Kwartierstaat van Hendrik Littoij

1. Hendrik Littoij, gedoopt NG Dordrecht 22 april 1768

2. Hendrik Littooij (Lattooij), gedoopt NG Dordrecht 9 nov. 1720, jongman van Dordrecht (1748), weduwnaar van Dordrecht (1762),baas zaagmolenaar,trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 27 juni/21 juli 1748 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Anna Vrees, weduwe van Jan Claasz. Littooij; doorde kamerbewaarder aan de moeder van de bruid, Johanna Vos, nu huisvrouw van Roeloff de Koning,consent gevraagd)Elisabeth Spruijt, jonge dochter van Dordrechtwonende op de Vest bij de Ruijtestraat (1748), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 15 juli 1762 (Elisabeth Spruijt, vrouw van Hendrik Lattooij, buiten de Vriesepoort, laat kinderen na), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 26 aug./12 sept. 1762 (de bruid geassisteerd met haar vader Gijsbert Brandt)

3. Johanna Brandt, gedoopt NG Dordrecht 15 jan. 1744, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1762)

– 9 sept. 1756: IJda de Haan, weduwe van Maarten Lippius enJan Lippius en Willem Lippius, kinderen en erfgenamen van Maarten Lippius, verkopen aan Hendrik Littooij, baas zaagmolenaar, een huis op de Vest bij de Ruitenstraat, staande tussen het huis van Claas Littooij en de gang van apotheker Kluijt, voor 300 gl. contant. (ORA Dordrecht inv. 825, f. 222v)

4. Jan Claesz. Littoij, jongman van Dordrecht, wonende te Rotterdam aan de Slakade[Slaak] (1719), begraven Rotterdam (Westerkerkhof) 6 jan. 1728 (Jan Claesz. Lettooi, echtgenoot van Anna Vrees)trouwde NG Rotterdam 15/31 okt. 1719

5. Anna Vrees, gedoopt NG Dordrecht 2 jan. 1696, jonge dochter van Dordrecht, wonende te Rotterdam in de Zandstraat (1719), overleden na 27 juni 1748

– 30 jan. 1727: akte van indemniteit gegeven aan Jan Claesz. Lattoij, zijn vrouw Anna Vrees en hun vier kinderen, genaamd Hendrik, 6 jaar oud, Nicolaes, 4 jaar oud, Jan, 2 jaar oud en Maeijke, 2 maanden oud, ten behoeve van de Diaconie-armen te Rotterdam (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1995)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Henrik, 9 nov. 1720

b. Claas, 2 febr. 1723

c. Jan, 28 nov. 1724

d. Maeijken, 6 dec. 1726

6. Gijsbert Brandt, gedoopt NG Dordrecht 9 mrt. 1717,jongman van Dordrecht wonende in de Lijnbaan (1742), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/22 april 1742 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Joost Brant en de bruid met haar vader Jan Nieuwendorp, de geboden gaan in de Lutherse Kerk)

7. Maria Nieuwendorp, geboren naar schatting ca. 1720, jonge dochter van Dordrechtwonende buiten de Vriesepoort (1742)

10. Hendrik (Adriaensz.) Vrees, geboren naar schatting ca. 1670, jongman van Dordrecht (1692)weduwnaar van Dordrecht, schipper wonende in de Suikerstraat (1695), begraven Dordrecht 7 okt. 1720, trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 24 nov. 1692, Marijcke Jansdr. Besman, jonge dochter van Oude Tonge (1692), overlijden aangegeven Dordrecht 23 jan. 1693, trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 3/24 april 1695 (de bruidegom geassisteerd met Annighie Vrees, zijn moeder en de bruid met Berber van Doornick, haar moeder)

11. Dingena van Plueren, gedoopt NG Dordrecht 8 mrt. 1675,jonge dochter van Dordrecht wonende in de Suikerstraat (1695)

– 12 juni 1695 comp. Hendrick Adriaensz. Vrees, burger van Dordrecht, gevaren hebbende als knecht en stuurman op het “wijtschip de Koe” en verklaart “ten behoeve van den genen die’t van nooden sijn sal, dat hij deposant inde voorsz. qualiteijt met het gemelte schip, op sondagh den tweeden meij deses jaers [1695] … inde nademiddagh is ’t zeijl gegaen van Emden naer Oostende, ende savonts gestreecken hebben een mijl a twee beoosten Delfsziel, ende van daer den derden ditto geseijlt, ende des avonts de Wester Eems uijt in zee geloopen met een wester cours, op tien a elf vaem water, om ’t riff van Amelant te mijden, dat het voorsz. schip den vierden ditto smergens ontrent negen a tien uijren voor ’t westent vant Vlielant is genomen door een France kaper, dat die van de selve kaper den schipper vant voornoemde wijtschip de Koe, Jacob Tomisse van Egermont, nevens een andere knecht genaemt Aelbert Laurensz. de Bouff hebbende overgenomen ende hem deposant doen gaen in de boot off sloep, omme ’t meergemelte wijtschip in de gront te hacken ofte verbranden, den voorsz. schipper, Jacob Tomisse van Egermont, hebben gedwongen te rantsoeneren, maer dat die van de kaper al begonden te hacken ende ’t brant gereetschap klaer gemaeckt hadden, dat hij deposant ende den gemelten Aelbert Laurensz. de Bouff onder ’t voorsz. rantsoen met het geseijde wijtschip sijn geseijlt naer seecker Hollants oorloghschip van Amsterdam, capn. Carrele, ende daer van opgebragt in Tessel … ” Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 567, geen folionrs.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Anna Vrees, 2 jan. 1696

b. Barber, 19 mrt. 1698

c. Adriana Vrees, 31 okt. 1700, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Elfhuizen (1729), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8/21 aug. 1729 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Stoffel Gardenier, de bruid met Anna Vrees, weduwe van Jan Letooij, haar zuster) Hermannus Gardenier, gedoopt NG Dordrecht 6 febr. 1707, jongman van Dordrecht wonende in de Raamstraat (1729), zoon van Stoffel (Christoffel) Sijmonsz. Gardenier en Emmighie Volgraaff

d. Hendrik, 27 nov. 1702

e. Jacobus Vrees, 4 dec. 1705, jongman van Dordrecht wonende in de Botgensstraat (1735), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 30 sept./30 okt. 1735 (de bruidegom geassisteerd met Anna Vrees, weduwe van Jan Claesz. Latooij, zijn zuster) met Elisabeth Brecht, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Sluispoort (1735)

f. Johannes Vrees, 22 febr. 1708, jongman van Dordrecht wonende bij de Pelserstraat (1730), trouwde Gerecht/NG Dordrecht (de bruidegom geassisteerd met Anna Vrees, weduwe van Jan Claesz. Lattoij, zijn zuster en de bruid met haar vader Stoffel Gardenier) Maeijke Gardenier, gedoopt NG Dordrecht 24 mei 1705, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Spuistraat (1730), dochter van Stoffel (Christoffel) Gardenier en Emmighie Volgraaff

g. Hendrik, 16 mrt. 1712

12. Joost Brant, gedoopt NG Dordrecht 8 sept. 1693, jongman van Dordrecht wonende op de Lijnbaan (1716), molenaar op de zaagmolen van de weduwe Cumsius in de Lijnbaan,overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 9 aug. 1757 (pro deo), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 10 aug. 1757,trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 10/27 okt. 1748 Catharina Reijken, overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 4 april 1755, trouwde 1eGerecht/NG Dordrecht 19/27 dec. 1716 (de bruidegom geassisteerd met Catharina Boter, de vrouw van Hendrik Brant, zijn “behuwd muij” [tante] ende bruid met Plonia van Ossaen, de vrouw van Joost Boot, haar zuster envolgens schriftelijk consent van Abraham Pietersz. van Ossaen, haar vader)

13. Pieternelletje van Ossaen, gedoopt NG Dordrecht 20 juli 1687, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Noordendijk (1716), begraven Dordrecht 4 jan. 1745

– 1 okt. 1726: akte van indemniteit ten behoeve van de Diaconie-Armen van Rotterdam afgegeven aan Joost Brandt, zijn vrouw Pieternella van Oossanen en hun kinderen Gijsbert (9 jaar), Abram (8 jaar), Daniël (6 jaar), Henderik (5 jaar) en Dingena (2 jaar) (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1995)

– 16 mei 1754: Catharina Reijken testeert voor notaris P. van Gelsdorp te Dordrecht. Zij benoemt tot universeel erfgenaam haar man Joost Brand. (ONA Dordrecht inv. 1031, akte 52)

14. Jan (Johan Nieuwendorp, jongman van Berlijn (1713), trouwdeGerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten; NB: dit huwelijk staat niet opgetekend in het trouwboek van de Lutherse gemeente te Dordrecht [DTB 76]) 12 okt./9 nov. 1713 (de bruidegom geassisteerd met Jan de Meijer, de bruid met haar nicht Catharina Ganderheijde)

15. Elsie Bruijns, jonge dochter van “Gangel in het Gulickerland” (1713)

– 28 nov. 1714: Johan Nieuwendorp, burger van Dordrecht en Elsje Bruijns, zijn vrouw, maken een testament op de langstlevende van hen beiden. Als de langstlevende zonder kinderen na te laten komt te overlijden, zullen zijn of haar goederen vererven op de broer van de testatrice, Gerrit Bruijns, of bij vooroverlijden zijn wettige nakomelingen. Hij tekent, zij zet een merkje. (ONA Dordrecht inv. 676, f. 403 e.v.)

– 19 april 1768: Jan Nieuwendorp, baas huistimmerman, wonende even buiten de stad, als procuratie hebbende van Johannes Backer, koopman te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris P. van Gelsdorp te Dordrecht op 13 april 1768, transporteert aan Anthonij Kisselius, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van dr. Gijsbert Beudt en dat van Johan Frans Baltz, aan Kisselius verkocht voor 4100 gl. (ORA Dordrecht inv. 829, f. 154 e.v.)

Kinderen (allen Luthers gedoopt te Dordrecht):

a. Johannes, 8 nov. 1716

b. Everd, 9 mrt. 1719

c. Catharina, 29 dec. 1720

d.Maria, geboren naar schatting ca. 1720

e. Martinus, 29 okt. 1724

20 Adriaen Hendricksz. Vrees, jongman van Strijen (1668), schipper, trouwde NG Dordrecht/Bergen op Zoom 25 mrt./22 april 1668

21. Anneken Theunisdr. van Nattenhoven,van Venlo (1668)

22. Johannes Hendriksz. van Pluren (van Pleuren), gedoopt NG Dordrecht 15 mrt. 1645, jongman van Dordrecht (1669), kleermaker, maselaar,begraven Dordrecht 24 mrt. 1706, trouwde NG Dordrecht/Hendrik-Ido-Ambacht 4/25 aug. 1669

23. Barbara Jansdr. van Doornick(van Doren, van Dorren, van Dame), geboren naar schatting ca. 1645, jonge dochter van Zevenbergen (1669), begraven Dordrecht 7 mrt. 1710,trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 26 aug. 1709 Pieter Goers, oud-burgemeester van Fijnaard, weduwnaar van Cornelia Pietersdr. van der Hout

24. Gijsbert Hendriksz. Brant, gedoopt NG Dordrecht 26 febr. 1667, jongman van Dordrecht wonende aan de Vest (1691), schoenmaker, begraven Dordrecht 12 febr. 1711, trouwde NG Dordrecht 4/25 mrt. 1691

25. Digna Joosten (Verheij), gedoopt NG Werkendam 20 febr. 1661,jonge dochter van Werkendam wonende buiten de Sluispoort van Dordrecht (1691), begraven Dordrecht 10 mei 1710

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Hendrik, 19 nov. 1691

b. Joost, 8 sept. 1693

c. Hendrica, 1 aug. 1695

d. Johannes, 19 mrt. 1698

e. Heijltje, 22 nov. 1699

f. Maijken, 4 dec. 1701

g. Hendrik, 18 mrt. 1705

26. Abraham Pietersz. van Osaen, geboren naar schatting ca. 1663, houtzaagmolenaar aan de Noordendijk te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 7/23 mei 1684

27. Ariaantje Daniëlsdr. de Meij, gedoopt NG Dordrecht 5 nov. 1663

44. Hendrick Jansz. van Pluren, achtman van het St. Jans- of Kleermakersgilde te Dordrecht (1673),trouwde 2e NG Dordrecht 30 mrt. 1676 Anna van Steenwijk, weduwe van Wolphert van Brunswijk, trouwde 1e vóór 1639

45. Grietgen Jansdr.

48. Hendrik Gijsbertsz. Brand, geboren te Hoge Zwaluwe naar schatting ca. 1640, varend gezel (1660), schipper (1673, 1674), trouwde NG Dordrecht 27 april/18 mei1659

49. Janneken Hendriksdr. van Bijgaerden, gedoopt NG Dordrecht 28 febr. 1642

– 19 febr. 1660: “opte requeste gepresenteert bij Henrick Gijsbertsen Brant varent gesel geboortich van de Hooge Swaluw getrout sijnde met een borgersdochter, stont voor apostille de camere ontfangt den suppliant als inheems poorter onder den behoorlijcken eede aen handen van de Heere Burgemeester mits deser stede behoeve betalende de somme van vijf Carolus gulden. Actum den 19 febr. 1660, niet onderteijckent.” (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1974, f. 20)

– 21 mei 1666: compareren voor notaris G. de WithLeendert Gerritsz. van Vroeijesteijn, marktschipper van Dordrecht op Haarlem, als executeur van het testament van wijlen Agnietje Pelle en in die hoedanigheid waarnemende het recht in de na te noemen nalatenschapvan Pel Aertsz., tegenwoordig uitlandig zijnde, Nicolaes Pluijm, binnenvader van het Gasthuis te Dordrecht, dezelfde Van Vroeijesteijn nog als man en voogd van Agnietje Eduwaertsdr., samen erfgenamen van Jan Aertsz. Pelle, die een zoon was van Aert Pelle zaliger, Jacob van Bijgaerden, Hendrick Gijsbertsz. Brant, man van Janneken van Bijgaerden en Anna van Bijgaerden, meerderjarige ongehuwde dochter, beiden kinderen van wijlen Hendrick van Bijgaerden, mitsgaders Pieter Pietersz. [van de Knijf] schrijnwerker, echtgenoot van Goverina van Bijgaerden, die een dochter is van Govert van Bijgaerden zaliger, samen broeder en broederskinderen van Aeltjen van Bijgaerden zaliger, in haar leven laatst huisvrouw van voornoemde Aert Pelle en ook geïnstitueerde erfgename geweest van Elisabeth Aerts Pelle zaliger, die een dochter was van eerder genoemde Aert Pelle, mitsgaders mr. Dionijs Dupon, chirurgijn [getrouwd met Cornelia van Bijgaerden] en voornoemde Jacob van Bijgaerden als gestelde voogden over de minderjarige mede-erfgenamen van voornoemde Aeltjen van Bijgaerden. Comparanten verklaren besloten te hebben de boedel, die Aert Pel, Aeltjen van Bijgaerden, Jan en Elisabet Aerts Pel en Rochus Abrahams onlangs nagelaten hebben, “in de voorsz. qualiteijt te adiëren ende in bate ende schade aen te nemen.” (ONA Dordrecht inv. 229, f. 388 e.v.)

– 3 juni 1666: de erfgenamen van Aert Pelle komen overeen, dat Jacob van Bijgaerden uit diens boedel zal aannemen een huisje, erf en toebehoren buiten de Sluispoort van Dordrecht. Pieter de Knijf, Hendrick Gijsbertsz. Brant en Anna van Bijgaerden, die met hun oom Jacob van Bijgaerden gerechtigden zijn in de nalatenschap van Aert Pelle, verklaren met het bovenstaande akkoord te gaan. Akte door comparanten ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 229, f. 393 e.v.)

– 28 juli 1673: compareren voor notaris G. de Jager junior Henrijck Gijsbertsz. Brant, schipper en burger van Dordrecht en zijn vrouw Janneken Henrijcksdr. van Bijgaerden. Testament op de langstlevende, door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 124, f. 80)

– 1 okt. 1674: compareert voor notaris G. de Jager junior Henrijck Gijsbertsz. Brant, schipper en burger van Dordrecht, die verklaart in maart1674voldaan te zijn “van Gerrit Adriaensen Lockerbol sijnen stijffvader wonende alsnu in het Oudemannenhuijs ende dat van de somma van een hondert vijftich Caroli guldens die voorn. Gerrit Adriaensen aen hem comparant is schuldich geweest over den coop ende leverantie van een sesde part in omtrent drie bunders lants gelegen ten deele onder de Made, ten deele onder de Swaluwe ende aldaar in twee partijen en ten deele onder Oosterhout, sijnde hem comparant aengecomen deur afsterven van sijne moeder zaliger ende van welck omtrent drie bunders lants de voorn. Gerrit Adriaens d’eene helfte, mitsgaders Theunis ende Willemke Henrijx sijns comparants broeder en suster elx mede een sestendeel is competerende, quiterende hij comparant mitsdien de voorn. Gerrit Ariensen van de beloofde cooppenningen van d’voorn. sijn portie.” (ONA Dordrecht inv. 124, f. 253)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Lijsbeth, 12 aug. 1660

b. Cornelis, 18 dec. 1662

c. Hendrina, 1 dec. 1663

d. Florina, 24 jan. 1665

e.Gijsberth, 26 febr. 1667

f.Hendrik Brand, 24 juni 1671, trouwde Catrina Joostendr. Boter(s)

g Floris, 19 dec. 1674

h. Cornelia, 5 dec. 1676

i. Bastiaen

50. Joost Woutersz. Verheij, geboren naar schatting ca. 1635, trouwde 2e NG Werkendam 30 mei 1663 (ondertrouw) Anneke Bastiaensdr., trouwde 1eNG Werkendam (ondertrouw) 27 mei 1660

51. Heijltie Jacobsdr. Cocz, overleden ca. 1662

52. Pieter Gerbrandsz. van Osanen, gedoopt NG Oostzaan 26 okt. 1642, molenaar aan de Noordendijk te Dordrecht, houtzaagmolenaar, begraven Dordrecht 7 dec. 1685, trouwde 2e NG Dordrecht/Papendrecht 22 juli/5 aug. 1668 Lucretia Pieters, trouwde 1e naar schatting ca. 1662

53. Appolonia Abrahamsdr., geboren naar schatting ca. 1640, overleden te Dordrecht in 1667 of 1668

– 2 mrt. 1684: Pieter Gerrebrants, geboren te Oostzaan in Holland, getrouwd met een burgersdochter, wordt burger van Dordrecht en betaalt daarvoor 5 ponden. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1975, f. 23v)

54. Daniël Maertensz. de Meij, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1632, jongman wonende in de Wijngaardstraat, metselaar (1651), adelborst (1661), korenmeter (1681), begraven Dordrecht 26 okt. 1706, trouwde NG Dordrecht 12/29 mei 1651

55. Jenneken (Janneke) Claes, geboren naar schatting ca. 1630, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Heer Heymansuisstraat (1651), begraven Dordrecht 5 nov. 1716

– 5 jan. 1661: verklaring door o.a. Daniél Maertensz. de Meij, adelborst van de compagnie van de heer Tuip. Hij tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 227, f. 5)

– 13 febr. 1681: notaris Petrus van Son, als boekhouder van de Franse diaconie te Dordrecht, verkoopt aan Daniël de Meij, een huis achter in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Jacob Huijgen en dat van Maerten van Balen, voor 320 gl., gedeeltelijk contant en de rest met het overnemen van een schepenenschuldbrief, die Abraham van Ratinge op het huis sprekende heeft. (ORA Dordrecht inv. 792, f. 8)

– 15 okt. 1681: Daniël de Meij, korenmeter, is schuldig aan Abraham van Ratinge, een somma van 200 gl. wegens geleende penningen, daarvoor verbindende een huis achter in de Mariënbornstraat “over de brugge”, staande tussen het huis van Marijken Ariens en dat van Leendert Schiff. (ORA inv. 792, f. 56 e.v.)

– 16 mei 1711: Jannigie Klaas, weduwe van Daniël de Meij, verkoopt aan haar zoon Daniël de Meij, een huis in de Mariënbornstraat aan de tweede brug, staande tussen het huis van Cornelis van de Klock en dat van Jan van Dokkum, voor 200 gl. contant. (ORA Dordrecht inv. 808, f. 41 e.v.)

– 5 nov. 1716: begraven Jannige Klaes, weduwe van Daniël de Meij, bij het Sluisje, “sine bonis” volgens verklaring van Daniël de Meij, haar zoon (Weeskamer Dordrecht inv. 113, f. 58)

88. mogelijk: Jan Jansz. van Pluren, weduwnaar van Antwerpen, droogscheerder wonende in de Raamstraat op de hoek van de brug (1621), trouwde 2e NG Dordrecht 4/27 april Janneken Pelegrom Adamsdr., weduwe van Dordrecht, wonende in de Kolfstraat tegenover “het Vercken sonder hooft”(1621), trouwde 1e Jan Jansz. schrijnwerker

98. Hendrik Jansz. van Bijgaerden (van Bijgaert), jongman van Dordrecht wonende buiten de Vuilpoort (1635), overleden ca. 1665, varend gezel (1635), schoolmeester (vanaf 1643), eigenaar van een kruidenierswinkel (1660), trouwde 1e NG Dordrecht 2 dec. 1635 (ondertrouw) Anneken Herberts, jonge dochter van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werk aldaar (1635), trouwde 2e NG Dordrecht 6/22 dec. 1637

99. Cornelia Cornelisdr. (van Veenendael alias Sterck), geboren ca. 1610 (ongeveer 70 jaar in 1680), overleden na 8 febr. 1680

– 30 mei 1643: Wouter de Gelder verkoopt aan Hendrick Jansz. van Bijgaert, schoolmeester en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Jan Boschman en dat van Aernt Maertens, in zijn leven Heer van Barendrecht. Kent betaald, promittit quitare. (ORA Dordrecht inv. 774, f. 34)

– 10 aug. 1650: compareren Sijken Anthonisdr., weduwe van Cornelis Anthonisz. van Veenendael, geassisteerd met een Dordtse notaris als haar gekoren voogd in deze, enerzijds en Hendrick van Bijgaerden, als getrouwd hebbende Cornelia Cornelisdr. van Veenendael, zowel voor zichzelf als vervangende en zich sterk makende voor Anthonij Cornelisz. van Veenendael, wonende te Amsterdam en voor Pieternella Cornelisdr. van Veenendael, meerderjarige dochter wonende te Utrecht en Teuntgen Cornelisdr. van Veenendael, echtgenote van Johan Herm. Hilt, vaandrig onder de compagnie van kapitein Imbiesen, van wie zij zeiden “schriftelijken last” te hebben, gezamenlijke voorkinderen en erfgenamen van voornoemde Cornelis Teunisz. van Veenendael, anderzijds. Comparanten verklaren ten aanzien van de verdeling van Cornelis Teunisz.’ nalatenschap overeengekomen te zijn, “dat de voorsz. wedue (voor haer ende haere kinderen) bedeelt ende gebleven is … aende voorsz.[goederen van haar overleden man]… geene van dien uijtgesondert … mits dat sij daertegen oock gehouden is te dragen ende betaelen allen de schulden ende lasten van de voorsz. boedel, buijten last van de voorsz. voorkinderen, ende daerenboven aen de selve voorkinderen voor haer vieren te voldoen ende betaelen een somme van [200 gl. en dus voor elk 50 gl.] … daervan den voorsz. Hendrick van Bijgaerden voor hem selven ende de voorn. Teuntgen Cornelis van Venendael mede voor haer gedeelte bekennende bij desen van de voorn. weduwe ontfangen te hebben elcx de somme van vijfftich”. (ONA Dordrecht inv. 89, f. 302 e.v.)

– 31 juli 1652: Hendrick van Bijgaerden, schoolmeester te Dordrecht, wonende bij de Grote Kerk tegenover de Schuitenmakerstraat, tussen het huis van Isaack van den Biesheuvel en het huis genaamd “den Witten Arent”, verzoekt schout, burgemeester en regeerders van de stad Dordrecht een werfje achter zijn huis “dat wat vervallen is … met weijnich costen te mogen repareren om wederom te gebruijcken …. Stont voor apostille: Mijn E. heeren van den Gerechte der Stadt Dordrecht … ordonneren den suppliant sijn werck sal intrecken drie voeten.” (ORA Dordrecht inv. 61, f. 201v en 202r)

– 8 jan. 1660: Sara Hendriks, laatst weduwe van Joost Verstappen en haar zoon Hendrick Kilmans, boekverkoper te Dordrecht, verhuren aan Hendrick van Bijgaerden, burger van Dordrecht, een huis, erf en toebehoren in de Grotekerksbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Isaack van den Biesheuvel en dat van Johannes Bosman, de huurder in eigendom toebehoord hebbende en nu gekocht door verhuurders, voordrie achtereenvolgende jaren voor 150 gl. per jaar. Akte door Van Bijgaerden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 226, f. 340)

– 30 jan. 1660: Hendrick van Bijgaerden verklaart verkocht te hebben aan Abraham Bastiaensz., schipper te Dordrecht, zijn kruidenierswinkel, bestaande uit vescheidene specerijen en koopmanschappen met dozen, laden, borden, flessen, tonnen, toonbank, schalen, gewicht etc., voor 100 gl. (ONA Dordrecht inv. 226, f. 354)

– 17 juli 1662: Hendrick van Bijgaerden, schoolmeester, Cornelia van Veenendael, zijn vrouw, Pieternella Cornelis, vrouw van Abraham Bastiaensz., Janneken Hendriksdr. [van Bijgaerden], vrouw van Hendrik Gijsbertsz. [Brant], burgers van Dordrecht, leggen een verklaring af op verzoek van Sijken Teunisdr., tegenwoordig huisvrouw van Gillis Willemsz., wonende in Den Haag,voordien weduwe van Cornelis Teunisz. [van Veenendael] (ORA Dordrecht inv. 227, f. 468)

– 6 juli 1665: Cornelia Cornelisdr., weduwe van Hendrick van Bijgaerden, huurt een huis in de Grotekerksbuurt, tegenover de Schuitenmakerstraat, staande tussen het huis van Isaack van den Biesheuvel en dat van Jan van Bosman, voor 150 gl. per jaar. Akte door comparante ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 229, f. 151 e.v.)

– 8 febr. 1680: compareert voor notaris J. van Naeltwijck Cornelia Sterck, weduwe van Hendrick Jansz. van Bijgaerden, burgeres van Dordrecht, oud – zoals zij verklaarde – ongeveer 70 jaar, die “om gerustheijd wille verclaerde te rade geworden te sijn alle hare goederen te doen inventariseren ende taxeren”. Tot haar bezittingen behoren o.a.: een eiken, geschrijnwerkte kast (getaxeerd op 5 gl.), kleding, beddengoed en huisraad, een martelaarsboek (3 gl.), een bijbel (2 gl. 10 st.), een psalmboek (1 gl.), een schilderijtje “zijnde een tempel” (6 st.), dito “zijnde een lammetje” (6 st.), nog drie kleine schilderijen (12 st.), een “testament” (10 st.). Totale waarde van de boedel, die is getaxeerd door Anna van de Waert, uitdraagster te Dordrecht: 114 gl. 19 st. Comparante tekent met “Cornelija van Bijgerde”. (ONA Dordrecht inv. 414, zonder folionrs.)

100. Wouter Jansz. Verheij, woonde in Werkendam, trouwde vóór 25 nov. 1632

101. Maijken Joosten

102. Jacob Dirksz. Cocz trouwde

103. NN

104. Garbrant Jansz., trouwde

105. Mari Pieters (Tolk), woonden in Kathoeken (Oostzaan) (vriendelijke mededeling mevr. M. Alers)

108. Marten de Meij, geboren naar schatting ca. 1595 vermoedelijk in Middelburg, kousenmaker te Dordrecht, overleden tussen dec. 1634 en 19 dec. 1649, trouwde NG Dordrecht 14/30 mrt. 1621

109. Adriaenke Gerrit Crijnsdr., gedoopt NG Dordrecht okt. 1594, weduwe van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1649)trouwde 2e NG Dordrecht 19 dec. 1649/2 jan. 1650 Damis Jansz. houtzager, weduwnaar van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat (1649)

– 11 juni 1630: Maerten de Meij, burger van Dordrecht, is schuldig aan Willem Claesen, koopman te Dordrecht, 2609 gl. en 16 st. wegens de leverantie van “Noortsche en Engelsche karsijen” [= grof gekeperd laken], door hem van Willem Claesen gekocht. (ONA Dordrecht inv. 72, f. 66)

-19 juni 1630: Henrick Jansz. But, burger van Dordrecht, verkoopt aan Maerten de Meij, kousenmaker en burger van Dordrecht, een huis op het Marktveld tegenover de Heer Matthijsstraat [Kolfstraat], staande tussenhet huisvan Corstiaen Leendertsz. zeemverkoper en het Marktveld, voor 3150 gl. contant. Het huis is belast met een rente van 1666 gl. 16 st. kapitaal en een jaarlijkse recognitie van 15 st., welke de stad Dordrecht daarop sprekende heeft. Waarborg voor verkoper: Gerrit Gerritsz. van Duijnen. (ORA Dordrecht inv. 768, f. 35)

– 11 sept. 1630: Maerten de Meij kousenmaker verklaart schuldig te zijn aan Aert Schuth, brouwer te Dordrecht, een bedrag van 700 gl., te betalen met 200 gl. jaarlijks op 11 september, daarvoor verbindende een huis op de hoek van het Marktveld aan de landzijde. Borg: Willem Claesz. lintwerker. (ORA Dordrecht inv. 768, f. 46)

– 2 juli 1631: Maerten de Meij”recognivit” Susanna Claesdr. 300 gl., spruitende uit een obligatie van 600 gl., die daarmede wordt verminderd, verbindende daarvoor het voornoemde huis op de hoek van het Marktveld. (ORA Dordrecht inv. 768, f. 99v)

– 11 aug. 1639: Ariaentge Gerrits, de vrouw van Marten de Meij, 45 jaar oud, legt een verklaring af. (ONA Dordrecht inv. 39, f. 304)

– 19 febr. 1651: een kinderbaar in de Wijngaardstraat voor het kind van Damis Jansz. houtzager (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

– 3 febr. 1656: Damas Jansz. en Samuel Joosten Buijser, getrouwd geweest met Adriaentgen Fransdr., verkopen aan Aert Pietersz. Dammen, linnenwever te Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat , staande tussen het huis van Leendert van Hingen en dat van Elisabeth Adriaensdr. (ORA Dordrecht inv. 780, f. 83)

196. Jan P(i)etersz., geboren naar schatting ca. 1565, spelmaker van Den Bosch (1588), trouwde NG Dordrecht 21 aug./25 sept. 1588

197. Grietken Jacob Petersdr. van Coijck, van Den Bosch (1588), geboren naar schatting ca. 1570

Kinderen (volgorde onzeker):

a. NN, gedoopt NG Dordrecht nov. 1589

b. Jacob Jansz.(van Bijgaerden), jongman van Dordrecht wonende buiten de Vuilpoort (1633), varend gezel, schipper,overleden tussen 3 juni 1666 (ONA Dordrecht inv. 229, f. 393 e.v.) en 1 febr. 1668 (ONA Dordrecht inv. 230, f. 265 e.v.), trouwde NG Dordrecht 4/18 dec. 1633 Grietghen Jan Hendricxdr., jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vuilpoort (1633)

c. Hendrik Jansz. van Bijgaerden

d. Govert Jansz. van Bijgaerden, varend gezel, jongman van Dordrecht wonende buiten de Vuilpoort (1635), trouwde NG Dordrecht 2 dec. 1635 (ondertrouw) Pleuntgen Herbertsdr., jonge dochter van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werk (1635)

Kind:

d-1. Govertien (Goverina, Goverijntje), gedoopt NG Dordrecht nov. 1636, trouwde NG Dordrecht 20 april/16 mei 1659 Pieter Pietersz. van der Knijf, schrijnwerker, jongman van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1659)

e. NN, gedoopt NG nov. 1609

f. Aeltke (Aaltje) Jan Pietersdr. (van Bijgaerden), gedoopt NG Dordrecht juni 1612, van Dordrechtwonende buiten de Vuilpoort (1636),begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 april 1666 (de weduwe van Aert Pelle), trouwde NG Dordrecht 19 okt. 1636 (ondertrouw, getrouwd NG Rotterdam 4/11 nov. 1636) Abraham Bastiaensz., jongman van Dordrecht wonende te Rotterdam (1636), trouwde 2eNG Dordrecht 30 nov. 1653 Aert Pelle

198. Cornelis Anthonisz. (van Veenendael alias Sterck), geboren naar schatting ca. 1580, kuiper, weduwnaar van Rhenen (1637),overledentussen 4 mrt. 1650 en10 aug. 1650, trouwde 2e NG Dordrecht Sijken Teunis Adriaensdr, van Dordrecht (1637), gedoopt NG Dordrecht jan. 1611,trouwdetussen 10 aug. 1650 en17 juli 1662 met Gillis Willemsz.,dochter van Teunis Adriaensz. en Neelke Jans

Cornelis trouwde 1e

199. NN

Kinderen van Cornelis Anthonisz.van Veenendael:

ex 1 (volgorde onzeker):

a. Cornelia Cornelisdr. van Veenendael, geboren naar schatting ca. 1610

b. Anthonij Cornelisz. van Veenendael

c. Pieternella Cornelisdr. van Veenendael

d. Teuntgen Cornelisdr. van Veenendael, trouwde Johan Herm. Hilt.

ex 2:

a. Teunis, gedoopt NG Dordrecht nov. 1638

b. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht 4 mei 1643

c. Tuentgen, gedoopt NG Dordrecht 4 mrt. 1650

200. Jan Gerritsz. Verheij,woonde in Werkendam,overleden vóór 22 okt. 1627, trouwde

201. Maeijcken Woutersdr. Hanegraeff (zie kwartierstaat van Elisabeth Wilhelmina van Twuijver [internet], kwartieren 2872 en 2873)

218. Gerit Crijnen

219. Teunken Coenen