Van der Koog

NB: Een meer uitgebreide genealogie Van der Koog is gepubliceerd in Gens Nostra (62) 2007, p. 621 e.v.

I. Jacob Pietersz. (Vechter), overleden vóór 9 mrt. 1643, trouwde naar schatting ca. 1615 Neeltgen Jansdr., geboren naar schatting ca. 1597, overleden tussen 10 febr. 1677 en 27 april 1684

ORA Dordrecht inv. 778, f. 42: op 14 juni 1651 verkoopt Neeltgen Jansdr., weduwe van Jacob Pietersz. Vechter molenaar, geassisteerd met haar zoons Vechter en Cornelis Jacobsz., aan Rochus en Evert van Wesel, houtkopers te Dordrecht, een zaagmolen buiten de Sluispoort, de grootste van de twee molens, en stelt tot waarborg een huis, staandeomtrent die zaagmolen. Rochus van Wesel, voor zichzelf en tevens vervangende Evert van Wesel, verklaart schuldig te zijn aan verkoopster een bedrag van 1000 gl.

ONA Dordrecht inv. 115, f. 65 e.v.: op 2 maart 1654 compareerde voor notaris J. Reijns Geertruij van den Hatert, weduwe van Gillis Jansz. van der Hulck en Maerten Gillisz. van der Pijpen, beiden wonende te Dordrecht. Zij verkopen aan Neeltgen Jansdr., weduwe van Jacob Pietersz., wonende buiten de stad Dordrecht in het Wilgenbos, een windwipvolmolen, staande buiten de stad aan de Noordendijk, met een huis en toebehoren, zowel gereedschap, hout- en ijzerwerk, als alle “volaerdeturff” en het schuitje, dat bij de molen hoort, voor 4000 gl., waarvan 1000 gl. contant en de rest af te lossen met jaarlijkse termijnen van 1000 gl. Borgen: Vechter Jacobsz., Cornelis Jacobsz. en Jan Jacobsz.

J. Zondervan-van Heck en C.J.P. Grol, Buyten de Sluyspoort op Merwedegrond buytendyks. Een onderzoek naar het gebied Noordendijk/Lijnbaan. Jaarboek Vereniging Oud-Dordrecht 2001 (Dordrecht 2002), p. 85-86: “[Neeltgen Jansdr.] beheerde met haar zoons Willem, Vecht[e]r, Cornelis en Jan Jacobsz. deze volmolen [genaamd “het Varken”]. Zij maakte in 1677 ten overstaan van notaris Arent van Neten haar testament. Ze gaf “het Varken” voor twaalf jaar in gebruik aan haar zoon Willem Jacobsz. en haar kleinzoon Staes Dirxsz., zoon van haar overleden dochter CrijntgeJacobsdr.

Kinderen van Jacob Pietersz. en Neeltgen Jansdr. (volgorde onzeker):

a. Vechter Jacobsz., geboren naar schatting ca. 1618, jongman van Zaandam (1638),gedoopt NG Dubbeldam (op belijdenis) 9 mei 1638, begraven Dordrecht (Grote Kerk), 29 nov. 1670 (een baar voor Vechter Jacobsz. een molenaar bij de Gebrande Buurt [stadsdeel van Dordrecht, omgeving Prinsenstraat]), trouwde NG Dubbeldam 11 april/16 mei 1638 (beiden wonende in de Zuidpolder omtrent de volmolen)Marijken Dircksdr., jonge dochter van Dubbeldam (1638)

ONA Dordrecht inv. 310A, f. 149e.v.: op 10 nov. 1684 compareerden voor notaris G. Waltherij Jan Laurisz. Muijsse, wonende op De Koogh in de banne van Westsanen, Jan Willemsz. Schoorsteen, wonende te “Sardam” [Zaandam] en Leendert Willemsz. Schermer wonende in “den gebiede van Rijswijk”. Zij verklaren besloten te hebben, dat de kinderen van Vechter Jacobsz. in eigendom zullen behouden een huis en erf, staande en gelegen bij het Papegat buiten de Sluispoort van Dordrecht, welk huis door voornoemde kinderen wordt bewoond. Voor de eigendom daarvan en voor de onbetaalde en verlopen huishuur zullen de kinderen aan Maarten van Hutte een bedrag van 825 gl. betalen, ter voldoening van diens “pretensiën” wegens geleende penningen en anderszins, hem competerende ten laste van Neel Jansdr., waaruit hij zal moeten betalen de “vacatiën, mitsgaders reijs ende teerkosten”, gemaakt door de arbiters en comparanten in deze. Voorts zijn comparanten overeengekomen, dat de kinderen van Krijntie Jacobsdr. voor de aanspraken, die zij op de boedel van Neel Jansdr. hebben, zullenkrijgen, “boven de kostgelden voor dezelve betaelt als penningen bij haar ontfangen”, een somma van 500 gl.

Kinderen van Vechter Jacobsz. en Marijcken Dircksdr. (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a-1. Ida, 1 sept. 1641

a-2. Jacob, 30 aug. 1643

a-3. Dirck, 11 jan. 1647

a-4. Trijntgen, 18 april 1650

a-5. Pieter, 29 mei 1651

b. Willem Jacobsz. (van der Koogh), volgt II

c. Cornelis Jacobsz., geboren naar schatting ca. 1620, gedoopt NG Dubbeldam (op belijdenis) 9 mei 1638, overleden in of na 1654

d. Jan Jacobsz.

e. Crijntie Jacobsdr., geboren naar schatting ca. 1625, trouwde 1656 Dirk Staasz. Roest

Uit dit huwelijk:

e-1. Staes Dirksz.

e-2. Zewij Dirksdr.

f. Trijntgen Jacobsdr., gedoopt NG Dordrecht 9 maart 1643 (moeder is weduwe)

g. Aeltgen Jacobsdr., gedoopt NG Dordrecht 9 maart 1643 (moeder is weduwe), jonge dochter van Dordrecht en daar wonende(1660),trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, vermoedelijk Doopsgezind) 4/23 maart 1660 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Hans Jansz. Hutten en de bruid met haar schoonzuster Mariken Dircken, vrouw van Vechter Jacobsz)Maerten Jansz. Hutten, jongmangeboren teDordrecht en daar wonende, molenmaker (1660)

II. Willem Jacobsz. (van der Koogh), geboren naar schatting ca. 1620, vermoedelijk te Zaandam, jongman van “Saerdam” wonende aan de Noordendijk (1656),molenaar (1656),volder(1680), volmolenaar op de molen “het Varken” aan de Noordendijk te Dordrecht, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 6 sept. 1684 (Willem Jacobsz. volder aan de Noordendijk),trouwde NG Dordrecht/Groote Lindt 9 april/14 mei 1656 Teuntge Hendriksdr. Vernes, geboren naar schatting ca. 1630,jonge dochter van Moordrecht wonende aan de steenplaats (1656), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 5 sept. 1708 (Teuntie Hendricks buiten de Sluispoort)(Zie ook de genealogie Vernes in Gens Nostra 2007 (62), p. 609 e.v.)

DTB Dordrecht nr. 78 (Kerkboek van de Doopsgezinde gemeente): “1680: Willem Jacobsz. volder is hier op den 17 juli 1680 affgesondert en wort geen broeder meer bij de gemeinte erkent omdat hij hem verliep in den dranck en sijn onbehoorlijck leven.”

Kinderen van Willem Jacobsz. en Teuntge Hendriksdr. Vernes (allen NG gedoopt te Dordrecht, behalve Crijntje):

a. Pieter, 28 april 1656

b. Hendrijck, 25 nov. 1657

c. Jacob Willemsz. van der Koogh, 6 aug. 1661, volgt III

d. Marijntge Willemsdr. 6 aug. 1661

Marijntje Willemsdr., wonende aan de Noordendijk ontvangt op 21 sept. 1687 van de NG gemeente te Dordrecht een attestatie voor Zuidland (NG trouwboek Dordrecht)

e. Pleuntge Willemsdr. van der Koogh, 20 mei 1665, overleden na 24 juni 1703

f. Aeltje Willemsdr. van der Koog, 15 mei 1667, begraven Dordrecht 12 juli 1725, trouwde Dordrecht 18 sept. 1689 Paulus Cornelisz. Tol

g. Cornelis, 30 juli 1670

h. Crijntie (Quirijntje, Catharijna) Willemsdr. van der Koogh, gedoopt NG Dubbeldam 10 juni 1674, overleden Dubbeldam nov. 1736, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 24 juni/8 juli 1703 (bruidegom geassisteerd met zijn moeder, de bruid met haar zuster Pleuntie Willemsdr. van der Koogh) Claes (Nikolaas)Maertensz. Broeksmith, gedoopt NG Dordrecht 26 okt. 1676, zaagmolenaar (1719, 1736), zoon van Maerten Claesz. Broeksmit en Neeltje Melsdr. van der Spa (van der Spade)

ONA Dordrecht inv. 831, akte 59, f. 194 e.v.: op 3 aug. 1719 compareren voor notaris G. de Haan Nikolaas Maartensz. Broeksmith, molenaar op de zaagmolen van Jan van Wageningen en Quijrijntje Willemsdr., echtelieden wonende bij voornoemde molen omtrent de steenplaats buiten Dordrecht, hij ziek en zij gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk 2 gl. 10 st. uit te reiken. Hij tekent met zijn naam, zij zet een kruisje.

ONA Dordrecht inv. 1008, akte 20: op 2 febr. 1733 compareren voor notaris P. de Ruijter Herbert Ruts, koopman wonende even buiten Dordrecht onder de jurisdictie van De Mijl, enerzijds en Maarten Broeksmit, zaagmolenaar wonende mede aldaar, anderszijds. Zij verklaren overeengekomen te zijn, dat de tweede comparant voor twintig achtereenvolgende jaren, ingaande 1 febr. 1733 molenaar zal zijn op de zaagmolen van de eerste comparant, op voorwaarde, dat hij voor eigen rekening goede en bekwame knechts in dienst zal nemen, waarvoor hij zal genieten de helft van de winst, alsmede de inwoning van het bijbehorende huis en na verloop van tien jaar een bedrag van 200 gl.

Weeskamer Dubbeldam inv. 1, f. 10v en 11: nov. 1736 [zonder dagnummer]: Nikolaas Maartensz. Broeksmit, zaagmolenaar, weduwnaar van Quijrijntje Willemsdr., overleden in nov. 1736 onder de jurisdictie van Dubbeldam, verklaart de voogdij over hun minderjarige dochter te aanvaarden.

Uit dit huwelijk (allen NG gedoopt te Dordrecht):

h-1.Maarten Broeksmit, 2 jan. 1704

h-2. Teuntje, 3 jan. 1706, vermoedelijk jong overleden

h.3. Neeltje, 27 okt. 1707, vermoedelijk jong overleden

h-4. Willem Broeksmit, 24 dec. 1708, trouwde Maggeltje van Groenwegen

– 22 febr. 1740: testeren Willem Broeksmit en Maggeltie van Groenwegen. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd, die gehouden zal zijn aan hun kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk een bedrag van 25 gl. uit te keren. Als de testateur als eerste en kinderloos overlijdt, legateert hij aan zijn broer en zusters Maerten, Melsje [sic], en Teuntje Broeksmit al zijn wollen kleren. Als testatrice als eerste en kinderloos overlijdt, legateert zij aan haar halfbroer Arij van den Berg en haar zusters Cornelia en Everdijntie van Groenewegen al haar wollen kleren. Hij tekent, zij zet een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 1013, akte 22)

h-5. Mels Broeksmit, 15 juni 1711

h-6. Antonia Broeksmit, 29 nov. 1714

III. Jacob Willemsz. van der Koogh, 6 aug. 1661, jongman van Dordrecht wonende aan de Noordendijk (1684),volmolenaar op de volmolen “het Varken” aan de Noordendijk te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 30 okt. 1684 Maertje Jacobsdr.van der Meulen, jonge dochter van Spijkenisse en daar wonende (1684)

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 58v: op 9 nov. 1709 verkoopt Jan Bootsman, houtwerker te Dordrecht, voor 500 gl. aan Marija Jacobsdr. Vermeulen, weduwe van Jacob Willemsz. van der Koog, een huis in de Heer Heijmansuijsstraat, staande tussen het huis van Gillis Herweijer en dat van Adriaen de Vos.

Kind:

a. Willem, gedoopt NG Dordrecht 1 febr. 1686, volgt IV

IV. Willem Jacobsz.van der Koogh, gedoopt NG Dordrecht 1 febr, 1686, eigenaar van de volmolen “het Varken” en de zaagmolen “de Nachtegaal” aan de Noordendijk te Dordrecht (Zondervan-van Heck en Grol, o.c., p. 86), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 27 okt. 1709 Jacomina van Duijnen, gedoopt NG Dordrecht 8 jan. 1690, dochter van Huijbert Gerritsz. van Duijnen, watermolenaar, eigenaar van de paltrokzaagmolen “de Duinen” (Zondervan-van Heck en Grol, o.c., p. 88)en Anna Rijnders

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 45: op 17 juli 1727 verkoopt Willem van der Koog, volmolenaar wonende op de Noordendijk, voor 300 gl. aan Arij Hoevenaar, schoolmeester te Dordrecht, een huis in de Heer Heijmanssuijsstraat, staande tussen het huis van Cornelis Hackers en dat van Frans van Nollen.

Kinderen:

a. Jacobus van der Koogh, gedoopt NG Dordrecht 23 aug. 1710, volgt Va

b. Abraham van der Koogh, gedoopt NG Dordrecht 29 okt. 1723, volgt Vb

Va. Jacobus van der Koogh, gedoopt NG Dordrecht 23 aug. 1710, begraven Dordrecht 5 febr. 1793, trouwde 13 dec. 1733 Margareta Kleijn

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Willem, 6 mrt. 1734

b. Hendrik van der Koog, 13 juli 1735, overleden Dordrecht 7 april 1808, trouwde 6 dec. 1761 Catharina van Driel

ORA Dordrecht inv. 1784, f. 4: op mei 1791 verkopen Hendrik van der Koogh, wonende te Dordrecht, en Gerrit van der Koogh, wonende even buiten Dordrecht, voor 3200 gl. aan Willem van der Koogh, koopman in houtwaren, wonende aan de Nieuwe Noordpoort [bij de Noordersluisbrug], “Een Palsrok zaagmolen, Huizinge, Lootzen, werf, Erven, en ’t water aar aan gehorende tot houtbergenis, zo in en in dier voegen als de verkopers die hebben gepossideert, met alle regt en geregtigheden van dien, staande ende gelegen aan den Noordendijk eve buiten Dordrecht onder de Merwede, de molen op het quohier der Verponding bekent No. 31 en huis No. 32 met alle de losse gereedschappen”.

De Noorderpoort in 1783 (Foto: RA Dordrecht)

c. Jacobus, 2 juni 1737

d. Jacomina, 27 sept. 1738

e. Maria, 29 okt. 1740

f. Anna, 2 mei 1744

g. Martinus, 6 juni 1745

h. Gerrard, 2 dec. 1746

Vb. Abraham van der Koogh, gedoopt NG Dordrecht 29 okt. 1723, steenhouwer, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5 juni 1752 Johanna Scholting

ORA Dordrecht inv. 1662, f. 210v: op 18 dec. 1759 verkopen Anthony Bax en Jan van der Star, notarissen te Dordrecht, als “sequesters” van de boedel van Arnolus ’t Hooft, die is in Dordrecht is overleden, voor 770 gl. aan Abraham van der Koogh, mr. steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis met houttuin en kade, staande en gelegen in de Houttuinen tussen de Schuitenmakersstraat en het huis van Adriaan de Leeuw.

ORA Dordrecht inv. 1666, f. 29v: op 11 april 1769 verkoopt Maria van Gilst, weduwe van Ewout Bosvelt, voor 1270 gl. aan Abraham van der Koogh, steenhouwer te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van Jan Verhoeven en dat van de zilversmid Giltaij.

ORA Dordrecht inv. 1666, f. 100v: op 1 mei 1770 verkoopt Anna van Loon, bejaarde ongehuwde persoon, voor 170 gl. aan Jacobus van der Koog, zaagmolenaar op stadsgrond, een huis in de Augustijnenkamp, staande tussen de brug en het huis van de koper.

ORA Dordrecht inv. 1666, f. 259: op 25 juli 1771 verkopen Cornelis van der Kuijp, Thomas Geerkens, weduwnaar en erfgenaam van Catharina van der Kuijp, wonende te Dordrecht, en Jan den Hartog, als man van Elizabet van der Kuijp, wonende te Rotterdam, voor 230 gl. aan Abraham van der Koogh, steenhouwer te Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Willem Bendo en dat van Abraham van der Lis.

ORA Dordrecht inv. 1667, f. 38: op 7 april 1772 verkoopt Hendrik Hartman, wonende even buiten Dordrecht, voor 150 gl. aan Abraham van der Koogh, steenhouwersbaas te Dordrecht, een huis in de Schuitenmakerstraat, staande tussen het pakhuis van Cornelis Melchior van Nievervaart en het huis van de verkoper.

Kinderen:

a. Willem van der Koog, gedoopt NG Dordrecht 19 febr. 1753, volgt VI.

b. Aletta Adamina, gedoopt NG Dordrecht 31 juli 1754

c. Hendrik, gedoopt NG Dordrecht 16 febr. 1759

d. Abraham van der Koog, gedoopt NG Dordrecht 6 mrt. 1761

VI. Willem van der Koogh, gedoopt NG Dordrecht 19 febr. 1753, mede-oprichter van het “Teekengenootschap Pictura” te Dordrecht (1774), overleden Dordrecht 23 mei 1824 (St.Jorispoortsweg C:235), begraven Dordrecht 29 mei 1824 (Augustijnenkerk, graf 11),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 24 jan. 1778Elisabeth van Strij, gedoopt NG Dordrecht 7 mrt. 1750, dochter van Leendert van Stri j(en) en Catharina Smak

ORA Dordrecht inv. 1757, f. 139: op 2 mei 1775 verkoopt Huijbert van der Koog, houtkoper wonende even buiten Dordrecht, voor 2000 gl. aan Willem van der Koog, minderjarige ongehuwde persoon, geassisteerd met zijn vader Abraham van der Koog, een huis en loodsen, staande in het Korte Kromhout buiten de St. Jorispoort op stadsgrond tussen de afgang van de Noordendijk en het erf van Fredrik den Bunnik.

ORA Dordrecht inv. 1784, f. 71v: op 2 febr. 1804 verkoopt Willem van der Koog, burger van Dordrecht, aan Arnoldus Montfoort, houtkoper te Dordrecht, “Een Houtzaagmolen genaamd de Goutvink met de daar bij behorende nieuwe Huizinge, Erven, Lootsen en verder getimmerte, staande en gelegen even buiten de Noordpoort der Stad Dordrecht, in de Lijnbaan, onder de Merwede, aan de zijde van de Rivier, en dat met het Balkgat en wateren daar aan gehorende”.