Huis Beverenburch

Wijnstraat 127

Dordrecht Wijnstraat 127 1

“”In Beverenburch’ heet dit zeer oude huis van de familie Van Beveren aan de Wijnstraat. Het behoort tot de zeldzame midden 16de-eeuwse huizen in vroege renaissancestijl.
De gevel is geheel opgetrokken in witte Belgische natuursteen en werd vermoedelijk in zijn geheel van de Brabantse steenhandel betrokken. Dordrecht was vanouds een belangrijke schakel in de natuursteenhandel.

Bijzonder is het dat de gevel nooit ingrijpend lijkt te zijn gewijzigd. De beletage is voorzien van drie gekoppelde natuurstenen kruiskozijnen, een voor Nederland ongebruikelijke oplossing. De eerste verdieping heeft twee kruiskozijnen. Het zijn geen reconstructies maar de originele natuurstenen kozijnen. De geveltop is voorzien van sierlijk krulwerk. 

In de onderpui bevinden zich prachtige smeedijzeren ankers met het bouwjaar 1556.
De inwendige constructie van het huis dateert ook uit 1556. Zware moerbalken hebben consoles die net als de voorgevel een overgang laten zien van late gotiek naar vroege renaissance.

De opvallende gevelsteen in de onderpui met het wapen van de burgemeestersfamilie Van Beveren en de naam van het huis ‘In Beverenburch’.

De familie Van Beveren gaf in de 17de eeuw de opdracht tot de bouw van het monumentale buurpand ‘De Onbeschaamde’. Het familiehuis ‘In Beverenburch’ bleef als naastgelegen dienstwoning in gebruik.

Voor meer informatie zie Jaarverslag Vereniging Hendrick de Keyser 88 (2006), pp. 14-15.” (In Beverenburch | Hendrick de Keyser Monumenten)

Jan Bronckhorst, geboren ca. 1516, koopman van Rijnse wijnen, was eigenaar van het huis “Beverenburch”. In 1563 wordt als belendster van dat huis vermeld Mariken Bucket Blasiusdr., weduwe van Arent Brouwer. Omstreeks 1566 was Bronckhorst ook eigenaar van het huis “Ronsefael” (eveneens in de Wijnstraat) en het huis “Den Eenhoorn” (aan de overzijde van de straat). Hij trouwde 1e Aechtgen Evertsdr., 2e Dirckgen Fransdr. Zijn weduwe Dirckgen Fransdr. hertrouwde in 1583 met de boekdrukker Jan Canin. (Oud-Dordrecht 2007, nr. 3, p. 13-14).

ORA Dordrecht inv. 1540, akte 355: op 14 mrt. 1563 legt Jan Bronchorst, koopman van Rijnse wijnen te Dordrecht, 47 jaar oud, een verklaring af.

ORA Dordrecht inv. 726, f. 134v e.v.: op 11 sept. 1568 verklaart Aernt van der Mijle heer Cornelisz., ambachtsheer van De Mijl, Dubbeldam etc., dat Jan Bronchorst [sic], koopman van Rijnse wijnen, op 12 dec. 1566 ten behoeve van hem, comparant, verleden heeft een jaarlijkse losrente van 150 gl., verzekerd op twee huizen, erven en kelders, genaamd “Rontsefael” en “Beverenburch”, staande naast elkaar omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van de weduwe van Arent Brouwer en dat van Adriaen Waelen en op een huis met kelder, genaamd “den Eenhoeren”, staande aan de Nieuwbrug tussen het huis “Croenenburg” en het huis “den Regenbooch”.

ORA Dordrecht inv. 1548, akte 237 en 238: op 17 april 1577 verkoopt Jan Bronchorst de jonge, als daar aanbedeeld zijn bij overlijden van zijn moeder, Aeltken Evertsdr., en van zijn zuster, Juetken Bronchorst, verkoopt aan Evert Bronchorst, zijn broer, een derde part van een huis bij de Nieuwbrug, genaamd “Beverenburch”, staande tussen het huis van Jacob Geerlich en dat van Blasius Brouwer. Koper is schuldig aan verkoper een jaarlijkse losrente van 4 Vlaamse ponden, verzekerd op 2/3 parten van het voornoemde huis.

ORA Dordrecht inv. 713, f. 83 e.v.: op 3 jan. 1579 verkoopt Jan Bronchorst aan Rochus Grijp, muntmeester te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 3 ponden Vlaams, verzekerd op een huis, genaamd “Beverenburch”, staande omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Blasius Brouwer, raad in wette van Dordrecht, en dat van Kasper Beck, waarin thans woont de weduwe van Jacob Geerloffsz. Lijsken Jansdr. Bronchorst, zijn dochter, aan wie wegens haar moederlijk erfdeel een derde in het huis toekomt, verklaart te consenteren in deze hypotheek. Op 5 jan. 1579 verklaart Evert Jansz. Bronchorst door zijn vader voldaan en betaald te zijn van zijn derde part in de nalatenschap van zijn moeder, wijlen Aechtgen Evertsdr., i.h.b. in een huis, genaamd “Beverenburch”, staande omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Blasius Brouwer en dat van de weduwe van Jacob Geerloffsz., alsmede van de 100 gl., die zijn vader ontvangen heeft van zijn, Everts, broer Jan Bronchorst de Jonge wegens de verkoop van een derde part in het voornoemde huis.   

ORA Dordrecht inv. 715, f. 249v e.v.: verklaring dd 28 sept. 1584 op verzoek van Andries van Kieboom alias Turnhout door Jan Canin de jonge, 28 jaar oud, Jan Pietersz., 27 jaar oud, en Hans van Waert schoenmaker, 50 jaar oud, allen inwoners van Dordrecht. De comparanten verklaren, dat zij in mrt. 1584 geweest zijn in de herberg “Groot Colen” te Dordrecht, waar toen mede aanwezig waren Cornelis Reijnsz. zijdekramer en Jan Canin de oude, boekdrukker te Dordrecht, en dat laatstgenoemde toen aan Cornelis Reijnsz. ten behoeve van de rekwirant verhuurd heeft het achterhuis met een deel van de hof van Jan Canins huis, staande en gelegen omtrent de Nieuwbrug tegenover “de Keijser”, in welk huis de rekwirant en zijn vrouw nog steeds wonen. Compareren mede Jan Canin de oude, boekdrukker, ongeveer 54 jaar oud, en Cornelis Reijnsz., ongeveer 38 jaar oud, die onder ede getuigen, dat de huur is geschied, zoals de voornoemde deposanten hebben verklaard. 

1598: Dirckgen Fransdr., weduwe van Jan Canin (overleden in 1594), en haar zoons, David en Steven Bronckhorst, verkopen het huis “Beverenburch” voor 4000 gl. aan Pieter Beeck, ambachtsheer van Cromstrijen. (Oud-Dordrecht 2007, nr. 3, p. 14)

ORA Dordrecht inv. 1580. f. 272v: op 10 juni 1598 verkopen Dirckgen Fransdr., weduwe van Jan Canin, voor de ene helft, en haar zoons, David en Steven van Bronckhorst, voor de andere helft, voor 4000 gl. aan Pieter Beeck, ambachtsheer van Cromstrijen, een huis in de Wijnstraat, genaamd “Beverenburch”, staande tussen het huis van Jan van Brug en dat van Maria Brouwers. Waarborgen: Cornelis Cornelisz. en Jacob Daniëlsz. schiptimmerman. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2000 gl. Borg: Caspar Beck wijnkoopman.]

Gevelsteen Wijnstraat 127. (www.gevelstenen.net)

Pieter Beeck, ambachtsheer van Cromstrijen, was gehuwd met Barbara Baliochus, (ook: de Baliochij), namens wie hij tussen 159[5] en 1599 de functie van ambachtsheer van Cromstrijen vervulde. Haar weduwnaar, Laurens Moens, verkocht in 1619 met de voogden van haar onmondige kinderen bij Pieter Beeck het huis aan Franchois van Casteren. (Oud-Dordrecht 2007, nr. 3, p. 14-15)

Trouwboek Dordrecht 19 mrt. 1595: Pieter Beeck Casparsz., wijnkoper van Dordrecht, en Barbara Balochius, wonende te Den Haag, getrouwd op 16 april 1595

ORA Dordrecht inv. 1595, f. 63: op 2 aug. 1618 verkoopt Barbara de Balochij, weduwe van Pieter Beeck, aan Aeltgen Dammes, weduwe van Dirck Pietersz. van Bernage een jaarlijkse losrente van 36 gl., verzekerd op een huis, genaamd “Beverenburch”, staande in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van burgemeester Willem van Beveren, rentmeester-generaal van Zuid-Holland en dat van Sijmon van der Stel.

ORA Dordrecht inv. 1596, f. 106: op 23 okt. 1619 verkopen Laurens Moens, weduwnaar van Barbara de Baliochij, burger van Dordrecht, Jacob Beeck en Cornelis Herbertsz. Vermeij, burgers van Dordrecht, voor zichzelf en als testamentaire voogden van de onmondige kinderen van Barbara de Baliochij, bij haar verwekt door Pieter Beeck, tevens vervangende hun medevoogd Casper Beeck, aan Franchois van Casteren een huis, genaamd “Beverenburch”, staande bij de Nieuwbrug tussen het huis van burgemeester Van Beveren en dat van Sijmon van der Stel. De koper is schuldig aan Grietken Cornelis een somma van 2400 gl. Borg: Jacob van der Eijck, secretaris van de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, burger van Dordrecht.

Franchois Jacobsz. van Casteren, van ‘s-Hertogenbosch (1591), trouwde NG Dordrecht 2mei/16 mei 1591 Cleisken Hendrick Jacobsdr., van Dordrecht (1591)

Kinderen (o.a.):

a. Maria van Casteren, geboren naar schatting ca. 1605, trouwde naar schatting ca. 1635 Jean de Namur, kwartiermeester in Nederlandse dienst

b. Adriana van Casteren Francoisdr., geboren naar schatting ca. 1610, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1649), trouwde NG Dordrecht 17 okt./2 nov. 1649 Cornelis Evertsz. van Eijssel, weduwnaar van Dordrecht, wonende bij de Pelserbrug (1649)

Na het overlijden van Franchois van Casteren komt het huis toe aan zijn dochters en erfgenamen Maria van Casteren, echtgenote van Jean de Namur, en Adriana van Casteren.

ORA Dordrecht inv. 1608, f. 89: op 24 april 1640 verkoopt Jean de Namur, als man van Maria van Casteren, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriana van Casteren, ongehuwde persoon, aan Johan de With, raad in wette en ontvanger van de Grafelijkheidstol van Geervliet, een huis in de Tolbrugstraat Landzijde, staande tussen de gang van de kaatsbaan en het huis van de weduwe van Daniël Goossensz. van der Poel.

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 13 ev.: op 11 mrt. 1645 verkoopt Johan de Namuijr, kwartiermeester van regiment van kolonel Puchler in Nederlandse dienst, voor 2400 gl. aan kapitein Willem Nijssen een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe van ds. Nicolaes Cruijsius, predikant te Dordrecht, en dat van Arnoult van Ravesteijn. Als waarborg stelt de verkoper de helft in een huis [in de Wijnstraat] bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Diderich Dammert, lid van de Oudraad te Dordrecht, en dat van mr. Abraham van Beveren, heer van Barendrecht en oud-burgemeester van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2400 gl.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 116: op 3 mei 1664 verkoopt Cornelis Evertsz.. van Eijssel, thesaurier van Dordrecht, voor zichzelf en als behuwd oom van Anna Maria de Nameur, voor 3600 gl. aan Johan Sam, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Diederich Dammert en dat van de erfgenamen van de heer van Barendrecht.

Jan Jacobsz. Sam, trouwde ca. 1631 Catharina Wulfraets

Dochter:

a. Catharina Jansdr. Sam, gedoopt NG Dordrecht dec. 1631, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1653), trouwde NG 8 juni 1653 Arent Huttenus, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1653), koopmansbode op Amsterdam

Dochter:

a. Catharina Huttenus, gedoopt NG Dordrecht 3 dec. 1655, trouwde 1686 Pieter Cant

ONA Dordrecht inv. 261, f. 9: op 31 jan. 1686 passeren Pieter Kant, wijnkoper en burger van Dordrecht, geassisteerd met Anneken Andries, weduwe van Andries Kant, zijn moeder, en Catarina Huttenis, geassisteerd met Catharijna [Jansdr.] Sam, weduwe van Arent Huttenis, haar moeder, hun huwelijkse voorwaarden.

NG trouwboek Dordrecht 3 febr. 1686: Pieter Cant wijnkoper jongman wonende in de Vleeshouwerstraat en Catrina Huttenus jonge dochter wonende in de Gravenstraat, beiden van Dordrecht, getrouwd op 17 febr. 1686

Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 15 nov. 1732: Catarijna Huttenus, de vrouw van Pieter Cant, in de Wijnstraat, laat kinderen na, zes koetsen extra.

Weeskamer Dordrecht inv. 34, f. 124: op 1 dec. 1732 extract uit het testament van Pieter Cant en Catharina Huttenus, gepasseerd voor notaris A. Meijnaert te Dordrecht op 5 sept. 1692, ingeschreven in het weesboek.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Andries Cant, 20 nov. 1686, notaris te Dordrecht, trouwde 21 aug. 1714 Susanna Cloot

Susanna, gedoopt NG Dordrecht 23 febr. 1691, dochter van Geleijn Cloot en Margrieta Saverijn

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 5 aug. 1714: Andries Kandt jongman van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug “sonder oppositie van de vader die seijde het selve huwelijk aen te sien” en Susanna Cloot, jonge dochter van Dordrecht geassisteerd met Margarita Savrij weduwe van Geleijn Cloot haar moeder, getrouwde op 21 aug. 1714

b. Abraham, 12 mrt. 1688

c. Johanna, 21 juni 1690

d. Arent, 15 okt. 1695

30 nov. 1697: Pieter Cant vermeld als eigenaar van het huis “Beverenburch” (ORA Dordrecht inv. 1636, f. 89v)

Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 15 nov. 1732: Catarijna Huttenus, de vrouw van Pieter Cant, in de Wijnstraat, laat kinderen na, zes koetsen extra.

Na het overlijden van Pieter Cant (tussen 15 nov. 1732 en 24 mrt. 1757) wordt zijn zoon Andries Cant eigenaar van het pand en na diens overlijden diens weduwe Susanna Cloot.

Weeskamer Dordrecht inv. 35, f. 278v: op 13 dec. 1753 extract van het testament van Andries Cant, gepasseerd voor notaris P. van Well te Dordrecht, ingeschreven in het weesboek. Hij heeft zijn vrouw Susanna Cloot benoemd tot voogdes over zijn minderjarige erfgenamen.

24 mrt. 1757: Pieter van der Well, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Susanna Cloot, weduwe van notaris Andries Cant, wonende te Dordrecht, verkoopt voor 2000 gl. aan mr. Adriaen Stoop Jacobsz., heer van Brandwijk en Gijbeland, raad en vroedschap van Dordrecht, als echtgenoot van Johanna Everwijn, het huis “Dit is in Beverenburch”, staande [naast het huis “de Onbeschaamde”] in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van de koper en het huis, “geapproprieert” tot een stadsleenbank.(ORA Dordrecht inv. 826, f. 12v; Van Heiningen, o.c., p. 35)

Daarna bleef het huis in gebruik als dienstwoning van het belendende pand “de Onbeschaamde”. (In Beverenburch | Hendrick de Keyser Monumenten)