Millaart

I. Roelant Jorisz., geboren ca. 1611, schippersgast van Dordrecht wonende in de dwarsgang bij het Nieuwkerkhof (1630), trouwde NG Dordrecht 24 nov./8 dec. 1630 Grietie Ariaens, van Dordrecht wonende in de Riedijkstraat (1630), trouwde 1e Theunis Woutersz. schipper
ONA Dordrecht inv. 61, f. 95v: op 4 mei 1644 leggen op verzoek van Pleun Arijensz., schipper en burger van Dordrecht, Willem Aertsz. Corthals, 60 jaar oud, Roelandt Joris, 33 jaar oud, Cornelis Claesz. Goudriaen, 26 jaar oud, en Pieter Goossensz., 21 jaar oud, allen schippers varende van de Riedijk en burgers van Dordrecht, een verklaring af.
ONA Dordrecht inv. 63, f. 343: op 2 jan. 1651 testeren Roelandt Jorisz. schipper en zijn vrouw Grietgen Arijensdr., burgers van Dordrecht, hij ziek in bed liggende, zij gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. Die langstlevende zal gehouden zijn hun zoon, genaamd Joris Roelantsz., thans in het buitenland verblijvende, tot zijn mondigheid of huwelijk te onderhouden en hem dan een bedrag van 50 gl. uit te keren.
ORA Dordrecht inv. 1623, f. 137: op 21 okt. 1671 verkoopt Isaack de Nijn, als man van Catharina Jacobsdr., eerder weduwe van Jeremias Maertens, voor 500 gl. aan Roelant Milt, varend gezel en burger van Dordrecht, een huis in de Riedijkstraat, staande tussen het huis van de erfgenaam van Elijsabeth Mortin, waar uithangt “de Swarte Hont”, en het huis van Roelant Jorisz.

II. Joris Roelantsz. Millaart, gedoopt NG Dordrecht april 1631, jongman van Dordrecht wonende in de Riedijkstraat (1653), schippersgast, Londenvaarder, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 20 dec. 1717 (Joris Roelantsz. Millaerdt, op de Boom), trouwde NG Dordrecht 27 april/11 mei 1653 Lijsbeth Hendricx, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1653)

Grafzerk van Joris Roelantsz. Millaart in de Nieuwkerk (foto: A. B. den Haan).

9 mrt. 1671: Elizabeth Hendericx, de vrouw van Joris Roelantsz., schipper en burger van Dordrecht, verhuurt voor 140 gl. per jaar aanRuben Elias, Joods koopman, een huis op de Boom, staande tussen het huis van Aelbert Hoogeveen en dat van Teunis Oudeman. (ONA Dordrecht inv. 319, f. 261)

ONA Dordrecht inv. 236, f. 27 e.v.: op 18 jan. 1675 verklaren Joris Roelantsz. Milt, stuurman, Roelant Jorissen alias Roelant Roelantsz., schipper en Hendrick en Arijen Jorissen, matrozen op het schip “d’Eendracht” of “d’ Winte”, ten behoeve van degene, die hetzal mogen aangaan, dat zij de suiker, die zij in december 1674 in vaten te Londen hebben ingeladen en daarna naar Dordrecht hebben vervoerd, “geensints en hebben geopent vermindert ofte beschadicht”.

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 13v: op 16 febr. 1675 verkoopt Pieter Baerthoutsz. de Stercke, als erfgenaam van Aeltgen Thijsse, zijn moeder, voor 200 gl. aan Joris Roelantsz. van Milt, Londenvaarder en burger van Dordrecht, een huis in de Riedijkstraat, staande naast het huis van Johannes Ralle.

ONA Dordrecht inv. 216, f. 24: op 31 jan. 1676 verhuurt Joris Roelantsz., Londenvaarder en burger van Dordrecht, voor 136 gl. per jaar aan Johan Mosterdijck, commies ter recherche van de konvooien en licenten te Dordrecht, een huis op de Boom, staande tussen het huis van Aelbrecht van Hoogeveen en dat van Thonis Oudeman.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 111v: op 25 juli 1690 verkoopt Joris Roelantsz. Millaer, burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Roelant Jorisz. Millaer, burger te Londen, een huis op de Boom, vanouds genaamd “den Tooren”, staande tussen het huis van Theunis Oudeman en dat van de erfgenamen van Van Hoogeveen.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 113: op 3 aug. 1690 verkoopt Tomas Hendricxsz. Wittinger, burger van Dordrecht, voor 625 gl. aan Joris Roelantsz. Millaer, burger van Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “het Hoeffijser”, bestaande uit twee woningen en achter op de plaats drie woningen, van achteren uitkomende in het Torenstraatje, staande op de Riedijk tussen het huis van Mattijs van Cooten en dat van Herman Jansz. Spoormaker.

ORA Dordrecht inv. 800 (oud), f. 4: op 19 jan. 1697 verkoopt Joris Roelantsz., burger van Dordrecht, voor 1075 gl. aan Maas van Kaan, grutter en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk omtrent het Melkpoortje, staande tussen het huis van de koper en dat van de kinderen Van Botlant.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 167 e.v.: op 22 sept. 1698 verklaart Joris Roelantsz. Millaart, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Johannes Marchijael, burger van Dordrecht, een somma van 1200 gl., verbindende een huis omtrent het Nieuwpoortje, genaamd “de Drie Zijldragers”, staande tussen het huis van Jacob van Botland en dat van Gijsbert van Leusden.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 7v: op 8 febr. 1718 verkopen Albertus van Nievelt, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Roelant Roelantsz. Millaert, schipper op Londen en burger van Dordrecht, als executeur-testamentair van zijn vader kapitein Joris Roelantsz. Millaert, alsmede Willem de Bruin, zoon van Neeltje Millaert, Jacobus Roelantsz. Millaert, zoon van Arie Millaert, Jacobus van der Hoeve, als man van Jannegje Schot, dochter van Elisabeth Millaert, Elisabet de Wit, dochter van Margrita Millaert, en Roelant Roelantsz. Millaert tevens vervangende de twee zoons van wijlen Margrita de Wit, Jan en Emanuel de Wit, samen kinderen, kindskinderen en erfgenamen in de nalatenschap van Joris Roelantsz. Millaert en diens vrouw Elisabet Hendrix,voor 350 gl. aan Steven Dusjon, burger en inwoner van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Riedijk, bestaande van voren uit twee aparte woninkjes, hebbende van achteren, uitkomende in het Pompstraatje, nog zes aparte woninkjes, staande tussen het huis van Arnoldus Marcel en dat van Matthijs van Kooten, alsmede voor 540 gl. een huis in de Riedijkstraat, staande tussen het huis van Hendrick Otte en dat van Arien Lugten.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 8v: op 8 febr. 1718 verkopen de hierboven genoemde verkopers voor 115 gl. aan Ariaantie Baas een huis in het Riedijkstraatje, staande tussen het huis van Jacob Korthals en Arij van Proijen.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 9: op 8 febr. 1718 verkopen de hierboven genoemde verkopers voor 200 gl. aan Jacob Korthals, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Riedijkstraat, staande tussen het huis van Ariaantie Baas en dat van Jacob Roelantse.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 9v: op 8 febr. 1718 verkopen de hierboven genoemde verkopers voor 240 gl. aan Hendrick Otten, burger van Dordrecht, een huis in de Riedijkstraat, staande tussen het huis van Steven Dusjon en dat van Gerrit van Dongen.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 10: op 8 febr. 1718 verkopen de hierboven genoemde verkopers voor 360 gl. aan Daniël de Meij mr. metselaar een huis aan het Nieuwkerkhof, staande tussen het huis van Willem Korthals en dat van schipper Jan van der Krab.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 13: op 1 mrt. 1718 verkopen Albertus van Nievelt, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Roelant Roelantsz. Millaert, schipper op Londen en burger van Dordrecht, als executeur-testamentair van zijn vader kapitein Joris Roelantsz. Millaert, alsmede Willem de Bruin, zoon van Neeltje Millaert, Jacobus Roelantsz. Millaert, zoon van Arie Millaert, Jacobus van der Hoeve, als man van Jannegje Schot, dochter van Elisabeth Millaert, Elisabet de Wit, dochter van Margrita Millaert, en Roelant Roelantsz. Millaert tevens vervangende de twee zoons van wijlen Margrita de Wit, Jan en Emanuel de Wit, samen kinderen, kindskinderen en erfgenamen in de nalatenschap van Joris Roelantsz. Millaert en diens vrouw Elisabet Hendrix, voor 150 gl. aan Cornelis de Bruijn, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Riedijkstraat.
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 35v: op 17 mei 1718 verkopen de hierboven genoemde verkopers aan Jacobus Lakock, burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, staande naast het huis van Daniël Basjou mr. bakker/

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Roelandt Jorisz. Millaert, 16 febr. 1654, volgt III
b. Arij Jorisz. Millaert, geboren naar schatting ca. 1655, matroos (in 1675), Londenvaarder (in 1677)
ORA Dordrecht inv. 1626, f. 66: op 7 dec. 1677 verkoopt Jacob Roscam, marktschipper van Dordrecht op Gorinchem, samen met Arent Muijs van Holij, oud-burgemeester van Dordrecht, executeur-testamentair van Elisabeth Jacobs de Koninck, weduwe van Fredrick Cornelisz. Roscam, marktschipper van Dordrecht op Den Haag, voor 380 gl. aan Arien Jorisz. Milt [doorgehaald: Joris Roelants], Londenvaarder en burger aldaar, twee huisjes in de Riedijkstraat, staande tussen het huis van Dircxken Luijcas, weduwe van Jan Wijckmans en dat van Matthijs Staelsmith.
c. Jannichie, 9 jan. 1656
d. Neeltgen Jorisdr. Millaert, 27 febr. 1658, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Riedijk (1679), trouwde NG Dordrecht 8/22 jan. 1679Herman Willemsz. de Bruijn, jongman van Dordrecht wonende in de Houttuinen (1679)
e. Hendricus Jorisz. Millaert, 8 febr. 1660, matroos (in 1675), Londenvaarder (in 1681), trouwde Maria van Welsenis
ONA Dordrecht inv. 79, f. 314: testament dd 16 sept. 1681 van Hendrick Jorisz. van Milt, Londenvaarder, en diens vrouw Maria van Welsenis. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd, op voorwaarde dat die langstlevende hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk.
f. Margareta Millard, geboren naar schatting ca. 1665, trouwde NG Dordrecht 2 okt. 1689 Jan de Wit
Kinderen:
f-1. Helena, gedoopt NG Dordrecht 12 april 1691
f-2. Lijsbeth de Wit, gedoopt NG Dordrecht 19 aug. 1692
f-3. Jan de Wit
f-4. Emanuel de Wit
g. Lijsbeth Jorisdr., 24 mrt. 1666, jonge dochter van Dordrecht woont aan de Riedijk (1684), trouwde NG Dordrecht 12/26 mrt. 1684 Arij Jansz. Schot, jongman van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat (1684)
Kinderen:
g-1. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 3 mrt. 1685
g-2. Jannigie Schot, gedoopt NG Dordrecht 5 aug. 1686, trouwde Jacobus van der Hoeve
g-3. Alida, gedoopt NG Dordrecht 20 juli 1690
h. Maria, 13 april 1670
i. Catarina Millaart, geboren naar schatting ca. 1675
ORA Dordrecht inv. 1642, f. 103v: op 1 juni 1708 verkoopt Johannis van Tongeren, commies ter recherche te Nijmegen, voor 1200 gl. aan Catarina Millaart, dochter van Joris Roelantsz. Millaart, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Jan Claasz. Schatlijn en dat van Adriaan Mijnaart.
III. Roelandt Jorisz. Millaart, jongman van Dordrecht wonende te Londen (1675), schipper, trouwde NG Dordrecht 21 juli/4 aug. 1675 Catharina Sonnevelt, gedoopt NG Dordrecht jan. 1650,jonge dochter van Dordrecht wonende op de Riedijk (1675), dochter van Jonas Philipsen en Catharina Boltius
ONA Dordrecht inv. 216, f. 50: op 12 febr. 1676 testeren Roelant Jorisz. schipper en zijn vrouw Catharina Sonnevelt, wonende te Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen, op voorwaarde, dat die langstlevende hun kinderen zal onderhouden tot hun meerderjarigheid of huwelijk. De langstlevende zal hun dan een bedrag van 200 gl. uitreiken.
Kinderen:
a. Joris Roelands Millaart, geboren naar schatting ca. 1680, jongman van Londen wonende op de Boom (1699), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8/22 febr. 1699 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Catrijntie Roelands, de bruid met haar moeder Willemtje Elikes) Schoutie (Sjouke) Elikes (Ilkens), jonge dochter van Medemblik wonende tegenover de Kerkstraat (1699)
ORA Dordrecht inv. 1641, f. 30v: op 5 mei 1705 verkoopt Joris Roelantsz. Millaert, burger van Dordrecht, voor 970 gl. aan kapitein Maas van Kaam een huis aan het Nieuwpoortje, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan Bos.
ORA Dordrecht inv. 1644, f. 73v: op 24 sept. 1711 verkoopt Joris Roelantsz. Millaert, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Leendert de Koning de jonge, chirurgijn te Dordrecht, een huis op de Riedijk omtrent het Nieuwpoortje tegenover het Kleinschippersgildehuis, staande tussen het huis van Jacobus Casperse en dat van Pieter van Bree.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 39 e.v.: op 25 april 1730 verkopen Jonas Roelandsz. Millaert en Catarijna Roelandsdr. Millaert, weduwe van Vas van Ardenne, elk voor een derde part, en Willemijna Roelandsdr. Millaert, meerderjarige ongehuwde persoon, en Jonas Roelandsz. Millaert, samen met Willem de Bruijn, koopman te Dordrecht, voogd over de minderjarige kinderen van Joris Roelandsz. Millaert, en nog “als het interest waarnemende” voor de meerderjarige in het buitenland verblijvende zoon van Joris Roelandsz. Millaert, genaamd Roeland Roelandsz. Millaert, voor het overige derde part erfgenaam ex testamento van hun vader en moeder, resp. grootvader en grootmoeder Roeland Roelandsz. Millaert en Catarijna Sonnevelt, die gewoond hebben en zijn overleden in Dordrecht, voor 1515 gl. aan Nicolaas Kouwens, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Aagje Koenen en dat van juffrouw Roscam, weduwe van Gerrit de Vlugt en voor 2520 gl. aan Gerard Castendijck, pondgaarder te Dordrecht, een huis op het Papenbolwerk achter de Grote Kerk, staande tussen het huis van de pondgaarder Adam Stratenus en dat van de weduwe Costerus.
Kinderen:
a-1. Roeland Roelandsz. Millaert, gedoopt NG Dordrecht 5 okt. 1701
a-2. Jillis, gedoopt NG Dordrecht 28 febr. 1706
a-3. Joris, gedoopt NG Dordrecht 18 nov. 1711
b. Jonas Roelandsz. Millaert
c. Catarijna Roelandsdr. Millaert, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Boom (1707), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 21 aug./4 sept. 1707 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Hendrik van Ardennen, de bruid geassisteerd met haar moeder en met schriftelijk consent van haar vader) met Vas van Ardenne, weduwnaar van Dordrecht wonende buiten de Sluispoort (1707)
ONA Dordrecht inv. 747, f. 605: op 17 dec. 1716 verklaren Sebilla Grashoff, de vrouw van Corstiaen Neve, wonende te Dordrecht, 32 jaar oud, en Geertruij Willemsdr. Schouten, ongeveer 21 jaar, op verzoek van Catharina Millaart, de vrouw van Vas van Ardenne, mr. schiptimmerman wonende onder de jurisdictie van Dordrecht, dat zij als dienstmaagden bij de rekwirante gewoond hebben en toen gezien en gehoord hebben, dat Vas van Ardenne zijn vrouw “wel soodanigh, ende ongeloofflijck heeft mishandelt, ende met deselve quaed huijsgehouden al oijt van een man aen zijn vrouw gedaen soude connen werden”. Geertruij Schouten alleen verklaart nog, dat de aangetrouwde tante van de rekwirante, genaamd Aalbertje Verkaa, weduwe van Gerrit van der Kruijs, “op alle dese vloeken en schelden nogh quam aenloopen seggende well neeff schaemt gij uw niet, dat gij tegens uw vrouw, sulk een goddeloosen leven aenstelt”, waarop Vas van Ardenne antwoordde: “gij en mijn vrouw seijn beesten te hoop ende gij houdt het met malcanderen, wat mag jeij oude hoer hier al comen praeten”.
d. Willemijna Roelandsdr. Millaert