Nuijssenburg

Aanvullingen op de “geslachtsboom” Van Nuyssenburg in M. Balen, Beschryvinge der Stad Dordrecht (Dordrecht 1677), deel II, p. 1167 e.v. (Met dank aan de heren P.M. Kernkamp en Aug. de Man.)

Wapen van Van Nuijssenburg, zoals te vinden op het rouwbord voor Joan van den Honert(IV-5-b) in de kerk te Norden.(Balen beschrijft het als “een veld van sabel, beladen met drie hou baarsen van goud”).

I. Barthout Dirksz. van Nuijssenburch, geboren ca. 1457,leenman van Arkel, burgemeester van Dordrecht,overledenin 1523, trouwde 1e Lucretia Lofrijs, 2e Alijd Jansdr. (Knobbout), overledentussen okt. 1527 en 30 sept. 1531, mogelijk dochter van Jan Hendricxz. Knobbout, wonende te Gorinchem, zegelt 1453, leenman van Arkel, beleend 1439, 1451, 1460, overleden vóór 1487. (Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 315 en 326)

[Zie ook de kwartierstaat Van Erven opdeze website.]

– 12 aug. 1516: Bertout Dirksz. beleend met een schrootambacht * en zoutmaat te Dordrecht bij overdracht door Adriaan van Heemskerk (Ons Voorgeslacht 1996, p. 220)

* “Het schrodersambacht behelsde de organisatie die zich in Dordrecht bezighield met het laden en lossen van de wijnvaten en was gekoppeld aan de exploitaite van de windas of kraan die onder de grafelijkheid ressorteerde. Deze sector werd beheerd door vanwege de grafelijkheid aangestelde lieden, die het schrodersambacht tegen betaling in leen ontvingen en het werk lieten verrichten door knapen – arbeiders -, later kraankinderen genoemd.” (J. van Herwaarden e.a., Geschiedenis van Dordrecht tot 1572 [Hilversum 1996], p. 27)

SA Dordrecht Stadsarchief Dordrecht nr1, inv. 15 akte nr. 1261, dd23 jan. 1522 (Paasstijl: = 1523): schout, burgemeester, schepenen, raden en Achten van Dordrechtdragen Bartout Dircxzoen, burgemeester van Dordrecht, op om de voogdijover Willem, Dirck en Alidt, Jan Bartoutszoons onmondige kinderen, op zich te nemen. Borg is Jacop van Wels, zijn “zwager”.

– 10 april 1523: Jacob van Wels beleend met een schroodambacht en zoutmaat te Dordrecht voor Dirkje Bertoutsdr., zijn vrouw, bij dode van Bertout Dirksz., haar vader (Ons Voorgeslacht 1996, p. 220)

SA Dordrecht Stadsarchief Dordrecht nr.1, inv. 15, akte nr. 1402, dd okt. 1527(zonder dagnummer): Alit, Barthout Dircxszoons weduwe en de voogden van Willem en Dirck, Jan Barthoutszoons onmondige kinderen, verklaren het erfdeel van de kinderen goed te zullen beheren. Jacop van Wels promittit quitare.

SA Dordrecht Stadsarchief Dordrecht nr.1, inv. 15 akte nr. 1493,dd 30 sep. 1531: Willem Ian Barthoutsz overhandigt de laatste wil van Alidt Iansdr, Barthout Dircxsz weduwe, zijn oude moeder, en verklaart dat hij uit de goederen die hij heeft geërfd van Jan Barthoutsz, zijn vader, niets van de nalatenschap van zijn grootouders Barthout Dircxsz en Aliet zal vervreemden of bezwaren zonderuitdrukkelijk consent van vier van zijn vrienden en magen, te weten twee van vaderszijde en twee van moederszijde.
Ook Dirck Iansz vertoont de laatste wil van Aliet, Barthout Dircxsz weduwe, zijn oude moeder, en belooft hetzelfde.

Kinderen (ex 2):

a. Jan Barthoutsz., volgt II

b. Dirksken Barthoutsdr., geboren naar schatting ca. 1485,trouwde Dordrecht 1505 (huwelijkse voorwaarden)Jacob van Wels. [Zie kwartierstaat Van Erven opdeze website.]

c. Marigje Barthoutsdr.

II. Jan Barthoutsz. van Nuijssenburch, geboren naar schatting ca. 1485, stadsraad van Dordrecht (1517 en 1518), trouwde Anna Willemsdr. van Alblas, dochter van Willem Jansz. van Alblas en Maria Willemsdr. van Drenckwaart

– 31 mei 1571: Gijsbrecht Jansz. en jonkvrouw Wilhelmijna Visschers, als executeurs-testamentair van wijlen Dircxken Barthoutsdr., verklaren, dat Dircxken op 26 juni 1555 ten behoeve van haar neef Dirck Jansz. van Nuijssenburg een obligatie verleden heeft, inhoudende 9 ponden groten Vlaams jaarlijkse losrente, af te lossen met 875 gl., welke obligatie was ondertekend door Dircxken Barthoutsdr. en Jacob van Wels Jacobsz., en die was “gesproeten” uit zekere vertichting, op 17 febr. 1532 gesloten tussen Jacob van Wels namens zijn vrouw, Dircxken Barthoutsdr., enerzijds en Willem en Dirck Jansz., gebroeders en zoons van Jan Barthoutsz., de broer van Dircxken, anderzijds. De akte van vertichting was ondertekend door Cornelis Willemsz. deken, F. van Coulster, Damas Philipsz., Jacob van Wels, Jan Wijllemsz., Joos Bets en Jan Dircxz. Loofrijs. De comparanten verkopenter voldoening van de helft van genoemde obligatie aan Jan van Nuijssenburg Dircxsz. een jaarlijkse losrente van 4 ponden 10 schellingen groten Vlaams, verzekerd op een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat], staande tussen de Gravenstraat en het huis van jonkheer Pieter van Heerjansdam. (ORA Dordrecht inv. 728, akte 639)

Kinderen:

a. Willem Jansz. van Nuijssenburch, volgt III

b. Dirck Jansz. (van) Nuijssenborch, geboren naar schatting ca. 1520,koopman van Rijnse wijnen, tresorier (thesaurier)van Dordrecht 1559-1566, overleden vóór6 juli 1568, trouwde Margriete van der Merwen (van de Merwede), geboren ca. 1528

Portret van Dirck Jansz. van Nuijssenborch en zijn vrouw Margriete van de Merwede door Jan Doudijn

RA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 117: verklaring dd 21 febr. 1550 op verzoek van Cornelis van Nuijs, poorter van Dordrecht, door Gerit Tack Hubrechtsz., schepen in wette van Dordrecht, en Dirck van Nuijsenborch Jansz., raad van Dordrecht, kooplieden van Rijnse wijnen.

RA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 573: op 13 juni 1561 verleent Dirck van Nuijssenburch, thesaurier van Dordrecht, procuratie aan Josijna van de Merwen, de zuster van zijn vrouw, om namens hem te verhuren zekere percelen land, die hij bezit in Haarlem of daaromtrent, en tevens om te transporteren een huis, staande in Haarlem, dat hem aanbestorven is bij overlijden van de moeder van zijn vrouw.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 726, f. 61: op 6 juli 1568 verleent Margriete van der Merwen, weduwe van Dirck van Nuijssenburg, tresorier van Dordrecht, procuratie ad recipienda debita aan een niet met naam en toenaam vermelde gezworen bode van Wesel.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 726, f. 174v: op 31 okt. 1568 legt Margrieta van de Merwede, weduwe van Dirk van Nuijssenburg Jansz., tresorier van Dordrecht,40 jaar oud, een verklaring af ten behoeve van Jan van Duijeren, wijnkuiper te Dordrecht.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 708, f. 142: op 15 febr. 1569 verklaren Pieterken Woutersdr. “geseijt” Pieter Ockers, huisvrouw van Adriaen Dirksz. Droechgen [Droochgen] 78 jaar oud en Digna Claesdr., weduwe van Jan Dirksz. snijder, 73 jaar oud, dat Jan Hesselsz. schiptimmerman een zoon is van Hessel Jansz. coeman [koopman] zaliger, die nog in het leven heeft een zuster Jannechen Jansdr., weduwe van Ambrosius Goessensz. en dat een zekere Dirck Paspoort zaliger een oom was van Hessel en Jannechen Jans, die een broeder had genaamd Cornelis, die woonde in het huis “Troijen” bij deMunt [Voorstraat], waar tegenwoordig de weduwe van Dirck Jansz. Nuijssenborch woont, die [= Cornelis]een oom was van Hessel en Jannechen Jans. Zij verklaren voorts, dat Dirck Paspoort nog drie zusters had m.n. Lijsken, Jeutken en Stijnken en dat Lijsken de moeder was van Hessel en Jannechen Jans. Attestanten zeggen tevens dat zij gekend hebben mr. Pieter Duijsborch, die een zoon wasvan Dirck Paspoort en zulks als mede-erfgenaam heeft geholpen de nalatenschap van Jeutken en Stijnken, zijn tantes, te verdelen.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 715, f. 225: op 26 juni 1584 verklaren op verzoek van Jan Maertensz. lakenkoper Janneken Jaspersdr., vrouw van Jan Jansz. kleermaker, 42 jaar oud en Marijken Thonisdr., vrouw van Jan Claesz. schipper, 36 jaar oud, dat zij, de eerste attestante ongeveer 22 of. 23 jaar geleden, en de tweede ongeveer 17 jaar geleden, als dienstmaagd gediend en gewoond hebben bij Dirck Jansz. Nuijssenborch in het huis genaamd “Groot en Klein Troijen” bij de Munt in de Voorstraat.

Kind:

b-1. Jan van Nuijssenburch Dircxsz., geboren ca. 1545, trouwde Christina van Blijenburg Heijmansdr., geboren in 1549, overleden in 1601

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 726, f. 113v: op 23 aug. 1568 verklaren Jan van Nuijssenburch Dircxsz., 23 jaar oud en Cornelis Fransz., 22 jaar oud, dat Meijnart van Segwaert Bartholomeusz. een geboren burger van Dordrecht is.

c. Aliet Jan Bartoutsdr., overleden na 23 jan. 1522 en okt. 1527, vermoedelijk ongehuwd.

III. Willem Jansz. van Nuijssenburch, geboren ca. 1515, diende keizer Karel V, werd beloond met een leen in het land van Papendrecht, stadhouder van de schout van Dordrecht (1550), overleden tussen18 nov. 1556en 13 nov. 1561, trouwde Wilhelmina Jansdr. Visschers, geboren ca. 1516, overleden tussen 28 aug. 1571 en 3 nov. 1574, dochter van Jan Visscher en Katarina Tacks

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 697, f. 41: verklaring dd 11 juli 1550 op verzoek van Willem van Drencwaert Boudewijnsz., burgemeester van Dordrecht, doorWillem van NuijssenborchJansz., ongeveer 34 jaar oud, “rechtelick gedaecht zijnde om getuijgenisse der waerheijt te geven”.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 697, akte 152: op 15 sept. 1550 verklaart Willem van Nuijssenborch Jansz., dat hij eertijds als stadhouder van Jan van Drenckwaert, schout van Dordrecht, een zekere Aert Pietersz. procureur “in rechte angesproken hadde dat hij navolgende die placaten vanden [Keizerlijke Majesteit] behoirde gecorrigeert te zijn als een heretique persoen”. Nog onlangs geleden heeft Nuijssenborch aan de huidige schout, Adriaen van Blienborch, verzocht om tegen Aert Pietersz. te “procederen … tot condempnatie van dien”. Hij heeft ook aan het Gerecht van Dordrecht bepaalde schrifturen overgeleverd, maar het Gerecht heeft hem laten weten, dat zij in die stukken “noch eijsch noch informacie” gevonden hebben, en hem daarom geadviseerd “dat hij den selven eijsch en informacie die hij hebben mach leveren zoude in handen van mijn heeren [het Gerecht]” en dat zij dan recht zouden doen “als zij bevinden zullen ter materiën dienende”.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 697, akte 180 dd 4 okt. 1550: Willem van Nuijssenborch Jansz., als bij vertichting dd 20 febr. 1545 daaraan gekomen zijnde, verkoopt aan Willem Dircxsz. apotheker een rentebrief van 24 gl. 18 st. 7 duiten, sprekende op de heerlijkheid en “gardentalen” van Strijen, waarvan de “principale” brief berust onder Dirck van Nuijssenborch Jansz., Willems broer.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 697, akte 265: op 7 dec. 1550 stelt Dirck van Nuijssenborch zich borg voor zijn broer, Willem van Nuijssenborch Jansz. Willem zit gevangen “in den giole” op de Puttockstoren in Dordrecht en heeft aan het Gerecht verzocht om in plaats daarvan gevangen te mogen zitten op de ridderkamer van de Puttockstoren. Dat wordt hem toegestaan, mits hij een borgtocht van 2500 gl. (later verhoogd tot 3000 gl.), betaalt.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 698, akte 22: op 14 febr. 1551 verklaren Willem van Nuijssenborch Jansz. en Jan Dircxsz. van Rijn op verzoek van Aert Govertsz. vleeshouwer, als ooms van heer Jacop die Bontwercker, dat op of omstreeks 4 sept. 1550 heer Bartelmeeus van der Does in hun bijzijnaan Cornelis Vinck Woutersz. verhuurd heeft zekere “mergentalen lants toucherende die vicarie die hem Herber van Kuijl Florisz. gegeven heeft.”

– 22 dec. 1551: verklaring op verzoek van Franchois van Waelwijck, als gemachtigde van Herber van Cuijl, door Willem van Nuijssenborch Jansz., 36 jaar oud en Jan van Rijn, 28 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 1534 (nieuw), akte 206)

– 23 juli 1551: Jorden Cornelisz. Wor metselaar verkoopt Willem van Nuijssenborch Jansz. een huis op de hoek van de Karnemelksteiger aan de Poortzijde, staande tussen het huis van Adriaen Jacopsz. de ketelboeter en voornoemde steiger. (ORA Dordrecht inv. 1534 (nieuw), akte 84)

-8 april 1552: Jan Jacobsz. de Oude, Jacop Jacopsz., Jan Jacobsz. de Jonge en Willem Jansz., als naaste verwanten van wijlen Dierick van Wels, verklaren, dat zij, zonder zich te “constitueren” als erfgenamen van genoemde Dierick van Wels, “maer alleenlick om zijn recht te defenderen”, procuratie verlenen aan Adriaen de la Nella en Cornelis van Haeften, procureurs voor het Hof van Holland, om als verdedigers op te treden in het procescontra Pouwels Valing uit Engeland, die wijlen Dierick van Wels nog onbeslist hangende heeft voor het Hof van Holland. (ORA Dordrecht inv. 698, akte 322)

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 700, f. 99v: verklaring dd 18 nov. 1556 op verzoek van Jan van Moert [heemraad van Puttershoek (id. f. 100, akte dd 18 nov. 1556)] door Willem van Nuijssenborch, 41 jaar oud.

RA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 703, akte 163/164: op 13 nov. 1561 verkoopt Wilhelmijna Visschers, weduwe van Willem van Nuijsenborch Jansz., aan Henrick Jansz. kleermaker een huis aan de Poortzijde op de hoek van de Karnemelksteiger [Groenmarkt tegenover de Vriesesteiger], staande tussen het huis van Adriaen Jacobsz. ketelboeter en de Karnemelksteiger. Waarborg: Jan van Nuijssenborch. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 64 Vlaamse ponden.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 706, f. 223: verklaring dd 14 dec. 1566 op verzoek van Dirck Huijbrechtsz., als man van Magdalena Willemsdr., door Wilhelmijna Visschers, weduwe van Willem van Nuijssenburch, ongeveer 50 jaar oud. Zij verklaart aanwezig te zijn geweest ten huize van Dirksken Barthoutsdr., toen daar de huwelijkse voorwaarden werden gesloten tussen tussen de rekwirant en Magdalena Willemsdr., de kleindochter van Dirksken Barthoutsdr., endat toen de huwelijkse voorwaarden geschreven waren, Dirksken tegen haar, deposante, heeft gezegd: “Nicht Nuijssenburch segt ghij die vrunden vanden toecomende bruijdegom (die ten zelfden tijde aldaer present waeren) wat die voorsz. Magdalena van haer vaeders ende moeders guet hebben zall, want ghij bijde vertichtinge geweest zijt, ende ick ben een oude vrouwe ende ick hebt all vergeten.”

– 28 aug. 1571: Wilhelmina Visschers, weduwe van Willem van Nuijssenborch, transporteert aan haar broer Herman Visschers, zijn erfgenamen en nakomelingen, alle goederen, die haar zijn aangekomen bij overlijden van haar tante Truijda Visschers, in haar leven wonende te Gennip, alsmede een rentebrief van één gouden gulden jaarlijkse, een rentebrief van 5 schellingen Vlaams jaarlijkse erfrente, en een derde deel van 5 pond zilver jaarlijks, welke drie laatstgenoemde effecten haar, Wilhelmina, aanbestorven zijn bij overlijden van Jan Visscher en Katarina Tacks, haar ouders. (ORA Dordrecht inv. 709, f. 252)

– 28 aug. 1571: Wilhelmina Visschers, weduwe van Willem van Nuijssenborch, verleent procuratie aan haar broer Herman Visschers om voor haar te verkopen alle goederen, die zij in het Land van Kleef, te Gennip of daaromtrent, in gemeenschappelijke eigendom heeft met haar broer en zuster. (ORA Dordrecht inv. 709, f. 252)

Hof van Holland inv. 3812 d.d. 14-7-1586: Geertgen Fransdr. wonende Dordrecht erfgename van Nellitgen Gerritsdr. haar moeder contra Jan van Nuijssenburch wonende Puttershoek, Dirck Dircxsz.als man vanAnna van Nuijssenburch wonende op de Westmaas en Willem Croeswijck Jansz. als voogd van de weeskinderen van Alijt van Nuijssenburch wonende te Dordrecht, te samen erfgenamen van Willempgen Visschers haarlieder moeder ged. ivm obl.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jan Willemsz. van Nuyssenburg, volgt IV

b. Barthout van Nuijssenburg Willemsz.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 728, f. 189: op 18 juni 1571 transporteert Barthout van Nuijssenburg Willemsz. aan Jan Dircxsz. korenkoper een rentebrief van 6 gl. jaarlijks, hem aangekomen bij overlijden van zijn vader Willem van Nuijssenburch.

c. Anna van Nuijssenburch, trouwde Dirck Dirksz.

d. Alijt van Nuijssenburch, trouwde NN

IV. Jan Willemsz. van Nuyssenburg, geboren naar schatting ca. 1535, “hadde in den Spaanschen Oorlog, Anno 1572, en voorts gedurende zijn leven, de Bestiering of ’t Gouvernement van den heelen Houkzen-waard, totten Briel toe” (Balen, o.c., deel II, p. 1169), overleden in 1596, trouwde 1e Geertruijd Hermensdr. van der Bies, dochter van Herman Heijnricksz. van der Bies en Margriete Cornelisdr. Snouck [Portretten vanhet echtpaar Van der Bies en Snoucken hun 15 kinderen in A. Nelemans, Hic conditur. De graven van de Nieuwkerk te Dordrecht (Amsterdam 2006), p. 142: zie afbeelding hieronder], trouwde2eca. 1575 (?)Emma (Emerentiana, Emmeken)Jansdr. Both(Botten), begraven Dordrecht aug. 1606, dochter van Jan Adriaensz. Both en Marijken Jan Wijnesdr. *[Voorde voorouders van Van Nuyssenburg en Both zie Onze Voorouders. Kwartierstaten en Stamreeksen, deel I (Leiden 1989), p. 46 e.v. en deel II (Leiden 1992), p. 64 e.v. Voor de afstamming van Jan Willemsz. van Nuyssenburg van Karel de Grote zie Gens Nostra 1990 (nr. 10/11), p. 455 e.v.]

Geertruijd van der Bies is één van de dochters van Herman van der Bies en Margriet Snouck, die staan afgebeeld op dit schilderij, dat zich bevindt in het Amsterdams Historisch Museum.

* ORA Dordrecht inv. 723, akte 348: op 8 april 1562 transporteert Mariken Jan Wijnantsdr., weduwe van Jan Adriaensz. Both, een rentebrief aan Lincken Thielmansdr., weduwe van Peter Petersz. snijder.

– 1575: Jan van Nuissenburg beleend met een schroodambacht en zoutmaat te Dordrecht voor Hendrik van der Bies Hermansz. (Ons Voorgeslacht 1996, p. 224)

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 735, f. 36v: op 23 mrt. 1579 compareren Adriaen Lauwen schiptimmerman als man en voogd van Truijchgen Jansdr. voor zichzelf en vervangende Vincent Claesz. als man en voogd van Dircxgen Jansdr., mitsgaders Aert Jansz. als man en voogd van Janneken Jansdr., Cornelis Dircxsz. als man en voogd van Geertgen Jansdr., Cornelis Adriaensz. zeilmaker voor zichzelf en vervangende zijn zusters Marijcken en Roockxken Adriaensdr., Henrick Pietersz. Vuijthouck als man en voogd van Neeltgen Adriaensdr. voor zichzelf en Mels Cornelisz. schipper als man en voogd van Marijcken Cornelisdr., allen erfgenamen van wijlen Grietgen en Baertgen Jan Wijnantsdr. Zij verlenen procuratie aan hun mede-erfgenaam Geerit Anthonisz. om te transporteren aan Jan van Nuijssenborch voor het Gerecht van de Korendijk [Goudswaard] 6 morgen land aldaar gelegen, waar bruiker van is Pieter Adriaensz. Bestevaeder,welk land comparantenaangekomen is door overlijden van Grietgen en Baertgen Jan Wijnantsdr.[zusters van de moeder van Emma Jansdr. Both].

2 mei 1579: de erfgenamen van wijlen Dirck van Nuijssenborch Jansz., in zijn leven tresorier van Dordrecht, verlaten hun dijk met bijbehorend land en met het afgebroken huis, genaamd “Nuijssenborch”, staande in Papendrecht. De dijk met het land wordt overgenomen door Jan van Nuijssenborch Willemsz., wiens land gemeen lag met het verlaten perceel. Hij was eigenaar voor de helft van het land van Nuijssenborch, groot zes morgen, gelegen binnen Papendrecht. De andere helft was eigendom van genoemde erfgenamen, belend oost het Waelweer en west de Meent. (Vriendelijke mededeling van mevr. H.W.G. van Blokland-Visser.)

SA Dordrecht Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3962 (50e penning Dordrecht 1580), f.3: (poortzijde tussen Grote Kerk en Tolbrug aan de noordzijde): Jan van Nuijssenburch betaalt 20 gl.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 735, f. 227: op 3 mrt. 1580 stelt Jan van Nuijssenborg Willemsz. zich borg voor Dirck Dircksz. brouwer, zijn zwager, die aan Cornelis Lievensz.van deWestmaas een huis in Westmaas heeft verkocht.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 736, f. 159: op 29 apr. 1581 comp. Jan van Nuijssenborch Willemsz. als man en voogd van Emmeken Jansdr. en Adriaen Laurensz. als man en voogd van Truijchgen Jansdr. en verkopenaan Willem Willemsz. hellebaardier een huis en erf, staande en gelegen omtrent de Grote Kerk, tussen het huis van Willem Stoop Dirksz. burgemeester en dat van Truijchgen Ghijsbertsdr., weduwe van Jacob van Bemont, niet meer belast dan met 2 ponden Hollands jaarlijkse landcijns. Koper kent schuldig 320 Rijnse gl.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 737, f. 248, akte dd 3 nov. 1583: Jan van Nuijssenburg Willemsz. stelt zich borg voor Dirck Dircksz. brouwer, die van de erfgenamen van Engelken Lenertsdr.een rosmolen koopt, staande op de Hil [Bethlehemplein] tegenover de houten brug.

RA Dordrecht ORA Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2607, f. 56 e.v.: thesauriersrekening 1585: de stad Dordrecht betaalt aan Jan van Nuijssenborch, als erfgenaam van juffr. Wilhelmina Visschers, weduwe van Willem van Nuijssenborch, 13 sch. 4 d. lijfrente voor het jaar 1584.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 739, f. 269: op 3 nov. 1587 transporteert Jan van Nuijssenborch Willemsz. aan Pieter Cornelisz. brouwer een huis achter het stadhuis van Dordrecht, staande tussen het huis van Franchois van de Berch en dat van Adriaen Jansz. Back. Waarborg: Pouwels Schol lakenkoper.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 740, f. 10v: op 7 dec. 1587 verklaart Jan van Nuijssenborch, burger van Dordrecht, dat hij met mr. Adriaen Heijthoven, advocaat in Den Haag, op 20 okt. 1587 voor de Hoge Raad aldaar gekregen heeft “sententie diffinitive”, waarbij de weduwe en erfgenamen van Cornelis Philipsz., eertijds burgemeester van Brielle, gecondemneerd zijn aan hem comparant en genoemde Heijthoven te betalen zekere rente van 6 ponden groten Vlaams.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 740, f. 22v: verklaring dd 19 dec. 1587 door Jan van Nuijssenborch, ongeveer 63 jaar oud en Cornelis van Mosienbrouck Adriaensz., ongeveer 45 jaar oud, op verzoek van Michiel Aertsz. van Laeckervelt [wonende te Puttershoek].

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 740, f. 66v: op 5 mrt. 1588 comp. Jan van Nuijssenborch Willemsz. als man en voogd van Emerentiana Jansdr. en met consent van diezelfde Emerentiana Jansdr., die mede compareert. Van Nuijssenborch verklaartaan Herman van der Bies Henricxsz. overgedragen te hebben de eigendom van een rentebrief van twee ponden groten Vlaams jaarlijkse losrente, “den penning XVI”, sprekende op de stad Dordrecht, dd 26 april 1564, een rentebrief van 15 Carolusgulden jaarlijkse losrente, verleden door Grietgen Cornelisdr. van Driel en gepasseerd voor schout en heemraden van West-Barendrecht op 6 febr. 1569 stilo curiae [1570]en een rentebrief van 12Rijnsegulden jaarlijkse losrente, verleden door de dijkgraaf en hoge dijkheemraden en de schout en dorpsheemraden van West-IJsselmondeop 28 juni 1531.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 741, f. 119: op 1 sept. 1590 verklaren Jan van Nuijssenburch Willemsz., voor zichzelf en als voogd van Baertout van Nuijssenburch en Cornelis van Nuijssenburchs nagelaten kinderen endoctor Herman Verbies, voor zichzelf en als voogd van Jan Verbies, zijn broer, beiden tevens vervangende Dirck Dircxsz., schout van Westmaas, volledig voldaan te zijn door Elizabeth en Truij van Rijseren, wonende te Kalkar in het Land van Kleef, van een somma van 200 daalders, welke comparanten is aanbestorven door overlijden van hun oom Herman Visser.

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 719, f. 330: op 2 mei 1591 comp. Thomas Cornelisz. als man en voogd van Janneken Ariensdr., Laurens Ariensz., geassisteerd met zijn oom Jan van Nuijssenborch en diezelfde Van Nuijssenborch nog als voogd van Abraham Ariensz., allen kinderen en erfgenamen van Arien Lauwen schiptimmerman. Zij verkopen aan Cornelis Florisz. schipper een erf met loodsen, gelegen en staande op het Nieuwe Werk [te Dordrecht], tussen het erf van de weduwe van Jan Hugensz. koekenbakker en het erf van verkopers, dat is gekocht door Corstiaen Stevensz.

ORA Papendrecht inv. 1: op 3 mei 1599 compareert voor schout en schepenen van Papendrecht Emmeken Jansdr., weduwe van Johan van Nuijsenborch Willemsz., als moeder van haar vier kinderen, bij haar verwekt door haar voornoemde man, als mede aan het hierna te noemen land bedeeld zijnde bij vertichting dd 10 mrt. 1598 en heeft met Willem van Nuijssenborch, haar zoon en gekoren voogd, overgedragen aan Emert Jansz. en Aert Cornelisz., beiden wonende te Dordrecht, 6 morgen land in de Mathenae van Papendrecht, belend oost de Sliedrechtse vliet, west de kade of waterkering van Papendrecht, noord de Botersloot en zuid het land van Emert Jansz. en Aert Cornelisz. Waarborgen: Pieter Simonsz. en Dirck Pietersz. van de Hoonaert, beiden eveneens wonende te Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 134v e.v.: op 18 april 1606 verkopen Emerentiana Jan den Bothsdr., weduwe van Johan van Nuijssenburch, en Jan van Nuijssenburch Jansz., haar zoon, aan wie zij ter voldoening van zijn vaderlijk erfdeel de helftvan een huis en mouterij heeft overgedragen, volgens de schepenenbrief daarvanzijnde dd 2 nov. 1605, voor de ene helft, en Dirck Pietersz. van de Honert, als man van Geertruijt van Nuijssenburch Jansdr., voor zichzelf en “als coop hebbende” van de andere voorkinderen van voornoemde Jan [Johan]van Nuijssenburch, t.w. Henrick, Dirck, Jan en Herman van Nuijssenburch Janszonen, voor de andere helft, aan Johan van de Corput, rentmeester van de Prins van Oranje over de domeinen van de Hoge en Lage Zwaluwe, een huis en mouterij, strekkende tot aan de scheidingsmuur van het erf van voornoemde Van den Honert, staande [in de Grotekerksbuurt] bij het St. Jacobsgasthuis tussen het huis van Jan Govertsz. van Beaumondt, stadhouder van de schout van Dordrecht, aan de ene zijde en het huis van de weduwe en erfgenamen van Dirck Jansz. Constapel en het St. Jacobsgasthuis aan de andere zijde. Koopvoorwaarde is o.a., dat de koper en zijn nakomelingen bij dag en bij nacht een vrije doorgang zullen hebben over het erf en de houttuin van Van den Honert, achter aan het voornoemde huis enstrekkende tot voor op de Nieuwe Haven. De koper is schuldig aan Van den Honert een somma van 4484 gl.

Kinderenhet eerste huwelijk met Geertruijd Hermensdr. van der Bies:

1. Henrick van Nuyssenburg, trouwde Maria Michielsdr., van Lakerveld

2. Dirck Jansz.van Nuyssenburg, volgt Va.

3. Kornelis van Nuyssenburg, ongehuwd overleden vóór 18 april 1606

4. Jan van Nuyssenburg, ongehuwd overleden

5. Geertruijd van (den)Nuyssenburg Jan Willemsdr., geborennaar schatting ca. 1575, “van Dordrecht” (1597), trouwde NG Dordrecht 13 april/18 mei 1597Dirck Pietersz.van den Honert (van den Honaert), “van Dordrecht”,zoon van Pieter Rochusz. van den Honert en Helena Dircksdr. Mol [Gens Nostra 1990 (nr. 10/11), p. 455-456]

Kinderen uit dit huwelijk (allen NG gedoopt te Dordrecht):

5-a. NN, juli 1599

5-b. Joan van den Honaert, naar schatting geboren ca. 1600, trouwde Hasia (Haesgen) van der Meij(de)

(zie http://home.online.nl/audeman/kwst0192.htm)

5-c. Geertruijt van den Honaert, jan. 1603

5-d. Willem van den Honaert, juni 1608

5-e. Helena (Heilke) van den Honaert Dircxdr.,okt. 1609, “van Dordrecht” (1637),trouwde NG Dordrecht 2/18 aug. 1637 (beiden wonende in het Steegoversloot) Blasius van Haerlem, gedoopt NG Dordrecht aug. 1602, “vanDordrecht” (1637), overleden Dordrecht 13 maart 1666, zoon van Blasius Blasiusz. van Haarlem en Anthonia van Absou, trouwde 1e Margareta van den Steen Emanuelsdr., 2e Geertruijd van den Honert heer Thomasdr., 4e Maria Treurniet,

Uit dit huwelijk (allen NG gedoopt te Dordrecht):

5-e-1. Dirck van Haerlem, ongehuwd

5-e-2. Geertruijt van Haerlem, 1 dec. 1640

5-e-3. Pieter van Haerlem, 12 jan. 1643, trouwde NG Dordrecht 11/26 febr. 1664 Maria van Slingeland, geboren Dordrecht juli 1644, dochter van Cornelis Sybertsz. van Slingeland en Elisabeth Cornelisdr. Treurniet

Uit dit huwelijk (allen NG gedooptte Dordrecht):

5-e-3-1. Helena, 9 dec. 1665

5-e-3-2. Cornelis,7 sept. 1667

5-e-3-3. Christina, 26 april 1669

5-e-3-4. Blasius, 1 noc. 1671

5-e-3-5. Pieter, 27 okt. 1673

5-e-4. Thomas van Haerlem, 6 jan. 1645

5-e-5. Jacob van Haerlem, 2 mei 1646

5-e-6. Hermen van Haerlem, aug. 1647, “voer 1675, als Commandeur over de militie, op’t schip ’t Huijs te Merwede na Indien”, ongehuwd (M. Balen, o.c., deel II, p. 1065-1066)

5-e-7. Jacob van Haerlem, 14 okt. 1648, trouwde Adriana van Ardenna

5-e-8. Jan (Johan)van Haerlem, 18 maart 1650, ongehuwd

5-e-9. Cornelia van Haerlem, 18 okt. 1652

5-e-10.Helena van Haerlem, 14 aug. 1654, ongehuwd

5-f.Hendrick van den Honaert, april 1614

6. Herman van Nuyssenburg, volgt Vb

Kinderen uithet tweede huwelijk met Emmeken Jansdr. Both:

1. Willem van Nuyssenburg, volgt Vc

2. Johan van Nuyssenburg, OSPtussen 18 april 1606en4 sept. 1610

3. Rijnsburch van Neusenburch, OSP vóór 4 sept. 1610

SA Dordrecht, ONA Dordrecht inv. 10, f. 354 (oude nummering): op 4 sept. 1610 comp. voor notaris P. Eelbo Dirick Jansz. van Neussenburch, inwoner van Dordrecht. Hij transporteert aan Roelandt Eeckholt, eveneens inwoner van Dordrecht, zijn aandeel in de nalatenschap van wijlen Jan van Neussenburch en Rijnsburch van Neussenburch, zijn halfbroer en halfzuster.

Va. Dirk Jansz. vanNuyssenburg, overleden 1649,trouwde 1598 Geertruyd Muys van Holy Anthonisdr., overleden 1651

ONA Dordrecht inv. 10, f. 213: op 4 sept. 1610 transporteert Dirck Jansz. van Neussenburch, inwoner van Dordrecht, aan Roelandt Eeckholt, inwoner van Dordrecht, zijn aandeel in de nagelaten goederen van Jan Neussenburch en Reijnsburch van Neussenburch, zijn halbroer en zuster.

Kinderen (allen NG gedoopt Dordrecht):

1. dr. Anthonie van Nuyssenburg, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot,doctor in de medicijnen (1632), overledenaan de pestin 1636, trouwde NG Dordrecht 12 sept./5 okt. 1632 Susanna Koenen Adriaensdr.,jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Munt [Voorstraat](1632), “sterff zonder Oir”

– 5 jan. 1635: de stad Dordrecht benoemt medisch doctor Van Nuyssenburgh tot professor in de Griekse taal en de fysica aan de Latijnse School. (C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena [Dordrecht 2003], p. 187, 214)

2. Willemina van Nuyssenburg, ongehuwd, overleden in of na 1673

– SA Dordrecht, ONA Dordrecht inv. 254 (not. A. Meijnaert), f. 213 e.v.: op 11 febr. 1673 verklaren Willemijna en Maria van Nuijssenborch, dat zij in 1671 en 1672 een bedrag van 100 gl. hebben geleend aan Pieter Abrahamsz. Commer, schipper te Dordrecht, die hij zou aflossen met een interest van 5%, maar waarvan zij tot op heden nog niets hebben ontvangen. Akte door beiden ondertekend.

3.Johannes van Nuyssenburg, sept. 1606

4. NN, apr. 1608

5.Maria van Nuyssenburg, sept. 1611, ongehuwd, overleden in 1674,

6. Joannes van Nuyssenburg, juni 1614, ongehuwd

7. dr. Jacob van Nuyssenburg, jan. 1617, doctor in de medicijnen te Zaltbommel, overleden 1648, trouwde Maria van Schravenwaard

Kinderen:

a. Arend van Nuyssenburg , jong overleden

b. Anthonia van Nuyssenburg

c. Wilhelmina van Nuyssenburg, jong overleden

d. mr. Albert van Nuyssenburg

8.Geertruyd van Nuiyssenburg, febr. 1620, trouwde jonkheer Johan van Santen, heer in Middelharnis, kolonel van een Regiment voetknechten

9. Simon van Nuyssenburg, dec. 1621

Vb. Herman Johansz. van Nuijssenborg, geboren naar schatting ca. 1565, woonde in Oud-Bonaventura ca. 1620 (vriendelijke mededeling van de heer J.J. Vervloet), trouwde NN

(NB: hij is beslist niet identiek met Herman Jansz. kleermaker te Puttershoek(1630), die trouwde met Ariaentgen Willemsdr. [vriendelijke mededeling van de heer J.J. Vervloet])

Kinderen (volgorde onzeker):

1. Jaco(b)mijnken van Nuijssenburch Hermansdr. “van Raamsdonk” (1626), mogelijk geboren te Raamsdonk, naar schatting ca. 1605, woonde in de Kleine Spuistraat te Dordrecht (1626), trouwde 1e NG Dordrecht 7 juni 1626 (ondertrouw) Jan Jansz. (Schele/van Alssem), jong gezel van Aelssem, brouwersgast wonende in “den Engel” [brouwerij in de Voorstraat tussen Kleine Spuistraat en Botgensstraat] te Dordrecht (1626), trouwde 2e NG Dordrecht 1 febr. 1643 (ondertrouw) Jan Dircksz. van Amersfoort, schoenmaker te Dordrecht

ONA Dordrecht inv. 87, f. 264v e.v.: op 11 sept. 1648 verleent Jacobmijntgen van Muijssenborch (sic) Hermansdr., weduwe van Jan Jansz. van Alsem,procuratie aan Evert Jansz. van Alsem, haar zwager, om voor haarzelf ende kinderen, die haar voornoemde man bij haar heeft verwekt, te vorderen van de weduwe van zijn broer, Aernt Jansz. Schelen,wonende teAlsem, al hetgeen haar toekomt uit de nalatenschap vanhaar mansouders. Zij tekent met haar naam.

– 11 aug. 1661: Jan Dircxsz. van Amersfoort, oudschoenmaker en burger van Dordrecht, als man van Jacobmintge van Nuijssenburch, eerder weduwe van Jan Jansz. van Alssen, is schuldig aan Adriaen Cluijt, als voogd van het weeskind van Aert Jansz. Braspenninck, een somma van 200 gl., verbindende een huis in de Grote Spuistraat, staande tussen het huis van Gerrit Maertensz. Clomp en dat van Lijsbeth Jansz., weduwe vanHendrick Bosch. (ORA Dordrecht inv. 1619, f. 56)

Kind (ex 1):

a. Geertruijt, gedoopt NG Dordrecht jan. 1629

Kinderen (ex 2):

a. Jannette, gedoopt NG Dordrecht 20 dec. 1645

b. Lijsbeth, gedoopt NG Dordrecht 1 jan. 1647

c. Dirck, gedoopt NG Dordrecht 8 nov. 1649

2. Anna (Anneke)Hermansdr. van Nuijssenburg, geboren te Raamsdonk naar schatting ca. 1605, j.d. van Witzenburch (1629), trouwde 1e NG Puttershoek 23 dec. 1629 Lenaert Jacobsz., schout van Puttershoek, 2e NG Puttershoek 7 febr. 1638 Cornelis Jansz. Barendregt alias Nieuwenboer, 3e NG Puttershoek 13 nov. 1644 Leendert Willemsz. Veerman (zie reeks 103 van de websitewww.kareldegrote.nl)

– 14 mei 1639: Willem Diricksz. Breeckvelt, wonende te Puttershoek, als procuratie hebbende van Cornelis Jansz. Nieuwenboer, echtgenoot van Anneken Nuijssenborgh, die eerder weduwe was van Leendert Jaecops, schout van Puttershoek, enerzijds en Jan Lambertsz. van Duiesborgh, als man van Dijnghetie Cornelisdr., anderzijds, verklaren “eenighe questij met malcanderen te hebben” aangaande de nalatenschap van Leendert Jaecops. Comparanten zijn overeengekomen, voor zoveel de erfportie van Jan Lambertsz. aangaat, dat Breeckvelt aan hem een bedrag van 6 gl. 6st. zal uitkeren en dat hetgeen Jan Lambertsz. uit het erfhuis van Leendert Jaecops heeft gemijnd of gekocht, bedragende 6 gl. 1 st., mede als voldaan beschouwd wordt. (ORA Puttershoek inv. 1)

3. Cornelia Nuijssenborg, trouwde Leendert Arijensz. (Vriendelijke mededeling van de heer M. van der Tas.)

4. Digna van Nuijssenborch, trouwde Willem Hendricxsz. kuiper (Ons Voorgeslacht juli/aug. 2010, p. 410)

NG trouwboek Dordrecht 13 juni 1627 (ondertrouw): Willem Henricxsz. kuiper jongman van Bommel wonende aldaar en Digna van Nuijssenburch Harmansdr. van Raamsdonk wonende in de Doelen, proclamatie te Bommel

5. Jan van Nuijssenborch (Ons Voorgeslacht juli/aug. 2010, p. 410)

6. Arien van Nuijssenborch (ibidem)

7. Geertruijd van Nuijssenborch, geboren te Raamsdonk, trouwde NG Dordrecht 17 mei/14 juni 1626 met Thonis Thonisz. (van Dorsser) (ibidem)

NG trouwboek Dordrecht 17 mei 1626: Theunis Theunisz. jong gezel bouwman van Sliedrecht wonende op Dubbeldam en Geertruijd van Nusenborch Harmansdr., [jonge dochter] van Raamsdonk wonende op Dubbeldam, getrouwd 14 juni 1626 (NG trouwboek Zwijndrecht: op verzoek van ds. D. Dimitrius getrouwd in Zwijndrecht op 14 juni 1626)

– 27 juni 1656: kapitein Pieter de With, als man van Hasina Pieters, verkoopt aan Geertruijt Nuijsenborch een huis buiten de Sluispoort, staandetegenover de korenwindmolen “de Buijserinne” enachter het huis op de hoek van de Stadsweg, dat toebehoort aan Stoffel Mangele. Koopster is schuldig aan verkoper een bedrag van 255 gl. (ORA Dordrecht inv. 780, f. 122v)

– 11 febr. 1671: “Herman Thonis Schiptimmerman, Borger deser Stede, soone van Geertruijt van Nuijssenborgh getrouwt geweest sijnde met Thonis Thonis in sijn leven mede Borger alhier desselfs vader en(de) moeder za.r, ende dienvolgende voor sigh selven, mitsgrs. vervangende en(de) sigh sterckmaeckende voorde verdere kindren en(de) Erffgen. van sijne voorsz. moeder, wesende Cornelia ende Christina Thonis desselfs susters die bij Scheijdinge en(de) deelinge voor haeren portien in het naerbeschreven huijs en(de) Erve met andere goedren vergeleecken ende voldaen sijn” verkoopt voor 350 gl. aan kapitein Jan Matthijs Bacx een huis buiten de Sluispoort tegenover de korenmolen “de Buijserinne”, staande achter het huis op hoek van de stadsweg, toebehorende aan Jacob de bezemmaker, staande tussen het huis van de kinderen van Aert Gillisz. van der Pijpen en dat van Thonis Cornelisz. Boertjen.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Herman Thonisz., schiptimmerman, geboren ca. 1632

Voor zijn nakomelingen zie www.genealogieonline.nl/genealogie-schapekoppen/I138741.php

b. Cornelia Thonisdr., gedoopt NG Dordrecht juni 1638

c. Christina Thonisdr. , gedoopt NG Dordrecht 8 jan. 1648

8. Willemijntje van Nuijssenburg, geboren te Raamsdonk, wonende te Puttershoek (1667), burgeres van Dordrecht (1684), OSP, trouwde 1e Govert Mathijsz. overleden vóór 19 juli 1668, 2e Bastiaan van der Meer (Ons Voorgeslacht juli/aug. 2010, p. 410 e.v.)

– 18 juli 1668: Pieter Jansz. Hardicxvelt, residerende op het dorp Puttershoek, transporteert aan Willemina van Nuijssenburg, de vrouw van Bastiaen van der Meer, een stuk weiland van 2 morgen 300 roeden, met aanwas, visserij en vogelarij, welke hem, comparant, is aangekomen bij overlijden van zijn grootouders, wijlen Ingen Ariensz. Reedijck en Lijsbet Cornelis. Het land ligt in Heinenoord, belend zuid en oost de Reedijk, west de heer Van der Steen, en noord Johan Persijn. Voldaan met 800 gl. (ORA Heinenoord inv. 6)

– 19 juli 1668: Willemijntge Nuijssenburg, weduwe van Govert Matthijsz., verkoopt voor 630 gl. aan Pieter Jansz. Hertigsveld, inwoner van Puttershoek, een huis aldaar, belend oost het landeken van de heer van Puttershoek, zuid Wouter Pietersz. Hertigsveld, west de straat, en noord het huis van Pieter Dircxsz. van der Linde. (ORA Puttershoek, inv. 2)

Vc. Willem van Nuijssenborch, geboren te Dordrecht naar schatting ca. 1575,weduwnaar van Dordrecht (1608),stadhouder van de baljuw van Zuid-Holland, stadhouder van de schoutvan Dordrecht, schout van Puttershoek (1607), overledenDordrecht29 juli 1628, trouwde 1e NG 15 nov./8 dec.1598 Dordrecht Catharina Pietersdr./Petersdr. (Cranenburg),trouwde 2e NG Dordrecht 16-11/9-12-1608 met Janneken (Johanna)Gabriël Henriksdr. van Ravesteijn, dochter van Gabriël Henricxsz. van Ravesteijn (alias van Dieden)[zie Gens Nostra 1990 (nr. 10/11), p. 458 enOnze Voorouders. Kwartierstaten en Stamreeksen, deel II (Leiden 1992), p. 59]

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

Ex 1:

1. Johan

2. Pieter

3. Maricken, 6 sept. 1599

4. Emmerentiana, febr.1601

5. Catharina van Nuijssenborch, 3 mrt. 1608

Ex 2 (volgens Balen, o.c., deel II, p. 1169: “Zes Zonen, alle Ongetrouwd, of Jong overleden”):

1. Gabriël van Nuijssenborch, okt. 1609volgt VIa

2. Abraham van Nuijsenborch, dec. 1610, tavernier in de Sint Jorisdoelenin het Steegoversloot teDordrecht (1654), huurder van de Sint Jorisdoelen, landdrost van Zuid-Holland (vermoedelijk van 1657 tot aan zijn overlijden en als opvolger van zijn broer Gabriël: zie VIa), overleden tussen 23 apr. 1660 en 25 aug.1660 vermoedelijk in de Sint Jorisdoelen te Dordrecht, trouwde vóór 28 april 1654metAdriana Mauritsdr. (Rouwe), weduwe van NN Mesroe

Uit dit huwelijk geen kinderen.

SA Dordrecht, Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht anno 1633), f. 13v: Abraham van Nuyssenborch huurt van Jan Govertsz. ijzerkoper een huis op de Lombardbrug. Hijbetaalt 20 ponden en 5 sch. Belenders: Abel Jacobsz. meelkoper enJacob Dionijsz. kleermaker.

SA Dordrecht, archief 27 inv. 6 (Acta van de NG kerkenraad van Dordrecht, f. 178v, acta van 4 juli 1652: “De huijsvrou van Nuijssenburg, de waerdt inde Doelen, versoeckt haere belijdenis te doen en ten H. Avondmael te gaen. Ds. praeses Staphorstius hier in beswaert sijnde, heeft gevraeght wat hij daarin doen sal. Is goedgevonden haar aen te seggen, datse magh aengenomen werden, mits sij soo veel in haer is alle insolentiën tegengae, ende sabatschendinge, suijperije, spelen etc. niet en voede.”

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 133, f. 258 e.v.: op 28 april 1654 testeren ten overstaan van notaris Arent van Neten Abraham van Nuijssenborch, tavernier in de Sint Jorisdoelen en zijn vrouwAdriana Mauritsdr. Legaten voor zijn broers van helen bedde Gabriël, (Isaack is doorgehaald), Jacob, (Hendrick is doorgehaald) en Adriaen van Nuijssenborch en de kinderen van wijlen Isaack van Nuijssenborch, eveneenseen broer van helen bedde van de testateur.

De Sint Jorisdoelen (met dank aan de heer G. Matthee)

SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 780, f. 12v: op 15 mrt. 1655 verkooptPieter van Bellen, burger van Dordrecht, aan kapitein Abraham Nuijssenburch een huisje in de Doelstraat, staande tussen het huis van Leendert van Dijck en het huisje van verkoper.

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 139, f. 428 e.v., akte gepasseerd kort na25 aug. 1660: inventaris van de goederen nagelaten door Abraham van Nuijssenburch, in zijn leven landdrost van Zuid-Holland,welke hij in gemeenschappelijke eigendom heeft gehad met zijnvrouw Adriana Mauritsdr., die van nu af eigenaar van de gerechte helft zal zijn en de andere helft in lijftocht zal bezitten tot “wederhuwelijcke” toe. Als zij hertrouwt, moet zijlaatstgenoemde helft overdragen aan de erfgenamen ab intestato van haar overleden man, overeenkomstig hetgeen bepaald is in diens laatste testament, gepasseerd voor notaris Jan Marcelisz. van Osch te Gorinchem op 23 april 1660. De nalatenschap is beschreven op verzoek en “te kennen geven” van Adriana Mauritsdr., in aanwezigheid van [doorgehaald zijn de volgende namen: Hendrick van Nuijssenburch, Adriaen van Nuijssenburch, Catharijna van Nuijssenburch, bejaarde ongehuwde dochter, Anthonij S… , echtgenoot van de dochter van Jan van Nuijssenburch zaliger] de heren mr. Willem Halling en Gerrart Noeij de jongeen Blasius van Haerlem, resp. weesmeesters en secretaris van de weeskamer van Dordrecht, van wege Willem van Nuijssenburch, minderjarige zoon van wijlen Isaack van Nuijssenburch, als getuigen, op 25 aug. 1660 en enige navolgende dagen.

Tot de boedel behoorden o.a.:

– een huis in het Steegoversloot op de hoek van de Augustijnenkamp, staande tussen de Augustijnenkamp en het huis van de huistimmerman Stoop, volgens eigenbrief daarvan zijnde dd 16 nov. 1649, verhuurd aan Elisabeth Schutt, weduwe van Goris Jacobsz. Ronaer en de achterzijde verhuurd aan Barent de schoenlapper.

– een huisje in de Doelstraat, volgens eigenbrief daarvan zijnde dd 15 mrt. 1655, verhuurd aan Neeltgen Cop

– een tuin buiten de Sint Jorispoort, volgens brief daarvan zijnde dd 16 mei 1652

– een schuldbrief verleden op 18 sept. 1658door Adriaentgen Adriaens, weduwe van Boudewijn Willems, molenaar op de Klaaswaalse molen, voor schout en schepenen van Klaaswaal, anders genaamd Cromstrijen, inhoudende 1600 gl. kapitaal en verzekerd op een stuk land in Cromstrijen “met Beijerland bedijkt”, liggende aan de Danserweg, ten oosten belend door Joost Jacobsz. molenaar, Lenaert Lenaertsz. Cappendijck en Mathijs Jacobsz. van der Wael en ten westen belend door Hendrick Jacobsz. van der Ghijssen

– een somma van 2000 gl.,waarvan de overledene in zijn testament heeft bepaald, dat zijn vrouw die moest inbrengen ten bate van de gemeenschappelijke boedel, wegens hetgeen haar voordochter Elisabeth Mesroe ten huwelijk heeft gehad,welke huwelijksgiftvolgens AdrianaMauritsdr. een somma van 2000 gl. heeft bedragen

– een somma van 600 gl., die deze boedel toekomt wegens het maken van enkele nieuwe kamertjes in de Sint Jorisdoelen, waarover met de schutmeester en dekenen van het Sint Jorisgilde is overeengekomen, dat bij verhuizing uit de Doelen of bij overlijden van Adriana Mauritsdr. door de schutmeester en dekenen zal moet worden “goet gedaen” een bedrag van 400 gl. en door de toekomstige huurder 200 gl., dus samen 600 gl.

– in de kamer [in de Sint Jorisdoelen], genaamd de Hal: een groot stuk schilderij van Petrus met een engel, een schilderij van een herder en een herderin (voor de schoorsteen),een “Leger” gedaan door Benjamijn Cuijp, een “Batalie” [Batailleofwel riddergevecht]gedaan door Benjamin Cuijp, een “kersnacht” ook van Benjamin Cuijp, twee landschappen en een kaart van het graafschap Vlaanderen “met Swarte Rollen”

Benjamin Cuyp, Petrus uit de gevangenis bevrijd door een engel (NB: Cuyp schilderde dit thema 15 maal).

Benjamin Cuyp, De aanbidding door de Drie Koningen.

– “een schilderije vvt Ovidius sijnde [een] jonge naeckte vrouw met een out wijff”.

– 2 juni 1665: Adriana Mauritz, weduwe van kapitein Abraham van Nuijssenburch, koopt voor 500 gl. een huis in de Schuitenmakersstraat, zijnde het hoekhuis van het dwarsstraatje, staande tussen het huis van kapitein Pietervan de Werff en het dwarsstraatje. (ORA Dordrecht inv. 784, f. 27v)

– 16 febr. 1675: Adriaen Baen, gezworen klerk ter secretarie van Dordrecht, alslast hebbende van Claes Robbertsz. sledenaar, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. van Neten te Dordrecht op 13 febr. 1675,draagt over aan Adriana Mauritsdr. Rouwe, weduwe van de landdrost Abraham van Nuijssenburgh, een huis in de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Jan Teunisz. en dat van Trijntgen Hans, betaald met het”casseren”van een schepenenschuldbrief, die Adriana Mauritsdr. op het huis sprekende heeft. (ORA Dordrecht inv. 789, f. 13v)

3. Isaac, apr. 1612, jong overleden

4. Johan van Nuijssenborch, geboren naar schatting ca. 1613

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 76 f. 149v e.v.: op 3 nov. 1638 testeert voor notaris D.S. Coplaer Johan van Nuijssenborch, kapitein van een compagnie voetknechten in dienst van de WIC, gaande naar Brazilië. Hij benoemt tot erfgenamen zijn kinderen en tot voogden zijn broers Gabriël en Abraham van Nuijssenborch.

5. Isaac van Nuijssenborch, jan. 1614,volgt VIb

6. Henrijck, mei 1615, jong overleden

7. Jacob van Nuijssenborch, dec. 1616, overleden in of na 1654

8. Willem, aug, 1618, jong overleden

9. Hendrick van Nuijssenborch, okt 1619

10. Willem, aug. 1621, jong overleden

11. Willem van Nuijssenborch, okt. 1622

12. Adriaen van Nuijssenborch, mei 1624, volgt VIc

VIa. Gabriël (van)Nuijssenborch, gedoopt NG Dordrecht 1 okt. 1609, klerk van de Dordtse notaris Sebastiaen van de Graeff (SA Dordrecht ONA Dordrechtinv. 70 f. 311v, akte dd 24 dec. 1626), landdrost van Zuid-Holland (SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 89 f. 169 ,akte dd 20 april 1650), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 12 dec. 1657 (een baer int Sint Jorisdoel voor den gewesene drost Gabriel Nuijssenborg).

Gabriël Nuijssenborch en Metje Abrahams laten dopen NG Dordrecht okt. 1638 een zoon genaamd Willem

Begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 nov. 1642: een kind op een baar van de drost Gabriel Nuijsenborch

SA Dordrecht, archief 27 inv. 6 (acta van de NG Kerkenraad Dordrecht) f. 158v, 4 juli 1651: “Is gepresenteert van Nuijssenburg den drossaert, overmits swaere ende waerschijnlijcke beschuldingen van sijn ontucht ende oneerlijcke leven in continuatie. So is goedtgevonden den sake te brengen aen den Heere officier alhier ende order te versoecken daertegen, tegen sulcke quaede dienaer der justitie.”

SA Dordrecht, archief 27 inv. 6 (acta van de NG Kerkenraad Dordrecht), f. 165,21 dec. 1651: “Den Drossart Nuijssenborg continueerende in sijn oude oncuijsheijt misbruijckende seeker vroupersoon buijten [de stad] wonende, so heefde Kerckenraet goedgevonden dit met ernst den borgemeester bekent te maecken en met sijne communicatie aende Ed. Heeren vanden Gerechte en indien niet geholpen worden, dan te gaen bij de gene van welcke hij sijn commissie heeft ontfangen .Dit sullen doen Ds Buijtendijck ende Ds Staphorstius, en sullen met eenen oock verhael doen van sijn voorige leven met een andre dochter, die van droefheijt in teeringe gevallen sijnde, is gestorven.”

SA Dordrecht, archief 27 inv 6 (acta van de NG Kerkenraad Dordrecht) f. 172,4 april 1652: “Ds. Buijtendijck rapporteert dat sijne Edelheid inde huijssoecking in sijn quartier had gevonden de Bijsit vande Drost Nuijssenborg, en haer vermaent en gewaerschout had, alsmede de vrouw vant huijs daerse woont, datse die schande souden weeren, of dat anders order sal moeten gestelt worden.”

VIb. Isaac van Nuijssenborch, jan. 1614,jongman van Dordrecht, soldaat onder kapitein Cuijl in garnizoen liggende te Utrecht (1644), weduwnaar van Dordrecht en daar wonende (1647), trouwde 1e NG Dordrecht 28 febr./29 mrt. 1644 (proclamatie te Utrecht) Antonetta de Caron, jongedochter van Ravesteijn wonende bij de Vriesestraat (in Dordrecht),trouwde 2eNG Dordrecht 16 juni 1647 met Machteltje de Ridder jongedochter van Amersfoort en daar wonende (per schrijven van Amersfoort, in de marge van de trouwinschrijving staat: betoogh gegeven op Amersfoort 4 juli 1647).

Kinderen uithet tweedehuwelijk (allen gedoopt NG Dordrecht):

1. Johannes, 11 nov. 1649

2. Jannette, 6 juni 1651

3. Willem van Nuyssenburg, geboren ca. 1650 (schatting)

VIc. Adriaen van Nuijssenborch, mei 1624,jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1645), woonde in Schoonrewoerd in het huis genaamd “Kruithof”,kunstschilder, overleden kort voor 9 sept. 1671,trouwde NG Dordrecht 17 sept. 1645 (ondertrouw, per schrijven van [Amsterdam]en hebben op 2 okt. 1645 bescheid ontvangen om te Amsterdam te trouwen, getr. NG Diemen 8 okt. 1645) Martijntje Claesdr.Vogelsangh, gedoopt NG Amsterdam 22 nov. 1611, jongedochter wonende te Amsterdam, dochter vanClaes Heyndrickx en Fytge Barentsdr.[zie Onze Voorouders. Kwartierstaten en Stamreeksen, deel II(Leiden 1992), p. 56 en 59]

Kinderen uit dit huwelijk (NG gedoopt Dordrecht):

1. Adriana, 17 okt. 1646

2. Nicolaus, 1 okt. 1647

3. Janette van Nuijssenburg, 29 juli 1649, trouwde ca. 1670 Adriaen Jansz. Westerhout, woonde op de Diefdijk onder Schoonrewoerd (hieruit nakomelingen: zie Onze Voorouders. Kwartienstaten en Stamreeksen, deel I (Leiden 1989), p. 35 en Gens Nostra 1990 (nr. 10/11), p. 98-99.)