Rees

I. Gillis Rees, heer van der Heijden, burgemeester van Yperen, in Vlaanderen, trouwde Elisabeth van Goud-Molen (Balen, o.c., p. 1277)
 
ONA Dordrecht inv. 15, f. 47v: op 30 jan. 1612 verklaren Pieter Willemsz. Burchgraef, ongeveer 53 jaar oud, Pieter Bartholomeusz., ongeveer 34 jaar oud, en Eustaes Reijniers, ongeveer 48 jaar oud, allen wijnkuipers wonende te Dordrecht, op verzoek van Evert Hendricxsz., wijnkuiper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Dirck Boon beitelschipper en Jacob Craen, koopman en burger van Keulen, dat kort na het faillissement van Gillis Rees in nov. 1610 hij zijn zoutketen, hof en speelhuis in Schobbelantsambacht heeft getransporteerd [niet vermeld aan wie].
 
Kinderen:
 
II. Mattheus Rees Gillisz., geboren naar schatting ca. 1576, van Yperen (1596), houtkoper, begraven Dordrecht 19 aug. 1644, trouwde NG Dordrecht 18 aug. 1596 (ondertrouw, heeft bescheid om in Heerjansdam te trouwen) Cornelia (Neelken) Frans Rochusdr. van Wesel, geboren naar schatting ca. 1575, van Dordrecht (1596), dochter van Frans van den Honert Rochusz. alias van Toll en Clasina van Haarlem Gijsbertsdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1277)
 
ONA Dordrecht inv. 15, f. 47v: op 31 jan. 1612 verklaart Mattheus Rees, zoon van Gillis Rees, koopman te Dordrecht, ongeveer 36 jaar oud, op verzoek van Evert Henricxsz., wijnkuiper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Dirck Boon beitelschipper en Jacob Craen, koopman en burger van Keulen, alsmede op verzoek van enige andere crediteuren van Gillis Rees, dat hij na november 1610 gezien heeft Jan van Marievoorde, Glaude de Groot en Peeter Rees, allen kooplieden te Middelburg en Veere, die verzochten, dat Gillis Rees aan Jan van Marievoorde zou transporteren zijn huis in de Wijnstraat aan de Mattensteiger, en dat hij heeft horen zeggen Isack Flamingh, getrouwd met zijn, Rees’, zuster, aan de drie voornoemde personen, dat zulk transport geenszins kon geschieden, “overmits dat het geruchte begindt onder den gemeenen man te comen, dat mijnen huijsvrouwen vader … zijne zoutkeete in Swijndrecht … getransporteert heeft aen hem Jan van Marievoorde”.
 
ORA Dordrecht inv. 1597, f. 98v: op 1 aug. 1620 verkopen Herbert van Slingelandt, voor de ene helft, en Cornelis Claesz.,  burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Jacob de Gijselaer, wijnkoper en burger van Amsterdam, als man van Margarita Claesdr., voor de wederhelft, voor 2500 gl. aan Mattheus Rees een huis op de Nieuwe Haven (belenders niet vermeld). De koper is aan de verkopers samen schuldig een bedrag van 1800 gl.  
 
ORA Dordrecht inv. 1600, f. 75: op 17 okt. 1623 verkopen Cornelis de Wit, koopman en burger van Dordrecht, als man van Lijsbeth Anthonisdr., erfgename van Anthonis van Haerlem, voor zichzelf en tevens vervangende de overige erfgenamen van Anthonis van Haerlem, voor de helft en 1/24 part, Mattheus Rees, namens zijn [schoon]moeder Cleijsgen Gijsbertsdr., voor een 1/12 en 1/24 part, Gijsbert van Haerlem, voor een 1/12 part, Cornelis van Bijwaert, voor een 1/12 part en Gijsbert van Beaumont, voor zichzelf en als als procuratie hebbende van zijn zuster, voor 1/12 part, en Gerrit Jansz. van de Engel, namens zijn moeder Cornelia van Haerlem, voor 1/12 part, voor 2500 gl. aan Dirck Willemsz. van Angeren, schipper en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Aert Jansz. lakenkoper en het lege erf van Cornelis van Bijwaert, strekkende van de straat tot achter op de haven. De koper is schuldig aan [NN] een somma van 1900 gl. 
 
ORA Dordrecht inv. 1602, f. 79v: op 3 mei 1627 verkopen Andries van Vorst en Anthonij van Valckenburch, als procuratie hebbende van Sibilla Boumans, weduwe van Anthonis Michielsz. van Middelhoven, Jannette van Middelhoven, weduwe van Franchoijs Bergaengie, Cornelia van Valckenburch, weduwe van Michiel Anthonisz. van Middelhoven, als actie en transport hebbende van Willem Bos en Maria van Middelhoven, Abraham Bos , als man van Janneken van Middelhoven, Laurens Buijtendijck, als man van Margrita van Middelhoven, Anthonij van Middelhoven, Adriaen de Vale, Michiel Hermansz. van Middelhoven, voor zichzelf en tevens vervangende Herman Hermansz. van Middelhoven, en nog als executeurs-testamentair van Anthonij Michielsz. van Middelhoven en voogden over diens minderjarige kinderen, voor 4600 gl. aan Matheeus Rees, een huis en zouthuis, genaamd “het Cromhout”, met de plaats “over [de] straete gelegen”, staande tussen de Schuitenmakersstraat en het huis van de koper. De koper is schuldig aan Sibbila Boumans een somma aan 3400 gl. Borgen: Nicolaes de Bruijn en Cornelis Willemsz. Wens.
 
ORA Dordrecht inv. 1607, f. 30: op 1 aug. 1637 verkopen Floris Henricxsz., wonende in de polder Namen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Dirck Henricxsz., zijn broer, en als gemachtigde van het Gerecht van de polder Namen, als oppervoogden over de kinderen van Mels Henricxsz., en Arijen Arijensz., burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Henricxsz. Schoth en Marijcken Claesdr., samen erfgenamen van Jan Willemsz. en Trijnken Henricxsdr., aan Mattheus Rees houtkoper een huis achter in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Cornelis Pietersz. bezemmaker en dat van de koper.
 
ORA Dordrecht inv. 772 (oud), f. 106 e.v.: op 4 juni 1640 verkopen Matheus Rees, houtkoper en burger van Dordrecht, en Marijcken Joppen, weduwe van Franchoijs Rochusz. van Wesel, voor de ene helft en Schrevel Evertsz. van Eijssel, als procuratie hebbende van dr. Hubertus de Bije, wonende te Middelharnis, voor ¼ part, aan Lowijs Moleschoth, Cornelis Evertsz. van Eijssel en Gerrit Sijmonsz. van Duijnen, burgers van Dordrecht, ¾ parten in een huis, zijnde een zouthuis, staande in de Visstraat, waarvan het resterende ¼ deel toekomt aan Schrevel Evertsz. van Eijssel, belend door het huis, waar uithangt “het Vlies,” en het huis van Geerit Goossensz. Ham.
 
 
Mattheus Rees
 

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Gilis, okt. 1596

b. NN, dec. 1599

c. NN, mei 1602

d. NN, juni 1604

e. Thomas, sept. 1606

f. Francijnken Rees, aug. 1608, trouwde jonkheer Johan Francoijs de Caesteker, kapitein van een compagnie voetknechten (doch voor het afleggen van de eed overleden) (Balen, o.c., p. 1278)

ONA Dordrecht inv. 299, f. 107: op 6 aug. 1668 verlenen  Francoijs de Kaasteecker, schepen en weesmeester van de Klundert, als testamentaire voogd van Catharijna en Lowijs de Kaasteecker, zijn minderjarige zuster en broer, Clasijna en Marija de Kaasteecker, meerderjarig, voor zichzelf en samen vervangende hun meerderjarige broer jonkheer Matheus de Kaasteecker, luitenant van de compagnie van kapitein Kijen, procuratie aan Johannes van Stabroeck, ordinaris koopmansbode van Dordrecht op Zeeland, om aan Pieter Boudaen Kourten te transporteren een aandeel in de VOC (kamer Zeeland) van 50 Vlaamse ponden, welke hun comparanten is aangekomen bij overlijden van Johanna de Groot, de vrouw van Johan van de Graeff, licentmeester te Veere.

ONA Dordrecht inv. 299, f. 108: op 1 okt. 1668 verklaren Franchoijs Rees, oud-thesaurier van Dordrecht, samen met Francoijs de Kaastecker, schepen en weesmeester van de Klundert, testamentaire voogd over de minderjarige kinderen van Francijna Rees, weduwe van Francoijs de Kaasteecker, luitenant van een compagnie in Nederlandse dienst, zich te zullen “conformeren” aan bovenstaande procuratie, die Francois de Kaasteecker voor zichzelf en samen met de overige minderjarige kinderen en erfgenamen op 6 aug. 1668 hebben gepasseerd ten overstaan van notaris G. Waltherij te Dordrecht.

Kinderen (o.a.):

f-1. mr. Francoijs de Caesteker, advocaat, trouwde Cornelia van Golen

f-2. Mattheus de Caesteker, kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst

f-3. Louijs de Caesteker, kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst

g. Franchois Rees Mattheusz., jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1636), houtkoper, thesaurier van Dordrecht 1653-1660, burgemeester van het gerecht te Dordrecht (1670), trouwde 1e NG Dordrecht 18 mei/8 juni1636 Katharina van Bergen Martensdr., van Amsterdam wonende omtrent de Grote Kerk van Dordrecht (1636), 2e Maria Dirksdr. (Absouw), 3e Katharina van Kouwenhoven, dochter van Willem van Kouwenhoven, burgemeester van Rotterdam (Balen, o.c., p. 1278)

ORA Dordrecht inv. 1609, f. 46: op 28 okt. 1641 verkoopt Janneken Aerts, weduwe van Corstiaen Govertsz., aan Franchoijs Rees, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis, “houting” en trasmolen, zoals het thans eigendom is geweest van Anthonij Adriaensz. de Haen, staande en gelegen op de Nieuwe Haven tussen het huis van Cornelis Pietersz. Mispelshouff en dat van de weduwe van Willem Bongaert, met de kade, die voor het huis ligt.

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 54v: op 12 aug. 1645 verkopen Johan Sijmonsz. Inder Velde en Mattheus van Innevelt, als testamentaire voogden van de weeskinderen van wijlen Franchois Sijmonsz. Inder Velde en Magdalena van de Wercke, aan Franchoijs Rees, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis met een houttuin en plaats, “over de straete gelegen”, genaamd “den Noortsen Boer”, staande en gelegen op de Nieuwe Haven tussen het huis van Herman Oom en dat van de predikant ds. Boudicxius.

ORA Dordrecht inv. 1614, f. 105v: op 8 mei 1652 verkoopt Cornelis Vaens, als thesaurier van Dordrecht, aan Franchoijs Rees het 14e, 15 e en 16 e erf, gelegen aan de Engelenburger Kade,

ORA Dordrecht inv. 1747, f. 2v: op 28 sept. 1654 verkopen Franchoijs Rees, als man van Maria Absouw, en Pieter Arijensz. van der Werff, als man van Geertruij Absouw, voor zichzelf en tevens vervangende de overige kinderen en erfgenamen van Dirck Jacobsz. Absouw, aan Jan Damisz. Claptas, burger van Dordrecht, een huis, staande buiten de  Spuipoort op stadsgrond.

ORA Dordrecht inv. 1747, f. 11: op 12 sept. 1656 verkoopt Franchois Rees, thesaurier van Dordrecht, aan Poulus Mastenburch en Cornelis Claesz. Garinger, burgers van Dordrecht, een erf, gelegen omtrent de Grote Sluispoort bij de Riedijk buitendijks naast de schiptimmerwerf van de weduwe van Frans Jaspersz. en de ingang van de grote lijnbaan.

ORA Dordrecht inv. 1618, f. 54: op 1 sept. 1659 verkopen Francois Rees, Pieter van de Werff en Cornelis de Vries Cornelisz., erfgenamen van Dirck Jacobsz. Absou, Arent Muijs van Holij en Nicolaes van de Fles, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Gerrit Brantwijck, “geautoriseert sijnde tot de vercoopinge van naergenomineerde huijsinge ende brouwerie”, aan Cornelis Belliaert, brouwer en burger van Dordrecht, een huis en brouwerij, genaamd “den Engel”, staande omtrent de Botgensstraat tussen het huis van het weeskind van Gerrit Mercellis en dat van de koper, alsmede een huisje, staande “achter over” de gracht aan de stadsvest naast de rosmolen van de koper. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 6500 gl.

Kind (ex 1):

g-1. Anna Rees, gedoopt NG Dordrecht 21 dec. 1642, trouwde 1e Jacob van Naarssen Revixitsz., OSP, 2e mr. Samuel Beijer, pensionaris van Rotterdam

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 127: op 22 juni 1680 verkoopt mr. Samuel Beijer, pensionaris van Rotterdam, als man van Anna Rees, enige dochter en erfgename van Franchoijs Rees, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 4525 gl. aan Abraham de Radt, koopman en burger van Dordrecht, een pakhuis, genaamd “den Noortsenboer”, staande op het 14e, 15e en 16e erf van de Engelenburgerkade, strekkende voor van de kade tot achter tegen de wal, belend door het huis van kapitein Francois Dole aan de ene zijde en het huis van de koper aan de andere.

h. Gijsbert Rees, geboren naar schatting ca. 1610, volgt IIIa

i. Neeltgen (Cornelia) Rees, juni 1615, jonge dochter van Dordrecht  wonende op de Nieuwe Haven (1644,)trouwde NG Dordrecht 12 nov. 1644/1 jan. 1645 Daniël Paludanus, jongman van Zoetermeer wonende voor het Bagijnhof te Dordrecht (1644)

ORA Dordrecht inv. 1613, f. 17v: op 27 april 1649 verkoopt Willem Walen Jansz., burger van Dordrecht, aan Daniël Paludanus, burger van Dordrecht, een huis in de Hofstraat, staande tussen het erf van het Hof en het huis van Claes Jansz. metselaar. Waarborg (voor verkoper): een huis omtrent de Wijnbrug, genaamd “den Wildeman”, staande tussen het huis van Jan Hinckel en dat van Gerrit Vogel. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1000 gl. Borg: Francoijs Rees.

ORA Dordrecht inv. 1618, f. 93, akte dd 20 mrt. 1660: Daniël Paludanus, wonende te Oud-Beijerland, is schuldig aan Berbera en Maria de Bruijn een somma van 700 gl., verbindende een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van Machtelt Cuijsten en het erf van het Hof.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 148v: op 13 aug. 1664 verkoopt Daniël Paludanus, als man van Cornelia Rees, voor 600 gl. aan Franchois Rees, oud-thesaurier van Dordrecht, en Rochus Rees, elk voor de helft een huis in de Schuitenmakersstraat met de daarnaast gelegen gang, staande en liggende tussen het huis van Crijn van Diemen en dat van Willem Sachariasz.

j. Elisabeth Rees, trouwde Cornelis Brandwijk Adriaensz., schepen van Hulst

k. Mattheus Rees, ongehuwd overleden

l. Maria Rees, trouwde jonkheer Louis de la Court, kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst

m. Rochus Rees, geboren ca. 1619, volgt IIIb

IIIa. Gijsbert Rees Mattheusz., geboren naar schatting ca. 1610, lakenbereider,  lakenkoper, “diaken dienaar” (1684), armbezorger van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht, overleden Dordrecht 9 mrt. 1684 (overlijdensregister Doopsgezinde gemeente Dordrecht) trouwde Doopsgezind Dordrecht 1636 Geertruijt Erasmus, geboren naar schatting ca. 1610, gedoopt Doopsgezind Dordrecht 11 mei 1631, overleden Dordrecht 17 sept. 1688 (overlijdensregister Doopsgezinde gemeente Dordrecht), dochter van Erasmus Pietersz. en Neesken Jansdr. de Bruijn.

ORA Dordrecht inv. 1615, f. 72v: op 8 jan. 1654 verklaart Pieter Erasmus, burger van Dordrecht, als voogd van het weeskind van wijlen Jan Huijbrechtsz. Gruijter, dat hij goed weet, dat De Gruijter aan Gijsbert Rees, lakenkoper en burger van Dordrecht, verkocht heeft het huis, waarin Rees woont, staande bij de Botgensstraat tussen het huis van Cornelis Evertsz. van Eijssel en dat van Johannis Wagenaer, met een huisje, dat uitkomt in de Botgensstraat. De comparant verklaart voorts, dat hij het huis en huisje transporteert aan Rees.

OnA Dordrecht inv. 297, f. 193: op 12 april 1666 verkoopt Maria Cornelisdr., weduwe van Frans Jansz. Seeman, burger van Dordrecht, voor 420 gl. aan Ghijsbert Rees, koopman en burger van Dordrecht, een huisje in de Botgensstraat, staande tussen het huis van Sara Bouwmans, de weduwe van Francoijs Boels, en dat van Ghijsbert Rees.

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 53: op 1 aug. 1668 verkopen Hendrick van Lith de jonge, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jan van Bergen, als man Levina van Lith, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. Chiare te “Grace” in Frankrijk op 14 juni 1668, beiden erfgenamen van Sara Boumans, voor de ene helft, en Lena Leendertsdr. Boel, als procuratie hebbende van haar man, Pieter van der Horst, volgens akte gepasseerd voor notaris J. Delphius te Rotterdam op 25 mei 1668, en van Jacob Jacobsz., als man van Aeltgen Jansdr. Boel, en Annetgen Gerartsz., de vrouw van Jan Leendertsz. Heessel schipper, volgens procuratie gepasseerd voor notaris D. Starberch te Rotterdam op 28 juli 1668, Cornelis Herbertsz. Clerq, Dirck Joosten, als man van Neeltgen Aelbertsdr., en Cornelis van der Smack, als man van Annetgen Dircxdr. Clercq, allen erfgenamen van Franchois Boels, voor de andere helft, voor 620 gl. aan Gijsbert Rees, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Botgensstraat, staande tussen het huis van Hendrik Blimmenburch en het huis van de koper.

Kinderen:

a. Agnes Rees, geboren naar schatting ca. 1640, gedoopt Doopsgezind Dordrecht 28 mrt. 1660, overleden Dordrecht 5 jan. 1681 (overlijdensregister Doopsgezinde gemeente Dordrecht), trouwde Doopsgezind Dordrecht 16 sept. 1663 Daniël van Ysenbroek Aertsz.

Trouwboek Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 30 aug. 1663: aangetekend de trouwbeloften tussen Daniël van IJsenbroeck jongman van Dordrecht geassisteerd met Daniël van Snick en Agneesken Rees jongedochter geassisteerd met haar ouders Gijsbert Rees en Geertruijt Erasmus beiden wonende te Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 298, f. 181: op 25 april 1667 testeren Daniël van IJsenbroek, koopman en burger van Dordrecht, en Agnieta Rees, beiden gezond. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige kinderen de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen tot hun meerderjarigheid of huwelijk te onderhouden en hun dan naar zijn of haar “believen ende discretie” een bepaald bedrag uit te keren.

ONA Dordrecht inv. 305, f. 149: op 24 mei 1674 testeren Daniël van Isenbroek, koopman en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Agnita Rees, hij ziek in bed liggende, zij gezond. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun meerderjarigheid of totdat zij gaan trouwen en hun dan onder hen allen een bedrag van 4000 gl. uit te reiken. De langstlevende zal tevens gehouden zijn aan de huisarmen van de Doopgsgezinde gemeente van Dordrecht eerstdaags na het overlijden van de eerststervende van hen beiden een bedrag van 100 gl. uit te keren en aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht een bedrag van 12 gl. Tot voogden over hun minderjarige kinderen stellen zij aan de langstlevende van hen beiden, haar vader Gijsbert Rees en zijn zwager Fob de Ruijter, die in Rotterdam woont. (Hetzelfde echtpaar had op 2 sept. 1668 een testament gepasseerd, dat van het bovenstaande van 24 mei 1674 slechts verschilde in het bedrag, dat zij aan hun kinderen legateerden, nl. 6000 i.p.v. 4000 gl. [ONA Dordrecht inv. 299, f.  89)

ORA Dordrecht inv. 1749 f. 136v: op 27 juli 1694 verkopen Anthonij Jacobsz. de Vos winkelier, als man van Jacomijna van IJsenbroeck, en Gijsbert van IJsenbroeck winkelier, burgers van Dordrecht, samen erfgenamen van hun grootvader Gijsbert Rees, voor 230 gl. aan Jannighjen de Croeff, weduwe van Arijen Bos, een lakenraam buiten de Spuipoort op de scheepstimmerwerven op stadsgrond, staande tussen het raam van de weduwe van Jan de Vlucht en het raam van Frans Rens.

b. Mattheus Rees Gijsbertsz., gedoopt Doopsgezind Dordrecht 8 mrt. 1690 (op zijn ziekbed), ongehuwd

ONA Dordrecht inv. 191, f. 307: op 19 mrt. 1689 testeert Mattheus Rees, lakenkoper en burger van Dordrecht. Hij legateert aan zijn dienstmaagd Rebecca Parrin, als zij bij zijn overlijden nog in leven is, een bedrag van 300 gl. Tot zijn erfgenamen benoemt hij Ghijsbert van IJsenbroeck en Jacomina van IJsenbroeck, zijn neef en nicht, of bij vooroverlijden hun kinderen. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn neven Anthonij de Vos en Johan de Moll.

c. Cornelia Gijsbertsdr. Rees, geboren naar schatting ca. 1645, gedoopt Doopsgezind Dordrecht 1 april 1668, ongehuwd

ONA Dordrecht inv. 191, f. 269: op 3 nov. 1688 testeert Cornelia Gijsbertsdr. Rees, jonge dochter en burgeres van Dordrecht, ziek op een stoel zittende. Zij benoemt tot haar erfgenamen Mattheus Rees Gijsbertsz., haar broer, of bij vooroverlijden zijn nakomelingen, voor de ene helft, en voor de andere helft haar neef en nicht, Gijsbert en Jacomijna van IJsenbroeck, kinderen van haar overleden zuster Angneesken Gijsbertsdr. Rees, of bij vooroverlijden hun kinderen. Zij prelegateert aan haar broer Mattheus haar grootste zilveren beker, een zilveren medaille van de gebroeders De Witt, een dito medaille met het portret van prins Maurits, een medaille van de belegering van Rijnberk, en een schilderij of tekening met de penning van Horst. Aan Jacobmina van IJsenbroeck, haar nicht, prelegateert zij al haar kleren, en aan Gijsbert van IJsenbroeck, haar neef, een kristallen kan met zilveren deksel, twee gouden knoopjes, een gouden Jacobus en een dubbele zilveren ducaton. Tot toeziende voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar broer Mattheus Rees en haar neef Johan de Mol, en tot administerend voogd haar aangetrouwde neef Anthonij de Vos.

IIIb. Rochus Rees, geboren ca. 1619 (3 jaar in 1622), trouwde Dordrecht 1652 Elisabeth Ooms Adriaensdr.

Rochus Rees, 3 jaar oud (in 1622).

NG trouwboek Dordrecht 21 jan. 1652: Rochus Rees houtkoper jongman wonende op de Nieuwe Haven en Elisabeth Ooms Adriaensdr. jonge dochter wonende bij het stadhuis, beiden van Dordrecht, getrouwd op 4 febr. 1652

ORA Dordrecht inv. 1616, f. 64: op 4 okt. 1655 verkoopt Franchois Rees, thesaurier van Dordrecht, als daartoe door de burgemeester van gecommitteerde ten beleide gemachtigd, aan Rochus Rees, houtkoper en burger van Dordrecht, een erf op de Engelenburgerkade, staande tussen het huis van Maerten Gillisz. van der Pijpen en de Catharijnepoort, strekkende tot aan de haven.

ORA Dordrecht inv. 787, f. 62: op 20 nov. 1670 verkoopt Damas van Slingeland Jansz., voor zichzelf voor 1/9 part, en tevens als procuratie hebbende van mr. Govert van Slingelandt Baerthoutsz., secretaris van de Raad van State, Jacobmina Vaens, eerder weduwe en erfgename van Sijmon van Slingelant en thans echtgenote van Johan van Lith, koopman te Dordrecht, voor 1/9 part, en Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant, oudraad te Dordrecht, voor 6/9 parten, allen erfgenamen van wijlen ds. Tomas Bodicius [Thomas Boudicxius], predikant te Grote Lindt, voor 7250 gl. aan Rochus Rees, houtkoper, een huis omtrent de Grote Kerk naast het huis “de Vlaszack”, staande tegenover de Pelserbrug, met de houttuin daartoe behorende, uitkomende op de Nieuwe Haven, en de kade en overige toebehoren.

ORA Dordrecht inv. 324, f. 327: op 6 sept. 1678 verklaren Willem de Ringh, Pieter Rancke en Dirck Cruijssenburch, adelborsten in het zevende [burger]vendel en burgers van Dordrecht, op verzoek van Dionijs van der Keesel, kapitein van het zevende vendel, dat zij tussen 3 en 4 sept.  “de wacht hebbende ende tweede ronde doende sijn gecomen ontrent de Visbruch … alsdoen de clocke ontrent een ure ende aldaer hebben sien aencomen seeckere persoonen in haer handen hebbende twee brandende kaerssen sijnde een van haer op sijn gecks toegemaeckt gaende int midden singende en springende waer op sij attestanten resolverde een weinich stil te staen ende bevonden dat het voorsz. [gezelschap] … int huijs van heer Bongers ofte joffr. Camerling inginck ende sij attestanten alsdoen voortgaende vande voorsz. Bongers die op sijn stoup stonde wiert versocht omme binnen te comen ende dat werck eens te besien ’t geene sij attestanten tot diversen malen hebben geweijgert doch [dat Bongers] nae veele ende ernstige versoeken haer  attestanten heeft beweecht omme binnen comen ende comende ter plaetse alwaer de … toegemaeckte geck ende vordere geselschap was welcke nogal op sijn paeps waren singende en springende vragende imant uijt voorsz. geselschap off sij attestanten de voorsz. geck wel kenden … waerop sij attestanten … seijde (gelijck sij attestanten oock bevonden) dat hij een van de soonen van heer Rochus Rees was, springende eenen van Coeverden op seggende jegens haer attestanten wat Duijvel doet gijluijden hier, waerop een van haer attestanten seijde vraecht het den hospies … ende naer eenige woorden gewisselt hebbende  [is] den toegemaeckte geck alias Rees mede opgesprongen ende naer haer attestante toegedrongen hebbende een bloot mes inde hand stootende ende slaende haer attestanten met het … mes dringende haer attestanten op de stoup schrapende met het … mes in het voorhuijs ende opde straet soodanigh dat sij attestanten nauwelijcks haer geweer veel min de straet conden krijgen sonder gequetst te worden”.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 47 e.v.: op 4 febr. 1701 comp. voor notaris J. de Bets te Dordrecht, Elisabeth Ooms, weduwe van Rochus Rees, wonende te Dordrecht, die verklaart, dat zij aan haar dochters Elisabeth en Maria Rees, elk voor de helft, al geruime tijd geleden in volle eigendom heeft overgedragen twee huizen, resp. genaamd “Groot Kruijssenburgh” en “Klein Kruijssenburgh”, staande omtrent de Grote Kerk, het een strekkende van de straat, genaamd Grotekerksbuurt, af, en het ander voor van het plein van het kerkhof van de Grote Kerk af, en beide met de erven en kaden tot aan de stadshaven, inclusief alle bijbehorende pakhuizen, erven, loodsen, kaden etc., en dat alles ter voldoening van hetgeen haar dochters tegoed hadden van hun vaderlijk erfdeel en huwelijksgoed, en ter compensatie van hetgeen de andere kinderen van de comparante gekregen hebben, inhet bijzonder het pakhuis met houttuin, erf en kade, staande en gelegen op de hoek van de Schuitenmakersstraat, in de wandeling “het Cromhout” genaamd, en tot “egalisatie” van hetgeen Mattheus Rees, de zoon van de comparante zal krijgen ingevolge de akte, die daarvan is gepasseerd op 13 aug. 1699 ten overstaan van notaris C. van Aansurgh te Dordrecht. De comparante verklaart daarmee met haar dochter Elisabeth Rees en haar man Pieter van Dorsten, en haar dochter Maria Rees en haar man Johan Rees “geliquideert ende effen te zijn”. Mocht later, buiten verwachting evenwel, blijken, dat zij haar dochters hiermee niettemin te kort heeft gedaan, dan zal zij dat met hen vereffenen.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 117: op 7 mei 1680 verkoopt Elisabeth Ooms, weduwe van Rochus Rees, houtkoper en burger van Dordrecht, voor 450 gl. aan Jan Franken, burger van Dordrecht, een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van de verkoopster en dat van Willem Sacharias.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 79v e.v.: op 31 okt. 1701 verkopen Elisabeth Ooms, weduwe van Rochus Rees, Pieter van Dorsten, als man van Elisabeth Rees, en Johan Roels, als echtgenoot van Maria Rees, aan equipagemeester Govert van Wesel, veertigraad en koopman te Dordrecht, 1e voor 11.000 gl. een huis aan het kerkhof van de Grote Kerk, staande achter het huis, genaamd “de Oude Lommert”, in welk huis Gillis Rees woont, met loods, houttuin en kade, 2e voor 6000 gl. een huis, genaamd “Klein Cruissenberg”, staande aan het kerkhof van de Grote Kerk, strekkende van voren van het plein van het kerkhof tot achter aan de kade, en 3e voor 1600 gl. een huis genaamd “Groot Kruijssenberg” of “d’Oude Lombaert”, staande in de Grotekerksbuurt bij de Grote Kerk tussen ’s herenstraat en het huis van Pieter van Vianen grutter, strekkende voor van de straat tot achter aan het huis, waarin Gillis Rees woont. De drie huizen zijn “in plaats van waarborge gelevert bij willich decreet deser stad”.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Mattheus Rees, 20 juni 1653, volgt IV

b. Elisabeth Rees, weduwe van Dordrecht (1678), trouwde 1e NG Dordrecht 14 juli 1675 Adriaen de With Abrahamsz., 2e NG Dordrecht/Dubbeldam 11/25 dec. 1678 Pieter van Dorsten Adriaensz., jongman van Dordrecht (1678)

ONA Dordrecht inv. 308, f. 241: op 29 juli 1679 testeert Elisabeth Rees, de vrouw van Pieter van Dorsten, commissaris ter recherche in Dordrecht. Zij prelegateert aan haar voordochter, bij haar verwekt door haar vorige man, Adriaen de With, al haar kleren, haar “pandanten” en haar psalmboekje met gouden slot. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten kinderen benoemt zij haar voornoemde voordochter, alle eventuele kinderen, die haar huidige man nog bij haar zal verwekken, en haar huidige echtgenoot, elk in een kindsgedeelte. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen en executeurs van haar testament benoemt zij haar man en haar vader, Rochus Rees.

c. Adriaen Rees, 25 mrt. 1658, jongman van Dordrecht (1680), koopman, trouwde NG Dordrecht 29 dec. 1680 (attestatie gegeven om op de Bergsenhoek te trouwen)Magdalena van Couwenhoven, jonge dochter wonende op de Bergsenhoek (1680)

ONA Dordrecht inv. 308, f. 117: op 5 okt. 1678 verhuurt Adriaen Rees, koopman en burger van Dordrecht, voor 25 gl. per jaar aan Abraham de Both, koopman en burger van Dordrecht, een huisje op de hoek van de Schuitenmakersstraat aan de waterzijde, staande tegenover het huis van Adriaen Schaexk, koopman en burger van Dordrecht, welk huisje door de familie van de ouders van verhuurder “het Landhuijsken” werd genoemd.

ORA Dordrecht inv. 1752, f. 147v: op 18 mrt. 1717 verkoopt Johan Pelser, oud-burgemeester van Schiedam, als man van Magdelana van Kouwenhoven, eerder weduwe en erfgename van Adriaan Rees, voor 550 gl. aan Lucas van der Weijde, tuinman op “het Huis te Dubbeldam”, een grote tuin buiten de Spuipoort op de stadsgrond in het Geldeloze Pad en een orangerie of stoof met een tuin ernaast.

d. Gillis Rees, 29 dec. 1659

e. Maria Rees, 12 juni 1671, jonge dochter van Dordrecht (1692), trouwde Gerecht Dordrecht 20 april 1692 (ondertrouw; de bruidegom geassisteerd met Franciscus van Hoorick en diens vrouw [Dina Roels], de bruid met haar moeder Elisabeth Ooms, weduwe van Rochus Rees), getrouwd NG Dubbeldam 15 mei 1692Jan Roels, jongman van Vlissingen (1692)

f. Rochus, 8 nov. 1673

g. Cornelia, 14 dec. 1674

IV. Mattheus Rees, gedoopt NG Dordrecht 20 juni 1653, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1674), houtkoper, trouwde NG Dordrecht 14 okt. 1674 (ondertrouw, getrouwd in de Grote Kerk op 1 nov. 1674) Petronella Backus Jansdr, geboren ca. 1655, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1674), dochter van Jan Backus en Janneken Corstiaensdr. van Oost

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 53v e.v.: op 23 mei 1683 verkoopt Cornelis van Someren, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Mattheus Rees, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven in de Houttuinen, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan van Cappel, als man van de weduwe van Jan Dircxsz. Claer.

ONA Dordrecht inv. 243, f. 271: op 29 juli 1684 wordt Mattheus Rees, eigenaar en reder voor een achtste deel van het fluitschip “den Brouwer”, “jegenwoordich op Walvisvangst naer Groenlant”.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 61v e.v.: op 28 nov. 1693 transporteert Gijsbert Cornelisz. van Oosterwijck, marktschipper van Delft op Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Herman Oem, advocaat voor het Hof van Holland, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. Leeuwenhoeck te Delft op 9 nov. 1693, aan Mattheeus Rees, koopman te Dordrecht, een huis, houttuin en kade, staande en gelegen op de Nieuwe Haven tussen het huis van de koper en dat van de weduwe van Hendrick Wens, strekkende voor van de straat totaan het huis van voornoemde weduwe.De koopsom bedraagt 1550 gl.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 102, akte dd 27 april 1694: ontvangen van Mattheeus Rees een bedrag van 345 gl. 3 st. over de 40e penning “Duijts en Oortgens”, mitsgaders de 10e verhoging, schrijven en zegelen van de brieven “met d’insertie van qualificatie” van 2 huizen, op de Nieuwe Haven in de Houttuinen, welke hij zegt gekocht te hebben van de erfgenamen van Samuel Beijers te Rotterdam voor resp. 4300 en 2000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 93, akte dd 14 aug. 1699: ingevolge de akte, die op 13 aug. 1699 is gepasseerd ten overstaan van notaris C. van Aansurgh te Dordrecht, blijkt, dat aan Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, uit de boedel van zijn vader o.a. is toebedeeld een pakhuis en kade, “daarvoor regt doorgaande” tot op de haven, staande en gelegen tussen de Catarijnepoort en het huis van de erfgenamen van Van der Pijpen, alsmede een derde part in een pakhuis, houttuin en kade, staande op de hoek van de Schuitenmakersstraat, in de wandeling “het Cromhout” genaamd.

ORA Dordrecht inv. 1750, f. 180: op 31 mrt. 1703 verkopen Jan de Bets en Albertus van Nievelt, notarissen te Dordrecht, als curators over de insolvente boedel van Matthijs Bax, voor 600 gl. aan Mattheus Rees een pakhuis met tuin en tuinhuisje erachter, staande en gelegen op de Kalkhaven tussen de pottenbakkerij en het pakhuis van de koper, alsmede voor 910 gl. aan Mattheus Rees een pakhuis met een tuin erachter, staande en gelegen op de Kalkhaven tussen het pakhuis van Matthijs Hacke en het pakhuis van de koper.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 47 e.v.: op 5 sept. 1703 verkoopt Rochus Rees, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vader, Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Jacob de Witt, koopman te Dordrecht, een huis met houttuin en kade voor de deur, strekkende voor tot aan de haven, staande en gelegen in de Houttuinen tussen het huis van Johannes de Heer en dat van Anthonij de Vos. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1500 gl.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 42v: op 23 aug. 1709 verkopen Maria Bocardus, weduwe van mr. Jacob Commersteijn, burgemeester van Brielle, Pieter van Hoogwerff, vroedschap van Brielle, en Paulus van Brakel, procureur voor de Hoven van Holland te ‘s-Gravenhage, als executeurs-testamentair van burgemeester Commersteijn, voor 2000 gl. aan Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, twee pakhuizen met korenzolders erboven en twee wijnkelders eronder, staande en gelegen naast elkaar bij de Catharijnepoort tussen de pakhuizen van Margarita van Neurenberg en het huis van Jan Lievense, marktschipper van Dordrecht op Zierikzee.

ORA Dordrecht inv. 1752, f. 86: op 25 sept. 1714 verkoopt Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Jochem Hendricxsz., mr. schiptimmerman wonende te Dordrecht, een pakhuis en loods op de Kalkhaven, “met het regt van het beleegen der kade voor ’t … pakhuijs en lootse liggende”, staande tussen het pakhuis van Roos en de pottenbakkerij en strekkende voor van de straat tot achter tegen het huis van de verkoper.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 118: op dec. 1716 verkoopt Joachum Hendricxe, mr. schiptimmerman wonende buiten de Grote Sluispoort, voor 2350 gl. aan Pieternella Backus, weduwe van Mattheus Rees, koopvrouw te Dordrecht, een scheepstimmerwerf met huizen en loodsen, staande en gelegen buiten de Grote Sluispoort aan de Kalkhaven tussen de pottenbakkerij en het pakhuis van Roos.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 174: op 1 okt. 1722 comp. “Samuel de Moraaz geswore Clercq ter Secretarie dezer Stadt en mede notaris alhier, als speciale Last en procuratie hebbende van Juffrouw Catharina Backus wed.e en Boedelhouster van wijlen d’hr. Pieter Cloens, woonende alhier voor een derde part, Item van Juffrouw Margaretha Plukké wed.e en Boedelhoudster van wijlen de Heer Corstiaan Backus, woonagtig alhier mede voor een derde part als mede van de Heer Mattheus Rees, Coopman alhier voor een agtste in een derde parte, ende hem boven dien sterkmakende voor de Heer Willem Rees mede voor een agtste in een derde part Gelijk ook vande Heer Gillis Rees Coopman alhier voor een agtste in een derde part, en hem bovendien sterkmakende voorde Heer Willem Rees mede voor een agtste in een derde part, Item van deselve Heer Mattheus en Gillis Rees mitsgaders haar sterkmakende voor de Heer Willem Rees met hen drien in qual.t als voogden over haare minderjarige broeder de Heer Pieter Rees, ende ten dien reguarde approbatie hebbende vande Ed. Groot Agtb. Heere die van de Camere Judicieel deser Stadt volgens Appoinctemente van dato den 24e September 1722 mede voor een agtste in een derde part, mitsgaders van de Heer Cornelis Terwe, Coopman alhier als in houwelijk hebbende Juffr. Johanna Rees voor een agtste in een derde part, alsmede vande Heer Herman Vingerhoedt Coopman alhier in houwelijk hebbende Juffrouw Petronella Rees voor een agtste in een derde part. Gelijk ook van de Heer Adrianus Verster bedienaar des Goddelijke woords binnen deze Stadt, als in houwelijk hebbende Juffrouw Cornelia Rees voor een agtste in een derde part En Laastelijk van Juffrouw Elisabeth Rees meerderjaarige ongehuuwde Juffrouw woonagtig alhier mede voor een agste in een derde part; alle gezaamentlijk in qualiteijt als erfgenaamen van Juffr. Johanna van Oost wed.e wijlen de Heer Jan Backus Coopman alhier was sijnde deselve procuratie gepasseert voorden notaris Gerardt de Haan en zekere getuijgen alhier in Dordregt residerende in dato den 30e September 1722”. De comparanten verkopen voor 3320 gl. aan Adriaan ’t Hooft Cornelisz., wonende te Dordrecht, een huis en pakhuis, met verscheidene zolders erboven en een eigen kade ervoor, staande en gelegen in de Houttuinen tussen de Grote Kerkstraat en het huis van Adriaan van der Pot.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Rochus Rees, 15 jan. 1676, koopman te Dordrecht

b. Willem Rees, 12 sept. 1677

c. Mattheus Rees, 24 jan. 1680, volgt Va

d. Johanna Rees, 14 juni 1682, jonge dochter van Dordrecht (1721), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 dec. 1737 (Johanna Rees, de vrouw van Cornelis Terwe, met negen koetsen extra, de grote boete, laat geen kinderen na), trouwde Gerecht/NG 3/21 april 1721 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Jeronimus Terwe en met schriftelijk consent van zijn moeder Levina Terwe, weduwe van Lodewijk Terwe, de bruid geassisteerd haar broer Mattheus Rees) Cornelis Terwe, jongman van Dordrecht (1721)

e. Jan, 2 aug. 1685

f. Jielis (Gillis) Rees, 5 juli 1686, volgt Vb

g. Lijsbeth, 18 jan, 1688

h. Pieternella Rees, 4 sept. 1690, jonge dochter van Dordrecht (1721), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 3/21 april 1721 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Gerard Vingerhoet, de bruid met haar moeder [de weduwe van] Mattheus Rees) Herman Vingerhoet, jongman van Dordrecht (1721)

ORA Dordrecht inv. 1670, f. 167: op 21 april 1779 verkoopt Mattheus Rees Mattheeusz., oud-burgemeester van Dordrecht, die door Petronella Rees, weduwe van Herman Vingerhoet, in haar testament, dat zij heeft gepasseerd voor notaris, G. Verveer te Dordrecht op 6 juni 1769, samen met Mattheus Rees Gillisz., die inmiddels is overleden, is aangesteld tot haar executeur, voor 9150 gl. aan Elizabet Oem, weduwe van mr. Jacob Roest, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent Groothoofd, alsmede het huis ernaast, staande tussen het huis van Elizabet Philippina van Slingelandt, weduwe van mr. Johannes Dierkens en dat van de commies Driesprong.

i. Cornelia Rees. 13 okt. 1691, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1721), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4/21 sept. 1721 Adriaan Verster, jongman van ‘s-Hertogenbosch (1721), predikant te Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1650,f. 76: op 14 dec. 1723 verkoopt mr. Pieter Brandwijk van Blokland, als rentmeester van het Armen-Weeshuis te Dordrecht, voor 2388 gl. aan Cornelia Rees, de vrouw van Adrianus Verster, predikant te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot recht tegenover de Doelen, welk huis eerder eigendom is geweest van wijlen Cornelia van Slingeland, staande tussen de huizen van juffrouw Opdekamp en het huis van kapitein Bijen.

j. Catharina, 27 dec. 1692

k. Pieter Rees, 19 febr. 1698

Va. Mattheus Rees de jonge, gedoopt NG Dordrecht 24 jan. 1680, jongman van Dordrecht wonende in de Houttuinen (1711), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12/28 april 1711 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Mattheus Rees, de bruid met haar vader Gerard Vingerhoet, veertigraad van Dordrecht) Cornelia Vingerhoet, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent het Groothoofd (1711), trouwde 2e mr. Damas van Slingeland, burgemeester van Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 9: op 29 febr. 1720 verkoopt Anthonij Repelaer, als “gekwalificeerde” van Margrita van Wesell, voor 1000 gl. aan Mattheus en Gillis Rees, kooplieden te Dordrecht, een derde part in een pakhuis, houttuin en kade, staande en gelegen in de Schuitenmakersstraat, welke toebehoord hebben aan de comparants schoonvader zaliger.

ORA Dordrecht inv. 1754, f. 24v: op 3 febr. 1729 verkoopt Roeland Nolthenius, secretaris van Dordrecht, als procuratie hebbende van Samuel de Vije, luitenant in het regiment van overste Dibbits en ingenieur van de stad Maastricht, alsmede van Berbera van de Walle, diens vrouw, en van Petrus van de Walle, kinderen en erfgenamen van Theodoor van de Walle en diens vrouw Marija Hacken, voor 1000 gl. aan Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, een pakhuis, staande buiten de Sluispoort aan de Kalkhaven, vanouds genaamd “Hacken”.

ORA Dordrecht inv. 1754, f. 134: op 7 jan. 1734 verkoopt Mattheus Rees voor 2250 gl. aan Gijsbert de Leng, koopman te Dordrecht, de beterschap van een tuin, met huis en loods, staande en gelegen aan de Kalkhaven tussen het pakhuis van de verkoper en de looierij van Jacobus van Dongen.

ORA Dordrecht inv. 1756, f. 101v: op 10 mei 1759 verkopen “de Heeren Mattheus Rees, inden Oud-Raad en Rochus Rees, inden Veertigen resp: binnen dese Stad, Item de Heer Gerard de Bevere, inden Agten deser voorsz. Stad en Bailliuw en Dijkgraaff vanden Lande van Strijen als in Huwelijk hebbende Vrouwe Petronella Rees, ende laatstelijk nog den voorn: Heer Mattheus Rees als last en Procuratie hebbende vande Heer Pieter Meerman Johansz:, Oud-commissaris van het Zeerecht te Rotterdam, en van Vrouwe Johanna Rees, Egteluijden, volgens deselve Procuratie daervan sijnde gepasseert voorden Notaris Jan Theodore Friscarode en getuijgen te Rotterdam in dato den 2 Meij 1759 ons Scheepenen verthoont, zijnde de voorn: Heeren Mattheus en Rochus Rees, en Vrouwen Petronella en Johanna Rees de eenige nagelatene kinderen mitsgrs. geinstitueerde Erffgenamen van wijlen Vrouwe Cornelia Vingerhoed in Haar Ed. leve eerst wed. en Boedelhouster vande Heer Mattheus Rees inden Oud-Raad, en laast Huijsvrouw vande Heer Mr: Damas van Slingeland, Raad en Oud Burgemeester deser Stad, ende verclaerden de Heeren Comparanten in haare voorsz. qualitijt vercogt te hebben” voor 2350 gl. aan Adam Stratenus, koopman te Dordrecht, een pakhuis, genaamd “Resenburgh”, staande op de Kalkhaven buiten de Grote Sluispoort tussen het pakhuis van Jan van Eijck en de gemenelandswerf.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Mattheus Rees, 26 jan. 1713, volgt VIa

b. Gerard, 3 jan. 1715, jong overleden

c. Piternella Rees, 4 juli 1716, trouwde Gerard de Bevre, baljuw en dijkgraaf van het Land van Strijen

d. Rochus Rees, 4 mei 1718

e. Herman, 25 mei 1720, jong overleden

f. Elisabeth, 23 jan. 1722, jong overleden

g. Geertruij, 19 febr. 1723, jong overleden

h. Johanna Rees, 11 febr. 1725, trouwde Pieter Meerman Johansz., oud-commissaris van het Zeerecht te Rotterdam

Vb. Gilllis (Jielis) Rees, gedoopt NG Dordrecht 5 juli 1686, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 okt. 1759 (Gillis Rees, oud-burgemeester van de Achten, bij de Catharijnepoort, tien koetsen extra, de hoogste boete, laat kinderen na), trouwde ca. 1720 Antonia van Wesel, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 mei 1744 (Anthonia van Wesel, de vrouw van Gillis Rees, laat kinderen na, met negen koetsen extra, de grote boete)

ORA Dordrecht inv. 1659, f. 138 e.v.: op 20 juli 1751 verkoopt Rebecca Jacoba van der Voort, weduwe van mr. Johan van Neurenbergh, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 1150 gl.aan Gillis Rees, oud-burgemeester van de Achten te Dordrecht, een pakhuis, staande aan het einde van het Maartensgat aan de noordzijde tussen het pakhuis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Govert van Boven en het pakhuis van de koper.

Weeskamer Dordrecht in.v 36, f. 32: op 13 nov. 1759 extract ingeschreven uit de akte van voogdij van Gillis Rees, waarin tot voogd is aangesteld Mattheus Rees, die de voogdij aanvaardt op 30 okt. 1759.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Matheus Rees Gillisz., 19 sept. 1724, wonende te Dordrecht (1761), schepen van Dordrecht, trouwde Gerecht/NG Dordrecht/Amsterdam/Baambrugge 12/23 juni 1761 Adriana Johanna van den Santheuvel, jonge dochter van Amsterdam, wonende op de Herengracht (1761)

Trouwboek Amsterdam 12 juni 1761: akte verleend op 23 juni 1761 om te Baambrugge te trouwen: Mattheus Rees Gillisz., van Dordrecht en daar wonende, schepen te Dordrecht, ouder zijn overleden, geassisteerd met Lodewijk Mourits Brugman, en Adriana Johanna van den Santheuvel, van Amsterdam, woont op de Herengracht, met consent van haar vader, Bartholomeus van den Santheuvel, haar vader, was niet aanwezig.

ORA Dordrecht inv. 1674, f. 170: op 14 mrt. 1786 verkoopt Adriana Johanna van den Santheuvel, weduwe van Mattheus Rees Gillisz., voor 4010 gl. aan Gerrit van Hoogstraten en Zoon, kooplieden te Dordrecht, een pakhuis op de Engelenburgerkade tussen de Katharijnepoort en en het hierna volgende koetshuis en stal, een koetshuis en stal, die gebruikt worden als pakhuis, staande op de Engelenburgerkade bij de Katharijnepoort tussen het voorgaande pakhuis en het hierna volgende pakhuis, en het pakhuis, genaamd “Kromme Stein”, staande mede aldaar tussen voornoemd koetshuis en stal en het pakhuis van Pieter Besemer.

ORA Dordrecht inv. 1677, f. 145v: op 8 mei 1794 verkopen Maria Anthonia Rees, meerderjarig en ongehuwd, Ida Cornelia Rees en Hendrika Wilhelmina Clara Rees, die beiden van de Staten van Holland veniam aetatis verkregen hebben, enige kinderen en erfgenamen van Adriana Johanna van den Santheuvel, weduwe van Mattheus Rees Gillisz., die gewoond heeft en overleden is in Dordrecht, voor 9500 gl. aan Gerrit Jan baron de Hochepied, schepen van Dordrecht, wonende aldaar, een huis en plaats of open erf, alsmede een kade of erf naast het huis, staande en gelegen op de Engelenburgerkade bij de Catharijnepoort, belend door het hierna te noemen pakhuis en de Hooikade aan de ene zijde en het Maartensgat aan de andere zijde, van achteren komende tegen het huis van Adrianus du Bois, en zijnde de kade ten westen de kade van de heer Du Bois, ten oosten de “gemene straat” en van voren het huis van Cornelis Stratenus, alsmede een pakhuis met drie zolders erboven, staande naast het huis op de hoek van de Catharijnepoort naast de Hooikade.

Kinderen:

a-1. Maria Antonia Rees, gedoopt NG Dordrecht 4 mrt. 1767

a-2. Ida Cornelia Rees, gedoopt NG Dordrecht 3 febr. 1769, jonge dochter geboren te Dordrecht en wonende in de Grotekerksbuurt (1799), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 30aug./16 sept. 1799 (de bruidegom met schriftelijk consent van zijn ouders Johan Martin Collot d’Escurij en Wilhelmina Christina du Tour, de bruid is meerderjarig, haar ouders zijn overleden, de geboden gaan te Rotterdam) Hendrik Collot d’Escurij, gedoopt NG Rotterdam 12 sept. 1773, jongman geboren en wonende te Rotterdam(1799)

a-3. Henderika Willemina Clara Rees, NG Dordrecht 22 febr. 1772

b. Govert Anthonij, 11 sept. 1726

c. Gillis, 25 juli 1728

d. Govert, 2 febr. 1731

e. Clara Petronilla Rees, 26 aug. 1733, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 aug. 1754 (Clara Petronella Rees, bij de Catharijnepoort, negen koetsen extra, de hoogste boete, “de vader int leven”)

f. Cornelis Rees, 26 nov. 1734, volgt VIb

VIa. Mattheus Rees, gedoopt NG Dordrecht 26 jan.1713, jongman van Dordrecht, wonende in de Houttuinen (1743), burgemeester van Dordrecht, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 aug./17 sept. 1743 (de bruidegom geassisteerd met zijn ouders Mattheus Rees en Cornelia Vingerhoet, de bruid met haar moeder Johanna Op de Kamp, weduwe van mr. Wilhem Reepmaker, heer van Strevelshoek) Christina Reepmaker, gedoopt NG Dordrecht 22 april 1722, van Dordrecht, wonende op de Drappierskade (Wolwevershaven) (1743), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 mei 1790 (Christina Reepmaker, weduwe van Mattheus Rees, de hoogste boete, met een wapenbord en tien koetsen extra, op de Voorstraat, laat kinderen na), dochter van Willem Reepmaker en Johanna Op de Camp.

ORA Dordrecht inv. 1670, f. 80v: op 15 aug. 1778 verkoopt Hendrik Koijmans, koopman, wonende te Dordrecht, voor 7300 gl. aan Mattheus Rees een huis in de Voorstraat omtrent het stadhuis, staande tussen het huis van Hendrik van Buul en dat van Gerrit van der Kop.

ORA Dordrecht inv. 1671, f . 47: op 2 juni 1780 verkopen Mattheus Rees, oud-burgemeester van Dordrecht, en zijn vrouw Christina Reepmaker, fideï-commissionaire erfgename van Josina Kloens, echtgenote van Willem Kloens, voor 4525 gl. aan Abraham Adrianus van den Oever, notaris te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwstraat aan de landzijde, staande tussen het huis van Abraham Blussé en dat van Pieter Otterdijk, en aan Barend Plukhooij, timmermansbaas te Dordrecht, voor 1820 gl. een huis op de Groenmarkt, staande tussen de Karnemelksteiger en het huis van de zadelmaker Meijer .

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Cornelia, 31 juli 1744

b. Johanna Wilhelmina, 23 jan. 1746, jong overleden

c. Pieternella Geertruda Rees, 5 nov. 1747 ,OSP, begraven Dordrecht Grote Kerk) 31 jan. 1803 (Petronella Gertruijda Rees, ongehuwd, op de Voorstraat bij de Vismarkt, met de lijkkoets, 55 jaar, borstkwaal)

d. Adriaan Jacob, 31 aug. 1749

e. Mattheus Gillis Rees, 22 nov. 1753, jongman geboren te Dordrecht wonende in de Voorstraat bij het Stadhuis (1787), lid van de Oudraad en secretaris van Dordrecht, vrederechter, overleden Dordrecht 21 aug. 1817 (Wolwevershaven B:334 en 317),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/21 okt. 1787 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Christina Reepmaker, weduwe van Mattheus Rees) Anna Sophia van den Brandeler, weduwe wonende in de Voorstraat bij de Nieuwbrug (1787), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 31 aug. 1807 (Anna Sophia van den Brandeler, vrouw van Mattheus Gillis Rees, secretaris van Dordrecht, laat kinderen na uit het eerste en tweede huwelijk, wonende in C:1040, met de lijkkoets, koortsen), trouwde 1e Boudewijn de Roo, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 juni 1785 (mr. Boudewijn de Roo, lid van de Oudraad en veertigraad van Dordrecht, in de Voorstraat bij de Nieuwbrug, laat kinderen na, met tien koetsen extra, hoogste boete, zal een wapenbord gedragen worden)

ORA Dordrecht inv. 1749, f. 60v: op 20 nov. 1787 verkopen Susanna Herks, bejaarde ongehuwde persoon, Huibert Herks, en Pieter van Dooren, als man van Maria Herks, kinderen en erfgenamen van Catharina van Gliet, weduwe van Huibert Herks, verkopen voor 850 gl. aan Mattheus Gillis Rees, secretaris van Dordrecht, een huis aan de Spuiweg, staande even buiten Dordrecht op stadsgrond op de hoek van de brug tussen de Boerenkil en het erf, waarop voorheen de molen “de Kleine Wip” stond.

ORA Dordrecht inv. 1784, f. 50v: op 16 juni 1801 verkopen Mattheus Gillis Rees, secretaris van Dordrecht, Willen Johan Rees en Herman Pieter Rees, wonende te Dordrecht, gebroeders, voor zichzelf en tevens vervangende hun zusters, allen kinderen en erfgenamen van hun moeder Christina Reepmaker, weduwe van Mattheus Rees, voor 810 gl. aan Adriaan Meerendonk, schipper wonende te Dordrecht, een tuin met een huis erop, staande en gelegen in de Hallinglaan, nu toebehorende aan ds. Breur, even buiten de St. Jorispoort op grond van de Merwede tussen de tuin van tuinman Vogels en de tuinen van Abdorf en Papenhuizen.

ORA Dordrecht inv. 1681, f. 20v: op 11 febr. 1808 verkoopt Francois de Roo van Westmaas, schepen van Dordrecht, voor 10.000 gl. aan Mattheus Gillis Rees, secretaris van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, getekend B:334, staande tussen het huis van David du Bois en dat van J. Vermande.

ORA Dordrecht inv. 1784, f. 105: op 30 juni 1808 verkopen Francois de Roo van Westmaas, schepen van Dordrecht, Robertus Joan Castendijk, als man van Henriette Constantia de Roo, en Mattheus Gillis Rees, secretaris van Dordrecht, als voogd over zijn minderjarige zoon Mattheus Willem Rees, allen wonende te Dordrecht, enige kinderen van wijlen Anna Sophia van den Brandeler, eerder weduwe van Boudewijn de Roo, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 7400 gl. aan Petrus Diderich Backer, koopman wonende te Dordrecht, een tuin met koepel, stenen huis en twee tuinmanswoningen, staande aan de straatweg even buiten de Vriesepoort op Merwedegrond, getekend E:679 en 680, tussen de Vriesepoortsweg en Berckepad, van voren belend door het weiland van de twee eerstgenoemde verkopers en van achteren door Recourt.

ORA Dordrecht inv. 1762, f. 278: op 1 dec. 1810 verkoopt Mattheus Gillis Rees, secretaris van Dordrecht, voor 600 gl. aan Justus de Bruijn Ouboter, wonende te Dordrecht, de beterschap van een huis, staande aan de Spuiweg even buiten Dordrecht op stadsgrond op de hoek van de brug, getekend oud E:646, nieuw 571, belend door de Boerenkil aan de ene zijde en het erf, waarop voorheen de molen “de Kleine Wip” stond, thans eigendom van de koper.

Kinderen:

e-1. Mattheus, gedoopt NG Dordrecht 13 dec. 1789

e-2. Cornelia Anna Sophia, gedoopt NG Dordrecht 12 okt. 1791

f. Willem Johan Rees, gedoopt NG Dordrecht 2 febr. 1755

g. Herman Pieter Rees, 1 febr. 1757, ongehuwd, OSP, overleden Dordrecht 13 juli 1838 (Nieuwe Haven A:407)

ORA Dordrecht inv. 1680, f. 711: op 27 juli 1809 verkoopt Herman Pieter Rees, voor zichzelf en tevens vervangende de overige erfgenamen van Christina Reepmaker, weduwe van Mattheus Rees, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 7750 gl. aan Fredrik Jan Haver Droeze, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat achter het Stadhuis, getekend D:779 en D:725, staande tussen het huis van Coenraat Buttner en dat van Pleun Blom.

h. Johanna Wilhelmina, 28 nov. 1760, jonge dochter wonende in de Voorstraat bij het Stadhuis (1798), weduwe geboren te Dordrecht en wonende op de Wolwevershaven (1801), OSP, overleden Dordrecht 18 april 1832 (Wolwevershaven B:382), trouwde 1e Gerecht Dordrecht 12 jan. 1798 (aan huis, beiden meerderjarig en ouderloos) Jonas Andries Repelaer, jongman wonende op de Wolwevershaven (1798), 2e Leiden (schepenen) 22 aug. 1801/Gerecht Dordrecht 12 aug./5 sept. 1801 (ondertrouw; attestatie gegeven om in Dordrecht te trouwen,de geboden gaan te Leiden) Woltherus Knollaerdt, weduwnaar geboren te Maastricht wonende te Leiden (1801), (geboren te Zwolle [sic] ca. 1755, volgens overlijdensakte), overleden Dordrecht 4 mrt. 1834 (Wolwevershaven), zoon van Andries Johannes Knollaerdt en Adriana Hoogwerff

ORA Dordrecht inv. 1682, f. 697: op 27 juli 1809 verkoopt Woltherus Knollaardt, als man van Johanna Wilhelmina Rees, eerder weduwe van Jonas Andries Repelaer, voor 4400 gl. aan Cornelis Alblas, wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, getekend B:325 en 308, staande tussen het huis van Willem Nicolaas Kouwens en dat van de erfgenamen van Aart van der Kaa.

VIb. Cornelis Rees Gillisz., gedoopt NG Dordrecht 24 nov. 1734, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1761), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 16 april 1805 (Cornelis Rees, op de Groenmarkt, laat kinderen na, met zes koetsen extra, hoogste boete, 70 jaar oud, “besetting op de borst”), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 nov. 1761/8 dec. 1761 (aan huis, de bruid geassisteerd met haar moeder Cornelia Everwijn, weduwe van Ocker Repelaer, lid van de Oudraad en hoofdofficier van Dordrecht) Ida Cornelia Repelaer, van Dordrecht, wonende in de Grotekerskbuurt (1761), overleden Dordrecht 30 sept. 1812 (Groenmarkt A:278), dochter van Ocker Repelaer en Cornelia Everwijn

ORA Dordrecht inv. 1665, f. 161v: op 28 april 1765 verkoopt mr. Paulus Gevaerts, oud-burgemeester van Dordrecht en lid van de Oudraad, voor 14.000 gl. aan Cornelis Rees Gillisz., koopman en veertigraad te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, met een uitgang op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van oud-burgemeester Andries de Jongh en dat van Alida Hoeufft.

ORA Dordrecht inv. 1670, f. 63v: op 2 juli 1778 verkoopt Cornelis Rees, achtraad van Dordrecht, voor 8040 gl. aan Leendert de Borst, timmermansbaas te Dordrecht, een huis aan het plein van de Grote Kerk, komende aan de ene zijde achter het pakhuis “Groot Kruijssenberg” of “de Ouden Lomberd”, dat de verkoper toebehoort, en aan de andere zijde het huis van Gerrit Emaus.

ORA Dordrecht inv. 1670, f. 221: op 21 sept. 1779 verkoopt Cornelis Rees voor 1900 gl. aan Pieter Besemer, baljuw van Papendrecht, een pakhuis, genaamd “Neurenberg”, staande omtrent de Catharijnepoort aan de waterzijde tussen het pakhuis “Commerstein”, dat eigendom is van de erfgenamen van Mattheus Rees Gzn., en het huis of pakhuis van de heer Stratenus.

ORA 1673, f. 254v: op 14 sept. 1784 verkoopt mr. Nikolaas Backus, heer van Nieuw-Beijerland, schepen van Dordrecht, voor 12.300 gl. aan Cornelis Rees een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het pakhuis van de verkoper en het Wallen- of Venlostraatje, nu genaamd het Lamstraatje.

ORA Dordrecht inv. 1674, f. 77v: op 14 juni 1785 verkoopt Cornelis Rees, veertigraad van Dordrecht, voor 4000 gl. aan Pieter van Olivier, koopman te Dordrecht, pakhuis en loods, alsmede de kade die er tegenover ligt. staande in de Houttuinen tussen de Schuitenmakersstraat en het huis van de erfgenamen van Jacobus Hoevenaar.

ORA Dordrecht inv. 1675, f. 235: op 6 nov. 1788 verkoopt Cornelis Rees, oud-veertigraad van Dordrecht, voor 14.000 gl. aan Adrianus Johannes van Tets, baljuw van de baronie en heerlijkheid de Merwede, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het Lamstraatje en het huis van mr. Nicolaas Backus.

ORA Dordrecht inv. 1679, f. 42: op 29 mei 1800 verkoopt Elizabeth Kolmsberg, weduwe van Jan Palm, wonende Dordrecht, voor 1250 gl. aan Cornelis Rees, wonende te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt aan de havenzijde, getekend A:80, staande tussen het huis van de weduwe Pieter Maaskant en dat van de broodbakker Pieter Markus.

ORA Dordrecht inv. 1679, f. 414v: op 22 dec. 1803 verkopen ” Mr: Johan Repelaer en Paulus Repelaer Heer van Spijkenisse als gelast en gemagtigd van hunnen vader de heer Mr. Hugo Repelaer, bovengemeld Heer Mr. Paulus Repelaer van Spijkenisse als in Huwelijk hebbende Vrouwe Cornelia Arnoudina Repelaer en vervangende Jonkvrouwe Maria Repelaer, Kinderen van wijlen den Heer Pieter Pompejus Repelaer, nog beide bovengenoemde heeren Mrs. Johan Repelaer en Paulus Repelaer van Spijkenisse als met en benevens de Heeren Mrs. Hugo Repelaer, en Ocker Repelaer, Executeurs van den Testamente en de Nalatenschap van Jonkvrouwe Maria Repelaer, en als alzoo volgens acte van 30e September 1803, voor François de Bas Wz Notaris in s’Hage en twee getuigen verleden, gemagtigd van hunnen mede Executeuren gemelde Heeren Mrs. Hugo Repelaer en Ocker Repelaer, eindelijk nog beide meergemelde Heeren Mrs. Johan Repelaer en Paulus Repelaer van Spijkenisse, als gelast en gemagtigd van vrouwe Arnoudina Repelaer wed:e van den Heer Cornelis Arnoud van Brakel, en de Heer Cornelis Rees als in huwelijk hebbende vrouwe Ida Cornelia Repelaer, gemelde Heeren Comparanten bovendien instaande en zich sterkmakende voor bovengenoemde afwezige geinteresseerdens alzo te samen uitmakende de Kinderen, Erfgenamen en Representanten, van wijlen Vrouwe Cornelia Everwijn, in leven weduwe van den Heer Ocker Repelaer”, voor 17.400 gl. aan mr. Hugo Gevers, wonende te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, getekend A:195, staande tussen het huis van de weduwe van dr. Van Wageningen en het hierna volgende koetshuis, een koetshuis, staande tussen het voornoemde huis en het volgende huis, een huis, getekend A: 193, staande tussen het voornoemde koetshuis en het huis, dat bewoond wordt door de timmerman Bouwe, en een paardenstal, staande tegenover het eerst genoemde huis, getekend A:60, staande tussen het huis van Jesaias van Benthem en dat van [NN] Immerzeel.

ORA Dordrecht inv. 1680, f. 390v: op 3 mrt. 1807 verkoopt Ida Cornelia Repelaer, weduwe van Cornelis Rees, voor 1550 gl. aan Elbertus van Eem, wonende te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt aan de havenzijde, getekend A:80, staande tussen het huis van Pieter Markus en dat van de erfgenamen van [NN] Lugten.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Gillis, 24 sept. 1762, jong overleden

b. Cornelia Rees, 5 april 1765, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende op de Groenmarkt (1784), begraven Dordrecht 23 april 1788, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 18 juni/5 juli 1784 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Arnoldus Adrianus van Tets, heer van beide de Goudrianen en Langerak bezuiden de Lek, lid van de Oudraad en hoofdofficier van Dordrecht, de bruid met haar vader Cornelis Rees, achtraad van Dordrecht) Adriaan Johannes van Tets, geboren Batavia 23 nov. 1764, jongman geboren te Batavia wonende in de Voorstraat bij de Nieuwbrug (1784), overleden Dordrecht 29 jan. 1792, zoon van Arnoldus Adrianus van Tets en Dirkje Aletta Haksteen

Portret Cornelia Rees, door Abraham van Strij

Portret van Adriaan Johannes van Tets, door Abraham van Strij (1785)

Kinderen:

b-1. Dirk Arnold Willem van Tets van Goudriaan, gedoopt NG Dordrecht 16 sept. 1785

b-2. Cornelis Ocker Tets van Goudriaan, gedoopt NG Dordrecht 28 dec. 1786

b-3. Lambert Pieter Catharinus Tets van Goudriaan, gedoopt NG Dordrecht 25 april 1788

c. Gillis Rees, 16 nov. 1766, ongehuwd begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 aug. 1800 (Gillis Rees, ongehuwd, op de Groenmarkt, de ouders leven, met zes koetsen extra, 33 jaar oud)

d. Elisabeth, 17 juni 1770

e. Ocker Rees, 1 febr. 1772, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 nov. 1775 (Ocker Rees, het kind van Cornelis Rees, op de Groenmarkt, beide ouders leven, stil begraven, 3 jaar en 10 maanden oud)

f. Antonia Christina, 2 okt. 1774