Van Beverwijck

Het onderstaande is een aanvulling op de stamboom Van Beverwijk in M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht, deel II (1677), p. 979 e.v.

I. Ogier van Beverwijck, ridder van het Heilige Graf, raad en hofmeester van Jan, graaf van Egmond, stadhouder van Holland, trouwde Aagte Schaart, dochter van Corstiaan Schaart Pietersz. en Geertruyd Duyk Willemsdr.

Zoon:

II. Philips van Beverwijck Ogiersz., geboren ca. 1501, schepen (1544) en burgemeester van ’s herenwege (1559) van Dordrecht, overleden 12 mei 1570, trouwde Alid van Nek Nicolaasdr., overleden op 18 nov. 1574, dochter van Nicolaas van Nek en Janneken Pallaes
ORA Dordrecht inv. 1540, akte 267: verklaring dd 12 jan. 1564 op verzoek van Neeltge, Lijsge en Marige Maertensdr. door Philips Ogiersz., schepen in wette van Dordrecht, 62 jaar oud, en Adriaen van Nispen Geritsz., 46 jaar en Gijsbrecht van Haerlem, 41 jaar.
ORA Dordrecht inv. 1540, akte 486: verklaring dd 29 april 1564 op verzoek van Arent Cornelisz., ambachtsheer van de Mijl, Dubbeldam etc., door Jacob Adriaensz., 66 jaar oud, Philips Ogiersz., 63 jaar oud en Willeboert Vuijtenbroick, 47 jaar oud.
ORA Dordrecht inv. 1567, f. 96v: op 15 juni 1574 verklaart Alidt Claesdr., weduwe van Philips Ogiersz., dat zij haar zoon Jan Philipsz., die in het buitenland verblijft, “institueert” in de legitieme portie, waarbij inbegrepen zal zijn hetgeen zij hem bij het aangaan van zijn huwelijk en anderszins gegeven heeft.
Kinderen (o.a.):
a. Dirk van Beverwijck Philipsz., volgt III
b. Jan van Beverwijck Philipsz., geboren ca. 1533, week uit naar Breda “vermits de Troublen” in 1573 (Balen, deel II, p. ), trouwde Margareta Jacobsdr.
ORA Dordrecht inv. 1569, f. 144: op 14 nov. 1577 verklaart Jan Philipsz., ongeveer 44 jaar oud, op verzoek van Pieter Jacobsz. van Bemont, dat hij ongeveer 8 jaar tevoren t.b.v .zijn vader Philips Ogiersz. heeft gekocht een jaarlijkse losrente van 3 Vlaamse ponden op het huis van wijlen Jan van Dort.
ORA Dordrecht inv. 1569, f. 239v: op 8 april 1578 transporteert Catharina Philipsdr., weduwe van Frans Cornelisz. Wittesz., aan Jan Philipsz., als vader en voogd van zijn weeskind, door hem verwekt bij Margareta Jacobsdr., een rentebrief, die zij geërfd heeft van haar vader Philips Ogiersz.
Kind:
b-1. Jacob Jansz. van Beverwijck, ongehuwd, OSP, overleden tussen 14 mrt. 1637 (ORA Dordrecht inv. 1606, f. 8) en 27 mei 1638 (ORA Dordrecht inv. 1606, f. 78)
ORA Dordrecht inv. 1602, f. 43: op 10 sept. 1626 verkoopt Gerrit Pietersz. Walen, korenkoper en burger van Dordrecht, aan Jacob Jansz. van Beverwijck, burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Dierck Hooft en dat van Mathijs de Lares. Waarborg: Abraham Pietersz. Walen.
ORA Dordrecht inv. 1607, f. 111: op 3 nov. 1638 verkopen Philips Apersz. van Beverwijck, Jacob van Dijck en Revert van Beverwijck, burgers van Dordrecht, als erfgenamen van Jacob Jansz. van Beverwijck, voor zichzelf en voor hun mede-erfgenamen, aan Pieter Hermansz. van der Beeck, burger van Dordrecht, een huis buiten de Vuilpoort, staande tussen het huis mr. Herman Halling en de weduwe van Adriaen Pietersz. schiptimmerman. De koper is schuldig aan voornoemde erfgenamen een somma van 805 gl.
ORA Dordrecht inv. 1608, f. 51: op 1 aug. 1639 verkoopt Philips van Beverwijck, als erfgenaam van Jacob Jansz. van Beverwijck, zijn neef, voor 1000 gl. aan Arnoldus Cools, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van Aert Hermansz. van Wor.
c. Catharina van Beverwijck,geboren ca. 1538, OSP 1608 (70 jaar oud),trouwde 29 juni 1563Frans de Witt Kornelisz., geboren 1516, overleden 25 jan. 1565, begraven in de St. Jacobskapel van de Nieuwkerk, trouwde 1e 9 febr. 1539 Liduwi van Beveren Pietersdr., Balen, o.c., deel II, p. 980 en 1316)

– 17 sept. 1568: op verzoek van Jan en Dirck Philipsz. verklaart heer Dirck Claesz., pastoor te St. Antoniepolder, 35 jaar oud, “bij zijn priesterlicke woerden leggende zijn handt op zijn borste, in plaetse van eede”, dat hij op 20 aug. 1568 in de Grote Kerk van Dordrecht geweest is, waar de provisor en deken van Zuid-Holland hun consistorie hielden, en dat hij toen gehoord en gezien heeft, dat Jan en Dirck Philipsz. namens hun zuster, Katharina Philipsdr., “aldaer exhibeerden in juditie zeeckere gescrifte ofte declaratie van costen, op ende jegens Cornelis Cloot”, verzoekende van de provisor en deken taxatie van dien.”Ende dat tzelve gehoert die weder parthije vanden requiranten voorn. met eenige [van] zijn consorten heeft gefulmineert ende zeer qualicken gesproken jegens den voorn. Jan Philipsz. seggende: u suster is mijn getroude wijff, ick heb haer hier ende daer zoe dickwijls alst mij gelieft heeft gehadt gesoent gehadt, op sijn oneerlicxte, met meer andere oneerlicke ende onbetamelicke woerden”. Jan Philipsz. heeft daarop gezegd: “mijn suster en is u wijff nijet”, mair die vrouwe die daer opte kaecke gestaen heeft ende haer tonge aff gesneden is, dat mach u wijff zijn. Ende dat overmits daer noch veel andere scandelicke woerden gevielen zoe heeft den provisoir [iemand] belast… om ’s heeren dienaers te halen, die hem assistentie zouden doen”. (ORADordrecht inv. 726 (oud), akte 434)

– 23 sept. 1568: op verzoek van Cornelis Cornelisz. Cloot verklaart Thoenken Pietersdr., 46 jaar oud, dat zij meer dan 16 jaar lang dienstmaagd geweest is bij Philips Ogiersz. en dat zij op 7 sept. 1568 verzochtis te komen naar het huis van Joost Willemsz. linnenwever door Katharina Philipsdr., die haar heeft gevraagd om naar de moeder van de rekwirant te gaan “ende haer seggen dat zij den Requirant zoude willen seggen dat hij in huijs zoude willen blijven zoo langhe dat hij antwoorde van haer Katharina creech want dvoirsz. Katharina zeijde dat zij Alijt haer nichte sen zoude tot haere ouders ende als zij tot haer ouders gesonden hadde zoe zoude zij den Requirant antwoorde laten weeten. Ende dat zij deposante daer op zeijde totten voersz. Katharina Philipsdr.: Trijnken en zoudt ghij bij u propoost nijet blijven (te weeten vanden Requirant te trouwen) mair dat ghij weder van een ander sinne zoudt werden, zoe en laet mij daer nijet gaen. Ende dat de voirsz. Katharina daer op zeijde: Ick en begeer in mijn ouders huijs nijet meer te gaen in dese schijn, want ick begeer mijn ziel te quijten ofte mijn consciëntie te vrijen”. De deposante is vervolgens gegaan naar het huis van Marijcken Jonckersdr., wonende in het Torenstraatje, waar zij de moeder van de rekwirant ontboden heeft en haar al hetgeen hiervoor geschreven staat heeft verteld, en haar gevraagd om ’s avonds naar de zuster van de deposante te komen, waar zij haar dan vertellen zou welk antwoord Katharina van haar ouders gekregen had. De deposante verklaart voorts, dat Katharina tegen haar gezegd heeft: “dat het zoo verre tuschen haer ende den voorsz. Requirant gecomen was, dat zij geen ander man en begeerde dan den Requirant”. (ORA Dordrecht inv. 726 (oud), akte 439)

– 20 mrt. 1569 [1568 is doorgehaald]: Philips Ogiersz., schepen in wette van Dordrecht, verklaart namens zijn dochter, Katharina Philipsdr., weduwe van Frans Cornelisz. Witte, volledig betaald en voldaan te zijn door Willem Dircxsz. Stolck, voor zichzelf en de overige kinderen en erfgenamen van Frans Cornelisz. Witte, van een somma van 800 gl., die hij, Philips, zijn dochter gegeven heeft, toen zij het huwelijk met Frans Witte aanging, alsmede van een somma van 1200 gl., die Frans toenmaalsaan Katharina heeft beloofd als “duwarie” en morgengave, uit de goederen, die hij nalaten zou.(ORA Dordrecht inv. 726 (oud), akte 371)

– 8 april 1578: Catharina Philipsdr., weduwe van Frans Cornelis Wittesz., transporeert aan Jan Philipsz., als vader van Jacob Jansz., door hem verwekt bij Margareta Jacobsdr., een rentebrief van 1 pond Vlaams, die zij heeft geërfd van haar vader Philips Ogiersz. (ORA Dordrecht inv. 1569, f. 239v)

d. Cornelis Philipsz., trouwde Janneken Claesdr.

ORA Dordrecht inv. 1539, akte 779: op 23 juli 1562 verklaren Janneken Claesdr., weduwe van Cornelis Philipsz., enerzijds en Philips Ogiersz., als grootvader en voogd van Neeltgen Cornelisdr., weeskind van Cornelis Philipsz., anderzijds, dat zij de goederen, die Cornelis heeft nagelaten onderling verdeeld hebben. De weduwe krijgt alle goederen, op voorwaarde, dat zij het weeskind schadeloos houdt van alle uitschulden. De grootvader krijgt als voogd een aantal rentebrieven.

e. Claes Philipsz., overleden vóór 20 febr. 1567 (ORA Dordrecht inv. 1541, akte 173), trouwde NN

Kind:

e-1. Truijchen Claesdr.

f. Josina van Beverwijck Philipsdr., trouwde Aper Mattheusz.
– 12 febr. 1591: compareren Joosgen Philipsdr., weduwe van Aper Matheusz., geassisteerd met Jan Philipsz. [van Beverwijck] lakenkoper, voor 1/4 part in de helft, Jacob Cornelisz. voor zichzelf, als enige erfgenaam van zijn overleden moeder, Marijken Theeuw Apersz.,die een dochter was van wijlen Matheus Apersz. , voor drie 1/4 parten in dezelfde helft, Jan Apersz. voor zichzelf en zich sterk makende voor Neeltgen Apersdr. en Susanna Apersdr., zijn zusters, voor 1/5 part in de andere helft, Frans Cornelisz. voor zichzelf voor 2/5 parten in de andere helften tevens zich sterk makende voor de weeskinderen van Ploentgen Jansdr., bij haar verwekt door Cornelis Jacobsz. Visscher, als competerende 1/5 part in dezelfde helft, mitsgaders Jan Adriaensz. en zijn moeder Ariaentgen Pietersdr., die als voorman gehad heeft wijlen Arien Pietersz. Visscher, geassisteerd met haar voornoemde zoon en Neeltgen Cornelisdr., weduwe van Cornelis Danen schuitenvoerder, met haar gekoren voogd, voor het laatste 1/5 part in de andere helft. Comparanten verkopen aan Willem van Beveren, rentmeester-generaal van Zuid-Holland, “alzulke actie en recht” als zijbezitten van een eeuwige huur en erfpacht van 48 morgen land, met twee waterschepen, “visscheriën” en verdere toebehoren, gelegen in de Grote Verdronken Waard in Leerambacht, volgens de brieven daarvan zijnde, gepasseerd voor schepenen van Dordrecht door Gijsbert Duyck Maertensz. t.b.v. Gerit en Pieter Cleijsz. op 28 aug. 1490. (ORA Dordrecht inv. 719 (oud), f. 289 e.v.)

Kinderen:

f-1. Philips Apersz. van Beverwijck, brouwer in “de Voetboog” te Dordrecht, burgemeester van ’s herenwege (1631, 1634), trouwde Engeltje Jansdr. van der Burch, geboren ca. 1577, overleden 21 jan. 1656, dochter van Jan van der Burch en Trijnken Jansdr.

– 20 juli 1584: een lijfrente gekocht voor Engelken [Jansdr.] van der Burch, 7 jaar oud, overleden 21 jan. 1656,dochter van Trijntken Fransdr.

– 6 mei 1613: Adriaen Jansz., ontvanger van de gemene middelen “over quartier van Dordrecht” en oud-burgemeester van Dordrecht, Nicolaes Jansz. Cruijdenier, Adriaen Repelaer Anthonisz., Aert Dammert en Pauwels Adriaensz., lid van deoudraad te Dordrecht, als Vaders van het Armen-Weeshuis te Dordrecht, tevens vervangende mr. Bartholomeus van Segwaert Meijnertsz., schepen in wette van Dordrecht, “haeren mede broeder”, verkopen aan mr. Francois van der Burch, “gecommitteert op de Reeckeninge van Hollant” en oudraad te Dordrecht, Abraham van Leeuwen, als man en voogd van Sophia van der Burch en Philips Apersz., als man van Engeltgen van der Burch, een huis genaamd “Sint Jacobs huijs”, staande omtrent de Grote Kerk naast het huis van de weduwe van Dirck Jansz. Constapel en het nieuwe huis van Cornelis van Beveren Jacobsz., schepen in wette te Dordrecht, strekkende voor van ’s herenstraat tot achter op de Nieuwe Haven. Kopers zijn schuldig aan het voornoemde Godshuis een somma van 8000 gl., te betalen alle jaren met 1000 gl., daarvoor verbindende het voornoemde huis(ORA Dordrecht inv. 754, f. 45 e.v.)

– 6 mei 1613: mr. Francois van der Burch, Abraham van Leeuwen, als man van Sophia van der Burch en Philips Apersz., als man van Engeltgen van der Burch, verkopen aan Herman Hallingh het huis genaamd “Sint Jacobs huijs” in de Grotekerksbuurt en een kleiner huis, staande achter het voornoemde grote huis tussen de gang, die toebehoort aan verkopers ten oosten en het huis van Cornelis van Beveren ten westen, voor een bedrag van 3050 gl., waarvan 1200 gl. contant. (ORA Dordrecht inv. 754, f. 47)

– 30 dec. 1613: Philps Apersz., brouwer in de “Voetboog”, verleent procuratie aan Henrick van Vreeswijck, secretaris van Besoijen, om alle kredieten te innen, die hij in het “quaerier van de Langstraet” uitstaande heeft, in het bijzonder van Jan Ariensz. Vorster te Loon op Zand. (ONA Dordrecht inv. 52, f. 36 e.v.)

– 28 okt. 1617: Philps Apersz., “commijs ten comptoire van de heere Rentmeester generael van Suijthollant”, als administrateur van de goederen van Cornelis en Nicolaes van Nes Samuelsz., verleent procuratie aan Sebastiaen Stoffelsz., inwoner van Werkendam, om voor schout enheemraden aldaar ten behoeve van Heijman Adriaensz. of Jan Philpsz, mede wonende te Werkendam, te transporteren zekere kade, genaamd de Slicxkade, strekkende van het erf van Thonis Commersz. tot aan de Werkendamse haven, welke kade Cornelis en Nicolaes hebben geërfd van hun vader Samuel Pietersz. (ONA Dordrecht inv. 53, f. 128v)

– 6 nov. 1620: Abraham van Leeuwen, predikant te Rijswijk en Philips Apersz., brouwer en burger van Dordrecht, als echgenoten van resp. Fijtken en Engelken van der Burch, voor zichzelf en zich sterk makende voor mr. Franchois van der Burch, gecommitteerde raad in het college van de Staten van Holland en West-Friesland, transporteren aan mr. Herman Halling oudraad, Maria Buijsen, weduwe van de rentmeester Johan van de Corput en Dirck Pietersz. van de Honaert, raad in wette van Dordrecht, zeker erf met een huis en mouterij daarop staande, gelegen inde Grotekerksbuurt achter het huis van mr. Herman Halling, belend ten oosten door het huis van juffrouw Van den Corput en Dirck Pietersz. van de Honaert, zuid het huis van mr. Herman Halling en Cornelis van Beveren en west de brouwerij en het erf van verkopers. Herman Halling voor zichzelf en vervangende Maria Buijsen en Dirck Pietersz. van de Honaert, bekent schuldig te zijn aan verkopers een bedrag van 2300 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 400 gl. (ORA Dordrecht inv. 761, f. 129 e.v.)

– 1622: Philips Apersz. is boekhouder van de diaconie van de NG gemeente te Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 763, f. 91)

– 1626: Philips Apersz. van Beverwijck wordt in de 1000e penning van Dordrecht aangeslagen voor een vermogen van 18.000 gl. (zie Bronnenpublikaties -> 1000e penning van Dordrecht, f. 13)

– 24 mei 1628: Abraham van Leeuwen, predikant te Rijswijk, als man van Sophia van der Burch, verkoopt Philips Apersz. van Beverwijck de helft van een huis, houttuin, mouterij, alsmede het erf en de doorgang onder [sic] de houttuin, waar “Ruermonde” uithangt, waarop de brouwerij, die tot het voornoemde huis behoorde, gestaan heeft, en het lege erf gelegen over de straat en behorende tot het huis en houttuin, staande en gelegen op de Nieuwe Haven [Houttuinen], genaamd “de Voetbooch”, belend ten westen door het huis van mr. Jacob de With, ontvanger van de gemene middelen, tenoosten door het huis van Adriaen Cornelisz. Cruijskercken houtkoper en ten dele door de mouterij van mr. Herman Halling, tennoorden doorhet water van de Nieuwe Haven en ten zuiden sluitende aan het erf van Cornelis van Beveren, dijkgraaf van de Alblasserwaard, de weduwe van ds. Johannes Debits, predikant te Dordrecht, en Gijsbert de Jager, notaris [te Dordrecht]. De wederhelft van het verkochte onroerend goed behoort toe aan de koper. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2700 gl. (ORA Dordrecht inv. 1603, f. 23v)

– 28 april 1628: Philips van Beverwijck verkoopt aan Adriaen Cornelisz. Cruijskercken houtkoper een stuk erf met hetgeen daarop staat, gelegen tussen de tuin van mr. Herman Halling en het erf en mouterij van de verkoper, strekkende van het muurtje, dat naast de lekbak staat, die aan verkopers erf toebehoort, tot aan het erf van het huis, genaamd “Ruermonde”, dat aan de koper toebehoort, alsmede een vrije doorgang over het erf van de koper tot achter aan de straat van de Nieuwe Haven [Houttuinen] (ORA Dordrecht inv. f. 67v)

– 4 mrt. 1630: Clementia van Beaumont, weduwe van Arend Maertensz., ambachtsheer van Oost-Barendrecht en Schobbelandsambacht, benoemt o.a. tot haar erfgenaam Engeltgen van der Burch Jansdr., vrouw van Philips Apersz. van Beverwijck. (ONA Dordrecht inv. 16, f. 207v)

– 1 aug. 1639: Philips van Beverwijck, als erfgenaam van zijn neef Jacob Jansz. van Beverwijck, verkoopt voor 1000 gl. aan Arnoldus Cools, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van Aert Hermansz. van Wor. (ORA Dordrecht inv. 1608, f. 51)

– 8 mei 1645: Philips Apersz. van Beverwijck verkooptvoor 8000 gl. aanElijsabeth Evertsdr. van Eijssel, weduwe van Govert Rochusz. van Wesel, een huis, houttuin en erf, liggende over de straat aan de haven, staande en gelegen op de Nieuwe Haven [Houttuinen] tussen het huis van mr. Jacob de With, oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van de weduwe en erfgenamen van Adriaen Cruijskercken. De koopster is schuldig aan de verkoper een bedrag van 5000 gl. (ORA Dordrecht inv. 1611, f. 24)

III. Dirk van Beverwijck Philipsz., heer in Godschalksoord, schepen (1570) en burgemeester van ’s herenwege (1593), weesmeester van Dordrecht, heemraad van de Alblasserwaard, trouwde Elisabeth Diert, dochter van Cornelis Diert Nicolaasz. en van Alid van Segwaard Meijnaerdsdr.
Kinderen:
a. Cornelis van Beverwijck, trouwde Margrieta Lubert Revertsdr.
Kinderen:
a-1. Cornelis van Beverwijck, priester te Antwerpen
a-2. Alid (Aletta)van Beverwijck, jonge dochter (1620),weduwe (1638), trouwde 1e Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, vermoed. Kath.) 1/18 okt. 1620 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Frans Gerritsz., de bruid met Alidt van Beverwijck, weduwe van Dominicus Boot) Aper Adriaensz. van Marienburch, jongman (1620)2e Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, vermoed. Kath.) 14 mei/3 juni 1638 (de bruidegom geassisteerd met Franchois in der Velde, zijn neef, de bruid met haar schoonzuster Wilhelmina van der Steen) Hendrik van den Eijnde, wonende te Utrecht (1638)
ORA Dordrecht inv. 1611, f. 49: op 11 juli 1645 verkoopt Hendrick van den Enden, als man van Alidt van Beverwijck, eerder weduwe van Aper Adriaensz. van Marienburch, als voogd van haar kinderen, bij haar verwekt door Aper van Marienburch, tevens vervangende Alidt Adriaensdr. van Marienburch, weduwe van Hendrick Jansz. van Loon, voor 1700 gl. aan Jan Gijben, schrijnwerker en burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, genaamd “Marienburch”, staande tussen het huis van Jan Barentsz. Emont en dat van Roeloff Bremkens.
ORA Dordrecht inv. 1612: op 20 juni 1648 verkoopt Hendrick van den Eijnde, voor zichzelf en tevens vervangende Nicolaes Turcq, Cornelis van Beverwijck en Wilhelmina van den Steen, weduwe van Revert van Beverwijck, aan Lijntgen Engelen, weduwe van Goossen Claesz. Boncke, een huisje in de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van Goossen Matheusz. en dat van Hendrick Wiggers. De koopster is schuldig aan Wilhelmina van der Steen een somma van 150 gl. Borg: Arijen Willemsz. Baenwijck.
a-3. Maria van Beverwijck, trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, vermoed. Kath.) 6 nov. 1625 (ondertrouw; de bruidegom geassisteerd met Revert Cornelisz. van Beverwijck, zijn neef, de bruid met haar moeder Margrieta Lubberts) Nicolaes Turcq, geboren te Schoonhoven
a-4. Revert Cornelisz. van Beverwijck, jongman van Dordrecht (1629), trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, vermoed. Kath.) 10/28 jan. 1629 (de bruidegom geassisteerd met zijn zwager Aper Adriaensz. van Mariënburch, de bruid met Elisabeth van Driel, haar moeder) Wilhelmina van der Steen, jonge dochter van Dordrecht (1629)
ORA Dordrecht inv. 1611, f. 36: op 2 juni 1645 verkoopt Johan van der Steen, als procuratie hebbende van Wilhelmina van der Steen, weduwe van Revert van Beverwijck, voor 700 gl. aan Janneken Jansdr. de Ridder, bejaarde, ongehuwde persoon, een huis in de Steenstraat, staande tussen het huis van mr. Johan Oom Daniëlsz. en Lambert van der Houve, met een klein achterplaatsje tot aan de scheidingsmuur van de hof, toebehorende aan het huis van de heer Van der Steen, genaamd “Mijnsherenherberg”.
b. Bartholomeus van Beverwijck, volgt IV
c. Alid Dirksdr.van Beverwijck, weduwe wonende te Dordrecht (1617), trouwde 1e Cornelis Govaertsz. van Beaumont, 2e NG Dordrecht 30 juli 1617 (ondertrouw, procl. te Alkmaar, op 14 aug. 1617 bescheid gegeven om te Alkmaar te trouwen) Dominicus Boot, baljuw van de Landen van de Zijp, Wieringerwaard en vroedschap van Alkmaar, weduwnaar wonende te Alkmaar (1617), trouwde 1e NN, overleden in 1619 (zonder wettige nakomelingen)
ONA Dordrecht inv. 12, f. 408v: op 13 mei 1619 testeert Dominicus Boot, baljuw en dijkgraaf van het Land van de Zijpe, wonende te Alkmaar, ziek in bed liggende. Hij legateert aan zijn vrouw, Alidt van Beverwijk Dirksdr., de schenkingen, die hij bij het passeren van hun huwelijkse voorwaarden aan haar heeft beloofd, alsmede al zijn kleren en juwelen. Aan de NG huisarmen van Alkmaar legateert hij een somma van 150 gl., aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 150 gl., aan zijn dienstmaagd Adriaentgen Joppen een jaarlijkse uitkering van 10 gl., aan zijn nicht Maria Boots, wonende te Dordrecht, een somma van 600 gl., aan zijn zuster Jacobmijna Boots een bedrag van 1000 gl. en aan zijn zuster Catharijna Boots een rentebrief van 12 gl. 10st. Tot erfgenaam van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn natuurlijke zoon Arent Boot, evenwel op voorwaarde, dat al die goederen verzekerd zullen worden op “goede vaste hijpotheque” ten behoeve van zijn zoon, tot hij 25 jaar is geworden. Als zijn zoon voordien komt te overlijden, zullen de door hem te erven goederen half en half verdeeld moeten onder de huisarmen van de Zijpe en die van de Wieringerwaard. Tot voogden en executeurs-testamentair benoemt hij mr. Nicolaes Cromhout, raadsheer in de Provinciale Raad, en zijn vrouw Alidt van Beverwijck.
ONA Dordrecht inv. 12, f. 412: op 17 mei 1619 testeert Dominicus Boot, ziek in bed liggende. Hij herroept alle voorgaande testamenten e.d., in het bijzonder de donatie, die hij gemaakt heeft aan zijn neef Dominicus van Wesel ten overstaan van notaris Bock in Den Haag. Hij legateert aan de NG huisarmen van Alkmaar en die van Dordrecht elk een bedrag van 150 gl. Hij legateert aan zijn vrouw, Alidt van Beverwijk Dirksdr., de schenkingen, die hij bij het passeren van hun huwelijkse voorwaarden aan haar heeft beloofd, alsmede al zijn kleren, juwelen en “gewrocht” zilverwerk, alle huisraad, die hij na het overlijden van zijn eerste vrouw heeft gekocht, en al zijn boeken en “geweer”, aan zijn dienstmaagd Adriaentgen Joppen een jaarlijkse uitkering van 10 gl., aan Iken Jansdr., zijn vorige doenstmaagd, echtgenote van Nicolaes Pietersz. van Vollenhoven kleermaker, wegens de trouwe diensten, die zij hem heeft bewezen, een jaarlijks uit te keren bedrag van 50 gl., aan zijn zuster Cristina de twee lenen, die hem zijn aanbestorven bij overlijden van jonker Francois Boots, zijn broer, aan zijn zuster Margarita een bedrag van 500 gl., aan haar dochter Gijsberta van Couverden een bedrag van 300 gl., aan zijn zuster Jacobmijna, bovenop de 500 gl., die aan haar dochter Helena ten tijde van haar huwelijk heeft beloofd, een somma van 300 gl., aan zijn zuster Catherina een somma van 300 gl., “maer sullen d’selve … subject blijven met alsulcke restrictie als zijn de goederen gecomen van haere moeder za.”, aan Maria Boots, zijn nicht, boven de 300 gl., die hij aan haar heeft beloofd, een somma van 500 gl. Tot erfgenaam van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn natuurlijke zoon Arent Boot, evenwel op voorwaarde, dat al die goederen verzekerd zullen worden op “goede vaste hijpotheque” ten behoeve van zijn zoon, tot hij 25 jaar is geworden. Als zijn zoon voordien komt te overlijden, zullen de door hem te erven goederen half en half verdeeld moeten onder de huisarmen van de Zijpe en die van de Wieringerwaard. Tot voogden en executeurs-testamentair benoemt hij mr. Nicolaes Cromhout, raadsheer in de Provinciale Raad, en zijn vrouw Alidt van Beverwijck.
ORA Dordrecht inv. 1596, f. 105: op 17 aug. 1620 verkoopt Govert Thielen, schipper en burger van Dordrecht, aan Alidt van Beverwijck, laatst weduwe van Dominicus Boot, baljuw en dijkgraaf van de Zijp, een jaarlijkse losrente van 12 gl., verzekerd op een huis in de Vleeshouwersstraat.
ONA Dordrecht inv. 13, f. 420v: op 5 april 1623 verlenen Alidt van Beverwijck, weduwe van Dominicus Boot, Revert van Beverwijck, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer en zusters, Johannes van Beverwijck, doctor in de medicijnen, voor zichzelf en tevens vervangende zijn onmondige broers en zusters, en Jan Sijbertsz. Wor, als man van Tanneken Paignij, allen erfgenamen van Elisabeth van Diert, resp. hun moeder, grootmoeder en aangetrouwde grootmoeder, allen wonende te Dordrecht, procuratie aan Francois van Ackerlack, wonende te Dordrecht, om voor hen waar te nemen het proces, dat is hangende voor de Kamere Juditieel te Dordrecht contra Hendrick Woutersz., kleermaker te Dordrecht, aangaande een rente van 18 gl. jaarlijks, verzekerd op een huis, gekomen van Jan Cornelisz. schoenmaker, staande naast het hoekhuis van de Nieuwkerkstraat.
ORA Dordrecht inv. 1601, f. 35: op 6 april 1624 verkoopt Franchoijs Mickhelt, wonende in “Cleutgiert”, voor 2500 gl. aan Alidt van Beverwijck, weduwe van Dominicus Boot, baljuw en dijkgraaf van Sijp, een huis in de Oude Houttuin [Voorstraat], genaamd “de Berch Tabor”, staande tussen het huis van de weduwe van Gerrit van Nispen en dat van Gerrit Cornelisz. Londenvaarder, Waarborg: Thomas Jacobsz. Cotermans, lakenkoper en burger van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1602, f. 125v: op 31 dec. 1627 verkoopt Alith Dirksdr. van Beverwijck, weduwe van Dominicus Boot, aan Gerrit Teunisz. Schut een huis in de Oude Houttuin, genaamd “den Berch Tabor”, staande tussen het huis van Adriaentgen van Haerlem en dat van Cornelis Gerritsz. den Toot. Waarborgen: Jacob Jansz. van Beverwijcken Gijsbert van Haerlem. De koper verkoopt de verkoopster een jaarlijkse losrente van 37 gl. 10 st., verzekerd op het voornoemde huis. Borgen: kapitein Sijbert Sijbertsz. Wor en Anthonis Schut.
ORA Dordrecht inv. 1603, f. 18: op 6 mei 1628 verkoopt Jacob Stoop, als gemachtigd door de weesmeesters van Dordrecht tot het verkopen van het huis, dat is nagelaten door Henrick Schouten, aan Alid van Beverwijck, weduwe van Dominicus Boot, een huis in de Tolbrugstraat, staande tussen het huis van David Jansz. en de poort van Franchoijs van Aeckerlaeck. De koopster is schuldig aan de erfgenamen van Henrick Schouten een bedrag van 166 gl. Borg: Franchoijs van Aeckerlaeck.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 102: op 30 juli 1631 verkoopt Alid van Beverwijck, laatst weduwe van Dominicus Boot, aan Geertgen Gerritsdr., weduwe van Jan Arijensz. metselaar, een huis met de plaats over de straat gelegen, strekkende tot achter aan het huis of pakhuis, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van de weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont en de gang van de brouwerij, genaamd “de Vier Heemskinderen”. Waarborg: Gijsbert van Haerlem, burger van Dordrecht. De koopster, geassisteerd met Gerrit Jansz. Vogel, verkoopt aan de verkoopster een jaarlijkse losrente van 132 gl. Borg: Gerrit Jansz. Vogel.
ORA Dordrecht inv. 1609, f. 7v: op 20 mrt. 1641 verkoopt Jacob Nering, lakenkoper en burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Alidt Boots, een huis in de Tolbrugstraat Landzijde, staande tussen het huis van de weduwe van Daniël van Waelwijck en dat van Dirck Claesz. Wijcken haakmaker.
ORA Dordrecht inv. 1609, f. 32v: op 13 juli 1641 verkoopt Beliken Machiels, weduwe van Daniël van Waelwijck kleermaker, geassisteerd met Jan Jansz. Coninck, voor 400 gl. aan Alidt van Beverwijck, laatst weduwe van Dominicus Boot, een huis in Tolbrugstraat Landzijde, staande naast het huis van de koopster.
ORA Dordrecht inv. 1615, f. 127v: op 15 sept. 1654 verkopen Hendrick van den Eijnde, als voogd over de twee weeskinderen van Aletta van Beverwijck, zijn overleden vrouw, Willem van Croonenburch, als man van Maria van Marienburg en als procuratie hebbende van Cornelis van Beverwijck, jonkheer Augustinus Aurelius Turck, voor zichzelf, en jonkheer Theodurus Turck, vertegenwoordigende de “stam” van Cornelis Dirxsz. van Beverwijck, jonkheer Arent Boot, weduwnaar van Dorothea van Beverwijck, als voogd over de onmondige kinderen van Cornelia van Beverwijck, Johannes Dullaert, als man van Anna van Beverwijck, tevens vervangende de onmondige broers en zuster van zijn vrouw, Maria van Beverwijck, Susanna Schot, weduwe van Nicolaes Poelenburch van Beverwijck, als moeder en voogdes over haar kinderen, verwekt door voornoemde Poelenburch, vertegenwoordigende de “stam” van Bartholmeus Dircxsz. van Beverwijck, Susanna Panij, weduwe van Christiaen de Lange, Johan van Haerlem en Arnoult Dichter, als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Anna Panij en tevens vervangende Johan van Galen, als man van een dochter van Anna Panij, vertegenwoordigende de “stam” van Maria van Beverwijck, allen erfgenamen van Aletta van Beverwijck, weduwe van Dominicus Boot, aan Chrispijn van Outgaerden, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin [Voorstraat], vanouds genaamd “den Endtvogel”, staande tussen het huis van Jochem Aertsz. en dat van de kinderen van Gijsbert van Beaumont.
ORA Dordrecht inv. 1616, f. 1v: op 7 jan. 1655 verkopen Johan van Haerlem en Arent Dichter, als voogden over de minderjarige kinderen van Anna Panij, en Govert Sonnemans, als procuratie hebbende van Susanna Panij, mede-erfgenamen van Aletta van Beverwijck, weduwe van Dominicus Boot, aan Ruth Claesz., bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Leendert Jansz. en dat van Gerrit [NN].
ORA Dordrecht inv. 1619, f. 90: op 21 mrt. 1662 verkoopt Arent Boot, als mede-erfgenaam van Aletta van Beverwijck, weduwe van Dominicus Boot, voor 600 gl. aan Isaac Passchiersz. vanSpa, smid en burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen de uitgang van het huis van dr. Johan deJong en de gang en poort van de brouwerij, die vroeger “den Bock” en thans “den Oraenjenboom”.
d. Maria van Beverwijck, trouwde 1e Pieter Vernier, kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, commandeur van Geertruidenberg en Breda, 2e Pierre Panier (Pagnet), ritmeester
Kinderen (ex 2):
d-1. Anna Panij Pietersdr., van Dordrecht (1618), trouwde NG Dordrecht 1/22 april 1618 Jan Sibertsz. Wor, van Dordrecht (1618), wijnkoper
d-2. Susanna Panij, geboren naar schatting ca. 1595,van Dordrecht wonende bij haar tante de weduwe van Cornelis Govertsz. van Bemont (1616), trouwde NG Dordrecht 7 aug./4 sept. 1616 Christiaen de Lange Simonsz., van Kopenhagen in Denemarken wonende bij de weduwe van Bartholomeus Dircxsz. (1616)
ORA Dordrecht inv. 1616, f. 5v: op 6 febr. 1655 verkoopt Govert Sonnemaens, als procuratie hebbende van Susanna Panij, weduwe van Christiaen de Lange, als mede-erfgename van Aletta van Beverwijck, aan Hendrick Dircxsz. timmerman, burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Dirck de haakmaker en het hierna volgende huis, alsmede een huis in de Tolbrugstraat, staande tussen het voorgaande huis en dat van Jan Sijs.
IV. Bartholomeus van Beverwijck Dirksz., overleden in 1615, trouwde 10 sept. 1589 Maria Boot van Wesel, dochter van Nicolaas van Wesel Jansz. en Maria Boot Dominicusdr.
ORA Dordrecht inv. 1598, f. 99v: op 12 okt. 1619 verkoopt Maria Boots, weduwe van Bartholomeus Dirksz. van Beverwijck, geassisteerd met Jacob Jans, burger van Dordrecht, voor 700 gl. aan Henrick Reijniersz. arbeider aan de straat een huis in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van de verkoopster en de gang, die toebehoort aan Cornelis Jansz. Both, dijkgraaf van de Alblasserwaard. Waarborg: Jacob Jans.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 105: op 17 april 1625 testeert Maria van Wesel, weduwe van Bartholomeus Dirksz. van Beverwijck, wonende te Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij ratificeert het testament en codicil, dat zij op 24 jan. 1625 en 11 aug. 1625 ten overstaan van notaris D. Eelbo te Dordrecht heeft gepasseerd, en om haar oudste zoon dr. Johannes van Beverwijck en haar oudste dochter Dorotea van Beverwijck “ter redelijckheijt te begrooten tegens de prelegaten”, die zij aan haar overige kinderen heeft gemaakt, prelegateert zij aan elk een bedrag van 600 gl.
ORA Dordrecht inv 1602, f. 58v: op 30 nov. 1626 verkopen de erfgenamen van Adriaen Repelaer Anthonisz. aan Adriaen Cornelisz. Coopman, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Kleine Vismarkt, staande tussen het huis van Goossen van Versschen en de houttuin van de weduwe van Bartholomeus van Beverwijck.
ORA Dordrecht inv. 1611, f. 62: op 23 sept. 1645 verkoopt Hendrick van den Eijnde, als man van Aletta van Beverwijck, als procuratie hebbende van Nicolaas Turck, als vader en voogd van zijn kinderen, verwekt bij Maria van Beverwijck, mede-erfgename van Elisabeth Diert, voor 1600 gl. aan Maria van Wesel, weduwe van Bartholomeus van Beverwijck, de helft van een huis, waarvan de wederhelft aan de koopster toebehoort, staande omtrent het Groothoofd tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Jan Jansz. koopman en dat van Willem Rodervelt kleermaker.
ORA Dordrecht inv. 1612, f. 62v: op 6 dec. 1647 verklaart Maria Boots, weduwe van Bartholomeus van Beverwijck, te geven aan mr. Jacob van Beveren, heer van Zwijndrecht, schout van Dordrecht, “cessie van actie ter somme van [810 gl. kapitaal] … alsoo den voorn. heer van Swindrecht t’ voors. capitael ende verkoop aen haer comparante nu metter daet heeft gefundeert, omme het selve capitael ende alle verloopen van dien te mogen vinden” op het huis genaamd “den Tabernakel Davidts”, staande in de Grotekerksbuurt, van welk huis de heer van Zwijndrecht thans eigenaar is.
ORA Dordrecht inv. 1616, f. 2: op 7 jan. 1655 verkopen Adriaen van de Graeff, ontvanger van de konvooien en licenten te Dordrecht, als procuratie hebbende van Arent Boot, Henricus Dibbets en Johan Dullaert, als voogden over de minderjarige kleinkinderen en erfgenamen van Maria Boots van Wesel, weduwe van Bartholomeus van Beverwijck, alsmede Johan Dullaert, als man van Anna van Beverwijck, aan Matthijs Pompe van Slingeland, baljuw van Zuid-Holland en dijkgraaf van de Alblasserwaard, een huis omtrent het Groothoofd met de daarbij behorende houttuin, genaamd “het Henneken”, staande tussen het huis van Johan Abelsz. twijnder en dat van Bartholomeus Damasz. schipper.
Kinderen:
a. Johan van Beverwijck Bartholomeusz., geboren naar schatting ca. 1595, volgt V
b. Nicolaas van Beverwijck
c. Dorotea van Beverwijck
d. Alid van Beverwijck, trouwde Germanus Walen Arendsz., medicus ordinaris te Dordrecht, overleden aan de pest in 1636
e. Cornelia van Beverwijck, overleden in 1651, trouwde dr. Adam Dibbetz, medicus ordinaris te Dordrecht, overleden 13 april 1650
f. Dominicus van Beverwijck, geboren ca. 1605
ONA Dordrecht inv. 16, f. 229: op 30 juni 1631 testeert Dominicus van Beverwijck Bartholomeusz., ongehuwd persoon, [“oud omtrent 26 jaar” is doorgehaald], ingeborene van Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij benoemt tot erfgenaam zijn moeder Maria van Wesel, weduwe van Bartholomeus Dirksz. van Beverwijck, op voorwaarde, dat zij na zijn overlijden aan de NG huisarmen van Dordrecht uitkeert een bedrag van 100 gl.
V. Johan van Beverwijck Bartholomeusz., medicus ordinaris te Dordrecht (1625), schepen (1629), weesvader (1633), overleden in 1647, trouwde 1e Anna van Duverden, overleden 26 aug. 1624, dochter van Cornelis van Duverden, schepen van Utrecht en schout van Amersfoort, en van Johanna van Voort, 2e 1 dec. 1626 Elisabeth de Bakker, dochter van Willem de Bakker, schepen van Zierikzee, en Jacobmina de Witte
– 14 okt. 1619: Anna van Duveren van Voort, de vrouw van dr. Johannes van Beverwijck, burgeres van Dordrecht, verklaart “den innehouden van desen d’welcke zij door [notaris H. van Naerden Jansz. te Dordrecht heeft doen schrijven ende met haer gewoonlijcke handtschrifte onderteijckent haer testament … te wesen”. In dat testament heeft zij haar man tot enige erfgenaam benoemd, indien zij zonder kinderen komt te overlijden. (ONA Dordrecht inv. 16, f. 91 en 92)
– 20 aug. 1624: is notaris Daniël Eelbo, notaris te Dordrecht, ter hand gesteld door dr. Johannes van Beverwijck, doctor in de medicijnen te Dordrecht, een besloten testament, gepasseerd door diens vrouw, Anna van Duverden van Voort, inmiddels overleden, voor notaris H. van Naerden Jansz. op 14 okt. 1619, welk testament notaris Eelbo op verzoek van dr. Van Beverwijck heeft geopend en voorgelezen in aanwezigheid van dr. Van Beverwijck, Dirck en Willem van Duverden van Voort, Johan Sael Wtten Engh, oud-burgemeester van Amersfoort en Odilia van Duverden van Voort, broers, zuster en zwager van Anna van Duverden van Voort, alsmede Daniël de la Vigne, predikant van de Waalse gemeente te Dordrecht, Phlips Apersz. van Beverwijck en mr. Maximiliaen Bouman, stadschirurgijn, als getuigen. (ONA Dordrecht inv. 1, f. 91)
8 nov. 1625: de Oudraad van Dordrecht benoemt met eenparigheid van stemmen tot stadsdoctor Johannes van Beverwijck, als opvolger van de overleden stadsmedicus dr. Jordaen Foreest. Dr. Cornelis van Someren heeft na het overlijden van dr. Foreestin zijn ééntjede plaats van beide stadsdoctoren waargenomen. (ORA Dordrecht inv. 10, f. 29)
– 16 nov. 1628: Gerrit Thomasz., schiptimmerman en burger van Dordrecht, verkoopt aan dr. Johan van Beverwijck een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Michiel Feltrum en dat van Gillis van den Bossche. Waarborg: Gerrit Eeuwoutsz. glasmaker.

– 10 jan. 1630: Gillis van den Bossche, burger van Dordrecht, verkoopt voor 2100 gl., waarvan 1200 gl. contant, aan dr. Johan van Beverwijck, oudraad van Dordrecht, een huis genaamd “Sint Eeuwout”, het “voorste huijs” bij het Groothoofd, staande tussen het huis van koper en het huis van Pieter Jaspersz. Leijsten. Waarborg: Diderich Heuft, koopman en burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 900 gl. (ORA Dordrecht inv. 768 (oud), f. 10v)

– 6 okt. 1660: Elisabeth de Backere, weduwe van dr. Johan van Beverwijck, wonende te Werkendam, verleent procuratie aan haar “behuwt soone” Blasius van Haerlem de Jonge, om te verkopen een huis omtrent het Groothoofd, staande tegenover de Arijen Joppensteiger tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Michiel van Feltrum en dat van Anthonij de Vries brouwer. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 437 e.v.)]

Kinderen (ex 2):
a. Anna van Beverwijck, trouwde 11 dec. 1653Johan Dullaert
Kind:
a-1. Johanna, gedoopt NG Dordrecht 19 juli 1654
b. mr.Willem van Beverwijck, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1659), advocaat voor het Hof van Holland, trouwde NG Dordrecht/Werkendam 19 jan./2 febr. 1659Maria van de Corput, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Hofstraat (1659)
Kind:
b-1. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht 3 okt. 1659
c. Maria van Beverwijck, trouwde 10 aug. 1659 Blasius van Haarlem Blasiusz.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
c-1. Geertruijt, 21 juli 1660
c-2. Elisabeth, 11 sept. 1662
c-3. Johanna, 5 jan. 1664
c-4. Blasius, 17 okt. 1667