Verponding van Dordrecht 1606 (deel 1)

Laatst bijgewerkt op 29 sept. 2022

SA Dordrecht, Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3966.

Tussen rechte haken aanvullingen uit SA Dordrecht, Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3967 (verponding Dordrecht 1608). Tussen accolades aanvullingen uit andere bronnen.

De bedragen zijn Hollandse ponden, stuivers en penningen. Bijvoorbeeld: 6-12-6 betekent 6 ponden 12 stuivers 6 penningen, 25-10 betekent 25 ponden 10 stuivers.

Geraadpleegde literatuur:

M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht, 2 delen (Dordrecht 1677)

H.A. van Duinen en C. Esseboom (red.), Water wordt een feest zodra het bij de brouwer is geweest. Dordtse brouwerijen door de eeuwen heen. Jaarboek van de Historische Vereniging Oud-Dordrecht 2007 (Dordrecht z.j.)

C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena. 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003), (Dordrecht 2003)

C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht, 2 delen(Zaltbommel 1974)

f. 1

Teerste Quartier beginnende vant Groote kerckhoff totte Tollebrugstraet

Jacob Frans Wittensz. 25-10

Aert van Bouckhoven 22-10

[ORA Dordrecht inv. 1580, f. 248: op 7 mrt. 1598 verkoopt Jaques van Halewijn kruidenier voor 5050 gl. aan Cornelis Waelen korenkoper een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jacob Frans Wittensz. en dat van Rogier Quirijnen makelaar. De koper is schuldig aan Cecilia Cornelis Lowijsdr. een somma van 2950 gl. Borgen: Herman Spiegel, substituut secretaris van Dordrecht, en Jan van Beaumont Govertsz.]

Rogier Quirijnen{schipper, makelaar} 14

f. 1v

CornelisBa[e]ckerman 11-5

Ariaen de Mens [hoemaecker] 11-5

Bavo Fransz.coomen 12-10

Pieter Pietersz. plankdrager 7-10

Heijltgen Jan kijnderen 7-10

f. 2

Cornelis Nijssen makelaar, huurt van Claes Hutspot 22-10

[ORA Dordrecht inv. 1585, f. 62: op 8 nov. 1607 verkoopt kapitein Claes Cornelisz. Hutspot, burger van Dordrecht, aan Pieter Willemsz. een huis op de hoek van de Schuitenmakersstraat, staande tussen ’s herenstraat en het huis van Wouter Jansz. Waarborg: Dirick Pietersz. zijdelakenkoper. De koper is schuldig aan verkoper 2530 gl. Borg: Willem Hendricxsz. en Gijsbrecht Jansz.]

Wouter Jansz. steenhouwer 12-10

Jacob Jacobsz. timmerman 9

Ghijsbert Geritsz. kleermaker 9

Willem Adriaensz. Vinck weduwe 10

{ORA Dordrecht inv. 1584, f. 195: op 3 nov. 1606 verdelen Adriaentgen Aertsdr., weduwe van Willem Adriaensz. Vinck, enerzijds en Adriaen Adriaensz. Vinck, voor zichzelf en als oom en voogd van het weeskind van Anneken Adriaensdr. Vincken, bij haar verwekt door Pieter Pietersz., wonende op de Westmaas, en Josijntken Adriaensdr. Vincken, weduwe van Daniël Cornelisz. van Nasch, wonende te Rotterdam, allen erfgenamen van Willem Ariensz. Vinck, resp. hun broer en oom, anderzijds, de nalatenschap van Willem Adriaensz. Vinck. Daarbij is aan de weduwe en erfgenamen, elk voor de helft, aanbedeeld een huis nabij de Grote Kerk, staande naast het huis van Gijsbert Gerritsz. kleermaker.}

f. 2v

Jan Willemsz. moutmaker 18

Koen Joesten tingieter 9

{ORA Dordrecht inv. 1584, f. 20v: op 8 mrt. 1605 verkopen Coen Joosten tingieter en zijn vrouw Mariken Thonisdr., aan Grietgen Claesdr. een jaarlijkse losrente van 24 gl., verzekerd op een huis op de hoek van de Manhuisstraat, staande tussen het huis, genaamd “de Engel” en ’s herenstraat.}

Michiel Laurensz. ketelboeter 10

{28 aug. 1609: Floris Jansz., waard in “den Hulck” buiten de Vuilpoort, voor zichzelf en voogd van de kinderen van Cornelis Jobsz. wagenmaker, verwekt bij Neeltge Henricxsdr. zaliger, tevens vervangende voornoemde Cornelis Jobsz., als vader en voogd van zijn kinderen, Pieter Witten voor zichzelf en tevens vervangende zijn onmondige broers en zusters, allen samen voor een derde deel, Willem Aertsz. Brantwijck korenkoper en voornoemde Pieter Witten als naaste verwanten van het kind van Dirck Cornelisz. en Neeltge Caselaers, beiden zaliger, voor een derde deel, en voornoemde Floris Jansz. en Pieter Witten samen mede vervangende Adriaen Willemsz., schrijnwerker te Amsterdam, verkopen aan Michiel Laurensz. koperslager, burger van Dordrecht, een huis, genaamd “den Engel”, waarin de koper woont, staande tegenover de Oudemannensteiger tussen het huis van de weduwe van Coen Joosten en een huis, dat toebehoort aan de stad Dordrecht. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 346)

ORA Dordrecht inv. 1592, f. 3: op 9 jan. 1615 verkoopt Michiel Lauwerensz., koperslager en burger van Dordrecht, aan Jacob Stoop Dircxsz. een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Joost Henricxsz. schrijnwerker en dat van de weduwe van Coen Joosten.}

Johannes Debeth {Debets} predikant nihil

de erfgenamen van wijlen Jacob van Beveren 18

[ORA Dordrecht inv. 1587, f. 108 [NB: deze akte is niet gepasseerd]: op 1 sept. 1610 verkopen Matheus van der Goes, als vader, en Cornelis en Pieter van Beveren, als testamentaire voogden over Reijnborch van der Goes, weeskind van wijlen Alith van Beveren, bij haar verwekt door Matheus van der Goes, aan Cornelia de Buijlere Francoisdr., weduwe van Aernt Claesz. van Born van Woerden, deurwaarder van het Hof van Holland, een huis in de Grotekerksbuurt tegenover de Oudemanhuissteiger, staande tussen het huis van burgemeester Cornelis Frans Wittensz. aan de oostzijde en het huis, dat toebehoort aan de Grote Kerk aan de westzijde, in welk huis Jacob van Beveren en Reijnborch van Driel, de ouders van de verkopers, zijn overleden, en dat door vererving eigendom van het voornoemde weeskind is geworden.

ORA Dordrecht inv. 1588, f. 111: op 1 juli 1611 verkopen Cornelis van Beveren, lid van de Oudraad van Dordrecht, als testamentaire voogden over Remborch van der Goes, weeskind van wijlen Alith van Beveren, bij haar verwekt door Mathias van der Goes, aan Cornelia de Buijlere Francoisdr., weduwe van Aernt Claesz. van Born van Woerden, deurwaarder van het Hof van Holland, een huis in de Grotekerksbuurt tegenover de Oudemanhuissteiger, staande tussen het huis van oud-burgemeester Cornelis Frans Wittensz. aan de oostzijde en het huis, dat toebehoort aan de Grote Kerk aan de westzijde, in welk huis Jacob van Beveren en Reijnborch van Driel, de ouders van de verkopers, zijn overleden, en dat door vererving eigendom van het voornoemde weeskind is geworden. De koopster is schuldig aan verkopers een somma van 2800 gl.]

f. 3

Aelwijn Aelwijnsz. 22-10

Maerten Huijgenweduwe 12-10

[ORA Dordrecht inv. 1590, f. 84 e.v.: op 20 juli 1613 verkoopt Emmeken Geeritsdr., weduwe Maerten Aert Huijgensz. viskoper, geassisteerd met Willem Thonisz. Verelst, aan Cornelis Melchiorsz. Coninck een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis Cornelis Fransz. Wittensz., burgemeester van Dordrecht, en dat van mr. Johan van der Wolde, schepen in wette van Dordrecht. Waarborg: Willem Anthonisz. Verelst. De koper is schuldig aan verkoopster 2508 gl. Borg: Thomas Cornelisz. bakker.]

Matheus van der Goes 12-10

{Matheus Andriesz. van der Goes, “stapulier van de Generaliteijt Artillerij” (1607), trouwde 1e NG Dordrecht 19 dec. 1599/4 jan. 1600 (beiden van Dordrecht) Adriana Pauli, weduwe van Herman van den Putte, 2e NG Dordrecht14 mrt./25 april1604 Alijt Jacobsdr. van Beveren, van Dordrecht, dochter van Jacob van Beveren en Reijnsburg van Driel, 3e NG Dordrecht 18 nov./2 dec. 1607 (beiden van Dordrecht)Adriana van Blijenborch Adriaensdr.

ORA Dordrecht inv. 1581, f. 179 e.v.: op 1 mei 1600 verkoopt Franchoijs Alewijnsz., koopman en burger van Dordrecht, voor 3700 gl. aan Matheus van der Goes, commies stapelier van het Generaliteits magazijn in Dordrecht, een huis, genaamd “den Tabernakel Davids”, staande omtrent de Grote Kerk tussen het huis van Frans Cornelisz. van Beaumont en dat van Maerten Huijgen viskoper. Waarborg: Adriaen Jobsz. De koper is schuldig aan verkoper 2664 gl. Borg: Pompeus de Rovere.}

Kinderen (ex 1):

a. Maria, gedoopt NG Dordrecht okt. 1600

b. Jacob, gedoopt NG Dordrecht dec. 1602

ORA Dordrecht inv. 1589, f. 68v: op 4 juni 1612 verkopen mr. Herman Halling en Willem Crooswijck, als voogden van het kind van Adriana Pauli, voor 3406 gl. aan mr. Johan van der Wolde, licentiaat in de rechten, een huis in de Grotekersbuurt, genaamd “den Coninck David”, staande tussen het huis van Cornelis Melchiorsz. Coninck en dat van Franchois Cornelisz. van Beaumont. De koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 2406 gl. Borg: Herman van de Wolde wijnkoper.}

Frans Cornelisz. van Beaumont 9

Henrick [Claesz.] van Besoeijen 15

[ORA Dordrecht inv. 1586, f. 22: op 30 sept. 1608 verkoopt Hendrick Claesz. van Besoijen, burger van Dordrecht, aan Nicolaes Jansz. Cruijdenier een jaarlijkse losrente van 36 gl., verzekerd op een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Cornelis van Beveren, schepen in wette van Dordrecht, en dat van Frans Cornelisz. van Beaumont.]

f. 3v

Cornelis van Beveren 25

Int St. Jacobs Gasthuijs

Cristoffel Schaeldien 25 st. }

Bruijn Willemsz. 50 st. }

Claes Trompetter25 st }

Pieter Fijerlincknihil} samen: 5 ponden

f. 4

Dirick Jansz. Constabel weduwe 10

{ORA Dordrecht inv. 718, f. 115: verklaring dd 29 juli 1588 op verzoek van Sijmon Walen. Dirck Jansz. Constabel, ongeveer 40 jaar oud, en Balthen Willemsz. van Dongen, ongeveer 60 jaar oud, verklaren, dat zij in mei 1584 bijeen zijn geweest ten huize van Dirck Jansz. Constabel om te spreken over de koop van het huis, dat staat naast het St. Jacobsgasthuis, welk huistoen eigendom was van Sijmon Walen en nu bewoond word door Dirck Jansz. Constabel.}

Jan van de Corput rentmeester {van de Prins van Oranje over de domeinen van de Hoge en de Lage Zwaluwe} (doorgehaald: “huurt van de weduwe van Nuijssenborch”) eigenaar 27-10

{ORA Dordrecht inv. 1582, f. 12v: op 20mrt. 1601 verklaart Johan van de Corput, als man van Maria Buijsen, erin toe te stemmen, dat Johan Buijsen, zoon van wijlen Anthonis Buijsen, apotheker van de koning van Zweden uit de goederen, die hem zijn aangekomen bij overlijden van zijn tante Digna Buijsen, echtgenote van mr. Johan van Narck, pensionaris van Middelburg, zal ontvangen een somma van 600 gl. om daarmee enige koophandel te beginnen. En dit niettegenstaande hetgeen bepaald is het testament van zijn tante, luidende: “Item indijen Jan Buijsen, zoon van wijlen Anthoni Buijsen mijn broeder, zal [komen] … te testeren sonder wettige kinderen achter te laeten, soo sal altgene hij van mij sal comen te genijeten wederomme op mijn erffgenamen comen”. Johan van de Corput verklaart verder, dat Jan Buijsen hetgeen voorschreven staat zal ontvangen, opdat hij niet door gebrek aan middelen ertoe genoodzaakt zal zijn een reis naar Oost- of West-Indië te doen of iets anders te ondernemen “dat hem schaedelijck soude zijn”. Opdat de kinderen van mr. Willem Roelsius, die het beheer over het kapitaal van Jan Buijsen als zijn curators hebben, voor deene helft van het kapitaal van 600 gl. onbelast blijven, zo heeft Johan van de Corput beloofd, voor zichzelf en voor zijn vrouw, in te staan voor de helft ervan. Ingeval de kinderen van mr. Willem Roelsius weigeren de andere helft te hunnen laste te nemen, is hij bereid garant te staan voor het hele bedrag..

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 134v e.v.: op 18 april 1606 verkopen Emerentiana Jan den Bothsdr., weduwe van Johan van Nuijssenburch, en Jan van Nuijssenburch Jansz., haar zoon, aan wie zij ter voldoening van zijn vaderlijk erfdeel de helftvan een huis en mouterij heeft overgedragen, volgens de schepenenbrief daarvanzijnde dd 2 nov. 1605, voor de ene helft, en Dirck Pietersz. van de Honert, als man van Geertruijt van Nuijssenburch Jansdr., voor zichzelf en “als coop hebbende” van de andere voorkinderen van voornoemde Jan [Johan]van Nuijssenburch, t.w. Henrick, Dirck, Jan en Herman van Nuijssenburch Janszonen, voor de andere helft, aan Johan van de Corput, rentmeester van de Prins van Oranje over de domeinen van de Hoge en Lage Zwaluwe, een huis en mouterij, strekkende tot aan de scheidingsmuur van het erf van voornoemde Van den Honert, staande [in de Grotekerksbuurt] bij het St. Jacobsgasthuis tussen het huis van Jan Govertsz. van Beaumondt, stadhouder van de schout van Dordrecht, aan de ene zijde en het huis van de weduwe en erfgenamen van Dirck Jansz. Constapel en het St. Jacobsgasthuis aan de andere zijde. Koopvoorwaarde is o.a., dat de koper en zijn nakomelingen bij dag en bij nacht een vrije doorgang zullen hebben over het erf en de houttuin van Van den Honert, achter aan het voornoemde huis enstrekkende tot voor op de Nieuwe Haven. De koper is schuldig aan Van den Honert een somma van 4484 gl.]

Jan Govertsz. {van Beaumont} stadhouder {van de schout van Dordrecht}15

Pompeus de Rovere 35

[ORA Dordrecht inv. 1579, f. 298: op 24 april 1595 verkoopt Willem van Beveren Cornelisz., raad en rentmeester-generaal van de domeinen van Zuid-Holland, aan Johan Berck, doctor in de rechten, raadpensionaris en secretaris van Dordrecht, een huis genaamd “het Saracijnshooft”, staande [op de Groenmarkt] tegenover de Lombardbrug tussen het huis van Jan Govertsz. van Beaumont en dat van Willem Joosten glasmaker. De verkoper heeft het huis gekocht van wijlen Huijch Cool Huijgensz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 4800 gl.

ORA Dordrecht inv. 748, f. 168, 26 juni 1606: Johan Berck, eerste raadpensionaris en secretaris van Dordrecht,verkoopt aan Pompejus de Rovere, generaal van de gemene middelen een huis, erf en toebehoren genaamd “het Saracijnshoofd”, staande [op de Groenmarkt]tegenoverde Lombardbrug aan de Poortzijde, tussen het huis van Jan Govertsz. van Beaumont , stadhouder van de schout van Dordrecht, en het huis van Marijken Jansdr.,de weduwe van Willem Joosten Stoopen glasmaker, zulks als de verkoper het huis gekocht heeft van Willem van Beveren, raad en rentmeester-generaal van de domeinen van Zuid-Holland.]

Willem Joesten {Stoopen} glaesmaecker 11-5

f. 4v

Cornelis Joppen wagenmaker 12

Elias van Walscappel 25

Jacob Henricksz. kleermakerhuurt van Ghovert Jansz. weduwe [geen bedrag vermeld]

de weduwe van Ghovert Jansz.{van Beaumont} 65

{Govert Jansz. van Beaumont, geboren 1530, begraven Dordrecht 27 febr. 1599, brouwer in “de Vier Heemskinderen”, raad en schepen van Dordrecht, zoon van Johan Govertsz. van Beaumont, azijnbrouwer te Dordrecht, en Jannigje Oem Cornelisdr., trouwde 1e Barbara van Wesel Jansdr., overleden 1573, 2e NG Dordrecht febr. 1576 Reijnsburg van Slingeland, overleden Dordrecht 4 okt. 1615, dochter van Simon van Slingeland en Geertruij van Gameren. (Ons Voorgeslacht 2006, p. 101)

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw): op 5 okt. 1605 verkoopt Gerrit van Nispen Cornelisz. voor 576 gl.aan Henrick Jansz. Put lakenkoper een stuk erf achter zijn, Van Nispens, huis, “reedende … viercant achterwaerts vuijt van het vuijterste van de oven staende achter aen het coockhuijsken” van de verkoper tot aan de brouwerij van Reijnsburch Sijmons, weduwe van Govert Jansz. van Beaumondt toe.}

Huijbert Claesz. korenkoper 20

f. 5

Jan Govert Diemers 25

Frans Cornelisz. cousmaecker huurt van [naam niet vermeld] 8

Henrick Jansz. dekenkoper 10

Pieter Stercken weduwe 16

Thomas Pietersz. commis 20

f. 5v

de weduwe van Frans Pietersz. 15

Pia Claesz. glaesmaecker 15

bij de voorgaande in margine: is bij mijn heeren geremitteert [5 ponden] als op voorgaende jaren, ’t rest is bij requeste den 1 junij 1609 geremitteert

Lijeven Neeringe knoopmaker

Jan Cornelisz. cruijenier huurt van Marijken Reijers 15

{ORA Dordrecht inv. 1584, f. 144: op 8 mei 1606 verklaart Mariken Ariensdr., weduwe van Reijer Ariensz. viskoper, schuldig te zijn aan Pieter Cornelisz., weeskind van Cornelis Pietersz., een bedrag van 400 gl., verbindende haar huis, staande tussen het huis van Pia Claesz. glasmaker en de Vleeshouwersstraat. Borgen: Jan van Wels viskoper en Jan Segersz. huistimmerman.

ORA Dordrecht inv. 1585, f. 45v: op 11 juli 1607 verkoopt Marijken Ariensdr., weduwe van Reijer Ariensz., aan Jan Jansz. Coninck een huis, staande tussen de Vleeshouwersstraat en het huis van Phia Claes. Waarborgen: Jan Segersz. huistimmerman en Arien Reijersz. glasmaker. De koper is schuldig aan Liedewij Cornelisdr. een bedrag van 2237 gl. Borgen: Jan Jaspersz. Coninck en Jan Jansz. Slijp.}

Ariaen Cornelisz. bakker 15

Ariaen Willemsz. ketelboeter 8

f. 6

mr. Dirick chirurgijn 15

Jan Cornelisz. vleeshouwer 15

Lambert Hulshout lakenkoper 20

[ORA Dordrecht inv. 1583, f. 129 e.v.: op 8 okt. 1604 verkopen Jan Cornelisz. vleeshouwer en Jan Govaertsz. smid voor 4000 gl. aan Lambrecht Hulshout lakenkoper een huis omtrent de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Cornelis Aertsz. en dat van Jan Cornelisz. vleeshouwer. Waarborgen: Gillis Pijetersz. timmerman voor Jan Cornelisz. en Bartholomeus Henricksz. voor Jan Govaertsz. De koper is schuldig aan de verkopers elk een bedrag van 1400 gl. Borg: Jan de Bramaecker.]

Claes Jansz. {Capiteijn} cousmaecker 17-10

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 44 e.v.: op 30 april 1605 verkopen Bastiaen Aelbertsz., als man van Fransgen Cornelisdr. en Nicolaes Pietersz., als man van Marigen Cornelisdr., tevens vervangende Arien Ariensz., als man van Annegen Cornelisdr., allen kinderen en erfgenamen van wijlen Cornelis Aertsz. vleeshouwer en Jeutgen Henricx, voor 4375 gl. aan Nicolaes Jansz. Capiteijn een huis, genaamd “het Lam”, staande omtrent de Visbrug tussen het huis van Lambert Hulshout lakenkoper en dat van Evert Hermansz. kousenmaker. Waarborgen: Aert Cornelisz. en Gillis Pietersz., burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2875 gl. Borg: Gerrit Fransz. Snouck lakenkoper.]

Evert Hermansz. cousmaecker 7-10

f. 6v

de weduwe van Cornelis Gijsbertsz. van Schaerlaecken 37 {het huis “de Gulden Os”}

{NG trouwboek Dordrecht nov. 1574: Cornelis Gijsbrechtsz. van Scharlaken en Luitgen (Luijtgart, Lucretia) Jacobsdr. Ooms, beiden van Dordrecht}

Het huis “de Gulden Os” aan de Groenmarkt (okt. 2011)

Stadsarchief Dordrecht nr.3, inv. 3965 (verponding Dordrecht 1594), f. 6: de weduwe van Schaerlacken in den Os betaalt 37 ponden 10s. voor brouwerij “de Os”, belenders: Steven Willemsz. vleeshouwer en Emert Jansz. vleeshouwer.}

Emmert Jansz. vleeshouwer 15

{In de verponding van 1594 staan tussen het huis van Emert Jansz. vleeshouwer en de brouwerij “het Hert” nog twee huizen vermeld, nl. het huis van Rochus Joosten vleeshouwer en dat van Pieter Waelen korenkoper. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 6 en 6v).

ORA Dordrecht inv. 745, f. 82v e.v.: op 26 mei 1599 verklaart Rochus Joosten, vleeshouwer en burger van Dordrecht, dat hij tot “versekertheijt ende bevrijdinge” van de borgtocht, die zijn schoonvader Adriaen Back(s) voor hem gepresteerd heeft ten behoeve van Pieter Andrijesz. Waelen wegens de custingpenningen van de koop van een huis, staande tegenover de Visbrug tussen het huis en de brouwerij van “het Hert” en het huis van Emer Jansz. vleeshouwer (waarvoor Adriaen Back reeds voor hem, Rochus Joosten, heeft moeten betalen een somma van 2400 gl.), verbonden heeft het voornoemde huis met alle zich daarin bevindende inboedel en huisraad.}

De Groenmarkt bij de Visbrug (april 2012).

Michiel Jacobsz. [Cotermans] brouwer 62

{Brouwerij “het Witte Hert”. Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965 (verponding Dordrecht 1594), f. 6v: Jan Karel huurt de brouwerij van Pieter [Andriesz.] Waelen voor 425 ponden, hij betaalt in de verponding 42 ponden (in margine: in surcheantie [zeven ponden] alzoo de brouwerije een halff jaer leech gestaen heeft), belenders: Pieter Waelen korenkoper en Thonis Thonisz. kramer.

ORA Dordrecht inv. 1582, f. 16v: op 3 april 1601 verkoopt Pijeter Andriesz. Waelen voor 2600 gl. aan Michiel Jacobsz. Cotermans brouwer een huis tegenover de Visbrug, staande tussen het huis van Emer Jansz. vleeshouwer en dat van Thonis Thonisz. Waarborg: Dirck Gerritsz.bakker. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1916 gl. Waarborg: Thonis Thonisz. zijdekramer.}

Thonis Tonisz. kramer [de weduwe van Thonis Thonisz. kramer] 17

{Het huis “den Jesus”. Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965 (verponding Dordrecht 1594), f. 6v: Thonis Thonisz. kramer betaalt 17 ponden 10 s. voor zijn huis aan de Groenmarkt, belenders: de brouwerij van Pieter Waelen en het huis van Pieter Cornelisz. Praem }

Willem Joppen vleeshouwer 15

f. 7

Cornelis Cornelisz. huurt van Joest van Rijswijck 23-10

Huijgo Repelaer brouwer 60

{Hugo Anthonisz. Repelaer, brouwer in “de Sleutel” aan de Groenmarkt. Hij trouwde in 1588 met Mariken Jansdr. Brouwer, dochter en erfgename van Jan Gerritsz., brouwer in “de Sleutel”. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 145)

Huis De Sleutel (okt. 2011). (In het daarnaast gelegen café De Sportbar woedde in aug. 2012 een hevige brand, waarbij drie boven het café gelegen appartementen werden verwoest.)

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965 (verponding Dordrecht 1594), f. 7: Huijch Repelaer brouwer betaalt 60 ponden voor zijn brouwerij aan de Groenmarkt, belenders: Adriaentgen Waelen, de weduwe van Jan Huijgen, en Sijmon Willemsz.}

Claes Aertsz. schrijnwerker 20

Ariaen Thonisz. vleeshouwer 6-10

Abram Mantes 10

bij de voorgaande in margine: ’t [derde] part van huijerman in surcheantie

f. 7v

Ariaen Ariaensz. Vinck 31

{RA Hendrik-Ido-Ambacht inv. 1, f. 89: op 15 febr. 1601 verkoopt Arien Ariensz. Vinck, schout van Grote Lindt, wonende te Dordrecht, aan Dierick Adriaensz., wonende in Schobbelandsambacht drie morgen weiland aan de “Ambochsche Steghe” in Schilmanskinderenambacht, hem, verkoper, aangekomen bij overlijden van zijn ouders volgens de kavelcedul daarvan zijnde, gedateerd 16 okt. 1587. Het land is getaxeerd door schout en heemraden van Hendrik-Ido-Ambacht op 925 gl.}

Pieter Aertsz. Nan 32

{ORA Dordrecht inv. 1587, f. 97 e.v.: op 24 juli 1610 verkoopt Abel Willemsz., burger van Dordrecht, koopman te Dordrecht, aan Michiel Pompe, koopman te Dordrecht, de helft van twee huizen, genaamd “Bruijnswijck” en “den Dolphijn”, aan hem nagelaten door Neeltgen Abelsdr., staande op de Groenmarkt tussen het huis van Nicolaes Jansz. Cruijdenier en dat van de weduwe en kinderen van Adriaen Adriaensz. Vinck de oude, met een pakhuis en erf erachter, uitkomende op de straat aan de Nieuwe Haven.)

Aeltgen Tijssen huijert onder den kelder 13-10

Claes Jansz. Cruijenier 30

Gerit le Bruijn 30

{ORA Dordrecht inv. 1585, f. 127: op 23 mei 1608 verkopen Catherina van Nest, weduwe van Geeraert le Bruijn, geassisteerd met Johannes Poliander, predikant van de Waalse gemeente te Dordrecht, en Johan Elias Ardewijns, en Johan van Moerkercken en Johannes Bordels, als voogden van de weeskinderen van Geeraert le Bruijn, aan Francois van Bonckelwaert een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Nicolaes Jansz. Cruijdenier en dat van Willem Aertsz. korenkoper. Waarborgen: Jacques Levecque zijdenlakenkoper en voornoemde Moerkercken. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 4005 gl. Borgen: Aert Cornelisz. beenhakker en Isaac Dircxsz. boekbinder.}

De Groenmarkt tussen Visbrug en Scheffersplein (april 2012).

f. 8

Willem Aertsz. korenkoper 24-10

Jan Andriesz. kaaskoper 12-10

Ariaen Willemsz. vleeshouwer 30

Jan Jacobsz. [Cotermans]brouwer 62

{ORA Dordrecht inv. 1583, f. 15 e.v.: op 9 mei 1603 verkoopt Nicolaes van Wesel Jansz., lid van de Oudraad van Dordrecht, voor 12.200 gl. aan Jan Jacobsz. Cotermans, een huis, brouwerij, mouterij en rosmolen, genaamd “den Haen”, staande op de Vogelmarkt tussen het huis van Arien Willemsz. vleeshouwer en dat van de erfgenamen van Anna Stevens, strekkende voor van ’s herenstraat tot achter aan destraat vande Nieuwe Haven, met een vrije doorgang door het erf of huis, genaamd “den Naem Jesus”, dat toebehoort aan Mathijs Pijetersz. kaaskoper. Waarborg: Bartholomeus Dircksz. lakenkoper. De koper is schuldig aan verkoper 8600 gl. Borg: Michijel Jacobsz. Cotermans.

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 59v e.v.: op 3 febr. 1629 verkoopt Jan Jacobsz. Cotermans, brouwer en burger van Dordrecht, aan Jacob van de Corput, schepen in wettte van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 187 gl. 10 st. op een huis met brouwerij, rosmolen en mouterij, staande op de Vogelmarkt tussen het huis van Arijen Willemsz. Oudeman en dat van mr. Nicolaes Schavaar, strekkende van de straat tot achter op de Nieuwe Haven, alsmede op de gang door het huis van Matheeus Pietersz.

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 11: op 21 okt. 1631 verkoopt Jan Jacobsz. Cotermans, brouwer en burger van Dordrecht, aan Adriaen Cornelisz. Boone een jaarlijkse losrente van 150 gl., verzekerd op een huis, brouwerij en mouterij, genaamd “den Haen”, staande op de Vogelmarkt tussen het huis van de erfgenamen van Adriaen Willemsz. Oudeman en dat van mr. Nicolaes Schavaar chirurgijn.

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 59: op 10 sept. 1632 verkoopt Jan Jacobsz. Cotermans, brouwer en burger van Dordrecht, voor 1400 gl. aan mr. Daniël Waterrijck, burger van Dordrecht, een huis achter de brouwerij “den Haen”, uitkomende met de voorgevel op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de koper en dat van Staes Jacobsz., strekkende van de straat tot aan de eerste achtergevel van verkopers brouwerij. Waarborgen: Michiel Jacobsz. Cotermans en Jacob Michielsz. Cotermans, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 800 gl. Borg: Adriaen Cornelisz. Cruijskercken.

ORA Dordrecht inv. 1606, f. 22: op 9 mei 1634 verkoopt Jan Jacobsz. Cotermans, burger van Dordrecht, weduwnaar van Tanneken Carelsdr., voor 4000 gl. aan Ambrosius van Gerwen, wonende te Leiden, een huis op de Vogelmarkt, genaamd “den Haen”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Arijen Willemsz. den Oudenman en dat van mr. Nicolaes Schavaar chirurgijn. Waarborgen: Michiel Jacobsz. Cotermans en Jacob Michielsz. Cotermans, brouwers en burgers van Dordrecht.}

Cornelis Cornelisz. vleeshouwer 25

f. 8v

Cornelis Cornelisz. weduwe 45

{Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3967, f. 8r en8v: de weduwe van Cornelis Cornelisz. in den Roen Schilt [Rode Schild] betaalt in de verponding van 1608 voor haar huis 45 ponden, belenders: Cornelis Cornelisz. vleeshouwer en Geertgen Hermans coomenster.}

Geertgen Hermanssen 10

Margriet Artemans weduwe 35

{Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3967, f. 8v: Margriete Hartemans weduwe betaalt 35 ponden voor haar huis in de verponding van 1608, belenders: de weduwe van Cornelis Cornelisz. in den Roen Schilt en de weduw van Cornelis de Vrijes.}

de weduwe van Cornelis de Vrijes 52-10

Cornelis Mesjan Jansz. 17-10

f. 9

de erfgenamen van Jacob van Diemen weduwe 35

Willem Anthonisz. 35

{ORA Dordrecht inv. 751, f.69, 29 mei 1610: Thonis Willemsz. wijnkoper, geassisteerd met Quintijn Pietersz. van der Velde bakker, verkoopt aan Cornelis Aertsz. van Gesel de helft van een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Johan van Cruijskercken lakenkoper en het huis toebehorende aan de erfgenamen van Jacob van Diemen, genaamd de Gouden Leeuw, staande tegenover de Tolbrug aan de poortzijde. Waarborg: Quintijn Pietersz. van der Velde bakker.}

Jacob van der Eijcke 12

Vande Tollebruge tot de Grootekerck

de weduwe van Pieter Jansz. 26-5

bij de voorgaande in margine: in surcheancie als in voorgaende rekeninge [6-5]

f. 9v

Lauken Jansdr. 22-10

de weduwe van Willem Jansz. leidekker 15

Anthonis Lamberts {zijdelakenkoper} 20

Jan Geritsz. {Tilkijn, Tilking} strohoedenmaker 16-10

{30 dec. 1587: testament van JanTijel van Luik en Anthonetta Reijnouts vanNieuwpoort in Vlaanderen, echtelieden.Anthonetta is zwanger. Zij benoemen hun kind of kinderen of, bij vooroverlijden van die kinderen,elkaar tot erfgenaam. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 30 e.v.);

5 mrt. 1602: Geerit Jordensz. de Haen bakker transporteert aan Jan Geeritsz. Tilkijn een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Niclaes Jansz.Cruijenier aan de ene zijde en dat van Anthoni Lambrechtsz., genaamd “de Verkeerde Werelt”, aan de andere zijde. Koper kent schuldig aan Corstiaen Stevensz. en Johan van Wels, als voogden van Marijken Gerritsdr. en Steven Gerritsz.,de kinderen van de verkoper, verwekt bij Marijken Jacobsdr., een bedrag van 84 gl. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 94)

19 aug. 1605: verklaring op verzoek van Lenaert Gorisz. en Jacob Gorisz. van Bommel, mede-erfgenamen van Aert Jillisz., trijpmaker van Venlo, door Jan Geeritsz. Tilkin, ca. 50 jaar oud en Laurens Aertsz., ongeveer 52 jaar oud, burgers van Dordrecht (ORA Dordrecht inv. 899);

28 jan. 1620: Jan Geerardtsz. Tilking, burger van Dordrecht,is schuldig aan Maria Boucquet, weduwe van Daniël Oom, verbindende het huis, waarin hij woont,genaamd “de Verkeerde Wereld”, staande op de Vogelmarkt aan de havenzijde bij de Tolbrug tussen het huis van Huijbert van Zevender en dat van Dirck Pijl. (ORA Dordrecht inv. 1596, f. 7 e.v.)

12 jan. 1627: inventaris van de goederen nagelaten door Jan Gerritsz. Tilkijn, strohoedenmaker. (ONA Dordrecht inv. 31, f. 3 e.v.)

27 juni 1628: staatje van de goederen nagelaten door Antonijntgen Renouts, weduwe van Jan Gerritsz. strohoedenmaker, samengesteld uit de algemene inventaris, in aanwezigheid van Davit Rijcxe, Salemon Degels en Cornelis Cornelisz. van Cleeff, ter Weeskamer van Dordrecht (Weeskamer Dordrecht, inv. 18, f. 48)}

Claes Raeijen kleermaker 16-10

f. 10

Berbel Jans kaaskoopster 16-10

Ariaen Jacobsz. bakker huurt van Baertelmeus Gielis bakker 18-10

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 171v: op 12 juli 1606 verkopen Dirck Pietersz. en Damas Pietersz., als voogden van de weeskinderen van Michiel Damasz., en Baetge Pietersdr., aan Arien Jacobsz. pasteibakker een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt] aan de havenzijde, genaamd “den Ram”, staande tussen het huis van Nicolaes Jansz. Cruijdenier, schepen in wette van Dordrecht, en dat van Fredrick Jansz. Waarborgen: voornoemde voogden. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1606 gl. Borg: Gijsbrecht Cornelisz. pasteibakker.

ORA Dordrecht inv. 1585, f. 9: op 22 febr. 1607 verkoopt Adriaen Jacobsz. bakker aan Cornelis Andriesz. een jaarlijkse losrente van 40 gl., verzekerd op een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Nicolaes Jansz. Cruijdenier, schepen in wette van Dordrecht, genaamd “’t Haentke” en dat van Frederick Jansz. kousenmaker.}

Frederick Jansz. cousmaecker 10

Ariaen Ariaensz. vleeshouwer 10

Johannes Leo 8-10

Cornelis Diricxsz. weduwe 6

de weduwe van Henrick Jansz. 8

Tomas Cornelisz. lantaarnmaker 15

Willem Ariaensz. vleeshouwer 20

Lijsken Pieters inden Houtwagen 15

f. 11

Govert Ariaensz. vleeshouwer 17-10

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 69: op 1 juli 1605 transporteren Pieter Cornelisz. schippersgezel voor de ene helft en Arent Heinricxsz., koopman van wapens, voor zichzelf en tevens vervangende de overige erfgenamen van Cleijsgen Cornelisdr., voor de andere helft, aan Bartholomeeus Bartholomeeusz. een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen de weduwe van Cornelis Jansz. in den Houten Wagen en dat van Bartholomeeus Noppen de oude hoedenmaker.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 104: op 5 dec. 1605 verklaart Bartholomeus Bartholomeusz., schipper en burger van Dordrecht, wegens de koop van het bovengenoemde huis schuldig te zijn aan Nicolaes Jansz. Cruijdenier, schepen in wette van Dordrecht, een somma van 992 gl. Borg: Bartholomeus Noppen de oude hoedenmaker. De totale koopsom bedroeg 1832 gl.

ORA Dordrecht inv. 1585, f. 94: op 27 april 1608 verkoopt Bartholomeus Bartholomeusz. schipper aan Elijsabeth Pietersdr., weduwe van Cornelis Jansz. lantarenmaker, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van de koopster en dat van Bartholomeus Noppen. Waarborg: Bartholomeus Noppen hoedenmaker. De koopster is schuldig aan de verkoper een somma van 1250 gl. Borg: een huis, genaamd “den Houtwaegen”, staande op de Groenmarkt.}

Ariaen Pietersz. cruijenier huurt van Noppen 10

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 102v: op 29 nov. 1605 verklaart Bartholomeus Noppen, hoedenmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Marigen Pietersdr. een somma van 324 gl., verbindende twee huizen, het ene staande op de Riedijk tussen het huis van de weduwe van Gerrit Kruijck en het huis “den Swarten Ruijter”, en het andere, staande op de Vogelmarkt [Groenmarkt]tussen het huis van Reijnier de kousenmaker en dat van Cornelis Pietersz. tingieter.}

Reijnier Jansz. de Vrijes{kousenmaker} 15

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 141v: op 6 mei 1606 verkoopt Reijnier Jansz., kousenmaker en burger van Dordrecht, aan Jacob Govert Roovers een jaarlijkse losrente van 21 gl., verzekerd op een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Bartholomeus Noppen en dat van Jan Dionijs kleermaker.}

Jan Denis kleermaker 12-10

Cornelis Jordensz. ketelboeter 12-10

f. 11v

Marijken Henricxdr. kaaskoopster 17-10

Samuel cleermaecker 12-10

Jan Pietersz. {van Oorschot}cousmaecker 8-15

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 146: op 10 mei 1606 verkoopt Nijs Jansz., schipper en burger van Dordrecht, aan Jan Pietersz. van Oorschot, kousenmaker en burger van Dordrecht, een huis aan de Poortzijde [Groenmarkt]tegenover brouwerij “de Sleutel”, staande tussen het huis van Wemmer Pietersz. apotheker en dat van Salomon Jansz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1600 gl.]

mr. Wemer {Pietersz. Despinoij}apotheker 20

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 24 e.v.: op 17 mrt. 1605 verkopen Claes Laurisz., Gilbert Claesz., als man van Elisabeth Laurisdr., Adriaen Dircxsz. beenhakker, als man van Cunira Laurisdr., en Aert Laurisz., voor zichzelf en voornoemde Adriaen Dircxsz. en Jan Cornelisz. beenhakker, als testamentaire voogden over de weeskinderen van wijlen Pieterken Jacobsdr., bij haar verwekt door Aert Laurisz., aan Wemmer Pietersz., apotheker en burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Adriaen Anthonisz. Kennip kaaskoper en dat van Nijs Jansz. schipper. Waarborg: Jan Cornelisz. beenhakker. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2008 gl. Borgen: Emer Jansz. beenhakker en Cornelis Cornelisz. bakker.]

Ariaen Thonisz. {Kennip}kaaskoper 17-10

f. 12

Aert Cornelisz. vleeshouwer 22-10

Willemken Neel Ceelen 22-10

Carel Carelsz. tingieter 20

Opte Visbrugge

Mathijs Cornelisz. {Balen} weduwe 18-15

Jan Ambrosius {van Gerwen}weduwe 21-5

Jopgen Sijmons inde Spinster 30

Pieter Segersz. vleeshouwer 10

Carel Jacobsz. 22-10

Roelof Henricxsz. weduwe 22-10

f. 13

Jan Cornelisz.wielmaker 18-15

Govert Pietersz. bode 22-10

bij de voorgaande in margine: is geremitteert [2-10] voort dragen vande billietten ende penningen

Bastiaen Crijnen 10

Marijken Bouwens weduwe 25

Willem Foppen 12-10

f. 13v

Jan Diricxsz. cousmaecker 12-10

{ORA Dordrecht inv. 1582, f. 36: op 1 juni 1601 verklaart Egbert Dircksz., burger van Dordrecht, dat Henrick van Naerden Jansz., zich als borg gesteld heeft ten behoeve van Lijntken Lenaertsdr. voor een somma van 300 gl. De comparant verbindt t.b.v. Henrick van Naerden een huis omtrent het Stadhuis tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Willem Foppen en dat van Celeken Claesdr.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 56v: op 25 mei 1605 verkoopt Frans Gerritsz. Snouck, lakenkoper en burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Jan Dircxsz., kousenmaker en burger van Dordrecht, een huis [aan de Groenmarkt] tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Willem Foppen en dat van Claes Pietersz. Waarborg: Gerrit Fransz. Snouck. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1240 gl. Borgen: Pieter Adriaensz., waard in “de Houthaeck”, en Gerrit Huijgen.}

Claes Pietersz. 15

Bartelmeus Henricxsz. schoenmaker 10

Jacob Govertsz. Duijff 20

Claes IJsacxsz. 20

f. 14

Cornelis Mertensz. concherche 15

Het Stadthuijs nihil

Marijcken Hermansdr. weduwe 10

Dirick Govertsz. meelkoper 13-15

Jacob Willemsz. keteler 18-15

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 156: op 30 mei 1606 verkoopt Emmeken Gerritsdr., weduwe van Maerten Aertsz. viskoper, aan Jacob Willemsz. koperslagereen huis, genaamd “Heusden”, staande op de hoek van de Lombardbrug tussen het huis van Dirck Woutersz., genaamd “het Blauw Schaep” aan de ene zijde en de brug aan de andere zijde. Waarborg: Willem Thonisz. Verelst leemplakker. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2075 gl. Borg: Arien Willemsz. koperslager.]

f. 14v

Opte Lomerdebruge [Lombardbrug]

Cornelis Claesz. kleermaker 6-13

HenrickClaesz. oudschoenmaker 5

Joris Cornelisz. Gelder 17-10

Aelwijn van der A huurt van Ariaen Cornelisz. 11-5

Meijndert van Segwaert 35

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [7-10] als op voorgaende jaeren

f. 15

Jan Pietersz. kleermakers weduwe 11

Maerten van Calis kinderen 10

Ariaen Claesz. makelaar 21-5

{ORA Dordrecht inv. 1582, f. 16: op 31 mrt. 1601 verkoopt Jacob Jansz. grotewerkmaker, wonende te Rotterdam, voor 260 gl. aan Willem Lodewijcksz. goudsmid, zijn zwager, wonende te Rotterdam, een negende part in huis, staande omtrent de Grote Kerk tussen het huis van Andrijes Vervorst en Cornelis Aertsz. makelaar, hem, verkoper, aangekomen bij overlijden van Anneken Andrijesdr., de tante van zijn vrouw. Willem Lodewijcksz. verkoopt voor 563 gl. 6 st. twee negende delen van dit huis aan Anna Nuijts, weduwe van Franciscus Nuijts, predikant te Dordrecht, waarvan één negende part hem is aangekomen bij overlijden van Anneken Andrijesdr., de tante van zijn vrouw, en het tweede negende part door hem is gekocht.}

de weduwe van Jacques de Bruijn 18

{ORA Dordrecht inv. 1585, f. 114v: op 9 mei 1608 verkoopt Andries van Vorst aan Abraham Jansz., koopman en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk tegenover het St. Jacobsgasthuis, staande tussen het huis van de erfgenamen van Arien Ariensz. korenkoper en de herberg, genaamd “Willemstadt”. Waarborg: Jan de Teir ijzerkoper. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1996 gl. Borg: Jan Jansz. koopman.}

Grietgen van Willemstadt 18-15

{ORA Dordrecht inv. 1581, f. 236: op 9 nov. 1600 verklaart Grijetken Ariensdr., weduwe van Rochus Gijsbertsz., Jan van Campen, predikant te Beijerland, Gerrit Dircxsz. kruidenier, Jan Pijetersz. bakker en Frans van Bonckelwaert schadeloos te houden van de borgtocht, die zij gepresteerd heeft voor de betaling van 400 gl. volgens een obligatie van David Daniëlsz., verleden t.b.v. Commerken Daniëlsdr., weduwe Jan Willemsz., wonende in Den Haag, verbindende daarvoor haar huis, genaamd “Willemstadt”, staande tegenover het Sint Jacobsgasthuis omtrent de Grote Kerk tussen Andrijes Vervorst en dat van de weduwe van Anthonis Gerritsz. bakker.}

f. 15v

Jan Roberts bakker 11-5

{ORA Dordrecht inv. 1582, f. 91: op 22 febr. 1602 verkopen Aernt Dammert en Rochus Praem, als voogden van de weeskinderen van Anthonis Gerritsz. bakker, voor 2347 gl. aan Jan Robbertsz. bakker een huis, waar uithangt “het Vergulde Serpent”, staande tegenover het St. Jacobsgasthuis, staande tussen het huis “Willemstadt” en het huis van Franchoijs Wolphertsz. De koper is schuldig aan Willem Willemsz. Virulij een somma van 364 gl. 11 st. Borgen: Pouwelsz. Ariensz. bakker en Reijer Gerritsz. korenkoper.}

Franchoijs Wolffaertsz. weduwe 11-5

Gerit Jan Govertsz. 18-15

[ORA Dordrecht inv. 1592, f. 94: op 22 okt. 1615 verkopen Geerit Jansz., Alewijn Alewijnsz., namens zijn kinderen, verwekt bij Adriana Jansdr., mr. Bartholomeus van Segwaert, lid van de Oudraad van Dordrecht en Cornelis Adriaen Jobsz. Teresteijn, raad in wette van Dordrecht, beiden weesmeesters, als voogden van genoemde kinderen, Pieter van Gelre, als man Maria Jansdr., en Elias Schoock, als man van Geertruijt Jansdr., aan Liedewij Cornelisdr., weduwe van Wouter Jansz. Dijter, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van de weduwe van Arien Claesz. Ras en dat van de weduwe van Franchoeijs Wolffraets.]

Sijmon Muijs[secretaris van de Hoge Vierschaar vanZuid-Holland] 15

Joest Henricxsz. schrijnwerker 10

{ORA Dordrecht inv. 1584, f. 176v: op 1 aug. 1606 verkoopt Gijsbertgen Joosten, weduwe van Henrick Jansz. schrijnwerker, aan haar zoon Joost Henricxsz. schrijnwerker een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Jan Dircxsz. wagenmaker en dat van Sijmon Muijs, secretaris van de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1300 gl.

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 75: op 10 aug. 1617 verkoopt Joost Henricxsz., schrijnwerker en burger van Dordrecht, aan Victor Jansz. van Blinckvliet een huis in de Grotekerksbuurt, genaamd “Blinckvliet”, staande aan de havenzijde tussen het huis van de weduwe van Arien Claesz. Ras en het huis van mr. Johan van der Wolde. Waarborg: Henrick van Naerden, notaris te Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1600 gl. Borgen: Costiaen Leendertsz. en Leendert Corstiaensz. zeemverkoper, burgers van Dordrecht.}

f. 16

Jan Diricxsz. wagenmaker 8

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 38v e.v.: op 26 april 1605 verkoopt Mariken Gerritsdr., weduwe van Jan Gabriëlsz. mandenmaker, geassisteerd met Dirck Govertsz. mandenmaker, aan Jan Dircxsz. wagenmaker, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk aan de Poortzijde, staande tussen het huis van Herman Spiegel, substituut secretaris van Dordrecht, en dat van Joost Henricxsz. schrijnwerker. Waarborg: Dirck Govertsz. mandemaker. De koopsom bedraagt 1250 gl. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 950 gl. Borg: Dirck Jansz.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 116v: op 24 jan. 1606 verkoopt Jan Dircxsz., wagenmaker en burger van Dordrecht, aan Balthen Waelen, als deken van het Kuipersgilde te Dordrecht, t.b.v. dat gilde een jaarlijke losrente van 6 gl., verzekerd op een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Herman Spiegel, substituut secretaris van Dordrecht, en dat van Joost Henricxsz. schrijnwerker.]

Herman Spiegel secretaris 18

de weduwe van Pouwels Fransz. 12-10

Cornelis Woutersz. Gelder 8 -15

f. 16v

de weduwe van Frans Diricxsz. 22-10

Herman Jaspersz. makelaar 10-10

Gerit van Nispen huurt van [sic] 15

bij de voorgaande in margine: zij verdacht dat dit huijs [20] ponden groten Vlaems in huijergelt om tselve int toecomende jaer daer naer te stellen

Cornelis Goessensz. viskoper -Bastiaen Cornelisz. erfgenamen 12-10

Loeijken Ariaensdr. 12-10

f. 17

SijmonBosschert [koopman van greinen] 20

{ORA Dordrecht inv. 1584, f. 101v: op 29 nov. 1605 verkopen Pieter Jaspersz., voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Cornelis Jaspersz., Olivier Jacobsz., als man van Marijken Jaspersdr., Willem Jacobsz. beenhakker, geassisteerd met Adriaen Willemsz. beenhakker, zijn oom, en Frans Cornelisz. van Beaumont, als “sequester” van de goederen van Neeltgen Willemsdr., aan Cornelis Goossensz., burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Arent Maertensz., ambachtsheer van Schobbelandt, en dat van de erfgenamen van Joosgen Philipsdr. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 1300 gl. Borg: Sijbert van Weli viskoper.}

ORA Dordrecht inv. 1584, f. 194v: op 16 dec. 1606 verkoopt Sijmon Boschaert, koopman van greinen, aan mr. Bartholomeus van Segwaert, een jaarlijkse losrente van 40 gl., verzekerd op een huis bij de Grote Kerk, staande tussen het huis van Arent Maertensz. en dat van de erfgenamen van Joosken Philipsdr.}

Arent Maertensz. ambachtsheer {huis “de Salamander”} 24

{ORA Dordrecht inv. 1582, f. 28v: op 7 mrt. 1601 verklaren Ellert Pijetersz. Caen en Cornelis van Blocklandt, kooplieden te Amsterdam, dat zij de huizen, die door Abraham Lus, zoon van Siond Lus, tafelhouder te Amsterdam, op 27 sept. 1600 voor schepenen van Dordrecht aan hen zijn overgedragen, staande omtrent de Grote Kerk tussen het huis van Laurens de Gelder makelaar en dat van Joosken Philpsdr., onderling hebben verdeeld, waarbij aan Cornelis van Blocklandt is toegevallen het huis naast dat van Joosken Philpsdr., waarin Jan Dircksz. korenkoper woont, en dat het andere huis, waar Arent Maertensz., secretaris van de kamer van de secretarie te Dordrecht, in woont, is toebedeeld aan Ellert Pijetersz. Kaen. Ellert verklaart op 14 mei 1601 schuldig te zijn aan zijn broer Pijeter Pijetersz. Kaen een somma van 3200 gl.}

Laurens Cornelisz. Gelder 13-5

Henrick Geritsz. [bakker] huurt van Ariaen Tonisz. 16-5

Henrick Henricksz. bakker 10

f. 17v

Ariaen Mercelisz. bakker 10

Frans Pijeck bakker 10

{ORA Dordrecht inv. 1585, f. 19v: op 24 april 1607 verkoopt Frans Jansz. Pieck, burger van Dordrecht, aan Gerrit Gerritsz., brandewijnverkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Adriaen Marcelisz. bakker en het huis, genaamd “den Clunaert”. Waarborgen: Baen Cornelisz. en Adriaen Pietersz. van Wijck, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1968 gl. Borgen: Cornelis Beljaert brouwer en Willem Henricxsz., burgers van Dordrecht.}

Dirick Schiltmansz.[schilder] 9

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 83v e.v.: op 1 sept. 1605 verkopen Jan Schiltmans huistimmerman en Cornelis Schiltmans schipper, gebroeders, voor 1507 gl. aan Dirck Schiltmans schilder, hun broer, twee 1/5 delen van een huis aan de Poortzijde [Grotekerksbuurt], staande tussen de Pelserbrug en het huis van Frans Jansz. Pieck bakker. Waarborg: mr. Henrick van den Brouck de jonge. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1235 gl. Borg: Arien Hermansz. brouwer in “het Rijplandt”.

ORA Dordrecht inv. 1585, f. 34v: op 24 mei 1607 verkoopt Anneken Aertsdr., weduwe van Dirck Schiltmans, verkoopt Cornelis Jansz. Baeckerman een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen de Pelserbrug en het huis van Geerit Geeritsz. brandewijnverkoper. Waarborgen: Lebuwijn Fransz. Drijffhout en Wouter Aertsz. metselaar, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1352 gl. Borgen: Herman Oom en Adriaen Hermansz., brouwer in “het Rijplant”.}

Opte Pelschebrugge [Pelserbrug]

Anthonis Henricxsz. twijnder 9

Anthonis Anthonisz.makelaar 13

f. 18

Maerten van Baelen huurt van Cornelis Praem 18-15

Lanx t Kerckhoff [van de Grote Kerk] Aende noortsijde vanden craen Roedermont ende Nieu Haven lanx

Corstiaen Govertsz. werkhuis nihil

de schermmeester nihil

Lambert Henricxsz. hordemaker 9

Mels Jansz. weduwe 3-15

bij de voorgaande in margine: is bij apostille vande sesden meij ao. 1603 geremitteert soo lange dese weduwe leeft

f. 18v

Ariaen Halinck koster nihil

Dirick Struijck huurt van Cornelis Struijs 9

het Artilleriehuis nihil

IJsack Flaminck huurt van Nicolaes Andriesz. erfgenamen 15

Frans Mertensz. hordemaker 12-10

f. 19

het andere Artilleriehuis nihil

Corstiaen Govertsz. houtkoper 17-10

Anthonis van Haerlem 18-10

Franchoijs Clementsz. 22-10

Michiel Anthonisz. [houtkoper] 15

f. 19v

Jan Geritsz. van Schaerlaecken 15

{ORA Dordrecht inv. 1584, f. 183: op 26 sept. 1606 verkoopt Susanna Laurensdr., weduwe van Jan Gerritsz. van Schaerlaecken, aan Francois van Bonckelwaert een huis met een houttuin, genaamd “het Stapel Claphout”, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van de erfgenamen van Willem de Jonge, burgemeester van Dordrecht, en dat van Michiel Anthonisz. houtkoper. De koper is schuldig aan de verkoopster een somma van 1954 gl. Borgen: Aert Cornelisz. beenhakker en IJsack Dircxsz. van Nimbeeck boekverkoper.}

Daniël Oem houtkoper huurt Matheus Rees van [sic] 27

Int Schuijtmaeckersstraet

Marijcken Frans int Visschip 27-10

Commer Ariaensz. weduwe 12

f. 20

Jan Huijgen timmerman huurt van Jan Segersz. 7

Adriaen Frans Waelensz. huurt van Jan Philipsz. 7-10

Jan Philipsz. in den Arent 12-10

Jan Mouthaen schipper 2 ponden 12 schellingen 6 deniers

de weduwe van Cornelis Pietersz. 3

{ORA Dordrecht inv. 1580, f. 99v: op 4 okt. 1593 verkoopt Melchior Veris aan Mathijs Jansz. van Dalen kramer een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van de Blauwe Arien en dat van Jan de houtvletter. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 496 gl. 10 st.}

f. 20v

Pieter Oliviersz. huurt van de Blauwe Ariaens weduwe 4 ponden 12 schellingen 6 deniers

Ariaen Pietersz. poppecramer 4 ponden 13 schellingen 6 deniers

bij de voorgaande in margine: in surcheantie 34 schellingen als op voorgaende jaeren

Evert de bierdrager 3-15

Claes Fransz. weduwe 3-15

Barent Willemsz. zwavelstokmaker 22 schellingen 6 deniers

de dochter van Trijnen Floren 22 schellingen6 deniers

bij de voorgaande in margine: is bij requeste vande 5 April 1606 geremitteert

het huis van Ariaen Sijmonsz. schiptimmerman 37 schellingen 6 deniers

f. 21

Cent Claesz. bakker 6-5

Cornelis Beuten 2-10

de weduwe van Wesel Diricxsz. 37 schellingen 6 deniers

bij de voorgaande in margine: in surcheantie 12 schellingen 6 deniers als op voorgaende jaeren

Int Outmanshuijsstraetge [Manhuisstraatje]

[“In 1446 wordt voor het eerst melding gemaakt van een Oud-Manhuis. … Zonder twijfel is dit het jaar van de stichting. In 1450 geeft jonckvrouw Lijsbeth Haddermants, weduwe, twee lijfrentebrieven aan “den manhuys nieuwelic gesticht binnen Dordrecht”. Het werd gebouwd achter de huizen van de Grotekerksbuurt. Volgens Balen stond het bij de zijpoort van het huis van de stadsfabryk, Joost van Gouthoeven. Dit is juist, want deze woonde op de hoek van het Manhuisstraatje. Het straatje kwam vanouds met een elleboog uit in het … Schuitenmakersstraatje. … In 1588 stond het Oud-Manhuis in de Crommenelleboechstraat, een andere naam voor Manhuisstraat. In 1621 werd de instelling, die onder het bestuur van manhuismeesteren stond naar het verbouwde Minderbroedersklooster in de Vriesestraat verplaatst.” (Lips, o.c., p. 136)]

Jan Henricxsz. huurt van de weduwe van Ariaen Cornelisz. 37 schellingen 6 deniers

Betgen Anthonisdr. 37 schellingen 6 deniers

f. 21v

Marijcken Jansdr. Jan Henricxsz. huurt van [sic] 25 schellingen

een klein huisje van het Oudemannenhuis nihil

Wederomme inde Straet

Lijsbet Jans huurt van de Oude Mannen nihil

de weduwe van Dircke Duijch nihil

Ariaen Jacobsz. plankdrager nihil

Marijcken Crijnen nihil

f. 22

Frans Herbertsz. huurt van Casper Beeck 6

Opte Nieu Haven

Anthonis Michielsz. houtkoper 27-10

Jan Segersz. houtkoper 5 ponden 12 schellingen 6 deniers

Frans Jacobsz. houtkoper 5 ponden 12 schellingen 6 deniers

de weduwe van Willem Stoop 27-10

f. 22v

Jan Bongert houtkoper 20

[16 april 1580: Aeltgen van Diemen Jacobsdr., weduwe van Ghijsbert Rochusz. houtkoper, verkoopt aan Jan Bongert Aertsz. houtkoper een huis met een houttuin en het erf daartegenover liggende, strekkende tot aan de haven,staande en gelegen op de Nieuwe Haven tussen het huis en de houttuin van burgemeester Willem Stoop Dircxsz. en de gang van Jacob van Beveren. Waarborgen: Cornelis van Diemen Jacobsz voor de ene helft en Jan van Campen, Geerit Daniëlsz. en Jan Pietersz., bakkers, voor de andere helft. Jan Bongert is schuldig aan verkoopster een somma van 1350 gl., zijnde de rest van de koopsom. Borgen: Adriaen Snouck Govertsz. en Herman Soetmansz. (ORA Dordrecht inv. 735)

ORA Dordrecht inv. 1596, f. 12 e.v.: op 10 febr. 1620 verkopen Willem Bongaert, achtraad van Dordrecht, Hermen Bongaert, Arent Bongaert, Anneken Bongaert en Neelken Bongaert, weduwe van Maerten Sijmonsz. schoenmaker, Pauwels Warijn, doctor in de medicijnen, als man van Anthonia Bongaert, Cornelis Sijmonsz., predikant in Niervaart, als mede-erfgenaam en executeur-testamentair van zijn broer Maerten Sijmonsz., en als administrateur van de goederenvan de weeskinderen vanJan Bongaert, houtkoper en burger van Dordrecht, samen kinderen en erfgenamen van voornoemde Johan [Jan] Bongaert, verkopen voor 2700 gl. aan Cornelis Pietersz. [Mispelshoeff], houtkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, genaamd “den Mastboom”, met een leeg erf daartegenover liggende, staande en liggende tussen de gang van het Oudemannenhuis en de houttuin van Cornelis Claesz. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 2700 gl. Borg: Jacob Coenen lakenkoper.]

mijnheer burgemeester Cornelis Fransz. 25

Jan Pietersz. van de Borch erfgenamen 37-10

Jacob Henricxsz. in Remundt 18

[22 sept. 1578: Adriaen Jobsz. en Haddeman Joosten, als weeshuisvaders en administrateurs van het Arme-Weeshuis te Dordrecht, verkopen aan Jacob Henricxsz. schiptimmerman een huis op de Nieuwe Haven, waar uithangt “Remunt”, welk huis het weeshuis is aangekomen voor het onderhouden van de vier weeskinderen van wijlen Pieter Willemsz. hellebaardier, die in het weeshuis wonen. (ORA Dordrecht inv. 734, f. 119)

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 98 e.v.: op 18 nov. 1605 verklaren Jacob Henricxsz., als weduwnaar van Teuntgen Thonisdr., Lambert Leendertsz., als weduwnaar van Henricxken Jacobsdr., Jan Jansz. de Haen, als man van Emmeken Jacobsdr., en Henrick Jacobsz., allen erfgenamen van Willem Wense, in zijn leven wonende te Roermond, dat zij “tot indempnite ende versekeringe van alsulcke waarborgen als gestelt sullen worden bij Reijn Gerritsz. Hillen” voor de leverantie van de landerijen en huizen, die hun, comparanten, zijn aangekomen bij overlijden van Willem Wense, tot onderpand gesteld hebben een huis op de Nieuwe Haven, genaamd “Ruermundt”. Reijn Gerritsz. Hillen, als man van Aeltken Henricxsz., stelt alswaarborg voor de leverantie van genoemde huizen en landerijen de helft van een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis, genaamd “Vlissingen” en dat van Jan Goossensz. smid.

SA Dordrecht, ORA Zwijndrecht inv. 3: op 24 dec. 1605 compareren Lambrecht Lenaertsz. schuijtmaker, inwoner van Zwijndrecht, weduwnaar van Heijnricxken Jacobsdr., enerzijds en Jacob Heijnricxsz., Heijnrick Jacobsz. en Jan Jansz. Haen, voogden over de drie onmondige weeskinderen, genaamd Arijaen Lambrechtsz. ongeveer 11 jaar oud, Theunis Lambrechtsz. ongeveer 4 jaar oud en Heijltgen Lambrechtsdr. ongeveer 2 jaar oud anderzijds. Vertichting: de vader wordt o.a. bedeeld aan een huis en erf aan het Zwijndrechtse veer en de daarop staande renten en de kinderen aan een huis in Dordrecht, staande aan de Nieuwe Haven en genaamd “Rumunt”.]

Pieter Geritsz. Dou 6-5

f. 23

Dirick Pietersz. van de Hoenert 18-15

Cornelis Govertsz. van Beaumont 18-15

Jan Govertsz. van Beaumont 18-15

Int Vleijshouwerstraet [Vleeshouwersstraat]

Henrick Henricxsz. coomen 6-5

Pieter Evertsz. waagknecht 4

f. 23v

Ariaen Jacobsz. kaaskoper 30

Laurens Abramsz. huurt van Bastiaen Crijnen 7-10

Cornelis Diricxsz. bierdrager weduwe 4

{ORA Dordrecht inv. 1582, f. 22: op 1 mei 1601 verkoopt Jan Dircxsz. schiptimmerman voor 725 gl. aan Ghovaert Thijelen schipper een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis Bastiaen Crijnen en dat van Ariaentgen, de weduwe van Henrick Henricxsz. smid. Waarborg: Wouter Corssen en Willem Ariensz. kuiper.

Aert Jansz. kuiper 4

f. 24

Ariaen Aertsz. huurt van Joest van der Heijden weduwe 6

Roelant Ariaensz. schoenlapper huurt van Marijcken Bouwens 3

de weduwe van Pieter Willemsz. Potijn 4

{ORA Dordrecht inv. 1585, f. 106: op 2 mei 1608 verkoopt Trijntgen Hermansdr., weduwe van Pieter Willemsz. Pottijn, geassisteerd met Pieter Jansz. glasmaker, aan Mathijs Govertsz. van Wessem schipper een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Claes den Rooch en dat van Wouter Jansz. steenhouwer. Waarborgen: Pieter Jansz. glasmaker. De koper is schuldig aan de verkoopster een bedrag van 1021 gl. 15 st. Borgen: Adriaen Willemsz. en Jacob Willemsz., koperslagers en burgers van Dordrecht.}

Jacob Willemsz. 7-10

bij de voorgaande in margine: te laeten volstaen met [5 ponden] als den voorgaende eijgenaer betaelt heeft [deze opmerking is doorgehaald]

Pieter IJmantsz. kramer 5 ponden 12 schellingen 6 deniers

f. 24v

Neel Cruijtappel nihil

Govert Henricxsz. bakker 37 schellingen 6 deniers

Gerit Peijen huurt van Jan Govertsz. smid 11-5

Jacob Huijbertsz. huurt van de weduwe van Jacob Adriaensz. glaesmaecker 7-10

Willem Cornelisz. huurt van de voorschrevene 6

f. 25

mr. Anthonij weduwe 4

Pieter Jansz. van Boerden{boormaker} 3-15

bij de voorgaande in margine: de helft is geremitteert

Willem Reijersz. koekenbakker 3 ponden 6 schellingen 9 deniers

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 105v e.v.:op 10 dec. 1605 verkoopt Govert Gerritsz. van Couwenhoven, waard in “de Fonteijne”, voor 600 gl. aan Cornelis Jansz. Baeckerman, waard in “de Gulden Riem”, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Pieter Jansz. boormaker en dat van Mariken Ariensdr. Kant, weduwe van Reijer Ariensz. viskoper. Waarborgen: Willem Ariensz. en Maerten van Dockum. De koper is schuldig aan verkoper 500 gl. Borgen: Thielman Michielsz. en Hans Huijbrechtsz. van de Boogaert. (ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 105v e.v.)}

een klein loodsje nihil

Reijer Ariaensz. weduwe {Mariken Ariensdr. Kant} 4-3

f. 25v

Aende ander sijde

Jacob Pietersz. cramer huurt van Laurens Abramsz. 7-10

Jan Willemsz. van Elmpt weduwe 7-10

bij de voorgaande in margine: ’t [derde] part in surcheantie als op voergaende jaeren

Marijcken Meus weduwe van Kitgenbijers nihil

Henrick Mertensz. kleermaker 3-15

Jacob Tonisz. kaaskoper 3-15

f. 26

Maerten Ariaensz. Schots weduwe 9

Lijntgen den Deen nihil

Steven Geritsz. mandenmaker huurt van Jan Cornelisz. vleeshouwer 7-10

bij de voorgaande in margine: ’t [derde] part in surcheantie als op voorgaende jaeren

Pieter Jansz. glaesmaecker 10

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 112: op 14 jan. 1606 verkoopt Jan Romboutsz., burger van Dordrecht, aan Pieter Jansz. glasmaker een huis in de Vleeshouwersstraat, genaamd “de Keijserscroone”, staande tussen het huis van Aert Paradijs en dat van Jan Cornelisz. vleeshouwer. Waarborgen: Sijmon Pietersz. en Jaecques Plattebeurs. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1900 gl. Borgen: Cornelis Florisz. en Dirck Meeussen schipper.}

Aert Paradij {Paradijs}nagelmaker 12

Staes van Luijck bakker 7-10

f. 26v

Aert Ariaensz. koolweger nihil

Maerten Cornelisz. smid 5

bij de voorgaande in margine: [25] sch. in surcheantie als op voorgaende jaeren

Steven Tonisz. bakker huurt van Jan Gijsbertsz. bakker 11-5

Gleijn Pietersz. schipper 2

Sijmon Boeij timmerman huurt van Jan Goessensz. smid 6-5

f. 27

Jan Goessensz. smid 6-5

Jacob Jacobsz. in Vlissingen 13-10

Jan Ariaensz. heeft een huisje naast Vlissingen gekocht 4

bij beide voorgaande in margine: in surcheantie [3-10] als op voorgaende jaeren

Opte Nieuhaven [Varkenmarkt]

“Dat de veemarkten nooit een succes zijn geworden kwam voornamelijk omdat Dordrecht op een eiland lag. De dieren moesten aangevoerd worden per pont en dat gaf vaak problemen. Om de haverklap vielen koeien van de loopplanken bij het Groothoofd. Of ze braken los tijdens het lossen en zetten dan de stad op stelten als ze door de straten rausden. Er was natuurlijk wel een veemarkt, in de Vriesestraat bij de Vest, waar varkens en kalveren werden verkocht. Kort na 1600 werd die markt verplaatst naar een straat bij de Nieuwe Haven, die dan ook Varkenmarkt werd genoemd. Ook daar was de markt geen succes. En met de komst van de Fransen in 1795 verliep het marktrecht en was het nagenoeg over met de flinke veemarkt.” (Dordt-Eigenaardig in AD De Drechtsteden 29 jan. 2020)

Huijch Mertensz. schoenmaker huurt van Barthout [sic] 7-10

Metgen Aertsdr. huurt van voornoemde 7-10

f. 27v

Joest Jansz. smid 7

het erf achter den Os nihil

[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 17v e.v.: op 19 mrt. 1616 verkoopt Jan Jansz. huistimmerman, burger van Dordrecht, aan Elisabet Anthonisdr., weduwe van Sijmon Cornelisz. van Gesel, een huis op de Nieuwe Haven, staande achter het huis “den Os” tussen het huis van Gijsbrecht van Haerlem en het erf van Michiel Cotermans [brouwer in “het Witte Hert”]. Waarborgen: Adriaen Leunisz. huistimmerman en Jan Adriaensz. huistimmerman, burgers van Dordrecht. De koopster is schuldig aan verkoper een somma van 1150 gl. Borgen: mr. Barthout van Aeckerlaeck en Anthonij van Gesel, koopman en burger van Dordrecht.]

het erf achter den Witten Hert nihil {erf achter brouwerij het Witte Hert}

het erf achter Pieter Roelen woont Baptist Jansz. bode nihil

Pieter Aertsz. smid een huisje 3

Roelant Bouwensz. moutmaker 25

f. 28

Jan van Bruck achter Claes Jansz. nihil

de weduwe van Jacob Meussen 37 schellingen 6 deniers

Jan Jacobsz. smid 37 schellingen 6 deniers

Jan Rommen boormaker 16

Jan Jansz. timmerman 12

f. 28v

Staes Jacobsz. 10

[ORA Dordrecht inv. 1609, f. 62v e.v.: op 7 mei 1642 verkoopt Staes Jacobsz., burger van Dordrecht, geassisteerd met zijn zoons Arijen Staesz. en Jan Staesz., voor 1230 gl. aan Cornelis van Beveren, ridder, heer van Strevelshoek etc., burger van Dordrecht, een huis, genaamd “den Lanscroon”, staande op de Nieuwe Haven tussen de gang van Ambrosius van Gerwen en het pakhuis van de koper. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 820 gl.]

Gerit Thonisz. huurt van Cornelis Mesjan 7-10

het huisje achter Jacob van Diemen 5

Lendert van Tricht kleermaker 6-5

Jan Jansz. smid 11-5

f. 29

Aende ander sijde

Willem Tonisz. leemplakker 10

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 156: op 30 mei 1606 verkoopt Emmeken Gerritsdr., weduwe van Maerten Aertsz. viskoper, aan Jacob Willemsz. koperslagereen huis, genaamd “Heusden”, staande op de hoek van de Lombardbrug tussen het huis van Dirck Woutersz., genaamd “het Blauw Schaep” aan de ene zijde en de brug aan de andere zijde. Waarborg: Willem Thonisz. Verelst leemplakker. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2075 gl. Borg: Arien Willemsz. koperslager.]

Laurens Visnich[verver] 19

Jan Ariaensz. de Haen huurt van de verwer

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 58v: op 28 mei 1605 transporteren Dominicus van Doren en Adriaen Pietersz. de Wijck, als testamentaire voogden van de weeskinderen van wijlen Willem Gerritsz. verver, aan Laurens Visnich, verver en burger van Dordrecht, twee 1/5 delen van een huis, genaamd “de Roode Handt”, dat door Willem Gerritsz. bij zijn leven aan Laurens Visnich voor 1200 gl. verkocht is, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van JanGeij en dat van Hans van Keulen [?] Thonisz. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1200 gl., verbindende het voornoemde huismet ververij en alle andere toebehoren.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 116v e.v.: op 24 jan. 1606 verkoopt Laurens Visnich, verver en burger van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 100 gl., verzekerd op een huis en “ververie”, genaamd “de Roode Handt”, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van Jan Geij houtkoper en dat van Jan Thonisz. metselaar.]

Jan Gheij koopman{houtkoper} 17-10

Pieter Mathijsz. in den Veer 18

f. 29v

Matijs Pietersz. in den Naem Jesus 15

Emel van Dilsen 12

Willem Mathijssen 7

Cornelis Thonisz. in Jerusalem 15

Reijnier Geritsz. in den Potlepel huurt van Huijbert van Hocht 11-5

f. 30

Huijbrecht van Hocht {houtkoper} 6-5

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 119: op 1 febr. 1606 verklaart Huijbrecht van Hocht, houtkoper en burger van Dordrecht, dat hij, “tot bevrijdinge van alsulcke verbintenisse als Arent Maertensz. Ambachtsheer van Schobbelandt gedaen heeft als principael” t.b.v. zekere koopliede voor een somma van 1200 gl., verbonden heeft twee huizen op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Cornelis Florisz. brandewijnmaker en dat van Willem Thijsz. schiptimmerman.]

Sijmon Ariaensz. blokmaker 8

den Stadtstoeren nihil

Inde Tollebrugstraet

Louwijs Louwijsz. huurt van de weduwe van Hans Fredericx 6-5

Lenert Luijcasz. mesmaker 6-5

f. 30v

Jacob Henricxsz. egwerker 3-15

{ORA Dordrecht inv. 1584, f. 114: op 19 jan. 1606 verkoopt Henrick Pietersz. smid, burger van Dordrecht, aan zijn zoon Jacob Henricxsz. een huis in de Tolbrugstraat, staande tussen het huis van Leendert Lucasz. mesmaker en de gang van het erf van Jacob van Diemen. Waarborg: Pieter Jansz. boormaker. De koper kent schuldig aan verkoper een somma van 258 gl. Borgen: Hans Gerritsz. snijder en Pieter Henricxsz.}

Tout huijs van Jacob van Diemen 6-5

bij de voorgaande in margine: [3e] part in surcheantie als opte voergaende jaeren

Grietgen Jacobs wollenaeijster 3-15

Jan Cornelisz. [“van de Beke” doorgehaald] smid huurt vanPieter Arijensz. 3-15

Jan Robben mesmaecker [“Neeltgen Centen” doorgehaald]wert beneden eijgenaer 37 schellingen 6 deniers

f. 31

Job Jansz. bezemmaker 37 schellingen 6 deniers

Frans Ariaensz. koolmeter 3

Janneken Laurens huurt van Jacob van Driel 2

Jan Ariaensz. mesmaecker 2

Marijken Gijsbrechts achter Willem Tonisz. 3-15

f. 31v

Henrick Willemsz. huurt van Hendrick de Coster 2

Maerten Jansz. schoenmakersgezel huurt van Jan Jaspersz. kaaskoper 3-15

Jasper Jansz. kleermaker 2

f. 32

Opt Nieuwerck [het Nieuwe Werk]

Franchoijs Schouttete voor de molen 15

Willem van Lijesvelt weduwe papiermolen en tuin 5

{ORA Dordrecht inv. 1580, f. 79v: opp 29 juni 1596 verkopen Jacob en Frans van Casteren, gebroeders, aan Willem van Liesvelt, raad in wette van Dordrecht, twee erven op het Nieuwe Werk, elk erf lang 89 houtvoeten, breed voor aan de straat 17 houtvoeten en achter 16 houtvoeten. De erven liggen tussen ’s herenveste en het erf of huis van Geerit Thonisz. in de Galeij. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 1220 gl.]

Cors Bouwensz. timmerman [huurt] van Repelaer 6 [30 schellingen doorgehaald]

Jan Hermansz. huurt van Repelaer 6 [30 schellingen doorgehaald]

Jacob Ariaensz. huurt van Repelaer 6 [30 schellingen doorgehaald]

f. 32v

Boudewijn de Coninck een erf 30 schellingen

Matgen Goverts weduwe 25 schellingen

bij de voorgaande in margine [2]e jaer timmeringe

Frans Claesz. Cloot 25 schellingen

Daniël Coenen leidekker een erf 30 schellingen

Henrick Mol in Hensberch 3

f. 33

Henrick van Rijet eigenaer[sic] huurt van Marijcken Jacobs de Monnick 3

Jan Hermans [“Pieter Geritsz.” doorgehaald] huurt van Henrick van Rijet 3

Guilliame Bewal huurt van kapitein Scalcken erfgenamen 4-7

Matijs inden Naem Jesus een erf 37 schellingen 6 deniers

Wouter Jacobsz. kramer 2-10

f. 33v

Belijcken van Slingelant 7-10

Cornelis Willemsz. sledenaars weduwe 2-10

Lijebewijn Fransz. en Jan Bron schipper [“een erf” doorgehaald] twee woninkjes 37 schellingen 6 deniers

bij de voorgaande in margine: in surcheantie 7 schellingen 6 deniers

Herman Repelaer een erf 37 schellingen 6 deniers

Jan Corssen wijnkuiper 30 schellingen

f. 34

de weduwe van Manternach een erf groot drie erven 3-15

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 170v: op 7 juli 1606 verkoopt Sophia Manternach Claesdr., geassisteerd met Cornelis Molen Adriaensz., burgemeester van het Gerecht te Dordrecht, aan Dirck Thooft, koopman te Dordrecht, een tuin en erf met een huis en “getimmer” daarop staande, zijnde drie erven, elk anderhalve roede breed en zes roeden acht voeten lang, gelegen op het Nieuwe Werck tussen het erf of de tuin van de weduwe van Cornelis Aertsz. timmerman en Corstiaen Bouwensz. [sic]. Waarborg: Cornelis Molen Adriaensz.]

de weduwe van Cornelis Aertsz. {timmerman}[een] erf 3-15

Dirick Jansz. Constabel weduwe een erf 2-10

Cornelis Sijbertsz. huurt van de weduwe van Cornelis Aertsz. 13-10

Cornelis Aertsz. van de Graeff 11-10

{ORA Dordrecht inv. 1585, f. 101v: op 30 april 1608 verkopen Folpert Reijersz. van Asperen bakker, Jan Jansz. van Noortzijde, bode van Strijen, en Cornelis Cornelisz. Rijsbergen, elk voor een derde part, aan Willem van Dilssen de oude, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen ’s herenstraat en het huis van Gielis Hendricxsz. Stierman. Voorwaarde is, dat als het kanaal, dat onder de straat loopt, verstopt raakt, de zes naast elkaar staande huizen, te weten het huis van Adriaen Claesz., dat van Gielis Hendricxsz. Stierman, het huis van de verkopers, dat van Pieter Bousen van Maastricht, het huis van Andries van Vorst en dat van Herman Claesz., samen moeten dragen de kosten voor het weer open maken van het kanaal. Waarborg: Adriaen Claesz. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 2442 gl. Borgen: Willem Mathijsz. en Willem van Dilssen de jonge.

f. 34v

Henrick Gillisz. Stijerman 16-10

Henrick Vervorst 12

{ORA Dordrecht inv. 1585, f. 35v: op 28 mei 1607 verkoopt Johan van Kuijckoven, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Henrick van Vorst, burger van Dordrecht, vor 3000 gl. aan Geerardt van Vorst, Andries van Vorst, Johan de Thier en Eberhardt van Vorst, doctor in de medicijnen, zoons en schoonzoons van Henrick van Vorst, een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis “de Pellicaen” en ’s herenstraat. De kopers zijn schuldig aan de verkoper een somma van 1054 Rijnse gulden.}

Herman Claesz. 12

Pieter Cornelisz. een nieuw huisje nihil

bij de voorgaande in margine: 1e jaer timmeringe

Cornelis Sijmensz. schiptimmerman 4

f. 35

Matijs Nederhoven 6-10

Margriet int Borgoens Cruijs 12

Henrick van Blaedegem [apotheker]een erf 2-5

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 61v: op 6 juni 1605 verkoopt Joachim Tack, wonende te Zevenbergen, voor 500 gl. aan Henrick van Bladigum, apotheker te Dordrecht, een leeg erf op het Nieuwe Werck, liggende tussen het huis van Boudewijn Coning Gijsbertsz. en dat van Cornelis Florisz. alias Nellis. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 500 gl.]

Sijmon van Esden weduwe huurt van Cornelis Florisz.[Nellis] 5

Cornelis Florisz. schipper 12

f. 35v

Lenert Sijbertsz. 12

de weduwe van Jan Nagel 6-5

[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 118v e.v.: op 9 dec. 1616 verkoopt Anneken Thijssen, weduwe van Jan Nagel, geassisteerd met haar zoon Jacob Jansz. smid, aan Liedewij Jans, weduwe van IJsbrant Sas, een jaarlijkse losrente van 18 gl. 10 st. op een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Hans Waegens en dat van Jan Lambertsz. mesmaker.]

Aert Lamertsz. weduwe 6-5

Gijsbrecht Jacobsz. schiptimmerman 6-5

Anthonij Jansz. bakker 6-5

f. 36

Pieron Lambinon huurt van Lenert Sijbertsz. 2

bij de voorgaande in margine: t [2]e jaer timmeringe

Oth Jansz. houtvletter 4-10

Meus Stijerman huurt van [sic] 4-10

Joest Jacobsz. kramer 4-10

f. 36v

Aende ander zijde inde Middelstraet [Hoge Nieuwstraat]

Gillis Pietersz. timmerman de loods 4-10

Jan Jansz. Bos 4-10

Jan Gillisz. houtvletter 12

Gillis Pietersz. timmerman 10

f. 37

Lendert Geritsz. coomen huurt van Marijken Bouwens 8

bij de voorgaande in margine: de helft van t derde part in surcheantie

Jeroen plankdrager huurt van voornoemde 6

Gillis Henricxsz. timmerman 9-10

Ariaen Claesz. chercher 10

[chercher: ambtenaar belast met het toezicht op de naleving van de belasting op het gemaal]

Pieter Muller huurt van Starenborch 6-10

{ORA Dordrecht inv. 1584, f. 185v: op 7 okt. 1606 verkopen Henrick Pietersz. Sterrenburch en Gerrit de Bruijn van Barendrecht aan Frans Lebuwijnsz. Drijffhout een huis op het Nieuwe Werk, staande tussen het huis van Coen van Norenburch en het erf of huisjevan Goris de smid. De koper is schuldig aan de weeskinderen van Dirck Rochusz. een bedrag van 2050 gl.}

f. 37v

Coen van Norienborch de Jonge 6-10

Trijntgen Ariaensdr. 6-10

Steven Fransz. huurt van Pieterken Veris 3-15

bij de voorgaande in margine: t [derde] part in surcheantie

Willem Pels huurt van voornoemde 3-15

bij de voorgaande in margine: t [derde] part in surcheantie

Jacob van Toer huijer [sic]achter Venlo 3-15

f. 38

Aende Kaeije

Cors Claesz. schipper eigenaar 9

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 118: op 26 jan. 1606 verkoopt Aert Jansz. van Nes, beenhakker en burger van Dordrecht, aan Cors Nicolaesz., schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Gillis Pietersz. huistimmerman en het erfvan Dirck Henricxsz. hordenmaker. Waarborgen: Gerrit Joppen en Corstiaen Govertsz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1412 gl. Borgen: Jan Maertensz. kuiper, Jacob Lambrechtsz. schipper en Cornelis Willemsz. Braet.]

Dirick Henricxsz. anderhalf erf van Jacob Fransz. 6-12-6

de weduwe van Seger Moer {Zeger de Moor} een erf van Jacob Fransz. 37 schellingen 6 deniers

Ariaen Gorisz. huurt van Jacob Fransz. een erf 3-15

Herber Jacobsz. {hordenmaker}huurt van burgemeester Cornelis Fransz. 3-15

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 149v: op 12 mei 1606 verkoopt Cornelis Frans Wittensz., oud burgemeester van Dordrecht, als procuratie hebbende van Amelis van Hoogeveen Gerritsz., burger van Leiden, als man van Cornelia de Wit, zijn, comparants, dochter, aan Herber Jacobsz., hordenmaker en burger van Dordrecht, een erf met een huisje en loodsen daarop staande, gelegen op het Nieuwe Werck bij de Blauwpoort, zijnde het achtste erf,strekkende voor van de havenzijde tot achter aan de Hoogstraat [Hoge Nieuwstraat], en belend door het erf van de kinderen en erfgenamen van wijlen burgemeester Willem de Jonge aan de oostzijde en het erf van Jacob Frans Wittensz., schepen in wette van Dordrecht, aan de westzijde. Het erf is aan de oostzijde 6 roeden 9 voeten en 1 duim lang en aan de westzijde 6 roeden 4 voeten en 6 duim. De koper is schuldig aan Amelis van Hoogeveen een bedrag van 1926 gl. Borg: Cornelis Cornelisz,, hordenmaker en burger van Dordrecht.}

f. 38v

het erf van burgemeester Willem de Jonge 3-15

Cornelis Tijelen een erf 3

de weduwe van Ariaen Jansz.Duijnen 30 schellingen

Pieter Jansz. laemaecker een erf 30 schellingen

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 164: op 12 juni 1606 verkoopt Pieter Jansz. van Duijnen, burger van Dordrecht, aan Jan Joosten, zilversmid en burger van Dordrecht, een erf met een huisje daarop, gelegen en staande op het Nieuwe Werck, strekkende voor van de Nieuwe Haven tot achter aan de Hoogstraat [Hoge Nieuwstraat] toe, tussen het huis van de koper en het erf van Marigen Bouwens. Waarborg: Wouter Jansz. van Duijnen.]

Jan Joesten smid 3

bij de voorgaande in margine: t [3]e jaer timmeringe

f. 39

Henrick Aelbertsz. huurt van Sijmon Claesz. Vaer 30 schellingen

Pieter Jansz. {Calffkens} zeilmakers weduwe 12

{NG trouwboek Dordrecht 12 april 1598: Pieter Kelffkens Jansz. zeilmakersgezel van Dordrecht en Henricxken Cocx Henricxdr. van Utrecht, getrouwd op 5 mei 1598

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 81v e.v.:boedelscheiding dd 24 aug. 1605tussen Henricxken Cock, weduwe van Pieter Calffkens, enerzijds, en ds. Warnerus Helmichius, predikant te Amsterdam, als oom en testamentaire voogd, tevens vervangende Jan Calffkens, predikant te Werkendam, eveneens voogd over de kinderen van Pieter Calffkens en Henricxken Cock, t.w. Jan Kalffkens, 6 jaar oud, Henrick Kalffkens, 4 jaar oud, en Pieter Kalffkens, 1 jaar oud, anderzijds. De weduwe krijgt alle goederen, die Pieter Calffkens heeft nagelaten, met inbegrip van de goederen, die gekomen zijn uit de nalatenschapvan resp. Beelken Calffkens, de moeder van haar overleden man, en vanJan Henricxsz. Cock, haar broer. Als haar kinderen mondig worden of wanneer zij gaan trouwen, zal Henricxken hun elk een bedrag van 50 gl. uitkeren. Voor de nakoming hiervan verbindt zij een huis op het Nieuwe Werck, staande tegenover de Houten Brug tussen het huis van Arien Claesz. en dat van Sijmon Claesz. Vaer.}

Ds. Wernerus Helmichius (geboren Utrecht 1551, overleden Amsterdam 1608), NG predikant te Amsterdam

Pholpert Reijers {van Asperen} bakker 12

de weduwe van Jan de Leth 4

bij de voorgaande in margine: is geremitteert 30 sch[ellingen] soo lang dese weduwe leeft

Corstiaen Govertsz. voor het hoekerf 8-5

f. 39v

Jonas Haneij voor het erf 8-5

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 62: op 6 juni 1605 verkoopt Anneken van Doren, weduwe van Cornelis Aertsz. van de Graeff, geassisteerd met Anthoni van den Graeff, haar zoon, voor 1800 gl. aan Joris Roset van Averen een erf met toebehoren op het Nieuwe Werck, liggende tussen het erf van Corstiaen Govertsz. en het huis van Gerrit Huijben. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 575 gl.]

Gerit Huijben in Luijck 10

Jan Jansz. pottenbakker 12

Corstiaen van der Heijden 12

Louwijs de Gere weduwe 18

{Louis de Geer, geboren ca. 1536,koopman te Luik, ijzerkoper teDordrecht, overleden Dordrecht 28 okt. 1602 (zerk in de Augustijnenkerk, graf nr. 3), trouwde 2e Johanna D’Eneille, overleden 1652[?](begraven in de Augustijnenkerk, graf nr. 3 (zie Kwartierstaat Manternach op deze website)}

f. 40

Goris de Smith nihil

Starenborch zouthuis komt in de Middelstraat nihil

de weduwe van Roelof Fransz. [wijnkoper] 8

{ORA Dordrecht inv. 1579, f. 210: op 4 juli 1593 verkoopt Cornelis Dircxsz. Praem aan Melchior Veris, burger van Dordrecht, een erf met een houten loods erop staande, gelegen op de Nieuwe Haven tussen het erf van Frans van Bonckelwaert en huis, genaamd “de Blaeuwe Schuijt”, breed twee roeden, lang negen roeden, alles zodanig als de vader van de verkoper het heeft gekocht van Adriaen Adriaensz. en Cornelis Willemsz. schiptimmerman. Waarborg: Rochus Cornelisz. Praem. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 700 gl. Borg: Frans van Bonckelwaert houtkoper.

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 267, akte dd 20 mei 1598: Roelof Fransz. wijnkoper, als man van Grietgen Verisdr., Simon Veris, Pieterken Verisdr., allen erfgenamen van Pieterken Monnen, in haar leven echtgenote van Melchior Veris, hun schoonvader [sic], verklaren, dat zij bij vertiching door Melchior Veris, hun schoonvader [sic] zijn aanbedeeld als volgt: Roelof Fransz. krijgt een huis, staande op de Nieuwe Haven tussen het erf van Willem Jansz. en het huis van Simon Veris, Simon Veris krijgt een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Mathijs Vulgraff en dat van Roelof Fransz., en Pietertgen Veris krijgt een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Willem Jansz. Both en dat Mathijs Vulgraff, en een somma van 300 gl., waarvoor Roelof Fransz. en Simon Veris ten behoeve van hun zuster twee rentebrieven zullen verlijden, op voorwaarde, dat zij, comparanten, nog in gemeenschappelijk bezit zullen houden de huur van de huizen, die verhuurd zijn of nog verhuurd zullen worden.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 172: op 12 juli 1606 verkoopt Grietken Melchior Veres [Veris], weduwe van Roeloff Fransz., aan Cornelis Jansz. Both, thesaurier van de reparatiën, ten behoeve van de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 4 gl., verzekerd op een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Coen van Norenburch en dat van Sijmon Veres.

ORA Dordrecht inv. 1606 (nieuw), f. 7: op 3 mrt. 1634 transporteert Jan Henricxsz. Sampson, wonende te Delft, aan Willem Willemsz. van Goeree, koopman te Delft, de eigendom van een huis aan de kade van het Nieuwe Werck, staande naast het huis van Grietgen Veris,in welk huis zijn tante, Pieterken Veris woont en waarvan het vruchtgebruik aan zijn tantes, Pieterken en Grietgen Veris,is gelegateerd, hun leven lang gedurende,door zijn grootvader Sijmon Veris volgens testament dd 1 mei 1630.}

de weduwe van Seger Moer{Zeger de Moor} 10

{ORA Dordrecht inv. 1579, f. 197: op 26 mei 1594 verkoopt Nicolaes Ruijs koopman van wijnen aan Frans van Bonckelwaert houtkoper een leeg erf op het Nieuwe Werck. Waarborg: Hendrick Vervorst houtkoper. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 700 gl. Borg: Govert Pietersz. lakenkoper.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 311: op 20 april 1595 verkoopt Frans van Bonckelwaert aan Pieter van Beveren een erf, gelegen op het Nieuwe Werck, tussen Melchior Veris en het erf van de verkoper, lang ca. 118 houtvoeten en breed 19 houtvoeten. Waarborgen: Rochus Gijsbertsz. Praem in Willemstadt en Govert Pietersz. lakenkoper.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 342: op 3 juni 1595 verkoopt Pieter van Beveren aan Willem Jansz. inden Both een leeg erf, liggende op het Nieuwe Werck tussen Melchior Veris en het erf van de comparant, strekkende van de straat tot achter op de Hoge Nieuwstraat. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 800 gl.

ORA Dordrecht inv. 1581, f. 230: op 13 okt. 1600 verkoopt Frans Cornelisz. van Beaumont, als “sequester” van de boedel van wijlen Willem Jansz. inden Both, voor 1450 gl. aan Job Cornelisz. Schoth schipper een huis op het Nieuwe Werck, in welk huis Willem Jansz. is overleden, staande tussen het huis van Mathijs van Rhee en Melchior Veris en het erf van Mathijs Vulgraff. Waarborgen: Maria Verpoorten, weduwe van Jan Willemsz. inden Both en Pijeter Willemsz. goudsmid, zwager en Jan Willemsz., zoon van Willem Jansz. De koper is schuldig aan de verkoper 1050 gl. Borgen: Claes Cornelisz. Hutspot en Cornelis Gerritsz. schiptimmerman.

ORA Dordrecht inv. 1582, f. 33v: op 29 mei 1601 verkoopt Job Cornelisz. Schot voor 1575 gl. aan Coenraet van Norenborch de jonge een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Mathijs van Rhij en dat van Melchior Veris aan de ene zijde en het erf van Mathijs Vulgraft aan de andere, zulks als hij, verkoper, het huis gekocht heeft van de weduwe en erfgenamen van Willem Jansz. inden Both. Waarborgen: Arent Maertensz. en Jan Woutersz. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1275 gl. Borgen: Coenraet van Norenborch de oude en Jan Jansz. Druijff.}

Jacob Beeck huurt van Pieron Lambion {Piron Lambinon} 7-10

f. 40v

Laurens Lenders huurt van Velgracht {Volgraaf}10

{ORA Dordrecht inv. 1580, f. 81: op 2 juli 1596 verkoopt Magdalena Mathijs, weduwe van Hendrick Adriaensz. ponjaartmaker, voor 1000 gl. aan Mathijs Vulgraff kaaskoper een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van de koper en dat van Melchior Veris. De verkoopster verbindt in plaats van waarborg een huis, genaamd “de Drie Munnicken”, staande op de Riedijk tussen de Schipperskapel en het huis van Cornelis Ariensz. teerkoper.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 178v e.v.: op 17 aug. 1606 verkoopt Matthijs Vulgraeff, burger van Dordrecht, aan Cornelis Jansz. Both, thesaurier van Dordrecht, ten behoeve van de stad Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 14 gl., verzekerd op een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van kinderen en erfgenamen van Melchior Veres en het huis van de comparant.}

Matthijs Volgraeff (Vulgraff, Matthijs van Maastricht), geboren ca. 1549(44 jaar in 1592), van Maastricht, burger van Dordrecht (vermeld in 1590), trouwde JoostkeNN

Zoons:

a Herman Matthijsz. Volgraaf, mogelijk gedoopt NG Dordrecht april 1589, van Dordrecht, lakenbereider wonende op de Nieuwe Haven naast “Venlo” (1612), trouwde NG Dordrecht 1/29 april 1612 Maeijken Jaspersdr. van Diepenbeeck, van Dordrecht, wonende bij de Grote Kerk in de “Meulensteen” (1612)

b. Thielman Volgraaf

ORA Dordrecht inv. 1589, f. 11 e.v.: op 7 febr. 1612 verkopen Thielman Vulgraven en Herman Vulgraven, broeders en burgers van Dordrecht, aan Jacob Sonnemans, een jaarlijkse losrente van 25 gl., verzekerd op een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Piron Lambinon, waar uithangt “de Stadt Venlo”, en het huis van de erfgenamen van Melchior Veris, waar uithangt “het Wapen van Dansick”.}

Jan de Willem Otth{Willemot} 6

{Hij bouwde ca. 1607 op dit erf een huis, staande op de hoek van het Venlostraatje.}

Ariaen Gillisz. in Hoochstraten {alias Adriaen Schoormans} 3-15

[ORA Dordrecht inv. 748, f. 180v: op 4 sept. 1606 verkoopt Claertgen Woutersdr., weduwe van Adriaen Schoormans, aan Arien Jacobsz. schiptimmerman een erf op het Nieuwe Werck, zijnde het 10e erf, strekkende noordwaarts van “Elijskenstoorn”, 9 roeden lang en 2 roeden breed, liggende tussen het erf van Jan Willemot en dat van de erfgenamen van Jan Pietersz. van der Burch, zulks als verkoopsters man dat erf gekocht heeft van de stad Dordrecht. Waarborg: Henrick Schoormans. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 675 gl. Borgen: Corstiaen Stevensz. schiptimmerman en Staes Jacobsz. lijndraaier.

ORA Dordrecht inv. 752, f. 95v: op 6 juni 1611 verkoopt Adriaen Jacobsz., schiptimmerman en burger van Dordrecht, aan Boudewijn Pietersz. van Duijnen wijnkuiper een leeg erf op het Nieuwe Werck, gelegen aan de haven aldaar tussen het huis van Jan Willemot en dat van Francois van der Burch. Waarborg: Barent Geeritsz. kaaskoper, voor de ene helft. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 475 gl. Borgen: Wouter Jansz. van Duijnen en Jan Pietersz. brandewijnmaker.]

Hans Ambullaert 5

{NG trouwboek Dordrecht 5 april 1622: Jan Jansz. Ambrullaert boekbinder wonende bij zijn vader [Hans Ambullaert] op het Nieuwe Werck en Pieterken Roelant Adriaensdr. wonende bij haar ouders op de Nieuwe Haven naast de Jonge Swaen, beiden van Dordrecht.}

Davit van Oudenaerden 6-5

f. 41

Bastiaen Woutersz. schipper 6-5

{Bastiaen Woutersz., geboren naar schatting ca. 1557, schipper, overleden Dordrecht 14 dec. 1637 (overlijdensregister Doopsgezinden), trouwde naar schatting ca. 1580Neelge Leenaertsdr., overleden Dordrecht 2 dec. 1637 (overlijdensregister Doopsgezinden)

– 1619 (verponding Dordrecht): Bastiaen Woutersz. schipper betaalt voor zijn huis aan de kade bij de Blauwpoort [Nieuwe Haven] 6 ponden 6 sch. Belenders: Davidt van Oudenaerden en Thielman Corstiaensz. (Stadsarchief Dordrecht inv. 3968, f. 44)}

de weduwe van Jacob Henricxsz. {timmerman} 6-5

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 111: op 10 jan. 1606 verkoopt Lijsbeth Henricxsdr., weduwe van Jacob Henricxsz. timmerman, geassisteerd met haar vader, Henrick de Brijevere, munter en burger van Dordrecht, aan Francoijs van den Berch, Baen Cornelisz., Gillis van Belle en Andrijes Adriaensz. suikerbakker, als dekens van het Kramersgilde te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 24 gl., verzekerd op een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Bastiaen Woutersz. en dat van Willem Drom, Schotsman. Borg: Henrick de Brijevere, verbindende zijn huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jeutgen Willems, weduwe van Pieter Dionijsz. en dat van Jan Jansz. van Breen.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 172 e.v.: op 12 juli 1606 verkoopt Lijsabeth Henricxdr., weduwe van Jacob Henricxsz., aan Cornelis Jansz. Both, thesaurier van de reparatiën, ten behoeve van de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 5 gl., verzekerd op een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Bastiaen Woutersz. schipper en dat van Willem Drommont Schotsman.]

Willem Drumel {Drommont, kraankind} 2-10

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 173: op 13 juli 1606 verkoopt Willem Drommont, kraankind en burger van Dordrecht} aan Cornelis Jansz. Both, thesaurier van de reparatiën, ten behoeve van de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het erf van Cornelis Florisz. en het huis van de weduwe van Jacob Henricxsz. huistimmerman.]

Cornelis Florisz. {Nellis, schipper}een erf 4-10

Corstiaen Stevensz.{Cramerheijn, schiptimmerman} 7-10

{Corstiaen (Kerstiaen, Christiaen)Stevensz. Cramerheijn, geboren ca. 1563, schiptimmerman (1588), trouwde 1eNG Dordrecht 4/18 dec. 1588 (beiden van Dordrecht) Lijsken Cornelis Floerisdr., dochter van Cornelis Florisz. Nellis, 2e Tanneken Bartholomeusdr.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 178v: op 17 aug. 1606 verkoopt Corstiaen Stevensz., schiptimmerman enburger van Dordrecht, aan Cornelis Jansz. Both, thesaurier van Dordrecht, ten behoeve van de stad Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 12 gl., verzekerd op een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het erf van Cornelis Joosten en dat van Cornelis Florisz.}

f. 41v

de weduwe van Aert Cornelisz. 3-15

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 172: op 12 juli 1606 verkoopt Geertgen Michielsdr., weduwe van Cornelis Joosten Doot schiptimmerman, aan Cornelis Jansz. Both, thesaurier van de reparatiën, ten behoeve van de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 11 gl., verzekerd op eenerf op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Corstiaen Stevensz. en dat Gerrit Vogel.]

Gerit Jansz. Voegel 4-7-6

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 172: op 12 juli 1606 verkoopt Gerrit Jansz., burger van Dordrecht, aan Cornelis Jansz. Both, thesaurier van de reparatiën, ten behoeve van de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 9 gl., verzekerd op een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het erf [sic] van Cornelis Joosten Doot en ’s herenvest, waar tegenwoordig de paardenstal staat.]

f. 42

Het IIe Quartier vande waechstegert [Waagsteiger] tot het Groote Hooft toe

Crijn Rombouts kaaskoopster 25

Gillis Pietersz. kaaskoper 18-15

[ORA Dordrecht inv. 1583, f. 142v e.v.: op 25 okt. 1604 verkoopt Neeltken Jansdr., weduwe van Jan Gerritsz. van Baertwijck, geassisteerd met haar zoon, Warnaert Aertsz., voor 3000 gl. aan Gillis Pijetersz. kaaskoper een huis op het Marktveld, staande tussen het huis van Adriaen Dircksz. vleeshouwer en dat van Quirijntgen Rommers. Waarborg: Catharina Fransdr., weduwe van Jan Pijetersz. van der Burch. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2160 gl. Borg: Joos Lenaertsz., wonende in Nieuwpoort.]

Ariaen Diricxsz. {d’Jong} vleeshouwer 20

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 8v: op 3 mrt. 1626 verkoopt Adriaen Dircxsz. d’Jong vleeshouwer aan zijn zoon Laurens Adriaensz. d’Jong apotheker een huis omtrent het Marktveld aan de Poortzijde, staande tegenover de Stadswaag tussen het huis van Gillis Pietersz. en dat van Jan de Tier.]

Sijken Jansdr. 15

f. 42v

Gerigen Diricxdr. 25

Daniël Coenen loodgieter 21-5

{ORA Dordrecht inv. 1589, f. 39: op 1 mei 1612 Daniël Coenraetsz., loodgieter en burger van Dordrecht, verkoopt voor 4300 gl. aan Gerit Fransz. van Bonckelwaert een huis tussen de Wijnbrug en de Tolbrug, staande tussen het huis van Jan Geij en dat van de weduwe van Reijnier de Leu. Waarborgen: Geerit Willemsz. Vredenborch en Abraham Jacobsz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van3000 gl. Borgen: Frans van Bonckelwaert en Jan Jansz. Koninck.}

Reijnier de Leu eigenaar 21

Joest Lamertsz. tingieter 15

de weduwe van Jasper Cornelisz. 12

f. 43

Jan Jaspersz. kaaskoper 15

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [60 schellingen] als op voorgaende jaeren

Cornelis Elantsz. bakker 11-5

Ariaen Sijmonsz. Waelen 12

Corstiaen Sijmonsz. Speck 18-15

de weduwe van Hans Segers 18-15

f. 43v

Jasper Troeijen 21-5

Henrick van Bladegem voerde 2 woeningen 21

Balten Waelen{Sijmonsz. wijnkuiper} 22-10

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 144v e.v.: op 9 mei 1606 verkoopt procureur Johan van Slingelant Damasz., als daartoe gemachtigd door de Camere Judiciële van Dordrecht, aan Balthasar Waelen Sijmonsz., wijnkuiper en burger van Dordrecht, de helft van een huis [in de Wijnstraat] op de hoek van de Wijnbrug, staande tussen die brug en het huis van de weduwe van Pieter Gillisz. Waarborg: de diaconie van de NG gemeente te Dordrecht. De koper is schuldig aan de huisarmen van de diaconie een somma van 1125 gl. Borg: Sijmon Waelen.

ORA Dordrecht inv. 1597 (nieuw), f. 13v: op 23 mrt. 1621 verklaart Gillis Baltensz. Walen, koopman te Dordrecht, dat hij “tot … bevrijdinge” van een borgtocht, die zijn zoon Arent Walen voor hem heeft gepresteerd ten behoeve van Cornelis Baltensz. Walen voor een somma van 1211 gl., verbonden te hebben zijn aandeel in een huis,staande tussen de Wijnbrug en het huis van Henrick van Bladegom, hem aangekomen zowel bijoverlijden van zijn vader, Balten Walen, als door aankoop,welke hij met zijn behuwd heeft gedaan.]

Ruth Cornelisz. 8-15

Wouter Cornelisz. schipper 15

f. 44

Willem Niessen 31-5

Gerit Hellincx 27-10

mr. Daniël huurt van Willem Henricxsz. 24

Elias Trip 27-10

{NG trouwboek Dordrecht 17 april 1611: Elias Strip [sic] koopman weduwnaar [van Maria de Geer]van Bommel en Aeltken dochter van Adriaen Jansz. burgemeester van Dordrecht, per schrijven van [ds.] Polyander, getrouwd 8 mei 1611

Aletta Adriaensdr., de tweede vrouw van Elias Trip, door Rembrandt van Rijn (1639)

15 mei 1657: Johan van Neurenbergh, oudraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriaen en Jacobus Trip, Joan Coijmans, als echtgenoot van Sophia Trip, Maria Trip, weduwe van Balthasar Coijmans en Josep Coijmans, als echtgenoot van Jacoba Trip, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Elias Trip, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Benedict Baddel te Amsterdam op 1 mrt. 1657, verkoopt aan Arnoult van der Goes een huis [in de Wijnstraat] omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis van Dirck van der Neth en de Engelse Court-kerk. (ORA Dordrecht inv. 781, f. 32v e.v.)}

De Capel[de Wijnkoperskapel] nihil

f. 44v

Anthonis inden Wijngert 17-10

Jacob van de Corput 22-10

de weduwe van Maerten Rijcken 27-10

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [6 ponden 10 schellingen] als op voorgaende jaeren

De Craen nihil

Jan Cop wijnkoper 22-10

{ORA Dordrecht inv. 1586, f. 157v: op 20 okt. 1609 verkoopt Johan de Loutere, zijdelakenkoper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Trijntgen Hultingh en de erfgenamen van Johan Claesz. Hultingh te Wesel, volgens procuratie gepasseerd voor burgemeester, schepenen en raad van Wesel op 7 mei 1609, voor 2750 gl. aan mr. Gerard Hamel, advocaat in het Hof van Holland, een huis, genaamd “den Wijngaert”, staande in de Wijnstraat tussen de gang van de Kleine Kraan en het huis van de weduwe van Aert Adriaensz. Brantwijck. Waarborg: Jan de Loutere lakenkoper. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 1854 gl. Borg: Anthoni van Os.}

f. 45

de weduwe van Aert Ariaensz.{Brantwijck} 22-10

Pieter Sijmonsz. 22-10

[ORA Dordrecht inv. 1604, f. 64v e.v.: op 8 jan. 1631 verkoopt Michiel Jacobsz. Cotermans, als curator van de boedel van Pieter Sijmonsz., voor 1455 gl. aan Franchois Willemsz., burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, genaamd “Groot Cuelen”, staande tussen het huis van de heer van Blokland en dat van de koper. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 855 gl. Borg: Jacob van Clootwijck, lid van de Oudraad van Dordrecht.]

Steven Geritsz. 27-10

Nicolaes Cheraets 27-10

Jacob Trip 27-10

f. 45v

de kinderen van Coendert Helmich 18-15

Jan van Leuwen 18-15

Henrick van Dilsen 25

Oth Werckman 26

{Het huis “Venlo”.

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 118: op 19 nov. 1596 stellen Herrij Lodge, Pieter Pietersz. bakker, Jan Maertensz. schipper en Adriaen Dircxsz. vleeshouwer, burgers van Dordrecht, zich als waarborgen voor de verkoop van een huis, genaamd “Venloe”, staande bij de Nieuwbrug tussen het huis van Andries Waelen en dat van Hendrick van Dilsen, welk huis door hen, comparanten, is verkocht namens Dirck Jacobsz. van Abbesteech op 31 jan. 1587 aan Willem Ingenpas en door Ingenpas verkocht aan Otto Werckman.}

Ruth Mateusz. kleermaker huurt van Rocus Jansz. 25

{Het huis “Beaumont”.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 147v: op 10 mei 1606 verklaren Rochus Jansz. en Frans van Bonckelwaert schuldig te zijn aan de crediteuren van Andries Waelen goudsmid een somma van 1471 gl. wegens de koopvan een huis, genaamd “Beaumont”, staande aan de Poortzijde [Wijnstraat] omtrent de Nieuwbrug tussen het huis genaamd “Paradijs” en het huis van Otto Werckman, genaamd “Venlo”.}

f. 46

Moijses Augustijnsz. huurt van Rocus Jansz. 25

[Het huis “Paradijs”.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 66: op 14 juni 1605 verkoopt Balthen van Goch, burger van Dordrecht, voor 1926 gl. aan Rochus Jansz.afslager [vendumeester] en Frans van Bonckelwaert een huis, genaamd “het Paradijs”, staande [in de Wijnstraat] omtrent de Nieuwstraat tussen het huis van Wouter van Ossenburch en dat van Andries Waelen. Koopvoorwaarde is onder meer, dat men dit huis niet hoger zal bouwen en ook niet in de muur van het huis “Beaumont” zal “houden noch breken”, tenzij met toestemming van de eigenaar van dat huis. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 950 gl.]

Wouter van Hossenborch 25

Opte Nieubrug

Cornelis van de Laer huurt van kapitein Steven 12

IJsack Henricxsz. Coninck goudsmid 9

f. 46v

Gerit Vervorst lakenkoper 17-10

Jan Geritsz. kleermaker 8-15

Franchoijs van Hoochstraten 15

[ORA Dordrecht inv. 764, f. 46: op 17 juni 1623 verkoopt Frans van Hoochstraten, wisselaar en burger van Dordrecht, aan Beatris van Wassenhoeven, weduwe van Matthijs Saverijn, een jaarlijkse losrente van 17 gl. 10 st. op een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Jaecques Braem en dat van Roeloff Dircxsz.]

Claes Huijbertsz. kleermaker 11

Aert Cornelisz. mandenmaker 11-5

f. 47

Gillis van Alsdorp weduwe 11-5

bij de voorgaande in margine: mach volstaen met [9 ponden] als op voorgaende jaeren

Corstiaen Bourman 11-5

Jacques Vinck 7

Jan Jansz. schoenmaker 11-5

Ariaen Jacobsz. Vinck 15

onder de voorgaande staat: mr. Jan Ruijting

f. 47v

Jan van Kuijckhoven 30

Jan Laurens 4

de weduwe van Vit Henricxsz. 18-15

Aerent Reijen wijnkoper 30

de weduwe van Wouter Cools, wert verhuurt des jaers voor hondert guldens comp volgens de voorsz. huijer 21

f. 48

Henrick Jansz. kaaskoper 22-10

Dirick Pietersz. in de Keijser 22-10

Willem Calff 22-10

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 116: op 23 jan. 1606 verbindt Anthoni van Leest, koopman te Dordrecht, tot “bevrijdinge” van de borgtocht, die Jan van Leeuwen, koopman en burger van Dordrecht, voor hem t.b.v. Jan Tesmaecker gepresteerd heeft een huis [in de Wijnstraat]omtrent de Nieuwbrug, genaamd “den Groote Beijtel”, staande tussen het huis van Cornelis Quirijnsz. schipper en de Grote Kraan.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 139v: op 3 mei 1606 verkoopt Antoni van Leest, koopman en burger van Dordrecht, aan Willem Calff beitelschipper een huis, genaamd “den Grooten Beijtel”, staande tussen de Grote Kraan en het huis “den Cleijnen Beijtel”. Waarborg: Jan de Bramaecker lakenkoopman. De koper is schuldig aan Jan Huijbrechtsz., koopman te Keulen, een somma van 600 gl. en aan Jaecquet Niquet en Gerrit Reijns, kooplieden te Amsterdam, een bedrag van 1200 gl. Borg: Willem van Liesvelt Aertsz., oudraad te Dordrecht.]

Jan Cop kleermaker 10

Willem Stoffelsz. weduwe 22-10

f. 48v

Jan Vaens bakker 18-10

{NG trouwboek Dordrecht 28 mei 1595: Hans Vaens Jansz. bakker van Antwerpen en Lisbeth Cornelis Cornelisdr. van Dordrecht, getrouwd op 18 juni 1595

Kind:

a. Cornelis Vaens, gedoopt NG Dordrecht jan. 1601, trouwde NG Dordrecht 23 mrt. 1631 Aechien (Agatha) Driesman Cornelisdr.}

de weduwe van Willem Moelen 25

{ORA Dordrecht inv. 1586, f. 175 e.v.: op 16 nov. 1609 verklaren Aert Hermansz. Wor wijnkoper, als man van Lijsbeth Heijthoven, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Cornelis Thonisz. Praem, als man van Neeltgen Adriaensdr. Heijthoven, Maria Hoijncx, weduwe van Willem de Jonge, thesaurier van Dordrecht, Meijnsken Philipsdr., weduwe van Hendrick van Slingelant Jobsz., geassisteerd met Philips van Slingelant Hendricxsz., haar zoon, voor zichzelf en tevens vervangende Willem Molen Philipsz. en Lijntgen Willemsdr., weduwe van Damas Molen Philipsz., alsmede Francois van Hoochstraeten, als procuratie hebbende van Jacob Cornelisz. van Hoogewegen en Willem Claesz. van Nes, als man Maijken Cornelisdr. van Hoogewegen, kinderen van wijlen Anneken Molen, en Ottho Werckman, als vader en voogd van zijn kinderen, door hem verwekt bij Neeltgen Molen Fransdr., allen erfgenamen van Willem en Cornelis Molen Franszonen en Liedewij Cornelisdr., weduwe van Wouter Jansz. Diettert, als erfgename van Geertruijt Cornelisdr., haar zuster, en als zodanig mede gerechtigd in de nalatenschap van Willem en Cornelis Molen Fransz., enerzijds en Beatricx van Rhijn Claesdr., laatst weduwe van Abraham van Halewijn, geassisteerd met Gijsbrecht van Haerlem, haar zoon, anderzijds, verklaren onderling verdeeld te hebben de goederen, die de voornoemdeerfgenamen in gemeenschappelijk bezit hebben gehad met Beatricx van Rhijn en waarvan Ariaentgen Jacobsdr., weduwe van Willem Molen Fransz., het vruchtgebruik heeft gehad. Daarbij is o.a. aan Beatricxvan Rhijn toebedeeld de helft van een huis genaamd “den Hollantschen Thuijn”, staande tegenover de Leerestraat [Schrijversstraat],belend door het huis van Hans Vaensbakker aande ene zijdeen dat van Pieter Willemsz. wijnkuiper aan de andere, van welk huis Beatricx van Rhijn reeds de wederhelft bezit, en nog een achtste part ineen huisje, staande in de Vriesestraat tegenover de Mennebrug tussen het huis van burgemeester Willem van Beveren en ’s herenstraat.

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 68: op 11 febr. 1631 Gijsbert van Haerlem, burger van Dordrecht, verkoopt aan Daniël Jansz., beenhakker en burger van Dordrecht, vier morgen 400 roeden weiland, liggende in Kijfhoek, laatst gebruikt door Daniël Jansz., verbindende een huis bij de Grote Kraan, staande tussen het huis vande weduwe van Hans Vaens en dat van Pieter Willemsz. wijnkuiper.}

Pieter Willemsz. in Craenenborch{wijnkoper} 18-10

Casper Beeck wijnkoper 32-10

Barent Jansz. bode [van de Munt] 8

f. 49

Hans Waggens[houtkoper] 24

{ORA Dordrecht inv. 1581, f. 204v: op 15 juni 1600 verklaart Jan Geurtsz. wijnkoper schuldig te zijn aan de weesinderen van Richard Waelen een somma van 1151 gl. wegens de koop van een huis, genaamd “den Engel”, staande op het Groothoofd tussen het huis van Melchior Veris en dat van Barent Jansz., bode van de Munt.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 86: op 13 sept. 1605 verkoopt Corstiaen Govertsz., voor zichzelf en tevens vervangende Gerrit Nieukerckens, samen voogden over de weeskinderenvan Jan Govertsz., verwekt bij Ermken Gerrit Nieukerckensdr., voor 1499 gl. aan Hans Waggens een huis in de Wijnstraat, genaamd “den Engel”, staande tussen het huis van Barent Jansz., bode op Den Haag, en het huis, genaamd “den Vogel Phenicx”. Borg: Corstiaen Govertsz. huistimmerman. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 901 gl. Borg: Jacob Sonnemans.

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 105: op 17 nov. 1617 verkoopt Aert van de Graeff, houtkoper en burger van Dordrecht, voor 1150 gl. aan Hans Waggens, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Dirck Pijl, waard in “de Paeu”, en het huis van Jan Corsz. wijnkoper. Waarborg: Anthoni van de Graeff.]

Corstiaen Coendersz.[wijnkuiper] 22-10

{ORA Dordrecht inv. 1581, f. 4: op 13 okt. 1598 verklaart Melchior Veris, burger van Dordrecht, dat in plaats van waarborg voor het huis, dat hij heeft verkocht aan Mathijs Jansz. van Dalen, staande in de Schuitenmakersstraat tussen het huis van Blauwe Ariens en dat van Jan de houtvletter, tot onderpand gesteld heeft zijn huis omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis, genaamd “‘s-Gravenhage” en het huis genaamd “den Cleijnen Engel”.

ORA Dordrecht inv. 1581, f. 107v: op 1 sept. 1599 verklaren Melchior Veris, Machtelt Claesdr., zijn vrouw, geassisteerd met PieterRogiersz., en Simon Melchiorsz., dat zij door intercessie van Nicolaes Jansz. Cruijdenier, Henrick van den Corput, predikant te Dordrecht, en Johannes Polyander, predikant te Dordrecht, zijn overeengekomen, dat Machtelt Claesdr. zal ontslaan alle huisraad en inboedel, die zij van Melchior Veris in bewaring heeft, en haar toestemming geeft aan Simon Melchiorsz. om die goederen te verkopen, op voorwaarde, dat hij uit de opbrengsten daarvan aan haar zal betalen een somma van 108 gl.

ORA Dordrecht inv. 1584, f. 45v e.v.: op 3 mei 1605 verkopen Margarita Veres, weduwe van Roeloff Fransz. en Pietertgen Veres, jonge dochter, geassisteerd met Jacob van Diemen Cornelisz., schepen in wette van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Sijmon Melchior Veres, hun broer, allen erfgenamen van wijlen Melchior Veres [Veris], voor 2600 gl. aan Christiaen Coenraetsz. wijnkuiper een huis in de Wijnstraat, genaamd “den Vogel Phenicx”, staande tussen het huis van de schout van Dordrecht en dat van de erfgenamen van Jan Gerritsz. Borg: Jacob van Diemen Cornelisz., schepen in wette van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1526 gl. Borgen: Arent Scheper Adamsz. en Cornelis Florisz. van Asperen.]

mijnheer de schout Muijs 25

{Hugo Muijs van Holij heer Jacobsz. Ridder, schout van Dordrecht 1599-1620 (Balen I, p. 237)

ORA Dordrecht inv. 1582, f. 25v: op 10 mei 1601 verkoopt Abraham de Vos, als procuratie hebbende van Pijeter de Vos, secretaris van Veere, voor 2600 gl. aan Hugo Muijs van Holij, schout van Dordrecht, een huis, genaamd “‘s-Gravenhage”, staande bij de Hoppenbiersteiger aan de Poortzijde [Wijnstraat] tussen het huis van Jan Pijeter Aertsz. en dat van Melchior Veris. Waarborgen: Dirck Geerbrantsz. Stoopen en Cornelis Adriaensz. blauwverver.

ORA Dordrecht inv. 1584, f. 184: op 28 sept. 1606 verkoopt Hugo Muijs van Holij, schout van Dordrecht en baljuw van het Land van Strijen, aan Francois Fransz., koopman en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “’s Gravenhaege”, staande bij de Hoppenbiersteiger aan de Poortzijde tussen het huis van Jan Pieter Aertsz. en dat van Corstiaen Coenraedtsz. Waarborg: Wijnandt Jansz. Rutgers. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2848 gl. Borg: Roeloff Dircxsz. van Dueren, grossier van lakens.}

Jan Pieter Aertsz. 18-15

Staes Reijniersz. 18-15

{NG trouwboek Dordrecht 6 nov. 1622: Reijnier Staesz. wijnkuiper jong gezel wonende op het hoekje van de Arien Joppensteiger in “de Pellicaen” en Margrietgen Pieter Matthijsdr., jonge dochter wonende bij haar ouders}

f. 49v

Adriaen Joppen weduwe 32-10

de weduwe van Thomas Rocusz. 32

Jacob van Meuwen 12-10

Ariaen Claesz. Jaeger 10

de weduwe van Wouter Leijten 7

f. 50

Cornelis Moelen Ariaensz. 22-10

{Het huis “de Galeije”.}

Frans Aelwijnsz.{koopman} 22-10

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 133 e.v.: op 24 april 1606 verkopen Laurens Cornelisz. Gelder pondgaarder, voor zichzelf en tevens vervangende Henrick Sijmonsz. van der Mijl, zijn behuwd broeder, Willem Anthonisz. metselaar, als testamentaire voogd van Aert Abelsz. van der Mijl, zoon van wijlen Abel Sijmonsz. van der Mijl, verwekt bij Janneken Maertensdr., Laurens Mes van Steenbergen en Alewijn Alewijnsz., allen erfgenamen van Geertruijt Evertsdr., aan Franchoijs Alewijnsz., koopman en burger, mede erfgenaam van Geertruijt Evertsdr. [voor een zesde part], vijf zesde delen van een huisbij het Groothoofd, staande tussen het huis van Geertruijt Manternach, genaamd “Medenblick”, en het huis van Cornelis Molen Adriaensz., genaamd “de Roijbaerse of Galeije”, t.w. Laurens Cornelisz. van Gelder, Henrick Sijmonsz. van der Mijle en Willem Antonisz., in zijn voornoemde hoedanigheid, samen voor een derde part, Laurens Mes voor een derde part en Alewijn Alewijnsz. voor een zesde part.]

de weduwe van Claes Manternach 22-10

{Het huis “Medenblick”}

Elisabeth Spaens 22-10

[ORA Dordrecht inv. 1589, f. 95 e.v.: op 15 aug. 1612 verkopen Nicolaes Tzeraerts, voor zichzelf en tevens vervangende zijn kinderen, verwekt bij Maergreta Blocx, en Anneken Blocx, en Roelant Eeckholt, als procuratie hebbende van de kinderen van wijlen Hans Sonnemans te Keulen, voor 4400 gl. aan Hans van Limborch, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, genaamd “St. Joris”, staande tussen het huis van Geraert Stouten en dat van de weduwe van Nicolaes Manternach, waar uithangt “Medenblick”. Waarborgen: Nicolaes Siraerts en Roelant Eeckholt. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2900 gl. Borgen: Jasper Troije en Jacob Jaspersz., burgers van Dordrecht.]

Jan Jansz. appelkoper 15

f. 50v

Opte Matesteijgert [Mattensteiger]

PieterAertsz. weduwe huurt van Hilleken van Kempe 25 schellingen

Hilleken van Kempen 3-15

Ariaen Henricxsz. kleermaker weduwe 7-10

Willem Roedervelt 7-10

Dirick Philipsz. weduwe 21

Gillis Rees koopman 32

f. 51

Jan Cornelisz. Beuckelaer 13-15

Cornelis Dirick Philipsz. weduwe 15

Lambert Ariaensz. bakker 15

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 70v e.v.: op 9 juli 1605 verkoopt Lambrecht Ariensz. bakker, burger van Dordrecht, aan de weeskinderen van Willem Gerritsz. verver een jaarlijkse losrente van 50 gl., verzekerd op een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van de weduwe van Cornelis Dircxsz. en dat van de weduwe van Gerrit Waelwich.]

Jan Jacobsz. van Ravesteijn 15

Henrick Aelwijn kuiper 15

f. 51v

Wouter Pietersz. schipper 15

Henrick Gheij inde Pau 46

mr. Henrick chirurgijn 18-15

Cornelis Ariaensz. Both {raad in wette} 15

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 126: op3 mrt. 1606 verkoopt Cornelis Ariensz. Both, raad in wette van Dordrecht, verkoopt aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 75 gl., verzekerd op een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Adriaen Thonisz. Repelaer en dat van Roelandt Smith.]

Roelant Smith{koopman} 15

[ORA Dordrecht inv. 1581, f. 9v: op 14 okt. 1598 verklaart Roelant Smith, koopman en burger van Dordrecht, dat hij tot “bevrijdinge” van de borgtocht van 324 gl., die Anthonij van Os voor hem gepresteerd heeft ten behoeve van Jacob en Frans Alewijnsz., als voogden van de weeskinderen van wijlen Pieter Alewijnsz., heeft verbonden een huis op het Groothoofd, staande het huis van Cornelis Adriaensz. Both en dat van Arien Cornelisz. Pecklap.]

f. 52

Ariaen Cornelisz. [Pecklap] schipper 15

Gerit Houtaen 12-10

{ORA Dordrecht inv. 1584, f. 182: op 22 sept. 1606 verkoopt Gerrit Willemsz. van Houdaen, burger van Dordrecht, aan Jan Claesz., wonende te Delft, een jaarlijkse losrente van 36 gl., verzekerd op een huis, staande op het Groothoofd tussen het huis van Adriaen Pecklap en het huis, genaamd “Spreeuwenoort”.}

Henrick Jansz. bakker 18-15

Jan Aertsz. boede 12-10

Aert Ariaensz. inden Naedorst 18-15

f. 52v

Opten Boem

De 2 woeningen opten Boem sijn onverhuijert 23-10

Aende Andersijde vant Groote hooft totte Tollebrugstraet

Wouter Vastersz. 26

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [3 ponden 15 schellingen] als op voergaende jaeren

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 31: op1 april 1605 verklaren Andries van Hetterscheijt,namens zijn vrouwAlidt Vincken, als moeder van haar voorkinderen, verwekt door Gerrit Gerritsz. van Heuckelom, Gerrit Gerritsz. van Heuckelom, zoon van Gerrit van Heuckelom en Alidt Vincken, en Andries van Hetterscheijt, als schriftelijke last hebbende van Joost Vincken, “richter” te Grietenhuijse, als oom en bloedvoogd van de onmondige kinderen van Gerrrit Gerritsz. van Heuckelom, verwekt bij Alidt Vincken, zijn, Joosts, zuster, dat zij “tot indempnite ende bevrijdinge” van een somma van 200 gl., welke Herman Spiegel en Arent Scheper ten behoeve van hen, comparanten, opgenomen hebben, verbonden hebben de helft van een huis, genaamd “den Roncefael”, staande op het Groothoofd tussen de het huis van de weduwe van Arien Huijbrechtsz. en ’s herenstraat.

Idem, f. 88: op 17 sept. 1605 verkoopt Jan Cornelisz. van de Puttekruidenier voor 600 gl. aan Wouter Vastersz. een vierde deel van het huis “den Ronseval”, staande tussen het huis “den Monnick” en ’s herenstraat. Waarborg: Arent Scheper Adamsz., gezworen wijnroeier te Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 500 gl. Borg: Jan Bom brouwer.

Idem, f. 178v: op 30 juli 1606 verkopen Andries van Hetterscheijt, wonende te Griethuijsen in het vorstendom Kleef, als man van Alidt Vincken, en nog als procuratie hebbende van Gerrit Heuckelom de oude en Gerrit Heuckelom de jonge, gepasseerd voor het gerecht van Griethuijsen op 18 juli 1606, aan Wouter Vastersz. de helft van een huis, waarvan de andere helft eigendom van de koper is, staande op het Groothoofd tussen het opgaan van de stadsvest aan de ene en het huis van de weduwe en erfgenamen van Adriaen Huijbechtsz. in Monnickendam, welk huis Gerrit van Heuckelom de oude en Gerrit van Heuckelom de jonge is aangekomen voor een vierde part van Aeltken Aelbrechtsdr., hun grootmoeder, en voor een gelijk vierde part van Magdalena Claes, weduwe van Gerrit van Heuckelom, hun oom.]

de weduwe van Ariaen Huijbertsz. 21

Lijebewijn Fransz.[Drijfhout] 15

{I. Cornelis NN, trouwde NN

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Gerit Cornelisz. Drijffhout, geboren ca. 1515, overleden in of na 1582

ORA Dordrecht inv. 722, verklaring dd 13 mrt. 1560 op verzoek van Marinus Cornelisz. en Coenraerdt Jansz. door Gerit Cornelisz. Drijffhout en, 44 jaar oud, en Adriaen Huijgensz., 36 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 725, akte 327: op 4 dec. 1564 stelt Gerit Cornelisz. Drijfhout zich borg voor zijn broer Frans Cornelisz. Drijfhout kuiper “omme voorden zelffden te restitueren … all alzulcke acht ende twintich Carolus guldens als den voirsz. Frans Cornelisz. in conformité van zekere appointemente deser camere [het Gerecht van Dordrecht] heffen ende lichten zal vuijt handen [van] Philips Ogiersz. outraedt in wette ende dat vanden goeden erffenisse ende besterffenisse van Jacob ende Adriaen van Gendt Willemsz.gebroeders”, die vele jaren uitlandig geweest zijn.

ORA Dordrecht inv, 713, f. 11: op verzoek van Willem Andriesz. verklaren op 16 juni 1578 Henrick Jansz. brouwersknecht, ongeveer 78 jaar oud, Gerret Willemsz. varkenslager, 68 jaar oud, Adriaen Dircxsz. harnasveger, 69 jaar oud, en Gerit Cornelisz. Drijffhout, 65 jaar oud, dat zij goed gekend hebben Andries Willemsz. en Beeltge Jansdr., dat Andries een oude en zwakke man was, “soe dat hij niet gewinnen coste ende dat dvoorn. Andries sonder den sagers arbeijt ende armoede vande voorn. Beel Jansdr. des Requirants moeder mitsgaeders hulp van veele ende diverssche goede luijden daer dvoorn. Beel Jans ginck wassen ende schuijeren, soude geheel en al van … armoede met zijnen huijsvrouw ende kinderen vergaen ende de goede luijden aen moeten spreken hebben”.

ORA Dordrecht inv. 715, f. 12v e.v.: verklaring dd 23 okt. 1582 op verzoek van Ermgart Reijersdr., weduwe van Maerten van Beaumont, door Geerit Cornelisz. Drijffhout. De deposant verklaart, dat hij wel 50 jaar lang met zijn ouders gewoond heeft in de toren, staande achter de Gravenstraat omtrent St. Joost “ofte het Nijewerck” en dat hij derhalve goed weet, dat het huis van de Rijke Aert Pietersz. geen doorgang had “door ofte op de plaetse vande toorn”.

b. Frans Cornelisz. Drijffhout, volgt II

II. Frans Cornelisz. Drijffhout, geboren naar schatting ca. 1520, kuiper,zoutmeter,trouwde Maaijke Willemsdr.van Gent

ORA Dordrecht inv. 726, akte 8: op 4 mei 1568 verleent Frans Cornelisz. Drijffhout zoutmeter, procuratie aan zijn vrouw, Marijcken Willemsdr. van Gent, om te innen en te aanvaarden alle goederen, die zijn gelegateerd aan zijn onmondige zoon, Lebuijn Fransz., in hettestament van wijlen Cornelia Lebuijnsdr., in haar leven wonende te Zierikzee.

ORA Dordrecht inv. 727, akte 98: op 5 mrt. 1569 “approbeert” Frans Cornelisz. Drijfhout, als man van Marijchen Willemsdr. van Gent, de kopie van een schepenenschuldbrief, sprekende opCornelis Claesz., smid van Zierikzee, inhoudende een somma van 27 ponden Vlaams, spruitende uit de verkoop van een huis in de Korte Nobelstraat in Zierikzee, door zijn, Drijfhouts, vrouw en zoon, Marichen Willemsdr. en Lebuijn Fransz., aan Cornelis Claesz. smid.

Kind:

a. Lebuwijn (Lebuijn) Fransz. Drijffhout, volgt III.

III. Lebuwijn Fransz. Drijffhout, geboren naar schatting ca. 1550 (onmondig in 1568), beeldsnijder, later hopkoper te Dordrecht, overleden ald. 19 jan. 1616, trouwde 1e naar schatting ca. 1575 Anneken Adriaensdr., 2enaar schatting ca. 1580 Toentghen Laurensdr. (NNBW [internet])

ORA Dordrecht inv. 712, f. 208 e.v., akte dd 31 dec. 1577: Roerende de dood van Anneken Adriaensdr. Boedelscheiding tussen Lebuwijn Fransz. Drijffhout, weduwnaar van Anneken Adriaensdr., enerzijds en Aert Geleijnen, als voogd van het weeskind van Frans Adriaensz., genaamd Anneken Fransdr., Marijken Adriaensdr. en Barbara Adriaensdr., voor zichzelf en vervangende hun zuster Geertken Adriaensdr., anderzijds. Idem: Aert Geleijnen kleermaker bekent ontvangen te hebben van Lebuwijn Fransz. Drijffhout een vertichtingsbrief, verleden voor schepenen van Dordrecht op 9 okt. 1576, roerende de dood van Frans Adriaensz. timmerman.

ORA Dordrecht inv. 897: op 31 aug. 1600 leggen Jan Pieter Aertsz., ongeveer 68 jaar oud enLebewijn Fransz. Drijffhout, ongeveer 47 jaar oud, een verklaring af t.b.v. Cornelis Ruijs brouwer.

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 60: op 18 juni 1617 verkopen Frans en Laurens Lebuwijnsz. Drifhout en Johan Blom, als man van Marijgen Lebuwijn Drifhoutsdr., allen erfgenamen van Lebuwijn Fransz. Drifhout, hun vader resp. schoonvader, voor 240 gl. aan Sijmon Jansz., burger van Dordrecht, een huis aan de Vest, staande tussen het huis van Mathijs Jansz. en het huis of erf van Slingerborch.

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 92v: op 1 okt. 1617 verkopen Franchoijs Lebuwijnsz., Lauwerens Lebuwijnsz. en Jan Blom, als man van Marijchen Lebuwijnsz., kinderen en erfgenamen van Lebuwijn Fransz. Driffhout, voor 3160 gl. aan Pieter Fransz. Schouttet een huis omtrent het Groothoofd, genaamd “den Hopsack”, staande tussen het huis van de weduwe van Adriaen Hubrechtsz. in’t Wapen van Monickendam en het huis, genaamd “den Biecorff”. De koper is schuldig aan Michiel Jacobsz. Cotermanseen somma van 1733 gl. 10 st. 10 penn. en aan Lauwerens Lebuwijnsz. een bedrag van 866 gl. 13 st. 5. penn.

Kinderen (ex 2; volgorde onzeker):

a. Frans Lebuwijnsz. Drijffhout, volgt IV

b. Mariken Lebuwijn Drifhoutsdr., gedoopt NG Dordrecht 1582, trouwde Johan Blom

c. NN, gedoopt NG Dordrecht 1585

d. Laurens Lebuwijnsz., geboren naar schatting ca. 1590, “schilderaer” van Dordrecht, wonende in “de Hopsack” bij het Groothoofd (1613), schilder te Dordrecht (lid van het St. Lucasgilde op 8 juli 1609) en (na 1619) te Den Haag,trouwde NG Dordrecht 27 okt./10 nov. 1613 Betteken Albrechtsdr. den Bout, van Emmerich, wonende in de Augustijnenkamp bij Jan Walen (1613) (NNBW [internet])

27 jan. 1617: Laurens Lebuwijnsz., burger van Dordrecht, verkoopt aan Cornelis van Beveren, schepen in wette van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 18 gl. 15 st., verzekerd op een huis, genaamd “den Hopsack”, staande bij het Groothoofd tussen het huis van de weduwe van Arien Hubertsz. en dat van Arien Repelaer Anthonisz. (ORA Dordrecht inv. 1594, f. 10v)

11 febr. 1623: Betken Aelbertsdr., weduwe van Laurens Lebuwijnsz., geassisteerd met Frans Lebuwijnsz., verkoopt aan Pieter Roeloffsz., blokmaker en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Henrick Jansz. Bot en dat van Willem van Berge. Waarborgen: Johan Blom en Frans Lebuwijnsz. De koper is schuldig aan Johan Blom en Frans Lebuwijnsz. eenbedrag van 895 gl., te betalen in termijnen van 200 gl. jaarlijks, welk bedrag Johan Blom en Frans Lebuwijnsz. beloven te voldoen aan Johan Berck, schepen in wette van Dordrecht, aangezien Berck gelijke somma “over custingen aen t’voorsz. huijs ten achteren es”. Borgen: Roelant Ariensz. en Claes Cornelisz., burgers van Dordrecht. Koper is tevens schuldig aan Cornelis van Beveren Jacobsz., lid van de Oudraad te Dordrecht, een bedrag van 330 gl. Borgen: idem.(ORA Dordrecht inv. 764, f. 11v e.v.)

IV. Frans Lebuwijnsz. Drijfhout, geboren naar schatting ca. 1580, steenhouwer van Dordrecht (1604), beeldhouwer te Dordrecht, overleden ald. febr. 1625, trouwde NG Dordrecht 29 aug. 1604 (door schrijven van Schoonhoven, 13 sept. 1604 bescheid gegeven om te Schoonhoven te trouwen) Tanneken Bartholomeus Augustijnsdr., geboren naar schatting ca. 1580, van Schoonhoven (1604), weduwe van Ast in Henegouwen (1628), trouwde 2e NG Dordrecht 7/21 mei 1628 (proclamatie in “de Plate”)Jacob Joosten Boots, schoenmaker, weduwnaar van Sommelsdijk, wonende in Ooltgensplaat (1628)

Hij werkte in 1617 aan de nieuwe Groothoofdspoort (een zeeridder en vier vissen) en aan de Nieuwe of Melkpoort. Al dit beeldhouwwerk is reeds lang verdwenen. (NNBW [internet])

2 febr. 1626: Tanneken Bartholomeus, weduwe van Franchoijs Lebuwijnsz. Drijffhout, verkoopt aan Arijaentken Adriaensdr. een jaarlijkse losrente van 14 gl., verzekerd op een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Laurens Posson en het erf van Guiliam van Norenborch. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 4)

25 mei 1628: Jacob Joosten Boots en Tanneken Bartholomeus verkopen hun aandeel in het huis, dat is nagelaten door Frans Drijfhout, staande op het Nieuwe Werk, aan Bartholomeus Fransz. (ONA Dordrecht inv. 34, f. 147)

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Bartholomeus Drijfhout, gedoopt juni 1605, steenhouwer, beeldsnijder, trouwde NG Dordrecht 23 jan. 1628 Cornelia Geerlofsdr. van der Merck

Hij werkte sedert 1633 onder Jacob van Campen aan kasteel Honselaarsdijk, bouwde 1640 met Aart Adriaensz. van ’s Gravezande de Lakenhal te Leiden, en sedert 1647 met Pieter Post de Oosterkerk te Middelburg. (NNBW [internet])

b. Jan, juli 1607

c. Laurens Fransz. Drijfhout, aug. 1611, volgt V

d. Antonis, okt. 1614

e. Willem, mrt. 1616

f. Lebuin, sept. 1621

V. Laurens Fransz. Drijfhout, gedoopt NG Dordrecht aug. 1611, vestigde zich ca. 1640 in Breda, komende uit Den Haag, mr. steenhouwer, bouwmeester te Breda, controleur van Z.H. werken te Breda, trouwde naar schatting ca. 1632 Maria Jansdr. van der Cabel (van der Touw), overleden tussen 22 sept. 1660 en 8 febr. 1666, trouwde 2e Rijswijk 17 okt. 1653 Cornelis Starmont (Stermont) (uit dit laatste huwelijk een dochter Cornelia Starmont, geboren naar schatting ca. 1660)

Kinderen (o.a.):

a. Antonetta Drijfhout, gedoopt NG ‘s-Gravenhage 5 febr. 1634, trouwde Jacob Florijn

b. Frans, gedoopt NG ‘s-Gravenhage 7 dec. 1636, jong overleden

c. Catharina Drijfhout, gedoopt NG Breda 2 april 1640, jonge dochter van Breda, wonende in de Lombardstraat te Rotterdam (1658), trouwde NG Rotterdam 25 aug./10 sept.1658 Christiaen Jansz. Striep (Strijp, Streep), geboren ca. 1633 te ‘s-Hertogenbosch, kunstschilder, schilderde bloemen, planten, insekten etc. in de trant van Otto Marcelis, was de leermeester van Abraham de Heusch (Van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden [internet]), weduwnaar van Den Bosch, wonende te Amsterdam (1658), begraven Amsterdam 6 sept. 1673

d. Frans, gedoopt NG Breda 20 aug. 1642, jong overleden

e. Anna Maria Drijfhout, gedoopt NG Breda 18 mrt. 1644, trouwde 1e Dordrecht 24 sept. 1663 Aert Hooglander, 2e Dordrecht 3 mrt. 1675 Lodewijk Denisz. van Aersen, bakker.}

f. 53

de weduwe van Jan Coendersz. 15

bij de voorgaande in margine: [… ponden 10 schellingen] surcheantie als op voorgaende jaeren

Willem Moelen Philipsz. 22

bij devoorgaande in margine: in surcheantie [4 ponden] als op voorgaende jaeren

Dirick Jacobsz. zeilmaker 25

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [7 ponden … schellingen] als op voorgaende jaeren

Mateus Apersz. zeilmaker huurt van de dekens van het Schippersgilde, tot laste van de huijerman 3

Cornelis Fransz. huurt van de dekens van het Schippersgilde, tot laste van de huijerman 7-10

f. 53v

Jan Geritsz. Bouman huurt van Ariaen Huijbertsz. 18

[ORA Dordrecht inv. 747, f. 125 e.v.: op 7 sept. 1604 comp. Arien Hubertsz., Jan Cornelisz. schipper, als man en voogd van Lijsbeth Huijbertsdr., Lambrecht Ariensz., als man en voogd van Mariken Huijbrechtsdr., voor zichzelf en samen vervangende hun zuster Catharina Huijbertsdr. Zij verklaren, dat bij de scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door hun ouders, wijlen Huijbrecht Dircksz.en Celiken Thonisdr., aan hun broer Dirck Hubrechtsz. is toebedeeld een huis, genaamd de Goudtsbloeme, staande omtrent het Groothoofd tussen het huis van voornoemdeArien Huijbrechtsz., waar uithangt “Rotterdam” en het Schippershuis.]

Ariaen Huijbertsz. schipper 17-10

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [2 ponden 10 schellingen] als op voorgaende jaeren

Jan Lentaelieur [in Gorcum] huurt Gorcum 20

Jan Mathijsz. weduwe 13-10

het huis van Cornelis Ariaensz. Both 22

f. 54

Jan van Meuwen [tollenaar] 31-5

bij de voorgaande in margine: tolhuijs is vrij wegens ’t accoort met die vande rekencamer gemaeckt als op voorgaende jaeren

Mathijs van Laenen 7-10

Anthonij van Os 16-5

Gijsbrecht Pietersz.kleermaker 10

Aert van der Veken goudsmid – Dirick Pietersz. schoenmaker huurt van Jan Elantsz. 12-10

f. 54v

mr. Ariaen Mosienbrouck 27-2

Cornelis Ariaensz. kleermaker 6-5

Jacob Craentgens huurt den Toelast 25

Gillebert Henricxsz. huurt van Jansz. [sic] 15

Pieter Gerritsz. Scharlaecken 15

f. 55

Ariaen Thonisz. Repelaer {schepen} 21-5

Dirick Gerbrantsz. Stoop{kamerbewaarder} 25

bij de voorgaande in margine: de Stadt bij preferentie gepostponeert

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 121: op 16 febr. 1606 verklaart Dirck Gerbrantsz. kamerbewaarder schuldig te zijn aan Cornelis Cornelisz. pasteibakker een somma van 400 gl., verbindende een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Adriaen Thonisz. Repelaer, schepen in wette van Dordrecht,en dat van Elisabeth Cornelisdr.]

de kelder onder Stoop 7-10

Lijsbeth Cornelisdr. zeilmaakster 22-10

bij de voorgaande in margine: in surcheantie voor dit ende thuijs aende vest [10 ponden 15 schellingen] als op voorgaende jaeren

Anthonis den Elinck 25

{ORA Dordrecht inv. 734, f. 115: op 13 sept. 1578 stelt Marijcken Jansdr., vrouw van Thonis Thonisz. Elinck, zich borg voor Jacob Woutersz., wonende te Alblasserdam, voor de “actie” van 28 st., die Daen Thijsz. pretendeert hem te competeren van Jacob Woutersz.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 179v: verklaring dd 20 mei 1581 op verzoek van Adriaen Woutersz., veerman op Breda, wonende te Dordrecht, door Thonis Thonisz. Eelinck, burger van Dordrecht, 42 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 898, 16 dec. 1601: op verzoek van Arnolt van Elsrack leggen Anthonis Anthonisz. Eling, 64 jaar oud en zijn vrouw Marijken Jansdr., 60 jaar oud, een verklaring af.

ONA Dordrecht inv. 2, f. 137v e.v.,11 juli 1602: jonker Hendrick Ommeren van Assenbroeck, wonende in Den Haag, transporteert aan Thonis Thonisz. den Elinck, burger van Dordrecht, al hetgeen hem, comparant, “competeert inde huren van Cort en Lanckambocht”.

ORA Dordrecht inv. 1593, f. 43v: op 17 mei 1616 verkoopt Henrick Brouwer, burger van Dordrecht, voor 4100 gl. aan Abraham Struijs, koopman en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Jacob Antonisz. wijnkoper en dat van de weduwe van Wouter Cornelisz. Het huis is eigendom geweest en werd bewoond door wijlen Anthonis Elinck. Waarborg: Jan Dircxsz. Verkerck. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2900 gl. Borg: Andries van Vorst, houtkoper en burger van Dordrecht.}

f. 55v

Jacob Anthonisz. {wijnkoper} 32

Willem van Dilsen 42

{ORA Dordrecht inv. 1585, f. 53v: op 24 sept. 1607 verkoopt Willem van Dilsen, koopman en burger van Dordrecht, aan de gasthuismeesters t.b.v. het Gasthuis te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 40 gl. op een huis, waar uithangt “den Hooren”, staande in de Wijnstraat omtrent de Mattensteiger tussen het huis van Jacob Anthonisz. wijnkoper en dat van Reijnier Ariensz. brouwer.

ORA Dordrecht inv. 1585, f. 111: op 6 mei 1608 verkoopt Willem van Dilssen de oude, koopman en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “den Hoorn,met twee “spickers” erachter, staande omtrent het Groothoofd tussen het huis van Jacob Anthonisz. en dat van de koper. Waarborgen: Willem van Dilssen de jonge, brouwer, en Willem Matthijsz., de zwager van de verkoper.}

Pieter Coenraet Gruijter huurt van Reijnier Ariaensz. 22-10

{De hopkoper (later brouwer) Reijnier Adriaensz. van Wel werd in 1588 eigenaar van het huis “Calis” (“Calais”) en kocht in 1608 het buurpand “den Gulden Hoorn”. Hij overleed ca. 1620. Zijn kinderen verkochten beide huizen met de daarachter gelegen mouterij aan Michiel Pompe.}

Cornelis Rijser huurt van Jan Plouch 41-10

Grietgen Ariaensdr. weduwe 27-10

[ORA Dordrecht inv. 1587, f. 96v e.v.: op 5 aug. 1610 verkoopt Margarita Adriaensdr., weduwe van Jan Marcusz. van Yperen, wonende te Leiden, geassisteerd met Isaack van den Berge, voor 6500 gl. aan Reijnsburch Anthonisdr., weduwe van Mathijs van Asperen Geeritsz., dijkgraaf van de Alblasserwaard, een huis omtrent het Groothoofd, genaamd “den Cleijnen IJseren Hoet”, staande tussen het huis van Herman Corstiaensz. hopkoper en dat van Aernt Beij wijnkoper. Waarborgen: Cornelis Frans Wittesz., oud-burgemeester van Dordrecht, en Margarita Lubbertsdr., weduwe van Cornelis Diricksz. de Jonge.]

f. 56

Herman Corstiaensz.{hopkoper} 23

Joest Verhoven 25

Willem van Lijesfelt 40

bij de voorgaande in margine: op Willem van Dilssen

Franchoijs Schouttet{brouwer} 45

{Francois Schouttet, brouwer in “het Beerken”/”de Beer” in de Wijnstraat. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 80)

ORA Dordrecht inv. 1581, f. 159 e.v.: op 1 febr. 1600 verklaren Franchoijs Schouteten brouwer, weduwnaar van Ariaentgen Hendrick inden Harincksdr., enerzijds en Pijeter Henricksz. inden Harinck en Adriaen Henricksz. inden Harinck, als ooms en voogden van Henrick Fransz., ongeveer 15 jaar oud, en Magdalena Fransdr., ongeveer 14 jaar oud, kinderen van Ariaentgen Henrick inden Harincksdr., anderzijds, de goederen, die zij heeft nagelaten, verdeeld te hebben. Franchois Schouteten belooft zijn kinderen te onderhouden tot zij mondig worden of tot wanneer zij gaan trouwen, en hun dan elk een somma van 100 Vlaamse ponden uit te keren. Hij verbindt zijn huis en brouwerij, genaamd “het Beerken”, staande tegenover de Hoppesteiger en naast het huis, genaamd “Lonnen”.}

Pieter Henricxsz. 12-10

f. 56v

Cornelis Tijelen bakker 16-5

Herman van de Wolden 21

Anthonis Blonck 45

{13 juli 1582: Margaretha Daniël Oomsdr., weduwe van Ghijsbrecht Heerman Jacobsz., verkoopt aan Cornelis Pietersz. zeepzieder het huis genaamd “’t Zeepaert”, staande in de buurt van het Groothoofd tegenover de Hoppenbiersteiger [steiger bij de Wijnstraat tegenover de Distelsteiger]tussen Margaretha’s nieuwe huis en het huis van Fransken, weduwe van Jan Sijbertsz. Koper is schuldig een bedrag van 2900 gl.

11 mei 1605: Cornelis Pietersz. zeepzieder verkoopt “’t Zeepaert” voor 4700 gl. aan Anthonis Blonck. (Oud-Dordrecht 2007, nr. 2,p. 25)

ORA Dordrecht inv. 751, f. 1 e.v.: op 6 jan. 1610 verkoopt Anthonis Blonck, brouwer en burger van Dordrecht aan Johan Carpentier, koopman en burger van Dordrecht een huis en brouwerij met erfin de Wijnstraat, genaamd “het Zeepaert”, strekkende voor van ’s herenstraat af tot achter aan de “nieuwe gediepte haven” toe, met al hetgeen daarin aard- en nagelvast is, staande en gelegen tussen het huis van Herman van de Wolde en dat van Boudewijn Coninck Gijsbrechtsz., schepen in wette van Dordrecht. In Carpentiers eigen aantekeningen staat: “alwaer [nl. in Dordrecht] ick cochte op den 21en November 1609 het huys genoempt het Zeepaert twelck mij met alle timmeragie quam te costen omtrent 19000 gulden.” (Oud-Dordrecht 2007, nr. 2, p. 21)}

mr. Bartelmeus van Segwaert 30

[ORA Dordrecht inv. 1585, f. 113v e.v.: op 8 mei 1608 verkopen Johan Boucquet, Damas Barthoutsz., ambachtsheer van Sandelingen, Herman Oom en Thomas Pietersz. van den Hoenaert, als voogden van de weeskinderen van Dirick Hoeijnck, aan Boudewijn Coninck Gijsbrechtsz., oudraad in wette van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staandetussen brouwerij “het Zeepaert” en het huis van Wijnand Jansz., strekkende van de straat tot aan de stadsvest. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 3300 gl. Borgen: Arien Hermansz. brouwer en Abraham Henddricxsz. van Slingelant.]

Wijnant Jansz. [koopman] 30

f. 57

Hans Wijckmans{koopman} 20

[ORA Dordrecht inv. 1589, f. 38v: op 30 april 1612 verklaart Hans Wijckmans, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Reijnsborch, Metgen en Jannegen Jansdr., weeskinderen van Jan Govertsz. en Ermken Nieuwkercken, een somma van 1107 gl., verbindende een huis, genaamd “den Moriaen”, staande in de Wijnstraat tussen Wijnant Jansz. Rutgers en dat de erfgenamen van Van Drenckwaert.]

 Huis In de Moriaen in Gouda 

Mercelis Berckenbos 10

de weduwe van Drenckwaert 42-10

Pieter Slingerberch 30

{ORA Dordrecht inv. 1586, f. 57 e.v.: op 18 dec. 1608 verkopen Liedewij Cornelisdr., weduwe van Wouter Ditert Jansz., voor de enehelft en Francois van Hoochstraeten, als procuratie hebbende van Willem Claesz. van Nes en Jacob Cornelis van Hoogewegen, wonende te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerdop 17 dec. 1608, voor een vijfde part, Meijnsgen Philipsdr., Willem Philipsz., Lijntgen Willemsdr., weduwe vanDamas Pietersz., en nog als procuratie hebbende van Maria Hoijnx, weduwe van Willem de Jonghe, thesaurier van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris L. Kettingh in Den Haag op 3 okt.1608, voor een vijfde part, Willem Molen, Meijnsgen Philipsdr. en Lijntgen Willemsdr., samen voor een vijfde part, Aert Hermansz. Wor, als man van Elisabeth Heijthoven, voor een vijfde part, en Ottho Werckman, als vader en voogd van zijn kinderen verwekt bij Cornelia Molen, voor een vijfde part in de andere helft, verkopen voor 6950 gl. aan Thomas Tailler brouwer een huis, mouterij en drie kleine huisjes erachter, welke Cornelis Molen metterdood heeft nagelaten, staande in de Wijnstraat tussen het huis van de weduwe van Boudewijn van Drenckwaert en de Schrijversstraat. Waarborgen: mr. Bartholomeus van Segwaert Meijnertsz. voor Liedewij Cornelisdr.,Herman Aertsz. Wor voor Aert Hermansz. Wor en de overige comparanten voor elkaar. De koper is schuldig aan Liedewij Cornelisdr. een bedrag van 3734 gl. 8 st. en aan Ottho Werckman 934 gl. Borg voor beiden: Cornelis Back Jacobsz., schepen in wette van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 85v e.v.: op 6 jan. 1625 verklaren Thomas Teller en Pieter Slingerburch, burgers van Dordrecht, dat zij van Lidewij Cornelisdr., weduwe van Wouter Diter Jansz., voor de ene helft en van Franchoijs van Hoochstraeten, voor zichzelf en procuratie hebbende van Willem Claesz. van Nes en Jacob Cornelisz. van Hoogewegen, voor 1/5 part, Meijnsken Philipsdr.,Willem Philipsz. Molen en zich sterk makende voor LijntkenWillemsdr., weduwe van Damis Philipsz. en nog procuratie hebbende van Maria Hoijncx, weduwe van Willem de Jonge, voor 1/5 part,Pieter Aelbrechtsz. en voornoemde Willem Molen, Meijnsken Philipsdr. en Lijntken Willemsdr., samen voor 1/5 part, Aert Hermansz. Wor, als man van Elisabeth Heijthoven, voor 1/5 part enOtto Werckman, als vader en voogd van zijn kinderen, verwekt bij Cornelia Molen, voor 1/5 part in de andere helft, gekocht hebben en op naam van Thomas Teller op 18 dec. 1608 hebben laten transporteren een huis en mouterij met drie huisjes daarachter staande, eertijds toebehoord hebbende aan Cornelis Moelen, staande in de Wijnstraat tussen het huis van de erfgenamen van Boudewijn van Drenckwaert en de Schrijversstraat, welk huisetc. zij sindsdien in gemeenschappelijke eigendom gehad hebben. Zij zijn overeengekomen, dat aan Pieter van Slingerburch wordt toebedeeld het huis in de Wijnstraat tot aan de gevel van de mouterij en aan Teller de mouterij met alle toebehoren en de drie huisjes daarachter, op voorwaarde, dat Slingerburch aan Teller een somma van 950 gl. zal uitkeren.}

Joris Verhaegenbode 15

f. 57v

Abram Jansz. schrijnwerker 11-5

de weduwe van Huijgo Koel 42-10

[Het huis, genaamd “den Blaeuwen Gevel”.

ORA Dordrecht inv. 738, f. 241: op 20 sept. 1585 verkoopt Guilhelmina van Drenckwaert, weduwe van Screvel Ockersz., aan Damas Woutersz. de helft van een huis, dat genoemd wordt “den Blauwen Gevel”, staande aan de Poortzijde [Wijnstraat] tegenover de Grote Kraan, welk huis bewoond wordt door genoemde Damas Woutersz., zoals zij dat huis heeft geërfd van haar vader. Het gehele huis is belast met diverse losrenten, samen bedragende 129 gl. 5 st. jaarlijks, die staan ten laste van de erfgenamen van wijlen Wouwerick van Drenckwaert, heer van Giessenburg. Compareerde mede Damas Woutersz., die verklaarde van de voornoemde renten en lasten van 129 gl. en 5 st. voldaan en bevrijd te zijn door Willem van Drenckwaert Boudewijnsz.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 169v: op 2 mei 1594 verkoopt Damas Baerthout Woutersz. aan Huijch Cool Huijgensz. de helft van een huis, genaamd “den Blaeuwen Gevel”, staande aan de Poortzijde [Wijnstraat] tegenover de Grote Kraan, welk huis reeds door Huijch Cool wordt bewoond. Verkoper heeft de helft van dit huis gekocht van Guilhelmina van Drenckwaert, weduwe van Schrevel Ockersz. Waarborg: Herman Oom Hermansz.

ORA Dordrecht inv. 1600, f. 39 e.v.: op 2 juni 1623 verkoopt mr. Gerardt van Buijtenwech, licentiaat in de rechten, voor 4036 gl. aan Willemina van Meusenbrouck, weduwe van Pieter Aelwijns, de helft van een huis, genaamd “den Blauwen Gevel”, staande in de Wijnstraat tegenover Kraan Kostverloren, strekkende tot achter aan de muur van de haven, belend door het huis “Duijsburch”, dat eertijds eigendom was van schout Johan van Drenckwaert, en het huis “den Grooten David”, toebehorende aan Roeloff Francken, schepen in wette. De koopster, geassisteerd met mr. Cornelis Aelwijns, licentiaat in de rechten en advocaat voor het Hof van Holland, haar zoon, is schuldig aan mr. Gerard van Buijtenwech een somma van 3333 gl. 6 st.}

Roelant[Roeloff]Francken 24

{Het huis, genaamd “den Groten David”}

Evert Henricxsz. wijnkuiper

Jan de Prince {wijnkoopman}weduwe 20

[Het huis genaamd “den Cleijnen Davidt”, later “’t Wapen van Vranckrijck”.

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 55v e.v.: op 30 april 1596 verkoopt Jan Jansz. den Jongen Coopman pondgaarder voor 4050 gl. aan Jan de Prince wijnkoopman een huis, genaamd “den Cleijnen Davidt”, staande omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Roelof Francken wijnkoper en dat van Jan van Brugge. Waarborg: Jan Jansz. Coopman den Ouden. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2978 gl. Borgen: Willem Evertsz. Prins en Roelant Linderi.

ORA Dordrechtinv. 1581, f. 244 e.v.: op 4 dec. 1600 verklaart Jan de Prins, waard in “het Wapen van Vranckrijk”, schuldig te zijn aan Jacob van Castro een somma van 400 gl., verbindende zijn huis, genaamd “den Cleijnen David”, waar thans uithangt “het Wapen van Vranckrijck”, staande [in de Wijnstraat] tegenover de Grote Kraan tussen het huis van Roeloff Francken en dat van Jan van Brug.

ORA Dordrecht inv. 1582, f. 200 e.v.: op9 febr. 1603 verkoopt Jan de Prins, waard in “het Wapen van Vranckrijck”, voor 2400 gl. aan Evert Willemsz., Jacques van Castro en Roelandt Lenderij Schotsman een huis, genaamd “den Cleijnen David”, waar thans uithangt “het Wapen van Vranckrijck”, staande [in de Wijnstraat] tegenover de Grote Kraan tussen het huis van Jan vanBrugge, genaamd “den Ronsevael”, en het huis van Roelandt Francken, genaamd “den Grooten David”, met alle “aencleven”, zoalsverkoper het huisgekocht heeft van Jan Jansz. Coopman.]

f. 58

Sijmon van de Stelle 25

{Het huis “den Ronsevael”.

ORA Dordrecht inv. 1581, f. 18: op 21 nov. 1598 verkoopt Jan van Brug, burger van Dordrecht, aan Arent Maertensz., burger van Dordrecht, een huis, genaamd “den Ronsefael”, staande voor de Nieuwbrug tussen het huis van Jan de Prins en Pieter Beeck, ambachtsheer van Klaaswaal.

ORA Dordrecht inv. 1582, f. 12v: op 19 mrt. 1601 verklaart Johan van Brug, wijnkoper en burger van Dordrecht, zijn zwager Adriaen Luel, wijnkoper te Delft, schadeloos te houden van een borgtocht van 1200 gl. t.b.v. Jan Willemsz. te Delft, daarvoor verbindende zijn huis, staande omtrent de Nieuwbrug tussen “t Waepen van Vranckrijck” en het huis van Pieter Beeck.

I. Simon Jansz. van der Stel, geboren ca. 1571, van Middelburg (1592), wijnkoper te Dordrecht, overleden tussen 28 okt.1621 (ONA Dordrecht inv. 13, f. 151v) en 30 okt. 1623, trouwde NG Dordrecht 26 april 1592 Maeijcken Adriaen Jan Schotsendr., geboren naar schatting ca. 1570, van Dordrecht (1592), dochter van Adriaen Jansz. Schot (en Ariaentken Anthonisdr.?)

ORA Dordrecht inv. 1550 (nieuw), f. 13: op 30 jan. 1580 verkoopt Anthonis Jansz. smid aan Ariaentken Anthonisdr., weduwe van Adriaen Jansz. Schot, een jaarlijkse losrente van 3 Rijnse gl. op een huis aan de stadsvest omtrent Spuipoort, staande tussen het huis van Claes Cornelisz. en dat van Adriaen Ariensz. in Medemblick.

ORA Dordrecht inv. 1587, f. 7 e.v.: op 18 jan. 1610 verkoopt Willem van den Brouck, als curator van de boedel van Johan Brug en diens vrouw Maria Florisdr., voor 4200 gl. aan Sijmon van der Stel, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis en erf, genaamd “den Ronsevael”, staande bij de Nieuwbrug tussen het huis van Pieter Beeck, genaamd “Beverenburch” of “den Witten Gevel”, en het huis van Johan de Prins, thans genaamd “’t Wapen van Vranckrijck” en eertijds “den Cleijnen Davidt”, strekkende voor van de straat “tot achter aende gemeene heijnmuer staende tot separatie vant voorsz. vercochte erve ende spijckers van Huijbrecht Bordels ende derffgenaemen van Willem Stoffels toe”. Het huis is eertijds verhuurd geweestaan Jan Canijn. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 3000 gl.

ONA Dordrecht inv. 11, f. 161v: op 6 sept. 1613 verklaren Simon van der Steel [sic], koopman van wijnen, ongeveer 42 jaar oud, en Walraven Clais, tapper, 49 jaar oud, op verzoek van Loijs le Monnoieer, edelman van de compagnie van graaf Hans Ernst in de Nederlandse dienst, dat zij goed gekend hebben diens ouders, nl. Loijs le Monnoieer, ritmeester van een compagnie cavaleristen in Nederlandse dienst, en Elisabeth de Soij.

ONA Dordrecht inv. 12, f. 541v: op 11 mrt. 1620 verklaart Simon van der Stelle, koopman van wijnen en burger van Dordrecht, op verzoek van kapitein Jacob Albout, gouverneur van het fort St. Andries in Nederlandse dienst, dat de rekwirant met twee soldaten van zijn compagnie, t.w. Melis Pot en Rocus Cornelisse, van 2 tot 8 mrt. in Dordrecht zijn geweest en wegens devorst niet hebben kunnen vertrekken. De kapitein heeft gedurende die dagen in het huis van Van der Stelle gelogeerd.

ONA Dordrecht inv. 13, f. 37: op 31 mrt. 1621 verleent Sijmon van der Stel, wijnkoper en burger van Dordrecht, procuratie aan Cornelis Marijnisz. Vosberch, wonende te Steenbergen, om te verkopen de helft van ca. 70 gemeten land, liggende in de polder Absdal of Stoffeldijk onder Hulst.

ONA Dordrecht inv. 13, f. 538: op 30 okt. 1623 verlenen Paulus de Breet, als man van Louise van der Stelle, en Adriana van der Stelle, geassisteerd met Pauwels Eelbo, notaris te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende hun onmondige en in het buitenland verblijvende zwagers en broers, erfgenamen van Simon van der Stelle, hun vader resp. schoonvader, wonende te Dordrecht, procuratie aan Beerent Jansz. Cop om in Holland en elders in ontvangst te nemen hetgeen men de boedel van wijlen Simon van der Stelle schuldig mag zijn.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Louwijs (Lodewijck) Simonsz. van der Stel, febr.1594, van Dordrecht (1624), wijnkoper, trouwde NG Dordrecht 21 april/7 mei 1624 Francijna (Fransken) Adriaensdr. Meschan, gedoopt NG Dordrecht febr. 1605, van Dordrecht (1624), dochter van Adriaen Claesz. en Marijken Barthoutsdr.

1626: in de 1000e penning van Dordrecht (f. 46) wordt Lodewijck van der Stel aangeslagen voor een vermogen van 8000 gl.

ORA Dordrecht inv. 745, f. 197 e.v.: op 12 juni 1600 verkopen Arien Claesz., als man van Mariken Baerthoutsdr., en Arien Pietersz. Boon voor 450 gl. aan Claes Ouwensz. van Gorchum [Gorinchem] de helft van een huis genaamd “het Cromhout”, staande in de Visstraat tussen het huis van Nout Cornelisz. viskoper en dat van Joris Celi Engelsman. Waarborg voor Arien Pietersz. Boon: voornoemde Arien Claesz. De koper is schuldig aan Arien Pietersz. Boon wegens koop van 1/4 part 214 gl., waarvan te betalen aan Cornelis Woutersz. bierdrager 173 gl. en aan Arien Pietersz. Boon 41 gl. Borg: Anthoni Henricxsz. van den Beemt.

ONA Dordrecht inv. 142, f. 322: op 9 juli 1663 verklaren Franchijna Mesjan, weduwe van Lodewijk van der Stel en haar dochter Maria van der Stel, beiden wonende in Dordrecht, dat Simon van der Stel, resp. hun zoon en broer, gekocht heeft van Hendrik Oudeman, blikslager en burger van Dordrecht, een huis, waar uithangt “de Witte Roos”, staande in de Kannenkopersbuurt tussen het huis van Cornelis Theunisz. Oudeman en dat van Nicolaes Schellinck, en dat Simon het huis heeft overgedragen aan Dirck de Bodt, pasteibakker te Dordrecht.

Kinderen:

a-1. Simon van der Stel, gedoopt NG Dordrecht febr. 1627, jongman van Dordrecht, wonende bij de Nieuwbrug (1654), apotheker,trouwde NG Dordrecht 15 nov./1 dec. 1654 Maria Hermansdr. van der Wael, jonge dochter van Strijen wonende ald. (1654)

Kind:

a-1-1. Maria van der Stel, gedoopt NG Dordrecht 15 okt. 1655, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Voorstraat (1674), trouwde NG Dordrecht/Strijen 10 juni/24 juni1674 Joost Faessen, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1674), stoeldraaier

ORA Dordrecht inv. 799, f. 142v e.v.: op 2 juni 1696 verkoopt Anna Maartens, weduwe van Lammert Bovij mr. horlogemaker, voor 1425 gl. aan Joost Faas, stoeldraaier en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Jan Lammertsz. de Bruijn en dat van de weduwe van Bartolomeeus Labeen. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1100 gl.

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 54v e.v.: op 25 mei 1700 verkoopt notaris Bartholomeus van Gelsdorp, als curator van de insolvente boedel van Cornelis van der Mast, vleeshouwer te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Joost Faessen, mr. draaier en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen en een staldaarachter, staandein de Doelstraat tussen het huis van de weduwe van Jacobus van Hoogstraten, lid van de Oudraad te Dordrecht, en het huis van Pieter Helmig.

a-2. Maria van der Stel

b. Adriaenken, mei 1595

c. NN, nov. 1596

d. Louwijse van der Stelle Simonsdr., geboren naar schatting ca. 1600,van Dordrecht (1621), trouwde NG Dordrecht 10/19 okt. 1621 (procl. Sommelsdijk) Paulus Claesz. de Breet, jongman van Sommelsdijk (1621)

e. Adriaen van der Stel, jan. 1605, volgt II

II. Adriaen van der Stel, gedoopt NG Dordrecht jan. 1605, trouwde Batavia (Ned.-Indië) 24 mrt. 1639 Maria Lievens, dochter van kapitein Hendrik Lievens en een inlandse vrouw (Monica da Costa, een vrijgelaten slavinuit Goa [volgens de Engelstalige Wikipedia])

1626: de 1000e penning van Dordrecht vermeldt op f. 46: “Noch een soon van Sijmon van der Stel, is in Oost Indien, te maenen Le Res als voocht”, aangeslagen voor een vermogen van 7000 gl.

Adriaen van Stel vertrok in 1623 indienst van de VOCnaar Indië, vestigde zich later als vrijburger en particulier koopman te Batavia, “waar hij tot grooten welstand kwam”. Tussen 1639 en 1645 was hij commandeur van Mauritius. Daarna werd hij te Negombo op Ceylon geplaatst, waar hij op 19 mei 1646 bij een gevecht “den Singaleezen in handen viel, die hem op gruwelijke wijze doodden; zijn hoofd werd op een paal rondgedragen en daarna, in een zijden doek gewikkeld, opgezonden naar den toenmaligen gouverneur van Ceylon, Maetsycker”.(NNBW)

Kind:

a. Simon van der Stel, geboren Mauritius 14 okt. 1639, door aankoop van een heerlijkheid heer van Lisse, commandeur/gouverneur van Kaap de Goede Hoop (1679-1699), overleden op zijn landgoedConstantia in de Kaapkolonieop 24 juni 1712, trouwde Haarlem 23 okt. 1663 Johanna Jacoba Six, gedoopt 28 febr. 1645, bleef na het vertrek van haar man in Amsterdam wonen, begraven Amsterdam (Nieuwe Kerk) 8 nov. 1700, dochter van Willem Six en Catalina Hinlopen

Simon van der Stel, portret door Pieter van Anraedt

Simon van der Stel kreeg in 1659van de gouverneur-generaal en raad van Nederlands-Indië toestemming om in Nederland te gaan studeren. Aangezien hij echter een “mesties” was, moestenzijn goederen blijven berusten onder de weeskamer van Batavia. Het is onzeker of hij inderdaad is gaan studeren. Hij verbleef tussen 1659 en 1679 in Amsterdam.

In 1679 werd Simon van der Stel werd door invloed van de familie van zijn vrouw, Johanna Jacoba Six, benoemd tot commandeur van Kaap de Goede Hoop (in 1691 kreeg hij de titel gouverneur). Hij stichtte het landgoed Stellenbosch (1680), het landgoed Constantia (1684) en het dorp Drakenstein (1684). Van der Stel deed verscheidene onderzoekingsreizen naar het binnenland van de Kaapkolonie. Op 5 april 1699 droeg hij het bestuur over aan zijn oudste zoon Willem Adriaan van der Stel. (NNBW).

Kind:

a-1. Willem Adriaan van der Stel, geboren Amsterdam 1664, gouverneur van de Kaapkolonie als opvolger van zijn vader, door de bewindhebbers van de VOC afgezet in 1706, keerde in 1708 naar Nederland terug, overleden Amsterdam 1 juli 1723}

Pieter Caspersz. Beeck 18

{Pieter Beeck, ambachtsheer van Cromstrijen, kocht in 1598 voor 4000 gl. het huis “Beverenburch” van Dirckgen Fransdr., weduwe van de boekdrukker Jan Canin eneerder gehuwd geweest met Jan Bronckhorst, en van haar zoons David en Steven Bronckhorst.Beeck was gehuwd met Barbara Baliochus, (ook: de Baliochij), namens wie hij tussen 1593 en 1599 de functie van ambachtsheer van Cromstrijen vervulde. Haar weduwnaar verkocht in 1619 met de voogden van haar onmondige kinderen bij Pieter Beeck het huis aan Franchois van Casteren.(Oud-Dordrecht 2007, nr. 3, p. 14-15)}

mijnheer burgemeester Willem van Beveren 45

{ORA Dordrecht inv. 1583, f. 5 e.v.: op 5 mei 1603 verkopen Pijeter Sijmonsz., Gerrit Neuij en Hubert Bordels, wijnkopers, aan Willem van Beveren, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, burgemeester van Dordrecht, een huis genaamd “Spaengien”, staande tegenover de Nieuwbrug [in de Wijnstraat] tussen het huis “Cleijn IJerusalem” en het huis “Beverenburch”, dat toebehoort aan Pijeter Beeck, strekkende voor van de straat tot achter op de stadsvest.

Idem, f. 6v e.v.: op 5 mei 1603 verkoopt dr. Otto Hoijnck aan Willem van Beveren, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, burgemeester van Dordrecht, een huis genaamd “Cleijn Jerusalem”, staande in de Wijnstraat tussen het huis “Spaengien” en het huis “Drije Coningen”. Waarborg: Jan de Gorter van Muijlwijck.

Genealogie:

Willem van Beveren Cornelisz., heer van Strevelshoek, geboren 4 dec. 1556, burgemeester van Dordrecht, rentmeester-generaal van Zuid-Holland 1584-1618, overleden op 18 juli 1631, trouwde NG Dordrecht 1 sept. 1583 Emmerentia van Eijnde, overleden 18 aug. 1632 (Balen, o.c., deel II, p. 959). Van Beveren kocht in 1594 de ruïne van Slot Develstein in de Zwijndrechtse Waard en liet het verbouwen tot buitenhuis.

Develstein, door Roelant Roghman (1647)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Maria van Beveren, 31 mei 1585, trouwde Koenraed Ruijsch, ridder

b. Belia van Beveren, 31 juli 1586, ongehuwd, overleden 1667

ONA Dordrecht inv. 180, f. 714: testament dd 20 okt. 1664 van Belia van Beveren Willemsdr., bejaarde, ongehuwde persoon. Zij legateert aan haar zuster Marija van Beveren, weduwe van Coenraet Ruijsch, ridder, een bedrag van 2000 gl., alsmede de kleren, die haar, testatrice aanbestorven zijn bij overlijden van haar zuster Wilhelmina van Beveren, en al haar inboedel, huisraad en meubelen. Indien Marija vóór haar komt te overlijden, zullen de aan haar gelegateerde goederen komen aan haar drie dochters. De testatrice prelegateert aan mr. Adriaen van Blijenborch, oud-burgemeester van Dordrecht, haar neef, haar grootste vergulde kop en aan Charlotte van Blijenborch, de vrouw van resident Thomas van Sasburch, of bij vooroverlijden haar kinderen, een somma van 1000 gl. Zij legateert aan de kinderen en verdere nakomelingen van wijlen Cornelis van Beveren, heer van Strevelshoek,oud-burgemeester van Dordrecht, haar broer, samen een bedrag van 2500 gl., aan de kinderen en verdere nakomelingen van haar overleden broer Carel van Beveren een gelijk bedrag van 2500 gl., aan Emmerentia van Beveren,[ [de dochter van haar broer Karel van Beveren], vrouw van auditeur Johan Dedel, haar grootste zilveren zoutvat, aan Matthijs van Clootwijck, zoon van haar overleden zuster Cornelia van Beveren, of bij vooroverlijden zijn kinderen, een bedrag van 100 gl., aan de kinderen van haar overleden nicht Emmerentia van Clootwijck, van wie vader is Maximiliaan van de Meer van Berendrecht, 5000 gl. Indien laatstgenoemde kinderen allen komen te overlijden zonder kinderen na te laten, wil de testatrice, dat de 5000 gl. zullen komen aan haar erfgenamen. De kinderen zal “daer op oock in betalinge gegeven moeten werden” de portie van haar, testatrice, in 13 morgen land in Bonavontura voor een somma van 2100 gl., waarvoor het haar bij scheiding van de boedel van haar ouders aangekaveld is. Zij legateert aan de vier dochters van Emmerentia van Clootwijck haar zilveren onderriem en sleutelriem met twee braceletten van bloedkoraal, aan Emmerentia Ruijsch, de vrouw van kolonel Matthijs Drost, of bij vooroverlijden aan haar kinderen, een somma van 600 gl. en haar grootste tafellaken met 12 nieuwe servetten en twee “schietdwaelen” [handdoeken] van “schaeck damast”, aan haar dienstmaagd Geertruijt Luijcas een bedrag van 400 gl., alsmede 100 gl. voor een Turks grofgreinen rouwkleed en nog een bed en zes goede hemden en haar zilveren hoofdijzertje, aan Beatris de Haen, haar gewezen diensmaagd, een somma van 300 gl., zes goede hemden, twee paar slaaplaken en twee paar fluwijnen [kussenslopen]. De testatrice heeft een somma van 1200 g. belegd, waarvan zij wenst, dat uit het inkomen daarvan jaarlijks een bedrag uitgekeerd zal worden aan haar verwanten, die tot armoede zullen zijn vervallen. De verdeling daarvan vertrouwt zij toe aan haar zuster Marija van Beveren en na haar overlijden aan haar dochters en verdere nakomelingen. Zij legateert aan Johan Berck, raadpensionaris en secretaris van Dordrecht, haar aangetrouwde neef, een kleine vergulde zilveren kop en aan Lucretia Ruijsch, zijn vrouw, een zilveren vergulde schaal, al haar damasten servetten, een damasten groot tafellaken en een dito klein tafellaken en twee “schietdwaelen”, aan Elisabeth Ruijsch, vrouwe van Barendrecht, haar nicht een grote, fijne porseleinen marsepeinschotel, aan de oudste zoon van rentmeester Willem de Beveren, haar neef, verwekt bij zijn huidige vrouw, een bedrag van 200 gl., aan de twee oudste dochters van rentmeester Van Beveren, de twee gouden braceletten, die van haar grootmoeder zijn gekomen, en het gouden kettinkje, dat zij om haar hoofd placht te dragen. Aan Christina Pompen ,dochter van Mondina van Beveren, haar overleden nicht, legateert zij een paar gouden braceletten met drie sloten, aan Johanna Drost, dochter van Emmerentia Ruijsch, een zilveren beker en mosterdpot met lepeltje, aan Elisabeth Drost, twee gouden braceletten met parels erop, aan Cornelia Drost haar gouden doppen, die zij op het hoofd draagt, aan de twee jongste dochtertjes van Emmerentia Ruijsch elk een gouden haarnaald met hetgeen daaraan hangt, aan Elisabeth Ruijsch, dochter van griffier mr. Nicolaes Ruijsch, haar neef, zes zilveren lepels, twee fijne porseleinen schotels met een fijne porseleinen kop, aan de oudste zoon van burgemeester Adrijaen van Blijenborch, haar neef, een klein zilveren zoutvat, en aan de twee oudste dochters van Charlotta van Blijenborch, die gouden ketting, die zij om haar hals pleegt te dragen, elk voor de helft. Tot erfgenamen van haar overige na te laten goederen benoemt zijn haar zuster Marija van Beveren, weduwe van burgemeester Coenraed Ruijsch of bij vooroverlijden haar kinderen, voor de ene helft, en Adriaen van Blijenborch, heer van Naaldwijk, oud-burgemeester van Dordrecht, en Charlotta van Blijenborch, de echtgenote van resident Thomas van Sasburch, beiden kinderen van haar overleden zuster Carlijna van Beveren, of bij vooroverlijden hun kinderen, voor de andere helft. De testatrice wenst, dat Marija van Beveren of haar kinderen op hun erfdeel zullen aannemen een stuk land van 16 morgen en enige roeden, liggende in de Nieuwe Uitslag van Putten, voor een bedrag van 6400 gl., zoals dat land bij de scheiding van de boedel van haar ouders haar is aanbedeeld. Zij stelt tot executeurs van haar testament aan haar zuster Marija van Beveren of bij vooroverlijden haar dochter Lucretia Ruijsch en mr. Adriaen van Blijenburch, heer van Naaldwijk, oud-burgemeester van Dordrecht, haar neef en tot voogden over haar minderjarige erfgenamen mr. Adriaen van Blijenborch en mr. Johan Berck, raadpensionaris en secretaris van Dordrecht, resp. haar neef en aangetrouwde neef.

c. Cornelia van Beveren, nov. 1587, van Dordrecht (1611), trouwde NG Dordrecht 10 april/1 mei 1611 (procl. Geertruidenberg) Johan van Merwede van Klootwijk Matthijsz., van Geertruidenberg (1611), rentmeester van de domeinen over het Kwartier van Geertruidenberg

Kinderen:

c-1. Matthijs van de Merwede Clootwijck, geboren Geertruidenberg 1613, dichter, ging na het overlijden van zijn moeder naar de Latijnse School in Dordrecht, ging ca. 1646 op Grand Tour, keert vanuit Rome in mei 1650 terug naar Dordrecht, maakte deel uit van de literaire kring, die bijeenkwam op slot Develstein, nam in 1662 dienst bij de VOC, overleden voor de kust van Vietnam 3 mrt. 1664, trouwde 1657 Deborah Spronssen (Dordt-Eigenaardig in: AD/De Drechtsteden van 21 sept. 2022)

Arnoud van Halen, Matthijs van der Merwede van Clootwijck

“[Mattijs Clootwijck, de] auteur van Uyt-heemsen oorlog, ofte Roomse mintriomfenvan M. V. H. Hr. van Cl. (1651, [uitgegeven bij de Amsterdamse drukker Lodewijk Spillebout]) mag de eerste principiële libertijn uit de Nederlandse literatuur heten. Van de Merwedes (1613-1664) boek bevat een verslag van de vele erotische avonturen van de verteller gedurende de drie jaar dat hij als een soort balling in Rome verbleef. In Nederland was hij afgewezen door de ‘wrede Amarillis’, een nichtje [Emmerentia, dochter van zijn oom Carel van Beveren], waarschijnlijk onder druk van haar vader. Nu haalt hij de schade in op een choquerende manier. Een lange rij jonge tot zeer jonge meisjes passeert de revue, soms aangeboden door de moeder zelf, soms via een koppelaarster verworven. De amourettes zijn meestal kort van duur maar een enkele keer heeft hij een wat langere relatie, zoals die met de tien- of twaalfjarige Agnola. Pas na een jaar waagt hij een eerste ‘aanval’ en een paar maanden later een tweede. Inmiddels zijn ook nog enkele andere meisjes ontmaagd en zijn er andere avonturen beleefd, onder andere in gezelschap van de ‘bentveughels’, de club van in Rome vertoevende schilders. Alles wordt precies gedateerd en vaak ook van een plaatsaanduiding voorzien. Dergelijke verhalende mededelingen zijn vervat in soms lange Italiaanse opschriften zodat een eenvoudige Nederlandse lezer er geen genoegen aan kan beleven. De bundel, een combinatie van erotische autobiografie en schelmenroman, is duidelijk bedoeld voor een ‘elitair’ publiek, primair zelfs Van de Merwedes eigen reismakkers. Dat elitaire publiek wordt ook aangesproken in het voorwoord. Scarron wordt aangehaald, Petrarca in het origineel geciteerd en een passage van Horatius wordt geparodieerd. De inhoud is een bestrijding van de macht van de heersende opinie bij wie de rede ver te zoeken is. Men moet voor zichzelf durven denken. Het tweede onderdeel is juist een pleidooi voor de natuur. Het is de natuur die ons tot seks drijft. Daarom moet men niet, zoals zoveel christenen willen, het eigen lichaam haten. En wie het liever van Paulus horen wil: het is beter te trouwen dan te branden (1 Kor. 7:9).

Het boek viel bij de overheid niet in goede aarde en in de provincie Utrecht werd het naar het schijnt zelfs verbrand. Wilde Van de Merwede – via zijn opvallende initialen natuurlijk meteen herkenbaar als auteur –  ooit nog een publieke functie vervullen, dan moest hij berouw tonen. Dat deed hij in een tweede bundel Geestelyke minnevlammen (1653). Een sterk erotisch aangezette bewerking van het Hooglied, psalmberijmingen waarin een oom, kennelijk de vader van Amarillis, als een hypocriet en eerrover wordt neergezet en andere ambigue teksten doen vermoeden dat werkelijk berouw over de libertijnse levenswijze ontbreekt en wraak nu de boventoon voert. Gelukkig is er een legertje vrienden dat in drempeldichten niet moe wordt de nieuwe vroomheid van hun vriend te prijzen. Het hielp allemaal niet. Van de Merwede nam noodgedwongen dienst bij de VOC  en stierf op 3 maart 1664 op zee voor de Zuidkust van Vietnam. Pas ver in de twintigste eeuw werd er weer aandacht aan hem besteed.” (www.schrijverskabinet.nl )

c-2. Emmerentia van de Merwede Clootwijck, geboren ca. 1620, trouwde Maximiliaan van de Meer van Berendrecht

d. Karline (Carolina) van Beveren, april 1589, van Dordrecht (1611), trouwde NG Dordrecht 10 april 1611 (procl. in de Waalse kerk) mr.  Adriaen van Blijenborch, van Dordrecht (1611), waardijn van de Munt van Holland, penningmeester van de Alblasserwaard

e. Cornelis van Beveren, ridder, juni 1591, trouwde Christina Pijl

f. Karel van Beveren, sept. 1593, trouwde Margareta van Goudswaard

g. Emmerentia van Beveren, juli 1595, trouwde mr. Cornelis van Kastren

h. Lucretia van Beveren, okt. 1597, ongehuwd, overleden 1623

i. Wilhelmina van Beveren, dec. 1601, OSP, trouwde Diderik Dammert

j. Alidt van Beveren, juli 1603 [wordt door Balen niet vermeld]}

Gerit de Bruijn 35

Pouwels Weijts {de Oude, kunstschilder} 22-10

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [2 ponden 10 schellingen] als op voorgaande jaeren

{NG trouwboek Dordrecht 18 nov. 1618: Pouwels Weijts schilder wonende te Dordrecht en Fijken Jansdr. jonge dochter van Delft, door schrijver van daar}

f. 58v

Cornelis Ariaensz. huurt van Jan Brouwer 40

[ORA Dordrecht inv. 1592, f. 91v: op 13 okt. 1615 verkoopt Maria van Wels, weduwe van Johan Brouwer, gecommitteerde raad ter admiraliteit in Rotterdam, aan de voogden over de kinderen van mr. Johan Boelen, een jaarlijkse losrente van 100 gl., verzekerd op een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Hans Gevers en dat van Pouwels Weijts schilder.]

Hans Geverts 36

Michiel Pouwelsz. [in Almaenien] huurt van Almanien 33-15

Frans Lijebewijnsz. huurt onder 7-10

Jacques Villeers 42-10

f. 59

Casper Beeck voor de kelders 20

Wouter van Craeij[e]steijn 45

{Wouter van Oudshoorn, heer van Wulven en Craijesteijn, geboren te Schoonhoven, vanaf 1579 vermeld als raad van Dordrecht, vele malen burgemeester ald. tussen 1606 en 1621, overleden in 1624, zoon van Boudewijn van Craijesteijn en Margaretha van Nes, trouwde Dordrecht 19 aug. 1578 Lidia van Beveren, geboren Dordrecht 1559, overleden 1599, dochter van Michiel van Beveren, burgemeester van Dordrecht, en Adriana Oem. (C. Hoek, Wapens van schepenen van Dordrecht(1294-1622), in:Ons Voorgeslacht 1967, p. 69-78, 105-115; Genealogische en Heraldische Bladen 1913, p. 394)

Wouter van Craeijsteijn werd tussen 1597 en 1602 eigenaar van het huis “Henegouwen”, staande in de Wijnstraat op de hoek van de Gravenstraat. Na zijn overlijden (1624) viel het bezit van “Henegouwen” toe aan zijn zoon Michiel van Craeijesteijn.

De volgende eigenaren waren (tot 1822):

– Susanna van der Meulen, weduwe van Michiel van Craeijsteijn, vermeld in het verpondingsregister van 1633

– Lydia van Craeijsteijn, trouwde 1649 Johan Nicolaï Malapert uit Utrecht, heer van Craeijsteijn

– Hendrik Onderwater (1642-1705), ambachtsheer van Puttershoek, vrijheer van Papendrecht en Matena, schepen van Dordrecht, Hij kocht het huis in 1676 van de curators van de boedel van het echtpaar Nicolaï Malapert-van Craeijsteijn. Hij was bij Johanna Hallincq vader van

– Boudewijn Onderwater (1673-1742), die bij Susanna Everwijn vader was van

– Pompejus Onderwater (1713-1783), de vader van

– Susanna Abigaïl Onderwater. Zij verkocht het huis in 1805 voor 16.500 gl. aan

– Ewaldus Kist, van 1797 tot 1822 predikant van de NG gemeente te Dordrecht

(E. van Heijningen en C. Sigmond,De huizen Roodenburch en Henegouwen (2),in:Oud Dordrecht 2006, nr. 2, p. 33 e.v.)}

Ariaen Woutersz. mandenmaker 15

Jacob van Casterou 26

Henrick van Nispen huurt van Noeijen erfgenamen 50

f. 59v

Evert Willemsz. Prince 15

Frans Evertsz. 15

Jacob Gijsbertsz. weduwe 15

Damas Woutersz. 31-10

de woeninge van Damas Woutersz. naest hem 15

bij de voorgaande in margine: alsoo dit huijs afgebroocken is ende een nieu in plaetse gestelt is bijde Heren ’t IIIe part geremitteert

f. 60

Jan Willemsz. Both 15

Nicolaes Ruijs 37

de weduwe van Gillis de Braemacker onder Claes Ruijs 7-10

Baerthout van Ackerlaeck 22-10

Selvester van de Laer 6-5

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [3-2-6] als op voorgaende jaeren

f. 60v

Sijmon Waelen 16

Barent Jansz. wijnkuiper 15

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 170: op 4 juli 1606 verkoopt Barent Jansz., wijnkuiper en burger van Dordrecht, aan Geerloff Jansz., kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis “Colen” en dat van de weduwe en erfgenamen van Jan Claesz.}

Barent Govertsz. kleermaker[het huis “Cannenborch”] 13-2-6

[ORA Dordrecht inv. 712, f. 185: op 24 okt. 1577 verkopen Frans Jacobsz. schrijnwerker, als man van Laurensken Ariensdr., voor zichzelf en tevens vervangende de kinderen van wijlen Lijntken Ariensdr. en de kinderen van wijlen Neeltken Ariensdr., van welke kinderen vader is Jacob Ariensz. Slingelant, Aernt Ariensz. van Leuwerden, voor zichzelf en tevens vervangende Hans Snicker, als man van Aeltken Ariensdr. en heer Lenert Ariensz., thans mede wonende in Friesland, allen erfgenamen van Thuentken Ariensdr., hun overleden zuster, aan Baernt Govertsz. kleermaker de helft van een huis, staande aan de Poortzijde [Wijnstraat]omtrent de Wijnbrug, genaamd “Cannenborch”, belend door het huis van de weduwe en erfgenamen van Screvel Ockersz., genaamd “Hemelrijck” aan de ene zijde en het huis genaamd “Cleijn Vranckrijck” aan de andere zijde. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 300 gl.]

Aert Woutersz.[het huis “de Draeck”] 27

Balten Sijmonsz. en Repelaervoor de kelders 13

f. 61

Jan van Slingelandt[het huis “de Mannekens”] 21-5

[9 okt. 1590: Jan Screvelsz., Jacob van Drijel Cornelisz., als man van Cornelia Screvelsdr., en Arend Woutersz. [van Goudhoeven], als man van Machteld Schrevelsdr., allenerfgenamen van wijlen Wilhelmina van Drenckwaert, weduwe van Screvel Ockersz., verkopen aan Jan van Slingeland Boudewijnsz. een huis genaamd “de Mannekens” met de wijnkelder daaronder, staande tegenover de Wijnbrug aan de Poortzijde tussen het huis van Arendt Woutersz., genaamd “den Draeck” en het huis van Cornelis Oem lakenkoper genaamd “Swartsenborch”, met ook de uitgang tot achter in het straatje ter breedte van “vijerdalve” voet. Waarborg: Damas Barthouts Woutersz., ambachtsheer van de Sandelinghe. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 223v)]

Jan Aertsz. mandenmaker onder Slingelant 6-5

bij de voorgaande in margine: in surcheantie 20 sch. voor den huijerman

Cornelis Cornelisz. huurt van Cornelis Oem 7-10

[vermoedelijk een wijnkelder onder het volgende huis]

bij de voorgaande in margine: ’t IIIe part in surcheantie vande huijerman als op voorgaende jaeren

Cornelis Oem[het huis “Swartsenborch”] 25

Dirick Govertsz. 25

f. 61v

Henrick Henricxsz. stoeldraaier 17-10

Dirick Schonck 22

de weduwe van Gerrit de Leu 17-10

Jan de Terre huurt van Gesel 17-10

Sijmon van Gesel 36

f. 62

Jacob van Blijenborch {waardijn van de Munt van Holland te Dordrecht} 17-10

{I. Adriaan van Blijenburg, geboren 1512, heer van Schobbeland, waardijn van de Munt van Holland, schepen van Dordrecht, overleden 1582, trouwde naar schatting ca. 1560Katharina Cool, geboren ca. 1537 (postuum), overleden 4 sept. 1619, dochter van mr. Adriaan Cool Gerardsz. en Lucretia Oem.

Zijn weduwe droeg de heerlijkheid Schobbelandsambacht op 14 oktober 1603 over aan de vermogende Dordtse financier Arend Maartensz bij wie zij een lening op dit goed had afgesloten die zij niet kon afbetalen. (www.regionaalarchiefdordrecht.nl)

1 mei 1591: Catherina Cools Adriaensdr., weduwe van mr. Adriaen van Blijenborch, verkoopt aan Aelbert Florisz. twee naast elkaar staande huizen in de Houttuin [Voorstraat] met het bijbehorende pakhuis, strekkende van de dwarsgang of achterstraat over de Voorstraat tot aan de stadshaven toe. De verkoopster stelt tot waarborg de helft van een huis aan de Poortzijde, genaamd “Blijenborch”, en de helft van het kleine huis daarnaast, aan de ene zijde belend door het huis, genaamd “Schaerlaken”, en aan de andere door het huis van Jan Sijmonsz. van Ghesel. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 3600 gl. Borg: Floris Willemsz. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 342)

18 mrt. 1610: Catharina Cool, weduwe van mr. Adriaen van Blienborch, raad van state van de Verenigde Nederlanden en waardijn van de Munt van Holland, als eigenares van de helft van het huis, genaamd “Blienborch” en het kleine huis daarnaast, staande omtrent de Waag, haar aangekomen bij testament van haar overleden man van 4 jan. 1582, en een zevende part in een zevende part van een vierde part in voornoemde huizen, haar aangekomen bij overeenkomst dd 1 aug. 1599tussen haar en haar zes kinderen, enerzijds, en de weduwe van Adriaen van Blienborch, schout van Dordrecht en waardijn van de Munt van Holland, haar oudste zoon, anderzijds, en van een zevende part in een zevende part in een zevende part in een vierde part van voornoemde huizen, haar aangekomen bij testament dd 30 mei 1605 van Geerardt van Blienborch, schepen in wette van Dordrecht, haar tweede zoon, enerzijds en Willem van Beveren, ambachtsheer van Strevelshoek, burgemeester van Dordrecht, en Johan Elant, als testamentaire voogden van de kinderen van wijlen Jacob van Blienborch, waardijn van de Munt van Holland en penningmeester van de Alblasserwaard, met Maria Carre, zijn weduwe, Matheus van der Goes, commies stapelier te Dordrecht, als man van Adriana van Blienborch, voor zichzelf en vervangende Geerardt de Pelgrim, schout van Breda, als man van Lucretia van Blienborch, en tevens vervangende Nicolaes Coomans, als man van Cristina van Blienborch, en Clara van Blienborch, ongehuwde persoon, samen eigenaars van vijf zevende parten en zes zevende parten in een zevende part van een vierde part in voornoemde huizen, ter tweeder zijde, en Johan Elant enmr. Adriaen van Meusienbrouck, licentiaat in de rechten en advocaat, als man van Anna Elants, beiden voor zichzelf en voor Agatha, Clara, Adriana, en Johanna Elants, hun zusters resp. schoonzusters, samen eigenaars van het resterende vierde part van genoemde huizen, ter derder zijde, verklaren die huizen onderling verdeeld te hebben, t.w. dat Catharina Cool toebedeeld is het kleine huis enhet achterhuisje, uitkomende op de Nieuwe Haven, met het erfdaarbij horende, strekkende tot aan het prieeltje, waartegen haar kinderen en kindskinderen, enJohan Elant, mr. Adriaen van Moesienbrouck, in hun voornoemde hoedanigheid, samen met Catharina Cool, hun moeder resp. tante aanbedeeld zijn aan het grote huis. Op het kleine huis staat een jaarlijkse losrente van 18 gl. ten behoevevan hetkapittel van de Grote Kerk, van welke rente de kinderen van Catharina Cool, Johan en zijn zusters en de erfgenamen van Hugo Cool Pietersz., zoon van Cornelia vanBlienborch, hun tante resp. nicht, gehouden zijn drie vierde parten af te dragen. (ORA Dordrecht inv. 1587, f. 24v e.v.)

Kinderen:

a. Adriaan van Blijenburg, geboren 1560, heer van Schobbeland, waardijn van de Munt van Holland, schout van Dordrecht, dichter, OSP 1599,trouwde Alid Wijntgen

b. Gerard van Blijenburg, geboren 1562, overleden 1605

c. Jacob van Blijenburg, volgt II

d. Lucretia van Blijenburg, geboren 1564, overleden 1636, trouwde Gerard de Pelgrim (de Pilgrum), geboren te Keulen, hoofdschout van Breda, waardijn van de Munt van Holland, overleden 16 mrt. 1649

Kinderen:

d-1. Clara, gedoopt NG Dordrecht 7 juli 1591

d-2. Lucretia, gedoopt NG Dordrecht 13 juni 1594

e. Clara van Blijenburg, geboren 1566, overleden 1626, ongehuwd

f. Christina van Blijenburg, geboren 1570, overleden 1648, trouwde ca. 14 mrt. 1604 (huw. voorwaarden Dordrecht)Nicolaas Coomans, “Commijs der Ammonitie van Oorloge

ORA Dordrecht inv. 1583, f. 82v e.v.: huwelijkse voorwaarden dd 14 mrt. 1604 tussen Nicolaes Coomans, geassisteerd met Cornelis Coomans, zijn broer, Jan Jacobsz. Graeff en mr. Johan Kies, zijn aangetrouwde neven, enerzijds en Cristina van Blijenburch

g. Adriana van Blijenburg, geboren 1573, overleden 1659, trouwde Matheus van der Goes, commies stapelier te Dordrecht

Kinderen:

g-1. Catharina, gedoopt NG Dordrecht dec. 1608

g-2. Andries, gedoopt NG Dordrecht dec. 1610

II. Jacob van Blijenburg, geboren 1562, waardijn van de Munt van Holland, schepen van Dordrecht, overleden ald. 26 sept. 1609, trouwde Maria Carré, overleden 8 okt. 1613, uit een patricërsgeslacht in het graafschap Namen.

Kinderen:

a. Adriaan van Blijenburg, geboren 8 okt. 1589, volgt III

b. Lucretia, gedoopt NG Dordrecht juli 1591

c. Christina van Blijenburg, geboren 1593, overleden 1657, trouwde Cornelis Ingeland

d. Catarina, gedoopt NG Dordrecht febr. 1596

e. Jan, gedoopt NG Dordrecht sept. 1599

f. Lucretia, gedoopt NG Dordrecht febr. 1601

(Balen, o.c., deel II, p. 993 e.v.)

III. mr. Adriaen van Blijenburch Jacobsz., geboren 8 okt. 1589, heer van Naaldwijk, waardijn van de Munt van Holland, schout van Dordrecht, penningmeester van de Alblasserwaard, overleden Dordrecht 10 nov. 1630, trouwde 1eDordrecht 1 april 1611Carolina (Charlotte) van Beveren, geboren 4 mrt. 1589, overleden 25 dec. 1625,dochter van Willem van Beveren, heer van Strevelshoek, 2e ‘s-Gravenhage29 sept. 1627 Sara de Roovere Pompeusdr., overleden 14 sept 1657, dochter van Pompejus de Roveren en Margareta Muys van Holy}

Kinderen:

Ex 1:

a.Jacob van Blijenburch, geboren 1612heer van Naaldwijk , student in de rechten te Leiden 20 september 1632, ongehuwd overleden 4 juni 1633,

b. Adriaen van Blijenburch, volgt IV

c. Charlotte van Blijenburch, geboren 1615, trouwde mr.Thomas van Sasburgh, geboren in 1611 of 1612, heer van Mogarnie, advocaat aan het Hof van Holland, permanent resident van de Verenigde Nederlanden te Brussel vanaf 9 dec. 1655, overleden ald. 1687

Ex 2:

d. Adriana van Blijenburg (postuum), gedoopt NG Dordrecht 1 febr. 1631

IV. mr. Adriaen van Blijenburg Adriaensz., geboren 3 nov. 1616, heer van Naaldwijk, waardijn van de Munt van Holland, burgemeester van Dordrecht, lid van de Raad van State, op 15 april 1666 gecommitteerd tot de opvoeding van de prins van Oranje (de latere stadhouder Willem III), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 16 sept. 1682, trouwde NG Dordrecht 16 mei 1645 Levina de Vrieze, geboren Dordrecht 14 april 1623, overleden ald. 1 mrt. 1700, dochter van mr. Dingeman Cornelisz. de Vrieze, schepen van Dordrecht

Kinderen:

a. Adriaen van Blijenburg, geboren Dordrecht 10 juni 1647,heer van Naaldwijk, waardijn van de Munt van Holland, schepen van Dordrecht, penningmeester van de Alblasserwaard, overleden 5 aug. 1699, trouwde Dordrecht 10 febr. 1683 Elisabeth Mathijsdr. Droste.

(Uit dit huwelijk één jong overleden zoon, Adriaen, gedoopt 1687, zodat met hen het geslacht Van Blijenburgin mannelijke lijn uitstierf.)

b. Dingeman van Blijenburg, geboren 21 april 1650, kapitein infanterie, OSP

c. Jacob van Blijenburg, geboren 8 april 1653, OSP 1679

d. Charlotte Elisabeth van Blijenburg, gedoopt NG Dordrecht 30 juni 1663, overleden in 1729, trouwde mr. Johan van der Burch Johansz., bij erfopvolging heer van Naaldwijk, schepen van Dordrecht, overleden 1732

(www.regionaalarchiefdordrecht.nl)}

de kelder onder Blijenborch 15

de dochter van Pieter Lamertsz. huurt van Blijenborch 15

Henrick Smits kruidenier 18

{Het huis “Leeuwesteijn”.

ORA Dordrecht inv. 1584, f. 162v: op 7 juni 1606 verkoopt Maria Back Adriaensdr., weduwe van Adriaen Cornelisz., thesaurier van Dordrecht, aan Henrick Smits kruidenier een huis, genaamd “Leeuwesteijn”, staande tussen de stadswaag en het kleine huis van Blijenburch. Waarborg: Jacob Henricxsz. van der Eijck. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 3000 gl. Borg: Cornelis Struijs.

ORA Dordrecht inv. 1588, f. 67v: op 5 mei 1611 verkoopt Henrick Smits, burger van Dordrecht, aan Willem Jansz. Wens, burger van Dordrecht, een huis aan de Poortzijde bij de Waag, vanouds genaamd “Leeuwesteijn”, staande tussen het huis “Schaerlaecken” en de gang, waardoor de eigenaren van de huizen “Blijenburch”, “Leeuwesteijn” en “Schaerlacken” hun doorgang hebben. Waarborgen: Cornelis Struijs, koopman van kruiken, en Cornelis Smits, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 3900 gl. Borgen: Pieter Aertsz. van Duijren en Franchoijs Gerritsz. Snouck, lakenkopers. In margine: Gerrit van Ven verklaart op 1 aug. 1692, dat de hypotheek volledig is afgelost.}

mr. Pieter Rogiers huurt boven Schaerlaecken 16

f. 62v

Nijs Willemsz. brouwer huurt van Heerman 62-10

{ORA Dordrecht inv. 1582, f. 30v: op 15 mei 1601 verklaren Herman Heerman brouwer en Cornelia van Slingelant Simonsdr., dat zij van Clara van de Bije Hubrechtsdr. ontvangen hebben een somma van 1800 gl., waarvoor zij haar gedurende acht jaar een jaarlijkse interest van 150 gl. zullen betalen. Hiervoor verbinden zij als onderpand een huis, staande van voren tot achter aan de Nieuwe Haven, genaamd “den Bock”, staande omtrent de Nieuwe Opslag tussen brouwerij “den Ouden Bock” en het huis genaamd “Scharlaecken”, waaronder zich de Waag bevindt.}

Herman Jennefaesz. huurt van Heerman 27

bij de voorgaande in margine: wert verstaen om diversche consideratiën alsnoch te zullen volstaen met [18 ponden]

Thomas Teller brouwer 50-12

Pieter Jansz. laemaecker 15

Jan Cruijskerck lakenkoper 20

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 165v: op 17 juni 1606 verkoopt Emmeken Snoucken, weduwe van Cornelis Sijmonsz. Cavasse, geassisteerd met Frans Gerritsz. Snouck, aan Thomas Telder, brouwer en burger van Dordrecht, een huis op het Marktveld, staande tussen het huis van Pieter Jansz. van Duijnen en dat van Barent Gerritsz. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 3000 gl.}

f. 63

Barent Geritsz. kaaskoper 21-5

Inde Tollebruckstraet van vooren ter slinckerhant beginnende

Henrick Henricxsz. stoeldraaier 6-10

Jan Pietersz. smid 6-10

bij de voorgaande in margine: komt op 1605

Pieter Henricxsz. stoeldraaier 3-15

f. 63v

de weduwe van Gerrit Crijnen straetmaecker 3-15

de kelder onder 3-15

Pieter Claesz. lintwercker 3-15

Thonis Geritsz. kaaskoper 3-15

Bastiaen Diricxsz. in het huisje van de Weeskinderen nihil

f. 64

de weduwe van Borch Laurensz. 2-10

Cornelis Borchersz. 3-15

Pieter Henricxsz. koperslager 2-10

Tonis Geritsz. schoenlapper 2-10

Henrick Aelbertsz. 6

bij de voorgaande in margine: insurcheantie als op voorgaende jaeren 30 sch.

f. 64v

Gerit Geritsz. glaesmaecker 6

bij de voorgaande in margine: in surcheantie 30 sch. als op voorgaende jaeren

de weduwe van Hans Fredericxsz. 3

Opte Nieu Haven

Andries Wijnantsz. kleermaker 4-10

{ORA Dordrecht inv. 1585, f. 39: op 13 juni 1607 verkoopt Jan Claesz., hellebaardier van de burgemeester van Dordrecht, aan Claes Jansz. Raijen kleermaker, zijn zwager, een vierde part in een huis op de Nieuwe Haven tegenover de Tolbrugstraat, staande tussen het huis van Mels Damisz., blokmaker en ’s herensteiger. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 187 gl.}

Mels Damisz. stoeldraaier 9

Jacques de Boe van Venlo 9

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 43v e.v.: op 30 april 1605 verkoopt Mattgen Govertsdr., weduwe van Andries Jansz., voor 1400 gl. aan Commerijntgen Laurensdr., weduwe van Maerten de Wael schipper, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Mels Damisz. en dat van Laurens Borgen. Waarborg: Cornelis Jansz., achtraad van Dordrecht. De koopster is schuldig aan verkoopster een somma van 933 gl. Borgen: Gerrit Gerritsz. glasmaker en Mels Damisz. blokmaker.}

f. 65

Laurens Borchsz. kinderen 8-15

Jan Jansz. pottenbakker 9-7-6

Govert Aelbertsz. smid 5-12-6

Jan Aertsz. pompmaker 3

Jasper Claesz. smid 9

f. 65v

Marij van Heer huurt van Cleij Cops 10

Roeloff Ariaensz. 9

Adam Schepper 12-10

Cornelis Aertsz. pompmaker 3

Neltgen Corssenweduwe 5

f. 66

Neel Oelen weduwe nihil

Aende Ander sijde

Ariaen Jansz. bakker 11

Joris Ferners 10

Pieter Laurensz. achter Blijenborch 3-2-6

Frans Robertsz. achter Cornelis Oem 6-5

bij de voorgaande in margine: te laten volstaen met [3 ponden] als op voorgaende jaeren

f. 66v

Bastiaen Woutersz. 9

Henrick van de Haegen 15

de weduwe van Ariaen Apersz. 11-5

mr. Huijbert Balis 18-10

f. 67

Inde Gravestraet

mr. Henrick chirurgijns weduwe 7

Jan Corssen wijnkuiper 15

bij de voorgaande in margine: comt opt restant

de weduwe van Bouwen Sijbertsz. 12

de kinderen van Frans de wijnkuiper 11-5

f. 67v

Henrick Robertsz. schoenlapper 6-5

Frans Jansz. kuiper 8

Ariaen Corssen in de Voetbooch 7

Pieter Martijn 4-7-6

Geerlijn Jansz. kleermaker 2

f. 68

Hans Reijniersz. coomen 4-5

{ORA Dordrecht inv. 1585, f. 42v: op 22 juni 1607 verkoopt Hans Reijniersz. van Beeckhuijsen, steenhouwer en burger van Dordrecht, aan Jan Cop, kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, genaamd “Cleijn Colen”, staande tussen het huis van Barthout Cornelisz. viskoper en dat van Geerlooff de kleermaker, met alle servituten, zoals Han Reijniersz. het huis gekocht heeft van Pieter Slingerberch. Waarborgen: Dirick Pietersz. van Bernagien in de Keijser en Willem Ariensz. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 769 gl.}

Barthout Cornelisz. viskoper 10

Valentijn Jansz. 13-10

Bartelmeus Pietersz. Faes huurt van Gerit Noeij 6-5

Pieter Ariaensz. kuiper 6

f. 68v

Mateus van de Broucke 8

Aende Ander zijde

Lijon Craesbeeck majoor 22-10

Michiel de Bruijn huurt van de kinderen van Naerssen 11

Wouter Pietersz. sloetmaecker 5

Mels Jacobsz. moeder nihil

f. 69

Lijntgen Geritsdr. 5

Henrick van Rijebeeck 5

Corstiaen van Dilst bakker 7-10

Jan van Elssen 12

Hans Schaeijenborch 5

f. 69v

Dirick Joesten zwaardveger 7

Pieter Bartelmeusz. kuiper 7-10

Ariaen Apersz. bakker 15

{ORA Dordrecht inv. 745, f. 4v: op 13 okt. 1598 verkoopt Ghijsbrecht Jansz. metselaar aan Adriaen Apersz. bakker een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van koper en dat van Hendrick van Riebeeck schrijnwerker, strekkende van ’s herenstraat tot aan de gang van de Lombaert., voor 1200 gl. Koper kent schuldig aan verkoper 838 gl.

ORA Dordrecht inv. 745, f. 88v: op 17 juni 1599 verkoopt Adriaen Apersz. bakker aan Pijeter Bartholomeusz. wijnkuiper een huis in de Gravenstraat, staandetussen het huis genaamd Cleijn Mariënborch, waarin comparant woont en het huis van Henrick van Ribeeck schrijnwerker, strekkende voor van ’s herenstraat tot achter het erf van de Lombaert toe,voor 1628 gl., waarvan 400 gl. contant. Waarborg: Thonis Thonisz. Elinck. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 1228 gl., te betalen op de eerste dag van mei 1600 met 100 gl. en voorts elk jaar op meidag 100 gl.. Borg: Pieter Willemsz. wijnkuiper.}

Huijbert Bordels {wijnroeier} 22-10

[ORA Dordrecht inv. 744, f. 47: op 6 april 1596 verkoopt Fijken Mattheusdr., weduwe van Carel Jansz. wijnkoopman, geassisteerd met Caerl Caerlsz., haar zoon en Balthasar Mattheusz., haar broer, aan Hubert Bordels, als man en voogd van Ida Carelsdr., voor 3800 gl. een huis in deGravenstraat, staande tussen het huis van Adriaen Apersz. bakker en dat van mr. Wijnant Elincx chirurgijn.

Zoals blijkt uit onderstaande akte gaat het hier om het huis “deBlauwe Leeuw”:

ORA Dordrecht inv. 736, f. 7, 21 juli 1580: Pieter Jacobsz., als man en voogd van Marijcken Barthoutsdr., verkoopt aan Chaerle Jansz. wijnkuiper de helft van een huis in de Gravenstraat, genaamd de Blauwe Leeuw, staande tussen het huis genaamd Cleijn Marienborch en het huis van Jacob de lijndraaier, niet meer belast dan met 2 ponden Vlaams jaarlijkse losrente.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3967 (verponding 1608), f. 67v: Huijbert Bordels “int Gravestraet” – 22 ponden]

de weduwe van Jacques Aelwijn 10

f. 70

Pieter Aelbertsz. smid 11-5

{ORA Dordrecht inv. 1582, f. 22v: op 1 mei 1601 verkoopt Frans Jansz. Pijeck voor 1950 gl. aan Pijeter Aelbertsz. smid een huis in de Gravenstraat, genoemd “de Gelderse Bloem”, staande tussen het huis van Jan Pijetersz. int Claverblat en de weduwe van mr. Wijnant chirurgijn. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 874 gl. Borgen: Aelbert Govaertsz. en Jan Joosten smid.}

Benoeij Benoijsz. huurt ’t Cleverblat 15

Mathijs Colijn huurt van Cornelis Jansz. Bot 5

Jan Sijmonsz. huurt van idem 6-5

Jacob Sonneman huurt de toren 21-5

f. 70v

Jasper Drunck huurt van Cornelis Jansz. Both 6-5

Reijnier Andriesz. kleermaker 7-10

Cornelis Geritsz. schiptimmerman 10

Gillis van de Bossche huurt van Lijsvelt 17

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [2 ponden] als op voorgaende jaeren

Cornelis Pietersz. huurt van Aert Cock erfgenamen 22-10

bij de voorgaande in margine: sal voor dit jaer volstaen met 17-10

f. 71

de weduwe van Cornelis Joesten 6

Aelbert Govertsz. smid 11-5

bij de voorgaande in margine: mach volstaen met [9 ponden] als op voorgaende jaeren

{ORA Dordrecht inv. 1589, f. 118: op 22 okt. 1612 verkoopt Aelbert Govertsz. van Beaumont, egwerker en burger van Dordrecht, voor 1450 gl. aan Jan Sijmensz. spijkermaker een huis, genaamd “den Hogaert”, staande op de hoek van Sint Joost tussen het huis van de verkoper en de straat. Waarborgen: Pieter Govertsz. en Govert Aelbertsz. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 670 gl. Borg: Pieron Lambinon.}

Aen de Vest

de weduwe van Bastiaen Lenertsz., alzoo dit huijs onverhuert is gestelt op 7-10 [12 ponden is doogehaald]

een oud vervallen huisje van Cornelis Jansz. Both 3

bij de voorgaande in margine: ’t [derde] part in surcheantie

de weduwe van Dirick Tonisz. 18-15

f. 71v

het huisje achter mijnheer de burgemeester Willem van Beveren 6

Huijbert Bordels voor de kelder 3-15

de weduwe van Willem Stoffelsz. voor de kelder 3-15

de tuin van Quijckelberch nihil

een klein huisje achter Roelant Francken nihil

f. 72

de toren aan de woningen van Drenckwaert 30

de spijcker achter Cornelis Pietersz. nu Blonck nihil

de hopzolder achter Reijnier Ariaensz. 5

de zolder achter Herman Corstiaensz. voor nihil

achter Willem van Dilst voor nihil

f. 72v

Jacobmina Pietersdr. huurt van Lijsken de zeilmaakster 6-5

achter de 3 Croenen nihil

Cornelis van de Hovel huurt van Dirick Gerbrantsz. {Stoop} 9-5

bij de voorgaande in margine: de Stadt bij preferentie gepostponeert

f. 73

Het dorde Quartier van de Tollebrug totten Rijedijck aen de havesijde

Corstiaen Lendertsz. 8-5

Jacques Aelwijnsz.[viskoper] 12

Abram Joesten schoenmaker 10

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 4 e.v.: op 15 jan. 1605 verklaart Lijntgen Haubraecke, weduwe van Pieter Haubraecke, schuldig te zijn aan de voogden van de kinderen van Hans van Gele een somma van 28 ponden 12 schellingen en 9 groten Vlaams, verbindende een huis tegenover Mijnsherenherberg, waar uithangt “de Gulden Huijff”, staande tussen het huis van Jacob Alewijnsz. viskoper en dat van Barents Barentsz. kleermaker.}

Barent Barentsz. kleermaker 8-10

f. 73v

Gerit Woutersz. schoenmaker 10

{4 febr. 1611: Geerit Woutersz., schoenmaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan Philipsz. lakenkoper een jaarlijkse losrente van 18 gl., verzekerd op een huis in de Buistelbuurt, staande tussen het huis van Barent Barentsz. en dat van Philips Fransz. (ORA Dordrecht inv. 1588, f., 15v e.v.

27 mei 1626: Sara Damius, weduwe van Gerrit Woutersz. schoenmaker verkoopt aan Gerrit Maes, burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] omtrent Mijnsherenherberg, staande tussen het huis van Joost Lievensz. kramer en dat van de weduwe van Claes Oosten naaldenmaker. Waarborg: Gijsbert van Dalen, burger van Dordrecht, als daartoe gemachtigd zijnde door Johan Damius, schepen van Haarlem. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 22v)}

Philips Fransz. kousenmaker 10

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [2 ponden 10 schellingen] als op voorgaende jaeren ten aensien van zijnen soberen staet

Bartelmeus Willemsz. tingieter 7-10

Matheus Lijevensz. hoemaecker 15

Jan Henricxsz. schoenmaker – Jan Abramsz. 12-10

f. 74

Gillis Neeringe 11-5

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 73: op 23 juli 1605 verkoopt Hans de Decker, koopman en burger van Dordrecht, voor 2675 gl. aan Gielis Neerinck een huis staande [in de Voorstraat] tegenover Mijnsheerenherberg tussen het huis van Dirck Jansz. van Munster en Janneken Jans tasmaakster. Waarborg: Jan de Braemacker lakenkoper. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 2675 gl. Borgen: Lieven Neringen en Carel Jacobsz.}

Guilliame Wagenaers 12-10

Ariaen Ariaensz. {schoenmakers}weduwe 6-5

Michiel van der Beke bontwerker 6-5

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 129v e.v.: op 1 april 1606 verkopen Clara Coenraetsdr., voor zichzelf en Cornelis Ariensz. in Sinte Nicolaes, als procuratie hebbende van Machtelt Hermansdr., weduwe van Henrick Leendertsz. en Jacob Huijgen, als weduwnaar van Nijesgen Hermansdr., volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris Gerrit Jansz. van Woerden op 21 mrt. 1606, aan Michiel van der Beeck bontwerker een huis [in de Voorstraat]tegenover het Sint Jansgasthuis, staande tussen het huis van Anthonis de schoenmaker en dat van Arien Ariensz. schoenmaker. Waarborg: Cornelis Ariensz. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 900 gl. Borgen: Lambrecht Woutersz. schoenmaker en Willem Ariensz.}

Anthonij Wiltens schoenmaker 10

{ORA Dordrecht inv. 1592, f. 93v: op 22 okt. 1615 verkoopt Anthoni Wiltens, schoenmaker en burger van Dordrecht, voor 3150 gl. aan Maerten Sijmonsz. schoenmakereen huis in de Buistelbuurt tegenover het St. Jansgasthuis, staande tussen het huis van de weduwe van Dirck van Clootwijck en dat van Michiel van der Beeck bontwerker. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1596, f. 51v: op 5 mei 1620 verkoopt Neelken Bongaerts Jansdr., weduwe van Maerten Sijmonsz. schoenmaker, geassisteerd met Sijmon Wiltens, aan Adriaen Adriaensz. Goesens, tingieter en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis van Dirck van Clootwijck zijdenlakenkoper en dat van Michiel van der Beeck. Waarborgen: Willem Bongaert, achtraad van Dordrecht, en Sijmon Wiltens bakker. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2000 gl. Borgen: Sijmon Woutersz. van Duijnen en Mattheus van der Mijl kleermaker, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1608, f. 44v e.v.: op 28 juni 1639 verkopen Jacob de Leeuw, als man van Jenneken Arijensdr., enMichiel Macalij, als man vanBarber Arijensdr., kinderen en erfgenamen van Adriaen Goossens tingieter, voor 1760 gl. aan Abraham Rens een huis tegenover het St. Jansgasthuis, staande tussen het hus van Dirck van Clootwijck en dat van Michiel van der Beeck. Waarborgen: Adriaen Jansz. en Willem Pietersz. Schaep, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1060 gl. Borgen: Adriaen Barentsz. Storm en Lodewijck Lambertsz., burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1614, f. 77v: op 29 dec. 1651 verkoopt Abraham Rens, kleermaker en burger van Dordrecht, aan Willem Claesz. Stock, schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis bij de Wijnbrug, staande tussen het huis van Glaude Caymacx en dat van kapitein Willem Pietersz. Schaep. Waarborgen: Arijen Aldertsz. viskoper en Jan Staessen wijnkoper, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan Bartholomeus de Bel een somma van 500 gl. Borgen: Jan Ros en Willem Aertsz. van Creta, burgers van Dordrecht.}

f. 74v

Dirick Jacobsz. Clootwijck[zijdenlakenkoper] 17-10

{ORA Dordrecht inv. 1610, f. 112 e.v.: op 22 juni 1644 verkoopt Dirck van Clootwijck, koopman en burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Willem Pietersz. Schaep, koopman en burger van Dordrecht, een huis bij de Wijnbrug, vanouds genaamd “Schiedam”, staande tussen de Bollensteiger en het huis van Abraham Reijns kleermaker. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2000 gl.}

Hans de Decker 25

Cornelis Claesz. viskoper 12-10

Andries Ariaensz. in het Suijckerhuijs 20

{ORA Dordrecht inv. 1615, f. 134v e.v.: op 27 okt. 1654 verkoopt Huijbert Roosboom, als procuratie hebbende van Arent Muijs van Holij, als curator over de boedel van wijlen Cornelis Adriaensz. van Duijvelant, aan kapitein Willem Pietersz. Schaep een huis, genaamd “het Suijkerhuijs, staande tussen het van Laurens Buijtendijck en de Wijnbrug. De koper is schuldig aan Jan Michielsz. Deijlman een somma van 2400 gl.}

Opte Wijnbrug

Neltgen Jansdr. weduwe 15

f. 75

Michiel Wassenhoven 21-10

Gerit Fransz. weduwe 8-15

Pieter Sijmonsz. korenkoper 16-12

Ariaen Gillisz. weduwe 18-15

Henrick Teruwen{Terwen} 20

f. 75v

Claes Geritsz. verwer 12

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 142: op 6 mei 1606 verkoopt Herman Corstiaensz. hopkoper aan Nicolaes Gerritsz. verver een huis [in de Voorstraat] tegenover de Augustijnenkerk, staand tussen het huis van Jan Henricxsz. oudeklerenkoper en dat van de weduwe van Jan Anthonisz. kramer. Waarborg: Jasper Pietersz. schoenmaker. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1924 gl. Borg: Hans Vaens bakker.}

de weduwe van Jan Teunisz. cramer 3

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [20 schellingen] als op voorgaende jaeren

Wouter Ariaensz. schoenmaker 6-5 [zie genealogie Van Botlant op deze website]

Jan van Baelen en Pieter Vou 16

Pieter Struijs 18-18

f. 76

Gerit Eijmers in den Struijs 21-15

Henrick Schoermans 20

Franck Gijsbertsz. 22-10

Ariaen Koenenlakenkoper 18

Josijna Wijelants 12-16

f. 76v

de weduwe van Jochem Jansz. 25

het huisje Cantelberch van de erfgenamen van Jan Daemen 37 schellingen 6 deniers

bij de voorgaande in margine: ’t [derde] part in surcheantiesijnde [12 schellingen 6 deniers]

de weduwe van Jan Terhoesen 15

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [3 ponden] als opt voorgaende jaer

Marijken Aelberts kinderen 15

f. 77

het huis van Dispontijn 33-15

Cornelis Diricxsz. Praem 22-10

bij de voorgaande in margine:sal volstaen met [20 ponden]

Lendert Geritsz. weduwe 10

Pieter Pietersz. pompmaker 12-10

Roeloff Philipsz. int Swaentgen 6-5

{ORA Dordrecht inv. 1597, f. 50v: op 20 juli 1621 verkoopt Dionijs Jansz.,burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Berber Nijssen, weduwe van Jan Jansz. [Kelck], burgeres van Dordrecht, aan Jacob Stoop Dircxsz. een jaarlijkse losrente van 18 gl. 15 st., verzekerd op een huis omtrent de Munt, staande tussen het huis van Pieter Pietersz. pompmaker en dat van Jacob Dircxsz. Clootwijck.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 1v e.v.: op 11 jan. 1624 verkoopt Pieter Thonisz., tingieter en burger van Dordrecht, voor 2500 gl. aan de stad Dordrecht een huis, genaamd “het Swaentgen”, staande bij de Munt tussen het huis van Jacob Dircxsz. Clootwijck zilversmid en dat van Pieter Pietersz. Both loodgieter. De stad Dordrecht is schuldig aan verkoper 1800 ponden van 40 groten het pond.}

f. 77v

Jacque Levecke 15

{ORA Dordrecht inv. 1594, f. 100v e.v.: op 15 nov. 1617 verkopen Walterius Lavesque, als procuratie hebbende van Jacques Lavesque zijdenlakenkoper, zijn vader, voor de ene helft, en Anthoni Repelaer, als man van Elisabet Lavescq, Jaecques Lavesque de jonge, Walterus Lavescq, voor zichzelf en Grietken Lavescq, allen kinderen en behuwd kind van Lijntgen Woutersdr, voor de andere helft, voor 3700 gl. aan Jacob Dircxsz. Clootwijck, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Kruiskapel, waar uithangt “den Hoet”, staande tussen het huis van Maerten van Baelen en dat van Barbara Nijssen, weduwe van Jan Jansz. de Kelck. Waarborgen: Maerten van Baelen en Jaecques Levecq de jonge. De koper is schuldig aan Jaecques Levecq de oude een bedrag van 2300 gl. Borgen: Adriaen Coenen en Pieter Clootwijck, burgers van Dordrecht. In margine: Catharina Rottermont, weduwe van Adriaen van Clootwijck, burgeres van Dordrecht, toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Hypotheekbrief derhalve geroyeerd op 7 juli 1665.}

Maerten van Baelen kousenmaker 15

{ORA Dordrecht inv. 1609, f. 33: op 17 juli 1641 verkoopt Gijsbert van Dalen, burger van Dordrecht, als administrateur van de boedel van wijlen Maerten van Baelen en Hester Willemsdr., voor 3400 gl. aan Coenraet Hars, koopman te Dordrecht, een huis omtrent de Munt, genaamd “de Clock”, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Jacob van Clootwijck en dat van de erfgenamen van Barent Gerritsz. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2600 gl.

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 129: op 29 sept. 1644 verklaart Coenraet Hars, als man van Anna de Bramaecker, eerder weduwe van Jaecques Toebast, verbonden te hebben voor de voldoening van een somma van 2000 gl. ende alimentatie van Johannes Toebast, zoon van Jaecques Toebast en Anna de Bramaecker, een huis omtrent de Munt, genaamd “de Clock”, staande tussen het huis van Adriaen van Clootwijck en dat van de erfgenamen van Barent Jansz. Coomer.}

Hans Jansz. laemaecker huurt van de weduwe van de Corput 14-8

bij de voorgaande in margine: de helft van ’t [derde] part van de huijerman in surcheantie

Andries Henricxsz. boekbinder 7-10

Hans Jansz. zwaardvegers weduwe 7-10

f. 78

Davit Renson goudsmid 10

Jan Huijgen goudsmid 15

Gerit Willemsz. in Vredenburg 20

{ORA Dordrecht inv. 1594, f. 69 e.v.: op 25 juli 1617 verkoopt Gerrit Willemsz. Vredenborch, burger van Dordrecht, voor 4200 gl. aan Jaecques Leveske zilversmid een huis tegenover de Kruiskapel, staande tussen het huis van mr. Maximiliaen Bouman chirurgijn en dat van Jan Huijgen. Waarborg: Herman Jenefaesz., burger van Dordrecht.}

mr. Macxmilliaen [Bouman] chirurgijn 14

{ORA Dubbeldam inv. 19: op 4 juni 1625 verkoopt Meijnsge Corssendr., laatst weduwe van mr. Macximiliaen Bouman chirurgijn, geassisteerd met Isack Jansz. Canijn, mede als procuratie hebbende van Franchois Boelens, als man van Sara Boumans, Hendrick van Lidt, als man van Elijsabet Boumans en Hendrick Starrenburch, als testamentaire voogd van de overige, onmondige kinderen van Macximiliaen Bouman, aan Mels Gijsbrechtsz. korenkoper een tuin met een huisje daarop staande, groot 113 roeden, gelegen in Dubbeldam, belend ten zuiden door de Heerweg, ten noordwesten door “de stadt Dordrechts vuijtgedolve graften” en ten noordoosten en zuidoosten door de tuin van Frans Ariensz. zijdelakenkoper.}

Marijken Mosienbrouck 15

f. 78v

de kelder onder Mosienbrouck 5-12-6

mr. Pieter {Jacobsz.}Espinoij {apotheker} 18-15

bij de voorgaande in margine: compt op 1607

Jacob Gijsbrechtsz. 12-10

Gijsbert van Haerlem 20

Michiel Pompens, nu eigenaar 20

f. 79

Hans van Roe kapitein 17-10

Jacob Clootwijck huurt van [sic] 15

IJsack Caen {Canin} boekdrukker 17-10

bij de voorgaande in margine: te gedencken dat dit huijs gehuijert wert om [23 ponden] jaerlicx ende daer nae te stellen

Jan Cornelisz. lakenkoper 15

Pouwels Jacobsz. lakenkoper 20

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 174 e.v.: op 20 juli 1606 verkopen Jacob Ariensz. Gijselaer en Alewijn van de A, als procuratie hebbende van hun vader resp. behuwd vader, aan Pouwels Jacobsz. een huis, genaamd “den Block”, staande in de Voorstraat tussen het huis van Jan Cornelisz. van Beaumondt en dat van de weduwe van Pieter Cornelisz. schrijnwerker. Waarborg: Reijnier Ariensz. hopkoper, die hiervoor als onderpand stelt zijn huis, brouwerij en mouterij, genaamd “de Goutsblomme”, staande tussen het huis van Pouwels Ariensz. bakker en dat van Francoijs in de Meriminne [sic]. De koper is schuldig aan verkoper en somma van 2860 gl. Borg: Arien Pietersz.}

f. 79v

Laurens Clemensz. bosmaecker huurt van de voogden van de kinderen van Pieter Cornelisz. 12

Cornelis de Bonts weduwe 16-5

Gillis Gillisz. keteler 16-5

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 74v e.v.: op 6 aug. 1605 verkoopt Ismahel Melchiorsz., koopman van greinen, wonende te Goes, voor 2200 gl. aan Gillis Gillisz., koperslager en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “Besoijen”, staande inde Kannenkopersbuurt tussen het huis “de Halve Maen” en het huis van de erfgenamen van Jan Bouwensz. Waarborg: Aelbert Leendertsz., voor zover de erfgenamen van Herman Henricxsz. kleermaker op de helft van het huis nog iets zouden mogen “pretenderen”.}

Jan Jaspersz. kannenkoper 25

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 55 e.v.: op 24 mei 1605 verkoopt Sijmon Damasz., burger van Dordrecht, voor 3700 gl. aan Jan Jaspersz. van Eswijler een huis in de Kannenkopersbuurt [Voorstraat], genaamd “de Halve Maene”, staande tussen het huis “Besoijen” en het huis “den Bock”. Waarborgen: Cornelis Melsz. Coning en kapitein Jacob Vos, elk voor de helft. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2168 gl. Borgen: Jan Eliasz. Aerdewijns en Mathijs Pietersz., burgers van Dordrecht, elk voor de helft.}

Jan Thonisz. metselaar 18-15

f. 80

Jan Claesz. hoemaecker 13-10

Henrick Woutersz. kleermaker 15

Nijs Jansz. schipper 15

Jan Henricxsz. wijnkopers weduwe 17-10

f. 80v

Dirick Hooft huurt van Jan Ariaensz. 18-15

Mercelis Cruijs 18-15

Jan Henricxsz. Both bakker 7-10

Pieter Brockert 10

Jacob Jacobsz. bosmaecker huurt van Godtscalcx erfgenamen 10

f. 81

Cornelis Ruijs brouwer 50

{ORA Dordrecht inv. 1580, f. 139v: op 10 febr. 1597 verkoopt Gillis Gillisz. van der Veecke makelaar voor 6375 gl. aan Cornelis Ruijs, burger van Dordrecht, een huis en brouwerij, mouterij en rosmolen, met alle hele en halve biertonnen, die in de brouwerij staan of nog zullen staan, staande in de Kannenkopersbuurt tegenover de Mariënbornstraat tussen het huis, genaamd “den Bonten Os”, en het erf van Coenraet de Mazieres. Waarborg: Adriaen Geeritsz. Hogeveen brouwer. De koper is schuldig aan Adriaen Geeritsz. Hogeveen een somma van 3925 gl.

ORA Dordrecht inv. 1588, f. 94: op 1 juni 1611 verkoopt Cornelis Ruijs, wijnkoper te Dordrecht, aan Aert Aertsz. Schut brouwer een huis, brouwerij en mouterij, in welk huisde koper thans woont, staande in de Kannekopersbuurt naast de houttuin van Anneken Gijsbrechtsz., weduwe van [naam niet vermeld]. De verkoper verbindt in plaats van waarborg een huis, genaamd “’s Heeren Gijsen”, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Jacob van Castro en dat van Evert Willemsz. Prins. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 3824 gl. Borg: Jan Adriaensz. jonge Leutering.}

Pieter Woutersz. huurt van Muijlicx weduwe 7-10

nog een houten huisje nihil

de kinderen van Dormael 7-10

Hilleken de uitdraagster 7-10

Aelbert Lendertsz. 4

f. 81v

Michiel Jacobsz. zwaardveger 5

Gerit van Asperen huurt van Jacques Noroth 25

Jan Eliasz. 30

Ariaen Joesten schoenmaker 17-10

Cornelis Claesz. lakenbereider 22-10

bij de voorgaande in margine: mach volstaen met [5 ponden] als op voorgaende jaeren

f. 82

Jan van Wissen weduwe 22-10

de weduwe van de Blauwe Ariaen 11-5

Eduwaert Reijniersz. goudsmid 10

Aert Claesz. kousenmakerhuurt van Repelaer 10

de weduwe van mr. Jacob Spaen 36

f. 82v

Aert Cornelisz. [Cool] kapitein 20

{ORA Dordrecht inv. 1582, f. 27: op 7 mrt. 1601 verkopen Johan Pauli, meester van de rekeningen in Holland, Cornelis de Vrijes Willemsz., als man van Lievina Dingemans, Jan Govaertsz. van Beaumont, als man van Geertruijt Jacob Paulijs, Matheus van der Goes, als man van Adriana Jacob Paulijs, mr. Pieter Schaep, als man van Margarijtie Paulijs, en Cornelis Dijter, als man van Elijsabeth Jacob Paulijs, allen erfgenamen van Margarieta Jacob Ooms, voor 2800 gl. aan Gerardt en Arendt Henricksz., gebroeders, een huis in de [Oude] Houttuin, staande tussen het huis genaamd “de Kemel” en het huis, genaamd “Thoff van Hollandt”, alsmede een houttuin, gelegen tegenover het voornoemde huis omtrent de Kerkstraat tussen het huis van Jan Jansz. koopman en dat van Jan Willemsz. busmaker.

ORA Dordrecht inv. 1584, f. 50v e.v.: op 16 mei 1605 verkoopt Arent Maertensz., heer van Schobbelandt, als procuratie hebbende van Gerrit Henricxsz. busmaker, wonende te Delft, aan Aert Cornelisz. Cool, zeilmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Houttuin [Voorstraat], genaamd “den Kemel”, staande tussen het huis van Huijch Anthonisz. Repelaer en dat van Aert Mennincx bosmaker. Waarborg: Arent Maertensz., heer van Schobbelandt. De koper is schuldig aan Arent Maertensz. een somma van 3700 gl. [sic], verbindende een huis in de Houttuin [Voorstraat], staande tussen het huis “het Hoff van Hollandt” en het huis “het Wapen van Engelant”.

ORA Dordrecht inv. 1593, f. 93v: op 30 sept. 1616 verklaart Aelken Corstiaensdr., laatst weduwe van Willem Adriaensz. Doncker, “suppier vande Voorpoorte van Hollant”, geassisteerd met Hubrecht van Zevender, hopkoper te Dordrecht, schuldig te zijn aan haar broer, Herman Corstiaensz., een bedrag van 1200 gl., verbindende een huis in de Oude Houttuin, genaamd “den Ouden Kemel”, staande tussen de mouterij van Huijch Repelaer en het huis van Arent Mennincs busmaker.}

Aert Mennens bosmaecker 9

Jan Woutersz. scheimaker 9

Ariaen Jacobsz. Bol 15

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 147: op 10 mei 1606 verkoopt Jan Jansz. koopman aan Adriaen Jacobsz. Bol een huis in de Houttuin [Voorstraat], genaamd “den Koevoet”, staande tussen het huis van Pieter Thonisz. en dat van Hans Woutersz. scheimaker.Waarborg: Abraham Jansz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2300 gl. Borg: Aert Cornelisz. Cool.}

Pieter Thonisz. bosmaecker 15

bij de voorgaande in margine [tekst is doorgehaald]: in surcheantie[2 ponden 10 sch.] als op voorgaende jaeren

f. 83

mr. Pouwels van Asperen huurt van pensionaris Berck 25

{Johan Berck Matthijsz., pensionaris van Dordrecht vanaf 1591}

Mateus Rees huurt van de erfgenamen van Haerlem voor 7 ponden Vlaams 12-10

Marijken van de Linde 18-15

Jan Broer schipper 12-10

Anna Barentsdr. huurt van [doorgehaald is: Pieter Aelbertsz.] Jan Woutersz. bakker 8-15

f. 83v

Jan Woutersz. bakker 15

de weduwe van Jan Oem 30

Jan Claesz. schipper 7-10

Tonis Jorisz. oudschoenmaker 7-10

Hans van Boussen {scheimaker} huurt van Wouter Woutersz. bakker 10

{ORA Dordrecht inv. 771, f. 90r en v: op 3 juli 1638 comp. Lijntgen Laurens, weduwe van Hans van Boussel voor zichzelf en als last hebbende van [doorgehaald: Geertie Hansen van Boussel, huisvrouw van Hans Laurensz. Houtekens], Gerrit Hansen van Bousel, Jacob van Diemen huikmaker, als getrouwd hebbende Lijsbeth Hansen van Bousel, Sacharias Hansz. van Boussel, blijkens procuratie gepasseerd voor notaris Ghijsbert Vlet te Amsterdam op 16 juni 1638 en Hans Houtekens, wonende in Gouda als man en voogd van Geertie Hansen van Bousel, zo voor henzelf als in deze vervangende Cornelis Jansz., als getrouwd hebbende Catharina Hansdr. van Boussel. Zij verkopen aan Jan Jansz. van Halteren een geheel huis, erf en toebehoren, staande en gelegen in deHouttuinomtrent de Boom, tussen het huis van Maerten Hendricxsz. en dat van de weduwe van Sijmon Sijmonsz., het voorschreven huis niet anders belast dan met 300 gl. kapitaal. Waarborg: voornoemde Hans Houtekens. Koper kent schuldig aan Lijntken Laurens de somma van 500 gl., te betalen met 100 gl. per jaar en een jaarlijkse interest van 6,25 procent. Borg: Nicolaes van Helmont, koopman en burger van Dordrecht.}

f. 84

Henrick Henricxsz. laemaecker 10

Jan Aertsz. houtkoper 18-15

bij de voorgaande in margine: komt op 1605

de weduwe van Miert 5

Ariaen Ariaensz. bakker 15

Servaes Jansz. 18-10

f. 84v

Pieter Jansz. zeilmaker 17-10

Lazarus de Hoochchirurgijn 12

Cornelis Cornelisz. Gijsen 20

de weduwe van Cornelis Jacobsz. 20

Thomas Willemsz. cruijenier 16-15

f. 85

Willem Dingemans int Vosken 20

Henrick Sijmonsz. Slingelant 21-5

Cornelis Cornelisz. koekenbakker 13-15

Abram Jansz. koopman- Willem Jaspersz. coomen 22-10

Ariaen Jansz. lakenkoper 21-5

f. 85v

Dirick Geritsz. schoenmaker 23-15

bij de voorgaande in margine: te laeten volstaen met [15 ponden] als op voorgaende jaeren

Michiel Sprangers schipper 16-15

Willem Otten coomen 11-5

Cornelis Thomasz. bakker 15

Henrick Otten out cleercooper 15

f. 86

Sijmon Jansz. schipper 15

Matijs Diricxsz. out cleercooper 15

Jacob Coelenvan de Bos 8-15

Jan Carel laemaecker 15

f. 86v

Pieter Lendertsz. 12

Clement Jansz. smid 16-5

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [2 ponden] als op voorgaende jaeren

Marijken Ariaens inde Wolsack 18-15

Frans Jansz. stoeldraaier 17-10

Cornelis Cornelisz. bakker van Revert Jaspersz. [sic] 18-15

f. 87

Claes Ariaensz. laemaecker 4-10

Henrick Schoutten zwaardveger 8-15

Philips Sandersz. inde Sterre 17-10

bij de voorgaande in margine: mag volstaen met [12 ponden 11 sch. 6 d.]

de weduwe van Balten Mateusz. 13-2-6

Jan van Campen bosmaecker 11-5

f. 87v

Bartelmeus Penris 6-5

Jan IJeven inde Rose 18

IJsack Pietersz. bakker 11-5

Cornelis den Besteman weduwe 16-5

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [2 ponden 5 sch.] als op voorgaende jaeren

Barent Jansz. hoemaecker 7-10

f. 88

Wouter Diricxsz. huurt van [doorgehaald is: Pieter de Vrijes] 12-10

{ORA Dordrecht inv. 765, f. 7v: op 16 febr. 1624 verkoopt Hermen Jaspersz. Kels aan Abraham Aertsz., zwaardveger en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, genaamd “den Gloijenden Oven”, staande tussen het huis van de weduwe van Barend Jansz. en dat van Marinus Augustijnsz.}

Marinus Augustijnsz. 10

{ORA Dordrecht inv. 1582, f. 28: op 7 mrt. 1601 verkoopt Cornelis Sibertsz. brouwer, als voogd van het weeskind van Mariken Cornelisdr., genaamd Jan Jansz. Meijer, voor 900 gl. aan Marinus Augustijnsz. een huis op de Riedijk, genaamd “de Twee Duijffkens”, staande tussen het huis van Catharina de bakster en de erfgenamen van Adriaen Ockersz. De koper is schuldig aa verkoper een somma van 306 gl. Borgen: Jonas Cornelisz. Cruijs en Gillis Gillisz. ketelboeter.}

Gerit Pietersz. bosmaecker 12-10

Sijmon Damisz. eigenaar 15

Reijnier inden Steur 11-5

f. 88v

de weduwe van Damas Tonisz. 6

Gillis Stins huurt van Rocus Praem 15

Willem Diricxsz. schipper 12-10

bij de voorgaande in margine: mach volstaen met [7 ponden] als op voorgaende jaeren

Ghijsbrecht Helmich 36

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [6 ponden] als op voorgaende jaeren

Meus Ariaensz. huurt van Helmich

f. 89

Roelandt Glemedij Schotsman 18

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [2 ponden]

Damis Mercelisz. 20

Ariaen Willemsz. Bouff 16

f. 89v

Vande Rijedijckxe Poort totte Tollebrugstraet aende Lantsijde

Pieter Lambertsz. inde Valck 16

Pieter van de Wolffput 18

Ariaen van Empel 15

Gerit Jansz. schipper 12-10

f. 90

Gillis Bouwensz. 30

Jan Cornelisz. in Tijel 11-5

Ariaen Jansz. int Poortgen 15

Frans Egbertsz. bakker 11-5

Gillis van Straelehuurt van Leest 17-10

f. 90v

Seger Cornelisz. 12-10

Gerit Robertsz. bakker 15

de weduwe van Jan Hermensz. 6

bij de voorgaande inmargine: in surcheantie tot dattet huijs vercoft wort als op voorgaende jaeren

Jan Blandou huurt van Willem den Ouden 10

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 138: op 3 mei 1606 verkoopt Jan Pietersz. Vekemans, als curator van de boedel van Willem den Ouden, aan Jan Blandeau een huis, genaamd “den Blauwen Leeuw”, staande omtrent de Riedijk tussen het huis van Soetgen Hermans, de weduwe van Jan Hermans, en het huis “Camerick”. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1708 gl.}

Pieter van Alst – Jan Tijvaert 25

bij de voorgaande in margine: te laten volstaen met [25 ponden]

{ORA Dordrecht inv. 1582, f. 19v: op 27 april 1601 verklaart Maria le Grande, weduwe van Daniël Fonache, dat zij ter betaling van een obligatie, inhoudende nog zuiver 2000 gl., die door haar en haar man is verleden ten behoeve van Jan Thivaert op 16 juli 1601 en na haar mans overlijden op 17 april 1593 is gehypothekeerd op een huis, genaamd “Camerijck”, staande tussen het huis van Matgen, de weduwe van Claes van Oudewaeter en dat van Willem den Ouden, hetzelfde huis over te dragen aan Jan Thivaert. Waarborg: Gedeon Fonache, haar zoon, die mede compareert en verklaart, voor zover het hem en zijn zuster Machtelt Fonache aangaat, te consenteren in de overdracht.

ORA Dordrecht inv. 1584, f. 166v: op 19 juni 1606 verkoopt Jan Twaert aan Pieter Alsten een huis, genaamd “Camerick”, staande op de Riedijk tussen het huis van Willem Jaspersz. en dat van Jan Blandeau. Waarborgen: Herri en Jan Twaert de jonge, “ingevalle van insuffisantheijt” Gerrit Robbrechtsz. bakker en Sijmon Damesz. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2124 gl. Borgen: Michiel Adriaensz. Spranger en Matthijs Dircxsz.}

f. 91

Willem Jaspersz. korenkoper 25

Gleijn Pietersz. laemaecker 8-5

Pieter Thonisz. inden Luijpaert 24

Cornelis Geritsz. huurt van [sic] 8

{ORA Dordrecht inv. 1585, f. 3: op 30 jan. 1607 verkoopt Pieter Witten, voor zichzelf en tevens vervangende Joosgen Witten, Neeltgen Witten en Arien Witten, zijn zusters en broer *, voor de ene helft en Jaecques Jansz., als man van Marijken Laurensdr., en Jan Joppen, als voogd over het weeskind van Willem Joppen en Truijcken Cleijsdr., genaamd Cleijs Willemsz., voor de andere helft aan Cornelis Gerritsz. lijndraaier een huis op de Riedijk, staande tussen het huis “het Wapen van Schotlandt” en het huis “de Lupaert”. Waarborg: Lambrecht Buijs en Aefken Joppen, elk voor de helft. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 585 gl. Borg: Sander Hermansz.

ORA Dordrecht inv. 1585, f. 84v: op 17 mrt. 1608 verklaren Pieter Thonisz. bakker, Wouter Diricxsz. van Heijnsburch en Sander Hermansz., burgers van Dordrecht, dat Cornelis Geeritsz. van de erfgenamen van Truijtgen Cleijsdr. gekocht heeft een huis op de Riedijk, genaamd “de Roode Roos”, staande tussen het huis van Pieter Thonisz. en dat van Wouter Diricxsz., genaamd “het Wapen van Schotlandt”, en dat zij Cornelis alsnog toestaan gebruik te maken van het “gotier”, waarin zij de “vuijligheid” van desekreten van hun resp. huizenlozen.

* Wit Joosten, geboren naar schatting ca. 1555, van Dordrecht (1577), scheepstimmerman, schipper, overleden vóór 18 mei 1630, trouwde 1e NG Dordrecht 23 juni 1577 (ondertrouw) Ariaenken Hendricksdr., van Dordrecht (1577), 2e NG Dordrecht 28 nov. 1588 Anneken Sandersz. van Haerlem, van Capelle (1588), weduwe van Ariaen van der Heijden, 3e NG Dordrecht 15 dec. 1602 Ariaentgen Thoonis, van Dordrecht (1602), weduwe van Jacob Cleissen schipper.

Kinderen (ex 1):

a. Pieter Witten, gedoopt NG Dordrecht 6 sept. 1578, scheepstimmerman, steenbakker, steenkoper, trouwde NN Cornelisdr. Soetentijt

b. Joosken Witten, gedoopt NG Dordrecht 10 april 1580, trouwde 1e Abraham Bartolomeusz., 2e Cornelis Philipsz.

c. Neeltge Witten, trouwde Jacob Meusz. scheepstimmerman

d. Arien Witten, scheepstimmerman, trouwdeTheunken Joris Arentsdr.

(Ons Voorgeslacht 2005, p. 345 e.v.)

Robert Brouck 25

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [5 ponden] als opvoorgaende jaeren

{ORA Dordrecht inv. 1589, f. 56 e.v.: op 14 mei 1612 stelt Matthijs Jansz. bakker, burger van Rotterdam, zich waarborg voor drie vierde parten van een huis, genaamd “den Groenen Schilt” alias “’t Wapen van Schotlandt”, staande op de Riedijk tussen “de Roij Roose” en het huis van Sander Hermansz. Het huis is door Matthijs’ zwager, Hans Jansz., en Wouter Dircxsz. van Heijnsberge verkocht aan mr. Adriaen van Muijssenbrouck, licentiaat in de rechten, en Herman Oom Hermansz. verkocht ten behoeve van degene(n), die zij bij de overdrachtals koper zullen benoemen.

ORA Dordrecht inv. 1589, f. 59v e.v.: op 18 mei 1612 verkopen Jan Jansz. ladenmaker en Wouter Dircxsz. van Hensberch, als man van Maeijken Broch Robbrechtsdr., voor 2033 gl. 6 st. 8 penn. aan mr. Adriaen van Muijssenbrouc en Herman Oom Hermansz., voor zichzelf en mede namens de overige erfgenamen van Adriaen van Muijssenbrouc Govertsz., drie vierde parten van een huis op de Riedijk, genaamd “het Groenen Schilt”,staande tussen het huis van voornoemde erfgenamen en Alexander Hermansz.aan de ene en het huis, waar uithangt “de Roode Roose”, strekkende van de straat tegenover de stadsgracht tot achter in het Torenstraatje. Waarborg: Matthijs Jansz. bakker. Kopers zijn schuldig aan verkopers een somma van 700 gl. Borgen: mr. Adriaen van Muijssenbrouc en Herman Oom Hermansz.}

f. 91v

Sander Hermansz. olieslager 25

{ORA Dordrecht inv. 1597, f. 10: op 2 mrt. 1621 verkoopt Sander Hermansz., burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Lenaert Ariensz. Bouff, burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staandeachter het huis van verkoper en tussen het huis van Wouter Woutersz. en de loods of heining van Daniël Coenen, strekkende voor van de straat tot achter op de gracht.}

Pieter Aelbertsz. olieslager 22

Cornelis Willemsz. bakker 11-5

Matheus Trip brouwer met huijs daer naest 50

bij de voorgaande in margine: geremitteert om zeeckere consideratiën [7 ponden]

{Brouwerij “het Hoefzijzer” en het huis “de Rose”.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 21 e.v.: op 23 febr. 1605 verklaart Davidt [Jansz.]Lupaert *, burger van Dordrecht, dat hij van zijn zwager Pieter Anthonisz. een somma van 480 gl. geleend heeft, en dat Pieter Anthonisz., Johan Jaspersz. Conincx en Herman Genefaessen zich borg gesteld hebben voor de betaling van “een seer meckelijcke somme van penningen”, die hij, Lupaert, van diverse personen geleend heeft en waarvoor hij verbonden heeft alle penningen, die hij bedongen heeft wegens de koop van een huis en brouwerij, genaamd “het Houffijser” en een huis, genaamd “de Rose”, beide staande op de Riedijk en door hem onlangs verkocht aan Matheus Gerritsz. Trip, waard in de herberg “de Toelast”.

* NG trouwboek Dordrecht 13 aug. 1600: David Jansz. Lupaert jong gezel van Dordrecht en Clara van der Laen Geritsdr. van Haarlem, proclamatie te Haarlem, getrouwd op 29 aug. 1600

Clara, geboren naar schatting ca. 1575 vermoedelijk te Haarlem, dochter van Gerrit van der Laen Cornelisz. en Catharina Oem, laatstgenoemde,overleden op 4 mei 1588, was een dochter van Jacob Oem, burgemeester van Dordrecht, en Magteld Heerman Jansdr. (Balen, o.c., p. 1176)

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f 22v: op 10 mrt. 1605 verkopen Jan Jaspersz. [Conincx] en Pieter Anthonisz., burgers van Dordrecht, als gemachtigden van Davidt Lupaert, aan Mattheus Gerritsz. Trip, burger van Dordrecht, een huis met de brouwerij daarachter, genaamd “het Houffijser”, staande op de Riedijk tussen het huis “de Roode Rose” en het huis de “Roscam”. Waarborg: Pieter Anthonisz., burger van Dordrecht.

Idem, f. 25v e.v.: op 19 mrt. 1605 transporteren Jan Fransz., schipper en burger van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Hans Courtman, burger en ingezetene van Middelburg, voor zichzelf en tevens vervangende Alexander Courtman en Geertruijt Courtman, zijn broer en zuster, en mede als gemachtigde van Alexander Courtmans chirurgijn, allen erfgenamen van Anna Sanders [van Haerlem], eertijds echgenote van wijlen With Joosten schipper [zie Ons Voorgeslacht 2005, p. 345 e.v.], aan Jan Jaspersz. Conincx en Pieter Anthonisz. in den Lupaert, als gemachtigden van Davidt Lupaert, een huis, waar uithangt “de Roose”, staande op de Riedijk tussen het huis en de brouwerij “het Houffijser” aan de ene zijde en het huis “Schoonhoven” aan de andere zijde. De kopers, eveneens als gemachtigden, transporteren vervolgens aan Matheeus Gerritsz. Trip, waard in “den Toelast” te Dordrecht, de twee huizen, het ene genaamd “het Houffijser”, incl. de brouwerij, en het andere “de Rose”, beide staande op de Riedijk tussen het huis “den Roscam” en het huis “Schoonhoven”. Waarborgen: Pieter Anthonisz. “in zijn privé” en Jan Jaspersz., viskoper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Geerardt van de Laen, gecommitteerde in de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden, schoonvader van Davidt Lupaert, volgens procuratie gepasseerd voor burgemeesters en schepenen van Den Haag op 10 mrt. 1605.

ORADordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 88v: op 20 sept. 1605 verklaart Matheus Gerritsz. Trip schuldig te zijn aan Jan Fransz. schipper c.s., als erfgenamen van wijlen Anna Sanders, eertijds echtgenote van Wit Joosten schipper, wegens de koop van het huis en de brouwerij “het Hoeffijser” en het huis “de Rose”, staande op de Riedijk, tussen het huis “den Roscam” en het huis “Schoonhoven” een somma van 1717 gl. Borgen: Helias Trip en Cornelis Buijs brouwer. Trip is wegens de koop van die huizen ook schuldig aan Cornelis Melsz., als curator van de boedel van Davidt Lupaert ten behoeve van diens crediteuren een bedrag van 2743, en aan Cornelis Melsz., als curator van dezelfde boedel een somma van 2700 gl. Borgen: Helias Trip en Cornelis Buijs brouwer.

ORA Dordrecht inv. 1595, f. 59 e.v.: op 16 juli 1618 verkopen Rogier Quirijnen en Pieter Aertsz. Brantwijck, heer van Blokland, voor zichzelf en tevens vervangende Henrick Otten oudekleerkoper, aan Abraham Dircxsz., brouwer te Dordrecht, een huis met een brouwerij daarachter, vanouds genaamd “’t Houffijser”, staande bij de Riedijk tussen het huis van Geerit Jansz. in de Roscam en dat van Jan van Nes ladenmaker. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 9150 gl.}

Gerit Jansz. inden Roscam 12-10

f. 92

Cornelis Ariaensz. Benijs 11-7-6

Cornelis Ariaensz. tercooper 15

de weduwe van Philips Roelofsz. 8

de Capel vande Schippers nihil

Baerten de kaaskoopsters kinderen 7-10

f. 92v

Jacob Cornelisz. timmerman – Joest Caes weduwe 8-10

Pieter Fredericx oudschoenmaker 5

Gerit Huijben zwaardveger 8-15

Michiel Pouwelsz. kramer inwoenders 6

Pieter Jansz. kousmaecker 3-15

f. 93

Jan Dinant kaaskoper 7-10

Denis Matheusz. harnasmaker 15

Floris Ariaensz. inden Salm 13-15

Sijbert de Conincx weduwe 37-10

Herman Hermansz. kleermaker huurt van [sic] 11-5

f. 93v

Cornelis Ariaensz. in St. Nicolaes 26-5

de weduwe van Nuijssenborch huurt van Gerit Joppen 6-5

Jan Jansz. koopman 12-10

Cornelis Mateusz. bakker 12-10

Govert Sijmonsz. schoenmaker 11-10

f. 94

Sijmon Sijmonsz. comen 15

Stoffel Segersz. appelkoper 3-12

{ORA Dordrecht inv. 1582, f. 31v: op 16 mei 1601 verkoopt Simon Simonsz. voor 662 gl. 10 st. aan Stoffel Segersz. en Janneken Lenssen een huis, staande tussen de Torenstraat en het huis van Thomas Damasz. teerkoper. Waarborg: Arien Jansz. De kopers zijn schuldig aan de verkoper een somma van 428 gl. Borgen: Jaecques Jacobsz. Plattebeurs en Jasper Jansz. kleermaker.}

Thomas Damisz. {teerkoper} 20

{ORA Dordrecht inv. 1589, f. 60v e.v.: op 19 mei 1612 verkoopt Thomas Dammasz., burger van Dordrecht, aan voor 4175 gl.Andries Momboirs, korenkoper en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “het Groot Schaeck”, staande in de Torenstraat [of op de hoek van de Torenstraat?] tegenover de Boom tussen het huis van Cornelis Adriaensz. stoeldraaier en het huis, dat toebehoort aan Janneken Lenssen appelkoopster, alsmede twee huisjes in de Torenstraat, het ene staande tussen het huis van Janneken Lenssen en de poort van het huis “het Groot Schaeck” en het andere huisje staande tussen voornoemde poort en het “godshuisje” van de verkoper. Waarborgen: Pompeus de Rovere, raad in wette van Dordrecht, en Jan Claesz. Jager schipper. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 4175 gl.}

Cornelis Ariaensz. stoeldraaier 5

{ORA Dordrecht inv. 1589, f. 41: op 1 mei 1612 verkopen Cornelis Ariensz. stoeldraaier, als man van Dieuwertgen Claesdr., voor de ene helft en Pieter Cornelisz. schipper als man van Trinken Ewoutsdr., voor de andere helft voor 700 gl. aan Rochus Cornelisz. Praem een huis in de Houttuin, staande tussen het huis van de koper en dat van Thomas Dammasz. teerkoper. De koop geschiedt op alle voorwaarden, waarop het huis door Arien Muijssenbrouck verkocht is aan Ewout Jansz., de eerste man zaliger van Dieuwertgen Claesdr. Waarborg: Aernt Dammert, lid van de Oudraad te Dordrecht, en Cornelis Claesz. lakenbereider.}

Rocus Praem 20

f. 94v

de erfgenamen in Pauwesteijn 22-10

Bastiaen Aertsz. koekenbakker 12-10

Jan Ariaensz. {van Gilsen}inde 3 Oranien[appelen] 30

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 120v: op 9 febr. 1606 verkoopt Elisabeth Fransdr., weduwe van Otto van Ouveren, voor zichzelf voor drie 1/4 parten en tevens zich sterk makende voor haar schoonvader, Wouter van Ouveren, voor het resterende 1/4 part, aan Jan Ariensz. van Gilsen een huis in de Houttuin [Voorstraat], genaamd “Groot Ossenburch”, staande tussen het huis van Jan Adriaensz. Leutering en het huis “Pauwesteijn”. Waarborg: Herman Spiegel. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1773 gl. st. en een bedrag van 666 gl. 14 st. Borg: Huijgo Repelaer Anthonisz., lid van Oudraad van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 749 f. 34 e.v.: op 22 mei 1607 verbindt Jan Ariensz. van Gilsen, burger van Dordrecht, als onderpand zijn huis “de Drije Oraengien Appelen”, staande tussen het huis genaamd “den Ossenhuijt” en het huis genaamd “Pauwesteijn”.}

Jan Ariaensz. de Jonge Loteringe 18-10

Herman Oem 27

f. 95

Henrick Gheij huurt van [sic] 21-10

{ORA Dordrecht inv. 1584, f. 187, 19 okt. 1606: Pompejus de Rovere verkoopt Hendrick Gheij een huis in de Nieuwkerkstraat, staandetussen het huis van Elisabeth van der Linde, weduwe van Jacob Muijs van Holij, schout van Dordrecht en baljuw van Zuid-Holland, en dat van Herman Oom, strekkende van de straat tot achter aan het “hoenderhuijs” van juffrouw Van de Linde. Koopvoorwaarde is, dat de koper zal hebben een vrije doorgang over het erfg van Leonora Ooms, liggende tegenover het verkochte huis. Waarborg: schout Huijgo Muijs van Holij.}

de weduwe van Jacob Muijs 28-15

Jacob Muijs van Holij

de weduwe van Claes Houtkens 8-15

bij de voorgaande in margine: in surcheantie tot gelegendertijt als op voorgaende jaeren

Jan Cornelisz. schoenmaker 15

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 108v: op 10 jan. 1606 verkoopt Jan Cornelisz., schoenmaker en burger van Dordrecht, aan Jacobmina Jansdr. een jaarlijkse losrente van 14 gl., verzekerd op een huis in de Houttuin [Voorstraat], staande tussen het huis van Cornelis van Bijwaert en dat van de weduwe van Cleijs Houtgens.

Idem, f. 131: op 8 april 1606 verkoopt Jan Cornelisz., schoenmaker en burger van Dordrecht, aan Clara Coenraetsdr., een jaarlijkse losrente van 15 gl., verzekerd op een huis in de Houttuin, staande tussen het huis van Cornelis van Bijwaert en dat van de weduwe van Claes Houtgens.}

de weduwe van Cornelis Aertsz. pondgaarder huurt van {Cornelis van} Bijwaert 26-10

f. 95v

Willem Smith Engelsman 28-10

Frans Jansz. twijnder 18

de weduwe van Cornelis Jacobsz.[kousenmaker] 27

Aert Hendricxsz. laemaecker{koopman van wapenen} 12-10

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 3v: op 13 jan. 1605 verkoopt Arent Heijnricxsz. ladenmaker aan Cornelis Cornelisz., als voogd van Aechgen Adriaensdr., weeskind van zijn zuster wijlen Aechgen Cornelisdr., een jaarlijkse losrente van 25 gl., verzekerd op zijn huis in de Houttuin [Voorstraat], staande tussen het huis van de weduwe van Cornelis Jacobsz. kousenmaker en dat van Gerrit Henricxsz.

Idem, f. 129 e.v.: op 1 april 1606 verkoopt Arent Henricxsz., koopman van wapens en burger van Dordrecht, aan mr. Pieter Sijmonsz.Couwael een jaarlijkse losrente van 21 gl., verzekerd op een huis in de Houttuin, staande tussen het huis vanGerrit Henricxsz. en dat van de weduwe van Truijgen Claesdr., weduwe van Cornelis Jacobsz.

Idem, f. 142v: op 6 mei 1606 verkooptTanneken Leunisdr., als procuratie hebbende van haar man, Arent Henricxsz., koopman van wapens, volgens procuratie gepasseerd voor burgemeesters, schepenen en raden vanDelft op 27 sept. 1604, aan Gerrit van Nispen Cornelisz. een huis, genaamd “den Ouden Camel”, met een “spijker” en huisje daarachter, staande tussen het huis van Abel Cornelisz. van Nispenen dat van Arent Henricxsz., strekkende voor van ’s Herenstraat tot achter aan de Wijngaardstraat toe. De koper is schuldig aan Arent Maertensz., ambachtsheer van Schobbelandt, als administrateur van de goederen van de weeskinderen van Herman Soetemans, een somma van 2356 gl. Borg: Frans Cornelisz. van Beaumont.}

Jacob Jacobsz. flesmaker 21

f. 96

Aert Jochemsz. huurt van Nispen 25

thuijs van Maeijcken van Nispen 28-10

Jan Kerpentiers huurt van Ariaen Pietersz. erfgenamen 35

bij de voorgaande in margine: te laeten volstaen jaerlicx met [25 ponden] als op voorgaende jaeren

Jan de Vrijes 21

de weduwe van Henrick Joppen 25

f. 95

Henrick Jansz. Rovier 27

Jan Philipsz.twijnder eigenaar [doorgehaald is: huurt van Frans Jansz. twijnder] 15

Cornelis de Raet 30

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 126v: op 3 mrt. 1606 verkoopt Cornelia Snoucken, weduwe van Joriaen van Bouckholt, aan Arent Maertensz., ambachtsheer van Schobbelandtsambacht, een losrente van 12 gl., verzekerd op twee naast elkaar staande huizen in de Heer Heymanssuysstraat, belend door de poort van het huis “’t Gulden Hooft”, toebehorende aan Jan Grip, aan de ene zijdeen het huis van de weduwe van Michiel Thijsz. aan de andere zijde.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 153v: op 20 mei 1606 verkoopt Cornelia Snoucken, weduwe van Joriaen van Bouckholt, aan Johan Grijp een huis in de Houttuin [Voorstraat], genaamd “het Gulden Hooft”, staande tussen het huis Jan Philipsz. twijnder en dat van Mariken Jansdr., weduwe van Thonis Vinck. De koper is schuldig aan Anthoni van Osch en Reinier Ariensz., kooplieden en burgers van Dordrecht, een somma van 1550 gl.}

Pieter Vincken lakenkoper- Thonis Vincken weduwe 22

Henrick Claesz. bakker 12-10

f. 97

Wijnant Thonisz. smid 5

Cornelis Geritsz. 10

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 71v: op 12 juni 1605 verklaren Sijmon Bossaert, koopman van greinen te Dordrecht en Gerrardt Cornelisz., als man van Anneken Bossaertsdr., dat zij bij blinde loting de nalatenschap van Catharina Sijmons, resp. hun moeder en schoonmoeder verdeeld hebben, waarbij aan Gerrardt Cornelisz. is toebedeeld een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis, genaamd “het Witte Cruijs”, en het huis van Anthonis Wijnantsz. smid. Gerrardt is gehouden daarvoor aan Sijmon Bossaert of zijn erfgenamen uit te keren een somma van 1000 gl. Borg: zijn vader Cornelis Gerritsz.

NG trouwboek Dordrecht 11 mei 1604: Gerit Cornelisz. slotenmaker weduwnaar van Dordrecht en Anneken Boschaert Lodewijcxdr. van Dordrecht, getrouwd op 23 mei 1604}

Joris Servaesz. 21-10

Ariaen Hoogeveen brouwer 56-5

Henrick Eijckholt 25

{ORA Dordrecht inv. 1589, f. 17v e.v.: op 7 febr. 1611 verklaart Hendrick Eckholt, burger van Dordrecht, dat hij voor een schuld van 230 gl. t.b.v. Joris Disson, burger in Mechelen, verbonden heeft een huis in de Oude Houttuin, genaamd “de Graeff”, staande tussen de brouwerij van Adriaen van Hoogeveen en het huis van Anthonis Jordensz.}

f. 97v

Anthonis Jordensz. 35

Cornelis Melssen [Coninck] 35

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 74 e.v., akte dd 4 aug. 1605: bij de scheiding van de goederen van de ouders van mr. Adriaen Cool en Pieter Cool op 26 aug. 1598 is aan Adriaen toebedeeld een somma van 600 gl. van de “gereede penningen” van het huis, genaamd “den Grooten Swaen” en de plaats daar tegenover liggende, staande in de Houttuin [Voorstraat]tussen het huis van Thonis Jordensz. en dat van Helena Cools, weduwe van Franck van Muijlwijck. Pieter Cool zou die 600 gl. t.b.v. van zijn broer, mr. Adriaen Cool, verzekeren op het huis “den Grooten Swaen”, maar dat is door de “swackheijt van verstande” van Pieter niet gebeurd. Derhalve geeft de Camere Judiciële toestemming aan Cornelis Melsz. Coninck, administrateur van de goederen van Pieter Cool, om dat alsnog te doen.}

de weduwe van Franck van Muijlick 35

{ORA Dordrecht inv. 1593, f. 103: op 18 okt. 1616transporteert Cornelis Melchiorsz. Coninck, als procuratie hebbende van Venditius Rijcxse, als man van Helena Cool Jacobsdr., voor zichzelf en alsmoeder en voogdes van haar twee onmondige kinderen, verwektdoor Vranck Willemsz. van Muijlwijck,haar vorige man, volgens procuratie gepasseerd voor de Kamer van de Rekeningen op 1 okt. 1608, en tevens als procuratie hebbende van Mathijs en Boudewijn Willemsz. van Muijlwijck, als voogden over de twee onmondige kinderen van Vranck van Muijlwijck, gepasseerd voor burgemeester en raden van Rotterdam op 15 sept. 1608, aan mr. Pauwels van Asperen, raad in de Hoge Raad van Holland, een huis inde Oude Houttuin, genaamd “de Swaen”, staande tussende huizen “de Groote Swaene” en “den Spiegel”. Koopvoorwaarde is, dat het huis zijn waterlozing zal hebben door een huisje in de Heer Frederickstraat, thans genaamd de Mariënbornstraat, dat eigendom is van genoemde Helena Cool. De koopsom bedraagt 6700 gl.

ORA Dordrecht inv. 1593, f. 112v e.v.: op 21 nov. 1616 verkoopt Sijmon van der Stel, wijnkoper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Pouwels van Asperen, raad in de Hoge Raad van Holland, voor 5400 gl. aan dr. Arent Muijs van Holij, baljuw van Zuid-Holland, een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis “den Cleenen Spiegel” en het huis “de Groote Swaene”.}

Anneken Ghijsbrechts 30

Aelbrecht Willemsz. huurt van voornoemde Anneken 15

f. 98

de weduwe van Henrick Wijnantsz. 9-7-6

Daniël de Blau kleermaker 7-10

Gerit Jacobsz. Rijnck 22

{ORA Dordrecht inv. 1584, f. 183v: op 28 sept. 1606 verkoopt Gerrit Jacobsz. Rinck, burger van Dordrecht, aan de huisarmen van NG diaconie te Dordrecht een jaarlijkse losrente van 75 gl., verzekerd op een huis, genaamd “den Rijnckdraet”, staande in de Kannenkopersbuurt tussen het hus van Marcelis Cruijs en het huis, waarin Daniël kleermaker [sic] woont.}

Adolff Florisz. huurt van Mercelis Cruijs 17-10

de weduwe van Jan Nijssen 15

f. 98v

Ariaen Cornelisz. mandenmaker 7-10

Cornelis Diricxsz. spelmaker 20

Maerten Faeijen huurt van Lendert Sijbertsz. 30

de weduwe Blomers huurt van Casteren 25

Frans {Fransz. van Beaumont}de pasteibakker 22-10

{ORA Dordrecht inv. 1583 (nieuw), f. 54v: op 16 okt. 1603 verklaart Franchois Fransz. van Beaumont pasteibakker schuldig te zijn aan Cornelis Cornelisz., koopman en burger van Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende een huis in de Kannenkopersbuurt, genaamd “Vrijesenburch”, staande tussen het huis van Franchoijs van Casteren, genaamd “’t Haesken” en dat van Gillis Gillisz. koperslager.}

f. 99

Andries Koenen kleermaker 12

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 154v: op 27 mei 1606 verkoopt Gillis Gillisz., koperslager en burger van Dordrecht, aan Andries Coenen kleermaker, burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt [Voorstraat], staande tussen het huis van Jan Thielen koekenbakker en dat van Franchoijs Fransz. pasteibakker. Waarborg: Jacob Jaspersz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1885 gl. Borg: Henrick Echolt.}

Jan Teller koekenbakker 20

{ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 7v e.v.: op 26 febr. 1626 verkopen Cornelis van Diemen Gijsbertsz. en Revert van Beverwijck, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Cornelis van Dorst, als vader en voogd van zijn minderjarige kinderen, verwekt bij Cathalina Jansdr. van Glabbeeck, dochter van Jan Thielmansz. van Glabbeeck,erfgenamen”onder benefitie van inventaris”van Jan Thielmansz. van Glabbeeck, en Goossen van Veerssen, Matheeus Pauwelsz., Anthoni van Valckenburch, voor zichzelf en tevens vervangende Willem Zieren pondgaarder, Pieter Aertsz. van Brantwijck, heer van Blokland, en IJken Jansdr., van Guiliam van Waerden, alsmede Maerten Cornelisz. de Bouffkens, oudraad van Dordrecht, Jan Jansz. koopman, Evert Willemsz. Prins, Aert Aertsz. Schuth brouwer, Jacob van der Eijck lakenkoper, Walterus Lavesque, Wouter Woutersz., als “houder der obligatie”, Janneken Aertsdr. van Houwelingen, Claertgen Wijnants en IJda Walen, allen crediteuren van Jan Thielmansz. van Glabbeeck, aan Hendrick van Naerden Jansz., notaris te Dordrecht, een huis op de hoek van de Willem Oschstraat [Weeshuisstraat], genaamd “den Venlooschen Couck”, staande tussen voornoemde straat en het huis “den Bonten Tabbert”. De koper is schuldig aan Goossen van Verssen [sic] een somma van 2100 gl.}

Balten Claesz. schoenmaker 7-10

{ORA Dordrecht inv. 1593, f. 105v e.v.: op 27 okt. 1616 verkoopt Balten Claesz. van Zevender, schoenmaker en burger van Dordrecht, aan Jacob Jansz. de Swart, een jaarlijkse losrente van 12 gl. 10 st., verzekerd op een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen de Willem Oskensstraat en het huis van Pouwels Jacobsz. schrijnwerker.}

Pouwels Claesz. {de Haen} schrijnwerker inde Scrijvende Hant 22-10

{ORA Dordrecht inv. 1589, f. 75 e.v.: op 19 juni 1612 verkopen Jacob van Meuwen houtkoper en mr. Pieter van Meuwen, licentiaat in de rechten, ontvanger van de Grafelijkheidstol van Holland, voor zichzelf en als voogden van Margareta, Maria en Cornelia van Meeuwen, hun onmondige zusters, aan Pouwels Claesz. de Haen, schrijnwerker en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “de Schrijvende Handt”, staande aan de Landzijde bij de Nieuwbrug tussen het huis van Jacob Jaspersz. en dat van Balthen Claesz. van Cronenburch alias van Sevender. Waarborg: Gijsbrecht van Schaerlaecken Cornelisz., burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 2850 gl. Borg: Abraham Nicolaesz. de Haen, schrijnwerker en burger van Dordrecht.}

Jacob Jaspersz. haeckmaecker 22-10

f. 99v

Nicasius Pietersz. 30

Wouter Bartelmeusz. schoenmaker 12

Willem Jansz. pasteibakker 20

Nicolaes Rocusz. bakker 15

Jan Lendertsz. kamerbewaarder 9-7

f. 100

Roeloff Diricxsz. {van Deuren} 40

Anthonij Aertsz. van de Graeff 20

Pieter Sterrenborch 15-7

{de Kruiskapel, cf. Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968 (verponding van 1619), f. 114v}

Aert Jansz. vleeshouwer 18-15

Jan Jacobsz. mandenmaker 9-7-6

{Francois Fransz. van Bredenhof, geboren Antwerpen 1563, overleden Dordrecht 1619, trouwde 1e Dordrecht 6 okt. 1596 Adriaenke Adriaen Janssen van Rijpland, 2e Cornelia van Segwaert Meijnaertsdr. (De Nederlandsche Leeuw 132 (2015) 4, p. 95 e.v.). Zij hertrouwde naar schatting ca. 1620 met Albert Sonck, schout en burgemeestervan Hoorn.

NG trouwboek Dordrecht 20 dec. 1615: Francoijs Francen van Breedenhof weduwnaar van Antwerpen en Cornelia van Segwaert Meijnaertsdr. van Dordrecht, getrouwd 5 jan. 1616

ORA Dordrecht inv. 1595, f. 71v e.v.: op 11 sept. 1618 transporteert Jan Cabbeljau, koopman en burger van Dordrecht, aan Franchois Fransz. van Bredehoff, koopman te Dordrecht, een huis bij de Kruiskapel, staande tussen een ander huis van Cabbeljau en dat van Aert Jansz. van Nes, enzulks in mindering van een somma van 4300 gl., die Cabbeljau beloofd heeft aan Bredehoff te betalen krachtens een overeenkomst van 10 sept. 1618. Waarborg: het huis van Cabbeljau, staande tussen het op die dag getransporteerde huis en dat van Henrick Terwe.

1633: Jaecques van Santvliet, die huurt van de kinderen van Francois Fransz., betaalt in de verponding voor zijn huis bij de Kruiskapel 15 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971,f. 113v)

Kind (ex 2):

Adriaen van Bredehoff, gedoopt NG Dordrecht april 1617, schout van Hoorn (1655), overleden ald. 13 april 1675. Zijn moeder hertrouwde naar schatting ca. 1620 met Albert Sonck, schout en burgemeestervan Hoorn.

Adriaen van Bredehoff (Westfries Museum, Hoorn)}

f. 100v

Jan Cabeliau[koopman] 30

{ORA Dordrecht inv. 766 (oud), f. 50 e.v.: op 17 okt. 1626 comp. Tanneken van de Kemel, weduwe van Johan Cabbeliau cum tutore en Honas [sic]Cabelliau haar zwager wonende te Rotterdam. Zij verkopen aan Sebilla Verbeeck, weduwe van Hendrick Terwen, een huis omtrent de Munt genaamd “Out Ceulen”, staande tussen het huis van Franchoijs Fransz. Bredehoff en het huis van koopster, strekkende van voren van ’s herenstraat tot achter aan de Doelen. Koopster verkoopt aan verkoopster 5 gl. jaarlijkse losrente, verzekerd op het voornoemde huis. In margine: rentebrief geroyeerd op 30 jan. 1627.)

1626: de weduwe van Jan Cabeljau, belenders: Jaecques van Santvliet en Hendrik Terwen.

ORA Dordrecht inv. 1605 (nieuw), f. 61 e.v.: op 25 sept. 1632 verkoopt Leendert Bastiaensz. van de Roer, als man van Sebilla Verbeeck, burger van Dordrecht, aan Pieter Pietersz. Plucque, twijnder en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Munt, staande tussen het huis van de verkoper en dat van IJsaack Goovertsz.Het” schoon ende vuijl gotier” zal blijven lopen onder de gang en het huis van de verkoper”, genaamd “Ceulen”.

1633: Leendert Bastiaensz. [van de Roer] zijdenkramer betaalt in de verponding van 1633 voor zijn huis bij de Kruiskapel 30 gl. Belenders:Jaecques van Santvliet schoenmaker, die huurt van de kinderen van Francois Fransz. en Pieter Pietersz. twijnder.(Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 113v)

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 118v e.v.: op 8 juni 1646 verkoopt Leendert Bastiaensz., als man van Sebilla Verbeeck, aan Pieter van Regenmorter de jonge, koopman te Dordrecht, een huis omtrent de Munt, strekkende voor van de straat tot achter “tegens over den Doele” en staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van wijlen Francois Fransz. van Bredenhoff en dat van de weduwe van Pieter Plucke. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 4000 gl.}

IJsack Govertsz. {Rovers}koekenbakker 27

Rocus Grijpen weduwe 35

[Rochus Grijp was generaal van de Munt.]

Frans Jansz. schoenmaker 15

Jan Boucquet 31-5

{ORA Dordrecht inv. 1586, f. 185: op 11 dec. 1609 verkoopt Johan Boucquet voor 7000 gl. aan Isaac Govertsz. Rovers een huis met “spijcker ofte somerhuijs”, een tuin en achterhuis “responderende over den Doel”, genaamd “de Gans”, staande tussen de Munt van Holland van voren tot achteren aan de ene zijdeen het huis, dat tegenwoordig toebehoort aan Frans Jansz. schoenmaker, en het erf , de “spijcker” en de uitgang van Anna Jacobsdr., weduwe van Rochus Grijp, tot achter tegenover de Doelen aan de andere zijde. Waarborgen: Herman Oom en de advocaat mr. Willem Boucquet. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 4800 gl. Borgen: Gillis Neringh en Lieven Neringh.}

f. 101

de Grafelijkheidsmunt nihil

mijnheer de burgemeester Adriaen Jansz. 41-5

Gijsbrecht Cornelisz. pasteibakker 20

de weduwe van Gijsbert van Diemen 20

{12 april 1613: Cornelis van Diemen, Cornelis van Diemen de jonge, Clara van Diemen, weduwe van Cornelis Vinck, geassisteerd met Adriaen Vinck en Herman Oem Jansz., als voogd van Jacob van Diemen, verkopen voor 5600 gl. aan Pieter Pietersz. pompmaker een huis, genaamd “de Henne”, staande [in de Voorstraat]omtrent de Munt tussen het huis van Gijsbrecht Cornelisz. pasteibakker en dat van Hendrick Henricksz. Wijnants kleermaker. Het huis heeft een vrije uitgang in het Steegoversloot. Waarborgen: Ernst Schrieck en Herman Oom Jansz.De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 4000 gl. Borgen: Isaack Roovers en Barbara Denijs. (ORA Dordrecht inv. 1590, f. 33 e.v.}

Henrick Wijnantsz. kleermaker 12-10

f. 101v

Gillis van Belle 25

{ORA Dordrecht inv. 1556, akten 69 en 70: op 6 sept. 1592 verkopen Jan de Vrijes Willemsz. en Cornelis de Vrijes Willemsz., tevens vervangende Sijmon Willemsz., als man van Nijesken de Vrijes Willemsdr., aan Gillis van Belle een huis omtrent het Steegoversloot, staande tussen het huis van Cornelis Ariensz. bakker en dat van de weduwe van Cornelis Joostesz. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 2250 gl.}

Cornelis Ariaensz. bakker 12-10

Jacob Euwoutsz. huurt van Cornelis inden Ram 10

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [2 ponden 10 schellingen] als op voorgaende jaeren

de weduwe van Macximiliaen de Heve 5

Claes Pietersz. van Besoeijen weduwe 12

f. 102

Jacob Gabriëlsz. [le Blom] huurt van Claes Ruffijn 12-10

[NG trouwboek Dordrecht 10 okt. 1604: Jacob Gabriëlsz. le Blom van Dordrecht en Lisbeth Pieter de Vouxdr. van Antwerpen, getrouwd 24 okt. 1604]

de koster van de Augustijnenkerk nihil

4 kleine woninkjes nihil

de kinderen van Dirick Jansz. 2-10

Aert Stappers huurt van Berck 12-10

f. 102v

Geertruijt Schuijff huurt van Berck 22-10

bij de voorgaande in margine: is bijde Camere opten 12 febr. 1606 dit ende aengelegen geremitteert

mijnheer pensionaris Berck 22-10

Pieter Verhaegen 15

[Pieter Verhagen was boekdrukker. (Lips, o.c., deel II, p. 315)

ORA Dordrecht inv. 897, akte dd 3 juli 1600: op verzoek van Abraham Canin boekdrukker verklaren Anthonij van Leest, ongeveer 55 jaar oud en Pieter Verhagen, ongeveer 49 jaar oud, dat zij arbiters zijn geweest in het geschil tussen David Bisschop en de rekwirant aangaande “tvoldrucken vande XXV C [2500] exemplairen geïntituleert Veneris Blijenburgenci die Canin gehouden was te drucken”. Zij verklaren voorts, “dat den tijt hem Canin geaccordeert tot tvoldrucken vande selve boucken soo lange soude werden geprolongeert als Damas van Blijenborch binnen de selve tijt vuijte stadt soude sijn”.]

Adriaen van Beaumonts weduwe 12

bij de voorgaande in margine: in surcheantie 2-10 als op voorgaende jaeren

{ORA Dordrecht inv. 1585, f. 50v: op 30 aug. 1607 verkoopt Corsken Thijssen, weduwe van Arien Dircxsz. van Beaumont, aan Cornelis en Dirck van Werckman, kinderen van Otto Werckman, verwekt bij Dircxken Cornelisdr., een jaarlijkse losrente van 14 gl., verzekerd op een huis omtrent de Wijnbrug aan de Landzijde, staande tussen het huis van Pieter Verhaegen boekverkoper en dat van Jaepken inde Goude Cap.}

Frans Willemsz. comen weduwe 11

f. 103

Willem Ariaensz. coomen 16-5

Jan Corssen glaesmaecker 12-10

Aert Schoer bakker 15

Remens de wevere 18-10

Jacob Bollen weduwe 12-10

f. 103v

Dirick van de Wal huurt van de St. Jansheren 22

[“In het huis Voorstraat 232 … was voorheen het gildehuis van het kleermakersgilde gevestigd, waaraan een gasthuis verbonden was. Het werd daarom gewoonlijk Sint-Jansgildhuis of Sint-Jansgasthuis genoemd. Het had aan de Voorstraat een kapel met een altaar dat met tralies van het overige gebouw afgesloten was. Deze kapel werd reeds in1592in woningen veranderd, doch het achtergelegen gild- en gasthuis bleef bestaan … In 1592 werd het huis aan de Voorstraat verhuurd en had het gild- en gasthuis zijn ingang aande Nieuwstraat, later aan de Steenstraat. Het diende als vergaderplaats van talrijke gilden die geen eigen gildehuis bezaten.” (Lips, deel II, p. 321-323)]

Ariaen Ariaensz. bakker 15

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 166v: op 20 juni 1606 verkoopt Arien Ariensz., bakker en burger van Dordrecht, aan Helena Cools, weduwe van Franck van Muijlwijck een jaarlijkse losrente van 37 gl. en 10 st., verzekerd op een huis [in de Voorstraat] omtrent de Nieuwstraat, staande tussen het Sint Jansgasthuis en het huis van Maerten Dircxsz. kleermaker. In margine: op 16 jan. 1617 verklaart Jaques Coenraetsz. van Covens, als administrateur van de goederen van Chatarina en Jacobmina van Muijlwijck Francxdr., dat de schuld door Gillis Nering, tegenwoordige houder van deze hypotheek, volledig is voldaan.}

Maerten {Dircxsz.}van de Mil kleermaker 7-10

Anthonij Leijniers 12-10

Samuel Bouckbinder huurt van Cornelis Jacobsz. Back 7-10

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [30 schellingen] als op voorgaende jaeren, noch in surcheantie [20 schellingen] alsoo dit huijs zes maenden leech heeft gestaen

f. 104

Cornelis Jacobsz. Back 22-10

Jacob van Drijel 12-10

Emanuel van der Steen 9-7-6

{Mijnsherenherberg.

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 32v e.v.: op 20 april 1617 verkoopt Emanuel van der Steen, burger van Dordrecht, verkoopt voor 500 gl. aan Maerten van Baelen, pletsverkoper en burger van Dordrecht, twee erven in de Steenstraat aan de zuidzijde, staande tussen de vijf huizen van Maerten van Baelen en het huis van de verkoper. De koper mag een stenen “gotier” laten leggen, beginnende van zijn eerste huis, staande tegenover het achterhuis van Corstiaen Jansz. glasmaker, en liggende langs de achtergevel van de voornoemde vijf huizen. Waarborg: het huis van verkoper in de Buistelbuurt, genaamd “’s Herenherberg”, staande tussen het huis van Cornelis Back Jacobsz., schepen in wette van Dordrecht, en dat van Dirck Jansz. van Munster. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 400 gl.}

Jan van Munster 11

de weduwe van Jan Pietersz. koekenbakker 15

f. 104v

Jan Daniëlsz. zeepzieder 18

Oloff Jansz. smid 15

Barent [Baen] Cornelisz. kaaskoper 22

Goris Jacobsz. tingieter 15

Pieter Jacobsz. Pimpel 25

f. 105

Cornelis Ariaensz. twijnder roeder huurtde brouwerij van Jan Tijssen om 57

Cornelis Ariaensz. inden Twijnmoelen 20

Emerense de Wit huurt van Cornelis Ariaensz. 13-10

Jan Jansz. in den Engel 30

{ORA Dordrecht inv. 753, f. 30v: op 4 april 1612 verkoopt Neeltgen Gijsbrechts, weduwe van Jan Geeritsz., geassisteerd met haar zoon Jan Jansz., aan Adriaen Jansz. Mes een jaarlijkse losrentevan 100 gl., verzekerd op een huis, genaamd de Engel, staande in de straat tegenover de opslag bij de Tolbrugstraat tussen het huis van Jan de Braemaecker en dat Cornelis Adriaensz. blauwverver.}

Jan de Braemaecker{lakenkoper} 20

{11 juli 1594: Jan Mercusz. schrijnwerker verkoopt aan Jan de Bramaker van Brussel, lakenkoper te Dordrecht, een huis aan de Landzijde [Voorstraat], staande tussen het huis van Thonis Willemsz. wijnkoper en dat van Geerit Jansz. in den Engel. Waarborg: Pieter Ariensz. lijndraaier. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 3196 gl., te betalen in termijnen van 450 gl.alle jaren op Bamisdag. Borg: Anthonie van Leest. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 200v)}

f. 105v

Gerit Veder malerier 17

[ORA Dordrecht inv. 751, f.69, 29 mei 1610: Thonis Willemsz. wijnkoper, geassisteerd met Quintijn Pietersz. van der Velde bakker, verkoopt aan Cornelis Aertsz. van Gesel de helft van een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Johan van Cruijskercken lakenkoper en het huis toebehorende aan de erfgenamen van Jacob van Diemen, genaamd de Gouden Leeuw, staande tegenover de Tolbrug aan de poortzijde. Waarborg: Quintijn Pietersz. van der Velde bakker.

ORA Dordrecht inv. 751, f. 128v: op 17 nov. 1610 compareren Adriaen Repelaer Anthonisz., schepen in wette enHugo Repelaer Anthonisz., voor henzelf en als ooms en bloedvoogden van de nagelaten weeskinderen van Catharina Repelaer Anthonisdr., verwekt door Cornelis Jansz. [Boom], azijnmaker,als actie en transport hebbende van Frans Anthonisz [wijnkoper, getrouwd met Marijcke Anthonisdr. Repelaer], samen voor de ene helft en Quintijn Pietersz. van der Velde en Pieter Aelbertsz. hoedenmaker, voor henzelf en vervangende Janneken Meeusdr., weduwe van Hans Wilder, Aeltgen Meeusdr., weduwe van Fredrik van Dousburgh en de nagelaten kinderen van Willem Meeusz., voor de andere helft, allen erfgenamen van wijlen Thonis Willemsz., in zijn leven koopman van wijnen te Dordrecht. Comparanten verkopen aan Geerit Veder een huis etc. bij de Tolbrug aan de landzijde, waar uithangt “Gulick”, staande tussen het huis van Jan de Braemaker lakenkoper en het huis van Gillis van Luffelen. Waarborgen: de voornoemde comparanten, elk voor hun helft.[Thonis Willemsz. was waarschijnlijk een broer van Bartholomeus Willemsz., de vader van Annicken Meeusdr., getrouwd met Pieter Albrechtsz. hoedenmaker, Jannicken Meeusdr., getrouwd met Jan (Hans) Gasparsz.van Wilderen, Willem Meeusz. “hoeijmaecker”, Heilten (Aelken, Alidt) Meeusdr., getrouwd met Frederick Hendricxsz. van Doesburg fluwelenkoordenwerker en Cathalina Meeusdr., getrouwd met Quintijn Pietersz. van der Velde bakker. Thonis Willemsz. was gehuwd geweest met Aechge Anthonisdr. Repelaer, overleden vóór 25 jan. 1597, dochter van Anthonis Repelaer en Helena Cornelisdr. (van Stralen) (Zie ook D. G. van Epen, Het geslacht Repelaer. Genealogie met biographische aanteekeningen (‘s-Gravenhage 1911), p. 4-5 enKwartierstaatVanSchothorst (internet).]

Gillis van Luffelen voer sijn 2 woeningen 32

de weduwe van Ariaen Cornelisz. thesaurier 22

Dirick Claesz. kapitein 17-10

Aert Jansz. twijnder 15

f. 106

Govert Luchtenborch kruidenier 16

Achterstraeten vant Dorde quartier Aende Vest opten Rijedijck beginnende

Charles Chieraer inden {Swarten} Ruijter 6-5

Jacob Beeck huurt van Barthelmeus Noppen 6-5

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 102v: op 29 nov. 1605 verklaart Bartholomeus Noppen, hoedenmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Marigen Pietersdr. een somma van 324 gl., verbindende twee huizen, het ene staande op de Riedijk tussen het huis van de weduwe van Gerrit Kruijck en het huis “den Swarten Ruijter”, en het andere, staande op de Vogelmarkt tussen het huis van Reijnier de kousenmaker en dat van Cornelis Pietersz. tingieter.]

f. 106v

Gerit Lendertsz. Cruijck 6-5

bij de voorgaande in margine: mach volstaen met [5 ponden] als op voorgaende jaeren

Jop Jopensz. huurt van Geertgen Joesten 4

de weduwe van Bastiaen de Goe huurt van Gillis in Amsterdam 5

de provoost van de Engelsen huurt van de weduwe van Bouwen Claesz. 5

bij de voorgaande in margine: mach volstaen met [3 ponden] als op voorgaende jaeren

Utreck Parkinson huurt van Gillis Bouwensz. 5

f. 107

Pieter Willemsz. huurt van Cornelis Tijelen 5

Laurens Jansz. huurt van Truijcken inde Wilde See – Laurens Jansz. is nu eigenaar 6-5

bij de voorgaande in margine: ’t [derde part] in surcheantie als op voorgaende jaeren

Bartelmeus van Eck huurt van Dirick inden Keijser 9-7-6

Lendert Prouen huurt van Cornelis Jansz. Both 6

Cornelis Ariaensz. koopman 4-10

f. 107v

Daniël Robert huurt van Lijsken inde Houtwagen een klein huisje 25 schellingen

Claes Jansz. Jaeger een erfje 25 schellingen

Jacob Jan Pappen schipper 3

Jan Cornelisz. schipper [doorgehaald is: Joris Jansz.] huurt van Jan Tonisz. metselaar 3

Nevelijn Jansz. [drager] 3

f. 108

Jacob Willemsz. weduwe huurt van Bouwen Coninck 3

zes woningen van Jan Tonisz. metselaar “daer woenen soldaten vrouwen in mette weke”, tot laste vande eijgenaer 5-15

Den Houck omme achter de Nieukerck

Maij Jans de weduwe van Jan Aertsz. drager in het huisje van Tonis den Elinck 30 schellingen

Pieter Houtkens schipper 2

f. 108v

Frans Woutersz. schipper 2

Huijbert Jansz. schipper 2

Lendert Cornelisz. schipper 37 schellingen 6 deniers

Aert Cornelisz. Danser 37 schellingen 6 deniers

Aelbert Geritsz. schipper 37 schellingen 6 deniers

f. 109

Wouter Tonisz. schipper 37 schellingen 6 deniers

Grietgen Lendersdr. 37 schellingen 6 deniers

Int Rijedijckstraetge

Maerten Fransz. lijndraaiers woningen, tot laste vande eijgenaer 7

nog een klein huisje aan het huis van Henrick Cornelisz. nihil

f. 109v

Over de brug

Romeijn Henricxsz. huurt van de kinderen van Henrick Cornelisz. 2-11

Jan Joppen uit Papendrecht eigenaar [doorgehaald is: huurt van Werner de Boede] 4

Pieter Mertensz. in het huis van de weduwe van Den Danser 2-12-6

Cleijs Jacobsz. schipper 37 schellingen 6 deniers

[6 juni 1606: Nicolaes Thonisz. Wijcke, als oom en voogd van Damis Jacobsz., voor 1/3 deel en Gerrit Lucas schipper, gehuwd met Maricke Jacobs, voor 1/3 deel, transporteren aan Cleijs Jacobsz. 2/3 delen van een huis in het Riedijkstraatje. Borgen: Arien Jaspersz. schipper en Bruijn Meijndertsz. schipper. Hauwke Ariens, echtgenote van Cleijs Jacobsz. transporteert een losrente op dit huis. (Gens Nostra 1992, p. 209)]

Oeijken Jans van Papendrecht 37 schellingen 6 deniers

f. 110

Willem Aege schipper 37 schellingen 6 deniers

Aende ander zijde

Cornelis Sijmonsz. 2-10

Schoeneman Ariaensz. 30 schellingen

Adam Geritsz. 37 schellingen 6 deniers

Reijn Lijeven Heer 37 schellingen 6 deniers

f. 110v

Ghijsbrecht van Bremen huurt van Marijken Coijere 5

bij de voorgaande in margine: in surcheantie soo lange Maricken leeft als op voorgaende jaeren

Jan Boenen huurt van Marijken Ariaens 2

Janneken Coijere 2

Henrick Cornelisz. Clovere 2

Over de brug

Cornelis Joppen 2

f. 111

Marijken Verhut voor de woningen, tot laste vande eijgenaer 6

Cornelis Pieter Roelen huurt van Rocus Jansz. 37 schelingen 6 deniers

In de Torenstraat

de weduwe van Mels Tomasz. nihil

Lendert Jansz. 37 schellingen 6 deniers

Bruijn Meijndertsz.{schipper} 37 schellingen 6 deniers

f. 111v

Pier Slinger nihil

Frans de Kevij nihil

de weduwe van Wils nihil

Jan Geritsz. achter Mat de olieslaagster, nu Willem Jaspersz., tot laste vande eijgenaer 37 schellingen 6 deniers

Thonis Woutersz. schuitenaar 2-10

f.112

Jan Waelen huurt van Willem Ariaensz. schipper 2-10

de dochter van Frans Andriesz. in het huisje van Mosiënbrouck, tot laste vande eijgenaer 25 schellingen

Jacob Lambrechtsz. schipper 37 schellingen 6 deniers

[ORA Dordrecht inv. 1584, f. 40v e.v.: op 27 april 1605 verkoopt Jacob Lambrechtsz. schipper, burger van Dordrecht, aan Thomas Damesz. teerkoper een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op een huis in de Torenstraat, staande tussen de oliemolen van Pieter Aelbrechtsz. en het huis van de erfgenamen van Adriaen Govertsz.]

de oliemolen van Pieter Aelbertsz. 3

Jan Fransz. schipper 3-15

f. 112v

Cornelis Schiltmansz. schipper 3-15

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [25 schellingen] als op voorgaende jaeren

de weduwe van Dirick Francken 3-15

Franchoijs Voijlant[schoolmeester] 2

[ORA Dordrecht inv. 1584, f. 38: op 27 april 1606 verkoopt Adriaen Leunisz. huistimmerman, burger van Dordrecht, aan mr. Franchoijs Vollandt, schoolmeester te Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Gerrit Aertsz. Londenvaarder en dat van de weduwe van Dirck Francken. De koopsom bedraagt 1700 gl. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1200 gl.]

Jan Cornelisz. bakker 6

Huijch Cornelisz. kleermaker 6

f. 113

Ariaentgen Meusdr. 2-10

Ariaen Meussen schipper huurt van de Heilige Geest nihil

Thonis Ploenen schipper 25 schellingen

de weduwe van Gijsbert den Ronden 5

bij de voorgaande in margine: in surcheantie [30 schellingen] als op voorgaende jaeren

de weduwe van Robert Sucquet 7-10

f. 113v

Lambert Buijs 5

Cornelis Diricxsz. omroeper nihil

Neel de wever huurt van Cornelis Pietersz. Danser 37 schellingen

Aende ander sijde

een klein huisje van Thomas Damisz. komt voor nihil

Evert de kuiper huurt van Thomas Damisz. 37 schellingen

f. 114

de erfgenamen van Wouter den Tes 8-15

Aert Hermansz. oudkleerkoper 3-10

{ORA Dordrecht inv. 1582, f. 26: op 8 mei 1601 verkopen Jan Woutersz., Cornelis Henricxsz., als man van Mariken Woutersdr., Sweer Jansz. “slootmaecker”, als man van Claertken Woutersdr., voor zichzelf en tevens vervangende Bastiaen Woutersz., hun broer, voor 500 gl. aan Jan Cornelisz. bakker een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Pouwels Kevij en dat van Cuentken, weduwe van Wouter den Tas. Waarborgen: Guilliaem Pasteijn en voornoemde Cornelis Henricksz. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 328 gl. Borgen: Jan Cornelisz. vleeshouwer en Jan Woutersz. bakker.}

de weduwe van Pouwels Ariaensz. schuitenaar nihil

Cornelis Jansz. 25 schellingen

Jan Jansz. huurt van Claes van Beaumont 37 schellingen 6 deniers

f. 114v

Jasperijntgen van Horen huurt van Laurens Jansz. 25 schellingen

Cleijs Tijssen schuitenaar 25 schellingen

Cornelis Jacobsz. huurt van Lijsken Jacobs 2

Ariaen Louisz. huurt van de erfgenamen van Andries Waelen 7

Jan Cornelisz. huurt vanidem 3

f. 115

Diemer Govertsz. 5-12-6

Thonis den Ronden 37 schellingen 6 deniers

de erfgenamen van Anneken Wouters 2-10

Marijken Ariaensdr. 2-10

Jan Geritsz. 2-10

f. 115v

Pieter Jansz. schuitenaar 2

Cornelis Mijnheer 37 schellingen

Ariaentgen Pietersdr. 3

bij de voorgaande in margine: [het derde] part in surcheantie als op voorgaende jaeren

3 woninkjes, “hebben alle tijt met nijet gestaen” nihil

f. 116

Inde Wijngertstraet

Jacob Jacobsz. huurt van Cornelis Cornelisz. 35 schellingen

Toentgen de weduwe van de oude boomsluiter nihil

Henrick Aelbertsz. huurt van Rocus Praem, volgens de huijer geset op 6

bij de voorgaande is doorgehaald: 7 ponden 10 schellingen

Janneken Thonisdr. 3-15

bij de voorgaande in margine: in surcheantie als op voorgaende jaeren

f. 116v

de weduwe van Cornelis Huijberden 3-10

“de spicker” achter Herman Oem 7

Aende ander zijde

Claes Jacobsz. 37 schellingen

de weduwe van Cornelis Pietersz. 3-15

Willem Ariaensz. schipper 2-12

f. 117

Lijsken Jacobsdr. 2-12-6

Anthonij Jansz. schrijnwerker 7-10

Michiel Pietersz. schipper 3-15

Dirick Jacobsz. de Veer 3-15

Lijsken Willems huurt van het Weeshuis 3-2-6

f. 117v

Dirick van Leijen 3-2-6

Pieter Pietersz. 3-2-6

Grietgen Jacobs in het huis van mr. Joest nihil

Reijnier Jansz. coomen 6-5

Ariaentgen Aertsdr. 30 schellingen

f. 118

Inde Nieukerckstraet ende Kerkhoff

Cornelis Thonisz. kleermaker 2

Pieter Mathijsz. 3-7-6

bij de voorgaande in margine: sal volstaen met [2 ponden] als op voorgaende jaeren

Bastiaen Geritsz. 3-7-6

Lijntgen van Breda huurt van Willem Ariaensz. 3-7-6

f. 118v

Aende ander sijde

Ariaen Damisz. in het huisje van de kerk 25 schellingen

Ariaen Pietersz. Veth nihil

Joris Mil huurt van Henrick Jansz. waagknecht 37 schellingen 6 deniers

Stoffel Jansz. de Veer [doorgehaald: Hans de zager] huurt van de weduwe van Willem Stoop “tot laste vande eijgenaer” 2-10

f. 119

de weduwe van Willem Pietersz. 37 schellingen 6 deniers

Opt Kerckhoff

4 woningen van de erfgenamen van Schaerlaecken nihil

Pouwels Luijcassen [hovenier] in den Thuijn 12

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 62v: op 7 juni 1605 verkopen Damas Jobsz. van Slingelandt, secretaris van de Weeskamer van Dordrecht, als procuratie hebbende van jonkheer Johan van de Mijle, ambachtsheer van de Mijl, Dubbeldam, etc., jonkheer Cornelis van de Mijle, ambachtsheer van Bleskensgraaf, voor zichzelf en tevens vervangende jonkheer Daniël de Harteijn, heer van Marquet, als man van juffrouw Cornelia van de Mijle, jonkheer Cornelis van de Mijle, enjonkheer Cornelis van Loo, voor zichzelf en tevens als gemachtigde van zijn broers en zwagers, allen erfgenamen van wijlen jonkheer Cornelis van de Mijle, ambachtsheer van de Mijl en Dubbeldam, resp. hun broer en oom, voor 2450 gl. aan Pouwels Lucasz., hovenier en burger van Dordrecht, een hof of tuin met het huis en de stal daarop en daarbij staande. De tuin wordt belend door de armenhuizen van de verkopers aan het Nieuwkerkhof aan de noordzijde, welke huizen met de bijbehorende grond en gang zij in eigendom behouden, de stadsvest aan de oostzijde, de grote stadsgracht aan de zuidzijde en de kleine stadsgracht en de tuin, die heeft toebehoord aan de heer van Papendrecht, aan de west en noordwestzijde. De genoemde stal staat recht over de kleine stadsgracht. De armenhuisjes naast de stal en de andere huisjes met de erven, die over de gracht liggen, blijven eigendom van de verkopers. De koper is aan hen schuldig een bedrag van 1633 gl.]

2 woninkjes van die vander Mil [van de Mijle] nihil

f. 119v

Janneken Cornelis Loeijkendochter 11-5

Ariaen Jaspersz. waterman 2

2 woninkjes “vande nomelingen gaen om godts wille” nihil

[Wellicht wordt hiermee bedoeld “de Kameren en twee Fondatien van de Oemen …”, staande naast het Nieuwkerkhof, veranderd in woningen (zoals vermeld door Balen, o.c., p. 199).]

de weduwe van Jan Oemen voor de tuin 3-15

[ORA Dordrecht inv. 1590, f. 137v e.v.: op 10 dec. 1613 verkopen Johan en Herman Oom Jansz., houtkoper en burgers van Dordrecht, namens hun moeder, Alienora van Slingelandt, weduwe van Jan Oom, voor 1225 gl. aan Jan Cornelisz. en Cornelis Jansz., schoenmakers en burgers van Dordrecht, een huis, staande aan het Nieuwkerkhof tussen het huis van Adriaen Jansz. Mes en het “Godshuis” van mr. Hermen Haeck, alsmede een tuin, liggende achter het huis van mr. Hermen Haeck, strekkende tot aan de stadsgracht. De kopers zijn schuldig aan Alienora van Slingelandt een somma van 925 gl.]

Mels Cornelisz. en Davit Jansz. huren van Ariaen Jansz. Mes 15

f. 120

Het Schoel nihil

Reijnier Doncker huurt van de weduwe van mr. Pieter chirurgijn 5-12-6

Jacob Ariaensz. sledenaar nihil

nog een huisje van Tonis Jansz. “comt voor gestelt” nihil

Thonis Jansz. Verelst nihil

f. 120v

Bijden Oijevaer

Lijsbeth Ariaensdr. 2

de dochter van Aert Geritsz. 3-15

Ariaen Thonisz. Oijevaer 5

Cornelis Willemsz. lijndraaier 3-15

f. 121

Ariaen Fransz. spelmaecker huurt van Thonis Jansz. 6-11

Dirick Jansz. plankdrager 5-12-6

[ORA Dordrecht inv. 714, f. 258: verklaring dd 1 dec. 1581 op verzoek van Aelbrecht Florisz. door Godscalck Lenertsz., ca. 60 jaar oud, Lambert Jansz., ca. 60 jaar oud, Willem Schots, ca. 53 jaar oud, Aelbrecht Thonisz., ca. 44 jaar oud, en Dirck Jansz., 40 jaar oud, allen plankdragers en burgers van Dordrecht.]

Jan Pelgrum huurt van Ariaen Hermansz. 10-10

Hilleken Kuijtgenblieck 37 schellingen 6 deniers

bij de voorgaande in margine: in surcheantie soo lange Hilleken leeft als op voorgaende jaeren

Mermeduijck Jacquesz. 3-15

f. 121v

Ariaen Sijmonsz. schiptimmerman 2-10

nog een huisje achter de kuiper, komt nihil

f. 122

Inden Hermanthuijsstraet [Heer Heijmansuijsstraat]

Ariaen Cornelisz. kuiper 4

Henrick Geritsz. spelmaecker 37 schellingen 6 deniers

de weduwe van Ariaen Robben 37 schellingen 6 deniers

Ariaen Driessen huurt van Jan Willemsz. schipper 3-15

f. 122v

Jan Jansz. spelmaecker 37 schellingen 6 duiten

Claes Sijmonsz. schipper 2-10

Gerit Jacobsz. bakker 3-10

Fijcken Henricxdr. 2-10

Laurens Henricxsz. plankdrager nihil

f. 123

Aernolt Smith coomen 37 schellingen 6 deniers

Geertruijt Boumans huurt van de “diaecken” 2

Meus Pietersz. slootmaecker, nu Aernout Smith coomen 3-15

Cornelis Jansz. metselaar 5-12-6

Claes Joesten schrijnwerker 30 schellingen 6 deniers

f. 123v

Govert Jansz. 2-10

de weduwe Willem Willemsz. lijndraaier 37 schellingen 6 deniers

Damas Luijcasz. sledenaar 2-12-6

Over de brug

Pieter Joesten wever 2-12-6

Jacob Pietersz. metselaar 2-10

f. 124

Barent de speelman 2-10

Cornelis Woutersz. 2-10

Jacob Ariaensz. drager 2-10

Cornelis Hermansz. huurt van Jacob Ariaensz., achter 4 kleine woninkjes 2-10

Jan Barentsz. 2-10

f. 124v

Cornelis Egmontsz. huurt van Naerden 2-10

6 woninkjes “gaen om godtswille” nihil

Jan Willemsz. huurt van het weeshuis 3-15

Cornelis Woutersz. 37 schellingen 6 deniers

Geertgen in Paspoort in het huisje van de Mil, haar leven lang nihil

f. 125

Over de brug

Marijcken Pieters en Aeltgen Jans huren het bleekveld van Joest Jansz. 10

bij de voorgaande in margine: ’t [3e] part in surcheantie als op voorgaende jaeren

Aende Vest

Pieter de molenaar aan de Vest 9

het wachthuis nihil

Wederomme inde straet

2 woningen van de Heilige Geest nihil

de tuin van Jan van Wissem 2-12-6

f. 125v

Pieter Pietersz. in het huis van Havernas 2-12

Barent Anthonisz. int Bleijckvelt 7-10

de weduwe van Claes Ariaensz. huurt van Claes Pietersz. 2-12-6

Cornelis Huijgen huurt van dezelfde 2-12-6

Grietgen de grachtmaexster 37 schellingen 6 deniers

f. 126

Huijbert Jansz. wever 2-12-6

bij de voorgaande in margine: in surcheantie 17 schellingen 6 deniers als op voorgaende jaeren

Pieter Pietersz. spelmaecker 37 schellingen 6 deniers

Jan Pietersz. spelmaecker 2-10

de weduwe van Cornelis Cornelisz. [Stoel] metselaar 2-10

{Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 132: de weduwe van Cornelis de metselaar betaalt 2 gl. 10 st. in de verponding van 1620voor haar huis in de Heer Heymansuysstraat. Belenders: Lijeven Huijbertsz. metselaar en Cors Jansz. drager.

ONA Dordrecht inv. 13, f. 440v: op 11 mei 1623 verklaren Jan Cornelisz. Stoel metselaar Dirck Jansz. houtvletter en Marige Cornelisdr., weduwe van Claes Cornelisz., geassisteerd met voornoemde Jan Cornelisz., haar broer en gekoren voogd, tevens vervangende het nagelaten weeskind van Cornelis Cornelisz. Stoel, “finalijck” verkocht te hebben aan Jan van Hammeren passementwerker, mede wonende te Dordrecht, een huis in de Heer Heijmansuijsstraat, staande tussen het huis van Jan Pietersz. speldenmaker en dat van de weduwe van Cors Jansz. arbeider.}

Cors Jansz. drager 2-10

f. 126v

Inde Vranckenstraet

de huijskens nihil

bij de voorgaande in margine: ’t [8e 16e] jaer vrijdom

Cornelis Loeijkens 2-10

Stoffel bootsgezel 2-10

Inden ganck

de loods van Aelbert Pietersz. wever 30 schellingen

Marijken Ariaensdr. huurt van de weduwe van Ariaen Huijbertsz., nu Cornelis Diricxsz. Praem 30 schellingen

bij de voorgaande in margine: is opten 21 aug. 1607 geremitteert

f. 127

Over de brug

Claes Cornelisz. Contreij 2-12-6

Thomas Pietersz. schipper 2-12-6

Ariaentgen Jacobs nihil

Gerit Jacobsz. bakker, een nieuw huis 2-12-6

bij de voorgaande in margine: ’t [2e] jaer vrijdom

Tonis Reijnen 2-12-6

f. 127v

Euwout Geritsz. drager 37 schellingen 6 deniers

de weduwe van Dirick Jennefaesz. nihil

Cornelis Fransz. timmerman 3-15

Euwout Ariaensz. kuiper 3-2-6

Hans Henricxsz. tambourijn nihil

f. 128

Jan Ferouwe huurt van Gommer van Lijer 7-10

bij de voorgaande in margine: ’t [3e] part in surcheantie als op voorgaende jaeren

Willem Stoffelsz. Vrijes 7-10

Gerit Stout schipper 5-12-6

Cornelis Jansz. drager 4

Sander Reijniersz. schilder 2-10

f. 128v

Dirick Claesz. coomen 2-10

Bijden Houthaeck

de weduwe van Jongen Pater 2

bij de voorgaande in margine: bij mijn heeren geremitteert als op voorgaende jaeren

Thomas Schipper naast de Houthaeck 2

Pieter Ariaensz. inden Houthaeck 5

f. 129

[mr.] Davit Aertsz. 6

Gerit Joppen 6-12-6

Claes Pijp schipper 3

Marijken Jacobsdr. 3

f. 129v

Inden Mariënbornstraet

Rijck Wesselse 37 schellingen 6 deniers

Laurens Elantsz. plankdrager 6-5

bij de voorgaande inmargine: sal voortaen jaerlicx mogen volstaen met 4-3

Dirick Jansz. twijnder 6-5

Adriaen Jansz. bakker 3-2-6

f. 130

Dirick Jansz. schipper 2-10

de innocente dochter van Cornelis Cornelisz. glaesmaecker nihil

de weduwe van Pieter Jansz. molenaar 8-15

Gerit Euwoutsz. glaesmacker 37 schellingen 6 deniers

de weduwe van Cornelis Nanincxen 37 schellingen 6 deniers

f. 130v

de weduwe van Nanninck Nannincx 37 schellingen 6 deniers

Aelbert Jansz. huurt van AriaenCornelisz. mandenmaker 3-2

Pieter Jansz. haeckmaecker 2-10

de weduwe van Herman Cornelisz. huurt van Lijsvelt 37 schellingen 6 deniers

Willem Thonisz. sledenaar huurt van Jan Mertensz. kuiper 2-12-6

f. 131

Jan Adriaensz. huurt van Jan Jansz. timmerman 2-12-6

Geertgen Henricxsdr. huurt van dezelfde 25 schellingen

Heijltgen Cornelisdr. huurt van dezelfde 2

Anneken Pietersdr. huurt van voornoemde Jan Jansz. 2-10

4 woningen van Franck van Muijlick nihil

f. 131v

Merten Pietersz. sledenaar huurt van Willem Jaspersz. 4-10

Lambert Hermansz. huurt van dezelfde 2-12-6

bij de voorgaande in margine: ’t [3e] part insurcheantie als op voorgaende jaeren

Susanna Jaspers huurt van dezelfde 2-12-6

den Armenvrouwenhoff nihil

Pieter Sijmonsz. voor de tuin 15

f. 132

Aende Vest

Jan Jansz. inden Thoren 2

het wachthuis nihil

Ariaen Joesten [lijndraaier] voor de woningen 7-10

Anthonij Valckenborch [voor] de woningen van Pieter Nan te Leiden 3-15

Thonis Joppen, gekocht van de erfgenamen van Pieter Nan 3-15

f. 132v

Willem Jansz. huurt van Cornelis Matheusz. bakker 3-15

Jan de tuinman in de tuin van Franchoijs de Buijelere 6-5

Reijnier Jansz. wever 2-12-6

Aert [Pietersz.] hoptreder 2-12-6

Bartelmeus de Coninck 3-7-6

f. 133

Jop Jorisz. bleker 6

Over de brug

Cornelis Aelbertsz. waagknecht 2-12-6

Herij stoeldraaier huurt van de weduwe van Cornelis Mertensz. 2-12-6

Joris Jansz. huurt van de weduwe van Teus de kuiper 2-12-6

Jan Jansz. huurt van Cornelis Teusz. kuiper 2-12-6

f. 133v

de weduwe van Gijsbert Cornelisz. Roethaer 2-12-6

bij de voorgaande in margine: in surcheantie soo lange dese weduwe leeft als op voorgaende jaeren

de weduwe van Ariaen Aeffkens 2-12-6

Lendert Stoffelsz. plankdrager 37 schellingen 6 deniers

Elant Cornelisz. metselaar 37 schellingen 6 deniers

Ariaentgen Jansdr. 37 schellingen 6 deniers

f. 134

Jacob Govertsz. bleker, inwoenders 37 schellingen 6 deniers

Henrick Goessensz. 2-12-6

Jan van Nes [deurwaarder] 5

2 woninkjes van Pieter de molenaar 5-5

Egbert de gortmaker huurt van Evert de Prince 2-12-6

[11 mrt. 1599: Gerrit Jobsz., burger van Dordrecht, verklaart zich borg te stellen “voor de onbekende belastingen die souden mogen staen” op een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Jan de Buijs en dat van Pieter de molenaar, welk huis door Gijsbert Cornelisz. pasteibakker op 13 april 1595 is gekocht van Egbert Ariensz. “gortmaecker” en dat voor een bedrag van 132 gl., “in begrootinge van gelijcke somme die [aan] den voorsz. Gerrit Jobssoen”, als voogd van de weeskinderen van Willem Rhijsberch zaliger, verwekt bij Mariken Willemsdr., overgedragen is. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 56 e.v.)]

f. 134v

Achter ’t Weeshuijs

Jan [Joppen] inden Buijs 30

Sijken Jansdr. 2-12-6

Jan Cornelisz. coomen 3-15

5 woninkjes van het weeshuis met het bleekveld nihil

Jan Mertensz. kuiper 3-15

f. 135

Den Cloveniersdoel nihil

De Wildemannenschouw uit de Kloveniersdoelen (afgebroken in 1857) staat tegenwoordig in het Dordrechts Museum

5 woninkjes van het Heilige Geest Huis nihil

een woninkje komt op het hoekhuis in het Steegoversloot nihil

Aende ander zijde

de weduwe van Cornelis Jansz. bode 37 schellingen 6 deniers

Anthonij houtzager 37 schellingen 6 deniers

f. 135v

de weduwe van Cors Fransz. huurt van Gijsbert Helmich 2-10

bij de voorgaande in margine: in surcheantie 16 schellingen 9 deniers als op voorgaende jaeren

een klein huisje achter de Munt nihil

De Grafelijkheidsmunt nihil

de weduwe van Ariaen Jansz. huurt van Bucquet 10

bij de voorgaande in margine: in surcheantie 3-6-9 over ’t derde part

Jan Hal[l]inck huurt van Roeloff Dircxsz. 3-10

f. 136

Govert Fransz. glaesmaecker 5

Abram Jacobsz. 2-8

Nesken Jacobsdr. 2

de weduwe van Bartelmeus de Boede huurt van Gerit den Romp 2

Int Willem Oskensstraet [Weeshuisstraat]

Damas Aertsz. muntenaar 2

f. 136v

Gerit Pietersz. Romp 2-12

Dirick Diricxsz. boede nihil

bij de voorgaande in margine:’t derde jaer timmeringe

Frans Facximan [schipper] nihil

Jan Stevensz. schipper 4-7-6

[de weduwe van] Lendert Cornelisz. klapper 2-12

Gabriël Pietersz. kleermaker 2-12

f. 137

Denis Jansz. kleermaker 2

Pouwels Waeringe 4-7-6

Willem Thonisz. drager 2-12-6

Gillis Jansz. zijdewerker 6-12-6

den spijcker achter Nicasius [Pietersz.] 3-15

f. 137v

Bastiaen [Woutersz.] timmerman huurt van [Ni]casius Pietersz. 6-5

Aende ander sijde

Jacques de Boe huurt van [doorgehaald: Marcelis Cruijs] Frans de pasteibakker2-10

{Frans Fransz. van Beaumont, pasteibakker, trouwde Mariken Jansdr., van Rotterdam, weduwe van Francoijs Frantzen pasteibakker (1611),trouwde 2e NG Dordrecht30 jan. 1611 Staes Jacobsz. lijndraaier, weduwnaar van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven in “de Kroone”

Kind (ex 1):

a. Sara Fransdr., geboren naar schatting ca. 1580, weduwe van Dordrecht (1605),trouwde 1e Jan Henricxsz. van den Bosch, 2e NG Dordrecht 9 jan./14 febr. 1605 Jan Bouwensz. (Wolff), schipper van “Worrichem” (1605)

ORA Dordrecht inv. 752, f. 159v e.v.: op 27 okt. 1611 verkoopt Jan Bouwensz. Wolff, schipper en burger van Dordrecht, aan Cornelis Cornelisz. pasteibakker en Danckert Jansz. metselaar, burgers van Dordrecht, een 1/3 part van een huis in het Willem Oskensstraatje, staande tussen het Weeshuis en het huis van Jan Thielmansz. koekenbakker. De kopers kennen schuldig aan verkopers een bedrag van 112 gl.}

de weduwe van Jan Gabriëls, woont boven 2-10

Voer inden Mariënbornstraat

Govert Jacobsz. huurt van Mercelis Cruijs 6

f. 138

Janneken Boudewijns huurt van Mercelis Cruijs 7-10

Ariaen Jansz. huurt van Pieterken de vroedvrouw nihil

Aende ander sijde

Dirick Henricxsz. mandenmaker 5

Jan van Hameren in het Patershuis 5

f. 138v

Bij den Houthaeck

Henrick Jansz. bakker 5

Pieter Matheusz. huurt van Anneken Gijsbrechtsz. 4-10

de weduwe van Dirck Bastiaensz. huurt van Tonis Jorden[sz.]

Jacques Florijn huurt van Hoogeveen 6

Jan Hermansz. achter Hoogeveen 6

f. 139

Voor inden Herman Thuijsstraet

Jan de Coomen viskoper 6-5

Willem Pietersz. 2

Herman Jacobsz. kleermaker 2

Aelbert Aertsz. [drager] en Pieter Fransz. huren van Hoogeveen, tot laste van den eijgenaer 3-15

f. 139v

2 woninkjes achter Cornelis Geritsz. nihil

Jan Fransz. huurt van Ariaen Claesz. Ras 2-12

Steven de schipper huurt van Merten Carel nihil

Aende ander zijde

Lasarus de Rijcke huurt van Marijken Tonis Vincken 2-10

Claes Egbertsz. ende den Houten Toen huren van de weduwe van Bouckholden 7

f. 140

Huijbert Jansz. [Potman] schipper 4

Marijken Jans coomenster 4-7-6

Cornelis Ariaensz. klapper 2

Roelant Servaesz. huurt van Aelbert Lenertsz. 6-12-6

Jan Hermansz. 37 schellingen 6 deniers

f. 140v

Joost Diricxsz. huurt van de Oude Mannen 37 schellingen

Jan Ariaensz. bakker 5-12

Den houck omme

Jan Cornelisz. huurt achter Henrick Joppen 3-15

Cornelis Ariaensz. [voor de loods] in Sint Nicolaes 6

f. 141

Inde Niekerckstraet

Sweer Jansz. smid 4-10

Jacob Jacobsz. bosmaecker huurt van Bijwaert 7-10