “den Spijckermaker”, staande in de Tolbrugstraat Waterzijde naast het huis van Pieter Fransz. koordenmaker. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 61, f. 526v e.v.)

– 2 april 1649: Gillis Cornelisz. spijkermaker verkoopt aan Jan Gregoor, lakenkoper te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van Pieter Fransz. en het huis genaamd “de Verloren Zoon”. (ORA Dordrecht inv. 777, f. 14)

– 14 juni 1650: Gijsbert van Dalen, als procuratie hebbende van Gillis Cornelisz. spijkermaker, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris D. Eelbo op 14 sept. 1645, verklaart tot “versekertheijt” van zekere obligatie verleden ten behoeve van Willem Weijer, verbonden te hebben een huis in de Tolbrugstraat, genaamd “den Spijckermaker”, staande tussen het huis van Pieter Fransz. koordenwerker en dat van Jan Robbertsz. kalkmeter. (ORA Dordrecht inv. 777, f. 123 e.v.)

– 30 april 1652: “sommieren staet” van de goederen, nagelaten door Pieter de Bont, zoals bevonden door notaris C. van Bijwaert op 30 april 1652, [f. 254v:] Gillis Cornelisz. de Valé was schuldig aan deze boedel een bedrag van 50 gl. met de verlopen interest sedert 3 juli 1649, welke obligatie is afgelost, derhalve “memorie”. (Weeskamer Dordrecht inv. 22, f. 254 e.v.)

– 20 april 1656: Maria Hendricksdr., weduwe van Gillis Cornelisz., in zijn leven koolweger “in de mete” te Dordrecht doet afstand van het1/3 part van de winsten en verdiensten, die haar zoon Abraham Gillisz., tegenwoordig bediener van de voornoemde koolwaag en het koolmeterschap te Dordrecht, verplicht is aan haar af te dragen overeenkomstig het besluit van de heren magistraten van Dordrecht, zoals gesteld in margine van zeker rekest dd 25 nov. 1651. Aangezien haar zoon Abraham Gillisz. binnenkort gaat trouwen met Barbera van de Water, jonge dochter, heeft zij, comparante, vrijwillig aan haar zoongegeven het 1/3 part van de verdiensten, waarhij recht op heeft volgens het genoemde besluit. Zij tekent met een merkje.(ONA Dordrecht 135, f. 90 e.v.)

Kinderen:

a. Annetje Gillisdr. de Vale, geboren naar schatting ca. 1625, weduwe van Dordrecht, wonende in de Tolbrugstraat (1651), trouwde 1e David Paradijs, 2e NG Dordrecht 26 nov. 1651 (ondertrouw)Geert Jocchumsz. van der Mijl(en), jongman van Breda,bakker, wonende aan het Groothoofd (1651)

b. Margrietje Gillisdr. de Vale, geboren naar schatting ca. 1630, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde (1649), trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 6/27 juni 1649 (proclamatie Dubbeldam, 27 juni 1649 bescheid gegeven om op Dubbeldam te trouwen) Steven Jaspersz. Spies, jongman van Dordrecht wonende op Dubbeldam (1649), twijnder

c.Geertruijt, geboren naar schatting ca. 1635(= kwartier 43)

d. Pietronella [Jillisdr.] de Vallé, geboren naar schatting ca. 1635, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde (1657), trouwde NG Dordrecht 3/19 juni 1657 Johannes Cruijs kuiper, jongman van Dordrecht wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde (1657)

e. Abraham de Vallé, wijnverlater,jongman van Dordrecht wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde (1656), tavernier (1678),trouwde NG Dordrecht 4/20 juni 1656 Barbara van de Water, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Boom (1656)

– 23 april 1678: Anthonetta van Ravesteijn, weduwe van Reijnier Berrevoet, in zijn leven vaandrig in dienst van de Republiek, verkoopt aanhaar zwager Abraham de Valé, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Steven van Esch glasmaker en het huis bewoond door Jan van Leeuwen, voor 600 gl. contant. (ORA Dordrecht inv. 790, f.87v)

– 23 april 1678: Abraham de Valé tavernier is een somma van 600 gl.schuldig aan Cornelis van Beverwijck, als administrateur van zeker legaat door juffrouw Valck aan enige behoeftige verwanten gemaakt. (ORA Dordrecht inv. 790, f. 88)

f. Isaac de Vallé, gedoopt NG Dordrecht 1642, “slootmaker”,jongman van Dordrecht wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde (1663), trouwde NG Dordrecht/Hendrik-Ido-Ambacht 17 juni/1 juli 1663 IJda Hermans jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1663)

88. Hendrik Jacobsz. den Ruijter, plankdrager te Dordrecht, trouwde naar schatting ca. 1605

89. Grietje Willemsdr. (van Meijburg), geboren ca. 1570, overleden in of na 1658

– 4 jan. 1622: Benjamijn Ariensz. Troost, huistimmerman te Dordrecht, verkoopt aan Jan Jansz. ladenmaker, burger van Dordrecht, voor 1000 gl., waarvan 200 gl. contant, een huis in de Stoofstraat, staande tussen het huis van Claes den Moff sledenaar en dat van Henrick den Ruijter plankdrager. Waarborg: Gillis Cornelisz. papierverver te Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 763, f. 1)

– 1633 (verponding Dordrecht): Henrick Jacobsz. den Ruijter betaalt voor zijn huis in de Stoofstraat 6 ponden 15 sch. Belenders: Laurens Claesz. arbeider, die huurt van Benjamijn Ariensz. Troost en Adriaen Willemsz. Baenwijck. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 200v)

– 30 april 1635: Esaias Cornelisz. Mesian, als gemachtigd door het Gerecht van Dordrechtop verzoek van Beniamijn Arijensz. Troost en diens kinderen, verkoopt aan Arijen Willemsz. Baenwijck, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Stoofstraat, staande tussen het huis van Cornelis Roelantsz., thesaurier van Dordrecht en dat van Hendrick Jacobsz. Ruijter. (ORA Dordrecht inv. 770, f. 75v)

– 18 aug. 1647: Grietken Willemsdr., weduwe van Henrijck Jacobsz. den Ruijter, ongeveer 77 jaar oud en Maerike Jansdr., echtgenote van Geerit Jansz. “spelmaecker”, ongeveer 61 jaar oud, beiden wonende te Dordrecht, leggen op verzoek van Maerte Henricxsz., arbeider en burger van Dordrecht, een verklaring af. (ONA Dordrecht inv. 44, f. 155)

– 27 febr. 1657: Grietie Willemsdr. van Meijburch, weduwe van Hendrick Jacobsz. Ruijter, geassisteerd met haar zoon Willem Henricxsz. Ruijter, verkoopt aan Maijken Aertsdr. Smits, weduwe van Ysaack Diricxsz. van de Mandelen, een huis in de Stoofstraat, staande tussen het huis van Arijen Willemsz. Baenwijck en dat van Leendert Jansz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 781, f. 11v e.v.)

90. Aert Hendrick Augustijnsz. de Blaes (zijn kinderen noemen zich Jongbloet), passementwerker (1590), arbeider, overleden voor 6 dec. 1632, trouwde NG Dordrecht 15/29 juli 1590

91. Beatrix Jacob Willemsdr., van Dordrecht(1590), overleden na 18 dec. 1636

– 6 dec. 1632: testament van Cornelis Fransz. Kaijer schipper en zijn vrouw Adriaentge Arijen Cruijmansdr., burgers van Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Als de langstlevende overleden is zal de helft van hun gemeenschappelijke goederen toekomen aan de kinderen van de nicht van de testateur, Beatricx Jacobsdr., bij haar verwekt door wijlen Aert de Blaes, voor de ene helft en aan Aertgen Aertsdr., weduwe van Simon Simonsz., eveneens een nicht van de testateur, voor de andere helft. (De wederhelft van nalatenschap zal gaan naar verwanten van de testatrice.) Beatricx zal het vruchtgebruik krijgen van de goederen, die haar kinderen van de testateur zullen erven. Beatricx Jacobsdr.en Aertgen Aertsdr. zullen gehouden zijn uit hun erfdeel aan de huisarmen te Dordrecht een bedrag van 25 gl. te voldoen, aan Damas en Janneken Simons,kinderen van Simon Damasz. en Elisabeth Cornelisdr., de overleden nicht van de testateur, een bedrag van 150 gl. voor elk van beiden en aan Paulijna Lodewijcx, wonende te Antwerpen, een bedrag van 50 gl.(ONA Dordrecht inv. 57, f. 863v e.v.)

– 14 dec. 1633:compareren voor notaris D. Eelbo Adriaentge Arijen Cruijmansdr., weduwe van Cornelis Fransz. Kaijer schipper, burgeres van Dordrecht, enerzijds en Beatricx Jacobsdr., weduwe van Aert Hendricxsz. de Blaes, geassisteerd met haar zoon Willem Aertsz. metselaar, “voor de tochte” en WillemAertsz.en Jacob Hendricxsz. de Jongen Ruijter kromhoutwerker, als echtgenoot van Lijntgen Aertsdr., beiden kinderen van Beatricx Jacobsdr., bij haar verwekt door Aert Hendricxsz. de Blaes, “voor den eijgendom”, benevens Aertgen Aertsdr., weduwe van Simon Simonsz., geassisteerd met Willem Bosschaert, samen erfgenamen voor de helft van de goederen, die zijn nagelaten door Cornelis Fransz. Kaijer, anderzijds. Comparanten zijn overeengekomen, dat Adriaentgen Arijensdr. in eigendom zal houden alle goederen, die zij met haar overleden man in gemeenschappelijk bezit heeft gehad. Beatricx, Willem, Jacob en Aertgen zullen uitde nalatenschap een huis krijgen, dat op de Boom staat tussen het huis van de weduwe van Aert Pietersz. Croos en het Stadsplankdragershuis, alsmede een somma van 1300 gl. aan baar geld, twee zilveren bierbekers met een waarde van 25 gl. elk en nog enige “properheden tot een gedachtenisse”, die samen 40 gl. waard zijn. Zij zullen gehouden zijn de legaten te voldoen, die in het hierboven genoemde testament van Cornelis Fransz. en Adriaentge Arijensdr. zijn gemaakt aan de huisarmen, aan de kinderen van Elisabeth Cornelisdr. en aan Paulijna Lodewijcx. (ONA Dordrecht inv. 58, f. 266 e.v.)

– 18 dec. 1636: testament van Beatricx Jacobsdr., weduwe van Aert Hendricxsz., arbeider en burger van Dordrecht. Zij benoemt tot erfgenamen haar zoon Willem Aertsz. Jongbloet of bij vooroverlijden zijn wettige kinderen, voor de ene helft en de drie nagelaten kinderen van haar overleden dochter Lijntgen Aertsdr., bij haar verwekt door wijlen Jacob Hendricxsz. plankdrager, voor de andere helft. Tot voogden stelt zij aan haar zoon Willem Aertsz. Jongbloet en Gillis Joosten Hoeckwater kleermaker. Zij tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 59, f. 370 e.v.)

106. Aert Aertsz. trouwde

107. NN (Grietgen Jacobsdr.?)

120. Toussain Gillisz. (Toussijn Boudewijns), geboren naar schatting ca. 1570, “verwergeselle” van Luik (1595), “lintwercker ofte verwer” (1600), overleden ca. 1622, trouwde NG Dordrecht 19 febr./12 mrt. 1595

121. Maeijken Aert Jansdr., van Breda (1595),overleden in of na 1625 (zie kwartier 60)

– 16 dec. 1600: Pijeter van Bossenhoven, als man van Mariken Stevensdr., voor zichzelf en tevens vervangende de weeskinderen van Sophia Stevensdr. en Maricken Fransdr., dochter van Lijntien Ocker Stevensdr., Cornelis Adriaensz. blauwverver, voor zichzelf en tevens vervangende Ariaentken Gerritsdr., dochter van Lijntken Ariensdr., allen erfgenamen van wijlen Steven Ariensz. viskoper, voor twee derde parten en Dingentken Thomasdr. de Bije, jonge dochter, geassisteerd met Frans Cornelisz. kuiper, als haar gekoren voogd, voorhet overigederde part, verkopen aan Touchijn Boudewijns, “lintwercker ofte verwer”, voor 542 gl. een huis in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van Mariken Thomasdr. en dat van Aert [Pietersz.]de kuiper. Koper is schuldig aan verkopers een somma van 488 gl. Borg: Jan Jansz. Nulants. (ORA Dordrecht inv.745, f. 248v e.v.)

– 18 sept. 1608: Thocijn Gillisz. verkoopt Meijnert van Segwaert Bartholomeusz., oudraad in wette van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 8 gl., verzekerd op een huis in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van Thonis Jansz. wollewever en dat van Stijntgen Jansdr. (ORA Dordrecht inv. 750, f. 19v)

– 1619 (verponding Dordrecht): Tousijn Boudewijn betaalt 2 ponden 12 schellingen 6 deniers voor zijn huis in de Kleine Spuistraat. Belenders: de weduwe van Jacob Diricxsz. Apsou en Anneken Cornelis. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, f. 263)

– 10 okt. 1623: Marijcken Aerts, weduwe van Toussijn Gillisz., is schuldig aan Jacob van Beber, burger van Dordrecht, een bedrag van 100 gl., waarvoor zij verbindt een huis in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van Lijsbeth Jochums en dat van Anneken Cornelisdr. (ORA Dordrecht inv. 764, f. 68v)

Kinderen (o.a.):

a. Gillis Toussain, geboren naar schatting ca. 1600, huistimmerman van Dordrecht, wonende in de Kleine Spuistraat bij zijn vader Toussain Gillisz. (1621),korenmeter, weduwnaar van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1636),trouwde 1e NG Dordrecht 16 mei/1 juni 1621 Mechtelt Henric Diricxsdr., van Dordrecht, wonende in de Raamstraat bij Henric Diricxsz.karreman (1621), 2e NG Dordrecht 30 nov. 1636 (ondertrouw) Teuntgen Andriesdr., van Dubbeldam, wonende in de Vriesestraat (1636), trouwde 1e Abraham Bonte bleker

b. Toussain (= kwartier 60)

144. Jan van Wels Jacobsz. (de oude), geboren ca. 1543, viskoper te Dordrecht,overleden na 7 nov. 1613, trouwdenaar schatting ca. 1565 (vóór 10 jan. 1571: zie kwartier 291.)

145. Nelken (Neesken)Jansdr.

– 10 sept. 1569: Jan Jacopsz. van Wels transporteert aan Gijsbrecht Jansz., thesaurier en schepen van Dordrecht, de eigendom van een legaat van 400 gl., dat aan hem, comparant, is gemaakt in het testament van Dirckxen Bartoutsdr., zijn grootmoeder. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 245)

– 18 dec. 1570: IJsbrant Willemsz. schoenmaker verkoopt aan Jan van Wels Jacobsz. een tuin in het Kousgen, [een slopje] in de Raamstraat, gelegen tussen het vethuis van de verkoper en de stadsgracht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 79 gl. 10 st. Borg: Frans Staesz. in de Lelije. (ORA Dordrecht inv. 709, akten 487 en 489)

– 27 okt. 1575: verklaring t.b.v. Trijntken Jansdr., vrouw van Thoenis Barthoutsz. bakker, door Jan van Wels viskoper, ongeveer 32 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 7v)

– 10 jan. 1576: Marijcken Ariensdr., geassisteerd met Reijer Ariensz. en Jan van Wels, als man van Neesken Jansdr., viskopers, “als vande vrunden vande voorsz. Marijcken Ariensdr.”, verklaren, dat zij ontvangen hebben uit handen van Lijsbeth Michielsdr., die eerder gehuwd geweest is met wijlen Dammas Quirijnsz., drie rentebrieven van resp. 6, 3 en 3 gl. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 44v)

– 1580 (50e penning Dordrecht): Jan van Wels Jacobsz. betaalt 7 gl. voor zijn huis aan de Vismarkt. Belenders: Geerit Pietersz. [scheepslijter] en de weduwe van Pieter Ariaensz. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3962, f. 76)

– 11 juni 1580: verklaring op verzoek van Jan Cramer door Jan van Wels Jacobsz., burger van Dordrecht, ongeveer 36 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 294)

– 2 okt. 1581: Jan van Wels viskoper is waarborg voor Bastiaen Jansz. kleermaker, als man van Marijcken Cornelisdr.en Jan Cornelis molenaar, die 2/3 delen van een huis op de Appelmarkt aan de havenzijde verkopen aan Anthoni Wiltens schoenmaker. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 242)

– 23 juli 1582: Jan van Wels’ huis aan de Kleine Vismarkt [Voorstraat tussen Visbrug en Stadhuis] wordt belend door het huis van Geerit Pijetersz. “scheepslijter”, dat op die dag is verkocht aan Jacob Cornelisz. Back. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 365)

– 27 mei 1587: Jan Maertensz. schipper, als man van Janneken Willemsdr. en als voogd van Dircxgen Willemsdr., de zuster van zijn vrouw en onmondig weeskind van Willem Willemsz. hellebaardier, verwekt bij Marichgen Egbertsdr., transporteert aan Jan van Wels viskopereen schepenenschuldbrief, verleden door Willem Ingeenpas op 31 jan. 1587, inhoudende een somma van 550 gl. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 175)

– 1 aug. 1587: Reijer Adriaensz., Jan van Wels, Wit Joosten en Jan Brouwer Arentsz. stellen zich waarborg voor Jan Maertensz. schipper, als man en voogd van Janneken Willemsdr. en Dircxgen Willemsdr., onmondig kind van Willem Willemsz. hellebaardier en Marijcken Egbertsdr., “omme off namaels bevonden worde den bogert vanden zelvenWillem Willemsz. … ende zijnen toebehoren, gelegen in Zwindrecht, gecocht bij Jan Bouwensz. ende Cornelis Adriaensz. Jaeger, borgers deser stede, meer belast te zijn dan met vier ponden groten Vlaems tjaers losrente den penning XVI, dat men dat aen henlieden in zulcken gevalle zal moegen verhaelen als aen goede waerborgen.”(ORA Dordrecht inv. 739, f. 223)

– 5 okt. 1587: Dirck Meeusz. leertouwer verkoopt aan Pieter Jansz. Mes bakker een huis, strekkende tot de stadsgracht toe, staande in de Kromme Elleboog tussen het huis van Joost Willemsz. metselaar en dat van Jan Jacobsz. schiptimmerman. Waarborgen: Hendrick Woutersz. en Jan Jacobsz. van Wels viskoper. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 252v)

– 25 mrt. 1593: Jan van Wels viskoper verkoopt aan Bartholomeus Henricxsz. en Cornelis Leenertsz. schoenmakers een huisin het straatje genaamd het Kousken, staande op de hoek van de gracht tussen kopers erf en ’s herenstraat. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 20)

– 1594 (verponding Dordrecht): Jan van Wels viskoper betaalt voor zijn huis op de Visbrug (belenders: Maerten Pietersz. kleermaker en Ariaentgen Cornelisdr. “coomenster”) 15 ponden. Hij heeft ook huis in de Breestraat (verhuurd aan Jan Govertsz.) en een zouthuisbij de hoek vandezelfde straat (boven welk zouthuiseen zekereHenrick Juriaensz woont). (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 186v en f. 243)

-11 juni 1594: Aeltgen Jacobsdr., weduwe van Adriaen Aertsz., verkoopt aan Jan van Wels viskoper de helft van de muur, die tussen hun resp. huizen staat, op de hoek van de Visstraat. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 200)

– 9 okt. 1598: Arien Pietersz. Boon vogelkoper verkoopt aan Jan van Wels de oude, viskoper, een huis op de Vismarkt, staande tussen het huis van de koper en dat van Hermen Jenefaesz. viskoper. Waarborg: Bastiaen Ruwel verwer. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1600 gl. Borg: Willem Pietersz. viskoper. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 1v)

-21 dec. 1606: Govert Jacobsz., burger van Dordrecht, verkoopt aan Arien Reijersz. “glaesmaker” een huis in de Voorstraatomtrent de Pelserbrug, staande tussen het huis van Henrick Jacobsz. schoenmaker en dat van Truijcken Beijmen. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 743 gl. Borgen: Jan Jacobsz. van Wels viskoper en Bastiaen Crijnen viskoper. (ORA Dordrecht inv. 748, f. 194)

– 15 mei 1607: Jan van Wels, viskoper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Abraham Govaertsz. kuiper een huis op de hoek van de Breestraat, strekkende voor van ’s herenstraat tot achter aan de gracht, staande tussen het huis van Dirck Jacobsz. schuitmaker en dat van verkoper, voor 500 gl. contant. (ORA Dordrecht inv. 749, f. 30v)

– 21 okt. 1609: Jan van Wels Jacobsz. verkoopt aan Frans Cornelisz. van Beaumont, rentmeester van “de goederen specterende ten Capittele eertijts binnen deeser Stede”, 8 gl. 13 st. jaarlijkse losrente, verzekerd op een huis, dat zijn zouthuis is geweest, staande in de Visstraat op de hoek van de Breestraat tussen het huis van Jan Jansz. verwer en dat van Mels Lenertsz. kuiper en op een huis, genaamd “de Palinck”, staande op de Kleine Vismarkt [Voorstraat bij de Visbrug] tussen het huis van Anthonij van Valckenborch en dat van Mels Lenertsz. kuiper. (ORA Dordrecht inv. 750, f. 159v e.v.)

Kinderen:

a. Jan, geboren naar schatting ca. 1570

b. Lijsbeth Jansdr. van Wels, gedoopt NG Dordrecht 1574, “van Dordrecht” (1597), trouwde NG Dordrecht 19 jan./9 febr. 1597 Pouwels Bouwensz. van de Grave, schoenmaker van Dordrecht (1597)

– 26 mei 1616: Jan van Wels, viskoper te Dordrecht, verkoopt aan Lijsbeth Jansdr. van Wels, weduwe van Pouwels Bouwensz., een huis op de Vismarkt, genaamd “de Cleijne Palinck”, staande tussen het huis van verkoper en dat van Michiel van Gelder. Koopster kent schuldig aan verkoper een somma van 454 gl. (ORA Dordrecht inv. 757, f. 50v e.v)

c. mogelijk: Jaepken Jansdr. (van Wel [sic]), trouwde Abraham Govertsz., koekenbakker te Dordrecht

146. Gijsbrecht Jansz. in de Engel, geboren naar schatting ca. 1515, schepen en thesaurier van Dordrecht,overledentussen 10 dec. 1579 en 3 mei 1581, trouwde naar schatting ca. 1560

147.Hilleken (Hillegont) Jansdr., geboren naar schatting ca. 1530, vermoedelijk overleden ca. 1587

– 1542: ontvangen als gildebroeder van het Houtkopersgilde te Dordrecht Ghijsbrecht Jansz. in den Engel. Hij is zoon van een gildebroeder en betaalt 1 gulden. (Gildenarchieven Dordrecht,inv 8, f. 26v)

– 1558: Gijsbrecht Jansz. in den Engel is eigenaar van het huis “den Engel” in de Grotekerksbuurt met een daarbij horende wijnkelder en betaalt daarvoor in de 10e penning van 1558 resp. 3 Rijnse gulden en 3 Rijnse gulden en 12 stuivers. (Archief van de Staten van Holland)

– 23 nov. 1560: comp. voor schepenen van Dordrecht Antonis Claesz., als man van Adriana Coel Geridtsdr., voor zichzelf, mr. Adriaen van Blijenborch Adriaensz., schepen van Dordrecht, als man van Katrina Coel Adriaensdr., voor zichzelf en Gijsbrecht en Geridt Jansz., gebroeders, samen, enerzijds en Boudewijn van Slingelant als gemachtigde van Dirck van Slingelant, als voogd van het nagelaten weeskind van zijn overleden broer Saris van Slingelant en Elijsabeth Jansdr., weduwe van genoemde Saris van Slingelant, met consent van het Gerecht van Dordrecht, blijkens akte dd 8 mei 1560, anderzijds, allen erfgenamen van Willem van der Bijes en Alidt Geridtsdr. * echtelieden. Comparanten verklaren, dat zij de goederen, die zij geërfd hebben van Willem van der Bijes en Alidt Geridtsdr., onderling verdeeld hebben. Aan Antonis Claesz. is daarbij toebedeeld 10 morgen land aan de Giessen, waarvan bruiker is Antonis Cornelisz., aan Adriaen van Blijenborch een derde deel in een zestiende deel van een stuk land van 18 morgen in Oud-Strijen, waarvan bruikeris Joris Jansz., een zestiende deel van anderhalve morgen 17 roeden 9 voeten land in Oud-Strijen, waarvan bruiker is Pieter Corssen, een zestiende deel van 2 morgen 1 hont land in Sliedrecht, waarvan bruiker is Willem Willemsz., aan Gijsbrecht en Geridt Jansz. samen twee delen van een zestiende deel van het voornoemde land in Oud-Strijen, waarvan bruiker is Joris Jansz., een zestiende deel van 6 morgen 4 hont 50 roeden lant in Papendrecht, waarvan bruiker is Claes Cornelisz., een zestiende deel van twee morgen in Alblas, waarvan bruiker is Jan Ockersz., een zestiende deel van een halve morgen land in Vinkenpolder, waarvan bruiker is Jan Ockersz., aan Boudewijn van Slingelant en Elijsabeth Jansdr. een rentebrief van 5 gl. en “derthijendalve” stuiver jaarlijks, verzekerd op een huis in de Kannekopersbuurt te Dordrecht, waar voornoemde Antonis Claesz. in woont, een rentebrief van 6 schilden jaarlijks, verzekerd op 6 morgen vrij land in Streefkerk, toebehorend aan Walis Rochusz., welke rentebrief Adriaen van Blijenborch op dezelfde dag aan hen overgedragen heeft en een somma van 27 ponden 17 schellingen “thijendalve” groten Vlaams, die zij ontvangen hebben van Gijsbrecht en Geridt Jansz. (ORA Dordrecht inv. 722, 354 e.v.)

* Alijd Cool was volgens Balen (o.c., deel II, p. 1009) een dochter van Gerard Cool Adriaansz. en Helena Gerritsdr. Hij lijkt hier twee gelijknamige leden van het geslacht Cool door elkaar gehaald te hebben: Gerard Cool Adriaansz. (I), vader (bij een onbekende vrouw ?) van drie dochters, o.w. Alijd Cool,echtgenote vanWillem van der Bies, en Gerard Cool Adriaansz. (II), zoon van Adriaan Cool Adriaansz., de broer van Gerard Cool Adriaansz. (I). Gerard Cool Adriaansz. (II) waswaarschijnlijkdegene, diegetrouwd was met Helena Gerritsdr. Dit is aannemelijk, omdat de naam Helena bij de nakomelingen van Gerard Cool Adriaansz. (II)weer voorkomt.

Helena Gerritsdr. trouwde volgens Balen (o.c., deel II, p. 1011) in 1503 met Gerard Cool Adriaensz. Zij kanniet dedochter van Gerard Michaelis, secretaris van Dordrecht, zijn geweest, zoals Balen (ibid.) beweert, daar Gerard Michaelis pas ca. 1524 werd geboren:

– 8 dec. 1566: verklaring op verzoek van Pieter Fransz. olieslager door Adriaen Halling, stadhouder van Adriaen van Blienborch, schout van Dordrecht, 29 jaar oud, en Gerard Michaelis, secretaris van Dordrecht, 42 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 706, f. 75)

I. Adriaan Cool Adriaansz., overleden ca. 1493, trouwde NN

Kind:

a. Gerrit Cool Adriaansz., volgt II

II. Gerrit (Gerard) Cool Adriaensz., geboren naar schatting ca. 1475,trouwdenaar schatting ca. 1500Helena Gerritsdr., geboren naar schatting ca. 1480

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Joost Cool Geritsz., geboren ca. 1501, Jeruzalemsheer, trouwde Maria van der Lee[de] Eustaasdr.

– 17 dec. 1546: Joest Coel Gherijtsz., ongeveer 45 jaar oud,verklaart op verzoek van Cornelis Cornelisz., waard in “het Moriaenshoeft” te Asperen, dat hij tijdens het leven van Aert Govertsz., de oom van zijn echtgenote, nooit gehoord heeft, dat Aert, toen hij getrouwd was met Barbara Joestensdr., andere handel gedreven heeft dan in enig Wesels hout en het kopen en verkopen van oude schepen en schuiten, maar dat hij vóór dat huwelijk wel “andere coepmanscap [placht] te doen”. (ORA Dordrecht inv. 1531 (nieuw), akte 328)

b. Adriana Cool Geritsdr., geboren ca. 1503, overleden 1580, trouwde 1519Anthonis Claesz.

– 7 sept. 1575: op verzoek van Cornelis Jansz. Schot, schipper en burger van Dordrecht, verklaart Adriana Coolen Geritsdr., weduwe van Anthonis Claesz., ongeveer 73 jaar oud, dat haar man in febr. 1564 aan Schot een huis verkocht heeft, staande in de Kannekopersbuurt [Voorstraat] tussen het huis van Cornelis Cornelisz. den Monnick en dat van Jan Nijsz. (ORA Dordrecht inv. 710, f. 450v e.v.)

c. mr. Adriaan Cool Gerardsz., volgt III

d. Mabelia Cool, ongehuwd, overleden in 1592

III. mr. Adriaan Cool Gerardsz., geboren naar schatting ca. 1505, overleden 10 sept. 1537, trouwde naar schatting ca. 1530 Lucretia Oem Jacobsdr., geboren ca. 1513, overleden in 1565

– 29 nov. 1543: Thonis Thonisz. bakker verkoopt aan mr. Adriaen Coel Pietersz., als voogd van Gerit, Jacob, Belijcken en Katerina, onmondige kinderen van mr. Adriaen Gherijtsz., een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op een huis bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Philips Ogiersz. zeilmaker en dat van Loijck de huistimmerman. (ORA Dordrecht inv. 1529, akte 232)


Kinderen:

a.mr. Jacob Cool Adriaansz., geboren ca. 1532, burgemeester van Dordrecht, overleden in 1596, trouwde Petronella de Witt Pietersdr.

b. mr. Gerard Cool Adriaansz., Jezuïet, overleden in 1558

c. Mabelia Cool Adriaansdr., geboren 1535, trouwde 1553 Karel van den Eijnde

d.Katharina Cool Adriaansdr., geboren (posthuma) 1537, overleden op 4 sept. 1619, trouwde mr. Adriaan van Blijenburg Adriaansz.

(Balen, o.c., deel II, p. 1008-1012)

– 19 nov. 1561: Brechtken Adriaensdr., weduwe van Govert Jacobsz. schipper, verkoopt aan Cleijsken Claesdr., weduwe van Kepel de schoenmaker, een jaarlijkse losrente van 3 gl., verzekerd op een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Gijsbert Jansz. in den Engel en dat van Willem de kalkmeter. (ORA Dordrecht inv. 703, akte 180)

– 4 aug. 1564: Dirck van Nuijssenborch Jansz., thesaurier van Dordrecht en Gijsbrecht en Gerit Jansz. in den Engel, poorters van Dordrecht verlenen procuratie ad recipienda debita aan Jan van Nuijssenborch Willemsz. (ORA Dordrecht inv. 704, f. 184v)

– 23 febr. 1565: (“Roerende de dood van Pieter Coenen”.) Aeltgen Cornelisdr., weduwe van Pieter Coenen enerzijds en Willem Jansz., Coen Jansz., Jacob Jansz., ieder voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Jansz., Hillichen Jansdr. en Leenken Jansdr. [doorgehaald: hun broeder en zusters], elk met hun gekoren voogd en Gijsbrecht Stevensz., als man van Stijnken Zijmonsdr., anderzijds,verklaren de nalatenschap van Pieter Coenen onderling verdeeld te hebben. Zijn weduwe zal de helft van de inboedel, huisraad, in- en uitschulden,welkezijn gepreciseerd ineen inventaris, die daarvan is gemaakt, de kleren van linnen en wol en dekleinodiën en juwelen “ten haeren lijve behoerende”, behouden. Aan de overige erfgenamenis toebedeeld de andere helft van genoemde goederen. Zij beloven aan de moeder van Aeltgen Cornelisdr. een somma van 3 ponden Vlaams, “van huijshuijre”, uit te reiken. (ORA Dordrecht inv. 704, f. 298v e.v.)

– 10 sept. 1567: Dirck Rochusz., houtkoper te Dordrecht, verkoopt aan Gijsbrecht Jansz.,”tresorier” van Dordrecht, een huis in het Pelserstraatje, staande tussen het huis van de weduwe van Maerten Jansz. schipper en de uitgang van het Doldiefshuis. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 18 ponden groten Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 707, f. 61 e.v.)

– 5 aug. 1569: verklaring op verzoek van Anneken Barntsdr. [sic], weduwe van Frans Henricxsz., door Gijsbrecht Jansz. tresorier en schepen in wette van Dordrecht, 55 jaar oud, en Huijbrecht Jong Adriaensz., oudraad in wette van Dordrecht, 57 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 727, akte 514)

– 25 okt. 1570: Adriaenken Soetmansdr, weduwe van Laurens Adriaensz., huurt voor 6 gl. per jaar van Gijsbrecht Jansz. thesaurier, met consent van de burgemeester van Dordrecht, een huisje, dat genoemde thesauriernamens de stad Dordrecht vóór mei 1571 zal laten bouwen aan de Riedijkspoort. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 11v)

– 12 aug. 1575: Gijsbrecht Jansz., “tresorier” van Dordrecht, verklaart ontvangen te hebben op 30 juni 1575 uit handen van Herman Cleijn, burger van Dordrecht,namens Jan Gevertsz. van Antwerpen een somma van 149 ponden 6 schellingen 8 penn. groten Vlaams, en dat “over lossinge” van de hoofdsom van een jaarlijkse losrente van 44 gl. de penning zestien, die hij sprekende gehad heeft op het huis van Jan Gevertsz., staande in Antwerpen op de Veemarkt, genaamd “de Tinne Schotel”. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 5v)

– 3 juli 1577: Willem Joosten verkoopt aan Hilleken Jansdr. een tuin met een huisje, staande en gelegen in de Augustijnenkamp tussen het huis en de tuin van de erfgenamen van mr. Henrick van de Graeff en het bleekveld van de Grauwe Zusteren. (ORA Dordecht inv. 712, akte 467)

– 3 juli 1577: Ghijsbert Jansz., als daar aanbedeeld zijnde door overlijden van Jan Ghijsbertsz., zijn vader, verkoopt aan Willem Joosten een rentebrief van drie ponden Vlaams jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 712, akte 468)

– 3 juli 1577 Ghijsbert Jansz., als daar aanbedeeld zijnde door overlijden van Alijdt, de weduwe van Willem van der Biesen, verkoopt aan Willem Joosten een rentebrief van 2 Rijnse guldens jaarlijks. (ORA Dordrecht, inv. 712, alte 470)

– 10 dec. 1579: Gijsbrecht Jansz. “tresorier” verkoopt aan Bouwen Geritsz. schilder een huis aan de Poortzijde [Grotekerksbuurt] tegenover het Sint Jacobsgasthuis, staande tussen het huis van Willem Joosten en dat van Anneken Trochgen. Koper is schuldig en bedrag van 604 gl. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 186v)

– 1580: Ghijsbert Jansz. “tresorier” betaalt in de 50e penning voor zijn huis aan de Poortzijde bij de Tolbrug [Scheffersplein]24 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3962, f. 5v)

– 3 mei 1581: Jan Ghijsbertsz. en Willem Ghijsbertsz., voor zichzelf en Eeuwout Jansz., wonende te Rotterdam, als man en voogd van Marijcken Ghijsbrechtsdr., allen erfgenamen van wijlen Ghijsbert Jansz., in zijn leven thesaurier van Dordrecht, verkopen aan Cornelis de Vries Willemsz., achtraad van Dordrecht, een huis en “spijcker” [opslagplaats], genaamd “Beijeren”,van voren tot achteren uitgaande op de Nieuwe Haven en staande bij de Tolbrug aan de poortzijde [Scheffersplein] tussen het huis van Cornelis Henricxsz. [van Slingeland]en dat van Cornelis Jansz. schiptimmerman. Waarborg: Mathijs Berck. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 2500 gl. Borgen: mr. Jacob Paulij en Jan Pauwelsz., resp. pensionaris en schepen van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 162)

– 11 nov. 1581: Cornelis van Blijenborch Adriaensz., tresorier van Dordrecht, als gemachtigde van de regeerders van de stad Dordrecht, transporteert aan de kinderen van wijlen Gijsbert Jansz., in zijn leven tresorier van Dordrecht, genaamd Jan Gijsbertsz. en Anthonette, Anna en Henricxken Gijsbertsdr., allen verwekt bij Hillegont Jansdr., een rentebrief van 3 ponden Vlaams, sprekende op Cornelis Engelbertsz. zeepzieder, verzekerd op een pakhuis, dat toebehoord heeft aan wijlen Frans Adriaensz. de Gorter, en dat alles ter voldoening van hetgeen Gijsbert Jansz., “vvt saecke van zijnen ontfanghe als tresorier voorsz. bij sloten zijner rekeninghe eenichsins zoude moghen competeren ende resteren vande [stad Dordrecht]”. (ORA Dordrecht inv. 714, f. 250v e.v.)

– 1 juni 1582: Mathijs Berck, koopman van wijnen te Dordrecht, stelt zich borg voor Jan Ghijsbrechtsz., Willem Ghijsbrechtsz. en Euwout Jansz. van Rotterdam, als man en voogd van Maria Ghijsbrechtsdr. vooreen somma van 300 gl., dieHillegont Jansdr., weduwe van Ghijsbrecht Jansz. tresorier, zegt haar toe te komen van wege voornoemde personen,”daer voeren zij henre penningen onder Cornelis Willemsz. de Vries spruijtende ter cause van de coope van de huijse genaamd Beijeren heeft doen arresteren.” (ORA Dordrecht inv. 736, f. 343v)

– 1585: de stad Dordrecht betaalt aan Jan Gijsbrechtsz. 10 schellingen, Anneken Gijsbrechtsdr. 10 schellingen, en Toentghen Gijsbrechtsdr. 10 schellingen, samen 30 schellingen, lijfrente, jaarlijks verschijnende op 4 sept., voor het jaar 1584, betaald bij kwitantie van hun moeder Hilleken Jansdr. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2607 [thesauriersrekening Dordrecht], f. 65v)

– 1585: de stad Dordrecht betaalt aan Hilleken Jansdr. bij transport van Coenraet Jansz. 20 schellingen jaarlijkse lijfrente, voor het jaar 1584, betaald bij haar kwitantie. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2607 [thesauriersrekening Dordrecht], f. 67v)

– 22 nov. 1586: Willem Jansz. leidekker, oom en voogd van Anneken Gijsbrechtsdr., Thoentgen Gijsbrechtsdr. en Hennixgen Gijsbrechtsdr., kinderen van Hilleken Jansdr., weduwe van Gijsbrecht Jansz. in den Engel, in zijn leven “tresorier” van Dordrecht, en Jan Gijsbrechtsz. voor zichzelf verkopen aan Sijmon Willemsz. een huis in de Augustijnenkamp, staande tussenhet huis van deHeilige Geest en het huis vanLijsbet Jansdr. Waarborg: Willem Jansz. Sijmon Willemsz. verkoopt aan Willem Jansz. leidekker, in zijn voornoemde hoedanigheid, 3 ponden groten Vlaams jaarlijkse losrente, verzekerd op het genoemde huis. In oorkonde deze brief gegeven op 7 jan. 1588. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 70)

– 15 okt. 1588: de erfgenamen van wijlen Gijsbert Jansz. in den Engel verlenen procuratie ad lites aan Niclaes van de Corput procureur. (ORA Dordrecht inv. 718, f. 298)

– 20 nov. 1589: Willem Ariaensz. schiptimmerman verklaart te losseneen rente van 3 gl. jaarlijks, welke Brechgen Adriaensdr., weduwe van Govert Jacobsz. schipper, voor schepenen van Dordrecht op 19 nov. 1561 ten behoeve van Cleijsken Claesdr., weduwe van Kepel de schoenmaker, verzekerd heeft op een huis in de Heer Matthijstraat [Kolfstraat], staande tussen het huis van Gijsbert Jansz. in den Engel en dat van Willem Adriaensz. kalkmeter. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 45v)

– 15 sept. 1590: Jan Gijsbertsz. in den Engel en Henrick Pietersz. van den Honaert, als man en voogd van Anneken Gijsbertsdr. in den Engel, transporteren aan Thomas van den Honaert Rochusz., ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht en schepen in wette aldaar, een losrentebrief van 6 ponden groten Vlaams jaarlijks, sprekende op de stad Dordrecht,welke comparantenis aangekomen bij overlijden van Gijsbert Jansz. in den Engel, in zijn leven thesaurier van Dordrecht, resp. hun vader en schoonvader. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 211v)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jan Gijsbertsz. in den Engel

b. Marijcken Ghijsbrechtsdr., trouwde vóór 3 mei 1581 Eeuwout Jansz., wonende te Rotterdam (1581)

c. Anneken Gijsbrecht Jansdr. van den Engel, geboren naar schatting ca. 1565, trouwde NG Dordrecht 11 febr./4 mrt. 1590 (beiden van Dordrecht) Hendrik Petersz. van den Honaert, zoon van Pieter van den Honert Rochusz. en Helena Mol Dirksdr. (Balen, o.c.,deel II. p. 1279. Hij noemt de vrouw van Hendrik van den Honaert ten onrechte Anna van den Engel Gillisdr.)

d. Antonetta Gijsbrecht Jansdr. van den Engel (= kwartier 73)

e. Willem Gijsbrechtsz. in den Engel, woonde in 1583 in Antwerpen, trouwde Lijsbet van Couverden

– 28 jan. 1583: Jan Ghijsbrechtsz. [doorgehaald: in den Engel] transporteert aan zijn broer Willem Ghijsbrechtsz., wonende te Antwerpen, een rentebrief van 7 gl. en 6 1/2 st. jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 431v)

– 13 april 1588: Lijsken van Coeverden, vrouw van Willem Ghijsbrechtsz. in den Engel, als gemachtigde van haar man, verkoopt aan Willem Jansz. leidekker de helft van een tuin met de helft van een stenen en een houten huisje, zoals haar man die geërfd heeft van zijn vader en waarvan de andere helft toekomt aan de erfgenamen en weeskinderen van Geerit Jansz. in den Engel, staande en gelegen in de Herman Thijsstraat [Heer Matthijs- of Kolfstraat] tussen het huis van Willem Ariensz. en dat van Thobias Ariensz. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 99)

– 13 mei 1588: Lijsbet van Couverden, vrouw van Willem Gijsbrechtsz. in den Engel, als procuratie hebbende van haar man, verklaart ontvangen te hebben van de weeskinderen van Hillegont Jansdr. een losrentebrief van 29 ponden 5 sch. 7 p. jaarlijks, sprekende op de “geestelijke en waarlijke goederen van Zuid-Holland”. (ORA Dordrecht inv. 740)

f. Diericxken van den Engel Gijsbrecht Jansdr., geboren naar schatting ca. 1570, van Dordrecht (1597),trouwde NG Dordrecht 18 mei/10 juni 1597 Hendrick van Diemen Jacobsz., van Dordrecht (1597)

g. Hennichsken (Hennixken) Gijsbrechtsdr., gedoopt NG Dordrecht 24 juli 1575

172. Cornelis Servaesz. de Valee, geboren naar schatting ca. 1565, brouwer te Dordrecht, overleden tussen 1595 en 1619, trouwde NG Dordrecht 10 mrt./21 april 1591

173. Geertruijdt Toenis Michielsdr., geboren naar schatting ca. 1570

– 25 sept. 1590: Jacob van Meuwen, houtkoper, ongeveer 28 jaar oud en Franchois de Buleere, notaris en procureur te Dordrecht, eveneens 28 jaar oud, verklaren, dat zij goed gekend hebben wijlen Servaes de Vale Cornelisz., koopman en brouwer te Dordrecht en diens vrouw Marijken Aertsdr. en dat zij daarom weten, dat Cornelis Servaesz. de Vale, rekwirant, die van plan is voor zaken af te reizen naar Ierland, een “geëcht soon” is van genoemd echtpaar, “die binnen deeser stede voor luijden met eeren gehouden en geacht sijn geweest”. Jacob van Meuwen is getrouwd met een zuster van de rekwirant en De Buleere is administrateur geweest van diverse goederen, die toebehoord hebben aan Servaes de Vale. (ORA Dordrecht inv. 741, f. 137 e.v.)

– 13 juli 1591 Cornelis de Vallé Servaesz. wordt gildebroeder van het Houtkopersgilde te Dordrecht, is getrouwd met de dochter van een gildebroeder en betaalt een halve gulden. (Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, f. 60)

– 2 juli 1592: Cornelis de Vale Servaesz., brouwer in “het Tonneken” te Dordrecht, heeft sedert 9 juli 1592 aan Berber Jansdr., vrouw van Leenert Claesz. Lodder aan de dijk van Bonaventura [Hoeksche Waard], bier geleverd voor 293 Rijnse gl. en 16 st. (ORA Dordrecht inv. 742, f. 104v)

-17 nov. 1593: Pieter Walen, “carecooper”, verkoopt aan Cornelis Servaesz. brouwer een huis,brouwerij en een huis “achter over de gracht”, staande aan de Landzijde [Voorstraat] omtrent “t Spoeij” [bij de Kleine Spuistraat] tussen de brouwerij van Jacob Dircxsz. Absou en de brouwerij van Jan Willemsz. de With. Waarborg: Andries Walen schipper. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 118v)

– 1594 (verponding Dordrecht): Cornelis Servaesz. brouwer betaalt voor zijn huis in de Voorstraat 37 ponden en 10 st. (belenders: Cornelis van de Bel en Cornelis Jansz. Both.) Hij verhuurt twee huizen aan de Vest bij de Suikerstraat aan resp. Lijntgen Kuijpers en Jan Willemsz., die hiervoor in de verponding elk 25 st. betalen. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 204v en 267v)

– 21 mrt. 1595: Cornelis Servaesz. Vale brouwer verkoopt aan Thonis Michielsz. houtkoper een jaarlijkse rente van 35 ponden en 15 st. groten Vlaams, verzekerd op een huis en brouwerij, genaamd “het Tonneken, staande omtrent “de Spoije” aan de Landzijde [Voorstraat bij de Kleine Spuistraat], staande tussen de brouwerij van Jacob Dircksz. Abswou en die van Jan Willemsz. de With. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 306)

– 10 okt. 1595: Cornelis Servaesz. de Vale brouwer verkoopt aan zijn schoonvaderAnthonis Michielsz. houtkoper een huis, brouwerij en rosmolen aan de Landzijde [Voorstraat], staande tussen het huis van Jan Willemsz. de With, brouwer in “het Anckerken” en de brouwerij van Jacob Dircksz. Absou, voor een bedrag van 16.500 gl. van 40 groten Vlaams de gulden. Koper zal aan Pieter Andries Walen betalen de somma van 9000 Rijnse gl., die verkoper aan Pieter Walen schuldig is. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 35v)

289.NN van Wels, trouwde Jacob NN

Kinderen:

a. Jan Jacobsz. van Wels, geboren ca. 1543

b. mogelijk: Marijken Jacobsdr., geboren naar schatting ca. 1550, trouwde NG Dordrecht 1575 Geerit Jordensz. de Haen, bakker te Dordrecht, zoon van Jorden Dirksz. bakker en NN

– 5 mrt. 1602: Geerit Jordensz. de Haen bakker transporteert aan Jan Geeritsz. Tilkijn een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Niclaes Jansz.Cruijenier aan de ene zijde en dat van Anthoni Lambrechtsz., genaamd “de Verkeerde Werelt”, aan de andere zijde. Koper kent schuldig aan Corstiaen Stevensz. en Johan van Wels, als voogden van Marijken Gerritsdr. en Steven Gerritsz.,de kinderen van de verkoper, verwekt bij Marijken Jacobsdr., een bedrag van 84 gl. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 94)

290. Jan Reijersz., geboren naar schatting ca. 1510, viskoper te Dordrecht, overleden vóór 10 jan. 1571, trouwde

291. Jaepken Henricxdr.

– 26 mei 1543: Arien Cornelisz. brouwer en Jan Reijersz. viskoper verkopen aan Heijnrick van Diemen Fransz. schoenmaker een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Jacop Dirxsz. ketelboeter en dat van Frans Jansz. boekbinder. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 43 Vlaamse ponden van 6 Car. gl. het pond. (ORA Dordrecht inv. 693, akten 45 en 46)

– 6 okt. 1546: Jan Reijersz. heeft een huis aan de Poortzijde, staande naast het huis van Emmichen Pietersdr. en dat van Wael Adriaensz. (ORA Dordrecht inv. 695, akte 197)

– 18 april 1547: Jan Reijersz. de jonge, viskoper, verklaart, dat hij aan Zeeuws Thoentge de schipper heeft verkocht een halve last gezouten zalm, “halff grof en halff smal”. (ORA Dordrecht inv. 695, akte 502)

– 22 mei 1550: Arien Reijersz. bakker verkoopt aan Pieter Gerritsz. een jaarlijkse losrente van 3 gl., verzekerd op al zijn goederen, zowel roerende als onroerende. Borgen: Arien Cornelisz. schrijnwerker en Jan Reijersz. (ORA Dordreht inv. 1532 (nieuw), akte 246)

– 10 jan. 1571: Jaepken Henricxdr., weduwe van Jan Reijersz. viskoper, verklaart, dat haar moeder Lijsbeth van Eeten, “overmits den grooten ouderdom geheel kints is ende zieckelijk te bedde gelegen heeft den tijt van drije jaren ende langer”, en dat zij, Jaepken, haar enige erfgename is. De comparante verkoopt voor zichzelf en namens haar moeder, Lijsbet Eeten, aan haar “zwager” (= schoonzoon), Jan van Wels Jacobsz., een visstal op de Grote Vismarkt, die toebehoort aan haar moeder. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 498)

292. Jan Ghijsbrechtsz., geboren naar schatting ca. 1490, houtkoper te Dordrecht, overleden vóór 3 juli 1577, trouwde naar schatting ca. 1510

293. NN

– 20 dec. 1524: opgenomen in het Houtkopersgilde Jan Ghijsbertsz., zoon van een gildebroeder, betaalt een halve gulden. (Gildenarchieven Dordrecht inv. 8,f. 21)

– 3 juli 1577: Ghijsbert Jansz., als daar aanbedeeld zijnde door overlijden van zijn vader Jan Ghijsbertsz., zijn vader, verkoopt aan Willem Joosten een rentebrief van drie ponden Vlaams jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 712, akte 468)

2 nov. 1577: Geerit Jansz. in den Engel, als daar aan gekomen zijnde door overlijden van zijn vader Jan Ghijsbrechtsz., transporteert aan Pieter Woutersz., Reijer Woutersz., Cornelis Woutersz. en Marijcken Woutersdr., onmondige kinderen van wijlen Wouter Reijersz. sledenaar, de eigendom van een rentebrief van 3 gl. jaarlijks, verleden door Cornelis Cornelisz. Wor. (ORA Dordrecht inv. 733, f. 134)

Kinderen:

a. Gijsbrecht (Gijsbert) Jansz. van den Engel (in den Engel) (= kwartier 146)

b. Gerit (Gerart)Jansz. in den Engel, trouwde Cristina Heymans Jansdr.

– 2 mei 1575: Grietken Jansdr., weduwe van Gerrit Pietersz. van Schaerlaecken, voor zichzelf en uit naam van haar vijf kinderen, bij haar verwekt door voornoemde Gerrit Pietersz., verkoopt aan Cornelis van Beaumont Jansz. lakenkoper een huis genaamd “Zwartschenburch”, staande aan de Poortzijde [Wijnstraat] tussen het huis genaamd “Die Mannekens” en het huis van Anna Jacobsdr. weduwe van Joris Peecken. Waarborg: Geerit Jansz. in denEngel. (ORA Dordrecht inv. 710, f. 289)

– 22 febr. 1590: Dirck van Haerlem Gijsbertsz. verklaart tot “verzekerdheid” van Rochus van Haerlem, Anthonis van Haerlem en Cornelis van Haerlem en tot hun “bevrijding” van de schulden en lasten, die gevallen zijn bij het leven van Maria Gerardsdr., comparants overleden huisvrouw en die Rochus, Anthonis en Cornelis van Haerlem voor hem comparant betalen zullen, hun in handen gesteld te hebben al zijn goederen, zowel roerende als onroerende en tevens zijn aandeel in de nalatenschap van wijlen Gerart Jansz. in den Engel en diens vrouw Cristina Jansdr., vader en moeder van zijn overleden vrouw. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 86v)

Kinderen (volgorde onzeker):

b-1. Maria Gerardsdr., overleden vóór 22 febr. 1590,trouwde Dirck van Haerlem Gijsbertsz.

b-2. Jan Gerritsz. in den Engel, geboren ca. 1546, houtkoper

– 31 jan. 1572: Jan Gerritsz. in den Engel wordt opgenomen in het Houtkopersgilde van Dordrecht. Hij is getrouwd met de dochter van een gildebroeder en betaalt 1 gulden. (Gildenarchieven Dordrecht inv. 8, f. 40)

– 2 okt. 1575: Aeltgen Henricxdr., weduwe van Adriaen Geeritsz. van Nispen, verkoopt aan Jan Geeritsz. in den Engel twee naast elkaar staande huizen bij kraan Rodermond en het Grotekerkhof, staande tussen de “spijker” van wijlen Frans Adriaensz. en ‘” ’t kercx huijs” aan de ene zijde en ’s herenstraat aan de andere zijde. Waarborg: haar zoon Henrick van Nispen Adriaensz. Koper is schuldig een bedrag van 200 gl. Borg: zijn vader Geerit Jansz. in den Engel. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 25v)

– 16 mrt. 1579: Jan Geeritsz. in den Engel, houtkoper en burger van Dordrecht, verleent aan Adriaen Adriaensz. den Oude, burger van Dordrecht, procuratie om te innen een somma van 335 Poolse guldens, welke Jan Pieter Meijer, wonende te Warschau, hem schuldig is. (ORA Dordrecht in. 1571, f. 34)

– 31 okt. 1583: verklaring door o.a. Jan Gerritsz. in den Engel houtkoper, ongeveer 37 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 243)

294. Jan Pophil, trouwde

295. NN (Coenendr. ?)

– 1542 (10e penning van Dordrecht): Jan Pophil is huurder van een huis “voer de Bagijnen” [Bagijnhof], belenders: Arie de schipper en Lenert de molenaar.

– 23 febr. 1565: (“Roerende de dood van Pieter Coenen”.) Aeltgen Cornelisdr., weduwe van Pieter Coenen enerzijds en Willem Jansz., Coen Jansz., Jacob Jansz., ieder voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Jansz., Hillichen Jansdr. en Leenken Jansdr. [doorgehaald: hun broeder en zusters], elk met hun gekoren voogd en Gijsbrecht Stevensz., als man van Stijnken Zijmonsdr., anderzijds,verklaren de nalatenschap van Pieter Coenen onderling verdeeld te hebben. Zijn weduwe zal de helft van de inboedel, huisraad, in- en uitschulden,welkezijn gepreciseerd ineen inventaris, die daarvan is gemaakt, de kleren van linnen en wol en dekleinodiën en juwelen “ten haeren lijve behoerende”, behouden. Aan de overige erfgenamenis toebedeeld de andere helft van genoemde goederen. Zij beloven aan de moeder van Aeltgen Cornelisdr. een somma van 3 ponden Vlaams, “van huijshuijre”, uit te reiken. (ORA Dordrecht inv. 704, f. 298v e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Willem Jansz. (Pophillen), geboren ca. 1534, leidekker te Dordrecht

– 17 sept. 1552: Jacop Pietersz. huistimmerman verklaart, dat hij in ontvangst genomen heeft een somma van 4 Vlaamse ponden, welke Jannegen Jansdr., de zuster van zijn vrouw, bij testament gemaakt heeft aan de kinderen van wijlen Heijltgen Jacopsdr. Hij “verzekert” daarvoor t.b.v. genoemde kinderen een jaarlijkse losrent van 34 stuivers op een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Frans Sceijen en dat van de weduwe van Willem de leidekker. (ORA Dordrecht inv. 1534 (nieuw), akte 494)

– 3 febr. 1557: Adriaen Willemsz. leidekker, voor zichzelf, Sebastiaen Cornelisz., als man van Neeltgen Willemsdr. enPieter Adriaensz. olieslager, als man van Cleijsgen Adriaensdr., weduwe van Anthonis Willemsz. leidekker, namens Anthonis Anthonisz. en Lijsgen Anthonisdr., weeskinderen van voornoemde Anthonis Willemsz., verkopen aan Willem Jansz. leidekker een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Lijsgen, de weduwe van Jacop Pietersz. huistimmerman en dat van Arie Pietersz. bierdrager. Waarborg: Jan Pouwelsz. Koper kent schuldig aan verkopers een somma van 19 Vlaamse ponden. Borg: Pieter Coenen schipper. (ORA Dordrecht inv. 700, f. 122v e.v.)

– 30 sept. 1558: op verzoek van Adriaen van Blienborch, schout van Dordrecht, verklaren Jan Cornelisz. kruidenier, ongeveer 53 jaar oud, Jan Govertsz. goudsmid, 45 jaar oud, en Neeltge Jacopsdr., de vrouw van Dirck van Beaumont Govertsz., dat op St. Michielsavond ten huize van Bastiaen de leidekker gekomen is Willem Jan Pophillenzoon met Coen Jansz., zijn broer, die daar “in de cost gewoent ende zijn ambacht met Bastiaen gedaen” had, en dat Willem toen zijn gereedschap uit Bastiaens huis wilde halen. (ORA Dordrecht inv. 701, akte 32)

– 13 okt. 1569: Gijsbrecht Jordensz. metselaar, weduwnaar van Christina Zijmonsdr., enerzijds en Willem Jansz. leidekker, als voogd en naaste bloedverwant van Neeltgen Gijsbrechtsdr., 3 jaar oud, weeskind van Christina Zijmonsdr., verwekt door Gijsbrecht Jordensz., treffen een overeenkomst betreffende de verdeling van de goederen, die zijn nagelaten door Christina Zijmonsdr. Gijsbrecht Jordensz. stelt als onderpand voor de nakomingvan deze overeenkomst een huis op de Nieuwe Gevulde Gracht, staande tussen het huis van Aeriaen de kaaskoper en de tuin van Bouwen van Slingelant. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 258 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 715, f. 212v e.v.: verklaring dd 1 juni 1584 op verzoek van Jan Jansz. Borstel metselaar door Aert Pouwelsz. smid, ongeveer 60 jaar oud, en Willem Jansz. leidekker, ongeveer 50 jaar oud. De deposanten verklaren, dat in de Vasten laatstleden zij met de rekwirant en Gijsbert Jordensz. metselaar in het huis “de Leijhamer” voor de Waag te Dordrecht geweest zijn en dat de rekwirant toen met Gijsbert overeengekomen is, dat hij, Jan Jansz. Borstel, het metselwerk, dat zij aangenomen hadden van Cornelis Jansz. glaesmaecker, alleen zou opmaken en dat Gijsbert de rekwirant “weder reeckeninge doen zoude voor soo veel sijn deel aengaende was vande fault ende ander werck in Londen [mogelijk is hier het huis “Londen” in Dordreht bedoeld] gemaeckt ende dat sijlieden tselve halff ende halff paerten ende deelen zouden”

b. Jacob Jansz.

c. Coen Jansz. schaliedekker, geboren ca. 1538

– 4 febr. 1566: verklaring op verzoek van de bierdragers te Dordrecht door Adriaen Jansz. Brouwer, 25 jaar oud, Wouter Gerritsz., 28 jaar oud en Coenrard Jansz., 27 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 705, akte 130)

– 20 aug. 1574: op verzoek van de dekenen van het Lakenkopersgilde te Dordrecht legt Coenraerd Jansz. schaliedekker, 36 jaar oud, een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 710, akte 55)

d. Cornelis Jansz.

e. Hillichen Jansdr. (= kwartier 147)

f. Leenken Jansdr.

344. Servaas Cornelisz. de Vallé, geboren ca. 1532, schout van Brielle, brouwer te Dordrecht, overledentussen 21 juli en 27 sept. 1584

– 31 jan. 1569: Adriaen Lambertsz. schipper stelt zich waarborg voor zijn schoonmoeder, Grietken Stevensdr., wegens de verkoop van een huis aan Servaes de Vaele, brouwer te Dordrecht.Het huis staat de Landzijde [Voorstraat] op de haven tussen het huis van Dirck Jansz. appelkoper en dat van Jan Adriaensz. (ORA Dordrecht inv. 727, akte 19)

– 23 mei 1569: op verzoek van mr. Franchoijs Oom, wonende te Delft, verklaart Servaes de Vaele, inwonende poorter van Dordrecht, 36 jaar oud, dat Oom aan Aert Adriaensz.,zijn halfbroer, geleend heeft, zowel aan geld als aan bruiloftskleren, een bedrag van 11 ponden groten Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 727, akte 301)

– 28 april 1579: Wouter Huijgesz. Bol verkoopt aan Servaes de Vaele Cornelisz., achtraad te Dordrecht, een huis, brouwerij en tuin, van voren tot achteren staande en gelegen in de Houttuin tussen het huis van Barent Dircxsz. zuivelkoper en dat van Lodewijck Bossert schrijnwerker, strekkende tot achter aan de Dwarsgang, alsmede de plaats en het huisje voor aan de straat, strekkende van de straat tot achter op de haven. De goot van de kleine huisjes, die tot de brouwerij behoren, zal blijven lopen in de plaats van Barent Dircxsz. en het turfhuis zal zijn vrije drop hebben zoals Huijch Andriesz. dat gemaakt heeft. (ORA Dordrecht inv. 735)

Servaeshad bij een onbekende vrouw een buitenechtelijk kind:

a. Geertruijd Servaesdr., overleden vóór 1 aug. 1623

– 9 sept. 1604: testament van Geertruij Servaesdr., natuurlijke dochter van Servaes de Valee,in zijn leven brouwer te Dordrecht. Zij herroept al haar vorige testamenten. Zij legateert aan Lijsbeth Servaesdr., vrouw van Adriaen Gerritsz. Hogeveen één pond Vlaamsen een grof greinen “bouwen” [overrok] met een paarse grof greinen “mouwen” voor Lijsbeths dochter, aan Catrijn Servaes 10 gl. en Marijken Servaesdr. 10 gl. met een grauwe rok. Tot erfgenaam van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar broer [sic] Hendrick Ambrosius. (ONA Dordrecht inv. 3, f. 342)

– 1 aug. 1623: Geertruidt Jansdr., echtgenote van Cornelis Arijensz., ongeveer 56 jaar oud en Adriaentgen Jacobsdr., weduwe van Jaques Florin, ongeveer 45 jaar oud, beiden wonende te Dordrecht, verklaren op verzoek van Arnoult en Elisabeth de Vallé, dat zij zeer goed gekend hebben wijlen Geertruijt Servaesdr., natuurlijke dochter van wijlen Servaes de Valee, overleden in 1622. Deposanten verklaren voorts, dat zij Geertruijt Servaesdr. meermalen hebben horen zeggen, dat het land, dat gelegen in de omgeving van Brielle en het huisje te Dordrecht, waarin zij woonde, door haar “maer in tochte werde beseten”, dat zij daarvan alleen het jaarlijkse vruchtgebruik genoot en dat het land en het huisje na haar dood “wederomme moeste comen aende kinderen vande brouwerije”, waarmee zij bedoelde de kinderen van haar vader Servaes de Valee. Getuigen geven voor redenen van wetenschap, ten eerste Geertruijdt Jansdr., dat zij wel12 jaar beneden in het huisje van Geertruijt Servaesdr., dat staat achter de brouwerij “het Cruijs”, bij haar ingewoond heeft en ten tweede Adriaentgen Jacobsdr., dat zij meer dan 17 jaar gewoond heeft naast het genoemde huisje, “mitsgaders dat oock d’selve Geertruijt Servaessen haer van twee diverse kinderen in de craem bewaert heeft”. (ONA Dordrecht inv. 13, f. 480v)

Servaes trouwde naar schatting ca. 1560

345. Maria Halling Aartsdr., overleden na 5 okt. 1587, vermoedelijk vóór 4 mei 1590

– 24 mei 1571: Servaes die Vale wordt gildebroeder van het Houtkopersgilde te Dordrecht. Hijis getrouwd metde dochter van een gildebroeder, had tevoren vier kinderen en betaalt 1 gl. (Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, f. 39v)

– 14 dec. 1575: Servaes Cornelisz. de Vale brouwer, ongeveer 42 jaar oud, verklaart op verzoek van Jemiplo [?] en Neetsen, Russen of Moscovieten, dat hij omtrent sept. 1575 aan Hans Seur en Jan Croon zijn “pelterie” verkocht heeft, die zij “overtelt hebben ende in tonne gesmeten”. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 50)

– 1580 (50e penning Dordrecht, f. 57): Servaes de Vale betaalt 20 gl. voor zijn huis enbrouwerij in de Oude Houttuin [Voorstraat], belenders: Lodewijck Bosser schrijnwerker en de houttuin van Huijch Jopsz.

– 5 juni 1584: Servaes de Vale brouwer, ongeveer 52 jaar oud, burger van Dordrecht, verklaart op verzoek van Wouter Bol Hughesz., dat hij “die coninx landen gelegen in Poortegael, Pernis ende Roon in pantschap genomen heeft, die verhuijert zijn bij Michiel van Beveren als rentmeester van Zuijthollant den tijt vijff jaeren lanck.” (ORA Dordrecht inv. 737, f. 548)

– 21 juli 1584: voor schepenen van Dordrecht testeren Servaes de Vaele Cornelisz. en zijn vrouw Maria Aertsdr..Hij is “sieckelijck van lichaem” en zij isgezond. Zij benoemen hun kinderen tot erfgenamen in slechtsde legitieme portie, die hun volgens het geldende recht toekomt. Tot erfgenaam van alle overige na te laten goederen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te alimenteren en op te voeden en aan die kinderen, wanneer zij gaan trouwen, zoveel te geven als de langstlevende zal “bevinden … te behooren ende oorbaerlijck te sijn naer sijne ofte haerer state ende de gelegentheijt der saecken.” (ORA Dordrecht inv. 738, f. 2 e.v.)

– 27 sept. 1584: Marige Aertsdr., weduwe en boedelhoudster van Servaes de Vaele Cornelisz. verleent procuratie ad recipienda debita aan Dirck Jacobsz. te Geervliet. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 37)

– 27 sept. 1584: Marige Aertsdr.,weduwe en boedelhoudster van Servaes de Vaele Cornelisz.,verleent procuratie aan Bouduwijn Vincentsz., wonende in Brielle, om met de erfgenamen van Adriaen Cornelisz. den Arck “te accorderen alzulke processen” als haar overleden man met genoemde erfgenamen gehad heeft. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 37v)

– 8 okt. 1587: jonkvrouw Susanna de la Loo, echtgenote van Philips Doublet en Adriaen Cornelisz. Boufkens, als procuratie hebbende van Philips Doublet, verklaren, dat Marijcken, de weduwe van Servaes de Vale, hen comparanten voldaan heeft van een somma van325 gl.,die Servaes de Vale schuldig was aan Frans de la Loo. (ORA Dordrecht inv. 739, 253 e.v.)

– 4 mei 1590: Coenraet de Masieres, burger van Dordrecht, is schuldig aan de voogden over de weeskinderen van wijlen Servaes de Vale en Marijcken Aertsdr. een bedrag van 300 gl. wegens geleende penningen, daarvoor verbindende zijn huis in de Mariënbornstraat, staande tussen de tuin van Lijntgen Jan Maerts en het huis van Lauwerens de linnenwever. (ORA Dordrecht inv. 741, f. 46v)

Kinderen:

a. Maria (Marijcken) Servaesdr, trouwde Gillis Gillisz., moutmaker/korenkoper te Dordrecht

– 26 mrt. 1590: op verzoek van Thonis Thonisz. kramer verklaart Jan Jansz. kleermaker, ongeveer 30 jaar oud, dat, toen Gillis Gillisz. korenkoper zou gaan trouwen met de dochter van Servaes de Vale, Gillis bij hem is gekomen en gezegd heeft, dat hij naar Thonis Thonisz. moest gaanom bij hem te halen hetgeen “dat ghij voor mij ende mijn broeder ende susters van doene hebt.” (ORA Dordrecht inv. 741, f. 14v)

b. Elisabeth Servaesdr. de Vallé, van Dordrecht (1588),trouwde NG Dordrecht 2/23 okt. 1588 Adriaen van Hogeveen Gerritsz., van Leiden (1588), brouwer te Dordrecht

– 28 mei 1605: Adriaen Gerritsz. van Hoogeveen, brouwer en burger van Dordrecht, verkoopt Jacob Florijn, “glaesemaecker” en burger van Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat tussen de Heer Heymansuysstraat en de Mariënbornstraat, staande tussen het erf van Geertgen Servaesdr. en de gang van de brouwerij van verkoper, strekkende van voren van ’s herenstraat tot twee voeten voorbij de pruimenboom, die op het erf staat. Waarborg: Jan Aertsz. Hallinck houtkoper. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1000 gl. Borgen: Gerit Joppensz. en Roeloff Ariensz., burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 748, f. 60v en 61)

c. Cornelis Servaesz. de Vallé [= kwartier 172]

d. Arnould de Valé Servaesz., koopman te Amsterdam (1615)

– 30 okt. 1615: Aernoult de Valee Servaesz., burger van Dordrecht en koopman te Amsterdam, stelt zich borg voor 13 morgen land, die Adriaen van Hoogeveen brouwer en Gillis Gillisz. moutmaker, burgers van Dordrecht, aan Bals Ariensz., Arien Foppen en Cornelis Cornelis Vlannius, verkocht hebben en in 1594 voor het gerecht van Papendrecht getransporteerd hebben. De borgstelling betreft de nog onbekende lasten, die bij het verkopen verzwegen zijn en bij het transportniet nader gespecificeerd. (ORA Dordrecht inv. 756, f. 95 e.v.)

e. Agniet Servaesdr.

d. Catrijn Servaesdr.de Valé, geboren naar schatting ca. 1565, komt als weduwe op 15 juli 1640 met attestatie van Dordrecht naar Gouda, gaat daar wonen op de Turfmarkt en is vermoedelijk te Gouda begraven 2-9 juni 1653,trouwde NG Dordrecht 12 febr. 1589 Jacob Jacobsz. van Meeuwen, van Maaseyk, koopman, geboren ca. 1562 (ORA Dordrecht inv. 741, f. 137 e.v., akte dd 25 sept. 1590)

Kind:

d-1. Servaes van Meeuwen, ged. NG Dordrecht 1599

(Zie Balen, o.c.,deel II, p. 1075)

346. Thonis (Anthonis) Michielsz. (van Middelhoven), geborenca. 1541, houtkoper te Dordrecht, vermoedelijk overleden na 21 mrt. 1609, trouwde naar schatting ca. 1565

347. Jannege Adriaensdr.

– 27 april 1568: Antonis Michijelsz. en zijn vrouw Jannege Adriaensdr. transporteren aan Philips Ogiersz., schepen van Dordrecht, een rentebrief van 1 Vlaams pond jaarlijkse losrente, die Jannege is aanbedeeld bij overlijden van haar ouders, Adriaen Claesz. en Geertruijt Sijbertsdr., volgens een akte van vertichting dd 9 juli 1567. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 11)

– 20 nov. 1568: Antonis Michijelsz., als man van Jannege Adriaensdr., verklaart betaald en voldaan te zijn door Jan Phillipsz., als man van Margareta Jacopsdr., die eerder gehuwd was met Adriaen Claesz., de vader van Jannege, van hetgeen Adriaen Claesz. aan Jannege heeftnagelaten. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 102)

– 27 mrt. 1569: Thonis Michielsz. houtkoper, als man van Jannechen Adriaensdr., transporteert aan Cornelis Adriaensz. de eigendom van een heemraadsbrief, inhoudende 100 schilden van 14 stuivers het stuk, welke hem, Thonis Michielsz.,door vertichting aanbedeeld is. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 155)

– 27 febr. 1572: op verzoek van Damas Cornelisz. korenkoper verklaart Thonis Michielsz. houtkoper, ongeveer 25 jaar oud, dat hij in 1571 op verzoek van zijn broer zaliger, Jan Michielsz. houtkoper, gegaan is ten huize van de rekwirant en hem namens zijn broer verzocht heeft om levering van 400 wageschot,welke door Jan Michielsz. van Damas Cornelisz. gekocht was. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 319)

– 8 mrt. 1576: compareren voor schepenen van Dordrecht mr. Willem Pauwelsz., secretaris van Dordrecht en Niclaes Boucquet Blasiusz., inwonende poorters van Dordrecht. Zij stellen zich borg voor Bouduwijn Heerman van Maasdam “ten eijnde dezelven Heerman Anthonis Michielsz. houtcooper binnen deser stede als voocht van de weeskinderen van Jan Michielsz. betaelen zal [de somma van 14 ponden groten Vlaams]”. Als Heerman in gebreke blijft,mag Anthonis Michielsz. de schuld op comparanten verhalen. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 74v)

– 17 aug. 1580: verklaring op verzoek van Floris Pietersz., wonende te Woerden, door Thonis Michielsz., houtkoper en burger van Dordrecht, ongeveer 39 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 736, akte 86)

– 24 jan. 1585: Jacob van Meeuwen verkoopt Anthonis Michielsz. houtkoper een huis, houttuin en het “voor de deur” liggende erf, staande en gelegen op de Nieuwe Haven op de hoek van de Schuitenmakersstraat tussen het huis van Adriaen Henricxsz. Vlaminck en de voornoemde straat, zoals Jacob van Meeuwen dat alles gekocht heeft van Franchois Clemensz. en Schrevel Monnesz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 300 Rijnse gl. (ORA Dordrecht inv. 716, 19 e.v.)

– 12 dec. 1587: op verzoek van Michiel Mathijsz., schipper van Dordrecht, verklaren Anthonis van Haerlem, ongeveer 42 jaar oud en Thonis Michielsz., ongeveer 45 jaar oud, beiden houtkopers, dat zij aan Frans de molenaar, wonende te Goes, een molenas geleverd hebben. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 284v)

– 27 nov. 1592: Antonis Michielsz. houtkoper verleent procuratie ad recipienda debita aan Cornelis Pietersz., wonende in Brielle, om aldaar te innen al hetgeen men hem schuldig is. (ORA Dordrecht inv. 742, f. 157)

– 1594 (verponding Dordrecht): Anthonis Michielsz. houtkoper betaalt 27 ponden en 10 st. voor zijn huis in de Houttuinen (bij de Schuitenmakersstraat), belender: “Jan Bongert ende Frans van Bonckelwaert den houthuijn vande Vlaminck”. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 22v)

– 25 april 1595: Anthonis Michielsz. houtkoper verkoopt aan Selijken Claesdr., weduwe van Jan Dirckxsz. timmerman, twee erven op het Nieuwe Werk, nl. het eerste en het tweede erf naar de Engelenburgerbrug toe aan de havenzijde, liggende tussen de Blauwpoort en het huis van Dirck Jansz. timmerman. Koopster kent schuldig wegens de koop van deze twee erven een somma van 800 gl. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 298v)

– 29 sept. 1598: Anthonis Michielsz., koopman van hout, verkoopt voor 14.000 gl. aan Cornelis Belliaensz. brouwer een huis, brouwerij en rosmolen, eertijds genaamd “het Tonneken” en nu “de Twee Witte Bocken”, staande tussen het huis genaamd “het Ancker” en de brouwerij van Jacob Dircxsz. Absou. Waarborg: Michiel Thonisz. houtkoper. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 9824 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 800 gl. Borg: Jan Stoelman brouwer. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 31v)

– 21 mrt. 1609: Maijken Fransen, weduwe van Thomas Smith, verkoopt aan Hugo Repelaer Anthonisz., schepen in wette van Dordrecht,een jaarlijkse losrente van 50 gl., verzekerd op een huis op de hoek vande Schuitenmakersstraat, genaamd “het Visschip”, staande tussen ’s herenstraat enhet huisvan Jan Jansz. houtvletter en op een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Anthonis Michielsz. houtkoper en het huis van de Oude Mannen. (ORA Dordrecht inv. 750, f. 79v e.v.)

Kinderen:

a. Michiel Toenisz. (Middelhoven), geboren naar schatting ca. 1565, houtkopervan Dordrecht (1589), trouwde NG Dordrecht 24 dec. 1589/7 jan. 1590 Neelten Anthoenis Lauwrensdr. (Valckenborch), van Breda (1589)

b. Geertruid (= kwartier 173)

578. Jacob van Wels, geboren naar schatting ca. 1480, overleden tussen17 febr. 1532 (ORA Dordrecht inv. 728,akte 639 dd 31 mei 1571)en 24 dec. 1533, trouwde Dordrecht4 okt. 1505 (huwelijkse voorwaarden)

579. Dirksken Barhoutsdr., geboren naar schatting ca. 1485, overleden in 1565,trouwde 2e ca. 1535 Gijsbrecht van Arckel Andriesz., overleden ca. 1550.

Zij was eigenaresse vanhet huis “Mariënborch”en het huis”Henegouwen” met de twee daartoe behorende wijnkelders (in 1543 een van de twee grootste huizen van Dordrecht, in de 10e penning van dat jaar aangeslagen voor 88 gl.)in deWijnstraat te Dordrecht. (Van Heijningen/Sigmond, o.c., p. 37)

– Allerkinderen (28 dec.)1519: Jacop van Wels wordt gildebroeder van het Houtkopersgilde te Dordrecht. Hijheeft vier kinderen en betaalt een halve gulden. (Gildenarchieven Dordrecht inv. 8, f. 20)

-23 jan. 1527: Bartout Dircxzoen, burgemeester van Dordrechten de voogden van Willem, Dirck en Aliet, Jan Bartoutszoons onmondige kinderen, beloven goede voogden te zullen zijn. Borg is Jacop van Wels, zijn “zwager”. (Stadsarchief Dordrecht nr1, inv. 15 akte nr. 1261)

– okt. 1527(zonder dagnummer): Alit, Barthout Dircxszoons weduwe en de voogden van Willem en Dirck, Jan Barthoutszoons onmondige kinderen, verklaren het erfdeel van de kinderen goed te zullen beheren. Jacop van Wels isborg of getuige.(Stadsarchief Dordrecht nr.1, inv. 15, akte nr. 1402)

– 19 mrt. 1547: Dirksken Barthoutsdr., vrouw van Gijsbrecht van Arckel, 56 [sic] jaar oud, verklaart op verzoek van Dirck Jansz. van Nuijssenburch, dat zij in de jaren 1531 en 1532 het beheer gehad heeft over de goederen van Dirck Jansz. van Nuijssenburch en zijn broer Willem Jansz. van Nuijssenburch en dat zij daarna “int geheel noch int deel eenich voirder bewint ofte goederen ofte penningen vande voersz. Nuijssenborchs twee zoonen vercoft noch ontfangen en heeft gehadt tot dese dage toe ende oock mede dat zij gheenen voirdere ontfange gehadt en heeft van een rent[e] van zes goude gulden siaers die den voersz. requirant met zijne broeder voernoemt jaerlijx sprekende hebben op Pijl van Amersforts erfgenamen lant dan vande jaeren [1530 en 1531]”. (ORA Dordrecht inv. 695, f. 85)

– 1555 (haardstedengeld Dordrecht): Dircxken Barthouts betaalt 7 gl. voor haar huis [Mariënborch] in de Schrijversstraat (belenders: huis “de Clocke” en Aert Thonisz. coman), 3 gl. voor haar nieuwe huis in de Wijnstraat op de hoek van de Gravenstraat (belender: Jop van Teijlingen) en 1 gl. voor haar huis in de Gravenstraat (belenders: Jacop Jansz. en Goossen Matthijsz.) ( Stadsarchief Dordrecht nr. 1, inv. 524)

– 1558 (10e penning Dordrecht, f. 38v): Dircxgen Barthoutsdr. is eigenares van twee huizen, genaamd “Mariënborch”, getaxeerd op 54 Rijnse gl., beloopt de 10e penning 5 Rijnse gl. 8 st. (internet)

– 1558 (10e penning Dordrecht f. 31): Jan van Wels huurt van zijn moedereen huis boven om 36 Rijnse gl. [in de Wijnstraat], beloopt de 10e penning 3 Rijnse gl. 12 st. Belenders: Jacob Oem en Pieter Hesseling(internet)

– 24 mrt. 1561: Dircxgen Barthoutsdr., weduwe van Gijsbrecht van Arckel, poorteres van Dordrecht, verleent procuratie ad recipienda debita aan Mariken Egbertsdr., vrouw van Willem Willemsz. (ORA Dordrecht inv. 724, f. 8)

– 24 febr. 1562: Dircxken Barthoutsdr., weduwe van Jacob van Wels enJacob van Wels [haar zoon], voor zichzelf en samen als testamentaire voogden van Marijchen van Wels Jansdr., weeskind van Jan van Wels Jacobsz. de jonge, Jacob Willemsz. voor zichzelf en Adriaen Jansz. Cant, als man van Aeltgen Willemsdr. en samen vervangende hun zuster en broers, verwekt bij Jannechen van Wels Jacobsdr. zaliger, verklaren te zijn voldaan en betaald door Geertruijt van Haerlem Jansdr., die als voorman gehad heeft Jan van Wels Jacobsz. de oude, van hetgeen “hen comparanten inden qualité voersz. eenichsins soude moegen competeren op ende jegens den voersz. Geertruijt van Haerlem Jansdr.”, hetzij krachtens het testament van Jan van Wels of anderszins, “wel verstaende nochtans dat indien naemaels eenige andere swaricheijt op quame vande societeijt van coepmanschap die dvoersz. Jan van Wels Jacobsz, Jacob van Wels ende Jan van Wels de jonge tsamen gehadt hebben”, zij die gezamenlijk zullen dragen. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 117 e.v.)

– 1 juni 1562: op het verzoek aan het gerecht van Dordrecht, gedaan door Dircxgen Barthoutsdr., om haar toe te staan achter haar huis “Bmont” [in de Wijnstraat], waar nu Peter Hesselinck in woont, een werfje of “vuijtsteck” aan te leggen, t.w. aan de zijde van het huis “het Paradijs” twee voeten en op de andere hoek even lang als haar buren, gehoord het rapport van de gecommitteerden en enige gezworen reetrekkers, wordt positief beschikt. (ORA Dordrecht inv. 723, f. 116)

– 15 nov. 1564: arbitrage van de Kamer Juditieel van Dordrecht tussen Jan Anthonisz. wijnkuiper, eiser, en Dircxgen Barthoutsdr., weduwe Gijsbrecht van Arckel, verweerster, “beroerende den eijsch van sekere acht ponden grooten Vlaams die eijsscher sustineerde hem te competeren ter oirsaecke van zekere schade … dat hij de keldere staende onder zijn huijse toebehoirende dvoirsz. Dirxgen nijet bequaemelijk en heeft mogen gebruijcken omme zijne wijnen daer inne te kelderen”. (ORA Dordrecht inv. 725, akte 325)

– 12 dec. 1565: Gijsbrecht Jansz. en Henrick Hoijnck Ottensz., als geordonneerde executeurs van het testament van wijlen Dircxken Barthoutsdr., voor zichzelf en vervangende Wilhelmijna Visschers [weduwe van Willem Jansz. van Nuijssenburch], hunmede-executeur, verlenen procuratie aan Jacob Claes Ulricx, om uit hun naam “te moegen verheffen tot profijte van” Marijchen Jansdr. van Wels, onmondig kind van wijlen Jan van Wels de jonge, zeker schrootambacht met de zoutmaat en andere toebehoren te Dordrecht, hetwelk in leen gehouden is van de Grafelijkheid vanHolland, en hulde daarvoor te doen.(ORA Dordrecht inv. 705, f. 1)

– 1 jan. 1566: compareren voor schepenen van Dordrecht Cornelis Willemsz., Jacob Willemsz., Willem Willemsz., Gijsbrecht Willemsz. en Mercelis Willemsz., voor zichzelf en vervangende Andries Willemsz. en de nagelaten weeskinderen van Barthout Willemsz., Adriaen Jansz. Cant, als man van Alijt Willemsdr., Steven Verelst als man van Marijchen Willemsdr. en Dirck Huijbrechtsz., als man van Magdalena Willemsdr., voor zichzelf en vervangende Geertruijt Willemsdr., Gijsbrecht Jansz. voor zichzelf en vervangende Henrick Hoijnck Ottensz., als voogden van Marijchen van Wels Jansdr., nagelaten weeskind van wijlenJan van Wels, allen erfgenamen van wijlenDircxken Barthoutsdr. Zij verlenen procuratie ad lites aan mr. Jacob Huij, mr. Aelbrecht Boudewijnsz., mr. Pieter Willemsz. en mr. Pieter Smit, procureurs van de Grote Raad te Mechelen. (ORA Dordrecht inv. 705, f. 30)

– 9 febr. 1566: Ghijsbrecht Jansz. en Henrick Hoijnck Ottesz., als executeurs-testamentair van Dirckxen Barthoutsdr., verlenen procuratie ad lites aan Jacob van Couwenhoven, procureur van het Hof van Holland. (ORA inv. 705, f. 44)

– 16 sept. 1567: op verzoek van Pieterken Pietersdr. verklaart Jannechen Roelen, 33 jaar oud, dat ongeveer twee jaar geleden, “sonder den juijsten tijt int zeeckere te weeten dan dat het was inde ziecte van Dircxken Barthoutsdr.”, zij deposante geweest is ten huize van Dircxken Barthoutsdr. en gehoord en gezien heeft, dat Geertruijt Willemsdr., de “nichte” [kleindochter] van Dircxken en haar beide dienstmaagden uit de kamer, waar zij ziek te bed lag, zijn gekomen en hebben gezegd: “Dircxken Barthoutsdr. heeftet wel gemaect. Zij heeft Pieterkens [sic] (meenende den voirsz. requirante) haer huijsken, daer zij inne woent, gemaect, ses jaer, tot testament.” (ORA Dordrecht inv. 707, f. 67v e.v.)

– 30 sept. 1567: Gerrit Fransz. van Bergen op Zoom, als man van Anneken van Wels, verklaart voldaan enbetaald te zijn door de executeurs van het testament van Dircxken Barthoutsdr. van een bedrag van 100 gl., dat door Dircxken Barthoutsdr. aan zijn vrouw is gelegateerd. (ORA Dordrecht inv. 707, f. 84v)

– 31 mei 1571: Gijsbrecht Jansz. en jonkvrouw Wilhelmijna Visschers, als executeurs-testamentair van wijlen Dircxken Barthoutsdr., verklaren, dat Dircxken op 26 juni 1555 ten behoeve van haar neef Dirck Jansz. van Nuijssenburg een obligatie verleden heeft, inhoudende 9 ponden groten Vlaams jaarlijkse losrente, af te lossen met 875 gl., welke obligatie was ondertekend door Dircxken Barthoutsdr. en Jacob van Wels Jacobsz., en die was “gesproeten” uit zekere vertichting, op 17 febr. 1532 gesloten tussen Jacob van Wels namens zijn vrouw, Dircxken Barthoutsdr., enerzijds en Willem en Dirck Jansz., gebroeders en zoons van Jan Barthoutsz., de broer van Dircxken, anderzijds. De akte van vertichting was ondertekend door Cornelis Willemsz. deken, F. van Coulster [vermoedelijk Floris van Coulster, burgemeester van Dordrecht tussen 1528 en 1534], Damas Philipsz., Jacob van Wels, Jan Wijllemsz., Joos Bets en Jan Dircxz. Loofrijs. De comparanten verkopenter voldoening van de helft van genoemde obligatie aan Jan van Nuijssenburg Dircxsz. een jaarlijkse losrente van 4 ponden 10 schellingen groten Vlaams, verzekerd op een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat], staande tussen de Gravenstraat en het huis van jonkheer Pieter van Heerjansdam. (ORA Dordrecht inv. 728, akte 639)

– 6 sept. 1582: Schrevel van Eijssel Monnesz. verkoopt aan Gijsbrecht van Dijemen Cornelisz. 3 ponden Vlaams jaarlijkse losrente, verzekerd op een huis in het Gravenstraatje, staande tussen huis van Maerten Bosch en het erf van de erfgenamen van Dircxken Barthoutsdr. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 385v)

– 17 mei 1614: de kleinkinderen en achterkleinkinderen van Jacob van Wels en Dircxken Bartoutsdr. komen overeen, dat Cornelis van Bel van den Berch, wonende te Grave, uit hun naam zal aanvaarden de goederen,welkehun, comparanten, zijn aanbestorven bij overlijden van voornoemde Jacob en Dircxken, gelegen omtrent de steden Aldenhoven en “Remundt” [Roermond]in het Land van Gulick, in het bijzonderzodanige goederen als gespecificeerd staan in de huwelijkse voorwaarden tussen Jacob en Dircxken, gepasseerd voor schepenen van Dordrecht op 4 okt. 1505. (ORA Dordrecht inv. 755, f. 56v e.v.)

* Met een schroodambacht en zoutmaat te Dordrecht worden beleend:

12 aug. 1516:Bertout Dirksz. bij overdracht door Adriaan van Heemskerk

10 april 1523: Jacob van Wels voor Dirkje Bertoutsdr., zijn vrouw, bij dode van Bertout Dirksz., haar vader

24 dec. 1533: Dirk van Wels Jacobsz. voor Dirkje, zijn moeder

16 mrt. 1535: Gijsbert Andriesz. van Arkel voor Dirkje, zijn vrouw

26 april 1550: Jan van Wels Jacobsz. voor Dirkje zijn moeder

13 dec. 1565: Jan Nikolaas Ulriksz. voor Marieke, dochter van Jan van Wels, bij overdracht door Cornelis Pietersz., wijnschroder, voor Dirkje Bertoutsdr., weduwe van Gijsbert van Arkel, haar tante [sic: moet zijn grootmoeder]

19 nov. 1578: Jan Boudijnsz., burger van Dordrecht, bij overdracht door Jan Brouwer, burger van Dordrecht, van Marieke van Wels, diens vrouw

(Ons Voorgeslacht 1996, p. 219-220)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jan van Wels de oude,overleden vóór 24 sept. 1560, trouwde Geertruijtvan Haerlem Jansdr., trouwde 2e (vóór 14 febr. 1562) Laurens Dedelijn Huijgensz.

– 16 febr. 1547: Otto Hoijnck en Pieter Hesseling, kooplieden van wijnen te Dordrecht, verklaren op verzoek van Geertruijt Jansdr., vrouw van Jan van Wels Jacobsz.,dat ongeveer 16 weken geleden haar man uit Dordrecht naar Londen is gevaren en sedertdien niet meer in Dordrecht is geweest. (ORA Dordrecht inv. 695, f. 75)

– 21 febr. 1547: verklaring door Geertuijt Jansdr., echtgenote van Jan van Wels, poorter van Dordrecht (ORA Dordrecht inv. 695, f. 75v)

– 10 okt. 1551: comp. Grietgen Willem Aertsz., eiseres, enerzijds, en Jan van Wels, als echtgenoot van de weduwe van Cornelis Willemsz. kuiper, die tijdens leven voogd geweest is over de kinderen van Willem Aertsz., verwekt bij voornoemde eiseres, anderzijds. Jan van Wels verklaart bereid te zijn Grietgen kopie te leveren van de rekening, die Cornelis als voogd heeft gedaan, mits Grietgen de kosten daarvan voor haar rekening neemt. (ORA Dordrecht inv. 1534 (nieuw), akte 138)

– 12 sept. 1558: Pouwels Joesten kuiper verkoopt aan zijn broer Jacob Joesten een derde deel van een huis in de Kannekopersbuurt [Voorstraat] aan de landzijde op de haven, staande tussen het huis, genaamd “het Maesschip” en het huis van Jan Jacobsz. van Wels. (ORA Dordrecht inv. 701, f. 3v)

– 24 sept. 1560: Lijsken Jacobsdr., weduwe van Joost Pouwelsz., is schuldig aan Jacob Joosten Bot een bedrag van 20 ponden groten Vlaams wegens de koop van de helft van een huis in de Kannekopersbuurt [Voorstraat], staande tussen het huis van Truijcken van Haerlem, weduwe van Jan van Wels en het huis genaamd “het Maesschip”. (ORA Dordrecht inv. 702, f. 17v)

– 23 okt. 1560: Geertruijt van Haerlem Jansdr., weduwe van Jan van Wels de Oude, verleent procuratie ad lites aan Cornelis van Haeften, procureur voor het Hof van Holland. (ORA Dordrecht inv. 702, f. 43v)

– 14 febr. 1562: Geertruijt van Haerlem Jansdr., gehuwd geweest met Jan van Wels de oude, verklaart krachtens zekere procuratie op haar gepasseerd voor het gerecht van Bergen op Zoom door Laurens Dedelijn Huijgensz., haar tegenwoordige man, op 10 nov. 1561, betaald te zijn door Dirksken Barthoutsdr en Jacob van Wels, voor henzelf en als voogden van Marijchen van Wels Jansdr., weeskind van Jan van Wels de jonge, van al hetgeen haar toekwam krachtens het testament van Jan vanWels.(ORA Dordrecht inv. 703, f. 117v e.v.)

b.Jacob van Wels de jonge, geboren naar schatting ca. 1510,overleden inmrt. 1562, trouwde Adriana Heerman Gijsbrechtsdr., trouwde 2e naar schatting ca. 1565 Adam Schepper

– 11 mrt. 1551: Jan van Wels Jacobsz. de jonge verleent procuratie aan zijn vrouw Annechen Dircxdr. [sic], Jan van Wels, Jacob van Wels, Cornelis van Wels en Lanslot Moreau, o.a. om voor het gerecht van Rhoon te transporteren zeker land, dat daar is gelegen. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 396)

– 19 juni 1553: Jacop van Wels verleent procuratie aan Willem van Nuijssenborch om te vorderen van Cornelis Arien Wolbrantsz. alias Mijn Joncker, wonende te Zuidland, al hetgeen hij aan Jacop van Wels schuldig is. (ORA Dordrecht inv. 699, f. 18v)

– 1561: Jacob van Wels de jonge huurthet huis “Henegouwen” van zijn moeder Dirksken Barthoutsdr.

– 14 nov. 1561: Jacob van Wels verkoopt aan Cornelis Adriaensz. bakker een jaarlijkse losrente van 18 gl., verzekerd op een huis genaamd “Cleyn Henegouwen” in de Gravenstraat, staande tussen het huis “Groot Henegouwen” en het ledig erf van Dirksken Barthoutsdr. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 57)

– 23 mrt. 1562: Adriana Heerman Gijsbrechtsdr., weduwe van Jacob van Wels, transporteert de eigendom van de huisbrief en van het huis, datdaarin wordt vermeld [= het huis “Cleijn Henegouwen”] aan haar schoonmoeder Dirksken Barthoutsdr.en verklaart hiervan volledig betaald te zijn. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 135 e.v.)

– 18 juli 1567: Adam Scepper [sic], alsechtgenoot van Adriana Heermans, dieeerder gehuwd is geweest met wijlen Jacob van Wels, verklaart voldaan en betaald te zijn door de executeurs-testamentair van wijlen Dircxken Barthoutsdr. van een bedrag van 400 gl., welke Dircxken beloofd heeft te geven aan Adriana Heermans “tot subsidie vanden huwelicke, dat zij contraheren zoude met eenen Rutgert van Bijwaert”. (ORA Dordrecht inv. 707, f. 4v e.v.)

-18 juli 1567: Boudewijn Heerman stelt zich borg voor Adam Schepper, als man van Adriana Heermans, die eerder gehuwd was met Jacob van Wels, voor het bedrag van 400 gl., vermeld in voorgaande akte. Als Adriana Heermans komt te overlijden zonder wettige kinderenna te laten, mogen de erfgenamen van Dirckxen Barthoutsdr.het genoemde bedrag verhalen op Boudewijn Heerman. (ORA Dordrecht inv. 707, f. 5)

(Jacob van Wels en Adriana Heerman hadden vermoedelijk geen kinderen.)

c. Jan van Wels Jacobsz. de Jonge, geboren ca. 1524, mogelijk haringkoper, overledentussen8 april 1552en 20 sept. 1553,trouwde Anna Jan van Breedaesdr. (van Breen), geboren ca. 1499,trouwde 1e Joost NN

– 24 juli 1544: Aris van Slingelant Jansz., schipper en kapitein “dienende de Keijzerlijke Majesteit” op het oorlogsschip genaamd “die Saeker” onder “admiraliteijt” van mijnheer Van Beveren in Zeeland, verleent machtiging aan “zijnen neve” Jan van Wels Jacopsz., poorter van Dordrecht, om daarheen te gaan, waar dat nodig zal blijken te zijn en te spreken met de verwanten van wijlen Jan Cornelisz. Steenbeerken en Thomas Reijn [gedeeltelijk onleesbaar:] Cr..naijersz., ten einde te “accorderen van alzulcke nederslach als comparant met zijne groete leetwesen geperpetreert heeft anden personen voernoemt”. (ORA Dordrecht inv. 694, akte 88)

– 16 febr. 1551: Jan van Wels Jacobsz. de jonge, 27 jaar oud, en Zeger Fransz., 23 jaar oud, verklaren op verzoek van Claes Engelsz. van Wormer, dat van de haring, die zij op 7 nov. 1550 gekocht hebben van Cornelis Eggesz. Stierman, poorter te Wormer, “int packen nijet meer vuijt gecomen en is” dan 17 lasten “brants” en vijf tonnen “vuijtschots”. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 390)

– 11 mrt. 1551: Jan van Wels Jacobsz. de jonge verleent procuratie aan zijn vrouw Annechen Dircxdr. [sic], Jan van Wels, Jacob van Wels, Cornelis van Wels en Lanslot Moreau, o.a. om voor het gerecht van Rhoon te transporteren zeker land, dat daar is gelegen. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 396)

– 6 mrt. 1554: Jan van Wels Jacopsz. de Jonge stelt zich borg voor Jacop van Wels “omme de voirsz. Jacop te recht te brengen ende tgewijsde te volcoemen” in de zaak, die Jacop van Wels als gedaagde tegen Heijnrick Brouwer als eiser “vuijtstaende heeft”. (ORA Dordrecht inv. 699, f. 93)

– 20 sept. 1554: verklaring op verzoek van de erfgenamen van Gerrit Evertsz. door Anna Jansdr. van Breen, weduwe van Jan van Wels, 54 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 699, f. 42v)

– 9 juli 1556: Anna Jan van Breedaesdr., weduwe van Jan van Wels, verkoopt aan Jan Joesten bakker, haar zoon, een huis met al hetgeen dat “totten backerije toebehoerende is”, staande op het Groothoofd tussen het huis van Aernt Jansz. en dat van Heijnrick de vleeshouwer. Koper kent schuldig aan verkoper 50 ponden groten Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 700, f. 46)

Kind:

c-1. Maria van Wels Jansdr., geboren naar schatting ca. 1545 (onmondig in 1566), trouwde naar schatting ca. 1572 (na 4 april 1571)Johan Arentsz. Brouwer, overleden ca. 1612, zoon van Arent Brouwer, wijnkoper te Dordrechten Marie Boucquet Blasiusdr. (Zijn ouders woonden in het huis in de Wijnstraat tegenover de Nieuwbrug, waar later de herberg St. Joris werd gehouden. Cf. De Nederlandsche Leeuw 1935, kol. 342.)

– 4 april 1571: Gijsbrecht Jansz., tresorier van Dordrecht en jonkvrouwe Wilhelmijna Visschers, weduwe van Willem van Nuijssenburch, als executeurs van het testament van wijlen Dircxken Barthoutsdr. en testamentaire voogden van Maria van Wels, nagelaten weeskind van wijlen Jan van Wels de jonge, verklaren ter voldoening van de helft van de “constitutie” van een jaarlijkse losrente van 54 gouden Carolusguldens, “breder verclaert in zeeckere accord ofte vuijtsprake gedaen bij zeeckere arbitrateurs tusschen wijlen Jacob van Wels inden naem vanden voersz. Dircxken Barthoutsdr., ter eenre ende Willem ende Dirck, gebroederen, zoenen van wijlen Jan Barthoutsz., des voersz. Dircxkens broeder, ter andere van date den [17 febr. 1531]”, aan Jan van Nuijssenborch Dircxsz. verkocht te hebben een jaarlijkse losrente van 4 ponden 10 schellingen Vlaams, verzekerd op een huis, genaamd “Groot Henegouwen”, staande aan de Poortzijde [Wijnstraat]tussen het huis van jonkheer Pieter Aerntsz., ambachtsheer van Heerjansdam en de Gravenstraat. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 134v)

– 29 april 1588: boedelscheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Margareta Evertsdr., tussen haar weduwnaar Jacob van Meuwen [Jacobsz.], enerzijds en Schrevel Monnesz., als man van Jannege Evertsdr., zuster van Margareta Evertsdr. en als zodanig voogd van moederszijdevan Grietken van Meuwen, vier jaar oud, weeskind van Margareta Evertsdr., bij haar verwekt door Jacob van Meuwen, en Jan Brouwer Arentsz., “als van sijn huijsvrouwe wegen vanden naeste vrienden” en toeziend voogd van het genoemde weeskind. (ORA Dordrecht inv. 740, 107 e.v.)

– 15 okt. 1611: testament van Johan Brouwer en zijn vrouw Maria van Wels of Weels. Mede-erfgenamen zijn hun getrouwde dochters Maria Brouwer en Elysabeth Brouwer. Eerdere testamenten op 1 dec. 1583 en 17 mei 1593 gepasseerd voor notaris Harmen Spiegel te Dordrecht. (ONA Rotterdam inv. 34, akte 31)

d.Janneken van Wels Jacobsdr., geboren naar schatting ca. 1505, vermoedelijk overleden vóór 17 nov. 1561 (maar in ieder geval voor 23 april 1562), trouwde naar schattting ca. 1530 Willem Dirksz.

– 17 nov. 1561: Jacob Dirksz., voor zichzelf en tevens vervangende Michiel, Bastiaen en Willem Dirkszonen en Geertruijt, Elsken en Marijchen Dirksdochters, allen kinderen van wijlen Adriaentgen Michielsdr., en Cornelis Jacobsz. schipper, man van Marijken Michielsdr., namens Neeltgen Cornelisdr. en Elsken Cornelisdr., verklaren volledig voldaan en betaald te zijn door Aeltgen Willemsdr., van alzulke 7 Vlaamse ponden als Grietken Jacobsdr., hun tante, hun gelegateerd heeft en die hebben berust onder Janneken van Wels Jacobsdr. (ORA Dordrecht inv. 703, akte 177)

– 23 april 1562: Andries Willemsz. en Willem Willemsz., bij vertichting toebedeeld zijnde aan de goederen, nagelaten door wijlen Janneken van Wels Jacobsdr., transporteren aan hun vader Willem Dircxsz. de eigendom van een losrentebrief van 12 gl jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 180)

– 8 juni 1569: Jacob Willemsz. apotheker, voor zichzelf en als voogd van het weeskind van wijlen Barthout Willemsz., enGijsbrecht Willemsz., voor zichzelf, als mede-erfgenamen van wijlen Dircxken Barthoutsdr., verklaren, dat zij niet “approberen alzulcke requeste … als onlancx geleden den Hoeve van Hollandt gepresenteert … is opten naeme vande kinderen en kintskinderen van wijlen Jannechen Jacobs dochter mitsgaders die missijve van den zelfden Hoeve daer op geëxpedeert, alzoe all tzelve gedaen … is buijten weeten, wille ofte consente vanden comparanten”, maar dat zij bereid zijn “die belastinge staende op hare quote ende portie” in de nalatenschap van Dircxken Barthoutsdr. af te lossen. (ORA Dordrecht inv. 727, akte 342)

– 5 aug. 1570: Jacob Willemsz. apotheker, Willem Willemsz., en Adriaen Jansz. Cant, als man Aeltgen Willemsdr., verkopen aan Anneken Hermansdr. een jaarlijkse losrente van 2 ponden Vlaams, verzekerd op drie 1/5 parten van een huis, genaamd “Venlo”, staande aan de Poortzijde bij de Nieuwbrug tussen het huis genaamd “Beemont” en het huis van de erfgenamen van Jacob Oem. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 281)

Kinderen (volgorde willekeurig):

d-1. Cornelis Willemsz., trouwde NN

Kind:

d-1-1. Beatris Cornelisdr. , trouwde Adriaen Huijbrechtsz., marktschipper van Dordrecht op Rotterdam

d-2. Jacob Willemsz., geboren ca. 1535,apotheker, overleden vóór 31 jan. 1587, trouwde NN

– 26 febr. 1569: verklaring op verzoek van heer en mr. Cornelis Thomasz., als gemachtigde van Neeltgen Thomasdr., weduwe van Niclaes van de Graeff, door Jacob Willemsz. apotheker, ongeveer 34 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 727, akte 73)

Kinderen:

d-2-1. Dirck Jacobsz.

d-2-2. Willem Jacobsz.

d-3. Willem Willemsz., geborenca. 1541,hellebaardier, zoutmeter, overleden tussen 12 nov. 1584 en 31 jan. 1587, trouwde Marijcken Egbertsdr., dochter van Egbert Matheusz. en NN

– 8 april 1579: Jochum Meusz. zeilmaker en Willem Willemsz. hellebaardier stellen zich borg voor Lijsbet mr. Henricx, wonende te IJsselmonde, “voor alzulcke actie van boeten” als Crijn Joncker, “shooffs bode van Zuijthollant”, beweert tegoed te hebben van Lijsbet. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 47)

– 25 mei 1580: verklaring op verzoek van Jan van Huijssen, wonende te Arnemuiden, door Willem Willemsz. hellebaardier, ongeveer 39 jaar oud, en Pieter Jansz. Boucquet, ongeveer 35 jaar oud, beiden zoutmeters te Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 714, f. 63)

– 12 nov. 1584: Dirck Huijbrechtsz. ijzerverkoper, als voogd van zijn kinderen, verwekt bij Magdalena Willemsdr. [= d-10], transporteert aan Willem Willemsz. 1/7 deel “van de reste” van de helft van een leeg erf, hun aangekomen door overlijden van hun overgrootmoeder Dircxken Barthoutsdr., gelegen in de Gravenstraat en strekkende van het erf van Geerit van Ree tot aan het huis van Screvel Monnesz. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 50 gl. Dezelfde verkoper transporteert aan Aeltgen Willemsdr., weduwe van Adriaen Jansz. Cant, 1/7 deel van de helft van het genoemde erf.Koopster is schuldig een bedrag van 50 gl. Aeltgen Willemsdr. transporteert tevens aan haar broer Willem Willemsz. 1/7 deel van hetzelfde erf. Willem Willemsz. hellebaardier verkoopt aan voornoemde Aeltgen Willemsdr. 2/7 delen van hetvoornoemde lege erf, waarvan 1/7 deel in de helft hem is aangekomen bij overlijden van zijn grootmoeder Dircxken Barthoutsdr. en waarvan het andere 1/7 deel in de helft door hem is gekocht van de kinderen van Barthout Willemsz. [= d-7](ORA Dordrecht inv. 738, f. 65v-66v)

– 8 dec. 1586: Marijken Egbertsdr., weduwe van Willem Willemsz. hellebaardier, enerzijds en Jan Maertensz. schipper, als man en voogd van Janneken Willemsdr., voor zichzelf en diezelfde Jan Maertensz. en Reijer Adriaensz. viskoper, als van wege hun vrouwen voogden van Dircxken Willemsdr., nagelaten weeskind van Willem Willemsz. hellebaardier, anderzijds, verdelen de goederen, die zijn nagelaten door Willem Willemsz. Aan de weduwe en kinderen zijn toebedeeld een huis, hof, land en een leeg erf in het Gravenstraatje en alle overige goederen, zowel roerende als onroerende. De kinderen krijgen samen de helft van een huis [in de Wijnstraat]bij de Nieuwbrug, genaamd “Venlo”, dat hun is aanbestorven door overlijden van Dircxken Baerthoutsdr., hun overgrootmoeder. De weduwe krijgt verder nog een somma van 6 ponden Vlaams. Aldus geschied en overeengekomen in aanwezigheid van Jan van Wels Jacobsz., Jan Brouwer Arentsz.en Reijer Adriaensz. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 96 e.v.)

– 31 jan. 1587: compareert voor schepenenvan Dordrecht Jan Maertensz. schipper, als man en voogd van Janneken Willemsdr., voor zichzelf en als naaste bloedvoogd van zijn vrouws zuster, Dirxgen Willemsdr., onmondig weeskind van wijlen Willem Willemsz. hellebaardier, verwekt bij wijlen Marijcken Egbertsdr., tevens vervangende Dirck Jacobsz. en Willem Jacobsz., kinderen van wijlen Jacob Willemsz. apotheker, geassisteerd met Jan Brouwer, als naaste verwanten van genoemde kinderen. Comparant verkoopt aan Willem Ingeenpas, koopman van wijnen, een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat] tegenover de Gravenstraat, genaamd “Venlo”, staande tussen het huis genaamd “’t Pallays”, nu toebehorende aan Wouter van Craijesteijn en het huis genaamd “Beaumont”. In plaats van waarborg heeft verkoper hiervoor verbonden een leeg erf met een huisje daarop, staande en gelegen in de Gravenstraat tussen het erf, dat toebehoord heeft aan Aeltgen Canten en het huis van Geerit van Ree. Koper is voor de ene helft van het huis schuldig aan Jan Maertensz. en diens schoonzuster een bedrag van 550 gl. (borg: Jacob Cool thesaurier) en voor de andere helft aan de twee kinderen van Jacob Willemsz. een bedrag van 726 gl. en 7 st. (geen borg). (ORA Dordrecht inv. 739, f. 100 e.v.)

– 4 febr. 1587: Egbert Matheusz., wonende in de Klundert, als naaste bloedverwant van Dircxghen Willemsdr., onmondig weeskind van wijlen Willem Willemsz. hellebaardier, verwekt bij Marichgen Egbertsdr., verleent machtigingaan Wit Joosten schiptimmerman om de goederen van het weeskind te beheren en met Jan Maertensz., als echtgenoot van Janneken Willemsdr., over te gaan tot “behoorlijke scheiding” van de goederen, die zijn nagelaten door Willem Willemsz. en Marijcken Egbertsdr. (ORA Dordrecht inv. 739. f. 101)

– 27 mei 1587: Jan Maertensz. schipper, als man van Janneken Willemsdr. en als voogd van Dircxgen Willemsdr., de zuster van zijn vrouw en onmondig weeskind van Willem Willemsz. hellebaardier, verwekt bij Marichgen Egbertsdr., transporteert aan Jan van Wels viskoper [zie kwartier nr. 144] een schepenenschuldbrief, verleden door Willem Ingeenpas op 31 jan. 1587, inhoudende een somma van 550 gl. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 175)

– 1 aug. 1587: Jan Bouwensz. is schuldig aan Jan Maertensz. schipper, voor de ene helft en Reijer Adriaensz. en Wit Joosten, als voogden van Dircxgen Willemsdr., onmondig weeskind van Willem Willemsz. hellebaardier, verwekt bij Marijchgen Egbertsdr., voor de andere helft, een somma van 518 Rijnse gl. en 11 st., wegens de koop van een boomgaard, met huis, “teelinge” en weiland, staande en liggendein Zwijndrecht aan de Langeweg. Borg: Cornelis Adriaensz. Jaeger. (ORA Dordrecht inv. 739,f. 222v)

– 10 okt. 1587: Jan Maertensz. schipper voor de ene helft en Reijer Ariensz., als voogd van Dircxgen Willemsdr., onmondig weeskind van Willem Willemsz. hellebaardier, door hem verwekt bij Marijcken Egbertsdr., tevens vervangende Wit Joosten, voor de andere helft, transporteren aan Anneken Gerritsdr., weduwe van Adriaen Dircxsz., wonende op het Zwijndrechtse Veer, een schepenenschuldbrief van 518 gl. en 11 st., verleden door Jan Bouwensz. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 257)

Kinderen:

d-3-1.Janneken Willemsdr., trouwde Jan Maertensz. schipper

d-3-2. Dirksken Willemsdr., geboren naar schatting ca. 1565,onmondig in dec. 1586, trouwde Adriaen Melsz. bakker

ORA Dordrecht inv. 1597, f. 2: op 5 jan. 1621 verklaren Adriaen Melsz. bakker en zijn vrouw Dircxken Willemsdr. schuldig te zijn aan Joost de Wit, korenkoper en burger van Dordrecht, een somma van 66 gl., verbindende hun aandeel in de goederen, zowel landerijen, renten als anderszins, die zijn nagelaten door Jacob en Cuijntgen van Wels en die liggen in Aldenhoven in het Land van Gulick en daaromtrent.

d-4. Gijsbert Willemsz.

d-5. Mercelis Willemsz.

d-6. Andries Willemsz., trouwde Lijntken Aertsdr.

– 26 okt. 1570: Wouter Pietersz. bakker stelt zich borg voor Andries Willemsz., kleinzoon en erfgenaam van wijlen Dircxken Barthoutsdr., indien Andries in gebreke blijft, “naer advenant zijncontingente portie, die hij vuijten boedel van wijlen Dircxken Barthoutsdr. zaliger des voersz. Andries grootemoeder sall genijeten, aff te doen ende te helpen draegen die renthen, schulden ende lasten, daer den voersz. boedel noch mede belast is, all naer vermelden den appoinctemente sHoofs van Hollant” dd 18 jan. 1570, in welk geval al datgene door de executeurs van het testament van DircxkenBarthoutsdr. verhaald mag worden op de comparant.(ORA Dordrecht inv. 728, f. 13)

d-7. Barthout Willemsz., overleden vóór 1 jan. 1566 (ORA Dordrecht inv. 705, f. 30), trouwde Marechgen Thijssen, trouwde 2e vóór 22 nov. 1574Gerrit de Gruijter van der Goude (ORA Dordrecht inv. 709, f. 125 e.v. (akte 208)

Kinderen (volgorde onzeker):

d-7-1. Marijcken Barthoutsdr., “van der Gouw” (1579),trouwde NG Dordrecht 10 mei 1579 (ondertrouw)Pieter Jacobsz. (de Stercke), van Dordrecht (1579)

-1 dec. 1579: Pieter Jacobsz., als man van Marijcken Barthoutsdr., Willem Barthoutsz. en Barthout Barthoutsz. verkopen aan hun oom Willem Willemsz. hun aandeel in een grote en kleine loods met lege erven in het Gravenstraatje, welkezij hebben geërfddoor overlijden van Dircxken Barthoutsdr., hun grootmoeder en hun andere ooms en tantes. Willem Willemsz. is schuldig aan verkopers een somma van 83 gl. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 184v e.v.)

d-7-2. Willem Barthoutsz.

d-7-3. Barthout Barthoutsz.

d-8. Alijt (Aeltgen) Willemsdr., geboren ca. 1528, overleden na 12 nov. 1584, trouwde naar schatting ca. 1550 Adriaen Jansz. Cant (de jonge), geboren ca. 1519, kuiper en waard in “Lonnen” te Dordrecht, overleden ca. 1580.

– 9 juli 1571: verklaring door Aeltgen Willemsdr., vrouw van Adriaen Jansz. Cant kuiper, 43 jaar oud, inwonende poorteres van Dordrecht, als daartoe gedagvaard zijnde door Marinus Cornelisz., wonende te Brouwershaven. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 763)

– 24 okt. 1579: verklaring op verzoek van Pieter Cornelisz., schipper wonende te Schiedam, door Adriaen Jansz. Cant, waard in “Lonnen” te Dordrecht, ongeveer 60 jaar oud, zijn vrouw Aelken Willemsdr., ongeveer 50 jaar oud, en Jan Adriaensz. Cant, ongeveer 23 jaar oud. Zij getuigen, dat tijdens de Vasten 1579 een zekere Gennes Halse van Hull in Engeland met zijn schip in Dordrecht gekomen is, geladen met “garsen en mout”, en dat hij zei daarvan 10 lasten verkocht te hebben aan Pieter Cornelisz. Hij zou “daer in schaede aen geleden” hebben, maar verklaarde, dat hij Pieter daarover niet moeilijk zou vallen en van hem daarvoor niets zou eisen. Dat laatste wordt bevestigd door de vierde getuige, Adriaen [sic] Cornelisdr., de vrouw van Adriaen Cornelisz. Ruerom [Roerom], ongeveer 68 jaar oud.

– 18 aug. 1580: Aeltgen Willemsdr., weduwe van Adriaen Jansz. Cant, Jan Adriaensz. Cant, Reijer Adriaensz. viskoper, als man en voogd van Marijcken Adriaensdr. enJan Adriaensz. de jonge, voor henzelf en tevens vervangende Baerthout Ariensz., hun nog onmondige broer, verkopen aan Caerle Jansz. wijnkuiper de helft van een huis, genaamd “de Blauwe Leeuw”, staande in de Gravenstraat tussen het huis “Cleijn Mariënborch” en Jacob de lijndraaier. Waarborgen: Reijer Adriaensz. en Willem Willemsz. hellebaardier. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 21)

Kinderen:

d-8-1. Marijken Adriaensdr. Kant, geboren naar schatting ca. 1550, trouwde naar schatting ca. 1570 Reijer Adriaensz., viskoper te Dordrecht,overledenvóór 10 dec. 1605,zoon van Adriaen Cornelisz. schrijnwerker en Vrouwelinck (Vrouken) Reijer Jansdr.

– 11 juni 1566: Vrouken Reijersdr., weduwe van Adriaen Cornelisz. schrijnwerker, verkoopt aan Cornelis Cornelisz. huistimmerman een huis in de Lombardstraat, staande tussen het huis van Coman Willem Henricxsz. schiptimmerman en dat van de weduwe en erfgenamen van Revert Lubbertsz. Waarborg: Marijchen Adriaensdr., de weduwe van Jacob Henricxsz. schiptimmerman. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 358 gl. Borgen: Adriaen Cornelisz. en Jan Hermansz. huistimmerman. (ORA Dordrecht inv. 705, akten 462 en 463)

– 6 juli 1568: Willem Adriaensz., wonende te Geertruidenberg, Reijer Adriaensz. viskoper en Marijken Adriaensdr., weduwe van Jacob Henricxsz., verklaren voldaan en betaald te zijn van hetgeen hun is aangekomen bij overlijden van hun moeder Vrouwelinck Reijer Jansdr., Henrick Adriaensz. en Adriaen Adriaensz., hun broers en Trijnken en Cleijsken Adriaensdr., hun zusters, met uitzondering van een huis op de Kleine Vismarkt, staande tussen het huis van Revert Lubbertsz. en dat van Jan Thomasz. munter. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 40 e.v.)

– 16 aug. 1571: Pieter Jacobsz. viskoper verkoopt aan Reijer Adriaensz. viskoper een huis, staande op de hoek in het Torenstraatje naast het huis van Jacob Ket. Hij stelt als waarborg een huis tegenover het Minnebroedersklooster aan de Landzijde, staande tussen het huis van Sijmon de schilder en dat van Jan Adriaensz. Kennip. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 46 gl., stellende als borg 1/6 part in een huis, genaamd “Volckerack”, staande op de Kleine Vismarkt tussen het huis van de erfgenamen van Revert Lubbertsz. en dat van Jan Thomasz. zeepzieder. (ORA Dordrecht inv. 709, akten 813 en 814)

– 8 nov. 1575: Reijer Ariensz., viskoper en poorter van Dordrecht, stelt zich borg voor zijn schoonvader Adriaen Jansz. Cant voor de “lichtinge” van een rentebrief, sprekende op diens broer wijlen Adriaen Jansz. Cant de oude. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 10v)

– 29 nov. 1575: Adriaen Jansz. Cant verkoopt aan Jan Cornelisz. vleeshouwer een huis onder de Vleeshal te Dordrecht. Waarborg (voor verkoper): Reijer Adriaensz. viskoper. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 42)

– 11 okt. 1578: Geerit Jordaensz., als man van Marijcken Jacobsdr. en Geerit Jansz. glaesmaker, als man van Grietgen Jacobsdr., verkopen aan Reijer Adriaensz. viskoper, hun oom, de helft van een huis genaamd “Volckerack”, staande op de Kleine Vismarkt tussen het huis van Mels Ghijsbrechtsz. kaaskoper en dat van Jan Adriaensz. bakker. Waarborgen: Jorden Dircxsz. bakker en Adriaen Jansz. steenhouwer. Koper is schuldig aanGeerit Jordensz.een somma van 349 gl. Borgen: Jan van Wels en Willem Willemsz. cruijenier. (ORA Dordrecht inv. 734, f. 141v)

ORA Dordrecht inv. 713, f. 52v: op 23 okt. 1578 verkoopt Reijer Adriaensz. viskoper aan Henrick Gillisz. mandenmaker een huis, genaamd “Volckerack”, staande op de Kleine Vismarkt tussen het huis van Mels Ghijsbertsz. kaaskoper en dat van Jan Adriaensz. bakker. Waarborgen: Adriaen Jansz. Cant en Willem Willemsz. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 718 gl. Borg: Anthonis Anthonisz. vaandrig.

– 5 jan. 1587: Reijer Adriaensz. “cruijenier” [sic], als man van Marijken Adriaensdr. en Barthout Adriaensz. en Janneken Adriaensdr., elk voor 1/3 part, verkopen aan Pieter Willemsz. wijnkuiper de helft van twee lege erven in het Gravenstraatje, liggende tussen het huis van Schrevel Monne en het erf van Gerrit van Ree, waarvan de andere helft heeft toebehoord aan de weduwe van Willem Willemsz. hellebaardier. Als waarborg verbinden zij een huis in Dordrecht, genaamd “Londen”, dat staat tussen het huis van Thonis den Eelinck en dat van Dirck Philipsz. Koper is schuldig aan verkopers een somma van 316 gl. Borgen: Bastiaen Gijsbertsz. molenaar en Henrick Gijelisz. huistimmerman. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 110 e.v.)

– 10 dec. 1605: Govert Gerritsz. van Couwenhoven, waard in “de Fonteijne”, verkoopt voor 600 gl. aan Cornelis Jansz. Baeckerman, waard in “de Gulden Riem”, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Pieter Jansz. boormaker en dat van Mariken Ariensdr. Kant, weduwe van Reijer Ariensz. viskoper. Waarborgen: Willem Ariensz. en Maerten van Dockum. De koper is schuldig aan verkoper 500 gl. Borgen: Thielman Michielsz. en Hans Huijbrechtsz. van de Boogaert. (ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 105v e.v.)

– 8 mei 1606: Mariken Ariensdr., weduwe van Reijer Ariensz. viskoper, is schuldig aan Pieter Cornelisz., weeskind van Cornelis Pietersz., een somma van 400 gl., verbindende een huis op de hoek van de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Pia Claesz. glasmaker en de Vleeshouwersstraat. Borgen: Jan van Wels viskoper en Jan Segersz. huistimmerman. (ORA Dordrecht 1584 (nieuw), f. 144)

Kind:

d-8-1-1. Arien Reijersz., “glaesmaker” te Dordrecht

d-8-2. Janneken Adriaensdr. Cant, geboren naar schattingca. 1560, trouwde NG Dordrecht 15 okt. 1589 Herry (Henrijc) Loge (Logge, Lodge, Lode, Loeds, Lodze)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

d-8-2-1. Edmondt, dec. 1589

d-8-2-2. Edmondt, jan. 1590

d-8-2-3. Edmondt, okt. 1593

d-8-2-4. NN, juli 1595

d-8-2-5. Susanna, aug. 1597

d-8-2-6. Adrianken, dec. 1598

d-8-3. Jan Adriaensz. Cant de oude

d-8-4. Jan Adriaensz. Cant de jonge, geboren ca. 1556

d-8-5. Baerthout Adriaensz. Cant, geboren ca. 1565

– 25 juli 1587: verklaring ten behoeve van Thomas Fransz., Engels koopman, door Barthoudt Adriaensz. Cant, wonende te Dordrecht en ongeveer 22 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 210v)

d-9Marijchen Willemsdr., trouwde Steven Verelst

Kind:

d-9-1. Janneken Stevensdr., trouwde Pieter Pietersz. bakker

d-10. Magdalena Willemsdr., overleden vóór 27 okt. 1575, trouwde Dirck Huijbrechtsz.(Jong, de Jonge)ijzerverkoper, trouwde 2e Crijntgen Jacobsdr. de Both

– 27 okt. 1575: boedelscheiding tussen Dirck de Jonge Huijbrechtsz., weduwnaar van Magdalena Willemsdr., enerzijds, en Willem Willemsz., Adriaen Jansz. Cant, als man van Aeltken Willemsdr., Jan Brouwer Aerntsz., schepen in wette van Dordrecht, Gerrit Fransz. Kegelinck van Gouda, als ooms en naaste verwanten van Janneken Dircxsdr., ongeveer 11 jaar, Adriaen Dircxsz., ongeveer 9 jaar, Willem Dircxsz., ongeveer 7 jaar, en Rochus Dircxsz., ongeveer 3 jaar oud, nagelaten weeskinderen van Magdalena Willemsz., bij haar verwekt door Dirck Huijbrechtsz., anderzijds. De weduwnaar krijgt alle goederen, die zijn vrouw heeft nagelaten, met dien verstande, dat hij van de goederen, die Magdalena in vruchtgebruik heeft gehad volgens het testament van Dircxken Barthoutsdr. [haar grootmoeder], hij de jaarlijkse opbrengsten zal mogen genieten gedurende de tijd, waarin hij verplicht is zijn kinderen te onderhouden. Die verplichting zal ophouden te bestaan wanneer de kinderen 18 jaar zijn geworden. Hij zal hun dan elk een somma van 150 gl., dus in totaal 600 gl., uitkeren. Voor de nakoming hiervan verbindt hij een huis, genaamd “Beaumont”, staande bij de Nieuwbrug. (ORA Dordrecht inv. 711, akte 16)

-12 nov. 1584: Dirck Huijbrechtsz. ijzerverkoper, als voogd van zijn kinderen, verwekt bij Magdalena Willemsdr. transporteert aan Willem Willemsz. 1/7 deel “van de reste” van de helft van een leeg erf, hun aangekomen door overlijden van hun overgrootmoeder Dircxken Barthoutsdr., gelegen in de Gravenstraat en strekkende van het erf van Geerit van Ree tot aan het huis van Screvel Monnesz. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 50 gl. Dezelfde verkoper transporteert aan Aeltgen Willemsdr., weduwe van Adriaen Jansz. Cant, 1/7 deel van de helft van het genoemde erf.Koopster is schuldig een bedrag van 50 gl. Dezelfde Aeltgen Willemsdr. transporteert aan haar broer Willem Willemsz. 1/7 deel van hetzelfde erf. Willem Willemsz. hellebaardier verkoopt aan voornoemde Aeltgen Willemsdr. 2/7 delen van hetvoornoemde lege erf, waarvan 1/7 deel in de helft hem is aangekomen bij overlijden van zijn grootmoeder Dircxken Barthoutsdr. en waarvan het andere 1/7 deel in de helft door hem is gekocht van de kinderen van Barthout Willemsz. [= d-7](ORA Dordrecht inv. 738, f. 65v-66v)

– 20 febr. 1586: comp. Crijntgen Jacobsdr. de Both, weduwe van Dirck de Jonge Huijbrechtsz., enerzijds en Janneken Dircxsdr. en Adriaen Dircxsz., ieder voor zichzelf en Willem Willemsz. en Jacob Govertsz., als voogden van Willem Dircxsz. en Rochus Dircxsz., onmondige weeskinderen van Dirck Jong Huijbrechtsz., geassisteerd met hun neef Jan Brouwer Aerntsz., oudraad in wette van Dordrecht, anderzijds. “Ende bekenden de voorsz. comparanten onderlinge op ende jegens malcanderen geschift, gescheijden ende gedeelt te hebben alle de goederen … sulcx sijluijden die met malcanderen te schiften ende te scheijden hadden beroerende de doot van wijlen [Dirck] Jong Huijbrechtsz. voornoemt … te weten dat alsoe tusschen de voorsz. weduwe ter eenre ende de kinderen met haere voochden ende vrunden ter anderesijden onderlinge seeckere questiën ende geschillen geresen waeren ende eerst belangende de taxatie vande vijffde paerten vande huijsen genaamt Beaumont ende Cleijn Mariënborchmitsgaeders die andere goederen die dselve kinderen aengecoemen waeren bij den overlijden van wijlen Dirxken Baerthoutsdr., haer overgrotemoeder die van wegen de voorsz. kinderen gesustineert werden henluijden te competeren volgende den testamente van de voorsz. Dircxken Baerthoutsdr.(ORA Dordrecht inv. 738, f. 344 e.v.)

Kinderen:

d-10-1. Janneken Dirksdr., geboren ca. 1564

d-10-2. Adriaen Dirksz. ’t Jong, geboren ca. 1566, beenhakker.

d-10-3. Willem Dirksz., geboren ca. 1568

d-10-4. Rochus Dirksz., geboren ca. 1572

d-11. Geertruijt Willemsdr.

e. Mariken van Wels, trouwde vóór 28 dec. 1543 WillemVastertsz, overleden tussen 5 aug. 1546 (ORA Dordrecht inv. 695, f. 17v) en 21 mei 1551 (ORA Dordrecht inv. 721, f. 52v), zoon van Vastart Willemsz. en Neelken (Cornelia) Adriaensdr. (van Cleijburg)

– Allerkinderen (28 dec.) 1543: Willem Vastartsz. wordt opgenomen in het Houtkopersgilde te Dordrecht, is getrouwd met de dochter van een gildebroeder en betaalt een halve gulden. (Gildenarchieven Dordrecht inv. 8, f. 27)

f. Dirk van Wels Jacobsz., overledentussenca. 1543 en8 april 1552

– 31 juli 1544: Revert Cornelisz. schipper, 36 jaar oud, verklaart op verzoek van Willem Pleijt, dat hij – Revert – erbij is geweest, toen Dirck van Wels in aanwezigheid van Ghijssbert van Arkel, zijn “noem”, in 1543Pleijt in dienst genomen heeft om met zijn schip een vracht te vervoeren naar “Linnen” in Engeland, welk schip toen door de Fransen gekaapt is. (ORA Dordrecht inv. 694, akte 91)

– 8 april 1552: Jan Jacobsz. de Oude, Jacop Jacopsz., Jan Jacobsz. de Jonge en Willem Jansz., als naaste verwanten van wijlen Dierick van Wels, verklaren, dat zij, zonder zich te “constitueren” als erfgenamen van genoemde Dierick van Wels, “maer alleenlick om zijn recht te defenderen”, procuratie verlenen aan Adriaen de la Nella en Cornelis van Haeften, procureurs voor het Hof van Holland, om als verdedigers op te treden in het procescontra Pouwels Valing uit Engeland, dat wijlen Dierick van Wels nog onbeslist hangende heeft voor het Hof van Holland. (ORA Dordrecht inv. 698, akte 322)

g. Cornelis van Wels, overleden in of na 1551

– 25 mrt. 1551: Cornelis van Wels Jacobsz. verleent procuratie ad recipienda debita aan zijn moeder Dircxken Barthoutsdr., weduwe van Gijsbert van Arckel, aan Jan, Jacob, en jonge Jan van Wels, zijn broers,en aan Andries Aertsz., Dirck Aertsz., Reijer van Nes, en Anthoenis van Nes. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 398)

580. Reijer Jansz., trouwde

581. NN

– 13 okt. 1551: Adriaen Dirxsz. Wijcke schipper verkoopt Michiel Jansz. droechscerier een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Reijer Jansz. wijnscroijer en dat van Wouter Jacopsz. schipper. Waarborg: Neeltge Ariensdr., weduwe van Dirck Dircksz. Wijcke, moeder van de verkoper.De koper is schuldig 48 Vlaamse ponden. Borgen: Jan Geritsz.,vader van de koper,en mr. Jan Boijensz. barbier. (ORA Dordrecht inv. 698, f. 38v)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Vrouken Reijer Jansdr., overleden ca. 1567, trouwde Adriaen Cornelisz. schrijnwerker, overleden vóór 11 juni 1566

– 11 juni 1566: Vrouken Reijersdr., weduwe van Adriaen Cornelisz. schrijnwerker, verkoopt aan Cornelis Cornelisz. huistimmerman een huis in de Lombardstraat, staande tussen het huis van Coman Willem Henricxsz. schiptimmerman en dat van de weduwe en erfgenamen van Revert Lubbertsz. Waarborg: Marijchen, de weduwe van Jacob Henricxsz. schiptimmerman. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 358 gl. Borgen: Adriaen Cornelisz. en Jan Henricxsz. schiptimmerman. (ORA Dordrecht inv. 705, akten 462 en 463)

– 6 juli 1568: Willem Adriaensz., wonende te Geertruidenberg, Reijer Adriaensz. viskoper en Marijken Adriaensdr., weduwe van Jacob Henricxsz., verklaren voldaan en betaald te zijn van hetgeen hun is aangekomen bij overlijden van hun moeder Vrouwelinck Reijer Jansdr., Henrick Adriaensz. en Adriaen Adriaensz., hun broers en Trijnken en Cleijsken Adriaensdr., hun zusters, met uitzondering van een huis op de Kleine Vismarkt, staande tussen het huis van Revert Lubbertsz. en dat van Jan Thomasz. munter. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 40 e.v.)

b. Jan Reijersz. (= kwartier 290)

582. Henrick NN, trouwde

583. Lijsbeth (van) Eeten, geboren naar schatting ca. 1490, overleden na 10 jan. 1571 (ORA Dordrecht inv. 709, akte 498)

690. Aart Hallincq Jansz., geboren 9 aug. 1500, schepen van Dordrecht (1542), waarsman van Mijnsheerenland, overleden te Antwerpen in 1548, trouwde in 1524

691. Maria Oem Daniëlsdr., overleden in 1585

“Hy bracht van zijn Moeder ten Huwelijk 12. Mergen Lands, en eenige Renten, zy 13. Mergen en eenige Renten.” (Balen, o.c., deel II, p. 1074-1075)

– 18 jan. 1576: op verzoek van Jan Adriaensz schrijnwerker nomine uxoris leggen Ariaentken Roeckendr., vrouw van Jan Jansz. schipper, 60 jaar oud en Jaepken Jacobsdr., vrouw van Geerit Ariensz. schipper, 38 jaar oud, een verklaring af. Zij getuigen, dat de attestatie, welke Marijcken Roecken, zuster van voornoemde Ariaentken, heeft afgelegd op verzoek van Marijcken Daniël Oomendr. ten huize van heer Swart, waar zij drie maal tevoren gehaald was op verzoek van heer Daniël, niet waar is. Marijcken Roecken was toentertijd zwanger en is gedurende die zwangerschap gestorven. Zij was toen ook niet “machtich” zo’n getuigenis af te leggen. “want die lest bij haer quam daer hilde zijt mede, als wesende variabel ende nijet vast in haer woerden.” (ORA Dordrecht inv. 710, f. 181v)

– 10 nov. 1582: Marijken Daniël Oomsdr., weduwe van Aert Jansz., geassisteerd met mr. Cornelis Aertsz., Willem Jansz., als man van Geertruijt Aertsdr., Servaes de Vale, als man van Marijcken Aertsdr., Ocker Aertsz. en Cornelis Aertsz., voor zichzelf en tevens vervangende hun zuster Aert Aertsdr., verkopen aan Jan Aertsz. een huis, “spijcker”, bakhuis en turfhuis, in welk huis Marijken Daniël Oomsdr. gewoond heeft, staande in de Voorstraat in de Kannekopersbuurt bij de Willem Oskensstraat tussen het huis van de erfgenamen van Jacob Claesz. Braet en het huis van Nicasius Pietersz. (ORA Dordrecht inv. 715, f. 27)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jan Aertsz. Hallinck, houtkoper te Dordrecht

– 7 mei 1588: Jan Aertsz. Hallinck houtkoper transporteert aan Rochus Cornelisz. Praem een schepenenschuldbrief van 1575 gl., sprekende op Jacob Christiaensz. en gedateerd 9 juni 1585. (ORA Dordrecht inv. 718, f. 65v)

b. Maria Halling Aertsdr. (= kwartier 345)

c. Geertruijt Aertsdr., trouwde Willem Jansz.

d. Ocker Aertsz.

e. Cornelis Aertsz.

f. Aertgen Aertsdr.

692. Michiel NN

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Thonis Michielsz. houtkoper (= kwartier 346)

b. Jan Michielsz. houtkoper, overleden ca. 1571 (vóór 27 febr. 1572)

694. Adriaen Claesz., overleden vóór 20 nov. 1568,trouwde 2eMargareta Jacopsdr., die trouwde 2e Jan Philipsz. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 102), trouwde 1e

695. Geertruijd Sijbertsdr.

1158. Barthout Dircxsz. (van Nuijssenburch), geboren ca. 1457, schepen 1493-1506 enburgemeester van Dordrecht 1509-1519, eigenaar van het huis “Henegouwen” in de Wijnstraat te Dordrecht, overleden tussen 23 jan. 1523 en okt. 1527, trouwde 1e (?) Lucretia Lofrijs, 2eAlijd Jansdr., overledentussen 1527 en 1531.(Zie ook Van Heijningen/Sigmond, o.c., p. 36-37)

Kinderen:

a. Dircxken Barthoutsdr.

b. Jan Barthoutsz. (van Nuijssenburch)

c. Marigje Barthoutsdr.

1380. Jan Hallincq Okkersz., trouwde 1 aug. 1487

1381. Elisabeth Boogaards, geboren 1473 [sic], overleden in 1557

Zij hadden negen zoons en twee dochters “gelijk die Uijtgeschilderd zijn op twee Deuren van een Outer-Tafel, wel eer gehangen hebbende in de Nieu-kerk”. (Balen, o.c., deel II, p. 1072). Dit schilderij bevindt zich thans in het Amsterdams Historisch Museum. (A. Nelemans, Hic conditur. [Amsterdam 2006], p. 140)

– 30 aug. 1491: Jan Halling Okkersz. koopt van Adriaan van Overstege de Jonge het huis, genaamd “het Gulden Hoofd”, staande in de Houttuin [Voorstraat] te Dordrecht tussen het huis van Jan van Overstege Vastraadsz. en dat van de erfgenamen van Ottho van Slingeland, waar in de tijd van Matthijs Balen, ca. 1677,nog te zien warende familiewapens van Hallincq en Boogaard, uitgehouwen in blauwe steen. Hij was o.a. burgemeester van Dordrecht in de jaren 1509, 1521, 1522, 1530 en 1531. (Balen, o.c. deel II, p. 1072).

2762. Cornelis Boogaard Geritsz., trouwde

2763. Ermgaerd de Juede Screvelsdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1072)