De Haan I

I. Hendrik Barentsz. de Haen, blauwverver, twijnder, overleden ca. 1639, trouwde Beatris Willemsdr. van den Bossche

ORA Dordrecht inv. 1585, f. 54v: op 4 okt. 1607 stelt Hendrik Barentsz. blauwverver zich borg voor Cleijsgen Aertsdr., weduwe van Arent Geeritsz. mandenmaker.

ORA Dordrecht inv. 1587, f. 85v: op 28 juni 1610 stelt Hendrik Barentsz. blauwverver zich borg voor Hendrik Jansz. huistimmerman.

ORA Dordrecht inv. 1587, f. 146v: op 30 dec. 1610 verkoopt Pieter Cornelisz., appeltonder en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Pieter Sijmonsz., zijn schoonvader, aan Hendrik Barentsz., blauwverver en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnbrug tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis, genaamd “Hoochstraten”, en dat van de weduwe van Geerit Fransz. schoenmaker. De koper is schuldig aan Pieter Sijmonsz. een bedrag van 1300 gl. Borgen: Nicolaes Seraerts en Barent Jansz. mandenmaker.

ORA Dordrecht inv. 1588, f. 66: op 5 mei 1611 stelt Hendrick Barentsz. blauwverver zich borg voor Gilis du Pré, boratwerker en burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1588, f. 67: op 5 mei 1611 stelt Hendrick Barentsz. blauwverver zich borg voor Abraham Huijbrechtsz., blauwverver en burger van Dordrecht.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 86: in de verponding van 1633 betaalt Henrick Barentsz. blauwverver voor zijn huis in de Voorstraat 18 p. 7 sch. 6 d., belenders: de weduwe van Jan Abrahamsz. schoenmaker, die huurt van Geerit Jansz. Vreen in Gorcum, en de weduwe van Mathijs Saverij.

ONA Dordrecht inv. 59, f. 822: testament dd 25 dec. 1638 van Hendrick Barentsz. de Haen, twijnder en burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij legateert aan de zoon van zijn dochter, Dirck Cornelisz. van der Net, een twijnmolen met wiel, vormen etc. en legateert aan Willemtgen Abrahamsdr., die bij hem inwoont, een bedrag van 20 gl

ONA Dordrecht inv. 1608, f. 19: op 7 mei 1639 verkopen Barent Henricxsz. de Haen en Cornelis Woutersz. van der Neth, als man van Aeltgen Hendricxsdr. de Haen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Franchoijs Staesz. van Hoochstraten, als man van Jacobmintgen de Visscher, zijn nicht, samen vervangende Anneken Huijbertsdr. en Gillis van den Bossche, als voogd van de kinderen van Abraham Huijberts, samen erfgenamen van wijlen Henrick Barentsz. en Beatricx Willemsdr. van den Bossche, voor 2200 gl. aan Abraham Back, apotheker en burger van Dordrecht, een huis bij de Wijnbrug, staande tussen het huis van Michiel van Wassenhoven, genaamd “de Gouden Ketting”, en dat van Gerrit Jansz. van Reenen. De koper is schuldig aan Barent Henricxsz. de Haen en Cornelis Woutersz. van der Neth een somma van 1800 gl. Borg: Dirck Sijmonsz. Coppelaer.

Kinderen:

a. Aeltgen Hendrik Barentsdr. de Haen, van Dordrecht wonende in “den Blauwen Sack”, trouwdeNG Dordrecht 24 jan./16 febr. 1616Cornelis Woutersz. van der Neth, van Dordrecht, wonende op de hoek van de Wijnbrug (1616)

b. Barent Hendriksz. de Haen, volgt II

II. Barent Hendriksz. de Haen, blauwverver van Dordrecht wonende tegenover de Augustijnenkerk (1625), trouwde NG Dordrecht 19 jan./11 febr.1625 Catalina Jansdr. van der Plas, van Zegwaard wonende in de Vleeshouwersstraat (1625)

ORA Dordrecht inv. 1604, f 25v e.v.: op 15 mei 1630 verkoopt mr. Johan Oem Daniëlsz., als man van Aleda Welincx, voor 2600 gl. aan Barent Henricxsz., blauwverver en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het Claes Pietersz. en dat van Andries Reijersz. De koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 77 gl.

ONA Dordrecht inv. 135, f. 140: inventaris dd 13 mei 1656 van de goederen, die zijn nagelaten door Catharina van der Plas, weduwe van Barent Hendriksz. de Haen, die gewoond heeft in Dordrecht, beschreven ten overstaan van Hendrick Barentsz. de Gaen, Johannes de Haen en Johannes van der Net, als man van Beatricx de Haen, voor zichzelf en als voogden over Pieter en Barent de Haen, allen kinderen en erfgenamen van Catharina van der Plas.

Tot de boedel behoren o.a.:

– een huis omtrent het stadhuis, staande tegenover de Vleeshouwersstraat, in welk huis Catharina van der Plas is overleden, belend aan de ene zijde door het huis van Abraham Andriessen lakenkoper en dat van Johannes Leendertsen schoenmaker. Het huis is toebedeeld aan Johannes de Haen voor 7500 gl.

– een tuin, liggende op stadsgrond buiten de Sluispoort in het Geldelozepad tussen de tuin van Jacob Lambertsz. van der Radt en een leeg erf.

De baten bedragen 57.651 gl. 4 st. 12 penn. Hiervan afgetrokken de lasten van de boedel, zijnde 9028 gl. , resteert een bedrag van 48.622 gl. 15 st. 4 penn., dat verdeeld moet worden onder de vijf erfgenamen.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Hendrick de Haen, juni 1628, volgt IIIa

b. Johannes de Haen, nov. 1630, volgt IIIb

c. Beatris (Beata)de Haen, april 1633, trouwde 1e 17 dec. 1651 Johan Cornelisz. van der Net, wijnkoper, 2e 19 okt./5 nov.1670 Mathijs van Alsem, 3e 31 mei/16 juni 1676 mr. Simon van Leeuwen, trouwde 1e 18 april 1653 (ondertrouw) Weijntgen Gerritsdr. van Kerchem, 2e 10/27 april 1671 Claesge Vont

NG trouwboek Dordrecht 17 dec. 1651 (ondertrouw) Johannes van der Net Cornelisz. jongman wonende bij de Wijnbrug met Beatris de Haen Barentzdr. jonge dochter wonende bijhet Stadhuis [Lombardbrug], beiden van Dordrecht

NG trouwboek Leiden 18 april 1653 (ondertrouw): mr. Sijmon van Leeuwen, secretaris van Zoeterwoude, jongman van Leiden, wonende in de Breestraat, geassisteerd met zijn vader Jan Sijmonsz. van Leeuwe, mede wonende ald., en Weijntgen Gerritsdr. van Kerchem, jonge dochter van Leiden, wonende in de Haarlemstraat, geassisteerd met Marija van Kerchem, haar tante, wonende op Hogewoert.

Beata de Haen, weduwe van Johannes van der Net, wonende in de Wijnstraat, trouwde 2e NG Dordrecht 19 okt./5 nov. 1670 Matthijs van Alsem, koopman wonende op de Drapierskaai.

NG Leiden 10 april 1671 (ondertrouw) mr. Sijmon van Leeuwen, veertigraad van Leiden, weduwnaar wonendein de Breestraat, geassisteerd met Leonardt van Overmeer, notaris, zijn zwager, en Claesge Vont, weduwe van Isaacq Hoochboot, secretaris in het ambacht van Leiderdorp, wonende in de Haarlemstraat, geassisteerd met Geertruijt van Leeuwen, haar bekende, en Elijsabeth Hoochboot, haar schoonzuster, op 27 april 1671 consent verleend om te Zoeterwoude te mogen trouwen.

Beata de Haen, weduwe van Matthijs van Alsem, wonende bij de Gravenstraat, trouwde 3e NG Dordrecht 31 mei/16 juni 1676 mr. Simon van Leeuwen weduwnaar van Leiden en daar wonende (NG trouwboek Leiden 28 mei 1676 [ondertrouw] mr. Simon van Leeuwen weduwnaar van Clasina Vont wonende achter de Pieterskerk veertigraad en Beata de Haen weduwe van Matthijs van Alsem wonende te Dordrecht, bruid niet gecompareerd, attestatie overgeleverd)

ORA Dordrecht inv. 786 (oud), f. 8v e.v.,23 febr. 1668: Johan Cop en Adriaen Meijnaert, beiden notaris en procureur te Dordrecht, als geautoriseerd zijnde tot de verkoping van het huis van Agneta Hendricx, weduwe van Roelant Scheij, verkopen aanJan van der Netdomum cum suis, staande en gelegen in de Visstraat, genaamd “de Crimpert Salm”, staande tussen het huis van Margreta Gillisdr. [de vrouw van Joost Dirksz.] en het huis van [naam niet vermeld].

ONA Dordrecht inv. 184, f. 54: op 28 mrt. 1669 testeren Johan van der Neth, wijnkoper, en diens vrouw Beata de Haen, burgers van Dordrecht, hij ziek in bed liggende en zij gezond. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn, als hij of niet gaat hertrouwen,hun kinderen bij hun huwelijk of mondigheid onder hen allen een bedrag van 8000 gl. uit te keren. Als hij of zij wel gaat trouwen wordt dit bedrag verhoogd tot 15.000 gl. Indien de testateur als eerste komt te overlijden, zonder kinderen na te laten, legateert hij aan zijn nichten Marija Coenraetsdr. van der Neth en Aeltgen Woutersdr. van der Neth elk voor de helft een bedrag van 3000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 31: op 27 mei 1672 verkoopt “Adriaen Baen, geswoere Clercq ter Secretarije binnen deser Stede als alst en(de) procuratie hebbende van Jouffr. Beata de Haen laest wed. van za.r matthijs Helwigh van Alsem in sijn leven Coopman binnen deser Stede mitsgrs. Sr. Pieter Cloens, en(de) Corstiaen Gijsen neffens Sr. Wm. van Alsem en(de) Tobias Solliloffen, gestelde voochden over de minderjarige achtergelatene weeskindren vande selve Matthijs Helwigh van Alsem, Blijckende bij deselve procr. op huijden gepasseert voorden Nots. Dionis Tegelbergh en(de) sekere getuijgen alhier ter Stede residerende”, voor 2600 gl. aan Mattheus van den Broeck een erf met de daarop staande loods en een tuin,gelegen op de Nieuwe Haven.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 45v: op 12 jan. 1673 verkopen Gijsbert de Jager en Dionisius Tegelbergh, notarissen te Dordrecht, “als gestelde Curateurs over den Boedel ende goedren van Trijntge Rijnders za.r weduwe was van Joris Hendricxs Alderven in qualité als voren, ende noch als last en(de) procuratie hebbende van Juffr. Beata de Haen weduwe wijlen Sr. Matthijs van Alsem in sijn leven Coopman binnen deser Stede, uijtwijsens de voors. procuratie op huijden gepasseert voorden Notaris Johan vander Hoop en(de) sekere getuijgen alhier ter Stede resideren(de)”voor 800 gl. aan Jacob Sam Jacobsz.een huis in de Schuitemakersstraat, vanouds genaamd “het Ossenhooft” of “de Collegie Camer”, staande tussen het huis van Job Jansz. Kuijter en dat van de erfgenamen van voorn. Van Alsem.

ONA Dordrecht inv. 234, f. 101 e.v.: op 19 juni 1673 compareert voor notaris G. de With Beata de Haan, laatst weduwe van Matthijs van Alsem. Zij verkoopt aanAert Heijmansz. van Outheusdenhet huis genaamd “de Crimpert Salm”, belend door het huis van de kinderen van de heer Van Duijnen aan de ene zijde en het huis van [Margarita Libert], de weduwe van Joost Dirksz. aan de andere zijde, voor 2300 gl. en een dubbele ducaat van 10 gl. voor Barent van der Neth en Johannes van Alsem, te betalen met 800 gl. contant en de overige 1500 gl.door het overnemen van een hypotheekbrief, die Jan Mattheusz. van Beverwijck op het huis sprekende heeft met een jaarlijkse interest van 5 % en nog een schepenenschuldbrief van 500 gl., af te lossen met 100gl. per jaar en 4 % interest. Het huis is verhuurd aan Johannes van Westenbrugge.

4 april 1677: attestatie van de NG gemeente van Dordrecht voor Beata de Haen, huisvrouw van mr. Simon van Leeuwen, gewoond hebbende in Wijnstraat, vertrokken naar Leiden.

21 mei 1677: Beata de Haan, de vrouw van mr. Simon van Leeuwen, verklaart geen “actie van legaal verband” te hebben op een huis, dat door mr. Simon van Leeuwen aan Johannes Rijsendaal verkocht is, staande in de Breestraat tegenover het stadhuis, vanouds genaamd “het Moriaenshooft”. (Erfgoed Leiden, archief 506, inv. 1210, nr. 35)

9 okt. 1677: Joffr. Beatha de Haen te vooren wed. en(de) Boedelhouster van za.r Johan vander Neth, iegenwoordigh huijsvr. van de heer mr. Sijmon van Leeuwen, Vroetschap der Stadt Leijden, als bij huijwelijcx voorwaerde de gemeenschap van goedren met de vooren. haere iegenwoordigh man gesecludeert ende de dispositie vandien aen haer selven behouden hebbende, welcke voorn. Johan vander Neth hare overleden man za.r eenigh en(de) universeel geinsitueerde Erffgenaem was van zijne Broeder Dirck vander Neth za.r”, verkoopt voor 1825 gl. aan Jacobus Rendels, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tegenover de Wijnkoperskapel tussen de ’s Heer Boeijenstraat en het huis van Joris Pelgrum. (ORA Dordrecht inv. 1626, f. 57v)

1 mrt. 1678: testament van Beata de Haen, de vrouw van mr. Simon van Leeuwen, veertigraad van Leiden. Zij prelegateert aan haar kinderen, die bij haar overlijden nog ongehuwd zullen zijn, ieder een bedrag van 400 gl., ter vergelijking van hetgeen haar overige kinderen bij het aangaan van hun huwelijk van haar gekregen hebben. Haar zoon Dirck van der Net zal uit haar boedel jaarlijks een bedrag van 50 gl. ontvangen, welke hem in het testament van zijn oom Dirck van der Net gelegateerd is. Aan haar dochter Marija van Alsem prelegateert zij een jaarlijks bedrag van 100 gl. Aan haar overige kinderen legateert zij zoveel als haar voornoemde zoon en dochter bij haar overlijden zullen ontvangen. Aan haar dochters prelegateert zij haar kleren en de juwelen en kleinodiëen “tot hare vercieringe behoort hebbende”, uitgezonderd de boot met diamanten en het parelsnoer, die na haar overlijden t.b.v. haar erfgenamen verkocht moeten worden. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar kinderen of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Als de kinderen, die haar man bij haar heeft verwektna haar komen te overlijden, ongehuwd of zonder nakomelingen na te laten, maakt zij aan haar man het vruchtgebruik vanhaar na te laten goederen, die na zijn overlijden zullen toekomen aan haar naaste verwanten.Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Barnhardus van der Net, koopman te Dordrecht, haar zoon, mr. Simon van Leeuwen, veertigraad te Leiden, haar man, en Johan Melanen, notaris te Dordrecht, haar “bekende vrient”. Haar boedelscheiding zal moeten plaatsvinden in het bijzijn en ten overstaan van haar dochter Aletta van der Net. Aldus gedaan ten huize van de testatrice, staande op het Pieterskerkhof te Leiden. (Erfgoed Leiden, archief 506. inv. 1354, akte nr. 27)

18 nov. 1679: “Sr: Barnhardus van(de)Neth, coopman binnen deser Stadt als Last ende procura: hebbende van(de) hr. en(de) mr. Simon van Leeuwen veertich in raade der Stadt Leijden als in houwel: hebben(de) Jouff: Beata de Haen, te vooren wed:e van Sr: Matthijs van Aelsem, sijn Compts. moeder blijckende bij deselve procuratie opden 4 deser gepasseert voorden nots. Sijmon Hoogboot ende seeckeren getuijgen binnen der Stadt Leijden voorsz. residerende, verkoopt voor 7000 gl. aan Adriana van Gesel, weduwe van ds. Franciscus Debetius, predikant te Arnhem, een huis in de Wijnstraat bij de Beurs, staande tussen het huis van de koopster en dat van Isaack van der Wall. Het huis is aan [Beata de Haen,] de moeder van Van der Neth, aanbedeeld in de scheiding van de boedel van Matthijs van Aelsem, volgens akte van scheiding, gepasseerd op 14 febr. 1673 ten overstaan van notaris A. van Neten in Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1627, f. 74v)

2 febr. 1683: Beatha de Haen, weduwe van mr. Sijmon van Leeuwen, voor zichzelf en tevens vervangende Barent van der Neth, samen als voogden over Gerrit van Leeuwen, en Johan van Leeuwen, secretaris van Zoeterwoude, voor zichzelf en tevens vervangende Barent van der Neth, als man van Alida van Leeuwen, samen kinderen en erfgenamen van mr. Sijmon van Leeuwen, verlenen volmacht aan George Rosenboom, procureur voor het Hof van Holland, om namens hen te verzoeken “willige condemnatie” op de obligatie, die Hendrick Catshuijsen op 30 juni 1678 heeft gepasseerd ten overstaan van notaris A. Ennis ten behoeve van mr. Sijmon van Leeuwen. (Erfgoed Leiden, archief 506, inv. 978, akte 61)

29 juli 1692: testament van Beata de Haen, laatst weduwe van mr. Sijmon van Leeuwen, griffier van de Hoge Raad van Holland, tegenwoordig wonende te Leiden, “sieck van een accident aen haer keel te bedde leggende”. Zij bevestigt het testament, dat zij heeft gemaakt op 22 nov. 1687 voor notaris J. Melanen te Dordrecht, voor zover niet in strijd met het hierna volgende codicil. Zij wenst, dat haar zoon Barent van der Neth of zijn nakomelingen, die volgens het voornoemde testament gehouden is op zijn erfportie aan te nemen “soodanige capitale penningen, als sij comparante aenden selven haeren soon in sijne negotie ende coopmanschappen gedaen ende verstreckt heeft … niet meerder en sal behoeven goette doen off inne te brengen, als de gerechte helft vandien”. (ONA Dordrecht inv. 192, f. 74)

8 nov. 1709: testament van Beata de Haan, weduwe van mr. Simon van Leeuwen, griffier van de Hoge Raad van Holland, wonende te Leiden. Zij herroept het testament, dat zij heeft verleden voor notaris J. Melanen te Dordrecht op 29 juli 1692. Zij benoemt tot mede-erfgenamen haar kleinzoons Jan en Simon van der Net, kinderen van haar zoon Barend van der Net, voor een derde part, op voorwaarde, dat zij in haar boedel in zullen brengen al hetgeen hun vader van haar, testatrice, heeft gekregen, bedragende een somma van 23.284 gl. Tot erfgenamen van al haar na te laten bezittingen benoemt zij haar dochter Alida van der Net, getrouwd met mr. Johan van Leeuwen, voor een derde part, en haar dochter Maria Hellewig van Alsem, getrouwd met mr. Carel van der Heijde de Gouda, mede voor een derde part. Tot executeur-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij mr. Johan van Leeuwe en mr.Carel van der Heijde de Gouda, haar schoonzoons. (Erfgoed Leiden, archief 506, inv. 1719, nr. 85)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

Ex 1:

c-1. Barendt van der Net, 20 dec. 1656, volgt IIId

c-2. Aeltie (Alida) van der Neth, 5 april 1659, trouwde mr. Johan van Leeuwen

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 106: op 11 mei 1724 verkopen “Andries Cant Procureur en nots. binnen dese Stad als last en Procuratie hebbende vande Johan ende Gerard van Leeuwen so voor haar selven ende als voogden over haren uijtlandigen broeder de Heer Simon van Leeuwen, De Heer Arent Pijll, ende Juffrouw Catharina van Leeuwen echte luijden, de Heer Theodorus Brouwer, Regeerent Schepen der Stad Enkhuijsen, ende vrouwe Maria van Leeuwen mede echte luijden (sijnde de voors. Juffrouw Catharina van Leeuwen ende Vrouwe Maria van Leeuwen inde voors. Procuratie met haar voors. mans geadsisteert ende tot het passeeren vandien geauthoriseert) alle naargelate kinderen van zal.r Juffrouw Alida vander Nedt wed.e van zal.r de Heer en Mr. Johan van Leeuwen, die een dogter was van Zal.r Vrouwe Beata de Haan laast wed.e van wijlen den Heer en mr: Simon van Leuwen in sijn Ehts: leven mede griffier inden Hoogen Raade van Holland, ende uijt den hoofde het regt bij schijdinge verkregen hebbende volgens deselve Procuratie gepasseert voorden Notaris Cornelis van Alphen ende seeckere getuijgen binnen de Stad Leijden residerende in dato den 24 April 1724″, voor 500 gl. aan Adriaan van den Broeck, mr. beeldhouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat , staande tussen de Hengstensteiger en het huis van mr. Pieter Brandwijk van Blokland, achtraad van Dordrecht.

Kinderen (allen NG gedoopt in Leiden):

c-2-1. Leendert, 28 okt. 1683

c-2-2. Catharina, 15 okt. 1684

c-2-3. Maria, 21 sept. 1688

c-2-4. Johannes, 8 mrt. 1690

c-3. Cornelis, 18 jan. 1662

c-4. Dirck van der Neth, 9 jan. 1665

c-5. Catharina, 27 juli 1667

Ex 2:

c-6. Maria Hellewig van Alsem, gedoopt NG Dordrecht 29 juli 1671,jonge dochter van Dordrecht, wonende op het Pieterskerkhof te Leiden (1689),begraven Breda 2 mei 1733,trouwde 1e Leiden 20 sept. 1689 (ondertrouw; moet attestatie van Gouda overbrengen; de bruidegom geassisteerd mr. Johan van Leeuwen, zijn bekende, de bruid met Alida van der Neth, haar zuster) mr.Herman Sije, jongmanvan Gouda wonende op het Rapenburg (1689), advocaat voor het Hof van Holland, 2e Gouda 23 okt. 1703 mr. Carel Jan van der Heijde de Gouda, gedoopt NG ‘s-Gravenhage 15 mrt. 1672, burgemeester van Breda, overleden ald. op 5 april 1727, trouwde 1e Juliana Elisabeth van Haeff,zoon van Johannes van der Heijden en Geertruij Schimmelpenninck

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 156: op 23 mei 1725 verkoopt”d’Heer en mr. Carel Jan vander Heijde de Gouda, Borgermr. tot Breda, als in Huwelijk hebbende Vrouwe Maria Hellewig van Alsem, dogter van Vrouwe Beata de Haan in haar leven wed.e wijlen den heere en mr. Sijmon van Leeuwen, in sijn Edts: leven griffier inden Hoogen Rade in Hollt., sijnde d’voorn. Vrouwe Maria Hellewig van Alsem ’t naarvolgende Huijs geprelegateert, volgens d’Testamentaire dispositie gepasseert voor den Nots. Andreas Cant en seekere getuijgen in dese Stad residerende in dato den 17e aug: 1720 daar van sijnde”, voor 400 gl. aan Maria Anna Trellecatius, weduwe van Hendrick Besoije, een huis in de Wijnstraat bij de Gravenstraat, staande tussen de erfgenamen van mevrouw Van Meeuwen en de erfgenamen van Nicolaas Staphorstius.

ONA Breda inv. 613, akte 55: op 4 april 1733 testeert Maria van Alsem, weduwe van mr. Carel Jan van der Heijde de Gouda, rentmeester van de geestelijke goederen te Breda, ziek in bed liggende. Zij verklaart aan haar dochter Johanna Catharina van der Heijde de Gouda, echtgenote vanCarel van Naerssen, hoofdschout van Rozendaal en de heerlijkheid Nispen, te hebben voldaan haar vaderlijk erfdeel, bedragende een somma van 2500 gl. Zij maakt aan haar zoon Jan Carel van der Heijde als zijn vaderlijk erfdeel drie lijfrentebrieven en een obligatie. Zij legateert aan hem het gouden horloge, de bibliotheek en al de linnen en wollen kleren van zijn vader. Zij legateert ook aan hem een kabinet, beddengoed, tafellakens, servetten, handdoeken, een grote gouden penning en een somma van 2500 gl. Aan haar dochter legateert zij haar beste kabinet, linnengoed, al haar kleren en een kabinetje, ingelegd met schildpad. Aan haar kleindochter Maria Magdalena van Naerssen legateert zijn haar gouden horloge met ketting en haak, ingelegd met fijne diamanten. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zijn haar voornoemde zoon en dochter. Tot voogd over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Carel van Naerssen. Gedaan ten huize van de testatrice in de Schoolstraat te Breda.

Schepenbank Breda inv. 589,, f. 238v: op 22 mei 1733 verkoopt Johan Roelants, tienraad te Breda, voor 378 gl. aan Geertruijd Maghdalena van der Heijde de Gouda, weduwe van Hendrik Weijns, drossaard van Oudenbosch, voor twee derde parten, en aan de erfgenamen van Maria van Alsem, laatst weduwe van mr. Carel van der Heijden de Gouda, oud-president van Breda, voor een derde part, een erfgraf, lang 11 voeten en breed 8 voeten, liggende in het midden van het hoogkoor, recht achter of tegen “de Pellikaan” in de Grote Kerk van Breda. Carel van Naerssen, schout van Rozendaal, is ten behoeve van de weduwe Weijns en de erfgenamen van mevrouw Van de Heijden, van wie hij getrouwd is met Johanna Catharina van der Heijden de Gouda, “int voors. graftgevest, geërft en toegedaen”.

Kinderen:

a. Johanna Catharina van der Heijde de Gouda, geboren Breda 10 jan. 1706, overleden 7 jan. 1770, trouwde Carel van Naerssen

b. Jan Carel van der Heijde de Gouda

Ex 3:

c-7. Johanna, gedoopt NG Leiden 7 april 1678

d. Pieter de Haen, sept. 1635, volgt IIIc

e. Barent de Haen, juli 1638

– 3 nov. 1665: testament van Barent de Haen, jongman en burger van Dordrecht, Hij legateert aan zijn neef, Barent de Haen, zoon van Jan de Haen, zijn broer, een somma van 1000 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij Johan de Haen, de kinderen van wijlen Hendrick de Haen, verwekt bij Emmerentie van der Wiele, Beatrix de Haen, vrouw van Johannes van der Neth, en Pieter de Haen, zijn broers en zuster. Tot voogd stelt hij aan zijn broer Johan de Haen. (ONA Dordrecht inv. 296, f. 52 e.v.)

– 15 mei 1666: testament van Barent de Haen, jongman en burger van Dordrecht. Hij legateert aan zijn neef Barent de Haen, de zoon van zijn broer Joan de Haen, een somma van 1500 gl., aan zijn zuster Beata de Haen, de vrouw van Johannes van der Neth, of bij vooroverlijden haar kinderen een bedrag van 250 gl., en aan Pieter de Haen, zijn broer, een somma van 250 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn broer Joan de Haan voor de helft en de kinderen van zijn oudste broer Hendrick de Haen, door hem verwekt bij Emmerentia van der Wielen, voor de wederhelft, of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen. Tot voogd over zijn minderjarige erfgenamen stelt hij aan zijn broer Johan de Haen. (ONA Dordrecht in 297, f. 169)

f. Adriaen, 21 mrt. 1640

g. Willem, 1 aug. 1642

IIIa. Hendrick (Henrick) de Haen, gedoopt NG Dordrecht juni 1628, trouwde 24 nov. 1647 Emmerentia van der Wielen

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Aeltge, 12 juni 1652

b. Barendt, 17 aug. 1654

c. Catharina, 24 sept. 1655

d. Maria, 7 aug. 1658

IIIb. Johan (Johannes) de Haen, gedoopt NG Dordrecht nov. 1630, trouwde 16 sept. 1659 Adriana Absouw

ONA Dordrecht inv. 268, f. 207: op 22 nov. 1661 verklaren Cornelis Belliaerts, achtraad van Dordrecht, en Jacob van Rees, stadsbode, op verzoek van mr. Jacob van Beveren, heer van Zwijndrecht, schout van Dordrecht, dat zij 18 nov. 1661 zijn geweest in de St. Jorisdoelen, waar zij gezien hebben, dat Johan de Vries, thesaurier van Dordrecht, gekomen is uit het achterste kamertje van de Doelen, dat op de plaats van de Doelen stonden Dirck Absouw en Hendrick, Johannes, Pieter en Barent de Haen, gebroeders, en dat De Vries tegen hen zei “Com messieurs laet ons een glas wijn van vrientschap metten anderen drincken”, terwijl hij de waardin van de Doelen opdracht gaf een kan wijn te tappen. “’t Welck bijde voorn. Absouw ende de Haenen wierdt gerefuseert scheldende in plaets van dien … Johan de Vries mitsgaders desselfs overleden ouders vvt met verscheijde onverdraeglijke iniurieuse scheltwoorden Jae soodanich dat in cas de dienaers vande heer schouttet aldaer niet hadde present geweest nae alle apparentie niet anders dan dootslagen daer door waeren te verwachten geweest … de voorn. Johannis de Haen de gemelte hr. mr. Johan de Vries met groote toornicheijt was vvtscheldende, seggende ghij schelm com laet ons man voor man metten geweer vechten”, waarop De Vries zei; “Messieurs dit lech ick in kennis omdat ick heb laten halen deuren ende vensters daeromme comt … Johannis de Haen ende daecht mij vvt in duwel t’welck tegens het placaet vande duwelle is strijdende”. De getuigen verklaren voorts, dat zij “gedurende de voors. onlusten continuelijk bij … de Vries present hebben geweest ende dat sij attenstanten niet gesien hebben dat … de Vries eenen blooten degen vvtgetrocken ofte in sijn handt heeft gehadt”.

ONA Dordrecht inv. 298, f. 147: op 16 juni 1667 verlenen Jacob Verschuijr, koopman te Rotterdam, als man van Christijna Absouw, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Dirck Absouw, die in het buitenland verblijft, en Wilhelmus Absouw, wonende te Rotterdam, procuratie aan Johan de Haan, koopman te Dordrecht, hun zwager, om te “liquideren” met de gewezen curators van de boedel van wijlen Henrick Absouw.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Digna de Haen, 25 okt. 1658, jonge dochter van Dordrecht wonende bij stadhuis (1683), trouwde NG Dordrecht 7/22 febr. 1683 Johan van Gelsdorp, jongman van Dordrecht (1683)

b. Barendt de Haen, 15 febr. 1662

IIIc. Pieter de Haen, gedoopt NG Dordrecht sept. 1635, trouwde 13 mei 1663 Janette Smack

Kind:

a. Catrina, gedoopt NG Dordrecht 27 dec. 1665

IIId. Barendt van der Net, gedoopt NG Dordrecht 20 dec. 1656, jongman van Dordrecht wonende tegenover de Gravenstraat (1677),koopman, trouwde NG Leiden/Dordrecht 7/10 jan. 1677 (per schrijven van Leiden, op 24 jan. 1677 attestatie gegeven om daar te mogen trouwen, de bruidegom geassisteerd met mr. Simon van Leeuwen, zijn schoonvader, moet attestatie van Dordrecht overbrengen, de bruid geassisteerd met de vrouw van Simon van Leeuwen, haar schoonmoeder) Alida van Leeuwen, gedoopt NG Leiden 14 nov. 1655,jonge dochter van Leiden wonende op het Pieterskerkhof (1677), dochter van mr. Simon van Leeuwen en Weijntje Gerritsdr. van Kerchem

ONA Dordrecht inv. 186, f. 329: op 6 aug. 1677 testeren Barent van der Neth koopman en zijn vrouw Alida van Leeuwen, wonende te Dordrecht. Tot hun erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn aan kinderen, als zij 25 jaar worden of gaan trouwen, een bedrag van 600 gl. uit te keren. Tot voogd over hun minderjarigeerfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, “onder toezigt” van mr. Simon van Leeuwen, zijn stiefvader, en wanneer hij komt te overlijden de moeder van de testateur Beata de Haan, de vrouw van mr. Simon van Leeuwen.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Johannes (Jan) van der Neth, 30 okt. 1677

b. Simon van der Neth, 27 mrt. 1679

c. Catharina, 8 mei 1684

d. Leonard, 12 okt. 1685

e.Beata, 6 juni 1696