Huis ’t Zeepaert

Wijnstraat 113.

(Foto: dordrecht.bouwt.nl/het-zeepaert)

De Wijnstraat is eigenlijk een dijk langs de oudste haven van Dordrecht. Nummer 113 ligt aan de oudste zijde van de straat en bevat de restanten van een stenen huis uit circa 1300. Dit huis werd in 1495 ingrijpend gemoderniseerd, waarbij de huidige gevel tot stand kwam. In de eeuwen die volgden zijn alleen de begane grond en de eerste verdieping gewijzigd, zodat belangrijke delen van het middeleeuwse huis nog in tact  zijn. Het Zeepaert is daarmee één van de best bewaarde middeleeuwse huizen van ons land. In 2022 wordt dit bijzondere huis geopend als één van de Museumhuizen van ‘Hendrick de Keyser’.

Vereniging Hendrick de Keyser heeft dit huis in de jaren 2001-2004 met zorg gerestaureerd.

De voorgevel is opgebouwd uit zware blokken Namense natuursteen. Waarschijnlijk is de gevel geheel gehakt in Luik of Namen en per schip vervoerd naar Dordrecht. Het natuursteenwerk van de gevel is origineel, zelfs de natuurstenen kruiskozijnen van de tweede verdieping zijn bewaard gebleven.

Gegevens over de bewoners van het huis gaan terug tot eind 15de eeuw. In 1583 werd het huis bewoond door een zeepzieder, de zeep werd vermoedelijk gekookt in het bedrijfsgedeelte op het achterterrein. Wellicht biedt dit een verklaring voor de naam ‘Zeepaert’, want ‘aert’ is een oude term voor een plaats of plek. De zeepziederij werd later een bierbrouwerij. Het huis bleef in gebruik als woonhuis tot omstreeks 1900.

Het achterhuis werd toegevoegd in de 18de eeuw toen de voor- en achterkamer van het oude huis werden gedecoreerd in Lodewijk XV-stijl. Het achterhuis wordt door de Vereniging verhuurd als woonhuis.

Dordrecht Wijnstraat 113 Arjan Bronkhorst ej zeeprt 207 27

(Foto: Het Zeepaert | Hendrick de Keyser)

n de hal bevindt zich een eind 17de-eeuwse plafondschildering op eikenhout. Afgebeeld zijn ‘de val van Icarus’ en ‘Phaetons ongelukkige rit met Helios zonnewagen’, mythologische taferelen die de overmoed verbeelden. 

De voorkamer aan de linkerzijde is bont beschilderd met stucplafond, schouw met spiegel en betengelde muren uit het laatste kwart van de 19de eeuw. De aangrenzende achterkamer is circa één eeuw ouder en heeft een stucplafond en imposante schouwpartij in Lodewijk XV-stijl. De lambrisering en het stucwerk van de schouw waren hier bewaard gebleven, de overige delen van het interieur werden aangevuld bij de restauratie. 

Op de verdiepingen is veel bewaard gebleven van de toestand van 1495: de eerste verdieping heeft een voorzaal met onder de hoofdbalken zware gehakte consoles. Twee daarvan zijn nog de originele exemplaren van natuursteen. De andere consoles zijn in de 19de eeuw weggehakt voor het aanbrengen van stucplafonds. Bij de restauratie zijn aan de hand van de bewaarde consoles de ontbrekende exemplaren met gietmortel nagemaakt. Via een eiken spiltrap met een bijzondere zestienhoekige behakte spil kun je naar de tweede verdieping.

De tweede verdieping heeft een massief houtskelet dat bestaat uit muurstijlen, korbelen, moer- en kinderbinten. Ook de kap is in uitzonderlijk gave staat bewaard gebleven. Het betreft een zogenaamde onbeschoten kap, zonder dakbeschot of bedekking aan de binnenzijde. Je kijkt dus zo tegen de onderkant van de dakpannen aan. Zulke kappen zijn in ons land zeldzaam omdat ze in latere tijd vaak van beschot zijn voorzien of zelfs geheel geïsoleerd.

(Bron: Het Zeepaert | Hendrick de Keyser)

Eigenaren:

Margriete Oom

Margriete Oem (ca. 1508-1586) was een dochter van Daniël Oem Jacobsz. en Geertruyd Haeck Cornelisdr. Zij trouwde in 1526 met Gijsbrecht Heerman, ambachtsheer van Maasdam. Het manuscript van Wouter van Gouthoeven vermeldt, dat dit echtpaar woonde in het huis van Margriete’s vader, genaamd “’t Zeepaert”, staande tegenover de Hoppenbiersteiger. 

ORA Dordrecht inv. 1565, akte 181: op 4 juni 1572 verkopen Margareta Daniëlsdr. Oom, weduwe van Gijsbrecht Heerman, voor de ene helft, en Boudewijn Heerman, schepen in wette, Ghijsbrecht Heerman en mr. Willem Pouwelsz., als man van Jacobmina Heermansdr., samen mede-erfgenamen van Ghijsbrecht Heerman, voor de andere helft, aan Pieter Dircxsz., poorter van Dordrecht, een losrente van 12 gl., verzekerd op een huis aan de Poortzijde, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan Sijbertsz. en dat van voornoemde erfgenamen.

Zij betaalt in de 50e penning van Dordrecht uit 1580 20 ponden voor haar huis “’t Zeepaert”

ORA Dordrecht inv. 736, f. 360v e.v.: op 13 juli 1582 verkoopt Margareta Daniël Oomsdr., weduwe van Ghijsbrecht Heerman Jacobsz., aan Cornelis Pietersz. zeepzieder een huis, erf, plaats, “middelhuis”, “spijcker” en verdere toebehoren, strekkende tot aande stadsvest en staande en gelegen in de buurt van het Groothoofd tegenover de Hoppenbiersteiger tussen Margareta Ooms’ nieuwe huis en het huis van Fransken, de weduwe van Jan Sijbertsz., met uitzondering van de gang tussen brouwerij “het Beerken” en de voornoemde plaats, welke gang verkoopster voor zichzelf behoudt. Waarborgen: Willem Pouwelsz., secretaris van Dordrecht, mr. Cornelis Aertsz. en Barthout Cornelisz.Koper is schuldig aan verkoopster een bedrag van 2900 gl.

ORA Dordrecht inv. 1575, f. 6: op 29 juli 1586 comp. voor schepenen van Dordrecht mr. Willem Pauwelsz., secretaris van Dordrecht, als man van Jacobmina Heermans Gijsbrechtsdr., voor een vijfde part, Cornelis Tjong Cornelisz., voor zichzelf als man van Margareta Heermans Boudewijnsdr. en tevens namens zijn consorten, t.w. Ghijsbert, Cornelis en Daniël Heerman Boudewijnsz. en Joanna en Geertruijt Heermans Boudewijnsdr., samen voor een vijfde part, Barthout Cornelisz., voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer mr. Gijsbrecht Cornelis Barthoutsz., meester in de beide rechten, Floris Pouwelsz. kruidenier, als man van Marijcken Boucquet Claesdr., voor zichzelf, Cornelis Boucquet Claesz., voor zichzelf en Barthout Cornelisz., Floris Pouwelsz. en Cornelis Boucquet nog samen vervangende hun consorten, t.w. Pieter van Dijck, als man van Catharina Boucquet Claesdr., Cornelia Boucket Claesdr. en Jacob Boucquet Claesz., samen voor een vijfde part, Hugo Jobsz. Dancke, als oom en voogd van Marijcken Adam Scheppersdr. en van Arent Schepper Adamsz., en Vincent Jansz. als man van Jacquemijntge Adam Scheppersdr., *samen voor een vijfde part, en Herman Heerman Daniëlsz. voor zichzelf [en] vervangende zijn zusters Haesgen, Marijken en Agnietken Heerman Daniëlsz., samen voor een vijfde part, allen erfgenamen van Margriete Ooms Daniëlsdr., weduwe van Ghijsbert Heerman Jacobsz. Comparanten transporteren aan Herman van de Wolde en huis met wijnkelder, staande aan de Poortzijde in de buurt van het Groothoofd tussen het huis van Cornelis Pietersz. zeepzieder en dat van Christiaen Henricxsz., waar uithangt “den Gulden Ancker”.

*Marijcken, Arent en Jacquemijntge Scheppers, kinderen van Adam Schepper Arendsz., uit het land van Kleef, en van Adriana Heermans Gijsbrechtsdr., dochter van Gijsbrecht Heerman en Margriete Oom. (ORA Dordrecht inv. 1547, f. 177, akte dd 6 sept. 1576)

11 mei 1605: Cornelis Pietersz. zeepzieder verkoopt aan Anthonis Blonck een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Dirck Honick en dat van Herman van de Wolde. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 4700 gl. (ORA Dordrecht inv. 1584, f. 49v)

1606: Anthonis Blonck betaalt in de verponding 45 ponden voor zijn huis in de Wijnstraat.

ORA Dordrecht inv. 751, f. 1 e.v.: op 6 jan. 1610 verkoopt Anthonis Blonck, brouwer en burger van Dordrecht, aan Johan Carpentier, koopman en burger van Dordrecht een huis en brouwerij met erfin de Wijnstraat, genaamd “het Zeepaert”, strekkende voor van ’s herenstraat af tot achter aan de “nieuwe gediepte haven” toe, met al hetgeen daarin aard- en nagelvast is, staande en gelegen tussen het huis van Herman van de Wolde en dat van Boudewijn Coninck Gijsbrechtsz., schepen in wette van Dordrecht. In Carpentiers eigen aantekeningen staat: “alwaer [nl. in Dordrecht] ick cochte op den 21en November 1609 het huys genoempt het Zeepaert twelck mij met alle timmeragie quam te costen omtrent 19000 gulden.” (Oud-Dordrecht 2007, nr. 2, p. 21)

Johan Carpentier Roelandsz., geboren in 1577, zoon van Roeland Carpentier en Josina van Hecke, verkreeg 15 juli 1619 octrooi tot het vervaardigen van zilver draadwerk, hetgeen wegens het verkopen van verzilverd koperdraad werd vernietigd op 15 aug. 1624, was 23 juli 1627 reeds uit Dordrecht vertrokken, vermoedelijk naar Utrecht, trouwde Maria Hellinx Servaesdr.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 114v: opp 16 juni 1625 verbindt Johan de Carpentier, koopman en burger van Dordrecht, ten behoeve van zijn schuldenaren, zijn huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Harman van de Wolden en dat van de weduwe van Boudewijn de Coninck.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 131: op 25 okt. 1625 verkoopt Blasius van Haaerlem de jonge, als curator van de boedel van Johan de Carpentier, voor 11.500 gl. aan Johannes Bocardus, predikant, een huis in de Wijnstraat, alsmede de pakhuizen en andere toebehoren, strekkende tot achter aan de Nieuwe Haven en staande tussen het huis van de weduwe van Herman van de Wolde en dat van de weduwe van Boudewijn Coninck.

Trouwboek Leiden 8 april 1609 (ondertrouw): Johannes Bocardus, jongman, predikant in de eilanden van “den Caghe”, geassisteerd met Wijnant Linclaen, zijn bekende, en Machteltgen Andriesdr. van Vesanevelt, jonge dochter van Leiden, geassisteerd met Marijtgen Pietersdr., haar moeder.

“Johannes Bocardus of “Bokkard, geb. in 1578, gest. 22 Juni 1645, predikant achtereenvolgens te Kage (1608), Dordrecht (1609), Hendrik-Ido-Ambacht (1620), Dubbeldam (1630). Hij heeft de hoogeschool te Leiden bezocht. Er is daar 1 Mei 1599, 15 April 1603 en 23 Oct. 1607 een Joannes Bocardus, Gandensis of Gandavensis ingeschreven. Naar den leeftijd kan dat alle 3 malen dezelfde zijn. Misschien is hij de Joh. Bochardus, die in 1606 te St. Andrews in Schotland heeft gestudeerd. De Acta van Reitsma en van Veen doen bericht van zijn examen als proponent voor Kage. G. Brandt roemt hem om zijne bescheidenheid en gematigdheid. Hij is eenige malen tot kerkvisitator benoemd, zelfs in 1620 nadat hij eenige bezwaren had geopperd tegen de onderteekening der canones van Dordrecht, die hij ten slotte toch schijnt gedaan te hebben. In 1618 had hij gepredikt, dat men de resolutiën der overheden niet mocht gehoorzamen zonder te onderzoeken of ze in strijd waren met Gods Woord. Hij behoort tot degenen, die geschikt geacht werden om de Bijbelvertaling ter hand te nemen, doch werd als verdacht van remonstrantsche gevoelens teruggedrongen.

De gemeente te Kage maakte groote bezwaren, hem naar Dordrecht te laten gaan, maar de magistraat wist haar met eene som ‘tot opbouw van haere kercke’ tevreden te stellen. Hij had een zwak en ziekelijk gestel, zoodat de predikdienst hem te Dordrecht zwaar viel. Hij bood zijn geheele traktement aan om een helper te benoemen, maar de kerkeraad liet hem niet onduidelijk bemerken dat men ontevreden over hem was, omdat ‘hij veel gematigder dan zijne ambtgenooten van de Arminianen sprak’. Onder deze omstandigheden kwam hij te Hendrik-Ido-Ambacht, waar hij door Hermes Celosse, den vader van Hermannus Celosse, een grijsaard van hoogen ouderdom, werd bevestigd. Hij bleef te Dordrecht wonen. Na twee jaren verzocht en verkreeg hij ontslag, omdat het reizen hem moeilijk viel, hielp eenigen tijd Aegidius Becius te Zwijndrecht, doch keerde weldra naar H.-I.-Ambacht terug. Zijne verhuizing naar Dubbeldam geschiedde na hevige twisten tusschen classis en kerkeraad. Een zijner zonen, Andries Boccard, trouwde met Machteld, dochter van Wouter van Krayenstein.” (NNBW)

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 58: op 21 nov. 1630 verkoopt ds. Joahnnes Boccardus, predicant, voor 11.000 gl. aan Dirck Pijl, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, strekkende tot achter aan de Nieuwe Haven, alsmede pakhuizen en andere toebehoren, strekkende tot achter aan de Nieuwe Haven en staande tussen het huis van de kinderen van wijlen Herman van de Wolde en dat van de weduwe van Boudewijn de Coninck. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 7500 gl.

Dirck Pijl Gijsbrechtsz., van Schoonhoven en daar wonende (1617), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 aug. 1647 (een baar voor Dirck Pijel omtrent brouwerij “den Beer”), trouwde NG Dordrecht 21 mei/13 juni 1617 (procl. Schoonhoven) Catharina Claes Jansdr. (Nicolaesdr.), van Dordrecht wonende in “’t Haentgen” (1617)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Cornelia Pijl, sept. 1619, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1644), trouwde NG Dordrecht 21 aug./6 sept. 1644 (procl. Rotterdam) Pieter Verboom, jongman van Rotterdam wonende ald. (1644), lakenkoper

b. Nicolaes Pijl, jan. 1621

c. Aechtken (Agatha) Pijl, okt. 1622, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1645), trouwde NG Dordrecht 22 jan./14 febr. 1645 (procl. Amsterdam) Gerrit Claesz. Vollenhoven, jongman van Amsterdam en daar wonende (1645), koopman

d. Jannetta (Johanna) Pijl, geboren ca. 1625, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1648), 23 jaar oud, trouwde NG Amsterdam/Dordrecht 19/22mrt. 1648 (betoog gegeven om te Amsterdam te trouwen 6 april 1648; de bruidegom geassisteerd met zijn vader Michiel Paren, de bruid heeft geen ouders meer en wordt geassisteerd met haar zuster Aechte Pijl, ook in de Waalse kerk te Amsterdam) Anthonij Paren(t), van Amsterdam wonende op de Oude Turfmarkt (1648), 25 jaar oud

e. Herbert Dirksz. Pijl, dec. 1625, jongman van Dordrecht wonende tegenover de Nieuwbrug (1648), trouwde NG Dordrecht 25 okt. 1648 (ondertrouw) Tanneken Schut Gerritsdr., van Dordrecht wonende in de Houttuin (1648)

f. Margareta, aug. 1627

g. Catharina Pijl, febr. 1632

h.. Dirck Pijl, febr. 1634

i. Cristina, mei 1635

ORA Dordrecht inv. 1613, f. 7v: op 18 febr. 1649 verkoopt Gijsbert Pijl, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Nicolaes Pijl, Pieter Verboom, Gerrit Claesz. Vollehove, als man van Aetgen [sic] Pijl, en Anthonij Parent, als man van Jannette Pijl, tevens als voogd van zijn onmondige broer en zuster, Dirck en Catarina Pijl, en nog vervangende zijn broer Hendrick Pijl, aan Hans Boor, koopman te Dordrecht, een huis, genaamd “het Zeepaert”, alsmede de achterhuizen, kelders, pakhuizen en andere toebehoren, staande in de Wijnstraat tegenover de Arijen Joppensteiger en uitkomende achter op de haven, staande tussen het huis van Adriaen van de Graeff, licentmeester, en dat van Arent Schouttete. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 8750 gl. Gijsbert Pijl verklaart op 20 april 1650, dat de schuld volledig is voldaan.

Hans Boor de jonge, gedoopt NG Amsterdam 25 sept. 1612 (als Joannes), jongman van Amsterdam wonende in het Steegoversloot te Dordrecht (1639), weduwnaar wonende op de Deventer Houtmarkt in Amsterdam (1658), koopman te Dordrecht en Amsterdam, zoon van Hans Boor en Katrijna de Geer, trouwde 1e N Dordrecht 28 aug./12 sept. 1639 Elisabeth Leijsten, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1639), 2e Amsterdam 10 okt. 1658 (ondertrouw; de bruidegom geassisteerd met Joan Vierhout, de bruid met haar moeder Weijntje van Walbeecq) Maria Evers, weduwe van Kampen wonende op de Oude Schans te Amsterdam (1658), trouwde 1e Lourens Hommers

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Pieter Boor, 24 juli 1643

b. Lowijs Boor, 21 dec. 1644

c. Johan Boor

d. Abraham Boor, 10 okt. 1646

e. mr. Jacobus Boor, 28 febr. 1648, advocaat voor het Hof van Holland

f. Catharina Boor, 15 april 1650, trouwde Dirck Laeckeman

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 150v: op 13 sept. 1664 verklaren Pieter Hellu, wijnkoper en burger van Dordrecht, als eigenaar van het huis “de Cleijne Groene Poort”, waar thans uithangt “de Wijnberch”, staande tussen het huis van Hans Boor, koopman te Amsterdam, genaamd “het Zeepaert” en dat van kapitein Adriaen den Raven, genaamd “de Groote Groene Poort”, enerzijds en Hans Boor, anderzijds, dat Hellu aan Boor vergund heeft de vrije doorgang door de gang achter zijn, eerste comparants, huis, strekkende recht tot aan de Nieuwe Haven.

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 137v: op 30 nov. 1676 verkopen mr. Jacob Boor, advocaat voor het Hof van Holland, wonende in ‘s-Gravenhage, voor zichzelf en tevens vervangen zijn broer Johan Boor, Dirck Laeckeman, als man van Catharina Boor, Anthonie Leijsten, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Louwijs en Abram Boor, wonende te Amsterdam, en Pieter Boor, die van de “hooge overheijt” veniam aetatis heeft verkregen, samen kinderen en erfgenamen van Hans Boor, voor 6000 gl. aan Paque van Gevenhuijsen, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter Hellu en dat van Adriaen van de Graeff, gecommitteerde raad ter Admiraliteit te Rotterdam, met de plaats erachter en het pakhuis en de woning, waarin woont Pieter Ceulen kuiper, uitkomende op de Nieuwe Haven en staande tussen het huis van Jacob Sam en de gang daarnaast. Het verkochte huis heeft een gemeenschappelijk achteruitgang. De koper is schuldig aan de kinderen en erfgenamen van Hans Boor een somma van 3350 gl.

Paque van Gevenhuijsen, gedoopt NG Dordrecht juli 1640, mr. hoedenmaker, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 okt. 1682 (een zwarte baar op het Maartensgat voor Packe van Gevenhuijsen, hoedenmaker, twee maal luiden), zoon van Hendrick Gerritsz. (van Gevenhuijsen) en Ida (Itgen) Cornelis, trouwde Marija (Marijne) van der Pijpen, gedoopt NG Dordrecht 1646, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 mei 1686 (een zwarte baar voor Marijna van der Peijpen, weduwe van Packe van Gevenhuijsen, op het Maartensgat).

ONA Dordrecht inv. 324 (geen folionrs.): op 28 juni 1677 maakt Geertruijt van Gevenhuijsen, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, haar testament. Zij herroept haar eerdere testament, dat zij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris A. van Neten te Dordrecht op 30 mei 1677. Zij legateert aan Anneken en Packe van Gevenhuijsen, haar zuster en broer, of bij vooroverlijden hun nakomelingen, elk een somma van 200 gl. Tot erfgename van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar ongehuwde zuster Elisabeth van Gevenhuijsen of bij vooroverlijden haar nakomelingen, of indien zij geen nakomelingen zal nalaten, Catharina van Meerwijck, dochter van haar zuster Maria van gevenhuijsen, bij haar verwekt door Johannes van Meerwijck, thans echtgenote van Anthonij Grison, of bij vooroverlijden haar kinderen. Voorwaarde bij het laatste geval is, dat Catharina of haar kinderen aan hun moeder resp. groootmoeder, Maria van Gevenhuijsen, de opbrengsten van hun erfportie zullen overdragen.

ONA Dordrecht inv. 238, f. 303: op 10 aug. 1677 verklaren een aantal hoedenmakersgasten, dat zij ongeveer vier maanden tevoren Jan Cupido, mede hoedenmakersgast, die bij Packe van Gevenhuijsen werkt, hebben horen zeggen, dat zij buiten de stad Dordrecht onvrij zijn “ende daer en tegens de knechten van Gevenhuijsen vrij waren”.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 50v e.v.: op 29 juni 1679 verkoopt Packe van Gevenhuijsen, koopman en burger van Dordrecht, voor 8500 gl. aan Arnoldus Duijrcant, medicinae doctor te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter Hellu en dat van Adriaen van de Graeff, lid van de oudraad van Dordrecht en raad ter admiraliteit te Rotterdam, met de plaats erachter, alsmede een pakhuis en een woning, waarin Pieter van Bree kuiper woont, uitkomende op de Nieuwe Haven en staande tussen het huis van Jacob Sam en de ernaast liggende gang. Waarborgen voor verkoper: Anna van Gevenhuijsen, weduwe van Johannes van der Pijpen, en Geertruijt van Gevenhuijsen. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 6000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 96 e.v.: op 25 febr. 1712 verklaart notaris Elias Venlo, dat op 31 mei 1711 ten overstaan van hem is gepasseerd een akte van scheiding tussen Elisabeth van Overstege, voor de ene helft, en Elisabeth Maria Duurcant, echtgenote van mr. Thomas van Volbergen, mr. Aarnout Duurcant en Willem Duurcant, samen voor de andere helft, waarbij aan Elisabeth Maria Duurcant is aanbedeeld het grote huis, dat door haar ouders is nagelaten, met het pakhuis daarachter, staande in de Wijnstraat tussen het huis van de weduwe Van de Graaf en dat van de heer Schuller.

Arnoldus Duerkant, jongman uit ‘s-Gravenhage wonende bij de Wijnbrug (1675), doctor in de medicijnen, trouwde NG Dordrecht 20 okt./3 nov. 1675 Maria van Oversteegh, wonende in de Gravenstraat (1675), trouwde 1e Johan Snellen

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Elisabeth Maria Duurcant Aernoutsdr., 20 aug. 1676, van Dordrecht wonende inde Wijnstraat (1699), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 nov./15 dec. 1699 (de bruidegom geassisteerd met Theijman van Volbergen, kapitein in Nederlandse dienst, de bruid met haar tante Elisabeth van Oversteegh en haar neef Johan van Bijwaert, notaris te Dordrecht) mr. Thomas van Volbergen, jongman van ‘s-Gravenhage (1699), domheer van het domkapittel te Utrecht.

b. Aernout Duurcant, 3 sept. 1687

c. Willem Duurcant, 25 juli 1689

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 265 e.v.: op 2 nov. 1726 verkopen Thomas van Volbergen en zijn vrouw Elisabeth Maria Duircant, inwoners van Dordrecht, voor 6500 gl. aan Hendrick van Vilatte, kapitein van een compagnie “guardes” in Nederlandse dienst, een huis met een pakhuis daarachter in de Wijnstraat, staande tussen het huis van mevrouw Van de Graaff en het huis van kapitein Schulder. Het huis heeft een vrije uitgang op de Nieuwe Haven.

ORA Dordrecht inv. 1655, f. 30 e.v: op 10 april 1738 verkoopt mr. Cornelis de Witt, schepen in wette en lid van de Oudraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrik de Vilatte, heer van Gendt, kolonel in Staatse dienst, en zijn vrouw Elisabeth van Eck van Panthaleon, volgens procuratie, gepasseerd voor burgemeesters, schepenen en raden vanNijmegen op 8 mrt. 1738, voor 4500 gl. aan mr. Herman Franciscus Ketelanus, secretaris van de Weeskamer te Dordrecht, een huis met pakhuis daarachter (“welk pakhuijs nu tot een camer is geapproprieert”), hebbende een vrije uitgang op de Nieuwe Haven, staande in de Wijnstraat tussen het huis van mevrouw Van de Graaff en dat van de erfgenamen van kapitein Schulder.

Mr. Herman Franciscus Ketelanus, geboren te Amsterdam 1712, rechtsgeleerde, beoefenaar van de vaderlandse geschiedenis en oudheden, dichter, secretaris en administrateur van de weeskamer te Dordrecht, thesaurier ald., overleden op 3 okt. 1761.

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 11 aug. 1735: mr. Herman Franciscus Ketelanus, jongman geboren te [Amsterdam] en wonende te Dordrecht, geassisteerd met zijn vader Hendrik Ketelanus, met Elisabeth Maria de Bruijn, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Wijnstraat, geassisteerd met Johan de Bruijn, haar vader, de geboden gaan te Amsterdam, getrouwd op 30 aug. 1735

ORA Dordrecht inv. 1663, f. 150v: op 11 mrt. 1762 verkopen Pieter van Well, notaris te Dordrecht, en Arnoldus Kolster, gezworen klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators over de “gerepudieerde” boedel van wijlen mr. Herman Franciscus Ketelanus, voor 10.150 gl. aan Adriaan Bout, vrijheer van Lieshout, heer van Krimpen a/d IJssel, schepen in wette van Dordrecht, een huis met tuin erachter, alsmede een pakhuis, koetshuis en paardenstal en nog een woonhuis ernaast, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnsteiger, strekkende voor van de straat tot achter op de Nieuwe Haven, waar het huis een koepel heeft, staande tussen het huis van Pieter de Haan en dat van juffrouw Vernimmen.

Jan Bout, trouwde Sara Repelaer

Kinderen:

a. Clasina Anna Bout, geboren ‘s-Gravenhage 12 april 1721, overleden Stedum (Groningen) 17 dec. 1765, trouwde Groningen 22 okt. 1740 Jan Herman Gerlachius

Kinderen:

a-1 Sara Anna Gerlachius, geboren ‘s-Gravenhage 19 dec. 1751, overleden ald. 2 mrt. 1841, trouwde Dordrecht 14 mrt. 1779 Gerard Johannes de Hochepied

a-2. Tjaart Adriaan Gerlachius, geboren ‘s-Gravenhage 1753, overleden Groningen 11 april 1817, trouwde Tateke Helena Henrica Gockinga

a-3. Anna Adriana Sophia Gerlachius, geboren ‘s-Gravenhage 13 april 1757, overleden Leiden 13 mrt. 1837, trouwde 1e Haarlem 12 mrt. 1780 mr. Johan Arnout Gallas, 2e Groningen 18 mrt. 1792 Otto Lewe van Aduard

b. Anna Bout, 1722, trouwde Willem Johan, graaf van Hoogendorp

c. Samuel, gedoopt NG Dordrecht 25 mrt. 1724

d. Adriaan Bout, vrijheer van Lieshout, heer van Krimpen a/d IJssel, gedoopt Dordrecht 13 mrt. 1726, schepen van Dordrecht, overleden 30 nov. 1786

ORA Dordrecht inv. 1675, f. 111: op 4 sept. 1787 verkoopt Jan van der Star, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Anna Bout, douairiere van Willem Jan Grave van Hoogendorp, voor zichzelf en nog als procuratie hebbende van Tjaart Adriaan Gerlachius, heer van Stedum en onderhorige dorpen, Gerrit Jan Baron van Hochepied, als man van Sara Anna Gerlachius, van mr. Joan Aarnout Gallas, als man van Anna Adriana Sophia Gerlachius, erfgenamen van mr. Adriaan Bout, heer van Lieshout, oud-burgemeester van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. Deel in ‘s-Gravenhage op 9 febr. 1787, voor 9500 gl. aan dr. Nicolaas Rovers, [arts], een huis met een pakhuis erachter en een woonhuis ernaast, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnsteiger, strekkende voor van de straat tot achter op de Nieuwe Haven, waar het huis een koepel heeft, staande tussen het huis van juffrouw Volbergen en dat van Jacobus La Riviere.

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 4 dec. 1781: dr. Nicolaas Rovers, jongman geboren in “de Graaf” en wonende in de Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat, met schriftelijk consent van zijn ouders Johan Rovers en Geertruij Sielen, met Sophia Cornelia van Andel, weduwe van Isaak Morjé, geboren te Dordrecht en wonende in de Voorstraat bij de Heerheijmansuijsstraat, de bruid heeft bewijs aan haar zoon gedaan, getrouwd op 25 dec. 1781

Trouwboek Gerecht Dordrecht 11 febr. 1802: Nicolaas Rovers, weduwnaar van Sophia Cornelia van Andel, wonende te Dordrecht, met Marie Anne Pompeijra, jonge dochter geboren in “de Grave”, wonende te Leiden, volgens attestatie van ondertrouw te Leiden van 12 febr. 1802