Meloen

I. Bastiaen Meloen (Milloen), weduwnaar van Brussel wonende in de Botgensstraat (1665), kleermaker, begraven Dordrecht(Grote Kerk) 6 april 1677 (een baar in de Dolhuisstraat voor Bastiaen Meily kleermaker), trouwde 1e Trijntje Tijssen (Muijsmans), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 5 mrt.1665 (een baar omtrent de Varkenmarkt voor de vrouw van Bastijaen Milloen kleermaker),2e NG Dordrecht 19 juli 1665 (ondertrouw) Engeltje Fransen (van der Swanck), jonge dochter van Goes wonende in de Botgensstraat (1665), weduwe van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort (1685),trouwde 2e NG Dordrecht 28 okt./13 nov.1685 Corstiaen Joosten, weduwnaar wonende bij de Spuipoort (1685), schiptimmerman

ONA Dordrecht inv. 270, f. 289: op 13 okt. 1666 verklaart Davit Jansz. van Dullekens, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, dat hij op 28 sept. 1666 is komen lopen door de Botgensstraat voorbij het huis van Bastiaen Melloen, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, en dat Melloen hem toen heeft aangeroepen en hem verteld heeft “hoe datte dekens vant … Cleermaeckersgilde hem Melloen hadde laeten verbieden te wercken ende sijn winckel open te houde ende dat over sekere boete waerinne de selve dekens hem gecondemneert hadde om dat sijn huijsvrouwe seker meijsje in sijn huijs hadde laten naijen”. Melloen heeft hem ook verteld, dat “hij Melloen vande somer voor St. Jan op een sondach smorgens nevens sijne huisvrouwe eens was wesen wandelen buijten [Dordrecht] … alswanneer hij Melloen alsdoen aldaer ontmoet hadde Jacob Mom en Hendrijck Jansz. van Pluijm beijde mr. cleermaeckers [en burgers van Dordrecht] … bij haer hebbende seker backer ende dat hij Melloen alsdaer nevens dselve mr. van Pluijm ende de voorn. backer gegaen was in een herberge om alsembier te drincken alwaer hij Melloen Jacob Mom gevraecht hadde wie dat sijlieden St. Jan alsdoen aenstaende deken souden maecken ende dat … Mom daer tegens hem … geseijt hadde dat hij sulcx niet en [wist] …  ende dat Melloen alsdoen daerop voorts tegens Mom hadde geseijt dat wij vvtgespoogen hebben  moeten wij wederom opraepen”. Voorts  verklaart hij, Van Dullekens, dat hij enige dagen daarna geweest is ten huize van Melloen en dat hij hem toen gevraagd heeft wie het gelag in de herberg betaald had, waarop Melloen hem toen geantwoord heeft, dat ieder zijn eigen gelag betaald had.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

Ex 1:

a. Anna, 24 april 1655

b. Antonij, 27 okt. 1658

c. Anneke, 4 juli 1660

d. Maria, 26 sept. 1662

Ex 2:

c. Francois Meloen, 11 mrt. 1668, volgt II

d. Antoni, 17 nov.1669

e. Jacobus, 28 dec. 1671

f. Sara, 8 nov. 1673

g. Martinus, 23 febr. 1676

II. Frans (Francois) Meloen (Milloen), gedoopt NG Dordrecht 11 mrt. 1668, jongman van Dordrecht wonende buiten de Sluispoort (1698), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 jan./9 febr. 1698 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Engeltie Franse, de bruid met haar moeder Marijcke Dole)  Maeijcke Dura,  gedoopt NG Dordrecht 14 juli 1679, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Engelenburgerkade (1698), dochter van Arien Dura en  Maria Dole

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Adriaan, 20 febr. 1699

b. Neeltje, 6 nov. 1701

c. Adriana Meloen, 15 juni 1704, trouwde 22 mrt. 1728 Joachim Uijterlimmige

d. Christiaan Meloen, 13 juni 1706, volgt IIIa

e. Francois, 27 okt. 1708

f. Maria Meloen, 19 okt. 1710, trouwde 21 okt. 1730 Gooswijn de Ruijter

g. Neeltie, 29 jan. 1713

e. Arij Meloen, 1 juli 1715, volgt IIIb

f. Antonij Meloen, 15 juli 1717, volgt IIIc

g. Cornelia, 16 jan. 1720

IIIa. Christiaan Meloen, gedoopt NG Dordrecht 13 juni 1706, koopman, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10 juli 1728 Yda Bootsman

ORA Dordrecht inv. 148v: op 30 nov. 1734 verkoopt Marijke Franken Boon, weduwe van Sander van Drongelen, voor 140 gl. aan Anthonij Repelaar, burgemeester van Dordrecht, en Christiaan Meloen, koopman te Dordrecht, een huisje in de Bakstraat, staande tussen het huis van Jacob Bornwater en de stal van Laurens Fritsert.

ORA Dordrecht inv. 1655, f. 185v: op 3 mei 1740 verkopen Jan de Visser Nicolaesz. en Bartholomeus van der Star, notaris te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Jan de Visser Jansz. en Geertruijd Aertsz. Vaak, echtelieden, gewoond hebbende en overleden in Dordrecht, voor 3200 gl. aan Ida Bootsman, weduwe van Christiaan Meloen, koopvrouw in Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “den Hulk”, staande in de Prinsenstraat buiten de Vuilpoort tussen het huis van Anthonij van Asperen en dat van Huijbert Kuijper.

ORA Dordrecht inv. 1755, f. 79v: op 9 mei 1746 verkoopt Anthonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 4000 gl. aan Ida Bootsman, weduwe van Christiaan Meloen, wonende te Dordrecht, een derde part in de zaagmolen, genaamd “de Voetboog”, met de twee woonhuizen voor de knechts, loodsen en houtbergingen, staande buiten de Sluispoort aan het einde van de Gebrande Buurt, belend ten oosten door de tuin van de verkoper, ten noordwesten door de molen van Cornelis van Nispen en ten zuidwesten door de molen van Wouter Michault.


Voetboog (gevelsteen in de Wijnstraat)

ORA Dordrecht inv. 1755, f. 87: op 22 dec. 1746 verkopen Laurens Fritzert, wonende even buiten Dordrecht, en Andries van Rhijn, mr. koekenbakker en burger van Dordrecht, als executeurs-testamentair en voogden over het minderjarige kind van wijlen Geertruij de Both, weduwe van Anthonij van Hoorn, voor 176 gl. aan de compagnie van Anthonij Repelaer en de weduwe van Christiaan Meloen, een huis in de Bakstraat buiten de Sluispoort, bestaande uit twee aparte woninkjes, staande tussen de loods van Laurens Fritzert en de dijk of gemeenschappelijke weg.

ORA Dordrecht inv. 1755, f. 89: op 8 mrt. 1747 verkopen “Pieter van Well, Notaris en Procureur ende Ewout Bosveld eerste Clercq ter Secretarie Resp: binnen dese Stad, qualiteijt als Curateurs inden gerepudieerden Boedel van wijle de Heer Anthonij Repelaer volgens den appoinctemente en Acte van Curatele, vande Camere Juditieel deser voorsz. Stad in dato den 8 November 1746 (voor 2/3 parten) ende nog als sig sterkmakende ende de rato vacerende voor Juffrouw Ida Bootsman wed. wijle Christiaan Meloen, Coopvrouw binnen dese Stad voor het resterende een derdepart, “voor 170 gl. aan Gerrit Kamermans [Kamerling], steenknecht op de molen van de kinderen van de weduwe Bosman, een huis in de Bakstraat buiten de Sluispoort, uitkomende in de Gebrande Buurt en staande tussen het huis van Cornelis Bonte en de stal van Laurens Fritsert, alsmede als curators van de boedel van Anthonij Repelaar, voor 106 gl. en 13 st. aan Ida Bootsman, weduwe van Christiaan Meloen, koopvrouw te Dordrecht, twee derde parten in een huis, staande aan het einde van de Bakstraat buiten de Sluispoort, waarvan het resterende derde part aan de koopster toebehoort, belend door het huis van Jan Brand aan de ene zijde en de dijk of ’s herenweg aan de andere. De comparanten in hun voornoemde hoedanigheid verkopen voor 6066 gl. 13st. aan genoemde Ida Bootsman twee derde parten in een zaagmolen, genaamd “de Voetboog” met bijbehorende loodsen, houtbergplaatsen, “slïjcken”, molenaarswoning, gereedschappen en verder toebehoren, staande even buiten de Sluispoort op stadgrond, van welke molen het resterende derde part aan de koopster toebehoort.

ORA Dordrecht inv. 1756, f. 20v: op 10 sept. 1754 verkoopt Jan Knipschaar, wonende even buiten Dordrecht, als procuratie hebbende van Ida Bootsman, weduwe van Christiaan Meloen, koopvrouw te Dordrecht, voor 2500 gl. aan Johannes Boonen, koopman, wonende even buiten Dordrecht, “een derdepart in een zaagmolen genaampt den Eendragt staande ende gelegen buijten de Sluijspoort agter de Bakstraat buijten dese Stad met de Houtbergenisse mitsgaders gereedschappen ap- en dependentien vandien, Item het Huijs staande inde voors. Bakstraat gebruijkt werdende tot een Comptoir, soo als den voors. Mole en gevolge vandien bij haar Comparante gepossideert is” geweest.

ORA Dordrecht inv. 1756, f. 32: op 17 juni 1755 verkoopt Jan Knipschaar, wonende even buiten Dordrecht, als procuratie hebbende van Ida Bootsman, weduwe van Christiaan Meloen, koopvrouw te Dordrecht, voor 1250gl. aan Johannes Boonen, koopman, wonende even buiten Dordrecht, “Een Sesdepart in een zaagmolen genaampt den Nieuwen Eendragt, staande ende gelegen even buijten de Sluijspoort agter de Bakstraat buijte dese Stad, met de hout Bergernisse, mitsgrs. gereedschappen ap- en dependentien vandien, Item het huijsken staande inde Bakstraat, gebruijkt werdende tot een Comptoir, Soo als de voorsz. Molen en gevolge vandien bij sijn Comparants principaal enden voorsz. Johannes Boonen gepossideert wert”.

Kinderen:

a. Maijke, gedoopt NG Dordrecht 25 juni 1729

b. Johanna, gedoopt NG Dordrecht 9 dec. 1731

IIIb. Arij Meloen, gedoopt NG Dordrecht 1 juli 1715, jongman van Dordrecht wonende in de Prinsenstraat (1743), overleden Dordrecht 8 nov. 1806, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 jan./10 febr. 1743 Margrita Verop, weduwe wonende op de Elfhuizen (1743), overleden Dordrecht 22 dec. 1773, trouwde 1e Jan van Helmond

ORA Dordrecht inv. 1667, f. 115v: op 8 dec. 1772 verkoopt Jan van der Star, notaris te Dordrecht, als door het Gerecht van Dordrecht gemachtigd tot het verkopen van de goederen, waarvan de eigenaars in gebreke blijven de gemenelands- en stadslasten te betalen, voor 1330 gl. aan Arij Meloen, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat aan de havenzijde omtrent de Spuisstraat, staande tussen het huis van David Crena en dat van Jan van Eisbergen. Het verkocht huis is laatst eigendom geweest van de weduwe van Adriaan Struijk.

ORA Dordrecht inv. 1668, f. 198v: op 2 nov. 1775 verkopen mr. Adolph Herbert van der Meij van der Linden, en Anthonij Bax, notaris te Dordrecht, als executeurs van de boedel van Sophia Petraeus, weduwe van David Cherix, voor 220 gl. aan Arij Meloen, wonende te Dordrecht, een huis, genaamd “het Wit Lam”, staande op de Hil tussen het huis van de weduwe Zwangen en dat van Aalbert Boef.

ORA Dordrecht inv. 1668, f. 206v: op 12 dec. 1775 verkoopt Jacob de Gordel, burger van Dordrecht, voor 650 gl. aan Arij Meloen een huis in de Oude Breestraat bij de Grote Spuistraat, staande tussen het huis van de weduwe van Adriaan van Es en dat van Hermanus Boet.

ORA Dordrecht inv. 1670, f. 48v: op 14 mei 1778 verkopen “Francois, en Jan Meloen, zo in hun privé, als de Rato Caverende voor hunne zuster van halven bedde Jannetje van Helmond, mitsgaders voor hunnen zuster Maaijke Meloen, beide meerderjarig en ongehuwd, en Arij Meloen in qualiteit als bij appointement van de Kamere Judicieel der Stad Dordrecht in dato 7 April 1778 aangestelde voogd over zijne drie minderjarige Kinderen Ida, Willem Pieter, en Christiaan meloen gezamentlijk Erfgenamen voor een derde part van wijlen Nicolaas Schatteleijn; item Jan van Sprang Reijersz. wonende op Papendregt altans in persoon binnen dese Stad, mede voor een derde part Erfgenaam als voors: En Eindelijk Johannis Brenks, en Johan Anthonij Vos in qualiteit als bij ’t voorn: appointement in dato 7e April 1778 gequalificeert om het intrest in den boedel van voorn. Nicolaas Schatteleijn voor Jan Siffrie in allen opzigte waartenemen en zijn persoon te representeren, welke Jan Siffrie voor ’t laatste derdepart mede Erfgenaam is van wijlen meergem: Nicolaas Schattelijn,” voor 825 gl. aan Snoeij Arijensz. Snoeij, wonende te Dordrecht, een huis met open plaats en tuintje erachter, staande en gelegen in de Augustijnenkamp, het achterhuis uitzicht hebbende op de Lindengracht, tussen het huis van Cornelis van der Kuijp en dat van David de Sterke.

ORA Dordrecht inv. 1680, f. 300: op 11 sept. 1806 verkoopt “Francois Meloen, wonende onder Leerdam, als met en nevens zijne zuster Ida Meloen, wonende binnen deze Stad (voor wien hij Comparant in staat en de rato caveert) Executeur en Executrice van den Testamente van wijlen hun lieder Vader Arij Meloen, gewoond hebbende en binnen deze Stad overleden, aangesteld bij acte den 25 Mei 1806, voor den Notaris Julius Dominicus Schultz van Haegen en getuigen gepasseerd, zijnde uit het permissie billet tot scheiding der Nalatenschap van gemelde Arij Meloen gegeven door Heer M.G. Rees als gequalificeerd tot de Directie over de Invordering der belasting op het Recht van Successie op den 24e: Junij 1806, gebleken dat die Nalatenschap valt in de uitzonderingen bij de ordonnantie bepaald en dat niets hoegenaamd van dezelve voor t recht van Successie behoort te worden opgebragt”, voor 150 gl. aan Willem de Bont, wonende te Dordrecht, een huis in de Dwarsgang, lopende tussen de Vriese- en Nieuwstraat, getekend C:1615 en staande tussen het huis van de koper en de stadsgracht, alsmede voor 220 gl. aan Hendrika Laforet, weduwe van Cornelis Bouman, wonende te Dordrecht, een huis in de Dwarsgang, lopende tussen de Vriese- en Nieuwstraat, getekend C:1411 en staande tussen het huis van Jan de Roo en dat van de weduwe Van Leeuwen, en voor 340 gl. aan Lambertus van Eijsbergen, wonende te Dordrecht, een huis op de Hil, getekend D: 454, staande tussen het huis van Albert Schorteldoek en dat van Anne Cornelis van Wageningen.  De comparant verkoopt voorts voor 1530 gl. aan Gerrit Steenbus en Johannes Verbroek, wonende te Dordrecht, ieder voor de helft zeven huizen op de Hil, getekend D: 537, 538, 539, 540, 541, 542 en 543, staande tussen het achterhuis van Hendrik Ohr en de kuiperswinkel van Engel Olivier, en voor 200 gl. aan Gijsbert de Klerk. wonende te Dordrecht, een huis op de Hil bij de Hillebrug , getekend D:556, staande tussen het huis van Anne Cornelis van Wageningen en het achterhuis van Jan Godfried Legel, voor 800 gl. aan Maria van Helmond, weduwe van C. Grommé, wonende te Schoonderwoerd, een huis in de Oude Breestraat, getekend D:684, staande tussen het huis van Den Uiver en dat van J. van Rekum, voor 1000 gl. aan Jan Godfried Legel, wonende te Dordrecht, een huis in de Oude Breestraat, getekend D: 704, staande tussen het pakhuis van Van Ourijk en het huis van de erfgenamen van Van Malsem, en voor 424 gl. drie huizen op de Hil bij de Hilletrap, uitkomende op de Stadsvest, getekend D: 557, 558 en 559 , staande tussen de stadsvest en het huis van Johannes de Klerk, en tenslotte voor 460 gl. aan Hendrik Galmeijer en David Tijssen, wonende te Dordrecht, ieder voor de helft, twee huisjes, staande aan de Stadsvest nabij de Spuipoort, getekend D:652 en 563, staande naast elkaar tussen de poort of uitgang van het huis van Hendrik Ohr, uitkomende op de Elfhuizen, en de poort van het huis van J. van Persijn.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Francois Meloen, 26 dec. 1746

b. Jan Meloen, 14 mei 1747, trouwde 1e Elisabeth Lugten, overleden 22 dec. 1811, 2e Dordrecht 3 juni 1812 Elisabeth Meloen (zie IIIc-b), overleden Dordrecht 6 dec. 1816, trouwde 1e Jacobus Mak, overleden te Schiedam op 6 febr. 1805, 3e Dordrecht 13 juni 1818 Anna Katarina Mowat, geboren te Heusden ca. 1769, dochter van Willem Mowat en Elisabeth Edwards

c. Maaijken Meloen, 1 sept. 1751

d. Eijda (Ida) Meloen, 1 aug. 1754

e. Willem Pieter Meloen, 14 aug. 1756

f. Christiaan Meloen, 12 juli 1758, volgt IVa

IIIc. Antonij Meloen, gedoopt NG Dordrecht 15 juli 1717, vleeshouwer, overleden te Wageningen op 2 jan. 1795,trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12 okt. 1743 Adriana van de Griend, overleden te Wageningen op 6 juni 1801

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 169v: op 25 okt. 1746 verkoopt Theodorus Bernardus Brucking, wonende te Dordrecht, voor 800 gl. aan Anthonij Meloen, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van de weduwe Nievelt en dat van Jan de Haan.

ORA Dordrecht inv. 1668, f. 98: op 24 nov. 1774 verkopen “Christiaan Groeneveld, Schout en Secretaris van Zwijndregt, wonende aldaar als in huwelijk hebbende Margarita van der Griendt, Huibert van Waeij als in huwelijk hebbende Maria van de Griendt, Anna van de Griendt, meerderjarig en Ongehuwd, en Anthonij Meloen als in huwelijk hebbende Adriana van de Griendt alle wonende binnen deze Stad gesamentlijk Eenige Erfgenamen ab intestato van wijlen hunnen broeder Cornelis van de Griendt onlangs binnen deze Stad overleden”, voor 955 gl. aan Anthonij Pappelmans, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt omtrent de Lange Houten Brug, komende met een vrije achteruitgang op de Nieuwe Haven tussen het huis van de koper en dat van Jacob Rosendaal.

ORA Dordrecht inv. 1675, f. 183v: op 26 juni 1788 verkopen Antonij Meloen, vleeshouwer, en zijn vrouw Adriana van de Griendt, wonende in Dordrecht, voor 2500 gl. aan Francoijs Meloen Anthonijsz., vleeshouwer te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Johannis Noteman en dat dr. Herman van der Star, alsmede een stal of pakhuis in de Wijnstraat tussen het huis van Arij en Jan Meloen en dat van Johannis Noteman.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Maijke, 13 sept. 1744

b. Elisabeth, 30 nov. 1746, overleden Dordrecht 6 dec. 1816, trouwde Dordrecht 13 juni 1812 Jan Meloen (zie IIIb-b)

c. Adriana, 9 mrt. 1749

d. Francois Meloen, 18 febr. 1752, volgt IVb

e. Lambert, 28 febr. 1755

IVa. Christiaan Meloen, gedoopt NG Dordrecht 12 juli 1758, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15 jan. 1785 Anna (de) Vet

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Margarita, 9 april 1785

b. Kaatje, 6 sept. 1786

c. Jacoba, 6 aug. 1790

d. Arie, 18 febr. 1793

e. Christiaan, 18 mrt. 1799

f. Jacobus, 19 april 1801

IVb. Francois Meloen, gedoopt NG Dordrecht 18 febr. 1752, jongman geboren te Dordrecht wonende in de Wijnstraat bij de Gravenstraat (1776),begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 27 nov. 1799(Francois Meloen, 45 jaar, galkoortsen, op de Riedijk, laat geen kinderenna, beste graf),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 31 aug./15 sept.1776 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Anthonij Meloen, de bruid met haar moeder Cornelia Booms, weduwe van Govert de Gelder) Alida de Gelder, jonge dochter geboren te Waalwijk wonende op de Vest bij dede St.Jorispoort (1776),begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 aug. 1789 (Alida de Gelder, vrouw van Francois Meloen, in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, laat eenkind na, met de gewone koetsen)

ORA Dordrecht inv. 1676, f. 178: op 22 sept. 1791 verkopen Anthonij Bax, notaris te Dordrecht, en Pieter Papillon, gezworen klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators in de boedel van Francois Meloen Anthonijsz, voor 3350 gl. aan Anthonij de Fockert, notaris te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde omtrent de Gravenstraat, staande tussen het huis van dr. Herman van der Star en dat van de broodbakker Noteman, en voor 2390 gl. aan Dirk Willem van Meeteren voor een vierde deel, Jan Hendrik van Meeteren voor een vierde deel en aan Mattheus Westerouen van Meeteren voor de helft, allen wonende te Dordrecht, een stal in de Wijnstraat aan de havenzijde tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van de broodbakker Noteman en dat van Arij Meloen.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Anthonij, 8 aug. 1777

b. Cornelia Antonia, 4 april 1779

c. Cornelia, 26 nov. 1780