Pater

Geraadpleegde literatuur:

K.J. Slijkerman, Het geslacht van Aert Heynrickxz. met de tak van der Heul te Heeroudelandsambacht, Hendrik Ido Ambacht en Zwijndrecht (Kapelle 1993)

I. Cornelis NN, leefde in de tweede helft van de 16e eeuw, vermoedelijk te Rhoon, trouwde Neeltgen Ariensdr., overleden na 18 nov. 1612

Kind:

a. Adriaen Cornelisz. Pater, volgt II

II. Adriaen Cornelisz. Pater, geboren te Rhoon naar schatting ca. 1585, jongmangeboren teRhoon(1612), overleden te Dubbeldam ca. 1660, trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 18 nov. 1612 (de bruidegom geassisteerd met zijn moederNeeltgen Ariensdr., de bruid met haar ouders Pleun Ariensz. en Sijtgen Hendricxsdr.) Reijnsburch Pleunen (de Wit), geboren naar schatting ca. 1590, dochter van Pleun Ariensz. (de Wit ) en Sijtgen Hendricxdr., zij woonde in 1612 in Dubbeldam, overleden in of na 1655

– 24 febr. 1612: Pleun Ariensz., wonende op Dubbeldam, stelt zich borg voor Cornelis Jansz. [van de Grient] zijn “zwager” [= schoonzoon] voor de huur gedurende zes jaar van 19 mrg. 442 roeden land, gelegen in Dubbeldam, door hem van Cornelis heer van de Mijl ridder overgenomen. (ORA Dubbeldam inv. 19, f. 54)

– 23 juni 1617: Cornelis Jansz. de Oude huurt zaai- en weiland. Borgen: Jan Cornelisz. Pijncxste en Pleun Ariensz. (ORA Dubbeldam inv. 19, f. 59)

– 1626 (1000e penning Dubbeldam): Adriaen Cornelisz. Pater wordt aangeslagen voor een vermogen van 5500 gl. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 241)

– 3 aug. 1627: Cornelis Jansz. van de Grient en Adriaen Cornelisz. Pater, beiden getrouwd met een dochter van Pleun Adriaensz., verklaren “vermogens de apostille bij de E. Heerenvan den Gerechte der stede Dordrecht op seeckere requeste bij hen comparanten … overgelevert”, waarbij zij te kennen gaven, dat Pleun Adriaensz. op 4 jan. 1624 bij testament tot zijn erfgenamen benoemd heeft de echtgenotes van hen supplianten, dat zij van de te erven goederen alleen het vruchtgebruik zouden genieten en de eigendom daarvan zou komen op hun kinderen, dat Pleun Ariensz. niet meer heeft nagelaten dan 4 mrg. land met schuur en “timmeragie” daarop staande, gelegen te Dubbeldam, belast met een hypotheek van 1200 gl. en dat zij zijn aanbedeeld verscheidene obligaties, die zij te hunnen laste hebben genomen en waarvan nog resteren te betalen aan de weduwe en erfgenamen van Cornelis Dircxsz. Praem een somma van 800 gl., welke de weduwe en erfgenamen wensen afgelost te hebben. Derhalve hebben zij comparanten toestemming verzocht om 800 gl. te mogen lichten, te verzekeren op voornoemde 4 mrg. land, belend ten ZW de dijk enten NW, N en O de landerijen van de heer van Marcquet, hetwelk het Gerecht van Dordrecht heeft toegestaan op 17 juli 1627. Comparanten verklaren schuldig te zijn aan Johan van der Steen een bedrag van 800 gl. (ORA Dubbeldam inv. 19, f. 107v e.v.)

– 13 mei 1635: comp. voor notaris G. de Jager te Dordrecht Jan Dirksz., 42 jaar oud en Arijen Cornelisz., 38 jaar oud of daaromtrent, beiden wonende op Dubbeldam. Zij verklaren op verzoek van Huijch Jacobsz., wonende in Barendrecht, dat zij eergisteren zijn geweest ten huize van Marijcken Stevensdr., weduwe van Dirck Leendertsz. Cappedijck, schout van Dubbeldam, waar mede aanwezig waren Arijen Cornelisz. Pater en de rekwirant, dat Pater tegen laatstgenoemde heeft gezegd: “Ghij zijt nu hijer gecomen ende hebt ijet geseijt vande weduwe [d.w.z. Marijcken Stevensdr.] … maer hebt gij het herte seght het nu eens, soo sullen wij met malcanderen eens snechken leggen. Gij sijt maer een vagabont ende fijelt ende schelm ende soo is alle den hoop ende alle het volck van Jacob Crijnen”. Waarop de rekwirant zich beleefd excuseerde en zei, dat hij niet gekomen was om te vechten en te kijven, maar dat hij een “jongman met eeren” was “ende oock aldaer in huijs met eeren mochte comen”, dat als hij iets had misdaan “daer voor de justitie was” en dat als Pater hem wilde snijden of slaan, hij zich niet zou verweren, maar een klacht indienen bij de baljuw. De getuigen verklaren voorts, dat Pater daarna niet ophield met schelden, maar dreigde de rekwirant “het backhuijs op te snijden” [hem een snee over zijn gezicht te geven] en hem verscheide malen met zijn vuist een stoot op de borst gaf, hem daarbij uitdagende om mee naar buiten te komen en met hem te vechten, dat een van de getuigen hem weggeduwd heeft en geprobeerd om hem op een stoel te doen zitten, maar dat Pater doorgegaan is met lasteren en schelden. (ONA Dordrecht inv. 37, f. 99 e.v.)

– 8 jan. 1655: comp. voor notaris E. Vinck te Dordrecht Reijnsburch Pleunen, vrouw van Arien Cornelisz. Pater, wonende buiten Dordrecht op Dubbeldam en legt een verklaring af op verzoek van Herman Schouten, brouwer in de brouwerij “van den Ancker” te Dordrecht. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 241)

– 22 dec. 1656: comp. voor notaris E. Vinck te Dordrecht Arien Cornelisz. Pater wonende op Dubbeldam. Hij is schuldig aan Jacob Jansz., burger van Dordrecht, een bedrag van 1300 gl. wegens geleende penningen. Comp. mede Cornelis Ariensz. Pater en Hendrick Adriaensz. Pater, zoons van Arien Cornelisz. Pater, beiden wonende te Dubbeldam, die zich verklaren borg te stellen voor hun vader. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 241)

– 5 jan. 1663: Cornelis Ariensz. Pater en zijn broer Henrick, als erfgenamen van hun vader Arien Cornelisz. Pater, transporteren 6 mrg. 1 roede land in de Zuidpolder van Dubbeldam aan Pieter Hulsshout, kapitein en burger te Dordrecht. (Slijkerman, o.c., p. 51)

Kinderen:

a. Cornelis Adriaensz. Pater, volgt II

b. Hendrick Adriaensz. Pater

– 13 sept. 1653: Henrick Cornelisz. Pater, wonende op Dubbeldam, is schuldig aan Jan Leendertsz. van Aecken koopman een somma van 2000 gl. Borgen: Cornelis Corssen, schout in Hendrik-Ido-Ambacht en Arijen Cornelisz. Pater, wonende op Dubbeldam. (ONA Dordrecht inv.90, f. 740)

II. Cornelis Adriaensz. Pater, geboren te Dubbeldam naar schatting ca. 1615, jong gezel (1635)/weduwnaar (1641) van en wonende te Dubbeldam, overleden tussen 26 nov. 1677 en 27 mei 1679, trouwde 1e NG Dubbeldam 30 mei/24 juni 1635 Maritgen (Marijken) Stevensdr. (de jonge), weduwe wonende te Dubbeldam (1635), overleden ca. 1640, tr. 1e Dirck Lenertsz. Cappendijck, schout van Dubbeldam, dochter van Steven Aertsz., boer te Heeroudelandsambacht en Mariken Jaspersdr. (Slijkerman, o.c., p. 40 en 51).

Cornelis Adriaensz. Patertr. 2e NG Dubbeldam 10 mrt. 1641 (met attestatie van Giessen Oudekerk) Pietertjen Cornelisdr., jonge dochter van en wonende te Giessenbinnendams

– 1667 (200e penning Dubbeldam): Cornelis Adriaensz. Pater aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl. (Ons Voorgeslacht 2004, p. 201)

– 7 april 1676: Cornelis Adriaensz. Pater, inwoner van Dubbeldam, verklaart 2000 gl. schuldig te zijn aan Hendrick van den Bosch, inwoner van Gorinchem, wegens een door hem op 18 mei 1650 verleden obligatie t.b.v. Jan van Aecken, in zijn leven koopman te Dordrecht, verzekerd op 7 morgen weiland in het Oude Land van Dubbeldam, tegenover het huis van Pater aan de Straatweg. (Slijkerman, o.c., p. 51)

– 7 mei 1677: Cornelis Adriaensz. Pater verkoopt voor 2000 gl. aan zijn zoon Cornelis Cornelisz. Pater zijn woning, huis, schuur en “bergen” met de werf en aangelegen boomgaard ter grootte van 242 roeden 6 voeten, alsmede de tuin of boomgaard van 56 roeden 6 voeten tegen de woning aan de noordzijde van de Straatweg, alles gelegen in het Oude Land van Dubbeldam. (Slijkerman, o.c., p. 51)

– 30 juni 1677: Cornelis Adriaensz. Pater verkoopt voor 800 gl. de morgen 300 roeden weiland in het Oude Land van Dubbeldam, nog belast met een schuld van 1450 gl., aan Alletta Willemsdr. (Slijkerman, o.c., p. 51)

– 26 nov. 1677: Cornelis Adriaensz. Pater verkoopt voor 662 gl. 10 st. de morgen 6 morgen 250 roeden weiland aan de Straatweg in het Oude Land van Dubbeldam aan Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld. Overeengekomen wordt dat Patervanaf kerstmis 1677 voor vijf achtereenvolgende jaren dit land in huur zal mogen houden en wel voor 24 gl. de morgen jaarlijks. (Slijkerman, o.c., p. 51-52)

– 27 mei 1679 comp. voor schout en heemraden van Dubbeldam Cornelis Cornelisz. Pater, Eeuwout Willemsz. Verschoor, Danïel Combij en Leendert Anthonisz. Spruijt, zoon en schoonzoons van wijlen Cornelis Adriaensz. Pater. (ORA Dubbeldam inv. 1, f. 164)

Kinderen (ex 2, allen NG gedoopt te Dubbeldam):

a. Marijken Cornelisdr. Pater, 29 dec. 1641, trouwde Eeuwit Willemsz. Verschoor

b. Adriaen, 7 juni 1643

c. Neeljen (Neeltje) Cornelisdr Pater, 10 juli 1644, trouwde Hendrik van Hombroek

d.Sijken Cornelisdr. Pater, gedoopt NG Dubbeldam 6 nov. 1647, trouwde NG Dubbeldam 18 april 1672 Leendert Anthonisz. Spruijt, gedoopt NG Dubbeldam 25 jan. 1643, overleden na 31 mrt. 1711 (ONA ‘s-Gravendeel inv. 4588), zoon van Teunis Adriaensz. Spruijt en Anneken Hendricksdr.

e. Adrijaen, 1 dec. 1648

f. Arijen, 9 jan. 1650

g. Arijen, 23 april 1651

h. Cornelis, 1 dec. 1652

i. Cornelis, 3 juni 1654