Bouman

I. Jan Gillisz., geboren naar schatting ca. 1610, jong gezel van Dubbeldam (1635), trouwde NG Dubbeldam 17 juni/8 juli 1635 Neeltjen Reijersdr., geboren Groote Lindt Pinksteren 1612, jonge dochter van “De Linde” (1635), dochter van Reijer Willemsz. en Geertruijt Bastiaensdr.

– 6 febr. 1670: Jan Gillisz. armmeester en diaken van Dubbeldam. (ORA Dubbeldam inv. 1, f. 94 e.v.)

– 12 febr. 1680: Jan Jillisz. is belender van een huis aan de straatweg in het Oudeland van Dubbeldam omtrent de kerk, nagelaten door de weduwe van Wouter Huijgen en overgedragen aan Jacob Ariensz. de Jonge. (ORA Dubbeldam inv. 1, f. 175v)

– 2 juli 1683: comp. voor heemraden van Dubbeldam, Jillis Jansz., Bastiaen Jansz. enLeendert Cornelisz., als man van Geertruit Jansdr., zich tevens sterk makende voor Rijer Jansz., Arien Jansz. Arien Corsz., als man van Maijken Jansdr., hun broeders en zwager, allen kinderen en erfgenamen van Jan Jillisz. en Neeltgen Reijersdr., beiden overleden. Zij verklaren met “bewillinge” van schout en Gerecht van Dubbeldam, als oppervoogden van de twee weeskinderen van Jacob Huijbertsz. zaliger, aan Willem Geleijnsz. Visser voor 500 gl. te transporteren de beterschap en melioratie van een huis, schuurtje en erf, groot 50 roe, zijnde erfpachtsgrond, staande en gelegen in het Oudeland van Dubbeldam aan de straatweg omtrent de kerk aldaar, belend oost het tuintje van Damas Ariensz. Hoffman, zuid de straatweg, west het erf van Jacob Ariensz. de Jonge, noord de landen van Pompejus de Rovere, baljuw van Zuid-Holland. (ORA Dubbeldam inv. 1, f. 201v e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt Dubbeldam):

a. Marijken Jansdr., 9 sept. 1635, trouwde NG Dubbeldam 26 okt. 1670 Arie Corstiaensz.

b. Reijer, 1 juni 1637, jong overleden

c. Gillis Jansz. Bouman, 11 dec. 1639, trouwde 1e NG Dubbeldam 27 juni 1666 Neeltie Arijensdr., 2e NG Dubbeldam 1 juni 1670(otr. Dordrecht 18 mei 1670) Pietertje Crijnen, weduwe van Arijen Jansz.

d. Reijer, 26 jan. 1642, volgt II

e. Bastiaen, 4 dec. 1644

f. Geertruijdt, 2 dec. 1646, jong overleden

g. Catelijntien, 29 nov. 1648

h. Geertruijdt Jansdr., 30 nov. 1653, trouwde NG Dubbeldam 6 okt. 1680 Leendert Cornelisz. Verhoeven (Verhoef)

i. Arijen, 24 sept. 1651

II. Reijer Jansz. Bouman, gedoopt NG Dubbeldam 26 jan. 1642, voerman, wonende buiten de Vriesepoort van Dordrecht (1678, 1683),begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 2 juli 1683, trouwde NG Dubbeldam 6 juni 1666 Janneke Arijensdr., woont buiten de Vriespoort (1700), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 10 april 1700

– 14 april 1678: Reijer Jansz. voerman woont buiten de Vriesepoort. (ONA Dordrecht inv. 308, f. 40)

– 20 febr. 1682: comp. voorschepenen van Dubbeldam Jacob Huijbertsz. [Visscher], weduwnaar van Elijsabeth Ariensdr., enerzijds en Rijer Jansz., als echtgenoot van Janneken Ariensdr., de zuster van voornoemde Elisabeth Ariensdr., anderzijds. (ORA Dubbeldam inv. 1, f. 188 e.v.)

– 11 juli 1684: comp. voor notaris F. Beudt te Dordrecht Janneken Arijensdr., weduwe van Rijer Jansz., wonende buiten de Vriesepoort. Zij verklaart getransporteerd te hebben aan Adriaen van Hoogeveen, achtraad en veertigraad van Dordrecht, 3 melkkoeien, 2 bedden, 4 tinnen schotels, het gewas van3 morgen land “int noorden” en al haar geringe huisraad, meubelen e.d. Dat alles ter voldoening van zekere “pretensie”, die Van Hoogeveen op haar sprekende heeft. Zij behoudt deze goederen,”tot wederseggen van den voorn. heer Hoogeveen,” in bruikleen “ende te bede”. Tekent met een kruisje.(ONA Dordrecht inv. 546)

– 30 mrt. 1700: comp. voor notaris C. van Aansurg te Dordrecht Janneken Arijensdr., weduwe van Reijer Jansz. Bouman, wonende even buiten Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij verklaart aan haar ongehuwde, minderjarige dochter Geertruijdt Reijersdr. te legateren haar kast, beste bed met beddegoed, drie dekens, al haar linnen, kleren en sieraden en twee blanke ijzeren potten. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar kinderen Annegie Reijersdr. Bouman, vrouw van Tomas Boom, Jan en Gerrid Reijersz. en haar voornoemde dochter Geertruijd Reijersdr. Bouman. Tot executeurs-testamentair stelt zij aan haar zwager Gillis Jansz. Bouman. Zij tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 704, akte 39)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dubbeldam behalve j.):

a. Janneken, 27 febr. 1667

b. Jan, 20 jan. 1669, volgt III

c. Gerrit, 6 dec. 1671

d. Arien, 12 febr. 1673

e. Neeltie, 9 sept. 1674

f. Willem, 24 jan. 1677

g. Neeltie, 3 juli 1678

h. Neeltie, 29 okt. 1679

i. Neeltie, 20 juli 1681

j. Geertruijd, gedoopt NG Dordrecht 25 nov. 1682

III. Jan Reijersz. Bouman, gedoopt NG Dubbeldam, 20 jan. 1669, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 16 dec. 1710(Jan Reijerse aan het Raephoutie = de plaats waar de op 8 dec. 1703 door een harde storm omgewaaide molen “het Raaphout” stond, nl.aan de Vestbij de Vriesepoort], trouwde ca. 1695 (schatting) Maeijke Gerritsdr. (Kleijn), geboren naar schatting ca. 1670, overleden na 21 dec. 1725

– 8 mei 1722: Maeijke Geeritsdr., weduwe van Jan Reijersz., getuige bij het huwelijk van haar zoon Arij Jansz. Bouman, jongman van Dordrecht en wonende buiten de Vriesepoort, met Pieternella Waldijk, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Kolfstraat en geassisteerd met Jacomijntie Pieterse, vrouw van Jan van der Sparre, haar tante. (Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht)

Kinderen:

a. Reijer, volgt IV

b. Arie Jansz. Bouman, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8/25 mei 1722 Pieternella Waldijk

c. Maria Bouwman

IV. Reijer Jansz. Bouman, geboren naar schatting ca. 1700, begraven Dordrecht 4 juni 1771 (Reijer Bouman in de Raamstraat, laat kinderen na, met gewone koetsen), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/19 mei 1720 (de bruid geassisteerd met haar nicht Lijsbet van der Beek) Geertruij Muijers (Muijs), geboren naar schatting ca. 1700, woont in de Raamstraat (1720), overleden Dordrecht 1759, dochter van Ferdinand Moeijers en Anneke Goverts

-10 nov. 1758: comp. voor notaris G. Verveer Rijer Boumans, zijn vrouw Geertruij Muijers, hun dochter Maaijke Boumans, vrouw van Arij Lugten, die tegenwoordig naar Oost-Indië is en haar procuratie verleend heeft ten overstaan van notaris F. Haasverberg te Rotterdam op 12 april 1758, Pieter Boumans, varend gezel en Arij Boumans, die nog maar 21 jaar oud is en derhalve wordt geassisteerd door zijn ouders, allen wonende te Dordrecht. Comparanten zijn schuldig aan Henderika van Aalst, weduwe van Matthijs Plankerman, wonende te Dordrecht, een bedrag van 300 gl. wegens geleende penningen. Arij Boumans belooft het kapitaal en de nog onbetaalde interest terug te betalen uit zijn erfportie in de nalatenschap van wijlen Catharina Regel, zodra hij de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt. Hij is daartoe gemachtigd door Jan Batenburg en Adriaen van den Blijk, executeurs van de boedel van Catharina Regel. (ONA Dordrecht inv. 939, f. 431)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Maijke, 21 mrt. 1721, jong overleden

b. Jan (Johannes) Bouman, 1 sept. 1724, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 2/17 nov. 1743 Gijsbertje (Gijserina) Luchten, gedoopt NG Dordrecht 20 dec. 1724, overlijden aangegeven bij de gaarder te Meerdervoort op 16 dec. 1803

c. Maaijken Bouman, 6 okt. 1726, trouwde 1e Dordrecht 2/17 nov. 1743 Arij Lugten, 2e Dordrecht 20 juli 1760 Johannes Marron

d. Pieter Boumans, 5 okt 1729, varend gezel (1758)

e. Ferdinand, 19 juli 1732, vermoedelijk jong overleden

f. Arie Boumans, 13 nov. 1737