Paradijs

I. Mathieu Bouxhan alias Paradis geboren in het Land van Luik, overleden tussen 29 juni 1621 en 12 jan. 1622, trouwde Barbe Kinar, dochter van Pirot fils de Pirot en Marie Boverie fille de Henry (Kwartierstatenboek De Nederlandsche Leeuw 1983; vriendelijke mededeling van de heer A.J. Stasse)

ONA Dordrecht inv. 12, f. 16v: op 19 febr. 1617 verkoopt Pierre Forten, schipper van Namen, voor 355 gl. Brabants geld aan Mathijs Paradijs, schipper van Luik, een “paetschip”.

ONA Dordrecht inv. 13, f. 83: testament dd 29 juni 1621 van Mathieu Bouchon alias Paradis, geboren te Genapppe in het Land van Luik. schipper op de rivier de Maas, ziek te bed liggende. Hij benoemt tot zijn erfgename zijn vrouw Barbe, dochter van Pirot Quinar, die gehouden zal zijn hun kinderen tot hun mondigheid of huwelijk te onderhouden.

Kinderen:

a. Matthijs Paradijs, volgt II

b. waarschijnlijk ook Pieter Paradijs, overleden tussen 4 jan. 1622 en 12 jan. 1622

ONA Dordrecht inv. 13, f. 193: op 12 jan. 1622 verklaart IJken Jan Momsdr., wonende te Dordrecht, dat Mathijs Paradijs, als gemachtigde van zijn moeder Barbera Pietersdr., weduwe van Mathijs Paradijs de oude, haar een bedrag van 300 gl. overhandigd heeft, welk bedrag aan haar gelegateerd is door Pieter Paradijs op 4 jan. 1622, welke Pieter Paradijs met haar in ondertrouw is geweest, maar voor het huwelijk is overleden.

II. Matthijs Mathieusz. Paradijs, geboren ca. 1596, mogelijk in Luik, jong gezel van Luik wonende scheep (1624), schipper, koopman op de Maas, trouwde NG Dordrecht 25 aug./10 sept. 1624 Anneken Lens Hermansdr. (Anneken Laurensdr. van Elsloo), gedoopt NG Dordrecht mei 1602, jonge dochter van Dordrecht wonende scheep (1624), begraven in de Augustijnenkerk van Dordrecht 24 juni 1670, dochter van Lens Hermansz. van Elsoo en Mariken Rijcke

– 1 april 1628: Mathijs Paradijs, Maasschipper en burger van Luik, als speciale procuratie hebbende van Laurens Swijs, verklaart, dat hij, krachtens de paspoorten van de hertogin van Brabant, de Staten Generaal van de Verenigde Nederlanden en Hendrik van Bergen, barond van Hedel, enige dagen geleden van de bovenloop van de Maas voor de koning van Polen naar Dordrecht heeft gebracht twee Maasschepen, geladen met met blauwe stenen, waarop hij met anderen  als  huurvaarders in dienst genomen heeft Pieter van Aertsen en Gillis Jacobs, die, nu zij hun reis voltooid hebben, wel gaarne wederom opwaarts zouden reizen naar hun rresp. woonplaatsen. Daarom hebben zij hem verzocht, opdat zij niet onderweg benadeeld worden, hun te verlenen “van dat de selve als huijrvaerders op de twee voorsz. Maesschepen met blaeuwen steen voor de [koning] … van Polen gebruijckt ende afgecomen zijn geweest”. Zo verzoekt hij alle gouverneurs, kolonels, kapiteins, officieren en soldaten te paard, te voet, te water en te land, de twee genoemd personen vrijelijk naar hun woonplaatsen te laten gaan. (ONA Dordrecht inv. 56, f. 367v)

– 20 juli 1634: o.a. Mathijs Paradijs, Maaschipper wonende in ‘s-Hertogenbosch, 37 jaar oud, verklaart, dat Jean Moreau, mr. schiptimmerman van Namen, dat hij hem goed gekend heeft, toen hij Namen woonde en dat hij “een man met eeren” is. (ONA Dordrecht inv. 58, f. 366v)

– 27 febr. 1635: testeren Matthijs Bouchon, gezegd Paradijs, koopman en Maasschipper, burger van Dordrecht, en zijn vrouw Anneken Laurensdr. van Elsloo. Zij legateren aan de armen een bedrag van 100 gl. Tot erfgenamen van hun na te laten goederen en voogd benoemen zij de langstlevende van hen beiden, mits die langstlevende gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of totdat zij gaan trouwen en hun dan naar zijn of haar goeddunken uit te zetten. Indien hun kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, moeten de goederen, die zij zouden hebben geërfd van de eerstoverlijdende, weer toekomen aan de langstlevende van de testateuren, mits die gehouden zal zijn aan de erfgenamen ab intestato van de eerstoverlijdende onder hen allen een somma van 100 gl. uit te keren. (ONA Dordrecht inv. 58, f. 629v)

– 1 mrt. 1635: Verona Jaensdr., ongeveer 36 jaar, en Lambert le Baes, ongeveer 22 jaar oud, en Mattijs Mattijsz., 21 jaar oud, verklaren op verzoek van Mattijs Paradijs, eerst Lambert le Baes en Mathijs Mathijsz., dat zij op 5 febr. 1635 ’s avonds om 10 uur geweest zijn bij het schip van de rekwirant, nl.  Matthijsz. in het schip van zijn vader en Le Baes op het ijs en dat zij toen gezien hebben, dat voornoemde Verona, die de dienstmaagd is van de rekwirant, op diens schip een dweil aan het uitspoelen was, “en dat zij getuijgen seker gerucht hoorden van spreken op het schip vande reqt. ende aldaer naerder comende saegen sij .. dat die Verona nederwaerts int … schip van den reqt. sach ende hoorden … alsdoen dat die … Verona met seker persoon sprekende daer tegen roepende in Walschen tale Duvel wat doet ghij daer, daerop die … persoon seijde swijgt swijgt wij willen maer een kooltgen off twee nemen om wat vijer te maecken, daer op … Verona weder seijde het en belust mijn nijet, gaet van hijer, ick sall mijn meester roepen en meerder gelaet maecken”. (ONA Dordrecht inv. 37, f. 46)

– 17 febr. 1639: verklaren een aantal Maasschippers, o.w. Matthijs Paradijs, 43 jaar oud, Maasschipper te ‘s-Hertogenbosch, op verzoek van Jan van Leeuwen, Maasschipper en burger van Venlo, dat de soldaten van de Verenigde Provinciën, als ook die van de koning [van Spanje] met grote en kleine partijen de schippers, die de Maas op en af varen, dwingen om aan land aan te leggen of hen aan boord te laten en dan de schippers fooien of andere dingen afeisen, en dat zij bovendien dan nog met spijs en drank getrakteerd willen worden. Zij verklaren voorts, dat “de schippers gewoon sijn voor hare provisie ofte haer huijshouding binnen scheepsboort allerleij noodruft mede opwaerts te nemen tsij van specerije suijcker ende diergelijcke ijet wes meer, als oock wolle ofte lijne ofte andere stoffen tot hare cleedinge sonder daervoor eenige licenten te betalen welke goederen hen somtijds door de soldaten zijn ontnomen”. (ONA Dordrecht inv. 39, f. 223)

-12 april 1645: Catharina Severius, weduwe van Herman Lensz. van Elsloo, wonende te Amsterdam, verkoopt voor 700 gl. aan Matthijs Paradijs, Maasschipper, de helft in een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het pakhuis van Pieter de Carpentier en het huis van Theunis Cuijper, komende achter tegen het erf van Dierick Dammert. (ORA Dordrecht inv. 775 (oud), f. 17)

– 18 juli 1661: Matthijs Paradijs de jonge, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Lens Hermansz. Gijsens, koopman te Luik, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Joris Cartrels te Luik op 15 juli 1661, verkoopt voor 750 gl. aan Matthijs Paradijs de oude, koopman en Maasschipper, burger van ‘s-Hertogenbosch, de helft van een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen de gang van het pakhuis van Pieter de Carpentier, waarvan de wederhelft toebehoort aan de koper. De koper is schuldig aan Johan Geverts een somma van 2000 gl., verbindende het voornoemde huis. (ORA Dordrecht inv. 1619, f. 51 e.v.)

ONA Dordrecht inv. 140, f. 357: op 18 juli 1661 stelt Mathijs Paradijs de jonge, koopman en burger van Dordrecht, zich borg voor een schuldbrief, die zijn vader, Matthijs Paradijs de oude, koopman en burger van ‘s-Hertogenbosch, heeft verleden voor schepenen van Dordrecht ten behoeve van Johan Gevaerts, welke schuldbrief is verbonden op een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Pieter de Carpentier en de gang van het huis van Dirck Dammert.

ORA Dordrecht inv. 1621, f. 85 op 18 mei 1666 verkopen Maria Lensdr. van Elsloo, weduwe van Jan Aeldertsz. de Veer, Susanna Lensdr. van Elsloo, weduwe van Matthijs Jorisz., Helena Lansdr. van Elsloo, de vrouw van Willem Heijblom, thans afwezig, voor zichzelf en tevens vervangende Lens Hermansz. Gijben, Matthijs Paradijs, als man van Anneken Lensdr. van Elsloo en Servaes Geurtsz., als man van Aeltgen Lensdr. van Elsloo, allen kinderen en erfgenamen van Lens Hermansz. van Elsloo, voor 800 gl. aan Martijn Geerards, biersteker en burger van Dordrecht, een huis op het Nieuwe Werck aan de havenzijde, staande tussen het huis van Lambert Corton en dat van de weduwe van Dirk de Bas.

ONA Dordrecht inv. 334, f. 278: op 13 okt. 1670 verklaren Dirck Aeldertsz. de Veer en Roelant Teerling de jonge, kooplieden  en burgers van Dordrecht, op verzoek van de kinderen en erfgenamen van Matthijs Paradijs en zijn vrouw  Anneken Lenssen, dat zij overleden zijn, Matthijs ongeveer een jaar tevoren en Anneken 3 of 4 maanden tevoren, en dat zij bij elkaar hebben verwekt negen kinderen, genaamd Laurens, Maria, Matthijs, Berbera, Anneken, Dirck, Jenneken, Herman en Catharina Paradijs, waarvan en twee overleden zijn, nl. Dirck, die in april 1668 naar Oost-Indië is gegaan, en Catharina, die ongeveer twee jaar tevoren in Luik is overleden en heeft nagelaten een dochtertje, genaamd Jenneken Catrijn. Comp. mede Laurens en Herman Paradijs, Anneken Paradijs, weduwe van Hendrick de Want, Jan van Tricht, als man van Maria Paradijs, Matthijs Hacke, als man van Berbera Paradijs en Laurens Loua, als man van Jenneken Paradijs, zusters en broers van Dirck Paradijs, die verklaren procuratie te verlenen aan Johannes van Stabroeck, odinaris koopmansbode van Dordrecht op Zeeland, om van de bewindhebbers van de VOC (kamer Amsterdam) te vorderen de somma van penningen, die hun broer Dirck Paradijs, die in april 1668 met het schip  “Middelburch” is gevaren naar Oost-Indië, tegoed heeft wegens verdiende gage en de verkoop van de door hem nagelaten goederen.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Matthijs Paradijs, gedoopt NG Dordrecht mei 1625

b. Maria Paradijs, geboren naar schatting ca. 1630, waarschijnlijk in het Land van Luik, begraven Dordrecht 1 mei 1705, trouwde 1e NG Dordrecht 11 okt. 1650 Johannes Govertsz. van Tricht, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1620, wijnkoper te Dordrecht, begraven Dordrecht 18 dec. 1670, zoon van Guert Guertsz. (van Maestricht) en Mariken Jan Hubendr.

ONA Dordrecht inv. 223, f. 71: verklaring dd 29 juli 1665 door Abraham de Vale, gezworen koolweger, 31 jaar oud, Maria Paradijs, vrouw van Johan van Tricht, 35 jaar oud, Margrieta Cornelisdr., vrouw van Pieter Gillisz. Coninck, 27 jaar oud en Hilleken Willemsdr., vrouw van Gillis van der Pijpen, 41 jaar oud, op verzoek van Maeijcken Fransdr., de vrouw van Frans Stantsfort leertouwer.

ORA Dordrecht inv. 1640: op 19 febr. 1704 verkoopt Maria Paradijs, weduwe van Johannes van Trigt, voor 2100 gl. aan Johannes Koole, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Theunis den Ram en dat van de weduwe van burgemeester Samuel Everwijn.

c. Berber, gedoopt NG Dordrecht juni 1631, jong overleden

d. Adriaen, gedoopt NG Dordrecht juni 1632, overleden zonder nakomelingen

e. Barber (Berbra) Paradijs, gedoopt NG Dordrecht april 1634, trouwde NG Dordrecht 11 febr. 1663 Matthijs Hacke(n), koopman/Maasschipper

“Rond 1680 had Matthijs Hacke bij de Kalkhaven een groot terrein in gebruik, met onder ander teerhuizen en pakhuizen. Tussen dat terrein en de nieuwe Kalkhaven liep een smal pad. Om bij de Weeskinderendijk te komen moesten Dordtenaren over de Spuiweg of over de Sluisweg. Over dat paadje was het korter en daarom liepen Dordtenaren liever achter Hacke langs, later verbasterd tot Achterhakkers … Matthijs Hacke was koopman en handelde ook internationaal, met Engeland en de zuidelijke Nederlanden (Luik). In Dordrecht was hij ook eigenaar van een tweetal oliemolens (de Waal en de Hoop), beide vlak bij de Kalkhaven in de buurt van de ‘s-Gravendeelsedijk. Met een aantal andere oliemolenaar nam hij deel aan een overenkomst om bij brand of ander ongeluk gezamenlijk de kosten te dragen voor herstel van de molen van de ongelukkige concurrent. Matthijs Hacke en (klein)zoons Matthijs en Michiel … bemoeiden zich niet met bestuurlijke aangelegenheden. Zij waren meer koopman dan regent.” (Dordt-Eigenaardig, in AD De Dordtenaar 19 okt. 2022.)

–  8 febr. 1663: huwelijkse voorwaarden tussen Matthijs Hacken, koopman en Maasschipper, jongman geboortig van Venlo, geassisteerd met Hendrick Willemsz. van Venlo en Elisabeth van Ool, zijn oom en tante, en Berbera Paradijs, jonge dochter wonende in Dordrecht, geassisteerd met Matthijs Paradijs de Jonge, haar broer, en Willem Heijblom en Helena van Elsloo, haar oom en tante. Matthijs zal alle goederen, die hij op dat moment bezit ten huwelijk inbrengen, o. a. een paatschip, een somma van 3000 gl. aan gereed geld en zijn kleren. Berbera zal inbrengen een somma van 600 gl., een “vvtsettinge van cledinge” en enig huisraad. Voorwaarde is, dat indien hij of zij komt te overlijden zonder kinderen na te laten hij of zij de door hem of haar ingebrachte goederen zal mogen behouden. Zij zal in dat geval nog een douairie van 1200 gl. krijgen en hij één van 600 gl. (ONA Dordrecht inv. 142, f. 73)

– 17 okt. 1679: Aletta van de Radt, meerderjarige, ongehuwde persoon verkoopt voor 5200 gl. aan Matthijs Hacken, koopman en schipper op de Maas, een huis buiten de Sluispoort van Dordrecht, staande tussen het pakhuis van Johan Bacx en het huis van verkoopster, alsmede een loods, die naast het verkochte huis staat, en de plaats daartoe behorende. (ORA Dordrecht inv. 1627, f. 65)

– 4 mei 1687: testament van Barbera Paradijs, vrouw van Matthijs Hacke, koopman te Dordrecht. Zij bevestigt het testament, dat zij heeft gemaakt voor notaris J. Hellu op 10 sept. 1679, voor zover niet strijdig met het onderhavige. Zij legateert aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht een bedrag van 100 gl. Aan haar zeven kinderen legateert zij elk een bedrag van 12.000 gl., uit te keren bij het bereiken van hun mondigheid of wanneer zij gaan trouwen. Als de kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, zal hetgeen zij van haar geërfd zouden zouden hebben gaan naar haar erfgenamen ab intestato. Zij benoemt tot voogden over haar minderjarige erfgenamen haar man, Johan de With, oud-burgemeester van Dordrecht, en Paulus van Esch. (ONA Dordrecht inv. 582, f. 54)

– 10 febr. 1693: rekest aan het Gerecht van Dordrecht door Johan de Witt, oud-burgemeester van Dordrecht, en Paulus van Esch, voormalig lid van de Raad van Achten te Dordrecht. Zij geven te kennen, dat wijlen Barbara Paradijs, in haar leven echtgenote van Matthijs Hacke, zonder medeweten van hen, supplianten, in haar testament, gepasseerd voor notaris A. Besemer te Dordrecht op 4 mei 1687, hen, benevens haar man, tot voogden heeft aangesteld over haar minderjarige kinderen. Zij heeft evenwel nadien drie van haar minderjarige kinderen uitgehuwelijkt aan Johan Appels, Pieter Backes en Hendrick van der Banck, “ende alhoewel … [zij] ten regarde van de voorsz. voogdije wel hadde behoord de voorsz. testamente verandert ende sulcx de voorsz. hare swagers [schoonzoons], alle fatsoenlijcke ende gereguleerde coopluijden binnen [Dordrecht] … met de vooghdije over de voorn. hare minderjarige kinderen belast ende gechargeert te hebben, en die gevoeglijk met meer ijver ende vigilantie het interest vande voorsz. minderjarigen hadde konnen besorgen ende waarnemen, dat echter de voorsz. supplianten het contrarie uijt den testamente van de voorn. Barbara Paradijs vernomen” hebben. Zij wenden zich om die reden, met kennis van Matthijs Hacke en diens genoemde schoonzoons, tot het Gerecht met het verzoek van genoemde voogdij ontheven te worden, te meer daar zij reeds belast zijn met diverse andere voogdijschappen en daarnaast ook bezet zijn met hun dagelijkse affaires, dermate, dat zij de voornoemde voogdij slechts met veel moeite en verzuim van hun eigen zaken zouden kunnen waarnemen. Zij verzoeken het Gerecht de voogdij op te dragen aan Matthijs Hacke en zijn schoonzoons. Het Gerecht besluit op 17 febr. 1693 dit verzoek in te willigen. (Weeskamer Dordrecht inv. 29, f. 40v e.v.)

Uit dit huwelijk:

e-1. Michiel Hacken, gedoopt NG Dordrecht 6 juli 1664, koopman

ORA Dordrecht inv. 1750, f. 65: op 30 april 1698 verkoopt Agatha van Hogeveen, weduwe van Jacobus Feij, voor 3000 gl. aan Michiel Hacke, koopman te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen met een tuin ernaast, staande in de Gebrande Buurt buiten de Sluispoort tussen de tuin van Huijbert van de Graaf en de gang naar de tuin van de heer Sonnemans.

ORA Dordrecht inv. 1750, f. 68: op 16 mei 1698 verkoopt Michiell Hacke voor 700 gl. aan Pieter Backus, koopman te Dordrecht, een vierde part in een pakhuis even buiten de Sluispoort, staande tussen de teerhuizen van kapitein Bax en het huis van de erfgenamen van Matthijs Hacke.

ORA Dordrecht inv. 1750, f. 123v: op 6 mei 1700 verkoopt Michiel Hacke, koopman te Dordrecht, voor 3500 gl. aan Eeuwout Goutswaert de oude, wonende te Piershil, een paardenoliemolen met de huizen, tuin etc., daartoe behorende, staande in de Gebrande Buurt buiten de Sluispoort tussen de tuin van Huibert van de Graef en die van de heer Sonnemans.

e-2. Mettje (Megtelina) Hacken, gedoopt NG Dordrecht 9 okt. 1667, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Sluispoort (1691), trouwde NG Dordrecht 18 febr./7 mrt. 1691 Johan Appels, geboren naar schatting ca. 1670, jongman van Dordrecht, koopman, wonende bij de Roobrug (1691), zoon van Herman Appels en Belia Rijckers

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 142: op 26 nov. 1692 verkopen Jacob van Slingelant en Johan van Slingelant, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Geertruijt van der Hulck, weduwe van Hendrick Francken, voor 5000 gl. aan Jan Appels, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat recht tegenover de Nieuwbrug, genaamd “de Vogelsanck”, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van de heer Carpentier en dat van de kinderen en erfgenamen van burgemeester Johan van Meeuwen.

ORA Dordrecht inv. 1635, f. 82: op 3 nov. 1695 verkoopt Catharina van Gendt, weduwe Jasper ’t Hooft, houtkoper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van haar zoon Adriaen Jaspersz. ’t Hooft, voor 3000 gl. aan Johan Appels, koopman en burger van Dordrecht, een huis, loodsen en houttuin op de Kuipershaven tussen de Roobrug en de Schrijversstraat, staande tussen het huis “Clijn Aelmagnie”, dat eigendom is van de verkoper en het erf van de erfgenamen van Pieter de Carpeniter, strekkende tot het erf van de verkoper.

ORA Dordrecht inv. 1750, f. 148: op 2 juni 1701 verkopen Jan Appels en Hendrick van der Banck jr., kooplieden te Dordrecht, voor 3160 gl. aan Joan de Roos  en Jacob Toutlemonde, kooplieden te Dordrecht, een pakhuis, genaamd “Koninxbergen”, staande buiten de Sluispoort tussen pakhuis van Pieter Backus en dat van kapitein Ambrosius Wiggers.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 75: op 6 okt. 1701 verkoopt Johan Appels, koopman en burger van Dordrecht, voor 2750 gl. aan Aelbert Loockermans, Fredrik Schoonenburgh, stadsfabriek [bouwmeester] en Willem de Bruijn, een huis, loodsen en houttuin op de Kuipershaven aan de kade tussen de Roobrug en de Schrijversstraat, staande tussen het huis “Clijn Aelmagnie” en het erf van wijlen Pieter de Carpentier, strekkende tot het erf van de verkoper.

NG trouwboek Dordrecht 18 febr. 1691: Jan Appels koopman jongman van Dordrecht wonende bij de Roobrug en Megtelina Hakken jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Sluispoort, getrouwd op 7 mrt. 1691

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 40v e.v.: op 20 juli 1703 verkoopt Jan Appels, koopman te Dordrecht, voor 8000 gl. aan Hendrick Daalhuijsen, arts wonende te Frankfort, een huis in de Wijnstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Simon Muijs van Holij, achtraad te Dordrecht, en dat van de weduwe of de kinderen van de heer Van Mewen.

Uit dit huwelijk (allen NG gedoopt te Dordrecht):

e-2-1. Harmen Appels, 23 febr. 1692

e-2-2. Matthijs Appels, 23 nov. 1693

e-3. Jenneken (Johanna, Jenette) Hacken, trouwde Pieter Baccus (Backus)

Uit dit huwelijk (allen NG gedoopt te Dordrecht):

e-3-1. Mathijs Backus, 27 juni 1693

e-3-2. Barbera Backus, 20 jan. 1695

e-3-3. Pieter Backus, 7 juli 1696

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 8v: op 18 febr. 1747 verkoopt Johan van der Linden van Slingeland, koopman te Dordrecht, voor 2520 gl. aan Pieter Backus, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tussen de Lange Houten Brug en het Lamstraatje, strekkende tot aan de Hoge Nieuwstraat en staande tussen het huis van de koper en Co. en dat van Hendrik Hijnen.

e-3-4. Catharina Backus, 10 okt. 1700

e-4. Berbra (Barbara) Hacken, gedoopt NG Dordrecht 13 juli 1671, jonge dochter van Dordrecht bij de Sluispoort (1690). trouwde Gerecht Dordrecht/NG Dubbeldam 8/24 okt. 1690 Hendrick van den Banck, jongman van Dordrecht bij de Beurs (1690), mr. zilversmid

ORA Dordrecht inv. 1782, f. 19v: op 16 sept. 1719 verkoopt Hendrick van der Banck, als procuratie hebbende van zijn moeder Berbera Hacken, voor 300 gl. aan Arij en Frans Dura, kooplieden te Dordrecht, een pakhuis op de Lijnbaan op grond van de Merwede, staande tussen het pakhuis van verkoper en het pakhuis van de kopers.

ORA Dordrecht inv. 1782, f. 23v: op 3 okt. 1720 verkoopt Hendrick van der Banck, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en als voogd over de minderjarige kinderen en erfgenamen van Barbera Hacken, weduwe van Hendrick van der Banck, mr. zilversmid te Dordrecht, voor 250 gl. aan Arij en Frans Dura, kooplieden wonende buiten Dordrecht, een pakhuis aan de Noordendijk, staande tussen het pakhuis van de kopers en de tuin van Jacobus Caspersz. Lokemijer.

ORA Dordrecht inv. 1753, f. 15: op 8 okt. 1720 verkoopt “Hendrik vander Banck Soo voor sig selven als hem sterkmakende ende de rato Caverende voor zijne meerderjarige Suster Berbera vander Banck, mitsgrs: als voogt over sijne minderjarige Broeder ende Susters te samen Erffgenamen van wijlen haar overleden moeder Berbera Hacke in haar leven wed.e Hendrik van(de): Bacnk den oude”, voor 165 gl. aan Hendricus Schoolting, mr. hoefsmid te Dordrecht, een tuintje buiten de Vriesepoort omtrent het vierkant, staande tussen het Latourpad en de tuin van Pieter Rosseljeu.

Uit dit huwelijk (allen NG gedoopt te Dordrecht):

e-4-1. Hendrik van den Banck, 28 aug. 1691

e-4-2. Berbera van den Banck, 4 juni 1693

e-4-3. Matthijs, 10 sept. 1696, jong overleden

e-4-4. Elijsabeth van den Banck, 21 juni 1698

e-4-5. Matthijs van den Banck, 10 nov. 1711, trouwde Margareta van Nievelt

ORA Dordrecht inv. 1655, f. 66: op 30 sept. 1738 verkoopt Johannes Nievelt, koopman te Dordrecht, voor 800 gl. aan Wilhelmus van Nievelt, Cornelia van Nievelt, en Matthijs van den Banck, als man van Margareta van Nievelt, allen wonende te Dordrecht, een vierde deel van een huis in het Steegoversloot tegenover de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van ds. Wilhelmus van Slingeland en dat van Willem Saaijmans, van achteren uitkomende in het Stek. De overige 3/4 parten behoren aan de kopers toe.

e-4-6. Maria van den Banck, 11 nov. 1712

e-5. Matthijs Hacken, gedoopt NG Dordrecht 21 aug. 1672, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14 febr. 1694 Jacoba Catrina Feij

ORA Dordrecht inv. 1750, f. 67v: op 16 mei 1698 verkopen “d’Hr. Adriaan Hogeveen, inden Oudraad deser Stad, ende Sr. Gosewinus Erkelens Coopman binnen de voorsz: Stad als last en procuratie hebbende van Sr. Matthijs Hacke, volgens de procuratie gepasseert voor den nots. Adriaan Hagoort ende seeckere getuijgen binnen dese Stad residerende Sub date den 28en Jan. 1698” voor 750 gl. aan Maria Hacke een vierde part in een pakhuis even buiten de Sluispoort, staande tussen de teerhuizen van kapitein Bax en het huis van de erfgenamen van Matthijs Hacke.

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 204: op 9 dec. 1725 verkoopt “mr. Johan van Hogeveen, uijt den Oudraad deser Stad, soo voor sig selve, (en) als last en procuratie hebbende van d’heer Aalbert van Hogeveen, Capn. ter Zee ten dienste deser Landen, Adriaan, en mr: Gerrard Amilius van Hogeveen, Item d’juffr. Ida Catarina Magdalena, Agatha & Maria Arnoudina van Hogeveen, volgens d’selve procuratie gepasst. voor den nots. Pieter van Wel en sekere geuijgen alhier residerende op den 3e decemb. 1725 daar van sijnde ons Schepenen vertoont, en Nogh als voogd over Jacobus en Albertus Adam Hacke, nog Juffr. Berbera Maria Hacke voor haar selve als last ende procuratie hebbende van haare susters Magdalena Elisabeth en Agatha Hacke woonende tot Londen volgens d’selve procuratie gepasst. [-] alle geinstitueerde Erfgenamen van wijlen Juffr. Elisabeth van Hogeveen in haar leven wed.e van(de) Heer Louies Duchene, gewoont hebben(de) en overlede tot Bommel,” voor 1210 gl. aan Johannes Boone, koopman en zeilmaker te Dordrecht, een huis in de Boomstraat bij het Groothoofd, staande tussen het huis van de koper en dat van Roelant Millaarts, alsmede voor 450 gl. aan Cornelis Evenwel mr. metselaar drie naast elkaar staande huisjes in de Heer Heijmansuijsstraat, staande tussen het huis van Joris Warnier en dat van Johannis Helmer.

Kinderen (allen NG gedoopt in  Dordrecht):

e-5-1. Matthijs Hacken, 2 dec. 1694

e-5-2. Jacobus Hacken, 14 dec. 1695

e-5-3. Berbara Maria Hacken, 14 mrt. 1697, woonde in 1743 in Breda

e-5-4. Agatha Hacke, 1 april 1698, woonde in 1743 in Breda

e-5-5. Albertus Adam Hacken. luitenant in het regiment van kolonel Van Kindschot in Nederlandse dienst

ORA Dordrecht inv. 1782, f. 141: op 30 mei 1743 verkoopt “Pieter van Well, Notaris en Procureur binnen deser Stad, als last en procuratie hebbende vande Heer Albert Adam Hacken Lieutenant in ’t Regiment vande Heer Collonel van Kindschot ten dienste deser lande en Juffrouw Berbera Maria, Agatha en Elisabeth Magdalena Hacken alle meerderjarig woonende tot Breda,. volgens voors. Procuratie gepasseert voorden Notaris Jacob de Bruijn en sekere getuijgen tot Breda, residerende in dato den 21 Maart 1743”, voor 160 gl.  aan Willem Bosman, tavernier wonende aan het Koningsplein even buiten Dordrecht, een huis buiten de St. Jorispoort aan de Tweede Singel of straatweg even buiten Dordrecht op grond van de Merwede, staande tussen het huis of de herberg van de koper en het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan mr. Abraham van den Santheuvel en Emmerentia en Hendrica Sophia van der Santheuvel, idem voor 160 gl. aan mr. Abraham van den Santheuvel en Emmerentia en Hendrica Sophia van den Santheuvel, wonende te Dordrecht, een huis buiten de St. Jorispoort aan de Tweede Singel of straatweg op grond van de Merwede, staande tussen het huis van Willem Bosman en dat van Jan Swart, idem voor 145 gl. aan Jan Swart, timmermansknecht, een huis buiten de St. Jorispoort aan de Tweede Singel of straatweg op grond van de Merwede, staande tussen het huis van mr. Abraham van den Santheuvel en Emmerentia en Hendrica Sophia van den Santheuvel, en dat van Hendrick Pus en diens vrouw, idem voor 165 gl. aan Hendrik Pus, heer van Op- en Neerandel, en diens vrouw Emmerentia de Carpentier, vrouwe van Rijsoord, een huis buiten de St. Jorispoort aan de Tweede Singel of straatweg op grond van de Merwede, staande tussen het huis van Jan Swart en dat van Bartholomeus Vervel, en tenslotte voor 160 gl. aan Bartholmeus Vervel, mr. bakker en burger van Dordrecht een huis buiten de St. Jorispoort aan de Tweede Singel of straatweg op grond van de Merwede, staande tussen het huis van Hendrik Pus en diens vrouw en dat van Jan Monté.

e-5-6. Magdalena Elisabeth Hacken, woonde in 1743 in Breda

e-6. Maria Hacken, trouwde Theodorus (Dirck) van der Wall, koopman te Maastricht

ORA Dordrecht inv. 1750, f. 185: op 21 mei 1703 verkoopt Pieter Backus, koopman te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Maria Hacke, koopvrouw, echtgenote van Theodorus van de Wal, koopman te Maastricht, de helft van een pakhuis, waarvan de wederhelft toebehoort aan de koopster, staande buiten de Sluispoort tussen de teerpakhuizen van Matthijs Bax en de pakhuizen van Jan Roos.

ORA Dordrecht inv. 1754, f. 24v: op 3 febr. 1729 verkoopt “Roeland Nolthenius Secretaris deezer Stad, in qualiteijt als last en Procuratie hebbende van De Heer Samuel de Vije, Luijtenant in het Regiment van de Heer Overste Dibbits en ingenjeur vande Stad Maastricht alsmeede van vrouwe Berbera vande Walle deszelfs Huijsvrouw en van Sr: Petrus vande Walle, resp:e Kinders en universeele Erffgenamen van wijlen De Heer Theodoor vande Walle en Juffrouw Marija Hacken in haar leeven Egtelieden zijnde dezelve Procuratie gepasseert voor den Notaris Leonard Thielen en seeckere getuijgen binnen de Stad Maastrigt Resideerende in dato den 17e: Januarij 1729”, voor 1000 gl. aan Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, een pakhuis buiten de Sluispoort, vanouds genaamd “Hacken”.

e-7. Ida Hacken, geboren naar schatting ca. 1670, jonge dochter van Dordrecht (1693), trouwde Gerecht Dordrecht/NG Dubbeldam 6/22 sept. 1693 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Maria van Bracht, weduwe van Gerrit van Eijsden, de bruid met haar vader) Gosuinus Erckelens, gedoopt NG Dordrecht 19 mrt. 1668, jongman van Dordrecht, koopman (1693), zoon van Jan Erckelens en Maria van Bracht

Uit dit huwelijk (allen NG gedoopt te Dordrecht):

e-7-1. Joan Erckelens, 24 juli 1694

e-7-2. Barbara, 2 juli 1695, jong overleden

e-7.3. Barbera Erckelens, 10 juli 1696

e-7-4. Maria Erckelens, 24 dec. 1701

f.Jenneke Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 6 juli 1637

g. Hermen Paradijs, gedoopt NG Dordrecht jan. 1641, trouwde Maijke Gruften

Uit dit huwelijk:

g-1. Agnes Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 5 nov. 1668, trouwde Gerrit Sijmonsz. van Eijsden

h. Anna (Anneken Paradijs), trouwde 1e Henrick Duwant, 2e Aert Melchior, 3e Jan Noolens

– 25 nov. 1709: testament van Anna Paradijs, laatst weduwe van Jan Noolens, wonende te Dordrecht, “sieckelijck naer den lichame te bedde leggende.”

Zij legateert

– aan de huisarmen van de Nederduits-Gereformeerde gemeente van Dordrecht 100 gl.

– aan de huisarmen van de Waalse gemeente van Dordrecht 100 gl.

– aan de naaste verwanten en erfgenamen van haar overleden man Aert Melchior de landerijen in de Bovenkwartieren bij Maastricht en daarmomtrent gelegen en een somma van 1000 gl.

– aan Michiel Hacken zodanige somma van penningen als hijaan haar schuldig is

– aan Pieter Baccus en zijn vrouw Jenneken idem

– aan Gosuinus Erckelens en zijn vrouw Ida Hacken idem

– aan de kinderen en kindskinderen van haar broer Laurens Paradijs 2000 gl.

– aan de kinderen en kindskinderen van haar broer Matthijs Paradijs 2000 gl.

– aan haar neef Pieter Paradijs en diens zoon 500 gl.

– aan haar nicht Agnees Paradijs, dochter van haar broer Herman Paradijs 2000 gl.

– aan haar nicht Maria van Tricht, weduwe van Sijmon de Later 2000 gl. en haar testatrices zwarte laken “tabbert” en rok

– aan haar nicht Anna van Tricht 500 gl.

– aan haar neef Johannes van Tricht 500 gl.

– aan haar nicht Jennetta van Tricht, dochter van haar neef Govert van Tricht 250 gl.

– aan de kinderen van haar neef Matthijs van Tricht, m.n. Maria, Matthijs en Lecija van Tricht, elk 250 gl.

– aan Agnes Noolens, dochter van haar overleden man Jan Noolens, een gouden “hoepring”, gekomen van haar man Jan Noolens

– aan de dienstmaagd, die bij haar overlijden bij haar inwoont “eenen enckelden rouw”

In alle overige na te laten goederen benoemt zij tot haar erfgenamen de navolgende vijf “kluchten”, namelijk

1e de kinderen en kindskinderen van haar broer Laurens Paradijs

2e de kinderen en kindskinderen van haar broer Matthijs Paradijs

3e de kinderen en kindskinderen van haar broer Hermen Paradijs

4e de kinderen en kindskinderen van haar zuster Maria Paradijs

5e de kinderen en kindskinderen van haar zuster Berbra Paradijs, uitgezonderd Michiel Hacken en Ida Hacken.

Tot executeurs van haar testament en voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Costiaen Baccus, koopman te Dordrecht en Jacob van Dijck, notaris aldaar. Zij tekent met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 533, akte 76)

– 4 juni 1715: Corstiaen Baccus, koopman te Dordrecht, en Jacob van Dijck, notaris van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anna Paradijs, laatst weduwe van Jan Noolens, verkopen voor  2550 gl. aan Samuel Sente Verrijck, burger van Dordrecht, een huis met een pakhuis ernaast, staande op de Nieuwe Haven tussen het Vendeloostraatje en het huis van ds. Johannes Bovije. (ORA Dordrecht inv. 1646, f. 38v)

– 9 sept. 1715: scheiding van de nalatenschap van Anna Paradijs, laatst weduwe van Jan Noolens, conform de inventaris daarvan gemaakt door notaris J. van Dijck te Dordrecht op 30 en 31 okt. 1714:

Ontvangsten:

– door de executeurs-testamentair is verkocht aan Samuel Centen Vereijck voor 2550 gl.een huis met pakhuis daarnaast staande op de hoek van het Vendeloostraatje, belend door dat straatje aan de ene zijde en het huis van Johannes Bovije aan de andere zijde

Venlostraat (2007)

Uitgaven (o.a.):

– voor het afleggen van de overledene 10 gl.

– voor het recht van het begraven 15 gl. 14 st.

– aan de twee eerste bidders 14 gl.

– aan twee bidders 10 gl.

– voor de lijkkoets 6 gl. 0 st.

– voor twee stadskoetsen 9 gl.

– voor twee herenkoetsen 8 gl.

– aan ’s herendienaars 1 gl.

– voor het zegel van de roepcedulle1 gl.

– aan de buren voor het dragen van het lijk 63 gl.

– aan Matthaeus Cluijt dienaar van de diaconie 66 gl. 16 st.

– aan de kosteres van de Augustijnenkerk 44 gl. 18 st.

– aan de kosteres van de Grote Kerk 17 gl. 8 st.

etc.

Effecten van de boedel: 21.669 gl. 19 st. 8 penn.

Totale uitgaven: 2827 gl. 6 st. 6 penn.

Resteert:18.842 gl. 13 st. 2 penn.

Uitgaven aan legaten:

– aan de N.G. huisarmen 100 gl.

– aan de Waalse huisarmen 100 gl.

– landerijen etc. aan de erfgenamen ab intestato van Aert Melchior memorie

– aan de erfgenamen ab intestato van Aert Melchior, nl. de kinderen van Hermanus van Bracht, zoon van Ida Melchior, die een zuster was van Aert Melchior 500 gl. en aan de kinderen en kindskinderen van Dirck Melchior, die een broer was van Aert Melchior 500 gl.

– aan de kinderen en kindskinderen van Laurens Paradijs, m.n. Dirck en Maria, de kinderen van Matthijs Paradijs, elk 166 gl. 13 st. 6 penn. en Andries Papegaij, getrouwd met Catharina Paradijs, Laurens Paradijs, Laurens Paradijs, de zoon van Corstiaen Paradijs, en Pieter Paradijs elk een bedrag van 333 gl. 6 st. 12 penn.

– aan de kinderen van Pieternella Paradijs bij haar verwekt door Sijmon Franckot, m.n. Sijmon, Olivier, Matthijs, Bartholomeus, Pieternella en Johanna Franckot elk een bedrag van 55 gl. 11 st. 2 penn.

– aan de kinderen en kindskinderen van Matthijs Paradijs, namelijk Maria, de dochter van kapitein Matthijs Paradijs, Willem, de zoon van Laurens Paradijs, Jacobus Paradijs, en Pieter Paradijs elk 333 gl. 6 st. 12 penn. en Maria, Adriaen en Elisabet Broeders, kinderen van Anna Paradijs, elk 111 gl. 2 st. 4 penn. en Elisabet Ingenool, Arnoldus Ingenool en Anna Rijcke, kinderen van Maria Paradijs, elk 111 gl. 2 st. 4 penn.

– aan Pieter Paradijs Matthijsz. 500 gl.

– aan Agnees Paradijs, dochter van Herman Paradijs, weduwe van Gerrit Sijmonsz. van Eijsden 2000 gl.

– aan Gloudij de Boers, getrouwd met Anna van Tricht 500 gl.

– aan Johannes van Tricht 500 gl.

– aan Jacobus van der Spoor, getrouwd met Jennetta van Tricht, dochter van Govert van Tricht 250 gl.

– aan Maria van Tricht Matthijsdr., weduwe van Tomas van Diepenbrugge 250 gl.

– aan Matthijs van Tricht Matthijsz. 250 gl.

– aan Jan Hermansse, getrouwd met Lecija van Tricht Matthijsdr. 250 gl.

Totale somma van de legaten: 9700 gl.

Resteert na aftrek van de uitgaven en de legaten:9142 gl. 13 st. 2 penn.

Te verdelen over vijf “kluchten”, zodat iedere “klucht” recht heeft op iets meer dan 1828 gl.

(ONA Dordrecht inv. 537, akte 52)

i. Laurens (Lens) Paradijs, geboren ca. 1626, Maasschipper, diaken van de Waalse gemeente te Dordrecht, trouwde naar schatting ca. 1650 Maijke Corstiaensdr. van Oost, geboren naar schatting ca. 1625, dochter van Corstiaen Corstiaensz. van Oost, Maasschipper, en Pieterken Boijen

ONA Dordrecht inv. 138, f. 677: op 13 dec. 1659 leggen o.a. Mathijs Paradijs, 62 jaar oud, en Lens Paradijs, 33 jaar oud, beiden Maasschippers, een verklaring af.

ONA Dordrecht inv. 208, f. 108: op 10 juni 1668 verklaren een aantal personen, o.w. Lens Paradijs, diaken van de Waalse gemeente te Dordrecht, dat zij zeer goed kennen Elsken Barentsdr. Elmhorst, enig kind van Barent Elmhorst en Jaepken Pietersdr. Brous, beiden overleden, die in Dordrecht geboren is en van kindsbeen en ook nu nog in hun buurt gewoond heeft.

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 135v: op 13 okt. 1671 verkopen Arent Boone, koopman te Dordrecht,als man van Elijsabeth Ghijsen, Corstiaen Ghijsen en Johan Bacchus, als voogden over HelenaGhijsen, samen kinderen en erfgenamen van Herman Ghijsen, koopman te Dordrecht, voor 2250 gl. aan Laurens Paradijs, koopman en burger van Dordrecht, de helft van een huis omtrent de Blauwpoort, waarvan de koper de wederhelft bezit, staande tussen het huis van Jan van Weert en dat van Leonart van der Hulck.

Uit dit huwelijk (volgorde onzeker):

i-1. Matthijs Paradijs, geboren naar schatting ca. 1650, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1687), hospes in de herberg “de Gouden Molen” in de Hoge Nieuwstraat (vermeld 1691), trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 19 okt. 1687 Hendrica Lotting (Lottum), geboren naar schatting ca. 1650, vermoedelijk in Rotterdam, jonge dochter van Rotterdam wonende in het Steegoversloot (1671), weduwe (1687), trouwde 1e Dirck Izaaksz. Vermandel [Zie ook de Kwartierstaat Van der Spoor op deze website, kwartieren 12 en 13.]

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 46v: op 22 juli 1727 verkoopt Adriaan van Mander, kapitein-luitenant onder “’t resort” van het College ter Admiraliteit op de Maas, als procuratie hebbende van Matthijs Paradijs, wonende te Dordrecht,  voor 2000 gl. aan Cornelis Bax en diens vrouw Adriana Brooshoofd, een huis op de Nieuwe Haven, genaamd “de Goude Molen”,  staande tussen het huis van juffr. Geurtse, weduwe van Elias van Attenhoven en ‘s-herenstraat of gang.

Uit dit huwelijk (allen NG gedoopt te Dordrecht):

i-1-1.Laurens, 27 febr. 1688, jong overleden

i-1-2. Dirck Paradijs, 16 juni 1689

i-1-3. Maria Paradijs, 16 jan. 1692

i-2. Pieternelleken Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 2 aug. 1651, jonge dochter wonende te Rotterdam (1673), trouwde NG Rotterdam 22 okt. 1673 Sijmon Franckot, jongman wonende in Wolfshoek (1673), begraven Rotterdam 27 april 1696 (“Keijtsserstraet naast de Bostelmaker”, laat 9 minderjarige kinderen na)

Uit dit huwelijk (allen NG gedoopt te Rotterdam):

i-2-1. Anna Franckot, 9 sept. 1674

i-2-2. Maria Franckot, 24 nov. 1675

i-2-3. Oliver Franckot, 30 mei 1677, jong overleden

i-2-4.Pieternel Franckot, 18 okt. 1678

i-2-5. Sijmon Franckot, 4 april 1680

i-2-6. Lourens Franckot, 11 sept. 1681

i-2-7. Olivier Franckot, 1 juni 1683

i-2-8. Matthijs Franckot, 9 sept. 1685

i-2-9.Bartlomeus Franckot, 5 aug. 1688

i-2-10. Johanna Franckot, 5 aug. 1694

i-3. Catharina Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 17 april 1654, jonge dochter van Dordrecht (1681), weduwe van Goosen van Oever wonende aan de Boompjes te Rotterdam (1688), trouwde 1e NG Rotterdam 7 dec. 1681 (ondertrouw) Gooswinus van Oeveren (van Ouvert), jongman van Rotterdam (1681), 2e NG Rotterdam 5/21 sept. 1688 Andries Papegaij, jongman van Rotterdam wonende in de Wijnstraat aldaar (1688)

i-4. Marijcke, gedoopt NG Dordrecht 10 okt. 1660

i-5. Pieter Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 7 april 1667

i-6. Laurens Paradijs

i-7. Corstiaen Paradijs, begraven Rotterdam 27 aug. 1691 (op het Kerkwater bij Van Maren, laat twee minderjarige kinderen na), trouwde Katrina Pietersdr. Kings

Uit dit huwelijk:

i-7-1. Laurens Paradijs, gedoopt NG Rotterdam 9 sept. 1688

j. Dirck Paradijs

k. Catharina Paradijs

III. Matthijs Paradijs, geboren ca. 1633, trouwde ca. 1655 Maria de Latour (Latoer), geboren naar schatting ca. 1635, dochter van Balthasar de Latour de Oude, koopman te Dordrecht en NN (Jeanne Jacob?)

– 14 aug. 1656: testament van Matthijs Paradijs, koopman, en zijn vrouw Maria la Tour Balthazarsdr., burgers van Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of tot wanneer zij gaan trouwen en hun dan onder hen allen een bedrag van 100 gl. uit te keren. Als zij zonder kinderen na te laten komen te overlijden, of wanneer hun kinderen vóór het bereiken van hun mondigheid of vóór hun huwelijk komen te overlijden, is de langstlevende van de testateuren gehouden aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende van hen beiden onder hen allen een bedrag van 50 uit te reiken. (ONA Dordrecht inv. 135, f. 325)

– 14 nov. 1658: verklaring door o.a. Matthijs Paradijs de jonge, 26 jaar oud, op verzoek van de pachters van de tol te Grave. De attestanten verklaren, dat in de winter van 1657/1658 van Dordrecht over het ijs aangevoerd zijn grote hoeveelheden koopwaren naar Geertruidenberg, Den Bosch en Breda en zo verder per “osch” [?} naar Maastricht en het Land van Luik en zo het hele land door. Daarop is gevolgd zo hoog water, dat de Maas, en ook ook door het ijs daarvoor, geruime tijd niet bevaarbaar is geweest, en dat in de maanden juli en augustus 1658 “soodanich cleijn water” in de Maas is geweest, dat er geen schepen op de rivier hebben kunnen varen.  (ONA Dordrecht inv. 137, f. 561)

– 2 jan. 1662: verklaring ten behoeve van Silverster Mol Maasschipper door Dionijs Ghijsen, 35 jaar en Matthijs Paradijs, 30 jaar, kooplieden en burgers van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 141, f. 2)

– 14 febr. 1671: Maria Laurensdr. van Elsloo, weduwe van Jan Aeldertsz. de Veer, burgeres van Dordrecht, verkoopt voor 2500 gl. aan Matthijs Paradijs, koopman en burger van Dordrecht, een pakhuis, huis en loods op de Nieuwe Haven, strekkende voor van de haven tot achter aan de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis, waarin Paradijs woont en het huis of erf van Joris van Hovorst. (ORA Dordrecht inv. 1623, f. 82v)

22 sept. 1679: testament van Balthasar de Latour, koopman en burger van Dordrecht, ziek te bed liggende. Hij legateert aan de huisarmen van de Waalse diaconie te Dordrecht een bedrag van 200 gl. Hij prelgateert aan zijn dochter Maria Latour alle juwelen van haar overleden moeder, aan zijn zoon Jacob Latour al zijn boeken en een grote ijzeren kist, en aan zijn zoons Johan Latour en Jacob Latour al zijn kleren. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen, benoemt hij voor een derde part zijn zoon Johan Latour, die in Luik woont,  voor een derde part zijn zoon Jacob Latour, en Maria Latour, zijn dochter, in de legitieme portie, zijnde een derde part van een derde part, waarbij inbegrepen moet zijn al hetgeen hij, testateur, bij zijn leven al aan zijn dochter en haar man heeft voorgeschoten. Met betrekking tot hetgeen hij zijn dochter en schoonzoon in geld reeds heeft gegeven, wil hij, dat zijn zoons Johan en Jacob Latour uit het derde part, dat hij aan de kinderen heeft gemaakt, ieder 500  Rijksdaalders krijgen. In het resterende derde part verklaart hij tot zijn erfgenamen benoemd te hebben de kinderen van zijn dochter Maria Latour, bij haar verwekt door Matthijs Paradijs, aan welke laatstgenoemden hij hun leven lang het vruchtgebruik van betreffende goederen maakt. Hij wenst, dat na het overlijden van haar ouders, Jenneken Paradijs, dochter van Maria Latour, wegens haar “gebreckelijckheijt” uit het genoemde derde part een somma van 500 gl. zal ontvangen. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij Johan en Jacob de Latour en Dionijs Gijsen, oud-thesaurier van Dordrecht, (ONA Dordrecht inv. 353, f. 212)

– 27 nov. 1688: compareren voor schepenen van Dordrecht Jacob de Latour en Jacob Jacobsz., getrouwd met Maria de Latour, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jean de Latour en Jean Nicolaij de Bouschier advocaat, getrouwd met Jenneken de Latour, beiden wonende te Luik, hun zwagers, allen kinderen en erfgenamen van Jean de Latour, koopman te Luik. Compareren mede Jacobus Paradijs, wonende te Rotterdam, volgens procuraties gepasseerd voor notaris J. van Dijck te Rotterdam op 6 sept. 1688 en 13 nov. 1688 en Balthasar en Laurens Paradijs, voor zichzelf en als procuratie hebbende van commandeur Matthijs Paradijs en Jenneken Paradijs, hun broer en zuster, volgens procuratie gepasseerd voor dezelfde notaris Van Dijck op 9 nov. 1688, samen met Jacobus Paradijs kinderen van Matthijs Paradijs en Maria de Latour [Latoer], hun ouders zaliger, met nog voornoemde Jacob de Latour, Jacob Jacobsz., Balthasar en Laurens Paradijs en hun broer Matthijs Paradijs, als voogden over de minderjarige belanghebbenden, met name de onmondige kinderen van Matthijs Paradijs en Maria de Latour, samen erfgenamen van wijlen Balthasar de Latour de oude, in zijn leven koopman te Dordrecht, resp. vader en grootvader van comparanten. Zij verkopen voor 750 gl. contant aan Anna van Bracht, de vrouw van Pieter van der Sluijs, twee huizen, naast elkaar staande in de Vleeshouwersstraat te Dordrecht, tussen de huizen van Wierick Selderbeeck en de weduwe van Lodewijck Frins. (ORA Dordrecht inv. 795, f. 133 e.v.)

– 17 juli 1706: compareren Alida Melsert, weduwe van Matthijs Paradijs, kapitein ter zee, Maria Paradijs, Pieter Paradijs, Jacob Jacobsz., als administrateur van de goederen van de “innocente” Jenneke Paradijs, Pieter Broeders, getrouwd mer Anna Paradijs, zich sterk makende voor Jacobus Paradijs en Jan van Trigt, gehuwd met Margrita van Spa, tevoren echtgenote geweest van Laurens Paradijs, gewezen voogd over Willem Paradijs, allen erfgenamen ab intestato van Jan Paradijs, in zijn leven luitenant ter zee op het schip van kapitein Zas, uitgevaren voor de Kamer ter Admiraliteit van de Mase. Zij verlenen procuratie aan Jacobus Paradijs, wonende te Rotterdam om zich te vervoegen bij het College ter Admiraliteit op de Mase en daar afrekening te doen van hetgeen Jan Paradijs nog tegoed had. (ONA Dordrecht inv. 645, akte 54)

– 27 nov. 1709: “Sommieren Staet van Scheijding vant gene deelbaer is” tussen Pieter Paradijs en Maria Paradijs, weduwe van Arnoldus Ingenool voor de ene helft en Jacobus Paradijs, mitsgaders Pieter en Maria Paradijs en Jacob Jacobsz., als voogd over de minderjarige belanghebbenden, erfgenamen ab intestato van Jenneken en Jan Paradijs voor de andere helft. Comparanten komt toe een bedrag van 2100 gl., zijnde de opbrengst door verkoop aan Jacob Jacobsz., koopman te Dordrecht, van een koopmanshuis en erf met pakhuis daaronder en woonhuis daarachter, staande op de Nieuwe Haven, strekkende voor van de haven tot achter op de Hoge Nieuwstraat, belend zowel op de Nieuwe Haven, als op de Hoge Nieuwstraat door het pakhuis van Anthonij en Pieter Bruijn aan de ene en de huizen van Mattheus van Dijck aan de andere zijde. Het voornoemde huis is in de staat van scheiding van de goederen nagelaten door Balthasar de Latour, gepasseerd voor notaris J. van Dijck te Dordrecht op 27 sept. 1689 aanbedeeld aan Jenneke, Pieter, Maria en Jan Paradijs voor een bedrag van 3603 gl. 9 st. en 8 penn., daaronder begrepen een prelegaat van 500 gl. voor Jenneke Paradijs. Na aftrek van de lasten en het legaat blijft een bedrag van 1408 gl. 12 st. en 4 penn. over, te verdelen in zes gelijke porties over Jacobus Paradijs, Pieter Paradijs, Maria Paradijs, de nagelaten dochter van kapitein Matthijs Paradijs, de nagelaten zoon van Laurens Paradijs en de nagelaten kinderen van Anna Paradijs. (ONA Dordrecht inv. 533, akte 79)

Kinderen:

a. Matthijs Paradijs, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 1 jan. 1657, kapitein van een oorlogsschip, kapitein ordinaris van het College van de Maas, wonende te Dordrecht (1690), overleden vóór 8 febr. 1705,trouwde NG Dordrecht5 nov. 1690 (ondertrouw, moeten drie geboden “op een tijdt” gegeven worden) Alida Melsert (Melchior), jonge dochter wonende te Dordrecht (1690). Zij trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 23 juni/7 juli 1709 (attestatie te vertonen) Frederick Statius van Dalen, weduwnaar, drossaert van de Baronie van Liesvelt en daar wonende (1709)

– 6 febr. 1705 compareert Maria Paradijs, over de twaalf jaar oud, ziekelijk zijnde, om te testeren. Zij benoemt tot haar universele erfgenaam “haar seer waarde en lieve Mama” Alida Melsert, weduwe van Matthijs Paradijs, in zijn leven kapitein ter zee in dienst van de Republiek. Zij tekent met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 644, akte 7)

– 21 juni 1709: huwelijkse voorwaarden tussen Fredrick Statius van Dalen en Alida Melchior. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. De bruid zal boven de vaderlijke goederen van haar voordochter aan haar nog een somma van 6000 gl. mogen schenken op een door haar te bepalen moment. Als de bruidegom als eerste overlijdt, zal de bruid uit zijn na te laten goederen een “douairie” van 6000 gl. ontvangen. (ONA Dordrecht inv. 647, f. 147 e.v.)

Uit dit huwelijk:

a-1. Matthieu, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 7 aug. 1691 (getuigen: Jacob Jacob, Jean Morai)

a-2. Maria Paradijs, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 4 nov. 1692, overleden in of na 1709

a-3. Matthijs Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 13 okt. 1694

b. Balthasar Paradijs, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 17 nov. 1658 (getuigen: Jean de la Tour, Jeanne de la Tour),overleden zonder nakomelingen

– 6 sept. 1693: Adolf van der Linden, koopman te Dordrecht, verklaart volgens procuratie dd 19 april 1692, op hem verleden door Jacob Castelijn, koopman te Rotterdam, verhuurd te hebben aan Balthasar Paradijs, koopman te Dordrecht, een huis en pakhuis, staande op de hoek van de “Geschreven Straat” [Schrijversstraat] te Dordrecht, belend door die straat aan de ene zijde en het pakhuis van verhuurders voornoemde principaal aan de andere zijde. Het huis is laatst bewoond door Maaijcken Blom, inmiddels overleden. (ONA Dordrecht inv. 566, geen folionrs.)

c. Jenneken Paradijs, gedoopt Waals Geref.Dordrecht 21 nov. 1660, innocent, kinderloos overleden vóór 12 aug. 1709

d. Laurens Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 21 april 1663, jongman van Dordrecht (1689), trouwde NG Dordrecht 2/27 jan. 1689 Margarita van Spa (Spaen), gedoopt Utrecht 4 nov. 1668, jonge dochter van Utrecht wonende aldaar (1689), overleden na 18 aug. 1700, dochter van Willem Leenaertsz. Spaen en Susanna Richards Barnard, trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 20 juli 1692 (ondertrouw)Johannes van Trigt, gedoopt NG Dordrecht 5 nov. 1663, wijnkoper te Dordrecht, overleden na 9 sept. 1715. zoon van Johan Govertsz. van Trigt en Maria Paradijs. (Nederlands Patriciaat, deel 70 [1986], p. 369)

– 14 dec. 1709: compareren Jan van Tricht, getrouwd met Margareta Spaen, tevoren weduwe van Laurens Paradijs, moeder en voogdes van haar minderjarige zoon Willem Paradijs, bij haar verwekt door Laurens Paradijs en Willem Paradijs zelf. Comparanten verklaren ontvangen te hebben voor de alimentatie van Willem Paradijs uit handen van Jacob Jacobsz., als voogd over de minderjarige erfgenamen ab intestato van Jenneken en Jan Paradijs, zuster en broeder van voornoemde Laurens Paradijs, zodanige somma van 243 gl. en 2 st., als aan Willem Paradijs, als gerechtigde in de nalatenschap van Jenneken en Jan Paradijs voor een zesde deel, is toebedeeld. (ONA Dordrecht inv. 533, akte 84)

Uit het eerste huwelijk:

d-1. Maria Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 10 dec. 1689, jong overleden

d-2. Wilhelm Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 18 febr. 1691

e. Jacobus Paradijs, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 15 mrt. 1665, woonde in 1706 te Rotterdam, trouwde Kniera Krijnen Kamp. Nakomelingen te Rotterdam.

f. Pieter Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 17 okt. 1667

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 123: op 20 nov. 1721 verkopen Albertus van Nievelt en dr. Hendrick van Steenbergen, als vaders van het Armen-Weeshuis te Dordrecht, voor 550 gl. aan Pieter Paradijs vleeshouwer een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Willem Kramers en Johannes Sterk.

g. Anna Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 9 dec. 1669, jong overleden

h. Anna Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 19 jan. 1671, jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Varkenmarkt, trouwde NG Dordrecht 23 okt. 1689 (ondertrouw) Pieter Broeders, gedoopt NG Dordrecht 21 juni 1658, jongman van Dordrecht, wonende op de Lindengracht (1689), garentwijnder te Dordrecht, zoon van Adriaen Broeders (den Broeder) en Elisabeth Arentsdr. van der Heijden

ORA Dordrecht inv. 796, f. 67v e.v.: op 4 febr. 1690 verkoopt Pieter Broeders, twijnder en burger van Dordrecht, als man van Anna Paradijs, dochter van Maria de Latour en zulks mede-erfgename van Balthasar de Latour de Oude, voor 550 gl. aan Arijen Dircxsz. van Driel, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Jacob de Latour en dat van Laurens  Verop.

Uit dit huwelijk;

h-1. Maria Broeders, gedoopt NG Dordrecht 20 sept. 1690

h-2. Adriaen Broeders, gedoopt NG Dordrecht 28 mei 1694

h-3. Elijsabeth Broeders, gedoopt NG Dordrecht 19 okt. 1696

i. Maria Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 29 april 1673, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Spuistraat (1696), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 2 jan. 1696 Arnoldus Ingenool, gedoopt NG Dordrecht 21 mei 1664, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 25 juli 1701 (Arnoldus Ingenool, in de Kolfstraat), trouwde 1e Catharina van Hees (Rossa, Roffa, Raffa), zoon van Arent Ingenool en Ida Boonen. Maria Paradijs trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 3 jan. 1712 Dirck Rijcke.

– 22 nov. 1692: Johan Verstappen, schoolmeester en burger van Dordrecht, als man van Johanna Roffa, en Arnoldus Ingenool, twijnder en burger van Dordrecht, als man van Catharina Roffa, kinderen en erfgenamen van Maria van der Poel, laatst weduwe van Jan van Keppel, resp. hun behuwd moeder en moeder, verkopen voor 700 gl. aan Laurens van Evelingen, mr. twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van Adriaen Heckenhouck en dat van kapitein Van der Monde.

– 16 dec. 1695: huwelijkse voorwaarden tussen Arnoldus Ingenool, weduwnaar en Maria Paradijs, jonge dochter, beiden burgers van Dordrecht. De toekomstige bruid wordt geassisteerd door haar tante Maria Paradijs, weduwe van Jan van Tricht. (ONA Dordrecht inv. 520, akte 87)

– 7 nov. 1709: “Pieter Paradijs, ende Maria Paradijs, wed.e van Arnoldus Ingenool, voor d’eene helfte ende Jacobus Paradijs, mitsgrs de voorn. Pieter, ende Maria Paradijs ende Jacob Jacobsz als voogt over de minderjarigen in desen geinteresseert erffgenamen ab intestato van Jenneke, en jan Paradijs voor d’andere helfte,” verkopen voor 2100 gl. aan voornoemde Jacob Jacobsz., koopman te Dordrecht, een huis met een pakhuis eronder en een woonhuis erachter, staande op de Nieuwe Haven, strekkende van de haven tot achter op de Hoge Nieuwstraat, belend zowel op de Nieuwe Haven als op de Hoge Nieuwstraat door het pakhuis van Anthonij en Pieter Bruijn aan de ene zijde en de huizen van Mattheus van Dijck aan de andere. (ORA Dordrecht inv. 1643, f. 55)

Uit het eerste huwelijk:

i-1. Maria Elizabet Ingenool, gedoopt NG Dordrecht 16 jan. 1697

i-2. Matthijs Ingenool, gedoopt NG Dordrecht 28 febr. 1698

i-3. Balthasar Ingenool, gedoopt NG Dordrecht 1 mrt. 1700

Uit het tweede huwelijk:

i-4 en 5. Anna en Maria Rijcke, gedoopt NG Dordrecht 1 aug. 1712

j. Johannes (Jan) Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 3 aug. 1676, luitenant ter zee, kinderloos overleden vóór 17 juli 1706

– 17 juli 1706: compareren Alida Melsert, weduwe van Matthijs Paradijs, kapitein ter zee, Maria Paradijs, Pieter Paradijs, Jacob Jacobsz., als administrateur over de goederen van de “innocente” Jenneken Paradijs, en Pieter Broeders, getrouwd geweest met Anna Paradijs, voor henzelf en zich sterk makende voor Jacobus Paradijs en Jan van Trigt, echtgenoot van Margrita van Spa, eerder gehuwd geweest met Laurens Paradijs, gewezen voogd van Willem Paradijs, allen erfgenamen ab intestato van Johannes Paradijs, in zijn leven luitenant ter zee op het schip [naam niet vermeld] onder kapitein Zas, voor de Kamer ter Admiraliteit van de Maze uitgevaren. Zij verlenen procuratie aan voornoemde Jacobus Paradijs, die te Rotterdam woont, om afrekening te verzoeken bij het College ter Admiraliteit op de Maze van hetgeen Jan Paradijs daar nog tegoed had. Comparanten tekenen met hun naam. (ONA Dordrecht inv. 645 (oud), f. 160 e.v.)

– 7 nov. 1709: Pieter Paradijs en Maria Paradijs, weduwe van Arnoldus Ingenool, voor de ene helft, en Jacobus Paradijs en voornoemde Maria Paradijs, alsmede Jacob Jacobsz., als voogden over de minderjarige erfgenamen, allen erfgenamen ab intestato van Jenneke en Jan Paradijs, voor de andere helft, verkopen voor 2100 gl. aan voornoemde Jacob Jacobsz., koopman te Dordrecht, een huis met een pakhuis eronder en woonhuis erachter, staande op de Nieuwe Haven en strekkende van achteren tot op de Hoge Nieuwstraat, belend, zowel op de Nieuwe Haven als op de Hoge Nieuwstraat, met het pakhuis van Anthonij en Pieter Bruijn en de huizen van Mattheus van Dijck. (ORA Dordrecht inv. 1643, f. 55)

k. Catrina Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 4 april 1678