Van Moesienbroeck

Literatuur:
Matthijs Balen,Beschryvinge der stad Dordrecht, 2 delen (Dordrecht 1677)
Johan van Beverwijck, ’t Begin van Hollant in Dordrecht [Dordrecht 1640]

I. Govert Adriaensz. van Liesveld, schepen van Dordrecht, overleden in 1536 of 1537, trouwde Jacomina Speyaert, dochter van Pieter Hermansz. Speyaert, burgemeester van Oudewater en NN

20 sept. 1552: Adriaen Govertsz. van Moesienbrouck verklaart ontvangen te hebben van Jacobmina Pietersdr., weduwe van Govert Adriaensz., zijn moeder, een bedrag van 600 gl., en dat “in recompense ende begroetinge” van de 600 gl., die Jacobmina Pietersdr. ten huwelijk gegeven heeft aan Henrijk Pietersz. en Aechgen Pietersdr., namelijk aan elk 300 gl. (ORA Dordrecht inv. 721 (oud), f. 185)

Kinderen:
a. Pieter Govaertsz. van Liesveld, gezegd Merenburg, raad van Dordrecht (1542), trouwde 1e Sophia van Eijck Hendriksdr. , 2e Josina Stoop, dochter van mr. Willem Stoop, burgemeester van Dordrecht, weduwe van Tielman Oem
ORA Dordrecht inv. 1539, akte 182: op 13 nov. 1561 verklaart Adriaen van Mosienbrouck Govertsz., 52 jaar oud, oudraad in wette van Dordrecht, dat hem “wel kennelick is dat hij deposant … ten versoucke van Pieter Govertsz. zijn broeder aen deen zijde vergadert is geweest met … Dirck Gerbrantsz. vuijten naeme van Joesken mr. Willem Stoopendr. ter ander zijden als huwelick maeckers om te [con]tracteren het huwelick tusschen den voersz. parthien”. Omdat er sindsdien lange tijd verstreken is, weet de deposant niet precies aan te geven, wanneer dit gebeurd is.
Dochter:
a-1. Genoveva van Liesveld, gezegd Merenburg
b. Adriaen Govertsz. van Liesveld, geboren ca. 1508, volgt II
II. Adriaen Govertsz. van Liesveld (van Mosienbroeck), geboren ca. 1508/1509, tiendheer van Moezenbroek (polder in de Alblasserwaard), schepen in wette van Dordrecht, trouwde Adriana van Drenckwaert Willemsdr., dochter van Willem Bouwensz. van Drenckwaert, heer van Giessenburg en half Puttershoek, burgemeester van Dordrecht, en Cornelia Wouwericksdr. van Steenhuijsen(Van Beverwijck, o.c., p. 20)
ORA Dordrecht inv. 1529, akte 188: op 24 okt. 1543 verkoopt Belichen mr. Thielman van Bladegehemsdr. aan Adriaen Corssen, Adriaen Govertsz. en Cornelis Pietersz., als dekens van het St. Barbaragilde ter Grote Kerk binnen Dordrecht, een losrentebrief van 6 gl. jaarlijks.
ORA Dordrecht inv. 1529, f. 227: op 27 sept. [sic] 1543 verkopen zuster Anna Danckertsdr., procuratrix in het klooster van St. Anna “van consolatien” te Temsche bij Repelmonde in Vlaanderen, en zuster Jacop [Jacoba] Jacopsdr. van Dordrecht, van dezelfde orde, als gemachtigden van voornoemd klooster, aan Adriaen Govertsz., achtraad te Dordrecht, en Pieter Govertsz., schepen van Dordrecht, alzulke portie van uiterland of buitendijks land, gelegen aan de Dussen, gemeen met Jan Vranckesdr. [sic], als het klooster is aangekomen van het klooster van Woerkom van wege Machtelt Cop van Dordrecht, kloosterlinge van dezelfde orde. Borg (voor verkoopsters): Herman Oem Daniëlsz., schepen van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1539, akte 47: verklaring dd 10 sept. 1561 door Adriaen Moesienbrouck Govertsz., 52 jaar oud, schepen in wette van Dordrecht, op verzoek van Lucia Willemsdr., weduwe van Cornelis van Nuijs.
ORA Dordrecht inv. 1540, akte 121/122: op 23 okt. 1563 verkoopt Adriaen van Mosienbrouck Govertsz., schepen in wette van Dordrecht, aan Michiel Heijndricxsz. schipper een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van verkoper, genaamd “de Keijsser” en dat van Pieter Slampamp schipper. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 640 gl.
ORA Dordrecht inv. 1540, akte 163: op 23 okt. 1563 verleent Adriaen van Mosienbroeck Govertsz., schepen in wette van Dordrecht, procuratie ad recipienda debita aan zijn zoon Cornelis van Mosienbrouck.
ORA Dordrecht inv. 1540, akte 208: op 22 nov. 1563 verkoopt Adriaen van Mosienbrouck Govertsz., schepen in wette van Dordrecht, aan Sier Adriaensz. schipper een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Jan Aertsz. snijder en dat van verkoper. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 16 ponden 5 schellingen Vlaams.
ORA Dordrecht inv. 1540, akte 740: op 30 okt. 1564 verlenen Adriaen van Mosienbrouck Govertsz., schepen in wette van Dordrecht, voor zichzelf en als voogd over zijn kinderen, en Guilielma van Drenckwaert, weduwe van Schrevel Ockersz., machtiging aan Boudewijn van Drenckwaert Willemsz., burgemeester van Dordrecht, en Wouwerick van Drenckwaert Willemsz., als mede-erfgenamen van Willem Bouwesz. van Drenckwaert, in zijn leven burgemeester van Dordrecht, om te accorderen met de erfgenamen van Heijlwich van de Haer “van alle alsulcken questien”, als de erfgenamen van Willem van Drenckwaert Bouwensz. contra de erfgenamen van Heijlwich van de Haer “tot desen dage toe vvtstaende … hebben gehadt”.
ORA Dordrecht inv. 1571, f. 13: verklaring dd 10 jan. 1579 op verzoek van Adriaen Govertsz. Mosienbroeck en zijn kinderen door Neeltgen Gerit Neel Vranckendr van Wijngaarden, ongeveer 40 jaar oud. Zij verklaart, dat zij ten huize van Jan Cornelisz. Baeckerman op de Riedijk gewoond heeft en haar derhalve wel bekend is, dat in zijn huis gebracht is een schermbord en dat voor in zijn huis staat een “comptoir” en zeker verbrand hout, dat gekomen is uit het huis van Mosienbroeck in Papendrecht en dat ligt in het huis van Jan Cornelisz. De deposante zegt ook, dat zij het voorgaande ook verklaard heeft, toen het huis en de inboedel van Jan Cornelisz. publiekelijk geveild werd.
ORA Dordrecht inv. 1578, f. 105v: verklaring dd 30 juni 1592 door Adriaen Govertsz. Moesienbrouck, ongeveer 84 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 1596, f. 34 e.v.: op 13 mei 1619 verkopen mr. Adriaen van Moesienbrouck, licentiaat in de rechten en advocaat, en Herman Oom Hermansz., voor zichzelf en als procuratie hebbende van Wilhelmina van Moesienbrouck, weduwe van Pieter Alewijnsz., Adriana Ooms, voor zichzelf en namens de weduwe en enige nagelaten dochter van Cornelis Jansz. Bakerman, haar overleden halfbroer, en Jacob van der Eijck Cornelisz., als man van Anna Adriaensdr. van Hemelsvelt, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Adriaensz. van Hemelsvelt, priester en kapelaan van de Kathedrale Kerk te Utrecht, allen erfgenamen van Adriaen van Moesienbrouck Govertsz., resp. hun vader, grootvader en overgrootvader, voor 3700 gl. aan Sebastiaen Aelbrechtsz. van Hoogevest, dijkgraaf van Heinenoord, een huis [in de Voorstraat] aan de havenzijde omtrent de Nieuwbrug tegenover de Kruiskapel, staande tussen het huis van mr. Maximilaen Bouman chirurgijn en dat van de erfgenamen van mr. Pieter Despinoij. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 3000 gl. Borg: Aert Cornelisz. vleeshouwer.

ORA Dordrecht inv. 1596, f. 35 e.v.: dezelfde verkopers verkopen op 13 mei 1619 voor 1300 gl. aan Pieter Adriaensz. van Wijngaerden een erf met daarop twee oude huisjes, staande en gelegen in de Kolfstraat naast het erf en huis van de weduwe en erfgenamen van Emanuel van den Steen, uitkomende voor aan de Steenstraat. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 900 gl. Borgen: Cornelis Jansz. azijnmaker en Dirck Jacobsz. Absou, brouwer en burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 13 e.v.: op 22 jan. 1630 verkopen Jacob van der Eijck Cornelisz., als man van Anna Adriaensdr., en Laurens Adriaensz. Tjong apotheker, als man van Cornelia Baeckermans, voor zichzelf en tevens vervangende de overige erfgenamen van Adriaen van Meusijenbrouck aan Cornelis Woutersz., marktschipper van Dordrecht op Gorinchem, een gang of erfje, liggende in de Kolfstraat tussen het huis van Cornelis Woutersz. en het huisje van verkopers.

Kinderen (volgorde onzeker, zie Van Beverwijck, o.c., p. 20 e.v.)

a. Jan van Meusyenbrouck, trouwde Cornelia van der Donck

Kind:

a-1. Adriana van Meusyenbrouck, trouwde Adriaan van Hemelsvelt

Kinderen:

a-1-1. Anna van Hemelsvelt, trouwde Jacob van der Eijck Cornelisz.

Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, Kath.) 15 okt. 1609 Jacob Cornelisz. jong gezel van Dordrecht geassisteerd met Hans van Roe zijn behuwd oom en Anneken Adriaensdr. jonge dochter geassisteerd met Wilhelmina van Moesienbrouck weduwe van Pieter Alewijnsz., getrouwd 8 nov. 1609

a-1-2. Cornelis Adriaensz. van Hemelsvelt, priester

b. mr. Godevaert (Govert) van Meusyenbrouck, raad des konings in Utrecht, OSP te Brussel in 1605, trouwde Ida Aytta van Zuilichem

c. Herman van Meusyenbrouck, raad in het Hof van Friesland, kanselier van Overijssel, OSP te Brussel in 1610, trouwde Barbara la Cocq

d. Catarina van Mosienbrouck Adriaensz., trouwde 1e Herman Oem Hermansz., overleden vóór 8 mrt. 1564, 2e Jan Baeckerman Cornelisz.

ORA Dordrecht inv. 1540, akte 345: op 8 mrt. 1564 verleent Catarina van Mosienbrouck, weduwe van Herman Oem Hermansz., procuratie ad recipienda debita aan haar broer, Cornelis van Mosienbrouck Adriaensz.

ORA Dordrecht inv. 1541, akte 563: op 22 juni 1566 verklaren Katharina van Moesienbrouck Adriaensdr., weduwe van Herman Oem Hermansz., en Adriaen de Vet Pietersz., oudraad in wette van Dordrecht, als oom en voogd van de kinderen van wijlen Herman Oom Hermansz., genaamd Herman Oom Hermansz. en Adriana Oom Hermansdr., dat zij onderling de goederen, die Herman Oom heeft nagelaten, hebben verdeeld. Tot de nalatenschap behoren o.a. land in St. Anthoniepolder en land in IJsselmonde. Aan Katharina van Moesienbrouck is toebedeeld een huis met een klein huis ernaast, een oliemolen “comende achter over de grachte” met een erf en klein huis, uitkomende in het Torenstraatje van de Nieuwkerk, samen getaxeerd op 2750 gl. De kinderen krijgen hetgeen hun is aanbestorven bij overlijden van hun moeders moeder, Adriana van Drenckwaert, in haar leven echtgenote van Adriaen van Moesienbrouck Govertsz.,van welke goederen Adriaen van Moesienbrouck Govertsz. het vruchtgebruik heeft.

Kinderen:

ex 1:

d-1. Adriana Ooms

d-2. Herman Oom

ex 2:

d-3. Cornelis Jansz. Baeckerman

e. Cornelis van Mosienbrouck Adriaensz., geboren naar schatting ca. 1535 (mondig in 1563 [ORA Dordrecht inv. 1540, akte 163 dd 23 okt. 1563]), schepen van Dordrecht, trouwde in 1561 Maria Oems, overleden 1592, dochter van Herman Oem Daniëlsz. en Wilhelmina van Alblas van der Mijle Jansdr. (Balen, o.c., p. 1177-1178)

ORA Dordrecht inv. 1569, f. 126v: op 22 okt. 1577 verkoopt Cornelis van Mosienbrouck, als beheerder van de nagelaten boedel van Elisabeth van Drenckwaert, aan Henrick Gillisz. mandenmaker, een huis in de Kolfstraat, haar aangekomen bij overlijden van haar eerste man, Geerit Tack, staande tussen het pakhuis van Adriaen Cornelisz. Roerom en de armenhuisjes. Waarborgen: Cornelis van Mosienbrouck en Jan Lambertsz. stadsbode.

Kinderen:

e-1. mr. Adriaen van Meusyenbroucck, licentiaat in de rechten, trouwde Gerecht/Dordrecht (onderscheiden gezindten, Kath.) 10 april/9 mei 1604 (de bruidegom geassisteerd met Dammas Baerthoutsz., ambachtsheer van Sandelingenambacht) AnnaEelants.

21 mei 1602: mr. Adriaen van Moesijenbrouck, licentiaat in de rechten, als erfgenaam van Adriaentken Adriaensdr., Jan Geeritsz. schipper namens zijn moeder Adriaentken Joppen, weduwe van Govert [sic] Jansz., Sijer Damisz., voor zichzelf en namens zijn mede-erfgenamen, Cornelis Quirijnen, voor zichzelf en namens zijn mede-erfgenamen, Pieter Sijmonsz., als man van Neeltken Fransdr., Cornelis Claesz. mede als man van Janneken Cornelisdr. Verdoes, Marijken Cornelis, weduwe van Lenaert Jansz., geassisteerd met Frederick Diricxsz., dezelfde Fredrick Diricxsz., als man van Bastiaentgen Goverts, en Thomas Damisz. voor zichzelf en namens zijn mede-erfgenamen, allen erfgenamen van Adriaen Sijeren en Anna Jansdr., alsmede Walraven Henricx, Henrick Henricx, Pieter Quijrijnen, namens Jan Adriaensz. te Delfshaven, Job Cornelisz. voor zichzelf en namens zijn zusters Geertruij en Pieterken Cornelisdr. en Cornelis Cornelisz. voor zichzelf, allen erfgenamen ab intestato van moederszijde van Hubrecht Zieren, verkopen voor 3750 gl. aan Jan Thonisz. hovenier een tuin met twee huizen en een klein zomerhuis in de Mariënbornstraat aan de stadsvest, genaamd “Scherpenlucht”, staande tussen het Heilige-Geesthuis ter Nieuwer Kerk en ’s herenstraat, zoals dat laatst eigendom is geweest Adriaentken Ariaens en Huijbert Sijeren en gekocht is van Adriaen Jansz. Tjong en Jacob Muijs. (ORA Dordrecht inv. 1582, f. 118v)

18 mrt. 1610: Catharina Cool, weduwe van mr. Adriaen van Blienborch, raad van state van de Verenigde Nederlanden en waardijn van de Munt van Holland, als eigenares van de helft van het huis, genaamd “Blienborch” en het kleine huis daarnaast, staande omtrent de Waag, haar aangekomen bij testament van haar overleden man van 4 jan. 1582, en een zevende part in een zevende part van een vierde part in voornoemde huizen, haar aangekomen bij overeenkomst dd 1 aug. 1599tussen haar en haar zes kinderen, enerzijds, en de weduwe van Adriaen van Blienborch, schout van Dordrecht en waardijn van de Munt van Holland, haar oudste zoon, anderzijds, en van een zevende part in een zevende part in een zevende part in een vierde part van voornoemde huizen, haar aangekomen bij testament dd 30 mei 1605 van Geerardt van Blienborch, schepen in wette van Dordrecht, haar tweede zoon, enerzijds en Willem van Beveren, ambachtsheer van Strevelshoek, burgemeester van Dordrecht, en Johan Elant, als testamentaire voogden van de kinderen van wijlen Jacob van Blienborch, waardijn van de Munt van Holland en penningmeester van de Alblasserwaard, met Maria Carre, zijn weduwe, Matheus van der Goes, commies stapelier te Dordrecht, als man van Adriana van Blienborch, voor zichzelf en vervangende Geerardt de Pelgrim, schout van Breda, als man van Lucretia van Blienborch, en tevens vervangende Nicolaes Coomans, als man van Cristina van Blienborch, en Clara van Blienborch, ongehuwde persoon, samen eigenaars van vijf zevende parten en zes zevende parten in een zevende part van een vierde part in voornoemde huizen, ter tweeder zijde, en Johan Elant enmr. Adriaen van Meusienbrouck, licentiaat in de rechten en advocaat, als man van Anna Elants, beiden voor zichzelf en voor Agatha, Clara, Adriana, en Johanna Elants, hun zusters resp. schoonzusters, samen eigenaars van het resterende vierde part van genoemde huizen, ter derder zijde, verklaren die huizen onderling verdeeld te hebben, t.w. dat Catharina Cool toebedeeld is het kleine huis enhet achterhuisje, uitkomende op de Nieuwe Haven, met het erfdaarbij horende, strekkende tot aan het prieeltje, waartegen haar kinderen en kindskinderen, enJohan Elant, mr. Adriaen van Moesienbrouck, in hun voornoemde hoedanigheid, samen met Catharina Cool, hun moeder resp. tante aanbedeeld zijn aan het grote huis. Op het kleine huis staat een jaarlijkse losrente van 18 gl. ten behoevevan hetkapittel van de Grote Kerk, van welke rente de kinderen van Catharina Cool, Johan en zijn zusters en de erfgenamen van Hugo Cool Pietersz., zoon van Cornelia vanBlienborch, hun tante resp. nicht, gehouden zijn drie vierde parten af te dragen. (ORA Dordrecht inv. 1587, f. 24v e.v.)

f. Willemina Adriaen Govertsdr. van Moesienbrouck, jonge dochter van Dordrecht (1591),trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, Kath.) 9/28 april 1591 Pieter Aelwijnsz., weduwnaar van Dordrecht (1591), brouwer, overleden vóór 24 okt. 1598 (ORA Dordrecht inv. 1581, f. 9v), trouwde 1e Haesgen Lazarusdr. (van de Graeff)

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 79: op 22 juni 1596 verkoopt Quirijn van de Graeff wijnkoper aan Alewijn Pietersz. en Anneken Pietersdr., weeskinderen van zijn zuster Haesken van de Graeff, bij haar verwekt door Pieter Alewijnsz., een rente van 75 gl., verzekerd op een huis aan de Poortzijde, staande tussen de Wijnkoperskapel en het huis van de weduwe van Aert de kuiper. Het huis is tevens belast met een schuldbrief van 1675 gl., op diezelfde dag gepasseerd t.b.v. Francois en Alewijn Alewijnsz.

ORA Dordrecht inv. 1581, f. 18: op 25 nov. 1598 verkoopt Cornelis Cornelisz., wonende te Delft, als erfgenaam voor een negende part van Anneken Andriesdr., de vrouw van Adriaen Jansz. korenkoper, aan Willemtien Moesienbrouck, weduwe van Pieter Alewijnsz. brouwer, een negende part in een huis omtrent het St. Jacobsgasthuis, staande tussen het huis van Cornelis Aertsz. pondgaarder en dat van Andries Vervorst. Waarborg: Adriaen Claesz. korenkoper.

ORA Dordrecht inv. 1600, f. 39 e.v.: op 2 juni 1623 verkoopt mr. Gerardt van Buijtenwech, licentiaat in de rechten, voor 4036 gl. aan Willemina van Meusenbrouck, weduwe van Pieter Aelwijns, de helft van een huis, genaamd “den Blauwen Gevel”, staande in de Wijnstraat tegenover Kraan Kostverloren, strekkende tot achter aan de muur van de haven, belend door het huis “Duijsburch”, dat eertijds eigendom was van schout Johan van Drenckwaert, en het huis “den Grooten David”, toebehorende aan Roeloff Francken, schepen in wette. De koopster, geassisteerd met mr. Cornelis Aelwijns, licentiaat in de rechten en advocaat voor het Hof van Holland, haar zoon, is schuldig aan mr. Gerard van Buijtenwech een somma van 3333 gl. 6 st.

Kind:

f-1. mr. Cornelis Aelwijns, geboren naar schatting ca. 1595, licentiaat in de rechten en advocaat voor het Hof van Holland

g. Elisabeth van Moesienbrouck, trouwde 1e Hugo Coel, 2e Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, Kath.) 2/26 sept. 1604 (de bruidegom geassisteerd met Cornelis de Rael, de bruid met haar schoonzuster Anna Elants)mr. Jacob Spaen, licentiaat in de rechten