De Visser

Met dank aan de heer Herbert de Visser, die zo vriendelijk was mij enkele aanvullingen en correcties toe te zenden.

I. Jan NN

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jan Jansz. de Visser, mogelijk geboren Zwaluwe (NB), naar schatting ca. 1650, varend gezel, j.m. van de Zwaluwe wonende buiten de Vuilpoort (1677), overleden Dordrecht 1740, trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 28 febr./21 mrt. Geertruij Aertsdr. Vaeck, j.d. van Dordrecht wonende buiten de Vuilpoort (1677)

– 3 jan. 1715: testament van Jan de Visser en Geertruijd Aertsdr. Vaeck, echtelieden wonende te Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot universeel erfgenaam. Na het overlijden van de langstlevende moet diens nalatenschap verdeeld worden in twee gelijke delen, waarvan het ene deel toekomen zal aan de kinderen en nakomelingen van testateurs broer Nicolaes de Visser en zijn zuster Neeltje de Visser en de wederhelft aan de kinderen en nakomelingen van testatrices broer Engel Aertsz. Vaeck. Zij benoemen tot voogden Jan Nicolaesz. de Visser en Abraham van Cappel. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 745, f. 5 e.v.)

– 6 juni 1715: overeenkomst tussen Anthonij van Asperen, koopman te Dordrecht en Jan de Visser, oud deken van het Grootschippersgilde te Dordrecht, wonende in het huis vanouds genaamd “den Hulck”, staande aan de Vuilpoort in de Prinsenstraat. De overeenkomst betreft het vernieuwen door Van Asperen van een muur “aende sijde van’t huijs vande voorn. Jan de Visser, welcke muur gemeen is aande voorsz. twee huijsen van haer beijde comparanten”. De Visser tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 746, akte 99, f. 449 e.v.)

b. Claes Jansz. Visser, volgt II

c. Neeltie Jansdr., overleden na 3 jan. 1715 (ONA Dordrecht inv. 745, f. 5 e.v.,akte dd 3 jan. 1715)

II. Claes Jansz. Visser, mogelijk geboren in Zwaluwe (NB), naar schatting ca. 1640, jongman van de Zwaluwe en daar wonende (1668),schipper, marktschipper van Dordrecht op Heusden, overleden na 3 jan. 1715,trouwde NG Dordrecht/Grote Lindt 29 april/13 mei 1668 (proclamatie op de Zwaluwe,bescheid gegeven om op Dubbeldam te trouwen, getrouwd in Groote Lindt 13 mei 1668) Stijntgen (Kristina) Pleunen (Smits), gedoopt NG Dordrecht april 1631,jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vuilpoort (1652), weduwe wonende buiten de Vuilpoort (1668), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 dec. 1675 (een baar buiten de Vuilpoort in de Wildeman voor de vrouw van Claes de Visser, een pondgraf), dochter van Pleun Ariensz. en Grietgen Hendrix,trouwde 1e NG Dordrecht 28 juli/11 aug. 1652 Bartholomeus (Bartel)Pietersz. de Ridder (alias Condé), waterschipper, weduwnaar van Dordrecht wonende in Ruitenstraat (1652)

– 16 febr. 1675: compareert Claes Jansz. Visser, schipper, echtgenoot van Stijntgen Pleunen. Hij benoemt zijn vrouw tot universeel erfgenaam, op voorwaarde, dat zij hun kinderen zal onderhouden en opvoeden tot hun mondigheid of eerder huwelijk en hun dan “onder hen allen” een somma van 200 gl. zal uitreiken. Hij benoemt zijn vrouw tot voogdes. Akte door Visser ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 366, geen folionrs.)

– 16 febr. 1675: Stijntgen Pleunen, echtgenote van Claes Jansz. Visser, schipper en burger van Dordrecht, benoemt tot voogd over haar kinderen, die bij haar zijn verwekt door haar eerste man zaliger, Bartholomeus Pietersz., naast Pieter Herbertsz., haar neef Pieter van Eck, en tot voogd over haar kinderen, verwekt bij haar tweede man, Claes Jansz. Visser zelf, zonder dat Pieter Herbertsz. en Pieter van Eck zich zullen mogen bemoeien met de voogdij van laatstgenoemde kinderen. Zij tekent met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 366, geen folionrs.)

– 22 juli 1675: compareren voor notaris G. Waltherij te Dordrecht Cornelis Oubutter, oud-deken en kapitein Huijbert den Baes, Achtman van het Schippersgilde. Zij verklaren op verzoek van Cornelis Pompe van Meerdervoort, heer van Hendrik-Ido-Ambacht en schout van Dordrecht, rekwirant uit hoofde van zijn ambt, dat zij op 20 juli 1675 geweest zijn in het gildehuis van het Grootschippersgilde, toen twee nieuwe gildebroeders werden aangenomen en dat omstreeks 10 uur ’s avonds “verscheijde iniuriente woorden tegens den voorn. Oubutter sijn gebruijkt bij eenen Engel Evertse [van Tiel] wonende buijten de Sluijspoort doenmaels als vooren is geallegeert, in het voorn. gilde ontfangen, dat ook den voorn. Engel Evertse jegens hem Oubutter seijde, dat hij daer quam op schuijm lopen, sulke ende diergelijkcke iniuriën meer gebruijkende, waertegens door hem eerste getuijge wederom geantwoort sijnde dat hij sulx niet gewoon en was, ende dat hij soo wel sijn gelach konde betalen, als de beste, dat eenen Engel Aerts [Vaeck], sijnde deken van het voorn. gilde, hem eerste getuijge daer over in boete besloech ende waernaer verdere ontlusten sijnde ontstaen tusschen den voornoemde Engel Aertsse, ende hem eerste getuijge, dat deselve daerop immediatelijk hantsgemeen sijn geworden, ende wederom van den andren gescheijden ofte affgeraakt zijnde dat Jan Lamberts mede deken en Claes Jansse Visser gildebroeder, van den beginne af in het voorn. geselschap mede geweest sijnde, haer messen hebben uijtgetogen, ende daermede getuijgen meenigvuldige reijsen gesneden …” (ONA Dordrecht inv. f. 208 e.v.)

– 10 dec. 1675: Claes Jansz. Visser, marktschipper van Dordrecht op Heusden, weduwnaar van wijlen [naam niet vermeld], benoemt zijn kinderen tot universeel erfgenaam. Als hij echter kinderloos komt te overlijden, zullen zijn na te laten goederen “devolveren” op zijn broer en zuster, Jan Jansz. Visser en Neeltie Jansdr., of bij vooroverlijden hun kinderen en verdere nakomelingen, in “stirpes” [staken] en niet in “capita” [per hoofd], op voorwaarde, dat Jan Visser of zijn kinderen vooraf uit zijn nalatenschap een bedrag van 400 gl. zullen ontvangen. Hij benoemt tot voogden Gijsbert Jansz. Hogerwerff, koopman te Dordrecht en lid van de Veertigen van Dordrecht en Job Cornelisz. Visser, wonende op de Moerdijk. Akte door testateur ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 366, geen folionrs.)

– 17 dec. 1675: Pieter van Eck, Arijen Pleunen, Hendrick Pleunen en Gerrit Pleunen, allen burgers van Dordrecht, verklaren, dat Stijntgen Pleunen, in haar leven laatst [echtgenote] van Claes Jansz. Visser, Pieter van Eck heeft aangesteld tot voogd over haar vier voorkinderen en haar man tot voogd over haar twee nakinderen, door hem bij haar verwekt, met seclusie van de weesmeesters van Dordrecht, “hebbende voorts mondelinge begeert dat eenige van de voorsz. haer broeders mede voochden over de voorkinderen zoude wesen”. Zij verzoeken het stadsbestuur van Dordrecht hun het “benefitium jus deliberandi” te verlenen en toe te staan, dat zij middelerwijl de boedel “redden”. (ORA Dordrecht inv. 70, geen folionrs)

– 25 okt. 1679: Claes Jansz. Visser , schipper en burger van Dordrecht, verklaart tot voogden over zijn kinderen gesteld te hebben zijn broer Jan Jansz. Visser en Job Cornelisz. Visser, wonende op de Moerdijk. (ONA Dordrecht inv. 370, geen folionrs.)

Kinderen:

a. Annetjen, gedoopt NG Dordrecht 20 april 1671

b. Jan Claesz. de Visser, gedoopt NG Dordrecht 25 sept. 1673, volgt III

III. Jan Claesz. de Visser, gedoopt NG Dordrecht 25 sept. 1673,jongman van Dordrecht (1697), weduwnaar van Dordrecht wonende op het Slikveld (1705, 1720),schipper, deken van het Grootschippersgilde te Dordrecht, overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 30 juni 1750 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 juni 1750 (Jan de Visser in de Suikerstraat, laat kinderen na, met “ordinaire” koetsen),trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 27 jan. 1697 (ondertrouw, volgens attesstatie van ondertrouw van Philippine, in margine: “dese persoonen moeten heden den 3e febr. haer 2e en 3e geboden hebben door ordre van d’heer Burgermeester”) Helena Sijmonsdr. Calis (Cales, Calus), jonge dochter wonende tePhilippine, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 aug. 1705 (Lena van Kalis, huisvrouw van Jan de Visser schipper, woont op het Slikveld), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht20 dec. 1705/17 jan. 1706 (attestatie te vertonen, de bruid geassisteerd met haar tante Janneke van der Spaa)Jannetje Willemsdr. (Croonenburg), jonge dochter van Klundert (1705), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 dec. 1715 (Jannige Cronenburch, huisvrouw van De Visser [sic] schipper, op het Slikveld),trouwde 3e Gerecht/NG Dordrecht 28 jan./11 febr.1720 Maria Schippers, gedoopt NG Dordrecht 10 okt. 1674,van Dordrecht, wonende bij de Blauwpoort (1720), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 jan. 1732 (Marija Schippers, huisvrouw van Jan de Visser, bij de Vuilpoort, laat 1 kind na, met de “ordinare” koetsen),trouwde 1e Dordrecht 20 april/4 mei 1704Joghem Buerkis (Buurkens, Bierkens), weduwnaar van Lunenburg, wonendeop de Varkenmarkt (1704),begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 mei 1719. Maria was eendochter van Huijbert Fransz. Schippers en Catharina Maertens (Waelpot).

– 19 juli 1704: notaris C. van Aansurg te Dordrecht maakt een inventaris van de boedel, nagelaten door Jenneken Schippers, huisvrouw van Cornelis van Ringelenburg, op verzoek van Katarijna Maertensdr., weduwe van Huijbert Fransz. Schippers, moeder van de overledene en ten overstaan van Maria Schippers en haar man Joachim Buurkens. (ONA Dordrecht inv. 708, akte 121)

– 26 aug. 1705: Jan Claesz. Visscher, schipper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan Ouboter, schipper te Dordrecht, een smalschip met alle toebehoren voor een somma van 1050 gl., waarvan 600 gl. contant en de resterende 450 gl. af te lossen met jaarlijkse termijnen van 150 gl. (ONA Dordrecht inv 408, akte 72)

– 1 febr. 1714: Adriaen de Leeuw, schout van Vrijhoeven Cappel, verkoopt voor 660 gl. aan Jochem Buurkens, wonende te Dordrecht, een huis omtrent de Blauwpoort op de hoek van de Hoge Nieuwstraat naar de waterzijde, waar uithangt “de Gouden Wagen”, staande tussen het huis van Jacobus Boet en dat van Hendrik van Wingerden. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 300 gl. (ORA Dordrecht inv. 809, f. 83 e.v.)

– 25 febr. 1716 (de testateur staat niet in de 200e penning): testament van Jan Nicolaesz. Visser, oud-deken van het Grootschippersgilde, ziekelijk zijnde. Hij wenst, dat zijn onmondige kinderen na zijn overlijden in de gemeenschappelijke boedel blijven zitten en daaruit onderhouden worden, totdat het jongste kind 16 jaar oud is geworden, en dat het jongste kind dan tot verdere alimentatie uit de boedel zal ontvangen een somma van 200 gl. Hij benoemt tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen zijn zes kinderen uit twee huwelijken, m.n. Dircksje, Nicolaes, Sijmon, Jan, Leentje en Christijntje de Visser, of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen, om die goederen te verdelen, wanneer het jongste kind 16 jaar is geworden. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn oom, Jan Jansz. Visser, als administrerend voogd, en zijn zwager Cornelis Marseveen, en Bartholomeus Spaen, als toeziende voogden. Hij tekent met en kruisje, omdat hij “door lammicheijt en beroerte in sijn rechter hand” niet kan schrijven. (ONA Dordrecht inv. 747, akte 11)

– 8 febr. 1720: huwelijkse voorwaarden van Jan Nicolaesz. de Visser, oud-deken van het Grootschippersgilde, laatst weduwnaar van Jannigje Croonenburgh, en Marija Schippers, weduwe van Jochem Buurkens, met een “beneficie” met beneden de 1000 gl. Zij zullen moeten inbrengen al de goederen, die zij bij het aangaan van hun huwelijk bezitten. De aanstaande bruidegom zal o.a. inbrengen vier naast elkaar staande huizen op het Slikveld aan de Vest omtrent de Sluispoort, een houten loods, staande tegenover die huizen op de Vest, een schip met toebehoren, en drie morgen land in Oud-Beijerland. De Visser heeft vier voorkinderen, verwekt bij zijn vorige vrouwen, Lena Calis en Jannigje Croonenburgh. De aanstaande bruid zal o.a. inbrengen een huis op de hoek van de Hoge Nieuwstraat [bij de Blauwpoort], waar uithangt “de Vergulden Vragtwagen” [“de Gouden Wagen”]. (ONA Dordrecht inv. 754, akte 9)

– 29 mei 1723: de erfgenamen van wijlen Jacob Spaan, overleden te Dordrecht, transporteren aan Jan Claasz. de Visser een huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, tegenover het Molenstraatje, staande tussen het huis van Johannis Verpoorten en dat van Dirkie Heijmans, betaald met 850 gl. contant en een rantsoen van 21 gl. en 5 st. (ORA Dordrecht inv. 814, f. 29)

– 8 juli 1724: Maria Schippers, echtgenote van Jan de Visser, oud deken van het Grootschippersgilde, benoemt tot voogden over haar minderjarige erfgenamen Willem Bruijn, raffinadeur en ouderling van de Lutherse gemeente te Dordrecht en Jan Kalle, scherprechter te Dordrecht. Zij tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 757, akte 40, f. 157 e.v.)

– 16 sept. 1735: inventaris van de goederen, nagelaten door Maria Schippers, laatst huisvrouw van Jan de Visser, overleden in januari 1732, beschreven door notaris H. van Wetten, op verzoek van voornoemde Jan de Visser en Willem Bruijn, als voogd over de minderjarige kinderen van Maria Schippers. Tot de nalatenschap behoren o.a.

1. een huis op de hoek van de Hoge Nieuwstraat aan de waterzijde omtrent de Blauwpoort, genaamd “de Gouden Wagen”, staandetussenhet huis van Jacobus Boet, meester-bakker en dat van de weduwe van Hendrick Vermaese, door Jan de Visser en Willem Bruijn gekocht voor 510 gl.

2. staande het huwelijk ingebracht: een huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, staande aan de waterzijde tegenover het Molenstraatje tussen het huis van Johannis Verpoorten, mr. chirurgijn, en dat van de weduwe van Jacobus Spaan, voor 775 gl. verkocht aan Cornelis van Nispen, mr. metselaar te Dordrecht

Het eerstgenoemde huis is verhuurd geweest en daarvan is tot 1 mei 1733 aan huur tegoed geweest 70 gl.

Het tweede huis bij de Vuilpoort is door Jan de Visser en zijn vrouw, Maria Schippers, bewoond geweest.

De kosten voor de begrafenis bedragen 112 gl. 13 st. 8 penn.

Staande het huwelijk zijn de volgende “verliezen” gevallen, die krachtens de huwelijks voorwaarden van 8 febr. 1720 door ieder voor de helft gedragen moesten worden:

1. bij het aangaan van het huwelijk is door Jan de Visser ingebracht een schip met toebehoren, getaxeerd op 1500 gl., welk schip tijdens het huwelijk in 1720 op zee is vergaan, en was geassureerd voor 1000 gl., derhalve voor verlies 500 gl.

2. een stuk land van 3 morgen in Oud-Beijerland, dat in 1731 is verkocht voor 550 gl.

3. een schepenenschuldbrief ten laste van Jan van Sprangh, groot 250 gl., op 27 april 1712 gepasseerd voor baljuw en schepenen van Niervaart, afgelost met 25 gl.

4. door Maria Schippers is ingebracht een hoeveelheid tabak in de winkel, getaxeerd op 100 gl.

Per saldo heeft Jan de Visser nog 227 gl. 4 st. 2 penn. tegoed, wegens de helft in het verlies en de betaalde doodschulden [begrafeniskosten] ten laste van de boedel van zijn overleden vrouw.

Akte door Jan de Visser ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 768, f. 304 e.v.)

– 14 juli 1750: in het weesboek ingeschreven een extract van het testament van Jan Nicolaasz. Visser, gepasseerd voor notaris H. van Wetten op 26 febr. 1716. Hij heeft tot voogden aangesteldJan Jansz. Visser en Cornelis Maarseveen. “Nota: geen wezen, voogden overleden”. (Weeskamer Dordrecht inv. 35, f. 220)

– 29 sept. 1750: Cornelis Sprangers, als man van Dirkje de Visser, Jan de Visser, en Jan Bollandt, als man van Lijntje de Visser, kinderen en erfgenamen van Jan Claasz. de Visser, verkopen 1e: voor 615 gl. aan Frans van Helmond, burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Johan den Bandt en dat van Johannes van Breda, 2e: voor 281 gl. 17 st. aan Hendrik Smits een huis op het Slikveld, aan beide zijden belend door de huizen, die op dezelfde dag worden getransporteerd aan Jan de Visser Jansz., 3e: voor 328 gl. aan Jan de Visser Jansz., hun mede-erfgenaam, twee derde parten in een huis in de Suikerstraat “om den hoek” van het Slikveld, staande tussen het Slikveld en het huis van Arij Knog, waarvan het resterende derde part toekomt aan de koper, 4e: voor 181 gl. aan Jan de Visser Jansz. twee derde parten in een huis op het Slikveld, belend door het achterste deel van het voornoemde huis in de Suikerstraat aan de ene zijde en het huis, dat zij hebben getransporteerd aan Hendrik Smits, aan de andere zijde, waarvan het resterende derde part toekomt aan de koper, 5e; voor 246 gl. aan Jan de Visser Jansz. twee derde parten in een huis op het Slikveld, staande tussen het voorgaande huis en het pakhuis van Anthonij Sonnemans, waarvan het resterende part toekomt aan de koper. (ORA Dordrecht inv. 823, f. 69 e.v.)

– 29 sept. 1750: Jan de Visser Jansz., Jan Bollandt, als man van Lijntje de Visser, en Dirkje de Visser, echtgenote van Cornelis Sprangers, verkopen voor 420 gl. 5 st. aan voornoemde Cornelis Sprangers, schipper en burger van Dordrecht, twee derde parten in huis, waar uithangt “de Gouden Wagen”, staande op de hoek van de Hoge Nieuwstraat bij de Blauwpoort, tussen de Hoge Nieuwstraat en het huis van Jacobus Boet, waarvan het resterende derde part toekomt aan de koper, als mede-erfgenaam van Jan Claesz. de Visser. (ORA Dordrecht inv. 823, f. 71 e.v.)

Kinderen (ex 1, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Dirkje de Visser, 22 nov. 1697, jonge dochter van Dordrecht wonende op het Slikveld (1719), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6/27 aug. 1719 (de bruid geassisteerd met haar vader Jan de Visser) Cornelis Sprangers, jongman van Cappel (1719), schipper

b. Claes, 4 jan. 1699

c. Simon de Visser, 5 sept. 1700

– 21 okt. 1724: comp. voor notaris H. van Wetten te Dordrecht Sijmon de Visser, ongeveer 24 jaar oud, wonende te Dordrecht. Hij heeft van de Staten van Holland veniam aetatis verkregen. De comparant is een kleinzoon en erfgenaam van Sijmon Cales en Jacomijntje den Haemer, beiden overleden in Philippijne. (ONA Dordrecht inv. 757, akte 63)

d. Jan, 1 febr. 1702

e. Jan, 15 april 1703

Kinderen (ex 2, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Johannes, 10 nov. 1706

b. Jan (Jansz.) de Visser, 13 mei 1708, volgt IV

c. Lintje de Visser, 15 mei 1710, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Suikerstraat (1739) trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/26 april 1739 (de bruidegom geassisteerd met zijn goede kennis Davidt Horstman, de bruid met Jan de Visser, haar broer, en heeft mondeling consent van haar vader Jan de Visser; de geboden gaan in de Lutherse kerk) Jan Bollant, jongman van Hannover wonende in de Grotekerksbuurt (1739)

d. Christina, 13 nov. 1712

IV. Jan de Visser, gedoopt NG Dordrecht 13 mei 1708, begravenDordrecht (Grote Kerk) 8 febr. 1752 (Jan de Visser in de Suikerstraat, laat kinderen na, met “ordinaire” koetsen)trouwde 1eGerecht/NG Dordrecht 15/29 april 1731 Helena van Helmondt, gedoopt NG Dordrecht 12 aug. 1706, dochter van Jan van Helmont, “distelateur” te Dordrecht en Maria Schoen, trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 10/25 nov. 1742 (de bruid heeft schriftelijk consent van haar vaderDirk Ingenool)Johanna Ingenool (de Engelnool), jonge dochter van “Bienen” bij Kleef, wonende in het Steegoversloot (1742)

– 29 mrt. 1743 (testament van een echtpaar beneden de 4000 gl .gegoed): Jan de Visser en Johanna Ingenool, echtelieden, testeren ten overstaan van notaris J. de Caesteker. Hij benoemt tot erfgenamen zijn drie voorkinderen en de kinderen te verwekken bij zijn huidige vrouw, allen in gelijke porties. Zij benoemt tot erfgenaam haar man, Jan de Visser, die verplicht zal zijn hun kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk 150 gl. uit te reiken. Maar als zij zonder kinderen komt te overlijden, institueert zij zijn kinderen in de legitieme portie hun naar rechten competerende en legateert zij aan Maria Wilhelmina de Visser, voordochter van har man, al haar kleren. Hij benoemt tot voogden over zijn voorkinderen zijn zwagers Jan Bollant en Obbe de Heer, beiden wonende te Dordrecht en tot voogd over hun gezamenlijke kinderen benoemen testateuren de langstlevende van beiden. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 1018, akte 10. Extract van dit testament ingeschreven in het weesboek op 22 febr. 1752 (Weeskamer Dordrecht inv. 35, f. 248v)

– 3 dec. 1750: Jan de Visser, burger van Dordrecht, bekent schuldig te zijn aan Arij Meloen, wijnkoper en burger van Dordrecht, een somma van 500 gl. wegens geleende penningen, terug te betalen met een jaarlijkse interest van 3 1/2 %, daarvoor verbindende een huis in de Suikerstraat en twee huizen op het Slikveld. Schuldbrief geroyeerd op 18 april 1752. (ORA Dordrecht inv. 823, f. 90v e.v.)

– 18 april 1752: Johanna Ingenool, weduwe van Jan de Visser, mr. kuiper en burger van Dordrecht, voor de helft, en dezelfde Johanna Ingenool, als erfgename voor een kindsdeel en nog als moeder en voogdes van haar twee minderjarige kinderen, Dirk en Simon de Visser, bij haar verwekt door Jan de Visser, en Jan Bolland en Obbe de Heer, als voogden over Jan en Maria Wilhelmina de Visser, kinderen en mede-erfgenamen van Jan de Visser, door hem verwekt bij Helena van Helmond, alsmede Cornelis van der Werff, binnenvader van het H.Geesthuis ter Groter Kerk, in welk huis Nicolaas de Visser, zoon en mede-erfgenaam van Jan de Visser, door hem verwekt bij Helena van Helmond, gealimenteerd wordt, samen voor de wederhelft, verkopen:

1. voor290 gl. aan Steven van der Werken, burger van Dordrecht, een huis in de Suikerstraat, staande tussen het Slikveld en dat van Arij Knog,

2. voor 155 gl. aan Jacob Jacobsz. Spaan, burger van Dordrecht, een huis op het Slikveld, staande tussen het achterste deel van het huis, dat door verkopers is verkocht aan Steven van der Werken, en het huis van Hendrik Smits,

3. voor 260 gl. aan Hendrik Smits, huistimmerman wonende te Dordrecht, een huis op het Slikveld, staande tussen het huis van de koper en het pakhuis van Anthonij Sonnemans,

4. voor 150 gl. aan Anthonij Sonnemans, inwoner van Dordrecht, een loods of kuiphuis, op het Slikveld omtrent de Sluispoort, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan van Horen.

(ORA Dordrecht inv. 1660, f. 30v e.v.)

Kinderen (ex 1; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Jan, 23 dec. 1731

b. Maria Wilhelmina, 3 jan. 1734

c. Nicolaas de Visser, 15 juli 1736, volgt V.

d. Hendrik, 20 mei 1739

V. Nicolaas de Visser, gedoopt NG Dordrecht 15 juli 1736, jongman van Dordrecht wonende op de Voorstraat (1762), weduwnaar van Dordrecht wonende op de Voorstraat naast de Vriesestraat (1793),meester-vleeshouwer te Dordrecht (ONA Dordrecht inv. 946, f. 237, akte dd 24 juli 1765), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 nov. 1804 (Nicolaas de Visser, in de Grotekerksbuurt, laat kinderen na van het eerste huwelijk, met de “ordinaire koetsen”, 68 jaar,”aan ’t water” [waterzucht?], ten elf uren),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15 mei 1762 (de bruidegom geassisteerd met zijnbroer Jan de Visser, de bruid met haar moeder Aletta Gravendijk, weduwe van Aart van der Henst)Catharina van der Henst, gedoopt NG Dordrecht 9 nov. 1735, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 jan. 1790 (Catharina van der Hengst, vrouw van Nicolaas de Visser, op de Voorstraat naast de Vriesestraat, laat kinderen na, met de “ordinaire koetsen”),dochter van Aart van der Hen(g)st en Aletta Gravendijk, trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 19 okt./3 nov. 1793 (volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. de Fockert op 17 okt. 1793, [de bruid] zonder kinderen) Neeltje de Keijzer, geboren te Gorinchem, dochter van Arij de Keijser en Maria Dekker,weduwe van Pieter Vallas (1793), trouwde Gerecht NG Dordrecht 6/25 nov. 1777 Pieter Vallast, jongman geboren te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 20 febr. 1789 (Pieter Vallast in de Grotekerksbuurt, laat geen kinderen na, met “ordinaire koetsen)

– 24 febr. 1790 (testament zonder fideicommis van een persoon, niet boven de 4000 gl. gegoed): Nicolaas de Visser, vleeshouwer, weduwnaar van Catharina van der Hengst wonende te Dordrecht, testeert voor notaris A. de Fockert te Dordrecht. Hij herroept eerdere testamenten e.d.en leagteert aan zijn zoon Aert de Visser, als die bij het overlijden van zijn vader nog ongehuwd is, eens een somma van 500 gl., ter compensatie van hetgeen zijn twee dochters als uitzet, huwelijksgoed etc. van hem en zijn overleden vrouw hebben gekregen. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn zoon Aart enzijn dochters Lena en Aletta, of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen. Tot executeurs-testamentair stelt hij aan zijn schoonzoons Rijnier Goutsbergen en Alexander Stempels, beiden wonende te Dordrecht. Akte door De Visser ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 1304, akte 22)

Kinderen (allen ex 1 enNG gedoopt te Dordrecht):

a. Helena de Visser, 20 mrt. 1763, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1785 Alexander Stempels

b. Aletta de Visser, gedoopt NG Dordrecht 3 juni 1764, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Voorstraat bij Vriesestraat (1783) trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 11/26 okt. 1783 ReinierGoudsbergen [zie genealogie Goudsbergen op deze website], trouwde 2e Dordrecht 24 nov. 1819 Jan Kokelis, gedoopt NG Dordrecht 30 aug. 1754

– 24 nov. 1819 (BS Dordrecht, akte 142): getrouwd Jan Kokelis, 65 jaar, zonder beroep, geboren en wonende te Dordrecht, laatst weduwnaar van Cornelia Schoenmakers, overleden te Dordrecht op 6 mei 1808, zoon van Dirk Kokelis en Geertruijd Wilders en Aletta de Visser, 55 jaar, geboren en wonende te Dordrecht, zonder beroep, weduwe van Reinier Goudsbergen, dochter van Nicolaas de Visser en Cathrina van der Hengst. Getuigen: Jeremias Kockelis, 30 jaar, grutter, zoon van de bruidegom en Nicolaas Goudsbergen , 26 jaar, zoon van de bruid, kantoorbediende. Akte door echtgenoten en getuigen ondertekend.

c. Johannes, 12 mrt. 1766

d. Aart de Visser, 11 nov. 1767, trouwde Gerecht/NG Dordrecht sept. 1793 Anna de Quandt

e. Johannes, 31 jan. 1770

f. Willemijna, 17 jan. 1773

g. Dingena, 15 jan. 1777

h. Dingena, 26 april 1778