Pompe van Slingeland

I. Michiel Pompe Pietersz., heer van Meerdervoort, geboren ca. 1578, was van 1623 tot 1625 thesaurier van de stad Dordrecht, overleden op 27 aug. 1625, trouwde Maria Sasbout Matthysdr. (M. Balen, Beschryvinge van de stad Dordrecht [Dordrecht 1677], deel II, p. 1184)

ORA Dordrecht inv. 899: verklaring dd 1 juli 1605 op verzoek van Ooloff Bankens twijnverkoper door Michiel Pompe, 27 jaar oud en Willem Pietersz., eveneens 27 jaar oud, burgers van Dordrecht.

– 1606: Michiel Pompens (“nu eijgenaer”) betaalt 20 ponden voor zijn huis”opte Wijnbrug” (Voorstraat bij de Wijnbrug), belenders: Gijsbert van Haerlem en kapitein Hans van Roe (verponding Dordrecht 1606, f. 78v e.v.)

– 1626: de weduwe van thesaurier Pompe, als boedelhoudster, wordt aangeslagen voor een vermogen van 150.000 gl. (zie 1000e penning Dordrecht, f. )

Kinderen:

a. Michiel Pompe van Meerdervoort, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1613, schepen van Dordrecht, overleden 9 dec. 1639, trouwde NG Dordrecht 25 okt. 1637 Adriana van Beveren

Kinderen:

a-1. Michiel, gedoopt NG Dordrecht okt. 1638

a-2. Cornelis Pompe van Meerdervoort, heer van Hendrik-Ido-Ambacht, gedoopt NG Dordrecht dec. 1639, was o.a. schout van Dordrecht en raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, overleden ald. 14 nov. 1680, trouwde Dordrecht 7 febr. 1662 Alida van Beveren

De Meerdervoortskapel in de Grote Kerk.

Deze kapel is gesticht door Michiel Pompe van Meerdervoort, zijn vrouw Adriana van Beveren, Cornelis Pompe van Meerdervoort en zijn vrouw Alida van Beveren. Het hek is gebeeldhouwd door H. de Vos in 1677 in Louis XIV-stijl. Boven de deur staat een monogram C.P. v. M. en A. v. B. (Cornelis Pompe van Meerdervoort en Alida van Beveren). In de kapel liggen begraven:

Michiel Pompe van Meerdervoort Michielsz.(1613-1639)

Adriana van Beveren (1618-1678), zijn vrouw

Cornelis Pompe van Meerdervoort (1639-1680)

Alida van Beveren (1640-1680), zijn vrouw

(J. L. van Dalen, De Groote Kerk te Dordrecht [Dordrecht 1927], p. 100 e.v.)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 97: op 18 mei 1674 verkoopt mr. Nicolaes Wiers voor 14.000 gl. aan Cornelis Pompen van Meerdervoort, heer van Hendrik-Ido-Ambacht, schout van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, met mouterijen, een huisje, waarin de moutmaker woont, en een tuin erachter liggende, met uitgangen naast het huis van Johan Hallingh en achter door de houttuin van Rochus van Wesel, staande tussen het huis van de weduwe van Francois de Roovere en dat van de weduwe van Cornelis Mol.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 12V: op 27 febr. 1679 verkopen Cornelis de Bevre, heer van West-IJsselmonde, de Lindt, etc., generaal van de Munt der Verenigde Nederlanden, Gerardt de Bevre, heer van Strevelshoek, zoon en mede-erfgenaam van Willem de Bevre, heer van Strevelshoek, voor zichzelf en tevens vervangende zijn beide zusters, Cornelis Pompe van Meerdervoort, heer van Hendrik-Ido-Ambacht, schout van Dordrecht, en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, zoon en enige erfgenaam van Adriana de Bevre, voor zichzelf en tevens vervangende de verdere kinderen en erfgenamen van Johan de Bevre, kolonel in Nederlandse dienst en gouverneur van Geertruidenberg en onderhavige forten, mr. Pieter Belaerts, als man van Cristina Pompe, en mr. Pompe van Slingeland en de heren Belaerts en Pompen voor zichzelf, mr. Mattheus van Nispen, als algemene procuratie hebbende van mr. Mattheus Pompe, raadsheer in de Raad van Vlaanderen, Michiel Pompe nog vervangende zijn broer Cornelis Pompe van Dorstmonde, met hun vieren kinderen en erfgenamen van Mondina van Bevere, Cornelis Pompe van Meerdervoort, samen met de heer van Strevelshoek, Michiel Pompe van Slingeland en Pieter Belaerts nog vervangende mr. Barthout van Slingeland Govertsz., zoon van Cristina de Bevre, same kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Cornelis de Bevre, heer van Strevelshoek, IJsselmonde en de Lindt, burgemeester van Dordrecht, voor 12.000 gl. aan Antonia Cools een woonhuis, pakhuis, kelder, koetshuis, stal en tuin, staande en gelegen bij de Beurs tussen het huis van Cornelis de Vries Dingemansz. en dat van Arent van Hagen, lakenkoper, uitkomende op de Varkenmarkt, inclusief tapijten en goudleer, die door schepenen van Dordrecht zijn getaxeerd op 1950 gl.

a-2-1. Adriana Pompe van Meerdervoort, 10 okt. 1664, trouwde mr. Jacob Stoop, ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 69: op 28 jan. 1716 verkopen Johanna de Ruijter, weduwe van Steven van Malsen, wonende te Dordrecht, Abraham Joons, koopman wonende te Amsterdam, als procuratie hebbende van Hillegonda de Ruijter, weduwe van Andries Havercamp, Adolf Schram, predikant te Wesel, en zijn vrouw, Catharina de Ruijter, Elisabeth de Ruijter, wonende te Dordrecht, Andries de Ruijter, brouwer in “de Gecroonde P.” te Dordrecht, voor zichzelf en als testamentaire voogd over de minderjarige kinderen van Hendrik de Ruijter, koopman te Dordrecht, samen kinderen en erfgenamen van Wessel de Ruijter, voor 1400 gl. aan Adriana Pompe van Meerdervoort, weduwe van mr. Jacob Stoop, het huis, genaamd “Klijn Middelburg”, met verwulfde wijnkelder, dwarskelder en een open plaatsje achter het huis, staande in de Wijnstraat omtrent Gravenstraat schuin tegenover de Hengstenteiger tussen het huis van de koopster en dat van Jan de Ridder.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 113: op 13 sept. 1721 verkoopt Adriana Pompe van Meerdervoort, weduwe van mr. Jacob Pompe , ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, voor 1550 gl. aan Johan Marin van Wevort van Ossenburg, generaal meester van de Munt en bewindhebber van de WIC (kamer op de Maze), een huis in de Wijnstraat, belend aan de noordzijde door het huis van de koper en aan de zuidzijde door het huis van de verkoopster.

a-2-2. Jacob Pompe van Meerdervoort, heer van de Oostendam en Hendrik Ido Schildmanskinderenambacht, 22 mrt. 1666, overleden in 1720, trouwde NG Dordrecht/Hendrik-Ido-Ambacht 4/18 sept. 1689 Barbara Maria Thiens

Kinderen:

a-2-2-1. Adriana Alida Pompe van Meerdervoort, gedoopt NG Dordrecht 18 nov. 1695, trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 5 febr. 1723 Adriaan Snouck, 2e Gerecht/NG Dordrecht 3/20 1726 Johan Louis van Hardenbroek

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 268: op 5 nov. 1726 verkopen Jan Louis van Hardenbroeck, kapitein van het College van de Admiraliteit te Amsterdam, als man van Adriana Alida Pompe van Meerdervoort, eerder weduwe en erfgename van Adriaen Snouck, en Johan Diderik Pompe van Meerdervoort, heer van Meerdervoort en de Oostendam, als voogd over het zoontje en mede-erfgenaam van Adriaen Snouck, door hem verwekt bij Adriana Alida Pompe van Meerdervoort, Goduard Casembrood, heer van Craijestijn, en Cornelis Vrolikhart, predikant te Dordrecht, als voogden over de minderjarige dochter en erfgename van Adriaen Snouck, door hem verwekt bij Cornelia Maria Zuijtlant, voor 1280 gl. aan Cornelis Terwen, koopman te Dordrecht, een pakhuis met wijnkelder eronder, staande en gelegen in de Schrijversstraat tussen het pakhuis van Joris van den Bergh en dat van Hendrik van Meteren, alsmede voor 1190 gl. aan Joris van den Bergh, burger van Dordrecht, een pakhuis met kelder eronder, staande en gelegen in de Schrijversstraat tussen het huis van Adriaen Papegaaij en het pakhuis van Cornelis Terwe, en voor 8120 gl. aan Adriaan Brouwer, koopman te Rotterdam, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Elisabet van Bleijswijck, weduwe van mr. Barthout van Slingeland, burgemeester van Dordrecht, en dat van Jacoba Maria van de Graaff, weduwe van Govert Braats.

a-2-2-2. mr. Johan Diderik Pompe van Meerdervoort, gedoopt NG Dordrecht 7 aug. 1697, heer van Kortambacht, Hendrik-Ido-Ambacht, Oostendam en Meerdervoort, burgemeester van Dordrecht, overleden 24 juni 1749

a-2-3. Michiel Pompe van Meerdervoort, 22 okt. 1668, trouwde Christina Elisabeth van Beveren

Kinderen:

a-2-3-1. Johanna Alida, gedoopt NG Dordrecht 7 aug. 1691

a-2-3-2. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 9 dec. 1692

a-2-3-3. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht 11 jan. 1697

a-2-4. Cornelis Pompe van Meerdervoort, 25 okt. 1669, trouwde Adriana Francken

ONA Dordrecht inv. 263, f. 244: op 3 aug. 1696 passeren huwelijkse voorwaarden  mr. Cornelis Pompen van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht, raad ordinaris in de Raad van Vlaanderen te Middelburg, meerderjarige jongman, geassisteerd met Nicolaes van der Dussen, heer van Zouteveen, zijn oom, mr. Willem Stoop, hoofofficier van Dordrecht, zijn zwager, mr. Jacob Pompen van Meerdervoort, heer van Oostendam, en Michiel Pompen van Meerdervoort, heer van Meerdervoort, zijn broers, enerzijds en Adriana Francken Gerardsdr., jonge dochter, geassisteerd met Adriana van der Hulck, weduwe van Gerard Francken, burgemeester van Dordrecht, haar moeder, Gerard Francken, haar broer en Pieter Brandwijk van Blokland, haar zwager.

ORA Dordrecht inv. 1753, f. 4v: op 7 mei 1720 verkopen mr. Pieter Brandwijk van Blokland, als man van Geertruij Franken, en als procuratie hebbende van Elisabet Franken, weduwe van mr. Mattheus van den Broucke, burgemeester van Dordrecht, en tevens vervangende mr. Cornelis Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht, als man van Adriana Franken, erfgenamen van Gillis Franken, koopman te Dordrecht, voor 340 gl. aan Cornelis Schillemans, wonende onder de jurisdictie van Dordrecht, een huis in het Kromhout tussen de St. Joris- en Vriesepoort, belend ten noorden door het huis van van Robber de Roo en ten zuiden door de tuin en loods van de verkoper, alsmede voor 685 gl. aan Jeanne de Fongermain een huis met een lakenraam, staande in het Kromhout tussen de St. Joris- en Vriesepoort, belend ten noorden door het Plankdragershuisje en ten zuiden het slop, genaamd de Botersloot, voorts voor 600 gl. aan Jan Bootsman, burger van Dordrecht, een huis in het Kromhout tussen de St. Joris- en Vriesepoort, belend ten zuiden door het huis van burgemeester Hugo Eelbo en ten noorden door het huis van Dirk Ganseman, voor 685 gl. aan Jeanne de Tongermain een huis met een lakenraam in het Kromhout tussen de St. Joris- en Vriesepoort, belend ten noorden door het Plankdragershuisje en ten zuiden het slop, genaamd de Botersloot, voor 600 gl. aan Jan Bootsman, burger van Dordrecht, een huis in het Kromhout tussen de St. Joris- en Vriesepoort, belend ten zuiden door het huis van burgemeester Hugo Eelbo en ten noorden dat van Dirk Ganseman, voor 160 gl. aan Nicolaas van Lil en Dirk Kuijt een grote loods in het Kromhout tussen de St. Joris- en Vriesepoort, belend ten noorden door het huis van Jasper Vogelsangh en ten zuiden Dirk Ganseman, voor 330 gl. aan Huijbert en Jan de Haan, mr. timmerlieden te Dordrecht, een loods in het Kromhout tussen de St.Joris- en Vriesepoort, belend ten noorden door twee loodsen van de verkopers en ten zuiden door de loods van Adriaan op de Camp, voor 400 gl. aan Johan Burghart Metscher twee loodsen in het Kromhout tussen de St. Jorispoort en de Noordendijk aan de havenzijde, belend ten noorden door de loods van de koper en ten zuiden de loods van de verkopers.

a-2-5. Johanna Pompe van Meerdervoort Cornelisdr., gedoopt NG Dordrecht 15 jan. 1672, van Dordrecht (1699), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1/17 febr. 1699 (de bruidegom geassisteerd met Cornelia van der Meer, weduwe van Nicolaes Vivien, heer van Buvegnies, zijn moeder, en Cristiaen Swaens, zijn zwager, de bruid met mr. Nicolaes van der Dussen, heer van Oost-Barendrecht en Zouteveen, en Lidia van Beveren, haar oom en tante van moederszijde) mr. Anthonij Vivien, heer van Buvegnies, jongman van Dordrecht (1699)

ORA Dordrecht inv. 1642, f . 54v: op 12 nov. 1707 verkoopt Gerrid van Trigt, mandenmaker en burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan mr. Jacob Pompe, heer van de Oostendam, Michiel Pompe van Meerdervoort, heer van Meerdervoort en bewindhebber van de VOC (kamer Amsterdam), en Abraham Pompe van Meerdervoort, domheer van de Dom te Utrecht, als voogden over de minderjarige kinderen van Johanna Pompe van Meerdervoort, weduwe van mr. Anthonij Vivien, heer van Buvegnie, een huis in de Grotekerksbuurt bij de Lombardbrug, staande tussen het huis van notaris Petrus van Son en dat van de weduwe Renson.

Kinderen:

a-2-5-1. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht 24 juni 1700

a-2-5-2. Alida, gedoopt NG Dordrecht 1 mrt. 1702

a-2-6. Pieter, 1 juni 1673

a-2-7. Alida Pompe van Meerdervoort, 28 okt. 1675, trouwde mr. Willem Stoop, schout van Dordrecht

a-2-8. Johan, 30 april 1677

a-2-9. Abraham Pompe van Meerdervoort, 25 juli 1678, volgt III

a-2-10. Cornelia Alida, 16 nov. 1680

b. Pieter, gedoopt NG Dordrecht aug. 1619

c. Matthijs, gedoopt NG Dordrecht aug. 1621, volgt II

II. mr. Matthijs Pompe van Slingeland,geboren Dordrecht 3 aug. 1621, gedoopt NG Dordrecht aug. 1621, baljuw van Zuid-Holland 1653-1673, dijkgraaf van de Alblasserwaard, begraven Dordrecht (Grote Kerk)7 aug. 1679 (Matthijs Pompe, heer van Slingeland, dijkgraaf van de Alblasserwaard, kerkmeester en oudraad van Dordrecht, 13 maal luiden, “het blason met de kast”, als kerkmeester vrij, dus memorie), trouwde 1e Mondina van Beveren, geboren Dordrecht 1622, dochter van Cornelis van Beveren Willemsz., burgemeester van Dordrecht, en Christina Pijl Johansdr. (Balen, o.c., deel II, p. 965-967), 2e Maria Elisabeth Musch

NG trouwboek Dordrecht 3 aug. 1642 (ondertrouw): mr. Matthijs Pompe licentiaat in de rechten jongman en Mundina van Beveren Cornelisdr. jonge dochter beiden van Dordrecht

idem: 8 nov. 1654 (ondertrouw): Mathijs Pompe weduwnaar van Dordrecht wonende ald. en Maria Elisabeth Musch jonge dochter van ‘s-Gravenhage wonende ald., per schrijven van Den Haag, zijn ald. “naer ordre” getrouwd op het bescheid van Dordrecht

Matthijs Pompe, door J. Mijtens

Mr. Matthijs Pompe van Slingeland, geschilderd door Godfried Schalcken (mogelijk ca. 1675, toen Schalcken uit Leiden naar Dordrecht terugkeerde)

– 1647: mr. Matthijs Pompe vraagt aan de stadsregering toestemming om “tot ciraat en aensien [van de stad Dordrecht] … te doen bouwen een aensienlijcke huijsinge tot sijn woonplaetse” op het lege erf, liggende aan het einde van de Drappierskade [Wolwevershaven] aan de oostzijde van de [Damiate]brug omtrent het punt van het Blauwe Bolwerk tegenover de Kleine Vismarkt aan de monding van de haven, strekkende van de “neck” van de brug tot aan het Blauwe Bolwerk, “sijnde alsnu een onnutte plaatse daer alderleij vuiligheijt ende onreijnigheden gebragt ende geworpen wert. ’t Welck aldaer in goede orde gestelt sijnde groote aensienlijckheijt soo wel in als buijten de stadt voor een iegelijcke souden geven, behoudelijck nogtans dat ’t voorsegde Bolwerck in tijde van noot gebruijckt ende met canon daer op en aengebragt soude connen werden”. De toestemming om het erf te kopen kwam pas af op 23 jan. 1649, waarbij als voorwaarde werd gesteld, dat over dat erf een vrije doorgang zou zijn, zodat men te allen tijde in staat zou zijn om het kanon naar en van het Bolwerk te brengen. (Dordrecht Monumenteel, nr. 53 [okt. 2014], p. 6 e.v.)

– 1 mei 1651: Crispijn van Outgaerden, als curator van de boedel van Cornelisvan Hoogeveen, voormalige ontvanger van de gemene middelen over Dordrecht, voor de ene helft en Johan Schoormans, als curator van de boedel van Cornelis van de Graeff, voor de andere helft, verkopen aan mr.Matthijs Pompe, heer van Slingeland,oudraad van Dordrecht, een huis met kelders, pakhuizen en toren, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Cornelis Vaens, thesaurier van Dordrecht, en dat van Servaes van Ingen, en achter aan de haven het huis van de weduwe van Anthonij van Middelhoven, tot aan en in de Schrijversstraat. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 24v)

– 7 jan. 1655: Adriaen van de Graeff, ontvanger van de konvooien en licenten te Dordrecht, als procuratie hebbende van Arent Boot, Henricus Dibbets en Johan Dullaert, als voogden over de minderjarige kinderen en erfgenamen van wijlen Maria Boots van Wesel, weduwe van Bartholomeus van Beverwijck, en Dullaert, als man van Anna van Beverwijck, verkopen aan Matthijs Pompe, heer van Slingeland, baljuw van Zuid-Holland, dijkgraaf van de Alblasserwaard en lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd met de daarbij behorende houttuin, genaamd “het Henneken”, staande tussen het huis van Johannes Abelsz. twijnder en dat van Bartholomeus Damasz. schipper. (ORA Dordrecht inv. 1616, f.2)

– 28 okt. 1655: Matthijs Pompe van Slingeland verkoopt aan Cornelis van Overstege, burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, genaamd “het Henneken”, staande tussen het huis van Johannes Abelsz. en dat van Bartholomeus Damasz. schipper. (ORA Dordrecht 1616, f. 67)

– 5 jan. 1663: Matthijs Pompe van Slingeland verkoopt voor 800 gl. aan Jan van Gillee, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “het Henneken”, zijnde het achterste deel van dat huis, strekkende van de Nieuwe Haven [Kuipershaven] tot achter tegen het huis of de plaats van de weduwe en erfgenamen van Cornelis van Overstege, staande tussen de poort en gang van het huis “den Toelast” en de gang van het huis van ds. Cristiaen van de Hatert, predikant op Papendrecht. (ORA Dordrecht inv. 1620, f. 2)

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 12v e.v.: op 27 sept. 1679 verkopen mr. Johan Bladegom van Woensel, advocaat en mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, als procuratie hebbende van Cornelis de Bevere, heer van IJsselmonde, de Lindt, etc., lid van de Oudraad en generaal van de Munt der Verenigde Nederlanden, etc., volgens procuratie gepasseerd voor notaris J.M. van Osch te Gorinchem op 22 febr. 1679, Geerardt de Bevere, heer van Strevelshoek, lid van de Oudraad, zoon en mede-erfgenaam van Willem de Bevere, heer van Strevelshoek, lid van de Oudraad, voor zichzelf en tevens vervangende zijn twee zusters, Cornelis Pompe van Meerdervoort, heer van Hendrik-Ido-Ambacht, schout van Dordrecht, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, zoon en enige erfgenaam van Adriana de Bevere, vrouwe van Meerdervoort, Hendrik-Ido-Ambacht, etc., voor zichzelf en tevens vervangende de weduwe, kinderen en erfgenamen van Johan de Bevere, kolonel in Nederlandse dienst en gouverneur van de stad en onderhavige forten van Geertruidenberg, mr. Pieter Beelaert, lid van de Oudraad, als man van Cristina Elisabeth Pompe, en mr. Michiel Pompe van Slingelant, lid van de Oudraad, genoemde heren Beelaert en Pompe voor zichzelf, Mattheeus van Nispen, als procuratie hebbende van mr. Matthijs Pompe, raadsheer in de Raad van Vlaanderen, residerende te Middelburg, de heer Michiel Pompe tevens vervangende zijn broer Cornelis Pompe, heer van Dortsmonde, met hun vieren kinderen en erfgenamen van Mondina van Bevere, en voornoemde Cornelis Pompe van Meerdervoort, de heer van Strevelshoek, Michiel Pompe van Slingelant en Pieter Belaerts tevens vervangende mr. Baerthout van Slingelant Govertsz., zoon van wijlen Cristina de Bevere, samen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Cornelis de Beveren de oude, heer van Strevelshoek, IJsselmonde, De Lindt, etc., burgemeester van Dordrecht, voor 12.000 gl. aan Anthonia Cools een woonhuis, pakhuis, kelder, koetshuis, stal en tuin, staande en gelegen bij de Beurs, tussen het huis van Cornelis de Vries Dinghmansz. en dat van Arent van Hagen lakenkoper, van achteren uitkomende op de Varkenmarkt.

– 2 juli 1681: compareren voor notaris G. de With te Dordrecht Maria Elisabeth Musch, vrouwe van Carnisse, weduwe van Matthijs Pompe, heer van Slingeland, Dortsmonde, etc. en oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en als moeder en voogdes van haar enige dochter, Jacoba Pompe, tevens vervangende mr. Joan van Duijnen, oud-burgemeester van ‘s-Gravenhage, als medevoogd over Jacoba Pompe,enerzijds en Cornelis Pompe, heer van Dortsmonde, schepen van het Land van de Vrije te Sluis in Vlaanderen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn broer, mr. Matthijs Pompe, raad ordinaris in de Raad van Vlaanderen [te Middelburg], anderzijds. De eerste comparante is eigenares van 1/6 partvan de heerlijkheid Slingeland, een leen van Holland,waarvan haar dochter Jacoba eveneens 1/6 part bezit, en waarvan zij, comparante, de twee 1/6 parten, die toekwamen aan Michiel Pompe en Pieter Beelaerts, echtgenoot van Christina Pompe, heeft verworven. Cornelis Pompe en zijn broer, Matthijs Pompe, zijn eigenaars van de resterende twee 1/6 parten. De comparanten zijn overeengekomen, dat de heerlijkheid Slingeland bij blinde loting aan één van hen zal toebedeeld zal worden. Als de heerlijkheid daarbij aan de weduwe Pompe toevalt, zal zij ter compensatie aan Cornelis en Matthijs Pompe elk een zesde deel van 11.000 gl. betalen, zijnde de waarde, waarvoor de heerlijkheid getaxeerd is, hetzij in contant geld of met een obligatie. Als de heerlijkheid bij loting toevalt aan Cornelis en Matthijs Pompe, moeten zij aan de weduwe Pompe 2/3 deel van 11.000 gl. uitkeren, te voldoen in contant geld of met een obligatie. De comparanten, de heer Beelaerts, alsmede Adriaen de Lange, namens zijn zwager, Michiel Pompe, zijn overeengekomen, dat alle, eventueel nog bij de overdracht van de heerlijkheid op te komen kosten door de gezamenlijke erfgenamen van mr. Matthijs Pompe van Slingeland betaald zullen worden. Als dienaangaande geschillen tussen hen ontstaan, zullen zij die onderwerpen aan de arbitrage van mr. Matthijs de Hartogh en mr. Pieter Schaep, advocaten voor de Hoven van Justitie in Den Haag, die daarover een bindende uitspraak zullen doen. Onder deze aktestaat vermeld, dat bij de loting de heerlijkheid is toegevallen aan Maria Elisabeth Musch. (ONA Dordrecht inv. 242, f. 141 e.v.)

Matthijs Pompe van Slingeland, Maria Elisabeth Musch en hun dochter Isabelle Jacoba, door J. Mijtens

Kinderen (ex 1):

a. mr. Michiel Pompe van Slingeland Matthijsz., gedoopt NG Dordrecht 15 juli 1643, jongman van Dordrecht wonende bij de Schrijversstraat (1668), schepen (1676, 1680) en veertigraad van Dordrecht (1672), lid van de Oudraad,begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 juli 1681 (een zwarte baar in het Steegoversloot voor Miggiel Pomppen, oudraad, 16 maal luiden, “het wapen libo”),trouwde NG Dordrecht 19 febr. 1668 (per schrijven van Rotterdam, hebben bescheid ontvangen om te Rotterdam te trouwen op7 mrt. 1668)Elisabeth de Lange, jonge dochter van Rotterdam wonende aldaar (1668), dochter van Pieter Adriaensz. de Lange en Maria Johansdr. Gevaerts

Michiel Pompe van Slingeland Matthijsz. (geboren in 1643), geschilderd door Jacob Gerritsz. Cuijp ca. 1649

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a-1. Maria, 21 jan. 1669

a-2. Matthijs, 29 sept. 1670

a-3. Pieter, 15 juli 1673

a-4. Mondina Pompe van Slingelandt, 11 april 1678, trouwde Willem Reepmaker

b. Cornelis Pompe, heer van Dortsmonde, gedoopt NG Dordrecht 2 mei 1646, jongman van Dordrecht, kapitein, wonende [in de Wijnstraat] omtrent de Schrijversstraat (1669),burgemeester van het Land van de Vrije te Sluis in Vlaanderen, trouwde NG Dordrecht 23 juni 1669 (ondertrouw, per schrijven van Middelburg) Catharina van Orliens, jonge dochter van Middelburg (1669)

– 29 juni 1682: Cornelis Pompe, heer van Dortsmonde, oud-burgemeester van het Land van de Vrije te Sluis in Vlaanderen, wonende op zijn hofstede”Nederhoven”, liggendein de omgeving vanDordrecht,”ziekelijk van lichaam”, testeert ten overstaan van notaris G. de With te Dordrecht. Hij wil begraven worden te Sluis in Vlaanderen in het graf enbijhet lijk van zijn vrouw.Hij legateert aan de drie dochters van Jacoba van Orliens, weduwe van Jacob de Witte, rentmeester “beooster Schelde” in Zeeland, allen wonende te Zierikzee, al de kleren van zijn overleden echtgenote, Catharina van Orliens, aan zijn zuster Christina Pompe, vrouw van Pieter Beelaerts, al het porselein en de kleine beeldjes, staande op beide tafeltjes in zijn slaapkamer, de twee “tabeletten”,die in grote zaal van zijn huishangen, ter weerszijden van de schoorsteen, en de onlangs gekochte theekopjes en bakjes en al hetgeen op het grote kabinet in de grote zaal staat, aan Elisabeth de Lange, weduwe van zijn broer Michiel Pompe, een zwarte kabinetkast, staandeop de grote zaal naast de schoorsteen, “met de rariteijten van schiltpad en anders”, die erop staan, en al hetgeen erin ligt, aan Maria Sweers de Waert, weduwe van zijn oom Johan de Beveren, gouverneur van Geertruidenberg, en haar ongetrouwde dochters, al het porselein, dat staat op de gaanderij op een kastjenaast een grote kast, aan zijn dienstmaagd Cornelia Taets een bedrag van 365 gl., aan zijndienaar Jan Metselingh 50 gl., aan Catharina Vingerhoet, de vrouw van seigneur [Johan] Van Gele, al het porselein, staande op de schoorsteenmantel op het kleine bovenkamertje, met twee rolwagens, staande aldaar op de kast, en aan zijn koetsier, Frederick Willems, 50 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn zoons, Matthijs en Carel Pompe, door hem verwekt bij Catharina van Orliens. Tot executeurs-testament en voogden stelt hij aan mr. Pieter Beelaerts,gewezen raad van Dordrecht, en Matthijs Pompe, raadsheer in de Raad van Vlaanderen te Middelburg, resp. zijn zwager en broer, en mr. Martinus Veth, heer van Westkapelle en mr. Iman Mogge, schepen van Zierikzee, zijn aangetrouwde neven. Tot adminstrateur van de goederen van zijn kinderen benoemt hij Herman van Osch, inwoner van Dordrecht.De testateur wil, dat het huis Nederhoven met de daarbij horende landerijen en alle huisraad e.d. binnen vier maanden na zijn overlijden publiekelijk geveild worden, evenwel met uitzondering van de gelegateerde goederen enal de portretten van zijn voorouders, die hij nalaat aan zijn beide zoons. Hij legateert nogzijnbeste diamanten ring aan zijn oudste zoon en aan zijn jongste zoon twee diamanten knoopjes “in de mouwen”, een oude kan met zilveren deksel uit het jaar 1525, een beslagen wijnglas, een beslagen kokosnoot en “een ouden raergesneden reehoorn van Calott”.(ONA Dordrecht inv. 242, f. 398 e.v.)

c. Christina Pompe, gedoopt NG Dordrecht 1 aug. 1647, jonge dochter van Dordrecht en daar wonende (1665),trouwde NG Dordrecht 13/29 sept. 1665(proclamatie te ‘s-Gravenhage) mr. Pieter Beelaerts, jongman van ‘s-Gravenhage en daar wonende (1665),lid van de Oudraad van Dordrecht, burgemeester van Dordrecht

Christina Pompe, door J. Mijtens

Christina Pompe, door J. de Baen

Christina Pompe

Pieter Beelaerts, door J. de Baen

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 15v e.v.: op 22 april 1672 verkopen Christianus Meller, professor mathematicus te Leiden, als man van Lidia Langleij,Catharina Langleij, meerderjarige ongehuwde persoon, en kapitein Jacobus van der Velde, wonende te Dordrecht, als testamentaire voogd van Maria Langleij, voor 16000 gl. aan mr. Pieter Belaerts, ontvanger van de 200e penning te Dordrecht, drie naast elkaar staande huizen op het Marktveld bij de Beurs, staande tussen het huis van kapitein Thielman Zeebergen en dat van de weduwe van Jan Barentsz. Smient. Bij de koopprijs zijn inbegrepen het goudleer, schilderijen en andere roerende goederen, door schepenen van Dordrecht getaxeerd op 2800 gl.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 62v e.v.: op 22 juli 1673 verkopen Johan Hellu en Johannes van der Hoop, notarissen te Dordrecht, die door het Gerecht van Dordrecht, zijn gemachtigd tot “benefitieringe” van de goederen van Boudewijn Volgraeff, pachter te Dordrecht, voor 560 gl. aan mr. Pieter Belaerts, schepen in wette van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Gerrit de Bonte en dat van Jan Jansz. opperbrouwer.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 57v: op 2 juli 1701 verkopen mr. Johan de Witt, schepen in wette van Dordrecht, mr. Matthijs Snouck, lid van de Oudraad van Dordrecht, en mr. Pieter Brantwijck van Blokland, als erfgenaam van Maria de Witt, weduwe van Arent Muijs van Holij, voor 950 gl. aan Cristina Pompe, weduwe van burgemeester Belaerts, een kaatsbaan en achterwoning met een huisje en erf, gelegen in de Tolbrugstraat Landzijde, aan één zijde belend door de ingang van de kaatsbaan.

Kinderen (o.a.):

c-1. mr. Matthijs Beelaerts, gedoopt NG Dordrecht 20 dec. 1669, jongman van Dordrecht en wonende ald. (1703),heer van Dordtsmonde, Ganswijk, Waardhuizen, Emmichoven en Wieldrecht, burgemeester van Dordrecht, overleden 1743, trouwde NG Dordrecht/Rotterdam 13/28 mei 1703 jonkvrouw Geertruijd van Zuijlen van Nieveld, jonge dochter van Rotterdam (1703), overleden Rotterdam 3dec. 1706 (Geertruij Suijlen van Nieuvelt, echtgenote van Mateus Belaerts, hoek Oppert bij de kerk, vervoerd naar Dordrecht, begraven in de kerk),begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 dec. 1706 (Geertruij Suijle van Nievevelt, echtgenote van Matijs Belaerts, met elf koetsen, zes slepen, het huis met rouw behangen, een wapenbord en dertig flambouwen, op de Wolwevershaven)

c-2. Gerard Beelaerts, gedoopt NG Dordrecht 25 juni 1673, jongman van Dordrecht, kapitein vanhet College van deAdmiraliteit op de Maas (1700),overleden ‘s-Gravenhage 24 mei 1718, trouwde 1eRotterdam (stadstrouw) 4/23 nov. 1700 Adriana Mesdach, geboren Hugli (West-Bengalen) 2 aug. 1677, jonge dochter van Oost-Indië wonende te Rotterdam (1700), dochter van Pieter Mesdach en Suzanne van der Tocht, 2eSloten (NH) 30 nov. 1717Cornelia Eliane Scott

Kinderen (o.a.):

c-2-1. Susanna Adriana Beelaerts, geboren Rotterdam 2 jan. 1707, jonge dochter van Dordrecht (1732), weduwe wonende in het Steegoversloot (1751), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 nov. 1786 (Susanna Adriana Beelaerts, laatst weduwe van mr. Paulus Gevaerts, lid van de Oudraad en burgemeester van Dordrecht, met tien koetsen extra, hoogste boete, met een wapenbord, laat geen kinderen na, ’s morgens een half uur luiden, ’s middags 2 1/2 uur), trouwde 1eGerecht/NG Dordrecht 16 mei/2 juni 1732 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Alida Pompe van Meerdervoort weduwe van mr. Willem Stoop hoofdofficier van Dordrecht, de bruid met haar oom Matthijs Belaerts heer van Emmickhoven en Wieldrecht lid van deOudraad te Dordrecht) mr. Nicolaas Stoop, jongman (1732), schepen in wette, raad en ontvanger van de gemenelandsmiddelen te Dordrecht, 2e Gerecht/NG 17 sept./3 okt. 1751 mr. Paulus Gevaerts, weduwnaar wonende op de Groenmarkt (1751), burgemeester van Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1659, f. 80 e.v.: op 29 okt. 1750 verkoopt mr. Jacob van der Heijm, secretaris van het College van Raden te Admiraliteit op de Maas, als man van Maria Arnoldina Gevaerts, voor 22.000 gl. aan Susanna Adriana Beelaerts, weduwe van mr. Nicolaas Stoop, in zijn leven burgemeester van Dordrecht, een huis met stal en koetshuis daarachter, uitkomende in het Stek, staande tussen de St. Jorisdoelen en het huis van Adriaan Papegaaij, met nog een stal in het Stek, staande op grond van de Kloveniersdoelen tussen de tuin van de Kloveniersdoelen en de stal van de Kloveniersdoelen.

c-2-2. Gerard Beelaerts, heer van Wieldrecht, geboren Dordrecht 1 jan. 1710, jongman van Dordrecht wonende tegenover de Beurs (1743),overleden ‘s-Gravenhage 7 nov. 1790, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 30 mei/18 juni 1743 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom mr. Matthijs Beelaerts heer van Wieldrecht etc., de bruid met haar moeder Elisabeth Op de Camp, weduwe van mr. Pieter Brandwijk van Blokland vrijheer van Blokland) Anna Wilhelmina Brandwijk van Blokland, van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1743)

d. Maria Pompe, gedoopt NG Dordrecht 22 okt. 1650

e. Matthijs Pompe, gedoopt NG Dordrecht 16 sept. 1651, raadsheer in Raad van Vlaanderen

Kind (ex 2):

f. Isabelle Jacoba Pompe van Slingeland, vrouwe van Carnisse, geboren Dordrecht 29 aug. 1657, begraven Den Haag (Kloosterkerk) 7 dec. 1718, trouwde ‘s-Gravenhage 3 mrt. 1686 (otr.) Willem Frederik van Brakell, heer van Kermestein en Tedingsweerd

ONA Dordrecht inv. 723, f. 100 e.v.: verklaring dd 16 juni 1705 door Aert Jaspersz. Visser, ca. 76 jaar oud, Cornelis Gijssen Vlijm, ca. 60 jaar oud, Cornelis Ariensz. Dura, ca. 46 jaar oud en Jasper Aertsz. Visser, ca. 40 jaar oud, op verzoek van Cornelis de Rovere, oud-burgemeester van Dordrecht, als heer van West-Barendrecht en van [Isabella Jacoba] Pompe, als vrouwe van Carnisse, weduwe van Willem Fredrick van Braeckel, lid van de Ridderschap van Gelderland, raad ter Admiraliteit op de Maas, heer van Carnisse en Tedingsweert [hij was overleden op1 juli 1702: zie website Verre Verwanten].

III. mr. Abraham Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht, gedoopt NG Dordrecht 25 juli 1678, thesaurier van Dordrecht, overleden Dordrecht 21 juli 1733, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 30 april/17 mei 1719 Maria Brandwijk van Blokland

Kinderen:

a. Cornelis Pieter Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht, geboren Dordrecht 27 april 1720, burgemeester van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 april 1795 (Cornelis Pieter Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht, op de Drappierskade [Wolwevershaven], laat kinderen na, met 10 koetsen extra, hoogste boete, verval van krachten), trouwde Dordrecht 16 april 1750 Maria Onderwater

ORA Dordrecht inv. 1670, f. 33: op 16 april 1778 verkopen Abraham Hendrik Onderwater, burgemeester van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van mr. Cornelis Pieter Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht, als man van Maria Onderwater, Geertruij Onderwater, weduwe van Jacobus van der Pot, burgemeester van Dordrecht, mr. Mattheus Onderwater, oud-burgemeester van Dordrecht, mr. Jacob Karsseboom, secretaris van Dordrecht, weduwnaar van Adriana Johanna Onderwater en als vader en voogd van zij drie minderjarige kinderen, door hem verwekt bij Adriana Johanna Onderwater, zijnde voornoemde Maria, Geertruij, Matttheus en Abraham Hendrik Onderwater de enige kinderen, en met de voornoemde drie minderjarige kinderen van wijlen Adriana Johanna Onderwater, erfgenamen van Adriana Brandwijk van Blokland, weduwe van Mattheus Onderwater, burgemeester van Dordrecht, voor 1830 gl. aan Elias Verhoeven, burger van Dordrecht, een huis, staande in de Voorstraat tussen de Lombardstraat en het huis van de cipier Verhoeve. De bovengenoemde comparanten verkopen voor 21.700 gl. aan Barthoudt van Ourijk en Francois Vermeulen, wonende te Dordrecht, een brouwerij, genaamd “de Lelij”, staande in de Voorstraat om de hoek van de Lombardstraat, bestaande uit een dubbel woonhuis met erachter de brouwerij en mouterij, alsmede een stal en koetshuis, die achter de brouwerij staan en een huis naast de stal, welk huis gebruikt wordt als berging voor het bier, en dat alles staande tussen de Lombardstraat en het huis van Adriaan Walpot, voorts voor 1500 gl. een pakhuis en kelder, genaamd “Ter Goes”, staande in de Lombardstraat tussen brouwerij “den Anker” en het huis van Willem van Eijl, en tenslotte voor 24.280 gl. een pakhuis en kelder, staande in de Breestraat tussen de Doopsgezinde kerk en het huis van Arij Meloen.

ORA Dordrecht inv. 1670, f. 189: op 28 mei 1779 comp. mr. Cornelis Pieter Pompe, heer van Zwijndrecht, oud-burgemeester van Dordrecht, als man van Maria Onderwater, Geertruijd Onderwater, weduwe van Jacobus van der Pot, burgemeester van Dordrecht, mr. Mattheus Onderwater, burgemeester van Dordrecht, Abraham Hendrik Onderwater, oud-burgemeester van Dordrecht, mr. Jacob Karsseboom, secretaris van Dordrecht, en voornoemde mr. Mattheus Onderwater en Abraham Hendrik Onderwater nog als voogdenover de minderjarige kinderen van wijlen Adriana Johanna Onderwater, bij haar verwekt door mr. Jacob Karsseboom, samen enige erfgenamen van Adriana Brandwijk van Blokland, weduwe van Mattheus Onderwater, burgemeester van Dordrecht. Zij verkopen voor 14.350 gl. aan mr. Adolph Herbert van der Meij van der Linden, schepen van Dordrecht, een dubbel huis met kooetshuis en stal ernaast, twee kelders eronder en een ruim open erf erachter, staande op het plein omtrent de Blauwpoort tussen het huis van Pieter Koijmans en een open erf.

ORA Dordrecht inv. 1673, f. 255v: op 10 sept. 1784 verkoopt Jan Hendrik Schultz van Haegen, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vrouw Anna Elizabeth de Mist, voor 13.750 gl. aan mr. Cornelis Pieter Pompe van Meerdervoort, oud-burgemeester van Dordrecht, een huis op de Drappierskade (Wolwevershaven).

Kinderen:

a-1. mr. Abraham Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht, gedoopt NG Dordrecht 24 mei 1754, werd in 1818 in de adelstand verheven, maar bedankte hiervoor, overleden Dordrecht 29 jan. 1819

ORA Dordrecht inv. 1677, f. 69v: op 22 okt. 1793 verkoopt Abraham Pompe van Meerdervoort, wonende te Dordrecht, voor 20.500 gl. aan Otto Johannes van Wageningen, makelaar wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Vleeshal, staande tussen het huis van Anthonij Balthazar Stoop en dat van Pieter Blussé.

ORA Dordrecht inv. 1677, f. 151v e.v.: op 3 juni 1794 transporteert Hendrik Lodewijk van den Santheuvel, secretaris van de burgemeesters van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Jacob van Nek, wonende te Leiden, als door Anthonij van den Santheuvel Hendriksz., in zijn leven oud-burgemeester van Dordrecht, en diens echtgenote Anna de Coning, bij hun testament, dat zij hebben gepasseerd op 22 febr. 1792 voor notaris J.H. Schultz van Haegen te Dordrecht, aangesteld tot executeur-testamentair, en Assendelft de Coning, heer van Mijnsheerenland van Moerkerken {NB: Assendelft is zijn voornaam], wonende te Vlaardingen, als mede-executeur, aan mr. Abraham Pompe van Meerdervoort, lid van de Oudraad van Dordrecht, een dubbel herenhuis, staande op de Wolwevershaven, van achteren uitkomende aan de rivier, belend door het huis van mr. Jacob Hendrik Hoeufft aan de ene zijde en het huis van de weduwe van Aart van der Kaa aan de andere zijde, alsmede een koetshuis en stal, staande op de stadsbinnenvest of het zogenaamde Nieuwe Werk tussen het koetshuis van mr. Adolf Herbert van de Meij van der Linden en het huis van de erfgenamen van Caspar Bremkes. Voor het herenhuis is betaald 17.400 gl., voor diverse roerende goederen 1000 gl.  en voor de stal en het koetshuis 2600 gl.]

ORA Dordrecht inv. 1681, f. 9v: op 26 jan. 1808 verkoopt mr. Abraham Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht, voor 15.000 gl. aan Adriana Onderwater, wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, getekend B:332, staande tussen het huis van de heer Theehof en dat van de heer Vermande.

a-2. Adriana Pompe van Meerdervoort, gedoopt NG Dordrecht 28 juli 1759, geboren te Dordrecht en wonende op de Wolwevershaven (1790),  weduwe wonende op de Wolvershaven (1801), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 29 mei/28 juli 1790 (de bruidegom met schriftelijk consent van zijn moeder Hillegonda van Houwerton, weduwe van Dirk Prince, de bruid met schriftelijk consent van haar vader mr. Cornelis Pieter Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht) Arnoldus Prince van Houwerton, jongman geboren te Dordrecht en wonende in de Voorstraat bij de Vuilpoort (1790), trouwde 2e Gerecht Dordrecht 17/ 31 okt. 1801 Lodewijk van Loon, geboren te Dordrecht en wonende op de Nieuwe Haven (1801)

ORA Dordrecht inv. 1677, f. 266v: op 15 sept. 1795 verkoopt Adriana Pompe van Meerdervoort, weduwe van Arnoldus Prinse van Houwerton, wonende te Dordrecht, voor 5760 gl. aan Albertus van Epenhuizen, wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het pakhuis van Abraham Hendrik Onderwater en de huizen van Bemolt.

b. Pieter Cornelis Pompe van Meerdervoort, geboren Dordrecht 27 aug. 1721, volgt IV

IV. mr. Pieter Cornelis Pompe van Meerdervoort, geboren Dordrecht 27 aug. 1721, burgemeester van Dordrecht, overleden Dordrecht 9 okt. 1772, begraven Dordrecht (Grote Kerk, Meerdervoortkapel) 17 okt. 1772, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/24 sept. 1754 Emmerentia Johanna van de Brandelaar, overleden Dordrecht 25 febr. 1788

ORA Dordrecht inv. 1668, f. 69: op 20 sept. 1774 verkoopt Willem van Lexmont, bakker en burger van Dordrecht, aan Emmerentia Johanna van den Brandeler, weduwe van mr. Pieter Cornelis Pompe van Meerdervoort, voor 200 gl. een pakhuis in de Lange Francijnegang, staande tussen het huis van de koopster en het navolgende huis, en voor 410 gl. een huis in de Kolfstraat, staande tussen de Lange Francijnegang en het “getimmerte” over die gang aan de ene zijde en het erf of huis van de koopster aan de andere zijde, en van achter tegen het voornoemde pakhuis.

ORA Dordrecht inv. 1673, f. 207: op 29 april 1784 verkoopt Emmerentia Johanna van den Brandeler, wonende te Dordrecht, voor 1050 gl. aan Martinus Johannes van Eijk, wonende te Dordrecht, een koetshuis en stal in de Oude Breestraat tegenover de Lombardstraat, uitkomende op de stadsgracht, staande tussen het huis van mevr. Van Vugt en dat van mevr. De Glindt.

ORA Dordrecht inv. 1675, f. 205: op 2 sept. 1788 verkopen mr. Thomas Johannes Pigeaud, burgemeester van Schiedam, en Anthonie Balthazar Stoop en Abraham Pompe van Meerdervoort, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Emmerentia Johanna van den Brandeler, weduwe van mr. Pieter Cornelis Pompe van Meerdervoort, baljuw van de Beijerlanden, die gewoond heeft en is overleden te Dordrecht op 25 febr. 1788, voor 720 gl. aan Johan Dingemans, wonende te Dordrecht, een huis met een pakhuis erachter, staande voor in de Kolfstraat en uitkomende in de Lange Francijnegang [tussen Kolfstraat en de Kromme Elleboog], belend door het huis, dat door de overledene is bewoond, aan de ene zijde en de Lange Francijnegang aan de ander, alsmede voor 890 gl. aan Willem Bax, wonende te Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Albertus de Jager en de uitgang van het huis of de tuin van de erfgenamen van Emmerentia Johanna van de Brandeler, en tenslotte voor 625 gl. aan Albertus de Jager, wonende te Dordrecht, een huis voor aan in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Paulus Vermeulen en dat van Willem Bax.

ORA Dordrecht inv. 1675, f. 204: op 11 sept. 1788 verkopen mr. Thomas Johannes Pigeaud, burgemeester van Schiedam, en Anthonie Balthazar Stoop en Abraham Pompe van Meerdervoort, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Emmerentia Johanna van den Brandeler, weduwe van mr. Pieter Cornelis Pompe van Meerdervoort, baljuw van de Beijerlanden, die gewoond heeft en is overleden te Dordrecht op 25 febr. 1788, voor 7200 gl. aan Pieter Blussé, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Beurs, staande tussen het huis van Anthonij Balthazar Stoop en dat van Abraham Pompe van Meerdervoort.

Kind:

a. Abraham Pompe van Meerdervoort, geboren Dordrecht 7 sept. 1764, in 1818 verheven in de adelstand, politicus, “entreposeur” (opzichter over een depot), overleden Rotterdam 21 okt. 1831 (Wijnhaven A:244), trouwde 17 aug. 1789 Jacoba Heereman

jonkheer Abraham Pompe van Meerdervoort