Van de Graef

I. Sebastiaen van de Graef Adriaensz., van Bleskensgraef wonende te Dordrecht (1615), mogelijk zoon van Adriaen Cornelisz., trouwde NG Dordrecht 2/24 febr. 1615 Agneta Bacx Cornelisdr., van Dordrecht (1615), dochter van Cornelis Back Jacobsz.

ONA Dordrecht inv. 7, f. 228: op 8 aug. 1615 testeren Sebastiaan van de Graeff, notaris en procureur te Dordrecht, en zijn vrouw Angnieta Bax Cornelisdr. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. De langstlevende van hen beiden zal gehouden zijn hun kinderen tot hun mondigheid of huwelijk te onderhouden. Als de eerstoverlijdende zonder kinderen na te laten komt te overlijden, moet de langstlevende aan de naaste verwanten van de eerststervende een bedrag van 25 gl. uitkeren. Tot voogden over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstevende van hen beiden, Cornelis Adriaensz., zijn broer en Cornelis Back Jacobsz., haar vader.
ONA Dordrecht inv. 8, f. 146: op 30 juli 1626 testeert Corstiaen Cornelisz., schout van Bleskensgraaf. Hij besvestigd het testament, dat hij heeft gepasseerd met Adriaentgen Claesdr., zijn vrouw, voor notaris H. van Naerden op 21 sept. 1603. Hij benoemt tot zijn universele erfgenaam zijn neef Sebastiaen van de Graeff, notaris te Dordrecht, of bij vooroverlijden diens kinderen, op voorwaarde, dat Sebastiaen aan testateurs erfgenamen ab intestato zal uitkeren een somma van 2400 gl. ofwel ieder staak een bedrag van 400 gl., iedere staak zijnde de nakomelingen van resp. Adriaen Cornelisz., Jacob Cornelisz., Marijken Cornelisdr., Anneken Cornelisdr., Neeltgen Cornelisdr. en Adriaentgen Cornelisdr., zijn broers en zusters. Hij maakt nog aan Jacob Adriaensz., de zoon van zijn broer, één morgen land in het Backweer te Bleskensgraaf, en aan Jacob Cornelisz. [Adriaensz. is doorgehaald], de zoon van zijn broer, [sic] een somma van 100 gl. Aan de vrouw van Jacob Ariensz., Thoentken Andriesdr., legateert hij haar leven lang het vruchtgebruik van een bedrag van 200 gl. en na haar overlijden aan haar kinderen of bij het ontbreken daarvan aan haar broer Cornelis Andriesz.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Adriaen van de Graeff, dec. 1615, jongman van Dordrecht wonende in de Steegoversloot (1638), trouwde NG Dordrecht 10/26 jan. 1638 Maria Stoop Jacobsdr., van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1638), dochter van Jacob Stoop Dirksz. en Henrica Heijmans gezegd Kolff Nicolaasdr.
Kind:
a-1. mr. Adriaen van de Graeff Adriaensz., gedoopt NG Dordrecht 19 febr. 1652, jongman van Dordrecht (1680), j.u.d. Franeker 1677, veertigraad (1681), achtraad (1695), president van het Watergerecht te Dordrecht (1702), rentmeester van het Leproos-, Cellebroeders- en Tuchthuis, doet de meesterproef in de Munt 26 febr. 1704, provoost van de Munt (1705-1707), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 31 okt. 1707, trouwde NG Dordrecht 10/26 mrt. 1680 Jacoba van de Graeff, jonge dochter van Dordrecht (1680)
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 3: op 16 jan. 1720 verkopen “D’Heer mr. Jacob van[de] Graaff raadt en vroedschap deser Stad als last en procuratie hebben(de) van De Heer Sebastiaan van(de) Graeff, ontfanger van de Convoijen en Licenten &a binnen dese Stad Soo voor sigh selven, en als voogd o(ver) de Erffgenamen van Juffr. Agnieta vande Graaff, mevrouw Jacoba vande Graaff, weduwe wijlen de Heer Adriaan vande Graaff, in sijn Ed. leven inden Achte &a deser Stad, mevrouw Susanna Terwen weduwe van Saliger d’Heer Jacob Braads in sijn Ed. Leven Coopman alhier ter Stede d’Heeren Adriaan mr. Sebastiaan en Francois Braats Erffgenamen van Juffr. Maria vande Graaff, en Coopluijden en advocaat respective binnen deser meer voorsz. Stede, mitsgaders de heer mr. Hugo Eelbo Raat en Rentmeester generaal van Zuijtholland, out Borgermeester &a&a deser Stad Dordregt als in huwelijk hebbende Vrouwe Rosetta Oudemans, Woonende de gesamentlijken Heeren en Vrouwen Comparanten hier ter Stede” voor 157 gl. 10 st. aan Jacoba van de Graaff, weduwe van Adriaan van de Graaff, drie vierde parten van een pakhuis, voorzien van “bequame” zolders, staande in de Kleine Spuistraat, genaamd “den Swarten Arent”, waarvan het resterende deel toebehoort aan de koopster. Het pakhuis staat tussen het huis van mr. Pompejus de Roovere, raadsheer in de Hoge Raad van Holland, en het huis, dat wordt bewoond door Lodewijk van Loon, koopman te Dordrecht.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a-1-1. Maria van de Graeff, 8 mei 1681, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 mrt. 1768 (Maria Anna van de Graeff, weduwe van burgemeester Jacob Stoop, laat kinderen na, toen koetsen extra, met een wapenbord, de hoogste boete), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 27 jan./10 febr. 1709 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Abraham Stoop, oud-burgemeester van Dordrecht, de bruid met haar moeder Jacoba van de Graeff, weduwe van mr. Adriaen van de Graeff, president van het Watergerecht van Dordrecht) Jacob Abrahamsz. Stoop, weduwnaar van Dordrecht (1709), trouwde 1e Petronella Sophia Berck
a-1-2. Jacob Maria, 21 juli 1683
a.-1-3. Adriana, 9 mrt. 1686
a-1-4. Jacob, 31 mrt. 1692
a-1-5. Nicolaas, 6 dec. 1694
b. Jacob van de Graeff, okt. 1617, volgt IIa
c. Anna, jan. 1619
d. Cornelis van de Graeff, aug. 1620, volgt IIb
e. NN, okt. 1621
f. Francois van de Graaf Sebastiaansz., mrt. 1627, volgt IIc.
g. Nicolaas, okt. 1630
IIa. Jacob van de Graeff, gedoopt NG Dordrecht okt. 1617, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1640),koopman, trouwde NG Dordrecht 2/24 sept. 1640 Elisabeth van Drunen, jonge dochter van ‘s-Hertogenbosch en daar wonende (1640)
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 64: op 30 juli 1701 verkoopt Jacob Mortier, als procuratie hebbende van Sebastiaen van de Graaf, ontvanger van de konvooien en licentente Dordrecht, Hendrik Terwe, koopman te Dordrecht, als man van Maria van de Graaaf, mr. Adriaen van de Graaf, veertigraad te Dordrecht, als man van Jacoba van de Graaf, allen kinderen en erfgenamen van Jacob van de Graaf, schepen in wette van Dordrecht en lid van de Oudraad ald., alsmede Sebastiaen van de Graaf en Hendrik Terwenog als voogden over het kind van wijlen Agneta van de Graaf, bij haar verwekt door Gerard Paters, koopman te Keulen, mede-erfgenaam en kleinkind van Jacob van de Graaf, voor 400 gl. aan Jan Jansz. van Evelingen, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Lombardstraat, staande tussen de brouwerij “den Witten Ancker” en het huis van de koper. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 300 gl.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht)
a. Maria van de Graeff, 22 febr. 1643, weduwe van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1684),trouwde 1e Adriaen Braets, 2e NG Dordrecht Hendrik Terwe, weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1684), koopman te Dordrecht
Maria van de Graef
Adriaen (Arien) Braets, gedoopt NG Dordrecht juni 1638, jongman van Dordrechtwonende omtrent de Beurs(1662), trouwdeNG Dordrecht 20 aug./5 sept. 1662Maria van de Graeff Jacobsdr., gedoopt NG Dordrecht 22 febr. 1643, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Pelserbrug (1662), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 okt. 1702 (Maria van de Graaff, vrouw van Hendrik Terwen, het huis met rouw behangen, zeven sleepmantels), trouwde 2e Dordrecht 9 april 1684 Hendrick Terwen, zoon van Jaques Terwen en Jannetje Cornelisdr.
b. Balthazar, 5 nov. 1645, vermoedelijk jong overleden
c. Sebastiaan van de Graeff, 24 april 1647, volgt III
d. Adriaen, 31 jan. 1649
e. Angniet van de Graaf, 10 april 1650, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug (1676),trouwde NG Dordrecht 31 mei/16 juni 1676 (proclamatie te Keulen)Gerard Paters, weduwnaar van Sittard wonende te Keulen (1676), koopman te Keulen
f. Jacomina (Jacoba) van de Graaf, 6 juni 1655, jonge dochter van Dordrecht (1680), trouwde NG Dordrecht 10/26 mrt. 1680 mr. Adriaen van de Graaf Adriaensz., jongman van Dordrecht (1680)
IIb. Cornelis van de Graeff, geboren ca. 1620, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1643), trouwde NG Dordrecht 9 aug. 1643 (ondertrouw) Geertruijt de Vale (de Vallee), jonge dochter van Alkmaar (1643)
Kinderen:
a. Sebastiaen, 6 april 1644
b. Catharina, 12 juli 1645
c. Aernout, 28 nov. 1646
d. Agneta, 16 juni 1648
e. Cornelis, 12 sept. 1650
IIc. Francois van de Graaf Sebastiaensz., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1627, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1650), koopman, postmeester te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 19 juni/5 juli 1650 Margarita van der Hulk Gillisdr., jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Blauwpoort (1650)
ONA Dordrecht inv. 252, f. 254: op 17 okt. 1668 verklaren Mathijs van Alsem, Dirk de Veer, Francois van de Graeff en Johan Armiger, kooplieden te Dordrecht, dat zij van Samuel Shepeard, koopman te Londen, hebben gekocht de helft van een schip, genaamd “de Hoop van Jermuijden”, groot 20 lasten en gevoerd door schipper Mathijs Bens. De wederhelft van het schip behoort toe aan Samuel Shepeard. Van Alsem en Dirk de Veer zij eigenaar geworden van een derde part in de helft, Van de Graeff en Armiger samen van een gelijk derde part in de helft.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Agnieta van de Graaf, 24 jan. 1652, trouwde NG Dordrecht 8 juli 1674 Cornelis van Helmont, luitenant van een burgerregiment van het elfde vaandel
ONA Dordrecht inv. 264, f. 112: op 31 dec. 1697 testeert Agnieta van de Graeff, weduwe van Cornelis van Helmond, veertigraad en koopman te Dordrecht. Zij benoemt tot haar erfgenamen haar kinderen, op voorwaarde, dat haar oudste zoon, Gillis van Helmont, op zijn erfportie zal aannemen het huis, waarin zij woont, en het daarbij behorende werkhuis, het goudleerbehang, het schilderij van de familie en de staande en liggende haardplaten, samen voor een somma van 10.000 gl., alsmede de tuin, liggende tussen de Sluis- en Spuipoort buten de stad, voor een somma van 1000 gl. Gillis zal ook mogen aannemen haar lakens en wollen en verdere koopmanschappen, haar lakenpersen en verdere gereedschappen. De testatrice wenst, dat haar kleren en die van haar man na haar overlijden niet verkocht worden, maar onder haar kinderen verdeeld. Haar portret moet aan haar oudste dochter gegeven worden en het kleine portret van haar man aan haar jongste zoon. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar zwager Simon de Vries Antonisz., haar zoon Gillis van Helmont, zodra die meerderjarig is geworden en haar broer Sebastiaen van de Graeff.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a-1. Gillis van Helmont, 22 febr. 1676
a-2. Margreta van Helmont, 12 nov. 1683
a-3. Francois van Helmont, 23 mei 1686
b. Gillis van de Graaf, 7 mrt. 1653, jongman van Dordrecht wonende in Amsterdam (1676), koopman, trouwde NG Dordrecht 29 mrt. 1676 (ondertrouw) Johanna Junius, jonge dochter van Delft wonende in Amsterdam (1676)
Trouwboek Amsterdam 3 april 1676: Gillis van de Graaf, van Dordrecht, koopman, wonende op Singel, met consent van zijn ouders en Johanna Junius, van Delft, geassisteerd met Louijs Junius, haar vader, de geboden zijn in Dordrecht onverhinderd gegaan.
Kinderen:
b-1. Francois, gedoopt NG Amsterdam 12 juni 1678
b-2. Elisabet, gedoopt NG Amsterdam 19 mei 1680
b-3. Louis van de Graef, gedoopt NG Amsterdam 12 nov. 1681,van Amsterdam wonende in de Handboogstraat (1707),begraven Amsterdam (Nieuwe en Engelse kerk) 4 april 1684 (Gillis van de Graeff, de man van Johanna Junius, op de Singel), trouwde Amsterdam 9 sept. 1707 (ondertrouw, de moeder van de bruidegom woont in Utrecht, de ouders van de bruid zijn overleden, zij wordt geassisteerd door haar oom en voogd Job Winckel) Cornelia Winckel, van Amsterdam wonende in de Reguliersbreestraat (1707)
Kinderen:
b-3-1. Johanna Margareta, gedoopt NG Amsterdam 5 okt. 1707 (getuigen: Margarieta van der Hulck, Sebastiaen van de Graaf)
b-3-2. Elisabeth Cornelia, gedoopt NG Amsterdam 28 mei 1710 (getuigen: Sebastiaan van de Graaff, Johanna Junius)
b-3-3. Gillis Francois van de Graaff, gedoopt NG Amsterdam 24 mrt. 1712 (getuigen: Sebastiaan van de Graaff, Johanna Junius)
c. Anthonia (Theuntjen) van de Graaf, 4 mei 1654, trouwde 20 juni 1677 Simon Anthonisz. de Vries, brouwer te Dordrecht
ONA Dordrecht inv. 263, f. 217, akte dd 23 febr. 1696: Anthonia van de Graeff, de vrouw van Simon de Vries Anthonisz., brouwer te Dordrecht, ziekelijk van lichaam, maakt een codicil bij het testament, dat zij samen met haar man heeft gepasseerd voor notaris A. van Neten op 14 aug. 1677. Zij wenst, dat haar man na haar overlijden aan haar kinderen elk een somma van 3000 gl. zal uitreiken i.p.v. de 800 gl., die vermeld staat in voornoemd testament.
d. Sebastiaan van de Graaf, 6 sept. 1655, postmeester te Dordrecht
ONA Dordrecht inv. 263, f. 6: op 19 jan. 1693 komen overeen Margrieta van de Hulck, weduwe van Franchois van de Graeff, lid van de Oudraad te Dordrecht, en haar zoon Sebastiaen van de Graeff, postmeester te Dordrecht, “dat de posterie soo hij [Sebastiaen] … in sijnen minderjaricheijt in plaetse van zijn … vader zaliger becomen heeft, waervan de … eerste comparante tot noch toe de proffijte heeft genoten, die daer jegens hem tweede comparant haren zone tot noch toe heeft gealimenteert … oock veel geldt aen en voor hem tot sijne reijse als andersints verstreckt heeft, dat sulx jegens malcanderen sal sijn … gecompenseert”, voorts dat Sebastiaen van nu af aan de “posterie” zal “regeren”, de winsten daarvan alleen zal genieten, op voorwaarde, dat hij zijn moeder tot aan haar overlijden jaarlijks een bedrag van 400 gl. zal betalen, dat hij ook het loon van de knecht, die bij hen inwoont, en dat Sebastiaen bij zijn moeder zal blijven inwonen en haar daarvoor per jaar een bedrag van 300 gl. zal betalen, tot het moment, waarop hij besluit elders tegaan wonen, hetgeen hij iedere drie maanden zal mogen doen. Aangaande zijn vaderlijk erfdeel, alsmede de uitzet, die zijn getrouwde zusters hebben gekregen, zijn zij overeengekomen, dat Sebastiaen van zijn moeder een somma van 6000 gl. zal ontvangen.
ONA Dordrecht inv. 264, f. 179: op 2 mei 1698 testeert Sebastiaen van de Graeff, postmeester te Dordrecht. Hij benoemt tot zijn universele erfgenaam zijn moeder Margrieta van de Hulck, weduwe van Franchois van de Graeff, vroedschap vanDordrecht, of bij vooroverlijden zijn broer en zusters of bijhun vooroverlijden hun kinderen. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn broer Jacobus van de Graeffen zijn zwager Simon Anthonisz. de Vries.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 64: op 4 juli 1730 verkoopt Sebastiaan van de Graaff Francoisz., wonende te Dordrecht, voor 300 gl. aan Jan Rank, zeilmaker en burger van Dordrecht, een stal of koetshuis op de Hoge Nieuwstraat, staande naast de stal van de ontvanger-generaal Van Slingelandt. heet van de Lindt, en het pakhuis van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 193: op 16 okt. 1731 verkopen Gillis Rees, koopman te Dordrecht, en Jacob van Dijck, gewezen notaris te Dordrecht, als executeurs-testamenair van Sebastiaan van de Graaff Francoisz., postmeester te Dordrecht, voor 2020 gl. aan Laurens, Jan, Anna en Hendrika Balthus, broers en zusters wonende te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, strekkende van de straat tot achter aan de Walevest, staande tussen het huis van de weduwe De Ram en dat van Willem van Nispen.
e. Clara van de Graaf, 24 dec. 1656, trouwde Govert van Wezel
NG trouwboek Dordrecht 19 dec. 1688 (ondertrouw) Govert van Wezel koopman en equipagemeester weduwnaar en Clara van de Graeff Francoisdr. jonge dochter beiden van Dordrecht
ONA Dordrecht inv. 292, f. 184: op 16 febr. 1709 benoemt Govert van Wesel, lid van de Oudraad te Dordrecht, tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen zijn vrouw Clara van de Graaf, zijn zwager Sebastiaan van de Graaf, postmeester te Dordrecht, en zijn zoon Damas van Wesel.
f. Adriaen, 13 juli 1659, vermoedelijk jong overleden
g. Jacob van de Graeff, 5 aug. 1661
(M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht (1677), p. 1211-1212)
III. Sebastiaen van de Graef, gedoopt NG 24 april 1647, raad ter Admiraliteit op de Maas, ontvanger van de konvooien en licenten te Dordrecht, overleden 15 jan. 1720, trouwde NG Dordrecht 26 nov. 1673 Belia van Lith de Jeude, overleden te Tiel op 3 juli 1715, dochter van Cornelis van Lith de Jeude en Anna Wijnands van Resant
ONA Dordrecht inv. 302, f. 291: op 14 jan. 1671 verkopen Adriana Absou, weduwe van Johan de Haen, en Willem Absou, wonende te Rotterdam, als procuratie hebbende van Jacob Verschuijr, als man van Christina Absou, samen tevens vervangende Dirck Absouw, die in het buitenland verblijft, verkopen voor 6000 gl. aan Sebastiaen van de Graeff, ontvanger van de konvooien en licenten te Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, genaamd “de Ceulse Craen”, dat wordt bewoond door mr. Weijt, van achteren uitkomende op de Nieuwe Haven, “van voren tot achteren op de haven bij kolonel Charles Reijms” [sic], staande tussen het huis van de heer Bressij en het Westindisch Huis
ORA Dordrecht inv. 1629, f. 17v: op 11 mei 1683 verkoopt Sebastiaan van de Graaf, ontvanger van de konvooien en licenten te Dordrecht, voor 5500 gl. aan Lowijs van der Putten, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, strekkende voor van de straat tot achter op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Adriana Reijmen en het Westindisch Huis. Waarborg: Jacob van de Graaf.De koper is schuldigaan verkoper een somma van 4500 gl.
ORA Dordrecht inv. 795 (oud), f. 14 e.v.: op 14 april 1687 verkopen Rudolphus Bressij, als mede-erfgenaam van wijlen Raphael Bressij en diens vrouw Adriana Rheims,en mr. Aelbrecht Bosen, advocaat voor het Hof van Justitie in Holland, als gemachtigde van Adriana Rheims de Jonge, voor 10.300 gl. aan Sebastiaen van de Graeff, ontvanger van de konvooien en licenten te Dordrecht, een huis met verscheiden, zich daarin bevindendeonroerende goederen, staande op de Vogelmarkt [Groenmarkt], tussen het huis van de weduwe van Abraham Terwe en het huis van Diedrich Hoeuft, heer van Fontaine Pereuse, strekkende vierkant van de Vogelmarkt tot achter op de Varkenmarkt. Bij de koop zijn inbegrepen vier grote kamers met goudleer, een kamer met tapijt, en enige andere, losse, meubelen, welke door schepenen van Dordrecht zijn getaxeerd op 1980 gl. De tweede comparant, vervangende mr. Daniël Pompeius Assendelft, secretaris van het Hof van Holland, zijn mede-gemachtigde, verklaart het huis etc. te ontslaan, voor zoveel aangaat Johan Ward, als man van Adriana Rheims, van het recht van legaal hypotheek, dat de heer Ward op het huis gehad heeft.
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 7: op 20 febr. 1720 verkoopt Jacob van de Graaf, als procuratie hebbende van Adriana Elisabeth van de Graaff, meerderjarige ongehuwde persoon, Jan Wouter Heijkoop, ritmeester in Nederlandse dienst, en Hendrik Gerrard van Hengst, als man van Elisabeth van de Graaff, samen met Jacob van de Graaff kinderen en erfgenamen van Sebastiaan van de Graaf, ontvanger van de konvooien en licenten te Dordrecht, voor 6200 gl. en 100 gl. voor het behangsel aan Hugo Repelaar, oud-burgemeester van Dordrecht, en huis in de Wijnstraat, waarin de vader van de verkoper is overleden, staande tussen het huis van de weduwe van burgemeester Hoeufft en dat van de weduwe van Jonas de Jong, van achteren uitkomende op de Varkenmarkt.
Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Cornelis van de Graef, 8 dec. 1674, volgt IV
b. Adriana Elisabeth van de Graaf, 24 jan. 1678, ongehuwd
c. Anna van de Graaf, 27 mei 1680, trouwde Jan Wouter Heijkoop, ritmeester in Nederlandse dienst
d. Jacob van de Graaf, 20 juni 1681
e. Adriaan, 24 mei 1683
f. Elisabeth van de Graaf, 17 juni 1687, trouwde Hendrik Gerard van Hengst
g. Agnita, 30 okt. 1687
IV. Cornelis van de Graef, jongman (1700), ordinaris kapitein ter zee, trouwde Gerecht/NG Dordrecht/Tiel 12/25 dec. 1700 Anna Lucia van Lith de Jeude, dochter van Hendrik van Lith de Jeude en Sara Lucia de Carpentier
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 92: op 15 dec. 1750 verkopen Sara Isabella van Lith de Jeude, weduwe van mr. Willem Blankert, wonende te Dordrecht, Belia Adriana van de Graaff, voor zichzelf en als procuratie hebbende van haar broer Jacob van de Graaff, majoor van het regiment cavallerie van luitenant-generaal de graaf van Nassau la Lecq in garnizoen liggende te Den Bosch, Sara Lucia van de Graaff, Sebastiaan van de Graaff, majoor in Nederlandse dienst, wonende te Leerdam, Hendrik van de Graaff en Cornelis van de Graaff, allen legatarissen van Emmerentia de Carpentier, laatst weduwe van Hendrik Pus, voor 810 gl. aan Jan Kerkkering, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Isabella Maria Nolthenius en de erfgenamen van Anthonij Pus, aan de ene zijde en het huis, dat wordt bewoond door Jan van der Wall en dat zal worden aanbedeeld aan Sara Isabella van Lith de Jeude, aan de andere zijde. Dezelfde verkopers verkopen voor 770 gl. aan Aart van Cappel, knaap in de Munt van Holland, een huis in de Voorstraat tegenover het Steegoversloot, staande tussen de steiger en het huis van Sara Isabella van Lith de Jeude.
Kinderen:
a. Belia Adriana van de Graaf, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 26 juni 1758 (Belia Adriana van de Graaf, in de Nieuwstraat, twee koetsen extra, de eerste boete)
b. Jacob van de Graaf, majoor van de cavalerie in Nederlandse dienst, commandeur van het fort St. Andries
c. Sebastiaan van de Graaf,
d. Hendrik van de Graaf, gedoopt NG Dordrecht29 febr. 1712
e. Sara Lucia van de Graaf, gedoopt NG Dordrecht6 juni 1718, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1758), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 18 nov./6 dec. 1758 (de bruidegom heeft schriftelijk consent van zijn moeder Maria van den Handel, weduwe van Hendricus StephanusLulius, de bruid geassisteerd met haar broer majoor Sebastiaan van de Graaf) Willem Lulius, jongman geboren te Almkerk wonende in de Voorstraat bij de Nieuwstraat (1758)
ORA Dordrecht inv. 1670 , f. 171v: op 29 april 1779 verkoopt Jacob van de Graaff, generaal-majoor van de cavalerie in Nederlandse dienst, commandeur van het fort St. Andries, als executeur-testamentair van zijn zuster Sara Lucia van de Graaff, weduwe van Willem Lulius, overleden in Dordrecht, voor 3020 gl. aan Gillis Schotel, metselaarsbaas te Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen de Dwarsgang en het huis van de weduwe van Adam Crevel.
f. Cornelis van de Graaf, gedoopt NG Dordrecht8 jan. 1721