Raets

Literatuur.

L. Megens,Van Logement de Rode Leeuw tot Pennock’s Hotel Aux Armes de Hollande,in Dordrecht Monumenteel nr. 64, juli 2017

I. ReijnierRaets, weduwnaar (1657), begraven Dordrecht 14 okt. 1663 (een baar in “de Rode Leeuw” voor Reijnier Raets, een pondgraf, twee maal luiden), trouwde naar schatting ca. 1e 1625Ida (IJchgen) Jansdr. Huijskens, geboren naar schatting ca. 1600 mogelijk in Venlo, begraven Dordrecht (Grote Kerk)6 juni 1656 (een baar voor de vrouw van ReijnierRaets, tapper in “de Roe Leew” bij het Groothoofd, één maal luiden, pondgraf), Reijnier trouwde 2e Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 23 okt. 1657 Catrina van der Sluijs, van Delft, trouwde 1e Adriaen Lambertsz. van Wier

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 83v: op 14 dec. 1645 verkoopt ReijnierRaets, burger van Dordrecht, aan Claes Govertsz. van Maeseijck, opperbrouwer in “het Vlies”, een huis in de Oude Breestraat, genaamd “den Dorrenboom”, staande tussen het huis van Pieter Pietersz. kuiper en de paardenstal van de stad.

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 102v e.v.: op 1 mei 1646 verkoopt Gijsbert van Bronsraet, wonende te ‘s-Gravenhage, aan ReijnierRaets, burger van Dordrecht, een huis bij het Groothoofd, staande tussen het huis van de weduwe van kapitein Claes Adriaensz. en ’s herenstraat. “Kent betaelt, promittit quitare”. De koper is schuldig “met bewilliginge” van de verkoper aan Abraham Coopmans, lid van de Oudraad van Dordrecht, wegens de koop van voornoemd huis een somma van 4000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1613, f. 42v: op 6 juli 1649 verklaart Aert Aertsz., blokmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan mr. Matthijs Berck, raadpensionaris en secretaris van Dordrecht, een somma van 500 gl., welke hem door de heer Berck is voorgeschoten ter betaling van bouwmaterialen,zoalskalk, steen en hout en wegensarbeidsloon voor de bouw van een huis bij het Groothoofd, “jegens de mure vant Groothooft” en staande tussen het huis van Willem Visscher en de paardenstal van Reijnier Raets.

Reijnier Raets bepaalt in zijn testament, dat het logement “de Rode Leeuw” na zijn overlijden moet toebedeeld worden aan zijn zoon Evert, mits hij in de boedel een bedrag van 5000 gl. zal inbrengen. (Megens, o.c., p. 40)

ONA Dordrecht inv. 96, f. 187: op 1 mei 1662 comp. Reijnier Raets, herbergier in “de Rode Leeuw”, burger van Dordrecht, als weduwnaar van Yda Jansdr., enerzijds, en Evert Raets, Anthonij de Focker, weduwnaar van Neeltien Raets, en mr. Hermanus Raets, kinderen van Reijnier Raets en Yda Jansdr., anderzijds. Tussen hen is een overeenkomst gesloten aangaande de scheiding van de goederen, die Yda Jansdr. in gemeenschappelijk bezit heeft gehad met haar man Reijnier Raets, welke overeenkomst is gepasseerd ten overstaan van notaris A. van Neten te Dordrecht op 21 aug. 1656 en volgens welke overeenkomst Reijnier Raets aan zijn drie voornoemde kinderen en aan zijn jongste dochter Elisabeth gehouden zou zijn, wanneer Elisabeth tot haar mondigheid of huwelijk gekomen zou zijn, voor hun moederlijke goederen aan elk uit te keren een bedrag van 1000 gl. Nu Elisabeth “ten huwelijcken staeten versocht wert”, komt het haar vader ongelegen aan elk van hen het bedrag van 1000 gl. te voldoen. Overeengekomen is derhalve, dat hij aan Evert en Hermanus nu als “smaldeelinge” voor de ene helft van de 1000 gl. aanbedelen zal een huis, staande bij het Groothoofd tegen de stadsmuur, gehuurd door Anthonij de Focker, voor 2000 gl., en dat zij de andere helft zullen ontvangen na het overlijden van hun vader. Reijnier zal echter daarvan zijn leven lang het vruchtgebruik hebben.

ONA Dordrecht inv. 195, f. 707 e.v.: inventaris van de boedel, die is nagelaten door Reijnier Raets, waard in “de Roode Leeuw”, beschreven door notaris J. Melanen op 20 okt. 1663 en volgende dagen op verzoek van Evert Raets en Hermanus Raets, voor zichzelf en als testamentaire voogden over het weeskind van Nelleken Raets, bij haar verwekt door Anthonij Vocker, Lijsbet Raets, de vrouw van Pieter van de Graeff, en Arent van Neten, notaris te Dordrecht, namens Anthonij Vocker.

Tot de boedel behoren o.a.:

– een huis, genaamd “de Roode Leuw”, staande bij het Groothoofd tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Aechien Arijens en ’s herenstraat, welk huis de overledene niet “tot sijn contentement”heeft kunnen verkopen, en waarvan hij met zijn zoon Evert is overeengekomen, dat die het op zijn erfportie zal aannemen voor een bedrag van 5000 gl.

– twee portretten van Reijnier Raetsen Ida Jansdr. Huiskens

– een portret van neef ds. Evert Raets

– een schilderij van de Passie van Christus met twee deuren

– een schilderij van een banket met daarin een kreeft

– een groot schilderij van de geboorte van Christus

– schilderij van Paulus’ bekering door Benjamin Cuijp

– een herder en herderin voor de schoorsteen.

ONA Dordrecht inv. 180, f. 762 e.v.: testament dd 10 dec. 1664 van Jenneken Jansdr. Huijskens, weduwe van Gijsbert Jansz. van Aeckeren. Zij herroept de akte van donatie dd 21 mrt. 1656, gedaanten behoeve van haar nicht Anna van der Reijt. Legaten voor haar nichten Lijsbet Raetsen Anneken Jaspersdr. Huijskens, haar neef Willem Jaspersz. Huijskens en haar nicht Nelleken Jaspersdr. Huijskens. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Willem, Anneken en Nelleken Huijskens, kinderen van haar overleden broer Jasper Jansdr. Huijskens *, Evert, Hermanus en Lijsbeth Raets, kinderen van haar overleden zuster IJcghen [Ida] Jansdr. Huijskens, en Geertruijdt Fockers, weeskind van wijlen Nelleken Raets, ieder voor een achtste part. Tot executeurs-testamentair en voogden benoemt zij Johan Hillen en Hendrik Willemsz. van Ven, haar goede bekenden, die aan haar broer Jan Jansz. Huijskens elk halfjaar moetenuitkeren de helft van de jaarlijkse interesten van een somma van 600 gl.

* NG trouwboek Dordrecht 30 sept. 1629: Jaspar Jansz. jongman van Venlo varend gezel wonende te Dordrecht op de Nieuwe Haven “in den Tooren” en Trijntge Meeusdr. van Eijsden wonende te Dordrecht in “de Paradijsappel”, getr. op 21 okt. 1629

ONA Dordrecht inv. 181, f. 121: op 30 juni 1665 bevestigt Jenneken Jansdr. Huijskens, weduwe van Gijsbert Jansz. van Aeckeren, het testament, dat zij heeft gemaakt op 10 dec. 1664. Zij schenkt als donatie inter vivos aan Evert Raets en mr. Hermanus Raets, haar neven, alle inboedel, huisraad en onroerende goederen van Adriaen van de Reijdt, die zij van Cornelis Pietersz. de Jongh, die tot de verkoop van die goederen was gemachtigd door de Kamer Juditieel van Dordrecht, heeft gekocht.

ONA Dordrecht inv. 181, f. 717: op 15 sept. 1667 testeert Jenneken Jansdr. Huijskens, weduwe van Gijsbert van Aeckeren, wonende ter Dordrecht. Zij herroept een codicil, dat zij op 21 mrt. 1656 heeft overhandigd aan haar nicht Anna van der Reijt. Zij prelegateert aan haar nicht Lijsbeth Raets een losrentebrief van 400 gl. ten laste van het gemeneland van Holland en al haar kleren, aan haar nicht Anneken Jaspersdr. Huijskens een geschilderd blokkastje en een grote koffer, aan Willem Jaspersz. Huijskens, haar neef, een “schabel tafelken” en een Parijse bank, en aan Nelleken Jaspersdr. Huijskens een bed met hoofdkussen, twee oorkussen, twee dekens en een paar gordijnen. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Willem, Anneken en Nelleken Jaspers Huijskens, kinderen van haar broer Jasper Jansz. Huujskens, Evert en Hermanus Raets, kinderen van haar zuster IJctgen Jansdr. Huijskens, Silla Jans, dochter van wijlen Anneken Jansdr. Huijskens, haar zuster, en Geertruijt Fockers, dochter van wijlen Nelleken Raets, elk van hen voor een zevende deel. Aan haar broer Jan Jansz. Huijskens legateert zij zijn leven lang de jaarlijkseinterest van een bedrag van 500 gl. Tot executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Johan Hillen en Hendrick Willemsz. van Ven, haar goede bekenden.

ONA Dordrecht inv. 182, akte 100, dd 10 sept. 1668: ten overstaan van de Dordtse notaris J. Melanenherroept Jenneken Jansdr. Huijskens, wonende te Dordrecht, ziek zijnde, een eerder codicil of akte van donatie, welke zij “onder haer eijgen hant gemaeckt ende behandicht heeft” aan haar nicht Anna van der Reijt op 21 mrt. 1656, en alle andere testamentaire disposities e.d., die zij voor deze gemaakt of verleden heeft. Zij legateert nu aan Lijsbeth Raetshaar nicht, of bij vooroverlijden haar kinderen, een losrentebrief ten laste van de provincie Holland ten comptoire van Dordrecht, staande op naam van haar, testatrice, en inhoudende 400 gl. kapitaal, [datum van de brief niet vermeld], aan Silla Jans, dochter van Anneken Jansdr. Huijskens, haar overleden zuster, een bedrag van 50 gl. en haar “bouratten vlieger”, en aan Geertruijt Fockers, dochter van Nelleken Raets, haar overleden nicht, eveneens 50 gl. Zij prelegateert aan Nelleken Jaspers [sic] Huijskens, haar nicht, haar bed met toebehoren en aan voornoemde Nelleken Jansdr. [sic] Huijskens en Anneken Jansdr. Huijskens al haar kleren, huisraad en onroerende goederen, die bij haar overlijden bevonden zullen worden. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Willem Jansz. Huijskens, Anneken Jansdr. Huijskens en Nelleken Jansdr. Huijskens, haar neef en nichten, kinderen van Jasper [sic] Jansz. Huijskens, haar broer, of bij vooroverlijden hun kinderen. Zij stelt aan tot voogden over haar minderjarige erfgenamen Johan Hillen en Hendrick Willemsz. van Ven, haar goede bekende vrienden.

Kinderen (ex 1):

a. Evert Raets, geboren naar schatting ca. 1625, volgt IIa

b. Nelleken (Pieternella)Reiniersdr. Raets, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1658),trouwde 22 sept. 1652 Anthoni Aertsz. de Focker, jongman van Heusden wonende bij het Groothoofd (1658), bakker

c. Hermanus Raets, volgt IIb

d. Elisabeth Raets, jonge dochter van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1662), trouwde NG Dordrecht 7/21 mei 1662 Pieter Willemsz. van de Graef, jongman van Dordrecht wonende in de Heerheymansuysstraat(1662), schippersgast, schipper

ONA Dordrecht inv. 272, f. 299: op 16 juni 1670 testeren Pieter Willemsz. van de Graeff, schipper, en zijn vrouw Elisabeth Raets, burgers van Dordrecht, hij gezond, zij ziek te bed liggende. Zij herroepen een eerder testament, dat zij hebben gepasseerd voor notaris A. Meijnaert te Dordrecht op 9 okt. 1663. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot hun erfgenaam en voogd over hun minderjarige kinderen. De langstlevende zal gehouden zijn aan hun kinderen, als die gaan trouwen, elk een bedrag van 12 gl. uit te keren.

IIa. Evert Raets, geboren naar schatting ca. 1625, jongman van Venlo wonende bij het Groothoofd (1656), schrijnwerker,herbergier in “de Rode Leeuw”, begraven Dordrecht 19 jan. 1673, trouwde NG Dordrecht 2/18 april 1656 Maeijke Zegersdr. van Duijnen, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Mariënbornstraat (1656)

ONA Dordrecht inv. 249, f. 5: op 11 jan. 1666 verklaren Pieter van der Knijff, Gerardt van Leuven, Hendrick Verhoeven, Christiaen Jansz. Hendrick van Swol en Willem Jansz. van der Le, mr. schrijnwerkers te Dordrecht, op verzoek van Evert Raets, mr. schrijnwerker te Dordrecht, dat zij “mette verdere haere gildebroeders ter begraefnisse gebeden zijn geweest met Willem Jansz. stoeldraeijer, gewoont hebbende voor int huijs vande brouwerie de Swaen. Tot welcke eijnde sij op woensdach lestleden sijnde biddach voort selve huijs hebben gecompareert, alswanneer bij Barent van Radesteijn een vande dekens vant selve gilde de lijsteofte namen vande gildebroeders opgelesen werde om tesien niemant absent was. Ende lesende ofte roepende onder andere gildebroeders, oock den naem van Evert Raets … die daer op antwoorde hier ben ick, roepende Radesteijn noch eens den selve naem, daer op den requirant weder antwoorde hier ben ick, vragende alsdoen … Radesteijn aenden requirant wilt ghij nu verloff vragen om aende Groote Kerck aff te gaen daer op den requirant seijde wat segt ghij deecken”, en nadat de deken zijn vraag herhaald had, zei Raets: “wat segt ghij sulx dat sal ick vragen aen dekens alst mij te pas comt, waerover den selven van boete beslagen werde”.

ONA Dordrecht inv. 270, f. 293: op 15 okt. 1666 verklaart Evert Raets, herbergier in “de Roo Leeuw”, dat ongeveer een jaar tevoren hij, als voogd over Judith Jans, dochter van wijlen Jan Aertsz. den Bleijcker, voor de schout van Dordrecht gedaagd heeft Johannes Verhaech, “over sekere dieverije bij … Verhaech aen … Judith Jans begaen op seker rouwmael alwaer … Verhaech ter quader trouwen uijttet haijr … van Judith Jans genomen heeft, ofte vande vloer opgeraept ende achter gehouden hadde den gouden haijr priem van … Judith Jans die … Verhaech oock terstont hadde vercocht ende t’gelt daer voren bedongen ontfangen [heeft]. Alle t’welcke … Johannes Verhaech in teerst voor den … schouttet opiniater ontkende doch daer over bij den … schouttet scherp ondervraecht … sijnde bekende … Verhaech dat [hij] d’voorn. haijr priem hadde gehadt ende d’selve vercocht hebbende, de penningen vandien ontfangen … hadde”. De schout heeft hem daarop bevolen de ontvangen penningen aan Judith Jans te geven. “Ende als … Verhaech daerop tegens den … schouttet seijde als ick dat gelt wederom soude geven, soo moste hij, denoterende daermede hem attestant de dieverije bewijsen ende mij tot een dieff maecken”, zei de schout vervolgens tegen Verhaech “ick segge dat ghij een dieff sijt, gaet henen en geeft haer het gelt weder”.

ONA Dordrecht inv. 182, f. 46: voorwaarden dd 21 mrt. 1668, waarop Evert RaetsenWillem Jansz. van Leendt,als voogden over de nagelaten kinderen van Jan Aertsz. Bleijcker en Judith Gijsbertsdr. van der Lemp, willen verkopen een huis in de Mariënbornstraat, waar uithangt “den Vergulden Leeuw”,staande tussen het huis van voornoemde kinderen en dat van Neeltgen Claes, weduwe van Seger Hendricxsz. Op 23 mrt. 1668 voor 800 gl. verkocht aan Johannes Mol.

ONA Dordrecht inv. 182, f. 51: voorwaarden dd 21 mrt. 1668, waarop Evert Raetsen Willem Jansz. van Leendt, als voogden over de nagelaten kinderen van Jan Aertsz. Bleijcker en Judith Gijsbertsdr. van der Lemp, willen verkopen een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van voornoemde kinderen, waar uithangt “den Vergulden Leeuw”, en het huis van de weduwe van Cornelis Gerritsz. Op 23 mrt. 1668 voor 300 gl. verkocht aan Johannes Hardes.

ONA Dordrecht inv. 250, f. 170: op 12 juli 1668 verklaren Adolph van der Linde, koopman, en Johannes Beuckers, schrijnwerker te Dordrecht, op verzoek van Evert Raets, burger van Dordrecht, dat zij een dag tevoren zijn geweest met de rekwirant, Jacobus van Hensboom en Jacob Roscam ten huize van de weduwe van Sijmon Monna, die herberg houdt in “de Crimpert Salm” in de Visstraat, om daar een glas bier te drinken, waar toe mede binnen zijn gekomen [NN] Melser en Jan de Munnick, beiden kooplieden op de Maas, en dat De Munnick toen gezegd heeft, “daer sith den koussencooper, denoterende den requirant in desen”. Raets heeft daarop gezegd: “ick ben geen kousencooper, heeft mijn vrou een paer kousen aen Melsser vercocht, dat gaet mijn iet aen”. De Munnick heeft vervolgens gezegd: “ghij hebtse immers vercocht”. Nadat Raets daarop gezegd heeft “ghij stoert daer de waerheijt aen”, heeft Jan de Munnick hem in zijn gezicht geslagen, zodat het bloed uit zijn mond kwam lopen.

ONA Dordrecht inv. 253, f. 4: op 8 jan. 1671 verhuren Evert en Hermanus Raets, burgers van Dordrecht, aan Abraham Piersz., bakker en burger van Dordrecht, een huis, staande achter de herberg “de Roode Leeu”, voor 144 gl. per jaar.

ONA Dordrecht inv. 253, f. 5: op 19 jan. 1671 verhuurt Evert Raets, burger van Dordrecht, aan Johannes Croesius, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, strekkende voor van de straat tot achter aan de haven en staande tussen herberg “de Pau” en het huis, genaamd “de Lantscroon”, voor 150 gl. per jaar.

ONA Dordrecht inv. 187, f. 5: op 17 aug. 1677 verklaren mr. Hermanus Raets, chirurgijn en burger van Dordrecht, en Cornelia van Buel, weduwe van Willem Jansz. van Leent, op verzoek van Maeijken Segersdr., weduwe van Evert Raets, burgeres van Dordrecht, dat Evert Raets is geweest voogd over de onmondige kinderen van wijlen Jan Aertsz. Bleijcker en derhalve ook voogd over diens zoon Claes Jansz. van Dordt, die in dienst van de VOC (kamer Rotterdam) is uitgevaren naar Oost-Indië en daar is overleden, dat Maeijken Segersz. is een tante van moederszijde van Claes en dat zij nog het beheer heeft over diens goederen, zonder dat er een medevoogd is aangesteld.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 33: op 25 mei 1689 verklaart Maeijcken van Duijnen, weduwe van Evert Raets,burgeres van Dordrecht, schuldig te zijn aan Cornelia Crijnen een bedrag van 900 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen herberg “de Pau” en dat van schipper Vos, van achteren uitkomende opde steiger.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Ida, 1 okt. 1656

b. Neeltje, 2 sept. 1657

c. Johannes, 18 aug. 1658

d. Seger Raets, 8 febr. 1660, tapper

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 159: op 6 nov. 1694 verkoopt Anthonij de Vos, schipper en burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Zegert Raats, tapper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, genaamd “de Croon”, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan Claesz. Schattinge. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 480 gl.

ORA Dordrecht inv. 1635, f. 123: op 28 april 1696 verklaart Zeger Raats, tapper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Mariecke Bastiaans, burger van Dordrecht, een somma van 500 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis “de Paauw” en het huis van voornoemde Raats.

e. Evert, 18 dec. 1661

f. Reijnier Raets,26 aug. 1663, volgt IIIa

IIIa. Reijnier Raets, gedoopt NG Dordrecht 26 aug. 1663, jongman van Dordrecht (1693), tavenier,trouwde Gerecht/NG Dordrecht/Dubbeldam 30 aug./18 sept.1693 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom mr. Hermanus Raets, de bruid met haar moeder)Elisabeth Waelpot, gedoopt NG Dordrecht 24 febr. 1672, jonge dochter van Dordrecht (1693), weduwe van Dordrecht wonende bij het Groothood (1701),trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 10/26 april 1701 (attestatie te vertonen, ondertrouw Delft 9 april 1701) Nicolaas Westerhoven, weduwnaar van Delft wonende ald. in de Jacob Gerritsstraat (1701), dochter van Laurens Waelpot en Dirkje Toegoet

ORA Dordrecht inv. 1635, f. 176v: op 9 okt. 1696 verkopen Arie Govertsz. Schermer en Willem de Focker, beiden wonende te Heusden, als erfgenamen van Anthonij de Focker, die is overleden in Heusden, voor 200 gl. aan Rijnier Raats, tavernier en burger van Dordrecht, een derde part in een huis bij de Groothoofd tegen de stadsmuur, staande tussen het huis vande weduwe Mouthaen en dat van Kaetje Gielen c.s. Het is verhuurd aan Jan van Eijsden.

Kinderen:

a. Maria Raets, gedoopt NG Dordrecht 15 okt. 1695, volgt IV

b. Reijnera Raets, gedoopt NG Dordrecht10 mei 1700

ORA Dordrecht inv. 1654, f. 110: op 26 juli 1736 verkopen Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, en Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators over de insolvente boedel van Cornelis Hoexewegh, gewezen winkelier te Dordrecht, voor 2025 gl. aan Reiniera Raats, Elisabeth en Susanna Westerhoven, zusters wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Antonij van Rijsoort en dat van Maria van Noorthoorn.

Weeskamer Dordrecht inv. 37, f. 30: extract ingeschreven van het testament van Reiniera Raats en Elisabeth Westerouwen, halfzusters, dat zij hebben gepasseerd voor notaris L. van der Horst in Dordrecht op 30 april 1778.

IV. Maria Raets, gedoopt NG Dordrecht 15 okt. 1695, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1723), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 24 nov./12 dec. 1723 (de bruidegommet schriftelijk consent van zijn vader Adriaen Tout le Monde, de bruid geassisteerd met Elisabeth Waelpot, eerst weduwe van Reijnier Raets en laatst weduwe van Nicolaes Westerhoven)Bartholomeus (de) Tout le Monde, gedoopt NG Dordrecht 21 nov. 1692, jongman van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1723), weduwnaar van Dordrecht, wonende bij het Groothoofd (1740),zoon van Adriaen Tout le Monde en Margreta Duijffkens, trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 13/28 febr. 1740 Metje Quinting, geboren naar schatting ca. 1705, weduwe van Dordrechtwonende bij de Beurs (1740), trouwde 1e Willem de Groot, dochter van Jacob Quinting en Johanna (Anna) Margareta Dermoeij

Trouwboek NG Dordrecht 12 aug. 1691 (ondertrouw): Adriaen Toutlemonde jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat en Margrieta Duijffkens jonge dochter van Amsterdam, met attestatie van Amsterdam

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 4 e.v.: op 24 jan. 1711 verklaren Nicolaes Westerhoven tavernier en zijn vrouw Elisabeth Waalpot, burgers van Dordrecht, schuldig te zijn aan Adriaen van Hoogeveen, burgemeester van Dordrecht, een somma van 800 gl., verbindende twee huizen aan het Groothoofd,genaamd “de Roode Leeuw”, staande op de hoek van de Groothoofdspoort en naast het huis van bakker Van Wijck.

ORA Dordrecht inv. 816 (oud), f. 151v e.v.: op 19 april 1731 verklaart Elisabeth Waalpot, laatst weduwe van Nicolaas Westerhoven, wonende te Dordrecht, dat zij “uijt een liberale gifte” geschonken heeft aan haar behuwd zoon Bartholomeus de Toetlemonde, burger van Dordrecht, haar huis genaamd “den Roo Leeuw”, staande omtrent Groothoofd in de Wijnstraat tussen de Palingstraat en het huis van Hendrik van Bentem, op voorwaarde evenwel, dat De Toutlemonde zal overnemen een schepenenschuldbrief van 500 gl., die de erfgenamen van Laurens de Jongh op het huis sprekende hebben, een schuldbrief van 800 gl., die de weduwe van burgemeester Adriaan van Hoogeveen erop sprekende heeft, gedateerd 24 jan. 1711, een dito van 1200 gl., die de erfgenamen van Cornelia Toetlemonde, weduwe van Jacob de Jongh erop sprekende hebben, gedateerd 11 mei 1712, en een dito van 500 gl., die Dirk Marchal ofwel Johan van Gemert erop sprekende heeft, gepasseerd op 6 juli 1712. Bartholomeus de Toutlemonde verklaart, dat hij het huis op de genoemde voorwaarde aanvaardt.

ORA Dordrecht inv. 1656, f. 161v: op 11 april 1743 verklaart Bartholomeus de Toutlemonde, als voogd over zijn vier minderjarige kinderen, door hem verwekt bij Maaijke Raets,tot “gerustheijt” zijn medevoogd, Johan van Gelsdorp, en ten behoeve van zijn kinderen, voor zijn administratie van zodanige somma van penningen en de verdere legaten, die aanzijn kinderen toekomen in de nalatenschap van hun grootmoeder, Elisabeth Waalpot, weduwe Westerhove, te verbinden zijn huis, genaamd “den Rooden Leeuw”, staande in de Wijnstraat bij het Groothoofd op de hoek van de Palingstraat, zodat, indien “aen sijn voorsz. administratie ietwes mogte kome te manqueren”, dat aan hem, zijn huis of zijn overige goederen verhaald zal kunnen worden.

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 179v e.v.: op 24 nov. 1746 verkopen Franchois der Moeij en Cornelis Wiltens, als voogden over de drie voorkinderen en mede-erfgenamen van Bartholomeus de Toutlemonde, in eerder huwelijk verwekt bij Maria Raats, en Metje Quinting, weduwe en mede-erfgename van Bartholomeus de Toutlemonde, en nog als voogdes over haar kind, bij haar verwekt door Bartholomeus de Toutlemonde, voor 4800 gl. aan voornoemde Metje Quinting vier vijfde parten in een huis, genaamd “de Roode Leeuw”, staande bij het Groothoofd, belend door het huis van Hendrik van Bentem aan de ene zijde,’s herenstraat aan de andere zijde en het huis van Roeland Tak aan de achterzijde. De koopster bezit reeds als mede-erfgename voor een kindsgedeeltevan haar overleden man een vijfde part van dit huis. Zij is schuldig aan de voogden van devoorkinderen van Bartholomeus de Toutlemonde een somma van 6000 gl., waarvan 3600 gl. wegens de koop van de vier vijfde parten van het huis en de rest wegens geleend geld.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

Ex 1:

a. Reinier, 11 aug. 1726

b. Adrianus, 21 dec. 1728

c. Bartholomeus, 16 febr. 1730

d. Elisabeth, 30 mei 1731

e. Aernoud, 28 sept. 1732

f. Laurens, 10 nov. 1733

Ex 2:

g. Margarita, 24 jan. 1741

h. Jacobus, 6 febr. 1743

– 19 jan. 1764: Casper van der Meer, garenbleker even buiten Dordrecht, en Anthonij Quinting, wonende te Brielle, executeurs-testamentair van Metje Quinting, verkopen voor 5400 gl. aan Juriaen de Swart een huis, vanouds genaamd “de Roode Leuw”, staande in de Wijnstraat aan het Groothoofd tegenover de Groothoofdspoort, belend door het huis van Hendrik van Bentem aan de ene zijde en de Palingstraat aan de andere. (Megens, o.c., p. 40)

IIb. mr. Herman Raets, jongman wonende tegenover de Kolfstraat (1659), chirurgijn, trouwde NG Dordrecht 27 juli/12 aug. 1659 Cornelia Jacobsdr. van der Meer, jonge dochter wonende op het Marktveld (1659)

ONA Dordrecht inv. 249, f. 101: op 19 mei 1666 verklaart Robbert Claesz. van de Wercken, burger van Dordrecht, op verzoek van Hermanus Raets, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, dat hij op 3 of 4 mei 1666 is geweest in het huis, waar Floris van Thol uit vertrokken is en waarin hij, deposant, nu woont, en “de requirant daer voorbij comende, ende siende dat hij, deposant, besich was, om eenich toestel int voorhuijs tot sijne winckel te maecken, hem, deposant, aensprack in presentie van [Floris] van Tol, seggende wel Robbert ick wensch u veel gelux in u nieuwe woninge, als ick ijets van doen hebbe sal ick u de penninck gunnen, dat hij deposant daer op geantwoort heeft ick danck u, ick sal u van gelijcke doen, sonder dat de requirant aen hem deposant versocht dat hij bij hem te scheren soude willen comen ofte in voorvallende saecken gebruijcken. Dat oock op huijden tot sijn deposants huijse sijn geweest Willem van der Tuijnen en Willem Luijpert, mede chirurgijns, vragende off Raets aen hem deposant niet versocht hadde dat hij bij hem te scheren soude comen ende dat hij deposant daerop geantwoort heeft wij hebben tegen malcanderen wel geseijt dat wij malcanderen den penninck gunnen souden maer dat hij requirant hem daer toe niet versocht hadde”.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 75: op 1 okt. 1701 verkoopt Roeland Michielse, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, voor 700 gl. aan Herman Raats, mr. chirurgijn te Dordrecht, een huis in het Steegversloot, staande tussen het huis van Dirck Stoop en dat van Dummennekis [Verdijs] speldenmaker.

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 75 e.v.: op 4 en 6 nov. 1732 verkopen Jan Kuijter, koopman te Dordrecht, als man van Marija Raats, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jan Bosman, wonende te Nijmegen, als man van Willemijna Raats, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Evert Sanders van Well te Nijmegen op 22 okt. 1732, en Jan Kuijter nog als voogd van Abraham Raats, zoon van Rijnier Raats, en Florus Cup, commies te Tiel, als man van Adriana Raats, Leendert de Voogt, als man van Anna van Heck, en Martinus den Ouden, als man van Cornelia van Heck, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Cornelia van der Meer, weduwe van Herman Raats, voor 510 gl. aan Hendrik Pus, heer van Op- en Neerandel, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Caatje Kortpenning en dat van Dominicus Verdijs, alsmede voor 1220 gl. aan Gerrit Kelderman, stadhouder van de hoofdofficier van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Beurs aan de havenzijde, staande tussen het plein en het huis, dat wordt bewoond door Florus van de Hespel, en tenslotte nog voor 580 gl. aan Jacob de Meijer vijf negende parten in een huis in de Palingstraat, waarvan de resterende vier negende parten toebehoren aan de koper en dat staat tussen het huis van Pieter Bruijn en dat van Hadewij Baars..

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Ida, 7 okt. 1661

b. Jacob Raets, 3 mrt. 1664, volgt IIIb

c. Cornelis, 1 febr. 1669

d. Willemijna Raets, jonge dochter van Dordrecht (1693), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6/27 sept. 1693 (beiden geassisteerd met hun moeder) Jan Matthijsz. Bosman, jongman van Amsterdam (1693)

e. Elisabeth Raets, 29 mrt. 1679, volgt IIIc

f. Reijnier Raets, 29 sept. 1681, volgt IIId

g.Maria Raets, 30 april 1685, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1717), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4/20 april 1717 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Maria van Norenberg, laatst weduwe van Hendrik Cambeij, de bruid met haar moeder Cornelia van der Meer en met schriftelijk consent van haar vader Herman Raets)

IIIb. Jacob Raets, gedoopt NG Dordrecht 3 mrt. 1664, jongman van Dordrecht wonendebij de Roobrug (1699), chirurgijn,trouwde Gerecht/NG Dordrecht 25 jan./8 febr.1699 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Hermanus Raats, de bruid met haar moeder Adriana Smits)Susanna Smits, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Lombardstraat (1699)

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 22: op 30 april 1697 verkoopt Leendert Kilsdonck, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Jacobus Raats, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis op St. Joost op de Varkenmarkt bij de Roobrug, staande tussen het huis van Pieter van Beaumont en dat van Pieter Gront.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Adriana Raats, 20 dec. 1701, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Varkenmarkt (1723), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 13 mei/3 juni 1723 (de geboden gaan te Nijmegen, de bruidegom met schriftelijk consent van zijn ouders Gijsbert Cup en Maeijke de Cleijn, de bruid geassisteerd met haar vader Jacob Raets en Cornelia van der Meer, de vrouw van Herman Raets, haar grootmoeder)Floris Cup, jongman van Maasbommel wonende te Nijmegen (1723), commies te Zanddijk

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 55v: op 8 juli 1732 verkopen Florus Cup en zijn vrouw Adriana Raats, enige nagelaten dochter van Jacob Raats, die in Dordrecht is overleden, voor 300 gl. aan Jacobus Meijer, burger van Dordrecht, vier negende parten in een huis in de Palingstraat, staande tussen het huis van Hadewij de Haan en dat van de weduwe van Pieter de Bruijn.

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 68v: op 9 okt. 1732 verkopen Florus Cup, commies ter recherche te Tiel, als man van Adriana Raats, en Adriana Raats zelf, als enige nagelaten dochter en erfgename van Jacob Raats, die in Dordrecht is overleden, voor 500 gl. aan Anthonij de Monté, mr. huistimmerman van burger van Dordrecht, een huis in de Lombardstraat, staande tussen de grutterij van Joost van Sevenom en het huis van Jan van Vugt. De koper is schuldig aan Cup en zijn vrouw een somma van 500 gl.

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 175v: op 6 april 1734 verkoopt Leendert de Voogt, vleeshouwer en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Floris Cup, commies te Zanddijk, en diens echtgenote Adriana Raats, enige nagelaten dochter en erfgename van Jacob Raats, die in Dordrecht is overleden, voor 700 gl. aan Jacobus Smits, suikerbakker en burger van Dordrecht, een huis in de Heer Heijmansuijsstraat, staande tussen het huis van Dirck Scholt en dat van Cornelis van Noortwijck, alsmede een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Dirck Scholt en de stadgracht.

bHermanus, 25 febr. 1710

c. Cornelia, 19 april 1711

d. Cornelia Hermina, 28 febr. 1714

e. Herman Jacob, 10 sept. 1715

IIIc. Elizabeth Raets, gedoopt NG Dordrecht 29 mrt. 1679, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1706) trouwde Gerecht/NG 8/22 aug. 1706 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder, de bruid met haar moeder) Hendrick van Heck, weduwnaar van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1706)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Anna van Heck 14 dec. 1708, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1729)trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6/23 jan. 1729 (de bruidegom geassisteerd zijn vader Nicolaes de Voogt, de bruid met haar moeder Elisabeth Raets, weduwe van Hendrick van Heck) met Leendert de Voogt, jongman van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1729)

ORA Dordrecht inv. 1654, f. 175: op 18 april 1737 verkopen Pieter Faessen, Martinus den Ouden, Abraham de Voogt en Jacob de Voogt, wonende te Dordrecht, als bij “den verbale” tussen Leendert de Voogt, vleeshouwer en burger van Dordrecht, enerzijds en zijn crediteuren anderzijds voor schepenen-commissarissen van desolate boedels op 16 okt. 1736 gemachtigd, voor 2900 gl. aan Dirk van den Andel, impostmeester te Dordrecht, een huis met stal en pakhuis alsmede een bovenwoning erachter, staande in de Voorstraat bij de Nieuwstraat tussen het huis van Hermanus van der Knijff en dat van de weduwe van Anthonij van Bakel.

b. Cornelia van Heck, 2 nov. 1710, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1731),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 21 april/8 mei 1731 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Adriaan Papegaaij en met schriftelijk consent van Cornelis Papegaaij en Cornelis den Oude, resp. zijn grootvader en oom, en ook zijn voogden, de bruid geassisteerd met haar oom Johannes Hesmar) Martinus den Ouden, jongman van Engelen wonende bij de Wijnbrug (1731),commies van de gemene middelen

ORA Dordrecht inv. 1654, f. 175: op 18 april 1737 verkopen Pieter Faessen, Martinus den Ouden, Abraham de Voogt en Jacob de Voogt, wonende te Dordrecht, als bij “den verbale” tussen Leendert de Voogt, vleeshouwer en burger van Dordrecht, enerzijds en zijn crediteuren anderzijds voor schepenen-commissarissen van desolate boedels op 16 okt. 1736 gemachtigd, voor 1200 gl. aan Martinus den Ouden een huis achter in de Vriesestraat tegenover de Stoofstraat, staande tussen de erfgenamen van Barent Buitenhoff en dat van Gillis Mostert.

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 86: op 1 juni 1745 verkoopt Gerret Gregoor, burger van Dordrecht, voor 710 gl. aan Martinus den Ouden, commies ter comptoire van de gemene middelen te Dordrecht, een huis met een tuin erachter, staande achter in de Vriesestraat tegenover de Stoofstraat tussen het huis van de koper en dat van Jacob Wor.

c. Hermanus, 15 nov. 1712

d. Pieter, 7 mrt. 1717

e. Hermina, 11 dec. 1718

IIId. Reijnier Raets, gedoopt NG Dordrecht 20 sept. 1681, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12 jan. 1710 Cornelia van Wijngaertstraeten

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Cornelia, 29 mrt. 1700

b. Abraham Raets, 8 okt. 1713

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 119: op 19 mei 1733 verkopen Gerard Hordijk en Jan Meermans, burgers van Dordrecht, als voogden over Abraham Raats, nagelaten zoon van Cornelia van Wingertstraten, bij haar vewekt door Rijnier Raats, mr. chirurgijn te Dordrecht, voor 440 gl. aan Pieter Block, burger van Dordrecht, een huis in de Grote Spuistraat, staande tussen het huis van Willem Kramer en dat van de weduwe van Abraham van Diepenbeek, alsmede voor 750 gl. aan Gijsbert Lugten, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Hendrik de Koning en dat van Jan Beukis.